230277_TOE_PIP Landbouwpasseerhavens N318 - 4 oktober 2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Toelichting
Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N318 Varsseveld-Aalten Provincie Gelderland
Datum: 20 september 2023 Projectnummer: 230277 ID: NL.IMRO.
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding Doel Ligging en begrenzing plangebied Bij het plan behorende stukken Vigerende bestemmingsplanen Keuze voor provinciaal inpassingsplan Leeswijzer
3 3 3 5 5 8 9
2
Bestaande situatie
10
2.1 2.2 2.3
Historie Ruimtelijke structuur Functionele structuur
10 10 11
3
Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Oude IJsselstreek Gemeentelijk beleid Aalten
13 15 20 21 22
4
Planbeschrijving
25
5
Uitvoerbaarheid
29
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Natuur Stikstof Ontplofbare oorlogsresten Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen
29 30 30 31 32 34 40 42 43 43 44 44 46
6
Juridische planopzet
47
6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding 47 Bevoegd gezag omgevingsvergunningen en wijzigingsplannen 47 Opbouw van verbeelding en regels 48 Bestemmingen 49
7
Economische uitvoerbaarheid
51
7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Beoordeling plan Grondverwerving Conclusie
51 51 51 51
8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
8.1 8.2 8.3 8.4
Participatie Inspraak Wettelijk vooroverleg Procedure na terinzagelegging van dit ontwerpinpassingplan
52 52 52 53
Bijlagen − − − − − −
Bijlage 1: Verkenningsrapportage: N318 traject 137 Bijlage 2: Quick scan flora en fauna Bijlage 3: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 4: Onderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 5: P.m. Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Reactienota aanpassingen N318
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Dit provinciaal inpassingsplan betreft de provinciale weg N318 tussen Varsseveld en Winterswijk. Voor het traject tussen Varsseveld en Aalten is in opdracht van de Provincie Gelderland een verkenning gedaan naar hoe de veiligheid en het veiligheidsgevoel van bestuurders van landbouwvoertuigen kan worden verbeterd. Aan de hand van deze verkenning zijn verschillende maatregelen voorgesteld om de verkeersveiligheid te verbeteren. Eén van de maatregelen is de aanleg van 4 landbouwpasseerhavens op dit traject, waardoor gevaarlijke inhaalacties door het gemotoriseerde verkeer zullen worden verminderd. De aanleg van de vier landbouwpasseerhavens is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen waarin de passeerhavens zijn gelegen. Deze bestemmingsplannen moeten daarom worden herzien. Het plangebied ligt zowel in de gemeente OudeIJsselstreek als de gemeente Aalten. Het plan wordt daarom middels een inpassingsplan mogelijk gemaakt. Voorliggend plan voorziet hierin.
1.2
Doel Het doel van dit inpassingplan is het bieden van een juridisch planologisch kader om de beoogde landbouwpasseerhavens mogelijk te maken en zo de verkeersveiligheid van de N318 te verbeteren.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied De N318 maakt onderdeel uit van de provinciale infrastructuur van Gelderland. De weg vormt een belangrijke regionale vervoersas binnen Oost-Gelderland en ligt in de gemeenten Oude IJselstreek, Aalten en Winterswijk. Dit inpassingsplan betreft enkele delen van de N318 tussen Varsselveld en Aalten. De deellocaties zijn weergegeven op de volgende afbeelding. Zoals benoemd valt het plangebied binnen de gemeenten Oude IJsselstreek en Aalten.
3
N318 Varsseveld – Aalten met globale aanduiding deellocaties van het plangebied (bron: arcgis.com/viewer)
De exacte begrenzing van het plangebied is gebaseerd op het ontwerp voor de weg en de daarvoor benodigde aanpassingen van de geldende bestemmingsplannen. Derhalve bestaat het plangebied uit delen van de bestaande weg en de gronden die buiten de weg vallen en nog niet zijn voorzien van een verkeersbestemming. De verbeelding bij dit inpassingsplan geeft de exacte begrenzing van het plangebied weer. Op de onderstaande afbeeldingen is de globale begrenzing van het plangebied van de verschillende deellocaties weergegeven. De deellocaties worden omgeven door gronden die gebruikt worden voor agrarische doeleinden en verscheidene woningen.
Plangebied deellocatie 1 & 2 (bron: SAB)
4
Plangebied deellocatie 3 & 4 (bron: SAB)
1.4
Bij het plan behorende stukken Het inpassingsplan bestaat uit een verbeelding, regels, een toelichting en de bij het plan behorende bijlagen. De regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. In deze toelichting wordt een beschrijving van het plan gegeven en wordt ingegaan op de planologische randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen.
1.5
Vigerende bestemmingsplanen Het project heeft betrekking op twee gemeenten. In deze paragraaf bespreken we per gemeente de bestemmingsplannen die op het moment van kracht zijn voor het onderhavige plangebied. Gemeente Oude IJsselstreek: − Bedrijventerrein Hofskamp-Oost III Varsseveld: In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘Groen’, alsmede de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – zichtlijn’. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - zichtlijn' uitsluitend groenvoorzieningen, bermen en beplanting tot maximaal 1 meter boven het peil van de woning Aaltenseweg 105 zijn toegestaan. De gronden zijn tevens bestemd voor speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen, met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn niet toegestaan. 5
− Buitengebied Oude IJsselstreek 2017: In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Verkeer’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, grondgebonden en niet grondgebonden agrarische bedrijven, behoud, herstel en/of ontwikkeling van de waarden en het wonen in een bedrijfs- of plattelandswoning. De gronden zijn tevens bestemd voor verscheidene soorten aan nevenactiviteiten, aan huis verbonden beroepen, landbouwvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, extensief (dag)recreatief medegebruik en de kleinschalige opwekking van duurzame energie. Daarnaast zijn ook de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeeren groenvoorzieningen, toegangswegen en nutsvoorzieningen toegestaan. Hieraan zijn verscheidenen bouwregels verbonden. De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandel en fietspaden, geluidwerende voorzieningen, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, straatmeubilair, openbaar vervoersvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Daarnaast zijn ook de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Dit is echter beperkt tot openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Hieraan zijn verscheidenen bouwregels verbonden.
