Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 13 december 2022.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 13 december 2022. Raadzaal. Aanvang 19:00 uur. Aanwezig:
Voorzitter: De heer A. Walter De leden: Thema 1: mevrouw Rensink, de heren Weevers, Assink, Holtman, Navis, Meerdink en Hollema Thema 2; mevrouw Rensink, de heren Weevers, Assink, Holtman, Navis, Wijbrans en Hollema Thema 3: mevrouw Rensink, mevrouw Hoezen, mevrouw Alstede, mevrouw Oonk, mevrouw Ten Bruin en de heren Van der Graaff en Holtman Thema 4: Mevrouw Rensink, de heren Bauhuis, Ebbers, Meerdink, Polman, Holtman en Van der Graaff Thema 5: mevrouw Rensink, mevrouw Deunk, de heer Bauhuis, Koskamp, Holtman, Van der Graaff en Onstenk Thema 6: mevrouw Rensink, mevrouw Te Grotenhuis, de heren Ebbers, Smit, Bauhuis, Holtman en Hollema Namens het college Namens het college: burgemeester, wethouders Kok, Groters, Wikkerink en Te Lindert Griffier: De heer Fiering
2. Voorstel tot het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 Eerste termijn. Thema 1: Leefomgeving en wonen. De heer Navis zegt dat de raad dit als eerste punt in het raadsprogramma heeft opgenomen. Het onderwerp heeft een grote rol gespeeld bij de verkiezingen. De gemeenteraad wil – in de optiek van de spreker - een verandering in het bestaande beleid. De verandering wil zijn fractie zoveel mogelijk aan de inwoners laten. Hij heeft twee discussiepunten. a. 1c. Inwoners en initiatieven faciliteren bij woning(bouw) vraagstukken. Zijn fractie wil dat er meer getoetst wordt dan alleen aan het afwegingskader. b. 1g. Dorps-/kernvisie buurtschappen. Stimuleren is meer dan geld beschikbaar stellen. De heer Assink zegt dat zijn fractie het gevolgde proces en de beoordeling van het Uitvoeringsprogramma overlaat aan de fractievoorzitter, die in de raadsvergadering hierover een betoog zal houden. De fractie is tevreden en ziet een mooie daadkrachtige bestuursperiode tegemoet. Thema 1 zal de komende bestuursperiode wellicht het meest dynamische thema zijn. Immers gaan we de bouwdoelstellingen halen ondanks de krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende prijzen? Naast dynamisch ook van gemeentezijde een strakke en gedurfde opgave. Ruim 100 woningen per jaar maar niet onmogelijk. Er zijn verschillende opties tot bouwen.
Denk aan het nieuwe plangebied in Dinxperlo, inbreiding en transformatie in Aalten, woningsplitsingen en bouwen met gebruikmaking van slooprechten. Thema 1 geeft vertrouwen om d’ran te goan. Lang niet alles is specifiek beschreven maar met een goed herijkt afwegingskader met de nodige en gewenste flexibiliteit moet dat lukken. Bij onderdeel 1c. wordt gevraagd aan het college om de initiatiefnemer te faciliteiten. Het mag ook om enthousiasmeren te gaan om woningbouw te realiseren. Ter voorbereiding van het raadsprogramma is
gesproken over een regisseur. Iemand die vraag en aanbod bij elkaar brengt en problemen oplost. Maar vooral kansen ziet. Vergelijk het met een gebiedsmakelaar. Er is extra budget in de begroting opgenomen voor ro-zaken. Vraag: Is in dit budget de bekostiging van een zgn. woningbouwmakelaar voorzien? De heer Meerdink zegt dat zijn fractie het een mager uitvoeringsprogramma vindt. Op blz. 88 staat dat € 180.000 voor de komende vier jaar voor dit plan wordt uitgetrokken. Overigens staan er ook financiële middelen en beleid in de begroting. Voor de dorps-/kernvisie wordt slechts € 7.500 beschikbaar gesteld voor 4 jaar. Het college schrijft dat zij benaderbaar en beschikbaar is. Dat mag van het college worden verwacht. In het kader van de Omgevingswet worden nieuwe bestemmingsplannen voortaan ook getoetst op het geldende beleid voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzaamheid, circulariteit en verkeersveiligheid. Zijn fractie zet hierbij grote vraagtekens. Afgevraagd wordt of de Omgevingswet op 1 juli 2023 in werking treedt. Bij punt 1a wordt aangegeven dat er meer ambtelijke capaciteit nodig is. De fractie betwijfelt of dit nodig is. Er is meer behoefte aan bouwvakkers. Zijn fractie begrijpt nog niet hoe meer flexibiliteit kan worden geboden in het afwegingskader in relatie tot de Omgevingswet. Hij hoopt dat er meer dynamiek in deze nota wordt opgenomen.
De heer Weevers is blij met het voorliggende volledige uitvoeringsplan. Gewaardeerd wordt dat alle onderwerpen ingebed zijn in global goals. Dat geeft houvast. Er is een globale opdracht maar iedereen moet zijn eigen schoenen aantrekken en dat geldt ook voor de gemeente. Het uitvoeringsplan is nu nog een “van plan, plan”. Het college moet de tijd krijgen om het raadsprogramma op te pakken en tot uitvoering te brengen. Volgend jaar verwachten we een echt uitvoeringsplan. Ten aanzien van dit thema is bouwen prima maar de realiteit en de haalbaarheid is nog een groot vraagteken. Zijn fractie denkt dat een actief grondbeleid nodig is. Wat is de mening van het college en de andere fracties? Flexibiliteit. Gezien de onzekerheid op de woningmarkt zijn vooral flexwoningen gewenst. Zijn fractie vindt het prima dat ook duurzaamheid in dit hoofdstuk een belangrijke plek krijgt. De heer Holtman zegt dat hij aan het eind van de vergadering nog enkele algemene beoordelingen wil bespreken. Hij heeft drie discussiepunten. 1b. Betaalbaarheid. Er staat dat dit al een speerpunt is. Hebben de andere fracties voldoende beeld bij betaalbaarheid. 1g. Dorps-/kernvisie. Staat geld beschikbaar stellen gelijk aan stimuleren? 1j. Kerkenvisie. De raad wil graag een integraal beeld hoe om te gaan met het cultureel erfgoed. Het college wil dat niet. Dat wil hij met de anderen bespreken. Reactie college.
Wethouder Kok zegt t.a.v. de betaalbaarheid en het afwegingskader dat de regio bezig is met een regionale woonagenda. Deze is nagenoeg gereed. Deze wordt binnenkort in de thematafel wonen en vastgoed besproken. Daarna gaat de woonagenda naar de Achterhoek Raad en vervolgens ter besluitvorming naar de gemeenteraden. Er komt een lokale afweging van de regionale woonagenda. Dan wordt ook een update van het afwegingskader gemaakt om nog sneller en flexibeler acties te kunnen ondernemen o.a. op het gebied van de betaalbaarheid. Het college heeft de ambitie het woningbouwprogramma te versnellen o.a. door de inzet van extra ambtelijke capaciteit. Extra bouwvakkers kan het college niet leveren. Verschillende bouwbedrijven uit de gemeente zijn bezig met het maken van woningbouwplannen. Om de ambitie van honderdtwintig woningen per jaar te kunnen realiseren, moet er ingezet worden op grootschalige projecten. Qua tijd en impact is het beter om een plan van honderd woningen te maken dan honderd plannen met één woning. De komende tijd gaat het college hierover in gesprek met de raad. Het college is zeer actief met het ontwikkelen van woningbouwplannen in de gehele gemeente. Medio januari is een informeel overleg over roaangelegenheden gepland. De heer Navis waardeert de opmerkingen van de wethouder. Hij vraagt waarom dit niet in het uitvoeringsprogramma staat.
Wethouder Kok zegt dat in het uitvoeringsprogramma staat dat het afwegingskader wordt gewijzigd. Het is niet zo dat door het raadsprogramma en het uitvoeringsprogramma, het college in de versnelling is gekomen om woningen te realiseren. Vorig jaar heeft de raad de woonvisie vastgesteld. Op basis daarvan is het college volop aan de slag gegaan. Het is een grote opgave. In het uitvoeringsprogramma staan ook de lopende projecten. Er staan niet alleen nieuwe onderwerpen in. Het college probeert de ambitie van het raadsprogramma te vertalen in het uitvoeringsprogramma. Misschien is dat niet helemaal enthousiast opgeschreven. Het college en de ambtelijke organisatie werken er hard aan om dit te realiseren. Faciliteren van plannen. Het college is vaak in overleg met initiatiefnemers. Alle plannen worden momenteel uitvoerig besproken voordat het in procedure wordt gebracht. De deur staat altijd open om dit te bespreken. Afgevraagd wordt wel of elk plan op deze wijze moet worden behandeld. Sommige eigenaren zijn uitgedaagd om met een ander plan te komen zoals de Groene Kamer. Het college heeft niet in de planning om een woningbouwmakelaar aan te stellen. Deze functie worden nu zelf uitgevoerd.
