CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

10-2025 ChristenUnie vragen vragenuurtje raadsvergadering 25 maart 2025 over raadsmededeling 33-2025 Vastgestelde Achterhoekse visie dak-en thuislozen

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Vragenuur27.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 15

Onderstaande acties 1 t/m 8 worden opgepakt in spoor 1 van het traject Participatiewet in balans, de acties 9 t/m 12 zijn onderdeel van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. De pakketten zijn omvangrijker23, hieronder de meest essentiële zaken die betrekking hebben op het Actieplan Dakloosheid en naar verwachting een positief effect hebben op de groep (dreigend) dakloze mensen en professionals die met hen werken. Het ministerie van SZW trekt deze acties en werkt hierop samen met VNG, gemeenten en tal van partijen in het land. 1. Aanpassen van de 4-weken-zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar (SZW) Door het creëren van een kan-bepaling in plaats van een verplichting, kan daar waar de 4-weken zoekperiode15 onwenselijke effecten heeft maatwerk worden geboden. Met name de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie is hierbij gebaat. Jongeren blijven beter bij de gemeente in beeld, waardoor escalatie (denk aan dakloosheid) kan worden voorkomen. 2. Codificeren dat bij vooropgezet tijdelijk verblijf de kostendelersnorm buiten toepassing blijft (SZW) Hiermee wordt de eerdere oproep aan gemeenten om bij vooropgezet tijdelijk verblijf betrokkene niet als kostendeler aan te merken gecodificeerd4. Dat betekent dat als iemand in een crisissituatie tijdelijk bij een bijstandsgerechtigde intrekt, wordt de uitkering voortaan niet meer gekort.

Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om mensen in een crisissituatie, dakloze mensen of mensen die dakloos dreigen te raken. 3. Harmoniseren van de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren van wie ouders niet in beeld zijn of geen ondersteuning kunnen bieden door ziekte of armoede (SZW) De jongmeerderjarigen-norm (18-21 jaar) gaat uit van ouderlijke ondersteuning. Wanneer die ouderlijke ondersteuning ontbreekt, bestaat recht op bijzondere bijstand. Hierbij spelen grote verschillen tussen gemeenten. Dit creëert rechtsonzekerheid. Door de norm te harmoniseren5 wordt deze rechtsonzekerheid weggenomen. Het wegnemen van deze onzekerheid biedt een stevigere basis voor de dienstverlening op andere vlakken aan deze groep jongeren in een kwetsbare positie. 4. Creëren van de mogelijkheid tot verlening van categoriale bijzondere bijstand (SZW) Door de mogelijkheid te creëren om bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen situaties categoriale bijzondere bijstand toe te staan, kan soepeler worden ingespeeld op bredere behoeften aan inkomensondersteuning, zoals deze zich ook in het recente verleden hebben voorgedaan (denk b.v. aan de Energietoeslag). Daarnaast wordt ook meer rechtszekerheid gecreëerd voor betrokkenen. 5.

Verruiming van de bijverdiengrenzen (maatregel uit coalitieakkoord) (SZW) Een bredere toepassing van de vrijlating van inkomsten uit werk maakt (deeltijd)werken aantrekkelijker. Werk is de opstap naar bijstandsonafhankelijkheid. Meer werk betekent ook meer uitstroom kansen voor de doelgroep. Voor mensen voor wie (deeltijd)werk het hoogst haalbare blijkt te zijn blijft er een financiële prikkel om te blijven werken. Daarnaast krijgen gemeenten de mogelijkheid om de vrijlating nu ook toe te passen voor kwetsbare jongeren 6. In schrijnende situaties afwijken van het principe aanvraag datum is ingangsdatum. Het kan voorkomen dat aanvragers van een bijstandsuitkering al één of enkele maanden nauwelijks inkomen ontvangen voor ze een uitkering aanvragen. Dit kan leiden tot opbouw van schulden. Daarom wordt mogelijk gemaakt om in schrijnende situaties bijstandsverlening voor aanvraag mogelijk te maken. 7. Ontvangsten uit giften en incidentele hobbymatige verkoop. Het wordt voor bijstandsgerechtigden mogelijk om giften (ook in natura) te ontvangen tot een bedrag van 1200 euro. 8. Meer ruimte voor afstemming op individuele omstandigheden bij het opleggen van maatregelen. Het huidige systeem van maatregelen kent nu stevige standaardverlagingen van de bijstandsuitkering bij het niet nakomen van verplichtingen.

Een verlaging van 100 procent heeft grote gevolgen voor iemand die op het sociaal minimum van de bijstand leeft. Daarom wordt het mogelijk om deze verlagingen te differentiëren al naar gelang de individuele omstandigheden.

2 Zie voor het volledige pakket aan maatregelen de factsheet https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2022/07/13/factsheet-armoedeplan 3 weken zoektermijn: Voor jongeren tot 27 jaar geldt dat zij voor een bijstandsaanvraag bij de gemeente eerst 4 weken naar een opleiding of werk zoeken.

Na deze zoekperiode kan de uitkering definitief aangevraagd worden. 4 Codificeren is het vastleggen in wetgeving van jurisprudentie of staande uitvoeringspraktijk. 5 Harmoniseren betekent in dit geval dat een bodembedrag gecreëerd wordt waar de norm voor noodzakelijk uitwonenden niet onder zou moeten komen, maar omdat maatwerk belangrijk blijft kunnen gemeenten daarvan afwijken. 16 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

9. Vroegsignalering en schuldhulpverlening (SZW) • Intensivering vroegsignalering schulden. Vanaf 2023 structureel extra middelen voor gemeenten voor vroegsignalering. • De positie van publieke schuldeisers bezien bij schuldhulpverlening en schuldsanering, zodat sneller tot een akkoord kan worden gekomen. Door de afloscapaciteit evenrediger over alle schuldeisers te verdelen, hoeven private schuldeisers, waaronder kleine ondernemers, minder schulden kwijt te schelden. Dat kan financiële risico’s verkleinen. • Experimenten met vroegsignalering voor aanvullende signalen, zoals hypotheekachterstanden, gemeentelijke belastingschulden, belasting- en toeslagschulden, studieschulden. • Betalingsregeling voor iedereen beschikbaar. Stimuleren betalingsregelingen en persoonlijk contact schuldeiser-schuldenaar. De rechter krijgt de mogelijkheid om in incassozaken betalingsregelingen te treffen. Een conceptwetsvoorstel voor consultatie is in voorbereiding. • Beter toezicht malafide schuldbemiddelaars Regelgeving (om bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken). • Landelijk Platform Schuldenbewind - Versterken samenwerking schuldenbewind, schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering. Bevorderen doorstroom van schuldenbewind naar gemeentelijke schuldhulpverlening om schulden op te lossen.

• Versterken van de verbindingen tussen zorgverleners, welzijn met schuldhulpverlening en gemeentelijke kredietbanken. 10. Maatschappelijke verantwoorde incasso (SZW) • De maatschappelijk verantwoorde incasso en deurwaardersactiviteiten worden verbeterd met intensievere samenwerking tussen incasseerders, gerechtsdeurwaarders en schuldhulpverleners. Hoe een sociaal tarief en verdienmodel te realiseren, inclusief de normering van buitengerechtelijke incassokosten, wordt verkend. • Clustering Rijksincasso. Intensiveren samenwerking bij inning en incasso-trajecten met als doel leveren van gezamenlijke dienstverlening in de minnelijke fase, zoals één gezamenlijke betalingsregeling Rijksincasso en een vorderingenoverzicht Rijk, voor burgers, ondernemers en hulpverleners. Hiermee wordt voorkomen dat schulden onnodig oplopen. 11. Bewezen effectieve schuldinterventies toepassen (SZW) • Bewezen effectieve aanpakken in kaart brengen en opschalen, zoals Geldzorgenlab, SchuldenlabNL, Preventie-aanpak en experimenteren met nieuwe financieringsvormen. Met snelle financiële ondersteuning kunnen soms veel grotere problemen worden voorkomen. Daarom stimuleren we experimenten met nieuwe financieringsvormen, die geld voor hulp of voorzieningen eenvoudig beschikbaar kunnen maken. • Schuldenpauze - Evaluatie breed moratorium gestart.

