CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

10-2025 ChristenUnie vragen vragenuurtje raadsvergadering 25 maart 2025 over raadsmededeling 33-2025 Vastgestelde Achterhoekse visie dak-en thuislozen

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Vragenuur27.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

10-2025 ChristenUnie vragen vragenuurtje raadsvergadering 25 maart 2025 over raadsmededeling 33-2025 Vastgestelde Achterhoekse visie dak- en thuislozen. Naar aanleiding van deze raadsmededeling wil ik vanavond een aantal vragen stellen aan het college (Vragenuur): 1. In hoeverre is in de gemeente Aalten sprake van mensen die dak- en thuisloos zijn? En om wat voor aantallen gaat het? 2. In de raadsmededeling wordt gesproken over wachtlijsten. Hoe groot is die wachtlijst? 3. Wat is de achterliggende gedachte om de regionale functie (gesitueerd in Doetinchem) af te bouwen en meer in te zetten op lokale opvang? 4. Hoeveel crisiswoningen telt de gemeente Aalten momenteel in het kader van dak- en thuislozen? En hoeveel woningen worden daar (op termijn) aan toegevoegd? 5. Zijn de betrokken organisaties voldoende geëquipeerd (mensen, middelen) om met deze vraagstukken om te gaan? Namens de ChristenUnie-fractie, Tobias Holtman

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

33-2025 28 februari 2025 11 maart 2025 S. van Amerongen J.C. Wikkerink Vastgestelde Achterhoekse visie dak- en thuislozen

Aanleiding: Het college heeft ‘De Achterhoekse visie Nationaal actieplan dak- en thuislozen’ vastgesteld en is akkoord gegaan met de daarbij gepaard gaande opstelling van het uitvoeringsplan. Met dit besluit kan uitvoering gegeven worden aan het realiseren van crisiswoningen binnen de gemeente Aalten. Middels deze raadsmededeling kunt u kennisnemen van ‘De Achterhoekse visie Nationaal actieplan dak- en thuislozen’. Inhoud mededeling: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van kwetsbare mensen. Dit is een wettelijke taak, die in de Wmo is opgenomen. Deze taak is vastgelegd in eerdere visiedocumenten waaronder de visie en projectplan brede aanpak dak- en thuislozen 2020-2021. Ondanks dat er diverse initiatieven zijn ontwikkeld zien we dat het aantal dak- en thuisloze mensen toeneemt. Dit is een landelijke tendens, die ook in de Achterhoek en Aalten te zien is. In december 2022 is het Nationaal actieplan dak- en thuislozen: eerst een (t)huis vastgesteld. Deze geeft aanleiding om de visie op de maatschappelijke opvang te herzien. Deze visie is gezamenlijk door de acht Achterhoekse gemeenten vastgesteld. Er zijn binnen de regio Achterhoek diverse opvangvoorzieningen voor mensen die dak- en thuisloos zijn geraakt of dreigen dakloos te worden. De huidige voorzieningen zijn vooral in gesitueerd in de centrumgemeente Doetinchem.

Het gaat hierbij om dag- en nachtopvang met 24 uursondersteuning en regionale crisisopvang. Hierbij gaat het om mensen met meerdere problematieken, die zich bij deze opvangvoorzieningen melden. We zien de afgelopen jaren de wachtlijsten toenemen voor deze voorzieningen. Mede hierdoor is halverwege 2023 besloten door centrumgemeente Doetinchem om acht tijdelijke dag- en nachtplekken toe te voegen. In een aparte bestuursopdracht, van het college Doetinchem wordt onderzocht naar tijdelijke dan wel permanente huisvesting om te kunnen voldoen aan adequate huisvesting voor de groep dak- en thuislozen, die gebruik maken van deze voorzieningen. De huidige opvangvoorzieningen worden veelal in Doetinchem uitgevoerd. Gezien de grote opgave die er ligt is de samenwerking tussen regionaal en lokaal noodzakelijk. Het streven hierbij is om zoveel mogelijk tot lokale preventieve oplossingen te komen, dicht bij de woonsituatie en het netwerk, wat van belang is voor herstel en uitstroom. Voor mensen die veel toezicht en begeleiding nodig hebben, kan dit beter centraal georganiseerd worden. Na vaststelling van de Achterhoekse visie Nationaal actieplan dak- en thuislozen wordt verder uitvoering gegeven aan het uitvoeringsplan. Er wordt een gezamenlijk uitvoeringsplan opgesteld.

Diverse actiepunten zijn al opgepakt, zoals dat er lokaal wordt gewerkt aan opvang, zodat de regionale crisisopvang in Doetinchem afgebouwd kan worden. We willen dit ook samen met de ketenpartners, cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen oppakken. Pagina 1 van 2

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: -

Achterhoekse visie Nationaal actieplan dak- en thuislozen versie juli 2024. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis.

Pagina 2 van 2

Achterhoekse visie Nationaal actieplan dak- en thuislozen versie juli 2024. 1. Aanleiding

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor opvang van kwetsbare mensen. Dit is een

wettelijke taak, die in de Wmo is opgenomen. Deze taak is vastgelegd in eerdere

visiedocumenten (regiovisie december 2017 en visie maatschappelijke opvang 2020). De Achterhoekse gemeenten werken als regio hierin nauw samen. Ondanks dat er

diverse initiatieven zijn ontwikkeld, zien we dat het aantal dak- en thuislozen mensen

toeneemt. Dit is een landelijke tendens. In december 2022 is het Nationaal Actieplan

Dak- en thuislozen: eerst een (t)huis vastgesteld. Verwacht wordt dat alle gemeenten

hieraan meewerken. Alle gemeenten onderzoeken op dit moment lokale mogelijkheden

voor opvang van dak- en thuislozen. In 2023 is er door de Centrumgemeente

Doetinchem een bestuursopdracht verstrekt voor toekomstbestendige huisvesting van dak- en thuislozen. De regiogemeenten zijn hier nauw bij betrokken. Vanuit deze

bestuursopdracht is er in 2023 een telling gehouden om het aantal dak- en thuislozen in de regio in beeld te brengen. Hierdoor is er een beter beeld wat nodig is voor de doelgroep.

Dit geeft aanleiding genoeg om de visie op de maatschappelijke opvang opnieuw te herzien. Hieronder gaan we 1 hier nader op in. 2. Inleiding

Een aantal inwoners uit de regio Achterhoek komen soms in een kwetsbare situatie.

Een deel van deze groep heeft hierbij tijdelijk intensieve en specifieke ondersteuning hulp en toezicht nodig. Bij dakloosheid wordt iemand tijdelijk opgevangen in de

maatschappelijke opvang. Er zijn een aantal mensen, die langdurige opvang nodig hebben.

We willen dat er voorzieningen zijn en blijven voor die inwoners, die dit voor een

tijdelijke periode in hun leven nodig hebben. We zijn daarbij van mening, dat vaker dan

nu een andere oplossing in het netwerk (waar mogelijk) of gemeente gewenst is.

Deze gezamenlijk aanpak richt zich op preventie, schuldenhulpverlening, toeleiding naar onderwijs, werk en met name wonen. Een passende woonplek met begeleiding vormt hierbij de basis, want voor iedereen geldt: een thuis, een toekomst.

De wachtlijsten voor een opvangplekken nemen toe. Het beeld is divers. We zien

mensen die zich melden vanwege een relatiebreuk. Er zijn mensen met meerdere

problematieken. Daarnaast melden zich gezinnen met kinderen voor crisisopvang. Er zijn diverse redenen, dat mensen hun huisvesting verliezen.

In de opvangvoorzieningen is een divers beeld van dak- en thuisloze mensen. Er

komen ook mensen die een indicatie hebben voor ggz- behandeling, uit detentie

1 Waar in de tekst praten over ‘we’ bedoelen we alle gemeenten van de regio Achterhoek

1

komen, een indicatie voor de wet langdurige zorg of als men op een andere

geïndiceerde plek niet terecht kan. Dit kan te maken hebben met afbouw van ggzplekken of mensen uit detentie hun woning hebben kwijt zijn geraakt door diverse omstandigheden.

