26. VNG Ledenbrief 35-2025 Nieuw model Parkeerverordening en modelbepalingen deelmobiliteit (APV)
Tekst van het document
Bij de voorwaarden kan het bijvoorbeeld gaan om een bewoner die niet meer in gebied woont waarvoor de parkeervergunning is verleend. In het derde lid is geregeld dat het college de parkeervergunning ook op aanvraag van de vergunninghouder kan wijzigen of intrekken. In dat geval gelden de beperkingen voor wijziging of intrekking van het tweede [en het vierde] lid niet. [Tot slot zijn in het vierde lid een aantal bijzondere gevallen genoemd waarin het college kan besluiten de parkeervergunning te wijzigen of in te trekken. Bijvoorbeeld als de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt of niet (meer) voldoet aan de vergunningvoorschriften. Het gaat hier om een kan-bepaling: anders dan in gevallen van het tweede lid, is het college in gevallen van het vierde lid niet verplicht om de vergunning in te trekken.] Artikel 6 Parkeren zonder vergunning: uitzonderingen op het verbod
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/11
Het is op grond van artikel 24, eerste lid, onder g, van het RVV 1990 verboden om te parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder een daarvoor geldige parkeervergunning. Het college kan een uitzondering maken op dit verbod voor soorten gevallen (vrijstelling) of voor individuele gevallen (ontheffing). Bij de vrijstelling valt te denken aan bijvoorbeeld de hulpdiensten zoals brandweer, ambulance en politie. Bij de ontheffing kan het bijvoorbeeld gaan om een verhuiswagen. Artikel 7 Aanvraag parkeervergunning bewoners Het college verleent deze parkeervergunning in principe uitsluitend aan bewoners die ingeschreven staan in de basisregistratie personen (BRP) op een adres binnen het betreffende vergunninggebied. Dit zorgt ervoor dat de regeling alleen geldt voor bewoners met een geregistreerd adres. Voor bewoners die om gerechtvaardigde redenen niet in de BRP staan ingeschreven, maar wel feitelijk wonen in het gebied, kan het college een specifieke uitzondering maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een diplomaat, consulair medewerker of werknemer van een internationale organisatie die in Nederland woont en werkt. Artikel 8 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bewoners Het college kan een parkeervergunning voor bezoekers verlenen aan bewoners, zodat hun bezoekers kunnen parkeren in het vergunninggebied waar de bewoners wonen.
Artikel 9 Aanvraag parkeervergunning bedrijven Het college kan parkeervergunningen verstrekken aan bedrijven die gevestigd zijn binnen een vergunninggebied en daar ook staan ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dit zorgt ervoor dat alleen gevestigde bedrijven in het gebied in aanmerking komen. Voor bedrijfslocaties binnen het vergunninggebied die niet zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, kan het college aparte uitzonderingen maken. Artikel 10 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bedrijven Bedrijven kunnen een parkeervergunning aanvragen waarmee hun bezoekers kunnen parkeren in het vergunninggebied. [Artikel 11 Aanvraag parkeervergunning autodeelbedrijven Het eerste lid maakt het mogelijk voor autodeelbedrijven om een parkeervergunning te krijgen voor het parkeren van een deelmotorvoertuig. Het college kan ervoor kiezen om een autodeelbedrijf een parkeervergunning te verlenen voor aangewezen parkeerplaatsen voor vergunninghouders of voor een aangewezen gebied ruimer dan één vergunninggebied (freefloating). Het tweede lid maakt het mogelijk om de parkeervergunning voor autodeelbedrijven niet te verlenen op kenteken. Deze mogelijkheid is belangrijk voor situaties waarin met verschillende motorvoertuigen – en dus verschillende kentekens – gebruik moet kunnen worden gemaakt van de parkeervergunning.
