CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Structuurvisie Uiterweg 2015.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 31 augustus 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Uiterweg 116a- Marinapark, aanvullende welstandscriteria27.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Promotie. Dit heeft geresulteerd in het ‘Toekomstplan Watersport Uiterweg’, dat op 28 juni 2011 door het toenmalige college als bouwsteen voor de visie op de Uiterweg is aangemerkt. Belangrijke bevindingen van het onderzoek zijn dat de helft van de jachthavens niet goed presteert en het hoofd nauwelijks boven water kan houden. Het onderzoek wijst uit dat de vaak geventileerde opinie dat de jachthavens in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de grens tussen stedelijk en landelijk gebied, die veelal dwars over de bedrijven loopt, niet juist is. Het blijkt dat de meeste jachthavens hun bouwmogelijkheden nog niet ten volle hebben benut. Volgens het onderzoek is de gedateerde bedrijfsvoering eerder het probleem, en moet de oplossing vooral gezocht worden in een verbreding van de bedrijfsvoering met onder meer verblijfsrecreatie. Uit het onderzoek blijkt tevens dat het streven naar clustering niet op draagvlak kan rekenen onder de jachthavenondernemers. Clustering, althans op vrijwillige basis, is derhalve geen reële strategie voor de toekomst. Het toekomstplan is van grote betekenis geweest voor het vervolg van het proces om tot deze structuurvisie te komen. De samenwerking bij het onderzoek is het begin geweest van een intensieve en constructieve samenwerking, waarbij gemeente en watersportsector nader tot elkaar zijn gekomen.

Daarnaast hebben de bevindingen van het onderzoek geleid tot een bijstelling

27

van de probleemdefinitie voor het gebied. Langzaam is het besef ontstaan dat niet alleen vrijkomende agrarische gronden tot een nieuwe visie voor het gebied noodzaken, maar ook dat de jachthavensector zelf moet transformeren om als economische peiler van de lokale economie te kunnen fungeren. Wenkend Perspectief Watersport Aalsmeer Na de oplevering van het Toekomstplan heeft de Kamer van Koophandel het initiatief genomen om samen met de Hiswa en de SWAP de watersportondernemers langs de Uiterweg te prikkelen om zich op het perspectief voor de sector te bezinnen. Door middel van een aantal interactieve werksessies is een antwoord geformuleerd op de vragen waar de kansen voor de watersportsector in Aalsmeer liggen, hoe individuele ondernemers deze kunnen verzilveren en wat zij daarbij van collega/ ondernemers kunnen en mogen verwachten. De kamer van Koophandel is in geslaagd om de ondernemers uitdrukkelijk te betrekken bij de opgave om Aalsmeer als watersportgemeente te positioneren. Een grote verdienste van dit vervolgtraject is dat de sector toenadering heeft gezocht tot de kwekers in het gebied. Een afvaardiging van de kwekers heeft uiteindelijk de werksessies bijgewoond en mede inbreng gehad in het eindresultaat. Ook het Landschap Noord-Holland en enkele potentieel investeerders in het gebied zijn bij de werksessies betrokken.

28

Bouwstenen

Tijdens de werksessies is het instrument Havens à la Carte van projectbureau Vrolijks toegepast om een aantal toekomstbestendige haventypen te onderscheiden. Uitgangspunt van dit instrument is dat een jachthaven niet meer slechts een parkeerplaats voor boten is, maar een volwaardige economische speler die nadrukkelijk zijn plaats opeist in de omgeving. Havens à la Carte is een systeem waarbij een groot aantal typen havens wordt onderscheiden en uitgewerkt naar omvang, verschijningvorm, soort boten, vaarwater, inpasbaarheid en voorzieningen. De werksessies hebben uitgemond in de brochure “Wenkend perspectief: watersport Aalsmeer” die op 9 juni 2011 is gepresenteerd aan een breed gezelschap van watersportondernemers en kwekers, vertegenwoordigers van Landschap NoordHolland en de gemeente Aalsmeer. De belangrijkste conclusie van het Wenkend Perspectief is dat de Uiterweg in zijn geheel het meest complete jachthavenbedrijf van heel Nederland is. De Uiterweg vormt een veelzijdig en gevarieerd watersportmilieu. Er ontbreekt echter een eenduidig profiel. Gericht op de toekomst is er behoefte aan versterking en doorontwikkeling van een aantal haven typologieën: •

Aalsmeer moet een bestemming worden en bestemmingen bieden: het gebied, de kern, de natuur én de jachthaven dienen ieder op zich een bestemming te zijn. Horeca aan het water,

