CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 1 - Nota van Inspraak en Vooroverleg Uiterweg Plasoevers.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 16 november 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'25.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

h.

Indiener merkt op dat de gemiddelde oppervlakte van een

De afmetingen van woonarken voor verblijfsrecreatie komen voort

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 25

recreatiewoning binnen de planontwikkeling van Het Bree (toelichting paragraaf 4.7.1) met 92,5 m2 veel groter is dan de oppervlakte van een recreatieark van 75 m2. Ook is een recreatieark beperkt met een hoogte van maximaal 3 meter. Dit verschil is onwenselijk en niet uit te leggen. Gezien de intentie om verblijfsrecreatie is ontwikkelen wordt verzocht de ongelijkheid weg te nemen.

i.

Binnen jachthaven is op de planverbeelding nog een woonark voor recreatie aangegeven (Uiterweg 127 ws26). Deze ark is al weg en de vergunning is overgeschreven naar een nieuwe eigenaar. Er zal hier geen ark terugkomen. Verzocht wordt dit aan te passen.

j.

Indiener stelt dat het begrip ‘woonark’ (art. 1.204) met de passage ‘…doorgaans een betonnen casco’ de lading niet dekt.

uit het bestemmingsplan ‘Woonarken’. Dit maatvoeringsbeleid is er op gericht de omvang van woonarken zoveel mogelijk te beperken, gelet op de hoge landschappelijke waarde van het gebied. Hier komt het uitgangspunt van 75 m2 per laag vandaan. Ook het woon- en gebruikscomfort is in het maatvoeringsbeleid betrokken. De regel is dat recreatief gebruik minder eisen stelt wat betreft de omvang van de woonark dan het gebruik voor permanente bewoning, zodat voor recreatiedoeleinden in beginsel een eenlaagse woonark volstaat, maar voor wonen een tweelaagse ark het minimum is. De verhouding 15 x 5 x 3 meter voor een woonark voor verblijfsrecreatie is vervolgens vanuit stabiliteit van de ark de optimale verhouding. Oppervlakten van recreatiewoningen zijn niet op voorhand vastgelegd. Dit wordt bepaald per transformatie/ontwikkeling aan de hand van de gebiedsgerichte criteria uit de Structuurvisie Uiterweg. Het is dus afhankelijk van de ligging, de oorspronkelijke bestemming, bestaande bouwrechten (dit in relatie tot de 1:25 norm) en het bedrijfsconcept van de ondernemer. De specifieke planontwikkeling van Het Bree richt zich op een recreatieaanbod in het hogere marktsegment, op een voormalige jachthavenbestemming met ruime bouwmogelijkheden. Overigens is de genoemde oppervlakte voor een recreatiewoning hier incl. overkappingen.

De planontwikkeling van het Bree is overigens uit dit bestemmingsplan gehaald en zal een apart planologisch spoor doorlopen. Wij verwijzen tevens naar de beantwoording van reactie 19. Binnen de bestemmingen ‘Recreatie – Jachthaven 1’ en ‘Water’ met functieaanduiding (swa-jhrw), die voor uw jachthaven gelden, zijn ligplaatsen voor woonarken voor niet-permanente bewoning toegestaan. De ligplaats is niet expliciet bestemd (zoals dat wel is gebeurd voor arken buiten een jachthaven met de bestemming ‘Water – Verblijfsrecreatie’). U duidt waarschijnlijk op de weergave in de ondergrond. Met betrekking tot deze weergave verwijzen we naar de beantwoording van zienswijze 28 e. De toevoeging ‘doorgaans’ impliceert al dat casco’s ook van een ander materiaal gemaakt kunnen worden. Ook andere materialen

Nee

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 26

Het komt ook voor dat casco’s gemaakt zijn van staal of kunststof. Verzocht wordt dit aan te passen. k.

Indiener merkt op de toegestane maatvoering voor woonarken voor permanente bewoning (art. 24.2) ruimer is de voor woonarken voor verblijfsrecreatie (art. 25.2). Vooral de hoogte van 3 meter is te beperkend waardoor het onmogelijk is om twee bouwlagen te realiseren. Een verruiming van de hoogte eventueel met een beperking van de lengte geeft meer mogelijkheden voor variatie in architectuur. Hierdoor is ook binnen de jachthavens minder ruimte nodig.

noemen verduidelijkt het begrip niet. Daarnaast kan dit nooit een limitatieve oplossing zijn. De begripsbepaling in het voorontwerp is echter niet de juiste. In het ontwerp zal deze gelijk aan die in de Ligplaatsenverordening worden opgenomen. De maatvoeringen en de verschillen hiertussen bij woonarken voor permanente bewoning en verblijfsrecreatie vloeien voor uit het bestemmingsplan ‘Woonarken’ (zie ook paragraaf 6.3.1.3 van de toelichting van dat plan). Hierbij is onderscheid gemaakt v.w.b. de ligging van de woonark in stedelijk (ruimere afmetingen) of landelijk gebied of het type woonark. Aan recreatief gebruik worden minder eisen gesteld dan bij permanent wonen. Wij stellen vast dat bij een recreatieve woonark een bouwlaag volstaat en bij permanente bewoning een tweelaagse woonark het minimum is. Een verruiming van de hoogte ten koste van de lengte is ook niet gewenst om de stabiliteit van een woonark te kunnen waarborgen, een juiste verhouding van afmetingen is hier gewenst.

Nee

Juist om de landschappelijke impact tot het minimum te beperken zijn binnen de jachthavens enkel éénlaags woonarken voor verblijfsrecreatie toegestaan. Dit belang prevaleert boven een ruimtelijk optimale invulling van de jachthaven. Hierbij verwijzen we ook naar de beantwoording onder h. 32.

Inspraakreactie 32 (ontvangen 18 april 2019) (D19-099182)

a.

De inspraakreactie heeft betrekking op de ontwikkeling van Zeilfort Kudelstaart. Zij heeft bezwaar tegen de omvang van de ontwikkeling en de vele hinder veroorzakende functies. Zij uit haar zorgen met betrekking tot verkeers-, parkeer- en geluidsoverlast en het ontbreken van de haalbaarheidsonderzoeken naar bodem, verkeer en flora en fauna. Indiener is van mening dat een kleiner plan meer recht doet aan het provinciaal beleid en de status als rijksmonument.

Voor de ontwikkeling van het Zeilfort Kudelstaart wordt een aparte planologische procedure worden doorlopen. De eerstvolgende stap daartoe is de terinzage legging van een ontwerpbestemmingsplan voor de fortlocatie. Dit ontwerp heeft van 5 juni t/m 19 2020 ter inzage gelegen. De inspraakreacties die zijn ingediend op dit specifieke onderwerp zijn betrokken bij dit ontwerpbestemmingsplan ‘Fort Kudelstaart’. Hierover heeft u bericht ontvangen. De locatie van het fort zal niet meer tot het plangebied van ontwerpbestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2020’ horen.

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 27

33.

Inspraakreactie 33 (ontvangen 18 april 2019) (D19-099502)

a.

Indiener is van mening dat recreatie-eilandjes in de Bovenlanden een andere, minder strenge, status moeten krijgen dan in het plassengebied. Recreatiekavels op de Bovenlanden worden vaak omsloten door jachthavens, woonarken en ander (watersport gerelateerde) bedrijvigheid. Veel kavels bestaan al meer dan 50 jaar en zullen niet meer agrarisch gebruikt worden. Verzocht wordt de bestemming te wijzigen van ‘Agrarisch – Tuinbouw met recreatie’ naar ‘Recreatie – Privé’. Hierbij kan bebouwing op kavels kleiner dan 1000 m2, erfscheidingen en aanmeren van boten tot max. 15 meter worden toegestaan.

