A26. Raadsmededeling 27-2026 Volkshuisvestelijk Programma gemeente Aalten
Tekst van het document
Naar uiteindelijk ondersteuning vanuit het eigen netwerk. Het Rijk en het zorgkantoor streven ernaar geen grootschalige intramurale capaciteit toe te voegen hoewel er in de toekomst een toenemende druk op deze locaties wordt
27
verwacht. Het noodzaakt om fundamenteel anders te kijken naar hoe we samenwonen en zorg vorm moeten gaan geven.
Integraal Zorg Akkoord (IZA) Het Integraal Zorg Akkoord is gericht op de transformatie in zorg en welzijn. Het doel is om deze voor alle Nederlanders toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Het uitgangspunt is: passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op (positieve) gezondheid. Het Rijk, landelijke patiëntenverenigingen, gemeenten, zorgverzekeraars, huisartsen en zorginstellingen maakten voor de komende jaren afspraken om dit mogelijk te maken. Het Rijk heeft de landelijke woonopgave voor ouderen verdeeld over provincies en regio’s, waarbij de opgave is ingedeeld naar nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. In de regionale wonen- welzijn- en zorgvisie Achterhoek 2025-2035 spreken we samen uit hoe we willen zorgen voor goed wonen in een vitale en zorgzame Achterhoek. We staan voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Niet alleen is er een tekort aan geschikte woningen, ook neemt het aantal ouderen en inwoners in een kwetsbare situatie toe, is er te weinig personeel in de zorg, neemt het aantal huisartsen af en stijgen de zorgkosten. Daarnaast wordt verwacht dat meer mensen hulp en ondersteuning nodig hebben in de toekomst. Deze grote uitdagingen overschrijden de gemeentegrenzen en vragen om een regionale aanpak.
Daarom onderschrijft de gemeente Aalten het Achterhoekse Plan van Aanpak Wonen, Welzijn en Zorg. Zo willen wij ervoor zorgen dat iedereen in Aalten en de Achterhoek prettig kan wonen en leven. Verhuizen? Blijven? We merken dat ouderen niet altijd over wonen in de toekomst nadenken en daar (onnodig) mee wachten. Blijven wonen waar je woont of toch verhuizen? Wat is de meest ideale keuze? Voor het woongenot en de veiligheid van ouderen kan het in sommige gevallen beter zijn om te verhuizen naar een meer geschikte (nultreden)woning. We merken dat veel ouderen in de gemeente lang wachten met het overwegen van een verhuizing naar een kleinere passende woning of het aanpassen van hun huidige woning. Dit leidt ertoe dat de verhuisstap te laat wordt gezet of dat de woning nog niet voldoende is aangepast op het moment dat er meer ondersteuning nodig is. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Gemeenten hebben de taak om de gezondheid onder haar inwoners te bewaken, beschermen en bevorderen. Integraal samenwerken vanuit gezondheidszorg, sociaal domein en fysieke inrichting is daarom nodig. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (opgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gemeenten, GGD’en en zorgverzekeraars) is gericht op een integrale lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis.
Het doel is een gezonde generatie in 2040 met weerbare mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving, waarin sprake is van een sterke sociale basis. Positieve gezondheid is de basis voor een gezonde leefomgeving.
28
Fijn wonen Fijn wonen gaat over meer dan steen alleen. Het welzijn van mensen in de gemeente Aalten gaat verder dan een passende woning en een geschikt zorgaanbod. Het gaat over je eigen leven kunnen behouden ook als de gezondheid vanwege een hoge leeftijd of door een aandoening niet meer is zoals voorheen. Wonen in een veilige en sociale omgeving, mensen kunnen ontmoeten, diensten af kunnen nemen daar waar het zelf niet meer lukt en ondersteuning krijgen die aansluit bij het behoud van je eigen manier van leven. Een solide sociale basis speelt een cruciale rol. Het bevordert interactie, voorkomt eenzaamheid, stimuleert zelfredzaamheid en zorgt ervoor dat problemen zoveel mogelijk worden voorkomen of vroegtijdig worden opgemerkt. Dit helpt inwoners te voorkomen dat ze in zware zorgtrajecten terechtkomen. Het integreren van formele zorg en informele, onderlinge ondersteuning is essentieel voor het opbouwen van een sterke sociale basis. Hiervoor zijn gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, het zorgkantoor en inwoners samen aan zet.
Een gemeente waar iedereen gezond en zelfstandig kan wonen, met zorg en ondersteuning binnen handbereik.
In het sociaal domein werken we nauw samen met onze inwoners en partners om preventie te bevorderen en ondersteuning te bieden aan inwoners in kwetsbare situaties. Onze focus ligt niet alleen op het versterken van het individu maar ook op het versterken van de gemeenschap als geheel. De gemeentelijke Nota Sociaal Domein Aalten beschrijft onze inspanningen om meer verbondenheid en zelfredzaamheid te creëren. Dit volkshuisvestingsprogramma sluit hierop aan.
5.2 Wat is onze visie? Wonen, Welzijn en Zorg Als gemeente Aalten hebben we in 2025 ingestemd met de ‘Achterhoekse aanpak Wonen, Welzijn en Zorg 2025-2035’. Niet alleen de gemeente Aalten maar ook de Achterhoek staat voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Door vergrijzing, een toenemend aantal kwetsbare inwoners en personeelstekorten in de zorg hebben we vastgesteld dat een regionale aanpak noodzakelijk is. In deze aanpak werken gemeenten, provincie, woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties samen om de uitdagingen aan te gaan en oplossingen te bieden binnen en buiten de gemeente Aalten. Omdat het hierin gaat om inwoners in een kwetsbare positie, regelt dit gezamenlijke plan niet alleen het wonen in de goede omgeving, maar ook de voor deze doelgroepen passende welzijns- en zorgvoorzieningen. De invulling daarvan doen we binnen het kader van het Volkshuisvestelijk Plan van de gemeente Aalten. Om de invulling van het plan voor de gemeente Aalten invulling te geven sturen we op de volgende zaken. Verdeling van (woon)zorgvoorzieningen Om hiertoe te komen zijn de kenmerken van de bijzondere aandachtgroepen beschreven, waarna er ook aantallen inwoners in de gemeente Aalten zijn toegevoegd. Ouderen zijn hierin meegenomen. Dit maakt het mogelijk om een zo goed mogelijke inschatting te maken van de in
29
de gemeente Aalten noodzakelijke woon- welzijns- en zorgvoorzieningen. De noodzaak hiervoor ligt in een toename van inwoners in deze doelgroepen en een grote druk op zorgvoorzieningen. Spreiding van woonvormen voor aandacht groepen Door nieuwe woonvormen voor aandacht groepen ook regionaal te spreiden, voorkomen we overbelasting in onze gemeente en zorgen we voor een evenwichtige verdeling van de beschikbare capaciteit. Door middel van een groeimodel willen we komen tot een zogenaamde fair share verdeling, waarbij de zo mogelijk ook rekening houden met (her)huisvesting in de vetrekgemeente. Gemeenschappelijke kennisontwikkeling en leren van elkaar Wij als gemeente Aalten kampen met vergelijkbare knelpunten, zoals vergrijzing, een tekort aan betaalbare woningen en een tekort aan zorgpersoneel, waaronder huisartsen. Door samen te werken kunnen we deze knelpunten effectiever aanpakken en van elkaar leren door “best practices” te delen en gezamenlijk oplossingen te ontwikkelen. Gezamenlijk zorgen voor de juiste randvoorwaarden: • Woningbouw: regionale afspraken over woningbouw dragen bij aan voldoende woningen en bouwlocaties in de Achterhoek, afgestemd op de behoeften van de inwoners.
