35. Raadsmededeling 85-2025 beantwoording vragen CU, VVD, CDA en BBB-HMV over 'Taakstelling opvang asielzoekers'
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouders Onderwerp
: : : : : :
85-2025 1 juli 2025 10 juli 2025 G.W. Olthof J.C. Wikkerink en T.M.M. Kok Beantwoording vragen CU, VVD, CDA en BBB-HMV over 'Taakstelling opvang asielzoekers'
Inleiding Naar aanleiding van het collegevoorstel van 6 mei jl. over de opvang van 300 asielzoekers op Singel 2, de daaropvolgende informatieavonden, zijn aan het college vragen gesteld door CU en de VVD. Het college heeft de raad daarna verzocht om alle nog levende vragen voor 1 juli te stellen zodat het college, in afstemming met het COA, nog voor het zomerreces de gemeenteraad van antwoorden kan voorzien. Met de antwoorden op alle door de raad gestelde vragen verwacht het college dat daarmee de raad in positie heeft gebracht om na het zomerreces een politiek-bestuurlijke kaders op te stellen, waarna het college een voorstel aan de raad kan doen toekomen. Inmiddels heeft de voorzitter van de PRT Achterhoek de raad en het college uitgenodigd om het AZC in Winterswijk te bezoeken voor een beter begrip over wat een opvanglocatie inhoudt en hoe het werkt. Tijdens het bezoek kunnen aan het COA de nog resterende vragen gesteld worden, of vragen die naar aanleiding van de hieronder gegeven antwoorden nieuwe vragen hebben oproepen. Hieronder vindt u alle inmiddels gestelde vragen van de CU, VVD, CDA en BBB-HMV en de antwoorden daarop.
ChristenUnie CU vragen 13-2025 taakstelling opvang asielzoekers Inhoud toelichting: 1. Kan het college helder uiteenzetten (feitenrelaas) op welke wijze de taakstelling van 200 voor de gemeente Aalten tot stand is gekomen, vanaf de indicatieve verdeling per gemeente d.d. 31 januari 2024? Antwoord: De minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn (artikel 2 lid 1 Spreidingswet). Vervolgens wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld hoe de verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen over alle provincies wordt bepaald en hoe een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente wordt bepaald (artikel 3 lid 1 Spreidingswet). Tot slot, colleges, gedeputeerde staten en het COA werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet en overleggen over de verdeling van opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 van de Spreidingswet voor de daaropvolgende twee jaren (artikel 4 lid 1 Spreidingswet). Wij hebben dit vormgegeven in het regionaal plan huisvesting vluchtelingen Achterhoek. Hierin is afgesproken dat de 8 Achterhoekse gemeenten de komende jaren 2.120 reguliere opvangplekken realiseren. Totdat deze gerealiseerd zijn worden ook 120 noodopvangplekken gerealiseerd.
In de onderlinge verdeling van Achterhoekse opvangplekken is het indicatieve aantal van 157 opvangplekken door het college opgehoogd naar 200 in het kader van de Achterhoekse aanpak. Deze 200 opvangplekken zijn vervolgens opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026 van de provinciale regietafel (PRT) Migratie & Integratie Gelderland, dat op 1 november 2024 door de CvdK is aangeboden aan minister Faber. Op basis van dat plan heeft de minister gemeente Aalten geschaard onder de kansrijke gemeenten die op 1-7-2026 een AZC operationeel zouden hebben. Daardoor zijn de 200 te realiseren opvangplekken de wettelijke taakstelling geworden. Het college heeft bezwaar aangetekend tegen zowel de opleveringsdatum als tegen de aantallen. De uitspraak op de hoorzitting wordt medio juli 2025 verwacht. 2. Is het getal van 200 gebaseerd op een eenzijdig besluit van het Rijk, of is getal (ophoging van 157 naar 200) tot stand gekomen op basis regionaal overleg en een ‘eigen bod’ van de gemeente Aalten? Wat zijn de achterliggende redenen dat het aanbod van Aalten naar aanleiding van het regionale overleg hoger is dan het aantal genoemd in de capaciteitsraming d.d. 31 januari 2024? Antwoord: zie antwoord op vraag 1. 3.
Wie of welk gremium heeft daartoe besloten, met welk mandaat en hoe is de communicatie hierover richting de gemeenteraad verlopen? Het college heeft als wettelijk bevoegd orgaan dit besloten, mede in het kader van de Achterhoekse aanpak waarin de acht Achterhoekse gemeenten de afspraak hebben gemaakt om in totaal 2.120 reguliere opvangplekken voor asielzoekers te realiseren, waarvan 370 voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. De raad is op 19 maart 2024, 17 september 2024 en 25 november 2024 in tijdens besloten vergaderingen, waarvan de geheimhouding inmiddels is opgeheven, bijgepraat over de laatste stand van zaken en aantallen. Daarnaast is de raad geïnformeerd middels een raadsmededeling 112-2024 over de Achterhoekse aanpak. Deze is bij deze raadsmededeling gevoegd. 4. In het verlengde van vraag 3: zou op grond van de huidige politieke en maatschappelijke discussie omtrent deze thematiek het bepalen (en ophogen) van aantallen in deze raadsmededeling niet een aangelegenheid van de gemeenteraad/de gemeenteraden moeten zijn? Antwoord: De ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ is daar helder over. De raad heeft alleen bevoegdheden op het ruimtelijke spoor (bestemmingsplan/omgevingsplan). Zie hiervoor artikel 5 en 6 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen.
De raad gaat dus niet over: - Locatiekeuze (artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1) - Aantal taakstelling asielzoekers (artikel 5 en artikel 6 lid 1) Zie, voor wat betreft de verhoging van 157 naar 200 asielzoekers, de beantwoording onder vraag 1. Voor wat betreft de verhoging van 200 naar 300 asielzoekers had het college de intentie om een voorstel aan de raad voor te leggen. Het college is hier echter niet aan toe gekomen, omdat de gemeenteraad de motie ‘nadere kaders voor de realisatie van een AZC in de gemeente Aalten’ heeft aangenomen. In deze motie verzoekt de raad de formulering van politiek-bestuurlijke kaders en/of voorwaarden van de gemeenteraad af te wachten, om vervolgens naar aanleiding daarvan te komen tot een voorstel aan de raad. 5. Kan het college een verklaring geven waarom de taakstelling in de omliggende gemeenten OostGelre en Oude-IJsselstreek lager is? Antwoord: Omdat minister Faber is uitgegaan van een aantal veronderstellingen, waaronder de kansrijkheid van te realiseren opvanglocaties, waaronder die van de gemeente Aalten, is in de restopgave het aantal opvangplekken in de provincie Gelderland zodanig aangepast dat het uiteindelijk te realiseren aantal opvangplekken in de provincie Gelderland per 1-07-2026 zoals vastgelegd in het Plan asielopvang Gelderland 2025 – 2026 gerealiseerd zou worden. 6.
Is het COA betrokken geweest bij het aanbod van 200 opvangplaatsen van de gemeente Aalten en zo ja, op welke wijze? Antwoord: Nee.
