Toelichting bp Kudelstaart 2020.pdf
Tekst van het document
Het is niet nodig een tijdvak of fasering of regels danwel een uitwerking van regels publiekrechtelijk op te leggen. Het verhaal van kosten is derhalve anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.
4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak Het voorontwerp is gedurende vier weken ter inzage gelegd van vrijdag 7 juni 2019 tot en met donderdag 18 juli 2019. Hiervan is vooraf digitaal kennisgegeven in de Staatscourant en het Gemeenteblad en in de Nieuwe Meerbode op 6 juni 2019. Er is een informatieavond gehouden op 25 juni 2019, waarbij een ieder kon worden ingelicht over de doelstellingen van het voorontwerp bestemmingsplan en waarbij gelegenheid is Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 22 van 91
gegeven om vragen te stellen en reacties naar voren te brengen. In bijlage 7 zijn de inspraakreacties zakelijk weergegeven en is het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders neergelegd. 4.3.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 6 juni 2019. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen 6 weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van NoordHolland 2. Waterschap Amstel Gooi en Vecht 3. Steunpunt Monumenten en Archeologie (MOOI NoordHolland) 4. Gemeente Uithoorn 5. Gemeente Kaag en Braassem; 6. Gemeente Amstelveen 7. Ondernemend Aalsmeer 8. Land en tuinbouworganisatie Noord (Glastuinbouw Nederland) 9. Dorpsraad Kudelstaart 10.Kamer van Koophandel voor Amsterdam e.o. 11.Greenport Aalsmeer 12.Vrijwillige adviescommissie 13.Luchthaven Schiphol Group De instanties welke staan vermeld onder de 1 t/m 7, 9, 10, 12 en 13 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen.
De instanties welke staan vermeld onder 8 en 11 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. In bijlage 7 volgt een samenvatting van de reacties en het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders. 4.3.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd van 18 september tot en met 29 oktober 2020. Gedurende deze periode heeft een ieder de gelegenheid gekregen om zienswijzen kenbaar te maken. In dat kader zijn 14 zienswijzen ontvangen. In bijlage 8 zijn de zienswijzen zakelijk weergegeven en van antwoord voorzien in een Nota van Beantwoording.
4.4 Handhaving Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 23 van 91
Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug.
De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt.
<0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. <0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 24 van 91
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 25 van 91
HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Dit is een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Alle ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan zijn al behandeld in hoofdstuk 2.
5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Ontstaansgeschiedenis De eerste vorm van bebouwing ontstond langs de huidige Kudelstaartseweg en Herenweg. Deze wegen lagen in het veen en plassengebied en vormden de verbindingsweg tussen de indertijd drooggelegde Hornmeer Polder (Aalsmeer) en de Vriesekoopsche Polder (ZuidHolland). Zoals in veel veengebieden werd ook aan weerszijden van de Kudelstaartseweg en Herenweg veen afgeturfd ten behoeve van brandstofwinning. Door het afturven van het veen kwam het maaiveld aan weerskanten van de wegen steeds lager te liggen en ontstonden door het lage maaiveldniveau steeds groter wordende plassen. De Legmeerplas aan de zuidzijde van deze wegen werd uiteindelijk drooggelegd door de aanleg van dijken en het toepassen van bemaling. Zo ontstond de Zuider Legmeerpolder, een diepe droogmakerijpolder. De plas aan de noordkant van de Kudelstaartseweg Herenweg bleef gehandhaafd (de Westeinderplassen). Door de ligging tussen de Zuider Legmeerpolder en de Westeinderplassen en de hoogte van de wegen kreeg de Kudelstaartseweg Herenweg een waterkerende functie. Het hoogteverschil tussen de Zuider Legmeerpolder en de dijk Kudelstaartseweg Herenweg (het zogenaamde bovenland) is nog steeds zichtbaar. Na de droogmaking van de Zuider Legmeerpolder werden in deze polder wegen aangelegd.
Een deel van deze polderwegen is nog steeds zichtbaar via het orthogonale patroon en de begeleidende lintbebouwing. Deze wegen maken onderdeel uit van de hoofdstructuur van Kudelstaart. Het betreft de Hoofdweg, Mijnsherenweg, Madame Curiestraat, Bilderdammerweg en in mindere mate het Robend. Achter de lintbebouwing was in het verleden glastuinbouw aanwezig ten behoeve van de daar aanwezige glastuinbouwbedrijven. Vanaf de jaren ’60 zijn deze glastuinbouwbedrijven geleidelijk aan getransformeerd naar woongebieden waarbij rond de knik Kudelstaartseweg Herenweg de eerste dorpsuitbreidingen plaatsvonden (nabij Graaf Willemlaan). Aan het eind van de jaren ’70 zijn de woningen aan de Einsteinstraat en de Schweitzerstraat gebouwd en in de jaren ’80 is de wijk Proosdij, het winkelcentrum en het scholencluster gerealiseerd. Halverwege de jaren ’90 zijn de wijken Cluster I en II gebouwd, gevolgd door de wijken Zuiderpark en Cluster III. Begin van deze eeuw zijn de appartementen van Mijnsheerlijkheid nabij het winkelcentrum gerealiseerd als onderdeel van het centrum van Kudelstaart, evenals de wijk de Rietlanden. In deze wijk is naast woningbouw ook een brede school gebouwd. Tenslotte is recentelijk de wijk Proosdij Noord afgerond.