• Gezonde en passende leefomgeving: de juiste woonruimte op de juiste plek, passend bij het voorzieningenniveau in een zorgzame buurt en het mogelijk maken van ontmoeten en stimuleren van bewegen dragen bij aan een prettige leefomgeving. • Zorg en welzijn. De combinatie van goed wonen en voorzieningen in de omgeving stelt inwoners in staat om zo veel als mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Met efficiënt inzetten van aanvullende zorg, kunnen we dit ook bereiken. • Financiën: regionale afstemming helpt bij het effectief inzetten van financiële middelen, subsidies en het vergroten van de slagkracht in samenwerking met provincie en Rijk. Afstemming met zorgkantoor en andere regionale spelers Regionale afspraken bevorderen de samenwerking met het zorgkantoor, zorginstellingen, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, ontwikkelaars en andere regionale spelers. Afstemming met en aanvullen op IZA en GALA Een regionale aanpak vanuit de gemeente Aalten op wonen-, welzijn- en zorg draagt bij aan betere afstemming met landelijke akkoorden als Integraal Zorgakkoord (IZA) ofwel Regioplan Achterhoek en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). 5.3 Wat gaan we doen? We stimuleren passende woonvormen op een passende plek We willen iedereen een geschikte woning bieden in een aangename en passende woonomgeving.
Daarom stimuleren en faciliteren we diverse woon(zorg)vormen, zoals ‘hofjeswonen’ en ‘gemengd wonen’. Voorbeelden hiervan zijn De Ludgerstraat en het woonconcept De Kattenberg, waar levensloopbestendige woningen rondom een gezamenlijke tuin zijn gebouwd en/of waar zorgverleners en zorgvragers samenwonen in één complex. In beide gevallen wordt voorzien in onderlinge (informele) zorg, waarbij buren elkaar ondersteunen. Deze woonvormen realiseren we binnen de bestaande opgave en behoefte. Daarbij vinden we het belangrijk dat er diversiteit is in bewoners van een buurt (gespikkeld wonen). We zorgen samen Zo lang mogelijk, zelfstandig, vitaal thuis wonen en leven met elkaar. De groeiende vraag naar wonen met zorg en/of ondersteuning en het groeiende te kort aan zorgpersoneel en huisartsen
30
vraagt om een andere inrichting van het zorglandschap. Als samenleving zullen we het samen moeten oppakken en meer moeten omzien naar elkaar. Met als uitgangspunt; ✓ Aandacht voor wat je zelf kunt. ✓ Aandacht voor wat je samen kunt. ✓ Aandacht voor wat je met zorg kunt. Om bovenstaande drie punten in de praktijk te brengen is een omslag in denken en doen nodig van ons allen. Om uitvoerbaarheid van de zorg in de toekomst te kunnen blijven garanderen is enige omvang en clustering nodig. Dit vormt de basis om de voordelen van geclusterd wonen (wonen en zorg gescheiden en langer zelfstandig) toe te passen in de praktijk. Zo brengen we formele en informele zorg samen. De exacte locaties bepalen we samen met de woon- en zorgpartners. Belangrijk is hierbij de balans te houden tussen geclusterd en diversiteit in wonen. We zetten in op meer bewustwording langer thuis Vaak denken inwoners te laat na over hun woonsituatie op de langere termijn. Het is belangrijk om meer bewustwording te creëren over langer thuis wonen. Doel is dat zoveel mogelijk oudere inwoners op tijd maatregelen nemen om de woning te verduurzamen, energiearmoede te voorkomen en te verminderen, om te zien naar andere meer geschikte woonruimte of de eigen woning aan te passen om hierin zelfstandig, veilig en comfortabel oud te worden waarbij eigen regie een belangrijk aspect is.
Dit draagt bij aan een duurzamere en gezondere samenleving. Door mensen te informeren met levensloopgesprekken. Een project waarbij aandacht is voor verduurzaming en gezond en veilig thuis kunnen blijven wonen. Hiermee maken we mensen bewust van de mogelijkheden en voordelen van langer thuis wonen, kunnen we hen helpen om zelfstandiger en comfortabeler te blijven wonen in hun eigen omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door aanpassingen in huis, het gebruik van technologie en het inschakelen van zorgdiensten. Om de zorg goed te kunnen uit blijven voeren moeten mensen langer thuis blijven wonen. Dit zorgt voor een betere verdeling van zorgmiddelen en kan de druk op zorgverleners verminderen. Soms is blijven wonen niet de beste optie. Naast de bewustwording langer thuis wonen stimuleren we daarom ook opties om uiteindelijk te kunnen doorstromen naar een woning die meer geschikt is. De Woonplaats zet zich vanuit de prestatieafspraken in om oudere huishoudens vanuit een eengezinswoning naar een gelijkvloers appartement te laten verhuizen We zoeken samenwerking in de regio op voor specialistische zorgvraag en huisvesting Regionale samenwerking is nodig om te zorgen dat woningaanbod toegankelijk blijft, ook als zij tijdelijk elders hebben gewoond voor een zorgvraag. Op het gebied van wonen draagt de gemeente daarom bij aan de regionale woningbehoefte.
31
5.4 Welke acties horen daarbij? Passende woonvormen
Omzien naar elkaar
We zetten in op meer bewustwording langer thuis
Specialistische zorgvraag en huisvesting
Uitbreiden passende woningvoorraad door onder andere het vergroten van aantallen levensloopgeschikte nieuwbouw en bestaande woningen. Stimuleren van andere vormen van woningen die geschikt zijn om zorg te verlenen zoals bijvoorbeeld tussenvormen van wonen en gespikkeld wonen. We werken verder aan het vervolg van het project ‘Toekomstbestendige buurten voor ouderen in Aalten & Dinxperlo’. Samen met onze (zorg) partners in de wijk kijken we waar we deze inzet gaan doen. Hierbij stimuleren we de verbinding onderling in de buurt. We faciliteren de buurtverbinders uit de buurt om samen als buurt aan wonen en leefbaarheid te werken. Nabijheid van voorzieningen, zoals een supermarkt, huisarts, apotheek of zorginstelling, vormt daarbij de rode draad. Extra aandacht gaat binnen deze buurten uit naar ontmoeting en toegankelijkheid. We werken verder aan een vervolg op Heerlijk thuis in huis in de vorm van levensloopgesprekken. Een project waarbij aandacht is voor verduurzaming en gezond en veilig thuis kunnen blijven wonen. We zoeken hierin de samenwerking op met De Woonplaats. We zetten in op regionale samenwerking waarbinnen we samenwerken aan de opgaven op het gebied van wonen en zorg.