Wel moet in dat geval gebruik worden gemaakt van het parkeersysteem. Op deze manier kunnen parkeergegevens worden bijgehouden door het aan- en afmelden van het motorvoertuig.] Artikel 12 Aanvraag parkeervergunning gehandicapten Overigens is het alleen nodig om de fysieke GPK achter de voorruit te plaatsen bij de gehandicaptenparkeerplaatsen (verkeersbord E6). Voor de overige (fiscale) parkeerplaatsen wordt het parkeersysteem gebruikt. Artikel 13 Parkeervergunning bijzondere organisaties en doelgroepen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/11
In dit artikel is vastgelegd dat aan bijzondere organisaties of doelgroepen en leden daarvan een parkeervergunning kan worden verleend. Het gaat hier om organisaties zoals scholen of sportverenigingen en doelgroepen zoals mantelzorgers en verloskundigen. Deze organisaties en doelgroepen zijn geen bewoners en (veelal) geen bedrijven. Vanuit het algemeen belang is het wel belangrijk dat zij in voorkomende gevallen kunnen parkeren. Het gaat om een “kan-bepaling”. Dit betekent dat het college bij de beoordeling van de aanvragen maatwerk kan leveren. In onvoorziene of zeer bijzondere gevallen, of in situaties waarin een parkeervergunning niet optimaal is, zijn er nog de uitzonderingsmogelijkheden van artikel 6. Artikelen 14 en 15 Verboden In het artikel staan gemeentelijke verboden. Deze zijn in aanvulling op de landelijke verboden. Zo zijn er al landelijke verboden om te parkeren waar een parkeerverbod geldt en om zonder geldige parkeervergunning te parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders (artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het RVV 1990). De verboden in dit artikel zijn nodig om de goede werking van het systeem te borgen, en spreken voor zich. Het betekent bijvoorbeeld dat er geen voorwerpen op parkeerplaatsen mogen staan of liggen, dat er geen fiets tegen een parkeerautomaat mag worden gezet en dat er geen zak overheen mag worden getrokken.
Hieronder, bij de strafbepaling van artikel 17, wordt ingegaan op de strafbaarstelling en de handhaving van de gemeentelijke verboden van de artikelen 14 en 15. Artikel 17 Strafbepaling Overtreding van de landelijke verboden is al strafbaar. Om de gemeentelijke verboden van artikel 14 en 15 (en die van eventuele nadere regels op basis van artikel 4, eerste lid) ook strafrechtelijk te kunnen handhaven, stelt dit artikel overtreding van ook die verboden strafbaar. Artikel 18 Onredelijke uitkomst van de regels: hardheidsclausule De hardheidsclausule is een regeling voor bijzondere gevallen waarin toepassing van de Parkeerverordening ernstige onbedoelde gevolgen heeft of kan hebben. Het college kan in deze omstandigheden afwijken van de regels. Bijvoorbeeld voor bewoners die vanwege een brand tijdelijk moeten verhuizen of bij de opvang van vluchtelingen. Door dit artikel kan het college beter inspelen op dit soort uitzonderlijke omstandigheden. De beoordeling of en hoe dit wordt gedaan is aan het college. Artikel 19 Oude regels en overgang naar nieuwe regels Dit artikel regelt de overgang van de oude naar de nieuwe Parkeerverordening. In het eerste lid is geregeld dat de oude parkeerverordening ook na intrekking nog blijft gelden voor gevallen waarop die verordening nog van toepassing is.
In het tweede lid is geregeld dat bestaande parkeervergunningen die zijn verleend met de oude parkeerverordening, ook onder de nieuwe Parkeerverordening parkeren blijven gelden, voor de periode waarvoor ze zijn verleend. Daarna geldt de nieuwe Parkeerverordening. Ook bij een verlenging van de vergunning. Verder geldt voor vergunningprocedures dat de nieuwe Parkeerverordening per de datum van kracht worden, ook wordt toegepast in lopende procedures. Dit gaat om gevallen waarin de aanvraag al daarvoor is gedaan, maar nog niet is beslist op de aanvraag. Dus als de aanvraag voor een parkeervergunning is ingediend op grond van de oude parkeerverordening, maar bij inwerkingtreding van de nieuwe parkeerverordening nog niet is beslist hierop, geldt de nieuwe parkeerverordening.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/11
Omdat dit de hoofdregel van het overgangsrecht is, hoeft dit niet apart in de verordening te worden geregeld. Uiteraard is de nieuwe Parkeerverordening ook van toepassing op nieuwe aanvragen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/11
