CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Welstandsnota Aalsmeer 2021.docx

3.Raad (besluitvormend) 16 september 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: HAMERSTUK: Actualisering Welstandsnota41.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De vormgeving, oriëntatie, toegankelijkheid en terreininrichting in de stedenbouwkundige samenhang; C. De stijl, detaillering en ornamentiek van de bouwwerken in de omgeving; D. De kwaliteit van de openbare ruimte. 4.2. De betekenis van vormgeving in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden toegepast, zodat er concepten en vormen ontstaan die een relatie hebben met de maatschappelijke en sociaal-culturele context. In iedere cultuur gelden voor vormgeving bepaalde regels. Een gebouw kan verwarrend of saai worden als de regels voor architectuur niet juist of bewust

worden gehanteerd. Gebouwen kunnen bewust bepaalde associaties oproepen. Zo kunnen bouwwerken in hun omgeving worden begrepen als representant van een specifieke periode of stijl. Iedere bouwstijl gebruikt verwijzingen of associaties naar vroegere stijlen of gebouwen in de omgeving. Daarin schuilt de kracht en kwaliteit van een bouwwerk. Door zorgvuldig en consistent om te gaan met verwijzingen en associaties, ontstaat een bouwwerk dat verwijst naar de tijd waarin het wordt gebouwd of verbouwd en geen verwarring oproept. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode. Echter dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te begrijpen als verhaal van de geschiedenis en representant van de tijd waarin zij is ontstaan. Bij het beoordelen van bouwwerken, houdt de CRK rekening met: A. De verwerkte verwijzing(en) en/of associatie(s); B. De consequente uitwerking van het architectonische concept; C. De aansluiting op de structuur, functie en kwaliteitsdoelstelling van de openbare ruimte. 4.3. Relatie tussen vorm, functie en constructie Bij een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand heeft de verschijningsvorm een relatie met de functie en constructie. De verschijningsvorm heeft bovendien een eigen logica en samenhang.

Bouwwerken worden in de eerste plaats gemaakt voor praktisch gebruik. De uiterlijke verschijningsvorm hangt daarom samen met de functie en de constructie van een gebouw. De vorm wordt naast de functie en constructie ook beïnvloed door de fysieke en sociaal-culturele omgeving. Ook dan mag worden verwacht dat de uiterlijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met de oorspronkelijke functie en constructie. Bij het beoordelen van bouwwerken, houdt de CRK rekening met: A. De functie en de constructieve structuur van het bouwwerk; B. De hoofdlijn in het ontwerp van het bouwwerk en de uitwerking ervan op detailniveau; C. Het samenspel van de gebouwdelen en de plaats ervan in het geheel. 4.4. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft, dat evenwichtig wordt toegepast in ruimten, volumen en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die te maken heeft met de omvang of betekenis van de bouwopgave. De kracht van een compositie is groter als de 22

maatverhoudingen meer samenhang en hiërarchie vertonen. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde, maar vormen tegelijk een van de moeilijkste onderwerpen bij het beoordelen van een ontwerp. Goede maatverhoudingen leiden tot een bepaalde mate van spanning, evenwicht of contrast. Bij het beoordelen van bouwwerken, houdt de CRK rekening met: A. De toegepaste maat en schaal bij de vormgeving van het gebouw; B. De samenhang tussen de verschillende gebouwdelen.

Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, waarbij het uiterlijk aanzien van het gebouw niet wijzigt maar bij nieuw- of verbouw in een bestaande (monumentale)omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te “begrijpen” als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.

4.5. Materiaal, textuur, kleur en licht Bij een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand ondersteunen materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk en de samenhang met de ruimtelijke omgeving, nu of in de toekomst. Het uiterlijk en de beleving van een bouwwerk worden in sterke mate bepaald door materiaal- en kleurgebruik, en lichtuitstraling. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Een risico van die keuzevrijheid is dat er een onsamenhangend beeld ontstaat. Als materiaal- en kleurgebruik niet passen in het ontwerp of de vormgeving niet ondersteunen, doet dit afbreuk aan het bouwwerk. Dit is het geval als materiaal- en kleurgebruik verwarring wekken over de functie of de ontstaansgeschiedenis van het (oorspronkelijke) bouwwerk.

4.6. Voorbeeldplannen Een groot deel van Aalsmeer is opgebouwd uit projectmatige woningbouw, bestaande uit aaneengesloten bouwblokken of een reeks van woningen van gelijke architectuur. Toevoegingen aan een dergelijk bouwblok van bijvoorbeeld dakkapellen, erkers, entreepartijen, gevelwijzigingen etc. is van invloed op de architectonische uitstraling van het gehele blok. Indien bij een woning binnen een woonblok reeds een dakkapel, erker, entreepartij of gevelwijziging etc. aanwezig is of is vergund, dient deze uitbreiding of wijziging bij volgende verzoeken binnen het zelfde woonblok betrokken te worden bij de beoordeling op welstandsaspecten.

Bij de beoordeling van bouwwerken, let de CRK erop: A. Of en in hoeverre de keuze van materialen, textuur en kleur de (bedoelingen van de) architectuur van een gebouw ondersteunt; B. Of sprake is van een in dit opzicht behoudens waardige karakteristiek van de bestaande stedenbouwkundige samenhang en de wijze waarop de betreffende ingreep die beïnvloedt. Transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd wordt geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. 23

5.Hoofdstuk 5 Gebiedsgerichte welstandscriteria Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor alle bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Aalsmeer. Deze criteria zijn gebaseerd op het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit, zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk “zich moet gedragen” om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt.

Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld waarin steeds de volgende onderdelen aan de orde komen:  Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken en het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering;  Een samenvatting van het beleid, de te verwachten en/of gewenste ontwikkelingen en de waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken;  Het voor het gebied geldende welstandsniveau;  De welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria over de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de massa, de opbouw en de detaillering. De welstandscriteria mogen niet in strijd zijn met het bestemmingsplan;  Illustraties: een kaart met aanduiding van de plek in de gemeente en de structuur van het deelgebied, foto’s die een impressie geven van het deelgebied en goede en slechte voorbeelden tonen. Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau moet aansluiten bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen.

In deze nota zijn vier welstandsniveaus onderscheiden: de door de gemeente aangewezen beschermde dorpsgezichten, de bijzondere welstandsgebieden waar extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is, de ‘kan” bepaling’ gebieden die ambtelijk kunnen worden afgedaan, en de welstandsvrije gebieden.

24

Dorpskern Aalsmeer (Gebied 1) Gebiedsbeschrijving De kern van Aalsmeer bestaat uit individuele en afwisselende bebouwing met woon-, winkel- en voorzieningenfuncties langs een recht straten patroon. De dorpskern ligt ten zuiden van de Ringvaart en grenst in het oosten aan de Burgemeester Kasteleinweg en in het zuiden aan de Van Cleeffkade. In het westen eindigt de kern bij het Molenpad. De hoofdstructuur wordt gevormd door de oost-west lopende Dorpsstraat, Weteringstraat en Van Cleeffkade en de noord-zuid lopende Zijdstraat waarlangs de grootste concentratie winkels ligt en die in het noorden overgaat in de Kanaalstraat. De panden bestaan zowel uit kleinschalige woningen als grotere, gestapelde woon- en winkelpanden en korte rijtjes. De bebouwing is deels pandsgewijs opgebouwd en deels vrijstaand en staat in het algemeen in een rooilijn die verspringt en de ontsluitingsweg volgt. Rooilijnen van appartementengebouwen en rijtjes zijn in samenhang. De hoofdvorm van de panden wisselt van eenvoudig tot gedifferentieerd. Traditioneel opgebouwde panden hebben meestal een onderbouw van een of twee lagen en een kap die in verschillende vormen voorkomt. Gestapelde bouw is meestal drie lagen hoog en afgedekt met een kap. Sommige gestapelde gebouwen hebben balkons aan de voorzijde. De architectonische uitwerking varieert.