32
6. Voor iedereen een thuis 6.1 Wat zien we? Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Gemeenten zijn vanaf 2026 verplicht een volkshuisvestingsprogramma op te stellen waarin is aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de vraag naar woonruimte vanuit verschillende aandachtsgroepen en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Aandachtsgroepen Bepaalde groepen mensen hebben het extra moeilijk bij het vinden van passende en betaalbare woningen. Het gaat om mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden of een specifieke woonbehoefte hebben. Een deel van deze groepen heeft om passend te kunnen wonen zorg en ondersteuning nodig.
Deze aandachtsgroepen zijn in het adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’ beschreven; • Mantelzorgverleners of -ontvangers • Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid • Uitstromers uit de maatschappelijke opvang waaronder: ○ dakloze mensen ○ slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel • Uitstromers na intramuraal verblijf waaronder: ○ uitstromers uit een Beschermd Wonen instelling ○ klinisch geestelijke gezondheidszorg • Woningzoekenden tussen de 18 en 23 jaar uit de jeugdhulp • Woningzoekenden uit de (jeugd)detentie • Deelnemers aan het uitstapprogramma voor stoppende sekswerkers • Arbeidsmigranten • Studenten • Woonwagenbewoners • Ouderen • Statushouders (via taakstelling) Urgentiecategorieën Vanuit de wet versterking regie volkshuisvesting zijn we verplicht om in een huisvestingsverordening een urgentieregeling op te nemen hoe we zorgen voor een aantal verplichte urgentiecategorieën. De aandachtsgroepen die in aanmerking komen voor urgentie zijn op dit moment wettelijk bepaald. Als we spreken over urgenten bedoelen we de wettelijk bepaalde urgenten zoals: • Mantelzorgverleners of -ontvangers • Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid • Uitstromers uit de maatschappelijke opvang waaronder: ○ dakloze mensen ○ slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel
33
•
• • •
Uitstromers na intramuraal verblijf waaronder: ○ uitstromers uit een Beschermd Wonen instelling ○ klinisch geestelijke gezondheidszorg Woningzoekenden tussen de 18 en 23 jaar uit de jeugdhulp Woningzoekenden uit de (jeugd)detentie Deelnemers aan het uitstapprogramma voor stoppende sekswerkers
Een gemeente waar iedereen zich welkom voelt en gelijke kansen krijgt op passende huisvesting.
6.2 Wat is onze visie? Wij streven ernaar dat iedereen zich welkom voelt in onze gemeente en gelijke kansen krijgt, ook op het gebied van huisvesting. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om een woning te vinden die aansluit bij zijn of haar situatie. Een thuis voor iedereen betekent meer dan alleen een dak boven je hoofd; het gaat om het bieden van kansen aan iedereen om een plek in de samenleving te vinden. Onze inwoners staan hierbij centraal. Een deel van de doelgroep heeft geen directe zorgvraag maar verdienen wel aandacht in het volkshuisvestingprogramma vanwege hun specifieke woonbehoeften. Deze doelgroepen vragen om maatwerkoplossingen die aansluiten bij hun unieke situatie en wensen, om zo een passende en toekomstbestendige woonomgeving te creëren. Voor deze groepen zetten we in op ‘makkelijker mogelijk maken’. Een deel hiervan komt alleen in aanmerking voor het meest betaalbare deel van de sociale huurwoningvoorraad. Een woning met een huurprijs onder de 1e aftoppingsgrens voor één en twee persoonshuishoudens met een huur van € 682,96 (prijspeil 2025). De huisvestingsopgave van deze groepen vraagt een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen. Daarom zetten we ons in voor het toevoegen en bereikbaar maken van deze woningen. De huisvesting van de aandachtsgroepen moet evenwichtig verspreid worden over de verschillende kernen in onze gemeente en de regio.
Hierbij benadrukken we dat hierin de mens centraal staat. 6.3 Wat gaan we doen? We maken afspraken over het huisvesten van de urgente aandachtsgroepen We maken heldere (regionale) afspraken met woningcorporatie(s) en welzijns- en zorgorganisaties over de verdeling en huisvesting van aandachtsgroepen. We kiezen ervoor om ieder ons aandeel te leveren en de opgave eerlijk te verdelen binnen de regio. Daarom is het nodig om extra woningen te creëren; dit kan door nieuwbouw of het benutten van andere (bestaande) woonvormen. Als gemeente Aalten leveren we hier onze bijdrage aan. Naast het bieden van passende woningen, zorgen we voor juiste en voldoende begeleiding. Zetten we in op ‘makkelijker mogelijk maken’ zowel sociaal als fysiek. We richten ons op het versterken van bestaande netwerken rondom kwetsbare inwoners, zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen leven en functioneren. Door nauw samen te werken met alle betrokken partijen en gebruik te maken van lokale netwerken, kunnen we een goede leefomgeving creëren en de leefbaarheid in de buurt behouden en/of versterken. Denk daarbij aan (pre)mantelzorgwoningenbeleid, woningaanpassingen, verhuiscoach, beweegvriendelijke omgeving en zorgzame buurten.
34
Beschermd thuis in de wijk We willen onze inwoners de juiste ondersteuning bieden, vooral aan diegenen die ambulante hulp aan huis nodig hebben en aan mensen die van beschermd wonen naar zelfstandigheid gaan. We signaleren problemen vroegtijdig in de wijk. Daarnaast willen we mensen helpen om op een verantwoorde manier over te stappen van beschermd wonen naar zelfstandig wonen, met of zonder ambulante hulp. We streven naar een soepele overgang tussen verschillende zorgniveaus, met aandacht voor de persoonlijke behoeften van iedereen. We maken hierover afspraken met De Woonplaats in de vorm van omklapwoningen en convenantwoningen. Dak- en thuislozen Als gemeente willen we woninguitzetting zoveel mogelijk voorkomen. Het aantal dak- en thuislozen neemt echter toe, door het verlies van baan, beëindigen van een relatie of een onveilige thuissituatie. De maatschappelijke opvang in de regio vindt nu voornamelijk in de gemeente Doetinchem plaats maar wordt in de toekomst gespreid over de regiogemeenten. De Gemeente Aalten heeft zich (net als de andere gemeenten in de regio) gecommitteerd aan het regionale huisvestingsplan dak- en thuislozen. Om bij te dragen aan deze huisvestingsopgave voor dak- en thuislozen streven we ernaar ons aanbod van geschikte woningen voor deze doelgroep uit te breiden. Daarom onderschrijft de gemeente Aalten de regionale huisvestingsverordening.
