Aalten - Transitievisie Warmte.pdf
Tekst van het document
verschillende kostenposten. De kosten zullen nauwkeuriger worden uitgewerkt in de
investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning. De investeringskosten zijn
uitvoeringsplannen, waarbij er ingezoomd wordt op de eigenschappen van de
eenmalige kosten voor een duurzamere warmtetechniek. De jaarlijkse kosten zijn de
woningen binnen de cluster. Voor een eerste inschatting van de kosten kunnen
kosten voor de bewoner die jaarlijks betaald moeten worden voor bijvoorbeeld
woningeigenaren ook kijken op www.milieucentraal.nl en de rekentool van
onderhoud van de techniek en/of de warmte zelf. Deze kosten komen in plaats van
www.verbeterjehuis.nl.
onderhoudskosten voor de cv-ketel of de rekening voor het aardgas. Tabel 7.2
Benodigde isolatiemaatregelen voor de verschillende bouwjaren
Bouwjaren
Vloerisolatie
(Spouw)muurisolatie Dakisolatie
HR++ glas
Tot en met 1945
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Dubbel glas
worden zijn gebaseerd op de voorbeeldwoningen zoals deze gedefinieerd zijn door
1946 - 1964
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Triple glas
het RVO in 2011. Dit zijn gemiddelde woningen in Nederland; dat betekent dat dit
1965 - 1974
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Triple glas
1975 - 1991
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Triple glas
volledig aardgasvrij is een elektrische warmtepomp of een hybride systeem op
1992 - 2011
-
-
-
Triple glas
duurzaam gas (tabel 7.3).
2012 - heden
-
-
-
-
Tabel 7.1
- : niet noodzakelijk, of niet mogelijk in dit type woning
De eerste stap voor het aardgasvrij maken van woningen is vaak inzetten op energiebesparing door middel van isolatiemaatregelen (tabel 7.1, 7.2). De kosten en isolatiemaatregelen zijn gebaseerd op het rapport ‘kosten en baten isolatiestandaard en streefwaarden voor woningen’ van TNO uit
. De woningen die hier berekend
een benadering is van de kosten, die in de praktijk flink kunnen verschillen per woning. Een volgende stap waarmee het aardgasverbruik verder wordt teruggebracht, is de overstap naar een hybride warmtepomp. De laatste stap naar
Gemiddelde isolatiekosten (koopwoning) per maatregel en soort woning
Soort woning Vloerisolatie Spouwmuurisolatie Dakisolatie
HR++
Totaal
glas € 2.700,-
€ 4.500,-
€ 7.500,-
€ 7.500,- € 22.000,-
Hoekwoning
€ 2.000,-
€ 3.000,-
€ 5.600,-
€ 6.000,- € 16.600,-
Rijwoning
€ 1.600,-
€ 2.000,-
€ 5.600,-
€ 5.000,- € 14.200,-
€ 500,-
€ 1.500,-
€ 500,-
Vrijstaande woningen
Appartement
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
€ 4.000,-
€ 6.500,-
30
Indicatie kosten individuele oplossing
Tabel 7.3 Indicatie nationale kosten per woning Woningen gebouwd vóór 1992
We hebben de warmtevraag van de gebouwde omgeving en het warmteaanbod van kansrijke warmtebronnen in beeld gebracht. De nadruk ligt in de kansrijke clusters in Aalten op het isoleren en het toepassen van individuele oplossingen. Wat betekent
Maatregelen
het voor de eindgebruiker als we inzetten op individuele oplossingen? We maken de
Woningen gebouwd 1992 - 2012
Hybride warmtepomp
All electric: luchtwarmtepomp
nationale kosten inzichtelijk langs de volgende individuele warmteconcepten. 1
2
All electric: a
Luchtgekoppelde warmtepomp
b
Bodemgekoppelde warmtepomp
Hybride warmtepomp
Verder maken we onderscheid tussen woningen gebouwd voor 1992, woningen gebouwd tussen 1992 en 2012 en woningen gebouwd na 2012. Tabel 7.3 geeft een overzicht van de ‘nationale kosten’. Nationale kosten zijn de
Bouwkundig 5 € Warmtepomp/ warmteopwekking Aanpassing warmteafgiftesysteem
€
€ .
– 6
€ € 5.
–
Woningen gebouwd na 2012
All electric: bodemwarmtepomp € € 5.
€ 5.
€ 7.5
€ 5.
-€ .