Panden met winkels op de begane grond hebben meestal een hoge plint en transparante puien. De winkelpuien doorbreken bij oude panden vaak het oorspronkelijke gevelbeeld. De ramen zijn bij traditionele panden vaak staand en horizontaal belijnd. Bij deze panden zijn vaak nog oude ornamenten als geprofileerde dak-, deur- en raamlijsten, balkankers en stijl- en regelwerk te vinden. Het materiaal- en kleurgebruik wisselt van traditioneel tot modern. Het merendeel van de gevels is opgebouwd uit rode of bruine baksteen, hellende daken zijn meestal gedekt met rode en gesmoorde keramische pannen. Kozijnen zijn meestal van hout en soms van kunststof of staal. Houtwerk is geschilderd. Afwijkende elementen binnen de kern zijn het grootschalige, geschakelde ouderencomplex in de westhoek van de kern. Bijzondere herkenningspunten zijn de molen en de kerk die beide de belangrijkste winkelstraat markeren. Gebied 1 Jarenlang zijn geen nieuwe bouwplannen binnen Aalsmeer-Dorp gerealiseerd. Vanaf 2004 is de vernieuwing van Aalsmeer-dorp echter in een stroomversnelling gekomen en zijn nieuwe bouwplannen gerealiseerd. In 2012 is een begin gemaakt met de bouw van een parkeergarage, winkels en bovenwoningen op de locatie Molenpad/Zijdstraat. Ook is begonnen met de bouw van winkels met bovenwoningen langs de Zijdstraat.

Eind 2012 is de procedure gestart om het gebied rondom de dorpskerk aan te wijzen als “Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”. Deze procedure is inmiddels afgerond.

Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Voor de kern van Aalsmeer is een beeldkwaliteitsplan gemaakt. Hierin wordt de huidige identiteit benoemd en gewenste ontwikkelingen geschetst, voor bebouwing en buitenruimte. Inzet is versterking van de dorpskern als gebied met waardevolle architectuur, tuinen en een relatie met het water. Aanvullend beleid Een deel van de richtlijnen die in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen, zijn verwerkt in de welstandscriteria. Sommige bouwwerken zijn aangewezen als monument. Het gebied rond de dorpskerk is aangewezen als “Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”. Bijzonder welstandsregime Voor de kern van Aalsmeer geldt een bijzonder welstandsregime waarbij de nieuwe ontwikkelingen ingepast dienen te worden in de kleinschalige dorpsstructuur en er bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de dorpsranden en de verschillende identiteiten. De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven: Ligging  gebouwen zijn vrijstaand of pandsgewijs opgebouwd  het afwisselende karakter van de dorpsbebouwing in principe behouden en versterken, de bebouwing is gericht op de belangrijkste weg  rooilijnen lopen in principe parallel aan de weg en verspringen enigszins  rooilijnen van complexen en rijtjes zijn per complex of rij in samenhang  bijgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn, m.u.v.

het voormalig CTAV terrein (De Werven)  doorzichten naar het water behouden en waar mogelijk versterken  erfscheidingen aan de straatzijde/gekeerd naar openbaar gebied, zijn gemetseld of groen Massa  gebouwen zijn in principe individueel, kleinschalig en afwisselend  geclusterde woningen aan de westrand worden herhaald  hoofdgebouwen zijn opgebouwd uit een onderbouw tot twee lagen met overwegend een kap en eventueel een terugliggende plat afgedekte derde laag  nokrichtingen lopen parallel aan of staan dwars op de voorgevelrooilijn  op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa

25

Architectonische uitwerking  architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend, passend in de omgeving en in samenhang met elkaar  herhaalde woningen zijn per cluster/blok of rij in samenhang  gevels hebben een heldere geleding  fijne detaillering wordt bij traditionele panden benadrukt in kleine elementen als balkankers en geprofileerde lijsten  wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleurgebruik  gevels van hoofdgebouwen zijn in principe van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, witgeschilderde gevels zijn toegestaan, eventueel met houten geveldelen, houtwerk is geschilderd  hellende daken bij voorkeur afdekken met keramische pannen,  kozijnen, dakkapellen en daklijsten bij voorkeur uitvoeren in hout, kunststof is toegestaan mits goed gedetailleerd en wat betreft profilering niet van hout te onderscheiden  het kleurgebruik is terughoudend en wijkt niet sterk af van de belendingen  het materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en bijgebouwen is aangepast aan het hoofdgebouw. Beschermd dorpsgezicht “De Dorpskern” Gebiedsbeschrijving De Dorpskerk is het baken van het oude dorp Aalsmeer, met zijn 35 meter hoge toren steekt hij boven de bebouwing uit en is hij vanuit de Haarlemmermeer goed zichtbaar.

De kerk staat nu vrij in een groene omgeving en komt daar goed tot z’n recht. De bebouwing rondom de kerk is divers van aard. Er zijn individuele panden uit vrijwel alle perioden sinds de middeleeuwen, waarvan een aantal als Rijks- of gemeentelijk monument is beschermd, zoals het Oude Raadhuis, de Pastorie en het Schoutenhuis. Ook de architectuur van na de Tweede Wereldoorlog is ruim vertegenwoordigd in zowel individuele panden als grotere complexen. Die afwisseling in schaal is het dorp overigens nooit helemaal vreemd geweest, er kwamen van oudsher ook grotere complexen als kwekerijen en scholen in het centrum voor, of direct daarnaast. Maar de individuele bebouwing aan de Kanaalstraat, Dorpstraat en Helling is over het algemeen afwissend en kleinschalig, van een of twee bouwlagen met meestal een schuine kap. Bij de meer traditionele panden die tot dit beschermde dorpsgezicht behoren zijn vaak nog oude ornamenten als geprofileerde dak-, deur- en raamlijsten, balkankers en stijl- en regelwerk te vinden. Het merendeel van de gevels is opgebouwd uit rode of bruine baksteen, hellende daken zijn meestal gedekt met rode of gesmoorde keramische pannen. Kozijnen zijn meestal van hout, soms van staal.