2
De heer Assink vraagt of het geen taak is van de gemeente om eigenaren/aannemers uit te dagen om met een plan te komen voor een bepaalde locatie? Wethouder Kok zegt dat de gemeente actief op pad gaat om gronden te verwerven en wijzen soms ook ontwikkelaars op mogelijkheden. De vijf punten waarop nieuwe bestemmingsplannen worden getoetst komen uit het raadsprogramma. De raad heeft het college de opdracht gegeven om bij nieuwe bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Daarom is dit ook opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Het college moet zich houden aan het raadsprogramma. De heer Meerdink zegt dat hij een andere mening had over deze passage. Hij heeft zich geconformeerd aan de meerderheid van de raad. Wethouder Kok zegt dat afgesproken is dat de nota grondbeleid wordt aangepast rond de invoering van de Omgevingswet. Nu wordt de inwerkingtreding van deze wet weer uitgesteld naar 1 juli 2022. Spreker gaat bekijken op welke termijn de nota grondbeleid naar de raad kan gaan. In bepaalde gevallen voert de gemeente nu al een actief grondbeleid. Dit in afwijking van de nota grondbeleid. Flexwonen is zeker een onderdeel van de kansen die het college ziet. Dat wordt in het lokale- en regionale woonagenda opgenomen. De huidige kerkenvisie was meer een inventarisatie van de stand van zaken. Bij enkele objecten is een vervolgtraject in gang gezet.
Er zijn gesprekken gevoerd en dat heeft soms geleid tot een andere invulling zoals de Goede Herder. De nieuwe eigenaar heeft een principe verzoek ingediend en college kijkt positief naar de nieuwe invulling. De heer Hollema vraagt op welke wijze de eventuele monumentenstatus van de Goede Herder meegenomen kan worden richting de nieuwe eigenaar. Wethouder Kok antwoordt dat het verzoek van de raad bij de nieuwe eigenaar is neergelegd. De eigenaar wil eerst een plan ontwikkelen en wil dan kijken of dat past binnen de mogelijke monumentenstatus. Overigens wordt de monumentenstatus eerder gezien als een belemmering dan een kans. Er is geen apart hoofdstuk financiën opgenomen. De opmerking dat voor dit plan maar € 180.000 beschikbaar is gesteld, is een verkeerde veronderstelling. Dit is additioneel geld waarmee in de begroting al rekening is gehouden. Veel onderwerpen uit het uitvoeringsprogramma zijn al budgetten opgenomen in de begroting 2023. De heer Meerdink zegt dat de financiële bijlage wel deel uitmaakt van dit rapport. Dan mag dat benoemd worden. Hij heeft ook aangegeven dat veel zaken ook al in de begroting zit. Wethouder Te Lindert zegt ten aanzien van de dorps-/kernvisie dat per jaar € 15.000 beschikbaar is. Per plan is € 7500 beschikbaar; dus ruimte voor twee plannen per jaar. Afgevraagd is of er niet meer moet worden gedaan dan alleen geld beschikbaar te stellen.
Dat moet wel. Vorige maand is een overleg gevoerd met het Platform Aalten en Vereniging DKK. Aangegeven is dat er financiële middelen beschikbaar zijn voor het maken van een dorpsvisie. Ook is benadrukt om werkt te maken van deze plannen. Ook de hulp van de gemeente is aangeboden. Lintelo was uitgenodigd om hun proces toe te lichten. Door de aanwezige belangenvereniging is enthousiast gereageerd. De verwachting is dat enkele dorpen aan de slag gaan met het opstellen van een plan. De heer Navis. Dit klinkt goed. Waarom is dit niet in het uitvoeringsprogramma vermeld. Wethouder Te Lindert. In zijn optiek staat dat wel in het uitvoeringsprogramma. Niet is vermeld de korte lijnen met het Platform. De bijeenkomst met het Platform was vorige maand; toen was het uitvoeringsprogramma al klaar. De heer Hollema. 1d gaat over agenderen van een gezamenlijke aanpak van Achterhoekse wooncorporaties voor de gezamenlijk regionale opgave woningbouw en verduurzaming. Het college verwijst alleen naar bestaand beleid. Dat is iets anders dan agenderen om samen dit op te pakken. Waar is dit punt gebleven? Wethouder Kok zegt dat in het raadsprogramma staat dat het college de 8RHK-thematafel Wonen en Vastgoed verzoekt om de gezamenlijke aanpak te agenderen. Dat is door hen zelf al geagendeerd. Wellicht is de vraag verkeerd geïnterpreteerd. De heer Hollema zegt dat de vraag duidelijk was.
Een gezamenlijk aanpak moest worden geagendeerd. De wooncorporaties zijn lid van de thematafel maar hebben geen gezamenlijke aanpak. Wethouder Kok zegt dat het verzoek van de raad om het te agenderen is gebeurd. Er ligt een regionale woonagenda. Deze is mede met de gezamenlijke wooncorporaties opgesteld. Discussiepunten • Niet alleen toetsen aan afwegingskader • Stimuleren is meer dan geld beschikbaar stellen • 5 toetsingspunten nieuwe bestemmingsplannen • Meer ambtelijke capaciteit nodig • Actief grondbeleid • Betaalbaarheid woningen
3
• • •
Dorps-kernvisie buurtschappen; stimuleren is meer dan alleen geld beschikbaar stellen Kerkenvisie opstellen Agenderen van de gezamenlijk aanpak wooncorporaties.
Tweede termijn. Discussiepunt: Niet alleen toetsen aan afwegingskader. De heer Navis zegt dat de wethouder een uitgebreide toelichting heeft gegeven. Waar gaat de gemeente op toetsen? Op het uitvoeringsprogramma of op hetgeen de wethouder heeft aangegeven? Dat laatste heeft zijn voorkeur. Zijn fractie wil een pro-actieve gemeente, misschien met een actief grondbeleid, zodat burgers met eenvoudige aanvragen snel een omgevingsvergunning kunnen krijgen en initiatieven snel kunnen worden gerealiseerd. Moet dit onderdeel nog worden aangevuld om het college de opdracht te geven om hier actief mee aan de slag te gaan? De heer Holtman kan zich vinden in reactie van de heer Navis. De toelichting van de wethouder is uitvoeriger dan hetgeen in het uitvoeringprogramma staat. Daar moet op getoetst worden. Zijn fractie vindt de doorstroming erg belangrijk. Dit element ontbreek bij dit onderdeel. Moet het onderdeel worden aangevuld met “doorstromen”? De heer Navis zegt dat de doorstroming kan bevorderen dat de woningmarkt in beweging komt. Het is een belangrijke toevoeging. De heer Hollema steunt het voorstel van de heer Holtman. De heer Assink snapt de roep om meer seniorenwoningen en starterswoningen. Hij verwijst naar het plan in Lintelo, Vaanholt, AH. Ook aan de Ludgerstraat worden dergelijke woningen gebouwd. Bij ieder plan wordt naar zijn mening hier goed naar gekeken.
Daar waar het mogelijk dwingt het college dat ook wel af. Op dure grond kunnen geen goedkope seniorenwoningen worden gebouwd. De heer Holtman zegt dat de raad vraagt om de inwoners te faciliteren en in het uitvoeringsplan wordt alleen verwezen naar het afwegingskader. De doorstroming staat er niet in. De heer Navis vraagt hoe de heer Assink het college wil toetsten of zij de inwoners faciliteert. De heer Assink zegt dat hij een groot fan is van het afwegingskader. Het is een prachtig instrument. Elke drie maanden worden plannen ontwikkeld. Plannen met seniorenwoningen en starterswoningen krijgen extra punten. De heer Navis vraagt zich af of faciliteren hetzelfde is als toetsen. De heer Meerdink zegt dat de heer Assink aangaf dat hij hoopt dat stukjes grond snel beschikbaar komen voor woningbouw. Dan is er nog wel een probleem en dat is het bestemmingsplan. Zijn fractie wil benadrukken dat het college structuurplannen voor woningbouw moet opstellen. Als er echt stappen gemaakt moeten worden, dan moet het college aan de slag met structuurplannen voor woningbouw. De heer Assink zegt dat de vorige spreker pleit voor actief grondbeleid. Enkele jaren geleden is besloten dat de gemeente terughoudend is met betrekking tot het actief grondbeleid. Mogelijk dat er nu een kentering in komt.