Het bestemmingsplan heeft als uitgangspunt dat het conserverend is. Dit betekent dat het plan qua mogelijkheden niet afwijkt van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. De recreatiekavels in de Bovenlanden zijn in het geldende plan toegestaan binnen de agrarische bestemming. Dit betekent dat naast het exploiteren van een tuinbouwbedrijf ook recreatiekavels zijn toegestaan. Beide gebruiksmogelijkheden willen wij respecteren in het nieuwe bestemmingsplan. Op deze agrarische bestemming mogen namelijk ook kassen worden gebouwd. Deze bouwrechten hebben hun waarde wanneer grondeigenaren overwegen hun gronden in ontwikkeling te brengen zoals de Structuurvisie Uiterweg voorstaat. Wij houden daarom vast aan de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’.

Ja

Verruimen van de bouwmogelijkheden op deze kavels is niet wenselijk. Meer mogelijkheden bieden werkt permanent verblijf en verrommeling van het gebied in de hand. Daarentegen zal het overeenkomstig het geldende bestemmingsplan in dit plan ook mogelijk zijn om één aanlegplaats bij een als zodanig bestemd recreatiekavel te hebben. Voorwaarde hierbij is dat er voldoende doorvaart gewaarborgd blijft. Dit zal in het ontwerpplan worden aangepast. 34.

Inspraakreactie 34 (ontvangen 18 april 2019) (D19-099505)

a.

De inspraakreactie is gelijkluidend aan de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 33.

35.

Inspraakreactie 35 (ontvangen 18 april 2019)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 33.

Ja

(D19-099518 en D19-100440)

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 28

Voor de ontwikkeling van het Zeilfort Kudelstaart wordt een aparte planologische procedure worden doorlopen. De eerstvolgende stap daartoe is de terinzage legging van een ontwerpbestemmingsplan voor de fortlocatie. Dit ontwerp heeft van 5 juni t/m 19 2020 ter inzage gelegen. De inspraakreacties die zijn ingediend op dit specifieke onderwerp zijn betrokken bij dit ontwerpbestemmingsplan ‘Fort Kudelstaart’. Hierover heeft u bericht ontvangen. De locatie van het fort zal niet meer tot het plangebied van ontwerpbestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2020’ horen.

Ja

Indiener is eigenaar van kadastrale percelen H2738 en H2740 aan Uiterweg 70. Voor H2738 is in het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ van toepassing. Hierbinnen zijn recreatiekavels en maximaal één ligplaats voor een pleziervaartuig van max. 10 meter toegestaan. Uit de uitspraak van de Raad van State (3 sept 2008) volgt dat ter plaatse van H2738 een pleziervaartuig van 15 meter kan worden aangemeerd. De lengtebeperking zou niet gelden ter plaatse van dit kavel. Een dergelijke lengte hindert de scheepvaart hier niet. Met dit recht is in het voorontwerp geen rekening gehouden. Hierin het heeft perceel de bestemming ‘Natuur’ en ‘Water-2’. Deze bestemmingen staan geen recreatiekavel toe.

De Raad van State heeft in haar uitspraak overwogen dat het beperken van de lengte van het pleziervaartuig tot maximaal 10 meter op deze locatie geen doel treft. De regel uit het bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ (art. 11.3.2. onder d.) is voor uw perceel (H2738) vernietigd en van goedkeuring onthouden. De gemeenteraad heeft met betrekking hierop nooit een nieuw besluit genomen. Op basis van de geldende bestemmingsplanregeling is er momenteel dus geen recht op een ligplaats voor een pleziervaartuig. Een nieuw besluit had, gelezen de overwegingen van de Afdeling echter wel voor de hand gelegen.

Ja

De indiener stelt dat het niet de bedoeling kan zijn dat onder de

In het ontwerp zal voor perceel H2738 de bestemming ‘Natuur’

a.

De inspraakreactie heeft betrekking op de ontwikkeling van Zeilfort Kudelstaart. Indiener heeft bezwaren tegen het toevoegen van nieuwe ligplaatsen langs de ringdijk. Daarnaast is zij van mening dat een starttoren niet nodig is en vreest dat deze voor een ander doel zal worden gebruikt. Indiener vraagt deze mogelijkheden uit het plan te schrappen.

36.

Inspraakreactie 36 (ontvangen 18 april 2019) (D19-100586)

a.

b.

Het perceel H2738 had in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met een aanduiding ‘zone voor natuurontwikkeling’. Hierbinnen zijn alleen recreatiekavels toegestaan die op het moment van terinzagelegging van dat ontwerp al aanwezig waren. Aangezien deze kavel door u in 1998 werd gekocht en recreatief werd gebruikt (zie uitspraak), wordt aan deze voorwaarde voldaan. Aan het perceel (voor zover dit het land betreft) zal een aanduiding ‘recreatie’ worden toegevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan zal op dit punt worden aangepast. Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 29

bestemming ‘Natuur’ het gebruik van een ligplaats voor pleziervaartuigen niet is toegestaan, terwijl dat binnen de aangrenzende bestemming ‘Water-2’ wel is toegestaan.

worden aangepast zodat het gebruik als recreatiekavel is toegestaan (zie onder a.). Binnen de bestemming ‘Water-2’ zal in het ontwerp de specifieke gebruiksregel worden aangepast waarin de aanleg van pleziervaartuigen langs recreatiekavels specifieker wordt geregeld. De lengte van deze pleziervaartuigen wordt niet beperkt. Er dient enkel een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter te worden gewaarborgd. Op deze manier sluiten beide bestemmingen qua gebruiksmogelijkheden op elkaar aan. Of er sprake was van een toezegging is ook aan de orde geweest in de uitspraak van 3 september 2008. In overweging 2.13.2 oordeelt de Afdeling dat van een toezegging (dat geen ontheffing voor het aanleggen van pleziervaartuig nodig is) geen sprake is. Ondanks het ontbreken van de toezegging zullen we het gewenste aanleggen van een pleziervaartuig aan deze kavel in het ontwerp toestaan (zie a. en b.). De gebruiksbepaling, waaronder het strijdig gebruik, in de bestemming ‘Water-2’ wordt overeenkomstig aangepast (zie ook onder b) waardoor aanleggen van kajuitboten aan recreatiekavels gedurende het recreatieseizoen tussen 1 april en 15 oktober is toegestaan.

Ja

c.

Om het bovenstaande kracht bij te zetten stelt de indiener dat het bevoegd orgaan een toezegging heeft gedaan dat een ligplaats voor een pleziervaartuig ter plaatse van H2738 is toegestaan. Hij verwijst voor deze toezegging naar een brief van 21 oktober 1998.

d.

Indiener stelt dat het strijdige gebruik binnen de bestemming ‘Water-2’ (art. 23.4.2 onder c.) niet in overeenstemming is met de regels voor aanleggen van een kajuitboot in de Algemene Plaatselijke Verordening (art. 5:26a lid 3). Nu mag een kajuitboot niet langer dan 48 uur worden aangelegd, terwijl de APV dit binnen het gehele recreatieseizoen toestaat.

e.

Indiener stelt dat voor recreatiekavel H2740 het gebruik voor ligplaatsen voor pleziervaartuigen binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met aanduiding ‘recreatie’ ontbreekt. Deze mogelijkheid is wel geboden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ met de aanduiding ‘recreatie’ (art. 4.4.1. onder b).

In het ontwerp zal binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ een soortgelijke gebruikspaling worden opgenomen.

Ja

f.

Indiener wijst op de verschrijving in de aanhef van art. 4.1. Hier staat ‘Agrarisch – Tuinbouw’, wat moet zijn ‘Agrarische met waarden’.

Dank voor de opmerking. De verschrijving zal worden hersteld.

Ja

g.

Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegplaats aan te leggen (art. 3.5.1. onder e.). Onduidelijk is hoe deze vergunningplicht zich verhoudt tot bestaande ligplaatsen.

De vergunningplicht die voortvloeit uit art. 3.5.1 onder e) geldt vanzelfsprekend niet voor situaties die al aanwezig zijn. Het gaat hier om een vergunningplicht voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Bij bestaande situaties hebben deze ingrepen al

Ja

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 30

plaatsgevonden. Wij zullen in het ontwerp echter wel een aantal aanvullingen doen bij de ‘Toegestane werkzaamheden’ in artikel 3.5.2. Op die manier wordt duidelijk dat ook werkzaamheden die al in uitvoering zijn vóór het moment van terinzaglegging van het ontwerp buiten de vergunningplicht vallen. h.

