Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 9 april 2024 Raadzaal
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 9 april 2024 in de Raadzaal Aanvang: 19:30 uur Aanwezig:
Voorzitter: De heer Walter De leden: mevrouw Hoezen, mevrouw Houwers-Den Tuinder (agendapunt 2) mevrouw Deunk (agendapunt 2) mevrouw Ten Bruin, mevrouw Oonk, mevrouw Rensink-Althof (agendapunten 3 en 4), mevrouw Kraaijenbrink (agendapunten 3 en 4), de heren Holtman (agendapunten 3 en 4), Van der Graaff en Rijks (agendapunt 1) Namens het college: Wethouders Wikkerink en Te Lindert Griffier: de heer Fiering
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot kennisneming van de kadernota Laborijn 2025-2028 en het kenbaar maken van een zienswijze aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn Eerste termijn. De heer Rijks heeft met bewondering kennisgenomen van de kadernota. Laborijn zit financieel in zwaar weer. De kadernota maakt gebruik van de aangedragen uitgangspunten. Met de voorgestelde zienswijze kan de fractie instemmen. Er wordt nog wel een voorbehoud gemaakt ten aanzien van toekomstige ontwikkelingen. Het Rijk zal naar zijn mening namelijk ook een bijdrage moeten leveren t.a.v. de toekomstige instroom van mensen bij Laborijn. Hij gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw Oonk zegt dat haar fractie eens is met de voorgestelde zienswijze. De focus van Laborijn ligt bij de kerntaak “iedere inwoner helpen aan betaald werk”. Tijdens de beeldvorming bleek dat het voor Laborijn moeilijk is om voldoende werk te vinden. Er moet naar haar mening meer geïnvesteerd worden in andere typen acquisiteurs. Het werk is er wel maar er moet meer moeite gedaan worden om het werk binnen te halen. Dat kan betekenen dat andere dingen minder gedaan worden. Keuzes maken is belangrijk en zij ziet dat graag terug in de uitgewerkte scenario’s. De fractie blijft enthousiast over simpel switchen. Zij gaat akkoord met het voorstel.
Mevrouw Ten Bruin zegt dat haar fractie instemt met de voorgestelde zienswijze. De fractie ziet dat Laborijn een waardevolle bijdrage levert aan de gemeente Aalten. In de zienswijze wordt de kerntaak benadrukt namelijk om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en ondersteuning hiervoor te bieden. Ook is het de taak om het uitkeringsvolume te beheersen en waar mogelijk terug te dringen. Geen nieuw beleid dat leidt tot hogere kosten. Het gevolg kan zijn dat niet alles kan. Goed om dan mogelijke scenario’s te onderzoeken, zodat de beste keuze voor alle inwoners – en ook voor de belastingbetalende inwoners – gemaakt kan worden. Akkoord met het voorstel. Mevrouw Houwers zegt dat de fractie van CU blij is met de GR Laborijn. Eens met de stelling dat de kerntaak van Laborijn is om iedere inwoners te helpen aan betaald werk en waar nodig te ondersteunen. Ingestemd wordt met de voorgestelde zienswijze. Eén discussiepunt. Het is nog onduidelijke welke invloed het heeft op de inwoners als er minder financiële middelen beschikbaar zijn. De scenario’s zijn nog niet uitgewerkt. Het is nog niet duidelijk waar nu voor gekozen wordt. Hoe kijken de andere fracties hiernaar? De heer Van der Graaff zegt dat zijn fractie kan instemmen met de zienwijze. Zijn fracties vraagt zich wel af hoelang de huidige samenstelling van Laborijn in stand kan houden.
Mogelijk is een fusie op de lange termijn met Fijnder denkbaar. Misschien kan Laborijn ook een rol spelen bij de gezamenlijke inkoop van Wmo en jeugdzorg. Mevrouw Hoezen geeft aan dat haar fractie in kan stemmen met de voorgestelde zienswijze. Haar fractie kan zich vinden in de kerntaak van Laborijn. Laborijn kan een grotere rol spelen bij het sociaal domein. De verschillende scenario’s moeten nog worden uitgewerkt om te bezien hoe een en ander kan worden bekostigd.
Mevrouw Deunk zegt dat haar fractie instemt met het voorstel en de voorgestelde zienswijze. Discussiepunt. Scenario’s zijn nog niet uitgewerkt Reactie college. Wethouder Wikkerink bedankt iedereen met de instemming van het voorstel. De zienswijze had hij liever niet ingediend. Ook Laborijn heeft het financieel moeilijk. Laborijn moet het doen met het budget zoals opgenomen in onze meerjarenbegroting. In de oorspronkelijke kadernota stonden meer wensen en activiteiten. Daarvoor dienen de nog op te stellen scenario’s. Deze zijn al in ontwikkeling. Op basis van de reacties van Aalten en Doetinchem stelt Laborijn de begroting op. Een en ander kan wel gevolgen hebben voor een stukje dienstverlening van Laborijn. De kerntaak van Laborijn blijft overeind. Wel blijkt dat het steeds moeilijker wordt om voor mensen - die onder de doelgroep van Laborijn vallen - voldoende werk en banen te vinden. Een brede ondersteuningswet voor deze groep mensen zal nog enige tijd op zich laten wachten. Dat is ook afhankelijk van het nieuwe kabinet. Wat betreft de acquisitie merkt spreker op dat hij dit aan de orde stelt in het dagelijks bestuur. Tweede termijn. Discussiepunt: Scenario’s zijn nog niet uitgewerkt Mevrouw Houwers zegt dat in de beeldvormende bijeenkomst is gesproken over de gevolgen van het minder beschikbaar stellen van financiële middelen aan Laborijn.
Nu de scenario’s nog niet zijn uitgewerkt wordt afgevraagd waar nu voor gekozen wordt. Hoe staan de andere fracties hierin? De heer Rijks zegt dat deze kadernota wordt uitgewerkt in een begroting. De gemeenteraad kan t.z.t. besluiten deze begroting niet goed te keuren. De mogelijkheden zijn of Laborijn gaat minder diensten verlenen of de gemeenten verhogen het budget. De gemeenten moeten dan elders uit hun eigen begroting het budget halen of de belastingen verhogen. Deze keuzes moeten nu nog niet worden gemaakt. De begroting wordt afgewacht. Nu kan met het voorliggende voorstel worden ingestemd. De heer Van der Graaff zegt dat hij al een toekomstig scenario heeft geschetst. Waar moet Laborijn in de toekomst naar toe. Dat is een andere discussie. Met het huidige voorstel kan worden ingestemd. Mevrouw Hoezen. Geworsteld wordt met de vraag over het uitgangspunt m.b.t. het handhaven van de indexatie van het huidige beschikbare re-integratiebudget. Het koppelen aan het aantal inwoners lijkt logischer te zijn. Voor nu worden de scenario’s afgewacht. Mevrouw Houwers geeft aan dat dit discussiepunt voldoende is besproken. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan en dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 22 april 2024 kan. 3. Raadsmededeling 35-2024 Beantwoording vragen VVD n.a.v.
informatieavond SD over monitoring Nota Sociaal Domein Eerste termijn. Mevrouw Oonk. De VVD-fractie en ook andere fracties hebben regelmatig zorgen geuit over hoe we met de meest kwetsbare plaatsgenoten omgaan. We willen graag een goed beeld krijgen of ons beleid aansluit bij de hulpvraag vanuit onze bevolking. We hebben daarom vragen gesteld over de voortgang van de Uitvoeringsnota Sociaal Domein. In het Uitvoeringsprogramma (pag. 27) staat: Het college verzorgt in 2023 een cijfermatige en inhoudelijke terugkoppeling per thema uit de Nota Sociaal Domein. We hebben dit opgeschreven als raad in het raadsprogramma omdat we als gehele raad graag een goed en doelmatig hulpaanbod willen. Tijdens een informatieavond wordt dit dan aan de raad gepresenteerd. De informatieavond is geweest, maar daar werd geen cijfermatige terugkoppeling gegeven of de uitvoering ook tot de gewenste resultaten heeft geleid. Waarom is het zo moeilijk om een cijfermatige terugkoppeling te geven? Misschien wel omdat er van tevoren geen kpi's worden opgesteld? Waar hebben we dat meer gehoord? Een voorbeeld: We hebben jongerenwerkers aangesteld, maar zonder verplichtende doelstellingen. Wanneer weten we nu of de juiste jongeren bereikt worden? We geven geld aan een beweegmakelaar, aan talentverbinders en ga zo maar door.
