Bijlage 1 - BOPA toelichting Kruisdijk 14
Tekst van het document
KRUISDIJK 14 en 14-I, AALTEN
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Auteur Locis Adviseurs - RB- KT Datum November 2024 Versienummer 1
Pagina 2 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 3 1.
2.
3.
Inleiding ...................................................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding .......................................................................................................................... 5
1.2.
Ligging projectgebied......................................................................................................... 5
1.3.
Procedure .......................................................................................................................... 5
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................................... 6
Beschrijving huidige en toekomstige situatie............................................................................. 7 2.1.
Huidige situatie .................................................................................................................. 7
2.2.
Voorgenomen ontwikkeling .............................................................................................. 8
2.3.
Strijdigheden omgevingsplan ............................................................................................ 9
Voorbereiding en participatie .................................................................................................. 10 3.1.
4.
5.
Participatie omgeving ...................................................................................................... 10
Beleidskader ............................................................................................................................. 11 4.1.
Rijksbeleid en Rijksregels ................................................................................................. 11
4.2.
Provinciaal beleid en provinciale regels .......................................................................... 13
4.3.
Regionaal beleid .............................................................................................................. 16
4.4.
Gemeentelijk beleid......................................................................................................... 17
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving .................................................................................. 19 5.1.
Bodemkwaliteit................................................................................................................ 19
5.2.
Cultureel erfgoed en archeologie .................................................................................... 20
5.3.
Duurzaamheid ................................................................................................................. 22
5.4.
Ecologie en natuur ........................................................................................................... 22
5.5.
Geluid............................................................................................................................... 25
5.6.
Geur ................................................................................................................................. 27
5.7.
Gezondheid ...................................................................................................................... 28
5.8.
Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 29
5.9.
Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 30
5.10.
M.e.r.-beoordeling........................................................................................................... 31
5.11.
Mobiliteit en parkeren ..................................................................................................... 31
5.12.
Omgevingsveiligheid ........................................................................................................ 32
5.13.
Slagschaduw en windhinder ............................................................................................ 34
5.14.
Trillingen .......................................................................................................................... 34
5.15.
Water ............................................................................................................................... 35
Pagina 3 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
6.
7.
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 39 6.1.
Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 39
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 39
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties.................................................................... 40 Bijlagen .......................................................................................................................................... 40
Pagina 4 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
1. Inleiding 1.1. Aanleiding In het buitengebied van Aalten, aan de Kruidijk 14 en 14-1, is een pensionboerderij met manege en twee bedrijfswoningen gelegen. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bedrijfswoning aan de Kruisdijk 14 om te zetten naar een plattelandswoning. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is deze ontwikkeling niet toegestaan. Daarom wordt ervoor gekozen om het initiatief mogelijk te maken met een BOPA.
1.2. Ligging projectgebied De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom van Aalten. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Aalten, sectie S, nummers 588, 758 en 759. Het betreft een pensioenboerderij met manege en twee bedrijfswoningen. Het perceel heeft twee eigen toegangswegen, de ene toegangsweg sluit direct aan op de Dinxperlosestraatweg en de andere toegangsweg sluit direct aan op de Kruisdijk. Hieronder een weergave van de locatie.
Figuur 1 weergave locatie
1.3. Procedure In het omgevingsplan is geen algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om de bestaande bedrijfswoning aan de Kruisdijk 14 om te zetten naar een plattelandswoning. Hier wordt nader op ingegaan onder paragraaf 2.3. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om de
Pagina 5 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Hierbij is ingestoken op een BOPA. Voor dit plan geldt dus de reguliere procedure en adviesrecht is niet van toepassing.
1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De toekomstige situatie beschrijft de doelen voor het projectgebied, het initiatief en de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe deze heeft bijgedragen aan het ontwerp. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan relevant beleidskader en aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 7 wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 6 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
2. Beschrijving huidige en toekomstige situatie 2.1. Huidige situatie De locatie betreft een pensionboerderij met manege en twee bedrijfswoningen. Het perceel wordt ontsloten via de Kruisdijk en de Dinxperlosestraatweg. Verder is het erf fraai ingepast met erfbeplanting in de vorm van diverse solitaire bomen en laanbomen. Het erf is omgeven door bouwland (voornamelijk maisland) en grasland (deels in eigendom). Iets verderop liggen een watergang en meerdere bosjes. Aan de oostzijde is het dorp IJzerlo gelegen en iets verder richting het zuiden is Duitsland gelegen.
