Aalten - Transitievisie Warmte.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte gemeente Aalten Stap voor stap naar aardgasvrij
Verantwoording
Datum
Auteurs
20 oktober 2021
Mr. E.I. de Lorijn, T. Boschma MSc, S. Klabbers MSc Co-lezing: Drs. M. Koop, J. Gerrits MSc
Projectnummer DWA 19452
Foto voorkant Gemeente Aalten
Status Concept – ter bespreking in het college
Leden klankbordgroep en denktank Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke
Opdrachtgever
partners van de gemeente in de warmtetransitie. Wij danken met name
Gemeente Aalten
woningcorporatie De Woonplaats en Alliander voor de inbreng en de constructieve
De heer H. Eskes
feedback.
Postbus 119 7120 AC Aalten Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 140 6710 BC Ede Contact: de heer Joost Gerrits Telefoonnummer 06 – 500 656 76
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
2
Inhoudsopgave
1.
Samenvatting
5
2.
Inleiding
7
Op weg naar aardgasvrij in 2050
7
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
8
De Transitievisie Warmte
9
We doen het niet alleen
9
Leeswijzer
9
3.
Spelregels bij de warmtetransitie
10
4.
Alternatieven voor aardgas
11
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
11
Marktrijp en geschikt voor woningen
13
5.
14
Stand van zaken kansrijke technieken
De behoefte aan warmte
14
De aard en de leeftijd van de bebouwing
15
Utiliteit doet (nu) nog niet mee
16
Kansrijke bronnen
17
Voorkeurstechniek per buurt
19
6.
23
Kansrijke clusters en de route naar 2030
Van wijken en buurten naar clusters
23
Gemeentelijke aanpak ondersteunt bewoners
26
Samenwerking met woningcorporatie De Woonplaats
27
Samenwerking met netbeheerder Liander
27
Verbinden van ‘aardgasvrij’ met andere opgaven
28
7.
29
Kosten en betaalbaarheid
Indicatie kosten woningeigenaar
30
Indicatie kosten individuele oplossing
31
Financiering van de warmtetransitie
32
Bijlage 1 - Achtergrondinformatie warmtebronnen en technieken
33
Bijlage 2 - Marktrijpheid aardgasvrije technieken
39
Bijlage 3 - Extra kaartengemeente Aalten
40
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
4
1. Samenvatting In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse woningen
•
Duurzame investeringen in de woningen verdienen inwoners terug.
en gebouwen in 2050 geen aardgas meer gebruiken om te verwarmen en te
•
We informeren inwoners goed.
koken. We gaan daarom op zoek naar duurzame alternatieven voor aardgas.
•
De inwoners mogen meedenken en -doen.
De overstap naar een aardgasvrije gemeente gaan we zorgvuldig, stap voor
•
Iedereen moet mee kunnen doen met de warmtetransitie.
stap realiseren. Die stappen brengen we in deze Transitievisie Warmte in
•
We zetten praktische stappen en maken het meetbaar.
beeld, te beginnen met de kansrijke buurten waar we al vóór 2030 een start
Praktisch en meetbaar in clusters van woningen
zouden kunnen maken.
Aardgasvrij worden kan niet voor heel Aalten in één keer, dit gaat in fasen en per buurt. Het is een lastige opgave die vraagt om een praktische visie. Met kleine
We doen het samen
stappen beginnen, ervaring opdoen en leren. We beginnen in vier seriematige
Wanneer we in 2050 energieneutraal willen zijn, moeten er in Aalten circa 12.000
clusters van woningen. Dit zijn clusters van meer dan 100 woningen waar
woningen en 15.000 woningequivalenten1 (inclusief utiliteit) in 28 jaar van aardgas
energiewinst te behalen valt en waar woningcorporatie de Woonplaats veel bezit
overstappen op een duurzame bron. Dat gaat alleen lukken als we dit samen met
heeft. In deze clusters gaan gemeente en de woningcorporatie samen optrekken om
alle betrokken partijen doen. In meerdere sessies hebben we daarom het gesprek
te zorgen dat het aardgasgebruik flink wordt teruggedrongen. We wijken daarmee
gevoerd met belangrijke partners in de gemeente, die allemaal een relatie hebben
licht af van de buurten en wijken zoals CBS/Kadaster die definiëren.
met de warmtetransitie. Ook bewoners zijn in deze fase van visievorming betrokken geweest, zowel op inwoneravonden als in een klankbordgroep.
Communicatie naar inwoners belangrijk Om alle inwoners zo goed mogelijk mee te nemen, blijven we inzetten op een
Uitgangspunten bij de warmtetransitie
gemeentebrede bewustwording. We willen de zichtbaarheid van het Energieloket
In gesprek met de gemeenteraad, betrokken partijen en met bewoners kwamen de
Agem vergroten, zodat inwoners weten waar ze hun informatie kunnen halen en hoe
volgende uitgangspunten naar voren als handvat bij de warmtetransitie de komende
de gemeente ze daarin kan ondersteunen. Daarnaast nemen we inwoners mee in
jaren.
de stappen die we zetten in de buurtuitvoeringsplannen (clusters).
1 Voor utiliteitsgebouwen geldt dat 1 woningequivalent (weq) gelijk is aan het
oppervlak van het gebouw gedeeld door 130 m 2. Door utiliteit uit te drukken in weq is het mogelijk een beeld te krijgen van de grootte van de opgave voor utiliteit.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
5
Regelmatig herijken De overstap naar een duurzame en aardgasvrije gebouwde omgeving is een opgave voor de komende decennia. We gaan de komende jaren veel leren en ook landelijk worden de voorwaarden om de overstap op grote schaal haalbaar en betaalbaar te kunnen maken steeds verder uitwerkt. Deze transitievisie wordt daarom tenminste elke vijf jaar herijkt, om nieuwe inzichten, ervaringen en innovaties mee te nemen in de keuzes voor de toekomst.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
6
2. Inleiding In Aalten gaan we, net als in alle andere gemeenten in Nederland, van het
De energietransitie gaat over de overgang van energiegebruik uit fossiele
aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve,
brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, de
duurzame warmtebron voor aardgas. Dit doen we om de opwarming van de
bodem en uit biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie.
aarde en de catastrofale gevolgen die de opwarming met zich meebrengt,
De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van circa 7 miljoen
tegen te gaan.
woningen en 1 miljoen gebouwen van fossiele energie op duurzame warmte en elektriciteit. De komende jaren gaan veel woningen, gefaseerd, van het aardgas af.
Op weg naar aardgasvrij in 2050
2050 klinkt nog ver weg, maar die tijd is hard nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije, duurzame toekomst.
Opwarming van de aarde leidt tot hittegolven en droogte, stijging van de zeespiegel en extreme regenbuien, klimaatvluchtelingen omdat delen van de wereld onbewoonbaar worden en een verlies van biodiversiteit. Internationaal hebben 195 landen zich daarom gecommitteerd aan doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Hier is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden met een duidelijk zicht op anderhalve graad, dit om de schade zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast gaan landen het gebruik van fossiele energie afbouwen. Het verdrag vraagt van landen om nationale klimaatplannen te maken om zo aan de doelen te voldoen. Dat betekent dat alle landen dezelfde einddoelstelling hebben, maar ze de manier waarop ze dit invullen zelf mogen bepalen. In Nederland werd dit het Klimaatakkoord. Een akkoord over meerdere thema’s opgesteld door overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties met twee duidelijke doelen: 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050, beiden ten opzichte van 1990. Het thema waar dit stuk over gaat, is de warmtetransitie als onderdeel van de energietransitie. Figuur 2.1
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
Routekaart op hoofdlijnen
7
Energieneutraal en aardgasvrij
Positie en doel van de Transitievisie Warmte Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het
Bij de overstap naar een aardgasvrije energievoorziening, zoals besproken wordt in het nationale Klimaatakkoord, wordt het gebruik van aardgas als bron van CO2-emissie uitgefaseerd. Concreet betekent dit dat het gasnet, dat nu door de meeste woningen gebruikt wordt voor verwarming van de woning en bereiding van warm tapwater, niet meer in gebruik blijft voor het transport van aardgas. Voor de opwekking van warmte en warm tapwater moet dus een andere energiebron worden gebruikt. Hiervoor zijn op hoofdlijnen een aantal opties: •
een duurzaam opgewekt gas, zoals biogas of waterstofgas;
•
extern opgewekte warmte vanuit restwarmte, geothermie of een centrale warmtepompinstallatie;
•
opwekking met een eigen warmtepomp, waarbij de woning alleen een aansluiting heeft op het elektriciteitsnet (ook wel ‘all electric’ genoemd – er ligt alleen nog een elektriciteitskabel naar de woning).