Maar wanneer weten we of hun werk nu echt bijdraagt aan het verbeteren van het welzijn van de bevolking. Doen we nu wel of niet het goede voor onze inwoner? Onze fractie heeft twee discussiepunten aan de overige fracties: 1. We hebben in ons raadsprogramma opgenomen dat het college is verzocht om ‘uitvoering te geven aan de nota sociaal domein en te zorgen voor een periodieke, cijfermatige en inhoudelijke
2
terugkoppeling’. Dat hebben we twee jaar na ingang van het programma nog niet ontvangen, ook niet na herhaaldelijk vragen. Wat vinden jullie hiervan? 2. Wat hebben we nog nodig als gemeenteraad om beter inzicht te krijgen in de doelmatigheid en effectiviteit van het sociale beleid zoals verwoord in de Nota Sociaal Domein? En hoe gaan we dit inzicht verkrijgen? De heer Van der Graaff is het eens met de vorige spreker. Doelmatigheid is een belangrijk punt. Tot op heden heeft de raad geen informatie ontvangen. Zijn fractie wil hierin verbetering zien. Mevrouw Hoezen zegt dat haar fractie van oordeel is dat de raad middels de p&c cyclus voldoende wordt geïnformeerd. Er is voldoende gelegenheid om vragen te stellen. Het antwoord is misschien niet altijd hetgeen wat verwacht wordt. Het punt van mevrouw Oonk wordt begrepen, maar afgevraagd wordt wat afdoende is. Mevrouw Ten Bruin deelt de mening van mevrouw Oonk. Er gaat veel geld naar het Sociaal Domein en een duidelijke verantwoording - zoals in het raadsprogramma opgenomen - hoort hierbij. De vorm is niet van belang, wel de inhoud. Mevrouw Kraaijenbrink deelt de mening van mevrouw Oonk over het ontbreken van de cijfermatige terugkoppeling. De raad heeft alleen een inhoudelijke terugkoppeling gekregen.
Er zijn wel cijfers nodig om te kunnen beoordelen of nieuwe initiatieven zoals het aannemen van een beweegmakelaar, initiatieven van het preventie platform jeugd, de werkzaamheden van de talentverbinder etc., succesvol en zinvol genoeg zijn. Hoeveel mensen maken gebruik van de beweegmakelaar t.o.v. het verleden? Welke groei wordt hierin doorgemaakt? Welke initiatieven van het preventie platvorm jeugd lopen goed? In aantallen en waarom. Ook hier geldt: Is er een stijgende lijn te ontdekken? Op deze manier krijgt de raad een compleet beeld van de verschillende initiatieven. Niet hard stijgende aantallen betekent niet dat het niet zinvol is, maar het is wel beter te duiden. In een informatieavond - zoals in januari - kunnen deze cijfers – naast het inhoudelijke gedeelte - worden gepresenteerd. Mevrouw Rensink-Althof deelt de mening van de vorige sprekers. Er is al vaker hierover zorgen uitgesproken. Er gaat veel geld om in het sociaal domein. Preventie is lastig te meten, maar dat wil niet zeggen dat het helemaal niet te meten is. Er zijn best parameters te vinden om dit inzichtelijk te maken. De heer Holtman. Eens met de vorige sprekers. De kern van de afspraak is dat de raad inzichtelijk wil hebben of het gemeentelijk beleid effect heeft en daarvoor heeft de raad informatie nodig. Dat is meer dan hetgeen de raad nu heeft gekregen.
Het dashboard, de p&c cyclus, de brede monitoring en de daarin vermelde teksten geven voor zijn fractie onvoldoende informatie om te beoordelen of de gemeente de juiste dingen doet. Discussiepunten: - Het kan dat de raad twee jaar na dato nog geen cijfermatige en inhoudelijk terugkoppeling heeft gehad? - Wat heeft de gemeenteraad nog nodig als het gaat om beter inzicht te krijgen in de doelmatigheid en de effectiviteit van het sociale beleid zoals verwoord in de nota Sociaal Domein? Hoe gaat de raad dit inzicht verkrijgen? Reactie college. Wethouder Te Lindert zegt dat de mening van het college niet veel verschilt met hetgeen is ingebracht. De informatieavond in januari was een inhoudelijk avond. De processen werden toegelicht. De getalsmatige onderbouwing kon niet worden gegeven. In de vragen van de fractie van de VVD staan een tweetal suggesties. Wellicht zijn er meer suggesties denkbaar. Dit is een mooie aanzet om te bezien hoe de inhoudelijk terugkoppeling verrijkt kan worden met cijfers. Het college kan zich hierin vinden en wil zich inzetten om dit cijfermatig in te richten. Preventie is erg moeilijk in cijfers te vatten. Overigens zeggen aantallen niet altijd veel. Getallen krijgen waarde op het moment dat dit gemonitord kan worden. Wethouder Wikkerink. Geconstateerd kan worden dat er verschillende systemen door gemeenten worden gehanteerd.
“Waar staat je gemeente” is een globaal systeem. Daarnaast zijn er verschillende systemen. De gemeente Montferland heeft een rekenkamerrapport uitgebracht. De uitwerking is een soort dashboard, vergelijkbaar met Aalten. Lochem heeft een discussie gevoerd over hoe de gemeenteraad geïnformeerd wil worden. Spreker stelt voor om met raadsleden van gedachte te wisselen over welke informatie de raad wil beschikken. Het moet wel beperkt blijven tot een aantal grote onderwerpen. De organisatie kan vervolgens het systeem hierop inrichten. Hij wijst erop dat niet alles gemeten kan worden om vervolgens hier een conclusie uit trekken. Het college is bereid om een notitie op te stellen en hierover met raadsleden te brainstormen.
3
Tweede termijn. Discussiepunt: Het niet kan dat twee jaar na dato de raad nog geen cijfermatige en inhoudelijk terugkoppeling heeft gehad? Mevrouw Oonk concludeert dat alle fracties een cijfermatige en inhoudelijke terugkoppeling wenst. Dit is voldoende besproken. Discussiepunt: Wat heeft de gemeenteraad nog nodig als het gaat om beter inzicht te krijgen in de doelmatigheid en de effectiviteit van het sociale beleid zoals verwoord in de nota Sociaal Domein? Hoe gaat de raad dit inzicht verkrijgen? Mevrouw Oonk is content met de toezegging van het college om hierover in gesprek te gaan. Hoe denken de andere fracties hierover? De heer Van der Graaff denkt aan een inspiratieavond met portefeuillehouders en ambtelijke medewerkers en raadsleden c.q. fractiespecialisten om hierover van gedachten te wisselen. Mevrouw Kraaijenbrink en mevrouw Rensink-Althof zeggen dat een dergelijke avond aan de hand van een korte bespreeknotitie van het college kan worden gehouden. Niet bespreken in de commissie Sociaal Domein. De heer Holtman zegt dat het goed is om met elkaar in overleg te gaan. Echter twee jaar geleden is deze afspraak al gemaakt. Waarom moet nu nog bedacht worden waarover de gemeenteraad gerapporteerd wil worden? Belangrijk is dat met het beschikbare geld de juiste dingen worden gedaan. Hij pleit ervoor om dit goed voor te bereiden. Dan kan het gesprek worden gevoerd.
Wacht daar niet te lang mee. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan en dat deze toezegging toegevoegd wordt aan de bestuurlijke termijnagenda. Toezegging: Het college gaat een informatieavond/notitie voorbereiden. Raadsleden worden uitgenodigd om van gedachten te wisselen over welke informatie de raad nodig heeft om inzicht te verkrijgen in de doelmatigheid en effectiviteit van het sociaal domein. Tot slot concludeert de voorzitter dat deze raadsmededeling niet naar de raadsvergadering van 22 april 2024 gaat. 4. Raadsmededeling 21-2024 Vervolgtraject contractering Wmo en Jeugdhulp Sociaal Domein Achterhoek vanaf 1 juli 2025 Eerste termijn. Mevrouw Rensink-Althof. Het werkt niet! Dat is iets wat je kunt concluderen naar het lezen van het I&O rapport over de werkwijze van de nieuwe regionale inkoop. De doelstelling: een regionale inkoop die zorgt voor kwaliteitsverbetering en dat zorg betaalbaar blijft is tot op heden ver weg. We zien een ander beeld. We zijn verschillende dure onderzoeksrapporten verder. Er was veel gedoe en onrust en er zijn niet gehaalde doelstellingen zoals een dekkend zorglandschap per gemeente. Weinig stappen zijn gezet op het gebied van transformatie en innovatie. De samenwerking tussen de gemeenten onderling, en gemeenten en zorgaanbieders was niet echt goed en constructief te noemen.