De geldende bestemmingsplannen op deellocatie 1 & 2 met aanduiding plangebied (rode lijn) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6
Gemeente Aalten: − Landelijk gebied 2015: In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Wonen’. Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie lage verwachting’ en ‘Waarde - Archeologie hoge verwachting’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, een grondgebonden agrarisch bedrijf, een niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, een akker- en/of tuinbouwbedrijf, niet zijnde glastuinbouw, c. het hobbymatig beweiden van agrarische gronden en/of akker- dan wel tuinbouw, waaronder volkstuinen, het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering in een bedrijfswoning en het behoud, herstel en ontwikkeling van kleinschalige landschapselementen, zoals bosjes, houtwallen en poelen. De gronden zijn tevens bestemd voor verscheidene soorten aan nevenactiviteiten, landbouwvoorzieningen, watergangen ten behoeve van de waterhuishouding, extensief (dag)recreatief medegebruik en de kleinschalige opwekking van duurzame energie. Daarnaast zijn ook de daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen, toegangs- en ontsluitingswegen. Hieraan zijn verscheidenen bouwregels verbonden.
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden, en de daarbij behorende wegen, voet- en fietspaden en op- en afritten, met bermen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding, buis- en kabelverbindingen voor riolering, nutsbedrijven overeenkomstige doeleinden, en beeldende kunstwerken. Daarnaast zijn ook de bijbehorende bouwwerken en voorzieningen toegestaan. Hieraan zijn verscheidene bouwregels verbonden. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor watergangen, waterpartijen, oevers, taluds, onderhoudspaden en kaden, de waterhuishouding en waterberging, instandhouding en ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden en voorzieningen ten behoeve van de extensief recreatief gebruik, zoals fiets-, voet- en ruiterpaden en picknickplaatsen met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. Op deze gronden mogen uitsluitend overkluizingen ter verbinding van de aangewezen gronden en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 m.
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, het recreatief bewonen van de genoemde woningen, nevenactiviteiten en het hobbymatig telen van gewassen en/of houden van dieren met bijbehorende voorzieningen, zoals inritten, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. Hieraan zijn verscheidenen bouwregels verbonden. De voor ‘Waarde - Archeologie hoge of lage verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk
7
zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest vergaande regels voor de uitvoering van het project. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 voor gronden met een lage archeologisch verwachting, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Voor gronden met een hoge archeologische verwachting geldt dit voor een bouwwerk groter dan 500 m2.
Geldende bestemmingsplannen op deellocatie 3 & 4, met aanduiding plangebied (rode lijn) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.6
Keuze voor provinciaal inpassingsplan Om de verbreding en het inrichtingsplan te kunnen realiseren, moeten gronden worden aangekocht en moet de planologische bestemming daarvan worden aangepast. Ook is het nodig om in het uiterste geval gronden te kunnen onteigenen, mocht minnelijke verwerving onverhoopt niet kunnen. Daarom wil de provincie het instrument van een provinciaal inpassingsplan inzetten. Een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) is het geëigende instrument bij dit plan om de volgende redenen: − ten eerste is sprake van een duidelijk provinciaal belang: het plan betreft een provinciale weg en vanuit de trajectaanpak is actie vereist. Het verbeteren van de veiligheid op een provinciale weg overstijgt het gemeentelijk belang; − ten tweede is een PIP het meest efficiënte instrument. Omdat dit plan zich uitstrekt over het grondgebied van twee gemeenten (Oude IJsselstreek en Aalten) ligt het voor de hand om niet voor twee aparte gemeentelijke bestemmingsplannen te kiezen, maar voor één provinciaal inpassingsplan. De provincie kan sneller en
8
efficiënter voor het benodigde juridisch-planologische kader zorgdragen. Snelle uitvoering van het project is vanwege de doelstellingen wenselijk; − ten derde zijn de twee gemeenten, waar het plangebied betrekking op heeft, akkoord met de inzet van dit instrument en hebben de Gedeputeerde Staten in juni 2023 een start PIP-besluit genomen. Provinciale Staten beslissen, na het doorlopen van de procedure, uiteindelijk over de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan.
1.7
Leeswijzer Dit inpassingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen. In hoofdstuk 4 wordt het plan beschreven. Hoofdstuk 5 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de juridische planopzet (hoofdstuk 6), de economische uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 7) en de gevoerde procedure bij de totstandkoming van het plan (Hoofdstuk 8).
9
2 Bestaande situatie 2.1
Historie Vanaf 1800 waren tussen de kernen Varsseveld en Aalten al verbindingen aanwezig, maar deze hadden nog niet het verloop van de huidige N318. De meeste verbindingen waren op de hoge zandgronden gelegen, omdat de overige lagere en nattere gronden moeilijker toegankelijk waren. Sinds 1930 is het tracé tussen Varsseveld en Aalten constant gebleven in de tijd, totdat de wegenstructuur rondom Varsseveld in 1990 is aangepast door de aanleg van een ringweg. De N318 maakt onderdeel uit van deze ring en sluit nu aan op de N18.