Figuur 2 topografische kaart van 2023 met locatie rood omcirkeld
Pagina 7 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Figuur 3 locatie t.o.v. directe omgeving
2.2. Voorgenomen ontwikkeling In de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfswoning (Kruisdijk 14) omgezet naar een plattelandswoning. De bedrijfswoning aan de Kruisdijk 14-I wordt hiermee de bedrijfswoning bij het bedrijf. Zie hieronder een luchtfoto van de woning Kruisdijk 14.
Figuur 4 luchtfoto woning Kruisdijk 14
Pagina 8 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
2.3. Strijdigheden omgevingsplan Voor de locatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015’, dat is vastgesteld op 4 maart 2020. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de locatie geldt de enkelbestemming ‘Sport - Manege’. Tevens geldt voor een deel van het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie hoge verwachting’ en voor een deel de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie lage verwachting. Hieronder een weergave. Voor de twee bedrijfswoningen is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bedrijfswoning 1 en 2’ opgenomen. Op het gehele perceel mogen maximaal twee wooneenheden aanwezig zijn.
Figuur 5 weergave planologische situatie
De geplande activiteiten zijn in strijd met het omgevingsplan omdat op de locatie enkel twee bedrijfswoningen zijn toegestaan.
Pagina 9 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
3. Voorbereiding en participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.
3.1. Participatie omgeving Een initiatiefnemer moet in alle gevallen bij de aanvraag aangeven of participatie heeft plaatsgevonden. In dit geval is de omgeving niet geïnformeerd. Feitelijk verandert er namelijk niks in woningaantallen, verkeersbewegingen etc.
Pagina 10 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
4. Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks- (NOVI), provinciaal (POVI) en gemeentelijk beleid (GOVI). Ook regionaal beleid en gemeentelijke programma’s of beleidsstukken kunnen hier beschreven en getoetst worden. Benoem daarbij doelen en ambities voor dit specifieke gebied en toetst het initiatief daaraan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: -
beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken; instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
4.1. Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1. Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: -
periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw.
Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Ten aanzien van dit project De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen zoals de beoogde omzetting van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning in dit plan. In het NOVI zijn geen
Pagina 11 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat gericht wordt op de realisatie van een nieuwe wooneenheid om het woningtekort op te lossen.
4.1.2. Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. 2. 3. 4.
het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: -
-
Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ten aanzien van dit project Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 5 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 5 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk.
Pagina 12 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
4.1.3. Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.
4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1. Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.
Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: -
ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.
Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: -
Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.
Ten aanzien van dit project Het initiatief wooneenheden past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt:
Pagina 13 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
•
ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten;
•
milieubeleid: de locatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;
•
waterbeleid: de locatie is gelegen binnen de provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater.
•
natuur- en landschapsbeleid: de locatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.
De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in hoofdstuk 5. 4.2.2. Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 23 april 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden 1 mei 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • • • • • • •
Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).
Ten aanzien van dit project De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de locatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap.
Pagina 14 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
De locatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. Wel ligt de locatie binnen een intrekkingsgebied, voor gronden binnen een intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Maar dat is in dit project niet aan de orde. Op de locatie wordt niet gebouwd. De werkzaamheden vinden binnen de bestaande bebouwing plaats. De bodem- en waterkwaliteit worden met deze ontwikkeling niet aangetast. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen. Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas van de gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de locatie als gevolg van klimaatverandering: •
Wateroverlast
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de locatie sprake is van plasvorming met een grote waterdiepte na korte extreem hevige buien. Deze plassen zijn overigens binnen twee dagen weer verdwenen. Tevens is er sprake van een bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een plattelandswoning. Er wordt geen nieuwe woning gerealiseerd dus er komt geen extra bebouwing bij. In de toekomst is er geen overlast van water, zoals het in de bestaande situatie ook niet het geval is, te verwachten valt. •
Hittestress
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de op te zetten bedrijfswoning koel aanvoelt op warme dagen. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de groene omgeving (veel bomen en gras). Na omzetting van de bedrijfswoning naar een plattelandswoning zal de temperatuur logischerwijs op vergelijkbaar niveau blijven, omdat de woning nu al op de locatie aanwezig is. In de beoogde situatie veranderd de situatie niet. •
Droogte
De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de locatie sprake van lagere grondwaterstanden en van niet tot beperkte droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de locatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De locatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. •
Overstroming
Pagina 15 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijheid van de locatie liggen. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de locatie . Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Er hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. 4.2.3. Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.