7. Het college heeft na overleg met het COA uit eigener beweging – zo lijkt het – aangeboden om in plaats van 200, 300 asielzoekers op te willen vangen. Dat is 50% meer. Als redenen daarvoor worden gegeven dat er door het COA geen haalbare businesscase kan worden gerealiseerd en dat er bepaalde dienstverlening niet door het COA wordt geboden, maar dat de gemeente daar zelf voor moet zorgen. Hiermee lijkt de gemeente Aalten primair een probleem van het COA op te lossen. Hoe kijkt het college tegen deze afspraak aan en welke belangenafweging heeft hierbij plaatsgevonden? Antwoord: Primair lossen wij een probleem voor vluchtelingen op, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het COA heeft aangegeven bij AZC Winterswijk geen mogelijkheden qua dienstverlening te zien. 200 opvangplekken betekent dat de gemeente de dienstverlening aan asielzoekers zelf moet regelen en bekostigen. In de praktijk betekent dit dat (dag)begeleiding, dagbesteding, allerhande trainingen (van Nt2 tot en met voorinburgering) door de gemeente geregeld zou moeten worden. Dat betekent dat het aantrekken van gekwalificeerd personeel, dan wel het daartoe opleiden van personeel een taak wordt van de gemeente. Dienstverleningsgebouwen moeten dan door de gemeente zelf geregeld of gerealiseerd worden. Evenals die van de gezondheidszorg.
Dit alles overziend heeft het college besloten om tot een voorstel te komen voor 300 opvangplekken, omdat de gemeente dan volledig ontzorgd zou worden. Ook bood het de gemeente koppelkansen, zoals de realisatie van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, een volledige bezetting van de eerstelijnsgezondheidszorg, het gebruik van de dienstverleningsgebouwen na vertrek van de asielzoekers et cetera.
8. Benoemd is dat bij de opvang van 300 mensen een zelfstandig AZC wordt gerealiseerd inclusief de nodige voorzieningen, en dat bij 200 mensen de gemeente Aalten afhankelijk is van (basis)voorzieningen van omliggende AZC’s (i.c. Winterswijk). Omdat het AZC Winterswijk geen capaciteit heeft, wordt Aalten – als we dienstverlening en gezondheidszorg door het COA willen laten verzorgen – feitelijk gedwongen om een volwaardig AZC te realiseren (en daarmee minimaal 300 mensen op te vangen). Is de gemeente Aalten hierdoor feitelijk een probleem van het COA aan het oplossen? Antwoord: Feitelijk lossen wij een probleem voor vluchtelingen op, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Omdat het college voorziet dat bij 200 opvangplekken het COA de benodigde
voorzieningen niet levert of bekostigt en hiermee de druk op onze eigen voorzieningen toeneemt, is besloten om een volwaardig AZC als voorstel uit te werken. 9. Hoe verhoudt bovenstaande (vraag 8) zich tot de afspraak genoemd in raadsmededeling 112- 2024 over het realiseren van een groot AZC in het westen van de Achterhoek, waar voorzieningen zoals onderwijs en zorg gerealiseerd kunnen worden? Ofwel, wanneer Aalten een AZC zou realiseren (tot max 157 of 200), zou deze dan geen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen? Antwoord: De realisatie van een groot AZC in het westen van de Achterhoek laat vooralsnog lang op zich wachten en het is de vraag of deze binnen de acceptabele reisafstand komt te liggen. Ondertussen wordt Aalten wel gehouden aan de afspraak uit het aanwijsbesluit dat op 1-07-2026 een operationeel AZC verondersteld wordt. Het college heeft hiertegen schriftelijk bezwaar aangetekend. Dit is op 28 mei jl. in een hoorzitting nogmaals mondeling toegelicht. De uitspraak zal pas nà de eerste wettelijke cyclus (1 juli 2025) formeel worden bevestigd, nadat alle bezwaar makende gemeenten in Nederland zijn gehoord. Op dit moment weten wij niet wat de wettelijke consequenties zijn mocht Aalten gehouden worden aan de realisatiedatum van 1-07-2025. 10.
Heeft het college hierbij ook gekeken naar de sociale draagkracht van de Aaltense samenleving en zo ja, op welke wijze? Antwoord: Gezien de ervaringen uit het verleden rondom de opvang van vluchtelingen, is het college ervan overtuigd dat, gezien de sterke en sociale samenhang binnen de gemeenschap, de gemeenschap dit kan dragen. In navolging daarop heeft het college nadrukkelijk gekeken en bij de gesprekken met het COA dan ook geëist dat er via de koppelkansen (extra woningen, eventueel dienstgebouwen, voorzieningen voor de buurt, etc.) rekening gehouden zou worden met het versterken van de sociale draagkracht.
VVD 16-2025 Vragen van de VVD-fractie betreffende RM 52-2025 betreffende AZC De VVD-fractie heeft enkele vragen over RM 52-2025 en in het algemeen over de plannen voor de oprichting van een AZC in Aalten. 1. COA stelt dat een plek met 200 plekken te klein is en zij pas vanaf 300 plekken een business case hebben. We horen ook andere geluiden. Welke voorbeelden zijn er in het land waar het COA afgeweken heeft van de 300? En om welke aantallen gaat het dan? Antwoord: Het COA verzorgt alleen bij noodopvang zelf de volledige opvang en begeleiding, ook als het om minder dan 300 opvangplekken gaat. Een voorbeeld waar het COA wél de opvang verzorgt bij minder dan 300 plekken, is de gemeente Lingewaard. Daar gaat het echter om een noodopvanglocatie. COA kan ook een Kleinschalige Opvang (KSO) maken, of een dependance AZC. Deze betreffen tot 100 en 200-300 plekken. Om hiervoor een haalbare business case te maken, wordt echter gesneden in de voorzieningen. Dat betekent dat COA op deze locaties geen of minder voorzieningen realiseert en hierover andere afspraken maakt met de gemeente. In geval van Aalten is er geen mogelijkheid om gebruik te maken van de voorzieningen in Winterswijk. Als hier een locatie wordt gerealiseerd van minder dan 300 plekken, moeten de gemeente Aalten en COA dus afspraken maken over hoe de voorzieningen die nodig zijn voor deze asielzoekers, worden gerealiseerd.
Bijvoorbeeld dat de gemeente COA panden ter beschikking stelt, financieel bijdraagt aan het realiseren van voorzieningen, of voorzieningen zelf versneld realiseert. Daarom betreft het voorstel van de gemeente Aalten en COA een locatie met 300 plekken, waarbij COA alles regelt. Er zijn verder geen locaties bekend waar het COA voor 10 jaar een locatie realiseert en gemeenten volledig ontzorgd bij een aantal van minder dan 300 opvangplekken.
2. Heeft het college onderhandeld over welke asielzoekers wel en welke niet (bijvoorbeeld veiligelanders) in Aalten passen of geaccepteerd dat het COA zegt dat er niet bij voorbaat afspraken gemaakt worden wie waar geplaatst wordt? Antwoord: Het COA geeft aan dat er geen afspraken zijn te maken over welke groepen asielzoekers in Aalten worden opgevangen. Dit is een landelijke beleidslijn: gemeenten kunnen niet selecteren op herkomst of status van asielzoekers. Het college van B&W wil benadrukken dat het vraagstuk over opvang van vluchtelingen zich niet laat vangen in een discussie over aantallen. Het gaat over mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Veel van deze vluchtelingen hebben verschillende achtergronden, behoeften en psychische of fysieke problemen. Dit maakt dat de opvang van vluchtelingen niet altijd vernauwd kan worden in aantallen. Ook in juridische zin hebben we te maken met verschillende vormen van vluchtelingen. In overleg met de Regio Achterhoek, COA en het Rijk proberen we in Nederland opvang te realiseren voor iedereen die op de vlucht is voor oorlog en geweld. Zodoende zetten we vooral in op kwalitatieve vormen van opvang in plaats van kwantitatieve vormen van opvang.