€ .
€ .
All electric: luchtwarmtepomp –
All electric: bodemwarmtepomp -
-
€ 7.5
€
-€ .
€ 5.
7
€
-€ .
Stelpost verzwaren elektriciteitsnet
-
€ .
€ 4.000
€ .
€ .
baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het
Afsluiten gasnet
-
€7
€7
€7
€7
gaat hier onder andere om zaken als: de aanleg van een warmtenet, de verzwaring
Totaal
€ 21.200 – € 26.200
€ 28.700 – € 33.700
€ 12.000 – € 21.000
€20.000 – € 29.000
totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die per woning nodig zijn om van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de
van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur.
€ 5.000 – € 34.000
In het algemeen geldt dat hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe hoger het rendement van de (hybride) warmtepomp zal zijn (de warmtepomp kan een groter deel van de warmtevraag invullen).
5
De bouwkundige maatregelen zijn isolatiemaatregelen voor triple glas. Isolatie naar label niveau A (mogelijke extra dakisolatie (binnen of buitenzijde), vloerisolatie, binnenmuurisolatie) is eventueel mogelijk voor een efficiëntere warmtepomp en een beter wooncomfort. De kosten hiervoor zijn afhankelijk (van de optelling) van de isolatiemaatregelen.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
6 7
Label B isolatie. Kosten indien aangepast warmteafgiftesysteem in woningen na 2012 nog niet aanwezig.
31
Technisch gezien is extra isolatie dan ook strikt niet nodig, maar wordt wel
•
een groot deel van de woningen geen aanpassing van het afgiftesysteem nodig zijn.
• •
Teruggave btw-tarief op zonnepanelen. Dit is terug te vragen bij de Belastingdienst.
eventuele verzwaring van het elektriciteitsnet (kosten netbeheerder). Vandaar de grote bandbreedte in de nationale kosten bij de hybride warmtepomp.
Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE+, SDE++).
Voor met name de jaren tachtig woningen zal de investering dan beperkt zijn tot alleen de installatie van de hybride warmtepomp (kosten woningeigenaar) en
Subsidies voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE).
aanbevolen, omdat de energierekening anders erg hoog wordt. Daarnaast zal voor
•
Verlaagd btw-tarief voor woningisolatie. Er geldt dan een verlaagd btw-tarief van 9% op arbeidskosten.
Naast de nationale kosten, zijn ook de jaarlijkse lasten voor de bewoners relevant om mee te nemen in de besluitvorming. Deze zijn echter sterk afhankelijk van het
Duurzaamheidsleningen
type woning, de isolatiemaatregelen, en de energieprijzen. Het is dus al erg lastig
Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen,
om hier een algemeen beeld van te geven, en met de huidige onrust op de
zonder dat iemand bij de start een grote investering uit eigen geld moet doen. Een
energiemarkt, en daardoor sterk fluctuerende prijzen, heeft het geen toegevoegde
maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren.
waarde om hier een indicatie van op te nemen. Deze kosten zullen in de
Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een
uitvoeringsplannen van de clusters wel in kaart worden gebracht.
lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder de volgende. Energiebespaarfondsen voor particulieren
Financiering van de warmtetransitie
•
Energiebespaarfondsen bestaan zowel op nationaal (Nationaal Warmtefonds)
In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet
als provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau: zo mag in de starterslening
zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu
en blijverslening een deel worden gebruikt voor duurzame maatregelen.
geen toegang toe hebben’. Het kabinet maakt de komende periode middelen vrij om
•
aardgasvrij maken van een nieuwbouwwoning.
gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar aardgasvrije gebieden. De financieringsconstructies kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor bewoners een stuk verlagen.
Toekomstbestendig Wonen Lening voor het verduurzamen van de woning of het
•
Energiebespaarlening voor onder andere zonnepanelen, dakisolatie, gevelisolatie, maatwerkadvies et cetera.
Er zijn bovendien subsidies en leningen voor gemeenschapsvoorzieningen en nonSubsidies
profitorganisaties, kleine en micro-ondernemingen en huurwoningen.
Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak besparing op of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet
Tot slot zijn, naast energiebesparing en onderhoud, comfort en levensbestendigheid
genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen of is het goed om deze maatregel
van de woning ook belangrijke argumenten om op te letten wanneer we het hebben
extra te stimuleren. Het Energieloket Agem laat op haar website de laatst
over het aardgasvrij maken van woningen. De kosten zijn een zeer belangrijk punt,
beschikbare subsidies in Aalten zien. Er zijn op dit moment verschillende subsidies
maar de baten bestaan dus niet alleen uit een lagere energierekening.
bekend.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
32
Bijlage 1 - Achtergrondinformatie warmtebronnen en technieken
Wanneer we kijken naar de warmte-alternatieven voor aardgas kunnen we deze onderverdelen naar temperatuurniveau. Warmtebronnen met een temperatuur onder
1
de 40°C noemen we laagtemperatuurwarmtebronnen. Deze warmte zal met een
Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht.
Omgevingswarmte
warmtepomp opgewaardeerd moeten worden om een woning mee te verwarmen.
Luchtwarmtepompen onttrekken warmte uit de buitenlucht en waarderen deze
Warmtebronnen met een temperatuur boven de 70°C noemen we
warmte elektrisch op naar een temperatuur van minimaal 40°C. Dit doet het onder
hoogtemperatuurbronnen. Deze bronnen kunnen rechtstreeks in de woning
een gunstig rendement; gemiddeld levert één deel elektriciteit, drie tot vier delen
toegepast worden. Warmtebronnen tussen deze temperatuurniveaus in, noemen we
warmte op. Voor de luchtwarmtepomp neemt dit rendement af bij koude winters. De
mid-temperatuurbronnen. Het is afhankelijk van de isolatiegraad van de woning of
warmte wordt afgegeven in de woning via lucht of water (radiatoren).
deze warmte rechtstreeks of via een warmtepomp ingezet kan worden. Bij een temperatuur van 40°C moet de woning goed geïsoleerd zijn om Het vastgestelde potentieel van de laagtemperatuurbronnen in de volgende
warmteverlies/-verval te beperken en ook bij koude winterdagen een comfortabel
paragrafen is de warmte die de bron kan leveren, in combinatie met een
binnenklimaat te hebben. Voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 2015 is de techniek,
warmtepomp. Voor aquathermie, ondiepe geothermie, warmte-koude-opslag (wko)
zonder aanvullende maatregelen, toepasbaar. Woningen die gebouwd zijn na 1992 9,
en (laag- of mid-temperatuur) restwarmte is uitgegaan van de toepassing met
zijn met beperkte maatregelen geschikt te maken voor toepassing van deze
hoogtemperatuur collectieve warmtepompen, omdat dit de meest voorkomende
techniek. Dit betekent veelal het vullen van de spouwmuur wanneer aanwezig en het
combinatie is8. Het potentieel van de bodemlus (ondiepe bodemwarmte) is berekend
vergroten van de oppervlakte aan warmteafgifte door middel van vloerverwarming of
op de toepassing met een individuele warmtepomp.
grotere radiatoren of convectoren.
8
9
Voor de hoogtemperatuurwarmtenet-varianten is 20% aan (duurzaam)gas gerekend voor het
opvangen van de piekvraag. Voor de laagtemperatuurvarianten is 20% aan elektriciteit
In 1992 is in het Bouwbesluit een isolatiewaarde (Rc 2,5 voor gevel, ramen en vloer)
vastgelegd voor nieuwbouw.
gerekend voor tapwaterverhitting.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
33
Wanneer een pand oud is en het gecompliceerd en duur is om te isoleren tot een
Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot belang. Deze kan niet te ver
label A, kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp, waarbij de piekvragen
liggen van de afzet, omdat er warmteverlies optreedt in het transport. Daarnaast is
met (duurzaam) gas worden ingevuld. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp
een grotere afstand ongunstig voor de businesscase door een toename in de
dus aangesloten op het gasnet. De energiebesparing met een hybride warmtepomp
infrastructurele investeringskosten voor het warmtenet. Een afstand van 500 – 1.000
is lager, maar de techniek kan een goede tussenstap zijn in de transitie naar
meter is algemeen aanvaard.
aardgasvrij. Binnen de gemeente bevinden zich geen rivieren of open wateren van een zodanig 2
Aquathermie
Aquathermie is het benutten van warmte uit water. Op dit moment zijn er technieken
grote omvang nabij dichte bebouwing dat dit aanleiding geeft om het gebruik van TEO als een voorkeurstechniek te zien voor de buurten in Aalten.
beschikbaar of in ontwikkeling voor de benutting van warmte uit oppervlaktewater (TEO), warmte uit afvalwater (TEA) en warmte uit drinkwater (TED). Onderstaand
2b
Thermische energie uit afval (TEA)
wordt op deze drie warmtebronnen nader ingegaan.