Wegenstructuur tussen Varsseveld en Aalten 1930 – 1960 – 1990 – 2020 (bron: topotijdreis.nl)
2.2
Ruimtelijke structuur De N318 wordt gekenmerkt door een afwisseling van lange rechte en licht glooiende trajecten, met op sommige locaties aan weerszijden bomenrijen. Over het algemeen ligt de weg net iets hoger dan haar omgeving. De weg wordt omgeven door weilanden, agrarische bedrijven, bosschages en woningen. Aan de weg liggen tevens enkele bedrijven. Het tracé doorsnijdt een divers landschap dat grofweg is in te delen in een tweetal landschapstypen: − het kampenlandschap: langgerekte dekzandruggen met daartussen beekjes, geen grote akkercomplexen maar individuele akkers, verhoogde akkers (essen) omgeven door houtsingels, kleinschalig half open half besloten landschap; − het heide ontgingingslandschap: veel rechte lijnen in de vorm van rechte wegen en percelen, vroeger besloten landschap door houtwallen en houtsingels, nu meer open, grasland en bouwland komen beide veel voor en sloten vormen de kavelgrenzen;
10
Uitsnede landschapstypenkaart met deellocaties (bron: Stichting Landschapsbeheer Gelderland)
Het kampenlandschap heeft langs de N318 de overhand, alle 4 de deellocaties van het plangebied zijn gelegen in het kampenlandschap.
2.3
Functionele structuur De N318 tussen Varsseveld en Winterswijk maakt als gebiedsontsluitingsweg onderdeel uit van de provinciale infrastructuur van Gelderland. Het traject van de N318 loopt vanaf de aansluiting op de N18 bij Varsseveld tot en met de rotonde in de Rondweg Zuid in Winterswijk. De weg vormt een belangrijke oost-west route door de Achterhoek en maakt deel uit van het hoofdwegennet in Oost-Gelderland. De N318 is in het kader van duurzaam veilig als een gebiedsontsluitingsweg ingericht, met een maximumsnelheid van 80 km/uur. Het traject van de N318 waar het onderhavig plan betrekking op heeft verbindt Varsseveld en Aalten. De weg ligt grotendeels in het buitengebied. Een deel van de weg loopt door de kernen Varsseveld en Aalten. Dit betreft voornamelijk bedrijventerrein en de maximale snelheid is op deze plekken niet aangepast. Aan beide zijden van de weg is een vrij liggend fietspad gelegen, die vrijwel de gehele lengte van de weg volgt. Het plangebied bestaat uit 4 deellocaties en betreft voornamelijk de bestaande weg, de bijbehorende bermen, het vrij liggende fietspad en de watergangen. Die delen die nu (nog) geen onderdeel uitmaken van het wegtracé bestaan voornamelijk uit groen en agrarische gronden. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het plangebied.
11
Aanzicht deellocatie 1 & 2 vanaf N318 (bron: google.nl/streetview)
Aanzicht deellocatie 3 & 4 vanaf N318 (bron: google.nl/streetview)
12
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Op het voorliggende plan zijn de prioriteiten sterke en gezonde steden en regio’s en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied van belang. Het verbeteren van de N318 draagt bij aan een goed bereikbaar en bovenal veilig netwerk in de regio, alsmede een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de 13
begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing In de Rarro is bepaald dat over het plangebied een radarverstoringsgebied ligt. Binnen deze zone mogen geen windturbines met een tiphoogte hoger dan 114 meter worden gerealiseerd, tenzij uit een toetsing van het Ministerie van Defensie van een door de initiatiefnemer uit te laten voeren radarverstoringsonderzoek blijkt dat er geen sprake is van een onaanvaardbare verstoring van het radar. Deze regelgeving is verwerkt in de planregels.
Uitsnede uit Kaart radarstations (Rarro, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het plan valt verder niet binnen de reikwijdte van andere onderwerpen uit het Barro. Het plan is gezien het voorgaande niet strijdig met het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.
14
Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat soortgelijke voorzieningen als voorliggende landbouwpasseerhavens, zoals infrastructuur, windmolens, zonneparken, hoogspanningslijnen, mestvergisters en transformatorhuisjes niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeven te worden beschouwd. Dit maakt dat toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. 3.1.4
Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.
− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie
15
niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 Het Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 heeft van 12 mei tot en met 23 juni 2023 ter inzage gelegen. De Omgevingsverordening Gelderland is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook deze verordening is een dynamisch instrument dat kan worden aangepast als beleidsontwikkelingen of de praktijk daar om vragen. De volgende onderwerpen ondervinden wijzigingen binnen de verordening: agrifood, energietransitie, erfgoed, landschap, natuur, water en bodem en wegen.
Toetsing Het onderhavig inpassingsplan betreft een verbetering van de verkeersveiligheid ter plaatse van de N318 door de realisatie van landbouwpasseerhavens. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie voor een “Gezond en veilig” Gelderland, waar ook verkeersveiligheid als belangrijk thema wordt benoemd. Tevens draagt het plan bij aan het thema Bereikbaarheid. Hierbinnen is de doelstelling dat eerst de bestaande mogelijkheden worden benut en geoptimaliseerd voordat de provincie overgaat tot het aanleggen van nieuwe infrastructuur. Het plan is hiermee in lijn met de omgevingsvisie van Gelderland. In de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie januari 2023) is het plangebied opgenomen op de volgende kaart (kaartnummer met kaartnaam): Kaart 2: Regels Glastuinbouw.