Gemeenten zijn opgeroepen om (gratis) gebruik te maken van de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH). Gemeenten die ondersteuning bieden op het gebied van schulden aan inwoners kunnen dat in VISH kenbaar maken, zodat een deurwaarder weet waar hij even niet op pad hoeft te gaan. Zo wordt schuldenrust gecreëerd. Naar aanleiding van de ervaringen van gemeenten Amsterdam, Eindhoven en Den Haag en de NVVK met betrekking tot uitstel van betaling (pauzeknop, noodstop) bepalen hoe deze aanpak landelijk op te schalen is. 12. Huurverlaging voor lage inkomens en huurtoeslag (BZK) • De huurverlaging voor huurders met een laag inkomen in een corporatiewoning was eerder voorzien voor 2024, maar wordt een jaar vervroegd naar juli 2023. Gemiddeld gaat de huur voor deze groep dan met €57 per maand omlaag. De huurverlaging naar €550 (prijspeil 2020) geldt voor huurders in een sociale huurwoning van een woningcorporatie en een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. • Door een lagere eigen bijdrage ontvangen huurtoeslagontvangers vanaf januari 2023 maandelijks € 16,94 extra huurtoeslag. Daarnaast zorgt de doorwerking van het verhoogde wettelijk minimumloon voor een deel van de ontvangers voor een verdere verhoging van de huurtoeslag. Bovenstaande acties dragen bij aan: Onderstaande resultaten moeten voortvloeien uit het omvangrijke pakket Aanpak geldzorgen, armoede en schulden.

In dit plan zijn de meest essentiële punten benoemd die van belang zijn voor het Actieplan Dakloosheid. 1. Een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (t.o.v. 2015). 2. Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 (t.o.v. 2015). 3. Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030. Dit draagt bij aan de doelstelling om het aantal mensen in armoede te halveren.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 17

18 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.2. Actielijn 2 Preventie: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen → VWS, SZW, BZK, J&V, OCW, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties Het uitgangspunt van landelijk beleid is dat we dakloosheid voorkomen. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt in de basis aan sociale inclusie. Het is hierbij cruciaal om te werken aan de bestaanscondities van mensen. Dat houdt in: wonen, zinvolle daginvulling (werk of school), zorg en gezondheid, financiën op orde of hulp daarbij, en informele steun en relaties6. Als de basis van bestaanscondities van mensen en hun bronnen van zelfregie en informele zorg niet op orde zijn, blijven mensen uitvallen. Doordat preventie de kans op werk en participatie en zelfregie vergroot, verbetert het welzijn van mensen en neemt de kans dat zij een beroep hoeven te doen op hulpverlening af. Voor een effectief preventiebeleid is het belangrijk dat we een bredere definitie van dakloosheid gebruiken (zie ook hoofdstuk over monitoring). Want het gaat bij preventie niet om de mensen die al dakloos zijn. We willen juist voorkómen dat mensen dakloos raken. Daarom kijken we naar de groepen die een risico lopen op dakloosheid.

Dat zijn mensen die instabiel gehuisvest zijn (die bijvoorbeeld tijdelijk bij familie of vrienden inwonen en wonen zonder huurcontract, mensen die leven onder dreiging van huiselijk geweld) en mensen met ontoereikende huisvesting, zoals mensen die wonen op een adres zonder woonbestemming (denk aan vakantiehuizen) of in onconventionele of ongeschikte woonruimten wonen (campers, kraakpanden)7, en instellingverlaters (detentie, GGZ, MO/BW en jeugdzorg). Belangrijk is om zowel aan preventie, als aan herstelzorg te werken zodat een effectief goeddekkend systeem van vroegsignalering en soorten ondersteuning beschikbaar is en uitval én terugval voorkomen wordt. Dat begint bij goede informatievoorziening, cliëntondersteuning en rechtsbescherming, toegang tot voorzieningen en diensten, tot en met het investeren in de sociale basis, bemoeizorg en outreachende ondersteuning in de wijk. Ook is het van belang te werken aan de beeldvorming over dakloze mensen en het stigma van dakloosheid tegen te gaan. De hieronder uitgewerkte acties op het gebied van stigma en toegang tot goede informatie zijn meer generieke oplossingen die breder van toepassing zijn op alle inwoners en professionals. De overige zijn toegesneden op de doelgroep: dreigend dakloze mensen en maatregelen ter voorkoming van dakloosheid.

2.2.1. Tegengaan van stigmatiserende beeldvorming “Ik kon en kan mij nog steeds niet identificeren met de doelgroep waartoe ik behoorde. Mede door de incomplete informatievoorziening over wat je kunt doen als je dakloos dreigt te worden, samen met het huidige beeld over dakloze mensen, zag ik de ernst van mijn situatie niet in. Ik behoorde toch niet tot die groep mensen? Dit zorgde ervoor dat ik alles begon te bagatelliseren, waardoor de weg naar hulp en dus ook erkenning nog meer wordt belemmerd.” De groep dakloze mensen is zeer divers. Vaak is aan de buitenkant niet zichtbaar dat er sprake is van (dreigende) dakloosheid. Positievere en eerlijke beeldvorming helpt om de oude stereotypering bij te stellen. Beeldvorming en stigma over dakloze mensen draagt niet bij aan de transformatie die we voor ogen hebben. Een eerlijk en divers beeld van de (ex)dakloze inwoner is daarom van belang voor het goed laten slagen van de transformatie naar preventie, wonen eerst en het goed kunnen landen in de wijk. Dakloosheid wordt in de maatschappij vaak gezien als een individueel probleem, waarbij het onuitgesproken oordeel vaak is: eigen schuld, dikke bult. Hierdoor zijn burgers en organisaties geneigd om mensen die dakloos zijn (geweest) te mijden of buiten te sluiten.

Daarnaast nemen mensen die dakloos zijn vaak zelf de negatieve denkbeelden uit de samenleving over en passen die op zichzelf toe. Daardoor kan stigmatisering grote negatieve gevolgen hebben, zoals angst, werkloosheid, laag zelfbeeld, depressieve symptomen, hopeloosheid en het mijden van professionele hulp. Professionals – of het beleidsmakers, zorgprofessionals, medewerkers van corporaties, gemeentelijke diensten of handhavers zijn - staan vaak weinig stil bij de vraag of zij zelf (onbewust) stigmatiseren. Bewustwording en aanpassing van denken en doen kan iedereen, ook vrijwilligers en buurtbewoners, helpen om zijn rol beter te pakken en de maatschappij inclusiever te maken.

6 Voor concrete acties ter versterking van de bestaanscondities, de voorzorg, de herstelzorg en vormen van inclusief wonen zie de Gids voor Preventie van

Dakloosheid (Wolf & Scheepers, 2022 | Impuls Radboudumc). Een bijlage bij de Gids biedt een overzicht van Informatie, interventies en praktijkvoorbeelden voor het werken aan preventie van dakloosheid. Beide beschikbaar via: www.preventie-alliantie.nl. 7 Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion.