De reactie zoals onder d. is ook van toepassing op het water grenzend aan recreatiekavel H2740. Verzocht wordt ook hier de beperking ‘…niet langer dan 48 uur’ aan te passen zodat het aanleggen van een pleziervaartuig gedurende het gehele recreatieseizoen is toegestaan.

37.

Inspraakreactie 37 (ontvangen 18 april 2019)

We verwijzen naar de beantwoording onder d. De beperking van maximaal 48 uur komt integraal te vervallen voor zover het water is gelegen aan een als zodanig bestemd recreatieperceel.

Ja

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 33.

Ja

Dat een gebied, waarbinnen de woningen Uiterweg 13-15 liggen, is aangewezen als beschermd dorpsgezicht ‘De Ontginningsas’ is een gegeven. Het college van B&W heeft hier over besloten op 11 juni 2013. De waardestelling, die ook als bijlage bij dit bestemmingsplan zit, behoort bij het aanwijzingsbesluit. Het aanwijzen van gebieden als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht heeft op zichzelf geen juridische consequenties, omdat de regelgeving wordt bepaald in het bestemmingsplan en de welstandsnota.

Nee

(D19-100693) a.

De inspraakreactie is gelijkluidend aan de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 33.

38.

Inspraakreactie 38 (ontvangen 18 april 2019) (D19-100752, D19-153079)

a.

Indieners zijn eigenaar van de percelen Uiterweg 13-15. De woningen zijn aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Indieners kunnen zich hier niet in vinden aangezien deze aanduiding eventuele aanpassingen aan de gebouwen beperkt. De waardestelling is daarnaast onvoldoende gemotiveerd en beschreven welke waarden beschermd moeten worden.

In het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ waren beide woningen voorzien van een bouwvlak overeenkomstig de bestaande woning en was een goot- en bouwhoogte toegestaan van 4,5 en 8,5 meter. In het voorontwerp is dit 4,5 en 9 meter. Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 31

Ook verplicht het geldend plan reeds in een kap. In algemeenheid is het voorontwerp conserverend van aard en respecteert het de feitelijke situatie. Wij zien niet in hoeverre de regels van het nieuwe bestemmingsplan eventuele aanpassingen aan de woningen beperkt. Daarbij is het van belang op te merken dat het hoofdgebouw op Uiterweg 15 een rijksmonument betreft waardoor er om die reden al aanvullende eisen gelden. b.

c.

Indiener stelt dat de feitelijke situatie niet juist is weergegeven op de plankaart. In het verleden heeft de gemeente vergunningen verleend voor woningen achter Uiterweg 13 (nrs. 13A, 13B en 13C). Deze gronden hebben een bestemming ‘Wonen’. Het pand Uiterweg 13B heeft de aanduiding ‘recreatiewoning’. Er is hier feitelijk al jaren sprake van bewoning, aldus de foto’s van 1910, 1930 en 1975. Destijds had het pand nooit een recreatieve bestemming. Verzocht wordt het pand als woning te bestemmen.

Uiterweg 13B heeft in het geldende bestemmingsplan ‘UiterwegPlasoevers 2005’ binnen de bestemming ‘Woondoeleinden, niet gestapeld’ een aanduiding ‘recreatiewoning’. Uit de genoemde foto’s blijkt weliswaar de aanwezigheid van een gebouw (niet het huidige gebouw), maar niet de (permanente) bewoning er van. U heeft niet aan kunnen tonen dat bewoning van dit pand legaal aanwezig is, doormiddel van bijvoorbeeld een bouwvergunning of vrijstellingsbesluit.

Voor het pand Uiterweg 13C ontbreekt een bouwvlak op de kaart. Volgens de indiener is dit pand vergund en gebouwd als havenmeesterswoning. Toen had het pand een aanduiding ‘Gebouw 2’.

Uit de bijgevoegde bouwtekening van Uiterweg 13C blijkt niet dat dit bij een door de gemeente Aalsmeer verleende bouwvergunning voor een burgerwoning behoort. Bij het bestemmen van de oorspronkelijke jachthavenbestemming naar een woonbestemming is geoordeeld dat een havenmeesterwoning niet meer noodzakelijk is. Er wordt immers geen jachthaven meer geëxploiteerd. Om die reden heeft het gebouw in het bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ geen bouwvlak meer gekregen. Het gebouw wordt als bijbehorend bouwwerk aangemerkt. Er is geen aanleiding het pand te voorzien van een bouwvlak en dus als hoofdgebouw in gebruik te laten nemen als woning. Het toevoegen van woningen achter het lint is in strijd met het lintenbeleid en de Structuurvisie Uiterweg. Afwijken van dit beleid zal ongewenste precedenten in de hand werken.

Nee

Legalisering van de permanente bewoning van een recreatiewoning zal een ongewenste precedent scheppen voor vergelijkbare situaties. Hier zal het ontwerpbestemmingsplan niet in voorzien. Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 32

d.

Indiener heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een nieuwe ontwikkeling ter hoogte van de ligplaats van de woonark Uiterweg 13WS en de door brand verwoeste opslagloods. Verzocht wordt dit plan mee te nemen in dit bestemmingsplan.

Voor de verplaatsing van de woonark Uiterweg 13WS worden met u afspraken gemaakt voor een postzegelbestemmingsplan.

Nee

e.

Indiener wenst twee boothuizen te bouwen op het perceel Uiterweg 13-15 (zoals aangegeven op bijlage 5 van de reactie). De boothuizen voldoen aan de maximale oppervlakte van 40 m2. Verzocht wordt hiervoor binnen de bestemming ‘Water-1’ een aanduiding ‘specifieke vorm van water – boothuis’ op te nemen.

Uit de positionering van de botenhuizen valt op te maken dat u deze wenst te realiseren behorend bij nrs. 13A en 13 C. Op grond van het geldende bestemmingsplan kunt u binnen de bestemming ‘Woondoeleinden, niet gestapeld’ per woning een botenhuis bouwen met een maximale oppervlakte van 60 m2. Dit dient echter binnen de bestemming plaats te vinden, niet binnen de bestemming ‘Water’ of ‘Natuur’. Dit is ook het beleid wat wij wensen voort te zetten in het nieuwe bestemmingsplan. Om die reden zijn boothuizen binnen ‘Water’, welke als bestaande situatie worden beschouwd, specifiek aangeduid en niet als generieke regeling.

Nee

f.

Indiener is tevens eigenaar van Uiterweg 377 waar diverse woonarken zijn gelegen. De bestemming waaraan deze arken zijn gelegen is gewijzigd van ‘Jachthaven’ naar ‘Tuin’. Het is de indiener niet duidelijk waarom er drie verschillende bestemmingen (‘Recreatie – Jachthaven I’, ‘Tuin’ en ‘Agrarisch – Tuinbouw’) liggen op één perceel. Verzocht wordt de gronden te bestemmen als ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’ en ‘Recreatie – Jachthaven I’ (zoals aangegeven in bijlage 6 van de reactie). Op die manier wordt het meest recht gedaan aan het oude en huidige gebruik.

In het nieuwe bestemmingsplan voorziet de bestemming ‘Wonen’ in een regeling voor bijbehorende bouwwerken. Per hoofdgebouw zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan welke gelijk zijn aan de vergunningsvrije mogelijkheden. Wij zijn van mening dat deze mogelijkheden niet onevenredig beperkend zijn en verzoeken u zich te houden aan deze mogelijkheden. Volgens het eigendomskadaster zijn niet alle percelen binnen het aangeduide gebied uw eigendom. Daarnaast is niet duidelijk op welke gronden u de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’ en op welke u ‘Recreatie – Jachthaven I’ wenst. Een gegeven is dat de woonarken ws2 ws3 en ws9 aan deze gronden bestemd zijn voor permanente bewoning en de overige woonarken (ws1, ws4, ws5, ws6, ws7, ws8 en ws10) bestemd zijn voor verblijfsrecreatie (zie bestemmingsplan ‘Woonarken’).

