B1. Nationaal Onderduikmuseum Aalten - De Panne voorjaarseditie 2026
Tekst van het document
Uitgave van het Nationaal Onderduikmuseum | 1-2026
12
In memoriam Joop Levy
”Een held is iemand die zijn leven waagt, terwijl hij er niets voor vraagt.”
5 14 20 25
Een interview met de ontwerpers van Onderduikmuseum Junior Lijnen door het land De Achterhoek en Groningen: Zuster Jo Henk Hulshof: actief bij pilotenlijn en DNB, maar ook tolk, leraar, kunstschilder en schrijver Expositie Jan Tolkamp ‘Over Leven’
Voorwoord
Inhoud
Verandering
46e jaargang nummer 1 - 2026
Jan met de Panne
5
8
Uit de organisatie
4
12 8
In memoriam: Joop Levy
12
Vernieuwingsplan Een interview met de ontwerpers 5
Veel nieuwe verhalen: Expositie ‘Het Vergeten Bataljon’ verlengd 10
Gedicht: Onderduikmuseum
Nieuwe schenking na bezoek aan expositie
Lijnen door het land Achterhoek en Groningen: Zuster Jo
14
7
Yedid Bier:
In het spoor van zijn grootvader
11
16
20
23
Gedeelde verhalen Zijn naam is Cor Buys en niemand weet dat hij Joods is
Bezoek aan Kamp Vught
16
Educatie De koffers verhuizen
Henk Hulshof: Actief bij pilotenlijn en DNB, maar ook tolk, leraar, kunstschilder en schrijver
20
19
Bakens van het Verzet Ina Brethouwer over de totstandkoming van haar boek
22
23
Herdenking Rademakersbroek 24 Expositie Jan Tolkamp
25
Agenda
26
Colofon Vereniging Nationaal Onderduikmuseum Markt 14 - 7121 CS Aalten T +31 (0)543 47 17 97 E info@onderduikmuseum.nl W nationaalonderduikmuseum.nl
Foto cover: Beeld uit de film die in 2016 is gemaakt van het interview met Joop Levy in het Nationaal Onderduikmuseum in het kader van 'Zeit-und-Zweitzeugen'.
2
Redactie De Panne Annelies Evers, Gerrit Nijman, Jetty Schaap, Anne-Marieke Vreeman en Annet Westerveld Illustratie: Ronald Peet Fotografie: Jan Oberink Vormgeving: Ben Lammers De Panne verschijnt 2x per jaar. Wilt u De Panne liever digitaal ontvangen? Stuur dan een mail naar info@onderduikmuseum.nl Kijk op de website voor eerdere uitgaven van De Panne.
De persoonlijke verhalen en artikelen in De Panne zijn vaak geschreven vanuit een herinnering, een overlevering of bijvoorbeeld overgenomen uit brieven of dagboeken. De redactie en het onderzoeksteam van het Nationaal Onderduikmuseum doen hun uiterste best om de juistheid van de verhalen te controleren en te verifiëren. Mocht u toch een onjuistheid aantreffen of aanvullende informatie hebben over een verhaal, artikel of thema, dan vernemen wij dit graag. U kunt dit mailen naar info@onderduikmuseum.nl
Tot 1924 had Aalten een dorpsomroeper: Jan te Slaa. Hij had een koperen bekken en met een paar forse slagen op deze ‘panne’ trok hij de aandacht van het publiek. Als de omwonenden naar buiten kwamen om te horen ‘wat er aan de panne was’, dan verkondigde hij fier rechtop staande zijn boodschap. Hij riep lief en leed uit over Aalten, verkoop van vlees van noodslachtingen werd omge roepen, mededelingen van de notaris werden bekend gemaakt en wat al niet meer. Een soort wandelende krant dus. Dit bezorgde hem de bijnaam ‘Jan-met-de-panne’. De originele panne heeft een mooie plek in het museum bij de ingang van het Museumcafé.
Ook De Panne is soms toe aan een beetje verandering. Zeker in deze tijd van vernieuwing van het museum. Het werd tijd om eens uit zoomen en De Panne kritisch door te nemen. Wat willen we uitdragen met het magazine? Wat is de doelgroep en is de inhoud daar passend bij? Is de inhoud nog passend bij de doelstellingen van het museum? We hebben hierdoor wat kleine aanpassingen gedaan. De missie van het Nationaal Onderduikmuseum is om met kleine persoonlijke verhalen de grote geschiedenis te vertellen van onderduiken en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en deze verhalen verbinden aan democratie en rechtsstaat nu. Omdat enkele bijdragen binnen deze missie minder passend zijn, nemen wij hiervan – in goed overleg – afscheid. Jan van Eerden gaf met zijn dialectverhaal een mooie en dikwijls grappige weergave van het alledaagse leven. Hans de Graaf schreef al jarenlang – in ieder geval al ruim voordat ik in 2017 bij de redactie kwam – een column, waarin hij de achtergrond belichtte van vaak lokale historische gebeurtenissen of onderwerpen. Hans en Jan: bedankt voor jullie jarenlange inzet; we hebben ervan genoten! Als er iets wegvalt, is er ruimte voor iets nieuws. Via Team Onderzoek ontvangen wij veel verhalen over onderduik en verzet in de Achterhoek en deels van buiten deze regio.
Bijzonder is dat er door het hele land veel onderlinge lijnen en connecties waren op het gebied van onderduik en verzet. Met de nieuwe rubriek ‘Lijnen door het land’ willen we deze connecties zichtbaar maken. Bijvoorbeeld: Hoe komt een onderduiker uit Amsterdam juist in Aalten of de Achterhoek terecht? Hoe is de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) opgezet vanuit Winterswijk? In deze Panne vertelt Paul Westmeijer de link met de Achterhoek van Zuster Jo uit Groningen. Hij zal met regelmaat een verhaal met een link elders uit het land vertellen. Paul is niet onbekend met het schrijven en doet dit mooi verhalend. Hij schreef al een boek over zijn opa en verzets strijder Kees Ruizendaal, alias Zwarte Kees. Naast deze nieuwe rubriek zoeken we ook voor verhalen meer de samen werking met leden van Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45, waar het Nationaal Onderduikmuseum onderdeel van is. Hiermee willen we de onderlinge samenwerking belichten en zo versterken we elkaar. In deze uitgave geeft Nationaal Monument Kamp Amersfoort een waardevolle aanvulling op het verhaal van Moshe Boas Berg. Tot slot, maar zeker niet onbelangrijk, rest mij nog te vertellen dat Jetty Schaap ons is komen versterken als redactielid. Hier zijn we erg blij mee. Jetty is een enthousiaste dame en ze stelt zich verderop in het kort aan u voor. Namens de redactie, Annet Westerveld-Lensink
© Overname van artikelen uitsluitend na toestemming van het Nationaal Onderduikmuseum.
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 3
Vernieuwingsplan Een interview met de ontwerpers van Onderduikmuseum Junior
Uit de organisatie door Gerda Brethouwer, directeur
Als directeur van het Nationaal Onderduikmuseum kijk ik met trots en dankbaarheid naar de stappen die wij het afgelopen jaar hebben gezet. Samen met medewerkers, vrijwilligers, partners en betrokken families bouwen wij verder aan een museum dat niet alleen het verleden bewaart, maar het ook actief verbindt met het heden. Onze missie – het vertellen van verhalen over onderduik, vervolging en verzet in de Tweede Wereldoorlog – blijft daarbij onverminderd actueel. Spaces for New Generations Een belangrijke ontwikkeling is het project Spaces for New Generations, waarin wij via Co-Creatie met Nederlandse en Duitse jongeren werken aan nieuwe presentaties en programma’s. Hun perspectieven helpen ons om het gesprek over vrijheid, uitsluiting en demo cratische waarden eigentijds en grensoverschrijdend te voeren. Ook de DNB-expositie levert veel positieve reacties op. De tentoonstelling raakt zichtbaar een snaar en heeft bovendien geleid tot bijzondere schenkingen van familieleden. Dat vertrouwen – het toevertrouwen van persoonlijke documenten en verhalen – is voor ons van onschatbare waarde.
