A2. Raadsmededeling 136-2025 Eindproducten project 'Water en Bodemsturend' en uitkomsten Bovenregionale Stresstest
Tekst van het document
BEDRIJFSZONE XL
€€ / €€€
specifieke maatregelen
4.6 TERPBOUW
19
VOORDELEN - Voorkomt het binnendringen van water bij wateroverlast en
OMSCHRIJVING
schade aan infrastructuur en woningen bij overstromingen.
Bouwen op terpen is een eeuwenoude manier om de woning
Wel zal er rekening moeten worden gehouden met de
te beschermen tegen hoogwater. De woning wordt aangelegd
infrastructuur van/naar de woning bij overstroming;
op een kunstmatig opgehoogde heuvel, waardoor er geen
- Voorkomt daarnaast ook nattigheid bij hoge
wateroverlast is bij een overstroming. Deze maatregel gaat over het kleinschalig toepassen van ophogingen (alleen de voet van
grondwaterstanden.
woningen) met een gesloten grondbalans. Door de toepassing
NADELEN
op kleine schaal en met een gesloten grondbalans wordt het
- Het is lastig om deze maatregel in de toekomst uit te
watersysteem niet aangetast en vindt er geen afwenteling van
breiden, wanneer er bijvoorbeeld nog hogere waterstanden
wateroverlast plaats.
zullen optreden. Er moet daarom goed worden nagedacht op welke hoogte er wordt aangelegd.
RANDVOORWAARDEN
- De toegankelijkheid van je woning is minder goed dan bij een
Er moet rekening worden gehouden met een gesloten
woning op het maaiveld. Voor langdurige overstromingen in
grondbalans, zodat deze maatregel het watersysteem niet
Nederland is deze oplossing daardoor minder geschikt.
aantast. Dit kan bijvoorbeeld door grond te gebruiken die vrijkomt bij het graven van watergangen.
Fig. 22 Historische terpwoningen, Marken (bron: Taco Witte)
Fig. 23 Terpwoning, Almere (bron: Landschappelijk wonen)
Effectiviteit Maatregel
Type
Schaal
Koppelkans Investering
differentiatie differentiatie maatregelen differentiatie per maatregelen schaal vanper maatregelen deschaal ontwikkeling vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
terpbouw (4.6)
woningen + XS
bedrijven
XS
S XS
S
M S
M
L M L XL L XL +++ XL +++ ++
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 <woningen 3 woningen 3 tot 10 woningen 10 tot 30totwoningen 10 woningen 10 tot 30 30 woningen tot 100totwoningen 30 30 woningen tot 100 woningen > 100 30 woningen tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen
Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen INDIVIDUELE KAVEL
Bedrijven
BEDRIJFSWONING Bedrijven BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF Bedrijven
< 1 HA
ERF INDIVIDUELE KAVEL
ERF
BUURTSCHAP ERF
BUURTSCHAP
L WIJKBUURTSCHAP
L WIJK
XL WIJK L WIJK
XL WIJK
< 1 HA 1 - 10 HA < 1 HA 1 - 10 HA 10 - 201HA - 10 HA 10 - 20 HA20 - 5010HA- 20 HA20 - 50 HA > 5020 HA- 50 HA > 50 HA WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF L BEDRIJFSZONE WIJKBEDRIJF L BEDRIJFSZONEBEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL
XL WIJK
> 50 HA BEDRIJFSZONE XL
€ / €€
+
20
B O U W S T E N E N B O E K · WAT E R- E N B O D E M S I G N A L E R I N G S K A A RT
4.7 WADI’S
- Wadi’s zijn goed te combineren met andere functies
RANDVOORWAARDEN
OMSCHRIJVING Een wadi is een tijdelijke waterberging in het stedelijk gebied.
Wadi’s zijn minder effectief op plekken waar hoge
in de openbare ruimte zoals speelvoorzieningen en
grondwaterstanden voorkomen. Wadi’s hebben namelijk
ontmoetingsplekken.
minder bijdrage in de waterbergende functie voor
Het Arabische woord is in Nederland een afkorting van Water
hemelwater als ze al gevuld zijn met grondwater. Bij hoge
Afvoer Drainage en Infiltratie. Een wadi bergt regenwater en
grondwaterstanden kan de toepassing van een kleine betonnen
zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond.
goot voorkomen dat wadi’s wat vies en modderig worden.
Zo helpt de wadi tegen wateroverlast en droogte. De wadi
VOORDELEN
infrastructuur onder om het water te bergen en af te voeren,
- Door wadi’s aan te leggen komt er meer groen in de
is aangesloten op het riool. Zo wordt inundatie vanuit de wadi
- Wadi’s hebben een filterlaag waardoor afstromend
vervuiling moet regelmatig worden verwijderd; maaien van gras en andere vegetatie, en het opruimen van - Wadi’s vragen relatief veel ruimte voor de waterberging die ze leveren
regenwater wordt gezuiverd.
voorkomen.
van tijd een opstapeling van vervuiling ontstaan. De
afval.
buitenruimte in plaats van verharding.
Wadi’s zijn uitgerust met een overstortvoorziening (slokop) die
- Door de zuiverende werking van een wadi kan er in verloop
- Wadi’s vragen om regelmatig onderhoud. Bijvoorbeeld het
heeft verschillende functies in het stedelijk gebied. Vaak zit er zoals infiltratiekratten, granulaatkorrels en drainbuizen.
NADELEN
- Door de wadi natuurvriendelijk in te richten (met
- Wadi’s kunnen bij zeer hoge grondwaterstanden modderig
bijvoorbeeld verschillende kruiden en bloemmengsels),
zijn en een wat vieze uitstraling hebben. Door de toepassing
wordt er gezorgd voor betere doorworteling van de bodem,
van een kleine betonnen goot in het laagste deel van de wadi
een verhoging van de bodemactiviteit en een verhoogde
kan dit worden voorkomen.
biodiversiteit.
Fig. 24 Droge beplante wadi, Crowthorne (bron: Macgregor Smith)
Fig. 25 Natte wadi met goot, Crowthorne (bron: Macgregor Smith)
Effectiviteit Maatregel
Type
Schaal
Koppelkans Investering
differentiatie differentiatie maatregelen maatregelen per differentiatie schaal vanper differentiatie maatregelen deschaal ontwikkeling vandifferentiatie per maatregelen de ontwikkeling schaal vanper maatregelen deschaal ontwikkeling vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
wadi’s (4.7)
XS
woningen +
XS
S XS
S XSM S XSM S L M S L MXL L MXL L
bedrijven
XL XL +++
XL L
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen <103 tot woningen 303 tot woningen 10 <woningen 103tot woningen 303 woningen tot 30 10 tot woningen 100 10 tot woningen 3030 totwoningen tot 10 100 woningen 10 woningen tot>30 10030 woningen woningen tot 100tot > woningen 30 10030 woningen woningen tot 100 woningen > 100 30 woningen tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen
Woningen Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen ERFINDIVIDUELE KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF L WIJK BUURTSCHAP ERFL WIJK BUURTSCHAP XL WIJK
Bedrijven
BEDRIJFSWONING Bedrijven
< 1 HA
L WIJKBUURTSCHAP XL WIJK
L WIJK
XL WIJK L WIJK
XL WIJK
XL WIJK
< 1 HA 1 - 10 HA< 1 HA 1 - 10 HA<10 1 HA - 20 1HA- 10 HA <101 HA - 20 HA 1 - 20 10 -HA 5010 HA- 201HA -20 10- HA 50 10 HA- >2050HAHA 20 - 5010HA->2050HAHA 20 - 50 HA > 5020 HA- 50 HA > 50 HA
> 50 HA
BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF WIJKBEDRIJF Bedrijven Bedrijven Bedrijven L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL
BEDRIJFSZONE XL
€
+ / ++
+ / ++
+
+ / +++
+ / +++
specifieke maatregelen
4 . 8 B O U W E N O P PA L E N ( PA A LW O N I N G E N )
21
VOORDELEN - De woning blijft droog wanneer er overstromingen plaatsvinden.