Houtwerk is geschilderd. De rooilijn verspringt met name aan de Kanaalstraat en de Helling soms sterk, terwijl de panden aan de Dorpstraat langs een rechte rooilijn direct aan de straat zijn geplaatst. Het dorpse kleinschalige karakter van “De Dorpskern” zou verder versterkt kunnen worden, soms gerepareerd. Er is erg veel gesloopt en nieuw gebouwd sinds de Tweede Wereldoorlog, niet altijd op een even fijngevoelige wijze. De straatwanden zouden aangeheeld kunnen worden op sommige plekken waar de lege ruimte erg groot is en waardoor het gevarieerde, fijnmazige, dorpse beeld verstoord is. Eventuele nieuwbouw zou in principe op kleinschalige wijze moeten gebeuren, met respect voor de historische betekenis van het dorp, zonder noodzakelijkerwijs historiserend te zijn qua vormgeving. De karakteristieke afwisseling tussen stenig en groen en een afwisselende architectuur zijn kenmerken die voorop moeten staan. Voorschriften voor de inrichting en bebouwing in de Dorpskern, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht: 

    

 

Het ruimtelijk beleid in en direct om het beschermde gebied van de Dorpskern is er op gericht het fijnmazige schilderachtige, intieme karakter van dit gebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Nieuwbouw dient kleinschalig te zijn, met respect voor de historische schaal van het dorp. Nieuwbouw is maximaal 2 verdiepingen plus kap. De architectuur dient afwisselend te zijn met een individuele expressie per pand. De detaillering moet aansluiten bij de ambachtelijke, zorgvuldige detaillering van de historische panden. De toepassing van meer eigentijdse bouwmaterialen als staal, aluminium, plaatmateriaal en stucwerk, dient aan te sluiten bij het vriendelijke en fijnkorrelige karakter van de dorpskern. Het gebruik van plaatmateriaal en luifels aan de straatzijde is niet toegestaan. De toepassing van houten kozijnen aan de straatzijde heeft de voorkeur, eventuele voorstellen voor kunststof kozijnen aan de straatzijde zullen worden beoordeeld in de specifieke context. De navolgende voorschriften m.b.t. de toepassing van kunststof kozijnen dienen daarbij in ieder geval te worden gehanteerd: Het uiterlijk aanzien van kunststof kozijnen dient overeen te komen met het oorspronkelijke houten kozijn wat betreft de maatvoering en de profilering.

De kozijnen dienen in een gedekte en terughoudende kleur te worden uitgevoerd (geen zuiver wit), conform de historische (jaren 20/30) voorbeelden. 26

       

Onderhoud, renovatie en wijziging/uitbreiding van bestaande gebouwen is gericht op behoud en ondersteunt qua detaillering en uitvoering het historische en ambachtelijke beeld van de dorpskern. Reclame-uitingen blijven beperkt en kleinschalig en zijn qua expressie ondergeschikt aan het historische straatbeeld. Reclame is functioneel; per pand mag er slechts één reclame-uiting worden aangebracht. Reclameaanvragen dienen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de CRK. Traditionele materialen als baksteen, dakpannen en hout hebben de voorkeur. De wens is om het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht, d.w.z. ondergronds of inpandig, te realiseren. Waar dit niet mogelijk is, is parkeren in kleine clusters in combinatie met boombeplanting het wensbeeld. Hellingbanen van verdiepte parkeerfaciliteiten dienen altijd inpandig te worden opgelost. De vormgeving van inritten dient de fijne korrel van de dorpskern te ondersteunen.

De CRK beoordeelt elk voorstel in zijn specifieke context en richt zich op behoud van de in dit document beschreven karakteristiek. Bovenstaande voorschriften zijn daarbij leidend. In uitzonderlijke gevallen (als de context hierom vraagt) kan hiervan, op onderdelen, gemotiveerd worden afgeweken.

27

Lijnbaangebied Aalsmeer Gebied 2 Gebiedsomschrijving Aan de oostkant van de dorpskern ligt het Lijnbaangebied waar dorpsachtige bebouwing en enige bedrijvigheid voor een gevarieerd beeld zorgen. Centraal in het gebied ligt de oost-west lopende Dorpsstraat, die halverwege een bocht maakt naar het zuiden en daarmee overgaat in de Lijnbaan. Deze straten vormen, samen met de bebouwing die aan weerszijden staat, een afwisselend lint. De bebouwing is op te delen in bebouwing vooraan op het kavel die merendeels bestaat uit woningen, en bebouwing op de tweede lijn die in principe grootschaliger is en veelal een bedrijfsfunctie heeft. In het noorden grenst het gebied aan het water van de Ringvaart. De bebouwing direct aan de weg is merendeels vrijstaand, individueel en afwisselend. De gebouwen liggen veelal iets terug en hebben een voortuin of erf. Rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg of het slotenpatroon en verspringen. De bebouwing bestaat zowel uit traditionele woningen als uit bedrijven. De meeste woonhuizen hebben een eenvoudige hoofdvorm. De massa bestaat in het algemeen uit een en soms twee lagen met een kap die meestal de vorm heeft van een zadeldak en een enkele keer als mansardekap voorkomt. De nokrichting is merendeels dwars op de hoofdweg. Gevels zijn in principe helder geleed.

Panden in de eerste lijn hebben voornamelijk staande en soms liggende ramen die horizontaal zijn gelijnd. De detaillering is eenvoudig tot rijk en is in het algemeen zorgvuldig. Bij oudere panden zijn elementen als siermetselwerk, geprofileerde daklijsten en ramen met stijl- en regelwerk te vinden. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel. Panden zijn meestal opgebouwd uit baksteen en soms gestuct of geschilderd in wit. Bij het afdekken van daken zijn keramische pannen uitgangspunt. Kozijnen zijn meestal van hout en bij traditionele panden, net als het overige houtwerk, geschilderd in een lichte kleur. Het raamhout is vaak geschilderd in een donkere kleur. De bedrijfsbebouwing staat meestal in de tweede lijn en wijkt vaak af. De hoofdvorm is overwegend eenvoudig. Gebouwen hebben vaak een onderbouw in een hoge laag en een flauw hellend zadeldak. De detaillering is sober en meestal zorgvuldig, het materiaalgebruik traditioneel tot eigentijds. Zowel baksteen als gevouwen metaalplaat komt voor als gevelbekleding. Ook staat er een aantal kassen. Bijzonder element is de grootschalige bebouwing van jachtwerf Gouwerok. In dit gebied is (deels) een woningbouwlocatie gerealiseerd. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waardevolle, individuele en afwisselende bebouwing in de lintstructuur is cultuurhistorisch waardevol.

Ook de Lijnbaan, evenals de Oude Spoordijk, kan als waardevol worden aangemerkt. Naar verwachting zal het nieuwe woongebied de komende jaren worden afgerond.

Aanvullend beleid De “Stijlgroep landschap en stedelijke ruimte” heeft voor het Lijnbaangebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Als uitgangspunt voor de verkaveling van het gebied wordt de bestaande structuur van het slagenlandschap gehanteerd. In het zuidelijk deel van het plangebied wordt aansluiting gezocht bij de bestaande dorpskern met traditionele baksteen architectuur terwijl in het noordelijk deel een meer eigentijdse invulling wordt nagestreefd. De Lijnbaankerk is aangewezen als gemeentelijk monument. De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven: Ligging  het afwisselende karakter van de lintbebouwing in principe behouden en versterken  de bebouwing is met de voorgevel gericht op de weg  per erf of kavel is er een hoofdmassa  rooilijnen lopen parallel aan de weg of haaks op het slotenpatroon  rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar  bedrijfsgebouwen en bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie en liggen achter de voorgevelrooilijn  opslag vindt bij voorkeur achter de hoofdmassa plaats  doorzichten behouden en waar mogelijk versterken Massa  hoofdgebouwen zijn individueel, afwisselend en vrijstaand  de hoofdvorm is in principe eenvoudig  hoofdgebouwen zijn opgebouwd uit een onderbouw tot twee lagen met een kap  bedrijfsgebouwen hebben een onderbouw tot twee lagen met zadeldak of plat dak

 nokrichtlijnen staan dwars op of lopen parallel aan de voorgevel rooilijn  op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking  de architectonische uitwerking en detaillering is zorgvuldig en afwisselend passend in de omgeving en in samenhang met elkaar  fijne detaillering wordt bij traditionele panden benadrukt in kleine elementen als siermetselwerk en daklijsten  gevels hebben een heldere geleding  wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemming op het hoofdvolume 28