16
Glastuinbouw Het plan voorziet niet in het toevoegen, wijzigen, uitbreiden dan wel verwijderen van een glastuinbouwbedrijf. De regels met betrekking tot glastuinbouw zijn daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. De aanleg van de landbouwpasserhavens heeft een positief effect op de uitstoot van CO2. Voertuigen hoeven niet meer onnodig in te halen en de landbouwvoertuigen kunnen met uitzondering van de spitsperiodes eenvoudig invoegen zonder stil te staan. De landbouwpasserhavens zijn “groen” uitgevoerd, door het niet verharden van een groot deel van de tussenberm. Landschap Raadpleging van de digitale kaarten van het ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 heeft uitgewezen dat het besluitgebied valt binnen de Gelderse streek Achterhoek op de Themakaart – Landschap 2. Bij ingrepen in het landschap moet rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van deze streken. De kernkwaliteiten van de Achterhoek zijn: 1. Een karakteristieke en identiteitsrijke streek in Oost Gelderland.
Met het Oost-Nederlands Plateau als een bijzonder en hoger gelegen deelgebied (met een duidelijke terrasrand in het westen). Oude IJssel is grens met Liemers. 2. Een aanééngesloten en zacht glooiend dekzandlandschap (microreliëf) doorsneden door talrijke van oost naar west stromende, al dan niet gekanaliseerde, beken. De Berkel en de Oude IJssel zijn markante rivieren met langs gelegen, min of meer open rivierweiden. Aanwezigheid van rivierduinen langs de Oude IJssel. 3. Rijke afwisseling van grondgebruik resulteert in een half-open coulisselandschap: weide en akkergronden, oude bouwlanden (grote en kleine open essen), houtwallen, hagen en singels, landgoederen en landgoederenzones, bos- en natuurterreinen, beken, laken en weteringen. 4. Een landschap van dorpen, kleine kernen en buurtschappen. Doetinchem als centrumplaats. Zutphen en Doesburg zijn historische Hanzesteden met het gezicht naar de IJssel. 5. Talrijke landgoederen als samenhangende ruimtelijke eenheden bestaande uit een statig huis, (oprij) lanen, historische tuin, bos en landerijen. Zelfstandig of in zones gegroepeerd. 6. Oost-Nederlands Plateau: kleinschalig, organisch gegroeid halfopen coulisselandschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, meanderende beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft. Tevens rijk aan microreliëf: o.a.
steilranden, essen, eenmansessen. 7. Het van oudsher natte en vlakke middengebied is relatief open en kent een jonge ontginning met een rationele verkaveling 8. Overgang naar IJsselvallei via kleinschalig oeverwallenlandschap. 9. Samenhangende eenheid van hooggelegen beboste en besloten stuwwalkern van Lochemerberg met flankerend een reeks van open essen en bijzondere panorama’s.
17
10. Ecologische waarden met name langs riviertjes en beken, in landgoederen. Andere Natura 2000 gebieden zijn o.a. Korenburgerveen, Bekendelle, Willinks Weust, Wooldse Veen (alle rond Winterswijk) en Stelkampsveld (nabij Barchem) 11. Circumvallatielinie: historische verdedigingslinie rond Groenlo, uit de 17e eeuw. 12. Markante Scholteboerderijen: beeldbepalende herenboerderijen in de omgeving van Winterswijk in bosrijke setting. 13. Drager van een sterke sociaalculturele identiteit, met een geheel eigen waarde voor recreatie en toerisme. Ligging in de relatieve luwte van de Gelderse en Nederlandse dynamiek. In noordoosten stille gebieden. Het voorliggende plan ziet op de realisatie van vier landbouwpasseerhavens. Hiertoe wordt de bestaande provinciale weg op een viertal locaties verbreed. Deze aanpassingen zijn dermate beperkt, dat deze niet van invloed zijn op de kernkwaliteiten van de Gelderse streek Achterhoek.
3.2.2
Functioneel kader wegennet Gelderland, Wegennetvisie In het Functioneel kader wegennet Gelderland beschrijft de provincie hoe ze met haar wegennet om wil gaan. In het Functioneel kader wegennet Gelderland is het regionale hoofdwegennet beschreven en getekend op kaarten. Dat zijn voornamelijk provinciale wegen, maar ook de rijkswegen en een aantal gemeentelijke wegen vervullen een belangrijke economische functie voor de provincie. Uitgangspunt is dat Provincie Gelderland vooral investeert in die wegen die een belangrijke rol vervullen voor de economische bereikbaarheid. Behalve om woon-werkverkeer, gaat het ook om verkeer voor het leveren van diensten en goederen.
Uitsnede netwerkkaart trajectvisies Gelderland
Doorgaand verkeer wordt gebundeld op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen, om daarmee de erftoegangswegen en verblijfsgebieden binnen en buiten de bebouwde kom zo veel mogelijk verkeersluw te maken. Om te zorgen dat
18
gebiedsontsluitingswegen deze functie kunnen vervullen, dienen zij een vlotte en veilige verkeersafwikkeling te kunnen faciliteren. Aan de N318 is de functie van GOW Voorkeur toegekend 1. Binnen de functie GOW hanteert de provincie twee subtypes, ‘Voorkeur’ en ‘Basis’, waarbij ‘Voorkeur’ de belangrijkste categorie is. Dit teneinde - waar nodig - onderling prioritering aan te kunnen brengen in de programmering van werken. Voor een GOW bij bewoond gebied geldt dat deze functioneel bij voorkeur buiten de bebouwde kom ligt, vanwege de lagere maximumsnelheid die binnen de bebouwde kom geldt. Deze lagere maximumsnelheid, en het bijbehorende reistijdverlies, doen afbreuk aan de bereikbaarheid van de herkomsten en bestemmingen die door de GOW met elkaar verbonden worden. Voor een GOW buiten de bebouwde kom geldt in principe een maximumsnelheid van 80 km/u, binnen de bebouwde kom 50. Toetsing De N318 Varsseveld - Aalten heeft de status van gebiedsontsluitingsweg, waar een vlotte en veilige verkeersafwikkeling van belang is. Met de aanleg van landbouwpasseerhavens worden de verkeersveiligheid en de doorstroming van de weg verbeterd. 3.2.3
Visie voor een bereikbaar Gelderland (2020) In deze visie beschrijft de Provincie Gelderland de ontwikkelingen en bereikbaarheidsopgaven voor Gelderland richting 2030, hun strategie en een afwegingskader op basis waarvan activiteiten en projecten worden geselecteerd die bijdragen aan het realiseren van de visie. De visie voor een bereikbaar Gelderland is een uitwerking van de ambitie bereikbaarheid in de Omgevingsvisie en is vastgesteld op 8 juli 2020 door Provinciale Staten van Gelderland. De provincie richt zich vooral op de belangrijkste opgaven, hiermee komt de focus te liggen op de stedelijke netwerken. Daarnaast werkt de provincie aan een balans tussen investeren in infrastructuur en inzet op slim gebruik. Ze stellen de reiziger centraal en verleiden de reiziger de slimste en schoonste keuzes te maken om door het netwerk te reizen, daarvoor werken ze verbinden, veranderen en vergroenen. De provincie is zich in de samenwerking bewust van haar rol en ons instrumentarium.