•

bereikbaar met de boot, en ligplaatsen in de natuur zijn belangrijke vaardoelen. Gastenboten moeten een tijdelijke verblijfplaats kunnen vinden, of een aanlegplaats om boodschappen te doen. Gebiedseigen boten moeten een bestemming hebben in het gebied voor een korte vaartocht. Uitbouwen veelzijdigheid verblijfsbestemming met water als bindende factor: door de kenmerkende landschapsstructuur heeft Aalsmeer de meeste strekkende meters oeverlengte per hectare. Daarbij komt de mondiale uitstraling van de traditionele sierteelt. Deze kwaliteiten lenen zich voor vele vormen van verblijfstoerisme, gekoppeld aan het water: luxe en eenvoudig, drijvend of op het land,

voor groepen dan wel voor individuelen, voor vaste gasten dan wel kort verblijf. Verblijfsrecreatie biedt mogelijkheden om de opbrengst per ruimte-eenheid te vergroten. • Uitbouwen van variatie en ruimte voor specialisatie: De landschappelijke structuur en de kleinschaligheid nodigt uit tot specialisatie. De bedrijven ontberen de ruimte om allemaal hetzelfde te doen op de gewenste schaal. Door specialisatie in een specifieke activiteit ontstaat ruimte voor meerwaarde en kunnen specifieke klanten met specifieke motieven aan Aalsmeer worden gebonden. Om zich in de toekomst als een sterke speler op de markt te positioneren moeten ondernemers kiezen: uitbreiden,

samenwerken of verdelen. Ondernemers moeten ook besluiten welke richting zij met hun eigen bedrijf uit willen. Specialisatie is nodig. Niet allemaal kiezen voor hetzelfde vraagt afstemming. Een gezamenlijke opdracht is tevens het unieke landschap te behouden, aangezien dat landschap de aantrekkingskracht vormt om Aalsmeer überhaupt als toeristische trekpleiter te kunnen positioneren. Uiterweg & Kleine Poel: visie van de kwekers De betrokkenheid van de kwekers bij de sessies van de watersportsector hebben er toe geleid dat ook de kwekers zich als groep zijn gaan positioneren en gezamenlijk over de toekomst van het Uiterweggebied hebben nagedacht.

29

Dit heeft geleid tot de visie “Uiterweg & Kleine Poel, dat door het kwekerscollectief als input voor de visie op de Uiterweg in het najaar van 2011 aan de gemeente is aangeboden. Het vertrekpunt voor de kwekers is de overtuiging dat een rendabele bedrijfsvoering in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn. De kosten nemen toe en de opbrengsten worden minder. Het werk is fysiek zwaar en de meeste kwekers hebben geen opvolgers. De kwekers hebben in hun visie een antwoord proberen te geven op de vraag hoe het in de toekomst aan het gebied van de Uiterweg een meerwaarde gegeven kan worden. Volgens de kwekers moeten de landschapsstructuur met de sloten en eilandjes behouden blijven. Nu agrarisch gebruik in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn, is uitbreiding van recreatie gewenst. Daarbij zijn meer waterrecreatie, meer verblijfsmogelijkheden en betere bereikbaarheid over water van belang. De beleving van het groene en waterrijke landschap moet voorop staan. Met deze uitgangspunten hebben de kwekers een stedenbouwkundige schets van het gebied opgesteld, waarbij sierteelt plaatsmaakt voor woon- en verblijfsfuncties in een groene setting. Bijzonder element van de stedenbouwkundige schets is het voorstel een tweede lint te construeren tussen de Uiterweg en de Ringvaart. Als hoofdzakelijk stedenbouwkundige visie is het toekomstplan van de kwekers een waardevolle aanvulling

30

Bouwstenen

op de inbreng vanuit de watersportsector, die vooral een focus heeft op de mogelijkheden van nieuwe verdienmodellen. Toekomstbeeld Uiterweg-Plasoevers 2012 In het voorjaar van 2011 heeft de gemeente daadwerkelijk de werkzaamheden om tot een toekomstvisie voor het gebied opgestart met de inrichting van de een projectorganisatie en de vaststelling van een projectplan. Daarmee heeft de gemeente de regie genomen in het verdere proces van beleidsvorming. Om in het proces voldoende ruimte te geven aan de kennis en wensen van alle betrokkenen is besloten de samenwerking en dialoog met de belanghouders, zoals die door de Kamer van Koophandel en de SWAP is geïnitieerd voort te zetten en te intensiveren. Als eerste stap in het proces is een klankbordgroep ingesteld met vertegenwoordigers uit de watersportsector, de kwekers, de bewoners en de Stichting Bovenlanden om vanuit de verschillende belangen gezamenlijk inhoud te geven aan de nieuwe visie. De gemeente heeft een externe procesmanager ter beschikking gesteld om deze participatie te begeleiden. In een intensief traject met interviews, werksessies en informatieavonden zijn de verschillende belangen, wensen en zorgen in beeld gebracht. Van daaruit zijn oplossingen gekozen voor bestaande problemen en scenario’s voor een