OMSCHRIJVING
- De ruimte onder de woning kan worden ingezet voor andere
Het bouwen van paalwoningen wordt gedaan zodat huizen
doeleinden.
bij een bepaalde inundatie droog blijven en water niet binnendringt. De ruimte tussen de palen onder de woning
NADELEN
kan worden gebruikt als deze ruimte overstromingsbestendig
- Er zal rekening moeten worden gehouden met de
is ingericht, bijvoorbeeld als parkeerruimte of tuin. Door te
infrastructuur en aanleg van kabels en leidingen van/naar de
bouwen op palen wordt schade in huis door overstromingen
woning bij overstroming. - Het is lastig om deze maatregel in de toekomst uit te
voorkomen. Deze bouwmethode wordt vaak toegepast in gebieden waar permanent (grond)water staat met een diepte
breiden, wanneer er bijvoorbeeld nog hogere waterstanden
die bij overstromingen verder kan toenemen.
zullen optreden. Er moet daarom goed worden nagedacht op welke hoogte er wordt aangelegd.
RANDVOORWAARDEN Dit kan worden toegepast bij nieuwbouw. Wel moet er rekening worden gehouden met de toegankelijkheid wanneer de situatie van hoogwater zich voordoet. Daarnaast zijn er aandachtspunten voor de aanleg van kabels en leidingen.
Fig. 26 Paalwoning in overstromingsgebied, Drongen (eA+ architecten)
Fig. 27 De steltwoningen (bron: Studio Marco Vermeulen)
Effectiviteit Maatregel
Type
Koppelkans
Schaal
Investering differentiatie differentiatie maatregelen differentiatie per maatregelen schaal vanper maatregelen deschaal ontwikkeling vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
bouwen op palen (paalwoningen) (4.8)
woningen + XS
bedrijven
XS
S XS
S
M S
M
L M L +++ XL L XL +++ XL +++
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 <woningen 3 woningen 3 tot 10 woningen 10 tot 30totwoningen 10 woningen 10 tot 30 30 woningen tot 100totwoningen 30 30 woningen tot 100 woningen > 100 30 woningen tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen
Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen INDIVIDUELE KAVEL
Bedrijven
BEDRIJFSWONING Bedrijven BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF Bedrijven
< 1 HA
ERF INDIVIDUELE KAVEL
ERF
BUURTSCHAP ERF
BUURTSCHAP
L WIJKBUURTSCHAP
L WIJK
XL WIJK L WIJK
XL WIJK
< 1 HA 1 - 10 HA < 1 HA 1 - 10 HA 10 - 201HA - 10 HA 10 - 20 HA20 - 5010HA- 20 HA20 - 50 HA > 5020 HA- 50 HA > 50 HA WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF L BEDRIJFSZONE WIJKBEDRIJF L BEDRIJFSZONEBEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL
XL WIJK
> 50 HA BEDRIJFSZONE XL
+
€€ / €€€
+
+
+ / ++
22
B O U W S T E N E N B O E K · WAT E R- E N B O D E M S I G N A L E R I N G S K A A RT
4.9 DRIJVEND BOUWEN
VOORDELEN - Klimaatbestendig, woningen zijn flexibel met het waterpeil.
OMSCHRIJVING
- Groot wateroppervlak dat piekbelastingen kan opvangen.
Drijvend bouwen vindt plaats op water. De fundering bestaat uit een drijflichaam of ponton en niet, zoals bij bouwen op
NADELEN
grond, uit zand of heipalen. Hierdoor bewegen drijvende
- Vraagt een andere ontwerpbenadering voor de ontsluiting
woningen mee met het waterpeil, ook als dit in de toekomst
van de wijk, aanleg van nutsvoorzieningen (wanneer het
verder daalt of stijgt. Dit maakt de woningen in beginsel zeer
waterpeil bijvoorbeeld te veel stijgt) etc.
klimaatadaptief. Daarbij stelt het grote wateroppervlak het gebied in staat om piekbelastingen op te vangen en te dienen als zoetwaterreservoir in tijden van droogte.
RANDVOORWAARDEN Drijvend bouwen vraagt om een heel andere ontwerpbenadering voor onder andere de verdeling land en water, de ontsluiting van de wijk, parkeeroplossingen, de openbare ruimte en de aanleg van nutsvoorzieningen. Daarnaast moet de waterkwaliteit van het water chemisch en ecologisch gezond blijven en mag er geen zwerfvuil ophopen.
Fig. 28 Woonboten Halfweg, Haarlemmermeer
Fig. 29 Woonboten, Utrecht
Effectiviteit Maatregel
Type
Schaal
Koppelkans Investering
differentiatie differentiatie maatregelen per maatregelen schaal vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
drijvend bouwen (4.9)
woningen + bedrijven Woningen
Bedrijven
XS
XS
S
S
M
M
XL +++L XL+++
L
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen 3 tot 10 woningen 10 tot 30 woningen 10 tot 30 30 woningen tot 100 woningen 30 tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen INDIVIDUELE KAVEL
INDIVIDUELE KAVEL
ERF
ERF
BUURTSCHAP
BUURTSCHAP
L WIJK
L WIJK
XL WIJK
XL WIJK
< 1 HA
< 1 HA 1 - 10 HA
1 - 10 HA 10 - 20 HA
10 - 20 HA20 - 50 HA
20 - 50 HA > 50 HA
> 50 HA
BEDRIJFSWONING Bedrijven
BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF
BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF
WIJKBEDRIJF L BEDRIJFSZONE
L BEDRIJFSZONE BEDRIJFSZONE XL
BEDRIJFSZONE XL
€€€
+
specifieke maatregelen
4.10 L I C HT O P H O O G M AT E R I A A L
23
VOORDELEN - Door het gebruik van licht ophoogmateriaal zal er minder
OMSCHRIJVING
zetting optreden dan met gebruik van bijvoorbeeld zand.
Om gebieden met een slappe, weinig draagkrachtige bodem
Hierdoor verzakken bijvoorbeeld gevels minder en zal er
bouwrijp te maken, worden deze gebieden veelal opgehoogd.
minder schade ontstaan aan wegen en nutsvoorzieningen;
Traditioneel wordt er zand aangebracht, maar dat brengt
- Doordat er minder opgehoogd hoeft te worden is dit ook
zettingsproblemen over velen jaren met zich mee. Door het
gunstig voor de grondbalans.
gebruik van licht ophoogmateriaal wordt de neerwaartse kracht van het ophoogmateriaal beperkt. Daardoor is er minder
NADELEN
zetting over de jaren en neemt de kans op toekomstige schade
- Afhankelijk van het type licht ophoogmateriaal kunnen er
af. Ook is meestal een kleinere voorbelastingsperiode nodig,
nadelen voor met milieu optreden. Zo voldoet bijvoorbeeld
waardoor sneller gebouwd kan worden.
schuimglas niet aan de Nederlandse uitloognormen en is piepschuim in de ondergrond geen duurzame
RANDVOORWAARDEN
materiaalkeuze. Bijvoorbeeld LECA (geëxpandeerde
Omdat ophoging op grote schaal in sommige gevallen tot
kleikorrels) of schuimbeton.
afwenteling kan leiden dient altijd eerst te worden bekeken
- Ophoging op grote schaal kan in sommige gevallen
of afwenteling kan optreden. Daarnaast dient afgewogen te
afwenteling van het probleem veroorzaken.
worden of ophoging echt noodzakelijk is of dat het wellicht op kleinere schaal kan worden opgelost (zie ook 4.6 terpbouw). Er zijn verschillende typen licht ophoogmateriaal. De draagkracht van de ondergrond bepaalt welk type de beste keuze is.
Fig. 30 Licht ophoogmateriaal, Diemen (bron: H&B Grondstoffen)
Fig. 31 Licht ophoogmateriaal, Zutphen (bron: H&B Grondstoffen)
Effectiviteit Maatregel
Type
Koppelkans
Schaal
Investering
differentiatie differentiatie maatregelen maatregelen per differentiatie schaal vanper differentiatie maatregelen deschaal ontwikkeling vandifferentiatie per maatregelen de ontwikkeling schaal vanper maatregelen deschaal ontwikkeling vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
licht ophoogmateriaal (4.10)
XS
woningen +
XS
S XS
+
S XSM S XSM S L M S L MXL L MXL L
bedrijven
XL L
XL
XL
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen <103 tot woningen 303 tot woningen 10 <woningen 103tot woningen 303 woningen tot 30 10 tot woningen 100 10 tot woningen 3030 totwoningen tot 10 100 woningen 10 woningen tot>30 10030 woningen woningen tot 100tot > woningen 30 10030 woningen woningen tot 100 woningen > 100 30 woningen tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen
Woningen Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen ERFINDIVIDUELE KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF L WIJK BUURTSCHAP ERFL WIJK BUURTSCHAP XL WIJK
< 1 HA Bedrijven
BEDRIJFSWONING Bedrijven
L WIJKBUURTSCHAP XL WIJK
L WIJK
XL WIJK L WIJK
XL WIJK
XL WIJK
< 1 HA 1 - 10 HA< 1 HA 1 - 10 HA<10 1 HA - 20 1HA- 10 HA <101 HA - 20 HA 1 - 20 10 -HA 5010 HA- 201HA -20 10- HA 50 10 HA- >2050HAHA 20 - 5010HA->2050HAHA 20 - 50 HA > 5020 HA- 50 HA > 50 HA
> 50 HA
BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF WIJKBEDRIJF Bedrijven Bedrijven Bedrijven L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE L BEDRIJFSZONE BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL BEDRIJFSZONE XL
BEDRIJFSZONE XL
++
€ / €€
24
B O U W S T E N E N B O E K · WAT E R- E N B O D E M S I G N A L E R I N G S K A A RT
4.11 LICHTGEWICHT BOUWEN
VOORDELEN - Tijd- en kostenbesparing;
OMSCHRIJVING
- Minder materialen nodig, dit is duurzamer;
Lichtgewicht bouwen betekent het toepassen van minder
- Lichtgewicht bouwsystemen bieden ook een betere warmte-
materiaal of het toepassen van een materiaal dat lichter van
isolatie;
gewicht is. Bijvoorbeeld het toepassen van elementenbouw,
- Hoe lichter de materialen, hoe meer ruimte er ontstaat voor
zoals staalskeletbouw, houtskeletbouw en staalframebouw in
mogelijk extra verdiepingen.
