t_NL.IMRO.0358.19A-VG02_Fort Kudelstaart.Pdf.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING
BESTEMMINGSPLAN
Fort Kudelstaart
Inhoudsopgave Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 Huidige situatie HOOFDSTUK 3 Visie plangebied 3.1 Projectomschrijving 3.2 Programma HOOFDSTUK 4 Planopzet 4.1 Algemeen 4.2 Planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 5 Beleidskader 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 6 Omgevingskwaliteit 6.1 Luchtkwaliteit 6.2 Geluid 6.3 Bodem 6.4 Water 6.5 Externe veiligheid 6.6 Flora en fauna 6.7 Cultuurhistorie en archeologie 6.8 Verkeer en parkeren 6.9 Bedrijven en milieuzonering 6.10 Explosieven 6.11 Luchthavenindelingbesluit 6.12 Vormvrije m.e.r-beoordeling HOOFDSTUK 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3 Handhavingsbeleid
3 3 3 4 5 7 9 9 10 12 12 12 15 15 18 23 24 27 27 28 29 30 33 36 38 40 41 41 42 43 46 46 46 47
HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Het Rijk heeft in het kader van bezuinigingen divers vastgoed afgestoten en heeft de gemeente Aalsmeer gevraagd of zij het Fort Kudelstaart wil aankopen. Tevens hebben de dorpsraad en direct omwonenden de gemeente verzocht het fort meer toegankelijk te maken. De gemeenteraad heeft naar aanleiding hiervan het college op 29 maart 2012 verzocht uitvoering te geven aan een haalbaarheidsonderzoek naar de herontwikkeling van het Fort. In dit haalbaarheidsonderzoek zou antwoord gegeven moet worden op de volgende vragen: De kosten van verwerving; Kosten van restauratie; Mogelijke scenario’s en benutting van het Fort en De rol die de gemeente en andere partijen op zich kunnen nemen bij de toekomstige invulling. Na aanleiding van het haalbaarheidsonderzoek heeft de raad bij raadsbesluit van 9 januari 2014 besloten de ambitie te onderschrijven om van het Fort een icoon voor de watersport in Aalsmeer te maken door de beleefbaarheid te vergroten en derhalve een voorkeur uit te spreken voor realisatie van scenario 3 ‘Zeilfort’ uit dit haalbaarheidsonderzoek. In oktober 2014 is Fort Kudelstaart vervolgens aangekocht door de gemeente Aalsmeer. Na decennia van exclusief militair gebruik, stelde de gemeente zich ten doel het forteiland open te (laten) stellen voor het publiek.
Om de exploitatie van het forteiland niet geheel met publieke middelen te financieren werd een geschikte ondernemer gezocht voor de exploitatie van het forteiland. Hiertoe heeft de gemeente Aalsmeer in 2016 een Europese aanbestedingsprocedure gevoerd. Van de uiteindelijke drie deelnemers aan de aanbesteding werd de winnende inschrijving gedaan door Zeilfort Kudelstaart B.V. Deze onderneming is inmiddels beheerder van het fort en wil op het forteiland een hotel met horecavoorzieningen en vergaderruimten realiseren. Verder komt er een klein museum over de Stelling van Amsterdam en het Fort Kudelstaart, een kleine spa, havenfaciliteiten en onder het Fort een parkeergarage. Ook is de wens om de capaciteit van de jachthaven uit te breiden naar 200 vaste ligplaatsen en 10 tot 15 boten in de weekenden te verhuren. In de nieuwe plannen voor het Fort blijven alle cultuurhistorische details zoveel mogelijk behouden. Het dijklichaam dat tegen het oude fort aan ligt wordt uitgegraven en er wordt een gebouw bijgeplaatst. Daarna wordt het gebouw weer afgedekt met grond en gras zodat de oorspronkelijke vorm van het Fort wordt teruggebracht. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is om de plannen die bestaan voor de ontwikkeling van het fort en die voortvloeien uit het raadsbesluit van 9 januari 2014 planologisch- juridisch mogelijk te maken en vast te leggen.
Het bestemmingsplan is ingericht in overeenstemming met het actuele ruimtelijke beleid en is afgestemd op wet- en regelgeving. Het bestemmingsplan is als onderdeel van het voorontwerpbestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2019 onderwerp van inspraak en vooroverleg geweest. In verband met de gewenste ontwikkelingen op kortere termijn, is het forteiland uit dat grotere bestemmingsplangebied gehaald en als zelfstandig plan in procedure gebracht. De ontvangen inspraakreacties op dit gedeelte van het voorontwerpbestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2019 zijn verder in de procedure van dit plan betrokken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het gebied van het bestemmingsplan (hierna: plangebied) heeft betrekking op het gebied van het forteiland Kudelstaart en de directe omgeving daarvan. Het forteiland is gelegen aan en maakt deel uit van de plasoevers langs de Kudelstaartseweg, welke oevers overwegend in gebruik zijn voor woondoeleinden, jachthavens, openbaar groen en natuur.
Ligging van het fort in de omgeving (bron: Bureau Stedelijke Planning).
Luchtfoto met globale begrenzing plangebied
1.3 Vigerende bestemmingsplan Tot aan het moment dat het voorliggende bestemmingsplan in werking is getreden is binnen het plangebied het planregime van kracht van het bestemmingsplan “Uiterweg Plasoevers 2005”, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer op 18 december 2006 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 12 juni 2007. Het bestemmingsplan is op 3 september 2008 bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onherroepelijk geworden.
Plankaart bestemmingsplan Uiterweg-Plasoevers 2005 Op basis van het vigerende bestemmingsplan is in de bestemming 'Fort' de bestaande bebouwde situatie alsmede het gebruik als jachthaven vastgelegd. Uitbreiding of nieuwe bebouwing is in principe niet mogelijk. Om de gewenste ontwikkeling van het fort mogelijk te maken is daarom een nieuw bestemmingsplan nodig.