GemeenteBelangen heeft de afgelopen jaren regelmatig gevraagd naar een lokaal dekkend zorglandschap. Dat zou er zijn. Zorg om de hoek. Maar zorg om de hoek was er niet voor de inwoners van onze gemeente, Winterswijk en Oost Gelre. Jeugdconsulenten kregen jongeren niet geplaatst. Ouders en jongeren hadden langere wacht- en reistijden om de hulp te krijgen die ze nodig hadden volgens het rapport. Tijdens de beeldvormende raad werd opgemerkt dat de aanbieders nu eenmaal niet in deze hoek van de Achterhoek zitten. Wij zitten blijkbaar in de verkeerde hoek. En de wethouder in de krant ‘vooral langs de randen van gemeenten als Berkelland, Winterswijk en Aalten is het niet lonend een behandelruimte of kantoortje te openen’. In de beeldvormende raad werd benadrukt: maar er is niemand buiten de boot gevallen want er zijn individuele overeenkomsten gesloten. Dus er zijn dure pleisters geplakt! Voor GemeenteBelangen is een lokaal dekkend zorglandschap van belang. Gebrek aan mogelijkheden of reikwijdte van de zorgaanbieder zien wij als gebrek aan kwaliteit die geboden zou worden. Wij zijn ervan overtuigd dat er ook in ons gedeelte van de Achterhoek goede en betrouwbare aanbieders te vinden zijn. Lessen zijn geleerd wordt gezegd.
Belangrijk is: welke lessen en wat wordt er mee gedaan? Op onze schriftelijke vragen wat de geleerde lessen zijn en wat de inzet van ons college is bij een nieuw inkooptraject zijn een aantal punten geformuleerd waaronder de geografische indeling. We gaan het
4
allemaal nauwlettend volgen Ook met betrekking tot verbindende afspraken tussen de gemeenten. Uitspraken hierover doen vermoeden dat dit het volgende obstakel kan zijn. Je kunt wel stellen het waren dure lessen! Een nieuwe aanbesteding betekent weer kosten en tijd die geïnvesteerd moet worden zowel van de kant van de zorgaanbieder als van de gemeenten. Een voorwaarde is toch wel: breng de geleerde lessen in de praktijk zodat de visie en ingeslagen weg ook toekomst heeft! De heer Holtman. De nieuwe wijze van inkoop voor Wmo en Jeugdzorg heeft niet geleid tot een optimale uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden, om een belangrijke bijdrage te leveren aan de transformatie van het Achterhoekse zorglandschap. Een pijnlijke constatering. De raad heeft onder meer een controlerende taak. Om deze taak goed te doen, willen wij betrokken zijn en actief geïnformeerd worden. Ook als dingen niet goed lopen. Sterker nog: juist dan. De raadsmededeling van 1 februari 2024 over de Wmo en Jeugdhulp-contracten. Kort gezegd was de essentie: de colleges hebben besloten om de huidige contracten niet te verlengen en een nieuw inkoopproces te starten. Als bijlage ontvingen we het IenO-rapport, dat in opdracht van de gemeenten was uitgevoerd. Geen verdere uitleg of duiding. Als je het rapport leest, dan begrijpt de ChristenUnie dit niet.
Want in het rapport staan bevindingen waar wij ontzettend van zijn geschrokken, namelijk: teveel gedoe over financiën, onvoldoende aandacht voor de transformatie, de bekostiging is feitelijk geen lumpsum, geen dekkend zorglandschap, bestuurlijke gedoe; gebrek aan monitoring van resultaten, geen duidelijke prestatie-indicatoren, gebrekkige sturing op doelen en verder mensen met een complexe zorgvraag hebben mogelijk gemerkt dat zij lang moeten wachten op de juiste plek, dat zij niet altijd de juiste zorg kregen omdat er maar één indicatie per cliënt mogelijk is en is zorg afgeschaald omdat de zorgaanbieder anders financieel niet uitkwam. In de periode voorafgaand aan het rapport hebben we geen indicatie ontvangen dat de nieuwe inkoopmethode zó verliep. Als voorbeeld wordt genoemd de behandeling van de begroting afgelopen oktober. Hier hebben we uitgebreid stilgestaan bij dit onderwerp. De CU staat achter de transformatiedoelstellingen, maar is altijd kritisch geweest over de haalbaarheid hiervan, mede in het licht van het maakbaarheidsgehalte van de samenleving. Op dat moment werd er echter met geen woord gerept over kwesties die speelden. Volgens het college was de tanker aan het keren en zou het een leerproces zijn. Het college had toen moeten zeggen: het niet gaat zoals we willen en had aan de rem moeten trekken.
De raad is door onze burgers gekozen om het dagelijks bestuur van de gemeente te controleren. Daarvan lijkt het college totaal niet doordrongen te zijn, nog steeds niet. Dit blijkt ook uit de antwoorden op de vraag waarom de raad niet actief is geïnformeerd. Het antwoord luidt: “Wij betreuren het dat dit zo wordt ervaren”. De wethouder benadrukt in zijn partijblad dat – en ik citeer – "de discussie steeds draait om de rol van de regio, de raad en het college, en of de raad wel tijdig en volledig geïnformeerd is." Daarna volgt een opsomming van genomen stappen, afgesloten met de constatering: "het lijkt niet genoeg te zijn." En daarover kunnen we het eens zijn: het is inderdaad niet genoeg. Ja, we zijn geïnformeerd over de plekprijzen-discussie, maar essentiële zaken, zoals dat de transformatie weinig tot geen resultaat heeft geboekt, zijn nooit genoemd. Hoe is dat mogelijk? Daar ligt voor ons het probleem. De gemeenteraad is in de volle breedte onvoldoende inhoudelijk geïnformeerd, zit niet aan het stuur en we krijgen geen grip op deze materie. Ook de wijze waarop de samenwerking in de Achterhoek nu echt verloopt, is en blijft erg mistig. Tegelijk zijn we daarvoor wel verantwoordelijk. Worden wij erop aangesproken door mensen en partijen die zich zorgen maken en ik kan er geen antwoord op geven. En dat vindt de ChristenUnie onacceptabel.
Bij de discussiepunten zal ik dieper ingaan op een aantal specifieke punten en de aangekondigde moties. Mevrouw Kraaijenbrink. De gehele CDA fractie is erg geschrokken na het lezen van het I&O rapport, de raadsmededelingen en het artikel in de krant en zijn teleurgesteld dat het aanbestedingstraject vroeger dan gepland stopgezet is en we voor een groot deel opnieuw moeten beginnen. We willen echter ook benadrukken dat we het adequaat vinden dat er vroegtijdig deze keuze gemaakt is. De contracten kunnen door blijven lopen zoals afgesproken (eind 2025) (waardoor er in ieder geval gegarandeerde zorg geleverd kan blijven worden) en de zorgverleners zijn vroeg op de hoogte gesteld van de situatie. Er had immers ook gekozen kunnen worden voor het laten ‘doorsudderend’ van de huidige situatie en de contracten niet te verlengen na het aflopen van de eerste contractperiode. We begrijpen dat, met de kennis van nu, dit de enige en juiste manier is geweest. Voor ons kwamen de resultaten van het I&O rapport als een verrassing. In de afgelopen tijd hadden wij niet begrepen dat de situatie zo nijpend was zoals in het rapport is weergegeven. We zijn na uitkomst van dit rapport hierover geïnformeerd, maar hadden in de afgelopen periode meer in dit proces meegenomen willen worden. Kortom, we zijn niet blij met deze situatie.