4.3. Regionaal beleid 4.3.1. Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • • •
energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; de verandering in de landbouw en het landelijk gebied.
De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden’. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau door het benoemen van ruimtelijke speerpunten: • • • •
omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie.
Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Om die reden is er behoefte aan extra woningen.
Pagina 16 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
4.3.2. Regionale woondeal 2023-2030 en regionale woonagenda 2023-2030 In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In Aalten is deze agenda op 28 februari 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: • • • •
De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: o Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; o Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; o Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten; o Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied.
Ten aanzien van dit project Het initiatief heeft betrekking op de omzetting van een bestaande bedrijfswoning naar plattelandswoning. Een plattelandswoning is een woning die in tegenstelling tot een bedrijfswoning, bewoont mag worden zonder dat er sprake is van een direct verband (noodzaak om daar te wonen) met een ter plaatse aanwezig bedrijf. Er wordt dus een voorzien in een woning die kan worden bewoond door woningzoekenden die geen binding hebben met het bedrijf. Door de omzetting naar plattelandswoning dient een goed woon- en leefklimaat te worden gerealiseerd. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 5. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. 4.3.3. Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek.
4.4. Gemeentelijk beleid 4.4.1. Woonvisie 2021-2026 en Woningbouwstrategie gemeente Aalten De woonvisie van de gemeente Aalten voor de periode 2021-2026 is op 23 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie staat beschreven De woonvisie kent de volgende thema’s: • • • •
Flexibel inspelen op de woonvraag; Op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving; Voldoende betaalbare woningen; Aandacht voor wonen met zorg.
De woningbouwstrategie van de gemeente Aalten is op 30 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het thema “flexibel inspelen op de woonvraag” uit de woonvisie is hierin verder uitgewerkt. De woningbouwstrategie geeft een uitwerking aan de woningbouwopgave voor de
Pagina 17 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
komende jaren. De strategie is flexibel opgezet, zodat er afgeschaald en opgeschaald kan worden. De opgave van het aantal toe te voegen woningen is een indicatie op basis van de bekende informatie, afkomstig uit het Achterhoekse Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek (AWLO). Op basis van de prognoses bestaat de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar uit het toevoegen van ca. 820 woningen. Ten aanzien van dit project In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Het voorliggende initiatief zorgt ervoor dat de plattelandswoning bewoond kan worden door woningzoekenden die geen binding hebben met het naastgelegen bedrijf. 4.4.2. Afwegingskader Buitengebied De lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een nieuwe woning in het buitengebied zijn een aanvulling/uitwerking op de ‘Woonvisie 2021’ die is vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 23 februari 2021. Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad het ‘Afwegingskader Buitengebied’ vastgesteld. Er is een toenemende vraag naar wonen in het buitengebied. En door woningen toe te voegen wordt de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied vergroot.
Daarom wordt ruimte geboden voor woningsplitsing en nieuwbouw van één of enkele woningen in ruil voor sloop van lege schuren en stallen. Ten aanzien van dit project De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een plattelandswoning. Een plattelandswoning is een woning die in tegenstelling tot een bedrijfswoning, bewoont mag worden zonder dat er sprake is van een direct verband (noodzaak om daar te wonen) met een ter plaatse aanwezig bedrijf. Er wordt dus voorzien in een woning die kan worden bewoond door woningzoekenden die geen binding hebben met het bedrijf. De omzetting naar een plattelandswoning heeft een positief effect op het woningtekort. 4.4.3. Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Aalten.