5.1.2 Het plangebied in groter verband Het plangebied Kudelstaart is gelegen in het zuidwesten van de gemeente Aalsmeer en grenst aan de gemeenten Kaag en Braassem (provincie ZuidHolland) en Uithoorn. In het noordwesten wordt het gebied begrenst door de Westeinderplassen. De Westeinderplassen staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van het HollandsUtrechtse plassengebied. Samen met de Oosteinderplas vormen de Westeinderplassen een waardevol natuurgebied. Met de Westeinderplassen beschikt
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 26 van 91
Aalsmeer over het grootste binnenwater in NoordHolland. De Westeinderplassen zijn via de Ringvaart (rond de Haarlemmermeer) verbonden met de Kagerplassen, Nieuwe Meer en nog meer vaarten en plassen. De Westeinderplassen op zichzelf vormen een rijk en verrassend watergebied van één grote en meerdere kleine plassen. Aan de Westeinderplassen ligt de lintbebouwing van de Kudelstaartseweg en Herenweg. Het gebied vormt een sterke stedenbouwkundige eenheid door zijn sterke landschappelijke kwaliteiten. Het zicht over het water van de Westeinderplassen, en het contrast met de laaggelegen Zuider Legmeerpolder vormen hierbij het landschappelijke casco. Tussen het grote wateroppervlak van de plassen en Kudelstaart liggen een reeks kavelsloten. Aan deze zijde ligt ook de waterkering van de Westeinderplassen. De Westeinderplassen kan door recreanten en toeristen op diverse manieren gebruikt worden voor recreatieve doeleinden. Voor fietsers en wandelaars zijn vooral de verschillende panorama’s en doorzichten over de Westeinderplassen. Daarnaast bieden de recreatieve kade, de jachthaven en horeca mogelijkheden voor waterrecreatie en sport en ontspanning. Aan de zuidwestkant grenst Kudelstaart aan de Bilderdammerdijk en de grens met de provincie ZuidHolland. Dit gebied wordt gekenmerkt door open agrarische percelen.
Dit betreft de Vriesekoopschepolder met de stedelijke kernen Vriezekoop en Leimuiden. De Vriesekoopschepolder heeft een oppervlakte van 463,2 hectare. Vanaf Kudelstaart en de Bilderdammerdijk zijn er prachtige doorzichten naar deze polders. De Bilderdammerdijk is toegankelijk voor voetgangers en maakt onderdeel uit van de wandelroute “Landscheidingspad”. Aan de zuidoostkant grenst Kudelstaart aan de gemeente Uithoorn. Dit deel van Uithoorn wordt gekenmerkt door glastuinbouw. Doordat dit gebied een concentratiegebied is voor glastuinbouw bepaalt de hoge dichtheid aan kassen het ruimtelijk beeld van het glastuinbouwgebied. Het gebied bestaat daarmee grotendeels uit een aaneengesloten gebied van kassen, af en toe onderbroken door open gronden die voor open teelt gebruikt worden. Uitzondering op de rechte structuur is de Ringdijk die aan de zuidzijde van het gebied een kronkelige scheiding vormt met het naastgelegen veenweidegebied. Aan de oostkant grenst Kudelstaart aan de Legmeerdijk. Hier ligt tevens de grens met het glastuinbouwgebied en het landelijk gebied Langs de Vuurlinie van Uithoorn. Daarnaast wordt de oostkant begrensd door de Bachlaan met het gebied Hornmeer. Het westelijk deel van Hornmeer bestaat uit bebouwd woongebied met een ruime en open structuur van groen en waterstroken langs de randen, onder andere de Zwarteweg en de Bachlaan.
In het woongebied zijn drie woonbuurten aanwezig die van elkaar worden gescheiden door een centrale groen en waterstrook langs de Beethovenlaan, de Apolostraat en de Lunalaan. Ten oosten van het woongebied liggen het sportpark Hornmeer, de Burgemeester Kasteleinweg en bedrijventerrein Hornmeer.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 27 van 91
Afbeelding ligging Kudelstaart
5.1.3 Beschrijving plangebied In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie en stedenbouwkundige opzet van Kudelstaart. Woningen Wonen binnen het plangebied concentreert zich hoofdzakelijk in de dorpskern van Kudelstaart. De compacte dorpskern van Kudelstaart bestaat uit oorspronkelijke lintbebouwing op het bovenland met daaromheen enkele woonwijken. Naar het westen toe is Kudelstaart uitgebreid met de woonwijk Cluster I en II (ten zuiden Bilderdammerweg en ten noorden van de Romeijnstraat) en later met Cluster III ten noorden van de Bilderdammerweg. Ten westen van de Anne Frankstraat is de wijk Zuiderpark gerealiseerd. Aan de oostzijde is Kudelstaart uitgebreid met de wijken Proosdij Noord en Rietlanden. Naast woningen komen op een aantal locaties in de dorpskern ook voorzieningen voor, zoals o.a. een kerk, scholen, winkels, horecavoorzieningen, een dorpshuis, een gezondheidscentrum en een sporthal. In de woonwijken zijn voornamelijk rijtjeswoningen met een voor en achtertuin gerealiseerd. De meeste woningen in de wijken zijn 2laags met daarop een zadeldak. Andere kapvormen, zoals een afgeknot schilddak en een plat dak, komen echter ook voor. In de wijk Kudelstaart Zuid, Cluster III zijn beneden bovenwoningen gerealiseerd.
Een enkele keer komen gestapelde woningen voor en in de wijken Proosdij Noord en Rietlanden is tevens hoogbouw gerealiseerd in 5 en 6 bouwlagen. Daarnaast zijn er ten zuiden van het winkelcentrum appartementen gerealiseerd. Deze bestaan uit 3 en 4 bouwlagen. Naast uitbouwen zijn op grote schaal aan de voor en/of achterzijde van de woningen dakkapellen gerealiseerd. In een aantal gevallen zijn dakkapellen gerealiseerd die direct vanaf de goot van de woning beginnen. Bij sommige woningen (bijvoorbeeld aan de Calveslo) is een dakopbouw gerealiseerd op het platte dak van de tweede bouwlaag. Bij een aantal woningen, zowel in de lintbebouwing als in de woonwijken, zijn in de achtertuin éénlaagse uitbouwen gerealiseerd. Het grootste deel van deze uitbouwen is circa 3 meter diep en heeft een plat dak. Een grotere diepte komt ook voor en sommige Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 28 van 91
uitbouwen hebben een kapje. Daarnaast zijn in enkele voortuinen uitbouwen gerealiseerd. De woningen in Kudelstaart hebben bijna allemaal een berging in de achtertuin. Deze bergingen zijn voor een groot deel gebouwd tegen de achterste perceelgrens. Een klein deel van de bergingen wordt gebruikt als garage. In een aantal gevallen zijn ook bergingen in de voortuin aanwezig. Deze bergingen in de voortuin zijn onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp van de woningen. Lintbebouwing Kudelstaart wordt doorkruist door een aantal polderwegen met lintbebouwing. Deze lintbebouwing is deels gelegen in de dorpskern en deels in het agrarische buitengebied. De lintbebouwing bestaat vooral uit woningen waarbij een deel als bedrijfswoning bij de glastuinbouwbedrijven wordt gebruikt. De woningen in de lint onderscheiden zich qua uiterlijke verschijningsvorm en typologie ten opzichte van de overige woonbebouwing in de omgeving. Zo bestaat de lintbebouwing uit overwegend vrijstaande woningen, omringd door een tuin of erf. De woningen zijn over het algemeen éénlaags met daarop een dwarskap of zadeldak en individueel vormgegeven (diversiteit in architectuur). In de tuinen of op de erven van de oorspronkelijke lintbebouwing zijn veelal schuren aanwezig welke gebruikt worden als berging en/of garage. Deze schuren bestaan meestal uit één laag met daarop een kleine kap.