European Journal of Homelessness, 6 (2), 219-225. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 19

De-stigmatiseringsprogramma’s zijn vooral succesvol wanneer zij meer lokaal doen (gemeenten, maar ook in en door verenigingen, buurthuizen, kerkgemeenschappen, werkvloer); doelen en prioriteiten stellen op grond van wat mensen die dakloos zijn (geweest) zelf aangeven nodig te hebben; een grote, liefst voortrekkersrol voor ervaringskenners/deskundigen bevatten; zorgen voor duurzame en lokale inbedding en dus continuïteit; voorlichting en educatie bij voorkeur opzetten rond ervaringsverhalen, gebaseerd op de kracht van persoonlijke herstelverhalen en voorzien van één of meer elementen van persoonlijk contact. Acties: 1. 2023-2030: Landelijke campagne(s) over bespreekbaar maken psychosociale problematiek: haakjes naar dakloosheid en inclusie (aanhaken bij Hey ben je oké? en Eenzaamheid of Mentaal gezond) (VWS). 2. 2023: Aanpassen beeldbanken landelijke journalistiek en Rijksoverheidspagina’s met foto’s die voldoen aan de huidige realiteit en diversiteit van mensen die te maken hebben dakloosheid (VWS, Fontys Hogeschool/Beelddepot). 3. 2023-2024: (Door)ontwikkelen en verspreiden toolkit met handvatten voor professionals om stigma in de buurt bespreekbaar te maken (VWS, HVO Querido, Movisie). 4. 2024: Onderzoek naar wet- en regelgeving die bijdraagt aan stigma van (dreigend) dakloze mensen (VWS, J&V) Bovenstaande acties dragen bij aan: 1.

Er worden realistischere foto’s gebruikt in de media en in Rijkscommunicatie (2025) 2. Positievere beeldvorming en bewustwording over dakloosheid in de maatschappij in den brede; minder weerstand/minder NIMBYeffect8 (2027). 3. Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus (de Verklaring van Lissabon) (2030).

2.2.2. Goede en vindbare informatie op alle leefgebieden “Ik wist niet eens dat er mogelijkheden waren om stappen te ondernemen. Ik dacht alleen maar ik heb geen dak boven m’n kop, die moet ik regelen. Wist ik veel dat ik naar de gemeente kon. Je weet niet wat je niet weet.” Toegang tot goede informatie is een voorwaarde om goede keuzes te kunnen maken. De wereld van zorg, toegang tot huisvesting en ondersteuning op financieel en participatievlak is in Nederland niet eenvoudig georganiseerd. (Dreigend) dakloze jongeren en volwassenen hebben vaak problemen op meerdere leefgebieden. Het goed vindbaar maken van informatie op een centrale plek, inclusief inzicht in rechten en plichten, helpt mensen en hun omgeving om beter de weg te vinden. Op dit moment wordt informatie gefragmenteerd aangeboden of is helemaal niet vindbaar. Informatie moet vindbaar en toegankelijk zijn voor iedereen, en op meerdere manieren aangeboden. Een combinatie van digitale vindplekken en fysieke laagdrempelige inlooppunten is essentieel. Ongeacht de vraag moet er in de wijk of plaats een laagdrempelige inloop zijn waar mensen terecht kunnen met vragen over rechten, plichten en informatie op de vijf leefgebieden. (Dreigend) dakloze mensen komen terecht in een wereld van complexe regels en regelgeving. In deze complexe juridisch-bureaucratische werkelijkheid hebben zij vaak moeite zich staande te houden.

Het kunnen begrijpen en interpreteren van de regels en regelgeving vraagt (ook) juridische kennis. Onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen (dreigend) dakloze mensen helpen om hun weg te vinden in het stelsel van zorg- en ondersteuning, omdat zij kennis hebben van hoe de regelgeving in elkaar zit. In Amsterdam is bijvoorbeeld het Daklozenkantoor ingericht, waarin ondersteuning en informatie voor (dreigend) dakloze mensen en hun omgeving is samengebracht. Een mooi voorbeeld met betrekking tot jongeren en meerderjarig worden is Kwikstart: het biedt informatie op alle leefgebieden op landelijk niveau aan en biedt gemeenten daarnaast de mogelijkheid om zich kosteloos aan te laten sluiten en lokale informatie toe te voegen. Het is essentieel dat vanuit laagdrempelige inloopvoorzieningen goed geschoolde onafhankelijke cliëntondersteuners werken, in samenwerking met professionals en ervaringsdeskundigen die goed getraind zijn in positieve bejegening, vroegsignalering en goed de weg weten. Op die manier kunnen mensen (en hun omgeving) beter de weg vinden in het systeem, geïnformeerd keuzes maken, weten wat hun rechten en plichten zijn en worden toegeleid naar hulp.

Ook het faciliteren van peer-to-peer programma’s op scholen, bij jeugdhulpaanbieders, of wijken zoals MoneyWays en ‘ben jij er klaar voor?’ trainingen; met daarbij aandacht voor stigmatisering en taboe-onderwerpen zoals armoede, dakloosheid, (ouders met) psychische problemen of verslaving is voor de jongere doelgroep in het kader van preventie essentieel. Acties: 1. 2023-2025: Rijksoverheid zorgt voor betere communicatie en informatie de landelijk beschikbaar moet zijn op één logische vindbare plek (VWS, SZW, BZK)

8 Not In My Backyard

20 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2. 2023-2025: Stimuleren dat gemeenten digitaal en fysiek informatievoorziening op orde krijgen m.b.t. de vijf leefgebieden, rechten en plichten en regelzaken (VWS, VNG, gemeenten). 3. 2023-2024: Inventariseren en verspreiden best practices van op de doelgroep toegesneden informatievoorziening (VWS, BZK). 4. Jongeren: 2023-2025: Stimuleren dat bij gemeenten, op scholen en bij aanbieders jeugdzorg informatieaanbod beschikbaar is over volwassen worden en de 5 leefgebieden, rechten en plichten (SZW, OCW, mbo-raad, jeugdzorg NL). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Het op orde hebben van vindbare informatievoorziening door Rijk en gemeenten zodat inwoners de weg vinden op: gezondheid & zorg, wonen, inkomen en hulp bij financiën/schulden, werk, opleiding, relaties, alsmede de rechten en plichten van mensen en de voor hen beschikbare hulp (2026).

2.2.3. Investeer in goede ambulante begeleiding, onafhankelijke clientondersteuning en sociaal-juridisch advies “Het zou niet zo moeten zijn dat iemand die hulp nodig heeft tot het uiterste moet gaan om gehoord te worden. Ik werd afgewezen want daar stond het labeltje agressie. Je moet zo ver gaan om gewoon hulp te krijgen. Ik snap dat er gekeken wordt naar wie direct, op dat moment, hulp nodig heeft. Maar het zou niet zo moeten zijn dat je tot drie keer toe van een station afgetrokken wordt omdat je lager op een lijstje staat. Pas als je gaat dreigen met zelfmoord, wordt actie ondernomen. Moet het zo ver komen voordat je iemand helpt?” Een sterke sociale basis is van grote waarde voor de leefbaarheid, vitaliteit én in het voorkomen van escalatie van problematiek. Herstel, terugvalpreventie en voorkomen van dakloosheid begint met stabiele huisvesting. Dit vraagt iets van de lokale samenleving: mensen de ruimte geven en daar waar nodig een steuntje in de rug bieden. Tegelijkertijd is goede ambulante hulpverlening dichtbij nodig. Het is belangrijk te investeren in het vergroten en versterken van het informele, persoonlijke netwerk om mensen heen, de toegankelijkheid en kwaliteit van het professionele netwerk in de wijk, én een goede aansluiting daartussen.

Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van zelfstandig wonen met gegarandeerde ambulante hulpverlening, waarin ambulante ondersteuning, huisartsen en sociale (wijk)teams en/of Wmo-loketten samenwerken, waarbij ook het sociale netwerk van de inwoner en vrijwilligers betrokken worden. Inclusie is hierbij de grote uitdaging. Dat betekent zo gewoon mogelijk wonen, met op de persoon aangepaste ambulante begeleiding gericht op zelfredzaamheid en participatie. Om dat goed te kunnen vormgeven is het nodig dat gemeenten, wijkteams, corporaties en zorgaanbieders goed zijn toegerust met de juiste kennis en expertise. Zodat zij voor deze doelgroep passende en kwalitatief goede begeleiding en continuïteit kunnen bieden, en de leefbaarheid in wijken wordt gewaarborgd. Ook schuldhulpmaatjes, buddynetwerken en GGZ-ervaringsdeskundigen (lotgenotencontact) kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan herstel en het voorkomen van oplopende problemen en herstel. Initiatieven als de Rustplek 21, Onder de Pannen22 of Kamers met Aandacht23 waarin mensen particuliere woonruimte beschikbaar stellen kunnen bovendien enorm veel verschil maken, vooral in de huidige krapte op de woningmarkt.