Het college bekijkt naar zijn mening voldoende naar de mogelijkheden van aankoop gronden en woningbouw. Het wijzigen van een bestemmingsplan is wettelijke geregeld. Daar kan niemand iets aan doen. Discussiepunt: Stimuleren is meer dan geld beschikbaar stellen. De heer Navis is content met de toelichting van de wethouder. Jammer dat dit niet in het uitvoeringsprogramma staat. De tekst in het UP gaat alleen over de financiën. Moet dit onderdeel worden aangevuld met de tekst van de wethouder? De heer Hollema steunt de vorige spreker. Discussiepunt: 5 toetsingspunten nieuwe bestemmingsplannen De heer Meerdink zegt dat dit voldoende door de wethouder is beantwoord. Dat bevestigt de bezorgdheid van zijn fractie. Mogelijk wordt de inwerkingtreding van de Omgevingswet met 2 jaar uitgesteld. Hij vraagt zich af of de Omgevingswet ooit doorgaat. Discussiepunt: Meer ambtelijke capaciteit nodig. De heer Meerdink zegt dat het college vindt dat er meer ambtelijke capaciteit nodig is om meer flexibiliteit te kunnen bieden in het afwegingskader. Dat is toch niet nodig met de huidige beleidskaders. Of leveren de vijf genoemde toetsingspunten extra ambtelijke capaciteit op? Dan hebben we meer nodig. Dat is een punt van zorg. Het is een wet dat niet goed uitvoerbaar is. De wet gaat boven flexibiliteit.
De heer Assink snapt de zorgen maar de Omgevingswet is een samenvoeging van tientallen wetten en regels. Daarin worden de diverse toetsingskaders opgenomen. Mogelijk dat de inwerkingtreding van de wet wordt uitgesteld naar 1 januari 2024. Hij steunt het college om nu al aan de slag te gaan met de
4
omgevingsvisie De heer Navis zegt dat het digitaal stelsel - gekoppeld aan de wet - een drama is. Dat staat los van de Omgevingsvisie. Wij kunnen nu al wel aan de slag met de omgevingsvisie. In de visie kunnen ook ambities worden opgenomen hoe we met vergunningverlening e.d. om zullen gaan. Zoveel mogelijk algemene regels opnemen en zo min mogelijk vergunningen. De heer Hollema zegt dat in het raadsprogramma staat de wet geïmplementeerd dient te worden naar de geest van de wet. Daar zit heel veel ruimte. De heer Meerdink maakt zich zorgen over de operationele invoering. De gemeente moet aan de slag met de omgevingsvisie. Dat vergt ambtelijke capaciteit. Discussiepunt: Actief Grondbeleid. De heer Weevers zegt dat de wethouder een nieuwe nota grondbeleid heeft toegezegd. Het lijkt hem verstandig om deze notitie af te wachten. Discussiepunt: Betaalbaarheid woningen. De heer Holtman vraagt zich af wat de gemeente gaat doen ten aanzien van de betaalbaarheid, circulariteit, duurzaamheid en landschapsontsluiting en verkeersveiligheid. Dat is hem niet bekend. Hij vraagt zich af of de raad weer maanden moet wachten. Dat is een gemiste kans. Het college geeft aan dat volgend jaar een plan aan de raad wordt voorgelegd. De heer Navis deelt de mening van de heer Holtman. Wij willen zien waar het college mee aan de slag gaat en hierop kunnen toetsten en beoordelen.
De raad heeft een opdracht aan het college en hij had graag gezien dat concreet was aangegeven hoe dit wordt opgepakt en welke ambities het college heeft. De heer Holleman deelt de mening van de vorige sprekers De heer Assink vraagt wat de definitie van betaalbaarheid is. Hij wijst nog op de aangenomen motie van o.a. het CDA over betaalbare woningen in de Groene Kamer. Enkele weken later is het plan vlot getrokken. Veel plannen lopen nu vast op de onbetaalbaarheid. Mocht de heer Holtman ideeën hebben hoe dit kan worden opgelost, dan hoort hij dat graag. De heer Wevers zegt dat betaalbaarheid het speerpunt van zijn fractie is, als het gaat om wonen. In het afwegingskader wordt daar al rekening mee gehouden. Ook in zijn eerdere betoog over het actieve grondbeleid heeft hij al aangegeven dat de gemeente meer instrumenten moet hebben om hier handen en voeten aan te kunnen geven. De nota grondbeleid komt en hij verwacht daar veel van. De heer Holtman zegt de raad aan het college heeft gevraagd om met concrete ideeën te komen over de betaalbaarheid. In het uitvoeringsprogramma staat dat het een belangrijk punt is en meer niet. Aangegeven wordt dat met man en macht hieraan wordt gewerkt en andere geven aan dat de nota grondbeleid eraan komt.
Wat spreken we nu af? Discussiepunt: Dorps-kernvisie buurtschappen; stimuleren is meer dan alleen geld beschikbaar stellen De heer Holtman zegt dat voorgesteld is de tekst van wethouder bij onderdeel toe te voegen. In de schriftelijke beantwoording schrijft het college van mening dat dergelijke dorps-kernvisies vanuit de samenleving zelf moeten komen. De raad zegt dat het college dit moet stimuleren. De wethouder zegt dat het college dit doet. De reactie van de wethouder komt niet overeen met de tekst van het uitvoeringsprogramma. Wat is nu leidend? De heer Hollema zegt dat in het raadsprogramma is aangegeven dat het college in het uitvoeringsprogramma aan moet geven waarom iets niet wordt overgenomen. Dat lijkt niet te zijn gebeurd. Ook de belemmering is niet beschreven. De heer Navis zegt dat de tekst over de financiën gaat terwijl de raad wil dat het college dit gaat stimuleren. De wethouder zegt dat het college het voornemen heeft om dit te stimuleren. Echter dat staat niet in het uitvoeringsprogramma. De heer Assink wijst erop dat het college dat in het Platform al kenbaar heeft gemaakt. Dat is toch een toezegging. De heer Navis zegt dat een toezegging kan maar het is niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Dan kan de toezegging over twee jaar niet teruggevonden worden in het uitvoeringsprogramma.
De heer Meerdink zegt dat voor 2 dorpshuizen maximaal € 15.000 per jaar (elk € 7500) beschikbaar worden gesteld. Is dit bedrag dat bedoeld voor het ontwikkelen van plannen of voor iets anders? De dorpshuizen zijn niet geholpen met € 7.500. De heer Assink wijst erop de financiële middelen bedoeld zijn voor het opstellen van een dorps-kernvisie. Dus niet voor de dorpshuizen. De heer Meerdink zegt dat de buurthuizen de plannen vervolgens moeten uitvoeren en daarvoor moet ook geld beschikbaar voor zijn. De heer Assink zegt dat voor drie initiatieven € 250.000 in de begroting is opgenomen. De heer Holtman zegt dat stimuleren iets anders is dan informeren.
5
Discussiepunt: Kerkenvisie opstellen. De heer Holtman pleit voor het opstellen van een kerkenvisie. Het college is van mening dat dit geen rol is voor de gemeente. De heer Navis zegt dat dit staat in het raadprogramma. Het college kan dit niet zomaar naast zich neerleggen. Discussiepunt: Agenderen van de gezamenlijk aanpak wooncorporaties. De heer Hollema zegt dat het college verwijst naar de regionale woonagenda. Dit gaat over de gezamenlijke aanpak van de verduurzaming e.d. en door gezamenlijk in te kopen en kennis te delen. Dan kan de kennis in Aalten worden gebruikt. Daar kan Aalten baat bij hebben. Hoe kun je concreet samenwerken met de corporaties ten aanzien van de diverse opgaves. Dat zou geagendeerd moet worden op de thematafel. De heer Assink verwijst naar de prestatieafspraken met de wooncorporatie. Deze is vandaag toegezonden. Thema 2: Duurzaamheid en Klimaat Eerste termijn. De heer Wijbrans: De heer Weevers noemde het UP een plan voor een plan. We noemen het een Uitvoeringsprogramma light. BBB-HMV is teleurgesteld over dit plan. Het mist ambitie en wat ik graag had willen zien van het college is een visie (in mijn geval over duurzaamheid), een moonshot vision. Wat zou voor ons in Aalten een moonshot kunnen zijn? In Lochem hebben ze een wijk waar ze experimenteren met waterstof, waarom gaan wij niet een wijk laten experimenteren met aquathermie of met groen biogas.