Met de hernieuwde visie geven wij verder vorm aan de eerdere vastgestelde uitgangspunten 2.

Wonen en bestaanszekerheid zijn essentiële sleutels bij het terugdringen van dakloosheid. We zetten hier als gemeenten preventief op in.

Wanneer er opvang nodig is, willen we dat die meer dan nu, gaat fungeren als

kortdurende vangnet en springplank naar een duurzame oplossing. Er zal altijd een groep blijven, die langdurige opvang nodig heeft.

3. Doelstellingen en resultaten

Als gezamenlijke regiogemeenten onderschrijven we de actielijnen van het Nationaal Actieplan dak- en thuislozen en willen deze verder uitwerken naar concrete acties.

Uitgangspunt is, dat voor inwoners, die dat nodig hebben, de zorg beschikbaar is en er voldoende kwalitatief goede voorzieningen zijn, dicht bij de thuissituatie. Met als resultaat: -

-

Dakloze mensen slapen niet meer buiten vanwege gebrek aan toegankelijke,

veilige en passende opvang.

Minder inwoners in onze regio maken gebruik van maatschappelijke opvangvoorzieningen door actief in te zetten op preventie.

Er is voldoende duurzame stabiele huisvesting, zodat niemand langer blijft in

een tijdelijke of tussen(crisis)voorziening, dan strikt noodzakelijk

Er is voldoende passende opvang voor mensen, die worden ontslagen uit een

instelling, niet zijnde maatschappelijke opvang.

-

Opvang wordt zo dichtbij mogelijk gerealiseerd.

-

De wachttijd voor uitstroom is niet langer dan 3 maanden

-

-

Er zijn geen wachtlijsten meer voor noodopvang.

Mensen worden niet meer gediscrimineerd vanwege zijn of haar dakloosheidsstatus.

2 Goede basisvoorzieningen voor Oost- en West Achterhoek, actuele analyse van de doelgroep, waar willen

we naar toe, over wie hebben we het? Alle gemeenten realiseren uitstroom naar een passende woonplek en alle gemeenten hebben aangescherpte prestatieafspraken voor de groep dak- en thuislozen.

2

4. Samenwerken aan regionale opgave: regionaal wat regionaal moet, lokaal wat lokaal kan.

Op dit moment worden opvangvoorzieningen veelal centraal uitgevoerd. De

nachtopvang, dagopvang en crisisopvang zijn in centrumgemeente Doetinchem

gecentreerd. Gezien de grote opgaven die voor ons liggen is de samenwerking tussen regionaal en lokaal essentieel. We zien dat mensen uit heel de Achterhoek te maken kunnen krijgen met een vorm van dak- en thuisloosheid. We streven hierbij naar zo

veel mogelijk lokale preventieve oplossingen, dicht bij de woonsituatie wat van belang

is voor herstel. Te denken valt aan afspraken over urgentie, inzet bestaanszekerheid. Voor veel dak- en thuisloze mensen is een lokale oplossing het beste is; denk

bijvoorbeeld aan ouders met kinderen. Het is belangrijk dat zij hun sociale netwerk, school of werk dichtbij houden. Dat biedt de beste kans op herstel en uitstroom.

Voor andere mensen is het beter dat er veel toezicht en begeleiding is. Dat kan het

beter centraal georganiseerd worden.

Positief is dat de gemeenten van de regio Achterhoek gezamenlijk betrokken zijn om

hier uitvoering aan te willen geven. Er ligt een grote uitdaging om uitvoering te geven aan deze opgaven. Met name op het gebied van huisvesting, bestemmingsplannen, communicatie en betrekken van omwonenden.

Bij alle gemeenten hebben we te maken met knelpunten op het gebied van doorstroom en uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang en de grote woonopgave voor diverse doelgroepen. Woningcorporaties kunnen niet aan alle aanvragen voldoen.

5. Wie betrekken we bij onze aanpak.

Bij het uitwerken van de diverse acties en het vaststellen van deze visie betrekken wij nadrukkelijk ook inwoners, die gebruik maken van de opvang, naasten en

ervaringsdeskundigen. Uiteindelijk weten zij het beste hoe de beweging gerealiseerd kan worden en wat daarin wel niet behulpzaam is.

Om onze doelen en resultaten te bereiken werken we nauw samen met aanbieders, andere partijen, zoals woningcorporaties en welzijnsinstellingen. Dat betekent niet

alleen richting geven, maar daarbij ook de ruimte en de randvoorwaarden te bieden aan aanbieders en andere partijen.

6. Nationaal Actieplan Dakloosheid: eerst een huis.

Landelijk is het Nationaal Actieplan Dakloosheid: eerst een huis vastgesteld. Er is

hiervoor de Lissabon Verklaring ondertekend, waarbij de ambitie is toegezegd om eind 3

2030 dakloosheid te beëindigen. Verwacht wordt dat alle gemeenten hieraan

meewerken. De regie ligt bij de centrumgemeenten. Er zijn een aantal actiepunten

benoemd, om te werken aan dit plan, waarbij wordt genoemd, dat er in 2030 geen dak- en thuislozen meer zijn!

De zes actiepunten uit het Nationaal actieplan staan hieronder vermeld. Dit zijn de punten waar wij als gemeenten de verantwoordelijkheid voor dragen.

Actiepunt 1: versterken bestaanszekerheid 3 Voldoende inkomsten zijn een randvoorwaarden voor het hebben van een woning. Daarom is financiële bestaanszekerheid een belangrijk onderdeel van huisvesting en het scheiden van wonen en zorg. Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid. Doelstelling: borging van het bestaansminimum. Gemeentelijke verantwoordelijkheid:

De inwoner en het lokale team zoekt eerst naar een lokale oplossing. Dit betekent bv. hebben van een briefadres, een uitkering, inzet van schuldhulpverlening en het

betrekken van lokale activiteiten en voorzieningen in de sociale basis. Communicatie hierover is makkelijk zichtbaar en vindbaar.

Actiepunt 2: preventie. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt aan sociale inclusie. Dat houdt in dat wonen, inkomen, toegang tot zorg, zelfregie, informele zorg en de sociale basis op orde moeten zijn. De beeldvorming over mensen die dakloos zijn wordt bijgesteld: het kan iedereen overkomen en is een probleem van ons allemaal. Doelstelling: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen! Gemeentelijke verantwoordelijkheid:

Gemeenten zetten in op vroegsignalering. Bijvoorbeeld urgentie voor gezinnen in te zetten, om te voorkomen dat mensen zich bij de regionale crisisopvang melden. Regionaal maken we urgentieafspraken. Er worden afspraken gemaakt met woningcorporaties bij huurachterstand.

Bij alle gemeenten is er ruimte voor maatwerk als een situatie zich voordoet.

Actiepunt 3: wonen eerst Herstel, terugvalpreventie én het voorkomen van dakloosheid begint met stabiele huisvesting. Dat betekent dat de maatschappelijke opvang de komende jaren zoveel mogelijk wordt afgebouwd. Mensen moeten met zo min mogelijk tussenstappen een stabiele woonplek met ondersteuning kunnen krijgen. Finland is het enige land in

3 De actiepunten zijn landelijk opgesteld, als gemeente wordt hier soms anders over gedacht.

4

Europa dat dakloosheid structureel heeft verminderd, wat met name is gelukt door Wonen Eerst als systeemaanpak rigoureus toe te passen. Doelstelling: Iedereen heeft een stabiele woonplek of wordt begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. Gemeentelijke verantwoordelijkheid:

Alle gemeenten maken afspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties over een aantal te realiseren woonplekken voor (dreigende) dak- en thuisloze mensen. Dit

komt terug in de regionale en lokale woonzorgvisies. Daarnaast wordt het project Housing First structureel ingebed. In de uitvoeringsplannen zouden andere

woonvormen onderzocht kunnen worden, zoals woonhotel prikkelarm of kleine gemengde woonvormen voor jong en oud.

