CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.0358.19A-VG02_Fort Kudelstaart.Pdf.pdf

3.Raad (besluitvormend) 2 december 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Fort Kudelstaart’19.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

wordt de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen is opgenomen in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Op basis van jurisprudentie (mede omdat er gebouwd wordt) moet de beoogde ontwikkeling van Fort bij Kudelstaart ook gezien worden als een stedelijke ontwikkelingsproject. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling hiervan ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Ook in dit geval worden de drempelwaarden niet overschreden. Aangezien de diverse drempelwaarden niet worden overschreden geldt er geen m.e.r.-plicht, maar een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn en hierover een separaat besluit nemen.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een plan-MER. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Toetsing In het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar o.a. de volgende aspecten. <0000> luchtkwaliteit; <0000> geluid; <0000> (water)bodem; <0000> externe veiligheid; <0000> flora en fauna;

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

cultuurhistorie en archeologie; verkeer en parkeren; bedrijven en milieuzonering; niet- gesprongen explosieven; Luchthavenindelingbesluit

Uit de beoordeling van bovengenoemde milieuaspecten blijkt dat er geen 'omvangrijke negatieve milieueffecten' optreden als gevolg van de realisatie van dit plan. Omvangrijke negatieve milieueffecten zijn hierdoor uitgesloten, waardoor het opstellen van een plan-m.e.r. niet nodig is. Het college heeft hiertoe op 2 juni 2020 een besluit genomen, zie bijlage 20. Hiertoe is tevens een aanmeldnotitie geschreven waarin deze conclusie is onderbouwd. Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. De aanmeldnotitie, die is geactualiseerd n.a.v. nadere onderzoeken in het kader van het herstelbesluit voor dit bestemmingsplan, is opgenomen als bijlage 21 (vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie, Zeilfort Kudelstaart, Kuiper en Burger, 2 november 2021, rapportnummer PK21025/D01) bij deze toelichting. De geactualiseerde aanmeldnotitie bevestigt de conclusie dat er geen sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu', zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer.

HOOFDSTUK 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatie De gemeente is op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om bij het mogelijk maken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, een exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het verhalen van de door de gemeente te maken kosten, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. De gemeente Aalsmeer is eigenaar van de gronden binnen het plangebied. Het perceel wordt in erfpacht uitgegeven. Het toepassen van het erfpachtstelsel ten behoeve van kostenverhaal past goed binnen de Wro omdat die wet het uitgangspunt van het privaatrechtelijke spoor voorop stelt. Erfpacht is immers een privaatrechtelijk instrument waarbij de gemeente als eigenaar bepaalt tegen welke vergoeding haar gronden in gebruik mogen worden genomen door derden. Naar zijn aard biedt dit systeem de gemeente de mogelijkheid om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van de grondexploitatie van gronden te verhalen op derden die gebruik maken van die gronden. Met gebruikmaking van het erfpachtstelsel is dan ook op afdoende wijze zeker gesteld dat de kosten gedekt zijn. Het is daarom niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen.

Planschade 'Planschade', is de schade die iemand lijdt doordat hij of zij in een planologisch nadeliger situatie is gekomen als gevolg tussen de nieuwe (onvoorziene) planologische situatie en de bestaande/ oude situatie. De kans op planschade wordt in het onderhavige geval gering geacht. Het aspect planschade staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Artikel 3.1.1.- Bro overleg In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is de ontwikkeling voor ' Fort Kudelstaart' als onderdeel van het voorontwerp van het bestemmingsplan ' Uiterweg- Plasoevers 2019 " op 8 maart 2019 toegezonden de vaste overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die plangebied in het geding zijn. De toezending is gedaan met het verzoek om uiterlijk op 18 april 2019 te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. Geen van de overlegpartners heeft een reactie ingediend. 7.2.2 Inspraak Na publicatie op 7 maart 2019, heeft het voorontwerp van dit bestemmingsplan, dat toen deel uit maakte van het voorontwerp bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2019", met ingang van 8 maart 2019 gedurende zes weken ter visie gelegen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening.

Tijdens deze termijn zijn 12 reacties ontvangen, welke betrekking hebben op het plangebied van dit bestemmingsplan. Voor de beantwoording van de inspraakreacties wordt verwezen naar de in bijlage 22 bij deze toelichting opgenomen "Nota Inspraak". 7.2.3 Zienswijzen Vervolgens heeft dit bestemmingsplan de procedure als bedoeld in afdeling 3.2a van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een Nota van Beantwoording zienswijzen. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ook zijn er ambtshalve wijzigingen doorgevoerd bij de vaststelling, die zijn opgenomen in de Staat van Wijzigingen. De Nota van Beantwoording zienswijzen is opgenomen als bijlage 23.

7.3 Handhavingsbeleid Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de

beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten.

Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. Uit de planregeling van dit bestemmingsplan volgt geen directe opgave voor handhaving. Er zijn geen strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=744917a0-7070-4f8d-9821-88e085f653c2