Ja

Het beleidsuitgangspunt, ook al ingezet in het bestemmingsplan ‘Woonarken’ is dat woonarken voor permanente bewoning zijn gelegen buiten de jachthavens. Op jachthavens (binnen de nieuwe bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’) zijn immers

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 33

bedrijfsactiviteiten mogelijk die zich vanuit milieutechnische overwegingen niet direct verenigen met bewoning. In het nieuwe voorontwerp komen de bestemmingen ‘Water – Verblijfsrecreatie’ en ‘Water – Permanent Wonen terug voor zover dit de locatie van de ligplaats betreft. Gronden die aangeduid waren als ‘oever’ hebben nu de bestemming ‘Tuin’. Dit geldt ook voor de gronden tussen deze woonarken die in het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ nog steeds een agrarische bestemming hebben. Het water rondom heeft de aanduiding ‘jachthaven’, net als dat in het geldende bestemmingsplan het geval is. Voor zover u inzicht heeft gegeven in uw oude en huidige gebruik van de gronden binnen het door u aangegeven rode kader in bijlage 6 van de inspraakreactie, zien wij geen aanleiding tot een andere bestemming dan in het voorontwerp is aangegeven. Daarnaast is de nieuwe bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’ voorbehouden aan een planontwikkeling met een viertal recreatiewoningen (zie toelichting: Het Bree). Een dergelijk gebruik of initiatief is voor u vooralsnog niet aan de orde. Overigens is het bestemmingsvlak ‘WA-V’ voor de locatie van de woonark Uiterweg 377 ws10 in het voorontwerp niet juist weergegeven. Dit zal in het ontwerp worden aangepast. g.

Indiener geeft aan dat het bouwwerk naast Uiterweg 377A, zoals aangeduid in de inspraakreactie, toe behoort aan perceel Uiterweg 377. Dit bouwwerk dient dezelfde bestemming te krijgen als nr. 377A omdat dit ook als jachthaven wordt gebruikt.

Het perceel Uiterweg 377A, H3921, heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Jachthaven I’. Het bouwwerk er naast heeft de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Dit geldt ook voor de overige gronden achter Uiterweg 379. Dit pand is in 2001 vergund als kweekkas. Achter Uiterweg 379 is in 2007 een zeilmakerij/jachthaven vergund. Deze gronden krijgen in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’. Zodoende blijft uw deel van de kweekkas nog over als agrarische bestemming. Het ligt niet voor de hand dat zich hier nog een agrarisch bedrijf zal vestigen. Het bouwwerk ligt in ingesloten tussen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’. Het bouwwerk heeft een relatief kleine oppervlakte (700 m2). Wij beschouwen dit bouwwerk als compensatie van de gronden op de

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 34

h.

Indiener geeft aan dat Uiterweg 377 ws4 in de breedte is gesitueerd en ingetekend. Indiener wenst ws5 in het verlengde van ws4 te situeren ten behoeve van een optimaal gebruik van de ruimte. Op die manier wordt meer recht gedaan aan het (water)landschap.

kop van het perceel die hun bestemming ‘Jachthaven I’ hebben verloren. Uit de reactie maken wij op dat u de ligplaatslocatie ws5 wil draaien zodat deze evenwijdig aan de oever komt te liggen. Hiervoor ontbreekt fysiek de ruimte aangezien voor ws10 hier ook een ligplaats is aangewezen. Daarnaast komen de woonarken, bezien vanuit het aspect brandveiligheid, dichter dan 5 meter van elkaar te liggen. We verzoeken u hiervoor een concreet voorstel in te dienen waarbij met het bovenstaande rekening wordt gehouden.

Nee

Zoals u eerder bij het draaien van de ligplaatslocatie ws4 heeft aangegeven behoort een brandwerende voorziening van de woonarken die te dicht bij elkaar liggen eventueel tot een oplossing. Hierover kunnen voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Mogelijk kan de ligplaatslocatie van ws10 komen te vervallen om voldoende ruimte te scheppen. Een concreet voorstel zal dan ook ruimtelijk beoordeeld kunnen worden, waarbij de landschappelijke inpasbaarheid wordt betrokken. Het ontwerpbestemmingsplan zal hier nog niet op worden aangepast. i.

Indiener geeft aan dat de watergang tussen Uiterweg 17 en 19 de bestemming ‘Water-2’ en een aanduiding ‘ligplaats uitgesloten’ heeft. Dit betekent dat het gebruik van ligplaatsen langer dan 48 uur in deze watergang niet is toegestaan. Indiener snapt hiervan de reden niet. Deze watergang wordt al lange tijd als zodanig gebruik en de gemeente heeft zelfs een bootoverkapping vergund voor Uiterweg 19. Deze beperking is bovendien niet opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is bij geen andere openbare watergang deze beperking opgenomen. Verzocht wordt de beperking in het ontwerp weg te halen.

Het is inderdaad zo dat er een vergunning is verleend voor de bootoverkapping. Het is niet redelijk om op deze locatie vervolgens aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen te verbieden. De doelmatigheid van de aanduiding (-lp) op een aantal sloten is überhaupt twijfelachtig. In het geldende bestemmingsplan geldt in verschillende sloten een ligplaatsenverbod enkel voor woonarken. Nu woonarken specifiek en uitsluitend zijn toegestaan binnen de daarvoor aangewezen bestemmingen en aanduidingen is een expliciet verbod niet meer nodig. Het verbod van aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen vloeit niet voort uit het geldende bestemmingsplan, noch uit de Algemene Plaatselijke Verordening. De oorspronkelijk reden voor het aanlegverbod in een aantal sloten is het vrijhouden van de doorvaart. Het borgen van voldoende doorvaart wordt in het ontwerpbestemmingsplan geregeld in een aanvullende regeling binnen de specifieke

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 35

gebruiksregels voor aanlegplaatsen binnen de bestemmingen ‘Water-1’ en ‘Water-2’. De aanduidingen (-lp) zijn om die reden dan ook niet meer noodzakelijk in de aantal watergangen haaks op de Uiterweg. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 43 onder o. j.

Indiener merkt op dat op de plankaart achter Uiterweg 17 een sloot is ingetekend. Deze sloot is er in de huidige situatie niet. Verzocht wordt deze omissie te herstellen.

De weergave van het voorontwerp komt niet overeen met het geldende bestemmingsplan en de feitelijke situatie. Deze omissie zal hersteld worden.

Ja

k.

Indiener merkt op dat de regels voor ondergrondse parkeergarages wordt beperkt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Hierin was dit wel toegestaan voor de percelen Uiterweg 13, 15, 19 en 377. Dit is een beperking van de bouwmogelijkheden.

Het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ stelt geen regels over ondergronds bouwen binnen de bestemming ‘Woondoeleinden – niet gestapeld’. Wij merken echter op dat ondergronds bouwen in de vorm van parkeergarages impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit van de Uiterweg. Vooral de entree van de garage met een hellingbaan kan een ongewenst verstening van de groene voorerven van de lintbebouwing van de Uiterweg opleveren. De gemeente Aalsmeer hanteert het lintenbeleid voor wat betreft het realiseren van woningen langs de Uiterweg. Het lintenbeleid zoals dat gold ten tijde van dit voorontwerp sloot ondergrondse parkeergarages uit. Er zijn situaties denkbaar waarbij ondergronds parkeren toch een aanzienlijke kwaliteitsverbetering op kan leveren. Deze situaties zijn in het voorontwerp specifiek aangeduid. Mede om die reden is recent een herziening van het Lintenbeleid vastgesteld. Hierin zijn ondergrondse parkeergarages onder strikte voorwaarden toegestaan. Het algemene toetsingskader uit dit lintenbeleid vormt de basis voor de bouwregels van de bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ in het ontwerp. Het specifieke toetsingskader, de uitzonderingen die een nadere beoordeling behoeven waaronder ondergronds parkeren, zijn als binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen.

Ja

39.

Inspraakreactie 39 (ontvangen 18 april 2019) (D19-101138)

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 36

a.