De provincie werkt daarbij aan 5 bouwstenen, waarbij hubs centraal staan: 1 Realiseren kwalitatief hoogwaardige hubs op de juiste locaties 2 Inzetten op fietsen op korte afstanden 3 Optimaliseren capaciteit op de langere afstanden 4 Verder versterken van ons goederenvervoer 5 Het bevorderen van de verkeersveiligheid Toetsing De aanpassing van de N318 draagt bij aan diverse grote bereikbaarheidsopgaven in de provincie waaronder het verbeteren van de verkeersveiligheid (zowel voor landbouwverkeer, automobilisten als fietsers).
1
In de Netwerkkaart Trajectvisies (zie bovenstaande afbeelding) heeft de N318 de functie ‘GOW Basis’ gekregen, maar gezien het belang van het wegvak voor de regionale bereikbaarheid is deze opgewaardeerd naar ‘GOW Voorkeur’ aan het begin van het voorbereidingsproces van het groot onderhoud. 19
3.2.4
Conclusie Het voorgenomen plan sluit aan op het provinciale beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie Achterhoek is op 22 mei 2012 vastgesteld en is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Deze gezamenlijke visie voorziet in een behoefte aan één regionaal geluid richting externe partners en is opgesteld door een samenwerking tussen 8 gemeentes, waaronder gemeente Aalten en Oude-IJsselstreek. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: − omgaan met de krimp; − externe relaties; − veranderingen in het landelijk gebied; − overstap naar duurzame energie.
Visiekaart regionale structuuurvisie Achterhoek 2012 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Met betrekking tot het autoverkeer streven de Achterhoekse gemeenten naar het behoud van de bereikbaarheid, maar ook naar het terugdringen van de verkeershinder en -onveiligheid. In de visie wordt ook het verbeteren van de doorstroming en verkeersveiligheid van de N318 benoemd. Toetsing De aanleg van de landbouwpasseerhavens ter plaatse van de N318 heeft als doel de verkeersveiligheid en doorstroming van de N318 te verbeteren en is daarmee in lijn met het gegeven in de regionale structuurvisie Achterhoek.
20
3.4
Gemeentelijk beleid Oude IJsselstreek
3.4.1
Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De visie focust op de verschillende deelgebieden binnen de Oude IJsselstreek, het stedelijk gebied, het buitengebied en de kernen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Ten aanzien van verkeer en vervoer heeft de gemeente Oude IJsselstreek de volgende visie: De gemeente wil een toegankelijk vervoerssysteem voor iedereen waarborgen. Het toepassen van innovatieve openbaarvervoer concepten, zoals lightrailverbindingen en het optimaliseren van (buurt)buslijnen tussen de diverse kernen in de gemeente en in het grensgebied kan een oplossing zijn om de doelen te verwezenlijken. De verkeersveiligheid in de gemeente is een blijvend aandachtspunt. Toetsing In de visie wordt de verkeersveiligheid benoemd als blijvend aandachtspunt. Het onderhavig plan heeft als doel om de verkeersveiligheid ter plaatse van de N318 te verbeteren door de aanleg van landbouwpasseerhavens. Het plan is in lijn met de doelen van de structuurvisie Oude IJsselstreek.
3.4.2
Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie Oude IJsselstreek is in 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Oude IJsselstreek. In de toekomstvisie schetst de gemeente het strategisch perspectief voor de gemeente Oude IJsselstreek. De toekomstvisie gaat op 1 januari 2024 werken als omgevingsvisie. Binnen de visie worden 7 opgaven beschreven: − Benut de stroom van de Oude IJssel − Florerende Smart Industry − Vitaal Platteland − De allernieuwste energie − Groen parels − Gezond oud worden én gezond jong − Het witte vel Ten aanzien van verkeer rondom Varsselveld, wordt het volgende gezegd in de visie: De N18, A18 en A12 verbinden de gemeente met stedelijke regio’s als Enschede en Arnhem-Nijmegen. We werken aan duurzame, robuuste en slimme mobiliteit, zoals deelconcepten en het versterken van weg-, fiets- en OV-verbindingen. Goede bereikbaarheid draagt bij aan het leefklimaat. In 2022 is er een nieuw beleidsplan Verkeer & Vervoer om de toekomstvisie en andere visies te faciliteren. Toetsing Het onderhavig plan draagt bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid van de N318. Indirect heeft dit ook positieve gevolgen voor de bereikbaarheid. Het plan is hiermee in lijn met de toekomstvisie Oude IJsselstreek.