1.4 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de beschrijving van de bestaande situatie gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft het gewenste ruimtegebruik voor de komende tien jaar. Hoofdstuk 4 bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 en 6 komen de relevante beleidskaders en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk 7 tot slot beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
HOOFDSTUK 2 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Westeinderplassen. Deze plas is ontstaan door vervening, waarbij als gevolg van de geringe zorg van de verveners, de legakkers en de petgaten grotendeels zijn verdwenen en een vrijwel aaneengesloten watervlakte ontstond. Alleen in het westen van de plas is een moeras gebleven, overwegend bestaand uit rietland. In het noorden ligt een eilandenrijk, dat ten dele is begroeid met houtgewas en ten dele in cultuur (seringenteelt) is gebracht. Langs de westzijde van de Stommeerweg, evenals aan de westzijde van de Kudelstaartseweg en de noordzijde van de Herenweg, komen geen boerderijen voor, maar zijn overwegend vrijstaande woningen gebouwd. Halverwege de Stommeerweg is in 1927 de watertoren gebouwd, welke een markant herkenningspunt vormt voor Aalsmeer. Ten zuiden hiervan, bevindt zich het Fort Kudelstaart, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Aan de zuidoostelijke oever van de Westeinderplas heeft zich al in de dertiende eeuw het dorp Kudelstaart gevormd, dat is uitgegroeid tot een dorp met ruim 9.000 inwoners met een centrumfunctie voor de zuidzijde van de gemeente Aalsmeer. Het Fort Kudelstaart is een Rijksmonument dat een onderdeel is van de Stelling van Amsterdam. De Stelling is een verdedigingswerk van 135 kilometer lang in de wijde boog rond Amsterdam.
Het verdedigingswerk bestaat uit dammen, duikers en sluizen en telt 46 forten, welke allen op zichtafstand van elkaar zijn gesitueerd. Het Fort is het hoofdonderdeel van de locatie bij Kudelstaart bestaande uit het forteiland met bomvrije gebouwen, de omringende fortgracht en het glacis (ringdijk). De overige voorzieningen bestaan uit de op provinciaal niveau beschermde genieloods, conducteurswoning, nabijgelegen grenspalen, ontvangkom en de inlaatsluis ten noordoosten van het Fort, allen bestemd voor de inundatie van de Zuider Legmeerpolder. Het plangebied beslaat overigens alleen het perceel waar het Fort op staat, het water daar omheen alsmede de ringdijk daaromheen. Uiteindelijk heeft het Fort Kudelstaart het nooit hoeven opnemen tegen vijandelijke troepen, mede doordat het principe van de Stelling in deze tijd al achterhaald was en na de Eerste Wereldoorlog raakte de gehele stelling in vergetelheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers het geschut uit de hefkoepels verwijderd en de hefkokers volgestort met puin. In de jaren zeventig is het Fort ingericht als jachthaven door VAFAMIL (Vakantie Faciliteiten Militairen). Daarbij is - om een open verbinding met de Westeinderplassen tot stand te brengen- de ringdijk in de noordwesten doorbroken en zijn twee loodsen gebouwd aan weerszijden van het frontgebouw.
Het Fort doet nu dienst als jachthaven en telt 122 vaste ligplaatsen voor boten.
HOOFDSTUK 3 Visie plangebied 3.1 Projectomschrijving Het Fort in Kudelstaart wordt herontwikkeld. Hierbij wordt de jachthaven uitgebreid en worden horecafuncties toegevoegd, zoals een hotel met conferentiezalen en een restaurant en café met terras. Het forteiland krijgt een openbaar en recreatief karakter dat voor zowel recreatieve als zakelijke horecabezoekers aantrekkelijk moet worden, zodat economisch draagvlak verzekerd is. Het forteiland zal permanent worden opengesteld voor publiek. De veiligheid en beheersbaarheid worden mede gewaarborgd door de op het fort aanwezige horeca. Het forteiland wordt grotendeels in originele staat teruggebracht waarbij monumentale en cultuurhistorisch waardevolle elementen worden behouden voor de toekomst en waar mogelijk worden hersteld en versterkt. De cultuurhistorische waarden worden ook in het nieuwe concept actief uitgedragen en er wordt informatie gegeven met betrekking tot het cultuurhistorisch verhaal van het fort en de Stelling van Amsterdam. De kernfuncties van het beoogde Zeilfort zijn: <0000> Watersport: jachthaven met vaste ligplaatsen en bijbehorende voorzieningen. <0000> Horeca bestaande uit hotel, café/bar/restaurant, zalen, hotelkamers, conferentiezalen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeren, personeelsruimte en installaties.
Voorbeeld mogelijke functie-indeling Fort (bron: Bureau Stedelijke Planning)
3.2 Programma Hotel Een belangrijk onderdeel van het plan is de realisatie van een hotel in het Fort. Er zullen tenminste 28 hotelkamers worden gerealiseerd, waarbij men denkt aan de 14 kamers in de oorspronkelijke soldatenaccommodaties en 14 hotelkamers in het dijklichaam. Mogelijk wordt het aantal hotelkamers op termijn nog uitgebreid naar 40. Deze mogelijke uitbreiding maakt geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Het interieur van de hotelkamers zal zoveel mogelijk het historische karakter van het Fort ondersteunen. Het hotel is bedoeld voor zowel de toeristische als de zakelijke doelgroepen. Horeca- en vergaderfaciliteiten In feite zijn er binnen het Fort diverse zelfstandige horecavestigingen voorzien: 1. Restaurant/clubhuis. In het restaurant kunnen watersporters, hotelgasten, inwoners en bezoekers samenkomen. Het restaurant zal in de middag en avond geopend zijn. Er is een ruim buitenterras. Het restaurant zal ook gaan functioneren als clubhuis voor de zeilsporters 2. Vergaderruimten. In het dijklichaam van het Fort worden boardrooms en vergaderruimten gerealiseerd. Zo komen er zes tot negen kleinere verhuurbare ruimtes en twee ruimtes voor grotere
bijeenkomsten. De twee grote zalen kunnen worden samengevoegd tot een capaciteit van maximaal 1.650 m2 bvo. Het unieke aan deze grote zaal is de 60 meter lange fortmuur. De grotere zalen zijn multifunctioneel inzetbaar: voor vergaderingen en congressen door de weeks, maar ook (zeil)trainingen en huwelijken in het weekend. De catering wordt verzorgd vanuit het restaurant. 3. Bar. De Bar wordt gesitueerd bij de entree van het Fort en is onder andere bedoeld voor de hotelgasten. De bar zal ’s avonds geopend zijn. 4. Zeilerslounge/museumcafé. Naast het museum wordt een loungegelegenheid voor de zeilers gerealiseerd. Het café biedt ontbijt en lunch en zal ook een buitenterras krijgen. Vanuit het café vertrekken ook de rondleidingen door het Fort. Jachthaven De jachthaven opengesteld voor passanten, evenementen en ligplaatshouders. Er komen 78 extra ligplaatsen ten opzichte van de bestaande 122 ligplaatsen. Daarbij wordt tevens voorzien in kleedkamers en havenfaciliteiten voor passanten, zeilers en ligplaatshouders. Parkeergarage Een ondergrondse parkeergarage met ongeveer 238 parkeerplaatsen afhankelijk van ontwerp en uitvoering. Bovenstaand programma wordt als volgt in de regels van het voorliggende bestemmingsplan geborgd. Horeca (max. 6.000 m2 ), waaronder: <0000> restaurant (1.000 m2); <0000> café/bar (300 m2); <0000> multifunctionele zalen (1.650 m2); <0000> hotelkamers (max.