Indiener heeft bezwaar tegen het wijzigen van de bestemming op Uiterweg 93. Hier wordt de geldende bestemming ‘Jachthaven II’ gewijzigd in ‘Tuin’. In deze bestemming worden er beperkingen gesteld ten aanzien van bijgebouwen bij woonarken voor wat betreft aantal, afmetingen en positie.

De gronden achter Uiterweg 93, voorzover deze betrekking hebben op de ligplaatsen voor woonarken Uiterweg 93 ws1, ws3 en ws5 t/m 7 hebben in het geldende bestemmingsplan (in dit geval “Woonarken”) de bestemming ‘Water – Permanent Wonen’. Gelijktijdig met dit bestemmingsplan is op 19 december 2013 het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Uiterweg-Plasoevers 2005’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan had tot doel alle regels met betrekking tot (bebouwing ten behoeve van) woonarken te schrappen uit het bestemmingsplan “Uiterweg-Plasoevers 2005”. In deze herziening zijn dus uit de bestemming ‘Jachthaven II’ de artikelen 14.1. onder k. en 14.3.2 geschrapt. Op dit moment maakt het bestemmingsplan buiten de in het plan “Woonarken” als ‘Water – Permanent Wonen’ aangewezen gronden dus geen bebouwing voor woonarken mogelijk. De bouwregels binnen ‘Water – Permanent Wonen’, welke zijn overgenomen in de gelijkluidende bestemming en ‘Tuin’ in het voorontwerpbestemmingsplan geven mogelijkheden tot landschappelijk ingepaste bijbehorende bouwwerken bij woonarken. Wij zien geen reden het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen.

Nee

b.

Indiener geeft aan dat de bestaande situatie van de aanwezige bijgebouwen niet juist op de kaart staan. Voor een drietal bestaande woonarken voor permanente bewoning ontbreken de bijgebouwen op de kaart. Dit geldt tevens voor een bestaande recreatiewoning.

Op basis van recente luchtfoto’s en de Basiskaart Grootschalige Topografie blijkt dat de aanwezige bijbehorende bouwwerken op een juiste wijze met een aanduiding (vlak waarbinnen het bouwwerk aanwezig moet zijn) zijn aangegeven. Bij recreatiewoningen mogen op grond van het geldende bestemmingsplan geen bijbehorende bouwwerken worden opgericht. Dit blijft ook in het ontwerpbestemmingsplan het geval.

Nee

40.

Inspraakreactie 40 (ontvangen 18 april 2019)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 39.

Nee

(D19-101149) a.

De inspraakreactie is gelijkluidend aan de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 39.

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 37

41.

Inspraakreactie 41 (ontvangen 18 april 2019) (D19-101156)

a.

De inspraakreactie is gelijkluidend aan de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 39.

42.

Inspraakreactie 42 (ontvangen 18 april 2019)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 39.

Nee

Kadastrale percelen H284, H285 , H286 en H287 hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein’. Binnen deze bestemming zijn recreatiekavels toegestaan. Het nieuwe bestemmingsplan worden deze gebruiksmogelijkheden op de eilanden beperkt om versnippering en het aantasten van de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten tegen te gaan. In het voorontwerp zijn alleen die kavels die als recreatiekavel in gebruik zijn (geïnventariseerd aan de hand van luchtfoto’s) als zodanig aangeduid. Blijkbaar is uw kavel hierbij over het hoofd gezien.

Ja

(D19-101374) a.

b.

Indiener geeft aan dat een aantal eilanden in de Westeinderplas al meer dan 50 jaar recreatief wordt gebruik. Het gaat hier om de kadastrale percelen H284, H285, H286 en H287. Verzocht wordt aan deze percelen de bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ en aanduiding ‘recreatie’ te geven.

Indiener merkt op dat de speeltuin wordt aangeduid als ‘Groen’. Het zou meer voor de hand liggen hier een bestemming ‘Maatschappelijk’ voor te kiezen. Overigens wordt dit speeltuintje niet gebruikt door de bewoners van de Uiterweg. Indiener wenst het perceel te kopen waardoor hier het lint kan worden opgevuld met een nieuwe woning.

We zullen we het onderhavige kavels in het ontwerpbestemmingsplan voorzien van een functieaanduiding ‘recreatie’. Het speeltuintje is openbare gemeentegrond. Dergelijk gronden worden doorgaans bestemd als ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ of ‘Groen’ waarbinnen speelvoorzieningen zijn toegestaan. Binnen een verkeersbestemming is ook wegverkeer mogelijk, dit is binnen een groenbestemming uitgesloten. Maatschappelijke bestemmingen zijn voorbehouden aan vormen van sociaal-culturele en educatieve doeleinden (waaronder kerken, scholen, ziekenhuizen ed.). De verdeling van speeltuinen in Aalsmeer gebeurt volgens het Speelruimteplan Aalsmeer dat is vertaald in een Uitvoeringsplan Spelen Aalsmeer. Het opheffen van deze speeltuin is hier niet aan de orde.

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 38

c.

Indiener wenst de aanduiding ‘up’ graag gedurende het hele jaar opgenomen op de Uiterweg ook in de winterperiode. Extra hinder door geparkeerde auto’s op de Uiterweg is ongewenst.

Welllicht bedoelt u de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – parkeren uitgesloten’ (sw-pu). Deze aanduiding is voorbehouden op een specifieke plaats binnen de bestemming ‘Wonen’ daar waar het parkeren op eigen erf is geregeld in een parkeerkelder onder het huis. Dit is hier uitdrukkelijk de voorwaarde geweest om hier een parkeerkelder toe te staan.

Nee

Het bestemmingsplan is niet de plaats om een parkeerregime op de openbare weg te borgen. Dit dient juridisch te worden geregeld in een verkeersbesluit. Momenteel is het in de periode vanaf 1 oktober tot 1 april (winterperiode) toegestaan zonder parkeerontheffing om langs de Uiterweg te parkeren. d.

Indiener vindt de legenda van de planverbeelding zeer verwarrend. Er zijn veel afkortingen en aanpijlingen. Het zou handig zijn om meer plankaarten te gebruiken.

Wij hebben begrip voor uw gevoel dat de planverbeeldingen niet altijd even duidelijk zijn. Het plan Uiterweg-Plasoevers omvat een groot gebied en is gezien de plansystematiek vrij gedetailleerd. Een analoge weergave van het plan (op papier of als pdf) komt de overzichtelijkheid niet ten goede. Bestemmingsplannen zijn echter plannen waarvan de digitale versie rechtsgeldig is. Het raadplegen en kunnen lezen van een digitaal bestemmingsplan via de viewer (www.ruimtelijkeplannen.nl) vereist enige oefening. Wanneer men klikt in de kaart ontvangt men in het rechter kader de voor die specifieke locatie de geldende (dubbel)bestemming. Wanneer men op de link van bestemming klikt, opent de planregel voor die bestemming. Naast de bestemming geeft het rechter kader ook inzicht in de geldende ‘aanduidingen’ zoals functieaanduidingen (deze worden beschreven binnen de geldende bestemming) of gebiedsaanduidingen (deze worden beschreven binnen een eigen planregel/artikel). Stippellijnen geven inzicht in de begrenzing van de verschillende functieaanduidingen. Het faciliteren van extra kaartbladen voegt in die zin niets toe.

Nee

e.

Indiener stelt dat het bij een conserverend plan (zo wordt het plan beschreven) onoverzichtelijk wordt als er toch ook ontwikkelingen in geïntegreerd worden. Op verschillende plaatsen in de toelichting worden ten aanzien van ontwikkelingen zaken toegelicht. Ontwikkelingen worden ook

Ook hier hebben wij begrip voor uw gevoel. De plantoelichting was zo opgezet dat in de opbouw ervan de thema’s leidend zijn. Zo komt het dus voor dat bijvoorbeeld de uitvoerbaarheidsaspecten niet per ontwikkeling gebundeld zijn, maar per thema (zoals bodem, geluid, ecologie ed.).

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 39

niet apart gepubliceerd, zoals dit wel bij Kudelstaartseweg 92 is gebeurd.