toekomstbestendig ontwikkelperspectief. De inzet van de klankbordgroep heeft geresulteerd in het “Toekomstbeeld Uiterweg-Plasoevers 2012, dat onder regie van de gemeente door de belanghouders zelf is opgesteld. Het Toekomstbeeld is op te vatten als een handreiking van de gezamenlijke belanghouders aan de gemeente en is met een oplegnotitie van het college, waarin de uitgangspunten op hoofdlijnen zijn omarmd, vanaf 13 april 2012 voor inspraak ter inzage gelegd. Het Toekomstbeeld zet in op de koppeling van het Uiterweggebied en het centrumgebied, waarbij de synergie tussen wonen, werken, verblijven, recreëren en winkelen, en tussen water en land op een hoger niveau wordt gebracht. Hiertoe worden vier deelgebieden onderscheiden met elk een eigen ontwikkelperspectief: het Uiterweggebied, het dorpscentrum, het Waterfront (langs de oever van de Westeinderplassen tot aan het Fort Kudelstaart) en de eilanden langs de Westeinderdijksloot. De uitdaging voor het centrumgebied en het Waterfront is de verbinding tussen land en water en tussen dorp en Uiterweggebied tot stand te brengen. Aan de Historische Tuin wordt daarbij een belangrijke functie toebedacht als toeristische trekpleister en uitvalsbasis, waarbij horeca en terrassen aan het water mogelijk zijn. De eilanden zijn als tegenwicht vooral van belang voor versterking van landschap en natuur in wisselwerking met extensieve

recreatie. Opgeteld leiden de ontwikkelperspectieven voor elk van deze gebieden tot een sterk en veelkleurig recreatief imago van Aalsmeer als tweede peiler van de lokale economie. Voor het gebied van de Uiterweg geeft het Toekomstbeeld spelregels voor transformatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en specifieke regels. De generieke regels hebben betrekking op algemene principes die voor elke ontwikkeling gelden. De specifieke regels geven uitsluitsel over de criteria die van toepassing zijn, indien een bepaalde functie wordt gewijzigd in een andere. Dit resulteert in een ja, mits en nee, tenzij regime voor de verschillende, in beginsel gewenste, scenario’s voor transformatie. Algemene uitgangspunten bij elke ontwikkeling zijn: • vrijhouden van historisch gegroeide doorzichten richting Ringvaart en Kleine Poel; • perceelsgewijze ontwikkeling met respect voor en behoud van slagenlandschap en kleinschalige kavelstructuur; • kwantitatieve ontwikkeling gaat hand in hand met een kwalitatieve ruimtelijke verbetering volgens het principe van een ruimte-voor-ruimte regeling en rood voor groen; • elke ontwikkeling draagt bij aan de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied; • ontwikkelingen bestaan uit combinaties van natuur, wonen, toeristisch-recreatieve dienstverlening of

31

•

• • •

•

verblijfsrecreatie, en aan de watersport gelieerde bedrijfsfuncties, inclusief horecafuncties; inzet op thematisering van de jachthavens en differentiatie binnen het spectrum van een goed gastheerschap enerzijds en techniek anderzijds; duurzaam ruimtegebruik door slimme oplossingen en hergebruik krijgen voorrang; ontwikkelingen die gebruik maken van duurzame technieken hebben de voorkeur; de totale ontwikkelingsmogelijkheid wordt bepaald door de draagkracht van de Uiterweg en de toegangsen circulatiewegen in het centrum van Aalsmeer; parkeren wordt op eigen terrein opgelost.

Verrommeling en verstening worden als grote bedreiging voor het gebied gezien met uiteindelijk een negatieve invloed op de potentie om het gebied als toeristische trekpleister te positioneren. De generieke transformatieregels maken het noodzakelijk te kwantificeren wat onder een ongewenste toename van verstening moet worden verstaan. Verstening wordt uitgelegd als bebouwd en verhard oppervlak. Het Toekomstbeeld stelt voor om een ruimte-voor-ruimte regeling te hanteren van 1:25 voor de transformatie van bedrijfsbebouwing, glas of vrijvallende teeltgronden. Hierdoor kan uiteindelijk maximaal 12.000m2 aan bebouwing in het gebied terugkomen. De hantering van deze norm waarborgt volgens het Toekomstbeeld een substantiële ontstening van het gebied.

2.3.4

32

Bouwstenen

Nota van Uitgangspunten voor de

Structuurvisie Uiterweg Uit de inspraak over het Toekomstbeeld blijkt niet dat de in het Toekomstbeeld geschetste oplossingsrichtingen op maatschappelijk verzet stuiten. De reacties onderschrijven de ingezette koers of stellen op individueel niveau specifieke wensen en zorgen aan de orde. Na afloop van de periode voor inspraak is het Toekomstbeeld en de oplegnotitie met het standpunt van de gemeente verwerkt in een Nota van Uitgangspunten. Op 4 april 2013 heeft de raad van de gemeente Aalsmeer zich hierover uitgesproken en daarmee een standpunt ingenomen over de kaders en ambities die in de structuurvisie tot uitdrukking moeten komen. Opdracht is een antwoord te vinden op de afkalvende eilandenstructuur, de verdwijnende trekheestercultuur en de noodzakelijke transformatie van de jachthavensector. De gemeente zet in op een evenwichtige ruimtelijke structuur binnen de bestaande kernkwaliteiten, waarbij natuurbeleving en natuurontwikkeling hand in hand gaan met de ontwikkeling van de toeristische economie. De belangrijkste uitgangspunten voor een nieuw perspectief zijn differentiatie en diversiteit, leefbaarheid en perceelsgewijze transformatie.