Daarnaast blijven we ons inzetten voor de regionale samenwerking, zoals het spreiden van de maatschappelijke opvang over de regiogemeenten. Het realiseren van voldoende plekken in de maatschappelijke opvang blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid, waarvoor we waar nodig samenwerking zoeken met omliggende gemeenten. We zetten in op kwalitatieve en passende huisvesting arbeidsmigranten We zetten ons in om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten kwalitatieve en passende huisvesting krijgen. Ondernemers die arbeidsmigranten in dienst hebben dragen een directe verantwoordelijkheid voor het welzijn van deze werknemers, inclusief hun woonomstandigheden. Onze rol is het toetsen van initiatieven, locaties en gebouwen voor huisvestingsvoorzieningen. Dit moet gebeuren binnen de kaders van ruimtelijke ordening, openbare orde en veiligheid, en zorg en welzijn. De gemeente Aalten vindt het belangrijk dat internationale werknemers/arbeidsmigranten op een goede manier bij ons kunnen verblijven en wonen. Wij stellen daarom eisen aan de kwaliteit van de huisvesting. Dat zijn eisen aan de te verhuren woning of het te verhuren gebouw, maar ook eisen aan de verblijfsruimten zelf. Omdat we ook toezicht willen houden op de kwaliteit van de huisvesting werken wij met verhuurvergunningen. Taakstelling statushouders Vluchtelingen met een verblijfsstatus hebben recht op een woning.
De afgelopen jaren is de taakstelling vanuit het Rijk toegenomen. Het Rijk bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders we als gemeente moeten huisvesten. Samen met De Woonplaats hebben we afspraken gemaakt om deze taakstelling te halen. In tijden waar de taakstelling groot is, maar ook de druk op sociale huurwoningen, kijken we naar andere (tijdelijke) oplossingen. Huisvesting voor woonwagenbewoners We sluiten aan op landelijke wetgeving. Dit betekent dat gemeenten een positieve verplichting hebben om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners kans maken op een standplaats indien daar behoefte naar is. Voor de gemeente Aalten geldt dat wij hierin faciliteren als er sprake is van
35
een historische/familieband met de gemeente Aalten, een aantoonbare benadeling door het ‘afbouwbeleid’ en aan het afstammingsbeginsel wordt voldaan. Wij voelen ons niet gehouden om aan andere verzoeken mee te werken. 6.4 Welke acties horen daarbij? We maken afspraken over het huisvesten van aandachtsgroepen
Opstellen van een urgentieverordening in samenhang met huisvestingsverordening: We werken aan een (regionale huisvestingsverordening met urgentieregeling. Hiermee sorteren we voor op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Samen met de corporatie(s) maken we afspraken over de toevoeging voor urgenten en aandachtsgroepen.
We maken afspraken over een evenredige verdeling van de huisvesting urgente aandachtsgroepen in de Achterhoek
Opstellen regionale afspraken voor een evenwichtige verdeling van de huisvesting van urgente aandachtsgroepen in de Achterhoek. Iedere gemeente in de regio draagt hier eerlijk aan bij en deze verdeling moet in 2026 geregeld zijn. Hierbij is de situatie van de urgente het uitgangspunt.
Beschermd thuis in de wijk
De gemeente blijft samen met De Woonplaats en zorgpartners individuele trajecten opstellen voor de overgang naar zelfstandig wonen.
Dak- en thuislozen
We zorgen voor voldoende geschikte opvanglocatie(s) voor crisis woning(en) en de begeleiding in de gemeente Aalten.
We zetten in op kwalitatieve en passende huisvesting arbeidsmigranten
Beleid huisvesting arbeidsmigranten: De gemeente gaat het beleid verblijfsruimten arbeidsmigranten verder uitrollen. Hierbij houden we rekening met de regionale gemaakte afspraken.
Taakstelling statushouders
We maken doorlopend afspraken met De Woonplaats om voldoende huisvesting te bieden voor de toegewezen statushouders en onderzoeken andere (tijdelijke) woon-oplossingen.
36
Begrippenlijst Aedes Aedes is de belangenbehartiger van woningcorporaties en ondersteunt ze bij het uitvoeren van hun maatschappelijke taak: goed, betaalbaar en duurzaam wonen mogelijk maken Betaalbare koop Landelijk wordt met betaalbare koopwoningen woningen bedoeld die een marktwaarde hebben onder de € 405.000 (prijspeil 2025). In de regio werken we met de Achterhoekse betaalbaarheid bedoeld voor woningen die een marktwaarde hebben onder de € 370.000 (prijspeil 2025). Extramuraal Een term die gebruikt wordt binnen de Wet langdurige zorg. Extramuraal betekend zorg op een locatie, dit kan ‘thuis’ zijn of in een (geclusterde) woonvorm waarbij de huisarts zelf nog de behandeling uitvoert. Geclusterde woningen Woonvormen die bestaan uit minimaal 12 zelfstandige wooneenheden, bedoeld voor met name 55-plussers, waarbij een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte aanwezig is of direct aan het gebouw grenst (en technisch verbonden is). Deze woonvormen zijn niet intramuraal (dus geen verpleeghuizen), maar kunnen wel zorg- of servicediensten aanbieden Housing First Is een aanpak binnen de hulpverlening aan dak- en thuislozen waarbij het uitgangspunt is dat mensen eerst een vaste, veilige woonplek krijgen zonder dat daar voorwaarden aan verbonden zijn. Housing First: eerst een woning, dan pas werken aan andere problemen.
Inbreidingslocaties/ ontwikkeling Een inbreidingslocatie is een plek binnen een bestaand stedelijk gebied waar nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, zoals woningbouw of herontwikkeling van bestaande functies. Inbreiding richt zich op het optimaal benutten van de bestaande ruimte. Integraal Integraal houdt in dat meerdere opgaven in het gebied in samenhang worden aangepakt. Het gaat er vooral om dat betrokken partijen hun eigen taak zo goed mogelijk uitvoeren, dat ze weten wat anderen doen, elkaar respecteren en daar waar nodig onderling afstemming organiseren. Intramuraal Wonen en zorg zijn gecombineerd. De cliënt verblijft in de instelling en ontvangt daar ook de zorg. Jongeren Personen in de leeftijdscategorie van 20 tot 30 jaar. Nultredenwoning (Levensloopbestendige woning) Is een woning die volledig toegankelijk is zonder het gebruik van trappen of hoge drempels. Dit type woning is ontworpen met het oog op toegankelijkheid en mobiliteit, vooral voor mensen met een fysieke beperking, ouderen of mensen die gebruik maken van een rollator of rolstoel.
37
Kenmerken van een nultredenwoning: • Alle essentiële ruimtes (woonkamer, keuken, toilet, badkamer en minimaal één slaapkamer) bevinden zich op dezelfde woonlaag. • Geen drempels hoger dan 20 mm bij deuren. • Toegang zonder trap vanaf buitenaf. • Rolstoeltoegankelijke entree. • Bij appartementen is een lift verplicht om als nultredenwoning te worden aangemerkt. Middenhuur Een middenhuur woning heeft een aanvangshuur van minimaal € 900,07 en maximaal € 1.184,82 per maand (prijspeil 2025). We volgen gedurende de looptijd van dit volkshuisvestingsprogramma de landelijke aanpassingen van deze grens. Sociale huur Binnen de sociale huur gelden vier huurprijsgrenzen: - de kwaliteitskortingsgrens (huurprijs tot € 477,20), - de eerste aftoppingsgrens (huurprijs van € 477,20 tot € 682,96), - tweede aftoppingsgrens (huurprijs van € 682,96 tot € 731,93) - de liberalisatiegrens (huurprijs t/m € 900,07). Dit zijn de geldende grenzen in 2025. We volgen gedurende de looptijd van dit volkshuisvestingsprogramma de landelijke aanpassingen van deze grenzen. Starter Iemand die voor het eerst een woning huurt of koopt, vaak vanuit een onzelfstandige woonsituatie, zoals bij ouders inwonend of vanuit een kamer. Vrijesectorhuur Huurwoning met een huurprijs boven de huur grens van € 1.184,83 per maand (prijspeil 2025).
