Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 13 december 2022.pdf
Tekst van het document
Een ander aandachtspunt is dat het ging van vergunningen naar meldingsplicht, kijken naar flexibele regels. Wij denken dat het nogal haaks staat op de Omgevingswet. Klopt dat? Het derde punt is het boerenfonds. Het boerenfonds is geen subsidiepot, maar daar wordt expertise gezocht, dat gaat gewoon op aan papier. De heer van der Graaff: Het eerste punt. Bij 4a wordt gesproken over realisatie van voldoende vestigingsplekken voor bedrijven en ZZP’ers. Er wordt alleen gewezen naar bestaande plannen en beleid. Vanwaar die keuze? Het tweede punt is de stimulering van het toerisme door een actieve gemeentemarketing. Dit punt is weinig smart en concreet. Waarom komt het college niet met een notitie om daar meer duiding aan te geven. Ten derde, de verbinding van toeristische trekpleisters in de gemeente om deze nog meer zichtbaar te maken. Daar zien we geen uitwerking hoe men dat wil gaan doen. Alleen een verwijzing naar de gemeente marketing. De heer Ebbers: Bij punt 4b wordt gesproken over de vermindering van administratieve lastendruk. Uit de formulering wordt niet duidelijk hoe dit opgepakt gaat worden. Bij punt 4h gaat het over leegstandbeheer in het kernwinkelgebied. Daar lezen we veel over de uitvoering, maar er het is niet duidelijk wat voor beleid er opgesteld gaat worden.
We zijn benieuwd hoe het college tot een beleid gaat komen voor leegstandsbeheer van het kernwinkelgebied. Bij punt 4k, aanhakend op het punt van D66, het idee is natuurlijk leuk om dit actief op te pakken en daar geld voor te reserveren, alleen staan er geen doelen geformuleerd. Wat willen we bereiken met die investering? Ten slotte bij 4n, dit gaat over krapte over de arbeidsmarkt. Dat is heel summier geformuleerd en spreekt van weinig ambitie. Zijn hier ambities? De heer Holtman: Punt van de leegstand hadden wij ook. De heer Polman: We zijn blij met de ambitie dat het college de administratieve lastendruk bij vergunningen en ruimtelijke procedures wil verminderen. We zijn blij met het onderzoek naar het opzetten van een Aaltens Boerenfonds en hebben daar de vraag of het college al een doorkijk kan geven naar het vervolg op dit onderzoek. Tenslotte zijn we bij dat het beleid ten behoeve van het leegstandsbeheer is opgenomen. Reactie college. Wethouder Kok: Als eerste over de administratieve last. Er is wel eens een onderzoek geweest van Binnenlandse Zaken en daarvan was de conclusie dat als iedere gemeente het zo voor mekaar had als de gemeente Aalten dan was de administratieve last in Nederland enorm veel lager zijn. Dat wil niet zeggen dat er geen ambitie is om deze last verder te verlagen.
Naar aanleiding van het Raadsprogramma hebben wij het vertaald als een opdracht met betrekking tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Wij gaan het Boerenfonds uitwerken Naar ons idee zou het fonds agrariërs kunnen ondersteunen bij innovatieve ontwikkelingen die bijdragen tot meer biodiversiteit, die bijdragen tot natuurherstel, die bijdragen tot stikstof reductie, die bijdragen tot een betere bedrijfsvoering, Dat is het uitgangspunt. Zoals kunt lezen in de planning kunt u zien dat deze gepland staat voor 2024. Wij kunnen nu ook nog geen doorkijk geven hoe het eruit komt te zien. Wat betreft de vestigingsplekken en ontsluiting. We hebben de opdracht om te zoeken naar mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijventerrein. Dat onderzoek loopt en is zo goed als afgerond en zal in 2023 met de raad gedeeld
14
worden. We zijn met de provincie een nieuwe regionale werklocatiesplanning aan het maken. Daar wordt deze week opdracht toe gegeven. Zodat we eind 2023 een nieuw regionaal plan hebben. Dan het beleid wat betreft kernwinkelgebied. Ons beleid is om de winkels in het kernwinkelgebied te stimuleren. Dat doen we om het kernwinkelgebied een mooie uitstraling te geven. In Aalten hebben we dat al en in Dinxperlo wordt daar nu aan gewerkt. We zien dat de leegstand in het kernwinkelgebied ook behoorlijk achteruitgegaan is, in de aanloopstraten willen we de winkels een ander leven geven en stimuleren we winkels om te vertrekken naar het kernwinkelgebied. Burgemeester Stapelkamp: Rond marketing werd gezegd dat er niks concreets in staat. Maar er staat heel nadrukkelijk dat wij met een notitie komen. De opdracht is ook wel dubbel. Want gemeentemarketing is een veel ruimer begrip dan toeristische stimulering. Hoewel er wel raakvlakken zijn. We hebben dat hier invulling gegeven met representatie, gemeentemarketing en het op de kaart zetten van evenementen. Dan is het ook nog de vraag wat we allemaal gaan doen. We hebben in ieder geval gezegd dat we er wat menskracht voor gaan vrijmaken om dat te onderzoeken en op te schrijven. De heer van der Graaff: Deels eens want gemeentemarketing is wat anders dan toeristische trekpleisters met elkaar verbinden. Ze houden wel met elkaar verband.