 

traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen; bebouwing in de tweede lijn is eenvoudiger maar net zo zorgvuldig gedetailleerd als het hoofdgebouw

Materiaal en kleurgebruik  gevels van hoofdgebouwen zijn van baksteen, eventueel gestuct of geschilderd, wit geschilderde gevels zijn toegestaan  hellende daken van woningen bij voorkeur afdekken met keramische pannen  kozijnen, dakkapellen en daklijsten uitvoeren in hout, houtwerk is geschilderd. Kunststof is toegestaan, mits goed gedetailleerd en niet van hout te onderscheiden  bij bedrijfsgebouwen grote dakvlakken opbouwen uit materialen met een structuur zoals bijvoorbeeld baksteen, of gevouwen plaatstaal  het kleurgebruik is terughoudend en wijkt niet sterk af van de belendingen  het materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en bijgebouwen is aangepast aan hoofdgebouw

29

Raadhuisplein Aalsmeer (Gebied 3)

De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven:

Gebiedsbeschrijving Het Raadhuisplein vormt een centraal gebied in de kern van Aalsmeer, waar verschillende functies een plek hebben gekregen rond het Raadhuisplein en het Drie Kolommenplein. Het gebied wordt in het noorden begrensd door de Van Cleeffkade, in het zuiden en oosten door het water langs de Stommeerkade en in het westen door de lintbebouwing van de Stationsweg. De oostelijk punt van het Stokkeland heeft een landelijk karakter en is als park ingericht. Het westelijk deel bestaat uit gestapelde woningen langs het water en de laagbouw met de voorzieningen zoals winkels. Tussen beide deelgebieden staat het markante Raadhuis. De woningen zijn gegroepeerd in herhaalde blokken tot vier lagen, die in een gestaffelde rooilijn tussen de Stommeerkade en het Drie Kolommenplein zijn geplaatst. De hoofdvorm is opgebouwd uit twee verweven rechthoekige volumes waarvan er een plat en een met een flauw zadeldak is afgedekt. De gevels hebben een heldere horizontale en verticale geleding door de vloerbanden en staande ramen, geflankeerd door houten louvres. De volumes zijn afgedekt met baksteen, in combinatie met houten delen, glas en aluminium. Het kleurgebruik is terughoudend en samenhangend.

De bebouwing met de voorzieningen vormt een ensemble, dat varieert in hoogte van een tot twee lagen en meestal plat is afgedekt met uitzondering van de bebouwing aan het Raadhuisplein waar de bebouwing een zadeldak heeft. Sommige gevels hebben grote winkelpuien, andere juist gesloten. Baksteen en andere steenachtige materialen en glas zijn veel voorkomende gevelmaterialen.

Ligging  bestaande rooilijnen behouden  gebouwen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte  eenheid binnen een ensemble/cluster is uitgangspunt  doorzichten behouden en waar mogelijk versterken

Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het gebied Raadhuisplein heeft een belangrijke centrumfunctie voor Aalsmeer. Het beleid is gericht op behoud en versterking van het centrumbeeld. Gebied 3 Aanvullend beleid In het “Beeldkwaliteitsplan Aalsmeer-dorp” wordt een geïsoleerde liggen van het Stokkeland gesignaleerd. Richtlijnen voor met name de openbare ruimte zijn opgenomen met onder meer als doel het Raadhuisplein ruimtelijk te verbinden met de Van Cleeffkade en zichtlijnen te versterken. Het gemeentehuis en de voormalige tuinderswoning op het Stokkeland zijn aangewezen als gemeentelijke monument.

Massa  bouwmassa’s zijn gevarieerd van opbouw  bouwmassa’s zijn tot twee lagen hoog met een plat dak of zadeldak  woonblokken zijn tot vier lagen hoog, deels met een plat, deels flauw hellend dak  zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking  de gevelgeleding van gestapelde bouw is samenhangend en gebaseerd op herhaling  voorgevels zijn representatief  entreepartijen hebben bijzondere aandacht  de begane grondlaag van het gebouw is afgestemd op de geleding, ritmiek en stijl van de gevel  wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleurgebruik  gevels zijn bij voorkeur van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen eventueel met houten delen, glas en aluminium  hellende daken van gestapelde woningen bij voorkeur afdekken met keramische pannen  hellende daken van grondgebonden woningen bij voorkeur keramische pannen  het kleurgebruik is terughoudend en per woningtype in samenhang

Bijzonder welstandsregime Met name vanwege de dynamiek van het gebied geldt voor het Raadhuisplein een bijzonder welstandsregime, gericht op versterking van de centrumfunctie. Een goed beheer, zorgvuldige detaillering en passend gebruik van materialen zijn enkele aspecten waarop zal worden getoetst. 30

Vroege dorpsuitbreiding Aalsmeer (Gebied 4) Gebiedsbeschrijving De kern Aalsmeer is in de polder Stommeer uitgebreid met kleinschalige woningbouw in een groene setting. In het oosten van Stommeer zijn deze woningen gegroepeerd in de Bloemen- en Bomenbuurt met het karakter van een tuindorp en in het westen staan enkele korte rijtjes vooroorlogse woningen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen of twee-onder-eenkappers maar ook enkele rijenwoningen komen voor. De woningen zijn met de voorgevel gericht op de weg. De bebouwing in de bomenbuurt (m.n. Wilgenlaan) wordt gekenmerkt door kleinschalige woonbebouwing op ruime erven in een groene setting. Deze woonbebouwing in relatie met z’n groene omgeving is zeer kenmerkend voor dit gebied. De rooilijn volgt de weg, verspringt soms iets en is bij de rijen in samenhang. Bijgebouwen zijn in principe achter het hoofdgebouw geplaatst. Het merendeel van de panden heeft een onderbouw van een tot twee bouwlagen en een uitkragende kap die meestal de vorm van een zadeldak heeft. De nokrichting is meestal evenwijdig aan en een enkele keer dwars op de voorgevelrooilijn. Bij de rijtjes wordt eenzelfde wooneenheid herhaald. Sommige kappen hebben mee ontworpen dakkapellen en ook dakramen komen voor.

De woningen hebben veel mee ontworpen op-, aan- en uitbouwen waarvan de erker het meest voorkomt en soms schuin is afgedekt met keramische pannen. De woningen zijn vaak horizontaal geleed door nadrukkelijke daklijsten, maar ook boven ramen en erkers zijn soms zware lijsten te vinden. De detaillering is zorgvuldig en veelal uitgewerkt tot het kleinste niveau. De nadrukkelijke raamen daklijsten zijn vaak fijn geprofileerd. Oorspronkelijke kozijnen zijn veelal uitgedetailleerd met stijl- en regelwerk. Bij rijk gedetailleerde woningen komen siermetselwerk, ornamenten rond gevelopeningen, ankers en gootklossen voor. Bij enkele panden worden de ramen op de begane grond geflankeerd door luiken. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en bij de rijen in samenhang. Gevels zijn grotendeels uitgevoerd in bruine of roodbruine baksteen en een enkele keer wit gestuct of geschilderd. Kaplagen zijn meestal afgedekt met donkere of oranje keramische pannen. Het houtwerk van daklijsten, kozijnen en dakkapellen is meestal geschilderd in wit. Het raamhout is meestal geschilderd in donkergroen. Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid De soms individuele en samenhangende bebouwing in de rechte stratenstructuur is vaak zorgvuldig uitgewerkt. De wijzigingen spelen zich vooral af op het niveau van kleine gevelwijzigingen of andere kleinere aanpassingen.

Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op de zorgvuldig vormgegeven architectuur en dienen ingepast te worden. Aanvullend beleid

Voor de vroege dorpsuitbreiding van Aalsmeer geldt geen aanvullend beleid. Het gebied van de Wilgenlaan, Berkenlaan, Kastanjelaan en J.P. Thijsselaan is aangewezen als “Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”. Bijzonder welstandsregime Voor de vroegere dorpsuitbreidingen geldt een bijzonder welstandsregime. Het beleid is gericht op beheer met behoud van individualiteit zonder verlies van de samenhang, een zorgvuldige detaillering en de juiste verhouding. De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven: Ligging  per erf of kavel is er een hoofdmassa  de individuele woning binnen een rij is een deel van het geheel  gebouwen zijn met de voorzijde gericht op de belangrijkste weg  rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins  bijgebouwen staan achter de rooilijn van de hoofdmassa Massa  gebouwen zijn individueel of maken onderdeel uit van een complex als onderdeel van een eenvormig vormgegeven wijk  bij rijen maakt de individuele woning deel uit van het geheel  woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm  gebouwen bestaan uit een onderbouw tot twee lagen met een uitkragende kap in de vorm van een zadeldak  de hoofdnokrichting is meestal evenwijdig aan en een enkele keer haaks op voorgevelrooilijn  aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa  bijgebouwen

hebben een eenvoudige vorm en zijn ondergeschikt Architectonische uitwerking  de detaillering is zorgvuldig en gevarieerd  gevels zijn duidelijk geleed  het verschil tussen onderbouw en kap benadrukken  een rij heeft een doorlopende gevelritmiek  fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen siermetselwerk en ankers  wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume  traditionele Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt 31

Materiaal en kleurgebruik  gevels zijn bij voorkeur van roodbruine of bruine baksteen en eventueel wit gestuct  hellende daken zijn gedekt met rode, oranje of donkere keramische pannen  aan- en uitbouwen van een herhaald woningtype, qua kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw, kleurgebruik is traditioneel en terughoudend  houtwerk van kozijnen, daklijsten en dakkapellen zijn geschilderd in gebroken wit/crème of donkergroen  kunststof is toegestaan, mits goed gedetailleerd en niet van hout te onderscheiden  het materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en bijgebouwen is aangepast aan hoofdgebouw

32

Beschermd dorpsgezicht De Wilgenlaan Gebiedsbeschrijving De Wilgenlaan is voortgekomen uit de gemeentelijke uitwerking van de Landarbeiderswet uit 1918. Daarbij was het de bedoeling van de wetgever de landarbeider in staat te stellen zoveel grond te verkrijgen als nodig was om voor hem en zijn gezin gewassen te telen. De bebouwing is in de basis planmatig van opzet. De grond is in gelijkmatige plaatsjes verdeeld. De huizen staan met de nokrichting parallel aan de straat. De huizen hebben gevels van metselwerk en bestaan uit een bouwlaag met een zadeldak, gedekt met pannen. Er zijn enkele typen huisjes gebouwd met een kleine dakkapel. Schuin achter of naast het huisje was een donkergekleurd houten schuurtje gebouwd. De oorspronkelijke kleine schuren en andere aan- en bijgebouwen zijn achter de voorgevelrooilijn geplaatst, vaak pal achter of schuin achter het hoofdgebouw. De meest toegepaste materialen zijn metselwerk, hout en keramische pannen. In de loop der jaren is hier en daar nieuw gebouwd en woningen zijn vaak ingrijpend gerenoveerd of uitgebreid. Wat betreft materiaalgebruik en architectonische uitwerking zijn deze wijzigingen over het algemeen zoveel mogelijk aangepast aan de omgeving.

Wel zijn huizen soms veel groter geworden dan de oorspronkelijke woningen, omdat deze naar de huidige maatstaven erg krap bemeten waren en niet over voorzieningen als een badkamer beschikten. Ondanks de uitbreidingen en verbouwingen is bij de meeste huizen vanaf de straatzijde de oorspronkelijke opzet van het huis nog herkenbaar en is de onderlinge architectonische en ruimtelijke samenhang binnen de straat nog sterk waarneembaar.

         

Voor toekomstige ontwikkelingen staat het behoud van de ruimtelijke structuren, bebouwingskarakteristieken en architectonische stijl voorop. Daarbij gaat het ook om de samenhang tussen huis en erf en de relatie tussen groen, openbare ruimte, erf en bebouwing. De heldere ruimtelijke hiërarchie tussen hoofdvolume en eventuele aanbouwen is beeldbepalend. Dit betekent dat eventuele uitbreidingen van deze oorspronkelijke kleine huizen direct achter de woning moet gebeuren, en niet opzij, zodat de contour en korrelgrootte aan de straatkant behouden en beleefbaar blijven. De naar de straat gerichte gevel is de representatieve zijde. Belangrijk voor toekomstige ontwikkelingen is het behoud van de ruimte rondom de woningen aan de straatzijde en tussen twee woningen. Bebouwing achter en bij het hoofdvolume zijn ondergeschikt en blijven dus altijd lager dan het hoofdvolume. Voorschriften voor de inrichting en bebouwing aan de Wilgenlaan: 

Gevelbeeld aan de straatzijde in alle opzichten handhaven, zowel qua materiaal, kleur detaillering als gevelindeling

De bestaande afmetingen van de woning en aanbouw handhaven: uitbreidingen op het zij-erf en aanpassing van hoogte en hoofdvorm van woning en aanbouw zijn niet toegestaan; Het heldere onderscheid (hiërarchie) tussen hoofdgebouw en bijgebouw handhaven Detaillering aan de straatzijde conform de historische details van de oorspronkelijke opzet (jaren ‘20/’30) Gebruik van aluminium en plaatmateriaal aan de straatzijde is niet toegestaan Terughoudende, traditionele kleuren, conform het bestaande palet, voor de naar de straat gerichte zijden Bij eventuele renovatie de dakvlakken handhaven (dus ook nokrichting en –hoogte, behouden) (Vernieuwen van) dakbedekking met een traditionele keramische rode dakpan Renovatie van muurvlakken met een steen en voegwerk conform het bestaande (historische) metselwerk Doorsnijding van de gootlijn aan de straatzijde is niet toegestaan Indien noodzakelijk onderhoud dit vereist, dient de laanbeplanting zo mogelijk door dezelfde boomsoort te worden vervangen. Dakkapellen op het voordakvlak zijn in beginsel niet gewenst; eventuele voorstellen voor dakkapellen in het voordakvlak zullen worden beoordeeld in de specifieke context. De navolgende voorschriften m.b.t. dakkapellen op het voordakvlak dienen daarbij in ieder geval te worden gehanteerd: o De bouwkundige uitwerking (detaillering) van dakkapellen is conform de historische (jaren ‘20/’30) voorbeelden.