We volgen gedurende de looptijd van dit volkshuisvestingsprogramma de landelijke aanpassingen van deze grens. WWS-punten Wws punten zijn onderdeel van het Woningwaarderingsstelsel (WWS) in Nederland. Dit systeem bepaalt hoeveel huur een verhuurder maximaal mag vragen voor een woning, op basis van de kwaliteit en kenmerken van die woning. Zorggeschikte woningen Zijn zelfstandige, rolstoelgeschikte, nultredenwoningen die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Ze zijn ontworpen om alle vormen van Wlz-zorg (Wet langdurige zorg) te kunnen leveren.
38
Bijlage 1: Conclusies woningmarktonderzoek 2025 De demografische prognoses laten zien dat de gemeente Aalten de komende jaren te maken krijgt met een groei van het aantal huishoudens afhankelijk van het scenario. In het realistische scenario neemt het aantal huishoudens tot 2035 met ongeveer 380 toe. Waarna een daling inzet door vergrijzing en ontgroening. In het optimistische scenario groeit de gemeente met ongeveer 1.136 huishoudens tot 2035. Waarbij krimp op langere termijn uitblijft. De demografische ontwikkeling wordt vooral bepaald door de combinatie van een negatief geboorteen sterftecijfer enerzijds en verhuisdynamiek en migratie anderzijds. Op korte termijn leidt dit tot groei. Op langere termijn kan dit beeld omslaan, tenzij migratie sterk toeneemt in de toekomst. Tegelijkertijd staat de woningmarkt onder druk. Er is sprake van een acuut tekort van ongeveer 100 koopwoningen. Vooral in het segment tussen €250.000 en €400.000. Een segment dat juist voor starters en middeninkomens van groot belang is. Daarnaast zijn er tekorten in het duurdere segment. Doorstromers, zoals gezinnen, worden hierdoor beperkt in hun volgende stap (bijv. ruimer wonen). In dit duurdere segment komen bovendien relatief weinig woningen vrij door de beperkte verhuisgeneigdheid van 45-plussers en ouderen.
Wat ten dele het gevolg is van een tekort aan levensloopbestendig woningaanbod in de juiste prijsklasse en op de juiste locatie. Tot slot zijn er ook signalen van tekorten binnen de sociale huursector. Deze tekorten zijn wegens gebrek aan data niet gekwantificeerd. Het realistische en optimistisch groeiscenario vanuit de woningbehoefte onderzoek komt uit op een bruto bouwopgave van 803 woningen tot en met 2035 en 935 tot en met 2040. Na een correctie voor herstructurering (door veelal het levensloopbestendig maken van bestaande woningen) resteert een netto opgave van 408 woningen tot en met 2035 en 381 tot en met 2040. Echter in dd Woondeal 1.1. hebben we een ambitieniveau van 900 woningen. De kwalitatieve vraag richt zich vooral op goedkope en middel dure huurwoningen, middel dure en en beperkt aantal duurdere koopwoningen en in toenemende mate op woningen die levensloopbestendig gebouwd kunnen worden. We gaan uit van een hogere groei omdat de hogere bouwopgave uit de woondeal als uitgangspunt is genomen. En komt uit op een bruto bouwopgave van 900 woningen tot en met 2035 en ongeveer 1.200 woningen tot en met 2040. Als de transformatieopgave, zoals deze verder uitgebreid wordt beschreven in het onderzoek over bestaande woningen wordt gerealiseerd, resteert een netto opgave van 808 woningen tot en met 2035 en 984 woningen tot en met 2040.
De kwalitatieve vraag die we met dit scenario hebben berekend richt zich sterker op het realiseren van een evenwichtige woningmarkt op de langere termijn. Door naast betaalbare huur- en koopwoningen ook een substantieel aandeel in het middel dure en duurdere segment op te nemen. Wanneer we de prognose en het acuut tekort koopwoningen samenvoegen ontstaat een netto bouwopgave van 915 woningen en een bruto bouwopgave van 1.055 woningen. De gemeente beschikt over een plancapaciteit van 1.017 woningen. Daarmee is de capaciteit in kwantitatieve zin in balans met de totale opgave van ongeveer 1.055 woningen. Een groot deel van de plancapaciteit bestaat uit zachte plannen. Zachte plannen zijn ideeën voor woningbouw en kunnen wegvallen of aanzienlijke vertraging oplopen. Daarom is het wenselijk om meer ideeën voor woningbouw te ontwikkelen om het aantal woningen uit de woondeal uiteindelijk te kunnen @realiseren. Daarbij bevat de plancapaciteit een relatief groot aandeel sociale huur waarmee naar verwachting ook een deel van de (door ons niet bereken-de) acute tekorten aan sociale huurwoningen wordt opgevangen. Dit acute tekort sociale huurwoningen is dus niet meegenomen in de bruto bouwopgave van 1.055 woningen.
39
Kwalitatief vallen in de plancapaciteit enkele aandachtspunten op en deze zijn indicatief. Zo is de transformatieopgave binnen de gemeentelijke plancapaciteit mogelijk beperkt in verhouding tot de prognose volgens de woondeal. Ook het aandeel wonen met zorg blijft in de plancapaciteit achter: er zijn 39 woningen opgenomen terwijl de verwachte behoefte volgens de prognose op 74 ligt. De impact van de vergrijzing en de vraag naar levensloopbestendige woningen en wonen met zorg is daarmee volgens ons in de plancapaciteit nog niet voldoende meegenomen. Daarnaast is het aandeel middel dure en dure huurwoningen en het aantal koopwoningen in het hogere segment relatief laag binnen de gemeentelijke plancapaciteit waardoor een deel van het actuele probleem (starters op de markt) wordt opgelost maar de doorstroming in de markt onder druk blijft staan. De 900 woningen over de verschillende kernen zijn naar ratio verdeeld. Hiermee doen we recht aan een evenredigheid qua bouwproductie naar iedere kern en maken daarin geen onderscheid.