U gaat mensen inhuren om met een notitie te komen, die gaan wij in het derde kwartaal van 2023 tegemoet zien en vervolgens gaan we met elkaar bepalen hoe dat er uit moet gaan zien in het geheel. Gemeentemarketing met de toeristische sector als onderdeel daarvan. Burgemeester Stapelkamp: We hebben bestaand beleid over de vrije tijds economie. Daarin zitten tal van toeristische stimulansen. Daar gaan we ook mee door. De gemeentemarketing is een kers op de taart, wat extra’s dat daarbij komt. Zo hebben wij dat uitgelegd. De heer Meerdink: De burgemeester zegt dat het college menskracht gaat vrijmaken en in het UP staat dat er mensen worden ingehuurd. Waar gaat het om? We hebben toch ook al mensen die daar mee bezig zijn. Burgemeester Stapelkamp: U zelf geeft ons opdracht om daar meer aan te doen. Marketing deden we nog niet. Daar gaan we dus extra uren voor inzetten vanaf 1 januari. In de begroting die u heeft vastgesteld zit wat extra geld voor personeel en daar zit dit ook bij in. Dan die verbindingen. Dat doen wij al door bijvoorbeeld wandelroutes, fietsroutes, verwijzingen, folders, daar gaan we mee door. Een van de dingen die daarbij speelt is het toeristisch netwerk van ondernemers. Het helpt dat de ondernemers van elkaar weten wat er is. Ook met dat soort verbindingen zijn we druk bezig.
De heer van der Graaff: Over uw toelichting, die gebeurt nu mondeling, maar wij hebben toch die uitwerking wat gemist in het uitvoeringsprogramma. Het had wat ons betreft wat uitgebreider gemogen. De heer Wikkerink: Wat betreft arbeidsmarktbeleid. De heer Ebbers veronderstelt dat dat niet zo ambitieus is hier bij de gemeente. Ik kan hem uit de droom helpen. We hebben een Thematafel Arbeidsmarkt en Onderwijs en die zit vol met ambities. Alleen de mogelijkheden die een gemeente zelfstandig heeft op de arbeidsmarkt zijn beperkt. Ik kan u een lange lijst van initiatieven voorleggen wat die thematafel allemaal aan programma’s heeft; bijvoorbeeld het Fonds OpIJver, het Grenslandcollege, er zijn allerlei voorlichtingsdagen voor scholieren en zo zijn er tal van initiatieven. Misschien niet allemaal even zichtbaar voor u, maar er wordt erg veel aan gedaan. Discussiepunten • We moeten meer werk maken van vestigingsplekken voor ZZP’ers. • Vergunningen naar meldingsplicht, kijken naar flexibele regels. Wij denken dat dat haaks staat op de omgevingswet. Hoe kijken anderen daarnaar. Tweede termijn. Discussiepunt: We moeten meer werk maken van vestigingsplekken voor ZZP’ers. De heer Van der Graaff: Hoe gaan we om met vestigingsplekken voor ZZP’ers? Daar heb ik de wethouder niet over gehoord. Wethouder Kok: Zzp’ers zijn wat de ruimtevraag betreft onderdeel van het bedrijventerrein.