In al deze opties is de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt. De gebouwde omgeving is echter nog niet energieneutraal. In Aalten streven we naar energieneutraal, en daarvan is pas sprake als de benodigde energie ook daadwerkelijk zelf wordt opgewekt. Voor energieneutraliteit worden overigens verschillende definities gebruikt. Het
Nederlandse Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Buurtuitvoeringsplannen (BUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. Hieronder lichten we de drie documenten toe. Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een RES moeten opstellen. Aalten maakt onderdeel uit van de RES-regio Achterhoek. De RES 1.0 is op 21 september 2021 (unaniem) door de gemeenteraad van Aalten vastgesteld. De RES gaat over de opwekking van duurzame elektriciteit in de regio. Daarnaast beschrijft de RES de regionale warmtebronnen en onderzoekt deze ook. Deze onderzoeken zijn input voor de Transitievisie Warmte. Transitievisie Warmte - TVW Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een TVW hebben vastgesteld. Deze bevat een routekaart waarop buurten van het aardgas gaan. Voor buurten waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht gegeven in de kosten.
gaat er daarbij vooral om welke energie zelf wordt opgewekt. Dat kan zijn alleen de energie die nodig is voor verwarming van de woningen (energieneutraal warmtenet), alle gebouwgebonden energie (dus ook het huishoudelijk gebruik) of alle energie die wordt gebruikt (dus ook algemeen gebruik (straatverlichting), vervoer et cetera).
Op welke manieren bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere warmte, beschrijven we in deze Transitievisie Warmte (TVW). Daarbij leggen we de
Buurtuitvoeringsplannen - BUP Het buurtuitvoeringsplan is een vervolg op de TVW. Vanaf 2022 gaat de gemeente Aalten met het eerste cluster een buurtuitvoeringsplan opstellen. Samen met inwoners, huurders en de woningcorporatie kijkt ze hoe de buurt het beste verduurzaamd, aardgasvrij ready, óf geheel aardgasvrij gemaakt kan worden.
focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
8
De Transitievisie Warmte In deze TVW geven we richting aan hoe Aalten in de toekomst warmte krijgt zonder het gebruik van aardgas. Daarnaast beschrijven we welke stappen gezet moeten worden vóór 2030 om de opgave in 2050 klaar te hebben. De technische mogelijkheden die genoemd worden, zijn kansrijke oplossingen en geen definitieve beslissingen. Datzelfde geldt voor de buurtvolgorde. Deze kan veranderen bij nieuwe inzichten of wanneer er enthousiaste inwoners aan de slag willen. Deze visie is niet in beton gegoten en herzien we elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en goede ideeën van inwoners.
We doen het niet alleen
Gemeenteraad De gemeenteraad bepaalt de kaders van de TVW. Dit betekent dat de raad de input gaf op de uitgangspunten en de strategie tot 2030. De gemeenteraad is twee keer samengekomen in dit traject en stelt de uiteindelijke TVW vast. Inwoners Inwoners zijn door middel van twee sessies bijgepraat en meegenomen in het proces. In de buurtuitvoeringsplannen wordt de samenwerking met inwoners intensiever en krijgen zij veel meer mogelijkheden om mee te denken en mee te praten. Achterhoekse gemeenten De Achterhoekse gemeenten werken niet alleen samen aan de regionale
Bij het opstellen van dit document en vooral ook bij de uitvoering hiervan straks, is
energiestrategie, maar ook aan de warmtetransitie. Het technische onderzoek is
samenwerken essentieel. Deze samenwerking is belangrijk binnen de verschillende
gezamenlijk uitbesteed, zodat gemeenten met dezelfde aannames en getallen
disciplines en bestuurslagen van de gemeente, maar ook daar buiten met betrokken
rekenen. Daarnaast stelden gemeenten gezamenlijke criteria op om te komen tot
partijen. De gemeente neemt hierin regie. Bij het opstellen van de Transitievisie
voorkeursbuurten. Elke gemeente heeft haar eigen warmtecoördinator. Deze
Warmte werkte de gemeente samen met woningcorporatie de Woonplaats en
coördinatoren overleggen regelmatig, om ervoor te zorgen dat regio Achterhoek op
netbeheerder Alliander. Daarnaast heeft een klankbordgroep van bewoners actief
één lijn blijft liggen.
meegedacht.
Leeswijzer Projectgroep De projectgroep was verantwoordelijk voor de algehele coördinatie en inhoud. Naast netbeheerder Alliander, woningcorporatie de Woonplaats namen er ook verschillende inhoudelijk deskundigen vanuit de gemeente deel aan de projectgroep. Klankbordgroep De klankbordgroep bestond uit zeven inwoners van de gemeente. Zij dachten mee over de uitgangspunten, criteria, strategie voor 2030 en contouren van het buurtuitvoeringsplan.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
In hoofdstuk 3 lichten we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten toe, de kaders waarbinnen we werken aan de warmtetransitie. In hoofdstuk 4 gaan we in op de alternatieven van aardgas en in hoofdstuk 5 werken we die uit tot kansen voor onze gemeente. In hoofdstuk 6 komen we tot de meest kansrijke route op weg naar aardgasvrij. Met welke buurten gaan we aan de slag en wat is de gemeentebrede aanpak? De betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, bespreken we kort in hoofdstuk 7.
9
3. Spelregels bij de warmtetransitie Samen met onze partners hebben we een aantal belangrijke uitgangspunten
We doen het samen met onze inwoners
voor de warmtetransitie bepaald; voor het tot stand brengen van deze visie,
Voor de uitvoering zijn alle woningeigenaren en overige vastgoedeigenaren aan zet.
maar ook bij de feitelijke transitie naar aardgasvrij in de periode tot 2030 en
Het is belangrijk om samen te werken met deze partijen, om uitvoering van de
daarna. Let wel, dat deden we met de kennis van nu en met de partners die
plannen mogelijk te maken. Wij betrekken hen het liefst zo vroeg mogelijk in het
betrokken zijn geweest in dit visieproces. In elke volgende fase houden we
proces om op die manier zoveel mogelijk ‘bottom-up’ te werken.
deze ‘spelregels’ weer kritisch tegen het licht. Praktisch en meetbaar Wat we in Aalten belangrijk vinden, is:
We zetten praktische stappen in de warmtetransitie. Dat betekent dat we de buurten niet te groot maken, zodat persoonlijk contact echt persoonlijk is. We zetten in op
Betaalbaarheid voorop
clusters en kijken hoe we hen kunnen ondersteunen met verduurzamen. We meten
De energierekening moet betaalbaar blijven. Voor de gemeente Aalten houdt dit in
onze resultaten en weten zo of onze aanpak werkt.
dat inwoners de investeringen in hun woning binnen een acceptabele tijd kunnen terugverdienen. We noemen dit ook wel woonlastenneutraal. Nieuwe financieringsconstructies zijn hierbij nodig vanuit het Rijk. Met een goede businesscase zijn de meeste inwoners uiteindelijk mee te krijgen. We willen geen energiearmoede in onze gemeente. Open en transparante communicatie De warmtetransitie komt niet van de grond zonder medewerking van inwoners. Het is nodig om woning- en gebouweigenaren mee te nemen in het hoe en waarom van het beginnen met verduurzamen en het uitfaseren van aardgas. Het moet duidelijk zijn waar ze informatie kunnen vinden. Openheid en transparantie staan centraal.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
10
4. Alternatieven voor aardgas Technisch gezien lijken er veel verschillende mogelijkheden beschikbaar om
(duurzaam) gas, warmtenetten en individuele elektrische oplossingen. In bijlage 1 is
van aardgas af te stappen. Veel mogelijkheden zijn echter te groeperen op
meer verdieping over de verschillende alternatieve warmtebronnen te vinden. We
gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker
sommen ze hier kort op.
wordt. In dit hoofdstuk komen eerst de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod. Verderop in het stuk spitsen we die toe op de gemeente
Gasnetten
Aalten.
(Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoogenergetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren. De beschikbaarheid en marktrijpheid van
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen Om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn, moeten alle woningen in Nederland die nu nog op aardgas aangesloten zijn over op andere manieren van verwarmen en koken. Daarnaast zullen ook bedrijven en instellingen van het aardgas af moeten. Een grote en ambitieuze opgave, waarmee we zo snel mogelijk moeten starten. Er zijn veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. Collectief en individueel We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde technologie, vaak is dit een heel samenhangend gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. Gas, warmte of elektriciteit In deze Transitievisie Warmte maken wij onderscheid in drie hoofdcategorieën: bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet voor
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
deze gassen is nog deels onbekend. De vraag naar duurzaam gas kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas. Individueel (all electric) Woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen het meest efficiënt met een lage temperatuur. Als bron voor deze warmte wordt de lucht, bodem of het grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal (bijvoorbeeld als opwekker in een warmtenet). Een buurt all electric maken, vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet vanwege de hogere pieklast op koude momenten. Warmtenetten Een distributienetwerk van warm water om gebouwen mee te verwarmen wordt aangelegd. Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie, zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie van de ontvangers kan het gaan om een hoogtemperatuur (HT), middentemperatuur (MT) of laagtemperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter je
11
de woning moet isoleren, maar ook hoe minder verliezen er optreden tijdens het
Dit komt overeen met de werking van ons huidige cv-systeem. Dit is met name
transport van de warmte.
geschikt voor oudere woningen, die lastig te isoleren zijn. Voor MT-warmtebronnen zijn er meerdere aanpassingen nodig in de woning. Ook relatief oudere woningen
Lage-, midden- en hogetemperatuur warmte
kunnen aan een MT-warmtenet, alleen als de woningen goed geïsoleerd kunnen
Kijken we naar de temperatuur van verschillende warmtebronnen, dan identificeren
worden. Bij LT-warmtebronnen moet de woning ook worden aangepast (andere
we:
radiatoren, vloerverwarming et cetera) en moet de woning goed geïsoleerd zijn.
• • •
HT- of hogetemperatuur-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte,
LT-warmtebronnen zijn daarom met name voor nieuwere woningen geschikt. Die
biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C;
zijn doorgaans al beter geïsoleerd en hebben minder aanpassingen nodig waardoor
MT- of middentemperatsuur warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte,
de investering in het huis lager is dan bij een MT-warmtenet. Het figuur hierna geeft
doorgaans 40-70°C;
het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT
LT- of lagetemperatuur warmtebronnen: grondwater, lucht, energie uit
(links) naar HT (rechts).
afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C. De temperatuur waarop de warmtebron zijn warmte kan afgeven, bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning straks nodig heeft. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig.
Figuur 4.1
Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
12
Marktrijp en geschikt voor woningen
groengas. Duurzaam gas is schaars en zal voornamelijk benut gaan worden door de industrie en mobiliteit. Alleen daar waar laagtemperatuursystemen niet toepasbaar
De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet
zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale
elke techniek is al klaar om op de mark te brengen (ofwel: marktrijp) of een logische
boerderijwoningen, is levering van groen gas op termijn denkbaar. Aankomende
keuze voor alle woningen. Zo is waterstof nog niet op grote schaal beschikbaar en
jaren zullen uitwijzen welke rol waterstof en biogas gaan spelen.
als het beschikbaar komt dan is het voor de zware industrie en het zware transport en nog niet voor de woningbouw. Ditzelfde geldt voor groengas. Hiervan verwacht Rijksoverheid dat het in de toekomst een grotere rol gaat spelen. Dit is echter pas na 2030 en voor woningen die moeilijk vergaand te isoleren zijn en waarbij weinig andere opties logisch zijn. Geothermie is niet altijd een logische keuze, omdat er een bepaalde schaalgrootte nodig die niet elke gemeente kan bereiken. In bijlage 2 laten we de marktrijpheid en geschiktheid van technieken voor woningen zien. Deze bijlage is vooral bedoeld als overzicht voor de relatieve verhouding tussen technieken, en wat er mogelijk is. Voor verschillende typen woningen zullen deze technieken verschillend uitpakken. Welke alternatieve techniek er uiteindelijk ook gekozen wordt, er zijn altijd maatregelen die men kan nemen in de woning die altijd goed zijn. Dit noemen we de spijtvrij maatregelen (no regret-maatregelen). Deze zijn weergegeven op de afbeelding hiernaast. Hoe minder warmte, water en aardgas de woning nodig heeft, hoe zuinig deze ook omgaat met een nieuwe hernieuwbare bron. Isoleren is altijd een goed idee. Welke isolatiemaatregelen precies nodig zijn, dat hangt af van de temperatuur van de uiteindelijke warmtetechniek.
Op dit moment zijn in Nederland met name een warmtenet met verschillende bronnen en all electric verwarming (over het algemeen met een warmtepomp) kosteneffectieve technieken voor de huidige woningbouw. Dit is ook te zien in bijlage 2. De hybride warmtepomp is ook een geschikte (tussen)oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met
Figuur 4.2
De spijtvrij-maatregelen in de woningbouw
een hybride warmtepomp heb je nog maar weinig aardgas nodig. Met een redelijk geïsoleerd huis zal aardgas alleen nodig zijn op piekmomenten (bijvoorbeeld de paar echt koude dagen in het jaar). Later kan dit worden vervangen door een
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
13
5. Stand van zaken kansrijke technieken Het vorige hoofdstuk beschreef welke technieken er beschikbaar zijn en hoe deze zijn te ordenen om hier grip op te krijgen. Dit hoofdstuk gaat in op de
Huidige warmtevraag: 0,6 miljoen GJ
huidige warmtevraag in Aalten en kijkt welke duurzame warmtebronnen er zijn om deze vraag mee in te vullen. In het laatste deel van dit hoofdstuk gaan we in op de kansrijke alternatieven voor aardgas in Aalten.
De behoefte aan warmte
Utiliteit met koudevraag 6%
Utiliteit zonder koudevraag 6% Hoogbouw 1%
De Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving. Dat zijn woningen en utiliteitsgebouwen. De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals
Laagbouw 87%
kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen. Binnen deze gebouwde omgeving zoeken we een alternatieve en duurzame vorm voor het verwarmen van de gebouwen en het bereiden van warm tapwater. Het gaat niet om proceswarmte in de (maak)industrie. Dat ligt op een andere tafel van het Nederlandse
Laagbouw
Hoogbouw
Utiliteit zonder koudevraag
Utiliteit met koudevraag
Klimaatakkoord, namelijk de tafel industrie. Zij hebben eigen doelstellingen en afspraken.