De weg richting de aanbesteding was al onrustig voor zorgaanbieders, zorgafnemers en andere partijen. Dit komt die onrust duidelijk niet ten goede. We maken ons grote zorgen over het
5
vervolg van dit traject. De onrust, alleen al binnen het SDA tussen de verschillende gemeenten: veel individuele wensen en eisen die er mede voor gezorgd hebben dat we staan waar we nu staan. Hoe zorgen we, hoe zorgen jullie ervoor dat, áls er als SDA verder gegaan wordt in dit traject, er wordt gesproken met 1 stem. Is dat überhaupt nog haalbaar? Of moet er gezocht worden naar een andere manier van samenwerken? En als dit al het plan lijkt te worden hoe gaan jullie ervoor zorgen dat we niet over 2 jaar weer voor dezelfde situatie staan? Als gemeenteraad willen we niet meer voor zulke verrassingen komen te staan, dus over de informatievoorziening richting de raden moeten duidelijke afspraken gemaakt worden. Ook verwachten we dat er nu lering wordt getrokken uit de bevindingen maar zeker ook dat we wel zorgen voor een dekkend zorglandschap. We ontvangen graag een voorstel van het college hierover. Mevrouw Oonk. Het inkooptraject van Jeugdhulp en WMO was een zware bevalling. Samenwerking op zo'n complex terrein zorgde voor veel onrust onder de zorgverleners en hun afnemers. Van 400 naar 60 aanbieders zou ervoor zorgen dat er meer inzicht kwam in de kwaliteit van de geleverde zorg. Ook gingen we stoppen met het openhousemodel van p x q. Het enthousiasme was groot. Nu zouden wij kwalitatief goede zorg voor een betaalbare prijs krijgen. Maar wat hebben we het moeilijk gemaakt.
Plekprijzen bedenken voor combinaties van heel veel verschillende behandelingen. Risico leggen bij aanbieders en dan verbaasd zijn dat de risico's ook betaald moeten worden. Jaarlijkse herijking!. Het gevolg was dat de gesprekken alleen maar over geld gingen en niet over de kwaliteit van de zorg. Het uitgaan van vertrouwen werd al snel omzet in extra controle en dus extra administratie. Allemaal verspilde tijd die niet aan zorg besteed wordt maar achter de computer. Wij zijn als Raad zeker regelmatig bijgepraat en op de hoogte gehouden, maar vaak ook wel even heel snel in een half uurtje voor de raadsvergadering. Desondanks was het beeld dat wij hadden niet zo dramatisch als uit het rapport naar voren komt. Schokkend vonden wij dat er nog niet eens kpi's waren vastgesteld. Hoe wil je dan beoordelen of de kwaliteit van zorg in orde is. Ook de governance was onduidelijk. Als je dan wat afspreekt, dan moet je dat ook gaan uitvoeren, maar nu deed iedereen toch behoorlijk z'n eigen ding of werden het waterige compromissen. Voorlopig oordeel: veel te ambitieus, veel te ingewikkelde manier met plekprijzen e.d., veel te weinig geluisterd naar de mensen in het veld die dit moesten uitvoeren. Maar goed dat de contracten nu opgezegd zijn en dat we naar een betere aanbesteding gaan. De vraag is alleen hoe die nieuwe vorm er uit moet zien. Daarover hebben we het straks.
Wij willen als VVD-fractie graag een motie aankondigen met daarin het verzoek aan de Rekenkamer om het inkoopproces eens goed onder de loep te nemen, zodat we hiervan kunnen leren bij vervolgaanbestedingen. Wij hopen dat de hele raad deze motie zal steunen. De heer Van der Graaff. Kennis van inhoud op het Sociaal Domein blijkt toch echt wat anders te zijn dan contract- management en deugdelijke governance. Die conclusie moeten we toch wel trekken. Wij begrijpen dat dit nu opnieuw zal moeten, maar wat is het zonde van alle energie. Dit loopt niet zozeer mis op de inhoud maar op governance, informatie en indexatie. Met als gevolg dat partijen zich te goedkoop hebben kunnen laten inschrijven. Mogelijk hebben we daardoor goede partijen gemist. Bv. ook in de Achterhoek. Wat ons betreft gaat dit op 3 punten mis. A. Er is geen indexatiemechanisme waardoor partijen te goedkoop in konden schrijven. B. Er zijn geen heldere kpi’s voor gemeenten en aanbieders en monitoring. C. Geen governance. Dat had bv. een AB of een DB kunnen zijn. Er is alleen informeel onderhandeld. Wat de fractie van D66 betreft zou een GR een uitkomst kunnen bieden. Het is niet alleen kommer en kwel. Wij geloven dat de intentie goed was. De visie evenzeer, maar jet financieel fundament is gewoon niet solide gebleken. De kpi’s, monitoring zijn niet op orde en de governance deugt niet.
De wethouder deed in de krant alsof we blij mogen zijn dat we spekkoper waren. Dat we zo goedkoop op de eerste rij zaten, maar gaat voorbij aan de puinhoop achter de voordeur. Wij wilden voorspelbaarheid en dat is dus dramatisch mislukt. Een nieuwe aanbesteding helpt deze transformatie niet, al steunen wij die keuze natuurlijk wel. Het kost wel opnieuw veel geld, maar het zal wel moeten. We willen als raad meer aan het stuur zitten, openheid en transparantie betrachten en ook geen rookgordijnen meer. Laten we straks de toekomst bediscussiëren. Mevrouw Ten Bruin. Als je probeert je dit in een korte tijd eigen te maken dan kom je van een koude kermis thuis. Het is samenvattend; een complex zooitje geworden. Een dekkend zorglandschap was ons beloofd. Echter dit is nu niet het geval. Er is geen duidelijk antwoord gekomen waarom dit niet is gelukt. De transformatie naar minder aanbieders heeft niet het gewenste resultaat gehad. Het was bedoeld als kostenbesparing, echter het heeft veel meer geld gekost. De lumpsum bleek niet goed uit de verf te komen. Daarbij vonden wij het ook vreemd dat de wethouder een groots interview in de krant geeft en eigenlijk voor de troepen uitloopt en mensen verzoekt wat minder snel hulp te zoeken. Het SDA is nog niet robuust genoeg. Wij denken dat er een goed plan moet komen waardoor samenwerking en contact op regionaal niveau kan plaatsvinden.
De gemeente dient goede contracten te houden met de zorgaanbieders en ook openstaan voor ideeën van zorgaanbieders en zorgafnemers, over hoe het anders kan en beter kan. De fractie van BBB-HMV maakt zich heel veel zorgen en willen ook heel graag
6
geïnformeerd worden. Het voorstel van de VVD-fractie om een onafhankelijke partij in te schakelen, om te onderzoeken wat er mogelijk is en wat de cijfers nu eigenlijk zijn, vinden wij een heel goed idee. Bij deze onze steun. Mevrouw Hoezen. Op de agenda staat Raadsmededeling 21-2024 Vervolgtraject contractering Wmo en Jeugdhulp Sociaal Domein Achterhoek vanaf 1 juli 2025 De kern van deze mededeling is het besluit van de colleges om de huidige contracten niet te verlengen met een volgende periode en om een nieuw inkoopproces te starten. Hierover wordt door de agendering voor deze vergadering een oordeel gevraagd van de raad. Het oordeel van de PP is dat de colleges gezien de diverse adviezen en rapportages niet anders hebben kunnen besluiten dan om niet op deze weg door te gaan. Feit is dat beoogde doelen niet bereikt kunnen met de huidige contracten. Een nieuw inkoopproces is onvermijdelijk. Natuurlijk vinden wij dit teleurstellend. Wij zien het belang van de transformatie en hadden net als iedereen gewild dat we de gestelde doelen, zoals een dekkend landschap, bereikt zou hebben. Vergeten moet echter niet worden dat niet voor niets relatief kortdurende contracten zijn afgesloten tussen de gemeenten en zorgaanbieders met de mogelijkheid tot verlenging. Dit geeft blijk van besef dat men bezig was met geheel iets nieuws en een soort van ‘proefperiode’ wenselijk zou zijn.