28 kamers); <0000> terras (800 m2). <0000>
Jachthavenfuncties: <0000> ligplaatsen (maximaal 200) <0000> aanlegplaatsen voor passanten; <0000> bijbehorende faciliteiten (500 m2 );
Ondergeschikte functies zijn: <0000> Kleinschalige ondergeschikte detailhandel van maximaal 250m² in de fortgebouwen; <0000> wellness en andere leisurefaciliteiten; <0000> Starttoren, gelegen op de ringdijk nabij de opening naar de Westeinderplas, met een maximale maat van 7,50 m × 7,50 m en een hoogte van maximaal 11 meter.
HOOFDSTUK 4 Planopzet 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Aalsmeer.
Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan.
4.2 Planregels en bestemmingen De planregels zijn onderverdeeld in de volgende vier hoofdstukken. <0000> Hoofdstuk 1: Inleidende regels, met daarin begrippen (definities) en de wijze van meten; <0000> Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels, die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Deze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin de aan de gronden met die bestemming toegekende functies is beschreven. Per bestemming worden bouwregels gegeven voor alle bouwwerken die binnen de bestemming mogen worden gerealiseerd. Vervolgens kunnen per bestemming specifieke gebruiksregels zijn opgenomen voor het gebruik van gronden en opstallen. De bestemmingsregels kunnen worden aangevuld met nadere eisen en voorschriften voor vergunningverlening; <0000> Hoofdstuk 3: Algemene regels, die betrekking hebben op in beginsel alle voorafgaande regels. Het gaat hierbij onder meer om de anti -dubbeltelbepaling, algemene gebruiks- en bouwregels, algemene afwijkings- en procedureregels. <0000> Hoofdstuk 4: Overgangs en slotregels. De regels in Hoofdstuk 1 en de algemene regels in Hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de verschillende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2)
Hierin wordt aangegeven hoe de verschillende in de planregels gebruikte maten van oppervlakte, hoogte en inhoud worden gemeten om een eenduidige toepassing van de planregels te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Gemengd (artikel 3) Alle gronden op het forteiland alsmede de Ringdijk hebben de bestemming 'Gemengd' gekregen. Daarin zijn activiteiten mogelijk die gericht zijn op het behoud, herstel en versterken van de kernkwaliteiten van het fortcomplex als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, waaronder een museum. Daarnaast zijn binnen deze bestemming de mogelijke zaalaccommodatie en verschillende categorieën horeca beschreven met per categorie wat maximaal is toegestaan. Ook wordt een (half) verdiepte parkeergarage mogelijk gemaakt. Tot slot worden terrassen en jachthavenactiviteiten genoemd. Het bouwen van gebouwen is alleen mogelijk binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak, met uitzondering van het bouwen van de parkeergarage en de starttoren. Water (artikel 4) De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen en dergelijke. Het is verboden om de voor 'Water' bestemde gronden te gebruiken als ligplaats voor woonschepen.
Waarde - Archeologie 2 en 4 (artikel 5) Voor de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2 en 4 ' geldt dat de initiatiefnemer bij ingrepen in de bodem bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen, of voor het uitvoeren van een werk , geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunning) een archeologisch rapport moet overleggen. Op basis daarvan kunnen aan de desbetreffende vergunningen voorschriften worden verbonden. In de planregels is bepaald welke dit kunnen zijn. Deze regels zijn van toepassing bij de volgende bodemingrepen. <0000> Waarde - Archeologie 2: bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter met een oppervlakte groter dan 50 m2; <0000> Waarde - Archeologie 4: bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 Waarde - Stelling van Amsterdam (artikel 6) Ten behoeve van de instandhouding en bescherming van de universele waarden van het UNESCO-werelderfgoed - Stelling van Amsterdam is een dubbelbestemming opgenomen. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mag in beginsel uitsluitend gebouwd worden indien de waarden niet worden geschaad. Bij de afweging of waarden worden geschaad, wordt advies ingewonnen bij de Provincie.
Waterstaat - Waterkering (artikel 7) Voor de gronden binnen het plangebied waar een regionale waterkering is gelegen, is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen ter bescherming van de waterkerende functie. Deze dubbelbestemming voorziet in een vrijwaringszone ter plaatse van en aan weerszijde van de waterkeringen. In deze bestemming zijn specifieke regels zijn opgenomen ten aanzien van het bouwen binnen deze beschermingszone. Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 8) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens een berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan.