Actiepunt 4: versterken van de uitvoeringspraktijk Integraal werken en snelle hulp voor mensen is een randvoorwaarden voor minder dakloosheid. Dat geldt op ieder niveau: landelijk, regionaal en lokaal. Er is een goede samenwerking tussen het fysieke, veiligheid, medische en sociaal domein nodig. Professionals moeten kunnen doen wat nodig is om snel hulp te bieden. Doelstelling: professionals in de uitvoeringspraktijk kunnen op basis van maatwerk snel en integraal ondersteuning bieden. Gemeentelijke verantwoordelijkheid:

Gemeenten zetten in op integraal werken in het voorliggend veld, samen met

participatie, wmo en voorzieningen in de sociale basis. Regie op alle leeftijden, snelheid en de menselijke maat centraal.

We zien dag-, nacht- en crisisopvang als een tijdelijk oplossing, lokaal wordt ingezet

om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Indien blijkt dat dit niet haalbaar is, dat is

regionale opvang altijd mogelijk als tijdelijke oplossing en gericht op uitstroom naar gemeente van herkomst.

Actiepunt 5: beleid wordt gemaakt samen met mensen met ervaringskennis. De inbreng van ervaringskennis is de sleutel naar effectiever beleid en betere dienstverlening. Het inzetten van ervaringskennis helpt de kloof die is ontstaan tussen de leef- en systeemwereld te verkleinen en het vertrouwen tussen overheid en burger te vergroten. Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, dat betekent zowel in de ontwikkeling van beleid als in het toetsen van beleid op lokaal en nationaal niveau. Ook wordt ervaringskennis ingezet in de uitvoering, in het contact met mensen die (dreigend) dakloos zijn. Doelstelling: Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, op lokaal en nationaal niveau Gemeentelijke verantwoordelijkheid: 5

We willen structureel inzetten op het betrekken van ervaringskennis en

ervaringsdeskundigheid bij de huidige beleidsontwikkelingen. Dit doen we door de inzet wmo raden, sociale raden, stads/dorpskamers en clientorganisaties.

Actiepunt 6: speciale aandacht voor bijzondere groepen. De groep (dreigend) dakloze mensen is zeer divers. Voor sommige specifieke groepen zijn soms extra acties nodig om tegemoet te komen aan hun behoeften. Vanuit dit Actieplan is aandacht voor de extra kwetsbare groepen (dreigend) dakloze jongeren, dakloze LHBTIQ+’ers en dakloze EU-burgers. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat tijdens de looptijd van het Actieplan een nieuwe groep wordt geïdentificeerd. Doelstelling: Daar waar voor bijzondere doelgroepen de generieke aanpak ontoereikend is, wordt extra inzet gepleegd, en worden extra kwetsbare groepen adequaat geholpen.

Gemeentelijke verantwoordelijkheid:

Elke gemeente heeft aandacht voor inclusie en diversiteit. Men dient hiermee rekening te houden bij de huisvestingsopgaven, ondersteuning en bejegening.

7. Om welke mensen gaat het en welke oplossingen zijn wenselijk?

Doelgroepen

Op het gebied van (dreigende) dak- en thuisloosheid kennen we de volgende

doelgroepen, die ook vallen onder de Ethos light definitie 4. 1. Mensen, die in openbare ruimte slapen (op straat)

2. Mensen in de noodopvang (nachtopvang of winteropvang)

3. Mensen in tijdelijke dak- en thuislozenopvang (residentieel)

4. Mensen die langer dan noodzakelijk in een instelling verblijven vanwege gebrek aan huisvesting (GGZ, BW, jeugdzorg, detentie)

5. Mensen die op onconventionele woonplekken (camping, bootjes, auto’s) verblijven vanwege gebrek aan huisvesting

6. Mensen die noodzakelijkerwijs bij vrienden, kennissen, familie wonen (bankslapers)

7. Mensen die geconfronteerd worden met dreigende huisuitzetting Het profiel van dak- en thuislozen is divers. Het gaat om personen in alle levensfasen. Veel mensen hebben geen inkomen, verlies van woning, relatieproblemen en/of

conflicten met familie, economische daklozen, complexe scheidingen. Psychische en 4 Ethos (Europese typologie van dakloosheid en sociale uitsluiting). Ethos light is ontwikkeld als instrument

om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen en geldt als minimale classificatie van

dakloosheid.

6

verslavingsproblemen komen ook veelvuldig voor. Dit werd ook geconstateerd in het

onderzoeksrapport van HHM over de telling van dak- en thuislozen in de Achterhoek. Mensen zijn in de basis in principe zelf verantwoordelijk om tot oplossingen te komen

(eigen kracht). Met bijvoorbeeld het eigen sociale netwerk of voorliggende

voorzieningen. Mocht dit niet voldoende zijn, dan kunnen zij zich melden bij de lokale

gemeente voor ondersteuning. Bijvoorbeeld voor het krijgen van ondersteuning, een uitkering, briefadres en voor het meedenken in oplossingen. Als er sprake is van

complexe problematiek, waarbij 24- uurs toezicht en begeleiding nodig is, dan is dit

een regionale verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opvang. Oplossingen:

We zetten ons als Achterhoekse gemeenten in om gezamenlijk te werken aan oplossingen, zowel regionaal als lokaal. Te denken valt hierbij aan: -

Regionale opvang voor de meest complexe groep dak- en thuislozen (24 uurs

-

Lokaal tussen(crisis)voorziening met 24- uurs bereikbaarheid. Lokale binding,

toezicht en begeleiding dag- en nachtopvang)

wanneer lokaal passend is, beste plek voor herstel.

We hanteren het solidariteitsbeginsel met inzet van een lokale casusregisseur -

-

-

gekoppeld aan gemeente van herkomst.

We zetten in op collectieve preventie (bv voorlichting op scholen, consultatie professionals, monitoring en beleidsadvies)

We zetten lokaal in op vroegsignalering, inzet schuldenproblematiek.

We zetten lokaal in op passende uitstroom mogelijkheden

We zetten in op mensen met ernstige (gedrags-)problematiek en beperkte zelfredzaamheid (onconventioneel wonen)

8. Planning en verder uitvoeringsafspraken Opdracht

Wie betrokken

Periode

Voorbereiden visie

AO opvang en

Mei-Aug 2024

Betrekken cliënten-

AO opvang en

Zijn al eerder

diverse

proces, maar

groepen

bescherming

bescherming + clientorganisaties

Afgerond

betrokken bij verder in alle

sociale en wmoraden in

september/oktober 2024 Advies opstellen en in route brengen

AO opvang en bescherming,

17-10-2024 Mosd 31-10-2024 Poho

7

Mosd, Poho en

5 of 12-11 in alle

AO opvang en

Zijn betrokken bij

regionale woco’s

oktober 2024.

colleges Betrokken

woningcorporaties Advies bespreken

met interne collega’s

bescherming,

AO opvang en bescherming,

wonen, veiligheid

colleges

woonzorgvisies Taak van elke gemeente.

en sociaal domein Na vaststelling in de

Voorbereiding zijn

gaan we verder met

verder definitief na

diverse colleges

al gestart, maar

het uitvoeringsplan

12 november 2024.

Verder

uitvoeringsafspraken Wat is een tussen

AO opvang en

11 juli 2024

Lokaal

casusregisseurs

dat er een notitie

(crisis)voorziening

Afstemming solidariteit

beschermd,

AO opvang en bescherming

Afspraak gemaakt, wordt opgesteld.

Uitvoeringsafspraak welke in huidige

convenant Opvang en Bescherming is opgenomen.