plaats van beton. Daarnaast kunnen ook wand-, vloer-, daken gevelelementen in lichtere uitvoeringen worden toegepast.
NADELEN
Deze systemen zijn vaak twee tot drie keer zo licht als
- Een houtskelet heeft kans op rotting of schimmelvorming en kan beperkingen hebben in akoestische isolatie en
traditionele stenen en betonnen systemen.
brandweerstand;
RANDVOORWAARDEN
- Bij lichtgewicht bouwen moet meer rekening worden
Bij lichtgewicht bouwen moet rekening worden gehouden met
gehouden met belasting.
de belasting. Afhankelijk van het type bouwproject moet een keuze worden gemaakt welk type materiaal het meest geschikt is.
Fig. 32 Lichtgewicht bouw en skelet (bron: Geldersche Houtbouw)
Fig. 33 Tijdelijke en lichte bouw met containers (DOOR Architecten)
Effectiviteit Maatregel
Type
Koppelkans
Schaal
Investering
differentiatie differentiatie maatregelen maatregelen per differentiatie schaal vanper differentiatie maatregelen deschaal ontwikkeling vandifferentiatie per maatregelen de ontwikkeling schaal vanper maatregelen deschaal ontwikkeling vanper deschaal ontwikkeling van de ontwikkeling
lichtgewicht bouwen (4.11)
XS
woningen +
XS
S XS
S XSM S XSM S L M S L MXL L MXL L
bedrijven
XL L
XL
XL
< 3 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen < 3 woningen 3 tot 10 woningen <103 tot woningen 303 tot woningen 10 <woningen 103tot woningen 303 woningen tot 30 10 tot woningen 100 10 tot woningen 3030 totwoningen tot 10 100 woningen 10 woningen tot>30 10030 woningen woningen tot 100tot > woningen 30 10030 woningen woningen tot 100 woningen > 100 30 woningen tot 100 woningen > 100 woningen> 100 woningen Woningen
Woningen Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen INDIVIDUELE KAVEL Woningen ERFINDIVIDUELE KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF INDIVIDUELE BUURTSCHAP KAVEL ERF L WIJK BUURTSCHAP ERFL WIJK BUURTSCHAP XL WIJK
< 1 HA BEDRIJFSWONING
L WIJKBUURTSCHAP XL WIJK
L WIJK
XL WIJK L WIJK
XL WIJK
< 1 HA 1 - 10 HA< 1 HA 1 - 10 HA<10 1 HA - 20 1HA- 10 HA <101 HA - 20 HA 1 - 20 10 -HA 5010 HA- 201HA -20 10- HA 50 10 HA- >2050HAHA 20 - 5010HA->2050HAHA 20 - 50 HA > 5020 HA- 50 HA > 50 HA BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF BEDRIJFSWONING WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF
WIJKBEDRIJF BEDRIJFSERF WIJKBEDRIJF
WIJKBEDRIJF
XL WIJK
> 50 HA
++
-/€
specifieke maatregelen
4.12 OVERIG In sommige gebieden gelden beperkingen voor bebouwing of maatregelen vanuit de Waterschapsverordening en/of de Provinciale Omgevingsverordening. Zo stelt de Waterschapsverordening eisen aan het type bebouwing in de buitenbeschermingszone 1 van waterkeringen (bijvoorbeeld: geen holle bebouwing). De Waterschapsverordening is hier te raadplegen. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland bevat regels voor het bouwen in alle beschermingszones rondom drinkwaterwinningen: bijvoorbeeld waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones. Er gelden vooral beperkingen voor ondergrondse ingrepen, zoals warmte-koudeopslag (WKO) en voor het toepassen van heipalen. De Omgevingsverordening is hier te raadplegen. Zie voor meer informatie en inspiratie over het thema ‘klimaatrobuust bouwen’ ook de volgende websites: CRA - Bodem- en water sturend Landelijke maatlat Groenblauwe Netwerken Bodemlabels De Nieuwe Ruimte
25
26
H+N+S · Voorbeeldenboek:
Intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot uitgaven Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave berusten bij H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers, is het niet toegestaan om enige inhoud openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. [Voor zover openbaarmaking en/of verveelvoudiging is toegestaan, moet steeds de bron worden vermeld indien dit wettelijk of contractueel verplicht is. Commercieel of onrechtmatig gebruik van enige inhoud van deze uitgave is niet toegestaan.]
Inspanningsverplichting achterhalen rechthebbenden H+N+S B.V. heeft haar uiterste best gedaan om rechthebbenden van de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave te achterhalen. Indien u (mede)rechthebbende bent op enige inhoud en voor het gebruik daarvan niet als (mede)rechthebbende bent genoemd of daarvoor geen toestemming hebt verleend waar die wel vereist was, verzoeken wij u onmiddellijk contact op te nemen via mail@ hnsland.nl.
Disclaimer ten aanzien van uitgaven H+N+S B.V. heeft uiterste zorg besteed aan de inhoud van deze uitgave. H+N+S B.V. wijst echter iedere vorm van aansprakelijkheid af voor onvolkomenheden of onjuistheden ten aanzien van de inhoud van de uitgave. H+N+S B.V. behoudt zich het recht voor de inhoud van de uitgave te wijzigen zonder dit vooraf aan te kondigen.
Levering van concepten Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. is het niet toegestaan om enige door H+N+S B.V. geleverde concepten, waaronder concept uitgaven, openbaar te maken en/of te verveelvoudigen.
27
COLOFON
Dit onderzoek is uitgevoerd door H+N+S Landschapsarchitecten en Witteveen+Bos in het kader van de Samenwerking Water Regio Achterhoek+. Projectteam Daniël van den Heuvel (projectleider, W+B) Lodewijk van Nieuwenhuijze (adviseur, H+N+S) Olivier Klijn (landschapsarchitect, H+N+S) Linde Keip (landschapsarchitect, H+N+S) Jacintha Tjia (Ingenieur, W+B) Opdrachtgever en partners Samenwerking Water Regio Achterhoek+ Vormgeving en lay-out H+N+S Landschapsarchitecten, Witteveen+Bos Foto’s en afbeeldingen H+N+S Landschapsarchitecten, tenzij anders vermeld Datum 10-07-2025 Projectnummer 2962
H+N+S Landschapsarchitecten Bezoekadres Soesterweg 300 3812 BH Amersfoort Postadres Postbus 1603 3800 BP Amersfoort
www.witteveenbos.com
Welkom Inleiding Technische aanpak Waterbeelden Gevolgen Handelingsperspectieven Conclusies en aanbevelingen
Bovenregionale stresstest Waterschap Rijn en IJssel Koers Neerslagextremen
Welkom
Voor u ligt de rapportage van de ‘Bovenregionale stresstest Waterschap Rijn en IJssel - Koers Neerslagextremen’. We bespreken hierin wat de gevolgen zouden zijn van grootschalige extreme neerslag zoals die in juli 2021 in Duitsland, België en Limburg is gevallen en daar tot overstromingen, slachtoffers en grote schade heeft geleid. Dergelijke hoeveelheden neerslag zijn groter dan waar de regionale watersystemen volgens de normen tegen beschermd zijn. ‘Voorkomen kan niet, voorbereiden wel', was dan ook de conclusie van de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater, die door de minister werd ingesteld na de gebeurtenissen van juli 2021. ‘Koers Neerslagextremen' is een eerste stap in die voorbereiding voor dit deel van provincie Gelderland. Dit rapport beschrijft de omvang en de ernst van de optredende wateroverlast bij extreme grootschalige bovennormatieve neerslag en de mogelijke gevolgen daarvan. Het rapport maakt duidelijk dat ook in het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel extreme neerslag grote maatschappelijke gevolgen zal hebben en dat een goede voorbereiding daarop belangrijk is.