Implementatiehandleiding Model Parkeerverordening 2025 1. Inleiding In 2021 is de VNG is het project Duidelijke Overheidscommunicatie gestart. Met dit project wil de VNG begrijpelijke taal in de communicatie van gemeenten bevorderen. Tegen die achtergrond heeft de VNG al 47 modelbrieven herschreven. Een ander onderdeel van het project is het omzetten van een aantal modelverordeningen in zo veel mogelijk voor iedereen begrijpelijke taal. Voor de selectie van verordeningen die we willen omzetten hanteren we als VNG onder meer de volgende criteria: •
• •
Het moet gaan om verordeningen met direct waarneembare maatschappelijke impact. De nadruk ligt op verordeningen die zich richten op de belevingswereld van inwoners en niet op doelgroepen van gespecialiseerde of professionele partijen die zich aan specifieke regels moeten houden. Er mogen op basis van de verordeningen, naast het herschrijven in begrijpelijke taal, geen beleidsmatige wijzigingen nodig zijn die politiek gevoelig van aard zijn. De verordeningen moeten niet al recent zijn aangepast of onder handen zijn vanwege andere wetgeving, bijvoorbeeld in verband met de wijziging van de Algemene wet bestuursrecht of de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aan de hand van deze criteria is besloten om onder andere de Model Parkeerverordening te herschrijven. Dit naast de Model Verordening straatnamen en huisnummers die al herschreven is, en naast nog twee andere verordeningen die op dit moment ook herschreven worden. Op basis van onze ervaringen stellen wij verder ook een handreiking voor gemeenten op. Deze handreiking verschijnt in de loop van 2025 en bevat tips en handvatten om verordeningen in begrijpelijke taal te herschrijven. Daarnaast gaan we in de handreiking onder andere in op het betrekken van een zo divers mogelijke groep inwoners bij het voorbereidingstraject van verordeningen. Ook gaan we in op het zorgen voor heldere communicatie naar inwoners over het vaststellen en invoeren van de verordening en het toegankelijk maken van informatie daarover. 2. Inhoud werkzaamheden herschrijven verordening De Model Parkeerverordening is in de eerste plaats herzien om de regels daarin duidelijker, eenvoudiger en beter werkbaar te maken. Bij de voorbereiding is de tekst van het nieuwe model ook meerdere keren getest bij verschillende groepen om na te gaan of dit is gelukt. Daarnaast is de Model Parkeerverordening ook inhoudelijk gewijzigd. Er zijn bepalingen opgenomen die gemeenten ruimte geven om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en technologieën.
Zo wordt in het parkeersysteem geïntroduceerd waar gebruikers van parkeerplaatsen zich moeten aan- of afmelden. Dat kan bijvoorbeeld gaan om het aanmelden met een gehandicaptenparkeerkaart of het aanmelden voor het gebruik van een bezoekersvergunning. Verder is er ook ruimte om te werken met een urentegoed en verschillende typen motorvoertuigen (denk aan parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/6
Verder is een facultatieve bepaling opgenomen over een parkeervergunning voor autodeelbedrijven. Dit is een aanvulling op de ruimte die de Model-APV biedt om voor deze vorm van deelmobiliteit een vergunning in te voeren. Voor de handhaving van parkeerregels is van belang om te weten dat dit in principe via het strafrecht gaat. Vervolgens worden deze strafrechtelijke overtredingen via de Wet Mulder administratief gedaan met een beschikking. De politie en gemeentelijke handhavers (BOA's) houden dan toezicht en leggen bij overtreding de beschikkingen op. De opbrengsten vloeien in dat geval naar het Rijk. De gemeente kan ook kiezen voor regulering met belastingheffing. In dat geval voert een gemeente met betaald parkeren een fiscaal systeem en fiscale handhaving in. De opbrengsten daarvan vloeien naar de gemeentekas. Als een gemeente wil kiezen voor betaald parkeren, is er een parkeerbelastingverordening nodig. De VNG beschikt over een apart model daarvoor. Dat is geen onderdeel van dit model. Het voorliggende model is dat voor de Model Parkeerverordening, dus de regulering van parkeervergunningen. Dit model is alleen bedoeld voor gemeenten die, eventueel naast het betaald parkeren, een systeem van parkeervergunningen willen instellen. 3. Inhoud implementatiehandleiding Gemeenten moeten zelf keuzes maken bij de invoering van de parkeerverordening.