Bij thermische energie uit afvalwater wordt - zoals de naam doet vermoeden warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn verschillende bronnen van afvalwater
2a
Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)
waarvan de grootste ons rioolsysteem. De warmte kan op verschillende plekken
Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een
gewonnen worden, zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), pompgemalen of
rivier, kanaal of meer. In Nederland zijn open waterlichamen alleen in de zomer
rioolbuizen of bij de bron zelf zoals een productiebedrijf. TEA lijkt in vele opzichten
voldoende warm (>15°) om warmte aan te onttrekken. Er is daarom seizoensopslag
op TEO, maar onderscheidt zich op één belangrijk punt: de temperatuur van het
nodig om de warmte in de winter te kunnen gebruiken. Dit wordt veelal gedaan in
afvalwater is veel stabieler gedurende het jaar 12 graden in de winter tot 20 graden
een warmte-koude-opslag (wko) systeem. Ook bij TEO wordt een warmtepomp
in de zomer bij de RWZI. Dit betekent dat opslag geen vereiste is. Korte termijn
gebruikt om de warmte op te waarderen voordat het naar de woning gaat. TEO
opslag is vaak wel een vereiste wanneer de momenten van afvalwaterproductie niet
wordt meestal toegepast met een collectieve hoogtemperatuurwarmtepomp en via
overeenkomen met de momenten van warmtevraag.
een warmtenet naar de woningen/panden getransporteerd. Omdat TEO dus vraagt om 1) een warmtenet vanaf de waterbron, 2) opslag, 3) een warmtepomp en 4) een warmtenet naar de woning, is het een duur warmtealternatief. Alleen voor gebieden met hoge bebouwingsdichtheid en oude bebouwing waar geen andere hoogtemperatuurbron is, kan een hoogtemperatuur TEO warmtenet een goede optie zijn. In een dergelijk gebied is er geen ruimte voor individuele systemen en de kosten van isolatie liggen vaak te hoog om met een laagtemperatuurtechniek te verwarmen. Daarnaast wordt warmte uit oppervlaktewater benut om de thermische balans in een wko te realiseren door toevoeging van warmte uit oppervlaktewater.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
34
In de gemeente bevinden zicht twee RWZI’s een in
inxperlo en een in alten.
techniek is dat er voor bestaande bouw vaak twee bodemlussen per woning nodig
Beide RWZI’s bevinden zich binnen acceptabele afstand van andere
zijn met een onderlinge afstand van 8 meter om interferentie te voorkomen. Dit
warmteafnemers om te overwegen om de warmte die beschikbaar is te gebruiken
vraagt om voldoende tuinoppervlak per woning. Daarnaast resulteert het boren van
voor de directe omgeving. Het debiet van beide RWZI’s is tegelijkertijd wel zodanig
de buizen in het overhoop halen van de tuin, wat niet iedere bewoner wil.
laag, dat dit niet grootschalig uitgevoerd zal worden en de aanwezige warmte zeer
Bodemlussen zijn een individuele techniek; voor hoogbouw, of industriegebieden
waarschijnlijk binnen de omliggende bedrijventerreinen gebruikt zal worden mocht er
met een grote warmtevraag zijn bodemlussen minder geschikt dan een open wko-
een warmtenet ontwikkeld worden. Verder onderzoek naar de werkelijke potentie en
systeem, omdat de bodem dan overmatig aangeboord wordt (geperforeerd). Er zijn
afstemming met het waterschap is van belang om uit te zoeken hoeveel warmte er
gebieden waar de bodem helemaal niet aangeboord mag worden en slechts tot een
beschikbaar zal zijn en waar deze gebruikt kan worden.
bepaalde diepte om vervuiling van drinkwaterbuffers te voorkomen.
2c
De potentie voor het toepassen van bodemlussen in Aalten is op dit moment nog
Thermische energie uit drinkwater (TED)
De laatste vorm van aquathermie is thermische energie uit drinkwater (TED). Dit is
onbekend. Wel zijn er binnen de gemeente meerdere bodemlussen aangelegd. De
een nieuwe techniek die nog niet veel is toegepast. De potentie van TED per regio
toepassing ervan wordt echter gelimiteerd door het benodigde tuinoppervlak per
of de bijdrage die TED leveren kan aan de energietransitie is onbekend.
woning en het gevraagde temperatuurniveau. Binnen de gemeente zijn er geen diepterestricties bekend die de aanleg van bodemlussen in de weg kunnen zitten.