Ik wil het met de andere fracties hebben over draagvlak. Ik zou in dit uitvoeringsprogramma graag de ruimte willen scheppen om de dialoog met stakeholders als Rova, Aalbers, Stichting Natuur en Milieu, het Waterschap proactief aan te gaan over hoe je draagvlak creëert voor de veranderingen die we nodig hebben. Maar ook over draagvlak naar bevolkingsgroepen in Aalten, in de kernen, maar ook in de buitengebieden. Hoe krijgen we mensen mee? De heer Assink: Wij hebben een ander geluid dan de heer Wijbrans. De fractie van het CDA ziet in het uitvoeringsprogramma terug dat het college voldoende prioriteit geeft aan duurzaamheid en klimaat. Er wordt gekeken naar diverse onderwerpen, zoals biodiversiteit, energiebesparing en klimaatadaptie waarbij er aandacht is voor samenhang tussen deze onderwerpen. We kijken ook uit naar het opleveren van realistische plannen en nota’s om de plannen verder te concretiseren. Het is goed dat er ruimte is om bij meer onderwerpen jaarlijks te evalueren en bij te stellen als dat nodig is. En dat er aandacht is om te zorgen dat er voldoende slagkracht is binnen de organisatie om dit op te pakken. Wij zien een realistisch beleid waarbij het meenemen van de burgers te doen moet zijn want dit blijft voor nu en in de toekomst een belangrijk aandachtspunt.
Wij hebben geen discussiepunten De heer Navis: Ook bij dit thema vindt de VVD als liberale partij dat vooral de mensen, bedrijven en instellingen zelf aan de slag moeten. Wij moeten hen helpen een versnelling teweeg te brengen zodat verduurzamingsmaatregelen worden genomen. Wij hebben twee discussiepunten. 2d, energieneutraliteit bevorderen. In de uitwerking van het college van dit punt gaat het alleen over de warmtetransitie en dat vinden wij een gemiste kans en sluit volgens ons niet aan op de opdracht die het college heeft gekregen. 2g, stimuleringsmaatregelen duurzaamheid en klimaat. Wij zien de opdracht aan het college anders dan het volgen van het plan van aanpak. Hoe gaan we stimuleren? Dat is echt wat anders dan het volgen van een plan van aanpak. De heer Hollema: Het uitvoeringsprogramma ziet er prachtig uit. Inhoudelijk is D66 minder tevreden. Zeker als je naar thema 2 kijkt. Er staan vooral verwijzingen in naar bestaand beleid. En dan vraag ik me echt af of het plan wat toevoegt, of we het nou goedkeuren of niet. Als discussiepunten wil ik het hebben over onder andere 2a, waarin toch een duidelijke oproep van de raad staat om realistische tussendoelen te stellen. Dan verwacht ik in een uitvoeringsplan dat er ook een realistisch tussendoel is.
Wat wil dit college bereiken in de komende jaren? Er wordt alleen naar komende plannen gewezen en dan kunnen we nergens op toetsen. Dat geldt ook voor het monitoringsinstrument uit 2b. Er wordt gewezen naar PvA Duurzaamheid. Hoe gaan we dat nu omvormen naar een echt monitoringsinstrument? Ook daar is nog geen begin van een uitwerking beschreven. De heer Weevers: Ik heb een discussiepunt met betrekking tot punt 2i. Aanpak energietransitie, maar het gaat bijna alleen over energiearmoede. Terwijl het hier moet gaan over het brede plan, hoe gaan we de energietransitie vormgeven? Hoe krijgen we hier draagvlak voor? Dan gaat het over voorlichting, duurzaamheidsdagen, subsidiemogelijkheden, fondsen, voorbeeldfunctie van de gemeente en ook ruimer dan de gebouwde omgeving. Ik zou graag met de anderen bespreken hoe we echt tot een
6
energietransitie kunnen komen. De heer Holtman: Er zijn twee discussiepunten die ik in wil brengen. De aanpak van de energietransitie wordt hier gemarginaliseerd tot een aanpak van energiearmoede. Een ander aspect is een abstractieniveau hoger. Als je kijk naar onderwerpen 2a, 2c, 2d en 2g hebben we gevraagd om een plan op te leveren om energieneutraal te zijn, voldoende slagkracht, kansen te creëren en stimuleringsmaatregelen te onderzoeken. Bij al die onderwerpen wordt verwezen naar bestaand beleid of toekomstige initiatieven, maar hoe, wat, wanneer, waarom is niet bekend. Ik ben benieuwd wat andere fracties hadden verwacht hier. Reactie college. Wethouder Groters: Het klopt dat er heel veel plannen zijn. U zult de aankomende maand een aantal voorstellen krijgen hoe we die plannen gaan aanpakken. Er ligt een raadsmededeling klaar hoe we met de warmtetransitie aan de slag gaan. In januari volgt de klimaatadaptatiestrategie. Er liggen veel plannen en die krijgt u de komende twee maanden. Daarin staat ook dat we met externe stakeholders gaan praten. Er staat in dat we dat niet allemaal zelf gaan doen, maar dat we alle externe stakeholders ook betrekken. De heer Navis: U heeft het over de warmtetransitie. Als we het hebben over 2d dan gaat het over de energieneutraliteit. U heeft het alleen maar over warmtetransitie.
Energieneutraliteit is toch veel meer dan alleen warmte? Waarom heeft u dat niet breder opgepakt? Wethouder Groters: We gaan het ook wel breder oppakken, dus ook energieneutraliteit. Maar in het kader van de warmtetransitie gaan we het eerste wijkuitvoeringsplan oppakken. De heer Holtman: We hebben bij punt 2i gevraagd om een plan m.b.t. de energietransitie te komen terwijl er in het UP de focus ligt op energiearmoede en dat tegengaan. Welk beeld heeft de wethouder bij het aanpakken van 2i? Wethouder Groters: Als je de vraag leest in het raadsprogramma dan staat er: “welke maatregelen neemt het college om energiearmoede te voorkomen”. De heer Hollema: Energiearmoede staat er als voorbeeld, daarmee is het niet beperkt tot dat punt. Het is slechts als één voorbeeld benoemd. Terwijl het een mooi punt is waar sociaal en ruimte bij elkaar komt. Het is veel breder bedoelt. Wethouder Groters: Het is ook breder bedoeld. We gaan het ook aanpakken. De heer Wijbrans: Ik mis het antwoord van de wethouder op vragen om visie op het gebied van duurzaamheid. Waar wil je aan het einde van je periode als college staan? Wethouder Groters: Het is geen visiedocument. Het is en uitvoeringsprogramma, een reactie op het raadsprogramma. De heer Hollema: In het raadsprogramma, punt 2a, vragen we om specifieke tussendoelen. In het uitvoeringsprogramma verwachten we die tussendoelen.
Die zijn er niet en nu kunnen we het nergens over hebben. Wethouder Groters: In het PvA duurzaamheid zullen we jaarlijks evalueren en jaarlijks de doelen bepalen voor het jaar daarop. Dus jaarlijks evalueren en jaarlijks de doelen bijstellen. De heer Hollema: Die cyclus is goed, maar dit is een uitvoeringsprogramma voor de komende vier jaar en er staan geen doelen in voor de komende vier jaar, waarom niet? Wethouder Groters: Dat gaat wel gebeuren, niet in dit document, maar in het PvA Duurzaamheid. Discussiepunten • Hoe creëren we draagvlak voor de duurzaamheidsopgave bij stakeholders en bij de samenleving? • Hoe gaan we beoordelen of het college op route ligt als we geen realistische tussendoelen hebben en hoe we de komende raadsperiode werken aan de opgave om energieneutraal te worden? • Het monitoringsinstrument uit 2b. Er wordt gewezen naar PvA Duurzaamheid. Hoe gaan we dat nu omvormen naar een echt monitoringsinstrument? Missen we op de voorgestelde manier geen informatie? • Energieneutraliteit bevorderen. In de uitwerking van het college van dit punt gaat het alleen over de warmtetransitie en dat vinden wij een gemiste kans en sluit volgens ons niet aan op de opdracht die het college heeft gekregen. Tweede termijn.