Hoewel de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet) dwingend van aard is, proberen we de opvang van vluchtelingen in goed overleg te realiseren. 3. Heeft het college een financiële rekensom gemaakt wat het kost wanneer de gemeente 200 asielzoekers zelf opvangt? Zo ja, kunt u dat met ons delen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college heeft het COA herhaaldelijk gevraagd om een financiële begroting voor een opvanglocatie met 200 plekken. Het COA kan pas een begroting opleveren bij een concrete situatie die gerealiseerd moet worden. Het is altijd maatwerk. De precieze kosten zijn namelijk sterk afhankelijk van verschillende factoren; of de opvang op één locatie plaatsvindt of juist verspreid, en of er samenwerking is met andere gemeenten voor de dienstverlening of dat de gemeente dat zelf regelt, et cetera. Op het moment dat er een voorkeursscenario voorligt kunnen hier afspraken over worden gemaakt. Het voorkeursscenario dat voorlag betrof een volledig AZC van 300 plekken omdat een kleinschaligere opvang niet bekostigd wordt door het COA.
De wettelijke verplichting voor het aantal opvangplaatsen voor de gemeente Aalten betreft 200. Dit aantal plaatsen is bij COA te realiseren binnen de uitgangspunten van het KSO-beleid. Er wordt dan uitgegaan van een dependance van een hoofd AZC. Hiermee leunt de locatie (deels) op een groter AZC in de buurt voor bijvoorbeeld voorzieningen. In de praktijk is het zo dat Winterswijk vol zit, hierdoor kan er geen gebruik gemaakt worden van de voorzieningen aldaar. Dit betekent dat deze op een andere manier vormgegeven moeten worden. Hoe dat vormgegeven wordt is de uitkomst van een maatwerktraject tussen COA en de gemeente waarbij gekeken wordt naar bijvoorbeeld: recreatie, dagbesteding, onderwijs en zorg. Het faciliteren van de aanvullende onderdelen – naast enkel de opvang – is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid en vraagt daarom tijd en geld van zowel COA als gemeente. We hebben nu al te maken met tekorten in zorg. Deze worden groter wanneer we dit ook voor een AZC moeten realiseren. Het is niet met zekerheid te zeggen of bijv. huisartsen deze ‘nieuwe patiënten’ ook kunnen accepteren in hun praktijk. Eveneens hebben we met onze maatschappelijke organisaties afspraken die passen bij het huidige inwonersaantal en problematiek. Wanneer inzet voor het AZC nodig is, moeten deze afspraken worden herzien (meer en andere inzet).
Het is op dit moment niet duidelijk of dit ook door de huidige partijen gerealiseerd zal kunnen worden. Dit alles overziend heeft het college besloten om een voorstel uit te werken voor een opvanglocatie met 300 plekken. Bij dit aantal wordt de gemeente volledig ontzorgd door het COA. Bovendien levert het de gemeente extra voordelen op, zoals de aanleg van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur en het gebruik van de dienstverleningsgebouwen na vertrek van de asielzoekers. Hoewel het uitgangspunt is dat een AZC kostenneutraal is voor gemeenten, verwacht het college dat de kosten aanzienlijk zijn vanwege de inzet van ambtelijke capaciteit voor het opzetten en inregelen van de benodigde dienstverlening bij een opvanglocatie met minder dan 300 plekken. Deze kosten zijn niet te verhalen op het COA maar hiervoor krijgen we wel een vergoeding voor van het rijk van 78 euro exclusief BTW per opvangplaats per dag.
4. In RM 52-2025 schrijft u: Dit betekent dat de gemeente Aalten voor het dilemma staat om òf zelf de dienstverlening te organiseren, wat zowel kosten als grote risico's met zich meebrengt. Om welke kosten gaat het dan? En welke risico’s bedoelt u? Antwoord: Zie antwoord vraag 3. De risico’s zitten vooral in de uitvoerbaarheid en beheersbaarheid: – de gemeente moet zelf personeel vinden en opleiden, – er is geen permanente beveiliging op een locatie kleiner dan 100 opvangplekken, – en het is onzeker of de gemeente dit op termijn financieel en organisatorisch kan volhouden. Kosten: Het ontwikkelen, onderhouden, beheren en niet voor andere doeleinden kunnen inzetten van locaties. Dit betreft dus een financiële component, maar ook kosten in ambtelijke capaciteit. Dit zijn kosten, zowel financieel als in ambtelijke capaciteit, waar COA de gemeente in ontzorgt als zij dit zelf oppakken. Risico’s: COA werkt volgens bepaalde standaarden, eisen en protocollen aan AZC’s. Dat is hun kerntaak. Hier komt een snelle planning bij kijken, die wij kunnen halen omdat er standaarden en efficiëntieslagen zijn gemaakt in de werkprocessen van COA. Voor de gemeente is het ontwikkelen van een AZC/dienstenlocaties niet op dezelfde manier hoofdtaak als voor COA. Dit gaat om de projectbeheersingsaspecten. Tijd, geld, organisatie, informatie en kwaliteit.
Daarnaast is het sinds de oprichting van COA haar taak om Asielzoekers te huisvesten. Dit doet zij door AZC’s te realiseren ontwikkeld en geëxploiteerd door COA. 5. Daarnaast kan het uitblijven van dienstverlening maatschappelijke kosten meebrengen, bijvoorbeeld door een verhoogde druk op zorgvoorzieningen. Verder schrijft u in RM 522025: Daarbij gaat het COA in op de aanvullende eisen die het college stelt. Eisen met betrekking tot het aanbod van volwaardige (jeugd)gezondheidszorg die ook beschikbaar is voor de Aaltense gemeenschap, onderwijshuisvesting, het bouwen van overcapaciteit voor andere doelgroepen door extra woningen toe te voegen zoals bijvoorbeeld voor statushouders en andere doelgroepen.
a. Bedoelt u dat de Aaltense gemeenschap gebruik kan maken van de gezondheidszorg op het AZC-terrein? Antwoord: In principe is de gezondheidszorg, welke door het COA wordt ingehuurd bij een externe organisatie, op het AZC-terrein bestemd voor asielzoekers. Alle mogelijkheden worden in het vervolgtraject besproken. b. Moeten kinderen die leerplichtig zijn niet verplicht naar een ISK? Gaat er zo’n school op het AZC Aalten geopend worden of is daar een minimaal aantal kinderen voor nodig onder de 18? Antwoord: Kinderen tot 12 jaar gaan naar het (reguliere) basisonderwijs en kinderen vanaf 12 jaar gaan naar het ISK in Winterswijk of Doetinchem. De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijs en moet samen met de schoolbesturen zorgen voor voldoende capaciteit en kwalitatief onderwijs (de onderwijstaak). c.