Deze implementatiehandleiding gaat hierop in. De implementatiehandleiding moet uiteraard worden gelezen in nauwe samenhang met de Model Parkeerverordening en de toelichting daarop. Verklarende onder de titel Bij de voorbereiding van deze Model Parkeerverordening is gebleken dat er behoefte is aan een verklarende of samenvattende tekst in de verordening zelf, die duidelijk maakt waar de verordening over gaat en waarvoor deze dient. Dit vergroot de begrijpelijkheid en toegankelijkheid. Daarom is onder de titel van de verordening een facultatieve tekst opgenomen. Artikel 1 Definitie van autodeelbedrijf De definitie van het begrip autodeelbedrijf wordt alleen opgenomen als wordt gekozen voor het facultatieve hoofdstuk 5 ‘Parkeervergunning voor autodeelbedrijven’. In de definitie is er overigens voor gekozen om het coöperatief delen van motorvoertuigen niet onder de definitie van autodeelbedrijf te laten vallen. De ervaring is dat dit een drempel vormt om een dergelijke coöperatie op te richten en dat lijkt niet wenselijk. Het is ook niet nodig, want het is mogelijk daarvoor een parkeervergunning te verlenen via de parkeervergunning voor een bewoner of bedrijf. Definitie van parkeersysteem In plaats van de definitie 'parkeerapparatuur' in de Model Parkeerverordening uit 2008 is gekozen voor de bredere definitie 'parkeersysteem'.
Dit omvat het digitale systeem en de fysieke parkeerapparatuur.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/6
Het parkeersysteem kan worden gebruikt voor het registreren en beheren van parkeerrechten en gegevens. Het omvat dezelfde functie als de parkeerautomaat in de zin van artikel 234 van de Gemeentewet. Artikel 2 Het is de bedoeling dat een vergunninggebied wordt aangewezen, dat vervolgens zo nodig een verkeersbesluit wordt genomen en daarop altijd de bijbehorende bebording wordt opgehangen (bord E9). Alleen een gebiedsaanwijzing zonder bebording schept geen voor iedereen geldende regels. Het is zaak om het gebied van het aanwijzen en het gebied van de bebording steeds actueel en correct op elkaar af te stemmen. De aangewezen gebieden kunnen geheel of deels samenvallen met de gebieden waarvoor ingevolge de Parkeerbelastingverordening betaald parkeren geldt (als daarvoor gekozen is).
Artikel 3 Gemeenten kunnen hier kiezen of zij parkeervergunningen uitgeven op kenteken of op naam. Kentekenregistratie biedt voordelen voor handhaving, maar kan beperkend zijn voor huishoudens met meerdere voertuigen of voor flexibele mobiliteitsoplossingen zoals autodelen. Artikel 11, tweede lid bevat nog een uitdrukkelijke mogelijkheid om auto’s van autodeelbedrijven op een andere manier dan op kenteken te registreren. Artikel 4 Artikel 4 geeft het college ten eerste de bevoegdheid om regels te stellen over de tijden waarop parkeervergunningen geldig zijn. Hiermee kan worden ingespeeld op specifieke behoeften, mogelijkheden en wensen binnen verschillende gebieden. Denk bijvoorbeeld aan het instellen van parkeertijden die aansluiten bij het gebruik van vergunningen door bedrijven of bewoners. De leden twee en drie zijn optioneel. In het tweede lid gaat het om een extra mogelijkheid om nadere regels te kunnen laten stellen over parkeervergunningen door het college. De gemeenteraad kan er daarbij voor kiezen het aan het college te laten waar deze nadere regels over gaan, maar de gemeenteraad kan de bevoegdheid van het college ook beperken tot de onderwerpen die de gemeenteraad opsomt. Als de gemeenteraad kiest voor een opsomming, dan staan er onder a, b en c een aantal voorbeelden.