Discussiepunt: Hoe creëren we draagvlak voor de duurzaamheidsopgave bij stakeholders en bij de samenleving? De heer Wijbrans: De wethouder heeft de dialoog met stakeholders aangekondigd, maar het gaat erom
7
dat we in Aalten met elkaar die energietransitie, de verduurzaming van onze samenleving vorm gaan geven. Dan is het van belang dat we met elkaar als raad en college een strategie hebben waarin we ervoor zorgen dat de burger meegenomen wordt in het proces. Het afgelopen jaar hebben we te vaak gezien dat de burger de hakken in het zand zet en zegt we willen het anders. De heer Assink: Gisteren in de Achterhoek Raad was er een inleiding van een lid van deze raad die de uitspraak deed: “elke dag een stapje” en dat is wat mij aanspreekt. Wij hebben al aangegeven dat we realistisch vooruit willen, maar niet te snel. Ik denk dat we op die manier onze inwoners meekrijgen. Ik deel uw zorgen. We kunnen met zijn allen heel veel willen, maar we moeten de inwoner meekrijgen. De heer Holtman: Ik vind het bijzonder dat we deze discussie nu voeren, want volgens mij hebben we dat na de verkiezingen al gedaan. We hebben in het raadsprogramma opgenomen dat het onze ambitie is dat we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, regionale en landelijke partners de nationale en internationale klimaatdoelstellingen willen realiseren. Iedereen moet meedoen en daarom vragen wij het college om met een breed gedragen aanpak te komen. De heer Navis: Ik haak toch even aan op de visie op energie.
Wil je daar mee aan de slag, dan zit daar toch ook een argument om iedereen mee te krijgen bij het opstellen van een omgevingsvisie. Je moet inderdaad de burgers meenemen en draagvlak creëren. Het Rijk wil het allemaal topdown regelen, maar als gemeente moeten we werken aan draagvlak. Voor mij is ook belangrijk dat we het haalbaar en betaalbaar houden en dat is volgens mij ook wat de CDA-fractie wil. De heer Hollema: ik ben het met de heer Holtman eens dat we en opdracht hebben gegeven in het raadsprogramma. Het is niet eenvoudig en het kost best veel capaciteit en slagkracht om dat voor elkaar te krijgen. Er ligt een grote opgave om dat gedoseerd te kunnen brengen en dat betekent nogal wat organisatie. Daar heb je een stevig team voor nodig en ook daar staat wederom dat het college dat gaat uitzoeken. De heer Wijbrans: Ik zou het graag bij het college neerleggen om hier concrete plannen bij te maken. Discussiepunt: Hoe gaan we beoordelen of het college op route ligt als we geen realistische tussendoelen hebben hoe we de komende raadsperiode werken aan de opgave om energieneutraal te worden? De heer Navis: ik denk dat dit bij alle onderwerpen aan de orde is. We missen een plan van aanpak voor deze onderwerpen. Als ik zie in bijlage 1 van het raadsprogramma welke opdracht aan het college is meegegeven.
De huidige stand van zaken wat betreft de opdracht die vinden we bij duurzaamheid hier en daar nog wel terug. Maar hoe vindt de uitvoering van de opdracht plaats en wanneer en met welke prioriteitsstelling vind ik niet terug. Welke belemmeringen voorziet het college en welke oplossingen worden hierbij voorgesteld zie ik niet terug in het thema duurzaamheid. Het staat er niet, dus ik ben het eens met de heer Hollema. De heer Weevers: Het is volkomen terecht dat er wordt gevraagd om tussendoelen, maar ik denk dat het niet past in dit uitvoeringsplan. Dat kunnen we niet voor elk onderdeel doen. Ik vind het prima om te verwijzen naar bijvoorbeeld het PvA Duurzaamheid, of bijvoorbeeld naar het RES omdat daar de voortgang aanbod komt en de cijfers en de knelpunten. Daar wordt het werkelijke inhoudelijke beleid gemaakt. Wat je hier doet is aangeven welke stappen je gaat nemen. De heer Hollema: De heer Weevers doet alsof het heel ingewikkeld is om tussendoelen te stellen, maar dat valt toch wel mee. De uitwerking hoe je dat gaat realiseren is een stuk lastiger. Je wilt toch tussendoelen hebben? De heer Weevers: Dat is precies wat ik zeg, dat doe je dus niet hier in het uitvoeringsplan, maar in PvA Duurzaamheid. De heer Wijbrans: Ik ben het wel eens met de heer Weevers dat we die plannen van aanpak hebben. Wat hier mist in dit programma is het instrument waarmee we gaan meten.
Is iets wat ons ten doel hebben gesteld haalbaar en hoe meten we of het haalbaar is? Dat had ik hier wel graag gezien. Discussiepunt: Het monitoringsinstrument uit 2b. Er wordt gewezen naar PvA Duurzaamheid. Hoe gaan we dat nu omvormen naar een echt monitoringsinstrument? Missen we op de voorgestelde manier geen informatie? De heer Holtman: Laat ik het even samenpakken met mijn discussiepunt over de verschillende onderdelen van dit thema. Het is vooral verwijzen naar een bestaand plan of we gaan het een keer doen. Om op al die punten te verwijzen naar bestand beleid is niet wat de ChristenUnie voor ogen had en ik proef hier dat ook andere fracties er zo over denken. Dus we zijn het eens met D66.
Discussiepunt: Energieneutraliteit bevorderen. In de uitwerking van het college van dit punt gaat het
8
alleen over de warmtetransitie en dat vinden wij een gemiste kans en sluit volgens ons niet aan op de opdracht die het college heeft gekregen. De heer Navis: We vragen het college om kansen te creëren voor bewoners, bedrijven en organisaties en verenigingen om energieneutraler te worden door het energieverbruik te verminderen. We krijgen een antwoord dat we met de warmtetransitie aan de slag gaan volgens het plan uit 2021. Het voldoet niet aan de opdracht uit het raadsprogramma. Bent u het daar mee eens? De heer Hollema: Ja. Het is inderdaad bestaand beleid, daar hebben we geen raadsprogramma bij nodig. Juist dit punt was breder bedoeld, voor iedereen. Niet alleen voor die paar wijken waar we beginnen. Dat hele punt mist dus compleet. De heer Holtman: Dat vindt de ChristenUnie ook. De heer Wijbrans: Volmondig eens met de heer Hollema. De heer Weevers: Dit komt ook wel overeen met wat ik vind van punt 2i, over de energietransitie die wordt verengd tot energiearmoede. Ik denk dat het ook te maken heeft met hoe het raadsprogramma is opgesteld. Daar wordt het deze richting ook wel opgestuurd. Ik ga mijn hoop vestigen op het PvA duurzaamheid waarin al deze aspecten terugkomen met tussendoelen, met een monitoringsinstrument. En ik denk niet dat dit uitvoeringsplan de plek is om de diepte in te gaan. De heer Navis: Ik zie de heer Weevers wel als deskundige op het duurzaamheidsgebied.
Hoe kijkt naar de opdracht om kansen te creëren om inwoners, bedrijven en verenigingen energieneutraler te laten worden. Dat is toch totaal iets anders dan wij in een warmtetransitie regelen? Dan kunt u toch niet beweren dat hier aan de opdracht is voldaan. De heer Weevers: Dat heb ik zonet ook min of meer gezegd. Al in mijn eerste bijdrage. Ook dit uitvoeringsplan moet uitgewerkt worden. Ik vind dit plan ook redelijk vaag, maar het geeft wel aan op welke momenten het wel inhoudelijk aan de orde moet komen en ik dat we daar de inhoudelijke discussie moeten voeren. De heer Hollema: De heer Weevers geeft aan dat het allemaal terug komt in het PvA duurzaamheid. Resultaten uit het verleden geven mij nog niet erg veel vertrouwen in de toekomst. De raad heeft specifiek gevraagd het PvA om te vormen naar een monitoringsinstrument en niet als het middel om het beleid nog allemaal te bepalen. Thema 3: Sociaal domein Eerste termijn. Mevrouw Oonk: Het eerste punt 3a. over de Nota Sociaal Domein. Inmiddels hebben wij daar een uitvoeringsagenda van ontvangen. Voor ons ontbreekt toch de meetbare doelen. Er zijn heel veel punten in de uitvoergingsagenda die niet smart genoeg geformuleerd zijn. Zodoende kunnen wij niet voldoen aan punt 3a want het college zou zorgen voor een periodieke cijfermatige en inhoudelijke terugkoppeling. Graag de reactie van de wethouder en andere fracties.