3
Bodem- en aardwarmte
Samenvattend zien we vaak dat bodemlussen vooral worden aangelegd bij nieuwe
Warmte uit de bodem kan met behulp van diverse technieken gewonnen worden,
woningen. Dit komt door twee hoofdredenen; enerzijds draaien de warmtepompen
afhankelijk van de bodemgesteldheid en beschikbaarheid van warmte. Onderstaand
efficiënter wanneer het vermogen van warmtevraag in de woning lager is, anderzijds
wordt op deze technieken ingegaan.
moet de tuin vaak op de schop wanneer er bodemlussen aangelegd worden. Dit ziet
3a
Bodemlus
niet iedere huiseigenaar zitten (Vakblad warmtepompen 6-6-2019).
Een bodemlus is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1 - 100
3b
meter diep. Hierbij wordt een gesloten buis de bodem in geboord, ofwel horizontaal,
Bij warmte-koudeopslag wordt warmte en koude gewonnen uit een afgesloten
ofwel verticaal, en gevuld met een water en antivries mengsel. De vloeistof in de
waterpakket in de bodem op een diepte tussen de 100 - 500 meter en via een
buis neemt de temperatuur over van de omgeving, de bodem. De
warmtenet getransporteerd naar de woningen/panden. Het temperatuurniveau is
bodemtemperatuur is gedurende het jaar betrekkelijk constant en rond de 12°C. Zo
tussen de 8°C en 15°C. Het is gunstig wanneer de panden aangesloten op dit
kan er met een bodemlus in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer
warmtenet zowel koude- als een warmtevraag hebben. Bij een wko-systeem moet
koude. Een warmtepomp waardeert de warmte op naar 40°C of hoger om de woning
namelijk evenveel warmte onttrokken worden aan de bodem als er in wordt
te verwarmen.
teruggebracht. Is dit niet het geval, dan raakt de bron uitgeput. Wanneer er een
Warmte koude opslag (wko)
onbalans is tussen de warmte en koudevraag, kan deze worden hersteld door Een groot voordeel van een bodemlus gekoppelde warmtepomp ten opzichte van
warmte en/of koude toe te voegen uit een externe bron, bijvoorbeeld
een luchtwarmtepomp (zie 2.1) is dat het rendement hoger ligt en er in de zomer
oppervlaktewater of elektrisch. Dit noemen we regeneratie.
(passief) gekoeld kan worden, zonder elektriciteitsverbruik. Een nadeel van de
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
35
Als de benodigde regeneratie omvangrijk is, is een wko-systeem minder rendabel.
worden op basis van deze informatie. Dit is onvoldoende om een warmtenet op te
Hoe dichter de warmte- en koudevraag dus bij elkaar liggen, hoe gunstiger de
richten op basis van ondiepe geothermie op basis van bovenstaande criteria.
businesscase. Bij goed beheer gaan wko-systemen dertig jaar mee. Een wko-warmtenet wordt dus toegepast daar waar zowel een warmte- als koudevraag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden, verzorghuizen of hotels,
3d
Diepe (en ultradiepe) geothermie
Wanneer er nog dieper wordt geboord, spreekt men van diepe geothermie (1.500 tot 4.000 meter) en ultra diepe geothermie (dieper dan 4.000 meter). Diepe geothermie
maar ook sommige industrie. Ook goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen hebben
wordt al langer toegepast in sectoren met een continue, hoge warmtevraag zoals de
een grotere koudevraag dan bestaande woningen. Maar het aandeel aan
glastuinbouw en kan temperaturen leveren tot 100°C (stoom).
koudevraag ten opzichte van warmte blijft klein. Net als bij ondiepe geothermie, is een minimale afzet een vereiste voor het 3c
Ondiepe geothermie
ontwikkelen van een geothermische boring. Woningen lenen zich al minder voor
Ondiepe geothermie is het boren tot een diepte tussen de 500 en 1.500 meter. Op
deze techniek, omdat de warmtevraag sterk fluctueert tussen de zomer en winter.