Eén van de leidende principes van dit Actieplan houdt in dat voor het goed regelen van het scheiden van wonen en zorg de bewoner wordt ondersteund bij het onderhouden en herstellen van contact met directe netwerken zoals de familie. Dat betekent dat het investeren in professionele ondersteuning een randvoorwaarde is voor het slagen van de transformatie en de ambitie. Van belang is ook om laagdrempelige toegang tot recht voor mensen met een laag inkomen te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld door betere toegang tot bezwaarmechanismen van de gemeente, of onafhankelijke cliëntondersteuning zoals in een aantal gemeenten voor deze doelgroep is georganiseerd via straatadvocaten. Gemeenten voelen de urgentie om hun dienstverlening te verbeteren, kwetsbare mensen meer te ondersteunen en het vertrouwen in de overheid te herstellen.24

21 Zie: https://derustplek.nl/ 22 Zie: https://www.onderdepannen.nl/ 23 Zie: https://kamersmetaandacht.nl/ 24 In de toeslagenaffaire bleek dat rechtvaardige dienstverlening en goede rechtsbescherming niet altijd vanzelfsprekend zijn. Gemeenten krijgen sinds 2022 structureel 150 miljoen euro extra om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te versterken. De middelen komen naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK).

Acties: 1. 2023-2024: Verzamelen, bundelen en breed delen van goede voorbeelden van samenwerking tussen woningcorporaties, hulpverlening en sociale basis in de wijk (VWS, BZK, Aedes, VNG).

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 21

2. 2023: Inventariseren en verspreiden best practices van op de doelgroep toegesneden onafhankelijke clientondersteuning (VWS) 3. Jongeren: 2023-2025: Stimuleren jongerenwerk i.s.m. ervaringsdeskundigen op scholen, signaleren en kunnen doorzetten naar sociale wijkteams (VWS, OCW). 4. 2023-2030: In de bouw- en bestemmingsplannen in wijken ruimte maken voor buurtontmoetingsplekken en laagdrempelige herstel (inloop)plekken/centra/academies integreren (BZK, VNG, gemeenten). 5. 2024 – 2026: In samenwerking met J&V wordt verkend hoe voor (dreigend) dakloze mensen de rechtsbescherming en laagdrempelige sociaaljuridische dienstverlening versterkt kan worden (J&V, VWS, VNG/gemeenten)9. Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Verbeterde rechtsbescherming van mensen met een laag inkomen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid (2028). 2. Corporaties, wijkteams, zorgaanbieders en gemeentelijke diensten werken nauw samen in wijken in toewijzing, begeleiding en toegang zodat inwoners niet uit- of terugvallen en dakloos raken (2030).

2.2.4. Investeren in een outreachende aanpak en bemoeizorg “Toen ik de eerste maand huur miste kwam de sociaal beheerder naar mij toe met de vraag of ik meer schulden had. Nadat ik met tegenzin een betalingsregeling trof, hield hij mij een beetje in de gaten. Na 2 jaar en 3 gemiste termijnen belde ik hem om een oplossing van mijn schulden te vinden. Door zich tegen mij aan te bemoeien kwam ik niet opnieuw op straat te staan.”

Vroegtijdige signalering van problemen thuis is belangrijk om uitval, terugval en dakloosheid te voorkomen. Niet voor iedere inwoner is het vanzelfsprekend dat zij met een hulpvraag bij een wijkteam of de gemeente aanklopt. Allerlei factoren spelen hierbij een rol, zoals niet op de hoogte zijn van de beschikbare hulp, terugtrekgedrag als gevolg van verlies, trauma en rouw, de impact van chronische stress op het denken en doen, schaamte en (zelf)stigma en een groot wantrouwen tegen de overheid. Bemoeizorg en een meer outreachende werkwijze vanuit maatschappelijk- of jongerenwerk kan hierbij het verschil maken. Het is nodig dat bemoeizorg niet langer wordt gezien als een instrument dat alleen wordt ingezet bij ‘overlast’, maar als aanvullend aanbod zodat mensen die zelf geen hulpvraag kunnen formuleren beter en eerder geholpen worden. Belangrijk is ook dat gemeenten zorgdragen voor gespecialiseerde expertise, zoals van de GGZ, de verslavingszorg en de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen, zodat die in de wijk en voor professionals in de wijk in lokale teams beschikbaar is. Daarbij is van belang dat in de toegang breed en pro-actief bekeken wordt welke ondersteuning iemand nodig heeft. Vroegsignalering en waar nodig preventieve ondersteuning kunnen er vervolgens aan bijdragen dat het escaleren van de problematiek wordt voorkomen.

Er wordt daarom ingezet op versterking van de gemeentelijke toegang. Denk hierbij aan expertise over (dreigende) dakloosheid en goede clientondersteuning - die ook door mensen met ervaringskennis ingevuld kan worden. Time-out en respijtvoorzieningen vormen belangrijk aanbod in de-escalatie van spanningen thuis of om even op adem te komen. Zo kan (crisis)opname of uitval voorkomen kunnen worden. Daarnaast wordt ingezet op het investeren in bemoeizorg en het beter inzichtelijk krijgen van goedlopende praktijken, zodat verergering van problematiek voorkomen wordt en bovendien de kans verkleint dat mensen in aanraking komen met politie of justitie. Hiervoor is het belangrijk dat er een intensievere samenwerking ontstaat tussen politie en GGZ zodat mensen met onbegrepen gedrag de juiste zorg krijgen en niet onnodig worden opgepakt. Acties: 1. 2023-2025: Stimuleren van het organiseren en delen van goede voorbeelden van sociaal beheerders in de wijk, herstel- en respijtvoorzieningen, inclusief lotgenotencontact, werken met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (VWS, VNG). 2. 2023-2025: Verkennen op welke wijze gemeenten en regio’s invulling geven aan bemoeizorg en wat hier eventueel aanvullend nodig is ter verbetering (J&V, VWS). 3.

2023-2028: Conform afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten zoals herstel- en zelfregiecentra waar iedere inwoner, met een aanspreekpunt voor huisartsen en gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, ondersteund door sociaalwerkers en in verbinding met ggz-professionals (VWS, VNG, SWN, MIND, deNLggz, ZN, LHV, InEen). Bovenstaande acties dragen bij aan:

9 Hiervan heeft het Rijk heeft structureel 25 miljoen euro vrijgemaakt voor lokale versterking van sociaaljuridische ondersteuning en rechtsbescherming. De inzet

van deze POK-middelen is bedoeld ter ondersteuning van mensen in kwetsbare posities. De inzet op sociaaljuridische raadslieden voor dak en thuisloze mensen sluit aan bij Actielijn 2: Rechtsbescherming: versterking van de rechtsbescherming van inwoners door extra capaciteit voor sociale raadslieden in de gemeente en versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie. 22 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1. Mensen zijn eerder in beeld, krijgen eerder de hulp die zij nodig hebben, zaken zijn nog veel beter oplosbaar en terugval kan worden voorkomen (2027).

2.2.5. Verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden “Ik had geen toegang tot medische zorg. Ik ben bijvoorbeeld een keer bewusteloos van straat geplukt door een ambulance. Maar zodra ik bijkwam ben ik het ziekenhuis uit gevlucht, hoewel ik nauwelijks kon staan en dringend medische zorg nodig had. Ik had namelijk geen zorgverzekering en was bang met tienduizenden euro’s in de schulden te raken. Omdat ik geen psychiatrische medicatie had werd ik zwaar depressief en suïcidaal. Hierdoor sliep ik, zelfs als ik een plek in een opvang had, soms buiten op de plek waar ik me bevond. Ik kon me er niet meer toe zetten naar de opvang te lopen. Ik begon dagelijks te drinken en totaal te verwilderen.”