Het tweede punt is 3c. De vindbare, zichtbare laagdrempelige toegang. Wij dachten dat we eind 2022 die toegang zouden hebben. Die is er dus niet. In het uitvoeringsprogramma lezen wij dat er weer een onderzoek wordt opgestart. Dit duurt allemaal wel heel erg lang. Hoe weten we straks of er iets zichtbaar is of vindbaar is en laagdrempelig genoeg is? Het is niet concreet hoe het college dit gaat doen. 3d. Het preventief jongerenbeleid. Het huidige beleid voortzetten, daarmee zijn wij het niet oneens. Maar dan staat er; “verbeterd het welzijn van jongeren op het gebied van”. Hoe gaat het college dat doen? Dit staat er niet goed in. Afhankelijk van het antwoord gaan we de discussie aan. 3f. Het versterken van een sociale basis. Dat is zo’n ruim open begrip dat het heel lastig wordt om te monitoren. Waar gaan we beginnen, welke stukjes sociale basis gaan we aan elkaar knopen, hoe weten we of iets wat we gedaan hebben meer samenhang oplevert? Hoe krijgen we dit punt concreet zodat we ook doelgericht gaan werken en de sociale basis echt verbeterd wordt? Mevrouw Rensink: In het uitvoeringsprogramma Sociaal Domein staan veel plannen. Er gebeurt veel in het Sociaal Domein. Wat lastig is, is het inzichtelijk te krijgen. In het uitvoeringsprogramma wordt veel gewezen naar de uitvoeringsnota die we via een raadsmededeling hebben gekregen.
In de vragen en antwoorden op het uitvoeringsprogramma wordt ingegaan op die raadsmededeling. Dus waar dan op te reageren? Punt 3a. In de beantwoording staat dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een lokaal Dashboard en de Regionale monitoring. Wat wordt daarmee bedoeld? Afhankelijk van het antwoord wordt dit een discussiepunt. 3f. In de beantwoording staat; ‘het is een uitdaging om de sociale basis goed in beeld te brengen en te houden’. Hierin speelt ook het gebrek aan vrijwilligers een rol. Het college gaat in gesprek met verenigingen. Dat er problemen leven bij verenigingen, daar heeft GB vaak op gewezen en ook dat er een verenigingscontactpersoon nodig is. Zorg over de toekomst en aanwas van vrijwilligers. De inkoop wordt regionaal gemonitord. GB heeft vragen over de eerste geluiden. Een dashboard geeft wel wat weer, maar dat wil nog niet zeggen dat we de geluiden horen en weten hoe het
9
leed is in de samenleving en bij de professionals. Mevrouw Van Alstede: Het college heeft het raadsprogramma vertaald in een uitvoeringsprogramma waarin vooral staat, van wat u vindt vinden wij ook. En hoe we dat precies gaan uitwerken vindt u in de stukken straks wel terug. De echte discussies en de puntjes op de i, komen als de stukken daadwerkelijk worden uitgewerkt. We moeten wel alert zijn dat er wat terugkomt naar de raad en dat er stukken naar de raad komen waar we iets van mogen vinden. De concrete punten en de concrete discussie komen dan wel aan de orde. Geen discussiepunten. Mevrouw Ten Bruin: Veel punten zijn verre van concreet. Wij hadden graag gezien dat er meer concrete afspraken en terugkoppelingen in het uitvoeringsprogramma hadden gestaan. Tijdens het opstellen van het raadsprogramma werden we diverse malen teruggefloten omdat we in het uitvoeringsprogramma zaten te werken. Vragen. 3d Preventief jongerenbeleid. ‘Er wordt constant gewerkt aan een dekkende infrastructuur om jongeren en hun omgeving te bereiken en te motiveren’. Hoe gaat dit precies aangepakt worden? 3e. Jongeren betrekken bij beleid. Gesproken wordt over verschillende invalshoeken. Welke invalshoeken? 3h. Zoektocht naar jonge mantelzorgers.
Is er gekeken naar de maatschappelijke stage op scholen en is één en ander niet te combineren? Mevrouw Hoezen: Wij hebben vastgesteld dat het college gehoor heeft gegeven aan de verzoeken van de raad in het raadsprogramma om aan de slag te gaan met daarin genoemde onderwerpen. Een aantal daarvan zijn al besproken in de raad. Wat op papier staat is belangrijk, nog belangrijker vinden wij de uiteindelijke uitvoering daarvan. De taken van de gemeente op het Sociaal Domein omvatten aanmerkelijk meer dan er in het raadsprogramma en uitvoeringsprogramma staat. Dat moeten we zeker niet vergeten. Het is een doorlopend proces. Afhankelijk van externe factoren moeten er prioriteiten gesteld worden. Al heel veel dingen zijn goed geregeld in de gemeente. Welke problemen signaleren de kritische fracties? Waar zou het college dan mee aan de slag moeten? De heer Van der Graaff: Discussiepunt over 3g. Niet concreet en niet spannend genoeg. Waarborg en een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van geïnitieerde zorg. Daar staat een prioriteit, laag, bij. Waarom is die prioriteit laag? De heer Holtman: Het eerste discussiepunt sluit aan bij het discussiepunt van de VVD-fractie over hoe gaan we het welzijn van jongeren verbeteren. Het tweede discussiepunt is jongeren betrekken bij beleid. We hebben gevraagd om een plan, hoe kun je dit nu meer doen.
Het derde discussiepunt sluit aan bij de fractie van D66 over verhouding prijs en kwaliteit van geïnitieerde zorg. Vanwaar die prioriteitstelling? Discussiepunten: • Het ontbreken van meetbare doelen • Eerst weer onderzoek naar laagdrempelige toegang • Onderscheid lokaal Dashboard en regionale monitoring • Zorg over toewas vrijwilligers en een verenigingscontactpersoon • Welke problemen signaleren de kritische fracties en waar zou het college dan mee aan de slag moeten • Prioriteit, laag, bij waarborg en een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van geïnitieerde zorg • Jongeren betrekken bij beleid • Vaker hebben wij gemerkt dat op het moment dat de uitvoering lastig wordt het balletje terug wordt gekaatst naar de raad Vragen: • 3d Preventief jongerenbeleid. ‘Er wordt constant gewerkt aan een dekkende infrastructuur om jongeren en hun omgeving te bereiken en te motiveren’. Hoe gaat dit precies aangepakt worden? • 3e. Jongeren betrekken bij beleid. Gesproken wordt over verschillende invalshoeken. Welke invalshoeken worden daar bedoelt? • 3h. Zoektocht naar jonge mantelzorgers. Is er gekeken naar de maatschappelijke stage op scholen en is één en ander niet te combineren? Reactie college: Wethouder Te Lindert: Zijn de meetbare doelen wel smart geformuleerd. U heeft gevraagd om een cijfermatige periodieke terugkoppeling. Dit gaan we ook doen. Sowieso middels ons Dashboard.
Het Dashboard beschrijft niet het hele Sociale Domein. U heeft de uitvoeringsnota Sociaal Domein ontvangen. Dit heeft in zijn laatste deel redelijk staccato de punten die we willen gaan uitvoeren. Deze zijn dus ook te controleren. De uitvoeringsnota Sociaal Domein komt ook terug in een beeldvorming en oordeelsvorming vergadering. Dan kunnen we met elkaar kijken of het smart genoeg is en of het concreet genoeg is om te toetsen. Los van het Dashboard. Het lokale en regionale Dashboard. Wij
10
streven naar een lokaal Dashboard alleen zijn wij door de nieuwe aanbestedingen wel gebonden aan de regionale cijfers. Dus er wordt regionaal gewerkt aan een Dashboard. Er wordt een lokale kleur zullen geven zodat helder is, wat zijn nu de cijfers wat zijn de vorderingen op het Sociaal Domein cijfermatig. In aantallen en in euro’s. Mevrouw Rensink: Cijfermatig voor onze gemeente. Dan kunnen we echt teruglezen hoe het in onze gemeente staat? Wethouder Te Lindert: Ja. De eerste geluiden over de regionale inkoop zijn heel divers. Veel positieve geluiden, ook kritische en ingewikkelde geluiden. Verandering is altijd lastig. De kwaliteit waarbij de prio op ‘laag’ is gezet volgens het Uitvoeringsprogramma. Dat is niet terecht. Eén van de redenen voor die nieuwe inkoop is omdat we dichter op de kwaliteit kunnen zitten. Mindere aanbieders, heldere afspraken dan kun je ook de kwaliteit monitoren. Misschien is hier de prio ‘laag’ aangegeven om dat het niet de prio was om daadwerkelijk nu meteen werk van te maken. Dit gaat al zo. Dat is een verkeerde interpretatie van de prio ‘laag’. Die heeft de prio ‘laag’ gekregen omdat we hier al mee bezig zijn. Mevrouw Rensink: In hoeverre is daar ook een lokale monitoring van de beleving van onze inwoners en professionels in onze gemeente? Wethouder Te Lindert: Beleving van cliënten staat in de cliëntervaringsonderzoeken. Daar doen wij aan.