De schuren zijn minder gestructureerd gesitueerd dan de bergingen in de woonwijken (welke veelal op één lijn zijn gesitueerd). Agrarisch Als agrarisch gebied wordt het gebied aangemerkt dat is gelegen ten zuidwesten en noordoosten van de compacte dorpskern van Kudelstaart. In het agrarische gebied is lintbebouwing langs de wegen aanwezig. Achter een deel van de lintbebouwing ten noordoosten van de dorpskern zijn kassen gerealiseerd. De lintbebouwing in het agrarische deel van het plangebied bestaat, evenals de lintbebouwing in de compacte dorpskern, over het algemeen uit vrijstaande woningen. De erven/tuinen van de lintbebouwing in het agrarische gebied zijn in vergelijking met de tuinen van de lintbebouwing in de dorpskern veelal groter van omvang. Het grootste deel van de woningen bestaat uit één laag met daarop een dwarskap of zadeldak. Een deel van de woningen in de linten doet dienst als bedrijfswoning (veelal van de glastuinbouwbedrijven). In het grootste deel van de tuinen zijn schuren aanwezig welke als berging en/of garage gebruikt worden. De schuren bestaan meestal uit één bouwlaag met kap. Achter de Kudelstaartseweg en de Mijnsherenweg is een groot deel van de gronden bebouwd met kassen voor de glastuinbouw. Ook langs de Geniedijk en Hoofdweg komen kassen voor. De kassen zijn gelegen achter de lintbebouwing en bereikbaar via een ontsluitingsweg.
Het gebied ten zuidwesten van de Ambachtsheerweg is onbebouwd. De gronden worden hier hoofdzakelijk gebruikt ten behoeve van de akkerbouw. Alleen langs de Hoofdweg is lintbebouwing en een aantal bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Het gebied heeft een open karakter en wordt begrensd door de Bilderdammerdijk, welke tegelijkertijd de grens vormt tussen de provincie NoordHolland en ZuidHolland. De Bilderdammerdijk is een in 1165 aangelegde grasdijk die onderdeel uitmaakt van een lange waterscheiding tussen Waddinxveen en het IJ. Sportterreinen
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 29 van 91
Aan de Wim Kan Dreef is een aantal sportvoorzieningen gesitueerd. Het sporten vindt hier hoofdzakelijk in de buitenlucht plaats. De verenigingsgebouwen van de sportclubs bestaan uit een bouwlaag met plat dak of zadeldak. Daarnaast bevindt er zich een fitnesscentrum. Dit gebouw bestaat uit twee bouwlagen. Aan de Bilderdammerweg ligt tenniscomplex. Groen en water In de compacte dorpskern is een aantal groen/waterzones aanwezig. De eerste is de centrale groenzone langs de Albrechtstraat Schweitzerstraat en de tweede groenzone wordt gevormd door de singel tussen Cluster I en II. Deze groenzone wordt aan de noordzijde van de Bilderdammerweg (langs gebouw De Spil) doorgetrokken. De derde groenzone is gelegen ten oosten van het Corry Vonkpad. De vierde groenzone is het dijklichaam en de bijbehorende sloot achter de Kudelstaartseweg. Het talud van deze dijk vormt tevens de scheidingslijn tussen het zogenaamde bovenland en de Zuider Legmeerpolder. In het hart van de wijk Rietlanden ligt een grote waterpartij. Het overige groen in de dorpskern van Kudelstaart is kleinschaliger van aard. In de woonwijken zijn veel kleine snippergroenstroken aanwezig.
5.2 Functioneel gebruik Binnen deze paragraaf wordt een omschrijving gegeven van de functies die binnen het plangebied van Kudelstaart voorkomen. 5.2.1 Wonen De dorpskern van Kudelstaart bestaat uit een aantal woonwijken rond de driesprong Herenweg Kudelstaartseweg Robend. In de woonwijken zijn voornamelijk laagbouwwoningen met tuinen gerealiseerd. Een enkele keer komen gestapelde woningen voor en er is ook meer hoogbouw in de nieuwere woonwijken aanwezig. De bestaande woningen in het plangebied zijn als zodanig bestemd.
Afbeelding gestapelde bouw Zwanebloemweg
Afbeelding laagbouw Van Swietenstraat
Daarnaast bevinden er zich woningen langs de linten van de Hoofdweg, Kudelstaartseweg, Herenweg, Mijnsherenweg en Madam Curiestraat. De lintbebouwing is specifiek als lintbebouwing met de daarbij behorende regels bestemd.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 30 van 91
Afbeelding lintbebouwing Mijnsherenweg
Afbeelding lintbebouwing Herenweg
5.2.2 Bedrijven De bedrijvigheid bestaat hoofdzakelijk uit agrarische bedrijvigheid ten westen en oosten van de dorpskern Kudelstaart. Het gebied ten oosten van de dorpskern is voor een groot deel bebouwd met kassen (glastuinbouw). Aan de westzijde van de dorpskern bevindt zich met name aan de Hoofdweg nog glastuinbouw en ten westen van de Ambachtsheerweg bevindt zich met name agrarische bedrijvigheid (akkerbouw). Daarnaast is aan de Ambachtsheerweg een baggerdepot gevestigd. In het depot wordt licht verontreinigde baggerspecie uit watergangen en droge grond opgeslagen. Verspreid over het plangebied bevinden zich verschillende bedrijven. De bedrijfsbebouwing ligt doorgaans in of achter de lintbebouwing (voormalige opstallen agrarische bedrijven). Het gaat met name om agrarisch verwante bedrijven, garagebedrijven, een autoshowroom, een opslagbedrijf, een olie en gashandelbedrijf, een betonbouw bedrijf, een metaalbewerkingsbedrijf, bouw en aannemersbedrijven, een grondbedrijf en bedrijfsactiviteiten die vallen onder huisgebonden bedrijven en beroepen.