deze diepte wordt grondwarmte onttrokken met een temperatuur tussen de 15°C en
Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale
40°C. Wanneer het water 40°C is, kan de warmte via een warmtenet rechtstreek
afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en
worden gebruikt voor het verwarmen van goed geïsoleerde woningen in combinatie
een hoogtemperatuurwarmtenet duur is, moeten deze woningen dicht bij elkaar en
met individuele boilers voor het tapwater. Bij andere temperaturen of woningtypen
dicht bij de bron staan. Een serie van galerijflats in een stadscentrum is dan ook het
zal de warmte eerst opgewaardeerd worden met een (centrale) warmtepomp. In
meest gunstige scenario voor het toepassen van geothermie voor woningen (40-50
tegenstelling tot een wko-systeem hoeft er bij ondiepe geothermie geen balans te
woningen per hectare).
zijn in de koude- en warmteonttrekking. Ook het vermogen voor diepe geothermie is op basis van de informatie in Omdat ondiepe geothermie hoge investeringskosten vraagt, is er een minimale
Georegister op dit moment zeer laag. In combinatie met de relatief lage
gegarandeerde afzet nodig om de techniek financieel haalbaar te laten zijn. Voor
bebouwingsdichtheid binnen de gemeente geeft dit op dit moment weinig aanleiding
ondiepe geothermie is de minimale schaalgrootte tussen de 1.000 en 2.500
om deze techniek als voorkeurstechniek voor buurten aan te wijzen.
woningen afhankelijk van de brondiepte. Daarnaast is een hoge woningdichtheid (oftewel warmtevraagdichtheid) een vereiste om de kosten van het warmtenet te beperken. In deze analyse is de grens gesteld op een minimum van veertig woonequivalenten per hectare. De gemeente Aalten is op dit moment een witte vlek in het onderzoek naar laag temperatuur geothermie. Wanneer er gekeken wordt naar aanliggende gemeenten, zoals Oude IJsselstreek, zien we dat de capaciteit van laagtemperatuur aardwarmte zeer laag is. Een totaal van circa 500 woningequivalenten zou gevoed kunnen
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
36
Daarnaast is er in Nederland veel te weinig biomassa beschikbaar om in onze warmtevraag te kunnen voorzien. Met name in stedelijk gebied is het zeer de vraag waar de biomassa vandaan komt. Bij het ontwikkelen van een biomassacentrale is het dan ook van groot belang dat over een lange periode een toestroom van lokale restbiomassa gegarandeerd kan worden. Zo moet voorkomen worden dat er biomassa uit andere landen moet worden gehaald of minder duurzame biomassa wordt gebruikt. Binnen de gemeente wordt de potentie van biomassa geschat op circa 9,7 TJ/jaar, dit staat gelijk aan ongeveer 218 WEQ per jaar.
4
Biomassa
Vaste biomassa, zoals hout, gebruiken voor het verwarmen van woningen is omstreden. Het is een goedkope optie (bij resthout en snoeiafval) en levert
5
hoogtemperatuurwarmte, maar er komt fijnstof en CO2 vrij bij verbranding.
Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die
Restwarmte
‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Deze warmte kan zich bevinden in Er zijn vraagtekens over het effect op de CO2-uitstoot door biomassa: op papier is dit
een gas of vloeibare stroom en de temperatuur verschilt per bron. Restwarmte wordt
energieneutraal, maar onder andere het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en
via een warmtenet getransporteerd naar de woningen. Restwarmte van een hoge
de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) waarschuwen
temperatuur kan direct worden toegepast in woningen zonder gebruik van een
dat biomassa in de praktijk een grotere uitstoot dan kolen kan hebben, met name als
warmtepomp en vraagt weinig tot geen aanpassingen in de woning.
niet alleen snoeiafval wordt verbrand.10
10
Zie onder andere Visiedocument KNAW (2015), Biobrandstof en hout als energiebronnen –
Effect op uitstoot van broeikasgassen, en PBL (2013), Climate effects of wood used for bioenergy.-- KNAW heeft bevestigd dat het rapport ook in 2020 nog steeds relevant is.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
37
Dit is financieel dus een heel gunstig scenario (bij een voldoende hoge
alternatieven, omdat zij de hoge ontbranding van gas nodig hebben. Woningen
bebouwingsdichtheid). Bij een lagere temperatuur restwarmte moet deze eerst met
daarentegen kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is
een (individuele of centrale) warmtepomp worden opgewaardeerd. Een risico bij het
daarom de vraag of het verstandig is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te
gebruik van restwarmte is dat bij vertrek van het bedrijf, de bron dus ook verdwijnt.
reserveren voor de gebouwde omgeving. De invloed van een verhoogde vraag naar
Niet alle bedrijven zijn bereid een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot
biogas vanuit de industrie kan ook gevolgen hebben voor de marktprijs van biogas
levergarantie voor een specifiek aantal jaren.
waardoor dit straks niet meer betaalbaar is voor woningeigenaren.