Er liggen heel veel mogelijkheden en kansen in het buitengebied bijvoorbeeld in voormalige agrarische stallen. Op het bedrijventerrein van Aalten is een aantal bedrijven verwoest door een brand. Daarvoor in de plaats is een groot aantal units voor teruggekomen. Die door zzp’ers gebruikt kunnen worden. We hebben niet een aparte beleidslijn daarin. De heer van der Graaff: ik hoor agrarische stallen in het buitengebied om zzp’ers in onder te brengen. Ik klapper met mijn oren. Geen beleid daarop, dat kan ik me voorstellen. Misschien kan het college erover nadenken daar wel beleid op te maken. Ik ben benieuwd hoe anderen dit antwoord beleven. De heer Polman: ik heb dit punt wel heel anders gehoord. Dat voorbeeld van die stallen was een idee van wat in de toekomst nog kan, maar ik hoor toch echt een voorbeeld in het voormalige pand van
15
Virupa, waar nu een bedrijfsverzamelgebouw gerealiseerd wordt. Er wordt al heel veel gedaan. Ik begrijp niet wat u nu wilt. U zegt zelf ook al dat beleid niet hoeft. Er gebeurt al van alles en voorbeeld dat aangehaald wordt met die stallen is een idee wat in de toekomst mogelijk kan. Ik begrijp niet waar u naar toe wilt. De heer Meerdink: De vraag van de heer van der Graaff is niet zo heel vreemd. In het verleden werkte de gemeente wel degelijk mee om zzp’ers de ruimte te geven. De heer Ebbers: Wat betreft de stallen ben ik het met de heer Van der Graaff eens. Ik kan me niet voorstellen dat een zzp’er die net begint en klanten wil ontvang op kantoor gezellig naar een stal gaat. De heer Polman: Nu worden de dingen echt uit het verband getrokken met die stallen. Dat is toch helemaal niet gezegd. De heer van der Graaff: Het is logisch om daarop te reageren als dat als optie genoemd wordt terwijl er eigenlijk geen beleid op is. Er wordt gewezen naar het bedrijventerrein van voormalig Virupa, daar ben ik erg benieuwd naar. Echt daadwerkelijk eens kijken van waar kunnen we beginnende zzp’ers eens bij elkaar zetten om een smeltkroes te creëren zie ik niet en daar ben ik naar op zoek en niet zogenaamde praktische oplossingen om zzp’ers is een stal te parkeren. De heer Meerdink: Het is wel erg denigrerend om te zeggen zzp’ers niet in een stal kunnen werken.
Dat kan een hele mooie werkplek voor zzp’ers zijn. Discussiepunt: Vergunningen naar meldingsplicht, kijken naar flexibele regels. Wij denken dat dat haaks staat op de Omgevingswet. Hoe kijken anderen daarnaar? De heer Meerdink: Ik hoor graag van de anderen wat ze hiervan vinden. De heer Bauhuis: Voor zover ik het weet gaat de Omgevingswet een heleboel zaken samenbrengen. Het brengt veel wetten bij elkaar. Het wil niet zeggen dat het daardoor een moeilijkere situatie wordt. Het is geen wet die is opgezet om nieuwe initiatieven moeilijker te maken. We gaan als gemeente kaders stellen waaraan dingen moeten voldoen en hoe we dat gaan toetsen en of dat via vergunningen gaat of via regels. Volgens mij is het niet de bedoeling om ingewikkelde procedures voor vergunningen te maken. De heer Meerdink: Op dit moment heb als je een omgevingsvergunning wilt hebben, te maken met een bestemmingsplan, een bouwplan en met de welstand in sommige gevallen. In de Omgevingswet worden de nieuwe bestemmingsplannen ook getoetst aan geldend beleid voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzaamheid, circulariteit en verkeersveiligheid. Dat komt er allemaal bij en is allemaal voor beroep en bezwaar vatbaar. De heer Van der Graaff: U lijkt hier nu uw particuliere gevoel te uiten. Ik deel uw zorg niet. Volgens mij is het heel goed dat er ook op deze criteria getoetst gaat worden. Ik deel uw zorgen niet.
De heer Holtman: Volgens mij hebben we met elkaar gezegd dat we de administratieve lastendruk willen verlagen. Er wordt aangegeven dat dit een instrument zou kunnen zijn. Volgens mij wordt hiermee voldaan aan onze wens en als dat tot bepaalde uitvoeringsproblemen leidt dan moeten we dat even afwachten. Thema 5. Ontspanning en vrije tijd. Eerste Termijn. De heer Van der Graaff: 5f. stelt voor om tot een plan te komen voor een vaste locatie voor kunst, cultuur en muziek in Dinxperlo. Wat niet concreet genoeg is. Alleen een bereidheid tot helpen maar geen uitwerking hoe dan daar te komen. Is daar dan geen financiële ondersteuning voor? De heer Holtman: De fractie van de CU heeft hetzelfde discussiepunt als de D66 fractie t.a.v. de vaste locatie. We hebben geconstateerd dat die behoefte er is en dat we daar graag een plan voor willen hebben. College geeft aan dat er geen aanvullende actie noodzakelijk is. Graag een toelichting waarom. Het tweede punt 5g. verenigingsondersteuning. Er is behoefte aan iemand die verenigingen en andere clubs helpt bv. bij subsidies etc. Het college stelt nu dat ze dat geen taak vinden. Wij vinden dit wel een taak. Blijven we dit wel of niet een taak vinden? De heer Koskamp: BBB-HMV sluit zich aan bij punt 5f. 5b. Actualiseren van sportbeleid. Vraag. Is dit ook een mogelijkheid om m.n.