Afbeelding glastuinbouw oostzijde plangebied
Afbeelding baggerdepot Ambachtsheerweg
5.2.3 Maatschappelijke functies Binnen het plangebied zijn diverse maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Aan de Zonnedauwlaan bevinden zich twee basisscholen en een kinderopvang. Daarnaast bevindt er zich nog een basisschool aan de Schweitzerlaan en een kinderopvang aan de Marconistraat en de Hoofdweg. Aan de Kudelstaartseweg bevinden zich het dorpshuis, een kerk, dierenarts, fysiotherapiepraktijk en tandartsenpraktijk. De muziekvereniging bevindt zich aan de Bilderdammerweg. Aan de Graaf Willemlaan bevindt zich een jeugdcentrum. In Kudelstaart bevinden zich woningen (Spilstraat) waar zelfstandig gewoond kan worden met ondersteuning (zorgwoningen). Deze woningen zijn nader aangeduid met
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 31 van 91
een maatschappelijke functie. Dit geldt tevens voor het kerkelijk centrum (protestantse gemeente) in de Spil.
Afbeelding school Zonnedauwlaan
Afbeelding muziekvereniging Bilderdammerweg
5.2.4 Centrumfuncties In het centrum van Kudelstaart (Einsteinstraat) bevinden zich diverse centrumvoorzieningen waaronder detailhandel, dienstverlening en horeca. In het centrum van Kudelstaart bevindt zich tevens een gezondheidscentrum. Op het parkeerterrein bij het winkelcentrum is een standplaats toegestaan. Boven de winkels bevinden zich woningen. 5.2.5 Horeca Horeca bevindt zich met name in het winkelcentrum van Kudelstaart (restaurant, eethuis). Op de hoek Herenweg, Kudelstaartseweg, bevindt zich een café/ bar en op de Kudelstaartseweg een snackbar.
Afbeelding horecagelegenheid Kudelstaartseweg
5.2.6 Sport De sportvoorzieningen zijn met name geconcentreerd aan de Wim Kan Dreef aan de westzijde van Kudelstaart. Hier zijn diverse sportclubs gevestigd waaronder een voetbalvereniging, een korfbalvereniging, een handbalvereniging en een handboogvereniging. Daarnaast bevinden er zich een sportschool en een skeeler en ijsbaan. Ten zuiden van de Bilderdammerweg zit een tennisvereniging en is er een basketbalveld en skateboardbaan. De sporthal van Kudelstaart bevindt zich in de dorpskern aan de Edisonstraat.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 32 van 91
Afbeelding sportvelden Wim Kan Dreef
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
Afbeelding Proosdijhal Edisonstraat
pagina 33 van 91
HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.
6.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 6.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Amvb Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: <0000> de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; <0000> de bereikbaarheid verbeteren; <0000> zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld.
De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Amvb Ruimte. Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10.Ecologische hoofdstructuur; 11.Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12.IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13.Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Ten aanzien van het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de bepalingen ten aanzien van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde van belang. Deze Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 34 van 91
bepalingen hebben betrekking op het werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam'. Gelet op de bijbehorende kaart is het werelderfgoed deels in het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen. Het gaat om het gebied ten zuidwesten van de Stationsweg. In het Barro is aangegeven dat in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten voor te onderscheiden delen van de erfgoederen bij provinciale verordening regels worden gesteld over de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen gesteld die bewerkstelligen dat een bestemmingsplan ten opzichte van het daaraan voorafgaande geldende bestemmingsplan nieuwe bestemmingen of een wijziging van regels ter zake van het gebruik van de grond kan bevatten, mits de uitgewerkte kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. De kernkwaliteiten van Stelling van Amsterdam zijn als volgt: 1.
Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiendeeeuwse en vroegtwintigsteeeuwse hydrologische en militairlandschappelijke geheel, bestaande uit: <0000> een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; <0000> sluizen en voor en achterkanalen; <0000> de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; <0000> inundatiegebieden; <0000> voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); <0000> de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. Kortheidshalve wordt voor het behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' verwezen naar de provinciale ruimtelijke verordening (zie paragraaf 6.3.2). In het onderhavige geval is sprake van een conserverend bestemmingsplan. Er worden ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen of wijzigingen ten aanzien van het bouwen en gebruik van de betreffende gronden opgenomen. De overige in het Barro geregelde onderwerpen hebben geen invloed op het voorliggende bestemmingsplan. De betreffende onderwerpen zijn namelijk niet aan de orde in of nabij het plangebied.
6.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Zie bijlage 1 voor een kaart met de toetshoogtes. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 35 van 91
reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB (zie tevens bijlage 2) De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de <0000> veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen.
In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan en van drie woningen in de lintbebouwing gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Kecontour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zal een verbod worden verankerd in het LIB op nieuwe woningbouwlocaties. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte oplopend van 120 tot 146 meter, 100 tot 135 meter en 50 tot 65 meter. Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 49 oplopend tot 68 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden geen bouwhoogtes toegestaan die boven de 49 meter komen. Voor het plangebied geldt tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Twee delen van het plangebied Kudelstaart ligt binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit.