Figuur 5.1
Verdeling huidige warmtevraag binnen Aalten
Het figuur hiernaast geeft de totale warmtevraag van de gemeente Aalten weer voor
Circa 12% van de warmtevraag komt vanuit de utiliteit, de overige 88% van de
zowel de utiliteit als de woningbouw. De totale warmtevraag is 0,6 miljoen GJ. Dat
warmtebehoefte in Aalten komt van woningen.2 Het totale aardgasgebruik van de
betekent dat er 0,6 miljoen GJ aan energie gebruikt wordt om de woningen en de
woningen in Aalten is ongeveer 19 miljoen kubieke meter (CBS, 2021). Het
utiliteitsgebouwen te verwarmen en warm water te leveren aan de gebruikers.
gemiddelde gasgebruik per huishouden in de gemeente is 1.650 m3.
2 De warmtevraag van woningen per buurt is bepaald aan de hand van gasverbruik per woning
Cogas (2018) en berekend door het gasverbruik te vermenigvuldigen met een ketelrendement van circa 85 procent.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
14
Daarmee is het aardgasgebruik in Aalten ongeveer gelijk aan het gemiddelde
Bouwjaar woningen, totaal: 11.591
gebruik in Nederland (1.500 m3). Het meeste aardgas gaat op aan het verwarmen van de woning, zo’n 75%. Daarnaast gebruiken huishoudens 20% voor warm water en maar een klein deel voor koken.
t/m 1945 20%
1992-heden 21%
Het aardgasgebruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de ouderdom van een woning. In 2050 zal dit aardgasverbruik naar 0 m³ moeten op basis van het Parijsakkoord. Naast het
1946-1964 17%
gasgebruik hebben de woningen ook een elektriciteitsgebruik. De verwachting is dat 1975-1991 25%
deze zal toenemen bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas, omdat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van
1965-1974 17%
warmtepompen. Deze toename is meegenomen in de Regionale Energie Strategie. t/m 1945
1946-1964
1965-1974
1975-1991
1992-heden
De aard en de leeftijd van de bebouwing Figuur 5.2
Bouwjaar woningen gemeente Aalten
Aalten heeft 27.120 inwoners (1 januari 2021) en 11.591 huishoudens. 71% van hen heeft een koopwoning, 19% huurt via woningcorporatie de Woonplaats en 10% huurt overig. In totaal zijn er 15.000 woningequivalenten (woningen en utiliteit) in de
De meeste woningen zijn gebouwd in de periode 1975-1991. Deze zijn vaak goed te
gemeente aanwezig.
isoleren tot een hoger energielabel (B), waardoor overstappen naar middentemperatuur of laagtemperatuur warmte mogelijk wordt.
In figuur 5.2 is weergegeven hoe deze woningen verdeeld zijn naar bouwjaar. 21% woningen is na 1992 gebouwd. Dit betekent dat ze volgens het aangescherpte
34% van de woningen zijn tussen 1946-1974 gebouwd, deze woningen zijn in de
Bouwbesluit zijn gebouwd en relatief goed geïsoleerd zijn of relatief makkelijk te
meeste gevallen voorzien van een luchtspouw. Deze is relatief gemakkelijk en
isoleren zijn. Dit soort woningen kunnen geschikt worden gemaakt voor een
goedkoop te isoleren. Voor alle woningen is maatwerk nodig om tot een geschikte
lagetemperatuur warmtebron.
techniek te komen, maar een start van isolatie zal leiden tot een reductie in energievraag en een groter aantal opties voor verwarming. Er is in Aalten ook nog een substantieel deel van de woningen vóór 1945 gebouwd. Voor deze woningen is een hoogtemperatuur oplossing het meest logisch. De leeftijd van de woningen in de kernen illustreren we in figuur 5.3. In de bijlagen is een overzicht van de gehele gemeente toegevoegd.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
15
redevoort
Utiliteit doet (nu) nog niet mee
eeftijd bebouwing
Bron B
atum 5
eeftijd bebouwing
Aalten
eeftijd bebouwing
eeftijd bebouwing
atum 5
Bron B
atum 5
tm
Utiliteit is hierin op te delen in verschillende categorieën: kantoren, grootgebruikers, bedrijfshallen et cetera. Iedere categorie heeft binnen de transitie ook eigen doelstellingen. Zo wordt van kantoren verwacht dat deze voor 2023 minimaal een energielabel C hebben. Hiervoor wordt een eigenstandige routekaart gemaakt en daarom ligt de nadruk in de TVW op woningen. Het merendeel van de utiliteit bevindt zich in de zuidwesthoek van de kern Aalten, op bedrijventerrein ’t Broek en op de aangrenzende industrieterreinen. In Dinxperlo bevindt het bedrijventerrein De Rietstap zich aan de zuidwestzijde van de kern. Ook in Bredevoort zijn een aantal bedrijven gelegen. in perlo Bron B
A
5 75
5
7 heden
A
A
eeftijd bebouwing
eeftijd bebouwing
tm
5 75
5
7 heden
Figuur 5.3
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
tm
5 75
5
7 heden
Leeftijd woningen gemeente Aalten
16
Kansrijke bronnen Niet iedere gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld veel water waar warmte uit onttrokken kan worden en de andere heeft industrie waar restwarmte uit onttrokken kan worden. Op de volgende pagina is de warmtepotentie van de meest kansrijke bronnen in Aalten beschreven op hoofdlijnen. Dat een bron theoretische potentie heeft, betekent nog niet automatisch dat het ook mogelijk of wenselijk is deze bron in de praktijk te gebruiken. In het overzicht is dit onderscheid gemaakt tussen een theoretische potentie en een eerste inschatting van de praktische potentie: wat is er écht bruikbaar. Dit overzicht is deels gebaseerd op de gegevens in de WarmteTransitieMonitor van bureau Overmorgen. Overmorgen heeft deze gegevens verzameld voor alle gemeenten in de Achterhoek. Hiervoor is gebruik gemaakt van openbare bronnen. Daarnaast is dit aangevuld met verschillende studies, zoals die voortkomend uit de RES en aangevuld met kennis, inzichten en data uit de uitgevoerde analyse van DWA. Een uitgebreide toelichting op de warmtebronnen is te vinden in bijlage 1.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
17
Omgevingswarmte met een warmtepomp
Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)
Thermische energie uit afvalwater (TEA)
Waar: overal
Waar: niet binnen de gemeente
Waar: directe omgeving RWZI’s
Bodemwarmte met een bodemlus Waar: meestal in nieuwbouw
Groengas Waar: daar waar geen goede alternatieven zijn
Met omgevingswarmte bedoelen
Bij thermische energie uit
Bij thermische energie uit
Een bodemlus is een individuele
Groengas is biogas dat is
we de warmte in de buitenlucht.
oppervlaktewater (TEO) wordt
afvalwater (TEA) wordt warmte
techniek om warmte te winnen uit
opgewaardeerd tot aardgas-
Dit is warmte uit de buitenlucht en
warmte onttrokken uit een rivier,
onttrokken uit afvalwater.
de bodem, 1 -100 meter diep; dit
kwaliteit. Biogas komt vrij bij de
in principe ongelimiteerd. Deze
kanaal of meer.
Praktijk: binnen de gemeente
mag niet in drinkwater
vergisting van natte biomassa
warmte kan gebruikt worden door
Praktijk: binnen de gemeente is
bevinden zich twee kleine RWZI’s.
beschermingsgebied.
(bijvoorbeeld mest en gft-afval). In
middel van een warmtepomp.
er onvoldoende potentie nabij
De winbare warmte hiervan zal in
Praktijk: voor bodemlussen is
Aalten is er 772 TJ aan groengas
Praktijk: overal toepasbaar.
dichte bebouwing aanwezig om dit
de directe omgeving van de
voldoende ruimte nodig; tussen
beschikbaar op basis van de
als voorkeurstechniek te zien.