Onderduikmuseum Junior De doorontwikkeling van het museum krijgt concreet vorm in de plannen van architect Vincenth Schreurs en de projectleiders van Onderduikmuseum Junior die zich in deze Panne aan u voorstellen. Zij helpen ons om de inhoudelijke ambities ruimtelijk te vertalen naar een toekomstbestendig museum. De realisatie van Onderduik museum Junior nadert een definitieve fase. Na de dakisolatie kan de inrichting starten en zetten wij een belangrijke stap om ook jonge bezoekers op een aansprekende manier te betrekken.
roek Rademakersb
DNB-expositie
door Thea Schipper – Projectmedewerker Vernieuwing
Wie zijn Rietbroek Oudijn Ontwerpers (ROO)? Ondersteuning en samenwerking Wij zijn verheugd dat wij met de gemeente een meer jarig budgetovereenkomst hebben gesloten. Deze samenwerking geeft rust, duidelijkheid en erkenning van het belang van ons museum voor gemeente en regio. Ook landelijk ervaren wij steun: het Ministerie van VWS steunde ons dit jaar incidenteel ter versterking van de WO2-infrastructuur, met perspectief op structurele ondersteuning in de komende jaren. Dat bevestigt onze betekenis binnen een breder netwerk, in samenwerking met partners in de provincie en over de grens. Gesprekken met gemeente, provincie en fondsen over verdere ondersteuning geven ons het vertrouwen dat wij gestaag door kunnen gaan met onze doorontwikkeling.
Vastleggen verhalen
Wij zijn Josephine Oudijn en Monique Rietbroek. We hebben elkaar ontmoet tijdens onze studie Architec tonische Vormgeving aan de kunstacademie in Den Haag. We ontwerpen ‘alles wat ruimtelijk is’ en zijn gespeciali seerd in het ontwerpen en begeleiden van tentoon stellingen. Het leuke daarvan vinden we de combinatie van inhoud en vorm. We hebben veel WO2-gerelateerde exposities gemaakt, zoals in Barak 1b bij Nationaal Monument Kamp Vught en het mede door ons vorm gegeven Joods Museum junior in Amsterdam, dat al bijna twintig jaar staat. Daarnaast ontwerpen we ook tentoon stellingen over natuur, kunst, familieverhalen of weeskinderen.
Hoe kwam de samenwerking tussen ROO en het museum tot stand en wat is jullie rol bij Junior?
Met herdenkingen op 2 maart in Rademakersbroek, onze betrokkenheid bij 4 en 5 mei en de Vrijheidslunch in het museum blijven wij ruimte bieden voor ontmoeting en reflectie. Verhalen over de onderduik leggen we vast zoals in het boek Bakens van Verzet, of in dit nummer, in samenwerking met Kamp Amersfoort over Moshe Boas Berg, alias Cor Buijs. Of nieuwe verhalen zoals over zuster Jo uit Groningen, door Paul Westmeijer, kleinzoon van ‘Zwarte Kees’ het alias van Cornelis Ruizendaal.
Een paar jaar terug raakten we in gesprek met Gerda Brethouwer over de vernieuwing van het Nationaal Onderduikmuseum. Tijdens de coronaperiode hebben we samen met Gerda en met bijdragen van onder andere educator Marjon Hermeling, het Vernieuwingsplan voor het gehele museum opgesteld. Hiermee zijn subsidies aangevraagd bij onder meer het Mondriaan- en het Vfonds. In 2024 zijn we gestart met de ontwikkeling van Onderduikmuseum Junior (Junior). Wij doen de project coördinatie, denken inhoudelijk mee en maken het ruimtelijk ontwerp.
Zo werken wij samen aan meer begrip voor elkaar – en gebruiken wij de verhalen van toen om het gesprek over nu te blijven voeren.
Voor wie is Junior en wat is het doel?
Junior is bedoeld voor kinderen en jongeren vanaf 10/11 jaar, maar uiteraard ook voor volwassenen. In aansluiting op Junior wordt een educatief programma gemaakt voor
Josephine Oudijn en Monique Rietbroek
de bovenbouw van het basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs, zowel in Nederland als Duitsland. De teksten in Junior zijn trouwens in het Nederlands, Duits én Engels. Met Junior willen we bereiken dat jongeren met elkaar in gesprek gaan over wat vrijheid voor hen betekent en wat ze zelf kunnen doen om die vrijheid te beschermen voor henzelf én voor anderen.
Nationaal Onderduikmuseum vertelt met kleine verhalen de grote geschiedenis van onderduiken, verzet en vrijheid. Geldt dit perspectief ook voor Junior?
Ja, dit vormt ook de basis voor Junior. Vanuit het centrale thema onderduiken zijn persoonlijke verhalen geselec teerd van circa 20 kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. Samen geven de verhalen een beeld van vluchten, onderduiken en verzet, verteld door de ogen van kinderen en jongeren van toen voor die van nu.
Hoe pak je zo’n project zoals Junior aan?
Er was al veel inhoudelijk onderzoek gedaan door Gerard Mensink, oud-medewerker van het Verzetsmuseum in Amsterdam. Zijn onderzoek vulden we aan en we
Impressies Onderduikmuseum Junior
4
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 5
Onderduikmuseum verdiepten ons in de achtergrondinformatie. Op basis hiervan maakten we de thematische indeling, en het vlekkenplan voor Junior. Tweewekelijks bespreken we in de werkgroep Junior de uitwerking en voortgang. Die werkgroep bestaat, behalve uit ons zelf, uit Gerda Brethouwer, Tijl Akkermans van Aldus producties, Marjon Hermeling en Thea Schipper. Tijl ondersteunt ons bij de grafische en audiovisuele vormging. Gerda houdt de koers en ambitie in de gaten. Marjon houdt ons scherp als het gaat om de leerdoelen en maakt het educatieve programma voor Junior. Thea zorgt voor het vastleggen, de organisatie en informatie van de afspraken. Gerda en Marjon schrijven ook de themateksten. Die teksten gaan in op het thema en geven een basis voor opdrachten, een spel, leesteksten, een film- of geluidsfragment of uitwisseling.
Kunnen jullie de thematische opstelling van Junior nader toelichten?
Er zijn heel veel bijzondere verhalen waaruit een keuze moest worden gemaakt. Daar hebben we diverse gesprekken over gevoerd. Uiteindelijk hebben we twintig verhalen geclusterd in thema´s. Junior heeft een zwerfkarakter: er is geen specifieke volgorde na de algemene introductie. En bezoekers hoeven niet alle thema’s en alle verhalen langs te gaan. De indeling maakt het ook mogelijk om scholieren per een of twee thema’s opdrachten te laten maken. Belangrijk is het aan het denken zetten over wat het betekent als je moet vluchten of onderduiken, je je identiteit moet veranderen of niet meer bij je ouders mag wonen. Het thema ‘Dappere families’ gaat bijvoorbeeld over dochters die actief meehelpen bij de onderduik. Zij brengen voedselbonnen en wapens rond, vangen neergestorte piloten op en helpen hen onderduiken. Van elk kind en/of jongere maken we een klein egodocument aan de hand van een object of foto, ondersteund door film, audio of een korte tekst. Door de kleine verhalen te bundelen tot thema’s, vertellen ze samen het grotere verhaal.
In welke fase bevindt de ontwikkeling van Junior zich nu en wat is de planning? De grote lijn van de tentoonstelling is duidelijk. Op de zolder komen oude meubelen, schilderijen en koffers te staan, net zoals vroeger op de zolder van je opa en oma. Om plaats te maken voor de Ortskommandantur heeft de familie Kempink de meubelen uit de voorkamer op zolder gezet en daarmee de originele onderduikplek verstopt. De meubelen worden geclusterd binnen de thema’s. Titels, korte filmpjes, activiteiten en persoonlijke objecten zijn in de meubelen verstopt. In een werkboekje worden verhalen verzameld. Speciale belichting en geluiden van bijvoorbeeld vliegtuigen, versterken de sfeer.
Wij werken nu aan het definitief ontwerp van de meubelen, filmpjes en activiteiten. De komende twee maanden wordt het dak van Markt 12 geïsoleerd. Aansluitend kunnen wij beginnen met de inrichting, worden de oude slaapkamers opgeknapt en de bestaande technische installaties aangepast. Voor de zomer willen we de opdrachten verstrekken aan de tentoonstellingsbouwers en producenten van audiovisuele producties. De oplevering van de tentoonstelling staat gepland in het najaar, gevolgd door een testperiode van twee maanden om de kinderziektes te verhelpen voordat Junior officieel geopend wordt. Wat vinden jullie het meest bijzondere aan dit project? Het is heel bijzonder dat er zoveel verhalen van jonge mensen bewaard zijn gebleven die bij elkaar een gevarieerd beeld geven van het leven in oorlogstijd en de verschillende perspectieven op de onderduik. Zeker in deze tijd met zoveel oorlogen waarbij kinderen het slachtoffer zijn, laat het ons zien wat de impact is van oorlog en discriminatie op jonge mensen. Zij dragen dit hun hele leven mee. Tegelijk putten we hoop uit de verhalen over het kleine en grotere verzet van jongeren en de veerkracht die zij tonen.
door Marijke Verschoor-Boele
Tussen muren die fluisteren van wat niet gezegd mocht worden, staat de tijd even stil. Koffers zonder reis, namen zonder stemmen. Hier leer je hoe angst een dagelijks ritme werd, hoe hoop zich verstopte achter een losse plank, een gordijn dat nooit open mocht. De toekomst was een vraag zonder antwoord, zoals nu opnieuw: een wereld in onrust, grenzen die verschuiven, waar nieuws lijkt op echo’s van toen. Verhalen van burgers die geen helden wilden zijn, alleen veilig. Moeders, kinderen, buren die kozen voor stilte om te kunnen blijven leven.
Toen en nu loopt dezelfde dunne lijn tussen vertrouwen en vrees. Het museum bewaart geen verleden, maar een waarschuwing: dat onzekerheid steeds terugkeert, en menselijkheid altijd opnieuw onderdak nodig heeft.
Grafische elementen
Lidmaatschap Vereniging Nationaal Onderduikmuseum Het lidmaatschap van de Vereniging Nationaal Onderduikmuseum bedraagt € 30,-. Wilt u lid worden of iemand een lidmaatschap cadeau geven? Neem dan contact op met het Nationaal Onderduikmuseum: 0543 47 17 97, mail naar info@onderduikmuseum.nl of kijk op
Draagt u het museum een warm hart toe en wilt u ons financieel ondersteunen, dan kan dit ook op de volgende manier: Scan de QR-code om een gift te doen aan het Nationaal Onderduikmuseum.
Hartelijk dank voor uw donatie!
nationaalonderduikmuseum.nl/word-vriend
6
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 7
In het spoor van zijn grootvader Van Sinderen naar De Bark en Rademakersbroek
door Louis Veldhuis – Team Onderzoek
Na de lunch rijden we naar de eerste onderduikplek van David Bier: de hooizolder bij boerderij ‘Haverkamp’ van de toenmalige bewoners Vrieze aan de Wissinklaan in Sinderen. We rijden door naar de Gelkinkweg op de grens van de buurtschappen IJzerlo en De Heurne. Op deze locatie bevond zich een broeinest van verzet dat haar domicilie had in een vervallen boerderij dat de naam ‘De Bark’ mee kreeg. Op 25 februari 1945 worden hier vier Duitse militairen geliquideerd. Dit leidt op 2 maart 1945 tot een wraakactie van de Duitsers die 46 zogenaamde Tödeskandidaten het leven kost bij het Rademakersbroek. Uiteraard wordt ook het monument aan het Rademakersbroek ter nagedachtenis aan deze slachtoffers bezocht.
Van 27 tot 29 oktober 2025 bracht de 29-jarige Yedid Bier, speciaal vanuit Israël, een bezoek aan Aalten om te zien waar zijn grootvader David Bier verbleef tijdens de oorlogsjaren. Hij vond het fascinerend om de plekken te bezoeken die een rol speelden in de oorlogsjaren van zijn grootvader, maar ook van diens broers Joseph en Max en zus Mirjam. Yedid Bier was zeer onder de indruk van de verhalen en gesprekken met de nabestaanden van de mensen die zich als beschermers over zijn familie ontfermden: “Het is een bijzondere ervaring hier in de voetsporen van mijn grootvader te lopen. Ook dat hij zich met gevaar voor zijn eigen leven heeft ingezet voor de strijd tegen het Nazidom. Het stemt mij zeer dankbaar dat er mensen zijn die met gevaar voor eigen leven hem onderdak heb geboden. Dit alles maakt veel indruk op mij en doet mij beseffen dat ik dankzij deze mensen besta.”
Boerderijen Hiddinkdijk
Wie is David Bier? David Gotthold Bier is het derde kind uit het Joodse gezin van Julius Bier en Berta Lewin. Als Hitler in 1933 aan de macht komt, vlucht het gezin vanuit Keulen naar Amsterdam. David heeft twee oudere zussen, Judith en Mirjam, en twee jongere broertjes, Joseph en Max (Meïr). Vanaf eind 1942 duikt David onder in de omgeving van Varsseveld, waar hij op verschillende boerderijen verblijft. Naast David vinden ook Mirjam en haar verloofde Martin Meijers onderdak op de Heelweg bij Varsseveld en David haalt Joseph en Max naar de Achterhoek. Via Riep Knottnerus en Henk van ’t Lam (Lange Henk) raakt David betrokken bij het verzet in de Achterhoek. Zijn schuilnaam is Willem van de Broek alias Zwarte Willem. Later maakt hij deel uit van de verzetsgroep ‘de Bark’, waar hij als radioverbindingsman onder de naam ‘Winston’ opereert. Na de bevrijding in Aalten sluit hij zich aan bij het Dutch National Battalion, 1e compagnie. Als na de oorlog de balans wordt opgemaakt blijkt dat Julius en Berta, de ouders van David, op 11 februari 1944 na verraad zijn opgepakt en vermoord in Auschwitz. Broertjes Joseph en Max Bier worden in februari 1944 slachtoffer van verraad in Varsseveld. Via Westerbork worden ze gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Joseph bezwijkt op 29 november 1944 door ziekte en uitputting. Max overleeft ternauwernood.
Zus Judith ontsnapt uit een trein naar Westerbork en overleeft de oorlog. Ook Mirjam en haar verloofde weten te overleven. In de zomer van 1945 vertrekt David met een illegaal transport naar Palestina waar hij zich vestigt en trouwt met zijn jeugdliefde Miriam de Jong. Hij overlijdt 25 november 1996 op 73-jarige leeftijd.
David Bier alias (Zwarte) Willem van den Broek (foto Nationaal Onderduikmuseum).
Als afsluiting gaan we weer naar Heelweg, waar op Hiddinkdijk 30 boerderij ‘De Katte’ ligt van Johan en Mina te Lindert en hun kinderen Jan, Willem en Bernard. Hier bereidde een sectie van de Binnenlandse Strijdkrachten, waartoe ook David Bier behoort, zich voor op de naderende bevrijding. Een eind verder, op Hiddinkdijk 22, staat boerderij ‘De Kolde Morgen’. Destijds waren de bewoners twee ongehuwde broers en een ongehuwde zuster van Johan te Lindert. Zij ver borgen Mirjam Bier en haar verloofde Martin Meyer. Beide boerderijen worden tegenwoordig bewoond door de nazaten van de familie te Lindert.
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Reactie Yedid Bier op de expositie DNB:
Museumbezoek
De ontdekkingstocht Op de dag van aankomst in Aalten brengt Yedid Bier een bezoek aan de synagoge. De volgende dag worden, samen met ondergetekende en fotograaf Jan Oberink, verschillende plekken bezocht die een rol speelden tijdens de onderduik van grootvader David Bier.
Gerda Brethouwer ontvangt de volgende dag Yedid Bier in het Nationaal Onderduikmuseum. Zij leidt hem rond in het museum en de expositie van het Dutch National Battalion. We sluiten het bezoek af met een lunch, waarna er een eind komt aan dit wel zeer bijzondere bezoek van een nazaat van David Bier.
Vertaling: Moge ik de moed hebben om het pad van de gerechtigheid te bewandelen en mijn broeder te beschermen, net zoals deze dappere mensen dat deden. Mogen hun daden ons inspireren en ons solidariteit en hoop bijbrengen.
Via het Zwarte Veen naar Harreveld en Heelweg Allereerst gaan we naar het Zwarte Veen, waar drie wapendroppings plaatsvonden, waarbij David Bier betrokken was. Daarna wordt boerderij ‘De Kleermaker’ aan de Landstraat in Harreveld bezocht. Hier worden we hartelijk ontvangen door Gerard Boenink en zijn vrouw (kleinzoon van Johan en Dine Hilferink, onderduikgevers van David). Op deze boerderij is de originele onderduikplek van David boven de paardenstal nog aanwezig. Vervolgens rijden we naar voormalige boerderij ‘de Kool’ (nu Visdorado de Kool) aan de Molenweg op de Heelweg. In de oorlogsjaren verbleef David hier, bij het gezin van Derk Johan en Doortje Radstake. Onze route leidt verder naar boerderij ‘Olde Lieftink’ van Hendrik en Drika Heusinkveld, waar David ook een onderduikplek boven de paardenstal had. Yedid Bier bij het droppingsterrein in het Zwarte Veen.
8
Gerda Brethouwer, Yedid Bier en Louis Veldhuis bij de expositie Dutch National Battalion
Boerderij De Katte, Heelweg. De laatste onderduikplek van David Bier
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 9
Nieuwe schenking na bezoek aan expositie
Veel nieuwe verhalen:
Expositie ‘Het Vergeten Bataljon’ verlengd De expositie over het Dutch National Battalion (DNB) in het Nationaal Onderduikmuseum is verlengd tot en met juli 2026. Sinds de opening op 15 april vorig jaar zijn er zoveel nieuwe informatie, persoonlijke documenten en unieke getuigenissen boven water gekomen, dat het museum heeft besloten de tentoonstelling langer open te stellen voor het publiek. Het Dutch National Battalion, ook wel het ‘vergeten bataljon’ genoemd, bestond uit ruim 400 vrijwilligers – waaronder Achterhoekse boerenzoons, ondergedoken studenten, Joodse verzetsstrijders. In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog vochten zij als ‘burgerleger’ zij aan zij met de Canadezen om de rest van Nederland te bevrijden.
Geschiedenis die herleeft De verlenging is een gevolg van een stroom aan nieuwe informatie. Sinds de start van de expositie meldden zich veel nabestaanden met nieuwe informatie zoals persoon lijke verhalen van hun vader, oom of grootvader. Deze nieuwe inzichten kleuren de geschiedenis van dit unieke legeronderdeel steeds verder in. Het laat zien hoe gewone burgers het initiatief namen om actief bij te dragen aan onze vrijheid. Het DNB speelde een ondersteunende rol bij de zuivering van de Veluwe en de bewaking van de zogeheten 'checkline' tussen Spakenburg en Dodewaard. Canadese legerrapporten uit die tijd spreken vol lof over de "stugge gevechtskracht" van deze jonge Nederlandse patriotten. 10
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Persoonlijke verhalen centraal In de expositie staat de menselijke kant centraal: van de gevaarlijke wapendroppings in de Achterhoek tot de zware naoorlogse taken zoals het ruimen van mijnen, waarbij sommige mannen blind of verminkt raakten. De tentoonstelling geeft dit 'vergeten' stukje nationale geschiedenis de plek die het verdient.
Bezoekinformatie De expositie over het Dutch National Battalion is nu nog te bezoeken tot en met juli in het Nationaal Onderduik museum te Aalten. Het museum blijft daarnaast oproepen om informatie of foto’s van individuele DNB-leden te blijven delen via info@onderduikmuseum.nl.
De lopende expositie Dutch National Battalion blijft zich ontwikkelen. In juni 2025 bezocht Alison Bedford Russell uit Londen de tentoonstelling en schonk daarbij de officiersjas van Roy Kay aan het museum. Roy Kay is boordwerktuigkundige van een bommenwerper van de Royal Airforce, als deze in juni 1944 vlakbij Aalten neerstort. Roy Kay is de enige overlevende van de crash. Zijn geschonken officiersjas is nu onderdeel van de lopende expositie DNB.
In de fatale nacht van zeventien juni 1944 keert een squadron bommen werpers van Royal Airforce (RAF) terug van een missie boven de fabrieken van Sterkenrade in het Ruhrgebied. Op deze terugvlucht raakt de Lancaster van squadron leader Gavin Smith, met aan boord 6 andere bemanningsleden, enigs zins achterop en wordt al snel onder vuur genomen door een Duitse nachtjager. Het is direct raak. De brandstoftank in een van de vleugels raakt in brand en aan boord beseft men maar al te goed dat er maat regelen moeten worden getroffen om het vliegtuig zo snel mogelijk te verlaten.
Roy Kay overleeft en keert terug naar de RAF Boven Barlo springt Leslie Pulfrey als eerste uit het brandende vliegtuig, maar overleeft dat niet. Ondertussen vliegt de aangeschoten Lancaster, inmiddels zonder staartstuk en een deel van de vleugel, nog een eindje verder om tenslotte te pletter te slaan in een weiland, vlak achter de boerderij ‘Oude Lieftink’ bij de Radstake. Vlak voor de crash wordt boordwerk tuigkundige Roy Kay door een explosie uit het vliegtuig geslingerd en bereikt als door een wonder heelhuids de grond.
Terug naar de RAF Ingeseind door het verzet, halen Ome Jan en zijn dochter Jo Wikkerink hem op. Ze zien hem hangend aan zijn para chute in een boom, hij valt gewond op de grond. Eenmaal in Aalten doen Jo en Roy net of ze een verliefd stelletje zijn. Hij hangt tegen haar aan en zij ondersteunt hem; zo lopen ze door Aalten. Hij werd naar Lichtenvoorde naar Martin Lelivelt gebracht en is zo via de pilotenlijn ontsnapt. Eenmaal terug gaat hij direct weer vliegen bij de RAF. Van de parachute is een trouwjurk gemaakt voor Jo en later ook haar zus en daarna doopjurkje voor de kinderen en wiegekleed.
Roy Kay (foto Nationaal Onderduikmuseum).
Eerdere schenkingen De weduwe van Roy Kay hoorde pas wat er gebeurd was door de expo sitie ‘Onderduiken in de grensstreek’ in 2016 in het Nationaal Onderduik museum. Zij kwam toen met haar dochter Alison Bedford Russell en kleinzoon uit Londen naar de opening om alle onderscheidingen aan ons te schenken. Dochter Allison komt sindsdien regelmatig naar ons museum. Zo was ze in mei 2022 bij de onthulling van een nieuw monument in Gendringen, waar zij sprak en uitgebreid vertelde over Roy Kay. Daarna bracht ze ook in mei 2023 een bezoek, en in juni 2025 toen ze de jas aan het museum schonk. De jas en de door familie Wikkerink tot bruidsjurk en wiege kleed vermaakte parachute van Roy Kay zijn nu onderdeel van de collectie en expositie.
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 11
In Memoriam
“Een held is iemand die zijn leven waagt, terwijl hij er niets voor vraagt.” Joop Levy
Het houten speelgoedvliegtuigje, gemaakt van een oude wc-bril, dat Joop kreeg voor zijn 8e verjaardag in 1943 tijdens zijn onderduik bij de familie Ebbers. Het was een bommenwerper zoals Joop deze hoorde overkomen vanuit zijn schuilplaats boven de paardenstal. (Foto: Nationaal Onderduikmuseum)
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau Voormalig voorzitter van Yad Vashem Nederland 21.10.1935 Wisch (Varsseveld) 23.12.2025 Amsterdam Joop Levy vertelde met niet aflatende toewijding over de jarenlange, onbaatzuchtige hulp aan zijn familie in onderduik tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij deed dat het liefst in de klas. Altijd blijmoedig en bescheiden en met aandacht voor hen die de moed hadden anderen te helpen met gevaar voor eigen leven. Joop Levy gaf altijd aan dat hij ‘een grote geluksvogel’ was, hij zei daarbij: “Een held is iemand die zijn leven waagt, terwijl hij er niets voor vraagt.”
Onderduiken tijdens Tweede Wereldoorlog Vanaf september 1942 was Joop Levy, samen met zijn ouders Philip en Elwine Levy-Meyer ondergedoken bij de familie Ebbers in Lintelo. Op zijn achtste verjaardag in oktober 1943, kreeg Joop een grote verrassing: een koerier van het verzet bracht hem een fraai houten speelgoedvliegtuig. Het was gemaakt door neef Jonny Levy en de Russische piloot Alex Sidorov die in
Overhandiging aan Nationaal Onderduikmuseum Joop met zijn vader en moeder Philip Levy en Elwine Meijer na de jaren van onderduik en de bevrijding bij de familie Ebbers in Lintelo waar zij de oorlog overleefden (foto: Nationaal Onderduikmuseum).
Lichtenvoorde bij de familie Geurink ondergedoken zaten. Ze maakten het vliegtuigje van een oude wc-bril. Drie weken voor de bevrijding was er een gevaarlijke situatie: 70 Duitse soldaten verbleven twee weken lang op de boerderij van de familie Ebbers. ’s Nachts sliepen ze boven de schuilplek. Het liep goed af. Een jaar na de bevrijding was er in Varsseveld een bevrijdingsoptocht. Joop liep verkleed als piloot, met het vliegtuig trots onder zijn arm. Hij kreeg geen prijs maar zijn plezier was er niet minder om.
Tijdens filmopnames op 21 april 2016 in het Nationaal Onderduikmuseum
www.zeit-und-zweitzeugen.de/ zeitzeugen/untertaucher/
12
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Na een jarenlange ‘rondvlucht’ langs diverse musea in den lande is in 2016 het vliegtuig van Joop Levy definitief geland in het Nationaal Onderduikmuseum. In aanwezigheid van Joop Levy en de nazaten van Jonny en de familie Geurink uit Lichtenvoorde, is het vliegtuigje officieel aan het museum over handigd. Het heeft een prominente plek in het museum als kernobject in de collectie.
Denkboek Nationaal Comité 4 en 5 mei Afgelopen voorjaar kwam er een basisschoolklas naar hem toe; groep 8B van de Openbare Basisschool Piet Hein uit Amstelveen. Zij waren erbij toen Joop Levy het Denkboek van het Nationaal Comité overhandigd kreeg. Ook toen sprak hij met deze leerlingen over zijn
Overdracht speelgoedvliegtuigje op 23 maart 2016. v.l.n.r.: Soraya Levy, dochter van Jonny Levy, Lini Rooimans-Geurink, Joop Levy, Johanna Geurink (dochters onderduikfamilie Geurink) en Gerda Brethouwer.
onderduiktijd. Joop Levy: “Tot een jaar of drie geleden ging ik naar de scholen om mijn verhaal te vertellen, van Kampen tot aan Zierikzee. Ik heb denk ik wel meer dan 100 gastlessen gegeven. Nu lukt dat niet meer door de strubbelingen met mijn gezondheid. Ik vind het dus heel bijzonder dat een schoolklas vandaag bij mij op bezoek komt!”
5 maart 2025. Uitreiking van het Denkboek Nationaal Comité 4 en 5 mei, in het bijzijn van groep 8B OBS Piet Hein uit Amstelveen (foto Amerens Hedwich Nationaal Comité 4 en 5 mei).
Gedicht van Joop Levy
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 13
Lijnen door het land
Samenwerking over de streekgrenzen
De Achterhoek en Groningen: Zuster Jo door Paul Westmeijer
Op 21 april 1944 stopt een ambulance voor de winkel van Heinen in de Grotestraat in Eibergen. Een verpleeg ster stapt uit en gaat naar binnen. Tegen Tine Heinen die achter de toonbank staat, zegt ze dat ze een pakketje op komt halen. Tine weet van niets, vraagt haar even te wachten en haalt Zuster Arnold erbij die contacten met het verzet heeft. Als Zuster Arnold arriveert, is het al een beetje druk geworden in de Grotestraat en stapt ze bij de verpleegster in de ambulance om naar een rustiger plekje te rijden waar ze kunnen praten. Zuster Arnold merkt op dat de chauffeuse nogal grote handen heeft voor een vrouw. Het is verzetsman Hessel van der Zee uit Groningen als zijn alter ego Zuster Jo. Hessel maakt zich bekend met het afgesproken wacht woord en vertelt dat ‘Zwarte’ Kees Ruizendaal van de Knokploeg Aalten wapens zou klaarleggen voor het noordelijke verzet in een schuur in de buurt. Zuster Arnold praat Hessel bij over de dramatische gebeurtenissen van de dag ervoor. Op 20 april bracht de Sicherheitsdienst (SD) in een grote operatie verzets groepen in Borculo en Aalten een zware slag toe. Bij die operatie werd Zwarte Kees vermoord en de wapens die de KP Aalten zou ophalen, bleken niet te bestaan. De samenwerking tussen Hessel van der Zee en Kees Ruizendaal over de streekgrenzen heen was niet ongewoon.
Hoe groot het gevaar van lange trein- en autoreizen voor gezochte verzetsmensen ook was, het weerhield ze er niet van om verbindingslijnen over het hele land uit te rollen.
nemen van Femmigje van Veenen, zijn verloofde. Ze helpt bij verkleden en opmaken, maar ook bij het vervrouwelijken van zijn houding en bewegingen. Ook beroepsmatig geeft ze Hessel een snelcursus, want Femmigje is zelf opgeleid als verpleegster.
K-groep Zuster Jo blijkt een briljante dekmantel, want de Duitsers laten vrouwen, zeker die in uniform, vaker met rust dan mannen. Zuster Jo richt een verzetsorganisatie onder de naam K-groep op, helpt onderduikers en coördineert andere verzetsacties. De naam K-groep slaat op de letter- en cijfercombinaties van ieder afzonderlijk lid. De codes beginnen allemaal met een K. Elkaars echte namen kennen ze vaak niet.
Verzetsmannen vermommen zich vaker als vrouw, maar Hessel pakt dit zo consequent en grondig aan dat als bekenden hem bij uitzondering als Hessel aantreffen, ze denken dat Zuster Jo zich als een man heeft verkleed. In het begin is het wennen. Zo waarschuwt een van de buren dat hij beter wat minder liefdevol afscheid moet 14
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
In 1947 wordt de amateurfilm Het Groningsch Verzet 1940-1945 opgenomen. Waargebeurde verzetsverhalen worden nagespeeld, waaronder het verhaal van Zuster Jo. Te zien is de transitie van Hessel naar Zuster Jo onder begeleiding van Femmigje. Deze film is te zien via de QR-code. (vanaf de zestiende minuut beginnen de scènes met Zuster Jo).
3 Stills uit film Het Groningsch Verzet 1940-1945 (Filmbank Groningen):
Infiltratie V-Mann1 Nog een voorbeeld van samenwerking over de streek grenzen: Jaap Allersma en lid van de KP Aalten beleeft zijn Waterloo in zijn geboortestreek als hij bij een poging om bonkaarten veilig te stellen wordt gearresteerd. In het SD-hoofdkwartier, het Scholtenhuis op het Martini kerkhof in Groningen, wordt hem het vuur na aan de schenen gelegd. Dit beruchte Scholtenhuis lag opmer kelijk genoeg schuin tegenover het hoofdkwartier van de K-groep van Zuster Jo. Jarenlang blijft deze nabijheid onontdekt totdat een Nederlandse V-Mann infiltreert in de verzetsgroep. Niet lang daarna rolt de SD de K-groep op, inclusief Hessel en Femmigje die inmiddels als koerierster actief is.
Femmigje helpt Hessel bij zijn metamorfose
Een macabere ‘huwelijksreis’
Documenten met K-nummers (Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG), 2220-309)
Wie was die mysterieuze Zuster Jo uit Groningen? Hessel van der Zee is 24 jaar als hij zich in juni 1943 moet melden als krijgsgevangene. De Duitsers roepen Neder landse militairen op om het arbeidspotentieel voor de oorlogsindustrie aan te vullen. Hessel zorgt ervoor dat iedereen goed ziet dat hij met twee koffers vertrekt naar het station. Maar hij komt nooit aan bij het meldpunt in Assen. Hij keert terug als Zuster Jo Duyker, gekleed in het uniform van een verpleegster. Deze metamorfose wordt vanaf dan zijn ‘onderduikadres’. Zijn moeder verhuurt aan Zuster Jo de leegstaande kamer van Hessel. Vanaf dan leeft haar zoon 24 uur per dag, zeven dagen per week, bijna een jaar lang als vrouw.
De samenwerking van de Achterhoek met het noorde lijke verzet komt tot stand door verschillende Groningers in of uit de Achterhoek. Zo overvalt noorderling Jacob Boerma samen met Kees Ruizendaal het distributiekantoor van Eibergen. Omgekeerd verleent Feitze de Vries van de KP (Knokploeg) Aalten ondersteuning bij een overval op het distributiekantoor van Loppersum. En als in Groningen de SD-chef Jannes Keijer geliquideerd moet worden, levert Zwarte Kees een van de twee aanslag plegers aan in de persoon van Michael ‘Rooie Henk’ Henrich. Bijkomend voordeel van een hitman uit de Achterhoek is dat de Groningse SD hem niet kent en dus moeilijker kan opsporen. De tweede aanslagpleger is een agent bij de politie van Groningen. Deze Wim te Lindert komt op zijn beurt weer uit Winterswijk.
Hessel wordt in het Scholtenhuis zwaar mishandeld. Tussen de verhoren door krijgt hij toestemming om met zijn zwangere verloofde te trouwen. Ze geven elkaar het ja-woord in de zaal van de strafgevangenis. De twee geliefden gaan na de verhoren op transport naar verschillende kampen en zitten tot aan Amersfoort naast elkaar in de trein. Het is een macaber alternatief voor een huwelijksreis. Dan gaat Hessel naar Kamp Amersfoort en Femmigje door naar Kamp Vught. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Twee weken later wordt een deel van de K-groep alsnog naar Kamp Vught overgebracht. Het eindstation is de beruchte ‘bunker’ van het complex, waar een paar maanden eerder nog hun makkers van het Achterhoekse verzet gevangen zaten. Hessel staat al snel voor een vuurpeloton. Zijn verloofde kan de schoten horen vanuit haar cel.
Zuster Jo neemt afscheid van Femmigje
Femmigje belandt uiteindelijk in vrouwenkamp Ravensbrück en bevalt daar van een zoon die maar kort leeft. De moeder overleeft het kamp en de oorlog. Na een evacuatie naar Zweden hertrouwt ze en wordt opnieuw moeder. Robert Sikkes schreef een boek over de tragische geschiedenis van Zuster Jo en het verzet in Groningen. De fraaie vormgeving en vele foto’s maken de publicatie tot een niet te missen leeservaring. Het is te bestellen bij uitgever Profiel. Binnenkort verschijnt een online update van het verhaal van Zuster Jo waarin ook de connectie met de Achterhoek wordt belicht.
1
Een V-Mann was een (vaak Nederlandse) spion die in opdracht van de Duitse bezetter verzetsgroepen, onderduikers en piloten opspoorde en verraadde.
Zuster Jo passeert een nietsvermoedende Duitse militair
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 15
Gedeelde verhalen
Moshe Boas Berg in uniform van het Nederlandse leger (foto Nationaal Onderduikmuseum).
Dit artikel is het eerste in een reeks die De Panne publiceert in afstemming met telkens één van de andere musea en WO2–herinneringscentra die net als het Nationaal Onderduikmuseum onderdeel uitmaken van Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH). Samen maken zij zich sterk om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog op kwalitatief hoog niveau over te dragen aan een breed publiek. En om bezoekers daarmee aan te zetten om na te denken over vraagstukken met betrekking tot vrijheid en mensenrechten. Beide musea delen het bijzondere verhaal van Moshe Boas Berg. Meer weten over Nationaal Monument Kamp Amersfoort? Ga naar kampamersfoort.nl
Zijn naam is Cor Buys en niemand weet dat hij Joods is
Moshe Boas Berg uit Amsterdam duikt onder in Aalten door Ina Brethouwer
Coenraad Felix Boas Berg (later heet hij Moshe Boas Berg) wordt geboren op 20 mei 1925 in Amsterdam als zoon van het Joodse echtpaar Felix Boas Berg en Frederika de Wind. Hij heeft twee zussen. Zijn moeder overlijdt als hij vijf jaar oud is. Over zijn leven in de jaren dertig en de nare eerste oorlogsjaren is weinig bekend. Najaar 1942 is de paniek onder de Joodse bevolking nog groter als grote razzia’s in Amsterdam plaatsvinden. Eind september worden hier 5.500 Joden opgepakt en naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Er zijn dan bijna geen Joden meer in Amsterdam. Moshe kan zich net op tijd met hulp van het verzet in de kelder van de gereformeerde Waalkerk verstoppen. Even later brengt dominee P.G. Kunst hem naar het huis van verzets man Adriaan Stierman. Dan reist hij per trein naar Aalten, voorzien van een vals persoonsbewijs op naam van Cor Buys uit Alkmaar. Bij het gezin Wikkerink-Haverkamp aan de Bredevoortsestraatweg in Aalten wordt hij hartelijk ontvangen. De contacten met de ouders, zoon Willem (LO Knokploeg) en dochters Sina en Leida (koeriersters) zullen altijd blijven. Leida brengt hem op de fiets naar de familie Luiten van boerderij Groot Sonderen in Lintelo.
Zij regelt alles voor hem: bonkaarten, kleding, brieven. Moshe werkt overdag op de boerderij en verstopt zich ’s nachts in het bos samen met andere onderduikers.
Vanuit Kamp Amersfoort op transport naar Duitsland en ontsnapping net over de grens Iedereen denkt dat Cor Buys gere formeerd is. Hij gaat bijvoorbeeld ook op zondag naar de Westerkerk. Dan breekt 30 januari 1944 aan, de zondag waarop de razzia op de kerken in Aalten plaatsvindt. Moshe heeft zelfs een stapel verzetskranten meegenomen om uit te delen. Gelukkig verbergt een Scheveningse dame in klederdracht snel de kranten onder haar jak. De SS arresteert Moshe samen met 47 andere jongemannen en transporteert hen naar de Koepel in Arnhem en daarna naar het Erweitertes Polizeigefängnis Amersfoort (in de volksmond bekend als Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort). Van 30 januari tot 23 maart 1944 verblijft Moshe in Kamp Amersfoort; hij heeft gevangene nummer 5895. Hij moet en zal ontsnappen en hierover spreekt hij met Bruin Noordam af (onderduiker bij de familie Ligterink uit Aalten, gevangenenummer 5901) om tijdens een aanstaand transport te ont snappen. Nog steeds weet niemand dat hij Joods is. Dan vertrekt er een
trein richting Duitsland en Moshe en Bruin zijn aan boord. Als de trein even wat langzamer rijdt, lukt het hen net voor Bocholt eruit te springen. Ze lopen richting Süderwick. Moshe heeft een foto bij zich van groot moeder Luiten-Heesen en weet dat hier ergens haar familie woont. De foto toont hij een paar Duitse families. Ze worden geholpen en gelukkig verraadt niemand hen! Zo arriveren ze bij boerderij ‘de Veelert’ (oma is hier geboren). Hein Luiten van Nieuw Sondern haalt hen op en helpt hen de grens over te steken. Het weerzien in Lintelo is ontroerend. Hun kampkleren met het kamp nummer en andere attributen moeten ze in opdracht van boer Luiten verbranden. Voor de veilig heid en geheimhouding kan Moshe niet bij deze familie blijven. Opnieuw kan hij terecht bij het gezin Wikkerink-Haverkamp.
Weer terug in de onderduik in Aalten Moshe kan onderduiken bij familie Te Bokkel op boerderij Groot Bokkel in Barlo maar het bevalt hem hier totaal niet en zo komt hij aan het zwerven. Niemand durft hem in huis te nemen. Dan is er toch de familie Sikking aan de Zomerweg waar hij vanaf oktober 1944 op het erf kan overnachten. G.J. Sikking vertelt hierover later: ”Cor Buys kwam
Appèlplaats met gevangenen en toren in Kamp Amersfoort (foto Nationaal Monument Kamp Amersfoort).
Onder de 47.000 gevangenen, die gedurende 44 maanden dat Kamp Amersfoort operationeel was, bevonden zich circa 3.000 Joden waarvan er bijna 2.400 met naam en toenaam bekend zijn. Terwijl het kampsysteem gebaseerd was op honger, dwang arbeid en fysieke mishandeling en de constante dreiging van transporten en executies, werden Joden extra zwaar mishandeld en bestraft. Verschillende memoires van medegevangenen doen verslag van schokkende afranselpartijen, waarbij tenminste 82 Joden ter plekke zijn vermoord. Door het systeem van begunstiging werd antisemitisme aangemoedigd onder medegevangenen, waardoor ook veel voor mannen van arbeidsploegen extreem gewelddadig tegen Joden bleken. Er zijn twee treintransporten rechtstreeks naar Auschwitz en dertien naar Mauthausen bekend. Kamp Amersfoort fungeerde daarmee de tien maanden voordat Kamp Westerbork opende al als Holocaust-kamp. Tot in 1945 zijn Joodse gevangenen binnengebracht in Kamp Amersfoort. Moshe Boas Berg had juist op die plek alle reden om zich onder een schuilnaam en nietJoodse identiteit te laten registreren.
Links Bruin Noordam en midden Moshe een dag na hun terugkeer naast de boerderij van Ligterink in Barlo. Hun gevangeniskleding uit Amersfoort is al verbrand maar voor het maken van deze foto wordt hun gevangenisnummer nog één keer zichtbaar gemaakt: 5901 en 5895. Rechts op de foto staat onderduiker Harry Kuik (foto Nationaal Onderduikmuseum).