Pagina 18 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1. Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 5.1.1. (Wettelijk) kader Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: •
• • •
Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •
Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
5.1.2. Onderzoek Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 5.1.3. Conclusie In de bestaande situatie is de bestaande woning al volledig in gebruik als een bedrijfswoning. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een plattelandswoning. Het gebruik veranderd dus niet. Er wordt
Pagina 19 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
ook niet gebouwd of gesloopt buiten de contouren van de bestaande hoofdbouwmassa. Gezien bovenstaande is er geen bodem onderzoek uitgevoerd.
5.2. Cultureel erfgoed en archeologie Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 5.2.1. (Wettelijk) kader In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: • • • • •
Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Let op: met betrekking tot archeologie geldt de archeologische beleidskaart. Deze schrijft per gebied voor, welke onderzoekverplichtingen gelden. 5.2.2. Onderzoek Conform de archeologische maatregelenkaart heeft de locatie deels een lage archeologische verwachting en deels een hoge archeologische verwachting. Voor een gebied met een lage archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 5000 vierkante meter en ondieper dan 50 centimeter. Voor een gebied met een hoge archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 500 vierkante meter en ondieper dan 40 centimeter. Tevens blijkt dat ter plaatse geen monumenten aanwezig zijn of anderszins sprake is van een vanuit cultuurhistorie te beschermen waarde. Zie hiervoor de afbeelding hieronder.
Pagina 20 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Figuur 6 locatie bij rode cirkel
Pagina 21 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Er wordt op de locatie niet gesloopt, gebouwd of andere bodemingrepen uitgevoerd die de oppervlaktecriteria overschrijden. In het omgevingsplan van rechtswege is deels een lage archeologische waarde en deels een hoge archeologische waarde voor dit plangebied opgenomen. er wordt niet gebouwd of gesloopt buiten de contouren van de bestaande hoofdbouwmassa. Op grond hiervan is geen verder onderzoek noodzakelijk. Indien tijdens mogelijke toekomstige werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht. 5.2.3. Conclusie Er is geen onderzoek nodig naar archeologie en cultuurhistorie. Er worden geen archeologische of cultuurhistorische waarden aangetast met de realisatie van dit plan. Archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.3. Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. 5.3.1. (Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introduceert de Omgevingswet het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden met langetermijneffecten. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De berekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Voor het thema klimaatadaptatie wordt verwezen naar de waterparagraaf in dit hoofdstuk. 5.3.2. Onderzoek De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar plattelandswoning. Het gebruik veranderd hier niet door en het gaat daarnaast om een bestaande woning, er hoeven geen energiebesparende maatregelen te worden uitgevoerd. 5.3.4 Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.4. Ecologie en natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie.
Pagina 22 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
5.4.1. (Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). De bescherming van habitats (en soorten) is geregeld in afdeling 3.7 en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Ow. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. 5.4.2. Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000 gebied Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving moet worden bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.
Beoordeling Het plangebied ligt op minimaal 11,78 kilometer afstand van Nederlands Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Nederlandse Natura 2000-gebied is Bekendelle. Op de onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Pagina 23 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Figuur 7 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe cirkel aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstof, op voorhand uitgesloten worden voor zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase. Overige negatieve effecten kunnen ook worden uitgesloten. Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk / Groene Ontwikkelingszone Gelderland heeft veel natuurgebieden. Samen vormen zij het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. De begrenzing en de regels ter bescherming van het GNN en de Groene ontwikkelingszone zijn opgenomen in de Omgevingsverordening provincie Gelderland. Beoordeling Het plangebied ligt op circa 1,53 kilometer van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en tot de Groene ontwikkelingszone (GO) behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 8 Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (Go) in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode locatiemarker aangeduid. Gronden die tot de GNN behoren worden met de donkergroene kleur aangeduid. Gronden behorend tot de Go worden aangegeven met de lichtgroene kleur (bron: gldanders.planoview.nl).
De planlocatie is niet gelegen binnen of nabij de begrenzingen van het GNN of de GO, waardoor negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten. Er is buiten deze zones namelijk geen sprake van externe
Pagina 24 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
werking, zoals voor Natura 2000-gebieden wel het geval is. Het aspect provinciale gebiedsbescherming (GNN/GO) vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Soortenbescherming In de Omgevingswet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Beoordeling In het kader van de beoogde ontwikkeling de omzetting van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning hoeft er geen natuurwaardenonderzoek uitgevoerd te worden. Het gebruik blijft ongewijzigd en de woning wordt ook niet vergroot. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.4.3. Conclusie Het aspect ecologie en natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.5. Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 5.5.1. (Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels.