Welke overcapaciteit wordt er gebouwd? 40 woningen x 8 personen is theoretisch 320. COA en het college garandeerden dat er nooit meer dan 300 mensen opgevangen zouden worden. Om welke extra woningen gaat het dan? Antwoord: Er worden maximaal 300 asielzoekers opgevangen. Dat wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Op dat aantal wordt het aantal woningen gebaseerd dat het COA bouwt. Het COA creëert altijd wat overcapaciteit. Dit doen het omwille van zogeheten snijverlies. Mocht er een gezin van 3 in een 4 persoons unit zitten, dan zetten het COA daar niet nog iemand bij. Zo kunnen er meerdere van dit soort voorbeelden zijn. Om dan toch 300 personen op te kunnen vangen heeft het COA dus extra woonruimte nodig. Echter, 300 bestuurlijke plekken betekent dat er maximaal 300 personen tegelijkertijd mogen opvangen, ongeacht het feit dat er meer ruimte beschikbaar is.
d. Welk voordeel ziet u in het mixen van asielzoekers/statushouders met andere doelgroepen? En aan welke doelgroepen denkt u daarbij? Antwoord: Gezien de grootte van het terrein en krapte op de woningmarkt zou eenieder die dat wil zich kunnen inschrijven voor de woningen die de gemeente zelf wil bouwen op deze locatie (Singel 2). 6. Nutsvoorzieningen: in het voorstel van het college werd er gedacht aan een planning van oplevering najaar 2027. Is daarbij rekening gehouden met de aanleg van de nutsvoorzieningen? Zijn daar garanties voor gegeven of krijgen COA-aanvragen voorrang? Antwoord: Het COA heeft contact met de nutsbedrijven. Mochten die (nog) niet, of onvoldoende kunnen leveren dan worden technische tussenoplossingen gezocht totdat de nutsbedrijven wel volledig kunnen leveren. Het COA krijgt geen voorrang bij een aanvraag. 7. Collegebevoegdheid/ mandaat: a. Is de raad bevoegd om een collegebesluit dat nog geen raadsvoorstel is via een motie op te schorten? Antwoord: Nee, die bevoegdheid geeft de Gemeentewet niet aan de raad. Een motie is feitelijk niet meer (en minder) dan een mening; een uitspraak van de raad. De raad kan in het algemeen geen wettelijke taken en bevoegdheden ontnemen aan het college, laat staan bij motie. Sinds de invoering van het dualisme in 2022 heeft college bovendien een eigen verantwoordelijkheid en rol.
De raad kan natuurlijk wel het vertrouwen opzeggen in college(leden). b. Had de raad dat al eerder in de besloten bijeenkomsten kunnen aangeven? Antwoord: Ja, de gemeenteraad had kunnen besluiten een besloten raadsvergadering uit te schrijven. In een besloten raadsvergadering is het
alleen uitgesloten om te beraadslagen of besluiten over (artikel 24 Gemeentewet): a. de toelating van nieuw benoemde leden; b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; c. de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen, en d. de benoeming en het ontslag van wethouders. 8. Volgens de Spreidingswet is Aalten verplicht om 200 asielzoekers op te vangen. Staat daar ook een termijn bij? Zo nee, kan het college dan ook kiezen voor bijvoorbeeld 5 jaar? Antwoord: De Spreidingswet schrijft geen vaste termijn voor, het gaat om het realiseren van opvangplekken, niet om de duur. Het college kan dus ook kiezen voor een kortere periode dan 10 jaar, bijvoorbeeld 5 jaar. Wel heeft dit gevolgen voor de haalbaarheid van het plan. Zolang de Spreidingswet van kracht is, maakt de minister eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. De duur én het aantal opvang plaatsen kan hierdoor door de jaren heen wijzigen (zowel afnemen als toenemen). Een kortere duur van een opvanglocatie kan daardoor het risico meenemen dat we na 5 jaar opnieuw opzoek moeten naar een andere locatie voor de opvang van asielzoekers. 9. Op de plaatjes die niet de waarheid zijn, staan mooie woningen.
Toch is er angst bij bewoners dat er containers geplaatst gaan worden omdat deze woningen slechts 10 jaar gebruikt mogen worden. Wat is juist? Welk soort woningen komen er? Antwoord: Bij een reguliere opvang zoals door het college is voorgesteld, plaatst het COA géén containerwoningen. Die worden alleen gebruikt bij noodopvang voor korte duur. Wat er op de impressies te zien is, geeft een realistisch beeld van het type woningen dat het COA doorgaans inzet bij reguliere opvanglocaties. COA noemt dit COACH. Wat staat voor COA Circulaire Huisvesting, ofwel woningen die fabrieksmatig worden gemaakt, ver- en herplaatsbaar zijn en die voldoend aan het bouwbesluit. Op de website van COA zijn meer van dit soort woningen te vinden. In de plannen is deze gebouwde kwaliteit meegenomen in de Businesscase. De uiteindelijke keuze qua woningen (permanent of COACH) is echter afhankelijk van de door de gemeente opgestelde kaders 10. Veel burgers hebben gereageerd op dit voorstel via telefoon en mail. Op welke manier onderhoudt het college nu actief contact met de burgers die vragen ingediend hebben? Antwoord: Alle gestelde vragen, ook die tijdens de informatieavonden, zijn verzameld, gerubriceerd en beantwoord en staan op de website van de gemeente: Opvang asielzoekers | Gemeente Aalten. De vragen en antwoorden zijn ook bij deze raadsmededeling gevoegd.
Inwoners die hun vragen per mail of post hebben gesteld, hebben persoonlijk antwoord gekregen als ze daarom hebben gevraagd. Inwoners die hebben aangegeven dat ze op de hoogte willen worden gehouden van alle updates, ontvangen die via digitale nieuwsbrieven. 11. We horen ook dat er onrust is in de buurt tussen buurtgenoten die voor en tegen deze ontwikkelingen zijn. Neemt het college hierin ook nog actie? Zo ja welke? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college begrijpt dat een dergelijk voorstel gevoelens van onrust en verdeeldheid in de buurt kan oproepen. We volgen de signalen uit de wijk dan ook met grote aandacht en betrokkenheid. In deze periode, waarin meningen uiteen kunnen lopen, doet het college een nadrukkelijke oproep aan alle betrokkenen om met respect en begrip naar elkaar te blijven luisteren.
12. Gemeente Aalten voldoet nu al niet aan het huisvesten van de verplichte aantallen statushouders. We worden verplicht om circa 70 statushouders per jaar op te vangen. We bouwen ongeveer 100 nieuwe huizen per jaar. Dat betekent dat er maar 30 voor Aaltenaren zijn. Klopt deze berekening in grote lijnen? Welk plan bereidt het college voor om de statushouders van de komende jaren te huisvesten? Antwoord: De berekening klopt op meerdere punten niet. Ten eerste: niet iedere statushouder betekent één woning. Veel statushouders komen als gezin, waardoor meerdere personen in één woning worden gehuisvest. Dat betekent dat er uiteindelijk (veel) minder dan 70 woningen per jaar nodig zijn. Ten tweede: de 100 woningen die jaarlijks worden gebouwd, bestaan uit verschillende typen: koop, middenhuur en sociale huur. Alleen sociale huurwoningen komen in aanmerking voor de huisvesting van statushouders. Statushouders zijn één van de aandachtsgroepen waar de gemeente woonruime voor moet realiseren, maar ook de andere aandachtsgroepen moeten binnen de sociale huur gehuisvest worden. Volgens cijfers van Aedes (2023) wordt landelijk gemiddeld 6% van de sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders. In Aalten werden in 2023 10% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders, en in 2024 ging 9% van de verhuringen naar statushouders.