21
3.4.3
Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) Oude IJsselstreek 2010 - 2020 Op 7 november 2011 is het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan door de gemeenteraad van Oude IJsselstreek vastgesteld. In dit plan wordt aangegeven hoe het verkeersbeleid er de komende jaren uitziet voor de gemeente Oude IJsselstreek. Daarbij speelt de gemeente in op nieuwe ontwikkelingen en ambities van de gemeente. Het plan is opgedeeld in de analyse, de visie, het beleid en de uitvoering. Een aantal van de onderwerpen die aan bod komen zijn verkeersveiligheid, parkeren en verkeersnetwerken. Binnen het plan wordt ook het vergroten van de verkeersveiligheid van de N318 als aandachtspunt benoemd. Toetsing Het onderhavig inpassingsplan betreft een verbetering van de verkeersveiligheid ter plaatse van de N318 door de realisatie van landbouwpasseerhavens. Het plan is hiermee in lijn met het gestelde in het GVVP Oude IJsselstreek.
3.4.4
Conclusie Voorliggend project is in lijn met het gestelde in het gemeentelijk beleid Oude IJsselstreek.
3.5
Gemeentelijk beleid Aalten
3.5.1
Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) Aalten 2010 – 2020 Het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan Aalten is vastgesteld op 10 juni 2010. De vijf thema’s parkeren, ontsluiting, verkeersveiligheid, openbaar vervoer en communicatie (betrekken burgers bij totstandkoming GVVP) maken belangrijk onderdeel uit van het GVVP. Daarnaast biedt het GVVP een duidelijk kader richting de omliggende gemeenten, de regio en de provincie. Hierdoor kan tijdig ingespeeld worden op provinciale en regionale ontwikkelingen en plannen die van invloed kunnen zijn en/of nieuwe kansen bieden voor de verkeersstructuur in de gemeente Aalten. Voor het thema verkeersveiligheid is de hoofddoelstelling: Verkeersveiligheid blijft een belangrijk thema, waarbij de nadruk ligt op de inrichting van een Duurzaam Veilige infrastructuur. Daarnaast zal extra aandacht worden besteed aan de schoolzones. Uiteraard wordt bij dit thema aansluiting gezocht bij de nationale verkeersveiligheiddoelstelling. Daarnaast wordt uit het GVVP duidelijk dat de N318 een belangrijke gebiedsontsluitingsweg vormt in en rondom de kern van Aalten, maar dat de verkeersveiligheid al voor langere tijd een knelpunt vormt op de N318. De wens is daarom reconstructie van N318 door provincie ter verbetering van de verkeerssituatie (verkeersveiligheid en doorstroming).
Toetsing Het doel van de aanleg van de landbouwpasseerhavens is het verbeteren van de verkeersveiligheid ter plaatse van de N318. Dit is volledig in lijn met het GVVP van de gemeente Aalten.
22
3.5.2
Landschapsontwikkelingsplan Nieuwe Noabers, vernieuwend landschap Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ‘Nieuwe noabers, vernieuwend landschap’ voor de gemeente Aalten is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 november 2007. Het LOP moet gezien worden als een ideeën- en inspiratieboek voor de ontwikkeling en beheer van het landschap. Kenmerkend voor de gemeente is het agrarisch cultuurlandschap. Nieuwe plannen en initiatieven dienen zodanig vorm te worden gegeven dat deze bijdragen aan het in stand houden, herstel en verbeteren van dit agrarisch cultuurlandschap. Het LOP dient te worden benut voor financiering en uitvoering van projecten welke relatie hebben met landschappelijke functies, zoals waterbeheer, natuur en kenmerkende identiteit maar ook recreatie, toerisme en verbetering van economische mogelijkheden ter instandhouding van het cultuurlandschap. In het LOP worden negen landschapsensembles onderscheiden. Voor elk landschapsensemble is een apart werkboek opgesteld. De onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de verschillende landschapsensembles.
Het plangebied van deellocaties 3 en 4 is gelegen binnen ‘Lintelo’. Dit landschapsensemble kenmerkt zich als een kleinschalig licht glooiend cultuurlandschap met veelal verspreid staande hoeves. Sommige daarvan liggen aan kleine bolle akkers op dekzandruggetjes en –kopjes. Deze eenmansessen worden afgewisseld met lager liggende, qua grootte variërende, weilanden in mozaïekverkaveling met sloten, in de beekdalen haaks op de Keizersbeek en de Slinge. Hiertussen loopt een ogenschijnlijke wirwar van kronkelige wegen, loofbosjes en houtwalletjes, en is relatief weinig
23
bebouwing. Behalve bij een kruising van wegen, daar is vaak wat meer bebouwing. De buurtschap Lintelo heeft een molen. Toetsing De aanleg van de landbouwpasseerhavens zal geen invloed hebben op de kleinschaligheid, de hoogteverschillen en de beslotenheid van het landschap. Het agrarisch cultuurlandschap zal niet worden aangetast. Het voorliggende plan past hiermee binnen het beleid van het LOP. 3.5.3
Conclusie Voorliggend project is in lijn met het gestelde in het gemeentelijk beleid Aalten.
24
4 Planbeschrijving Provincie Gelderland werkt aan een goed en veilig wegennet. Hierbij hanteert de Provincie Gelderland een trajectaanpak voor de provinciale wegen, waaruit blijkt dat er aanpassingen moeten geschieden op het huidige wegennet. Dit geldt ook voor de N318. De Provincie Gelderland heeft hiervoor een verkenning laten uitvoeren. De verkenning had tot doel om naast het noodzakelijk onderhoud aan de weg ook te onderzoeken of er in het kader van verkeersveiligheid, doorstroming en ontwikkelingen in de omgeving van de weg aanpassingen noodzakelijk waren. Naar aanleiding van de verkenning is het rapport ‘Verkenningsrapportage: N318 traject 137’ opgesteld2. Tijdens de verkenningsfase is veel aandacht geweest voor de aangedragen opmerkingen van Cumela en LTO over de situatie op het wegvak tussen Varsseveld en Aalten. Samen met de provincie hebben zij gekeken naar hoe ze de veiligheid en het veiligheidsgevoel van bestuurders van landbouwvoertuigen kunnen verbeteren. De bestuurders geven aan dat zij zich onveilig voelen vanwege gevaarlijke inhaalbewegingen door het verkeer en zien te vaak bijna-ongelukken.