Differentiatie en diversiteit Het beleid van de gemeente dient gericht te zijn op behoud en versterking van een functioneel en ruimtelijk aantrekkelijk, bij de karakteristiek van het gebied Uiterweg passende mix van functies en verschijningsvormen. Gelet op het streven het gebeid sterk te positioneren

als toeristische trekpleister is het toevoegen van verblijfsrecreatie gewenst. Daarbij horen ook vormen van bed& breakfast. Ontwikkelingen zijn ongewenst indien deze: • al dan niet op termijn, kunnen leiden tot een ongewenste uniforme uitstraling van het betreffende deel van de Uiterweg; • afbreuk doen aan de voor de karakteristiek van de Uiterweg relevante doorzichten vanaf de Uiterweg naar achtergelegen gebieden; • door zijn ruimtelijke opzet, zijn frontbreedte en zijn ruimtelijke vormgeving in het betreffende deel van de Uiterweg op een ongewenste wijze zou gaan domineren; • niet bijdraagt aan de herkenbaarheid van Aalsmeer vanaf de waterkant, waarbij deze herkenbaarheid tegelijkertijd ook ondergeschikt dient te blijven aan de groene uitstraling van de Uiterweg vanaf de waterkant. De gemeenteraad heeft zich aanvullend in het vaststellingsbesluit uitdrukkelijk uitgesproken over het belang een groene uitstraling vanaf de waterkant, zowel bij de Ringvaart als bij de Kleine Poel. Aan beide kanten zou een strook van 20 meter vrijgehouden moeten worden van bebouwing. Ook dient gestreefd te worden naar het vrijhouden van beplanting van een zone langs de oevers om de doorzichten over het water te versterken. Leefbaarheid

Het beleid van de gemeente is gericht op behoud van de leefbaarheid van de Uiterweg, waarbij de functiemix het vertrekpunt vormt. Bij ontwikkelingen dient daarom ook in acht te worden genomen: • de invloed van de ontwikkeling op het woon- en leefmilieu van in de directe omgeving gelegen woningen; • het effect van de met de ontwikkeling samenhangende verkeersbewegingen op de verkeersbelasting van de Uiterweg in relatie tot de totaal verwachte toename van de verkeersdruk; • de mogelijkheid om parkeeroplossingen en laden en lossen op eigen erf. In het vaststellingsbesluit is meegegeven om de mogelijkheid te onderzoeken van een keerlus of draaiplateau teneinde de afwikkeling van het verkeer te verbeteren. Perceelsgewijze transformatie Het beleid van de gemeente is er op gericht dat elk initiatief er inhoudelijk en financieel zelf verantwoordelijk voor is dat het inhoud en vorm geeft aan de ruimtelijk kwalitatieve randvoorwaarden die hiervoor zijn gesteld. Alleen in die situaties waar bij een initiatief sprake is van een maatschappelijke meerwaarde en het initiatief ruimtelijk niet in staat is zelf voldoende inhoud te geven aan alle ruimtelijk kwalitatieve randvoorwaarden kan de gemeente besluiten de uitvoering van de

33

34

van de nota van Uitgangspunten meegegeven om de peildatum voor toepassing van de omzettingsformule te stellen op 4 april 2013 en om de mogelijkheden van kostenverevening per deelproject te onderzoeken. De gemeenteraad heeft tevens in overweging gegeven om Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer te laten meedenken over een duurzaam en financieel verantwoord beheer van het eilandengebied. Grotere en meerdere kampeermogelijkheden op de eilanden ten behoeve van de recreatieve functie van dit deelgebied zijn mogelijk, evenals recreatieve ontwikkelingen op het starterseiland. De gesuggereerde ontwikkelingsrichting van landgoederen is ongewenst. Bebouwing van de eilanden dient te worden tegengaan. Gebiedsvisie Aalsmeer 2020

2.3.5

Visiekaart en Gebiedspaspoorten

realisatie van enkele randvoorwaarden ter hand te nemen. De initiatiefnemer blijft echter altijd financieel verantwoordelijk voor de kosten van de door de gemeente uit te voeren realisatie.