Kort gezegd gaat het bij die voorbeelden om het sturen op het aantal vergunningen, soorten motorvoertuigen en parkeertijden. Hiermee is te sturen op een verantwoorde omgang met schaarse parkeerruimte en kan ook rekening worden gehouden met duurzaamheid. Op basis van onderdeel a van het tweede lid, kan het college bijvoorbeeld het aantal vergunningen beperken. Dit kan per vergunninggebied, zodat parkeerdruk kan worden gereguleerd in hele drukke gebieden. Maar het college kan bijvoorbeeld ook bepalen dat er maar een bepaald aantal parkeervergunningen voor bedrijven worden verleend, zodat er een evenredige verdeling van verschillende soorten parkeervergunningen is. Verder kunnen gemeenten kiezen of zij vergunningen alleen verstrekken aan bedrijven die daadwerkelijk in het gebied gevestigd zijn of ook aan bedrijven die er enkel tijdelijk werken. Dit kan relevant zijn voor sectoren als de thuiszorg of de bouw. Het is belangrijk om dit goed af te stemmen met de artikelen 7 tot en met 10 en artikel 13.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/6
Op basis van onderdeel b van het tweede lid kan het college regels stellen voor welk type motorvoertuigen parkeervergunningen worden verleend. Hier kan bijvoorbeeld worden verplicht dat een parkeervergunning voor bedrijven alleen wordt verleend als de auto elektrisch is. Of dat er een voorrang wordt gegeven aan parkeervergunningen voor bewoners met een elektrische auto. Op basis van onderdeel c van het tweede lid kan het college regels stellen over een tijdslimiet bij bezoekersparkeren. Dit kan door bijvoorbeeld een urenlimiet per maand of kwartaal in te voeren. Daarbij kun je ook denken aan een systeem waar extra uren tegen betaling beschikbaar zijn. Deze limieten kunnen worden bijgehouden in het parkeersysteem. De limitering van parkeeruren voor bezoekers kan helpen om parkeerruimte eerlijk en optimaal te verdelen en om misbruik te voorkomen. In het derde lid wordt de mogelijkheid geboden om het college voorschriften en beperkingen aan een vergunning te laten verbinden. Ook hier geldt dat de gemeenteraad ervoor kan kiezen om het aan het college te laten waar die voorschriften en beperkingen op zien en wat het doel daarvan is. Er is echter ook ruimte voor de gemeenteraad om hierin te sturen. In dat geval kan de gemeenteraad vooraf bepalen wat het doel van de voorschriften of beperkingen moet zijn.
Als voorbeeld zijn een eerlijke verdeling van parkeerruimte, het beperken van overlast door verkeer en het verminderen van de negatieve gevolgen voor het milieu genoemd. Artikel 5 Op grond van het de vierde lid kan het college een parkeervergunning wijzigen of intrekken zonder een verzoek van de vergunninghouder. Het gaat daarbij om andere gevallen dan die in het tweede en derde lid. Daarbij is het aan de gemeenteraad om te bepalen wanneer het intrekken en wijzigen van de parkeervergunning door het college aan de orde is. Als voorbeelden zijn onder andere genoemd het verstrekken van onjuiste gegevens bij de aanvraag en redenen van openbaar belang. Artikel 7 Op basis van het derde lid kan het college in uitzonderlijke gevallen ook vergunningen toekennen aan bewoners die wel feitelijk in het gebied wonen, maar om gegronde redenen niet zijn ingeschreven. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om expats of mensen in tijdelijke woonsituaties. Het college bepaalt daarbij welke documenten nodig zijn bij de aanvraag en kan aanvullende voorwaarden stellen. Artikel 8 Artikel 8 gaat over parkeervergunningen voor bezoekers van bewoners. De facultatieve bepaling uit artikel 4, tweede lid, onder c geeft het college de mogelijkheid om het gebruik van deze vergunning tot een bepaald aantal uren te beperken om een te grote druk op de parkeerruimte te voorkomen.