Zie ook voorbeeld op blz. 11 van de waarde stelling (dakkapel Wilgenlaan 13 en 16) o De dakkapel mag niet groter zijn dan 40% van het dakvlak met een maximale hoogte van 1.40 meter, inclusief het boeideel. Binnen dit percentage mogen maximaal twee dakkapellen geplaatst worden o De dakkapel mag niet breder zijn dan het breedste raam van de betreffende gevel o De afstand van dakkapellen tot de nok bedraagt minimaal 4 dakpannen; de afstand tot de zijkant bedraagt minimaal 5 dakpannen; de afstand tot de dakgoot bedraagt minimaal 2 dakpannen. Tussen dakkapellen minimaal 5 dakpannen aanhouden De toepassing van houten kozijnen aan de straatzijde hebben de voorkeur, eventuele voorstellen voor kunststof kozijnen aan de straatzijde zullen worden beoordeeld in hun specifieke context. De 33

navolgende voorschriften m.b.t. de toepassing van kunststof kozijnen dienen daarbij in ieder geval te worden gehanteerd: Het uiterlijk aanzien van kunststof kozijnen dient overeen te komen met het oorspronkelijke houten kozijn wat betreft de maatvoering en de profilering. De kozijnen dienen in een gedekte en terughoudende kleur worden te uitgevoerd (geen zuiver wit), conform de historische (jaren ‘20/’30) voorbeelden. Bij vervangende nieuwbouw gelden bovenstaande voorschriften als leidraad. Nieuwbouw dient zich te voegen in de bestaande karakteristiek. Daarbij dient te worden aangesloten bij het historische materiaalgebruik, de schaal en de maat van de woningen in de directe omgeving. De erfscheiding aan de straatzijde heeft een hoogte van maximaal 1.00 m. De voorkeur daarbij gaat uit naar een groene (haag)beplanting

De CRK beoordeelt elk voorstel in zijn specifieke context en richt zich op behoud van de in dit document beschreven karakteristiek. Bovenstaande voorschriften zijn daarbij leidend. In uitzonderlijke gevallen (als de context hierom vraagt) kan hiervan, op onderdelen, gemotiveerd worden afgeweken.

34

Beschermd dorpsgezicht Berkenlaan, Jac. P. Thijsselaan en Kastanjelaan Gebiedsbeschrijving Een groot deel van de bebouwing langs onder andere de Berkenlaan is het gevolg van een gemeentelijke interpretatie van de landarbeiderswet. De plaatsing van de woningen aan de weg is gevarieerd, de rooilijn verspringt en ook de kaprichtingen verschillen. Sommige huizen staan met hun kopgevel aan de straat, andere met de langsgevel. De woningen zijn door een tuin omgeven en de erfscheidingen zijn meest als hagen uitgevoerd. De typologie van de woningen verschilt eveneens. Er zijn typische landarbeidershuisjes op een erf, maar er komen ook twee onder een kapwoningen (gekoppelde landarbeidershuisjes) en grotere woningen voor. Toch is de architectuur van de woningen in grote lijnen samenhangend te noemen; het is een ensemble van traditionele jaren dertig architectuur. Meest voorkomend is een bouwlaag plus kap. De woningen hebben hellende daken, meest zadeldaken met pannen gedekt. Sommige woningen hadden van oorsprong al een kleine dakkapel. Bijgebouwen, zoals de oorspronkelijke kleine schuren, maar ook latere aanbouwen, zijn achter de voorgevelrooilijn geplaatst, vaak achter of schuin achter het hoofdgebouw. De meest toegepast materialen zijn metselwerk, hout en keramische pannen.

In de loop der jaren is hier en daar nieuw gebouwd en woningen zijn vaak ingrijpend gerenoveerd of uitgebreid, maar wat betreft korrel en schaalgrootte zijn deze wijzigingen aangepast aan hun omgeving. Hoewel de oorspronkelijke materialisering van bakstenen met pannendak bij de meeste panden gehandhaafd is, zijn er hier en daar andere materialen geïntroduceerd, zoals een rieten dak (bijvoorbeeld Berkenlaan 2b) of een gestuukte gevel (bijvoorbeeld Berkenlaan 11). Dit soort materialen is niet typerend voor dit buurtje maar dankzij de gevarieerde, levendige opzet, werkt het niet verstorend zolang het incidenten zijn. Het behoud van de ruimtelijke samenhang binnen het buurtje en de beleving van het straatbeeld staat voorop. Daarbij gaat het om de beschreven bebouwingskarakteristieken, architectonische stijl, de samenhang tussen huis en erf en de relatie tussen groen, openbare ruimte, erf en bebouwing. Het streven is om het groene beeld en de ruime opzet van de buurt te behouden. De heldere ruimtelijke hiërarchie tussen hoofdvolume en eventuele aanbouwen is beeldbepalend. Dit betekent dat eventuele uitbreidingen van deze oorspronkelijke kleine huizen direct achter of bij de woning moet gebeuren, en niet opzij, zodat de korrelgrootte aan de straatkant behouden en beleefbaar blijft. De naar de straat gerichte gevel is de representatieve zijde.

Voorschriften voor de inrichting en bebouwing aan de De Berkenlaan, Jac. P. Thijsselaan en Kastanjelaan (Stommeer):  

         

Gevelbeeld aan de straatzijde in alle opzichten handhaven, zowel qua materiaal, kleur detaillering als gevelindeling De bestaande afmetingen van de woning en aanbouw handhaven: uitbreidingen op het zij-erf en aanpassing van hoogte en hoofdvorm van woning en aanbouw zijn niet toegestaan; Het heldere onderscheid (hiërarchie) tussen hoofdgebouw en bijgebouw handhaven Detaillering aan de straatzijde conform de historische details van de oorspronkelijke opzet (jaren ‘20/’30) Gebruik van aluminium en plaatmateriaal aan de straatzijde is niet toegestaan Terughoudende, traditionele kleuren, conform het bestaande palet, voor de naar de straat gerichte zijden Bij eventuele renovatie de dakvlakken handhaven (dus ook nokrichting en –hoogte, behouden) (Vernieuwen van) dakbedekking met een traditionele keramische rode dakpan Renovatie van muurvlakken met een steen en voegwerk conform het bestaande (historische) metselwerk Doorsnijding van de gootlijn aan de straatzijde is niet toegestaan Indien noodzakelijk onderhoud dit vereist, dient de laanbeplanting zo mogelijk door dezelfde boomsoort te worden vervangen. Dakkapellen op het voordakvlak zijn in beginsel niet gewenst; eventuele voorstellen voor dakkapellen in het voordakvlak zullen worden beoordeeld in de specifieke context. De navolgende voorschriften m.b.t.

dakkapellen op het voordakvlak dienen daarbij in ieder geval te worden gehanteerd: o De bouwkundige uitwerking (detaillering) van dakkapellen is conform de historische (jaren ‘20/’30) voorbeelden. De afstand van dakkapellen tot de nok bedraagt minimaal 4 dakpannen; de afstand tot de zijkant bedraagt minimaal 5 dakpannen; de afstand tot de dakgoot bedraagt minimaal 2 dakpannen. Tussen dakkapellen minimaal 5 dakpannen aanhouden o De plaatsing en maatvoering van de dakkapellen op het voordakvlak zorgvuldig afstemmen op de bestaande gevelcompositie. De toepassing van houten kozijnen aan de straatzijde hebben de voorkeur, eventuele voorstellen voor kunststof kozijnen aan de straatzijde zullen worden beoordeeld in hun specifieke context. De navolgende voorschriften m.b.t. de toepassing van kunststof kozijnen dienen daarbij in ieder geval te worden gehanteerd 35

Het uiterlijk aanzien van kunststof kozijnen dient overeen te komen met het oorspronkelijke houten kozijn wat betreft de maatvoering en de profilering. De kozijnen dienen in een gedekte en terughoudende kleur worden te uitgevoerd (geen zuiver wit), conform de historische (jaren ‘20/’30) voorbeelden. Bij vervangende nieuwbouw gelden bovenstaande voorschriften als leidraad. Nieuwbouw dient zich te voegen in de bestaande karakteristiek. Daarbij dient te worden aangesloten bij het historische materiaalgebruik, de schaal en de maat van de woningen in de directe omgeving. De erfafscheiding aan de straatzijde heeft een hoogte van maximaal 1.00 m. De voorkeur daarbij gaat uit naar een groene (haag)beplanting.