Het uitgangspunt dat het gebied in ruimtelijke en functionele zin in vier delen kan worden opgesplitst die elk hun eigen strategie vragen, is in de Nota van Uitgangspunten geborgd. De unieke ruimtelijke

De uitvoerbaarheid van de transformatie is bij een gemiddelde omzettingsregel uitvoerbaar. De formule dient echter genuanceerd en gedifferentieerd per gebied en per perceel te wordt toegepast. Financieel kansrijke en lucratieve transformaties moeten bijdragen aan de uitvoerbaarheid financieel kansarme transformaties en structuurverbeteringen in het Uiterweggebied en op de eilanden. De gemeenteraad heeft bij de behandeling

Uitgangspunten voor de structuurvisie • natuurbeleving en –ontwikkeling en toeristische economie • differentiatie en diversiteit met respect voor kernkwaliteiten • leefbaarheid • perceelsgewijze transformatie • gebiedsgewijze benadering volgens gebiedspaspoorten

eigenschappen van deze deelgebieden maken dat onderscheid kan worden gemaakt in de criteria die in elk van deze gebieden gelden voor ontwikkelingen. De ruimtelijke hoofdstructuur is weergegeven op een visiekaart. Daarop zijn ook te versterken groene corridors, te behouden en verbeteren doorvaarten en bestaande en te behouden landmarks opgenomen. Binnen elk deelgebied is weer sprake van een verdeling in kleinere deelgebieden/randen. Voor deze deelgebieden zijn de kernkwaliteiten, het bestaande beeld, de aanwezige functies, het relevante beleid en het transformatiepotentieel beschreven. De gebiedspaspoorten zijn richtinggevend voor de mogelijkheden van transformatie en vormen de basis voor de landschappelijke inpassing van toekomstige ontwikkelingen. De gebiedsgerichte benadering door middel van gebiedspaspoorten stelt ons in staat een toegesneden toetsingskader te hanteren voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij gedifferentieerd en met respect voor de bestaande kwaliteiten mogelijkheden voor transformatie worden geschetst. De consequentie van het uitgangspunt dat de kernkwaliteiten moeten worden beschermd, is dat het potentieel voor transformatie van gebied tot gebied kan en moet verschillen.

35

36

Trends en ontwikkelingen

3. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

3.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk beschreven we de bouwstenen voor deze structuurvisie. Daarnaast zijn diverse trends en ontwikkelingen van invloed op de ontwikkeling van Aalsmeer en dus ook op deze ruimtelijke structuurvisie. De wereld om ons heen verandert snel. Een aantal trends en ontwikkelingen is algemeen van karakter en heeft ruimtelijke effecten in meerdere sectoren. Voor de structuurvisie zien we drie algemene trends (paragraaf 3.2). Vanuit de drie algemene trends schetsen we voor een aantal sectoren relevante ontwikkelingen, inclusief de ruimtelijke effecten.

Steeds vaker ontstaan er mengvormen tussen de beide uitersten. Voorbeelden hiervan zijn de opkomst van coöperaties en vormen van publiek-private samenwerkingsverbanden tussen markt en overheid. Tegelijkertijd zijn overheden steeds terughoudender en minder bereid om financiële risico’s te nemen.

Mengvormen De samenleving is volop in beweging. De onderstaande begrippenparen zijn tegelijk actueel:

Onzekere tijden dwingen alle partijen om hun eigen rol nog eens kritisch te bekijken. Hoe stellen we ons op richting de overheid en andere partijen? En hoe kunnen we bestaande samenwerkingsverbanden nieuw leven inblazen? We smeden nieuwe, tijdelijke en flexibele allianties, waarvan we hopen dat ze toekomstbestendig en robuust zijn. Dit past in een tijd waarin de toekomst onzeker is. Slim inspelen op de actuele dynamiek: dat is de uitdaging waar we voor staan en die in deze structuurvisie een plek krijgt.

Globalisering

Lokalisering

3.2 Algemene trends

Groei

Krimp

Schaalvergroting

Schaalverkleining

Denken; kennis en innovatie

Maken; ambacht en vakmanschap

Foot-loose; in tijd en plek

Nabijheid en ontmoeting

Investeren

Bezuinigen en efficiëncy

Collectivering

Individualisering

Overheidssturing

Marktarrangementen

kant is er de hang naar meer gemeenschapszin (denk maar aan de opkomst van coöperaties, bijvoorbeeld op het gebied van energie en zorg). Mensen dragen bij aan de gemeenschap wanneer het hen ‘voordeel’ biedt of wanneer de situatie hen er min of meer toe dwingt. We zien een grillige, veeleisende en pluriforme burger. Die stelt hoge eisen op het gebied van wonen, werken, winkelen, recreëren en voorzieningen, en heeft daarin behoefte aan een grote verscheidenheid en differentiatie.

3.2.1 samenleving

Zelf- en samenredzaamheid De rol van de overheid verandert: de verzorgingsstaat transformeert naar een participatiesamenleving. Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers vormen het uitgangspunt. Steeds meer zetten burgers zich in voor hun naasten (familie, vrienden of in de eigen buurt). Het initiatief komt weer meer van de burger, groepen burgers of andere partijen. Waar nodig schept de overheid voorwaarden, of ondersteunt of versterkt zij het initiatief van derden. Er is sprake van een voortdurende zoektocht naar een nieuwe rol en nieuwe arrangementen tussen overheid en markt.