In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten:
Pagina 25 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
• • •
activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). 5.5.2. Onderzoek
Geluid van activiteiten Het aspect geluid is uitgesloten bij de beoordeling van een plattelandswoning. Hieronder wordt nog kort ingegaan op de omliggende omgeving. In deze situatie is er sprake van een ‘rustig buitengebied’. In de directe omgeving is een zaadbewerkingsbedrijf (max categorie 2) en zijn een beperkt aantal (agrarische) bedrijven gelegen. Onderstaand staan de relevante bedrijven vermeld. De afstanden zijn gemeten tussen de grens van beide bestemmingen.
Figuur 9 bedrijven in de omgeving
De afstand van de plattelandswoning ten opzichte van andere omliggende bedrijven is dusdanig groot dat ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan. Gezien de omliggende functies en de aard en omvang daarvan mag ter plaatse van de plattelandswoning worden uitgegaan van een goed woon- en leefklimaat. Omliggende bedrijven worden bovendien niet belemmerd door deze ontwikkeling. Railverkeerslawaai In de omgeving van de planlocatie bevinden zich geen spoorwegen. Industrielawaai De locatie bevindt zich buiten het aandachtsgebied van een industrieterrein. Verkeerslawaai De Kruisdijk betreft echter een rustige weg, waarbij het gezien de afstand tot de bestaande woning voldoende aannemelijk is dat kan worden voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentewegen. In onderstaande figuur wordt duidelijk dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op deze weg hier zelfs minder dan 45 dB bedraagt. De ontwikkeling is daarom zondermeer aanvaardbaar te achten. Er is in dit opzicht sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 26 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
Figuur 10 weergave locatie beoogde wooneenheid (bij rode ovaal) ten opzichte van omliggende wegen
5.5.3. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, daarnaast is het aspect geluid uitgesloten bij de beoordeling van een plattelandswoning.
5.6. Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 5.6.1. (Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • • • •
Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).
Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze
Pagina 27 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 5.6.2. Onderzoek Het aspect geur is uitgesloten bij de beoordeling van een plattelandswoning. Daarnaast wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstanden volgens de VNG richtafstanden. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor de omliggende bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf komt hierbij niet in het geding. 5.6.3. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.7. Gezondheid Een doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: •
•
Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).
5.7.1. (Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. 5.7.2. Onderzoek De toetsing aan de wettelijke milieunormen en de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling zijn in de voorgaande paragrafen per relevant omgevingsaspect aan bod gekomen. Ook bij het voldoen aan wettelijke milieunormen kan echter gezondheidsschade optreden. Belangrijk begrip daarbij is het voorzorgsbeginsel dat voortvloeit uit de artikelen 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De overheid kan op basis hiervan maatregelen treffen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben, zonder dat er (voldoende) wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn.
Verder spelen in deze omgeving geen specifieke gezondheidsrisico’s ten aanzien van elektromagnetische straling, laagfrequent geluid of blootstelling aan toxische stoffen. Wel zijn vanwege de ligging in het buitengebied zoönosen en andere met veehouderijen samenhangende gezondheidsrisico’s een aandachtspunt. Op korte afstand van de locaties zijn echter geen geitenhouderijen of andere intensieve veehouderijen gevestigd die gezondheidsrisico’s kunnen
Pagina 28 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
opleveren voor (toekomstige) bewoners. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.7.3. Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.8. Ladder voor duurzame verstedelijking Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. 5.8.1. (Wettelijk) kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen.
Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als: ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 BVO kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. 5.8.2. Onderzoek In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4).
De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van een omzetting van het gebruik van de bestaande bedrijfswoning buiten de bebouwde kom van Aalten. Er wordt geen extra wooneenheid toegevoegd er is daarom duidelijk geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Pagina 29 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten
5.8.3. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen initiatief niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De voorliggende ontwikkeling voldoet echter wel aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Bkl.
5.9. Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 5.9.1. (Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Als een BOPA betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied (die liggen in grotere stedelijke agglomeraties) plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden.