agpunt 6_2 Energieonderzoek_Teubenweg_1_De_Heurne_pdf.pdf
Tekst van het document
0,0
14,3
41,6 41,6 83,6 83,6 181,0
54
Installatietechnische eigenschappen De woning heeft de volgende voorzieningen voor ventilatie: Ventilatie Systeem
Natuurlijk
Ventilatoren
N.v.t.
Warmteterugwinning
N.v.t.
De verwarmingsinstallatie van de woning ziet er als volgt uit: Verwarming Systeem
Individueel
Toestel(len)
Lokale olie/gas/houtkachel
Aanvoertemperatuur De woning heeft de volgende voorziening voor warm tapwater: Warm tapwater Systeem
Individueel toestel
Hoofdtoestel
Elektrische boiler
Keukenboiler
Nee
Douche
Ja
Besparende douchekop
Nee
Vaatwasser
Nee
Bad
Nee
1.1.1 Toepassing van zonne-energie In de woning wordt zonne-energie als volgt benut: Opp. [m2]
Systeem
Orientatie
Hoek
16,5
Fotovoltaische cellen (PV)
Zuid
30 graden
55
B 56
Lenen bij het Restauratiefonds Als u binnenkort een monumentaal pand gaat restaureren, dan kunt u in aanmerking komen voor een lening van het Nationaal Restauratiefonds. Mogelijk kunt u lenen tegen een lage rente. Het Restauratiefonds biedt verschillende financieringsvormen. De financieringsvorm is vaak afhankelijk van het type monument (rijks- of gemeentelijk) en de werkzaamheden die u van plan bent uit te voeren; restauratie, onderhoud, aankoop, herbestemming en/of verduurzaming
Gelderse Monumentenfonds-hypotheek Bent u eigenaar van een monument in Gelderland en gaat u kosten maken voor het restaureren of herbestemmen van uw pand? Of gaat u energiebesparende maatregelen in het monument nemen? Dan kunt u mogelijk een hypotheek aanvragen uit het Gelders Monumentenfonds. Wat is een Gelderse Monumentenfonds-hypotheek? De Gelderse Monumentenfonds-hypotheek is een annuïteitenlening met een lage rente. De hoogte van de hypotheek is afhankelijk van de subsidiabele kosten. Dit zijn kosten van de restauratie, herbestemming of energiebesparende voorzieningen. U vraagt de hypotheek aan nadat de subsidiabele kosten zijn vastgesteld door uw gemeente en voordat u begint met de werkzaamheden. De rente van deze lening ligt 5% onder de marktrente met een minimum van 1,5%.
57
Beschikbaarheid Gelderse Monumentenfonds-hypotheek Er is veel belangstelling voor de Gelderse Monumentenfondshypotheek. Op dit moment zijn er daardoor beperkt middelen beschikbaar om een laagrentende lening uit het Gelders Monumentenfonds te kunnen verstrekken. Wilt u een aanvraag indienen? Informeer dan eerst naar de actuele stand van zaken via telefoonnummer 088 – 253 90 20. Wat is een Monumenten-hypotheek? U kunt een Monumenten-hypotheek aanvragen voor de financiering van uw restauratie, maar ook als aanvullende- of aankoopfinanciering. Voorwaarde is wel dat u een monument restaureert of (groot) onderhoud aan uw monument uitvoert. Het maakt niet uit of het een rijksmonument of gemeentelijk monument betreft. Voorwaarde voor het verkrijgen van een Monumentenhypotheek is dat u het monument restaureert of onderhoud en eventueel verduurzaamt. Voor deze lening geldt een hoger rentepercentage dan voor bijvoorbeeld de Restauratiefonds-hypotheek of een lening uit het Gelderse Monumentenfonds of Cultuurfonds. Voor de Monumenten-hypotheek hanteren wij marktconforme percentages met de keuze om de rente voor 5, 10 of 15 jaar vast te zetten. Aan het einde van de looptijd is de lening volledig afgelost en houdt u geen schuldrest over. Restauratiewijzer Een monument aankopen en restaureren is een hele onderneming.
Met de Restauratiewijzer kunt u gebruikmaken van een uitgebreid stappenplan, informatie en deskundige hulp. De Restauratiewijzer is speciaal ontwikkeld voor eigenaren van monumenten met een restauratiebehoefte die een (laagrentende) lening bij het Restauratiefonds willen aanvragen.
58
Financieringen alleen voor rijksmonumenten Restauratiefonds-hypotheek Als u binnenkort een rijksmonumentaal pand gaat restaureren of onderhouden, komt u in veel gevallen voor de financiering van uw restauratie in aanmerking voor een Restauratiefonds-hypotheek. Wat is een Restauratiefonds-hypotheek? De Restauratiefonds-hypotheek is een lening die op annuïtaire wijze wordt afgelost met een lage rente. De hoogte van de lening is afhankelijk van de onderhoudskosten. U vraagt de hypotheek aan nadat de onderhoudskosten zijn vastgesteld door de Belastingdienst Bureau Monumenten en voordat u begint met de werkzaamheden. De rente van deze lening ligt 3% onder de marktrente (met een minimum van 1,0% voor eigenaar-bewoners). U lost op annuïtaire wijze af, aan het einde van de looptijd houdt u geen restschuld over. Als eigenaar van een ander rijksmonument dan een woonhuis kunt u er ook voor kiezen om in plaats van een instandhoudingssubsidie een Restauratiefonds-hypotheek aan te vragen.
De Duurzame Monumenten-Lening Een Duurzame Monumenten-Lening is een laagrentende lening die wordt verstrekt aan een eigenaar van een rijksmonument. De hoogte van de lening is afhankelijk van de investeringen in energiebesparende maatregelen. U vraagt de lening aan op basis van de investeringen in energiebesparende maatregelen. De grondslag (maximale hoogte) van de lening wordt bepaald op basis van een ‘verklaring energiebesparing Rijksmonument’ die u kunt downloaden op de website van het Restauratiefonds. U leent tegen een lage rente: 3% onder de marktrente (met een minimum van 1,0% voor eigenaar-bewoners).
59
Financieringen alleen voor gemeentelijke monumenten Cultuurfonds-hypotheek Als u een gemeentelijk monument gaat restaureren, komt u wellicht in aanmerking voor een Cultuurfonds-hypotheek. De Cultuurfonds-hypotheek is een lening met een lage rente voor gemeentelijke of andere door de overheid beschermde panden. De rente van deze lening ligt 4,5 % onder de marktrente, met een minimum van 1,5%, gehele looptijd vast. Wanneer komt u in aanmerking voor deze lening? U bent eigenaar van een gemeentelijk of provinciaal monument of een ander door de overheid beschermd pand U gaat restaureren en bent nog niet begonnen met de werkzaamheden Er is ook voor de Cultuurfonds-hypotheek veel belangstelling. In de provincie Gelderland zijn er daardoor beperkt middelen beschikbaar om laagrentende leningen te kunnen verstrekken. Wilt u zekerheid voordat u een aanvraag doet? Neem dan contact met ons op via 088 - 253 91 67 Meer informatie of lening aanvragen Heeft u een vraag? Neem dan contact op via telefoonnummer 088 - 253 91 67. Om voor een lening van het Restauratiefonds in aanmerking te komen, kunt u online een aanvraag indienen via www.restauratiefonds.nl/aanvragen. Voor meer ondersteuning bij uw restauratie kunt u gebruik maken van de Restauratiewijzer via www.restauratiefonds.nl/restauratiewijzer.
60
61
C 62
Asbesthoudend materiaal In veel oudere gebouwen is asbesthoudend materiaal aanwezig. Dit asbest kan in veel bouwmaterialen aanwezig zijn. De bekendste zijn de oudere golfplaten en dakbeschot. Maar in andere onderdelen is dit risicovolle materiaal veelvuldig toegepast. Omdat de bewerking van dit materiaal ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen, wordt geadviseerd om uw gebouw asbestvrij te maken.
Een gebouw asbestvrij maken, kan kostbaar zijn. Om kosten te besparen, kunt u de sanering van asbesthoudend materiaal het beste uitvoeren op een natuurlijk moment. Bijvoorbeeld als u toch een dakrenovatie uitvoert. Is in uw woning asbestverdacht materiaal aanwezig zijn, dan is het raadzaam om eventuele isolatieplannen pas na verwijdering van het asbesthoudende materiaal uit te voeren. Zo voorkomt u dubbele werkzaamheden en u voorkomt dat zorgvuldig aangebracht isolatiemateriaal “besmet” wordt met asbestvezels en ook verwijderd dient te worden.
“Is in uw woning asbestverdacht materiaal aanwezig zijn, dan is het raadzaam om eventuele isolatieplannen pas na verwijdering van het asbesthoudende materiaal uit te voeren” Mocht u twijfelen over de aanwezigheid van asbest in uw woning, dan kunt u een asbestonderzoek uit laten voeren. Indien gewenst kunnen wij u in contact brengen met asbestinventarisatiebureau met verstand van erfgoed.
Pagina 1 van 1
Bufferzones als overgang Door het volume van de te verwarmen ruimtes te verkleinen, is er minder energie nodig om deze op te warmen. Het is dus raadzaam om bergingen en zolders die niet gebruikt worden buiten het te verwarmen gedeelte te plaatsen. Dit kan simpelweg door isolatie te plaatsen in wanden en plafonds van het woongedeelte.
Er moet daarbij wel aandacht geschonken worden dat het te verwarmen gedeelte geheel omsloten is met isolatie. Vergelijk het met een dikke jas in de winter. Als de rits open blijft, krijgt u het toch minder warm. Het plaatsen van isolatie dient te gebeuren zoals dit ook bij de buitenschil van de woning gebeurt. Denk hierbij aan mogelijke problemen rond condensatie. Voorzie luiken en deuren ook van kierdichting en mogelijke isolatie. Schenk tevens aandacht aan mogelijke leidingen en vorstgevoelige apparatuur in het koude gedeelte. Isoleer deze goed door middel van leidingisolatie of geïsoleerde kasten. Het verplaatsen is in sommige gevallen ook mogelijk. “Door het volume van de te verwarmen ruimtes te verkleinen, is er minder energie nodig om deze op te warmen”
In veel gevallen is het ook makkelijker en goedkoper om bufferzones te maken. Een zoldervloer is vaak makkelijker isoleren dan de gehele kap. Het kost minder arbeid en minder materiaal. Bij het gebruik van mechanische ventilatie kan de verse lucht bij koude dagen via de bufferzone worden aangevoerd. Deze is dan al licht voorverwarmd, het verwarmen van deze verse lucht kost dan minder energie wat ook weer een besparing en comfortverhoging tot gevolg heeft.
Bufferzones binnen de woning. Bij de linker is de zolder verwarmd, bij de rechter ligt deze buiten de verwarmde zone.
Pagina 1 van 1
Beglazingssystemen Bij isolatie van monumentale gebouwen wordt vrij snel gedacht aan het aanbrengen van isolerende beglazing. Dit kan gepaard gaan met ingrijpende werkzaamheden, waarbij geen rekening wordt gehouden met de historische waarde van een venster. Doorgaans is isolatieglas dikker dan enkel glas, waardoor de bestaande detaillering van het venster moet worden aangepast. Een totaal ander aanzicht van het monument is het gevolg.
Voor- en achterzetbeglazing Een aanvulling op kierdichting en isolatie is het plaatsen van een extra laag glas op het bestaande raam of kozijn. Dit kan aan de buiten- of binnenzijde (voor- en achterzetbeglazing). Om spiegeling en een vlak uiterlijk aan de buitenzijde te voorkomen, heeft het meestal de voorkeur om glasverbeteringen aan de binnenzijde te plaatsen. Naast kierdichting en isolatie is dit ook een methode om bijvoorbeeld gebrandschilderd glas, of glas-in-lood panelen te beschermen. Hierbij is goede ventilatie wel noodzakelijk. Bij een isolerende werking van voor- of achterzetbeglazing, wordt ventilatie met binnenlucht als ongewenst voorzien. Oud schilderwerk op het raam of stopverfzomen kunnen waterdamp van de binnenlucht doorlaten. Hierdoor kan er condensatie ontstaan op het glas.
De bevestiging van achterzetbeglazing kan vast of scharnierend worden aangebracht, waarbij scharnierend de voorkeur heeft om de beglazing aan de binnenzijde te kunnen reinigen.
Verschillende typen achterzetbeglazing.
Pagina 1 van 2
Enkel isolerende beglazing Veel monumenteigenaren zijn van mening dat de uitstraling van enkelglas (en de bijbehorende detaillering) fraaier is dan dubbelglas. Helaas is er bij enkelglas wel sprake van veel warmteverlies. Om dit zoveel mogelijk tegen te gaan, is er enkel isolatieglas beschikbaar. Dit bestaat uit twee lagen glas, met daartussen een isolerende folie die is voorzien van een coating. Wat dit type glas mede aantrekkelijk maakt voor monumenten, is dat het geleverd kan worden als “getrokken glas”. De onregelmatigheid van monumentaal glas wordt hierdoor geïmiteerd. Door de geringe dikte past het glas meestal in de sponning van historische ramen, waardoor de originele raamdetaillering (en profilering) behouden blijft. De isolatiewaarde ligt ongeveer tussen de waarde van enkel glas en HR++ beglazing. Door deze isolatiewaarde is er wel kans op condensatie op het glasoppervlak. Ook hebben bepaalde merken door de toegepaste coating een olieachtige waas op het glasoppervlak.
Energiebesparende glasfolie Als de ruimte beperkt is en er is monumentaal glas aanwezig, kan er gekozen worden voor energiebesparende glasfolie. Door deze folie kan het warmteverlies door het glas verminderd worden met 30-40%. Deze folie wordt aan de binnenzijde op het glas geplakt en werkt mee aan de reflectie van infrarood. De glasfolie kan de uitstralingen van (met name) het exterieur wel beïnvloeden. De folie kan een olieachtig uiterlijk van het glas tot gevolg hebben.
Dunne isolerende beglazing Dubbelglas met een optimale isolatiewaarde heeft een spouw van 15 mm. In combinatie met de twee glasplaten wordt de totale dikte 22 mm, waardoor dit glas te dik is voor historische vensters. Als alternatief voor monumenten is er een dubbele beglazing ontwikkeld met een dikte van 8 tot 11 mm. Ondanks de geringe dikte heeft het een goede isolatiewaarde. Daarnaast is de buitenzijde van het glas leverbaar in getrokken glas, waardoor de “oude look” wordt verkregen en wat de hinderlijke spiegeling voorkomt. Als de profilering de diktetoename kan opvangen, is het plaatsen van dit soort glas vaak mogelijk.
Vacuüm beglazing Vacuüm glas bestaat uit twee platen glas van 3 mm dik met hiertussen een vacuum spouw van 0,1 mm. De spouw wordt met minuscule kogeltjes van elkaar zijn gescheiden. Door het vacuum is de isolatiewaarde zeer hoog, een u-waarde van 0,7. Dit is vergelijkbaar met triple-glas maar met een dikte van circa 7 mm veel dunner en lichter dan triple glas. Het glas past meestal in de sponning van historische ramen. Voor monumentale panden is het glas ook in een getrokken uitvoering beschikbaar.
Pagina 2 van 2
Infraroodverwarming Iedereen kent wel de ouderwetse infraroodkacheltjes. De huidige infraroodverwarming is beduidend efficiënter, zuiniger en vooral mooier. We kennen de infraroodheaters, te herkennen aan de oranje buizen, deze geven een korte golf infraroodstraling maar er zijn ook zeer veel uitvoeringen van infraroodpanelen met een lange golf infraroodstraling.
Deze panelen kunnen voorzien worden van mooie afdrukken of gewoon als wit paneel verwerkt in het plafond. Ook kan een infraroodmat onder een tapijt gelegd worden als lokale vloerverwarming. De verwarmingsbron heeft alleen een elektra-aansluiting nodig. De straling van deze panelen en matten rijkt ver, is erg aangenaam, stil en is onschadelijk voor de gezondheid. De zon is immers een grote leverancier van infrarood. Door het ontbreken van luchtstromen verminderd ronddwarrelend stof aanzienlijk.
“Infraroodverwarming is ideaal voor hoge ruimten omdat de straling rechtlijnig gericht blijft” Infraroodverwarming is stralingsverwarming. De omgeving wordt aangestraald door infrarode warmtestralen. Infraroodverwarming voel je direct, net als de infraroodstraling van de zon. Infraroodstraling is onschadelijk. Stralingswarmte wordt opgeslagen door meubels, wanden en vloeren, die deze warmte ook weer afgeven aan de lucht. Zo wordt de kamer comfortabel warm en kan de verwarming geregeld worden met een thermostaat. Infraroodverwarming kan als hoofdverwarming gebruikt worden of als aanvulling op een lagere basistemperatuur. Dit is vooral efficiënt bij grotere ruimtes, een basistemperatuur van 17 á 18 graden kan voor de gehele ruimte ingesteld zijn. De verblijfsgebieden kunnen naar behoefte worden bijverwarmd met infraroodverwarming. Infrarood heeft een zeer snelle reactietijd, een sturing middels bewegingsmelders behoort ook tot de mogelijkheden en beperkt onnodig verbruik aanzienlijk.
Pagina 1 van 1
Kierdichting Kierdichting is over het algemeen een onderschat onderdeel in de energiehuishouding van panden. Alvorens men overweegt om een pand te na-isoleren, is het verstandig om eerst de aandacht te vestigen op kierdichting. Het effect van andere maatregelen is immers niet toereikend wanneer de kierdichting niet optimaal is.
Het meeste resultaat kan gehaald worden bij ramen en deuren. Afhankelijk van het type raam kunnen er diverse tochtwerende voorzieningen worden aangebracht. Bij draairamen is dit betrekkelijk eenvoudig te realiseren door het aanbrengen van tochtstrippen. Bij schuiframen wordt het een ander verhaal, hierbij zal men moeten zoeken naar geïntegreerde oplossingen die per type schuifraam verschillen. Het kan soms al voldoende zijn de ramen goed af te stellen, zodat de speling rondom minder wordt. Bij monumentale kozijnen, ramen en deuren mogen alleen ingrepen worden toegepast die reversibel zijn. Hierbij valt te denken aan plakstrippen van een hoogwaardig siliconen materiaal. Deze plaktochtstrippen kunnen eenvoudig zelf aangebracht worden, er zijn geen bouwkundige ingrepen voor nodig. Daarnaast zijn de plaktochtstrippen goedkoop in aanschaf. Erg duurzaam zijn de tochtstrippen niet, ze moeten na een aantal jaren vervangen worden. Schuiframen kunnen worden voorzien van borstelprofielen. Deze borstelprofielen klemmen zichzelf vast in een gefreesde groef. Het wordt aangeraden om dit door een restauratiebedrijf te laten uitvoeren, aangezien dit vakkundige en nauwkeurige ingrepen zijn.
Pagina 1 van 1
Vloer- en wandverwarming Vloer en wandverwarming is niet meer weg te denken in de installatietechniek van een gebouw. Het geeft een zeer comfortabele warmte en is goed toepasbaar in alle soorten verwarmingssystemen, dus ook uitermate geschikt als afgiftesysteem voor warmtepompen. Bij het gebruik van vloerverwarming als hoofdverwarming hoeven er geen radiatoren geplaatst te worden. Door de goede verdeling en het hogere comfort kan vloer- en wandverwarming bijdragen aan energiebesparing.
Vloer- c.q. wandverwarming kan als hoofdverwarming of als bijverwarming worden. Bij de laatste variant dienen nog steeds radiotoren geplaatst te worden. Het verschil in deze twee zit hem in de capaciteit van het afgifte systeem, hoeveel warmte geeft deze af en is dit voldoende om de ruimte met koude dagen op een behaaglijk niveau te krijgen. Dit is onder meer afhankelijk van de mate van isolatie, de hart-op-hart afstand van de leidingen en de isolerende werking van de vloerbedekking. “Vloer- en wandverwarming geven een zeer comfortabele warmte en zijn goed toepasbaar in alle soorten verwarmingssystemen”
Vloerverwarming kan in de betonvloer worden gestort, dit is met name mogelijk als er (grootschalig) gerenoveerd wordt. In de bestaande bouw is het toepassen van vloer- en/of wandverwarming ook betrekkelijk eenvoudig toe te passen. Er zijn hiervoor gipsvezelplaten op de markt waarin sleuven gefreesd zijn, hierin kunnen leidingen geplaatst worden welke verder afgewerkt worden. Het voordeel is dat deze geplaatst kunnen worden zonder monumentale wanden of vloeren te verwijderen. Ze zijn enkele centimeters dik en kunnen tevens dienen als brandvertragende laag in het gebouw. Wandverwarming kan ook in rails geplaatst worden die met stuc- of leemlaag afgewerkt wordt. Door de betrekkelijk lage massa van het te verwarmen gedeelte is de opwarmtijd kort in vergelijking met systemen die in beton gestort worden.
Pagina 1 van 2
Bij het toepassen van vloer- en/of wandverwarming is in een verdeler noodzakelijk. Hierdoor kunnen ruimten in verschillende temperatuur zones verdeeld worden. Mocht de vloer- of wandverwarming alleen in een kleine ruimte (zoals de badkamer) geplaatst worden, dan kan de temperatuur worden geregeld middels een RTL-ventiel. Voluit Retour-TerugLoop-ventiel. Een verdeler is voorzien van een pomp. Voor een energiezuinig systeem is een pomp met een A-label een aanrader, daarnaast dient een pompregeling te worden toegepast. Deze zorgt ervoor dat de pomp niet onnodig draait.
Droogbouwsysteem
Buizen in het beton gestort
Pagina 2 van 2
Zonne-energie: de mogelijkheden De zon levert in Nederland jaarlijks tientallen malen ons totale jaarverbruik aan energie. Daar benutten wij op dit moment nog maar een heel klein deel van. Zonne-energie is een waardevolle bron om onze eigen energie mee op te wekken. Er zijn panelen die (zon)licht omzetten in elektriciteit, de zogenaamde pv-panelen en er zijn panelen die zonnewarmte omzetten in warm water, de zogenaamde zonnecollectoren.
Met zonne-energie is het mogelijk om elektriciteit of warmte te produceren. Voor het opwekken van warmte zijn zonnecollectoren nodig en bespaart u bij de gasgestookte warmte-opwekkers op uw gasrekening. Voor het opwekken van elektriciteit worden pv-zonnepanelen gebruikt en daarmee bespaart u op uw elektriciteitsrekening. Er zijn twee typen zonnepanelen gangbaar: polykristallijn of monokristallijn. De poly-panelen zijn te herkennen aan de blauwige uitstraling en het aluminiumkleurige frame. De mono-panelen zijn egaal zwart van kleur, met een zwart aluminium frame. Deze panelen leveren iets meer op, maar kosten ook iets meer. Vooral vanwege de uitstraling wordt regelmatig gekozen voor de mono-panelen.
Een zonnecollector in combinatie met een boiler kan tevens energie besparen. Deze systemen “fabriceren” warm water geschikt voor douchen en tapwater. Ook kan de cv-installatie op dit systeem worden aangesloten. Voor het plaatsen van een zonnecollector gelden vaak dezelfde regels als het plaatsen van pv-panelen, maar er zijn ook onzichtbare systemen. Q-roof heeft een systeem ontwikkeld welke de warmte van de zon via de dakpannen doorgeeft aan een aluminium leidingsysteem waarin een vloeistof stroomt. Deze is gekoppeld aan een warmtewisselaar en kan zorgen voor een aanzienlijk deel van de warmtevraag. Hier geldt uiteraard ook dat het dak gericht moet zijn naar de zon en niet of nauwelijks in de schaduw ligt.
Informeer tijdig bij uw gemeente of het plaatsen van zonnepanelen op uw pand haalbaar is. Het plaatsen van zonnepanelen op monumenten of in beschermde stadsgezichten is omgevingsvergunning-plichtig. Vooral in het buitengebied is het mogelijk om zonnepanelen te plaatsen op niet monumentale bijgebouwen. Dit heeft natuurlijk de voorkeur boven het plaatsen op monumenten. Daarnaast zijn er veel lokale initiatieven voor collectieve zonneparken. Hierbij worden veel panelen op een niet waardevolle plaats gelegd, bijvoorbeeld op het dak van een industriegebouw. Voordeel is dat deze uitstekend gericht kunnen worden op de zon en dat plaatsing en aanschaf verhoudingsgewijs veel gunstiger is. Collectief opgestelde panelen op de grond
Pagina 1 van 1
De gevaren van vocht en condensatie Een gemiddeld gezin produceert tussen de 10 en 20 liter waterdamp per dag in een woning. Dit wordt veroorzaakt door koken, wassen en douchen. Om dit vocht kwijt te raken, dient er voldoende geventileerd te worden. Als dit niet op de juiste manier gebeurt, wordt de luchtvochtigheid in de woning te hoog, met diverse problemen en (gezondheids)klachten tot gevolg. De luchtvochtigheid veroorzaakt condensatie op koude plekken, met schimmels en houtrot tot gevolg. Daarom is het verstandig om bij het isoleren van de woning rekening te houden met de mogelijkheden voor ventilatie.
Warme lucht bevat meer vocht dan koude lucht. De relatieve vochtigheid neemt dus toe wanneer de luchttemperatuur afneemt. Wanneer de relatieve luchtvochtigheid boven de 100% komt, zal deze gaan condenseren op koudere oppervlakten. Indien er een dampopen isolatie aangebracht wordt, neemt de kans op condensatie aanzienlijk toe. Isolatie heeft als doel het tegenhouden van warmte. Het condensatiepunt zal dan ook in het isolatiemateriaal plaatsvinden, met vochtproblemen als gevolg. Het aanbrengen van een dampdichte folie aan de binnenzijde van de constructie voorkomt dit probleem. Daarnaast dient er in de leefruimte voldoende geventileerd te worden. Koudebruggen veroorzaken plaatselijk een warmteverlies en zorgen voor een temperatuurdaling op het oppervlak, waardoor luchtcondensatie en andere vochtproblemen kunnen optreden. Een koudebrug in een gebouw is een plaats waar relatief gezien veel warmte verloren gaat. Voornamelijk bij overgangen van een (geïsoleerde) muur met een vloerconstructie, waarbij de muurisolatie niet overgaat in de vloerisolatie, en aldus een "koudebrug" ontstaat. Ook bij de overgang van de muur naar ramen, deuren en andere objecten kunnen bruggen ontstaan. Vervolgens kan er condensatie optreden, met vochtplekken en schimmels tot gevolg. “Te hoge luchtvochtigheid veroorzaakt condensatie op koude plekken, wat zorgt voor schimmels en houtrot”
Pagina 1 van 1
Voorzetwanden als isolatie Het isoleren van buitenmuren aan de binnenzijde kan in veel gevallen door middel van voorzetwanden. Het isoleren aan de buitenzijde is niet toegestaan. Voorzetwanden blijken een effectieve manier van isoleren te zijn, zo is afgelopen jaren gebleken. Er dient wel de nodige aandacht geschonken te worden aan het plaatsen ervan. Zo kunnen de balkkoppen in de muur gaan rotten door inwendige condensatie en gebrek aan ventilatie. Daarnaast zal de natuurlijke droging van de buitenmuren (metselwerk) afgeremd worden, waardoor de kans op vorstschade aan het metselwerk toeneemt. Bij het plaatsen van voorzetwanden in monumenten moet er rekening worden gehouden met monumentale waarden en onderdelen. Tevens moeten de ingrepen reversibel worden uitgevoerd.
Typen voorzetwanden: Voorzetwanden kan men onderverdelen in drie typen: •
Houten of metalen regelwerk bekleed met plaatmateriaal
(gipsplaat of fermacell) met tussen de regels isolatie; •
Harde isolatieplaat rechtstreeks op de muur afgewerkt met
stucwerk of gipsplaat; •
Nieuwe opgemetselde muur aan de binnenzijde met isolatie in
de spouw. Om vochtbelasting van binnenuit te voorkomen, is het belangrijk om na het isoleren van een constructie de binnenzijde van de isolatielaag af te dichten met een dampdichte folie. In de praktijk komt echter vaak voor dat door onzorgvuldige of onmogelijke constructies toch vocht de isolatie indringt en condens schade, rottend hout of schimmelvorming veroorzaakt. Vocht-bufferende isolatiematerialen kunnen dit deels voorkomen. Dit kan in de vorm van houtvezelplaten, cellulose of vlas. Omdat het mogelijk is te isoleren zonder plastic dampremmers te gebruiken, ervaart u als bewoner bovendien meer de bufferende werking van deze vocht-actieve isolatiematerialen door de constantere luchtvochtigheid en temperatuur. Oftewel, zonder inzet van energie voelt uw binnenklimaat ’s zomers koeler en ’s winters warmer en altijd gelijkmatiger. Daarnaast is de verwerking van deze duurzame materialen zonder risico voor de gezondheid. Bij isolatiewaarden hoger dan circa R=2,0 dient wel een dampremmer te worden toegepast.
Pagina 1 van 2
Isolatiemateriaal rechtstreeks op de muur: Bij de toepassing van voorzetwanden tegen de binnenzijde van de buitenmuren, worden deze isolatieplaten rechtstreeks tegen de muur gemonteerd. Een perfecte aansluiting van de platen onderling is een vereiste. Dit voorkomt warmtelekken. Er is ook gasbeton verkrijgbaar met een goede isolerende werking. Na montage van de isolatie wordt een stuclaag aangebracht. Bij de houtvezelplaat adviseren wij een afwerking met leem, dit versterkt de werking van het materiaal en is bovendien duurzaam.
Vlasdekens tussen constructiedeel
Houtvezelplaat met leemstuc
Isolatie gasbeton tegen metselwerk
Vlasdekens of cellulose: Deze worden toegepast als “zacht” isolatiemateriaal tussen houtskeletbouw of Metal stud voorzetwanden. Een intelligente dampremmende folie aan de binnenzijde kan daarbij toegepast worden. Deze laat vocht door als dit nodig is, anderzijds werkt deze als een vochtremmer. Bij een vochtig binnenklimaat is dit te adviseren.
Informeer voor het verwerken altijd naar de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant.
Pagina 2 van 2
Warmtepompen: voor en nadelen Een warmtepomp haalt energie uit de bodem, water of lucht en gebruikt deze energie voor de verwarming van een gebouw en voor het benodigde tapwater. Warmtepompen werken op elektra (full electric) of op gas en elektra, de zogenaamde hybride systemen. Er zijn verschillende bronnen waaraan de pomp zijn warmte onttrekt: lucht, bodem of (grond)water.
De werking van een warmtepomp is te vergelijken met een koelkast, deze onttrekt warmte uit de lucht van de kast en geeft deze aan de achterzijde af aan de omgeving. Een goed geïnstalleerd systeem kan een rendement halen van wel 400% tot 500%. In vergelijking geeft een HR107 ketel een rendement van circa 95%. Een warmtepomp heeft bij sterke voorkeur een laagtemperatuurafgiftesysteem, zoals vloer- en of wandverwarming, maar laagtemperatuur radiatoren zijn ook verkrijgbaar. Het comfort hiervan is een stuk minder dan bij vloer- en/of wandverwarming. Door de toepassing van een laagtemperatuursysteem is het noodzakelijk dat het gebouw een redelijk tot goede isolatiewaarde heeft. Zonder deze isolatie zullen de rendementen nooit gehaald worden. Een goed ventilatiesysteem kan het rendement van de warmtepomp verhogen.
“Er is aangekondigd dat de gasprijs verder zal stijgen, gasloos verwarmen zal op den duur nog interessanter worden”
Pagina 1 van 2
Voordelen: •
Besparing op gas (hybride systeem) of zelfs compleet gasloos bij de full electric systemen. Dus dan ook geen vastrecht meer voor je gasaansluiting.
•
Vaak is koeling ook mogelijk bij de warmtepompsystemen.
•
Milieuvriendelijk, warmtepompen verlagen de CO2uitstoot aanzienlijk.
•
Warmtepompen hebben een goed rendement. Bij een goed ingeregeld en afgestemd systeem is op langere termijn een aanzienlijke besparing te realiseren. Zeker als de gasprijs verder zal stijgen, gasloos verwarmen zal op den duur nog interessanter worden.
Nadelen: •
In vergelijking met de aanschaf van een traditionele verwarmingsinstallatie (HR107 ketel) is de aanschaf duurder. Maar een goed gekozen en ingeregeld systeem zal op langere termijn financieel gunstiger uitpakken, zeker in combinatie met de aangekondigde verhoging van de gasprijs.
•
Het pand moet een goede isolerende schil hebben, dit kan in enkele gevallen niet mogelijk zijn. Een laagtemperatuur afgiftesysteem (lees vloer- c.q. wandverwarming) is eigenlijk onmisbaar voor een goed werkend systeem. Als dit niet aanwezig is, kan dit voor extra investeringen en aantasting van de monumentale waarden zorgen. Er zijn overigens wel warmtepompen op de markt die een hoge aanvoertemperatuur kunnen realiseren en aangesloten kunnen worden op radiatoren. Deze zijn echter nog wel redelijk kostbaar en het rendement is niet zo hoog als een lage temperatuur warmtepomp. Maar de ontwikkelingen staan niet stil.
•
Het plaatsen van een buitenunit voor een lucht-waterpomp kan in beschermde gebieden een belemmerende factor zijn. Het geluid dat de installatie produceert, kan als storend worden ervaren. Er zijn al wel speciale isolatiekasten op de markt die het geluid reduceren maar helemaal wegnemen is in veel gevallen niet mogelijk.
Pagina 2 van 2
Het effect van een waterbesparende douchekop Een waterbesparende douchekop bespaart niet alleen water, de grootste besparing zit in het gasverbruik dat nodig is om het water te verwarmen. De oudere waterbesparende douchekoppen bespaarden niet alleen op water maar vooral op comfort.
Tegenwoordig zijn er diverse douchekoppen op de markt die een hoge mate van comfort hebben en toch een mooie besparing op de water- en gasrekening tot gevolg hebben. In de onderstaande tabel is het gemiddelde verbruik van gas en water per type douche opgegeven. De genoemde hoeveelheden zijn gemiddelden, per douchekop en situatie kunnen andere gebruikshoeveelheden van toepassing zijn.
“De prijs voor een comfortabele waterbesparende douchekop ligt op enkele tientjes. Financieel gezien is deze dus in een zeer korte tijd terugverdiend” Verbruik douchekoppen: type douchekop
luxe*
standaard
spaar
liter per minuut
15
10
7,5
liter
liter per dag p.p.
75
50
37,5
m3
gas per dag p.p.
0,38
0,25
0,19
m3
liter per jaar p.p.
27.375
18.250
13.687
liter
gas per jaar p.p.
137
91
68
m3
kosten per jaar p.p.**
123
82
61
euro
kosten per jaar gezin 4 pers.
492
328
244
euro
kosten voor gezin in 20 jaar
9.840
6.560
4.880
euro
kosten per douchebeurt van 8 minuten
0,54
0,36
0,27
euro
*stort-, regen-, paneeldouches e.d. ** waterprijs 1,50 euro per m3, gasprijs 0,60 euro per m3
Pagina 1 van 1