Tegelijkertijd erkent het college dat de druk op de woningmarkt groot is voor alle doelgroepen. Daarom wordt samen met woningcorporaties gewerkt aan woningbouwplannen en oplossingen, zoals de bouw van sociale huurwoningen en kamergewijze verhuur voor alleengaande en alleenstaande statushouders, waardoor meer statushouders in één woning kunnen worden gehuisvest. 13. Zijn er met de Achterhoekse gemeenten afspraken gemaakt over het ‘aanbod’ van de Achterhoek (asielzoekers, statushouders, Oekraïners)? Zo ja, welke? En met de provincie? Zo ja, welke? En hoe bindend zijn deze afspraken. M.a.w. welke mogelijkheden zijn er voor het college en voor de gemeenteraad om hiervan af te wijken? Antwoord: Ja, en dit heeft het college aan de raad middels raadsmededeling 112-2024 kenbaar gemaakt. De Achterhoekse gemeenten, waaronder Aalten, hebben daar samen afspraken over gemaakt. Hieronder de cijfers uit het regionaal plan huisvesting Vluchtelingen Achterhoek van 2024 kort weergegeven: Asielopvang Taakstelling
Asielopvang Waarvan AMV
1.691 143
Realisatie vóór 1-7-2025 654
Verschil taakstelling & 1-7-2025 -1.037
Realisatie na 1-72025 2.240
Bij tekort: aangeven op welke wijze wordt voorzien in de realisatie van de taakstelling Eind 2025 840 plekken
174
31
440
Eind 2025 340 plekken Tussen nov ‘24 en april ‘25 70 noodopvang plekken
Oekraïense ontheemden Opgave
Realisatie vóór 1-1-2025
Verschil
2.348
1.978
-370
Aantal ontheemden opgevangen in POO (registratie BPR) 212
Statushouders Taakstelling 2024-II incl. achterstand
Realisatie 2024-II per 17-10-2024 (indien ook Nidos: aantal vermelden)
408 (119 stand 30-062024 + 289 taakstelling 2024-II)
143
Waarvan realisatie amv
Verschil
-265
Taakstelling 2025-I / verdere doorkijk indien mogelijk
Dit plan is vervolgens afgestemd met de provincie en opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2025, dat is vastgesteld door de Provinciale Regietafel (PRT) Migratie & Integratie Gelderland op 29 oktober 2024. Uit dit plan: Geplande realisatie 2025 – 2027 Asiel
Oekraïense vluchtelingen
Statushouders
De afspraken met de provincie over asielzoekers en statushouders zijn bindend, omdat ze voortkomen uit wettelijke taakstellingen. In het geval van asielopvang is deze verplichting vastgelegd in de Spreidingswet en het verdeelbesluit van minister Faber van 22 december 2024. De gemeente Aalten moet zich daaraan houden. Afwijken is juridisch niet mogelijk zonder dat dit gevolgen heeft, bijvoorbeeld het risico dat het Rijk zelf locaties aanwijst of voorzieningen oplegt.
CDA 17-2025 Schriftelijke vragen fractie CDA betreffende AZC. De CDA-fractie Aalten – Dinxperlo heeft de volgende vragen voor het college welke deze eventueel beantwoord in samenspraak met het COA. 1.
Indien wordt gekozen voor aan aantal van minder dan 300 asielzoekers, welke vergoeding ontvangt de gemeente indien de COA niet de uitvoering uitvoert. Antwoord: Het COA gaat daarbij uit van een vergoeding van 78 euro inclusief BTW per persoon per dag.
2.
Zijn er gemeenten in Nederland waar de COA wel de uitvoering en verantwoordelijkheid draagt voor de “dagelijkse’ van gang zaken maar het aantal asielzoekers (ruim) minder is dan 300, de norm die steeds voor Aalten wordt genoemd
Antwoord: Er zijn locaties waar er is afgeschaald en er dus minder mensen zitten. Echter kennen die bestuurlijke overeenkomsten over het algemeen een langere doorlooptijd. Verder is het COA bezig met de verdere uitrol van kleinschalige locaties binnen de huidige beleidskaders. Deze locaties huisvesten dan 100 mensen, of betreft dependance-locaties, die 200 tot 300 asielzoekers huisvesten. Voor de verschillende groottes gelden verschillende plannen van eisen (PVE’s), ontstaan verschillende business cases en worden er dus ook verschillende afspraken met de gemeente gemaakt over financiën, betrokkenheid en taken in de opvang en begeleiding. De dienstverlening aan de KSO’s is doorgaans veel soberder dan aan een volwaardige (300+) opvanglocatie en diverse zaken moeten in samenwerking met de gemeente worden opgepakt en/of gerealiseerd.
3.
Is spreiding van het aantal asielzoekers over bijvoorbeeld (!) 3 locaties die in een straal liggen van 7 km denkbaar? Antwoord: Hoewel het in theorie mogelijk is om opvang te verdelen over meerdere kleinere locaties, brengt dit in de praktijk aanzienlijke uitdagingen met zich mee op het gebied van beheersbaarheid. Een gefragmenteerde opvangstructuur leidt tot veel onderlinge verplaatsingen van bewoners, medewerkers en hulpverleners tussen de locaties. Dit zorgt niet alleen voor extra verkeersbewegingen in de omgeving, maar maakt ook de dagelijkse coördinatie en aansturing complexer en minder efficiënt. Daarnaast betekent het opsplitsen van de opvang over bijvoorbeeld drie locaties van elk circa 70 personen dat deze vallen onder het KSO-beleid (kleinschalige opvang). Binnen dit beleid is er geen structurele beveiliging aanwezig, wat de veiligheid en rust op de locaties onder druk kan zetten. Ook zijn er op kleinere locaties vaak onvoldoende voorzieningen beschikbaar, waardoor men afhankelijk wordt van een nabijgelegen groot asielzoekerscentrum (AZC) voor essentiële diensten zoals medische zorg, dagbesteding en begeleiding. In de regio Aalten zijn dergelijke voorzieningen echter niet direct voorhanden, wat de praktische uitvoerbaarheid verder bemoeilijkt.
4.
Is de gemeente Aalten in staat met de te ontvangen vergoeding genoemd in vraag 1, en met inzet van vrijwilligers, de dagelijkse taken (school, arts, beveiliging enz.) op 1 of meerdere azc uit te voeren? Antwoord: De vergoeding die onder 1 is genoemd wordt betaald als de gemeente zelf de regie voert over het opvanglocatie(s) onder auspiciën van het COA. Of het bedrag dan voldoende is hangt mede samen met het aantal opvangplekken.
5.
12
Op welk wijze kan de gemeente samen met de plaatsende instantie invloed uitoefenen op de samenstelling van de te plaatsen populatie in een toekomstig AZC, de wens hebben we nadrukkelijk gehoord en is cruciaal.
Antwoord: Niet. Er kan enkel gestuurd worden op de reguliere doelgroep of een Alleen gaande minderjarige vluchtelingen (AMV) doelgroep. Die laatste groep is echter, volgens het laatste verdeelbesluit, geen onderdeel van de benodigde opvangplaatsen in de gemeente Aalten 6.
Een toetsingscriteria van het COA is dat de bewoners van een AZC op redelijke afstand worden gehuisvest t.o.v. van de reeds gevestigde, Aaltense, inwoners. Wat is die afstand? Antwoord: Voor de bereikbaarheid van voorzieningen in de omgeving gelden de volgende richtlijnen: • Supermarkt: 15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten; • Basisonderwijs: 15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten; • Voortgezet onderwijs: 30 fietsminuten van de locatie, acceptabel is 60 fietsminuten; • Aansluiting OV-net: 5 loopminuten van de locatie, acceptabel is 15 loopminuten; Daarnaast streven we ernaar om onze opvang onderdeel te laten zijn van de gemeenschap. Plaatsing in, of direct tegen de kern, draagt hier positief aan bij.
7.
Zijn er voorbeelden van gemeenten met meerdere kleinschalige locaties? Antwoord: Die voorbeelden kunnen mondjesmaat loskomen nu het beleidskader ook in de praktijk gebracht wordt. Ruime ervaring met dit opvangconcept heeft het COA dus niet.