RWZI’s ingezet kunnen worden.
verschillende systemen is circa 10
Warmteatlas. Aangenomen wordt
meter nodig. Hierdoor wordt dit
dat dit in de realiteit lager is.
vooral bij nieuwbouw woningen
Praktijk: de onzekerheid is er in
gepland.
hoeverre dit voor de bebouwde omgeving beschikbaar wordt.
Restwarmte
Geothermie
Biomassa
Waar: niet binnen de gemeente
Waar: niet binnen de gemeente
Waar: buitengebied
Restwarmte is de warmte die
Geothermische warmte ontstaat
Biomassa is warmte opgewekt uit
‘overblijft’ na bijvoorbeeld een
door de warmte-uitstraling uit de
organische materialen die in de
productieproces.
kern van de aarde. Zowel ondiepe
natuur voorkomen. Het geschatte
Praktijk: binnen de gemeente is er
als (ultra)diepe geothermie
potentieel aan warmte uit
op basis van de warmteatlas
behoeven grotere
biomassa in de gemeente Aalten
weinig restwarmte beschikbaar.
bebouwingsdichtheid (40-50
is 9,7 TJ per jaar
De eventuele restwarmte van
WEQ/ha, en 1.000 tot 5.000
Praktijk: de wenselijkheid van
industrieterreinen zal veelal binnen
woningen) in totaal om een
deze bron staat omwille van
de bedrijventerreinen blijven.
rendabel project te realiseren.
duurzaamheid ter discussie in
Praktijk: binnen de gemeente is
Nederland.
de potentie voor geothermie laag.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
18
Voorkeurstechniek per buurt Om een voorkeurstechniek per buurt te bepalen, is gebruikgemaakt van de Startanalyse van Rijksoverheid en analyse van de WarmteTransitieMonitor (WTM), aangevuld met recente onderzoeken. Het geeft een beeld van de technieken die op dit moment mogelijk zijn, maar legt deze technieken niet vast. De uiteindelijke techniek wordt samen met de inwoners gekozen in de buurtuitvoeringsplannen, in de fase na het vaststellen van deze visie op de warmtetransitie. Uitkomsten Startanalyse Planbureau van de Leefomgeving e ‘startanalyse’ is een eerste stap bij het bepalen van de beste voorkeursoptie. Het is een eerste stap, omdat het model rekent met openbare data en het lokale data daarbij niet meeneemt. De startanalyse zoekt naar de techniek per buurt waarbij de nationale kosten zo laag mogelijk zijn. In onze gemeente is de voorkeursoptie vrijwel altijd ‘groengas’. Dit betekent dat andere opties (zoals een individuele all electric oplossing) duur zijn. Het PBL gaat er in berekeningen wel vanuit dat er in 2050 2 miljard m 3 groengas beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. We weten echter dat de precieze beschikbaarheid en prijs van groen gas in 2050 nog erg onzeker zijn, en afhankelijk
In drie buurten wijst de startanalyse andere voorkeurstechniek aan dan een groengas oplossing. 1. In de Aalten ’t Kobus wordt een LT-warmtenet toegewezen. Wanneer we verder inzoomen op de resultaten van de startanalyse voor deze buurt zien we dat in dit scenario 100% van de woningen een warmtepomp toegewezen krijgt, en het verschil in nationale kosten tussen een volledig individuele techniek en het toegewezen laagtemperatuur warmtenet maar 3 € ton CO2 is. 2. In de kern van Aalten geeft de startanalyse een volledig all electric oplossing aan. Voor deze buurt wordt het in de startanalyse mogelijk geacht om als eindoplossing een aardgasvrije verwarming te kunnen voorzien, zonder een toevoeging van biogas. De analyse van Overmorgen is hierin wat minder resoluut. 3. In Dinxperlo centrum/oost wordt een warmtenet op midden- en hoogtemperatuur bron toegeschreven aan de buurt. Na verdere uitdieping blijkt er niet direct een warmtebron aanwezig in de buurt van een zodanige capaciteit om deze buurt mee te kunnen voeden. Daarom rekenen wij ook aan deze buurt een individuele verwarmingsoplossing toe.
van veel factoren buiten de gebouwde omgeving. De industrie en het zware vervoer in Nederland verwachten bijvoorbeeld ook datzelfde groengas nodig te hebben om te verduurzamen3. De kosten voor het in stand houden van het hiervoor benodigde gasnet zijn ook niet in de kosten meegenomen. Het PBL zegt zelf, tot slot, dat groen gas vóór 2030 geen belangrijke rol zal spelen in de warmtetransitie.
3
Zie de routekaart hernieuwbaar gas op https://groengas.nl/rapport/routekaart-hernieuwbaar-
gas/
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
19
Figuur 5.4
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
Voorkeurstechniek PBL-startanalyse voor Aalten
20
Uitkomsten WarmteTransitieMonitor Overmorgen
Conclusie: volledig elektrisch en hybride oplossingen op weg naar aardgasvrij
In tegenstelling tot de Startanalyse geeft de WTM bijna overal de optie all electric als
De analyses baseren zich op verschillende uitgangspunten en komen daarom tot
beste eindoptie om aardgasvrije verwarming te realiseren. In de buitengebieden
verschillende eindbeelden. Wat te concluderen valt uit beide modellen, is:
wordt op dit moment geen techniek toegewezen door het model van de
•
warmtetransitiemonitor omdat er te weinig gegevens of woningen aanwezig zijn om
er zijn weinig warmtebronnen aanwezig binnen de gemeente om woningen mee te verwarmen;
een goede berekening te kunnen maken.
•
Alleen voor de buurt ‘Aalten-kern centrum’ is de optie ‘warmtenet’ het meest
Grofweg kan het volgende aangenomen worden.
kostenefficiënt. Dit is te verklaren doordat de WTM geen warmtebronnen (en dus
•
het is kostbaar om woningen volledig aardgasloos te maken.
Andere - grootschalige - bronnen dan de buitenlucht en de ondergrond hebben
ook niet de kosten voor de winning of de exploitatie daarvan) meeneemt in haar
we eigenlijk niet om warmte vandaan te halen (zie pagina 17). Dat betekent dat
analyse. Een warmtenet wordt toegewezen op basis van de mate van isolatie,
er vooral ingezet zal moeten worden op individuele oplossingen.
kosten en noodzaak voor nieuwe of bestaande infrastructuur. Vanwege het
•
ontbreken van een aanwijsbare bron wordt dit niet als een realistische optie gezien in onze analyse.
Voor de nieuwere woningen (gebouwd na 1991) is de overstap naar een all electric optie direct mogelijk.
•
Voor oudere woningen is een directe overstap op verwarming met alleen een warmtepomp nog niet altijd realiseerbaar en is hybride verwarming een goede
All electric/Hybride als tussenoplossing op weg naar aardgasvrij
tussenoplossing om CO2 te besparen.