Algemene bouwregels (artikel 9) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) is aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/ of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Algemene gebruiksregels (artikel 10) Dit artikel geeft algemene regels met betrekking tot ongewenst gebruik van gronden die in alle gevallen gelden. Algemene aanduidingsregels (artikel 11) In de algemene aanduidingsregels zijn regels opgenomen over de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones die voortvloeien uit het Lib. Binnen deze bestemmingen gelden regels voor wat betreft geluid en externe veiligheid ten aanzien van gevoelige bestemmingen (woningen, woonschepen, gebouwen met een gezondheidszorgfunctie en gebouwen met een onderwijsfunctie), maximale bouwhoogtes (toetsingshoogte en radarhoogte) en beperkingen ten aanzien van de volgelaantrekkende werking. Ook zijn in dit artikel bepalingen opgenomen in verband met niet gesprongen explosieven. Binnen het plangebied is een verdenking van de aanwezigheid van niet gesprongen munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Deze gronden zijn aangeduid met een 'Gebiedsaanduiding - Niet gesprongen munitie'. De planregel heeft voorwaarden waaronder grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd.
Algemene afwijkingsregels (artikel 12) In dit artikel is bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Algemene procedureregels (artikel 13) In dit artikel is bepaald welke procedureregels in acht genomen moeten worden wanneer toepassing wordt gegeven aan de in het plan opgenomen mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 14) In dit artikel is gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen, die bij de inwerkingtreding van het plan reeds bestonden, maar nu in strijd raken met het plan, bogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hier mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan afwijkend gebruik van het voorheen geldende bestemmingsplan. Slotregel (artikel 15) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is in dit artikel een eenduidige naam voor het plan opgenomen.
HOOFDSTUK 5 Beleidskader Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 6.
5.1 Rijksbeleid In het bestemmingsplan is afstemming met het volgende ruimtelijk beleid van het rijk tot uitdrukking gekomen. 5.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: <0000> Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Sterke en gezonde steden en regio's; <0000> Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; <0000> Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Relevantie plangebied Het behouden en ontwikkelen van onze landschappen vraagt extra aandacht van het Rijk. De unieke cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van onze Nederlandse landschappen worden bij ontwikkelingen in het landelijk gebied behouden en versterkt. Waar mogelijk voegen we nieuwe kwaliteiten toe, zoals rust en ontspanning, weidsheid, natuurlijkheid en identiteit van het landschap.
Het Rijk richt zich in elk geval op de volgende landschappen: Kust, Waddenzee, Groene Hart, Veluwe, IJsselmeer, Zuidwestelijke Delta, de Hollandse Waterlinies en de Nationale Parken.
Samen met partners uit de genoemde gebieden zijn of worden kernkwaliteiten en waarden benoemd. Bestaande gebieden met een UNESCO-status hebben een internationaal herkende kwaliteit en zijn daardoor per definitie ook van nationale importantie. Voorliggende ontwikkeling vindt plaats in een gebied met een UNESCOstatus. Het is denkbaar dat vanuit de NOVI op termijn ook andere landschappen worden aangeduid als zijnde van nationale importantie, zoals nieuwe gebieden met een UNESCO-status. 5.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Op grond van artikel 2.13.2 lid 1 1 sub d is De Stelling van Amsterdam, waar het plangebied in gelegen is, aangewezen als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. Relevantie plangebied Ten aanzien van het Barro geldt dat het plangebied onderdeel is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en door het Rijk is aangewezen als erfgoed van uitzonderlijke universele waarden. De kernkwaliteiten en begrenzing hiervan zijn in de provinciale verordening uitgewerkt, zie hiervoor paragraaf 5.2.2.
Artikel 6.49 van de Omgevingsverordening, dat een uitwerking van artikel 2.13.4 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is, strekt tot bescherming van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Zoals blijkt uit hoofdtuk 3 worden de gebruiksmogelijkheden ter plaatse van het plangebied gewijzigd. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden is de dubbelbestemming Waarde-Stelling van Amsterdam in de planregels opgenomen. Op deze wijze worden de cultuurhistorische waarden in het plangebied beschermd. Het Barro staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 5.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling.
Indien het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens een motivering te worden opgenomen waarin wordt onderbouwd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relevantie plangebied Het hotel, de horeca- en vergadervoorzieningen vallen te kwalificeren als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 in het Besluit Ruimtelijke ordening (Bro) dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren met behulp van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De Ladder vereist dat de behoefte aan de verschillende functies inzichtelijk wordt gemaakt, kwantitatief (in aantallen hotelkamers/ horecameters) en kwalitatief (qua concept, programmering, doelgroep en locatie). Ten behoeve van het initiatief heeft initiatiefnemer een ladderonderbouwing laten opstellen, zie bijlage 1, Bureau Stedelijke Planning, Ladderonderbouwing hotel en horeca, Zeilfort Kudelstaart, 7 oktober 2020).
Uit dit onderzoek blijkt het volgende. Er is binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een behoefte aan circa 16.000 hotelkamers tot 2030. Traditioneel trekken Amsterdam en daarna Schiphol/Haarlemmermeer het gros van de hotelkamers aan. Samen zijn ze goed voor 85% van de hotelmarkt. De panelen gaan echter schuiven. Amsterdam kent sinds 2016 een hotelstop. Naar verwachting worden nog 8.000 kamers gerealiseerd (waarvoor al een vergunning is afgegeven, en een enkele nieuwe). De restantbehoefte van de andere 8.000 kamers valt dus aan de andere MRA-regio’s toe te bedelen. In de regio Amstelland-Meerlanden (het onderzoeksgebied voor het hotel) gaat het om 1.000 tot 21.400 kamers tot 2030; in de middenscenario’s (2, 3 en 4) 7.850 tot 12.100 kamers. Rekening houdend met de harde plancapaciteit van ten minste 1.813 hotelkamers resteert er nog altijd een zeer forse behoefte. Meer dan voldoende om een hotel van 28 kamer te kunnen motiveren. Zowel de analyse van horecadichtheden als een distributieplanologische berekening (DPO) wijzen op een aanzienlijke uitbreidingruimte aan horeca en vergaderfaciliteiten. Tot 2030 betreft de uitbreidingsruimte voor horeca in het onderzoeksgebied (de gemeenten Aalsmeer en Uithoorn) circa 14.000 m² bvo.