In de publicatie van het voorontwerp zijn expliciet de ontwikkelingen benoemd. Wellicht ontgaat dit aan de aandacht omdat het niet in de titel van de publicatie wordt genoemd. Het verschil met Kudelstaartseweg 92 is het feit dat hiervoor eerder een wijzigingsplan is vastgesteld (welke is gepubliceerd). Dit adres is in het groter geheel ‘Uiterweg-Plasoevers’ geen nieuwe ontwikkeling (in het ontwerp zal deze ontwikkeling overigens wel zitten). Overigens zullen de planontwikkelingen uit het ontwerpbestemmingsplan worden gehaald (zie ook zienswijzen 4, 17 en 19). Dit komt ook de leesbaarheid van de plantoelichting ten goede.

43.

Stichting Aalsmeer Westeinder Promotie (ontvangen 18 april 2019) (D19-101417)

a

Indiener schetst haar rol als belanghebbende in het plangebied en betreurt het dat zij niet is uitgenodigd voor een voorbespreking voordat dit voorontwerp werd gepubliceerd. Indiener is immers gesprekspartner van de gemeente geweest op het gebied van watersportgerelateerde activiteiten en ontwikkelingen.

Dit bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan waarbij het primaire doel is het vaststellen van een digitaal uitwisselbaar bestemmingsplan. Dit betekent dat de bestaande planologische situatie (geldend bestemmingsplan UiterwegPlasoevers 2005) het uitgangspunt blijft. Er zitten slechts twee ontwikkelingen in dit voorontwerpplan. Deze passen binnen de uitgangspunten van de, met uw samenwerking, vastgestelde structuurvisie Uiterweg. Tevens bent u als Stichting nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het bestemmingsplan ‘Woonarken’. Aangezien het bestemmingsplan voor de rest niet ontwikkelingsgericht is, en dat ook niet als doel heeft, menen wij dat deelname aan de inspraakprocedure afdoende zou zijn. Uw reactie is wel onder de aandacht gebracht bij de projectmanager Uiterweg.

Nee

b.

Indiener stelt dat het gezien de conserverende doelstelling van het bestemmingsplan geen goede zaak dat er toch een aantal ontwikkelingen in dit plan worden meegenomen. Elke

Wij verwijzen naar de beantwoording van 42 onder e.

Ja

De opmerking strookt overigens niet met uw wens (verdere

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 40

ontwikkeling heeft nu een specifieke bestemming. Indiener haalt tevens de gronden aan zoals onder inspraakreactie 42 onder e.

onderdelen van de inspraak) meer ontwikkelmogelijkheden in het bestemmingsplan te geven.

c.

Sinds de vaststelling van bestemmingsplan ‘UiterwegPlasoevers 2005’ zijn er tal van bestemmingswijzigingen goedgekeurd. Uit oogpunt van zorgvuldigheid en leesbaarheid zouden de goedgekeurde bestemmingswijzigingen benoemd moeten worden.

Wij streven ernaar de rechten uit het geldende bestemmingsplan én de daarna vergeven goedkeuringen over bestemmingswijzigingen juist weer te geven in het nieuwe plan. Het geven van een limitatieve opsomming is een zeer gedetailleerde klus. Wij zullen de plantoelichting aanvullen met een overzicht van de meest in het oog springende wijzigingen (onherroepelijke ontwikkelingen).

Ja

d.

Indiener geeft aan dat het behouden van een agrarische bestemming waarbinnen ook recreatie mogelijk is voor kwekers zeer gewenst is. Dit is ook in het geldende bestemmingsplan mogelijk. Als kwekers in de toekomst hun gronden voor recreatie willen aanwenden moet er straks elke keer een bestemmingswijziging plaatsvinden met extra kosten en tijd tot gevolg. Daarnaast kan waardevermindering aan de orde zijn indien er geen specifieke aanduiding ‘recreatie’ aan percelen zijn toegekend.

Recreatief (mede)gebruik van agrarische percelen is beleidsmatig op termijn een gewenste ontwikkeling. Dit dient echter binnen specifieke voorwaarden plaats te vinden. In dit kader is de landschappelijke inpassingen en een aanvaardbare omvang/impact op de directe leefomgeving een vereiste. De structuurvisie Uiterweg geeft hiervoor de randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn in een bestemmingsplan moeilijk in regels te vatten. Niet elk perceel is vergelijkbaar en veel kwekers hebben nog geen concrete en uitvoerbare plannen geuit. Waar dit wel het geval is, is de gemeente met hen in overleg om eventueel tot realisatie te komen. Uit de structuurvisie volgt ook dat het gebruik als particuliere recreatiekavel (deze mogelijkheid zit in het geldend plan) niet per definitie wenselijk wordt geacht. Bestaande situaties worden gerespecteerd (en binnen de bestemming ‘Agrarische – Tuinbouw’ aangeduid als ‘recreatie’). Wij verwijzen naar paragraaf 4.2.3.2 van de plantoelichting. Wij hebben, gezien de inhoud van de structuurvisie, niet de verwachting dat hierdoor een waardevermindering ontstaat.

Nee

e.

Indiener is van mening dat het verwerken van het bestemmingsplan ‘Woonarken’ in dit voorontwerp onoverzichtelijk is. Er zijn zeer veel afkortingen op de plankaart en begrenzingen van ligplaatsen zijn niet altijd even duidelijk. Daarnaast zouden de begrenzingen moeten worden aangepast overeenkomstig de grenzen van de jachthavenbestemming.

Het bestemmingsplan ‘Woonarken’ heeft betrekking op een zeer specifiek thema dat vanuit haar verleden een conserverend, enigszins rigide, regime behoeft. Dit is als zodanig vertaald in het voorontwerp. Verschil is dat de ligplaatsen nu de bestemming ‘Water – Permanent Wonen’ of ‘Water – Verblijfsrecreatie’ hebben en de oevers (bijbehorende gronden) de bestemming ‘Tuin’. Wij

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 41

adviseren de aanduidingen en begrenzingen digitaal te raadplegen (www.ruimtelijkeplannen.nl). In het bestemmingsplan ‘Woonarken’ zijn vanuit landschappelijk oogpunt de begrenzingen voor de ligging van woonarken binnen jachthavens overwogen. Hierbij is de grens van het bestemmingsvlak bij de meest in het landelijk gebied gelegen woonark gelegd. Hiermee is het bestemmingsvlak begrensd in overeenstemming met het beleid dat woonarken bij voorkeur niet in het landelijke gebied liggen. Door de grens van het bestemmingsvlak bij de verst in het landelijk gebied gelegen woonark te leggen, is verschuiving van ligplaatsen in de gewenste richting van het stedelijke gebied wel mogelijk, en verplaatsing van woonarken verder het landelijke gebied in niet (zie paragraaf 7.3.2 bestemmingsplan ‘Woonarken’). Deze beleidslijn is in beginsel overgenomen in dit voorontwerp. In enkele gevallen zijn in het ontwerp een paar aanpassingen aan begrenzingen gedaan, maar deze locaties liggen binnen stedelijk gebied. Tevens zijn in een aantal gevallen recreatiearken met de bestemming ‘Water – Verblijfsrecreatie’ die liggen binnen de exploitatie van een jachthaven nu aangeduid met ‘specifieke vorm van water jachthaven recreatieve woonarken toegestaan' om hierop jaarrond recreëren mogelijk te maken. f.

Indiener mist een arcering voor jachthavenwater zoals dat in het geldende bestemmingsplan wel het geval is. De aanduiding (jh) is niet goed zichtbaar.

Digitale bestemmingsplannen dienen voor wat betreft het gebruik van onder andere aanduidingen en arceringen te voldoen aan landelijke standaarden. Voor een specifieke aanduiding ‘jachthaven’ binnen de bestemming ‘Water’ is de aanduiding (jh) in combinatie met een haaientandbegrenzing voorgeschreven. Wij adviseren de aanduidingen en begrenzingen digitaal te raadplegen (www.ruimtelijkeplannen.nl).

Nee

g.