Vaak is het de huisarts die mensen eerder in beeld heeft als het gaat om groeiende problemen. Zeker als het gaat om problemen op meerdere leefgebieden en dreigende dakloosheid, heeft de huisarts een essentiële signalerende functie. Tegelijkertijd is het voor huisartsen niet altijd makkelijk mensen op een goede en eenvoudige wijze door te verwijzen naar welzijn en het sociaal domein. Hoewel er in het land veel initiatieven zijn om de verbinding tussen het medisch en het sociaal domein te versterken, is het duidelijk dat hier wat betreft (dreigende) dakloosheid nog een wereld te winnen valt. Het uitgangspunt is: zo zwaar als nodig, en wat samen en in het voorliggend veld kan, dan doen! Denk hierbij aan goede voorbeelden als Welzijn op recept, POH-schulden en POH-GGZ. Als mensen eenmaal dakloos zijn, raken zij vaak uit beeld bij zorgverleners, raken zij onverzekerd en wordt de toegang tot zorg en ondersteuning steeds lastiger. Binnen de populatie dakloze mensen zijn er voor bepaalde problemen hoge drempels om toegang tot zorg te vinden, krijgen en behouden10. Zeker wanneer er sprake is van een verstandelijke beperking, psychiatrische problemen, verslavingsproblematiek of het ontbreken van een zorgverzekering, al dan niet door het ontbreken van de juiste documenten.

Voor de kosten van medische zorg aan dak- en thuisloze mensen kunnen zorgaanbieders een beroep doen op de ‘Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden’. De kosten van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, zowel aan Nederlanders als aan vreemdelingen, kunnen gedeclareerd worden, zodat er geen financiële belemmeringen zijn voor zorgaanbieders om zorg te verlenen. De kosten van medisch noodzakelijke zorg is in 2022 globaal als volgt verdeeld: ziekenhuiszorg (55%), ggz-zorg (36%), farmaceutische zorg (3%) en huisartsenzorg (3%).

10 Zie: Sterfte, ziekte en toegang tot zorg bij dak- en thuislozen (Slockers 2021) digitale-definitieve-versie-proefschrift-marcel-slockers.pdf

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 23

24 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Acties: 1. 2023-2028: Conform afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord werken aan verbeterde samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en GGZ-zorg. 1e lijnszorg aanbieders kunnen worden ondersteund in het signaleren en bespreekbaar maken van sociale problematiek, zoals armoede en schulden en goede voorbeelden van samenwerking tussen de 1e lijnszorg en gemeenten kunnen worden opgeschaald. 2. 2025: Met een aanpassing van de Wmo 2015 wordt een wettelijke grondslag gerealiseerd voor het kunnen verwerken van gegevens van onverzekerden die zorgaanbieders doorgeven via het Meldpunt Onverzekerden (is ingericht bij GGD GHOR). Dit betreft ook personen die nog niet bij gemeenten of GGD’en bekend zijn. Deze gegevens kunnen door GGD’en en gemeenten worden gebruikt met als doel om ofwel een bemoeizorg-traject in te zetten of iemand toe te leiden naar een reguliere, betaalde zorgverzekering. VWS onderzoekt samen met GGD GHOR de mogelijkheden om -totdat deze wettelijke grondslag is gerealiseerd- de nodige hulp te blijven bieden. Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Verbeterde verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden (2027).

2.2.6. Uitstroom uit een intramurale setting leidt niet tot dakloosheid “De verschillende plekken waar ik verbleef van mijn 15e tot 18e jaar zijn eigenlijk altijd voor mij bepaald. In die 3 jaar tijd heb ik circa 8 verschillende plekken gezien, ben ik 2 keer opnieuw terecht gekomen bij mijn oma en heb ik 2 perioden gekend waarin ik van bank naar bank ging. In die periode is er een versnelde ondertoezichtstelling uitgesproken en een machtiging uithuisplaatsing, waardoor ik überhaupt voor mijn 18e niet meer naar huis zou kunnen.” Een belangrijke risicofactor op dakloosheid is het moment dat mensen uitstromen van een intramurale setting. Dat is het geval bij jongeren die uitstromen uit jeugdzorginstellingen, mensen die uitstromen uit detentie, maatschappelijke opvang, beschermd wonen, vrouwenopvang, en uit GGZ-instellingen. Om deze reden zijn vrijwel al deze groepen benoemd als primaire aandachtsgroepen binnen het Programma Een Thuis Voor Iedereen, en wordt voor hen extra ingezet om passende woonruimte te realiseren. Zo is het de bedoeling dat wettelijk wordt vastgelegd dat gemeenten uitstromers uit intramurale instellingen met voorrang moeten huisvesten (zie paragraaf 2.4).

Het verhuisboekje, gemeente Lelystad Praktische instrumenten kunnen helpen bij een goede landing. Een mooi voorbeeld is ‘Het verhuisboekje’ voor mensen die verhuizen van Beschermd Wonen naar een zelfstandige woning met praktische tips & ervaringsverhalen → Meer info - https://www.windesheim.nl/getmedia/ad9beb8b-0049-4c1f-a2c3-d240681747ab/ 2021_juni_21_VerhuisboekjeLelystad_Digitaal.pdf

Het is voor vrijwel alle mensen die in een institutie verblijven, bekend dat zij op enig moment de stap van binnen naar buiten zetten. Dat kan en moet op tijd voorbereid worden door deze instellingen en de ontvangende gemeente. Het helpt gemeenten als zij weten met wie zij contact kunnen opnemen. Dat vraagt om goede afspraken en contacten tussen instellingen, gemeenten en corporaties. Op het niveau van de jongere of volwassene die uitstroomt is het noodzakelijk dat tijdig en geleidelijk wordt losgelaten en voorbereid op terugkeer naar (een nieuw) huis. Vóór klinische opname moet met cliënt een (perspectief)plan gemaakt worden op alle leefgebieden, met focus op de plek waar iemand gaat verblijven. Dat vraagt om goede afspraken tussen MO/BW, gemeenten en GGZ-partners, zorgverzekeraars over de inzet van FACT (belangrijk voor ambulante cliënten), en over de uitstroom uit klinieken en detentie (aansluitende plekken en nazorg). Het wordt de norm dat iedereen die uitstroomt uit een institutie een contactpersoon krijgt (of ‘regisseur’) die ervoor zorgt dat ‘de big 5’ op orde is voordat iemand uitstroomt. Met de big 5 bedoelen we: 1. het is duidelijk waar iemand gaat wonen, 2. zorg continuïteit is geregeld, 3. financiën zijn op orde dan wel ondersteuning daarbij, 4. zinvolle daginvulling (werk, school, dagbesteding), 5. er is geïnvesteerd in het netwerk (iemand om op terug te vallen).

Uitgangspunt is eigen regie; stress-sensitief werken en positieve bejegening van mensen die het betreft. Dat sluit naadloos aan op de leidende principes 1 (recht op huisvesting) en 2 (respect voor keuze en eigen regie van mensen). Een bewezen effectieve interventie, specifiek gericht op mensen tijdens een transitieperiode, zoals uitstroom uit een verblijfsinstelling is Critical Time Intervention (CTI). De CTI-werker is de regisseur die mensen ondersteunt met het oog op een zachte landing in de wijk. Samenwerkingspartijen staan hiervoor gezamenlijk aan de lat hier goede afspraken over te maken.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 25

Goed voorbeeld: Aanpak 16-27 in de regio Lekstroom Regio Lekstroom werkt in samenwerking met de nieuw te contracteren aanbieders van Jeugdhulp met verblijf een transformatieplan uit. Het project ‘perspectief op uitstroom’ gaat hier onderdeel van uitmaken. Dit project richt zich op het waarborgen van een goede overgang van jeugdhulp naar vervolgzorg of zelfstandigheid. Als een jongere 16 jaar is wordt er samen met de jongere een toekomstplan gemaakt. Er wordt in kaart gebracht welke vervolgplek het meest passend is bij de behoefte van de jongere bij uitstroom van verblijf. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de door het NJI opgestelde uitstroomprofielen. Aan de hand van deze uitstroomprofielen organiseert de zorgaanbieder vroegtijdige monitoring en signalering van de behoeften. Doordat er tijdig wordt gekeken wat nodig is, kan er proactief worden geanticipeerd.