sportaccommodaties nog een keer tegen het licht te houden? Met name om verenigingen die uit hun jasje zijn gegroeid de mogelijkheid te geven op een bestaande andere locatie samen op te trekken? 5h. Meer laagdrempelige activiteiten in de dorpskernen. Er wordt geopperd nog meer samenwerking te zoeken daarin. Bereidheid om iets te organiseren is er wel maar het zou moeilijk zijn om iets te organiseren. Het zou fijn zijn als daar een versoepeling komt. Een vergunningaanvraag versoepelen bv. De heer Onstenk: 5a. De komende tijd ligt de nadruk op samenwerking in zijn algemeenheid. Vooral wordt het Sociaal Domein genoemd en de andere taakvelden. Algemeenheid en andere taakvelden zijn
16
erg breed. Wat wordt hier bedoelt? Verenigingsondersteuning is al genoemd. Er wordt gesproken over duidelijke taakafbakeningen. Vervolgens wordt gesproken over de rol van de talentverbinder. Hier worden begrippen als, meedenken, adviseren en verbinden bij financiële en organisatorische vraagstukken genoemd. Is hier sprake van afbakening van taken? 5h Cultuurparticipatie heeft een positief effect op vitaliteit, gezondheid en welzijn. Hoe kunnen we dat concreet gaan meten en merken? Mevrouw Rensink: De fractie van GB sluit zich aan betreffende punt 5f, met de vragen. Bij 5g sluiten wij ons ook aan. Mevrouw Deunk: De fractie van het CDA is content met het Uitvoeringsprogramma. Geen aanvullende vragen, geen discussiepunten. De heer Bauhuis: De fractie van de PP heeft geen aanvullende vragen en geen discussiepunten. Discussiepunten: • Plan om te komen voor een vaste locatie voor kunst, cultuur en muziek in Dinxperlo • Verenigingsondersteuner, wel of geen taak. Vragen: • Mogelijkheid sportaccommodaties nog een keer tegen het licht te houden. • Makkelijker maken om iets te organiseren. • 5a Algemeenheid en andere taakvelden zijn erg breed. Wat wordt hier bedoelt? • Rol talentverbinder – is hier sprake van afbakening van taken? Reactie college: Wethouder Te Lindert: 5f locatie voor kunst en cultuur en muziek in Dinxperlo. Het klopt wat hier staat.
Er wordt niet gezocht naar één locatie. De rol van het college is om te voorzien in de behoefte die er is vanuit de verenigingen. Als een vereniging komt met een (nood) vraag kijken wij waar we kunnen helpen. Een fractie suggereert dat er meerdere geluiden zijn. Hier de oproep om die dan kenbaar te maken zodat we die aan elkaar kunnen knopen. Het is een omgekeerd rondje als wij een rondje gaan maken langs alle verenigingen. Komen verenigingen met een hulpvraag dan gaan we ze indien mogelijk helpen. T.a.v. verenigingsondersteuning. Wat is wel of niet een taak. Wij hebben geconstateerd dat de rol van de talentverbinder/verenigingsondersteuner divers is en ook heel divers geïnterpreteerd wordt. Is er wel een echte taakafbakening? Conclusie, nee die is er eigenlijk niet. Hij kan in ieder geval scherper. Dat is de reden dat we begin 2023 met al onze verenigingen in gesprek willen gaan om te horen, wat er goed gaat, wat beter kan, welke ondersteuning missen jullie nu. In de praktijk is het zo dat als een vereniging iets wil organiseren of een subsidieaanvraag heeft waarmee men worstelt, hier in het gemeentehuis tal van ambtenaren zijn die kunnen helpen. Die ondersteuning is er zeker voor verenigingen. Wellicht kan die wat mooier gestructureerd en afgebakend bij die talentverbinder, maar daar gaan we samen met de verenigingen over in overleg. Actualiseren van het sportbeleid.