Daarmee monitoren we hoe de zorg, die verleend wordt, ervaren wordt. De vraag is of je op het cliëntervaringsonderzoek echt conclusies kunt trekken. Deelname is niet zo groot. In het veld horen wij wel veel, via onze jeugdconsulenten. Die geluiden zijn best positief maar ook ingewikkeld. De heer Van der Graaff: De prioriteit staat laag, omdat u er al zo mee bezig bent. Om diezelfde reden zou je kunnen zeggen dat die daarom ‘hoog’ zou staan. Wethouder Te Lindert: Wij zijn er nooit op uit om iemand op het verkeerde been te zetten. Prio ‘laag’ is redelijk ongemakkelijk gekozen. Wat mij betreft mag u daar ‘hoog’ van maken. Dekkende infrastructuur jongerenbeleid. Actief jongerenbeleid. In het raadsprogramma staat: “voortzetten van de huidige lijn”. Dat gaan we uiteraard doen. De huidige lijn is dat we heel veel contacten hebben, stakeholders hebben in het veld en die zetten we voort. Aldus de opdracht van de raad. We zijn de afgelopen periode en de komende periode erg bezig geweest met het Nationaalplan Onderwijs en met Gelijke kansen Alliantie. We kunnen niet alles in het Uitvoeringsprogramma opschrijven. Via alle mogelijke invalshoeken werken we met jongeren van jong tot oudere jongeren. Waar jongeren ouder worden, wordt het ook steeds ingewikkelder.
De kinderraad, die nu een naschoolse activiteit is geworden en de jongerenraad die we aan het oprichten zijn, zijn belangrijke gremia om jongeren ook bij beleid te laten aanhaken en hun mening mee te nemen. Op steeds meer plekken weten onze jongerenwerkers, de jongeren ook te bereiken. Daarin wordt de stem van de jongeren ook meegenomen. Rondom de drugsaanpak hebben we gezien dat de keten zich aan het sluiten. Mevrouw Ten Bruin: U zegt, daar zien we de resultaten van. Is dat meetbaar, zijn daar cijfers van? Wethouder Te Lindert: Wij horen terug vanuit de school. Er is een kluisjesonderzoek geweest, daar is niks aangetroffen. De wijkagent Jeugd ziet minder overlast op straat. Het aantal incidenten neemt af. Dat zijn mooie resultaten die aantonen dat de aanpak effect heeft. Mevrouw Oonk: U denkt daar vast van tevoren over na. Dit gaan we inzetten en willen dat ook meetbaar hebben. Hoe gaat u meten wat het effect is over 4 jaar? Wethouder Te Lindert: Het effect van een actief jongerenbeleid is dat we minder jongeren hebben die met problemen ergens aankloppen, minder jongeren met zorgen, minder jongeren die in jeugdzorg verdwijnen. We willen die aantallen terug zien gaan, bv. middels een Dashboard. Het zijn allemaal preventieve zaken en die preventie is moeilijk meetbaar.
De heer Holtman: Kunt u reflecteren op onze vraag om met een plan te komen hoe je jongeren betrekt bij het uitvoeren van beleid. Er komt een jongerenraad. Maar er zijn veel meer manieren. Kom met een integraal plan hoe je dat kan doen op de verschillende leeftijden, dat lijkt te ontbreken. Wethouder Te Lindert: We willen niet alles ophangen aan de jongerenraad, maar toch ook weer wel. Juist bij die jongerenraad willen neerleggen, zelf na te denken over op welke manier zij betrokken willen worden bij beleid. We hebben bewust niet gekozen om bv. een leerlingenraad hierbij te betrekken. We willen hier echt de jongeren voor aansporen. We willen het initiatief bij de jongeren leggen. In een later stadium vertel ik u graag over de vorderingen. Mevrouw Rensink: Hoe komt u dan aan die jongeren? Worden die uitgezocht en benadert door Figulus. Wethouder Te Lindert: Dat zou kunnen. Maar vooral aan de jongeren zelf overlaten. Bv. door een vriend of vriendin erbij te betrekken. We willen het netwerk van de jongeren zelf in werking zetten. Mevrouw Ten Bruin: Hoe krijgen we hier jongeren die echt jongeren verder kunnen helpen? Hoe zet je dat proces ingang? Wethouder Te Lindert: U beschrijft precies de uitdaging. Mevrouw Oonk: U geeft aan dat aan het eind van de uitvoeringsnota wel concrete meetbare doelen staan. Het komt in een beeldvorming en oordeelsvorming.
Stel dat wij het niet concreet genoeg vinden.
11
Hoe kunnen wij als raad daar dan nog iets van vinden en er iets aan doen? Wethouder Te Lindert: Dit zal wethouder Wikkerink beantwoorden. De heer Van der Graaff: Ik hoorde een toezegging van 3g. “Dan maken we van ‘prioriteit laag’ – ‘prioriteit hoog’. Is dat een toezegging? Burgemeester Stapelkamp: Als dit de mening van de hele raad is dan kunnen we dit na vaststelling in de definitieve versie meenemen. Wethouder Te Lindert: En dan mag dit wat mij betreft als toezegging. Wethouder Wikkerink: ‘Laag’ is bedoeld omdat dit de hele periode loopt. We zijn nu bezig met het realiseren van het Dashboard. We hebben hem nu lokaal klaarliggen. Dit gaat over de geïndiceerde zorg maar ook over de minimavoorziening. Dit komt in een beeldvorming en oordeelsvorming. Dat is de lokale. Vrijdag is de aftrap van een uitgebreide regionale groep die met de aanbieders monitoringen gaan uitvoeren en opzetten in het hele regionale inkoopproces. Dat is meer dan alleen maar de cijfertjes. We willen juist die beweging laten zien. Het zal heel moeilijk zijn om de inzet van de sociale basis te monitoren. Maar als je verhalen verteld, voorbeelden laat zien, dat is de nieuwe manier van monitoring. Niet alleen cijfers, niet alleen maar P x Q, maar juist de beleving en doet het iets met mensen. Mevrouw Oonk: Die sociale basis versterken is dan een oneindig iets.
Maar de middelen van het college, en ambtenarenapparaat zijn toch een keer uitgeput. Wethouder Wikkerink: Ja, daar zijn wij nooit mee klaar. In de begroting is € 4 ton voor transformatie opgenomen. Dat is structureel. Als we tekortkomen dan komen we bij de raad. Mevrouw Oonk: Wij willen dan graag weten of het effect heeft gehad. Wethouder Wikkerink: Dat zullen wij u vertellen door verhalen te laten lezen en situaties te schetsen. We zullen zoveel mogelijk aangeven wat we gedaan hebben en wat voor effect dat heeft. Binnenkort krijgt de raad het lokale dashboard. Dit is ook iets in ontwikkeling. Aangegeven wordt dat bepaalde zaken niet concreet is verwoord. Wij willen u als raad graag meenemen. Er zijn 4 hele grote uitdagingen die verbleken bij een monitoringssysteem of een project bij wat voor doelgroep dan ook. Laten we nu gemeenschappelijk als raad en bestuur proberen ook dat draagvlak in de maatschappij te realiseren dat de zorg zoals die nu georganiseerd is over 10 jaar niet meer kan. Daar moeten we mensen op voorbereiden. Op een andere manier van zorg ontvangen en zorg verlenen. Een tweede probleem is de enorme arbeidsmarkt problematiek. Een derde uitdaging is de zorg waar wij in Aalten voor verantwoordelijk zijn. Wmo, Jeugdzorg enz. Gebrek aan vrijwilligers, belasting van mantelzorgers daar zullen we een visie over moeten ontwikkelen.