Uitstroomafspraken aanpassen

AO opvang en bescherming

Uitvoeringsafspraak wordt uitgevoerd

door beleid AOOB

Bestuursopdracht

Centrumgemeente

Verwachting dat dit

huisvesting dak- en

opvang en

september/oktober

toekomstige thuislozen

Doetinchem, AO bescherming, Mosd, Poho,

eind

in route gaat.

colleges Aanpassen huidige convenant Opvang en Bescherming loopt tot 2026

AO opvang en bescherming

Oktober werkgroep betrokken bij convenant

Verder nog aan te vullen

8

9

Bijlage 1. Bekostigingssystematiek maatschappelijke opvang.

Vanuit het rijksbudget ontvangt de centrumgemeente middelen voor de uitvoering van

maatschappelijke opvang. Deze inzet is voor alle kwetsbare inwoners uit de regio Achterhoek. Hieronder een overzicht van de kosten in 2024 5. Regionaal

Bekostiging

Dagopvang 16 plekken

€ 1.067.073

Begeleiding opvang NO/DO

€ 344.875

Nachtopvang 16 plekken

€ 681.636

8 tijdelijke opvangplekken

€ 478.000 apart

Winteropvang 8 plekken

PM

Verpleegkundig spreekuur

€ 14.646

Ambulante Crisisopvang 22

€ 576.462

Inloop Stadskamer

€ 242.807

begeleiding

€ 89.350

Inloop HierZorg

€ 80.783

Regionale bemoeizorg ggz

€ 70.012

Regionale bemoeizorg

€ 89.350

Regionale bemoeizorg

€ 107.710

Crisisopvang Jongeren

€ 203.572

Toeleiding zorg

€ 80.783

en springplank, uitstroom

opvang

plekken

Doetinchem incl

GGNet

Stadskamer HierZorg

Stichting Jongerenopvang jongvolwassenen Entrea Lindenhout

Regionale preventie Iris

€ 549.451

Arbeidsactivering IrisZorg

€ 219.988

Zorg

dak- en thuislozen

5 Afhankelijk van welke keuze er lokaal worden gemaakt, kan dit van invloed zijn op het totale regionale

budget. Dit wordt apart uitgewerkt.

10

Onconventioneel wonen

(wrap around en regionaal

€ 80.783

expertiseoverleg)

Kosten gemeente

€ 120.000

Totale uitgave 2024

€ 4.529.930

Totaal beschikbaar

€ 3.913.503

Extra toegevoegd vanuit

€ 559.989,--

Doetinchem

Nationaal Actieplan daken thuislozen Tekort 2024

-€ 56.438 + inzet 8 tijdelijke plekken 478.000

€

Overzicht uitgave periode 2020-2024 voor regionale maatschappelijke opvang Jaar

Rijksbijdrage

Uitgave regionaal 6

2021

€ 3.937.133

€ 4.341.422

2020

2022 2023

2024

€ 3.842.175 € 4.114.133

€ 4.367.632 7 € 4.473.492

€ 4.397.562 € 4.182.877

€ 4.247.061 € 4.529.930

In het jaar 2021 is er extra subsidie beschikbaar gesteld voor de zogenaamde brede aanpak voor dak- en thuislozen. Totaal is er als regio Achterhoek € 1.8 miljoen

beschikbaar gesteld. Hiervoor is een apart plan opgesteld en ingezet voor onder

andere ontwikkeling van housing first, extra inrichting van bemoeizorg teams West en Oost, onderzoek centrale toegang enz.

6 De uitgave kunnen soms afwijken van de begroting. Opvang voor de winterplekken wordt als PM

opgenomen en in 2023 en 2024 zijn tijdelijk extra opvangplekken ingezet voor nachtopvang. 7 In 2023 en in 2024 is extra budget toegevoegd vanuit het Nationaal actieplan dak- en thuislozen rond de

€ 560.000,--. Vanaf 2025 zal dit structureel toegevoegd worden.

11

12

Bijlage 2: telling dak- en thuislozen regio Achterhoek januari 2024.

13

14

15

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Inhoud Voorwoord 1.

4

Ambitie: in 2030 heeft iedereen een thuis

5

1.1. Zes leidende principes als landelijk kompas 7 1.2. Zes actielijnen 9 1.3. Samenhang met andere nationale programma’s en ontwikkelingen 1.4. Leeswijzer 12

2.

Samen werken aan zes actielijnen

11

13

2.1. Actielijn 1 Versterken financiële bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum 14 2.1.1. Samenhang Actieplan Dakloosheid met Aanpak geldzorgen, armoede en schulden en Participatiewet in balans (SZW) 15

2.2. Actielijn 2 Preventie: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen

19

2.2.1. Tegengaan van stigmatiserende beeldvorming 19 2.2.2. Goede en vindbare informatie op alle leefgebieden 20 2.2.3. Investeer in goede ambulante begeleiding, onafhankelijke clientondersteuning en sociaal-juridisch advies 21 2.2.4. Investeren in een outreachende aanpak en bemoeizorg 22 2.2.5. Verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden 23 2.2.6. Uitstroom uit een intramurale setting leidt niet tot dakloosheid 25 2.2.7. Huisuitzetting leidt niet tot dakloosheid 26

2.3. Actielijn 3 Wonen Eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat 29 2.3.1. Wonen Eerst als landelijk kompas 29 2.3.2. Samenhang met de woningbouwopgave en programma ‘Een thuis voor Iedereen’

32

2.4. Actielijn 4 Versterken van de uitvoeringspraktijk: betere regie, snelheid en de menselijke maat centraal 36 2.4.1. De basis snel op orde door betere regie en eigenaarschap 2.4.2. Integrale toegang en begeleiding 38

37

2.5. Actielijn 5 Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus

40

2.5.1. Landelijk platform belangenbehartiging dakloosheid 41 2.5.2. Lokaal betrekken ervaringskenners bij beleidscyclus en in hulpverlening 41

2.6. Actielijn 6 Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en EU-burgers 43 3. Randvoorwaarden:

Monitoring, financiën, sturing en kennis 45 3.1. Monitoring 3.2. Financiën

4.

45 48

Proces van totstandkoming

50

Bijlagen

51

Bijlage.1. Begrippenlijst Actieplan Dakloosheid trekkers en samenhang met andere programma’s 54

51 Bijlage.2. Overzicht van actielijnen, resultaten, tijdpad,

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 3

Voorwoord Ons land telt een te groot aantal dakloze mensen. Deze mensen hebben geen thuis waar zij op kunnen terugvallen als basis. Terwijl zij net als ieder ander een eigen plek nodig hebben waar zij zich thuis kunnen voelen. Veel van deze jongeren en volwassenen hebben mij verteld over hun ervaringen. Juist de stem van mensen die in deze situatie hebben gezeten is van belang om tot een effectieve aanpak te komen. Want zij weten meer dan wie dan ook wat er nodig is. De verhalen over wat zij hebben meegemaakt grijpen mij aan. Bijvoorbeeld over de enorme drempel die zij ervaarden om aan te kloppen voor hulp. Ook sprak ik met mensen die door schulden noodgedwongen hun huis moesten verlaten en met mensen die zich ongehoord voelden door instanties wanneer zij hun leven weer op orde probeerden te krijgen. De verhalen zijn stuk voor stuk uniek maar wat deze mensen met elkaar gemeen hebben is de behoefte eerder gezien en gehoord te worden, en aan (het behoud van) een eigen thuis. Het is tijd voor een nieuwe aanpak. Vanuit een fundamenteel andere kijk op wat nodig is. Een aanpak gericht op het voorkomen van dakloosheid en een thuis voor iedereen. Dat vraagt om een paradigmashift.