Dit is een mooi moment om dan ook de accommodaties tegen het licht te houden. T.a.v. één cultuurgebouw in Dinxperlo. We hebben één cultuurgebouw in Dinxperlo. Het Kulturhus. De vraag is; is die passend? Passend in die zin of het onderdak biedt aan al die verenigingen zoals in 5f genoemd. Gaandeweg gaan we daar achter komen. Om bij voorbaat te zeggen we gaan één nieuw onderkomen maken voor kunst, cultuur en muziek in Dinxperlo, niet gehoord hebbende de verenigingen, gaat ons een stapje te ver. Burgemeester Stapelkamp: 5a, gevraagd werd wat is die samenwerking. U geeft ons als opdracht door te gaan met de nota “een warm bad”. Wij geven als antwoord; gaan we doen, u krijgt een terugkoppeling in het 1ste kwartaal. “Wat gaan we doen”. Dat hebben we nog even kort samengevat. Een heleboel dingen zijn al opgepakt. Voor samenwerking zijn allerlei gedachten en leuke initiatieven door Corona allemaal een beetje doodgebloed en achtergebleven. Dat wordt hier gezegd; dat gaan we verder oppakken. Er wordt niets anders gezegd dan dat we doorgaan met dat wat u ons al heeft opgedragen. Belemmeringen voor activiteiten. Er is onlangs een bijeenkomst van het cultuur- en erfpact geweest om cultuur en sociaal domein aan elkaar te koppelen. Daar zijn allerlei gedachten over en daar zijn we wel druk mee bezig. Ook in de nota ‘warm bad’, werd daar al wat over gezegd.
Ons zijn niet veel belemmeringen bekend dat er in een dorpshuis geen activiteiten zouden kunnen gebeuren. We hebben honderden meldingen van feestjes en kleine evenementen en in de buurthuizen hebben wij ook heel veel activiteiten. Wij gaan daarmee door, er zijn subsidiemogelijkheden voor en als mensen vragen hebben zullen wij ze ook faciliteren. Tweede termijn: Discussiepunt: Plan om te komen voor een vaste locatie voor kunst, cultuur en muziek in Dinxperlo De heer Van der Graaff: Wij vinden de oplossing waarmee wethouder Te Lindert kwam nog niet zo gek. De vraag vanuit het raadsprogramma was, om hierna te gaan kijken en als u belemmeringen ervaart wilt
17
u ons dat dan laten weten. Waarom wordt dat dan niet opgeschreven? Mevrouw Rensink: Wij zitten een beetje met de prioritering hoog. De wethouder zegt laat de verenigingen bij ons komen. Dat klikt niet met prioritering hoog. Dat klinkt meer zo dat we afwachten wat er komt. De heer Van der Graaff: We hebben dit duidelijk besproken. Er was duidelijk een wens die kwam vanuit behoefte. Er moest één plek komen. Dan is dit wat karig. De vraag is wat kunnen we hier nu nog mee. Het Kulturhus is misschien stiekem een gouden greep, maar waarom hebben we dat niet terug kunnen lezen. Mevrouw Rensink: ‘Prioritering hoog’, komt uit hetgeen dat opgesteld is. Dat vinden wij vreemd met wat eronder staat. Discussiepunt: Verenigingsondersteuner, wel of geen taak De heer Holtman: Wij hebben wel degelijk signalen dat er behoefte aan is. Meer dan alleen advies en ondersteuning. Er zullen zeker in het gemeentehuis mensen rondlopen die willen helpen maar verenigingen zeggen dat als ze met een ingewikkelde subsidieaanvraag zitten ze op zichzelf zijn aangewezen. Daar is zeker behoefte aan ondersteuning. Een talentverbinder sluit niet aan bij de wens. Mevrouw Rensink: Je hebt de uitvoeringsagenda, die pas begin volgend jaar geagendeerd wordt. Waarin dit eigenlijk ook ter sprake komt. In 2023 wordt gekeken wat dan de wens is bij verenigingen.
Neem dit dan ook mee want die wens was al heel duidelijk neergezet. Van daaruit is dit punt ook opgesteld. De heer Van der Graaff: Wat wij beogen is een verenigingscoördinator, dit is iets anders dan een talentverbinder. Verenigingen hebben echt met andere zaken te maken dan een talentverbinder kan oplossen. Voor ons is dit een andere taak. De heer Onstenk: Taken en rollen moeten dan wel goed uit elkaar liggen. Als je nu zegt dat de talentverbinder ook de verenigingen gaat ondersteunen, dan krijgt hij hier een andere rol in. Dus wij kunnen hier wel in meedenken. De gestelde vragen zijn voldoende behandeld. Thema 6. Burgerparticipatie, bestuur en veiligheid. Eerste termijn. De heer Smit: Opvalt is dat we vanavond heel erg op detail en op beleidsniveau discussiëren. Echt op de inhoud. Het uitvoeringsprogramma zien wij als een routekaart waarbij alle beleidstukken de komende drie jaar worden geagendeerd. Op dat moment kunnen we dan op de inhoud discussiëren. Op dit onderdeel is het niet anders. Verschillende onderwerpen als het Integraal Veiligheidsplan die zijn allemaal geagendeerd. Vanavond geen discussiepunten, deze zullen komen als we echt op de inhoud gaan discussiëren met elkaar. De heer Holtman: Korte reactie t.a.v. het actief inspelen op situaties bedreiging veiligheid van inwoners. Wij hebben de indruk dat het wat meer uitgewerkt had kunnen worden.