Floris van Dijk – Nationaal Monument Kamp Amersfoort
Lees verder op pagina 18
16
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 17
Educatie
De koffers verhuizen Moshe lid van de Binnenlandse Strijdkrachten Op 30 maart 1945, de eerste dag van de bevrijding van Aalten, sluit Moshe zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten en oefent met wapens. Medio april 1945 is hij lid van de eerste compagnie van het Dutch National Battalion, die het Canadese leger helpt met de bevrijding van de Veluwe en de Betuwe. Na een jaar tekent Moshe het contract voor dienst in het Nederlandse leger. Hij volgt een opleiding en vertrekt met een legeronderdeel naar Nederlands Indië. Moshe Boas Berg trouwt, woont in Apeldoorn en krijgt met zijn vrouw zes kinderen. In mei 1973 emigreert hij naar Israël waar hij in een Kibboets woont en werkt als groenteteler. Later wordt hij yogaleraar. Altijd blijft hij zoeken naar waarheid en een oplossing voor het lijden in de wereld. Moshe Boas Berg overlijdt in 2012. Leida Wikkerink linksboven met haar broer Willem, zus Sina en de ouders Wikkerink-Haverkamp (foto Nationaal Onderduikmuseum).
‘s avonds om acht uur (we hadden toen Sperr-tijd) bij ons binnen in de keuken. Ik was bezig met het voeren van mijn vee. Hij vroeg: ‘Hebben jullie een schuilplaats hier boven de koeienstal?’ Mijn antwoord was: ‘Nee’. Daarop zei hij: Dat is jammer want ik ben weg bij Te Bokkel in Barlo. Hij vertelde mij dat hij het daar niet kon uithouden en vroeg mij hem te helpen. Hij was terneer geslagen, moe van het dwalen. De vrouw en ik hebben besloten Cor Buys voor die nacht in huis te houden. De volgende morgen vroeg hij me: ‘Hoe moet het nu verder?’ Ik heb hem geantwoord: ‘Zolang je nergens onderdak kunt vinden dan kom je naar ons toe, dan is hier jouw schuilplaats!’ Cor Buys is bij ons ‘s middags 30 maart 1945 vertrokken. Hij heeft Nederland met vele anderen helpen bevrijden.”
18
Moshe Boas Berg (rechts) op bezoek vanuit Isarël bij Bruin Noordam na de oorlog (foto Nationaal Onderduikmuseum).
door Marjon Hermeling – Team Educatie
Vernieuwing in het museum Achter de schermen wordt al lange tijd gewerkt aan de vernieuwing van het Nationaal Onderduikmuseum. De eerste stappen naar het vernieuwde museum werden afgelopen jaar zichtbaar met de aankoop van Markt 18. Een prachtig pand dat we nu in gebruik hebben genomen als ruimte voor grote groepen en bijeen komsten en dat straks een zichtbare ingang gaat bieden naar de bijzondere verhalen die het museum herbergt.
De zolder van Markt 12 wordt Onderduikmuseum Junior! De zolder van Markt 12 is een bijzondere plek met de originele onderduikruimte en de geheime doorgang via de wastafel. Om deze ruimte educatief nog beter te benutten wordt hier een actieve nieuwe tentoonstelling ontwikkeld. Deze expositie richt zich voornamelijk op jonge bezoekers. Maar niet alleen, want de tentoon stelling zal voor de overige bezoekers ook veel te bieden hebben.
Verhuizen naar dorpsboerderij Bronnen: Nationaal Monument Kamp Amersfoort Anne Frankstichting Esther Boas Berg, dochter (mailwisseling) Familie Ligterink, de Scheper, Barlo-Aalten (gesprekken) Loltje en Dick Luiten, Lintelo-Aalten (mailwisseling) Collectie Nationaal Onderduikmuseum: Bruin Noordam memoires 1995 en foto’s, gespreksverslag Gerrit Jan Sikking en Bernard Aversteeg en foto Moshe in uniform, foto familie Wikkerink-Haverkamp (via familie Heinen-Wikkerink)
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
Om ruimte te bieden aan deze nieuwe vaste tentoon stelling en ook de huidige educatieve programma’s door te kunnen laten gaan, werden de koffers met verhalen – die op de zolder te bezichtigen waren - verhuisd naar de dorpsboerderij. Het technische team heeft hiervoor samen met Berna Bonekamp knap werk verricht. Leden van Team Educatie hebben daarnaast veel bijgedragen aan de aanpassingen van de programma’s. De dorps boerderij leent zich erg goed voor de expositie en ook
dit pand vertelt nu de indrukwekkende verhalen van de onderduik. De tentoonstelling is aangevuld met een audiotour in drie talen.
Educatie Onderduikmuseum Junior Bij de nieuwe tentoonstelling Onderduikmuseum Junior wordt een apart educatief programma ontwikkeld. Leerlingen ontdekken op hun eigen niveau aan de hand van thema’s en persoonlijke verhalen over onderduik, verzet en de waarde van vrijheid. De tentoonstelling wordt ervaringsgericht ingericht. Er zal veel te zien, te horen en te doen zijn. Het museum ontwikkelt de tentoonstelling in samen werking met ontwerpbureau ROO en Aldus producties. Stagiaire Nova Eugelink, vierdejaars student aan de opleiding Communication & Multimedia Design (HAN), is sinds kort ook betrokken bij Junior. Zij levert een bijdrage aan de introductie en de reflectie van het educatieve programma. Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 19
Henk Hulshof
Actief bij pilotenlijn en DNB, maar ook tolk, leraar, kunstschilder en schrijver door Vic Hulshof en Ina Brethouwer
Henricus Johannes Antonius (Henk) Hulshof wordt geboren in Lichtenvoorde op 20 januari 1919 op nummer A256 (nu Schatbergstraat 1) als zoon van de landbouwer Antonius Hendrikus Hulshof en Johanna Maria Ottink. Nadat zijn broertje jong sterft, groeit Henk samen met drie zussen op. Zijn moeder overlijdt bij de geboorte van zijn jongste zusje. Schoolmeister Volgens regionale traditie neemt een zoon het landbouwbedrijf van de ouders over. Zijn vader overweegt het boerenbedrijf uit te breiden, maar alleen als zijn enige zoon het bedrijf voort wil zetten. Die vraag wordt hem gesteld, en dan geeft Henk aan dat hij liever “schoolmeister” zou willen worden. Zijn vader ziet dan af van zijn plannen en Henk gaat na de Mulo naar de Kweekschool voor onder wijzers in Nijmegen. Hij wordt, als negentienjarige, in 1938 onderwijzer op zijn eigen lagere school, de r.k. Jongensschool in Lichtenvoorde. Hij wordt in 1939 gemobiliseerd, eerst in Haarlem en vervolgens in Den Haag. Hij probeert daar nog tijdens de Duitse invasie Duitse vliegtuigen uit de lucht te schieten met zijn antieke karabijn uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Na de capitulatie keert hij terug naar zijn familie en zijn werk in Lichtenvoorde. In 1942 haalt hij zijn acte MO-A Engels en leest thuis veel Engelse boeken.
In het verzet Als de oorlog vordert, vraagt het verzet Henk steeds vaker om te helpen. Zijn buurman Joep ter Haar alias ‘Piloten Joep’ betrekt hem bij het illegale werk van de pilotenlijn Lichtenvoorde. Ook Franse en Belgische mannen die uit de kampen ontsnappen, worden door Henk Hulshof en zijn verzetsvrienden geholpen. Ze hebben een paar 20
Henk Hulshof 1945 in Tiel (collectie Vic Hulshof).
goede onderduikadressen, waar de buitenlanders enkele dagen blijven totdat ze weggebracht worden naar Brabant of Limburg.
Voortzetten pilotenlijn Henk Hulshof moet zijn baan als onderwijzer opgeven in juni 1943, als hij niet in krijgsgevangenschap wil raken na een meldingsplicht van de bezetter. In mei 1944 moet buurman Joep ter Haar permanent onderduiken in Limburg. Vanuit de illegaliteit probeert Henk samen met onder andere Gerard Reinders en Hendrik Leemreize de pilotenhulp en het verzet voort te zetten. Begin februari 1945 helpt hij de neerge komen RAF-piloot/navigator Stan Hanson onderduiken bij de familie Hendrik te Lindert op boerderij Bosman in Barlo, Aalten. De band met deze piloot blijft bestaan en ze blijven hun leven lang vrienden.
compagnie (met verzetsmensen en onderduikers uit Lichtenvoorde en Zieuwent) en ook tolk. Dit bataljon krijgt als taak de Canadezen te assisteren met de flankdekking en contacten met verzetsgroepen te onderhouden, terwijl ze oprukken via Giesbeek/Doesburg en Zutphen om ook de Veluwe te bevrijden (onder andere Apeldoorn en Harderwijk) en om de bezetter de pas af te snijden bij hun terugtocht. Henk maakt nauwkeurige aantekeningen. Zo schrijft hij op 23 april 1945: 14.00 uur uitdeling van de Canadese gevechtstenues. De mannen hebben een week lang blauwe overalls en baret gedragen. Als ze verder trekken over de Veluwe ziet de bevolking daar geen verschil. Vooral de vrouwen denken dat ze op de dag van de bevrijding een Canadees omhelzen.