Daarom worden de volgende maatregelen voorzien op dit traject: 1 de aanleg van verplichte landbouwpasseerhavens op vier locaties; 2 het instellen van een algeheel inhaalverbod op de N318 tussen Varsseveld en Aalten; 3 het aanpassen van de aansluiting van zijwegen zodat landbouwverkeer en melkwagens beter de weg (N318) op kunnen rijden; 4 het afsluiten van 3 zandwegen op de Varsseveldsestraatweg voor gemotoriseerd verkeer, namelijk de; a Weversborgdijk; b Barnekampsdijk; c Heuvelweg (km 6,5 – dit betreft de westelijk gelegen aansluiting); 5 het verwijderen van 7 parkeerhavens op de Varsseveldstraatweg. Het onderhavig inpassingsplan betreft alleen de aanleg van de vier landbouwpasseerhavens, welke niet gerealiseerd kunnen worden op basis van de geldende bestemmingsplannen. De overige maatregelen kunnen worden gerealiseerd op basis van andere besluiten. Dit valt niet onder de scope van dit provinciaal inpassingsplan. Knelpunt landbouwverkeer Over het algemeen is het niet gewenst dat landbouwverkeer zich op de hoofdrijbaan bevindt, maar dat dit wordt afgewikkeld via parallelwegen of parallelle routes. Tussen de N18 en de Tolhuisweg liggen langs de N318 echter geen parallelwegen voor het langzame verkeer. Daarom is gekeken naar verschillende maatregelen om de verkeersveiligheid ter plaatse van de N318 te verbeteren. Deze zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
2
Provincie Gelderland. Projectplan Verkenning N318 traject 137 Varsseveld(N18) – Winterswijk (N319) [van km. 0,026 – 18,393]. 2016-012703, 13 mei 2019. 25
Uit de verkenningsrapportage is gebleken dat het toepassen van landbouwpasseerstroken het meest voor de hand ligt. De afweging is nader toegelicht in de ‘Verkenningsrapportage: N318 traject 137’ welke is toegevoegd in de bijlagen. Om deze havens daadwerkelijk effectief te maken dienen ze qua locatie, inrichting en regels aan bepaalde spelregels te voldoen: 1 Alleen verplichte landbouwpasseerhavens conform de nieuwe Gelderse standaard, zoals op de onderstaande afbeelding is weergegeven.
Gelderlandse standaard landbouwpasseerhavens (bron: Provincie Gelderland)
2 De vormgeving en locatie dienen zo te zijn dat de weerstand van landbouwbestuurders om ervan gebruik te maken zo laag mogelijk is. 3 Bij voorkeur niet te dicht bij rotondes; daar zouden landbouwbestuurders een rondje extra kunnen rijden om autoverkeer door te laten (mits LTO en Cumela bereid zijn om deze oproep aan hun leden door te geven). 4 Gemiddeld iedere 2 kilometer een landbouwpasseerhaven. 5 Op locaties die niet té druk zijn, anders komt het landbouwverkeer niet meer ingevoegd. 6 Op locaties die zelf overzichtelijk zijn, maar bij voorkeur vlak vóór een onoverzichtelijke / risicovolle locatie (i.i.g. niet net erin of er net na). 7 Invoegende landbouwers moeten goed zicht achteruit én vooruit hebben. 8 Indien dit realistisch, geloofwaardig en handhaafbaar wordt geacht kan het gehele wegvak waar de landbouwpasseerhavens komen te liggen voorzien worden van een algeheel inhaalverbod. Naar aanleiding van het bovenstaande is gekozen voor de locaties weergegeven op de onderstaande afbeelding. De gekozen locaties en vormgeving voldoen aan alle hierboven beschreven regels.
26
Deellocaties landbouwpasseerhavens N318 Varsselveld – Oude IJsselsteek (bron: Provincie Gelderland)
Landbouwpasseerhavens De passeerhavens worden aangelegd naast de bestaande weg en zijn alleen toegankelijk voor landbouwverkeer. De lengte van de landbouwpasseerhavens is circa 85 meter afhankelijk van de inpasbaarheid. Hiermee kan een landbouwvoertuig 10 seconden met een snelheid van de 25 km/uur door de passeerhaven rijden. In deze 10 seconden kan het achterliggende verkeer het landbouwvoertuig passeren. Naar verwachting kan het landbouwvoertuig na circa 10 seconden weer de rijbaan op rijden met minimale hinder. De verplichte landbouwpasseerhavens worden fysiek gescheiden door middel van een tussenberm van 2,10 meter en de rijloper krijgt een breedte van 4,45 meter inclusief kantstreep. Maatregelen per deellocatie Bij deellocatie 1 & 2 (gemeente Oude IJsselstreek) gaat het om de volgende fysieke maatregelen (zoals weergegeven op de onderstaande afbeeldingen): − verbreding door verplichte landbouwpasseerhavens; − vergraven en verlegging van de sloten; − verlegging van de fietspaden.