In dit bestemmingsplan zijn bestaande rechten voor de realisatie van woningen in het lint overgenomen uit het bestemmingsplan 'Kudelstaart 2006'. Een aantal van deze bouwrechten liggen binnen zone 4 van het LIB. Voor de gronden die binnen zone 4 van het LIB liggen is in dit bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzonelib artikel 2.2.1 nr. 4' opgenomen. Het realiseren van woningen binnen deze gebiedsaanduiding is niet zondermeer mogelijk. Eerst moet er getoetst worden aan de regels van het luchthavenindelingbesluit en een afweging worden gemaakt of het toevoegen van woningen met betrekking tot geluid binnen deze zone mogelijk is. Daarnaast ligt het plangebied binnen de 20 Kezone. Ook hier geldt dat voor de realisatie van een aantal woningen nog bouwrechten gelden uit het bestemmingsplan 'Kudelstaart 2006' die binnen de 20 Kezone zijn gelegen. In paragraaf 6.3.2. is ingegaan op de realisatie van woningen binnen deze zone en de wijze waarop rekenschap wordt gegeven.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 36 van 91
Tenslotte ligt het plangebied binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk (zie bijlage 3 voor de zone).
6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van NoordHolland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat NoordHolland een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van NoordHolland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.
Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van NoordHolland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat NoordHolland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap.
6.3.2 Provinciale ruimtelijke verordening De provincie heeft, voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid, diverse juridische instrumenten tot haar beschikking waaronder een provinciale ruimtelijke verordening (PRV). Door middel van de PRV is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Het betreft regels voor de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen binnen het gehele provinciale grondgebied (hoofdstuk 2, artikelen 5a t/m 8a) en specifiek voor het landelijke gebied van NoordHolland waarmee een provinciaal belang mee gemoeid is (hoofdstuk 3, artikelen 13a t/m 18). Daarnaast worden er regels gesteld over thema's die betrekking hebben op de Groene Ruimte (hoofdstuk 4), de Blauwe Ruimte (hoofdstuk 5) en Energie (hoofdstuk 6).
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 37 van 91
Bestaand stedelijk gebied/Landelijk gebied De PRV maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied (BSG) en Landelijk gebied. Tot BSG wordt gerekend het gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 onder h. van het Besluit ruimtelijke ordening: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het BBG/BSG wordt ook niet langer aangeduid op een illustratieve kaart bij de PRV. In beginsel worden er binnen BSG geen regels gesteld met betrekking tot verstedelijking. Enkel als het gaat om het vestigen van detailhandel op bedrijven of kantoorlocaties (art. 5b). In ieder geval is er altijd een regionale afstemming nodig bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit is anders voor het Landelijk gebied waar verschillende vormen verstedelijking in principe wordt tegengegaan. Regels voor het gehele grondgebied Uitgangspunt is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen (zoals gesteld in artikel 1.1.1, onder i. Bro) zoals woningbouw, aanleg van bedrijventerrein of kantoren in overeenstemming is met regionale afspraken (artikel 5a). Daarnaast stelt de PRV regels voor detailhandel (art. 5b), voor kleinschalige ontwikkeling (art. 5c), voor transformatie glastuinbouw (art. 5d) en voor woningen binnen de 20 Kezone (art.
5e). Gedeputeerde Staten hebben op 28 februari 2017 nadere regels vastgesteld om deze regionale afspraken te concretiseren. Artikel 5a nieuwe stedelijke ontwikkeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals gesteld in artikel 1.1.1, onder i van het Bro mogelijk. Artikel 5c kleinschalige ontwikkeling (artikel 6.4 Omgevingsverordening) Kleinschalige ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is uitsluitend mogelijk binnen een bestaand bouwblok dat al voorzien is van een stedelijke functie. Het aantal woningen mag niet toenemen. Van deze regel kan onder voorwaarden afgeweken worden ten behoeve van de realisatie van maximaal twee burgerwoningen. Bebouwing buiten het bouwblok is mogelijk mits het bebouwd oppervlak niet wordt vergroot. En kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand gebied is tevens toegestaan indien een andere artikel in de provinciale verordening dit mogelijk maakt. Artikel 5d transformatie glastuinbouw Nieuwe bebouwing of een functieverandering van een bestaand glastuinbouwbedrijf naar wonen, bedrijvigheid, kantoren of voorzieningen, is uitsluitend mogelijk indien: a.
toepassing wordt gegeven aan artikel 13a, artikel 16, artikel 17, of artikel 26c van de verordening, of de nieuwe bebouwing of functieverandering past binnen de in artikel 5a bedoelde schriftelijke afspraken en de locatie direct aansluit op bestaand stedelijk gebied en niet is gelegen in glastuinbouwconcentratiegebied of tuinbouwconcentratiegebied, of; b. de nieuwe bebouwing of functieverandering past binnen de door de stuurgroep Greenport Aalsmeer gemaakte schriftelijke afspraken. Artikel 5e woningen binnen de 20 Ke-zone (artikel 6.19 Omgevingsverordening) In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen de 20 Kezone. Echter in het vigerend bestemmingsplan Kudelstaart 2006 zijn nog een aantal directe bouwtitels aanwezig voor het realiseren van woningen in het lint. De realisatie van deze woningen in het lint is tevens overgenomen in dit bestemmingsplan. Negen woningen binnen dit lint zijn gelegen binnen de 20 Kezone. Dit betreffen 6 woningen langs de Hoofdweg, 1 woning aan de Herenweg en 2 woningen aan de
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 38 van 91
Geniedijk (mogelijkheid tot 2onder1 kapwoning). Ten aanzien van de lintbebouwing kan gesproken worden van bestaand stedelijk gebied (BSG). In het vigerend bestemmingsplan zijn op de betreffende locaties woningen toegestaan tussen bestaande woningen in het lint. Er is dus sprake van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen. In een enkel geval is er nog een vrije kavel tussen de bestaande bebouwing. Voor zover het bestemmingsplan woningen toestaat binnen de 20 Kecontour, dient in de bestemmingsplantoelichting rekenschap te worden gegeven van het feit dat op de locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer. Binnen deze contour moet een afweging gemaakt worden voor de gewenste ontwikkeling in relatie tot externe veiligheid en geluid. <0000> Rekenschap geven van vliegtuiggeluid In juli 2016 is er tussen regio, Rijk en luchtvaartsector een akkoord bereikt binnen het onderdeel “wonen en vliegen” van het SMASHtraject. Met dit akkoord is met het oog op de leefbaarheid en vitaliteit en in verband met de woningbouwopgave in de metropoolregio meer afwegingsruimte voor woningbouw overeengekomen voor het lokaal bestuur. Per 1 januari 2018 is conform deze afspraken het Luchthavenindelingbesluit gewijzigd. Tevens is het beleid voor het gebied binnen de 20 Kecontour in het LIB verankerd.