Waar het beleid gericht op dakloosheid nu feitelijk vaak nog primair het beleid ‘maatschappelijke opvang’ betreft, vraagt het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, om de focus te verleggen: van opvang, naar wonen met begeleiding. Van dakloze mensen als ‘cliënten maatschappelijke opvang’, naar mensen die een eigen woonplek nodig hebben. Van dakloosheid als individueel probleem, naar dakloosheid als fenomeen dat we alleen samen kunnen oplossen. Dakloosheid voorkomen en oplossen gaat naast huisvesting immers ook over bestaanszekerheid, preventie en een toegankelijke overheid. Het plan heeft daarom aandacht voor al deze verschillende leefgebieden. We hebben daar ieders hulp heel hard bij nodig. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat in 2030 in Nederland iedereen een thuis heeft.

Maarten van Ooijen, Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Coördinerend bewindspersoon Nationaal Actieplan Dakloosheid

4 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1. Ambitie: in 2030 heeft iedereen een thuis “Op mijn 16e was ik voor het eerst ‘bankhopper’. Ik raakte onzichtbaar voor het systeem en werd van het kastje naar de muur gestuurd. Voor een verblijf in de nachtopvang of de aanvraag van een uitkering was ik te jong. Voor een verblijf in een Jeugdzorginstelling was ik ‘te complex’. In deze periode ben ik ook meerdere malen afgewezen voor klinische behandeling door de problemen die ik in de loop der jaren had ontwikkeld. Er was nergens plek voor mij.”

Aanleiding De afgelopen tien jaar bleek dat het aantal dakloze mensen sterk gestegen was. Daarom is vanuit de overheid fors ingezet op het voorkomen en verminderen van dakloosheid. Tussen 2019 en 2021 heeft het Rijk twee tijdelijke programma’s opgezet: de brede aanpak ‘Een (T)huis, een Toekomst’1, en het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren2. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ‘Herstel begint met een huis’3 was een belangrijk uitgangspunt van deze programma’s. De kern van het advies luidde dat een structureel andere aanpak van dakloosheid nodig was: niet de maatschappelijke opvang, maar een plek om te wonen staat aan de basis van elk hulpverleningstraject. Dit sloot inhoudelijk ook aan bij het advies van de commissie Dannenberg 4 waar sociale inclusie van mensen met een psychosociale kwetsbaarheid centraal staat. Een effectieve aanpak van dakloosheid vraagt om een duurzame langetermijnstrategie. Een strategie waarbij essentiële thema’s als bestaanszekerheid en voldoende betaalbare huisvesting onderdeel zijn van de oplossing. Daarom reikt dit plan verder dan één kabinetsperiode, namelijk van 2023 tot en met 2030. Dakloosheid wordt door een integrale bril bekeken, waarbij de structurele oorzaken van dakloosheid centraal staan: bestaansonzekerheid en het tekort aan betaalbare huisvesting.

Dit Actieplan gaat over alle mensen die rechtmatig in Nederland verblijven, te maken hebben met sociale problematiek en een urgente woonvraag hebben. Het plan gaat niet over mensen zonder verblijfsvergunning, daarop is het vreemdelingenbeleid van toepassing. Dit is geen beleidsplan zoals veel andere. Het plan is samen met de gehele sector en met mensen met ervaringskennis gemaakt. Omdat zij weten wat nodig is. Omdat zij de kennis in huis hebben die de meeste beleidsmakers op ministeries niet hebben. Het doel was om een breed gedragen plan te maken waarin mensen zich zoveel mogelijk herkennen 5. De leidende principes, actielijnen, doelstellingen en beoogde resultaten zijn tot stand gekomen via een intensief proces. Honderden mensen hebben meegedacht over dit Actieplan. Dat was geen gemakkelijke weg, met zoveel partijen, belangen en zienswijzen. Het was zoeken naar de juiste balans om verschillende visies samen te brengen. Dat zal terug te lezen zijn in dit Actieplan: niet alle input is één-op-één geland in het plan. Maar de essentie staat als een huis: dakloosheid in 2030 oplossen door fors in te zetten op preventie en een focus op wonen. Meer over de totstandkoming van dit Actieplan is te lezen in hoofdstuk vier.

1 2 3 4 5

Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/06/03/kamerbrief-over-een-thuis-een-toekomst-de-aanpak-van-dak-en-thuisloosheid Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/03/14/actieprogramma-dak-en-thuisloze-jongeren-2019-2021 Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/04/22/herstel-begint-met-een-huis Zie: https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf Er is voor gekozen om ambtelijke taal zoveel mogelijk achterwege te laten. Want dit plan moet voor iederéén begrijpelijk en aansprekend zijn. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 5

Ambitie Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een paradigmashift in de manier waarop we kijken naar en omgaan met dakloosheid. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon 6 om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Dit vereist stevige inzet en commitment van vele partners, nú en de komende jaren. Een andere manier van werken en denken past daarbij. Door te investeren in een plan met een veel grotere nadruk op een preventieve aanpak, moet het managen van dakloosheid aan de achterkant in de toekomst verleden tijd zijn. Velen zijn gewend geraakt aan de maatschappelijke opvang als een tijdelijke, maar logische noodoplossing. Maar we moeten nu stevig de omslag maken naar preventie en ‘eerst een woning, dan herstel’. Preventie en wonen zijn dan ook de twee belangrijke pilaren van dit Actieplan. Want uit onderzoek en ervaring blijkt dat juist een eigen thuis het beste startpunt is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een (nieuwe) toekomst. Door dakloosheid te voorkomen worden bovendien op korte en lange termijn kosten bespaard in opvangplekken, sociale uitkeringen, zorginstanties, politie en justitie.7 Kortom, een stabiele thuisbasis zorgt dat problemen met meer succes worden opgelost.

Een eigen woning is een cruciaal startpunt voor elk terrein, of het nu gaat om het aanpakken van een verslaving, het vinden van werk of het oplossen van psychische problematiek. Het slagen hiervan is niet alleen in het belang van het individu, maar ook van de maatschappij als geheel. Zodat mensen zo snel mogelijk weer mee kunnen doen aan de maatschappij, naar eigen wensen en vermogen. De oplossingen vinden we bij het centraal zetten van eigen regie, stem en verantwoordelijkheid van mensen die het betreft, bestaanszekerheid en preventie, versterken van de uitvoeringspraktijk en dienstverlening aan mensen, én huisvesting als startpunt in beleid en uitvoering. Dat betekent een systeemverandering die niet alleen iets vraagt van de centrumgemeenten maatschappelijke opvang en beschermd wonen, maar van álle gemeenten en partners in het land. Het vraagt een omslag in denken en doen, en goede regionale samenwerking. Dit Actieplan werkt uit hoe we daar komen.

Door het ondertekenen van de Lissabon Verklaring heeft Nederland zich gecommitteerd aan de ambitie dakloosheid eind 2030 te beëindigen en o.a. te werken aan de volgende doelstellingen. De maatregelen in dit plan dragen aan deze doelstellingen bij: 1. Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang. 2. Niemand verblijft langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing. 3. Niemand wordt ontslagen uit een instelling (gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een aanbod van passende stabiele huisvesting, niet zijnde maatschappelijke opvang. 4. Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing. 5. Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus. Tot slot is het belangrijk om de huidige wooncrisis en de economische en politieke situatie te benoemen. De oorlog in Oekraïne heeft geresulteerd in stijgende energiekosten en hyperinflatie. Er worden maatregelen genomen als een koopkrachtpakket en de Nationale Woon-en Bouwagenda moet voor meer betaalbare huisvesting zorgen. Toch bestaat het risico dat meer mensen dan voorzien dakloos raken.

We zetten alles op alles om dit te voorkomen, maar deze omstandigheden kunnen effect hebben op het Actieplan Dakloosheid. In welke mate deze externe factoren invloed hebben op het behalen van de doelstellingen valt op moment van schrijven nog niet te beoordelen.

6 Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_21_3044 7 Zie Mackie, 2013; Berry et al., 2003; Evans et al., 2016.