De CRK beoordeelt elk voorstel in zijn specifieke context en richt zich op behoud van de in dit document beschreven karakteristiek. Bovenstaande voorschriften zijn daarbij leidend. In uitzonderlijke gevallen (als de context hierom vraagt) kan hiervan, op onderdelen, gemotiveerd worden afgeweken.

36

Uitbreidingen jaren ’50 en ’60 Aalsmeer (Gebied 5) Gebiedsbeschrijving Aalsmeer is na de oorlog in de Stommeerpolder uitgebreid met seriematige woningbouw in een rechte structuur. Deze uitbreidingen zijn te vinden in het westen en in de zuidoosthoek van de polder, tussen de Linnaeuslaan en Zwarteweg. De uitbreidingen hebben een heldere structuur met woningen in een veelal groene setting. In het oosten zijn ook winkels te vinden. De meeste woningen maken deel uit van rijen. De gebouwen zijn in principe met de voorzijde gericht op de belangrijkste openbare ruimte en hebben op de begane grond een voor- en achtertuin. De rooilijn is per cluster of blok in samenhang en meestal gesloten. De rijen zijn opgebouwd uit herhaalde woningen. De woningen hebben een eenvoudige opbouw van twee en een enkele keer drie lagen met een zadeldak. De nokrichting loopt meestal evenwijdig aan de weg. Binnen rijen zijn er weinig accenten. Hoekwoningen zijn in principe, op een raam of deur in de zijgevel na, gelijk aan de tussenwoning. Bij een aantal rijen zijn de flauw hellende daken deels vervangen door een steil zadeldak. Hier overheerst de individualiteit van de woning en de samenhang van de rij. Boven een aantal entrees zijn luifels te vinden. Bij de gestapelde bouw aan de J.P.

Thijssenlaan worden de woningen ontsloten door slanke trappartijen en zijn de garages op de begane grond gemarkeerd door een grote houten deur. De detaillering is veelal zorgvuldig en soms fijn. Rijtjeshuizen hebben weinig accenten. Verfijnde detaillering als terugliggende deurposten en siermetselwerk komt voor. Raamvlakken, soms in combinatie met plaatmateriaal, beslaan een groot deel van de gevel en zijn horizontaal gelijnd. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en terughoudend. De meeste rijenwoningen hebben een bakstenen onderbouw met een zadeldak. Sommige rijen hebben langsgevels die iets terugliggen en zijn opgebouwd uit puien. Daken zijn in principe gedekt met rode of gesmoorde pannen. Kozijnen zijn vaak oorspronkelijk van hout en geschilderd in een lichte tint. Kunststof kozijnen komen ook voor. Een samenhangend kleurgebruik per rij is uitgangspunt. Aan de J.P. Thijssenlaan staan enkele bedrijfsgebouwen met het uiterlijk van een woning. De rooilijn verspringt. Panden zijn opgebouwd uit twee lagen met een zadeldak. De nokrichting staat overwegend haaks op de voorgevelrooilijn. Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De naoorlogse uitbreidingen kenmerken zich door hun ruime opzet en herhaling van de basiseenheid. Gebied 5 Het tracé van de voormalige spoorlijn heeft cultuurhistorische waarde.

De verwachting is dat de komende jaren meer aanvragen zullen komen voor uitbreidingen van bestaande woningen. Het welstandsbeleid is terughoudend en gericht op behoud.

Aanvullend beleid Voor de recht verkavelde wijken van de kern van Aalsmeer geldt geen aanvullend beleid. Een aantal panden is aangewezen als monument. Voor de woningbouw aan de Spoorlaan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Welstandsvrij regime Voor delen van gebied 5 gelden geen nadere welstandseisen. Wel is de excessenregeling van toepassing. De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven: Ligging  gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon  gebouwen zijn in principe met hun voorgevel gericht op de belangrijkste weg  de individuele woning binnen een rij is een deel van het geheel  rooilijnen zijn per cluster/rij in samenhang en in principe gesloten  bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw Massa         

rijen kennen een sterke onderlinge samenhang overige gebouwen afstemmen op naastgelegen panden woningen bestaan uit een onderbouw van twee lagen met een kap nokrichtingen lopen evenwijdig aan de voorgevelrooilijn nokrichtingen van bedrijfspanden aan de J.P. Thijsselaan staan dwars op de voorgevelrooilijn gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm op- en aanbouwen zijn bij voorkeur per cluster/rij van hetzelfde model op- en aanbouwen als erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa opbouwen op tweelaags woningen met een flauw hellend dak zijn vormgegeven als complete verdieping met per rij hetzelfde model

Architectonische uitwerking  ontwerpaandacht voor alle details  bij rijenwoningen in de uitvoering, de herhaling benadrukken  wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of ensemble  een cluster/rij heeft een doorlopende gevelritmiek  bij wijzigingen, karakteristieke detaillering behouden Materiaal en kleurgebruik 37

 

 

het kleur- en materiaalgebruik is per cluster/rij in samenhang gevels zijn in hoofdzaak donker- of lichtbruine baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel met houten of kunststof puien met glas of houten geveldelen, kunststof geveldelen zijn toegestaan, mits goed gedetailleerd hellende daken van woningen zijn voorzien van oranje of gesmoorde, bij voorkeur keramische pannen het kleurgebruik is terughoudend, houtwerk is geschilderd of gebeitst het materiaal- kleurgebruik van op- en aanbouwen is aangepast aan het hoofdgebouw

38

Uitbreidingen jaren ’70 –’80 Aalsmeer (Gebied 6) Gebiedsbeschrijving Op een drietal plekken in de kern Aalsmeer zijn in de jaren ’70 en ’80 seriematige woningen gebouwd. In de oude kern van Aalsmeer staan een aantal herhaalde rijtjes rond de Ringvaartzijde, en in Stommeer ligt ten westen van de N201 een buurtje uit deze periode aan weerszijden van Baanvak. Het noordelijk deel van Hornmeer tenslotte, is opgebouwd uit drie woonbuurten uit de jaren ’70. De buurten zijn in principe helder en eenvoudig van opzet. De woningen zijn meestal gegroepeerd in rijen en ook dubbele woonhuizen komen voor. Woningen zijn in het algemeen met de voorgevel gericht naar de belangrijkste openbare ruimte en volgen met de rooilijnen de weg. De rooilijn is per cluster of rij in samenhang. Bij een aantal woningtypen maakt de rooilijn kleine verspringingen. Herhaling is bij de opbouw van rijen en dubbele woningen uitgangspunt. Woningen hebben in principe een heldere opbouw van twee lagen en een kap in de vorm van een zadeldak. Nokrichtingen lopen in het algemeen evenwijdig aan de weg. Bij woningen met verspringende rooilijnen zijn delen van de massa naar voren geschoven en liggen delen terug, zodat een gedifferentieerd beeld ontstaat. De bijgebouwen staan voor- of achter het hoofdgebouw en zijn veelal plat afgedekt. De detaillering is meestal eenvoudig maar zorgvuldig.