In samenhang met de vergroting van de lokale afwegingsruimte dienen gemeenten de afspraken na te komen die zijn gemaakt om te voorkomen dat de luchtvaartsector voor extra kosten komt te staan door nieuwe woningbouwontwikkelingen. Kern van deze afspraken is het rekenschap geven van vliegtuiggeluid in ruimtelijke plannen, mede met het oog op objectieve en vroegtijdige informatievoorziening van (toekomstige) bewoners. In samenspraak met de gemeenten in de regio is een handreiking opgesteld hoe op transparante wijze de afspraak over rekenschap geven in te vullen. Deze handreiking is in een provinciale beleidsregel vertaald. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zal de provincie aan deze regel toetsen. Conform deze regel dient in ruimtelijke plannen een aantal stappen te worden doorlopen om te kunnen concluderen dat aan de afspraak over rekenschap geven is voldaan: een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingengebied; a. een beschrijving van de huidige geluidsituatie op die woningbouwlocatie; b. een beschrijving van verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidsituatie op de woningbouwlocatie; c.
een beschrijving van de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid gelet op de leefbaarheid en de lokale vitaliteit, de kwaliteit van de locatie en/ of de regionale woningbouwmarkt en woningbouwopgave; d. een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in a., b., c. en d. Ad a. De ligging in het beperkingengebied De negen woningen die volgens een directe bouwtitel nog gerealiseerd kunnen worden en binnen de 20 Kezone liggen, zijn gelegen langs de Hoofdweg, Herenweg en Geniedijk. Op de percelen Hoofdweg tussen 120 en 126, tussen 128 en 130 en tussen 144 en 146 kunnen in totaal 6 woningen gerealiseerd worden. Op het perceel Herenweg tussen 47 en 49 kan 1 woning gerealiseerd worden en op het perceel Geniedijk naast 30 kan 1 woning of een 2onder1kapwoning gerealiseerd worden. De woningen aan de Hoofdweg en Herenweg zijn gelegen tussen de Aalsmeerbaan en de Kaagbaan. De woning (2onder1kap) langs de Geniedijk, ligt binnen het invloedsgebied van de Aalsmeerbaan.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 39 van 91
Ligging woningen lint binnen 20 Ke-zone
Ad b. De huidige geluidsituatie Gegevens over de actuele geluidbelasting vanwege vliegtuigverkeer kunnen worden ontleend aan de geluidbelastingkaarten die elke vijf jaar volgens de Europese richtlijn omgevingslawaai worden opgesteld en de informatie op de website van het Bewonersaanspreekpunt Schiphol. In het kader van de Europese richtlijn omgevingslawaai karteren gemeenten de geluidsbelasting van een luchthaven als die groter of gelijk is aan 55 dB Lden of 50 dB Lnight. Geluidbelasting lager dan deze waarden worden niet gerapporteerd. De huidige geluidbelastingkaarten dateren van juni 2017. Volgens deze kaarten ondervinden de locaties langs de Geniedijk, Hoofdweg en Herenweg een geluidbelasting van minder dan 55 dB Lden en minder dan 50 dB Lnight. Daarmee is de geluidbelasting overdag aanzienlijk lager dan de grens van 58 dB waarop het LIB 4 gebied is gebaseerd waarbinnen vanwege de geluidbelasting bouwbeperkingen zijn opgelegd. Voor de berekening van het aantal ernstig slaapgestoorden rond Schiphol wordt uitgegaan van de 40 dB (A) Lnight contour. Deze ligt volgens de geluidsbelastingkaarten in ieder geval onder de 50 dB Lnight. Exacte gegevens zijn niet bekend aangezien de website van het Bewonersaanspreekpunt Schiphol deze gegevens niet beschikbaar heeft. Ad c.
Toekomstige ontwikkelingen In het zogenaamde Aldersakkoord van 2008 zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van Schiphol tot 2020. In het akkoord is vastgelegd dat Schiphol mag groeien tot maximaal 500.000 vluchten per jaar. Na 2020 mag de luchthaven verder groeien op basis van een evenredige verdeling van de gerealiseerde milieuwinst tussen de sector en de omgeving. Volgens deze afspraak mag 50% van de milieuwinst worden ingezet voor verdere groei. De andere 50% komt ten goede aan de kwaliteit van de leefomgeving. Conform de afspraken uit het Aldersakkoord wordt strikt geluidpreferentieel gevlogen. Dit betekent dat die banen worden ingezet die het minst geluidoverlast veroorzaken. Op dit moment wordt in het kader van de Omgevingsraad Schiphol gewerkt aan advisering van de verantwoordelijke minister over de verankering van het geluidpreferentiële stelsel in wet en regelgeving en over de verdere ontwikkeling van Schiphol na 2020 in balans met de omgeving.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 40 van 91
De huidige operatie op Schiphol benadert het maximale scenario van 500.000 vluchten. De beschreven actuele geluidbelasting benadert daarmee de geluidbelasting die op basis van het maximale aantal van 500.000 vluchten gerealiseerd zal worden. Afhankelijk van de specifieke weersomstandigheden zal dan de geluidbelasting per jaar enigszins kunnen verschillen. Naarmate Schiphol verder groeit zal ook het verkeer over de nietpreferente banen meer toenemen. Andere toekomstige ontwikkelingen die de geluidshinder kunnen verminderen betreffen onder andere het hoger aanvliegen overdag, vaste naderingsroutes overdag, efficiënter afstand houden voor landende vliegtuigen, op tijd gebaseerd afstand houden bij landingen en beperken nachtelijke starts Zwanenburgbaan in zuidelijke richting bij kort baanonderhoud. Gezondheidsrisico's van geluidoverlast worden vooral in verband gebracht met slaapverstoring. Van belang in dit verband is dat de Aalsmeerbaan in beginsel ’s nachts is gesloten. De nacht duurt van 23.00 uur tot 06.00 uur. De sluiting van de Aalsmeerbaan in de nacht staat voor zover nu bekend ook in de toekomst niet onder druk. Ad d. Het belang van woningbouw Het vigerend bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen in het lint reeds mogelijk. Het opvullen van een gat in het lint is van oudsher een van de uitzonderingen van het LIB om woningbouw mogelijk te maken.