6 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1.1. Zes leidende principes als landelijk kompas Uit andere Europese landen weten we dat de aanpak van dakloosheid het meest succesvol is wanneer er rigoureuze keuzes worden gemaakt in het denken over dakloosheid. Daarom zijn voor dit plan zes leidende principes opgesteld op basis van het gedachtegoed van de methode Housing First en reeds bestaande adviezen zoals die van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de commissie Dannenberg. Preventie, Wonen Eerst en regie voor de inwoner staan daarbij centraal. In deze Nederlandse aanpak wordt consequent over Wonen Eerst gesproken. We zetten Wonen Eerst in als systeembenadering. Onderstaande zes met elkaar samenhangende leidende principes vormen de komende jaren het kompas van het landelijke beleid. Ze zullen de meetlat vormen van nationaal, regionaal en lokaal beleid op basis waarvan gewerkt wordt aan het behalen van de doelstellingen uit dit Actieplan. Dit betekent dat we op basis van de zes leidende principes de transformatie in gang zetten, aanjagen en versnellen. Deze principes worden gehanteerd als stip op de horizon: het zijn leidende principes waar we naartoe werken maar die nu (nog) niet overal realiteit zijn. De transformatie is niet van de één op de andere dag gerealiseerd omdat het aanpassingen vraagt in cultuur, gedrag en houding bij veel verschillende partijen. 1.

Dakloosheid voorkomen is altijd beter dan opvang of herhuisvesting Dakloosheid wordt vaak veroorzaakt door een samenloop van omstandigheden. In vrijwel alle gevallen kan met de juiste inzet dakloosheid voorkomen worden. De overheid zal de komende jaren de bestaanszekerheid verbeteren en verstevigen. We werken aan de situatie dat iedereen naar vermogen mee kan doen, met een fundament van bestaanszekerheid voor iedereen en het perspectief van vooruitgang en meedoen. Daarnaast zijn er meer specifieke maatregelen nodig voor mensen die dakloos dreigen te raken. Deze maatregelen zijn altijd beter dan opvang of herhuisvesting. 2. Huisvesting is een mensenrecht Huisvesting maakt zelfstandig leven mogelijk. Stabiele huisvesting voorkomt in de eerste plaats dakloosheid. Dakloze mensen hoeven niet te bewijzen dat ze ‘klaar’ zijn voor een zelfstandige woning of deze te ‘verdienen’. Mensen kunnen het liefst direct en zonder tijdelijke voorzieningen of anders zo snel mogelijk in een voor hen zo thuis mogelijke omgeving wonen. Gezondheids- en sociale problemen worden het meest effectief aangepakt wanneer huisvesting duurzaam en veilig is. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 7

3. Respect voor keuze en eigen regie van mensen Mensen die dakloos zijn of riskeren dakloos te worden, zijn volwaardige inwoners met rechten en plichten net als iedere andere inwoner. Zij worden in staat gesteld om autonoom mee te beslissen over zaken die hen raken. De persoon zelf staat centraal bij elke beslissing die zijn of haar leven raakt: zelf keuzes maken en daar verantwoordelijk voor zijn. Er is geen sprake van dwang of (dreigen met) uitzetting, zolang mensen zoals iedere inwoner hun rechten en plichten nakomen zoals huur betalen en geen overlast veroorzaken. Als iemand middelengebruik niet volledig wil opgeven, wordt hij daartoe niet gedwongen. In plaats daarvan is een voldoende doel om het middelengebruik en de schade veroorzaakt door psychiatrische symptomen te verminderen, zodat de bewoner in zijn huis kan blijven wonen. 4. Scheiden van wonen en zorg De (toegang tot) huisvesting is gescheiden van zorg en behandeling. Er worden geen eisen gesteld die niet ook voor andere burgers gelden, voor zover de veiligheid en de leefbaarheid in een buurt dit toelaat. Een woning is een voorwaarde voor iemand om zijn leven zelf in te kunnen richten en daar zelf samen met zijn omgeving regie over te nemen. Het hebben van een eigen woning draagt bij aan het gevoel verbonden te zijn met de bredere samenleving.

De bewoner wordt ondersteund bij het onderhouden en herstellen van contact met directe netwerken zoals de familie. Het is essentieel dat welzijnsvoorzieningen in de sociale basis betrokken worden. Voor sommigen is het beste model voor zelfstandig wonen een regulier huurappartement, voor anderen is het een gemengd wonen project, een begeleide wooneenheid of beschermd wonen waar ondersteuning 24 uur per dag beschikbaar is1. Van belang is dat de inwoner een keuze heeft en zich altijd eigenaar voelt van de beslissing, en dat de beslissing voor de bewoner en de buurt bijdraagt aan het succesvol wonen. 5. Ondersteuning is gericht op herstel Herstel is het proces van mensen om (weer) op eigen wijze te kunnen leven, werken, leren en participeren in de samenleving. Het herstelproces is uniek en persoonlijk. Dat vraagt om ondersteuning die niet probeert te beheersen, maar die helpt het leven te verbeteren. Ervaringsdeskundigen spelen een cruciale rol om ondersteuning vorm te geven. Interactie met mensen is gericht op het opbouwen van vertrouwen, wat helpt te herstellen op iemands eigen voorwaarden. Risico’s nemen horen hierbij, fouten maken is onderdeel van ontwikkeling: die geven juist kans op groei en versterken het vertrouwen. Het doel van dialoog en interactie is altijd om samen oplossingen te vinden. Dit vereist vaak een nieuwe manier van werken. 6.

Ondersteuning is flexibel en op maat Met een woning begint het herstel pas. Om succesvol zelfstandig te kunnen wonen kan gedurende langere tijd ondersteuning nodig zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat er altijd behoefte is aan intensieve ondersteuning, maar vaak wel langdurig. De behoeften en levensdoelen van de cliënt staan centraal, zolang dit in overeenstemming is met prettig en veilig wonen. Dit stelt hoge eisen aan de relatie tussen professional, hulpverlener, omgeving en betrokkene zelf, want de hulp moet daarop aansluiten. We zetten in op goede ondersteuning en opleiding van professionals, naasten, herstelgroepen, de inzet van ervaringsdeskundigheid en cliëntgestuurde rehabilitatie.

1.2. Zes actielijnen Voor het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zijn zes inhoudelijke doelstellingen opgesteld: de actielijnen. Ze zijn opgesteld op basis van de leidende principes en de rijke input van de vele partners en betrokkenen. In het volgende hoofdstuk worden de actielijnen in meer detail toegelicht. Daarbij wordt ook de doelstelling benoemd die in 2030 behaald moet zijn. De zes actielijnen zijn:

1. Versterken bestaanszekerheid Voldoende inkomsten zijn een randvoorwaarde voor het hebben van een woning. Daarom is financiële bestaanszekerheid een belangrijk onderdeel van huisvesting en het scheiden van wonen en zorg. Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid. Doelstelling: Borging van het bestaansminimum. 2. Preventie Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt aan sociale inclusie. Dat houdt in dat wonen, inkomen, toegang tot zorg, zelfregie, informele zorg en de sociale basis op orde moeten zijn. De beeldvorming over mensen die dakloos zijn wordt bijgesteld: het kan iedereen overkomen en is een probleem van ons allemaal.

1 In lijn met het respect voor de eigen keuze van mensen kan ook overeengekomen worden tussen zorgpartijen, corporatie én de inwoner dat een andere partij dan

de client (tijdelijk) garant staat voor de huur.