Het onderzoek werd uitgevoerd door HKV in opdracht van Waterschap Rijn en IJssel met medefinanciering van provincie Gelderland en in nauwe samenwerking met een begeleidingsgroep, waarin het waterschap, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en veiligheidsregio's gezamenlijk de resultaten hebben geduid, doorleefd en vormgegeven. Daarmee is de basis gelegd voor het vervolg, waarin een risicodialoog zal worden gevoerd en op basis daarvan een uitvoe-ringsagenda zal worden opgesteld om het gebied goed voorbereid te laten zijn op extreme grootschalige neerslag. Maart 2025
Inleiding
Aanleiding en dit rapport Aanleiding In juli 2021 werden Zuid-Limburg en omliggende gebieden in Duitsland en België zwaar getroffen door extreme wateroverlast en overstromingen. Dit leidde tot grote schade en in het buitenland ook tot slachtoffers. De oorzaak van deze ramp: aanhoudende hevige neerslag in een gebied met een omvang van ongeveer de helft van Nederland. Als reactie hierop stelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat de ‘Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater’ in. De beleidstafel heeft onder meer geadviseerd om met een bovenregionale stresstest de gevolgen van extreme neerslaggebeurtenissen zoals in juli 2021 in beeld te krijgen. Doel daarvan is Nederland zo goed mogelijk voor te bereiden en slachtoffers, schade en maatschappelijke ontwrichting te beperken. Dit rapport Dit rapport beschrijft de resultaten van de bovenregionale stresstest die in 2024 is uitgevoerd voor het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel. Het rapport gaat in op de waterbeelden die de wateroverlast en overstromingen bij extreme en bovennormatieve neerslag weergeven, de gevolgen daarvan en een eerste verkenning van handelingsperspectieven. Hiervoor zijn de stappen gevolgd die zijn beschreven in de landelijke ‘Handreiking Bovenregionale Stresstesten Wateroverlast’ van januari 2024.
Naast de stresstesten maken risicodialogen en uitvoeringsagenda’s deel uit van bovenregionale analyses wateroverlast. De resultaten van deze stresstest dienen als input daarvoor en zijn de basis voor de later vast te stellen ‘Koers Neerslagextremen’.
Bovenregionale stresstest wateroverlast in vogelvlucht Aanleiding: juli 2021 gebeurtenissen Limburg
Op 13 en 14 juli 2021 werden Zuid-Limburg en omliggende gebieden in Duitsland en België zwaar getroffen door extreme wateroverlast en overstromingen. Dit leidde tot aanzienlijke schade en in het buitenland ook tot slachtoffers. De oorzaak van deze ramp: aanhoudende hevige neerslag in een gebied met een omvang van ongeveer de helft van heel Nederland.
Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater
Organisatorische aanpak In het eindadvies van de ‘Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater’ is de coördinerende rol voor het uitvoeren van een bovenregionale stresstest bij de provincie neergelegd. In dit onderzoek coördineerde het Waterschap Rijn en IJssel namens de provincie de stresstest. Daarbij heeft een gebruikersgroep de waterbeelden beoordeeld, stilgestaan bij de gevolgen en daarvoor mitigerende maatregelen (handelingsperspectief) verkend. Tussen februari en november 2024 is de gebruikersgroep daarvoor vijfmaal bijeengekomen. De groep bestond uit Waterschap Rijn en IJssel, provincies Gelderland en Overijssel, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, inliggende gemeenten (Berkelland, Duiven, Montferland, Zutphen, Arnhem, Oude IJsselstreek en Doetinchem), Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Regio Achterhoek en Deltares. De bijdrage van de gebruikersgroep is verwerkt in de hier gepresenteerde resultaten.
Leeswijzer Rapportage In het volgende hoofdstuk gaan we in op de technische aanpak van het onderzoek. Dit gaat over de opdeling in stroomgebieden en de extreme neerslagscenario's die in beschouwing zijn genomen. In het hoofdstuk daarna worden de waterbeelden per stroomgebied beschreven. De waterbeelden geven weer waar water op maaiveld komt te staan en wat de inundatiedieptes zijn. In het hoofdstuk ‘Gevolgen’ gaan we in op het aantal getroffen mensen en potentieel aantal slachtoffers, als ook de optredende schade. Speciale aandacht hebben we daarbij voor de uitval van vitale objecten. Dat zijn objecten met een bijzondere maatschappelijke waarde, zoals electriciteitstations, ziekenhuizen, etc. In het hoofdstuk ‘Handelingsperspectieven’ wordt tenslote het resultaat weergegeven van een verkenning van mogelijke maatregelen om de ergste gevolgen van de wateroverlast te verminderen. We sluiten af met de conclusies en aanbevelingen voor het vervolg. Waterviewer Ter ondersteuning van de analyse en communicatie van de resultaten is een waterviewer beschikbaar. Dit is een interactieve website waarin de waterbeelden, de daarbij optredende schade en de vitale objecten zijn weergegeven. In deze rapportage gebruiken we hyperlinks naar deze webviewer ter illustratie van de resultaten. U kunt de waterviewer ook los van dit rapport bekijken via de volgende link.
Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Limbrug 2021 stelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat de ‘Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater’ in. De beleidstafel heeft onder meer geadviseerd om met een bovenregionale stresstest de gevolgen van extreme neerslaggebeurtenissen zoals in juli 2021 zo goed mogelijk in beeld te krijgen: “voorkomen kan niet, voorbereiden wel”.
Handreiking bovenregionale stresstesten
Naar aanleiding van het advies van de Beleidstafel is in opdracht van het ministerie van IenW de “Handreiking bovenregionale stresstesten wateroverlast” opgesteld (te vinden via deze link). Primair doel van deze handreiking is dat de betrokken partijen weten hoe ze de bovenregionale stresstesten wateroverlast kunnen uitvoeren. Deze stresstesten zijn de eerste stap in de uitvoering van bovenregionale analyses wateroverlast, waaronder ook bovenregionale risicodialogen en bijbehorende uitvoeringsagenda’s vallen.
Uitvoering bovenregionale analyses wateroverlast
De voorliggende rapportage is het resultaat van de bovenregionale stresstesten wateroverlast voor het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel. Dit is de eerste stap in de bovenregionale analyse wateroverlast voor Waterschap Rijn en IJssel, onder de noemer “Koers Neerslagextremen”. Parallel aan deze studie loopt ook een landelijk spoor, waarin onder andere uitvoerende partijen verenigd zijn in een “Community of Practice” om kennis uit te wisselen en gezamenlijk met het Rijk vervolgstappen te definiëren.
Technische aanpak
Modellering van de stroomgebieden Voor het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel zijn de waterbeelden opgesteld met behulp van hydraulisch-hydrologische modellen van de vijf stroomgebieden (zie ook onderstaande kaart): Berkel-Schipbeek Baakse Beek Oude IJssel Liemers Veluwezoom De stroomgebieden Berkel-Schipbeek en Oude IJssel liggen voor een belangrijk deel in Duitsland. In de modellen zijn de hele stroomgebieden meegenomen om de toevoer van water naar Nederland te kunnen simuleren, maar de waterbeelden en gevolgen van extreme wateroverlast worden alleen gepresenteerd voor het Nederlandse deel. Dit is zo afgesproken met de Duitse partners. In de ontwikkeling van de modellen is veel tijd gestoken door zowel het waterschap als HKV, om zoveel mogelijk zekerheid te krijgen over de wateroverlast en overstromingen bij hevige neerslag. Bijzonder aan de aanpak was dat de modellen helemaal vanuit de basisgegevens van het waterschap zijn opgebouwd. Dit wordt toegelicht in een technische rapportage die bij het waterschap beschikbaar is. Opbouw vanuit de basisgegevens lijkt vanzelfsprekend, maar het vroeg een grote inspanning van het waterschap om de basisgegevens hiervoor op orde te krijgen en een dergelijk modelleerproces is in Nederland nog nauwelijks op deze schaal toegepast.