Het enige dat de colleges nu doen, in samenspraak met de zorgaanbieders die ook niet geheel tevreden waren over de uitvoering van de contractuele afspraken, is gebruik maken van de vooraf al opgenomen mogelijkheid om de gesloten contracten niet te verlengen. Valt de colleges iets te verwijten? Tja, in ieder geval kunnen we stellen dat ze geen helderziende zijn en een onjuiste inschatting hebben gemaakt van de uitwerking van de met de zorgaanbieders gemaakte afspraken. Daar staat echter tegenover, dat al relatief snel, na circa een jaar, al advies is ingewonnen bij onder andere Uenk en Robbe. Bovendien zijn de colleges bij het besluit om de contracten niet te verlengen niet over één nacht ijs gegaan. Er liggen maar liefst vijf rapporten ten grondslag aan het besluit van de colleges. Hoe nu verder? Volgens ons kan de raad daarover nu nog geen oordeel geven. De colleges zijn onderling nog volop in gesprek over deze vraag. Ook zal natuurlijk gesproken moeten worden met de zorgaanbieders. Het is onwenselijk dat de raad zich nu in dit proces gaat mengen. Onze fractie acht zichzelf op dit moment niet in staat om een oordeel te geven over bijvoorbeeld de governancestructuur waarmee het vervolg zal moeten worden ingezet. Ook hebben wij geen direct contact met zorgaanbieders en weten niet hoe zij naar het vervolg kijken.
Wat de raad wel kan doen is bij zichzelf nagaan of de visie en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de gewenste transformatie nog aan de eisen van de tijd voldoen. Om hier alvast een voorschot op de te geven: volgens ons is de visie nog steeds juist. Wat dan wel? Het is belangrijk dat de raad het proces, nog meer dan voorheen, volgt. De raad werd eind vorig jaar overvallen door de mededeling van het college om te stoppen en het proces opnieuw te doen. De inhoud van de onderliggende rapporten brachten een kleine schokgolf te weeg. Het college, die natuurlijk al enkele maanden hiermee bezig waren, hebben de impact hiervan wellicht onderschat. Het is belangrijk dat de raad in het vervolg nog meer wordt meegenomen in het proces. Wij overwegen om met een motie te komen met daarin een duidelijke opdracht en verzoek aan het college over de wijze waarop de raad geïnformeerd wenst te worden zodat we het proces nauwlettend kunnen monitoren. Discussiepunt: hoe wil de raad geïnformeerd worden en blijven over het vervolgtraject en het nieuwe inkoopproces? Mevrouw Rensink: U had het over een proefperiode. Ik heb volledig gemist welke proefperiode er was in de contractvorm. Mevrouw Hoezen: Dit is mijn interpretatie van de relatief korte duur; namelijk 3 jaar. Er is dus gekozen voor een periode van een aantal jaren met de mogelijkheid tot verlening.
Dit wordt door mij geïnterpreteerd als zijnde: “we moeten kijken hoe het gaat en we gaan niet direct voor 5 of 10 jaar een contract aan”. Discussiepunten: - Realisatie van de transformatie en de taakgerichte bekostiging (lumpsum) - Goede zorg dichtbij / dekkend zorglandschap - Visie en kaderstelling - Regionale samenwerking (toekomst en hoe daarop te sturen) - Hoe wil de raad geïnformeerd worden en blijven over het vervolgtraject en het nieuwe inkoopproces. Reactie college. Wethouder Wikkerink gaat in op de regionale afspraken en wat daar nu nog over afgesproken is. De heer Te Lindert gaat dan in op de communicatie hier in het gemeentehuis en met de raad en over hoe we dit in de toekomst beter zouden kunnen doen.
7
Wat hier voorligt is de raadsmededeling dat de colleges in de Achterhoek besloten hebben om, op grond van 4 rapporten, te stoppen met deze vorm van contractering. Dus de eerstvolgende periode waarop die contracten verlengd zouden kunnen worden, niet te verlengen. Dit betekent dat er een nieuwe manier van inkoop moet komen. Daarin moeten we leren van de gemaakte fouten. Het college en alle andere colleges in de Achterhoek zijn teleurgesteld over wat het experiment ons heeft gebracht. Het heeft ook een aantal goede dingen gebracht. Dat staat ook in het rapport van I&O. Maar het heeft ook een aantal ontegenzeggelijke nadelen opgeleverd die ook nog eens een keer veel geld hebben gekost. Deze gang van zaken wordt ernstig betreurt. Maar wij hebben dit op een behoorlijk snelle en tijdige manier geconstateerd. We zien nu al dat we een andere manier van inkoop moeten doen. Het ligt niet alleen maar aan die mislukkingen of nadelen, maar het heeft ook met een aantal wettelijke systemen te maken. Want we hadden ook kunnen kiezen - dat hadden we liever gedaan - om de bestaande contracten aan te passen zodat de nadelen weggenomen zouden kunnen worden. Dat was aanbestedingstechnisch niet mogelijk. Een dergelijke aanpassing moet middels een nieuwe aanbestedingsronde. In die situatie zitten we nu. De ‘proefperiode’, waar op geduid werd, had daarmee te maken.
Het heeft ook in de stukken en de raadsmededeling gestaan. Je zou 2 proefperiodes kunnen onderscheiden. Toen op 1 juli 2022 de contracten ingingen moest iedereen aan elkaar wennen. Dat hebben we geprobeerd door een overgangsperiode tot 1 januari 2023 in te stellen. De bestaande aanbieders konden de trajecten afmaken. Dus we konden in die periode niet volledig met een nieuwe aanbesteding en nieuwe inkoop werken. Toen zijn we in maart/april volgens de voorschriften ook begonnen met de gesprekken over de herijking. Deze zou per 1-7-2023 in moeten gaan. Toen kwamen we tot de conclusie, dat er sprake was van zeer hoge verhogingen van de plekprijzen. Dat is ook het moment geweest dat wij u daarover geïnformeerd hebben. Vervolgens zijn verificatiegesprekken gevoerd bij een aantal aanbieders. Deze gesprekken hebben niet geleid tot overeenstemming over plekprijzen die aangeboden werden door de aanbieders. Toen hebben de wethouders op 30 juni 2023 geconstateerd dat gemeenten werden geconfronteerd met sterk verhoogde plekprijzen die door onze ambtenaren wel zijn geverifieerd. Die kloppen. Maar de wethouders hebben besloten om de herijking niet te doen. Daarover hebben wij u ook geïnformeerd. De heer Van der Graaff: Wij krijgen hier een herhaling van zetten, van dingen die wij allang weten. We raken het spoor een beetje bijster.
Misschien kunt u ter zake komen? Wethouder Wikkerink: Ik wil hier het proces schetsen omdat hier van verschillende kanten gezegd wordt dat wij u niet geïnformeerd hebben. Geprobeerd wordt aan te geven dat wij ook geschrokken zijn van de situatie. Ook dat wij u daar tijdig in meegenomen hebben en wat wij gedaan hebben om te komen tot het besluit van 30 januari 2024 om niet door te gaan met deze wijze van contractering. Dat heeft een hele voorgeschiedenis die begonnen is in april 2022 toen we bezig waren met die herijking van die prijzen. Op 30 juni hebben wethouders aangegeven, gedekt door collegebesluiten, dat de verhoogde plekprijzen niet worden betaald. Eerst wordt onderzocht of die plekprijzen wel reëel zijn en of binnen de bestaande contracten veranderingen kunnen worden aangebracht, zodat de plekprijzen en de andere onderdelen gemitigeerd zouden kunnen worden. Vervolgens is afgevraagd of met de huidige vorm van contractering doorgegaan kan worden. Dat heeft geleid ertoe geleid dat op 30 januari het besluit is hebben genomen om de contracten niet te verlengen. De heer Van der Graaff. U schets dat u vroegtijdig afvroeg of dit wel toekomstbestendig is en of deze lijn voortgezet kan worden. In de tussentijd heeft u hier een heel ander verhaal verkondigd.