8.
Indien vraag 8 met ja beantwoord wordt: wat zijn hier de ervaringen in? Denk hierbij aan regelen voorzieningen/onderwijs/zorg. Echter ook in acceptatie en opvang. Antwoord: zie antwoord op 7
9.
Aanvullend op bovenstaande: is het college zelf in contact geweest met deze gemeenten? Antwoord: zie antwoord op 7
10. Tijdens de bijeenkomsten is genoemd dat niet alle culturen vanuit de basis al goed met elkaar kunnen; wordt hier rekening mee gehouden met het indelen? Antwoord: Zoals tijdens de informatieavonden is toegelicht wordt hier op locatie rekening mee gehouden. 11. Niet alle culturen hebben (in de basis) respect voor mensen met een beperking; heeft het COA ervaring met het plaatsen van een AZC op steenworp afstand van een woonvoorziening voor mensen met een beperking? Antwoord: Ja 12. Hoe hard is het contract van 10 jaar? Verschillende berichten bereiken ons dat dit ondanks toezeggingen bij verschillende gemeenten wordt verlengd. Antwoord: Het COA maakt nu afspraken voor 10 jaar. Als het contract een verlengoptie biedt kan deze verlengd worden. Als dit niet het geval is, is binnen de kaders van het te sluiten contract deze 10 jaar hard. 13. Op de zaken vooruitlopend: Waar kunnen vrijwilligers zich aanmelden? Is het de bedoeling dat Figulus hier een grote rol krijgt toebedeeld? Of houdt het COA alles onder beheer. Antwoord: Vrijwilligers kunnen zich melden bij COA. Samenwerken met andere organisaties kan goed. 14. Is de gemeente Aalten voornemens om iets terug te doen voor de aanwonenden? bv aanleggen park/ hondenspeelveld/ buurtcafé?
13
Antwoord: In het geval van een duurzame opvanglocatie (10 Jaar) met 300 opvangplekken heeft het COA diverse koppelkansen geboden welke na vertrek een meerwaarde kunnen hebben voor de Aaltense gemeenschap. De definitieve invulling wordt bepaald op basis van de gestelde kaders en eventuele inbreng van de klankbordgroep.
14
BBB-HMV 18-2025 Schriftelijke vragen fractie BBB-HMV betreffende de diverse varianten voor asielzoekersopvang in de gemeente Aalten 1. Met betrekking rond de veiligheid ligt bij de variant groot (ca 300 personen plus voorzieningen) de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op het terrein bij het COA en daarbuiten bij het College van B&W. Onze vraag hoe deze afspraken geregeld zijn binnen de “driehoek” (burgemeester, politie, OM), in geval van de kleine variant en de grote variant. In vervolg hierop, in de VNOG zijn aanrijtijden met name ’s nachts en in het weekend vaak wat langer… Antwoord: Afspraken over veiligheid buiten de opvanglocatie is maatwerk. Zo zal het college in gesprek gaan met omwonenden hoe zij de veiligheid ervaren als er een opvanglocatie in de buurt komt. Daarna wordt samen met het COA een veiligheidsplan gemaakt. Wat normaliter ook voor de eigen inwoners geldt, geldt strafrechtelijk ook voor asielzoekers. De driehoek gaat, mede afhankelijk van de opvanglocatie(s) hierover afspraken maken. Tijdens de bewonersbijeenkomsten is door de gemeente wel toegezegd dat toezicht door politie, BOA`s en de wijkagent worden geïntensiveerd. 2. Als fractie willen we graag inzage in alle stukken waarop college het op 7 mei gecirculeerde voorstel heeft gebaseerd.
Met name de lijst van mogelijke terreinen voor een AZC, en de overwegingen en criteria waarom er locaties afvielen, en waarom juist voor de Singel gekozen is, terwijl deze locatie al op de lijst stond van uitleglocaties voor eigen bouw voor de gemeente. Openheid m.b.t. de onderleggende stukken lijkt ons nu essentieel voor geïnformeerde kaderstelling door de raad. Antwoord: alle relevante stukken staan op de website van de gemeente voor iedereen die inzage wil. Daarnaast zijn alle relevante stukken aan de raad toegezonden met raadsmededeling 52-2025 3. Wat zijn de exacte aantallen asielzoekers toegewezen aan de gemeente Aalten in de diverse stukken: - De spreidingswet; - De toewijzing van de provincie Gelderland; - Het aantal dat COA hanteert voor klein en groot: in de stukken van de gemeente Aalten wordt het getal van 300 personen genoemd, terwijl in de gemeente Oude IJsselstreek een getal van 250 genoemd wordt voor groot AZC. Antwoord: Spreidingswet: De oorspronkelijke verdeling bedroeg 157 opvangplekken, waarvan 13 voor amv’ers. Met het verdeelbesluit in december 2024 is dit op 200 gezet zonder een taakstelling voor de opvang van amv`ers. Een volwaardige opvanglocatie kent 300 of meer opvangplekken. Het COA experimenteert nu ook met kleinschalige opvang (KSO’s). Die zijn ze momenteel aan het uitrollen.
Dit kan gaan om kleinschalige locaties, KSO’s die sinds vorig jaar zijn toegevoegd aan de beleidskaders van COA. Deze locaties huisvesten dan 100 mensen huisvesten, of betreft dependancelocaties, die 200 tot 300 asielzoekers huisvesten. Voor de verschillende groottes gelden verschillende plannen van eisen (PVE’s), ontstaan verschillende business cases en kunnen er dus ook verschillende afspraken met de gemeente gemaakt over financiën, betrokkenheid en taken in de opvang en begeleiding. De dienstverlening aan de KSO’s is doorgaans veel soberder dan aan een volwaardige (300+) opvanglocatie. 4. Bezigheid asielzoekers: college van B&W spreekt over afspraken met het bedrijfsleven over eventueel werk voor AZC bewoners. Hoe denk het college ervoor te zorgen dat vraag naar geschoold werk en aanbod vanuit het AZC op elkaar worden afgestemd? Antwoord: Via contacten met werkgeversverenigingen, het WSP Achterhoek Werkt en via de
15
contacten van Laborijn. In samenwerking met de provincie Gelderland, met steun van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is tevens een pilotproject gestart in de regio om asielzoekers versneld aan werk te helpen. 5. Wat zijn de vergoedingen per asielzoeker voor de variant ‘klein decentraal’ en voor opvang ‘groot centraal’? Antwoord: Het COA gaat daarbij uit van een vergoeding van 78 euro inclusief BTW per persoon per dag. 6. In geval van de variant ‘klein decentraal’, hoe wordt dan het medegebruik van voorzieningen op een grotere locatie in de regio geregeld: bijvoorbeeld kan een kleiner decentrale opvang in Aalten gebruik maken van voorzieningen van het AZC Winterswijk? Antwoord: Nee, het AZC Winterswijk kan geen dienstverlening leveren aan Aalten zoals is toegelicht tijdens de informatieavonden. 7. Behoort voor Aalten een afsprakenkader volgens Venloos model tot de mogelijkheden? (Zie publicaties van de burgemeester van Venlo of de inrichting van een AZC in zijn gemeente). Antwoord: Afspraken tussen COA en de gemeente Aalten zijn altijd maatwerk. Dat gold ook voor de gemeente Venlo 8. Is een variant waarbij een overeenkomst met het COA aangegaan wordt voor 5 jaar ook mogelijk? Antwoord: De Spreidingswet schrijft geen vaste termijn voor, het gaat om het realiseren van opvangplekken, niet om de duur.