Indiener stelt dat op grond van een aantal passages in de plantoelichting je zou verwachten dat binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven I’ enige flexibiliteit voor recreatieve mogelijkheden op land mogelijk wordt gemaakt. Graag ziet de indiener een verruiming van de regels binnen deze

Wij zien de wens van de sector om hun toekomstige bedrijfsvoering zeker te stellen door nieuwe verdienmodellen en doorontwikkeling van hun jachthavens. De gemeente heeft hiervoor ook kaders en randvoorwaarden gesteld in de structuurvisie en zal faciliteren wanneer ondernemers daar

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 42

bestemming. De gemeente zal jachthavenbedrijven moeten faciliteren bij het zoeken naar nieuwe verdienmodellen en doorontwikkeling. Dit volgt ook uit de Structuurvisie Uiterweg. Indiener denkt hierbij aan het mogelijk maken van kleinschalige logiesverstrekking, trekkershutten en andere vormen van kamperen.

behoefte aan hebben. De gemeente heeft ook een belang bij een robuuste economische peiler voor het Uiterweggebied in combinatie met ruimtelijke kwaliteit. Door de bijzondere ligging blijft het speerpunt echter watergerelateerde (verblijfs)recreatie.

h.

In navolging van g. zou binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven I’ de beperking jachthavengerelateerd los gelaten moeten worden. Recreatie is ruimer dan alleen een jachthaven. Binnen de bestemming zouden ook opslag, bedrijfsactiviteiten, detailhandel en overige dienstverlening mogelijk moeten zijn niet perse watersportgerelateerd zijn.

In beginsel dient het recreatief aanbod watergerelateerd te blijven. Hierdoor versterken de bedrijfsprofielen en de kernmerken en kwaliteiten van het plangebied elkaar optimaal en is het aanbod onderscheidend ten opzichte van het recreatief aanbod elders in de regio. Uw voorstellen zouden passend zijn op elke willekeurig bedrijventerrein, maar dat is niet het gebiedsprofiel dat de gemeente minimaal nastreeft. Deze zogenaamde basisstrategie is gericht op een vitaal plassengebied met ruimtelijke kwaliteit en meer economisch perspectief. Een integrale verruiming van de gebruiksmogelijkheden binnen jachthavens in dit bestemmingsplan, zonder dat daarvoor door ondernemers concrete initiatieven, frustreert realisatie van dit beleid.

Nee

i.

In navolging van g. zou binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven I’ ook bedrijfswoningen mogelijk moeten zijn buiten het lint. Dit is in het verleden ook gebeurd en deze worden bestemd. Binnen ‘Wonen – Lintbebouwing’ zit wel een mogelijkheid een nieuwe woning te realiseren. Gesteld wordt dat er woningen ‘over’ zijn omdat er verschillende 2-onder-1-

Bedrijfswoningen zijn in beginsel onlosmakelijk verbonden aan de (toekomstige) bedrijfsvoering en alleen noodzakelijk bij bedrijven met levende have. Tegenwoordig zijn er technologische mogelijkheden om toezicht op de bedrijfsvoering te houden. Jachthavenbedrijven hebben van oorsprong hun (bedrijfs)woning direct aan het lint van de Uiterweg. Vanuit milieutechnisch

Nee

Een transformatie/doorontwikkeling van een jachthaven dient in eerste instantie geïnitieerd te worden door de ondernemer binnen de specifieke randvoorwaarden van de Structuurvisie. In dit kader is de landschappelijke inpassingen en een aanvaardbare omvang/impact op de directe leefomgeving een vereiste. Deze randvoorwaarden zijn in een bestemmingsplan moeilijk in regels te vatten. Niet elke jachthaven is vergelijkbaar en veel ondernemers hebben nog geen concrete en uitvoerbare plannen geuit. Waar dit wel het geval is, is de gemeente met hen in overleg om eventueel tot realisatie te komen. De gevraagde verbreding van activiteiten zal niet direct in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 43

kapwoningen gewijzigd zijn naar 1 woning.

oogpunt is dit omdat (bedrijfs)woningen andere reeds gevestigde bedrijven in hun bedrijfsvoering kunnen beperken doordat bedrijfswoningen binnen de hindercirkel van die bedrijven zijn gelegen. Bij woningen achter het lint is dit risico aanzienlijk. Het ontwerp zal dan ook niet in dit mogelijkheid voorzien. De wijzigingsbevoegdheid binnen ‘Wonen – Lintbebouwing’ voegt zich qua stedenbouwkundige uitgangspunten binnen het lintenbeleid dat de gemeente voert. Dit geldt niet voor (bedrijfs)woningen achter het lint. Het is ook niet zo dat er getalsmatig ‘ruimte’ over is als er een 2-onder-1-kapwoning gewijzigd wordt naar 1 woning. De gemeente voert in beginsel geen beleid ten aanzien van een maximaal aantal woningen aan de Uiterweg. Wij dienen uiteraard wel rekening te houden met de capaciteitsbeperking van de Uiterweg en de gedeeltelijke ligging in het beperkingengebied van Schiphol (LIB). Voldoende fysieke ruimte blijft daarnaast ook een leidend principe.

j.

Indiener is van mening dat een bestemming ‘Jachthaven’ niet valt onder landelijk gebied. Zij wenst dat de rode contour gelijk wordt getrokken met de jachthavenbestemming aan de zuidzijde. Volgens de Natuurbeheerkaarten 2015 lopen er immers geen natuurfuncties meer door jachthavenbestemmingen. Tot slot is de rode contouren niet goed te traceren op de kaart.

Wij stellen niet dat jachthavens per definitie binnen Landelijk Gebied (zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening definieert) vallen. Of gronden tot Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) of Landelijk Gebied zijn toe te rekenen is namelijk afhankelijk van vele factoren die gevolg zijn van jurisprudentie. De in de plantoelichting gebruikte termen (waaronder ‘rode contour’) schetsen de beleidsontwikkeling die dit gebied, ook op Provinciaal niveau, de afgelopen pakweg 20 jaar heeft doorlopen. De afbeelding uit de plantoelichting die dit illustreert is overgenomen uit de Structuurvisie Uiterweg en verbeeldt schematisch de opbouw van de bebouwingsintensiteit binnen het plangebied. Dit beleid vertaalt zich in de planregels en planverbeelding doordat terughoudend wordt omgegaan met (nieuwe) bouwmogelijkheden in de zone langs de Ringvaart en de Kleine Poel. Hier wordt rekening gehouden met de bestaande bouwrechten uit het geldende bestemmingsplan. Voor een optimale leesbaarheid adviseren we u het plan digitaal te raadplegen. Wij zullen deze bouwgrens niet aanpassen. De rode contour is dat ook geen lijn die op een plankaart status heeft.

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 44

Natuurbeheerkaarten beschrijven de wijze van bescherming en instandhouding van het Natuur Netwerk Nederland en ecologisch kenmerkende kwaliteiten. Het beleid dat de gemeente voorstaat strekt verder dan dat alleen. Hier is vooral een goede landschappelijke inpassing van bebouwing en nieuwe ontwikkelingen de doelstelling. Op provinciaal niveau is dit geborgd in art. 15 PRV. Dit beleid komt tot uiting in het geldende bestemmingsplan en wordt voortgezet in dit plan. Tevens is het een belangrijke pijler in de structuurvisie. k.

Indiener stelt dat er nogal wat fouten en onvolledigheden in de bestemmingsplan staan. Hierbij wordt niet aangegeven welke.

Door andere insprekers wordt hier ook op gewezen. Waar dat specifiek is gemaakt of ambtshalve is opgemerkt, hebben wij teksten aangepast. Paragraaf 4.9 is in het voorontwerpbestemmingsplan nog niet verder ingevuld. In het ontwerp zal aan deze paragraaf als handhavingsparagraaf nader invulling worden gegeven. Overigens zullen hier geen specifieke dossiers en adressen worden opgenomen. Het speeltuintje is openbare gemeentegrond. Dergelijk gronden worden doorgaans bestemd als ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ of ‘Groen’ binnen speelvoorzieningen zijn toegestaan. Binnen een verkeersbestemming is ook wegverkeer mogelijk, dit is binnen een groenbestemming uitgesloten. Maatschappelijke bestemmingen zijn voorbehouden aan vormen van sociaal-culturele en educatieve doeleinden (waaronder kerken, scholen, ziekenhuizen ed.). De verdeling van speeltuinen in Aalsmeer gebeurt volgens het Speelruimteplan Aalsmeer dat is vertaald in een Uitvoeringsplan Spelen Aalsmeer. Het opheffen van deze speeltuin is hier niet aan de orde.