Waarom heeft u ons daar niet actief in meegenomen? U heeft ons voorgeschoteld dat het tijd kostte, dat we op de goede weg zaten. Waarom heeft u dat niet in alle openheid met ons gedeeld? Wethouder Wikkerink: Dat is een verschil van interpretatie. Ik geef aan dat wij dit wel gedeeld hebben. Dat staat in de toegestuurde overzichtslijsten t.a.v. raadsmededelingen, informatiebijeenkomsten e.d. Wij hebben u gewaarschuwd en vertelt wat er aan de hand is. Naar ons idee hebben wij de hele kwestie in alle omvang en openheid met u gedeeld. We komen er straks op hoe wij dit dan in uw ogen beter zouden moeten doen. Op basis van een aantal rapporten hebben wij gesproken en besloten om niet door te gaan met die contractering. De heer Holtman: Kunt u bevestigen dat u aangeeft dat wij vorig jaar zijn bijgepraat over de stand van zaken van de transformatie die niet liep zoals we dat wilden, dat er geen sprake is van een dekkend zorglandschap en dat toen maatregelen zijn genomen en al die dingen die in het I&O rapport staan? Dat is in oktober opgehaald en de conclusies zijn in november opgeschreven. Dat de raad in de periode september, oktober, november actief is bijgepraat over de onderliggende problematiek, niet zijnde alleen de plekprijzen. Is dat wat u zegt? Wethouder Wikkerink: Wij zijn begonnen met het onrustgevoel.
We hebben een aantal rapporten/onderzoek opgevraagd die over de plekprijzen en de oorzaak van de sterke stijging gingen. Afgevraagd wordt of het college toen al alle informatie precies op een rijtje had en dat het dekkend zorglandschap niet ging zoals de gemeenten wilden. Dat was wel onderdeel van de onderzoeken, maar
8
dat hadden we nog niet helemaal scherp. Dat werd duidelijk in het I&O rapport en de andere rapporten. Toen hebben we u ook geïnformeerd. Mevrouw Rensink: U zegt: “toen kregen we pas scherp van het dekkend zorglandschap”. Wij hebben u ook horen zeggen: “niemand is buiten de boot gevallen er zijn individuele overeenkomsten gesloten”. Wij kunnen ons niet voorstellen dat dat vanaf toen pas gebeurd is. Is dat wat u zegt? Wethouder Wikkerink: We wisten dat er soms individuele overeenkomsten afgesloten werden en niet gebruik werd gemaakt van gecontracteerde partijen. Dat wisten we. Wij dachten dat dit een soort van aanloop was. Wij hebben niet op dat moment gezegd dat dit te maken had met een nog niet dekkend zorglandschap. Aanbieders moesten ook de gelegenheid krijgen om hun bedrijfsvoering zo in te richten zodat zij tot een dekkend zorglandschap zouden kunnen komen. Daar hadden ze de tijd voor in die overgangsperiode. Niet is afgesproken wat een dekkend zorglandschap is. Dat is een misser geweest. Dat is één van die dingen die we wel gaan afspreken. In de loop van de tijd werd dat duidelijk. Ik heb geprobeerd aan te geven hoe de beslissing van 30 januari tot stand gekomen is. Ik hoor dat u het eens bent met die beslissing om niet door te gaan met deze vorm van contractering. Als we het daarover eens zijn dan kunnen we kijken, hoe nu verder.
De colleges hebben besloten niet verder te gaan met te contracteren op deze manier, maar eerst met elkaar een discussie te voeren over begrippen. Wat is een dekkend zorglandschap, wat is een traject, wat zijn kpi’s? Die eerste bijeenkomst vindt plaats op 22 april, de tweede op 15 mei. Met de wethouders en ambtenaren. Er komt een discussie over de manier van inkopen. Dan komen we op de spelregels. Vastgesteld moet worden op welke wijze de inkoop wordt gedaan. De huidige manier is dat er een voorstel komt van het SDA of CLM. De PoHo’s gaan ermee akkoord en het voorstel gaat vervolgens naar alle colleges en nemen daarover een besluit. Een zeer omslachtig systeem. Wethouders hebben aangegeven dit systeem te willen wijzigen. Dit geldt voor de inkoop als voor de totale organisatie van het Sociaal Domein Achterhoek. We weten op dit moment nog niet of de inkoop zo snel moet dat we aparte afspraken over de manier en constructie van inkoop moeten maken. Bv. is het een GR of is het een centrumachtige constructie. Datzelfde weten we ook nog niet voor de totale samenwerking. Daar moeten we over na gaan denken en daar moeten we ons over laten adviseren. Dat zouden twee processen naast elkaar kunnen zijn. Als wij op 1 januari 2026 klaar willen zijn dan moeten we wellicht een iets ander systeem gaan volgen in de samenwerking dan het uiteindelijke systeem. Dat ligt op dit moment voor.
De raad wordt op de hoogte gehouden hoe die discussies lopen. Het is nogal van belang waar we op uitkomen en op welke manier we gaan inkopen. Op dit moment kunnen we daar nog niet veel over zeggen, behalve dat het proces gepland is en wanneer het proces afgelopen is. Wethouder Te Lindert: Het college denkt met u mee als raad. We zien en horen de vragen die voorbijkomen en de vragende blikken. Het is terecht om te constateren dan u op afstand staat, dat wellicht ook zo voelt en ongemakkelijk voelt. Dat is één van de geleerde lessen. In de toegestuurde raadsmededelingen staan de geleerde lessen ook in. Wij willen dat u als gemeenteraad aangehaakt bent en blijft. Die les willen wij van harte meenemen, ook richting de toekomst als we het traject van aanbesteden opnieuw gaan uitrollen. Wij zoeken naar een manier om u aangehaakt te houden. Het zou flauw zijn om nu te wijzen naar een lijstje van raadsmededelingen, dat u toen, toen en toen bent geïnformeerd. Daar ga ik niet naar verwijzen. In de komende periode gaan we dit anders en beter doen. Natuurlijk blijven wij raadsmededelingen sturen, maar wellicht is het handig - n.a.v. een raadsmededeling - ook bij te praten. Wellicht heeft het college de impact onderschat van de stappen die we zetten en de impact richting de raad. Dit nemen wij zeker ter harte.
De fractie van de CU is voornemens een motie in te dienen over periodiek bijpraten. U noemde de termijn, 2 keer per jaar. Van harte kunnen wij dit toezeggen. Wij kunnen ons voorstellen dit zelfs vaker dan 2 keer per jaar wordt gedaan. In de zoektocht naar het nieuwe governancemodel is ook vanuit de 8 gemeentes aangegeven dat de raden aangehaakt moeten blijven. We zoeken naar een plek voor de raad in deze afspraken. We betreuren de situatie waarin we verzeilt zijn geraakt. Niet de 7 jaar uitzingen en naar 3 jaar moeten stoppen, maar ook de situatie waarin we als Aaltense raad en college zitten met de constatering dat u onvoldoende aangehaakt bent. Daarin willen wij zeker stappen zetten en dingen anders doen. Wethouder Wikkerink: Er is nu in de regio een proces aan de gang dat er een soort communicatieplan gemaakt wordt voor alle stakeholders voor de nieuwe aanbesteding. Toegezegd wordt dat ook naar de raad wordt gestuurd. Stakeholders zijn namelijk ook de raden. Als dit plan gereed is kunnen we dit bij u neerleggen en vragen of dit nu ook is wat u wilt. Het zal dan wel regionaal uitgewerkt worden, maar daar kunnen we lokaal een aanvulling op maken. Dat zou het eerste moment kunnen zijn waarover we hier over de verdere communicatie zouden kunnen praten.
9
Tweede termijn. Discussiepunt: Realisatie van de transformatie en de taakgerichte bekostiging (lumpsum) De heer Holtman: Het I&O rapport spreekt erover dat in de inhoudelijke transformatie geen gemeenschappelijk beeld bestaat wat met preventie en samenwerking met het voorliggende veld wordt bedoeld. Doordat de discussie de afgelopen periode over financiën is gegaan is er nauwelijks aandacht besteed aan die inhoud. Verder staat er; “dat een deel van de partijen die van nature meer met het voorliggend veld deed, vooral de kleine lokale partij, nu niet meer gecontracteerd is en het voor grote aanbieders, die niet lokaal werken, het tijdsintensief is om die verbinding te leggen”. In de aanbesteding blijken hiervoor wel veel plannen voor ingediend te zijn maar daar is nog niet op gestuurd. Het inkooptraject lijkt dus contraproductief geweest te zijn. Dan naar de prikkel om de transformatie vorm te geven de z.g. lumpsum en de bandbreedtes. We hadden eerder p x q; daar wilden we vanaf. We gingen naar lumpsum. Uit het rapport en beeldvorming kwam naar voren dat er waterige compromissen zijn gesloten. Nu blijkt dus dat deze compromissen niet tijdig zijn afgesloten, maar voortvloeien uit het werken met die bandbreedtes. Waarbij dus aanbieders zelf hun prijzen moesten bepalen.