Dat dit ondanks de veelheid en complexiteit van de gegevens is gelukt heeft zonder meer bijgedragen aan de kwaliteit van de resultaten. De modellen zijn verder uitgebreid beoordeeld op de plausibiliteit en nauwkeurigheid, door zowel het waterschap als HKV. Hiervoor is gebruik gemaakt van meetgegevens, gebiedskennis en gevoeligheidsanalyses om het systeemgedrag te doorgronden. Hoewel de gevolgen van extreme neerslagscenario's altijd een mate van onzekerheid zullen behouden, omdat dergelijke extreme gebeurtenissen in het gebied nog niet zijn voorgekomen, is daarmee voldoende vertrouwen verkregen om de waterbeelden en de gevolgen bij extreme neerslag hier te kunnen presenteren.
Representatieve scenario's Er is een breed palet aan scenario’s doorgerekend om de totale bandbreedte van gevolgen van extreme neerslag te verkennen. Deze scenario’s zijn opgebouwd uit combinaties van de optredende neerslag, de initiële grondwaterstanden en vullingsgraad van de bodem, de waterstanden op de IJssel en het functioneren van het watersysteem. Door verschillende scenario's te hanteren krijgen we meer vat op de werking van het watersysteem en kunnen we ontdekken of, en bij welke omstandigheden, kantelpunten in overstromingen en de gevolgen daarvan optreden. De scenario’s in onderstaande tabel zijn daaruit geselecteerd om deze bandbreedte te presenteren. Onder de tabel lichten we de elementen waaruit de scenario's zijn opgebouwd verder toe. Het eerstgenoemde scenario is het basisscenario, dat als uitgangspunt voor de bovenregionale stresstesten is vastgelegd in de landelijke handreiking en dat zo goed mogelijk overeenkomt met de werkelijke gebeurtenis van juli 2021. Het basisscenario wordt in heel Nederland gebruikt voor de bovenregionale stresstesten. Om tot een gebiedsdekkend overzicht te komen is het basisscenario ook voor de Veluwezoom doorgerekend. De resultaten daarvan zijn eveneens in de viewer opgenomen en zijn ook in deze rapportage verwerkt.
Omdat dit een verstedelijkt gebied is met een duidelijk verschillend systeemgedrag zijn de andere scenario's uit de tabel niet doorgerekend. Wel zijn de neerslagscenario's die horen bij de zogenaamde DPRA stresstesten voor dit gebied doorgerekend. De resultaten daarvan zijn beschikbaar bij het waterschap. We doen geen uitspraken over de herhalingstijden van de scenario's. Toch kan hiervan een idee worden gekregen door de verschillende elementen te interpreteren. Bijvoorbeeld in het scenario T10 zomer GHG T1 komt de bui ééns per tien jaar voor (T10), maar door de combinatie met GHG heeft het scenario een kleinere kans van voorkomen. Op eenzelfde wijze leiden het combineren van extreme neerslag met bijvoorbeeld een hoge IJsselwaterstand of falen van infrastructuur tot een kleinere kans van voorkomen (grotere herhalingstijd). Belangrijk om op te merken is dat alle beschouwde extreme neerslaggebeurtenissen in de zomer plaatsvinden. Vaak wordt gedacht dat wateroverlast vooral in het winterhalfjaar voorkomt, maar de ervaring leert dat dit vooral in de zomer het geval is. In de analyse hebben we dan ook rekening gehouden met de verhoogde begroeiingsgraad van de watergangen, zoals gebruikelijk in de zomerperiode. Anders dan in lokale (DPRA-)stresstesten kijkt deze studie naar grootschalige en langdurige neerslag.
Dat wil zeggen: op een zeer groot gebied (in tegenstelling tot een stad, gemeente, of ander deelsysteem), en met neerslag gedurende langere tijd (in tegenstelling tot hevige, maar kort durende piekbuien). Dit geeft inzicht in een ander type belasting dan tot dusver is geanalyseerd in de DPRA stresstesten. De landelijke handreiking gaat hier uitgebreider op in.
Naam scenario Bui - Grondwaterstand IJsselwaterstand - Functioneren watersysteem
Bui
Grondwaterstand
IJsselwaterstand
Functioneren waterstysteem
2021 GHG T1 (basisscenario)
juli 2021
GHG: gemiddeld hoog
T1: eens per jaar
Ongestoord functioneren
2021 GHG T10
juli 2021
GHG: gemiddeld hoog
T10: eens per tien jaar
Ongestoord functioneren
2021 GHG T10 falen infrastructuur
juli 2021
GHG: gemiddeld hoog
T10: eens per tien jaar
Infrastructuur faalt deels
2021 GLG T1
juli 2021
GLG: gemiddeld laag
T1: eens per jaar
Ongestoord functioneren
T10 zomer GHG T1
T10 zomer: eens per 10 jaar zomerbui
GHG: gemiddeld hoog
T1: eens per jaar
Ongestoord functioneren
T100 zomer GHG T1
T100 zomer: eens per 100 jaar zomerbui
GHG: gemiddeld hoog
T1: eens per jaar
Ongestoord functioneren
Toelichting opbouw scenario's De scenario’s zijn opgebouwd uit combinaties van de optredende neerslag, de initiële grondwaterstanden en vullingsgraad van de bodem, de waterstanden op de IJssel en het functioneren van het watersysteem. Deze factoren lichten we hier toe. Bui De basis van de analyse is de neerslag die is gevallen in de kern van het lagedrukgebied in juli 2021. Deze “2021-gebeurtenis” houdt in dat er 200 mm neerslag valt in 48 uur, met een op de werkelijkheid gebaseerde neerslagverdeling over de tijd en een homogene ruimtelijke neerslagverdeling over het hele stroomgebied. De gebeurtenis is vastgelegd in de Handreiking Bovenregionale Stresstesten en wordt verder toegelicht in het kader hiernaast. Daarnaast zijn twee buien gebruikt die in de zomerperiode gemiddeld eens per 10 en eens per 100 jaar voorkomen. Deze T10 en T100 buien betekenen in het huidige klimaat (STOWA, 2019) 92 mm, respectievelijk 128 mm, neerslag in 4 dagen tijd.
Initiële grondwaterstand De neerslagintensiteit is in de gebruikte scenario's kleiner dan de infiltratiecapaciteit. Er treedt daardoor geen oppervlakkige afstroming op en de neerslag infiltreert in de bodem. Hoeveel water in de bodem geborgen kan worden is afhankelijk van de grondwaterstand bij aanvang van de extreme neerslag. Anders dan in de laaggelegen delen van Nederland is dit in het beheergebied van Rijn en IJssel en andere gebieden met hogere zandgronden een belangrijke factor, die sterk bepalend is voor de kans op wateroverlast. In de scenario's is uitgegaan van:
Neerslag zoals in juli 2021 De 2021-neerslag (ook wel “basisgebeurtenis”) is gebaseerd op de neerslag zoals opgetreden in juli 2021 in Limburg, België en Duitsland. Deze gebeurtenis dient door alle regio’s in hun bovenregionale analyse te worden toegepast als uitgangspunt en ten behoeve van een uniform landelijke beeld. De 2021 gebeurtenis betreft 200 millimeter neerslag in 48 uur. Dit is een extreme, maar realistische gebeurtenis met een veel langere duur dan een typische hevige zomerse (onweers)bui. Voor de neerslag wordt een homogene ruimtelijke verdeling aangehouden. Dit houdt in dat overal in het gebied dezelfde neerslag wordt opgelegd. Dit maakt het mogelijk om een landelijk aansluitend beeld te maken en voorkomt discussies over bijvoorbeeld de ligging van een bui met ruimtelijke variatie. Voor deze studie is dus dezelfde neerslag opgelegd aan het hele beheergebied van waterschap Rijn en IJssel, inclusief het Duitse deel van het stroomgebied. De neerslagverdeling over de tijd is gebaseerd op de metingen van de gebeurtenissen in Limburg, België en Duitsland in 2021, zoals samen met de andere keuzes onderbouwd in deze rapportage van Deltares. De herhalingstijd van de gebeurtenis is niet precies bekend, maar is voor het Maasstroomgebied eerder geschat op ca. 400 jaar. De laatste jaren zijn er bovendien regelmatig grote(re) neerslaghoeveelheden opgetreden in (Zuid-)Europa.
Dit onderstreept de urgentie van het in beeld brengen van de gevolgen van een dergelijke gebeurtenis.
GHG: Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand GLG: Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Conform de landelijke handreiking wordt voor het basisscenario GHG als uitgangspunt gehanteerd. Dat is een voor de zomerperiode zeer hoge grondwaterstand. Hoe realistisch een dergelijke grondwaterstand is lichten we toe in het kader hier naast.