Individualisering en gemeenschapszin De samenleving individualiseert steeds verder. Daarnaast zien we ook verharding en segregatie optreden. Aan de ene kant bestaat er behoefte aan de vertrouwdheid van sociale verbanden en kleinschaligheid; aan de andere

Netwerksamenleving De fysieke leefomgeving krijgt steeds meer vorm in samenwerking tussen partijen. De overheid bepaalt niet langer van bovenaf wat er moet gebeuren, maar is een

Drie algemene trends zijn relevant voor deze structuurvisie.

37

van de partners in het samenspel om maatschappelijke opgaven en de oplossingsrichtingen die daarvoor nodig zijn in te vullen. Tijdelijke allianties en nieuwe samenwerkingsverbanden passen hierbij.

3.2.2

Economie

Mondialisering en concurrentiekracht In de economie is sprake van mondialisering en schaalvergroting. De economische concurrentie tussen stedelijke regio’s (om werk, bewoners en bezoekers) neemt toe. Daar komt bij dat door de demografische ontwikkeling onze arbeidsmarkt krimpt en het Nederlandse groeipotentieel afgenomen is tot 1,5%. Burgers en bedrijven zijn steeds minder tijden plaatsgebonden. Technologische ontwikkelingen spelen hierin een belangrijke rol (informatie- en communicatietechnologie).

3.2.1

Duurzaamheid

Groen is van belang voor een aantrekkelijke leefomgeving. De betekenis van groen en water voor zaken als biodiversiteit, klimaat, gezondheid en leefbaarheid wordt steeds meer erkend. De nabijheid van groen is belangrijk voor een aantrekkelijk, en daarmee concurrerend woon-, werk- en leefklimaat. De aanwezigheid van groen en water bepaalt, naast de beschikbaarheid van werk en voorzieningen, ongeveer een kwart van de waardeverschillen tussen de woonlocaties in Nederland. Bedrijven vestigen zich steeds vaker op die plekken waar

38

Trends en ontwikkelingen

potentiële werknemers graag willen wonen. Groen in de directe leefomgeving speelt daarbij nadrukkelijk een rol.

3.3 Sectorale trends De algemene trends uit de vorige paragraaf hebben impact op verschillende ruimtelijke sectoren. In deze paragraaf schetsen we op hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen. Welke sectoren kunnen we onderscheiden in het Uiterweggebied? De ruimtelijke structuur van het Uiterweggebied heeft onmiskenbaar een belangrijke economische component. Het onderzoek naar de trends en ontwikkelingen dient dan ook de gehele ruimtelijk-economische infrastructuur van het gebied in ogenschouw te nemen. Van oorsprong is de Uiterweg en directe omgeving een agrarisch gebied, waarbij de agrarische bedrijven zich hebben gespecialiseerd in het kweken van heesters, deels in kassen en deels in de volle grond. In de loop van de jaren hebben de agrariërs en anderen de mogelijkheid gekregen om jachthavengerelateerde activiteiten te ontplooien. Dit heeft ertoe geleid dat langs de Uiterweg momenteel nog circa vijftien kwekerijen actief zijn en circa vijfentwintig jachthavens en aanverwante bedrijven. Samen vormen deze de economische dragers van het gebied.

Beide economische sectoren staan echter onder druk. Willen we het potentieel van het Uiterweggebied ten volle benutten, dan is het essentieel om voor beide sectoren de kansen en bedreigingen in beeld te brengen, Het is niet mogelijk een toekomstbestendig perspectief te schetsen zonder naar het Uiterweggebied te kijken, en de sterke en zwakke punten daarvan in kaart te brengen. De volgende paragrafen gaan hiermee verder en beschrijven stapsgewijs de uitkomsten van de (swot)-analyse.

3.3.1

De jachthavensector

De Nederlandse watersportsector kent een fijnmazige structuur van kleine specialisten die prima aansluit bij de ondernemersstructuur van Aalsmeer. Deze kracht komt vooral tot uitdrukking in de kleinschaligheid van de watersportbedrijven binnen het plangebied. Een kleinschaligheid die een goed fundament biedt voor toekomstige specialisatie en/of verbreding van het bedrijfsprofiel. Bedreigingen voor de sector De watersport was tot 2007 een groeisector, met een jaarlijkse uitbreiding van de recreatievloot. Sindsdien is deze groei tot staan gekomen, mede ingegeven door de economische crisis. Het aantal verkochte nieuwe boten is beperkt en veel boten worden te koop aangeboden. Er wordt minder gevaren, de bedrijfsresultaten staan onder druk en het aantal boten dat is verlaten en buiten