De hybride warmtepomp kan enorm bijdragen aan het verlagen van de CO2-emissies ten
Wanneer de gegevens van pagina 17 en bovenstaande conclusie gecombineerd
opzichte van een volledig via het gas verwarmde woning. Dit komt omdat de hybride
worden, krijgen we op basis van de huidige techniek het volgende beeld voor de
warmtepomp voor een groot deel van het jaar de warmtevoorziening elektrisch verzorgt.
gemeente (figuur 5.5). Hierin zien we veel individuele oplossingen, volledig
Ten tijde van piekmomenten (bijvoorbeeld in de winterperiode) kan de gasgestookte ketel
elektrisch of een hybride tussenvorm, afhankelijk van bebouwing, isolatie en ambitie
bijstoken voor voldoende verwarming. Dit kan een tussenoplossing zijn voor de oudere
van de bewoners en eventuele zeer kleinschalige warmtenetten rond de RWZI’s.
woningen in het buitengebied: een terug te verdienen investering in een hybride warmtepomp om vervolgens op natuurlijke momenten de woning verder te verduurzamen. Wanneer de woning voldoende verduurzaamd is, kan op termijn (bijvoorbeeld na afschrijving van de hybride warmtepomp) alsnog een volledig elektrische warmtepomp geplaatst worden. Uitgangspunt is uiteraard dat op regionaal, nationaal en Europees niveau de elektriciteitsopwekking, nodig voor het functioneren van de warmtepomp, verder vergroend wordt.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
21
Aalten
oorkeurstechniek warmtetransitievisie
atum 5
A oorkeurstechniek Individuele oplossing Individuele oplossing Kleinschalig warmtenet
Figuur 5.5
Voorkeurstechniek voor Aalten
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
22
6. Kansrijke clusters en de route naar 2030 Nu we weten welke uitgangspunten we hanteren bij de warmtetransitie, wat de
een vergelijkbare aanpak mogelijk is. Indien aardgasvrij bij die aanpak (nog) te
startsituatie is en aan welke alternatieven voor aardgas we moeten denken, is
kostbaar is, kunnen we woningen wellicht vast verregaand isoleren of aan de slag
de vraag: waar gaan we beginnen met het gesprek over de transitie naar
gaan met een hybride warmtepomp. Om te komen tot deze clusters maakten wij vier
aardgasvrij? In welke buurten eerst en welke daarna?
aangepaste en praktische criteria.
Als vertrekpunt definieerden de Achterhoekse gemeenten samen twaalf criteria die
1.
helpen de buurten te prioriteren. Aan hoe meer van de criteria een buurt voldoet,
Aardgasvrij is geen doel op zich. Het belangrijkste is dat Nederland haar
hoe eerder op de route we graag met deze buurt in gesprek gaan. Niet elk criterium
CO2-uitstoot terugdringt. Dit doen we door de clusters waar men veel aardgas
telt bovendien even zwaar. Hier kenden we steeds een wegingsfactor aan toe; een
verbruikt eerst aan te pakken, doorgaans clusters met daarin veel oudere woningen
multicriteria-analyse. Het idee: elke gemeente in de Achterhoek krijgt zo haar eigen
waar goed isolatiemaatregelen toe te passen zijn.
In welk cluster is eenvoudig de meeste energiewinst te behalen?
route op maat. 2.
In welk cluster is veel seriematige/homogene bouw?
Wat tijdens het proces om tot deze visie te komen bleek, was dat de buurtvolgorde
In woningen die vergelijkbaar zijn, zijn ook vergelijkbare technische maatregelen
die uit de multicriteria-analyse kwam, niet paste bij de eerder beschreven
mogelijk. Het zijn overzichtelijke clusters waar woningeigenaren en huurders veel
uitgangspunten omdat:
van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen motiveren en echt samen kunnen bedenken
•
welke stappen zij willen zetten en wat ze daarvoor nodig hebben.
de CBS-wijken die worden gehanteerd groot en divers zijn wat een aanpak langs deze lijnen minder logisch maakt;
• •
de criteria gericht zijn op het aardgasvrij maken en niet op het verduurzamen
3.
van wijken;
Het Klimaatakkoord wijst de woningcorporaties aan als de ‘startmotor’ van de
In welk cluster heeft woningcorporatie De Woonplaats veel bezit?
de data snel veroudert waardoor veel handmatige aanpassingen moesten
warmtetransitie. Zij moeten aankomende jaren grote stappen zetten in het
worden gedaan en het niet overzichtelijker werd.
verduurzamen van hun woningvoorraad. Het is logisch om te kijken of woningcorporaties kunnen samenwerken met gemeente en particulieren om niet
Van wijken en buurten naar clusters
alleen huurders, maar ook de rest van de buurt mee te krijgen.
Aalten is een kleine gemeente die in de warmtetransitie een praktische en meetbare aanpak wil en waar persoonlijk contact met inwoners van belang is. Uit de projectgroep, de klankbordgroep en in gesprek met bestuurders ontstond het idee om te kijken naar clusters van woningen met gelijksoortige eigenschappen, waar
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
23
4.
In welk cluster zijn er andere aanknopingspunten?
het aardgasvrij maken van woningen. Welke clusters lenen zich er voor om nuttige
De warmtetransitie is niet het enige dat er speelt in een buurt. Wateroverlast, sociale
ervaringen op te doen?
problematiek of juist actieve en betrokken inwoners kunnen maken dat een cluster kansrijk is om mee in gesprek te gaan over de transitie naar aardgasvrij.
Kijkend naar de gemeente Aalten zijn er een aantal clusters die goed binnen deze voorwaarden passen, zie onderstaande tabel 6.1 (de clusters zijn afgebeeld op de
5.
Kunnen we ergens leren over aardgasvrij maken?
kaart in Bijlage 3). We gaan nu starten met het cluster Dinxperlo Centrum Oost. Na
Naast bovengenoemde clustervoorwaarden die zich richten op een zo groot
een jaar evalueren we wat de geleerde lessen zijn. Wanneer de evaluatie positief is,
mogelijke CO2-reductie, willen we ook leren en in de regio kennis ontwikkelen over
en bij voldoende capaciteit en middelen, wordt gestart met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan voor het volgende cluster.
Cluster
Aantal
Bezit
woningen
Woningcorporatie
Type woning
Veel voorkomend
Bouwjaar
energielabel
woning
Tijdspad
bij
(benadering) Dinxperlo Centrum oost
230
Aansluiting
clustervoorwaarden 181
Rijwoningen
C, deel Prins Hendrikstraat
1966-1969
Starten in 2022
1, 2, 3
1970-1972
Starten in 2023, afhankelijk van
1, 2, 3
veelal hoger Aalten Planetenbuurt
250
74
Rijwoningen
A-B
evaluatie Aalten Kobus
350
28
Twee-onder-een kap,
C
Starten in 2024, afhankelijk van
vrijstaand Aalten ’t verzet & bevrijding
230
39
Rijwoningen
5
evaluatie C
1975
Zo snel mogelijk hierna, doel is:
1, 2, 4
gereed in 2030 Keminksweide
55
47
Rijwoningen
C
1950-1975
Zo snel mogelijk hierna
1, 2, 3
Dinxperlo Hoge Veld
100
71
Rijwoningen
C
1975-1990
Zo snel mogelijk hierna
1, 2
Dinxperlo Bijvankskamp e.o.
95
61
Rijwoningen
C
1975-1990
Zo snel mogelijk hierna
1,2
Dinxperlo De Meijbrink e.o.
210
127
Rijwoningen +
B-C-D
1950-1975
Zo snel mogelijk hierna
1, 2, 3
C
1975-1990
Zo snel mogelijk hierna
1, 2, 3
verzorgingscomplex Aalten Driessenhof
150
123
Rijwoningen
Tabel 6.1 Mogelijke clusters voor clusteraanpak in Aalten Transitievisie Warmte gemeente Aalten
24
Wat mede bepalend gaat zijn voor de snelheid en voor de voortgang is de
komen? Op welke manier betrekken we iedereen in het cluster? Hoe pakken we
uitvoeringscapaciteit bij de gemeente en bij De Woonplaats en de organisatiegraad
dit integraal aan? Hoe spelen we in op de kenmerken van de buurt?
in de betreffende clusters. Wanneer participatievormen en communicatiemiddelen klaar staan en er capaciteit beschikbaar is, kan een volgend cluster benaderd
•
worden. We gaan uit van een gemiddelde uitvoeringstijd van drie tot acht jaar.
Uitvoeringsplan: hierin maken we samen keuzes op verschillende gebieden. -
Techniek: welke technische oplossing is er mogelijk en is dit haalbaar?
-
Financiering: wat is de businesscase voor gemeente, exploitant en eindgebruiker? Wie betaalt wat?