Acties: 1. 2023: Verkenning naar aansluiting van partijen (GGZ, Wmo, jeugd, justitie, gemeenten) op communicatieplatform die de communicatie tussen aanbieders en gemeenten vergemakkelijkt en waarbij de betrokkene zelf eigenaar van de gegevens blijft (J&V, VWS, VNG, deNLggz). 2. 2024: Regie en gezamenlijke afspraken over eigenaarschap in de centrumgemeenten: niemand raakt dakloos als gevolg van uitstroom uit een instelling (Valente, deNLggz, VNG, zorg en veiligheidshuizen, gemeenten). 3. 2023-2024: Binnen het programma Een (t)huis voor iedereen werkt BZK aan een verplichte urgentieregeling, waarin mensen die uitstromen uit intramurale instellingen voorrang krijgen (BZK). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Bij ontslag uit een instelling (gevangenis, jeugdzorg of GGZ) ontvangt iedereen een aanbod met passende stabiele huisvesting, niet zijnde maatschappelijke opvang (de Verklaring van Lissabon).

2.2.7. Huisuitzetting leidt niet tot dakloosheid “Ik ben mijn huis uitgezet voor een huurachterstand van 3 maanden. Dat was destijds bijna € 3000. Na gerechtelijke kosten, deurwaarder en ontruimingskosten liep dit bedrag al snel op naar over de € 5000. Mijn huis verliezen is het meest vernederende wat ik ooit heb meegemaakt. Vervolgens kwam ik terecht in de maatschappelijke opvang. Jaren later leerde ik dat mijn plek in de maatschappelijke opvang, en later in beschermd wonen, veel meer kostte dan de huurschuld.”

Vanuit het Actieplan Dakloosheid spannen we ons er samen met BZK en verhuurderspartijen voor in dat het aantal huisuitzettingen daalt. Vanaf 1 januari 2021 melden woningcorporaties en particuliere verhuurders betalingsachterstanden in een vroeg stadium bij gemeenten. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij actief schuldhulp aanbieden. Dit is belangrijk omdat veel mensen met schulden laat of niet om hulp vragen. Verhuurders doen een melding bij de gemeente als ze tevergeefs hebben geprobeerd om in contact met huurders de huurproblemen op te lossen. In 2015 waren er 9.900 huisuitzettingen en in 2019 waren dat er 5.000. In 2020 en 2021 is dit verder gedaald naar 3.100 huisuitzettingen11. Deze daling heeft er mee te maken dat steeds meer gemeenten convenanten voorkomen huisuitzettingen afsluiten met corporaties, en dat verhuurders bij een betalingsachterstand sneller contact opnemen met huurders en er alles aan doen om huisuitzetting te voorkomen. Snel contact tussen verhuurder en huurder helpt de groei van verdere schulden én uiteindelijk huisuitzetting te voorkomen. Dat contact is niet altijd makkelijk.

Het versterken van de sociale basis, en het terugbrengen van sociaal beheer en versterken van outreachend werken en bemoeizorg in wijken (zie 2.3 en 2.4) moet bijdragen aan het vroegsignaleren van oplopende betalingsachterstanden en het faciliteren van het contact tussen huurders en corporaties en andere verhuurders.

11 Bron: KBvG via CBZ (2022).

26 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

BZK gaat in gesprek met partijen die betrokken waren bij de statements over het voorkomen van huisuitzettingen door betaalachterstanden in coronatijd. Dat zijn VNG, Aedes, IVBN, Vastgoedbelang en Kences, de afspraken zijn destijds onderstreept door Woonbond. BZK wil komen tot nieuwe bestuurlijke afspraken zodat huisuitzettingen door betaalachterstanden door de stijgende energieprijzen zoveel mogelijk voorkomen worden. Verhuurders hebben sinds 2021 de plicht om sociale incasso te voeren, contact te zoeken met huurders die betaalachterstanden hebben en deze achterstanden te melden bij gemeenten. Gemeenten moeten vervolgens een hulpaanbod doen. De bestuurlijke afspraken in aanvulling op de wettelijke plicht die verhuurders hebben op grond van de gewijzigde Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening, kunnen gaan over het bieden van maatwerk bij betaalachterstanden, het treffen van betalingsregelingen, het actief wijzen op ondersteuning vanuit de bijzondere bijstand van gemeenten of het aanbieden van alternatieve (goedkopere) woonruimte. Bovendien geeft het ministerie van BZK aan het nut en noodzaak van aanvullende juridische maatregelen zoals een generiek moratorium op huisuitzettingen van mensen die aan een schuldhulpverleningstraject deelnemen, te verkennen in gesprekken met partijen. Acties: 1. 2023: Eén partij neemt de regie na huisuitzetting.

Lokaal spreken partijen af wie dat doet. (VNG, gemeenten, woningcorporaties). 2. 2023: Goede voorbeelden, handreikingen en kennis bundelen en breed delen met gemeenten en aanbieders (VWS, BZK). 3. 2023: Verkennen optie van een moratorium op huisuitzettingen van mensen die in een schuldhulptraject zitten (BZK). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing (de Verklaring van Lissabon) (2030).

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 27

Goed voorbeeld: Amsterdam, geregelde betaling Van alle huurders die in Amsterdam bij de gemeente worden gemeld vanwege huurachterstand heeft zo’n twintig procent een uitkering op grond van de Participatiewet. Zij komen terecht bij de sinds 2016 bestaande speciale vroegsignaleringsaanpak: de Geregelde Betaling. Vast onderdeel van deze aanpak is een inhouding van de lopende huur op de uitkering die, met toestemming van de huurder, rechtstreeks wordt overgemaakt aan de verhuurder. Zo loopt de huurachterstand niet verder op en wordt in een aantal gevallen bovendien dakloosheid voorkomen. De aanpak is succesvol en kent weinig uitval. De huurders met huurachterstanden worden uitgenodigd voor een budgetadviesgesprek met een klantmanager en een schuldhulpverlener van het buurtteam. Tijdens het budgetadviesgesprek wordt breed naar de situatie van de huurder gekeken: welke hulp is nodig? In de meeste gevallen komt door dit contact een duurzame betalingsregeling voor de huurachterstand tot stand, waarbij meteen ook een overdracht aan de deurwaarder wordt voorkomen. Voor slechts één op de vijf wordt uiteindelijk een schuldhulpverleningstraject ingezet. Na negen maanden wordt er geëvalueerd, met als doel om waar mogelijk de huurinhouding weer stop te zetten.

→ Meer info – ‘Naar nul huisuitzettingen’, Eropaf en Movisie https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-03/Naar-nul-huisuitzettingen.pdf

28 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

2.3. Actielijn 3 Wonen Eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat →

BZK, SZW, VWS, VNG en gemeenten

“Wanneer ik eenmaal ergens een plekje had werden er vaak harde eisen gesteld aan mijn verblijf daar en werd ik telkens weer belemmerd in mijn eigen autonomie en daarbij mijn ontwikkeling. Echt kijken na wat ik nou nodig had als persoon, en daarbij aansluiten om mijn behoefte, daar was geen sprake van. Ik stond onder dwang van het systeem en als ik maar even niet ‘naar hun pijpen danste’, was het einde verblijf.” Het hebben van een stabiele woonplek met de juiste ondersteuning is het belangrijkste antwoord op het verminderen van dakloosheid. Dat betekent dat gewerkt wordt aan het verminderen van opvang en het nodeloos moeten doorlopen van verschillende stappen voordat iemand een vaste woonplek krijgt. Hieronder wordt uitgewerkt wat Wonen Eerst in de Nederlandse context betekent en welke acties nodig zijn om de ambities van dit plan te behalen.