Artikel 11 Het eerste lid van artikel 11 biedt gemeenten de mogelijkheid om parkeervergunningen toe te kennen aan autodeelbedrijven. Het college kan besluiten of autodeelbedrijven een vergunning krijgen voor het parkeren op specifieke vergunninghoudersparkeerplaatsen (aangeduid met een E9-bord) of in een breder aangewezen (vergunning)gebied. Een belangrijke keuze hierbij is of deelauto’s een vaste parkeerplaats moeten hebben of flexibel mogen worden geparkeerd. Een
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/6
vaste parkeerplaats kan bijdragen aan een duidelijke zichtbaarheid en gebruiksgemak, terwijl een flexibel systeem efficiënter kan zijn bij een groeiend aantal gebruikers. Het college kan op grond van het tweede lid bepalen dat een parkeervergunning voor autodelen niet op kenteken wordt verstrekt. Dit biedt deelautobedrijven de mogelijkheid om hun wagenpark flexibel in te zetten. In dat geval is het verplicht om gebruik te maken van een parkeersysteem, zodat voertuigen kunnen worden geregistreerd op het moment van parkeren. Gemeenten moeten bij de invoering van een parkeervergunning voor autodeelbedrijven nadenken over de gevolgen voor het verdelen van de andere soorten parkeervergunningen met het oog op een goed, evenwichtig en samenhangend parkeerbeleid. In sommige steden wordt een maximaal aantal vergunningen voor deelautobedrijven vastgesteld, zodat deze niet ten koste gaan van parkeergelegenheid voor bewoners en bedrijven. Maar er kan bijvoorbeeld ook voor worden gekozen om meer vergunningen voor autodelen te vergeven en minder voor bewoners of bedrijven om op deze manier parkeerdruk te beperken. Dit artikel in de Model Parkeerverordening sluit aan op de vergunning voor het aanbieden van deelmobiliteit die in de Model-APV is geregeld.
Het is een keuze om de vergunningplicht voor het aanbieden van deelmobiliteit niet op te nemen in de APV als artikel 11 van de Model Parkeerverordening wordt opgenomen. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de Model Parkeerverordening slechts ziet op motorvoertuigen, en dat de Model-APV op een bredere categorie voertuigen van toepassing kan zijn. Daarnaast is van belang dat de Model-APV een ander motief heeft dan de Model Parkeerverordening. De Model-APV geeft onder meer regels in het belang van de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (hoofdstuk 2). De Model Parkeerverordening reguleert het parkeerbeleid in verband met de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Daarmee kan de gemeente schaarse parkeerruimte reguleren en zo overlast voorkomen. Het instrument daarvoor is het invoeren van betaald parkeren (al dan niet gecombineerd met vergunningparkeren). Het is aan te raden om voor het regelen van een heldere samenloop tussen de twee vergunningen de ‘Implementatiehandeling reguleren deelmobiliteit in de Model-APV’ te raadplegen. Artikel 12 In de Model Parkeerverordening is de mogelijkheid opgenomen om over te stappen op een digitaal systeem voor gehandicaptenparkeren. De papieren kaart blijft echter noodzakelijk voor gehandicaptenparkeerplaatsen die worden aangeduid met verkeersbord E6.
De aanbeveling is dat het college ervoor zorgt dat het aanmelden in het systeem digitaal kan, maar dat het systeem ook op een andere manier toegankelijk is, zodat het ook kan worden gebruikt door kaarthouders die niet of minder digitaal vaardig zijn. Artikel 13 Het is van belang dat deze bepaling aansluit op artikel 4 dat ook in nadere regels voorziet. Verder is het tweede lid facultatief. Het gaat er om dat goed wordt nagedacht over welke partijen, in welke situaties en in welke mate een vergunning nodig hebben. Daarbij moet het gaan om enige bestendigheid van het ter plaatse moeten parkeren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/6
Artikel 16 Politieambtenaren zijn op grond van landelijke wetgeving algemeen bevoegd om op de naleving van strafrechtelijke regels toe te zien en deze regels eventueel ook te handhaven. In artikel 16 is geregeld dat het college gemeentelijke toezichthouders (BOA’s) kan aanwijzen die ook bevoegd zijn om toe te zien op de naleving van de regels uit de Model Parkeerverordening, en deze te handhaven. Artikel 17 De landelijke strafrechtelijke regels rond parkeren worden administratiefrechtelijk afgedaan met behulp van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de zogenaamde Wet Mulder). In de voorliggende Parkeerverordening wordt uitgegaan van de niet-fiscale regels. Dus van een eigenstandige en gebruikelijke manier van handhaven van de landelijke regels van het RVV 1990 en de gemeentelijke Parkeerverordening. Als de gemeente er voor kiest om het parkeren te fiscaliseren, is dit systeem anders. In dat kader wordt verwezen naar de Parkeerbelastingverordening. In de Model Parkeerverordening is voorzien in de strafrechtelijke handhaving van de verboden die daarin opgenomen zijn. Overtreding van deze verboden is namelijk niet automatisch strafbaar op basis van het RVV 1990. De primaire handhavingsmiddelen van de gemeente zijn bestuursrechtelijk.