IJsselwaterstand De waterstand op de IJssel bepaalt de afvoercapaciteit van de watergangen van waterschap Rijn en IJssel waar deze uitmonden in de IJssel. Bij een gemiddelde IJsselwaterstand is veelal vrije afvoer mogelijk. Bij een hoge IJsselwaterstand moeten de gemalen worden aangezet. Uitgegaan is van: T1: gemiddelde waterstand op de IJssel, geen afvoerbelemmering T10: een verhoogde waterstand op de IJssel die eens per 10 jaar voorkomt.
Functioneren van het watersysteem Het functioneren van gemalen, stuwen, duikers, kades en verdeelwerken bepaalt mede het waterstandsverloop bij extreme neerslag. Door bijvoorbeeld extreme stroomsnelheden, meegevoerd maaisel, overstromingen en stroomuitval is het niet onwaarschijnlijk dat storingen zullen ontstaan in het watersysteem. Onderscheid is gemaakt in: Ongestoord functioneren van het watersysteem. Falen van delen van de infrastructuur in het watersysteem: Berkel-Schipbeek: falen van drie verdeelwerken: Haarlo, Lochem en Warken, waardoor deze vast blijven staan in hun normale stand. Baakse Beek-Veengoot: falen van verdeelwerk Hackfort (normale stand) Liemers: falen van de helft van de capaciteit van de vier gemalen die uitslaan naar de IJssel en Pannerdens kanaal. Oude IJssel: verstopping van bruggen en duikers met maaisel en het niet op tijd dichtzetten van drie afsluiters in de watergangen, ten zuiden en bovenstrooms van Doetinchem en direct bovenstrooms van Doesburg.
Hoe waarschijnlijk is een hoge initiële grondwaterstand in de zomer In de aanloop naar de wateroverlast en overstromingen van juli 2021 viel ook al veel neerslag in het zwaarst getroffen gebied, waardoor de bodem al nat was voordat de ramp zich voltrok. In de landelijke handreiking voor de bovenregionale stresstesten is op grond hiervan afgesproken om uit te gaan van hoge grondwaterstanden, namelijk GHG, direct voorafgaand aan de extreme neerslag. De doorgerekende scenario’s voor het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel laten zien dat de aangenomen begingrondwaterstand grote invloed heeft: bij lage grondwaterstanden ontstaat nauwelijks wateroverlast en bij extreem hoge grondwaterstanden ontstaat op grote schaal overstromingen en wateroverlast. Om die reden hebben we onderzocht wat bij benadering de werkelijke grondwaterstanden zouden zijn geweest in het beheergebied van Rijn en IJssel wanneer daar de neerslag zou zijn gevallen die viel in de maanden voor de extreme neerslag in de Ardennen. Met andere woorden: we hebben de neerslag die vanaf 1 april 2021 in de Ardennen viel verplaatst naar het beheergebied van Rijn en IJssel. Uit modelberekeningen blijkt dan dat de grondwaterstanden in het gebied van Rijn en IJssel inderdaad uitkomen op GHG. Nu is het zo dat de neerslag in de Ardennen klimatologisch groter is dan in het gebied van Rijn en IJssel.
Als we voor die klimatologische verschillen corrigeren zien we dat de grondwaterstanden bij Rijn en IJssel direct voorafgaand aan de extreme neerslag van een jaargemiddelde hoogte (GG) zouden zijn geweest. Dat is voor de zomerperiode overigens ook een verhoogde grondwaterstand, maar niet zo hoog als GHG. Kort samengevat concluderen we dat bij aanvang van de juli 2021 neerslaggebeurtenis sprake was van een verhoogde grondwaterstand, ongeveer gelijk aan de jaargemiddelde grondwaterstand, en dat GHG als begintoestand, zij het niet ondenkbaar, een extreem scenario is.
Waterbeelden
De waterbeelden geven weer waar extreme neerslag leidt tot wateroverlast en overstromingen, en wat de daarbij optredende inundatiedieptes zijn. In de eerder benoemde waterviewer zijn de waterbeelden voor drie belangrijkste scenario’s opgenomen: de basisgebeurtenis met een natte voorsituatie (GHG), de basisgebeurtenis met en droge voorsituatie (GLG) en de basisgebeurtenis met een hoge IJsselstand en natte voorgeschiedenis. De overige waterbeelden zijn beschikbaar bij het waterschap. De schades van deze scenario’s worden wel gepresenteerd gebruikt in het Hoofdstuk Gevolgen. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op het waterbeeld van het basisscenario. Dit waterbeeld geeft weer wat er zou gebeuren als de ergste neerslag van juli 2021 in dit gebied zou vallen. Vervolgens gaan we in op de opvallende veranderingen die we zien in de waterbeelden van de andere scenario's en welke inzichten dat oplevert. Waterbeeld van de juli 2021 (basis)gebeurtenis In onderstaande kaart is te zien wat er zou gebeuren als in het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel, inclusief het Duitse gedeelte van het stroomgebied, dezelfde neerslag zou vallen als die in juli 2021 leidde tot de zware overstromingen en wateroverlast in Duitsland, België en Limburg.
De kaart maakt duidelijk dat in dit scenario grote delen van het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel eveneens te maken zouden krijgen met wateroverlast en overstromingen. Veel inwoners en bedrijven zullen hier mee te maken krijgen. Voor de crisesdiensten is het alle hens aan dek, ook omdat de crisissituatie op veel locaties en nagenoeg tegelijk kan optreden. Grotere inundatiedieptes zien we in het stroomgebied van de Berkel-Schipbeek en de Oude IJssel. Toch moet ook worden opgemerkt dat er gebieden zijn die grotendeels gevrijwaard blijven van wateroverlast. Bijvoorbeeld grote delen ten noorden van het Twentekanaal, (bebouwde) gebieden in de Liemers en een groot gebied ten noorden van Doetichem. Niet weergegeven in de kaart, maar wat ook opvalt is dat de stroomsnelheden in de watergangen kunnen oplopen tot ca. 2 m/s en lokaal - bijvoorbeeld bij stuwen - zelfs nog hoger. De kans is groot dat maaisel in de watergangen wordt meegevoerd en lokaal tot verstoppingen van duikers, stuwen en bruggen zal leiden. Voor mensen zijn dergelijke stroomsnelheden zeer gevaarlijk. Wel treden ze enkel op in de watergangen. Het is dus zaak hier niet in te geraken.
Getroffen kernen Bij de extreme neerslag van juli 2021 worden de volgende kernen getroffen door wateroverlast (in alfabetische volgorde en vet gedrukt de zwaarst getroffen kernen): Aalten Arnhem Bathmen Borculo Dinxperlo Doetinchem Eibergen Gendringen Groenlo Hummelo
Lichtenvoorde Lochem Markelo Neede Terborg Ulft Velp Wichmond Winterswijk
Actualiteit van de basisdata Voor het opstellen van de waterbeelden is gebruik gemaakt van de meest recente beschikbare basisdata, zoals het AHN. In sommige gevallen zijn deze gegevens niet meer up to date met de laatste ruimtelijke ontwikkelingen. Is het maaiveld bijvoorbeeld na de laatste gegevens opgehoogd (of gebeurt dat nog bij toekomstige bedrijven), dan kloppen de beelden niet (volledig) met de te verwachten werkelijkheid. Een voorbeeld hiervan is bij Zevenaar-Oost (7Poort). Hier is het AHN4 gemaakt op het moment dat hier een verlaging aanwezig was voor de funderingen van de nieuw te bouwen gebouwen. De berekeningen en analyses voor deze studie hebben als doel om gebiedsbreed de gevolgen van grootschalige extreme neeslag in kaart te brengen en zijn zodoende geschikt voor beeldvorming op regionaal schaalniveau. Interpretatie op lokaal (perceels-)niveau levert niet altijd een betrouwbaar beeld op.
Uit de resultaten blijkt dat er weinig tijd is om te anticiperen op het naderende water: de overlast ontstaat ongeveer een dag nadat het begint te regenen en houdt in lager gelegen delen met grotere inundatiedieptes wel een week aan.