2.3.1. Wonen Eerst als landelijk kompas Zoals in de inleiding geschetst is Wonen Eerst de beleidsmatige benaming voor de systeemaanpak in het denken over de oplossingen om dakloosheid te voorkomen en uit te bannen in Nederland. Uit literatuur blijkt dat inzet op Wonen Eerst zorgt voor kostenbesparingen bij o.a. gebruik van medische zorg, veiligheid, en het sociaal domein (Jeugd, Wmo, opvang, schuldhulp en uitkeringen). Uit een recente kosten-batenanalyse uit 202212 is gebleken dat elke geïnvesteerde euro in Wonen Eerst maatschappelijk 2,5 euro bespaart. Dit omdat er generiek hoge kosten worden bespaard voor onder meer maatschappelijke opvang, Wlz of Beschermd Wonen, er minder delicten worden gepleegd en er minder handhaving nodig is voor overlast op straat. Met andere woorden: duurdere vormen van verblijf of inzet van handhaving waar deze groep anders mee te maken zou krijgen.

Een aantal regio’s is al bezig met het implementeren van Wonen Eerst. Zo is in diverse regio’s de af- of ombouw van de opvang gestart en bestaat er een diversiteit aan vormen van Wonen Eerst waar als basis de huisvesting in plaats van de opvang voorop staat. De afgelopen jaren hebben we gezien dat deze transitie bottom-up aan het groeien is. De systeemaanpak gaat niet slechts over het vermenigvuldigen van het aantal woonplekken met begeleiding voor een subgroep, maar over een aanpak waarin alle partijen toewerken naar een aanpak voor alle (dreigend) dakloze mensen. Die transformatie gaat niet over één nacht ijs. In de praktijk zien we veel al dan niet bewuste verschillen in de manier waarop gemeenten de transformatie vormgeven. We willen ruimte houden voor deze gevarieerde uitvoeringspraktijk enerzijds, en stimuleren dat de transformatie sneller gaat volgens bewezen effectieve interventies anderzijds. Het succes van deze transformatieopgave hangt in grote mate af van het realiseren van voldoende betaalbaar woonaanbod en de adequate begeleiding die daaraan gekoppeld is en de zachte landing in de wijk. Aanbieders en professionals moeten daarop toegerust zijn. Er is daarom aandacht voor de toerusting van organisaties en professionals die werken met (dreigend) dak- en thuisloze mensen. De opvang kan in de ene regio sneller af- of omgebouwd kan worden dan in de andere regio.

Inzet is dat regio’s op basis van hun woonzorgvisies en de regionale aanpak dakloosheid stappen zetten om te komen tot af- en ombouw van de opvang enerzijds en beschikbaarheid van woonplekken met begeleiding anderzijds. Opvang zal nodig blijven, maar wordt tot het minimum beperkt en alleen als kortdurende noodvoorziening. Zolang opvang nodig is houden opvanginstellingen, gemeenten en VWS oog voor de kwaliteit van deze voorzieningen13. De regeling huisvesting aandachtsgroepen die door BZK ter beschikking is gesteld voor het bouwen, transformeren of aankopen van huisvesting voor dakloze mensen kan ingezet worden voor de ombouw van de huidige opvangvoorzieningen.

12 Maatschappelijke kosten baten van de brede aanpak dakloosheid (Cebeon en Xpertisezorg, 2022). 13 In dit kader past ook het kwaliteitskader kinderen in de opvang, dat wordt ontwikkeld in samenwerking met Valente, VNG en het ministerie van VWS,

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 29

30 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Goed voorbeeld: Gemeente Den Bosch De maatschappelijke partners, gemeente ’s-Hertogenbosch, Maatschappelijke Opvang Den Bosch, en de Bossche woningcorporaties, kiezen voor ‘Wonen Eerst’ voor álle mensen die dakloos zijn. Mensen die zich in Den Bosch vanaf 1 januari 2023 melden bij de opvang worden niet langer opgevangen in de traditionele (nacht)opvang. De grootschalige opvang wordt gesloten, al een aantal jaren wordt in Den Bosch kleinschalige opvang gerealiseerd. De nieuwe aanpak is dat mensen die dakloos zijn binnen een maand een passende plek aangeboden krijgen in plaats van een plek in de opvang. De zorg en bestaanszekerheid wordt geborgd door de gemeente ‘s-Hertogenbosch en Maatschappelijke Opvang Den Bosch. Zo wordt voorkomen dat mensen eerst worden opvangen en daarna langzaam de traditionele woonladder aflopen. En wordt er meteen gewerkt aan een passende plek met voldoende bestaanszekerheid. In de samenwerking betekent dit dat de partners vanuit verschillende domeinen als netwerkorganisatie georganiseerd zijn. Niet de eigen organisatiedoelen maar de gezamenlijke ambitie staat centraal. Met deze werkwijze worden in Den Bosch al betere oplossingen voor bewoners bereikt met onder andere Thuis in de Wijk.

De vijf vuistregels van ‘Thuis in de Wijk’ zijn daarom ook uitgangspunt in de daklozenaanpak: goed wonen, gezonde financiën, juiste ondersteuning, waardevolle daginvulling en fijne leefomgeving.

Acties: 1. 2023-2030: De transformatie wordt met behulp van kwalitatieve monitoring gevolgd (VWS). 2. 2023-2030: In alle landelijke communicatie straalt de Rijksoverheid uit dat ‘Wonen Eerst’ centraal staat in het Actieplan Dakloosheid en dat we de leidende principes hiervan nastreven (VWS). 3. 2023-2028: Gemeenten zetten in op de transformatie naar Wonen Eerst en om- en afbouw van langdurige en grootschalige opvang. 4. 2023-2026: Kennis over de leidende principes en Wonen Eerst en de implicaties van de werkwijze voor regio’s wordt vergroot door middel van een ondersteuningsaanbod mbv Expertteam Huisvesting Aandachtsgroepen (VWS, BZK). 5. 2023: Ontwikkelen (juridisch gevalideerde) oplegger bij huurcontracten op eigen naam ontwikkelen en ontsluiten voor verhuurders (VWS, BZK). 6. 2023-2024: Ontwikkelen kwaliteitskader in samenwerking met het veld over Wonen Eerst (VWS). 7. 2023-2025: Met opleidingen social work wordt verkend op welke wijze de leidende principes onderdeel kunnen zijn van het curriculum (VWS). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Wonen Eerst is als systeemaanpak gemeengoed en wordt het werken volgens de leidende principes breed toegepast in alle regio’s (2030). 2. Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang (de Verklaring van Lissabon). 3.

In 2025 heeft de helft van de regio’s geen langdurige grootschalige opvang14 meer, in 2030 geen enkele. 4. Niemand verblijft langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing (Lissabon Declaratie). 5. Het op basis van kwalitatieve monitoring inzichtelijk maken hoe de transformatie van opvang naar Wonen Eerst vorm krijgt (20262030). 6. Een huurcontract op eigen naam is de norm, huurcontracten op naam van een derde partij worden toegepast als dit gebeurt in het belang van de huurder die daar zelf een stem in heeft (2030). ! NB. De afbouw van de opvang is niet mogelijk bij onvoldoende beschikbaarheid van woonplekken met passende begeleiding en ondersteuning in de wijk. Dat is een belangrijke voorwaarde voor de voortgang op deze resultaten.