40
Bijlage 2: Woonwensenonderzoek gemeente Aalten Woning en woonomgeving Ruim driekwart van de respondenten woont in een koopwoning. Respondenten die aangeven bij ouders/verzorgers te wonen zijn vrijwel allemaal jonger dan 35 jaar. Nagenoeg driekwart van deze respondenten wil (heel) graag het huis uit. Respondenten wonen vooral in een vrijstaande woning, 2onder-1 kap of een rijwoning. Oudere respondenten wonen in verhouding vaker in een appartement. Het overgrote merendeel van de respondenten woont al langer dan 10 jaar in de gemeente of is er geboren en getogen. De betaalbaarheid van het wonen en de bouw van nieuwe woningen zijn volgens de respondenten de voornaamste dingen waarop nadruk gelegd moet worden als het gaat om wonen. Jongere respondenten noemen in verhouding vaker de betaalbaarheid van het wonen, oudere respondenten vaker het wonen met zorg / langer zelfstandig wonen. De locatie en de prijs worden het vaakst genoemd als belangrijk aan een woning, gevolgd door de grootte van de woning en de mate van privacy. Jongere respondenten noemen in verhouding vaker de prijs en tuin, oudere respondenten noemen vaker het energieverbruik van de woning. Respondenten noemen vooral de mate van rust/privacy, hoeveelheid groen in directe omgeving en afstand tot supermarkten, winkels als belangrijk aan de woonomgeving.
Jongere respondenten noemen in verhouding vaker de afstand tot scholen, oudere respondenten de afstand tot supermarkten en winkels. De meest genoemde belangrijkste functie van het buitengebied volgens de respondenten is landbouw/agrarische sector. In verhouding zeggen oudere respondenten iets vaker landbouw/agrarische sector belangrijk te vinden, jongere respondenten noemen iets vaker wonen. Respondenten uit de kleinere kernen en het buitengebieden noemen in verhouding vaker het wonen als belangrijke functie van het buitengebied. De meest genoemde belangrijkste punten van het wonen in de woonplaats van de respondenten zijn natuurgebieden in de buurt, de manier hoe mensen in het leven staan en het gevoel van veiligheid. In verhouding zeggen respondenten uit de kleinere kernen en het buitengebied vaker de manier hoe mensen in het leven staan belangrijk te vinden. Oudere respondenten noemen in verhouding vaker voldoende zorg- en welzijnsvoorzieningen, jongere respondenten noemen vaker dichtbij familie wonen. Meest genoemd belangrijkste negatieve punt aan het wonen in de woonplaats van de respondent is de slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, circa een derde zegt dat er geen negatieve punten zijn. De slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer wordt met name door respondenten buiten de kern Aalten genoemd als belangrijk negatief punt.
Jongere respondenten noemen in verhouding vaker de slechte bereikbaarheid met openbaar vervoer en te weinig voorzieningen.
41
Verhuizen Twee op de drie respondenten denkt er op dit moment niet over na om (over een tijd) te verhuizen. Eén op de zes zegt er nu over na te denken, maar dat dit (nog) niet lukt door bijvoorbeeld financiële redenen of omdat er geen geschikte woning is. Respondenten jonger dan 35 jaar geven in verhouding het minst vaak aan er op dit moment niet over na te denken om (over een tijd) te verhuizen. Voor een groot deel van de respondenten die erover nadenken om (over een tijd) te verhuizen, is de woning de belangrijkste reden. In verhouding zeggen respondenten jonger dan 55 jaar vaker dat de woonomgeving de belangrijkste reden is om te verhuizen. Respondenten die aangeven dat hun woning de belangrijkste reden is om te verhuizen, geven vooral aan dat de woning te groot is of dat er een te grote of bewerkelijke tuin is. Nagenoeg één op de drie respondenten met een persoonlijke reden om te verhuizen noemt dat hun gezondheid een reden is. Van de respondenten die aangeven dat hun woonomgeving een reden is om te verhuizen noemen veel de overlast door buurtbewoners en dat ze van een kern/plaats naar het buitengebied willen. Een derde van de respondenten die erover nadenken om (over een tijd) te verhuizen heeft gezocht via verhuur- en/of verkoopwebsite(s), vier op de tien van deze groep heeft nog geen stappen gezet.
Jongere respondenten zeggen in verhouding vaker gezocht te hebben via verhuur- en/of verkoopwebsites en oudere respondenten hebben zich vaker ingeschreven bij een woningcorporatie. Het overgrote merendeel van deze groep wil graag wonen in de kern of het buitengebied waar ze nu wonen, ongeveer één op de zes wil buiten de gemeente Aalten wonen. In verhouding willen respondenten tussen 45-54 jaar het vaakst buiten de gemeente Aalten wonen. Binnen alle kernen/plaatsen/gebieden in de gemeente wil de grootste groep respondenten het liefst in de kern of het buitengebied wonen waar ze nu wonen. De voornaamste redenen waarom respondenten in de gemeente willen blijven wonen is omdat ze hier zijn geboren en getogen en omdat ze in de buurt van vrienden/familie willen wonen. Jongere respondenten willen in verhouding vaker in de gemeente blijven wonen omdat ze er geboren en getogen zijn, oudere respondenten noemen vaker de natuur en omgeving prettig te vinden. Een groot deel van deze respondenten zegt bij voorkeur in een vrijstaande woning te wonen. Ook een 2-onder-1 kap wordt vaak genoemd. Middeldure koopwoningen en sociale huurwoningen worden het vaakst genoemd als passend binnen de financiële mogelijkheden. Jongere respondenten noemen in verhouding vaker de sociale huur- en koopwoningen en middeldure huurwoningen.
Verduurzamen en levensloopbestendigheid Ongeveer zes op de tien respondenten heeft geen interesse om de huidige woning (verder) te verduurzamen, vooral omdat men dit al zegt te hebben gedaan. De kosten, en het verwachten de
42
voordelen niet meer mee te maken zijn de voornaamste redenen waarom men geen interesse heeft in (verder) verduurzamen. Specifiek advies voor de woning en hulp bij subsidies worden het vaakst genoemd als helpend bij het wel (verder) verduurzamen van de woning. Ongeveer driekwart van de respondenten kent het Energieloket Achterhoek, één op de zeven heeft er gebruik van gemaakt. Nagenoeg één op de drie respondenten zegt in de woning te kunnen blijven wonen als ze ouder worden of als gezondheid achteruitgaat, zonder dat er aanpassingen nodig zijn. In verhouding zeggen met name respondenten van 75 jaar en ouder in de woning te kunnen blijven wonen zonder dat er aanpassingen nodig zijn. Respondenten hebben vooral hulp bij het onderhoud van de woning (en tuin) nodig en noemen dat alles in de woning makkelijker bereikbaar moet zijn om er zelfstandig te kunnen blijven wonen. In verhouding zeggen oudere respondenten iets vaker niets nodig te hebben om goed zelfstandig in de woning te kunnen (blijven) wonen. Als men zou moeten verhuizen naar een andere woning vanwege gezondheid, dan willen respondenten vooral naar een levensloopbestendige woning. In verhouding zeggen jongere respondenten iets vaker te willen wonen met familie als ze moeten verhuizen door hun gezondheid.