Doelstelling: Dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen. 3. Wonen Eerst Herstel, terugvalpreventie én het voorkomen van dakloosheid begint met stabiele huisvesting. Dat betekent dat de maatschappelijke opvang de komende jaren zoveel mogelijk wordt afgebouwd. Mensen moeten met zo min mogelijk tussenstappen een stabiele woonplek met ondersteuning kunnen krijgen. Finland is het enige land in Europa dat dakloosheid structureel heeft verminderd, wat met name is gelukt door Wonen Eerst als systeemaanpak rigoureus toe te passen9. Doelstelling: Iedereen heeft een stabiele woonplek of wordt begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. 4. Versterken van de uitvoeringspraktijk: regie op alle leefgebieden, snelheid en de menselijke maat centraal Integraal werken en snelle hulp voor mensen is een randvoorwaarde voor minder dakloosheid. Dat geldt op ieder niveau: landelijk, regionaal en lokaal. Ook is een goede samenwerking tussen het fysieke, veiligheidsmedische en sociale domein nodig. Professionals moeten kunnen doen wat nodig is om snel hulp te bieden. Doelstelling: Professionals in de uitvoeringspraktijk kunnen op basis van maatwerk snel en integraal ondersteuning bieden. 5. Ervaringskennis in de hele beleidscyclus, op lokaal en nationaal niveau De inbreng van ervaringskennis is de sleutel naar effectiever beleid en betere dienstverlening.

Het inzetten van ervaringskennis helpt de kloof die is ontstaan tussen de leef- en systeemwereld te verkleinen en het vertrouwen tussen overheid en burger te vergroten. Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, dat betekent zowel in de ontwikkeling van beleid als in het toetsen van beleid op lokaal en nationaal niveau. Ook wordt ervaringskennis ingezet in de uitvoering, in het contact met mensen die (dreigend) dakloos zijn. Doelstelling: Ervaringskennis wordt ingezet in de hele beleidscyclus, op lokaal en nationaal niveau. 6. Speciale aandacht voor bijzondere doelgroepen De groep (dreigend) dakloze mensen is zeer divers. Voor sommige specifieke groepen zijn soms extra acties nodig om tegemoet te komen aan hun behoeften. Vanuit dit Actieplan is aandacht voor de extra kwetsbare groepen (dreigend) dakloze jongeren, dakloze LHBTIQ+’ers en dakloze EU-burgers. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat tijdens de looptijd van het Actieplan een nieuwe groep wordt geïdentificeerd. Doelstelling: Daar waar voor bijzondere doelgroepen de generieke aanpak ontoereikend is, wordt extra inzet gepleegd, en worden extra kwetsbare groepen adequaat geholpen. 9

Zie: https://demoshelsinki.fi/julkaisut/housing-first-a-new-systems-perspective/

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 9

10 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

1.3. Samenhang met andere nationale programma’s en ontwikkelingen Het aanpakken van dakloosheid vraagt goede samenwerking met verschillende domeinen en programma’s bij verschillende ministeries. Daarom wordt intensief samengewerkt met de volgende domeinen en programma’s: Aanpak geldzorgen, Armoede en Schulden en Participatiewet in balans (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) Het ministerie van SZW heeft een belangrijke rol in het verstevigen van bestaanszekerheid van mensen. Dat gebeurt op verschillende manieren. Ten eerste staat financiële bestaanszekerheid in het coalitieakkoord, “omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Ten tweede in de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden. Ten derde in de acties die het ministerie van SZW onderneemt om meer balans in de Participatiewet te krijgen en dus meer de menselijke maat. Tenslotte is een onafhankelijke commissie ingesteld die onderzoek doet naar de herijking van het sociaal minimum. Koopkrachtpakket (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) Op moment van schrijven heeft Nederland te maken met hoge inflatie mede door de oorlog in Oekraïne en stijgende energieprijzen. Huishoudens met de laagste inkomens hebben de minste ruimte om financiële schokken op te vangen. Deze groep vangt bij elke crisis de hardste klappen.

Daarom is in 2022 een koopkrachtpakket gelanceerd dat zowel incidentele als structurele ondersteuning aan deze groepen biedt. Hieronder vallen onder andere ondersteuning voor een (tijdelijk) prijsplafond, verlaging van de energierekening en energietoeslag. Tevens worden de zorgtoeslag en de huurtoeslag verhoogd en het wettelijk minimumloon wordt verhoogd met 10,15%. Dit moet huishoudens verlichting bieden. Ook zijn middelen vrijgemaakt voor aanvullende en incidentele inzet op het terrein van armoede en schulden. De middelen zijn bestemd voor enerzijds gerichte tegemoetkomingen (zoals voedselbanken, initiatieven die deelname van kinderen aan school en samenleving mogelijk maken) en anderzijds voor extra capaciteit, snelheid en effectiviteit in de schuldhulpverlening. Voor een deel van de huishoudens is dit mogelijk niet voldoende. Het kabinet heeft daarom een tijdelijk noodfonds ingericht dat mensen helpt die, ondanks alle maatregelen, hun energiekosten écht niet kunnen betalen. Wonen voor aandachtsgroepen: Een thuis voor iedereen (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties i.s.m. ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en ministerie van Justitie van Justitie en Veiligheid) Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is een interbestuurlijk programma gericht op de huisvesting van aandachtsgroepen.

Dakloze jongeren en volwassenen vormen één van de aandachtsgroepen binnen dit programma. Uitgangspunt is dat naast afspraken over wonen ook afspraken gemaakt worden rondom de benodigde zorg en ondersteuning. Voor een aantal aandachtsgroepen geldt immers dat zorg en ondersteuning een randwoordwaarde zijn voor het zelfstandig wonen. Dit plan vormt de nadere uitwerking voor specifiek deze aandachtsgroep en draagt op die manier bij aan het behalen van de doelstellingen van ‘Een thuis voor iedereen’, en vice versa. Beschermd thuis (ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, Vereniging Nederlandse Gemeenten) De transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis kan niet los worden gezien van dit Actieplan. De doelstellingen van deze transitie komen in grote lijnen overeen met die van het Actieplan Dakloosheid: mensen met een psychosociale kwetsbaarheid moeten als gelijkwaardig burger zoveel mogelijk kunnen deelnemen in de samenleving met een eigen woning in de wijk. Voor een duurzame beweging naar kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen is het evident dat het Actieplan Dakloosheid in samenhang moet worden aangepakt met de doordecentralisatie van beschermd wonen naar alle gemeenten en de ontwikkeling van beschermd wonen naar een beschermd thuis.

Het in samenhang organiseren van de transformatie maatschappelijke opvang en beschermd wonen ligt daarom voor de hand en is in veel regio’s ook al in gang gezet. De menselijke maat en versterking uitvoeringspraktijk (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en ministerie van Justitie van Justitie en Veiligheid en ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) Om nieuwe schrijnende situaties zoals bij de kinderopvangtoeslagenaffaire te voorkomen, wordt vanuit het Rijk gewerkt aan verbetering van de publieke dienstverlening en daarmee aan mogelijk herstel van vertrouwen. Regels kunnen en moeten eenvoudiger en minder rigide, zodat bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden niet meteen in de problemen komen als zij een extraatje ontvangen. Het huidige kabinet wil het vertrouwen tussen burgers en de overheid herstellen. De overheid wil betrouwbaar zijn, heeft vertrouwen in inwoners en heeft oog voor de menselijke maat. De democratische rechtsorde is een essentieel fundament van de samenleving en brede welvaart. Vanuit het Actieplan Dakloosheid is dit een zeer relevant thema en zoeken we op dit onderdeel de samenwerking met het Programma Werk aan Uitvoering10 (WaU). Vanuit WaU zal o.a.

worden gekeken hoe de samenwerking in de overheidsbrede dienstverlening of het organiseren van noodzakelijk maatwerk loopt, wat knelpunten hierin zijn, en hoe we deze integrale dienstverlening waar nodig verder kunnen verbeteren. Zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn en wat ze van de overheid kunnen verwachten.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 11

10 Zie voor meer informatie: https://www.werkaanuitvoering.nl/over-werk-aan-uitvoering

1.4. Leeswijzer De inhoud van dit Actieplan volgt de ervaringen van dakloze jongeren en volwassenen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit plan. Deze ervaringen zijn als startpunt voor ieder hoofdstuk gebruikt. De volgorde van inhoudelijke uitgangspunten en doelstellingen volgt de route die vaak doorlopen wordt in de weg naar dakloosheid: van een normaal leven met geen of kleine problemen, naar steeds zwaardere problematiek en een lange weg terug. Uiteraard is iedere persoon en situatie uniek, maar tegelijkertijd zijn er gelijkenissen uit de ervaringen te halen die van belang zijn voor beleidsaanpassingen. Zo maken we in dit plan de leefwereld van mensen iets meer zichtbaar voor de mensen uit de systeemwereld, en wordt helder waarom specifieke keuzes zo van belang zijn om te ambitie te behalen. Naast deze zes inhoudelijke actielijnen zal in dit Actieplan worden stilgestaan bij randvoorwaarden zoals sturing, monitoring, financiën, kennis en innovatie, en de governance.