Om de verboden van artikel 14 en 15 (en die van eventuele nadere regels op basis van artikel 4, eerste lid) ook strafrechtelijk te kunnen handhaven, is het nodig om overtreding in de gemeentelijke verordening strafbaar te stellen. Dit kan de gemeenteraad doen op basis van artikel 154 van de Gemeentewet. Artikel 18 Een hardheidsclausule is bedoeld voor gevallen die niet voorzien zijn en waarbij onverkorte toepassing van de regels zouden leiden tot een zeer onredelijk of hard resultaat. Uiteraard is dit niet een bepaling die bedoeld is voor gevallen die onder een andere bepaling kunnen worden afgedaan, zoals vergunningen voor specifieke doelgroepen of ontheffingen. Verder moet er in zijn algemeenheid zeer terughoudend mee worden omgegaan. Een niet goed onderbouwd en te ruim gebruik van de hardheidsclausule ondermijnt de werking van de andere regels en kan leiden tot willekeur.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/6
Model Raadsbesluit wijziging Algemene plaatselijke verordening inzake deelmobiliteit Leeswijzer modelbepalingen - [tijdstip] = door gemeente in te vullen, zie de citeertitel in artikel I. - [iets] = facultatief, zie artikel 2:13, zesde lid, in variant 2.
Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als invulling door gemeenten vraagt, zie artikel 2:13, tweede lid in variant 1. Ook wordt er gewerkt met twee varianten waaruit gekozen kan worden. Hierbij kan het voorkomen dat de ene variant uit meer artikelen of artikelleden bestaat dan de andere variant. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding.
Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening [naam gemeente en eventueel jaartal] inzake deelmobiliteit (Deelmobiliteitsbepaling [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit: Artikel I De [citeertitel Verordening Algemene plaatselijke verordening] wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 2:13 komt te luiden: Artikel 2:13 Vergunning deelmobiliteit Variant 1 – open vergunningsysteem 1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook voertuigen op of aan de weg of op een andere openbare plaats beschikbaar te stellen voor gebruik in het verkeer, met uitzondering van voertuigen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik door een besloten kring van personen. [2. Een vergunning wordt verleend voor ten hoogste [aantal] jaar. [Het college kan besluiten de duur te verlengen met maximaal [aantal] jaar.]] 3. Het college kan ter bescherming van de in het vierde lid bedoelde belangen nadere regels stellen over:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
a. de aanvraag van de vergunning; b. de activiteit, bedoeld in het eerste lid, waarbij deze regels mede een verbod op het verrichten van de activiteit kunnen inhouden voor daarbij aan te wijzen categorieën voertuigen, wegen, weggedeelten of gebieden. 4. Onverminderd het bepaalde artikel 1:8 kan het college de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren met het oog op[: a.] het voorkomen of beperken van overlast of hinder voor de omgeving[; of b. het behoud van of toekomstige uitbreiding van de parkeerruimte]. [5. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.] 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3, van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Variant 2 – schaars vergunningsysteem 1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook voertuigen op of aan de weg of op een andere openbare plaats beschikbaar te stellen voor gebruik in het verkeer, met uitzondering van voertuigen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik door een besloten kring van personen. 2. Het college kan ter bescherming van de in het vierde lid bedoelde belangen nadere regels stellen over: a. de aanvraag van de vergunning; b.
de activiteit, bedoeld in het eerste lid, waarbij deze regels mede een verbod op het verrichten van de activiteit kunnen inhouden voor daarbij aan te wijzen categorieën voertuigen, wegen, weggedeelten of gebieden; c. het maximaal aantal vergunningen en kan daarbij onderscheid maken tussen de verschillende categorieën voertuigen. 3. Het college stelt bij gebruikmaking van de in het tweede lid, onder c, genoemde bevoegdheid nadere regels over de duur van de vergunning en over de procedure en wijze van vergunningverdeling. 4. Onverminderd het bepaalde artikel 1:8 kan het college de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren met het oog op[: a.] het voorkomen of beperken van overlast of hinder voor de omgeving[; of b. het behoud van of toekomstige uitbreiding van de parkeerruimte]. 5. Het college weigert de vergunning als een door het college vastgesteld maximaal aantal te verlenen vergunningen wordt overschreden. [6. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.] 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel II Dit besluit treedt in werking op [datum]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2