Ruim de helft van de respondenten denkt dat de gemeente de beste tijdige verhuizing van senioren naar levensloopbestendige woningen kan stimuleren om te zorgen dat men steeds langer zelfstandig kan wonen. Ruim zes op de tien respondenten zegt dat de bewoners in de buurt (zeer) betrokken zijn. In verhouding zeggen respondenten uit de kleinere kernen en het buitengebied vaker dat buurtbewoners (zeer) betrokken zijn. Woningtypen en woonvormen Volgens respondenten is er in de gemeente Aalten vooral een tekort aan sociale huurwoningen, levensloopbestendige woningen en betaalbare rij- of hoekwoningen. Oudere respondenten zeggen in verhouding vaker dat er behoefte is aan levensloopbestendige woningen, jongere respondenten noemen vaker betaalbare rij- of hoekwoningen. Van de nieuwe woonvormen die ontstaan, zegt vier op de tien dat een woonvorm waarbij ouderen en jongeren samenwonen hen het meeste aanspreekt. In verhouding zeggen vooral ouderen dat de woonvorm waarbij ouderen en jongeren samenwonen hen aanspreekt, jongere respondenten noemen vaker dat wonen met familie of wonen met vrienden hen aanspreekt.
43
Bronnen Beleidsregel beschermd wonen gemeente Aalten BNL-rapportage woningbouw. Woningbouw Achterhoek. Belemmeringen en kansen. Bouwend Nederland. 2025. Collega’s Mens en Samenleving en Ruimtelijke Ordening Concept Regionale Huisvestingsverordening 2025 Concept Regionale afspraken evenredige verdeling aandacht groepen 2025 Concept wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting 2025 Concept Regionale Achterhoekse aanpak wonen, welzijn, zorg 2025-2035 Dorps(ontwikkelings)plan Bredevoort 2025-2035: Toekomst maak je samen. Juni 2024. Bijlage: inventarisatie actiepunten. Dorps(ontwikkelings)plan De Heurne 2024-2034: Loat ow heuren veur De Hurne. Bijlage: inventarisatie actiepunten. Enquête Moventum Klimaatadaptatiestrategie Gemeente Aalten 2023 Handreiking Toekomstbestendig Bouwen, Provincie Gelderland Nota sociaal domein 2021 Ontwerpprincipes om netbewust te bouwen, Provincie Gelderland e.a.
Prestatieafspraken Regionale meerjarige De Woonplaats 2026-2029 Prestatieafspraken Uitvoerings agenda De Woonplaats 2026-2027 Programma ‘Een thuis voor iedereen’ 2025 Projectplan: Toekomstbestendige buurten voor ouderen in Aalten & Dinxperlo 2025 Projectplan: samen voor later oude IJssel streek regiodeal 2025 Regionale samenwerking urgentie verordening/ huisvestingsverordening 2025 Regionaal actie plan dak- en thuislozen 2025 Water-, Riolerings- en Klimaatprogramma Gemeente Aalten 2025-2030, mei 2025 Woningbehoefte onderzoek Tellers en Benoemers 2025 Woondeal 2025-2034, Geactualiseerde afspraken over woningaantallen, betaalbaarheid en randvoorwaarden, 17 april 2025 Woonvisie gemeente Aalten 2020-2025 Woon- en Vastgoedmonitor 2025 Woningvoorraad bronnen: Statistisch Zakboek Gelderland - 2. Wonen en Ruimte - Aalten, De Woonplaats, KadastraleKaart.com, Gemeente Aalten.
44
Reactie op advies VHP SR van 12-01-2026 Uw advies voor het beoogde Volkshuisvestingsprogramma (VHP) hebben we in goed orde ontvangen. Goed om te vernemen dat met dit advies wordt beoogd het VHP te versterken op uitvoerbaarheid, realisme en maatschappelijke impact. Door samen de focus, fasering en regionale samenwerking te bewerkstelligen kan de gemeente Aalten de ambities waarmaken en tegelijkertijd inspelen op veranderende omstandigheden. Uw adviezen betrekken wij bij de verdere uitwerking van het VHP en de nog op te stellen uitvoeringsagenda. Hierna vindt u onze antwoorden op uw adviespunten.
Advies en opvolging per aandachtspunt 3.1 Uitvoeringskracht en capaciteit. Knelpunt: Ambities overstijgen mogelijk de beschikbare capaciteit en middelen. • Jaarlijkse prioritering van kernopgaven binnen de uitvoeringsagenda. Leg in een kort kader vast: welke doelen gaan vóór als er spanning is (bijv. eerst betaalbaarheid en aantallen, daarna extra kwaliteitseisen). ➢ Opvolging: Dit advies willen wij integraal overgenomen. • Maak per thema 3 à 5 hoofduitkomsten (bijv. “x-betaalbare woningen”, “y-zorggeschikte woningen”) en label overige acties expliciet als “nice to have”. ➢ Opvolging: Dit is al in het VHP opgenomen vanuit de Woondeal 1.1. en de Visie op Wonen en zorg welke beide integraal zijn opgenomen in het VHP. • Programmatische aansturing van wonen met duidelijke regie en mandaat. ➢ Opvolging: Programmatische aansturing vindt al plaats middels de regietafel Wonen van de gemeente met het mandaat voor de wethouder Wonen. • Intensivering van regionale samenwerking en gedeelde capaciteit. ➢ Opvolging: Binnen de acht gemeenten in de 8RHK is de intensieve samenwerking al duidelijk zichtbaar en wordt waar nodig geïntensiveerd. Capaciteit, kan waar dat kan, gedeeld worden al dan niet extra ingehuurd worden in samenspraak met o.a. de provincie Gelderland. • Actieve inzet richting provincie en Rijk voor structurele middelen.
➢ Opvolging: We hebben continue een actieve houding richting provincie en het Rijk voor structurele middelen zowel op bestuurs- als ambtelijk niveau. Dit blijven we continueren. 3.2 Afhankelijkheid van zachte plannen. Knelpunt: Groot aandeel zachte plannen maakt woningbouwproductie onzeker. • Vastleggen van het vergroten van het aandeel harde plannen als sturingsdoel. Stel een hardeplannen-doel: bijvoorbeeld “in 2028 is minimaal 60% van de plancapaciteit hard”. ➢ Opvolging: Wij volgen dit al jaren op de voet middels monitoring, afstemming in de regiegroep Wonen met betrokken projectleiders, verantwoordelijke bestuurlijke portefeuillehouder en Wonen. We sturen continue om plannen hard te maken. Echter absolute percentages zijn hiervoor niet af te geven omdat projecten afhankelijk zijn van vele externe factoren die we niet altijd kunnen beïnvloeden. Los daarvan blijven we ons inzetten om meer harde plannen te hebben. • Leg in de uitvoeringsagenda acties vast om plannen te versnellen: actief grondbeleid, versimpeling procedures, prioritering capaciteit op projecten met snelle realisatie.