de havens ligt, neemt toe. Teruglopende inkomens, meer onzekerheid en beperkte financierbaarheid van het eigen woningbezit zullen er voor zorgen dat de aanschaf van een boot lager op het prioriteitenlijstje komt te staan. Het bootbezit onder jongere mensen zal niet snel herstellen tot het niveau van 20 jaar geleden. Inmiddels is ook duidelijk dat dit niet alleen een conjuncturele oorzaak kent. Het aantal booteigenaren van seniore leeftijd is aanzienlijk en het aantal jonge bootbezitters dat hen op termijn moet vervangen is gering. Op termijn zal daarom het bootbezit ook dalen door demografische ontwikkelingen. Dit is voor de watersport een belangrijk punt van zorg. Daarnaast zorgen verschillende trends in de sector voor toenemende concurrentie, lagere bezettingsgraden in havens en bedrijfsresultaten die onder druk komen staan. Om de doorontwikkeling van de watersportsector te kunnen accommoderen is het wenselijk belemmeringen weg te nemen. Knelpunten voor de bedrijfsvoering, zoals parkeren, ontsluiting over land en water, milieunormering en normen voor bebouwde ruimte kunnen maar moeilijk worden opgelost in de plannen van de ondernemers zelf. Veel van de belemmeringen liggen op rijks- of provinciaal niveau, maar kunnen op het lokale niveau van de particuliere ondernemer wel degelijk gevolgen hebben.

39

Bedreigingen voor het Uiterweggebied De schaalgrootte en structuur van het watersportbedrijfsleven in het gebied van de Uiterweg manifesteert zich als een zwakte. De gemiddelde bedrijfsomvang van 106 ligplaatsen is onvoldoende voor een economisch rendabele exploitatie. De verschillende ondersteunende activiteiten in service en onderhoud verbreden die basis evenwel. Tegelijkertijd wordt in een krimpende markt het aantal ligplaatsen minder bepalend. Het Uiterweggebied blijft achter en weet onvoldoende op deze trends te anticiperen. Ook de bekendheid en het imago van waterrecreatiegebied komt onvoldoende uit de verf. De recreant van buiten de regio maakt gebruik van andere informatiebronnen dan voorheen. Hij heeft een bepaalde verwachting, al dan niet beïnvloed door de (nieuwe) media en individuele beoordelingen. Hij kiest voor een dagje water(sport). Zoekend op internet naar ‘plassen’ of ‘boothuur’ komt men al snel uit bij de Loosdrechtse plassen, de Vinkeveense plassen en ook de Westeinderplassen, maar bij dat laatste heeft hij niet de associatie met Aalsmeer. Toch biedt het gebied meerwaarde ten opzichte van de twee in de regio bekendere plassengebieden, maar dit voordeel wordt onvoldoende benut. De zwakte vormt hiermee een zwakte in de marketing/branding van het gebied.

40

Trends en ontwikkelingen

Kansen voor de sector en het Uiterweggebied De bestaande schaalgrootte en structuur van het watersportbedrijfsleven in het Uiterweggebied beschouwen wij niet alleen als een zwakte, maar biedt ook kansen. De jachthavens zijn weliswaar overwegend klein van omvang, maar hebben door de kenmerkende en behoudenswaardige landjesstructuur (met de grote oeverlengtes die daarbij horen) zeker mogelijkheden om hun exploitatie uit te breiden. Investeren in specialisatie of verbreding van de activiteiten is noodzakelijk om ook voor de toekomst perspectief te houden. De marktpotentie voor specialisatie of verbreding is zeer zeker aanwezig.

bedrijf richten op één of enkele markten en daar ook echt in excelleren. Bijvoorbeeld voor de verhuur biedt dit een veel sterker perspectief. Kortom, ondernemers in Aalsmeer hebben kansen in de watersportsector, ook in de toekomst. De aanstaande regelgeving van Waternet Amsterdam (uitsluitend elektrisch varen) zal bovendien een trek geven van boten uit de stad naar nabije vaargebieden. Aalsmeer is zo in staat in een krimpende nationale markt een sterke regionale speler te blijven.

De uitgesproken ambities van de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 en van het Toekomstbeeld Uiterweg-Plasoevers zijn voor de watersportsector dus nog steeds actueel en realistisch, zij het in aangepaste vorm. Minder inzet op uitbreiding van het aantal eenheden en meer inzetten op diverse en gespecialiseerde product-markt-combinaties.

Belangrijke meerwaarde vormt bovendien de grote lengte aan oevers die Aalsmeer door haar landschapstructuur rijk is. Juist hier ontstaan combinaties van horeca, watersport, verblijfsrecreatie en watersportservice. Waar andere regio’s dergelijke meerwaarde (moeten) creëren biedt Aalsmeer dit van oorsprong. De ondernemersgeest in het gebied vraagt wel om een nieuw elan. Op dit moment kijken veel ondernemers naar elkaar en naar de sectorontwikkelingen, en niet naar de klanten en hun (latente) wensen.

Ondernemers zullen daarbij wel op zoek (moeten) gaan naar nieuwe verdienmodellen die het gebruik van boten als basis hebben en die appelleren aan de latente behoeften van niet-watersporters. Verhuur, gedeeld bezit, combinaties met kort verblijf en horeca liggen dan voor de hand en zijn kansrijk. Juist kleine ondernemers zijn in staat de boeg te wenden en nieuwe (niche)markten op te zoeken en te bedienen. Zij kunnen het volledige

De toekomststrategie voor het watersportbedrijfsleven in Aalsmeer is echter duidelijk: specialiseren en differentiëren. De actuele ontwikkelingen leveren mooie kansen op voor bedrijven en gebieden die passen bij de moderne watersportbeleving en die met nieuwe producten de bestaande markten kunnen vasthouden en nieuwe markten kunnen aanboren; watersport zonder ‘gedoe’.