En wellicht geldt dit voor al die elementen. Dit is vanavond al eerder genoemd bij het programma van eisen. Bij alles ontbreekt dat eigenlijk. Mevrouw Te Grotenhuis: Er wordt meerdere keren geschreven dat het streven is naar een betere samenwerking zowel in de regionale als internationale samenwerking op het gebied van veiligheid. Maar ook wel op de samenwerking op het snijvlak van zorg en veiligheid en preventie. Wij vragen ons af, hoe dan? We gaan bezig met betere samenwerking met Duitsland, de VNOG wordt daarbij betrokken. Met name politie en brandweer. Maar waar blijft de ambulancezorg hierin? De heer Hollema: 6a. Uitvoeren nota burgerparticipatie en komt waar nodig met verbeterde innovatieve verbetervoorstellen. We zijn een beetje teleurgesteld dat er alleen gesproken wordt over eventuele verbetervoorstellen. Het woord innovatief is weggevallen. Daar hadden we toch graag iets meer van gezien. 6c. Stel een plan op voor veiligheid met bijzondere aandacht voor gegevensbescherming voor onze inwoners en organisatie. Er wordt verwezen naar bestaande activiteiten binnen de organisatie. Een gemiste kans hoe de raad hier een rol in kan spelen. Waar wij accenten kunnen leggen en die verbinding kunnen maken zodat het een onderwerp is op alle niveaus. Discussiepunt 6h. Een van de meest concrete opdrachten vanuit het raadsprogramma.
Kom met een voorstel voor een dekkend AED netwerk, inclusief voorlichtingstraject en blijvend onderhoud. Vervolgens wordt verwezen naar beleid uit 2012. En gaan we het pas in 2024 heel misschien kijken of we nog iets moeten gaan doen. Dat vinden wij toch wel een mager antwoord op zo’n concrete vraag. Wij willen graag van andere fracties horen, hoe daarmee om te gaan. De heer Ebbers: 6b. Er wordt heel wat verteld over ondermijning. Op de ‘onderwereldkaart’ staat Aalten op plek 326 van de 352 gemeentes qua risico op ondermijning. De vraag is, hoe groot is de noodzaak op
18
dit moment voor dit probleem. Het wordt hier omschreven alsof het vrij urgent is. 6c. Hier wordt gezegd dat het college in wil spelen op situaties die de veiligheid van inwoners bedreigen. Vervolgens wordt er iets verteld over ‘Meld misdaad anoniem’, maar verder ook niet veel meer. Het gebied rondom het Station is kortgeleden in de raad besproken. Daar is niet echt actief opgetreden en de bewoners zijn zelfs nog met een petitie gekomen. De vraag is hoe het college hier tegenaan kijkt? 6 e. Over de digitale veiligheid zien we ook een paar mooie speerpunten omtrent voldoen aan wetgeving. In hoeverre wordt de menselijke kant van de organisatie van de gemeente aangepakt? De heer Bauhuis: De fractie van de PP sluit zich aan bij de woorden van de fractie van het CDA. We zien de uitgewerkte plannen tegemoet. Mevrouw Rensink: De fractie van GB heeft geen discussiepunten. Vragen: • Betere samenwerking op het snijvlak zorg, veiligheid en preventie. Hoe dan? • Betere samenwerking met Duitsland. Waar blijft de ambulancezorg hierin? • Hoe groot is de noodzaak qua risico voor ondermijning in de gemeente Aalten? • Niet actief optreden rondom het Station. Hoe kijk het college hier tegenaan? • Aanpak personeel omtrent voldoen aan wetgeving digitale veiligheid. Discussiepunten: • Mager antwoord op concrete vraag voor voorstel dekkend AED-netwerk. Hoe gaan we daarmee om? Reactie van het college.