De Woonplaats streeft er naar om in 2030 al haar rijwoningen geïsoleerd te hebben. -
Hierbij volgt zij niet de clusteraanpak, maar isoleert ze gemeente breed, op basis
Bestuurlijk: is er draagvlak nodig bij het bestuur? De gemeenteraad is niet
van mutaties en op verzoek van de huurder. Bij het opstellen van de
verplicht het uitvoeringsplan vast te stellen. Voor het bestuurlijk draagvlak is
wijkuitvoeringsplannen gaat het spoor van de clusteraanpak, zoals voorgesteld in
dit wel beter. -
deze visie, aangesloten worden op het spoor van de Woonplaats.
Juridisch: hoe kunnen we aansluiten op de Omgevingswet? Welke aanbestedingseisen gelden?
Uitvoeringsplannen per cluster
Ruimtelijke inpassing: welke inpassing is nodig in de onder- en bovengrond? Zijn er ruimtelijke koppelkansen of kan de openbare ruimte
Hoe we exact aan de slag gaan in elk cluster, bepalen we samen. Als gemeente
gelijk meegenomen worden? -
gaan we hierover graag met woning- en gebouweigenaren in gesprek. Dit gesprek
Communicatie en participatie: het bovenstaande moet met bewoners in het
leidt tot een gezamenlijk en breed gedragen uitvoeringsplan. Ondanks dat de
cluster besloten worden. Wat hebben bewoners nodig om stappen te zetten
techniek zelf een individuele oplossing is, wordt er wel gekozen om met specifieke
en welke stappen willen ze zetten? Hoe kunnen ze ontzorgd worden?
clusters te werken, om zo daadkracht en slagkracht op te wekken binnen een buurt.
Welke sociale koppelkansen zijn er? Per cluster is een hoge deelnemersgraad nodig om de beoogde CO2 reductie te behalen. Dit vraagt
Het Rijk ondersteunt gemeenten die nu al bezig zijn met een wijkaanpak in het
om een goede communicatie. Daar zal de participatie-aanpak op ingericht
Programma Aardgasvrije Wijken. Hier wordt momenteel veel geleerd over de
worden door de bewoners vanaf het begin te betrekken bij het opstellen
samenwerking met inwoners en betrokken partijen. In dit programma vormden zich
van de wijkuitvoeringsplannen.
onderdelen van een uitvoeringsplan. Deze zijn hier ook als basis genomen. Onderdelen van een buurtuitvoeringsplan zijn in elk geval de volgende.
•
Vaststellen: de laatste stap is het vaststellen van het uitvoeringsplan door het college van B&W. Het is niet verplicht, maar wel aan te raden om het
•
•
Buurtanalyse: een verdiepende analyse van de ruimtelijke, financiële en
uitvoeringsplan ook door de gemeenteraad te laten vaststellen. Daarnaast moet
technische kaders en de fysieke en sociale kenmerken van de buurt.
het uitvoeringsplan verankerd worden in het Omgevingsplan van de gemeente.
Projectplan: op basis van de buurtanalyse wordt een gezamenlijk projectplan of startnotitie opgesteld. Hoe gaan we tot een breed gedragen uitvoeringsplan
•
Uitvoeren: gezamenlijk met de inwoners uitvoering geven aan de buurtaanpak om op termijn tot een goed geïsoleerde buurt met een alternatieve warmtevoorziening te komen.
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
25
Gemeentelijke aanpak ondersteunt bewoners Naast een aanpak in clusters willen we binnen de gemeente bewoners de ruimte geven en stimuleren om op natuurlijke momenten de juiste investeringen in de
radiatorfolie, maximaal vijf minuten douchen, de cv-ketel instellen op 60⁰C et cetera. Alle kleine stappen samen helpen om energie te besparen, zie ook figuur 6.1 ter illustratie.
woning te doen wat betreft een aardgasvrije verwarming. Voor de hele gemeente gelden namelijk de volgende vuistregels. •
Energie besparen, want energie die we niet verbruiken, hoeven we ook niet duurzaam op te wekken.
•
Isoleren, want zo besparen we warmte en dus energie. Door te isoleren, hebben we minder energie nodig om gebouwen te verwarmen.
•
Ventileren, dat moeten we niet vergeten als we ons huis afsluiten van de buitenlucht door isolatie en kierdichting. Ventileren is nodig om gezonde en comfortabele woningen en gebouwen te houden.
•
Groene energie opwekken, hiermee verwarmen we onze woningen in de toekomst.
Dit doen we samen; met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Alle woningen en gebouwen worden voorbereid op de warmtetransitie, met name door te isoleren. Dat is een grote klus, waar we gebouweigenaren zo goed mogelijk bij willen ondersteunen. Daar beginnen we niet pas in 2021 mee, daar zijn we de
Figuur 6.1
Maatregelen aan de woning
afgelopen jaren al mee gestart. We zetten de activiteiten voort. Een centrale boodschap in de benadering van deze opgave is daarom ook: benut elk natuurlijk moment! We kiezen voor een campagnematige aanpak. Het doel van de campagnematige aanpak is ervoor te zorgen dat eigenaren van woningen op de juiste momenten de juiste keuzes kunnen maken. Dat betekent dat we ze informeren en stimuleren om de overstap naar elektrisch koken te maken bij vervanging van de keuken. En dat we alle informatie op een rij hebben om de overstap naar een warmtepomp mogelijk te maken wanneer de cv-ketel het begeeft. Naast isoleren zetten we in op
Zo kunnen bewoners individueel of de woningcorporatie voor collectieve wooneenheden afwegingen maken om stapsgewijs op weg te gaan naar een aardgasvrije warmtevoorziening. In de campagnes van bewustwording speelt het Energieloket Agem een sleutelrol. Deze organisatie helpt inwoners en bedrijven met advies, informatiebijeenkomsten, collectieve acties en activatie- en bewustwordingscampagnes om hun elektriciteitsen warmteverbruik zoveel mogelijk te verminderen.
bewustwording en kleine maatregelen. Denk aan het plaatsen van tochtstrippen en
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
26
Samenwerking met woningcorporatie De Woonplaats
keer de straat open te hebben en het elektriciteitsnet te verzwaren en gasnet te verwijderen dan meerdere keren.
Het grootste deel van de woningen in de gemeente Aalten is in particulier bezit. De woningcorporatie De Woonplaats is daarnaast een essentiële partner in de
Grondroeringsgevoelige leidingen
warmtetransitie door het bezit dat zij hebben in de gemeente. Zij kunnen een
In de jaren zeventig zijn veel gasleidingen neergelegd die nog steeds in gebruik zijn.
substantiële bijdrage leveren aan de energietransitie. Deze warmtevisie is dan ook
Een deel hiervan is bestempeld als ‘grondroeringsgevoelig’. Het vervangen van ruim
opgesteld in nauwe samenwerking en afstemming met De Woonplaats.
duizend kilometer grondroeringsgevoelige gasleidingen kost tijd. Liander heeft, net als alle andere netbeheerders, in overleg met het Staatstoezicht op de Mijnen
De Woonplaats ondersteunt deze warmtevisie en tegelijkertijd zien ze nog enkele
(SodM) meerjarige vervangingsprogramma’s opgesteld voor twee typen
aandachtspunten voor de komende tijd: • Het huidige beleid van De Woonplaats is om eerst woningen te isoleren. In een
grondroeringsgevoelige leidingen. Volgens deze afspraak vervangt Liander leidingen van grijs gietijzer en asbest cement voor 2032.
later stadium wordt ingezet om woningen van het aardgas te halen. • •
•
•
De inzet van (hybride) warmtepompen is nog geen beleid van De Woonplaats.
Ruimtelijke inpassing
De Woonplaats gaat dit eerst onderzoeken.