12 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

In dit hoofdstuk worden de zes actielijnen gepresenteerd, met voor iedere actielijn de concrete doelstellingen, beoogde resultaten en de benodigde activiteiten. Er is zoveel mogelijk gefocust op het ‘wat’ en minder op het ‘hoe’ – het is aan de lokale en regionale samenwerkingspartners om de actielijnen vorm te geven op basis van de lokale context. Voor iedere actielijn wordt ook inzichtelijk gemaakt welke actoren (hoofd)eigenaar zijn en of de acties op de korte of langere termijn genomen worden.

Actielijnen

→

SZW, BZK, VNG, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke partners

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 13

“Ik had eigenlijk een Wajong-uitkering moeten hebben. Maar als je een boterham kunt smeren heb je er eigenlijk al geen recht meer op, aldus mijn toenmalige begeleiding. Ondanks dat ik al jaren keer op keer van school uitviel, banen verloor en meermaals dakloos raakte omdat ik niet voor mezelf kon zorgen. Dus die uitkering hebben we maar helemaal niet aangevraagd, want ik had snel geld nodig en dat proces van de Wajong duurde véél te lang. Bovendien moest ik dan de bijstand met terugwerkende kracht terugbetalen en dat vond ik doodeng, want bij mijn moeder had dat in een soortgelijke situatie voor duizenden euro’s schulden gezorgd. Meer informatie over mijn rechten had hier kunnen helpen, voor zowel mijzelf als de medewerkers van de opvang.” Financiële problematiek en gebrek aan participatie -vaak veroorzaakt door ingrijpende levensgebeurtenissen- vormen belangrijke oorzaken van dakloosheid. Onzekere inkomsten, stijgende vaste lasten en te weinig financiële buffers maken het voor veel mensen anno 2022 lastig om rond te komen. Maar ook complexe toeslagen en een flexibele arbeidsmarkt maken dat mensen in de financiële problemen kunnen komen. Het hebben van voldoende inkomsten is een randvoorwaarde voor het hebben van een woning. Daarom is financiële bestaanszekerheid onlosmakelijk met het de focus op huisvesting verbonden.

Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid bij jongeren en volwassenen.

2.1.1. Samenhang Actieplan Dakloosheid met Aanpak geldzorgen, armoede en schulden en Participatiewet in balans (SZW) Binnen het Actieplan Dakloosheid werken we met betrekking tot financiële bestaanszekerheid samen in twee trajecten die worden getrokken door het ministerie van SZW: ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ en ‘Participatiewet in balans’. Deze aanpakken dragen bij aan de bestaanszekerheid van veel Nederlanders, in het bijzonder mensen met een laag inkomen. Helaas hebben deze mensen, zeker als ze parttime of in flexconstructie werken, het hoogste risico op geldzorgen, armoede en schulden11 en daarmee een groter risico op instabiele huisvesting en uiteindelijk dakloosheid. Naast deze trajecten wordt bestaanszekerheid versterkt met het koopkrachtpakket. Hierin wordt bijvoorbeeld het wettelijk minimumloon met 10,15% verhoogd naast een verhoging van de zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget.

14 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden In de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden wordt gewerkt aan de volgende actielijnen die in de brede zin moeten bijdragen aan het verminderen van het risico op dakloosheid: 1. Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende en stabiel inkomen is de basis. 2. Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken. 3. Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso. 4. Maatregelen nemen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen mee doet en vooruitkomt. 5. Realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst. Concreet betekent dit onder meer het in gang zetten van overkoepelende acties, zoals preventieve inzet op levensgebeurtenissen ter voorkoming van geldzorgen. Ook wordt gewerkt aan armoedebestrijding door het versterken van inkomenszekerheid, aanspraak op voorzieningen (niet-gebruik), werk laten lonen en tegengaan van armoedeval. Met betrekking tot schulden wordt onder meer ingezet op de doorontwikkeling van clustering rijksincasso’s en intensivering vroegsignalering schulden 12.

Goed voorbeeld: Financiële bestaanszekerheid, gemeente Tilburg Sinds 2020 werkt de gemeente Tilburg met een nieuwe visie bestaanszekerheid. Het begrip bestaanszekerheid krijgt binnen de gemeente een brede invulling. In 2020 zijn de consulenten bestaanszekerheid van gemeente Tilburg gestart met huisbezoeken en het gericht zoeken van de doelgroep via verschillende vindplaatsen. Per jaar willen zij 250 mensen spreken met een laag inkomen, tot 130 procent van het sociale minimum. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een kleine AOW, een klein pensioen of baan met weinig uren. Gemeente Tilburg zoekt hen actief op en gaat met hen in gesprek over financiën, gezondheid of andere zaken die spelen. Doel is om hen passende hulp of een traject te bieden, voor iedere inwoner is iets anders nodig. De consulenten kijken eerst waar mogelijkheden zijn om iemands situatie op de korte termijn te verbeteren (via bijvoorbeeld een energiecoach of hulp bij het doen van een aanvraag). Daarna gaan de consulent en de inwoner samen op zoek naar structurele oplossingen en verbeteringen van de inkomenspositie.

Participatiewet in balans Het ministerie van SZW zet ook stappen om de menselijke maat in de Participatiewet te verbeteren13. De bedoeling van de wet is om mensen die het tegenzit inkomensondersteuning te bieden via de bijstand en weer (gedeeltelijk) aan het werk te helpen. Veel jongeren en volwassenen die (dreigend) dakloos zijn, krijgen op te maken met de Participatiewet. Bekend is bovendien dat mensen die een beroep doen op de Participatiewet vaak een hoger risico lopen op schulden, geldzorgen en armoede. Het weer in balans krijgen van de wet draagt bij aan de bestaanszekerheid van mensen. Menselijke maat, vertrouwen en vereenvoudiging zijn daarbij richtinggevende waarden. Door professionals in de uitvoering meer ruimte te geven voor persoonlijk maatwerk, kan beter worden ingespeeld op de persoonlijke situatie van mensen en sluit hiermee aan op de leidende principes van deze aanpak.

11 Zie: https://www.cpb.nl/stresstest-kosten-van-levensonderhoud 12 Zie voor een gedetailleerde omschrijvig van acties de factsheet behorende bij het armoedeplan op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2022/07/13/factsheet-armoedeplan 13 Zie voor een omschrijving van alle aangekondigde maatregelen om de Participatiewet in balans te brengen https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/21/bijlage-rapport-participatiewetin-balans

Een belangrijke maatregel is het verhogen van de leeftijd voor kostendelersnorm van 21 naar 27 jaar voor inwonende jongvolwassenen. Januari 2023 treedt aanpassing van de kostendelersnorm voor thuiswonende jongvolwassenen tot 27 jaar in werking. Ook wordt gewerkt aan het lonender maken van (deeltijd)werk binnen de bijstand, waardoor uitstroom uit de bijstand wordt gestimuleerd. Tenslotte wordt de komende periode gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen om jongeren in kwetsbare posities snel en zo goed mogelijk op weg te helpen richting zelfstandigheid. Acties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b7e91dc9-2626-4132-aa7c-6f3c5e5b52b1