In dit geval gaat het om 9 woningen die binnen de 20 Kezone liggen. De 6 woningen die in het lint aan de Hoofdweg toegevoegd kunnen worden, liggen ten zuiden van de ontwikkellocatie Hoofdweg Zuid. Op deze locatie wordt het voormalig kassengebied (‘transformatiegebieden en verspreid glas’, ‘Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer’) getransformeerd naar woongebied. In het lint voor dit kassengebied, staan nog een aantal bedrijfsgebouwen/ kassen. Met de ontwikkeling van deze woonwijk ligt het voor de hand dat de nog aanwezige bedrijfsgebouwen/ kassen in het lint plaats zullen maken voor woningen. Dit tevens om verval of ongewenst gebruik van deze gebouwen/kassen te voorkomen. Daarnaast zijn er gelet op de woningbehoefte binnen de regio, geen redenen om de bestaande bouwrechten weg te bestemmen. Het aantal gehinderden zal met het toevoegen van 9 woningen slechts marginaal toenemen. Ad e. Slotconclusie Gelet op de vigerende bouwrechten is het realiseren van 9 woningen binnen de lintbebouwing en binnen de 20 Kecontour reeds mogelijk. Tegen het meenemen van deze bouwrechten in dit bestemmingsplan bestaan vanuit de afweging van de geluidbelasting vanwege vliegtuiggeluid geen zwaarwegende bezwaren. Afhankelijk van persoonlijke omstandigheden kan vliegtuiglawaai voor hinder zorgen. Om deze reden is het van belang open en transparant te informeren over de mogelijkheid van vliegtuiglawaai.
Door vroegtijdig te informeren over geluidhinder van vliegtuigen kan hinderbeleving worden voorkomen. Informatievoorziening over vliegtuiggeluid valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Bij de wens van de eigenaren van de percelen om een woning te bouwen in het lint wordt op een deugdelijke informatievoorziening van de toekomstige bewoners ingezet. <0000> Rekenschap geven aan externe veiligheid Het vliegverkeer van en naar Schiphol brengt externe veiligheidsrisico’s met zich mee. In heel Nederland kan een vliegtuig neerstorten maar de meeste luchtvaartongevallen gebeuren op of in de directe omgeving van een vliegveld. In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) zijn daarom regels opgenomen onder meer ten aanzien van het onderwerp externe veiligheid. In bijlage 3 van het LIB is het gebied voor ‘beperkingen bebouwing’ aangewezen. Voor externe veiligheid zijn de zones 1 en 3 relevant; 2 en 4 hebben betrekking op geluid. Zone 1 is de sloopzone vanwege externe veiligheid. In dit gebied is het doel om het risico van slachtoffers op de grond ten gevolge van een vliegtuigongeluk te minimaliseren. Om die reden zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten niet
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 41 van 91
toegestaan. Alleen zeer extensief gebruik van gronden is mogelijk. Zone 3 wordt afgebakend door de zogenaamde PR 106 contour. Binnen deze contour is de kans dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een vliegtuigongeval, 1 op de miljoen per jaar. Binnen zone 3 is –gelet op de risico’s – tevens het doel om grote concentraties van personen te voorkomen. Buiten het LIB 3 gebied is de kans zich in een ongevalgevolggebied (gebied met wrakstukken) van een vliegtuigongeval te bevinden, dus betrokken te raken bij een vliegtuigongeval, lager dan ongeveer 3,6 per miljoen jaar (oftewel eens per 278.000 jaar). De kans dat een vliegtuig neerstort exact op het plangebied is dan natuurlijk nog kleiner en feitelijk niet anders dan elders in Nederland onder vliegroutes. Per wijziging van 1 januari 2018 is een nieuw ‘afwegingsgebied’ (zone 5) toegevoegd aan bijlage 3 van het LIB. In dit gebied (afgebakend door de voorheen geldende planologische 20 Ke zone) bestaat er een enigszins verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond. Gelet hierop dienen gemeenten op grond van artikel 2.2.1.d, lid 2 LIB te motiveren de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.
De genoemde 9 woningen in het lint vallen binnen zone 5. In de huidige situatie is sprake van een lege kavel tussen woningen in het lint of er staan nog bedrijfsgebouwen/ kassen in het lint. In de nieuwe situatie is uitsluitend sprake van wonen. Onderliggend bestemmingsplan heeft niet direct tot gevolg dat het gebied intensiever wordt gebruikt dan in de huidige situatie. En van de 9 woningen die mogelijk zijn, is dit verspreid over drie ver van elkaar af liggende locaties. Als het gebied al intensiever wordt gebruikt dan is dit marginaal. Bij een intensiever gebruik kunnen bij een vliegtuigongeval meer slachtoffers vallen, dit wordt echter om de volgende redenen aanvaardbaar geacht. <0000> De kans op een dergelijke ramp binnen het plangebied is zeer klein te noemen. Het is in ieder geval kleiner dan 1 op de miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten zone 3. Een kans van 1 op de miljoen per jaar wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) al zo gering gezien dat het risico als aanvaardbaar wordt geacht. De kans op het optreden van dergelijk incident is verwaarloosbaar klein. <0000> Er zijn geen gevaarlijke of ontplofbare objecten in de omgeving van het plangebied waardoor vervolgschade (kettingreactie of dominoeffect) zou kunnen ontstaan. <0000> De gemeente kan geen maatregelen treffen om dergelijk ongeluk te voorkomen (bronmaatregel).
Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten lopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen zijn zowel ten aanzien van vliegtuigen (technische veiligheid), maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van de luchthaven werken en voor reizigers. De overheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen. <0000> De mogelijkheden voor het treffen van effectmaatregelen om de gevolgen te beperken, zijn zeer gering. In het algemeen geldt dat nieuwbouw (gelet op de eisen van Bouwbesluit 2012) zeer goed bestand is tegen brand. Aanwezigen in een pand zijn derhalve goed beschermd tegen hittestraling indien een vliegtuig in de directe omgeving van het gebouw neerstort. Daarnaast is er in de nieuwe situatie geen sprake van een intensiever gebruik van het perceel dan in de huidige situatie. <0000> De hulpdiensten treden in het geval van een ramp volgens het hiervoor geldende protocol op. De kwaliteit van de hulpdiensten wordt door intensieve monitoring steeds verbeterd. Sinds de Bijlmerramp zijn de lokale rampenplannen verbeterd.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 42 van 91
Lokale bestuurders zijn en worden getraind in het leiding geven tijdens crisissituaties. Dit wordt periodiek herhaald en geëvalueerd. <0000> In het plangebied is de functie wonen gepland. De bewoners kunnen zichzelf en anderen over het algemeen goed redden. In het plangebied worden geen zeer kwetsbare objecten toegestaan. Dat zijn gebouwen voor minder redzame groepen, zoals kinderen, zieken en andere zorgbehoevenden. Als het gaat om maatregelen om zelfredzaamheid te vergroten is de conclusie dat er geen realistische maatregelen zijn te treffen die de effecten van een vliegtuigongeval beperken. Hoewel er vanuit het Bouwbesluit strenge eisen gelden in verband met de bestrijdbaarheid van een ramp, zullen er voor de personen in het getroffen gebouw weinig mogelijkheden om zichzelf in veiligheid te brengen. Voor vluchten is immers geen tijd en gewone gebouwen bieden nu eenmaal onvoldoende bescherming tegen de risico’s van een daarop neerstortend vliegtuig. De eisen vanuit het Bouwbesluit dragen er vooral toe bij dat personen die zich in gebouwen in de nabijheid van de rampenlocatie bevinden zichzelf snel in veiligheid kunnen brengen. <0000> In het geval van calamiteiten worden burgers door de overheid zo snel mogelijk geïnformeerd hoe ze moeten handelen (bv. via NLAlert). De (rijks)overheid adviseert burgers in geval van een vliegtuigongeval het volgende: <0000> Ga niet kijken.
<0000> Houd afstand bij brand vanwege de hitte en de giftige rook. <0000> Houd afstand vanwege gevaarlijke stoffen die kunnen vrijkomen. <0000> Bel 112 als dat nog niet gebeurd is. De woningen zijn gelegen aan de Hoofdweg, Herenweg en Geniedijk. Vluchtroutes zijn met name gericht naar deze wegen. Ook is het mogelijk dat bewoners richting de achter gelegen polder/ kassengebied of woonwijk vluchten. Hulpdiensten kunnen de woningen langs het lint vanuit twee richtingen bereiken en dus vanuit verschillende windrichtingen. De Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland is voorbereid op het crisistype luchtvaartincidenten. De Wet Veiligheidsregio’s verplicht veiligheidsregio’s tot het beschikken over een crisisorganisatie (artikel 16). Deze crisisorganisatie – die wordt beschreven in een crisisplan – moet voorbereid zijn op de bestrijding van branden, rampen en crises die zich volgens het door de veiligheidsregio (ook verplicht) opgestelde regionaal risicoprofiel kunnen voordoen. In het kort bestaat zo’n crisisorganisatie uit multidisciplinaire teams van politie, brandweer, geneeskundige hulpverlening en gemeenten die zich richten op bronbestrijding, redding, hulpverlening, opvang en nazorg. Zodra zich een ongeluk voordoet treedt dit plan in werking. De werkwijze, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken instanties zijn hierin nauwkeurig beschreven.
Dit risicoprofiel wordt (wederom verplicht) eens per 4 jaar geactualiseerd. Op basis van dit risicoprofiel stelt de veiligheidsregio een beleidsplan op om de crisisorganisatie zo goed als mogelijk voorbereid te houden. Het crisistype luchtvaartongeval is een van de typen die worden genoemd in het regionaal risicoprofiel van de Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland. Naast de generieke voorbereiding van de crisisorganisatie, bestaat er ook specifieke voorbereiding voor luchtvaartongevallen. Die bestaat met name uit een (multidisciplinair) calamiteitenplan luchtvaartongevallen en veel gezamenlijke trainingen en oefeningen van de brandweer. Regels voor het landelijk gebied Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen of ontwikkelingen ten aanzien van agrarische percelen en agrarisch aanverwante bedrijven binnen landelijk gebied (buiten bestaande stedelijk gebied) dient voldaan te worden aan een ruimtelijke kwaliteitseis (artikel 15). Deze ruimtelijke kwaliteit is beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 43 van 91
(zie 7.4.2) zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 21 juni 2010. Dergelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan de uitgangspunten ten aanzien van: a. de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en aardkundige waarden; b. de kernkwaliteiten van de bestaande dorpsstructuur waaraan wordt gebouwd; c. de openheid van het landschap daarbij inbegrepen de stilte en duisternis; d. de historische structuurlijnen; e. cultuurhistorische objecten. Het bestemmingsplan is overwegend conserverend ten opzichte van de voorgaande planologische regelingen. Er worden geen extra bouwmogelijkheden (verstedelijking) toegestaan in strijd met de regels voor Landelijk gebied die al niet eerder zijn toegestaan op basis van genomen afwijkingsbesluiten. Natuurverbindingen (artikel 19, artikel 6.38 Omgevingsverordening) Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er is wel sprake van een natuurverbinding. Deze loopt over de dijk die loopt tussen de Hoofdweg en Ambachtsheerweg (zuidwestelijke grens van het plangebied). Deze dijk heeft in het bestemmingsplan de bestemming Groen met de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'.