Dit is meer dan voldoende om (ook na aftrek van de plancapaciteit van 150 m² bvo) zowel het restaurant, de zeilerslounge, de bar en de vergaderruimten in Zeilfort Kudelstaart te realiseren (totaal 3.300 m² bvo). De gevolgen van het coronavirus zijn nog ongewis. Op korte termijn leiden deze vermoedelijk tot vraaguitval en faillissementen. Zodra echter de economie weer aantrekt, zal ook de binnenlandse toeristische en zakelijke vraag snel herstellen. Het herstel van de internationale zakelijke en toeristische vraag zal vermoedelijk langer op zich laten wachten. Verwacht wordt dat wanneer het Zeilfort zal openen, de markt weer is aangetrokken en de vraag hersteld. Gelet op voorgaande is het bestemmingsplan in overeenstemming met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Aanvullend kan nog gewezen worden dat met de herontwikkeling een bijzonder object van grote cultuurhistorische waarde met een invulling als hotel, horeca- en vergaderruimten een nieuw leven ingeblazen krijgt. Het Zeilfort ligt midden in de as Zuid-Kennemerland, Amstelland- Meerlanden, Amsterdam (Zuid), Almere, daar waar een enorme potentie en dynamiek is: zakelijk-economisch, toeristisch en qua inwoners. De afstand tot Schiphol bedraagt circa 15 autominuten; tot Bloemenveiling Aalsmeer 5 autominuten. Zeilfort Kudelstaart biedt een uniek product voor zowel de zakelijke als toeristisch-recreatieve gast, door 1.
de cultuur-historische ambiance; 2. de functiecombinatie (hotel, horeca, vergaderen en watersport) en) 3. het natuurschoon met het water als blauw decor, weg uit de hectiek en/of zakelijk-functionele omgeving van de stad. 5.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in
afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Zie bijlage 1 bij het Lib voor een kaart met de toetshoogtes. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (v.v.g.b.) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB. De procedures voor een v.v.g.b. en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de <0000> veiligheid van het luchthavenverkeer.
Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan en van drie woningen in de lintbebouwing gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke-contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe Lib geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zal een verbod worden verankerd in het LIB op nieuwe woningbouwlocaties. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte oplopend van 120 tot 146 meter, 100 tot 135 meter en 50 tot 65 meter.
Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 49 oplopend tot 68 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden geen bouwhoogtes toegestaan die boven de 49 meter komen. Voor het plangebied geldt tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het plangebied Fort Kudelstaart ligt binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt binnen zone 4 van het LIB. Tenslotte ligt het plangebied op grond van artikel 2.2.3 binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk.
5.2 Provinciaal beleid 5.2.1 Omgevingsvisie Noord- Holland 2050
De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt: Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities: Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.
Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied De voorgestane ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en draagt bij aan het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
5.2.2 Omgevingsverordening Noord- Holland 2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om in de geest van de komende Omgevingswet naar nieuwe regels te streven die zien op het 'hoe': 'hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving'. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie (NH2050) worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Een (groot) aantal van de regels van de PRV zijn ook in de Omgevingsverordening NH2020 terecht gekomen. Hoofdstuk 6 bevat de instructieregels die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten
doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan provinciale staten. Dit betreft voornamelijk instructies aan gemeenten en waterschappen. In de eerste drie afdelingen van hoofdstuk 6 worden regels gesteld over stedelijke, agrarische en andere ruimtelijke ontwikkelingen. In afdeling 6.4 worden regels gesteld over het beschermd landelijk gebied en wordt een passend beschermingsniveau geborgd. Het gaat dan om het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), Erfgoederen van universele waarde (UNESCO), stiltegebieden en het strand. De afdelingen 6.1 tot en met 6.4 gaan kort samengevat over waar welke ontwikkelingen zijn toegestaan (wat). Afdeling 6.5 ziet vervolgens op een goede ruimtelijke inpassing (hoe) en dat geldt ook voor afdeling 6.6 (klimaatadaptatie). De verschillende instructieregels zijn vervolgens gekoppeld aan verschillende 'werkingsgebieden'. Relevantie plangebied De ontwikkeling vindt plaats in de Stelling van Amsterdam, en dan met name op het Forteiland zelf en merendeels binnen het Fort. Op deze locatie is het werkingsgebied 'Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde' van toepassing.
In artikel 6.49 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde: <0000> regels gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde bevat. <0000> uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten mag voorzien. Voor de Stelling van Amsterdam zijn op grond van de Omgevingsverordening in bijlage 7 de volgende kernkwaliteiten opgenomen: 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroeg twintigste -eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: Een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; Sluizen en voor- en achterkanalen; De forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; Inundatiegebieden; Voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); De landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten. 2. Relatief grote openheid. 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. Ad 1.
Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroeg twintigste -eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel Ten aanzien van kernkwaliteit 1 geldt dat de ontwikkelplannen nagenoeg geheel in het Fort/ op het Forteiland zelf plaats hebben en alleen invloed op dit Fort en niet op het werelderfgoed 'Stelling van Amsterdam' zelf hebben. De voorgenomen ontwikkeling wordt, behoudens de starttoren, immers grotendeels binnen de contouren van het oorspronkelijke Fortgebouw en bestaande wallen gerealiseerd. Het bestemmingsplan voorziet in een parkeergarage, die ondergronds wordt gerealiseerd en waarbij de oorspronkelijke dijklichamen de maximale maat vormen. Het fort zal door de ontwikkeling hersteld worden naar de oorspronkelijke contour en beter zichtbaar worden vanuit de omgeving. De beplanting en inrichting van het fort zal aansluiten bij de oorspronkelijke inrichting. De strakke oeverlijn van de frontwal en de overige grondlichamen worden grotendeels hersteld. De keelzijde van het fort wordt juist geconserveerd en behoudt zijn historische karakter. Door de herontwikkeling kan de beleefbaarheid en toegankelijkheid worden vergroot. De beoogde ontwikkeling tast de aanwezige monumentale objecten (het Fort) dan ook niet aan. Ook leidt de
ontwikkeling niet tot aantasting van het samenhangend systeem van overige functies zoals dijken, kanalen of inundatiekommen. Juist door de herontwikkeling is restauratie en behoud van de cultuurhistorische context van het Fort in de toekomst geborgd. Heritage Impact Assesment Ter nadere onderbouwing hiervan heeft de Provincie Noord- Holland in overleg met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) besloten een Heritage Impact Assessment (HIA) uit te laten voeren zodat de effecten van het plan op de kernkwaliteiten van het werelderfgoed, namelijk de hoofdverdedigingslijn, militair systeem en het watermanagementsysteem, in kaart worden gebracht. In deze Heritage Impact Assessment (HIA, zie bijlage 2 Heritage Impact Assesment Fort Kudelstaart, Arcadis Nederland B.V., 19 maart 2021) is in opdracht van de provincie Noord-Holland een effectbeoordeling opgesteld naar de voorgenomen ingrepen op Stelling van Amsterdam. Op basis van de effectbeoordeling wordt ingeschat dat de ontwikkelingen een gering effect hebben op het werelderfgoed en daarmee een beperkt risico betekenen voor het behoud van de Outstanding Universal Value (OUV). De kans dat het erfgoed potentieel of daadwerkelijk gevaar zal lopen is gering. Wat hierbij een rol speelt is dat het Fort bij Kudelstaart een onderdeel is van een ring van 46 forten en batterijen is.