Tegelijkertijd zien wij uit de beantwoording dat het college wel degelijk vindt dat er positieven behaald zijn uit deze werkwijze. Dat zou dan ook gestaafd worden met cijfers uit het dashboard, nl. lichte daling aantal cliënten ambulante jeugdhulp en ondersteuning. Later in diezelfde antwoorden staat: “we delen de mening dat de transformatie binnen de huidige systematiek met de aanbieders onvoldoende heeft kunnen slagen. We bereiken onvoldoende met wat we beogen met de huidige werkwijze. Er is geen sprake van een dekkend zorglandschap, sommige segmenten zijn te generiek en de bekostiging is te complex”. Wij zijn de draad kwijt. Gehaald, niet gehaald, deels gehaald. Wij vrezen dat we iets hebben opgetuigd waarover geen gedeeld beeld bestaat, dat niet heeft gewerkt omdat de focus grotendeels lag op de financiën. Kunnen we dat oordeel met elkaar hier vellen? De heer Van der Graaff: Wij kunnen die zienswijze wel steunen. In dat verband moeten we ook kijken naar het bredere verhaal. Het heeft hier gefaald aan contractmanagement en een gedegen governance. Puur met focus op financiën kom je er niet alleen. Mevrouw Hoezen: Er heeft een grote nadruk gelegen op het financiële gedeelte. Als raad moeten we dan ook de hand in eigen boezem steken omdat wij als raad ook niet unaniem zijn over wat we belangrijk vinden.
Er zijn fracties die zeggen dat ze willen dat er gekeken wordt naar de kwaliteit van de zorg en andere partijen gaan voor kostenbesparing. Daar zijn verschillen van inzichten over. Mevrouw Rensink: In uw eerdere bijdrage werd gezegd dat er geen helderziendheid is bij de colleges. Wij willen u er wel op wijzen dat de voorbereidingen vanuit de visie 2017 zijn gestart. Dus er was heel veel mogelijkheid om informatie te krijgen en om te kijken hoe het uit zou pakken. U stelt, de ene raad wil dit en de andere raad wil dat. Gesteld is dat lumpsum juist zou helpen om de transformatie en innovatie gewoon vorm te geven. Dat komt gewoon vanuit de visie. Dat daaruit vervolgens de verschillende gemeentes weer iets anders hebben bedacht, is niet vanuit de raden gekomen. De heer Holtman: De CU is een partij die goede zorg wil hebben. Toen we zagen dat die zorgkosten jarengeleden uit de klauwen liepen, is aangegeven dat lumpsum de heilige graal is. Met een aantal onderliggende principes gaan we dat zorglandschap transformeren. We hebben keer op keer de stand van zaken gevraagd. Aangegeven is dat het de goede kant op gaat. En dan komt het I&O rapport. Als ons dit een half jaar geleden of een jaar geleden was gezegd hadden we dit gesprek nu ook gehad en hadden we de stekker eruit kunnen trekken.
Maar die focus lag alleen op financiën, terwijl we met allerlei zorg en componenten bezig wilden zijn. Ik vind uw gebaar mooi dat we naar ons zelf moeten kijken en vinden dat ook goed, maar de gemeenteraad van Aalten heeft op heel veel momenten gevraagd hoe het gaat en dat daar toch eerder geruststellende woorden dan alarmerende woorden zijn gebezigd. Mevrouw Hoezen: Ik begrijp dat u zegt dat er te veel gekeken is naar de financiën waardoor andere belangrijke zaken onderbelicht zijn gebleven. Wat is nu uw punt als het gaat om die lumpsum bekostiging. Staat u hier nu wel of niet achter? De heer Holtman: Wij hebben ons laten vertellen, dat met de kennis van nu, lumpsum niet per definitie tot een hele andere kostenstijging heeft geleid. Het gaat er ook niet zozeer om wat wij van de lumpsum bekostiging vinden, maar wij willen dat we met elkaar kunnen vaststellen dat we onder bepaalde voorwendselen iets zijn begonnen dat contrair is. Wij vinden het belangrijk om hier met elkaar over te hebben. Omdat je dan van daar uit naar de toekomst kunt gaan kijken. Maar nu gaat het alle kanten op. Mevrouw Oonk: In het ene deel van het rapport staat dat de transformatie en samenwerking gelukt is en in het andere deel niet. In het dashboard zien we inderdaad dalende aantallen en dan lijkt dat medicalisering gelukt zou zijn. Welzijn op recept lijkt vorm te krijgen. Preventie lijkt iets te doen.
Maar dat heeft niets te maken met de inkoop van de zorg. Dat zit allemaal in het voortraject. Als je eenmaal in de zorg zit, dan zou je moeten samenwerken. Van 400 naar 60 aanbieders zou ervoor moeten zorgen dat er innovatieve ideeën en kruisbestuivingen ontstaan e.d. Daar is nog heel weinig van terecht gekomen. Daar ziet het college ook. Wat betreft de financiële prikkel, de lumpsum, daar hadden we de kosten een
10
beetje in bedwang kunnen houden. Daar stel je iets vast met elkaar. Dit is het traject, dit moet je leveren. Het loslaten van de lumpsum was volgens de VVD- fractie niet het beste idee maar P x Q was ook niet het beste idee. Wat het dan wel moet worden weten wij ook niet precies. Wij hebben al een aantal keren gevraagd hoe je die prikkel eruit kan halen. Het college heeft hier ook nog geen antwoord op. Mevrouw Rensink: Wij hebben die lumpsum niet bedacht. De doelstelling van die regionale inkoop was een kwaliteitsverbetering en een kostenverbetering. En dat dan door de uitvoerende college’s lumpsum erbij bedacht is of door wie dan ook, dat is niet aan ons te wijten. Dat het niet goed is gegaan dat is wel duidelijk. Discussiepunt: Goede zorg dichtbij – een dekkend zorglandschap Mevrouw Kraaijenbrink: Een dekkend zorglandschap vinden we allemaal belangrijk. Het zorglandschap is nu dekkend geweest door allerlei andere individuele overeenkomsten. Wij zijn van mening dat we ervoor moeten zorgen dat we bij de nieuwe manier een dekkend zorglandschap hebben zonder allemaal individuele overeenkomsten. Mevrouw Rensink: Eén van de criteria was een dekkend zorglandschap met lokale binding. Je kunt van alles bedenken hoe dit te interpreteren. Maar als we dan bij de terugblik horen dat het niet lonend is, dan komt er ineens een hele andere component tevoorschijn.
Als je aan de andere kant ziet dat er individuele overeenkomsten gesloten worden, dan denken wij, waar zijn wij mee bezig? Hier hebben wij heel veel moeite mee. We hebben zo vaak gevraagd naar een dekkend zorglandschap. Dit zou gewaarborgd zijn. In de beeldvormende bijeenkomst werd gezegd dat die aanbieders niet in dit deel van de Achterhoek zaten. Dit vinden wij echt niet kunnen. Mevrouw Oonk: Wij kregen ook het idee dat bij de aanbesteding de zorgaanbieders de plekprijzen moesten bepalen. Zij ging alles inzetten wat ze konden inzetten. Op het moment dat er dan bepaalde zorg geleverd moest worden, dan werd gezegd dat ze hier geen zin in hadden of dat ze het niet konden. Hier werd te weinig op gereageerd door het college of SDA. Dus dat dekkend zorglandschap bestond op papier waarschijnlijk wel, maar in werkelijkheid niet. Hebben de andere partijen ook dat gevoel? De heer Holtman: Ja, dat gevoel heeft de fractie van de CU ook. Dit staat ook met zoveel woorden in het I&O rapport. Wij sluiten ons aan bij de woorden van GemeenteBelangen als het gaat om wat hier nu gaande is. Dit is ook onacceptabel. In de aanloop naar de aanbesteding zijn we door partijen benaderd. Toen is ons op het hart gedrukt dat er niet met de partijen mag worden gepraat want er loopt een aanbesteding. Toen is gezegd dat er locaties hier in de buurt werden gesloten waar mensen naar toegingen.