Burgemeester Stapelkamp: Ondermijning. Dat wij qua risicofactoren op 326 staan wil niet zeggen dat er hier geen ondermijning plaats vindt. De raad heeft een ondermijningsnotitie vastgesteld en daarmee het hele beleid. Ondermijning is een zeer belangrijk punt. Het ondermijnt onze samenleving op een heleboel manieren. Dit is niet overdreven, daar moeten wij veel aan doen. 6c. Actief inspelen op situaties die de veiligheid van inwoners bedreigen. Er wordt naar verwezen hoe wij de drugsaanpak hebben gedaan. Als er een probleem opdoemt dan maken wij daar tijd voor vrij. Bij het stationsgebied hebben we dat ook gedaan. Hier is een vraag over gekomen in de raad. Formeel qua meldingen was het niet heel erg groot. Als je het niet weet kunt je er niet op inspelen. Op het moment dat het wel gebeurt hebben we dit ook gedaan. Volgende week hebben we voor de 2de keer met de buurt hier een afspraak. Er is al een schouw geweest met een aantal bewoners. Dus dat pakken we goed op. Een plan maken is niet eenvoudig want we weten niet welke problemen er zich gaan voordoen. Samenwerking. Als VNOG nemen we het initiatief om samen met een Duitse collega, wat crisisbeheersing betreft, de samenwerking te gaan zoeken. 1 of 2 keer per jaar een soort conferentie te doen. Dat is best bijzonder. Bevoegdheden in Duitsland liggen net weer iets anders.
Voor wat de ambulance betreft heeft de gemeente en ook de Veiligheidsregio hier niet veel verantwoordelijkheden in. Dit gaat via het ROAZ. Via de Euregio zijn er allerlei projecten voor acute zorg. Deze projecten zitten wel op afstand van de gemeente. Daar hebben we forse stappen vooruit gezet. De ambulance uit Isselburg mag nu ook hier komen, dat wat heel ingewikkeld. 6e digitale veiligheid. Er is een update van onze nota aangekondigd. Dit is heel belangrijk en we zijn er veel mee bezig. Wij voldoen aan al die wettelijke eisen en moeten daar ook op rapporteren. Wij doen daar heel veel aan. De heer Hollema: U geeft terecht aan bezig te zijn met digitale veiligheid. Het punt dat ik probeerde te maken is de verbinding naar de raad, dat het hier ook een discussie wordt. Dat hier dilemma’s worden voorgelegd waarin je een keuze moet maken. Op ieder niveau moet er bewustwording zijn en dat het niet alleen iets van de organisatie is. Burgemeester Stapelkamp: U heeft gemerkt dat u allemaal een ander e-mail adres heeft. U zit nu op een apart veilig domein. Als er behoefte is dat de raad door onze ict mensen en ict veiligheidsmensen een keer meegenomen wordt in wat wij allemaal doen, dan kunnen we dat een keer in de agendacommissie bespreken. De raad kan dan meegenomen worden in de uitvoering. In de notitie kunnen keuzes worden gemaakt.
De notitie is voor een nader te bepalen datum voorzien. Het dekkend AED netwerk. In 2012 is de beleidsafspraak gemaakt hoe wij met de kostenvergoedingen omgingen. Maar als u de 2de alinea ziet, dan leest u dat de gemeente Aalten al jaren ver over de norm zit wat betreft het aantal burger hulpverleners en beschikbare AED’s. Om dan te zeggen dat er alleen naar en nota wordt verwezen van 2012. Wij zijn daar actief mee bezig, er gebeurt heel veel. Maar omdat niet alles tegelijk kan, hebben wij gezegd 2024. Stimuleren samenwerking zorg en veiligheid. Intern wordt daar heel veel aandacht aan besteed. Handhaving, veiligheid en sociaal domein, ook daar maken wij stappen. Dit is een heel ingewikkeld punt, waar we de oplossing niet voor hebben, maar het heeft wel heel veel
19
aandacht. Wethouder Groters: 6a. Burgerparticipatie. Eind volgend jaar gaan we het burgerparticipatieproces evalueren. Wellicht komen uit die evaluatie een aantal verbetervoorstellen. Liever goede verbetervoorstellen en daar waar mogelijk innovatieve. Tweede termijn. Discussiepunt: Mager antwoord op concrete vraag voor voorstel dekkend AED-netwerk. Hoe gaan we daarmee om? Dit discussiepunt wordt ingetrokken. Toelichting van de heer Holtman: We hebben vanavond goed debat gevoerd. Veel zaken zijn besproken. Wij constateren dat heel veel uitwerkingen algemeen zijn geformuleerd. Dat ze niet smart zijn en dat het ook niet helder wordt hoe ze gerealiseerd gaan worden. We begrijpen echt wel dat heel veel zaken ‘lopen’. Maar bij zoveel punten is het, zoals de fractie van de PP het al noemde, een ‘van plan plan’. Erg veel wordt verwezen naar bestaande plannen, naar nieuwe plannen of toekomstige zaken. Er worden best nog veel antwoorden gegeven n.a.v. de schriftelijke beantwoording. Ook vanavond zijn nog allemaal dingen toegezegd. Maar heel veel blijft ook onduidelijk. Soms worden ook gewoon formuleringen omgezet denk bijvoorbeeld aan het onderwerp van de administratieve lastendruk of het boerenfonds. En daarbij ontbreekt ook nog eens een keer die uitwerking.