2.3.2. Samenhang met de woningbouwopgave en programma ‘Een thuis voor Iedereen’ Zonder eerst meer beschikbare en betaalbare woningen te realiseren, kan er niet aan Wonen Eerst gewerkt worden. Vanuit het Actieplan Dakloosheid wordt met betrekking tot wonen samen opgetrokken met het ministerie van BZK en alle andere partijen die betrokken zijn bij de plannen rondom bouwen en wonen. De Nationale Woon- en Bouwagenda31 heeft als prioriteit te zorgen voor een woning voor iedereen, of je nu huurt of koopt. Het doel is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Het programma ‘Een (t)huis voor Iedereen’ is als 2e van de 6 programma’s onder de Nationale Woon- en Bouwagenda onlosmakelijk verbonden met het Actieplan Dakloosheid. Dit programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen – waaronder dakloze mensen- met een evenwichtige verdeling over gemeenten en 14 Noodopvang (kortdurend) zal in de toekomst ook in een zo beperkt mogelijke vorm nodig blijven. Deze locaties zijn voorzien van 1 persoonskamers.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 31

met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. In ‘Een (t)huis voor Iedereen’ wordt meer regie genomen door het Rijk en worden gemeenten bij wet verplicht te werken aan woonzorgvisies, deze woonzorgvisies regionaal af te stemmen en moeten gemeenten aandachtsgroepen opnemen in hun urgentieregeling32. Het aantal dakloze mensen dat gehuisvest wordt, wordt gemonitord door de overkoepelende monitor aandachtsgroepen die het ministerie van BZK in samenwerking met IPO, VNG en Aedes in ontwikkeling heeft (start 2024). Hierin zal per aandachtsgroep inzichtelijk worden gemaakt in welke aantallen woonplekken zijn toegewezen. Woonzorgvisies Het streven is dat per 1 januari 2024 de wettelijke verplichting ingaat dat elke gemeente een woonprogramma opstelt, waarvan een integrale woonzorgvisie onderdeel uitmaakt. Het doel van de woonzorgvisie is de verdere uitwerking van de visie op hoofdlijnen op het woonbeleid. Onderdeel van de woonzorgvisie is de woon – en zorgbehoefte van aandachtsgroepen, waaronder dakloze mensen. Deze woon-, zorg- en ondersteuningsbehoeften worden hierin geïntegreerd. Bij het ontwikkelen en het uitvoeren van de woonzorgvisie is het ook van belang dat gemeenten ervaringsdeskundigen betrekken.

Om de woonbehoefte van (dreigend) dakloze mensen mee te nemen in de woonzorgvisies zal vanuit de Actieplan Dakloosheid ingezet worden op het opnemen van de leidende principes van deze aanpak en het hanteren van een brede definitie voor de doelgroep (dreigend) dakloze mensen conform de ETHOS Light classificatie. Het toewerken naar de nieuwe definiëring van dakloosheid wordt verder toegelicht in de paragraaf over monitoring. Urgentieregeling Het is de bedoeling dat in 2024 alle gemeenten een urgentieverordening hebben. Hiermee wordt verplicht voorrang gegeven op een woning aan een aantal aandachtsgroepen, waaronder dakloze mensen. Wanneer mensen uit de urgentiecategorieën een urgentieverklaring krijgen, moet hen dus met voorrang woonruimte worden toegewezen. Op moment van schrijven wordt gewerkt aan de definitie van de verschillende aandachtsgroepen die in de Huisvestingswet aan de verplichte urgentie categorieën zullen worden toegevoegd. Acties De hieronder genoemde acties zijn onderdeel van ‘Een(t)huis voor iedereen, en het slagen ervan is met betrekking tot het Actieplan Dakloosheid van groot belang. Met betrekking de punten 2 en 4 is een aanscherping voor de opgave dakloosheid toegevoegd. 1. Vergroten van de woonvoorraad, ook voor (dreigend) dakloze mensen Het is noodzakelijk om extra woonruimte te creëren voor het beëindigen van dakloosheid.

Met de nationale Woon- en Bouwagenda vanuit het ministerie van BZK wordt gewerkt aan voldoende woningen in 2030. Het programma Woningbouw heeft als doel de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Van de in totaal 900.000 woningen is tweederde betaalbaar, waarvan 350.000 huur- en koopwoningen voor mensen met een middeninkomen. Het streven is bovendien dat corporaties tot en met 2030 in totaal 250.000 nieuwe sociale huurwoningen bouwen, met oog voor de behoefte aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder dakloze mensen. Er wordt daarnaast toegewerkt naar meer balans in de woonvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen. Dit betekent dat bij de nieuwbouw van sociale huurwoningen, gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur, in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven. Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht. Daartoe krijgen provincies een wettelijke bevoegdheid. Ook gaan alle gemeenten een verordening opstellen waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan dakloze mensen, uitstromers uit intramurale instellingen en sociaal en medisch urgenten.

Mocht blijken dat er gemeenten zijn die zich blijven onttrekken aan hun eerlijke deel, dan zal het ministerie van BZK een percentage vastleggen dat als norm gaat gelden voor toewijzing aan specifieke aandachtsgroepen.

31 Zie Nationale Woon- en Bouwagenda https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/11/kamerbrief-over-nationale-woon-enbouwagenda-en-het-programma-woningbouw 32 Zie het volledige programma een Thuis voor Iedereen Programma ‘Een thuis voor iedereen’ | Rapport | Rijksoverheid.nl

2. Publiek private samenwerking Daarnaast zal het Platform Woonplek in afstemming met de ministeries VWS en BZK publieke en private partijen aan elkaar koppelen en op deze manier bijdragen aan de versnelling van de realisatie van woonplekken voor aandachtsgroepen. Het Platform Woonplek is specifiek gericht op het realiseren van extra woonplekken met begeleiding voor o.a. (dreigend) dakloze mensen met behulp van publiek – private samenwerking. Doel van het platform is kennisdeling, matchmaking, aanjagen van samenwerkingen en het organiseren van extra (private) middelen. Om zo projecten mogelijk te maken, te versnellen en het huidig aantal woonplekken voor o.a. dakloze mensen op te schalen.

32 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

3. Prestatieafspraken voor huisvesting aandachtsgroepen In het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting wordt het proces rondom de prestatieafspraken verbreed. Naast gemeenten, huurdersorganisaties en woningcorporaties krijgen ook zorgpartijen een rol, waardoor naast afspraken over wonen ook afspraken over zorg en ondersteuning worden gemaakt; dit moet comfort bieden voor woningcorporaties om aandachtsgroepen sneller te huisvesten. 4. Toewijzing en verhuur op eigen naam Bij het toewijzen van een huurwoning wordt gestreefd naar huur op naam van de beoogd bewoner. Dit om te voorkomen dat mensen onnodig lang op woon-zorg huurcontracten zitten. Wanneer de huur meteen op eigen naam staat kunnen zij sneller huurrechten opbouwen. Dit sluit aan op het leidende principe van scheiden wonen en zorg in het Actieplan Dakloosheid. De autonomie van (dreigend) dakloze mensen wordt aangemoedigd, ondersteund en gerespecteerd: de eigen woonwens en keuze in ondersteuning staat voorop. 5. Flexibele intermediaire verhuur en woonbegeleidingsovereenkomsten op maat: zo lang en zo kort als nodig Er zijn situaties denkbaar waarbij mensen ervoor kiezen om niet direct het huurcontract op eigen naam te laten zetten, maar op naam van een derde partij.

Hoewel het streven is om tot 2030 zoveel mogelijk toe te werken naar de situatie waarbij mensen een huurcontract op eigen naam hebben, blijft het van belang om ook ruimte te bieden voor flexibele intermediaire verhuur en woonbegeleidingsovereenkomsten op maat. Dit biedt een veilige gelegenheid voor mensen om fouten te maken en daarvan te kunnen leren, zonder dat zij het risico lopen om uitgezet te worden. 6. Alternatieve woonvormen en tijdelijk wonen Om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen in schrijnende situaties van een passende woonplek te voorzien, is het belangrijk om ook naar alternatieven te zoeken. Daarbij kan het gaan om tijdelijke en permanente woonplekken, en zelfstandige en onzelfstandige woonplekken. Te denken valt aan: transformatie van leegstaande kantoren, flexwoningen, onderhuur/kamerverhuur (bv. Kamers met aandacht), woningdelen, woning splitsen, mogelijk maken om een tiny house in tuin te plaatsen dan wel tuinhuis te laten bewonen, en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b7e91dc9-2626-4132-aa7c-6f3c5e5b52b1