En dan hoor je nu dat er sprake is van een niet-dekkend zorglandschap. Dat is echt teleurstellend. De heer Van der Graaff: Leidend moet zijn een dekkend regionaal zorglandschap. Misschien moet dat er aan toegevoegd worden, dat er in de regio een landschap is dat voorziet in behoefte en vraag en dit zoveel mogelijk regionaal organiseren. Dat lijkt ons duidelijk. En zoveel mogelijk de prijs drukken. Daarin moeten we een goede balans vinden. Mevrouw Ten Bruin: Wij kregen constant het idee dat het goed zou komen. Dat was wat ons werd verteld. Hebben jullie ook het idee dat je een positief geluid kreeg te horen terwijl er veel meer aan de hand was? De heer Van der Graaff: Ik hoorde net het verschil tussen geruststellende en alarmerende woorden. We zijn continu geruststellend toegesproken door wethouder Wikkerink. Maar het was een puinzooi. Mevrouw Hoezen: We lezen wel de conclusie dat er onvoldoende sprake is van een dekkend zorglandschap en dat het doel niet behaald is. Spreekster deelt niet de mening van mevrouw Ten Bruin dat de raad beloofd is dat het allemaal veel beter wordt en dat het opgelost wordt. Er is namelijk heel veel aan de hand en het hele land is bezig om dat vlot te trekken. Haar fractie heeft niet het beeld dat het in deze gemeente allemaal zo beroerd was of veel beter zou worden. Er is een duidelijk doel gesteld en dat doel is nog niet behaald.
Daarmee moeten we aan de slag. Maar om het nu zo groot te maken dat er van alles mis was en dat het nu allemaal nog veel erger is. Dat is niet wat ik heb beleefd in de afgelopen 2 jaar. Mevrouw Kraaijenbrink: Dat delen wij ook wel. Er is nooit gezegd of beloofd dat alles hiermee goed komt. Mevrouw Oonk: Bij mij galmt het woord ‘experiment’ nog na. Ons is nooit voorgeschoteld dat we met een experiment aan de gang gaan. Mevrouw Rensink: Precies hetzelfde gevoel. Dan had ik er nog wel anders naar gekeken. De heer Holtman: Wij hadden dat beeld wel degelijk. Er zijn wel degelijk dingen gezegd/ genoemd. De tanker is aan het keren, ontwikkel traject, leerproces, het is niet makkelijk. Maar er zijn wel degelijk woorden gezegd dat we er nog niet zijn, maar dat het wel goed gaat komen. We hebben altijd gezegd: “geld is niet persé leidend voor ons”. We willen zorgen dat er goede zorg is. Gelukkig vinden meerdere partijen dat en zijn wij een hele sociale gemeente. Dat er plekprijs problemen gingen ontstaan bevreemde ons helemaal niet. En dat het kostprijsonderzoek reële prijzen liet zien bevreemde ons ook
11
niet. Dat was voor ons ook helemaal geen aanleiding geweest om contracten op te zeggen. Wij denken dat dit onder druk van andere gemeenten is geweest. Over de plekprijsdiscussie zijn we wel degelijk goed geïnformeerd. Over al die andere onderwerpen was in een vroeg stadium al heel veel bekend, maar dat hebben wij nooit gehoord. Discussiepunt: Visie en kaderstelling. De heer Holtman: Er is gewerkt met een aantal uitgangspunten. Dit zijn er zeven. De fractie van de ChristenUnie vindt het goed en zal hier een motie voor indienen, om voorlopig de band even stil te zetten. De afgelopen jaar is er heel veel gebeurt in Jeugdzorg en in de Wmo. In Amsterdam is ook een compleet nieuwe visie geschreven. Er zijn op allerlei onderdelen ontwikkelingen. Laten we even stoppen en kijken welke visie we hebben, geldt die nog en welke kaders willen we daarin meegeven. Moeten we niet even de band stilzetten? Kijk naar onze visie, kaders en uitgangspunten. Mevrouw Kraaijenbrink: Afgevraagd wordt of de band stilgezet moet worden? We mogen toch hopen dat nu dit proces opnieuw gestart gaat worden het SDA fatsoenlijk gaat kijken naar die hele visie en kaderstelling van 2017. Zij zijn waarschijnlijk ook van mening dat hier nog aan geschaafd moet worden. De mening om nu alles stil te zetten wordt niet gedeeld. Mevrouw Oonk: Het staat wel ergens dat erna gekeken gaat worden en dat het meegenomen wordt.
Maar dat mag wel iets scherper. De band stilzetten klinkt wel heel heftig. Maar er even naar kijken en we nemen het mee, is wel weer te soft. Met de uitgangspunten en visie is op zich niet zoveel mis, maar als er nieuwe ontwikkelingen zijn dan moeten we die natuurlijk meenemen. Goed om de band stil te zetten en de kaderstelling moet heel precies. Mevrouw Kraaijenbrink: Hoe gaat u dat met de alle andere raden doen? Mevrouw Oonk: Als we tot de conclusie komen dat we met alle acht gemeenten verdergaan dan lijkt het mij dat we dan ook alle acht de zelfde visie hebben. Dan zal dit wel door alle acht raden moeten worden vastgelegd. Mevrouw Hoezen: De visie uit 2017 is niet door de raad vastgesteld, maar door de SDA. Stap 1 van het vervolgtraject is: klopt de visie en de kaders nog en zullen die wat bijgesteld moeten worden. Wij denken niet dat wij hier nu als gemeenteraad aan zet zijn. Het is belangrijk dat de acht portefeuillehouders hierover in gesprek gaan en daarna moeten wij daar wel bij betrokken worden. Mevrouw Oonk: Misschien moeten we dit niet als gemeenteraad doen. Maar toen de SDA dit deed kwamen ze er ook niet uit. Dan krijg je ook allerlei constructies waar we daarna misschien spijt van krijgen. Iets meer openbaarheid lijkt me hierin wel goed. Mevrouw Hoezen: Mee eens. Het is een heel ingewikkeld proces.
Het feit dat het acht Achterhoekse gemeentes zijn die allemaal nog apart opereren heeft een situatie teweeg gebracht waar we nu mee te maken hebben. De governance discussie is een heel belangrijk iets. Die moeten we afwachten. Het is nog veel te vroeg om daarop vooruit te gaan lopen. Mevrouw Rensink: Wat heel duidelijk uit dat I&O rapport bleek is, dat de visie ook heel vaag was en op veel manier te interpreteren. Ons lijkt een rapport van de Rekenkamer daar veel meer helderheid in kan geven. Ook in die kaderstelling en visie. Wat is werkbaar. De heer Van der Graaff: Bij een heldere visie hoort ook een helder programma. Dat is een stap verder. Wij horen zeggen om dit niet alleen de acht portefeuillehouders te doen. Voor een heldere visie kan programmamanagement een onderdeel zijn. De heer Holtman: Wij pretenderen niet dat wij nu paar kaders uit de mouw schudden. Het gaat erom dat wij lezen dat er wordt gewerkt aan een governance en dat we met bindende afspraken willen werken. Dat is een kader. De gemeenteraad stelt kaders vast. We moeten eerst zeggen welke kaders wij belangrijk vinden. Willen we bindende afspraken? Daar moeten wij eerst een mening over geven en daar moeten wij het college mee op pad sturen. Niet andersom. Dat ze terugkomen met een governance, compleet opgetuigd met afspraken en tekenen bij het kruisje. Dat is juist niet wat we willen.
Dus laten we even kijken naar de geformuleerde uitgangspunten. Zijn deze nog relevant en wat is nu nodig om tot een nieuwe kaderstelling over te gaan. De heer Van der Graaff: Wij zouden pleiten voor een apart programmamanagement met een aparte programmamanager. Die de brug gaat slaan tussen de portefeuillehouders en de raden van de acht gemeenten. Dan halen we het ook weg uit het domein van de wethouders. Die houden dan de handen vrij. Laat mensen dat doen die daar goed in zijn. Discussiepunt Regionale samenwerking. De heer Van der Graaff: We hebben een systeem gezien wat niet heeft gewerkt. Wat de fractie van D66 betreft gaan we toe naar apart programmamanagement met een aparte programmamanager die zowel verantwoordelijk gaat zijn voor het optuigen van het governance, van het contractmanagement. Dat moet