En juist die zaken zou onderdeel moeten zijn van een integraal uitvoeringsplan, zodat concreet wordt gemaakt wat het college nu gaat doen. Zodat we het kunnen monitoren, toetsen en dat we het kunnen volgen. Het is niet een éénmalig beleidsstuk, het is voor de komende 4 jaar. Daarbij is de fractie van de CU ook nog een keer van mening dat een aantal opdrachten, dat zijn er zeker 10, niet worden uitgevoerd in het uitvoeringsprogramma. We hebben toen onder leiding van Hans de Jong aangegeven hoe kunnen we nu het vervolg voor ons zien? Toen is met elkaar afgesproken, zorg ervoor dat er een heel aantal elementen worden gewerkt zo dat je ook een soort van vergelijkbaarheid hebt en een soort van zelfde niveau van uitwerking. Daarom hebben wij dat een programma van eisen genoemd. Daar is ontstaan; wat is nu de stand van zaken, wat is nu de uitvoering, hoe vindt die plaats en wanneer, wat zijn belemmeringen, welke oplossingen stel je daarbij voor, en wat is de kwalitatieve onderbouwing van die thema’s en de prioriteitstelling. Bij heel veel opdrachten is dat plan van aanpak gewoon niet uitgewerkt, althans het programma van eisen. Wij vinden het spijtig om te zeggen maar het oordeel van de fractie van de ChristenUnie is dat onderwerp niet rijp is voor behandeling in de raad. Er zijn nog zoveel dingen die nadere uitwerking behoeven. De heer Smit: Dit stuk kan prima behandeld worden.
Regelmatig is het college goed bevraagd. Daar waar onduidelijkheden waren in het uitvoeringsprogramma hebben ze adequaat op gereageerd met duidelijke antwoorden. Natuurlijk zijn er wat open eindjes maar er wordt op de inhoud best nog wel gediscussieerd. Dit is geen eindproduct maar een routekaart. Als de voorstellen voorliggen gaan we zeker met elkaar van gedachten wisselen of het college op de goede koers zit en of daar wat bijsturing nodig is. Voor de fractie van het CDA is dit een mooi startpunt. De heer Bauhuis: De fractie van de PP ziet het als een ‘plan - plan’. Er zitten veel opzetten in waarvan wij ervan uitgaan dat we daar in een later stadium een goed uitgewerkt geheel van krijgen waar we over kunnen beraden in de raad. Voor de fractie van de PP is het goed. Mevrouw Rensink: Heel veel plannen moeten nog uitgewerkt worden en daar zien wij op toe. De heer Ebbers: Steun voor de CU. Zoveel punten zijn dusdanig onvoldoende uitgewerkt dat wij vinden dat dit stuk nog niet geschikt is voor besluitvorming en dus niet voor de raad deze cyclus. De heer Hollema: Een lange avond vanavond. Veel bediscussieerd. Veel toelichting, halve toezeggingen. Maar zoals eerder gezegd; als we over een jaar terug kijken waar staat het dan, waar vinden wij het dan. Had dit opgeschreven. Het ziet er prachtig uit. De fractie van D66 vindt dit nog echt niet klaar, het moet echt een stap scherper.
Zodat we echt daarop kunnen sturen. De punten staan erin, het één is meer uitgewerkt dan het ander. Maar uiteindelijk zeggen wij ook, het is niet klaar voor de raad. Mevrouw Te Grotenhuis: De fractie van BBB-HMV sluit zich aan bij voorgaande spreker. Ook wij vinden dat het te globaal is. Er moet wat meer uitgewerkt worden, wat meer smart. Het is niet klaar voor de raad.
20
Conclusie. De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan: • Bij 3g: Prio laag wijzigen in prio hoog- meenemen na vaststelling in de definitieve versie. De meerderheid van de deelnemers aan de oordeelsvormende vergadering zijn van oordeel dat het voorstel niet rijp is voor behandeling in de raadsvergadering van 21 december 2022.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 31 januari 2023.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
21