➢ Opvolging: actief grondbeleid zijn we verder aan het uitbreiden, versimpeling van procedures is gestart met de 8RHK-deal ‘AI als versneller’ en prioritering wordt door de wethouder en het MT vastgesteld in samenwerking met de regietafel Wonen. • Inrichten van een planversnellingsteam (waarin onder meer architecten en aannemers). ➢ Opvolging: In de plannen die we maken nemen we initiatiefnemers, architecten en aannemers al mee. • Actiever grondbeleid op strategische locaties. ➢ Opvolging: Voor zover mogelijk doen we dat al zonder direct in de openbaarheid te komen, maar wel de raad informerend. • Ontwikkelen van alternatieve (reserve)locaties. ➢ Opvolging: Daar werken we op dit moment al aan door een verkennend onderzoek uitleg locaties. 3.3 Weinig concrete monitoring. Knelpunt: Per thema ontbreken nog duidelijke Kritische Prestatie Indicatoren Advies: • Definieer indicatoren per thema (bv. aantal extra sociale huur, middenhuur, levensloopbestendige woningen, woningen voor aandachtsgroepen) met jaartallen. ➢ Opvolging: Deze indicatoren liggen al vast in de Woondeal 1.1. van 2025-2035 en in het VHP. • Neem een vast format op voor de jaarlijkse rapportage: per indicator: huidige stand, trend, en voorgestelde bijsturing. ➢ Opvolging: Deze rapportage hebben we inzichtelijk met onze eigen Monitor Wonen gemeente Aalten met een Power BI. 3.4 Balans betaalbaarheid en duurzaamheid.
Knelpunt: Hoge duurzaamheidsambities kunnen betaalbaarheid en snelheid onder druk zetten. • Differentieer kwaliteitsniveaus: basisniveau (wettelijk + beperkt extra) voor betaalbare segmenten, hoger ambitieniveau alleen waar de businesscase dat toelaat. Differentiatie in duurzaamheidsambities per woningsegment. ➢ Opvolging: Dit is niet exact aan te geven maar middels het ambitie niveau van het VHP wordt dit bij elke project getoetst c.q. gedifferentieerd. • Onderzoek gericht: waar kan conceptueel/industrieel bouwen, kleinere kavels en compacter bouwen de meerkosten van duurzaamheid compenseren, en leg die keuzes vast in het uitnodigingskader. ➢ Opvolging: Dit onderzoeken en voeren we uit op dit moment met als voorbeeld 1e Broekdijk Aalten waar we woningen bouwen vanuit de Bouwstroom Oost. Kleinere kavels en compact bouwen zijn op dit moment al aangegeven voor nieuwe ontwikkelingen als bijvoorbeeld ’t Beggelder, Slingeplas en andere projecten. Het uitnodigingskader wordt in 2026 bijgesteld naar aanleiding van het vaststellen van het nieuwe VHP. • Toetsing op totale woonlasten in plaats van alleen investeringskosten. ➢ Opvolging: Dit is een zeer waardevolle suggestie, maar niet uitvoerbaar. De woonlasten worden voor een groot gedeelte ook bepaald door nutsvoorzieningen en het gebruik daarvan. Die hebben we als gemeente niet in de hand anders dan preventief hierop te sturen.
• Stimuleren van conceptueel en gestandaardiseerd bouwen. ➢ Opvolging: Zeer zeker van belang en dat doen we op dit moment met o.a. 1e Broekdijk te Aalten met 10 woningen vanuit de Bouwstroom Oost met De Woonplaats als eigenaar.
• Maximaal benutten van subsidies en cofinanciering. ➢ Opvolging: Daar waar dat mogelijk is zullen we dat zeker benutten ook met de ervaringen die we tot nu toe hebben. 3.5 Doorstroming van ouderen. Knelpunt: Lage verhuisbereidheid beperkt doorstroming op de woningmarkt. • Structurele inzet van verhuiscoach en begeleiding. ➢ Opvolging: Dit is op dit moment lopend met een mogelijkheid tot verdere doorzetting hiervan. • Onderzoek naar financiële en praktische verhuisprikkels. ➢ Opvolging: Dit zouden we inderdaad kunnen onderzoeken en zullen dat dan ook gaan doen. • Voorrang voor ouderen bij passende woningen binnen de eigen kern. ➢ Opvolging: Bij sociale huurwoningen zijn wij afhankelijk van het toewijzingssysteem en beleid van woningcorporatie De Woonplaats. Bij koopwoningen kunnen wij dat niet vanwege het Didam-arrest, een uitspraak van het Hoge Gerechtshof dat wij dit openbaar moeten aanbesteden. • Actieve bewustwording gericht op tijdig toekomstbestendig wonen. ➢ Opvolging: Dit zullen wij verder oppakken in regionaal verband evenals met de provincie. Overigens lopen hier al programma’s op vanuit de provincie. • Ontwikkel een visie op doorstroming van de woningmarkt. Onder het mom “Voor elke leeftijdsfase een passende woning”. Een starter zal uiteindelijk doorstromen naar een grotere woning, bijvoorbeeld een appartement en dan naar een eengezinswoning.
Tenslotte naar een woning voor ouderen, bijvoorbeeld door het creëren van zogenaamde “Hofjes”. Creëer beleid hoe deze transitie vormgegeven kan worden. ➢ Opvolging: Die visie hebben we ontwikkeld in ons VHP getiteld ‘Doorstroming’. 3.6 Binding van starters en jongeren. Knelpunt: Beperkt aanbod en trage realisatie leiden tot vertrek van jongeren. • Versneld realiseren van (tijdelijke) kleinschalige en flexibele woonvormen. ➢ Opvolging: Daar waar dat mogelijk is zullen we dat zeker doen. In alle projecten is daar aandacht voor en leidt ook tot daadwerkelijke woonvormen als ook 1- en 2persoonhuishoudens. • Expliciet labelen van woningen voor starters en jongeren. ➢ Opvolging: Dit vindt op dit moment al plaats. • Structurele betrokkenheid van jongeren bij woningbouwplannen. ➢ Opvolging: Dit hebben we opgenomen in ons VHP. • Koppeling van wonen aan werk, voorzieningen en bereikbaarheid. ➢ Opvolging: Deze koppeling gaat verder dan het VHP. Daar waar we vanuit Wonen de koppelingen kunnen maken en versterken zullen we dat zeker doen. • Betrek het bedrijfsleven bij het creëren van arbeidsplaatsen toegesneden op de behoefte. ➢ Opvolging: Deze koppeling gaat verder dan het VHP. Daar waar we vanuit Wonen de koppelingen kunnen maken en versterken zullen we dat zeker doen.
Tenslotte: Aandachtsgroepen en draagvlak • Werk per kern een ruimtelijk-programmatische vertaling uit: aantallen, type woonvorm, voorkeurslocaties, bij voorkeur in samenhang met dorpsvisies.
➢ Opvolging: In het VHP zijn de reeds ontwikkelde dorpsvisies al opgenomen. Bij de verdere uitwerking van ruimtelijke programmatische plannen worden deze visies al meegenomen en uitgewerkt in woonplannen in samenspraak met belangenorganisaties en inwoners. • Koppel aan ieder project voor aandachtsgroepen een participatie- en communicatieplan (informatiebijeenkomsten, klankbordgroepen, beheerafspraken) om draagvlak en sociale inbedding expliciet te organiseren. ➢ Opvolging: Dit is zeker interessant om dit te organiseren en hebben ook goede ervaringen met het project ‘Omzien naar elkaar’ en vraagt om een vervolg. Wij hechten waarde aan participatie binnen projecten en geven hier ook uitvoering aan. • Geef aan particuliere initiatieven maximale ruimte. ➢ Opvolging: Daar waar dat kan geven we ze de optimale ruimte.