Verduurzaming van ons energielandschap zal leiden tot nieuwe of verzwaarde
De Woonplaats wil gezamenlijk met de gemeente Aalten het cluster Dinxperlo
infrastructuur. Dit zorgt voor een vergroting van het aantal middenspanningsstations
Centrum Oost aanpakken als startcluster. 50% van dit cluster is door De
in de publieke ruimte. Vaak kennen deze trajecten ook ingewikkelde en langere
Woonplaats al op basis kwaliteit gebracht (dus geïsoleerd).
doorlooptijden. Het is noodzakelijk Liander vroegtijdig te betrekken en alvast als
De Woonplaats heeft de ‘Routekaart CO2 neutraal 2050’ in 2022 gereed en dan
gemeente samen met Liander inzichtelijk te krijgen om hoeveel
zullen de overige genoemde clusters in tabel 6.1 onderzocht worden voor
middenspanningsstations dat ongeveer gaat en welke type openbare ruimte nodig
samen optrekken met de gemeente Aalten.
is.
Het in 2030 klaar zijn met het verduurzamen (isoleren) van de eengezinswoningen kan wellicht lastig zijn als een deel van de zittende
‘Gasklevers’
huurders niet wil meewerken en ook niet muteert.
Een ander risico vanuit de betaalbaarheid en maakbaarheid van de warmtetransitie vormt de aanwezigheid van ‘gasklevers’; bewoners die koste wat het kost
Samenwerking met netbeheerder Liander Netbeheerder Liander wordt een belangrijke partner de komende jaren. We hebben elkaar nodig op een aantal thema’s binnen de warmtetransitie. Voor Liander is het belangrijk dat er geen dubbele infrastructuur ontstaat; de helft van de buurt op aardgas, de andere helft op een andere oplossing. Daarbij is een gebiedsgerichte aanpak van belang, ook in relatie tot de maakbaarheid. Het is efficiënter om één
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
vasthouden aan een aansluiting op aardgas. Liander moet hierop haar hele netwerk dimensioneren en wellicht zelfs vernieuwen; een prijzige opgave waarvan we de kosten met elkaar (blijven) dragen. Voor een beperkt aantal woningen die op het aardgasnet blijven aangesloten, moet namelijk het gehele gasnet in stand gehouden worden. Bovendien moet er een nieuwe infrastructuur (een warmtenet of een versterkt elektriciteitsnet) aangelegd worden. We zetten ons samen in om deze risico’s te minimaliseren.
27
Verbinden van ‘aardgasvrij’ met andere opgaven In de opgave naar een aardgasvrije woningvoorraad in de gemeente Aalten, zijn er meerdere koppelkansen, zoals een al geplande vervanging van het leidingnet, in de openbare ruimte te verbinden. We gaan ervan uit dat, zodra we een stap dichter naar de buurtwarmte- of buurtuitvoeringsplannen gaan, het aantal thema’s dat we kunnen koppelen aan de warmtetransitie nog verder zal toenemen. En andersom: andere koppelkansen kunnen juist een reden zijn voor bewoners om aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Hieronder gaan we in op de biodiversiteit en klimaatadaptieve opgaven. Biodiversiteit De biodiversiteit nemen we mee als gevolg van de maatregelen die we gaan treffen in de openbare ruimte. Aanpassingen in de openbare ruimte geven een kans om de biodiversiteit te versterken. Naast de versterking van biodiversiteit heeft een gevarieerde natuur in de openbare ruimte invloed op schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat. Met name bij collectieve warmtebronnen zijn er veel aanpassingen in de openbare ruimte nodig waarin er op drie niveaus naar de omgeving wordt gekeken.
Biodiversiteit stimuleren kan ‘in de woning’ (door het plaatsen van nestkasten, verblijf- en broedplaatsen), ‘om de woning’ (groene daken, groene gevels, geveltuintjes, verharding tegels verwijderen) en met ‘natuur in de buurt’ (aanleg van groenstroken, ‘groen en blauwe verbindingsroutes’, terrein bestaat niet alleen uit gazons, maximaal vijf per soort beplanting, veel variatie). Bij
Klimaatadaptatie Bij voorkeur treffen we maatregelen die het percentage groen en water in het centrum zal vergroten, ook om hittestress te voorkomen en op een natuurlijke manier te koelen. Bij het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen en hoge bomen is een temperatuurdaling mogelijk van 2°C op zomerdagen. De gevoelstemperatuur kan zelfs 16°C dalen. De hitte in het centrum van Aalten kan oplopen tot 1,4°C warmer dan in het buitengebied4. Het wordt koeler in het buitengebied, waar hittestress minder van toepassing is doordat een kleiner percentage verharding aanwezig is (zoals asfalt en baksteen die de warmte vasthouden). Het verbinden van omliggende blauwe en groene structuren zorgt voor verlaging van de temperatuur en het opvangen van regenwater. Daar waar grote kans is op overlast van regenbuien 1:100 jaar en 1:1000 jaar, kunnen klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast om het regenwater vast te houden en te bergen. Deze maatregelen hebben ook een positief effect op het hitte-eilandeffect. Tegelijk stimuleert het inwoners om geveltuintjes, groene daken aan te leggen en achtertuinen te vergroenen (zie natuurinclusiviteit). Naast het vergroenen versterkt het toevoegen van bloeiende planten de biodiversiteit.
Plekken in de openbare ruimte die voornamelijk bestaan uit verharding, zoals beton en asfalt, kunnen bij groot onderhoud worden vergroend, zoals groene parkeerplaatsen met open verharding.
bestaande bouw zou biodiversiteit in de woning lastig worden met het plaatsen van nestkasten. Bij nieuwbouwprojecten en ontwikkellocaties kan biodiversiteit en natuurinclusiviteit worden opgenomen in de bouwkundige schil. Bij maatregelen rondom de woning en in de buurt kan zowel in de bestaande omgeving als bij nieuwbouwprojecten worden uitgevoerd.
4
Op basis van Klimaateffectatlas (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017)
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
28
7. Kosten en betaalbaarheid In het Klimaatakkoord staat dat de verduurzaming voor iedereen betaalbaar
dit per cluster concreter. In afbeelding 7.1 staat een eerste globale kostenverdeling.
moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Het kabinet maakt de
De inzet van het Rijk is om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en
komende periode middelen vrij om gemeenten te ondersteunen bij de transitie
verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren, zodat iedereen een vorm
naar aardgasvrije gebieden. Die financieringsconstructies kunnen de drempel
kan vinden die in de eigen situatie past. We proberen dit toch nog iets verder uit te
tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor bewoners een stuk
werken in dit hoofdstuk.
verlagen. Figuur 7.1 Indicatieve verdeling van kosten
Wat uiteindelijk de kosten worden voor woning- en gebouweigenaren weten we op dit moment nog niet. Dit hangt ook af van een aantal factoren. •
Het type gebouw: oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en maandlasten.
•
De huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie).
•
Het warmtealternatief: het ene alternatief zal duurder zijn dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (all electric: isolatie, installatie), in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (warmtelevering: infrastructuur). Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht.
•
Ook zijn er externe factoren die de kosten van verduurzaming van een gebouw beïnvloeden, waarvan de belangrijkste marktwerking is. De Transitievisie Warmte wordt om de vijf jaar herzien. Gedurende die periode kunnen er ook op de markt dingen veranderen, waar we dan rekening mee kunnen houden.
Op dit moment weten we daarom nog niet precies wat de transitie naar aardgasvrij in Nederland gaat kosten en hoe de kosten verdeeld worden. Daarbij is de financiële impact van de warmtetransitie voor woningen en andere gebouweigenaren voor iedereen verschillend. Er is dus nog veel onduidelijk. In de uitvoeringsplannen wordt
Transitievisie Warmte gemeente Aalten
29
Indicatie kosten woningeigenaar
De kosten die we in beeld brengen, zijn op basis van de huidige kengetallen. In de toekomst kunnen de kosten veranderen. Afhankelijk van de bouwjaren zijn er
Kosten voor de bewoners kunnen in ieder geval worden onderverdeeld in