Gevolg hiervan is dat hoewel de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op Fort bij Kudelstaart zelf, het effect van de ontwikkeling op het Werelderfgoed gering is. Twee van de drie kernkwaliteiten blijven ongewijzigd (zie ook hieronder). Op één van de kernkwaliteiten, te weten het militaire systeem, vindt aantasting plaats. De grootste aantasting van het fort is volgens de HIA de bouw van de ondergrondse parkeergarage. Nader geotechnisch onderzoek - zie hieronder - toont overigens aan dat deze garage zodanig kan worden aangelegd dat enerzijds het profiel van het dijklichaam behouden blijft en bestaande objecten onaangetast blijven en anderzijds een maximaal aantal parkeerplaatsen kan worden gerealiseerd. Uit de HIA volgt verder dat met de ontwikkeling een positief effect op de Stelling van Amsterdam bewerkstelligd kan worden, zoals de bereikbaarheid en de beleving van het fort. In het laatste hoofdstuk van het rapport worden enkele aandachtspunten voor het ontwerp genoemd, waarbij ook kansen naar voren komen, gericht op het vergroten van de bekendheid en verbeteren van de toegankelijkheid van het Werelderfgoed. Ad 2: Relatief grote openheid Wat betreft de tweede kernkwaliteit "relatief grote openheid" kan worden vastgesteld dat deze nu niet aanwezig is en ook bij de aanwijzing in 1996 als werelderfgoed niet aanwezig was (zie ook onderstaande afbeelding).
Sinds de vroege jaren 1960 is het Fort in gebruik als jachthaven voor (ex)defensiepersoneel. Vafamil (Vakantie Faciliteiten Militairen) heeft sinds dat jaar het beheer over het fort gehad. Dit heeft tot gevolg gehad dat inmiddels de gehele waterkant voorzien is van een hoge beschoeiing en loopen aanlegsteigers. In de directe omgeving van het Fort bij Kudelstaart was in 1996 al sprake van glastuinbouw in de omliggende Legmeerpolder en verspreide bewoning langs de Kudelstaartseweg in de vorm van veelal vrijstaande huizen. Direct ten noorden ligt een klein bedrijventerrein dat recent is herbestemd naar woningbouw. Verder voorziet het bestemmingsplan niet in ingrepen op de bestaande openheid.
Afbeelding: Fort Kudelstaart en de directe omgeving Ad 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam Ook de derde kernkwaliteit "de groene en relatief stille ring rond Amsterdam" is zowel door de aanwezigheid van de jachthaven en de bebouwing aan de Kudelstaartseweg en omliggende bedrijfsfuncties al aangetast op het moment dat het gebied werd opgenomen op de lijst van Werelderfgoedlijst van Unesco. Bovendien ligt het plangebied in de directe nabijheid van Schiphol en bijbehorende vliegroutes. Het akoestische onderzoek stelt dienaangaande ook onverkort dat de bestaande geluidsituatie, mede gelet op de aanvliegroutes van Schiphol voor bijvoorbeeld de woningen aan de Kudelstaartseweg 97 en 99 als slecht te beschouwen is. De voorgestane herontwikkeling van het plangebied zal ook geen gevolgen hebben voor deze kernkwaliteit. Conclusie Uit voorgaande en uit de HIA blijkt dat met het bestemmingsplan wel nieuwe functies worden toegestaan, maar dat het plan maar een gering effect heeft op kernkwaliteiten van het Werelderfgoed en daarmee een beperkt risico betekent voor het behoud van de unieke waarden. Dit omdat het plan alleen maar effect heeft op een onderdeel van de kernkwaliteit als genoemd onder 1, namelijk het militair systeem.