Waterdieptes in het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel - Basisscenario
A1 zone Deventer
Waterdieptes in deelgebied Veluwezoom
Stroomgebied Berkel-Schipbeek De wateroverlast en overstromingen in het stroomgebied van de BerkelSchipbeek, concentreert zich vooral in het lager gelegen beekdal, in landelijk gebied. In het westelijke deel van Borculo overstromen enkele woonwijken en de A1 bij afslag 27 (Markelo) loopt waarschijnlijk over korte afstand onder water. Wat ook opvalt is het bedrijventerrein langs de A1 bij Deventer dat deels overstroomt, met name waar het (nog) niet is opgehoogd, zie het kaartje links. Het reeds ontwikkelde deel is wel opgehoogd evenals een nieuw aangelegd electriciteitsstation om het bedrijventerrein te beschermen tegen wateroverlast en overstromingen. Aandachtspunt is de enige toegangsweg, die in in een tunnelbak onder het spoor (rechts op de kaart) ligt. Deze loopt onder, waardoor het bedrijventerrein mogelijk dagen lang onbereikbaar zal zijn. Op dit bedrijventerrein zijn onder meer distributiecentra van supermarkten gevestigd die grote delen van Nederland bedienen. De economische waarde is hoog. Veluwezoom In de stad Arnhem blijft in de basisgebeurtenis grootschalige wateroverlast uit. Lokaal ontstaat wel wateroverlast, bij het Rijnstate Ziekenhuis, waar in 2014 ook wateroverlast was, en in delen van de wijken Transvaalbuurt, Molenbeke, Spijkerkwartier, Arnhemse broek, Weverstraat en de omgeving van de Beekstraat in het centrum en in Velp.
Verder hoopt water op tegen de snelweg A12/A50, waardoor de N311 west van de Oranjekazerne overstroomt, evenals deels het mobilisatiecomplex Duivelsberg, een NIPV locatie, een manege en een golfbaan. Ook op het belangrijke verkeers-knooppunt Grijsoord kan wateroverlast ontstaan. Stroomgebied Oude IJssel Met name in Doetinchem (de Huet en Verheulsweide-Zuid), Terborg, Ulft en Gendringen ontstaan overstromingen, waarbij inundatiedieptes kunnen oplopen tot meer dan een meter, zie de kaart hieronder. Ook het hoogspanningssation van Tennet bij Langerak en het terein waar het nieuwe Slingelandziekenhuis zal worden gebouwd met de N317 aldaar lopen onder water. De grootschalige overstromingen hebben te maken met de eigenschappen van het stroomgebied. In Duitsland is het stroomgebied breed en hellend. Het water stroomt daardoor snel naar Nederland, waar het stroomgebied veel smaller is en alle water uiteindelijk door Doetinchem heen moet. Doesburg blijft wel droog, doordat de duiker onder de provinicale weg oost van Doesburg wordt afgesloten bij hoogwater. Als die afsluiter faalt zullen ook delen van Doesburg overstromen.
Gebied rond Doetinchem
Inzichten uit de waterbeelden voor alle scenario's De figuur hiernaast toont de berekende overstroomde oppervlaktes voor alle beschouwde scenario's. De belangrijkste inzichten die daar uit naar voren komen zijn de volgende: Omvang van de wateroverlast en overstromingen In het hiervoor beschreven basisscenario (juli 2021) is het totale overstroomde oppervlak circa 400 km² (40.000 ha). Dat komt overeen met 80.000 voetbalvelden, of 20% van het beheergebied van het waterschap! In de beschouwde nog extremere scenario's neemt het overstroomde oppervlak niet veel meer toe. We zien in de figuur dat in ongeveer een kwart van het overstroomde gebied de inundatiedieptes groter zijn dan 50 cm. Bij dergelijke inundatiedieptes is sprake van aanzienlijke maatschappelijke ontwrichting als daar woningen, bedrijven en vitale objecten liggen (zoals elektriciteitskastjes, doorgaande wegen, ziekenhuizen etc.). We gaan daar in het volgende hoofdstuk verder op in. Invloed van het weer en de grondwaterstanden voorafgaand aan extreme neerslag Uit de figuur blijkt dat de grondwaterstanden direct voorafgaand aan de extreme neerslag heel bepalend zijn voor het ontstaan van wateroverlast. Als het langere tijd droog is geweest zijn de grondwaterstanden laag en kan veel neerslag in de bodem worden geborgen.
Bij een lage grondwaterstand (GLG, het meest linkse scenario in de figuur) is het totale geïnundeerd oppervlak een vijfde van het basisscenario, waarin de voorgeschiedenis nat is met hoge grondwaterstanden (GHG). En belangrijk: de resterende wateroverlast zit alleen in landelijk gebied, geen enkele bewoonde kern raakt bij lage grondwaterstanden nog overstroomd, ook Doetinchem niet.
Situatie Zutphen bij verhoogde waterstand op de IJssel
De grondwaterstanden direct voorafgaand aan extreme neerslag bepalen dus in sterke mate of er grootschalig wateroverlast gaat ontstaan of niet. Nu was in het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel in de jaren 2018, 2019 en 2021 sprake van grote droogte. Om droogte tegen te gaan zijn hoge grondwaterstanden wenselijk, maar hoge grondwaterstanden verlagen de bergingscapaciteit in de bodem en vergroten dus de kans op wateroverlast bij langdurige extreme neerslag. Zowel de opgaven rond droogte als wateroverlast zijn actueel en belangrijk. Het is dan ook de kunst om maatregelen te definiëren die voor beide opgaven een positieve bijdrage leveren. Invloed van verhoogde waterstanden op de IJssel Het is niet ondenkbaar dat de extreme neerslag valt terwijl ook de waterstanden op de IJssel verhoogd zijn. Dit belemmert de afvoercapaciteit van de watergangen die lozen op de IJssel waardoor meer gebieden worden getroffen door wateroverlast. In Zutphen is in de basisgebeurtenis (juli 2021) bij normale waterstanden beperkte wateroverlast, maar bij verhoogde waterstanden op de IJssel lopen bij de neerslag van juli 2021 een aantal woonwijken onder water (zie het kaartje links). Ook levert dit problemen op voor (de bereikbaarheid van) het Gelre ziekenhuis.
Beide grote ontsluitingswegen (de Den Elterweg en de Leestense rondweg) zijn kwetsbaar voor wateroverlast in de scenario's met hoge IJsselwaterstand. Ook in de Liemers zijn de gevolgen van een verhoogde waterstand op de IJssel groot: grote delen van het gebied, die bij normale waterstanden op de IJssel slechts geringe wateroverlast hebben, hebben dan grote wateroverlast.
Situatie Liemers bij verhoogde waterstand op de IJssel
Gevolgen
In dit hoofdstuk brengen we de gevolgen in kaart die optreden bij de waterbeelden zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. De gevolgen zijn bepaald door de waterbeelden en het ruimtegebruik te combineren. Op deze manier kan een inschatting worden gemaakt van zowel de te verwachten slachtoffers en getroffenen als ook de financiële schade en eventuele uitval van vitale objecten.
Over de nauwkeurigheid van de berekende gevolgen Er zijn twee modellen beschikbaar voor het bepalen van schade en slachtoffers: de Water Schade Schatter (WSS), die vooral bedoeld is voor wateroverlast (inundatiedieptes in de orde van decimeters) de Schade Slachtoffer Module (SSM) die bedoeld is voor overstroming-en (vanaf enkele decimeters tot enkele meters).
Slachtoffers- en schadeberekening
In de scenario's die hier worden beschouwd is sprake van zowel wateroverlast als overstromingen. In onderzoek van de TU Delft in 2023 is geconstateerd dat de schade in Limburg in juli 2021 het beste door SSM wordt gerepresenteerd. Mede om die reden is ook in dit rapport SSM toegepast. De schade die wordt berekend is de directe schade aan infrastructuur voor diverse categorien, zoals bedrijven, woningen, etc. Dit geeft dus een beeld van de herstelkosten. De indirecte economische schade door bedrijfsuitval is buiten beschouwing gebleven.
Slachtoffers en getroffenen De figuur hieronder geeft aan dat enkele tientallen slachtoffers kunnen vallen als gevolg van grote inundatiedieptes en hoge stroomsnelehden als niet (op tijd) wordt geëvacueerd. Dit bevestigt hoe belangrijk het is om op tijd te waarschuwen, de zelfredzaamheid te vergroten en waar nodig te evacueren en daarvoor plannen te maken.
De berekende schadegetallen moeten niet als de absolute waarheid worden geinterpreteerd. Foutmarges van 50% zijn niet ondenkbaar. Onderdeel van de onzekerheidsmarge is dat recente ruimtelijke ontwikkelingen soms nog niet in SSM en het AHN zijn opgenomen. Desondanks kunnen we met met behoorlijke mate van zekerheid stellen dat de schade in dit gebied bij de basisgebeurtenis orde een miljard euro zal bedragen. Dat is meer dan in Limburg in juli 2021, maar de extremiteit van de neerslag die we hier beschouwen is ook groter dan in Limburg: de meeste neerslag viel in Belgie en Duitsland.