Weergave situatietekening deellocatie 1 & 2 (bron: Provincie Gelderland)
27
Doorsnede deellocatie 1 vanaf zichtlijn B (bron: Provincie Gelderland)
Bij deellocatie 3 & 4 (gemeente Aalten) gaat het om de volgende fysieke maatregelen (zoals weergegeven op de onderstaande afbeeldingen): − verbreding door verplichte landbouwpasseerhavens; − vergraven en verlegging van de sloten; − de kap van 10 bomen op locatie drie, deze zullen worden herplant; − verlegging van de fietspaden.
Weergave situatietekening deellocatie 3 & 4 (bron: Provincie Gelderland)
Doorsnede deellocatie 3 & 4 vanaf zichtlijn E (bron: Provincie Gelderland)
28
5 Uitvoerbaarheid 5.1
Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Toetsing Voor de vraag of een m.e.r.-plicht geldt, moet allereerst worden beoordeeld of sprake is van een activiteit die wordt genoemd in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor auto(snel)wegen en de m.e.r.-plicht zijn de categorieën C 1.2, C 1.3 en D 1.1 en 1.2 mogelijk relevant: − C 1.2: "De aanleg van een autosnelweg of autoweg"; er is geen sprake van de aanleg van een nieuwe autosnelweg of autoweg. Een autoweg is een weg met een snelheidsregime van 100 km/u. Hiervan is geen sprake, aangezien het snelheidsregime op de weg 80 km/u bedraagt. − C 1.3: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 10 kilometer of meer." Hiervan is geen sprake, de N318 heeft 2 rijstroken; − D 1.1, “De wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg.” Hiervan is geen sprake, de weg is geen autosnelweg of autoweg; − D 1.2, “De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer.” Hiervan is geen sprake, de N318 heeft 2 rijstroken. De aanleg van de landbouwpasseerhavens kan hiermee niet worden geschaard onder de categorieën van activiteiten uit onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit Milieueffectrapportage. Dit betekent dat er voor het voorliggende plan geen sprake is van een m.e.r.- (beoordelings)plicht. Wanneer significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied niet zijn uit te sluiten, kan voor een plan alsnog de m.e.r.-plicht gelden. De realisatie van de landbouwparkeerhavens is echter beoogd ten behoeve van de verkeersveiligheid, het zal een zeer beperkte invloed hebben op de verkeersgeneratie.
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van de herinrichting voor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.8.
29
Conclusie Voor het voorliggende plan is geen sprake van een m.e.r.- (beoordelings)plicht.
5.2
Bodem Algemeen In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Het onderhavig project betreft de aanleg van 4 landbouwpasseerhavens langs de N318. Er wordt daarom geen gevoelige functie gerealiseerd in het kader van de bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek is daarom in het kader van het inpassingsplan niet benodigd. Bodemonderzoek zal wel uitgevoerd moeten worden in het kader van het stand-still beginsel, waarbij de bodemkwaliteit niet mag verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden), wat in het onderhavig plan aan de hand zal zijn. Dit bodemonderzoek zal echter plaatsvinden voor aanvang van de realisatie. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van de werkzaamheden.
5.3
Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere gevoelige functies mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn formeel uitgesloten van akoestisch onderzoek. Toetsing Bij de aanleg van een landbouwpasseerhaven wordt een strook asfalt aangelegd om landbouwverkeer in staat te stellen ander verkeer te laten passeren. Deze strook is exclusief bestemd voor landbouwvoertuigen en zal niet door andere voertuigen worden gebruikt. Er wordt geen extra rijstrook gecreëerd waar andere voertuigen gebruik van kunnen maken, waardoor er geen aanzienlijke toename van geluidsoverlast wordt verwacht voor nabijgelegen woningen. Er zullen echter wel verbindingen met de weg worden gecreëerd in de vorm van opritten en afritten voor landbouwverkeer. Dit kan worden beschouwd als een ‘fysieke wijziging’ aan de weg.
Volgens de Wet geluidhinder worden veranderingen aan een weg behandeld als een 'wegreconstructie' wanneer de maximaal toegestane
30
geluidbelasting met 2 dB of meer wordt verhoogd. De landbouwpasseerhavens zullen op enige afstand van geluidsgevoelige objecten, in dit geval woningen, worden geplaatst. Het is niet te verwachten dat het aantal auto's of tractoren op de N318 significant zal toenemen als gevolg van de aanleg van de landbouwpasseerhavens. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de geplande wijzigingen in het toekomstige referentiejaar zullen leiden tot een aanzienlijke toename van de geluidsbelasting op de woningen (een toename van 2 dB). Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van de werkzaamheden.
5.4
Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De derogatiebeschikking van de EU is in 2015 verlopen. De NSL is na 2015 twee maal verlengd en betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Doordat de derogatiebeschikking van de EU na 2015 niet is verlengd, dient Nederland overigens op dit moment te voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO 2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM.
31
Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Toetsing De beoogde aanleg van de landbouwpasseerhavens is voornamelijk gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid van de N318. De ontwikkeling zal niet zorgen voor een toename in de verkeersintensiteit en zal daarom Niet In Betekende Mate bijdragen aan luchtverontreiniging.
Met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. In de volgende tabel zijn voor de jaren 2022 en 2030 voor de relevante stoffen de concentraties en de grenswaarden weergegeven. Stoffen NO2 concentratie PM10 concentratie PM2,5 concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
2022 10 – 15 µg/m3 16 – 18 µg/m3 8 – 10 µg/m3
2030 < 10 µg/m3 < 14 µg/m3 6 – 8 µg/m3
Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van de te realiseren passeerhavens wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Omdat met de beoogde aanpassingen die mogelijk worden gemaakt met voorliggende inpassingsplan de verkeersintensiteiten niet toenemen, kan worden gesteld dat nog steeds wordt voldaan een de luchtkwaliteitseisen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van de werkzaamheden.
5.5
Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijk besluit voor het
32
toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. 5.5.1