Dit staat ook in het uitvoeringsprogramma. Bestaanszekerheid moeten we ook mee aan de gang. De heer Van der Graaff: U neemt nu wel een hele vlucht vooruit. Hoe gaat u om met de punten die wij hebben aangegeven. U heeft daar antwoord op gegeven maar legt de bal weer terug bij ons. Maar u gaat over de uitvoering. Daar is een college voor. Vaker hebben wij gemerkt dat op het moment dat de uitvoering lastig wordt het balletje terug wordt gekaatst naar de raad. Wethouder Wikkerink: Wij leggen niet bij elk uitvoeringspunt de bal terug bij de raad. Zie de 46 pagina’s tellende uitvoeringsnota. Het ging over het draagvlak in de samenleving. Daar moet je aan werken als bestuur, raad als politiek. De heer Holtman: Blij met de toevoeging van de wethouder. T.a.v. het integrale zorgakkoord. Wij onderschrijven uw woorden. Ook in de Achterhoek Raad hebben wij het hier uitvoerig over gehad. Betrek ons er dan ook bij zodat de raad ook aan de knoppen kan draaien. Het gaat van zorg naar gezondheid. Wat kunnen we doen hoe kunnen we dat doen. Neem ons mee, wat is onze rol, hoe kunnen we dat beïnvloeden. Tweede termijn. Discussiepunt: 3g. Waarborg en een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van geïnitieerde zorg. De heer Van der Graaff: Hier hebben we een toezegging op gekregen, gesteund door de burgemeester. Discussiepunt: Invulling van jongeren.
De heer Holtman: Er wordt om een plan gevraagd. Er wordt veel verwezen naar de jongerenraad en er zijn zeker initiatieven die spelen. Maar volgens mij is het breder. Mevrouw Oonk: Het is best moeilijk maar het moet niet alleen bij het onderwijs en Figulus liggen. Ruim kijken hoe we zoveel mogelijk jongeren kunnen betrekken. Iets meer aandacht mag wel. De heer Van der Graaff: Hier ligt een taak voor de wethouder om hier de regie in te nemen en dat te coördineren en een zo breed mogelijke doelgroep te krijgen. Vanuit verschillende hoeken en niveaus uit de samenleving. Mevrouw Hoezen: Het is belangrijk dat erover nagedacht wordt. Misschien een raadsmededeling dat het nog wat concreter wordt. Maar geen plan in de vorm van een nota.
12
Discussiepunt: Jongeren betrekken bij beleid. Is voldoende behandeld. We hebben om een plan gevraagd. Komt die er niet dan is dat jammer en is niet helemaal voldaan aan de wens die we met elkaar als raad hebben afgesproken. Discussiepunt: Onderscheid lokaal Dashboard en regionale monitoring. Mevrouw Rensink: Er komt een dashboard met cijfers en verhalen. Wij willen ook graag de ervaringen van de professionals. Discussiepunt: Sociale basis en vrijwilligers. Mevrouw Rensink: De nota komt in de beeldvormende en oordeelsvormende vergadering. Het is goed om er dan op terug te komen. Discussiepunt: Monitoring. Voldoende behandeld. Discussiepunt: 3a Sociaal Domein. Mevrouw Oonk: Vinden wij dat een raadsmededeling, die de nota Sociaal Domein omvat, dat die voldoende cijfermatige monitoring van de onderwerpen bevat? Mevrouw Rensink: Wij gaan ervanuit dat in januari, als die raadsmededeling geagendeerd wordt, dat we dan inhoudelijk op dat soort aspecten in kunnen gaan. Mevrouw Oonk: Inhoudelijk kunnen we er iets van zeggen, maar daar hoeft het college niets meer mee te doen. Mevrouw Rensink d.m.v. moties kunnen wij veranderingen inbrengen. De heer Van der Graaff: De oproep uit het raadsprogramma is duidelijk. Vervolgens komt er een weinig concrete doelstelling. Hoe is dat dan toetsbaar voor ons. We moeten er wel kort opzitten, anders loopt het van ons weg.
Mevrouw Van Alstede: Het is heel moeilijk om te monitoren. En wat ga je dan meten. Wat je kan meten is: “wat zijn we aan het doen, welke activiteiten doen we, hoeveel en wat is het doel”. Wat daadwerkelijk bereikt wordt daarmee is iets wat je uit verhalen kan horen. In de zorg werkt dit niet op die manier. We vragen iets dat gewoon niet haalbaar is. De heer Holtman: Het Sociaal Domein is sinds een paar jaar in beheer van de gemeente, beslaat 1/3 van onze begroting. Ja, de wereld is niet maakbaar, ja, dat zegt niet alles en ja we willen een sociale gemeente zijn en ja, we doen allemaal ons best. Als raad zijn we er verantwoordelijk voor. Ook voor de budgetten. Laten we de raadsmededeling afwachten maar het verdient wel bespreking. Mevrouw Van Alstede: Dit betekent niet dat dit is wat het is en daar laten we het bij. Natuurlijk moeten wij van alles willen weten. Maar we kunnen niet alles weten en dat zullen we ook moeten accepteren. Discussiepunt: Laagdrempelige toegang. Mevrouw Oonk: In de nota staat het niet concreet. Er wordt weer onderzoek gedaan. Het duurt enorm lang met dat loket. Mevrouw Hoezen: De fractie van de PP vindt dit ook een belangrijk onderwerp. Begrepen dat het in het dienstverleningsconcept wordt meegenomen. Mevrouw Rensink: Wij zijn er al heel lang mee bezig. Er is al heel lang sprake van. Nu weer nieuw onderzoek. Eind 2023 weten we waar we aan toe zijn.
Mevrouw Ten Bruin: Ook wij vinden dit veel te lang duren. Discussiepunt: Preventief jongerenbeleid. Mevrouw Oonk: 3c-3d. Er werd net van alles genoemd. Het staat niet in het uitvoeringsprogramma. Er komt telkens van alles en er wordt van alles beloofd. Als raad kunnen we daar toch heel erg weinig mee. Discussiepunt: Versterking van de Sociale Basis. Mevrouw Oonk stelt voor om dit als raad een keer te agenderen. Als we straks alleen maar verhalen hebben dan weten we nog niet of we het goede doen. Mevrouw Van Alstede: Sociale basis is heel belangrijk en heel ingewikkeld. Het is een belangrijk onderwerp waar we goed van op de hoogte moeten zijn. Wij denken dat het meer een informatieavond zou moeten zijn. De heer Van der Graaff: Wij willen ervoor pleiten om de commissie Sociaal Domein en de Sociale Raad alsmede het maatschappelijk veld daarbij te betrekken. Daar moeten we het weghalen. Voordat we weer alleen gaan werken. We zouden met een initiatiefvoorstel kunnen komen als raad.
13
Discussiepunt: 3h zoektocht naar jonge mantelzorgers. Mevrouw Ten Bruin: De vragen over preventief jongerenbeleid en jongeren betrekken bij beleid zijn voldoende behandeld. We moeten in de zorg alles in het werk stellen om handen aan het bed te krijgen. Dit is heel urgent. Vooral jonge mantelzorgers. In het uitvoeringsprogramma staat dat we in 2023-2024 meer inzicht willen hebben in de behoefte van jonge mantelzorgers. Is dat niet veel te laat? De heer Van der Graaff: Zo klinkt het wel. Nog twee weken en we hebben 2023. Wij zijn benieuwd hoe het college dat dan ziet. We hebben ook beluisterd dat het qua uitvoering bij Figulus lastig is qua slagkracht. Ik ben met u pleitbezorger voor goede ondersteuning van jonge mantelzorgers. Verbinding met het onderwijs is daarbij cruciaal. Het college heeft hier een mooie opdracht. Wij willen hen wel het vertrouwen geven dat ze hier ruimte voor krijgen. In 2023 slagen maken en in 2024 moet het staan. Discussiepunt: Welke problemen signaleren de kritische fracties en waar zou het college dan mee aan de slag moeten. Mevrouw Hoezen: Gelet op de discussie en alles wat al besproken is het voor nu voldoende. Thema 4: Ondernemen en Economie Eerste Termijn. De heer Meerdink: We hebben vragen over de vestigingsmogelijkheden van bedrijven en woningen. We zijn minder tevreden over hoe we om moeten gaan met structuurplannen voor woningbouw.