Zoals blijkt uit paragraaf 5.2 van de HIA gaat de kernkwaliteit het militair systeem over aspecten die voor een groot deel buiten het fortterrein liggen. Omdat het militair systeem wel (de inrichting van) het fortterrein omvat, zijn bijna alle effecten op het fort in dit aspect ondergebracht. Bij de beoordeling van de effecten speelt de omvang een belangrijk rol. Het is duidelijk dat de voorgenomen ontwikkelingen impact hebben op Fort Kudelstaart. De effecten op het aspect militaire systeem zijn beperkter, omdat het fort slechts een onderdeel is van dit veel grotere systeem. De samenhang tussen de verschillende elementen uit het militaire systeem wordt in geringe mate aangetast. De verschillende ontwikkelingen brengen bij deze kernkwaliteit geen cumulatieve effecten met zich mee. Daarbij gaat het om slechts 1 onderdeel van het militair systeem dat bestaat uit een ring van 46 forten en batterijen en een nog groter aantal kleinere militaire werken. De grootste ingreep is zoals aangegeven de bouw van de ondergrondse parkeergarage. Volgens de HIA is het feit dat de parkeergarage ondergronds wordt gerealiseerd positief omdat de parkeergarage aan het zicht wordt onttrokken. Wel blijft het door de in- en uitrit en de ventilatieroosters herkenbaar als een nieuwe toevoeging aan het
fortterrein dat afdoet aan authenticiteit van het terrein. Voor de uitvoeringsfase geeft de HIA aanbevelingen mee om de zichtbaarheid aan het oog te onttrekken. Op grond van de regels van het bestemmingsplan geldt gelet daarop een beperking in die zin dat de parkeervoorziening niet mag uitsteken boven het maaiveld van de grondwal, behoudens ten behoeve van de daglichttoetreding. Bovendien gelden aanvullend nog de bepalingen van de dubbelbestemming Waarde- Stelling van Amsterdam. Uit geotechnisch onderzoek (zie bijlage 3, Geotechnisch onderzoek, Huisman Traject B.V., 1 oktober 2021) blijkt overigens dat deze garage zodanig kan worden aangelegd dat enerzijds het profiel van het dijklichaam behouden blijft en bestaande objecten onaangetast blijven en anderzijds een maximaal aantal parkeerplaatsen kan worden gerealiseerd en daarmee ook niet leidt tot een aantasting van het Fort. De HIA laat verder zien dat de herbestemming tot een aantal verbeteringen leidt zoals de bereikbaarheid en de beleving van het fort, zodat kan worden bijgedragen aan de bekendheid en toegankelijkheid van het Werelderfgoed In het rapport staan verder aandachtspunten voor het definitief ontwerp waarvoor de gemeente nog een omgevingsvergunning moet verlenen met advies van de RCE, omdat het een rijksmonument is. De diverse onderzoeken en overleggen met o.a.
Provincie en RCE wijzen uit dat dergelijke monumentenvergunningen t.z.t. verleend kunnen worden, zie ook paragraaf 6.7. Ter borging van de waarden van de stelling van Amsterdam is, overeenkomstig het bepaalde in de Omgevingsverordening, in de regels in combinatie met de verbeelding een dubbelbestemming Waarde - Stelling van Amsterdam opgenomen. NNN-gebied Artikel 6.43 van de Omgevingsverordening geeft regels voor het behoud en de ontwikkeling van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en natuurverbindingen. Het plangebied voor het fort grenst aan het NNN-gebied, maar maakt hier geen onderdeel van uit, zoals de onderstaande afbeelding van het NNN (groene gebied) laat zien:
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het provinciale ruimtelijke beleid geen belemmeringen bestaan voor de beoogde herontwikkeling.
5.3 Regionaal beleid De gemeente maakt onderdeel uit van een plusregio als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het bestemmingsplan is daarom afstemming met het volgende regionale beleid tot uitdrukking gekomen. Ook is rekening gehouden met het beleid van het samenwerkingsverband binnen Greenport Aalsmeer. De gemeente Aalsmeer maakt deel uit van de Stadsregio Amsterdam, een samenwerkingsverband van 16 gemeenten in de regio Amsterdam. De Stadsregio Amsterdam werkt aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de ruimtelijke ontwikkeling van dit gebied. Het meerjarenbeleid ten aanzien van de diverse beleidsterreinen is vastgelegd in de Regionale Agenda, welke eens in de vier jaar bij de start van een bestuursperiode wordt vastgesteld. In deze Regionale Agenda zijn de volgende relevante ambities uitgesproken: zorgen voor de aanleg en herstructurering van bedrijventerreinen; het versterken van Schiphol, Haven en Greenport; stimuleren van de creatieve kenniseconomie; verbeteren van de onderwijs- en kennisinfrastructuur; verbeteren van het regionaal toeristisch product; aantrekken van meer internationale evenementen.
Om deze ambities te realiseren dient ervoor te worden gezorgd dat toeristen die naar Amsterdam komen ook activiteiten buiten de stad Amsterdam bezoeken door het continueren van ‘Amsterdam Bezoeken, Holland Zien’, onder meer door het versterken van de regionale bereikbaarheid (OV, toeristische fietsroutes).
5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 De Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 beoogt de ambitie van 'Aalsmeer Waterdorp' verder gestalte te geven en Aalsmeer als aantrekkelijke waterrecreatiegemeente op de kaart te zetten. Het bloemenimago van Aalsmeer is als gevolg van de ontwikkelingen in deze sector in de richting van de toerist aan het verbleken. Het gebied rond de Westeinderplassen moet de spil vormen van het toeristisch recreatief profiel. Daarvoor is een kwaliteitsimpuls nodig, zodat recreatie en toerisme als belangrijke pijlers van de economie beter benut kunnen worden. De Gebiedsvisie ziet hiervoor belangrijke kansen. In de gebiedsvisie wordt gewezen op het voormalig Fort bij Kudelstaart als belangrijk landschappelijk c.q. cultuurhistorisch element als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. In de visie zijn voorstellen opgenomen om de cultuurhistorische waarden van Aalsmeer te benadrukken. Een daarvan is de inrichting van het gebied rondom Fort Kudelstaart, als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. De Westeinderplassen en het Fort Kudelstaart worden in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 omschreven als belangrijke landschappelijke c.q. cultuurhistorische elementen. Het kan dan ook een meerwaarde voor de gemeente bieden wanneer het fort succesvol wordt herontwikkeld. De herontwikkeling van het fort als zeilfort sluit goed aan bij de gebiedsvisie.