Het college kan dus ook kiezen voor een kortere periode dan 10 jaar, bijvoorbeeld 5 jaar. Wel heeft dit gevolgen voor de haalbaarheid van het plan. Zolang de Spreidingswet van kracht is, maakt de minister eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. De duur én het aantal opvang plaatsen kan hierdoor door de jaren heen wijzigen (zowel afnemen als toenemen). Een kortere duur van een opvanglocatie kan daardoor het risico meenemen dat we na 5 jaar opnieuw opzoek moeten naar een andere locatie voor de opvang van asielzoekers. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Wettekst ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet) 2. Raadsmededeling 112 - 2024 Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek 3. Raadsmededeling 128 - 2024 Beantwoording vragen BBBHMV over raadsmededeling 112-2024 4. Vragen en antwoorden n.a.v. informatiebijeenkomsten
16
Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen Geldend van 31-01-2024 t/m heden Wet van 24 januari 2024, houdende regels inzake een wettelijke taak van gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen een wettelijke taak van gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken ten behoeve van een stabiel en wendbaar stelsel van asielopvang om daarmee aan internationaalrechtelijke verplichtingen te voldoen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definitiebepaling In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder verstaan onder: – – – – – – –
asielzoeker: een vreemdeling wiens vrijheid niet rechtens is ontnomen en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend; COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; college: college van burgemeester en wethouders; Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; opvang: de materiele en immateriële opvang van asielzoekers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; opvangplaats: een plaats bestemd voor de opvang van één asielzoeker in een opvangvoorziening; opvangvoorziening: een accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college opvang wordt geboden aan asielzoekers.
Hoofdstuk 2. Landelijke raming en besluitvorming Artikel 2. Capaciteitsraming 1. Onze Minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daarop volgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. Deze raming komt tot stand op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. 2. De raming, bedoeld in het eerste lid, kan tussentijds worden gewijzigd. 3. Het aantal opvangplaatsen dat beschikbaar moet worden gesteld wordt voor 1 februari bekendgemaakt. Het benodigd aantal opvangplaatsen wordt onderdeel van de in artikel 3 bedoelde provinciale opvangopgave. Op het aantal opvangplaatsen dat in een provincie beschikbaar moet worden gesteld wordt het aantal plaatsen dat voor vijf jaar of langer beschikbaar is of in de daaropvolgende twaalf maanden voor die periode beschikbaar zal komen in mindering gebracht. Daarbij wordt uitgegaan van locaties of accommodaties van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen minimale omvang.
Artikel 3. Provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld hoe de verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen over alle provincies wordt bepaald en hoe een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente wordt bepaald. De verdeling is gebaseerd op het aantal inwoners van de betreffende gemeente en op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de meest recente «SES-WOA-score per gemeente» van het CBS. Bij de verdeling kan worden bepaald dat een gedeelte van de opvangplaatsen van bijzondere aard moet zijn. 2. Onze Minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar de verdeling over alle provincies bekend alsmede de indicatieve verdeling per gemeente. Artikel 4. Overleg en verslag 1. Colleges, gedeputeerde staten en het COA werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet en overleggen over de verdeling van opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 voor de daarop volgende twee jaren. Het overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning. 2. De commissaris van de Koning brengt eens in de twee jaren voor 1 november van het kalenderjaar aan Onze Minister een verslag uit van het overleg. 3.
De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, genoemd in het eerste en tweede lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie. Artikel 5. Verdeelbesluit per provincie 1. Onze Minister neemt eens in de twee jaren voor 31 december van het kalenderjaar een verdeelbesluit, per provincie, waarin de benodigde opvangplaatsen per provincie, bedoeld in artikel 3, voor de duur van twee daarop volgende kalenderjaren voor asielzoekers over de in het besluit aangewezen gemeenten worden verdeeld. 2. Bij het verdeelbesluit slaat Onze Minister acht op het verslag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en streeft hij naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland. Hij houdt bij die verdeling zo veel mogelijk rekening met de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de meest recente «SES-WOA-score per gemeente» van het CBS. 3. Het verdeelbesluit kan bij bijzondere omstandigheden tussentijds worden gewijzigd. Bij een ingrijpende wijziging zijn de artikelen 3 en 4 van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 3. Taak gemeente Artikel 6. Taak 1.
Het college van een aangewezen gemeente draagt binnen de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zorg voor het mogelijk maken van opvangvoorzieningen voor asielzoekers in de gemeente overeenkomstig het verdeelbesluit. 2. Opvangvoorzieningen voldoen op het tijdstip van ingebruikneming aan de krachtens de Wet COA gestelde wettelijke vereisten voor een opvangvoorziening en overige wettelijke vereisten voor een gebouw met een woonfunctie. Artikel 7. Invulling taak 1. Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor: a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie binnen zes maanden na
bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college. 2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening. Hoofdstuk 4. Informatie en financiering Artikel 8. Melding onvoorziene omstandigheden Indien zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat de terbeschikkingstelling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of vergunningverlening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, naar verwachting niet tijdig kan worden gerealiseerd, maakt het college hier onverwijld melding van aan Onze Minister. Artikel 9. Specifieke uitkering 1. Onze Minister kan een specifieke uitkering aan gemeenten verstrekken ter bekostiging van de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van deze wet. 2. Bij regeling van Onze Minister kan een specifieke uitkering worden verstrekt voor: a. opvangplaatsen van bijzondere aard, en b.
op verzoek van een gemeente voor iedere opvangplaats waarmee een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald aantal opvangplaatsen binnen een bepaalde periode wordt overschreden, uitgaande van een bepaald minimaal aantal opvangplaatsen en een minimale beschikbaarheid in tijd van deze opvangplaatsen. De gemeente kan de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering. 3. Na ommekomst van de in artikel 2 bedoelde periode van twee jaar verstrekt Onze Minister de provincie en gemeenten een specifieke uitkering voor iedere opvangplaats waarmee 75% van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal opvangplaatsen in de provincie is overschreden. De opvangplaatsen waarvoor met toepassing van het tweede lid op verzoek van een gemeente een specifieke uitkering is verstrekt, zijn daarvan uitgesloten. De uitkering wordt verdeeld tussen de provincie en, naar rato van het aantal geboden plaatsen, de gemeenten die opvangplaatsen hebben geboden en hebben voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, bedoelde taak. Provincie en gemeente kunnen de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering. 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de in het eerste en derde lid bedoelde uitkeringen aan provincies en gemeenten. Hoofdstuk 5. Wijziging van andere wetten Artikel 10.
Wijzigingen Wet Centraal Orgaan Opvang asielzoekers [Wijzigt de Wet Centraal Orgaan Opvang asielzoekers.] Artikel 11. Wijziging Gemeentewet [Wijzigt de Gemeentewet.] Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12. Invoeringstoets en evaluatie
1. Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk. 2. Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Artikel 13. Overgangsvoorziening 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 11 van deze wet, maakt Onze Minister bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daarop volgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. 2. Met toepassing van artikel 3 wordt een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente bepaald. 3. Onze Minister verstrekt uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 11 van deze wet de gemeente een specifieke uitkering voor iedere duurzaam ter beschikking gestelde opvangplaats waarmee het met toepassing van het tweede lid bepaalde aantal wordt overschreden. De gemeente kan de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering. 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de in het derde lid bedoelde uitkeringen aan gemeenten. Artikel 14.
Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 15. Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
’s-Gravenhage, 24 januari 2024 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg Uitgegeven de dertigste januari 2024 De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
Raadsmededeling Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
112-2024 4 juli 2024 2 juli 2024 G. Sikking, A.J Klumpers J.C. Wikkerink Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek
Aanleiding Voor de huisvesting van vluchtelingen in de Achterhoek, zijn regionale bestuurlijke afspraken gemaakt. Middels deze raadsmededeling brengen wij u op de hoogte van deze bestuurlijke afspraken.
Inhoud mededeling: De gemeenten in de Achterhoek (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) vinden dat de opvang van vluchtelingen niet aan enkele gemeenten kan worden overgelaten, maar dat alle gemeenten hun deel moeten doen. Daarnaast zien we dat nieuwkomers ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Achterhoekse economie en arbeidsmarkt. Daarom hebben we als gemeenten samen concrete plannen gemaakt om zo snel mogelijk aan onze taakstellingen te voldoen. De Achterhoek pakt zo de uitdaging op om zo snel mogelijk 1.691 asielzoekers en 2.348 Oekraïense ontheemden op te vangen en (naar verwachting) jaarlijks ruim 600 statushouders te huisvesten. Onze regio heeft oog voor vluchtelingen en wil hen fatsoenlijk huisvesten in duurzame opvanglocaties.
Bijlage - Bestuurlijke afspraken
Pagina 1 van 1
Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek Er zijn in Nederland te weinig opvangplekken voor vluchtelingen (Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders). Daardoor worden veel mensen, vaak kortdurend, opgevangen op plekken die niet geschikt zijn voor langdurige opvang. De gemeenten in de Achterhoek (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) vinden dat de opvang van vluchtelingen niet aan enkele gemeenten kan worden overgelaten, maar dat alle gemeenten hun deel moeten doen. Daarnaast zien we dat nieuwkomers ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Achterhoekse economie en arbeidsmarkt. Daarom hebben we als gemeenten samen concrete plannen gemaakt om zo snel mogelijk aan onze taakstellingen te voldoen. De Achterhoek pakt zo de uitdaging op om zo snel mogelijk 1.691 asielzoekers en 2.348 Oekraïense ontheemden op te vangen en (naar verwachting) jaarlijks ruim 600 statushouders te huisvesten. Onze regio heeft oog voor vluchtelingen en wil hen fatsoenlijk huisvesten in duurzame opvanglocaties.
Asielzoekers De gemeenten in De Achterhoek: - Willen voldoen aan de regionale taakstelling om in 2025, of zo snel mogelijk daarna, in totaal 1.691 opvangplaatsen voor asielzoekers beschikbaar te stellen; - Zetten daarbij in op het realiseren van 290 reguliere opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv) in de regio. Als er voldoende voorzieningen (waaronder onderwijs) te realiseren zijn, kunnen dit er 370 worden. - Willen ook tijdelijk AMV opvangen in de regio, ook dit is afhankelijk van beschikbare voorzieningen. Het aantal tijdelijke plekken is de komende jaren 120 in de winter, 50 in de zomer; - Spreken daarbij af dat iedere gemeente vaart maakt met de plannen die zij aan elkaar hebben gepresenteerd om de gezamenlijke regionale taakstelling zo spoedig mogelijk te realiseren; - Werken deze plannen voor 1 september uit in een (politiek) tijdspad, zodat voortgang te meten is; - Realiseren waar mogelijk opvangplaatsen voor een termijn van 10 jaar of langer, verdeeld over meerdere kleinere, middelgrote en enkele grote opvanglocaties, verspreid over de regio; - Zien daarbij dat naast kleine en middelgrote locaties, minimaal één grote opvanglocatie in het westen van de Achterhoek gewenst is. Hier kunnen dan ook voorzieningen (waaronder onderwijs en zorg) gerealiseerd worden.
De gemeente Oude IJsselstreek neemt het initiatief om te zoeken naar een geschikte locatie voor een duurzaam opvangcentrum dat past in het landschap en trekt in dit project (in ieder geval) samen op met gemeente Doetinchem en de provincie Gelderland;
-
Zetten zich waar mogelijk in om aanvullend tijdelijk noodopvangplaatsen te realiseren om in 2025 te voldoen aan de regionale taakstelling; Realiseren daarbij de volgende aantallen plaatsen in de tijd: Plaatsen Plaatsen Plaatsen 1 juli 2025 eind 2025 eind 2026 1. Aalten 0 200 200 2. Berkelland 44 180 200 3. Bronckhorst 160 240 240 4. Doetinchem 100 100 100 5. Montferland 30 250 250 6. Oost-Gelre 141 141 200 7. Oude IJsselstreek 0 0 500 8. Winterswijk 400 400 400 Totaal 875 1511 2090 Gemeente
Oekraïense ontheemden De gemeenten in de Achterhoek: - Willen voldoen aan de opgave om in 2025 in totaal 2.348 gemeentelijke opvangplaatsen voor Oekraïense ontheemden in de regio te realiseren en denken dat ook in de loop van 2025 te kunnen doen; - Willen geen locaties openen die (tijdelijk) leeg komen te staan en verwachten daarom van het Rijk dat de taakstelling op tijd wordt bijgesteld als er minder plekken nodig zijn. Ook gaan we regionaal afstemmen wanneer locaties open gaan, zodat er niet teveel tegelijkertijd open gaan; - Doen een beroep op het Rijk om de bestaande regeling voor de realisatie en exploitatie van voorzieningen in stand te houden; - Verzoeken het Rijk om opvang door particulieren mee te tellen in de totale opgave van de opvang van ontheemden uit Oekraïne.
Statushouders De gemeenten in de Achterhoek: - Vragen aandacht voor specifieke uitdagingen van gemeenten in De Achterhoek, zoals een lager percentage sociale woningen en het vooral beschikbaar komen van gezinswoningen van enig formaat (vooral geschikt voor gezinnen met 4 of 5 leden: het koppelen van alleenstaanden of hele grote gezinnen maakt het nog moeilijker om aan de taakstelling te voldoen); - Rekenen op blijvende Rijksfinanciering voor het realiseren van opvangvoorzieningen en huisvesting voor statushouders; - Doen een dringend beroep op de Rijksoverheid om regelingen eenvoudig te houden/maken en aan te laten sluiten bij de realiteit in onze regio en binnen de asielketen, bijvoorbeeld als het gaat over hoe lang mensen in een doorstroomlocatie kunnen verblijven;
-
-
-
-
Werken samen met woningcorporaties en private partijen aan de realisatie van tussenvoorzieningen, doorstroomlocaties, flexwoningen en andere manieren om statushouders te huisvesten; Vragen om en werken mee aan creatieve oplossingen om kamergewijze verhuur en splitsing van woningen aan alleenstaande en alleenreizende statushouders mogelijk te maken. Dit vraagt onder meer om woonbegeleiding, waar tot nu toe geen Rijksfinanciering voor is; Zoeken samen met gespecialiseerde organisaties en partners in de regio actief naar huisvestingsoplossingen voor alleenstaande minderjarige statushouders; Vragen het Rijk haast te maken met het wegwerken van de steeds langere wachttijden in de behandeling van aanvragen voor gezinshereniging door alleenreizenden. Deze alleenreizenden kunnen gedurende deze periode, die inmiddels oploopt tot bijna twee jaar, niet worden gehuisvest in een eengezinswoning. Omdat de huur hiervan te hoog is, maar ook omdat dit negatieve impact heeft op het draagvlak in een onder spanning staande woningmarkt.