Engelse les Henk is een nauwgezet geschiedschrijver en conservator. Als zijn peloton in Tiel arriveert, is er tijd om foto’s te maken van de groep. Daarop is de saamhorigheid van deze mannen goed te zien. Hij is ook sociaal; hij geeft daar in de open
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
lucht Engelse les aan de derde compagnie. Een bewaard gebleven foto getuigt daarvan. Ook bewaarde hij een namenlijst met de hand tekeningen van de pelotonsleden. Daarnaast is er een verzameling lege pakjes Canadese sigaretten bewaard.
Na de oorlog In juli 1945 stopt Henk Hulshof bij het DNB. Hij keert terug naar Lichtenvoorde, waar hij wat later een baan krijgt als leraar aan de mulo. Hij ontwikkelt zijn talenten als verdienstelijk tekenaar, kunstschilder en schrijver. In 1948 trouwt hij met Ans Vos, zijn buurmeisje. In 1954 betrekken ze een nieuw gebouwd huis in de weide achter de boerderij van zijn vader. Ze krijgen zeven kinderen. De gemeente bouwt en breidt uit, zodat de boerderij in de jaren zestig moet verdwijnen. Henk heeft intussen zijn MO-B akte Engels gehaald en gaat lesgeven aan lyceum ‘de Grundel’ in Hengelo (O). Het gezin blijft in Lichtenvoorde wonen.
Aansluiting bij DNB Henk Hulshof raakt gaandeweg betrokken bij meerdere verzetsacties en ook bij nachtelijke wapen droppings van de geallieerden. Meteen na de bevrijding van Aalten en Lichtenvoorde sluit hij zich aan bij het Dutch National Bataljon (DNB). Hij wordt gevraagd pelotonscom mandant te worden van de derde
Een deel van het derde peloton van de derde compagnie op een tank in Tiel in 1945 (archief Henk Hulshof).
‘Sprong in het duister’ uit. De publicatie is een goede gelegenheid voor een reünie. Henk zorgt ervoor dat zijn verzetsvrienden die Hanson destijds hielpen dat boek ontvangen. In 1992 heeft hij een uitvoerig gesprek met Henny Bennink, die de geschiedenis van het verzet in Lichtenvoorde even later in een boek vastlegt. Ook heeft hij rond 1983/ 1984 uitgebreid contact met Henk Krosenbrink die een boek schrijft over het DNB, ‘Het vergeten bataljon’. Henk Hulshof legt uit dat hij moest
Stan Hanson, tekening door Henk Hulshof. (collectie Vic Hulshof).
achterhalen of de gestrande vliegenier daadwerkelijk van de geallieerden was of dat ze te maken hadden met een Duitse infiltrant. “Het was een mooie en spannende tijd. De piloten wegbrengen was niet zo heel moeilijk, maar wel spannend. Maar ze in huis hebben, terwijl je nooit weet of er een razzia komt, dat vind ik toch het belangrijkste verzetswerk.” Henk Hulshof overlijdt op 7 juli 2000 in Lichtenvoorde.
Sprong in het duister
Henk Hulshof geeft Engelse les aan het eerste peloton van de derde compagnie (uit het archief van Henk Hulshof – nu collectie Vic Hulshof).
In de loop der jaren schrijven de RAF-piloot Stan Hanson en Henk Hulshof elkaar brieven. Ze ont moeten elkaar ook regelmatig. Hanson brengt in 1977 zijn boek
Henk Hulshof (op de voorgrond) op de markt in Aalten, medio mei bij het vertrek van DNB uit Aalten (archief Henk Hulshof).
Nationaal Onderduikmuseum | De Panne 1-2026 | 21
Bakens van het verzet
Even voorstellen
Jetty Schaap
Ina Brethouwer over de totstandkoming van haar boek door Annet Westerveld-Lensink – Redactie
Vorig jaar vond in het Nationaal Onderduikmuseum de boekpresentatie plaats van Bakens van het Verzet, over Joop der Weduwen en Clemens Driessen. Twee voor aanstaande mannen die tijdens de oorlog veel hebben betekend voor anderen. Het boek is geschreven door Ina Brethouwer, die wel de encyclopedie van onderduik en verzet in de regio genoemd mag worden! Ze is een drijvende kracht achter het Nationaal Onderduikmuseum. Vanaf 2015 staat zij altijd paraat voor het beantwoorden van binnenkomende vragen en meedenken over de exposities en de museumcollectie. In dit interview krijgen we een inkijkje in haar wereld rondom het zoeken naar en vastleggen van achtergrondinformatie dat uiteindelijk uitmondde in 'Bakens van het verzet'. Bakens van het verzet vertelt over het leven en werk van de huisarts Joop der Weduwen en textieldirecteur Clemens Driessen in Aalten. In dit boek gaat het om meer dan alleen de bijzondere daden van deze hoofdpersonen. Het omvat bekende en onbekende verhalen van verzetsmensen, onderduikers, boerenfamilies en de fascinerende samenwerking tijdens de oorlogsjaren dwars door alle stromingen heen. Die voorheen afzonderlijke verhalen vormen in dit boek een compleet en samenhangend geheel en een prettig leesbaar boek. Bakens van het verzet is onder andere te koop bij het Nationaal Onderduikmuseum.
Waarom koos je juist deze personen om over te schrijven?
Veel is bekend over het LO-verzet (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers), maar het artsenverzet en het illegale Rode Kruis Achterhoek verzetswerk van Joop der Weduwen en Clemens Driessen was onbekend, net zoals het Militair Gezag in Aalten met Driessen als contactpersoon en centrum van verzet.
Hoe begin je aan een boek en hoe vormt zich uiteindelijk een lijn hierin?
Gewoon beginnen en al schrijvende zien hoe het zich ontwikkelt. Ik had contact met dochter Marion der Weduwen en ik kreeg een boeiende correspondentie met Peter Driessen, zoon van de textieldirecteur. Over zijn vaders verzetswerk was tot heden praktisch niets bekend. Al eerder was het boek 'Kwesties van leven en dood' verschenen over het Rode Kruis in WO2 (opdracht van NIOD), maar hierin werd niets verteld over de samenwerking en extreme moed van Der Weduwen en Driessen en hulp aan duizenden krijgsgevangenen in de kampen over de grens. Ik noem vooral Kamp Rees waar veel krijgsgevangenen uit Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Apeldoorn zaten.
22
| De Panne 1-2026 | Nationaal Onderduikmuseum
In 1989 zijn mijn man en ik met onze kinderen in Aalten komen wonen. Toen wij hier neerstreken uit Utrecht, kende ik Aalten al door vakanties in mijn kindertijd. Mijn Rotterdamse vader zat in de oorlog ondergedoken op boerderij De Vosheurne in Lintelo. Mijn ouders namen dan mijn drie broers en mij mee om De Vosheurne te bezoeken, mee te doen met boerenbruiloften en te dansen met de Klepper klumpkes.
Hoelang heb je er over gedaan?
Circa twee jaar, na veel voorwerk en gesprekken met mensen. Ik ben een aanhanger van ‘sprekende geschiedenis’ als waardevolle historische bron. Het zorgt ervoor dat stemmen van mensen die tot nu toe weinig aandacht kregen alsnog gehoord en bewaard worden.
Bezoek aan Kamp Vught
Ga je nog meer boeken schrijven?
door Jon Temming – Team Educatie
Dit is mijn tweede boek. Eind 2020 verscheen het eerste ‘Dat offer is groot geweest’ over negen slachtoffers uit Warnsveld die door verzet tegen de vijand in mei 1940 om het leven kwamen. Ik werk nu aan de publicatie van twee dagboeken. Een goed boek maken kan alleen met een professionele uitgever die kwaliteit levert. En die is er in Aalten: Fagus-uitgeverij.
Wat was de aanleiding voor het schrijven van dit boek?