In het vorige hoofdstuk is geconstateerd dat het overstroomde oppervlak niet meer in grote mate toeneemt bij verhoogde waterstanden op de IJssel bovenop het basisscenario. Het aantal potentiele slachtoffers en getroffenen neemt dan echter nog wel sterk toe. De oorzaak hiervoor is vooral de overstroming van de woonkernen in de Liemers en delen van Zutphen bij verhoogde waterstanden op de IJssel. Wat ook opnieuw en sterk naar voren komt is de invloed van de grondwaterstanden. Bij lage grondwaterstanden worden geen slachtoffers en veel minder getroffenen verwacht.
Schades in het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel - Basisscenario
Schade De locaties met grote inundatiedieptes in bebouwd gebied zijn ook herkenbaar in het schadebeeld (hierboven gepresenteerd voor het basisscenario). In de figuur rechts is de totale directe schade weergegeven voor het gehele beheergebied en uitgesplitst naar de verschillende stroomgebieden. De berekende schade in het basisscenario is meer dan een miljard euro. De eventuele schade in het bedrijventerrein in bij Deventer door het onderlopen van de toegangsweg is daarin nog niet meegenomen, omdat deze vrij recente ontwikkeling nog niet in de schademodellen zit. De schade die wordt berekend is de directe schade aan infrastructuur voor diverse categorien, zoals bedrijven, woningen, etc. Dit geeft dus een beeld van de herstelkosten. De indirecte economische schade door bedrijfsuitval is buiten beschouwing gebleven, net als eventuele cascade effecten, zoals de uitval van stroom die wellicht ook leidt tot uitval van andere objecten die zelf mogelijk wel bestand zijn tegen de gebeurtenis. Voor het basisscenario heeft de overstroming van de Oude IJssel de grootste bijdrage aan de totale schade en daarna de Berkel-Schipbeek. Wederom wordt de invloed van de grondwaterstanden duidelijk: bij lage grondwaterstanden direct voorafgaand aan de extreme neerslag is de schade nog maar ongeveer 10% van de schade bij de hoge grondwaterstanden in het basisscenario.
De grootste schadebedragen vallen in de sectoren woningen, overig stedelijk, industrie en landbouw. Dit is te zien in de tweede figuur rechts. Daarbij neemt de schade aan woningen en overig stedeiljk meer toe bij de extreme scenario's dan bijvoorbeeld de schade aan de landbouw. In die scenario's worden de bebouwde gebieden harder getroffen. In de onderste figuren is te zien dat de schade het kleinst is in het stroomgebied van de Baakse Beek en zich daar vooral in de landbouwsector voordoet. In het stroomgebied van de Oude IJssel zit het knikpunt van het schadeverloop bij de basisgebeurtenis, daarboven neemt de schade weinig meer toe.
Vitale objecten Aanpak De uitval van objecten zoals een ziekenhuis of een hoogspanningsstation kan ernstige gevolgen hebben. Dit type objecten, die de ruggengraat van de samenleving vormen, noemen we vitale objecten. Uitval daarvan kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en/of grote schade. Om deze reden is naast de resultaten van de schademodellen ook gekeken naar de potentiële uitval van vitale objecten. Welke objecten in deze analyse zijn meegenomen, is in een werksessie met de begeleidingsgroep besproken. De benodigde gegevens (locatie van de objecten, objectspecificatie, etc.) zijn op basis van openbare informatie en met hulp van de opdrachtgever, begeleidingsgroep en externen verzameld. Een overzicht van de betreffende objecten per functie is opgenomen in onderstaande tabel.
We focussen in deze analyse uitsluitend op het basisscenario. De onderstaande tabel laat zien hoeveel objecten in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) aanwezig zijn en of deze mogelijk of waarschijnlijk uitvallen bij wateroverlast in het basisscenario. Daarbij gaan wij uit van de kritieke uitvalhoogtes zoals die opgesteld zijn binnen het programma Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK-KBS). Of de objecten daadwerkelijk uitvallen hangt af van de precieze inrichting zoals maaiveldhoogte, vloerpeil en hoogte van installaties. Van een aantal typen objecten is het niet gelukt om voor dit project gegevens te krijgen of mogen gebruiken. Dit betreft de gegevens van de witte kaart (met o.a. verzorgingstehuizen), het gas netwerk en het telecomnetwerk.
Functie
Objecttype
Totale aantal objecten in het beheergebied (met links naar waterviewer)
Aantal objecten met uitval mogelijk (basisscenario)
Aantal objecten met uitval waarschijnlijk (basisscenario)
Keren en beheren
Gemalen
65
8
4
HIER
Afvalwater
Rioolgemalen WRIJ
127
3
8
HIER
Rioolgemalen derden *
437
13
16
HIER
Link voor een kaart
Riool- en afvalwaterzuiveringsinstallaties 13 Infrastructuur
A- en N-wegen
Zie waterviewer
17 locaties
28 locaties
HIER
Treinstations
71
2
1
HIER
Olie en Chemie
Seveso-inrichtingen **
8
1
Energie
Hoogspanningsassets
14
1
Middenspanningsassets
3671
51
13
HIER
Laagspanningsassets
4137
63
167
HIER
Telecom
Datacenters
2
Gezondheid
Ziekenhuizen
8
1
HIER
Crisisbeheersing
Evacuatielocaties noodopvang
123
4
HIER
Locaties veiligheidsregio en hulpdiensten 70
3
HIER
6
HIER
* ‘Rioolgemalen derden’ zijn de belangrijkste bij het waterschap bekende gemeentelijke rioolgemalen ** Seveso-inrichtingen zijn bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Voorheen werd in Nederland de term BRZO+ gehanteerd (dit staat voor Besluit Risico's Zware Ongevallen). In Nederland gaat dit om ruim 400 bedrijven.
Objecttypes waar geen uitval verwacht wordt Voor een aantal objecttypes verwachten we vanuit de modelresultaten voor het basisscenario geen uitval als gevolg van de extreme neerslag. Dit gaat om de objecttypes datacenters en riool- en afvalwaterzuiveringen (in grijs in de tabel gemarkeerd). Voor deze objecttypes kan uitval niet helemaal worden uitgesloten en ook bereikbaarheid is niet per object individueel gecontroleerd. Bij extremere scenario's komen deze objecttypes wel deels onder water te staan. Een voorbeeld hiervan is het ziekenhuis in Zutphen, dat voor de scenario's met verhoogde IJsselwaterstand wateroverlast zal ondervinden, met mogelijk ernstige gevolgen. Op het terrein van de Nederlandse Gasunie (TOI RavensteinZweekhorst) langs de N336 (Doesburgseweg) komt circa 10 cm water te staan. Uitval wordt daarbij niet verwacht, maar de bereikbaarheid voor het personeel is wel een aandachtspunt. Verder loopt het terrein en de toegangsweg voor het nieuw te bouwen Slingelandziekenhuis onder water in het basisscenario.
Objecttypes waar uitval verwacht kan worden De inrichting, het vloerpeil en de hoogte van installaties bepaalt of objecten daadwerkelijk uitvallen. Dat moet per object worden onderzocht. Daarnaast moet in samenwerking met de beheerders van de getroffen objecten worden vastgesteld welke specifieke gevolgen de uitval van deze objecten heeft. De objecttypes waarvoor in het basisscenario uitval mogelijk of waarschijnlijk is zijn in oranje en rood gemarkeerd in de tabel met links naar kaarten waarop de locaties weer zijn gegeven. Het gaat om: Een hoogspanningsasset De kritieke uitvalhoogte voor hoogspanningsassets ligt tussen de 1 en 3 m. Voor een enkele hoogspanningsasset is uitval mogelijk: Bij het ‘Station Doetichem 380’ bij Langerak treden waterdieptes onder de 1m op, maar is de gehele omgeving overstroomd. Wat de invloed daarvan is moet met de assetbeheerders worden bepaald. Een groot aantal middenspannings- en laagspanningsassets Voor middenspanningsassets geldt een kritieke uitvalhoogte van 45 tot 80 cm, voor laagspanningsassets is dat 20 tot 30 cm. Daardoor is in het basisscenario voor een groot aantal objecten uitval mogelijk en zelfs waarschijnlijk. Enkele gemalen Uitval van enkele gemalen is mogelijk (waterstanden van meer dan 30 cm bij deze locaties).