De verdere ontwikkeling van recreatie en toerisme wordt gezien als een cruciaal element voor de ontwikkeling van Aalsmeer. De inwoners van de gemeente vinden het hierbij wel van belang dat er een goed evenwicht is tussen het
toeristisch-recreatief product, het dorpse karakter en natuur en landschap (kwaliteitsverbetering). De open ruimtes, water en groen moeten daarnaast voor iedereen beleefbaar zijn. Deze ontwikkeling vergroot de toeristisch-recreatieve mogelijkheden die de gemeente te bieden heeft. Er is sprake van een kwaliteitsverbetering van het landschap met respect voor de cultuurhistorische waarden van het fort. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan een versterking van het watersportimago van de Westeinderplassen en de gemeente Aalsmeer. Het fort zal door de ontwikkeling beter zichtbaar worden vanuit de omgeving en de beplanting en inrichting van het fort zal aansluiten bij de oorspronkelijke inrichting. De strakke oeverlijn van de frontwal en de overige grondlichamen worden grotendeels hersteld. De keelzijde van het fort wordt juist geconserveerd en behoudt zijn historische karakter. Buiten het plangebied zijn geen mogelijkheden om eventuele extra parkeercapaciteit te creëren. Om de bereikbaarheid van het fort te garanderen en parkeerproblemen te voorkomen is er gekozen voor een (half)verdiepte parkeeroplossing in de te herstellen grondwal, waarbij de (historische) dijklichamen de maximale maat vormen. 5.4.2 Horecabeleid 2016-2020 Horeca vormt één van de belangrijke pijlers voor de Aalsmeerse economie en voor recreatie en toerisme.
zo zorgt horeca voor meer bestedingen, werkgelegenheid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook zorgt een goed horeca-aanbod ervoor dat bezoekers, van regiobewoners tot buitenlandse toeristen, langer in Aalsmeer verblijven en dat zij hun bezoek positiever waarderen. Een goed horeca-aanbod bevordert het floreren van andere sectoren, zoals detailhandel en de watersportsector. Kortom, horeca maakt Aalsmeer aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers en draagt bij aan de Aalsmeerse economie. De horeca in Aalsmeer is voornamelijk in het centrum en in de waterrijke gebieden gevestigd. Ook kent Aalsmeer een bloeiend verenigingsleven waarin horeca een rol vervult. Het horecabeleid, dat was opgesteld in 2005, was verouderd. In 2014 is het Aalsmeerse horecabeleid geëvalueerd. De aanbevelingen die uit de evaluatie naar voren zijn gekomen zijn uitgewerkt in deze geactualiseerde horecanota. Ook zet het college in op deregulering en vermindering van administratieve lasten ten gunste van ondernemers. Relevantie plangebied In het horecabeleid is het versterken van de culturele en recreatieve waarde van Fort Kudelstaart (en omgeving) en het fort openbaar toegankelijk maken voor het publiek genoemd. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de mogelijke realisatie van deze kans.
5.4.3 Agenda voor recreatie en toerisme Aalsmeer spreekt de ambitie uit om van de recreatie en toerisme sector een economische motor van formaat te maken. Om dit te realiseren wil het college samen met het bedrijfsleven actief op zoek naar nieuwe kansen, zoals verblijfsrecreatie en arrangementen om zo ook internationale toeristen te trekken. Ook wil het college de samenwerking met de watersportsector en de samenwerking tussen de toeristisch-recreatieve bedrijven (waaronder de horecasector) verder versterken. Dit sluit ook aan bij het beleid van de Metropool Regio Amsterdam (MRA) met Amsterdam Bezoeken, Holland Zien programma’s: Flowerstrip en Leisure Lake. Als basis voor deze ambities is, parallel aan de Economische agenda, deze nieuwe Agenda Recreatie en Toerisme 2016–2020 gemaakt. Relevant voor het plangebied is de toenemende vraag naar (verblijfs-) recreatie en toeristische arrangementen in de regio Amsterdam.
Aalsmeer wil, in aansluiting op het beleid van de metropoolregio Amsterdam, dat in 2025 het aantal internationale bezoekers, dat naast Amsterdam ook een bezoek brengt aan Aalsmeer, is gestegen met 67% ten opzichte van het aantal bezoekers in 2015. De realisatie van de doelstellingen is voor een belangrijk deel afhankelijk van het nemen en realiseren van initiatieven door het bedrijfsleven. De gemeente heeft hierin een beperkte faciliterende rol (vergunningverlening, ruimtelijke procedures). De gemeente Aalsmeer staat voor het verbeteren van de recreatieve en toeristische infrastructuur zoals fiets- en wandelpaden, vaarwegen, schoon zwemwater, routes, een toeristisch overstappunt, recreatiesteunpunten en voldoende parkeergelegenheid. Het is vooral het bedrijfsleven om te komen met een verbeterd aanbod voor toeristen en waterrecreanten en het vergroten van het aanbod van verblijfsaccommodaties. Relevantie plangebied De herontwikkeling van Fort Kudelstaart past goed binnen de uitgangspunten van de Agenda voor Recreatie en Toerisme. 5.4.4 Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016 Eind 2012 heeft het CROW (Landelijk kenniscentrum voor verkeer en vervoer) nieuwe parkeerkencijfers gepubliceerd. De 'oude' cijfers dateren van 2004 en dienden als basis voor de parkeernormen zoals vastgesteld in het Aalsmeer Verkeer- en Vervoerplan (AVVP).
In het AVVP zijn echter alleen normen opgenomen voor de categorie 'wonen'. De aanleiding voor deze Nota Parkeernormen Aalsmeer is als volgt: Naast de normen voor de categorie wonen zijn er nog geen parkeernormen vastgesteld voor Aalsmeer en Kudelstaart. De parkeernormen uit 2004 en uit het AVVP zijn niet meer actueel. De nieuwe kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op de meest actuele en recente ervaringscijfers. Parkeernormen moeten vanaf 2018 zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Door in toekomstige bestemmingsplannen via de regels een verwijzing op te nemen naar deze Nota Parkeernormen inclusief toepassingsregels wordt aan deze verplichting voldaan en geldt voor iedereen een eenduidig kader. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is een verwijzing opgenomen naar de Nota Parkeernormen. Het vaststellen van parkeernormen en toepassingsregels is om diverse redenen belangrijk en nuttig. Door het parkeren nadrukkelijk te toetsen en de juiste parkeernorm zo vroeg mogelijk in een planproces te bepalen wordt parkeeroverlast voorkomen en wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Indien een ontwikkelaar namelijk te weinig parkeerplaatsen realiseert op eigen terrein, gaan er ook mensen in de omgeving parkeren met mogelijk parkeeroverlast en verkeersonveilige situaties tot gevolg.