Binnen de gemeente zijn er geen grote bronnen van restwarmte aanwijsbaar op
Groengas als transitiewarmtebron in combinatie met een hybride warmtepomp is wel
basis van de Warmteatlas. Wel zijn er meerdere relatief kleinere bronnen
een goede keuze. Dit maakt het mogelijk om woningen die zich niet in één keer
beschikbaar binnen de industrieterreinen in de gemeente. De warmte die hier
laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare alternatieve
eventueel beschikbaar is om te gebruiken, zal veelal binnen de industrieterreinen
warmtetechnieken zijn, toch stapsgewijs kunnen verduurzamen.
zelf verdeeld kunnen worden. Binnen de gemeentegrenzen is de potentie voor het opwekken van biogas groot, 6
Groengas
circa 772 TJ per jaar. Dit is te verklaren vanwege het grote buitengebied van de
Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa zoals mest en
gemeente en de activiteiten die hier plaatsvinden. Vanwege de aard van het
GFT-afval. Biogas zelf kan niet worden gebruikt met onze huidige apparatuur, omdat
groengas, wordt een deel van deze potentie mogelijk op dit moment wel al benut.
er naar ratio te veel koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxiden in het gas zitten. Deze
Koeienmest wordt soms al ingezet als natuurlijk bemestingsmiddel en GFT-afval
kunnen worden verwijderd om zo biogas om te zetten naar groengas: gas dat 1:1
wordt vaak gebruikt in verbrandingsovens. Het volledig inzetten van deze potentie
aardgas kan vervangen. Dit opwaarderen van biogas naar groengas kost ongeveer
zal dus zeer waarschijnlijk niet mogelijk zijn.
5% van de energetische waarde van het totale volume aan groengas en de kosten van een dergelijke installatie zijn hoog. Maar hiermee kan het gas worden gebruikt in onze bestaande aardgasleidingen, wat vele voordelen oplevert. Het aanbod aan biogas is op dit moment beperkt en vervult (volgens de sector) in 2030 ongeveer 5% van onze huidige gasconsumptie.11 De vraag is: moeten we dit gas inzetten voor de gebouwde omgeving? De industrie en het zware transport hebben deze brandstof écht nodig. Deze sectoren hebben weinig tot geen
11
Green gas Roadmap Netherlands, Juli 2014. De geraamde hoeveelheid is het equivalent van
2,2 miljard m³ aardgas. Woningen en de industrie gebruiken allebei ongeveer 20 miljard m³ aardgas per jaar, samen ruim 40 miljard m³.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
38
Bijlage 2 - Marktrijpheid aardgasvrije technieken
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
39
tra kaartengemeente Aalten
Bijlage 3 -
Aalten
olgnummers
atum 5
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
40
Volgnummer
Buurtnaam
Volgnummer
Buurtnaam
Volgnummer
Buurtnaam
1
Barlo-Kern
11
Verspreide huizen Haart
21
Aalten Kern 't Kobus
2
Verspreide huizen Barlo
12
Haart-kern
22
Aalten-kern Oost
3
Verspreide huizen Heurne
13
Verspreide huizen Bredevoort
23
Aalten-kern Centrum
4
Verspreide huizen IJzerlo
14
Verspreide huizen Hollenberg
24
Dinxperlo Centrum/Oost
5
IJzerlo-kern
15
Verspreide huizen Het Zwanenbroek
25
Dinxperlo Noord
6
Lintelo-kern
16
Bredevoort
26
Dinxperlo West
7
Verspreide huizen ten westen van Aalten
17
Aalten-kern West
27
De Heurne-kern
8
Verspreide huizen Lintelo
18
Aalten-kern Zuid 1
28
Verspreide huizen Dinxperlo
9
Verspreide huizen Dalese Veld
19
Aalten-kern Zuid 2
29
Verspreide huizen De Heurne
10
Verspreide huizen Dale
20
Aalten-kern Noord/Noordoost
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
41
Aalten Bron B
eeftijd bebouwing atum 5
A eeftijd bebouwing tm
5 75
5
7 heden
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
42
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
43
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
44
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
45