Ja

l.

Indiener geeft aan dat uit paragraaf 4.9 blijkt dat er geen onjuiste bestemmingen of bedrijvigheid op bestemmingen zijn waargenomen. Volgens de indiener is dit niet juist.

m.

Indiener merkt op dat de speeltuin wordt aangeduid als ‘Groen’. Het zou meer voor de hand liggen hier een bestemming ‘Maatschappelijk’ voor te kiezen. Overigens wordt dit speeltuintje niet gebruikt.

n.

De inspraakreactie over ‘uitgesloten parkeren’ is gelijkluidend aan de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 42 onder c.

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 42 onder c.

Nee

o.

Indiener stelt dat de aanduiding (-lp) in de doorvaartsloten Brandewijn-, Aardbeien- en Hansesloot niet overal is doorgevoerd en zichtbaar is aangemerkt terwijl dit wel

In het voorontwerpbestemmingsplan is de aanduiding (-lp) voorbehouden aan delen water waar, vanuit de wens deze vrij te houden ten behoeve van voldoende doorvaart, ligplaatsen voor

Ja

Ja

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 45

wenselijk is om voldoende doorvaart te creëren.

pleziervaartuigen worden uitgesloten. Deze aanduiding is opgenomen op die delen water die ook in het geldende bestemmingsplan als zodanig zijn aangeduid. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het geldende plan alleen ligplaatsen voor woonschepen uitsluit. Het voorontwerp gaat dus verder dan dit verbod. Daarnaast stelt de Algemene Plaatselijke Verordening regels ten aanzien van het aanlegplaatsen van pleziervaartuigen. In het ontwerpplan wordt dit ligplaatsenverbod anders geregeld. Het huidige ligplaatsenverbod voor woonarken treft geen doel. Ligplaatsen zijn nu immers vastgelegd in bestemmingsplan ‘Woonarken’ en als zodanig vertaald in het nieuwe plan. Het aanleggen van pleziervaartuigen vindt nu in een specifieke gebruiksregel binnen de bestemming ‘Water’ plaats. Hierin wordt ook aangegeven aan welke aangrenzende bestemming het water als aanlegplaats voor pleziervaartuigen in gebruik mag worden genomen. In ieder geval dient hierbij een vrije doorvaart van minimaal 4,5 meter in acht te worden genomen. We constateren dus dat de aanduiding (-lp) om de eerder genoemde reden geen doel meer treft. De aanduiding (-lp) zal, voor zover deze betrekking heeft op de Brandewijn-, Jenever- en Aardbeiensloot, kunnen komen te vervallen in het ontwerpbestemmingsplan.

p.

De inspraakreactie over de legenda is van dezelfde strekking als de hiervoor genoemde inspraakreactie onder 42 onder d.

44.

Inspraakreactie 44 (ontvangen 18 april 2019)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijzen 42 onder d.

Nee

(D19-101455) a.

Indiener schetst aan de hand van een globaal inzicht in de bedrijfsactiviteiten van het jachthavenbedrijf en haar belang en betrokkenheid bij het plangebied en de hiervoor opgestelde Structuurvisie Uiterweg.

Wij danken u voor het inzicht in het jachthavenbedrijf en uw betrokkenheid bij de visievorming.

Nee

b.

Indiener merkt op dat de ontwikkeling op Uiterweg 59-63 zich niet voegt in de Structuurvisie. Economisch gezien heeft dit

Ten aanzien van uw bedenkingen over de planontwikkeling van Het Bree verwijzen wij naar de beantwoording van inspraakreactie

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 46

project geen meerwaarde voor het gebied en recreatiewoningen te groot in vergelijking tot de maximale maat van woonarken voor verblijfsrecreatie.

19. Het Bree zal niet als ontwikkeling in het ontwerp terugkomen. Een vergelijk tussen de grootte van de recreatiewoningen en woonarken voor verblijfsrecreatie is behandeld bij de beantwoording van inspraakreactie 31 onder h.

c.

Indiener stelt dat de ontwikkelingen binnen dit plan versnipperd in toelichting aan de orde komen waardoor de cohesie ontbreekt. Daarnaast zijn deze niet apart gepubliceerd.

Voor de beantwoording van dit onderdeel verwijzen wij naar inspraakreactie 42 onder e.

Ja

d.

Indiener is van mening dat in het voorontwerp het aan flexibiliteit binnen ‘Recreatie – Jachthaven I’ ontbreekt. Nu is elke ontwikkeling geld en tijdrovend. Als concreet voorbeeld geeft de indiener aan het gebruik van een gebouw te willen wijzigen naar 2 sloep & slaapunits aan het water.

Voor de beantwoording van dit onderdeel verwijzen wij naar inspraakreactie 43 onder g en h en i.

Nee

Slagen van structuurvisie is afhankelijk van financiële middelen. Daarnaast wordt de wens geuit bedrijfswoning op jachthaven mogelijk te maken.

Verruimen van de bedrijfsactiviteiten of een doorontwikkeling van een jachthaven vraagt om een nadere beoordeling van de gemeente op basis van een concreet uitgewerkt plan. Op deze manier wordt het ook voor omwonenden en andere direct belanghebbenden transparant met wel ontwikkelingen ze zich geconfronteerd zien. Dit proces kost nu eenmaal tijd en geld. Wij verwachten wel dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de doorlooptijden van vergunningen wordt verkort.

e.

Indiener is van mening dat het verwerken van het bestemmingsplan ‘Woonarken’ in dit voorontwerp onoverzichtelijk is. Er zijn zeer veel afkortingen op de plankaart en begrenzingen van ligplaatsen zijn niet altijd even duidelijk. Daarnaast zouden de begrenzingen moeten worden aangepast overeenkomstig de grenzen van de jachthavenbestemming en niet om onduidelijke redenen tot maximaal de verst gelegen woonark. (43 e)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 43 onder e. Voor uw perceel (Uiterweg 134) zijn wij ook uitgegaan van de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’ uit het bestemmingsplan ‘Woonarken’. Het voorontwerp is zelf ruimer omdat het water direct achter Uiterweg 128/130 ook als ligplaats van recreatiearken kan worden gebruikt. Verruiming van de mogelijkheden verder richting de Ringvaart is niet aan de orde.

Nee

f.

Indiener stelt dat ligplaatsvergunningen Uiterweg 134 ws12 en ws13 ten onrecht niet zijn opgenomen op de plankaart terwijl deze wel zijn vergund.

De ligplaatsen voor woonarken voor verblijfsrecreatie binnen jachthavens zijn niet op de planverbeelding vastgelegd. Deze zijn toegestaan binnen de bestemming ‘Water-2’ met aanduiding (swa-jhrw). Uiterweg 134 Ws12 ligt binnen deze aanduiding. Dit geldt ook voor de vergunde locatie van de ligplaats van Uiterweg 134 Ws13.

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Uiterweg-Plasoevers 2019, september 2020 Z19-006733

Pagina 47

Wat u opmerkt is de weergave van de huisnummers in de ondergrond. Deze gebruikt de gemeente op haar viewer (RoPubliceer) en .pdf-versie ter oriëntatie van de bestemmingsen bouwvlakken. Deze (verouderde) ondergrond geeft geen waardeoordeel en heeft geen rechtskracht. g.

h.

Indiener vindt de aanduiding (jh) binnen de bestemming ‘Water’ onduidelijk. De afbakening is niet goed zichtbaar. Voorheen was dit met een arcering weergegeven. Jachthavenwater is geen openbaar water. Hier mogen geen vaartuigen worden afgemeerd die niet via de jachthavenexploitant zijn aangewezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=ae362d2c-5966-483d-ab01-1a0c6ea4928b