Rijen- en dubbele woningen hebben weinig accenten. Veel woningen hebben dakramen. De gevelindeling is eenvoudig. Het materiaalgebruik is terughoudend. De meeste woningen hebben een bakstenen onderbouw. Hellende daken zijn in principe gedekt met donkere pannen. Kozijnen zijn vaak oorspronkelijk van hout en geschilderd. Het kleurgebruik is in principe terughoudend en per cluster of rij in samenhang. Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De jaren ’70 en ’80 buurten van Aalsmeer kenmerken zich door de zakelijke opzet en herhaalde woningen. Er zijn geen cultuurhistorische waarden geduid in het gebied. Aanvragen voor enige kleine aanpassingen aan de woningen zijn te verwachten ontwikkelingen. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud. Aanvullend beleid Voor de jaren ’70 en ’80 bebouwing geldt geen aanvullend beleid. Welstandsvrij regime Voor dit gebied gelden geen nadere welstandseisen. Wel is voor dit gebied de excessenregeling van toepassing.

39

Bungalows Aalsmeer (Gebied 7) Gebiedsbeschrijving Ten westen van het Seringenpark in de oosthoek van Aalsmeer en in het zuiden van Hornmeer, liggen twee clusters bungalows in een ruime, groene setting. Het cluster bij het Seringenpark wordt omringd door de Ophelialaan in het zuiden en oosten, de Parklaan in het noorden en Seringenpark in het westen. De bungalows staan dwars op de ontsluitingsstraten. Het cluster in Hornmeer is gegroepeerd rond de Uranusstraat en de Handelstraat. De meeste bungalows zijn geschakeld, andere staan vrij. De rooilijnen zijn getrapt. De bungalows hebben een eenvoudige, uit rechthoekige volumes samengestelde hoofdvorm, opgebouwd uit een bouwlaag en plat afgedekt. Bij het cluster aan het Seringenpark steken de daken iets uit en is de entree teruggelegd. De compositie van de in bruine baksteen uitgevoerde gevels is in opzet horizontaal met verticale accenten. Dit komt grotendeels door de nadrukkelijke boeiborden en de raampartijen met verticale geleding. Sommige hoekwoningen hebben een lage kopse muur met een slanke kolom waarop het dak rust. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel, terughoudend en samenhangend. Gevels zijn opgebouwd uit een lichtbruine baksteen. Kozijnen, deuren en boeiborden zijn van hout en geschilderd. Het wooncomplex aan de Parklaan is een uitzonderlijk element.

Het bestaat uit samengestelde blokvormige volumes die het complex tot vier lagen hoog maken. Daken zijn deels plat en deels met een flauw hellend zadeldak afgedekt. De rooilijn verspringt. Verdiepingen worden ontsloten door galerijen met stalen hekwerken. Het gebouw heeft een stenen plint en gevelvlakken die in verschillende kleuren zijn gestuukt. Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De bungalow buurten zijn ruim opgezet met geschakelde bungalows in een groene setting. Het appartementengebouw aan de Parklaan vormt een afwijkend element. De (voormalige)bejaardenwoningen in het Seringenpark zijn een voorbeeld van seriematige woningbouw uit de wederopbouwperiode. Er wordt thans onderzoek uitgevoerd naar een eventuele monumentale waarde van dit complex. Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen te verwachten. Het beleid is verder gericht op het behouden van de specifieke kenmerken als de hoofdvorm en de detaillering. Aanvullend beleid Voor de bungalows van Aalsmeer geldt geen aanvullend beleid. Het Seringenpark, gelegen tussen de Ophelialaan en de Molenvliet is aangewezen als gemeentelijk monument. Voor het overige deel van het Seringenpark wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwijzing tot “Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”.

De gewenste eigenschappen van een bouwwerk staan in onderstaande criteria beschreven: Ligging  woningen maken deel uit van een herkenbaar stedenbouwkundig patroon  rooilijnen van geschakelde hoofdmassa’s zijn getrapt  gebouwen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte  de individuele woning binnen een cluster is een deel van het geheel Massa  bungalows staan vrij of zijn geschakeld en kennen een sterke onderlinge samenhang  bungalows hebben een eenvoudige rechthoekige hoofdvorm  bungalows bestaan uit een bouwlaag met een plat dak  het appartementsgebouw aan de Parklaan is tot vier lagen hoog  gebouwen in maat en schaal aanpassen aan belendingen  op- en aanbouwen zijn bij voorkeur per woningtype van hetzelfde model Architectonische uitwerking  ontwerpaandacht voor alle details  bij geschakelde bungalows aansluiten op ritme, vormgeving detaillering van het geheel  houten boeiborden geven de woningen een horizontale geleding  bij wijzigingen karakteristieke details handhaven

en

Materiaal en kleurgebruik  gevels van bungalows zijn van bruine baksteen  kozijnen en boeiborden van bungalows bij voorkeur uitvoeren in hout, kunststof is toegestaan, mits goed gedetailleerd en niet van hout te onderscheiden  houtwerk van bungalows is geschilderd  materiaal- en kleurgebruik bij voorkeur in onderlinge samenhang  het materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en bijgebouwen is aangepast aan het hoofdgebouw  het kleurgebruik is in principe terughoudend, met uitzondering van het appartementengebouw aan de Parklaan

40

Stommeerkade-west, Baccarastraat, Werven en Watermunt (Gebied 8) Gebiedsomschrijving Tegen de kern van Aalsmeer-dorp is een aantal woonbuurten gerealiseerd t.w. Stommeerkade-west, Baccarastraat, Werven en Watermunt. De bebouwing op de locatie Stommeerkadewest bestaat uit rijen woningen en appartementengebouwen langs een heldere, rechte structuur. De architectuur van deze woningen is gebaseerd op herhaling in clusters of rijen met behoud van de individualiteit. Mede door variatie tussen de rijen en blokken is het beeld afwisselend. De gebouwen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Ze staan in een rooilijn die de weg volgt en meestal verspringt maar per rij of blok in samenhang is. De woonbebouwing langs de Stommeerweg is vrijstaand en afwisselend. De bebouwing aan de Baccarastraat bestaat uit rijtjeswoningen, blokjes gestapelde bebouwing en vrijstaande woonbebouwing langs de Stommeerweg. De Werven is een woongebied gelegen tussen de Ringvaart en de Dorpsstraat bestaande uit vrijstaande en half vrijstaande woningen op kleine percelen. Nagenoeg alle woningen liggen aan het water. De Watermunt tenslotte is een woongebied dat is gerealiseerd op het voormalig terrein van Centraal Nederland. De woonbebouwing is middels een houten loopbrug verbonden met de Stommeerweg. Langs de Stommeerweg is inmiddels een deel van de luxe woningen in de bebouwingsrand gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=ddcff532-a381-4499-a968-0608ffc7dcfa