3.3.2

De tuinbouwsector

De problematiek bij de kwekerijen ligt juist in de marktontwikkelingen. Macro-economische veranderingen hebben tot gevolg dat kwekerijen, zonder structurele schaalvergroting, niet op wereldschaalniveau kunnen blijven concurreren. De areaal-gebondenheid, in combinatie met de kenmerkende eilandenstructuur en de specifieke grondslag, maakt het voor de kwekers lastig om zich in de mondiale concurrentie te blijven manifesteren. Wij verwachten dat dit de komende jaren zal leiden tot een substantieel aantal bedrijfsbeëindigingen in het Uiterweggebied en tot een beheersmatige verwaarlozing van vrijvallende kweekgronden. De verwildering van deze gronden gaat uiteraard ten koste van de ruimtelijke kwaliteit. De mogelijkheden voor hergebruik van vrijvallende kassencomplexen zijn momenteel beperkt.

41

42

Visie en strategie

4. VISIE EN STRATEGIE

4.1 Optimaal evenwicht Het basisidee achter deze structuurvisie is dat de aantrekkelijkheid van de Westeinderplassen als waterrecreatiegebied sterk afhankelijk is van het behoud en de versterking van de natuurlijke kwaliteiten. We hoeven niet te kiezen tussen ‘natuur’ en ‘economie’, juist het samenspel maakt de plassen tot een gebied waar mensen graag recreëren, wonen en werken. We hebben een vitaal, gezond en duurzaam waterrecreatiegebied voor ogen in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People De bewoners en ondernemers aan de Uiterweg delen dezelfde leefomgeving. Veel families en bedrijven zijn vaak generaties lang in het gebied aanwezig. Mensen voelen zich betrokken bij hun straat, hun bedrijven, hun gebied en hun plassen. Velen vinden hier hun werk en hun bestaan. Ze voelen zich uitgenodigd om zelf met nieuwe initiatieven te komen. Dit vergroot de dynamiek, de veerkracht en de levendigheid van het gebied.

Planet We zetten in op een duurzame economische transformatie in samenhang met een kansrijk scenario voor de ontwikkeling van robuuste natuur. Deze natuur is de ‘toeristische handelswaar’ waar het gebied het in belangrijke mate van moet hebben. Op het gebied van de ecologie verbinden we natuurlijke schakels en beschermen we de biodiversiteit. We hechten waarde aan extensieve bebouwing en we benutten kansen voor verdergaande ‘ontstening’. De cultuurhistorie en het samenspel van land en water verdienen steeds aandacht en bescherming. Profit Het economische verdienmodel zal zich in toenemende mate moeten richten op nieuwe bedrijfsformules die de watersportbeoefening en de verblijfsrecreatie met elkaar weten te verenigen of die combinatie ondersteunen. Ondernemers, overheid en (natuur)organisaties trekken daarin als een vanzelfsprekende drie-eenheid samen op. Steeds op zoek naar slimme, duurzame oplossingen, verbindingen en nieuwe manieren van organiseren die economisch interessant zijn en goed voor natuur en maatschappij.

4.2 Oriëntatie op het Uiterweggebied Het Uiterweggebied staat niet op zichzelf maar is functioneel en/of fysiek verbonden met andere regio’s. Het gebied functioneert in een groter netwerk en is actief betrokken bij allerlei regionale, nationale en internationale beleidsdoelstellingen. De positionering van het Uiterweggebied in verbinding met andere regio’s kunnen we bezien vanuit verschillende schaalniveaus. De Uiterweg op nationaal niveau De Westeinderplassen hebben landelijke betekenis. De plassen zijn aantrekkelijk en gevarieerd met zowel bestemmingen in het groen als in een meer stedelijke context. Het water is geschikt voor korte tochten met motorboot en zeilboot. Daarmee sluit het gebied beter aan bij de behoefte van de hedendaagse watersporter dan de traditionele grote watersportgebieden, zoals die van Loosdrecht en de Vinkeveense Plassen. Beide gebieden zijn eveneens rijk aan watersportbedrijven en combineren dit met vormen van verblijfsrecreatie en een groot aantal openbare aanlegplaatsen. Het Uiterweggebied onderscheidt zich door de aanwezigheid van de private eilanden, de schaal van het vrije vaarwater en de grote dichtheid van watersportondernemingen.

43

De Uiterweg verbonden met de regio De Westeinderplassen behoren tot de Hollandse Plassen en hebben daardoor ook een regionale betekenis. De nabijheid van de metropool Amsterdam is een grote plus, met goede verbindingslijnen naar de potentiële consumenten binnen dat gebied. De gedachte van Lake Amsterdam is zeker op z’n plaats. Op grotere schaal vormt het Uiterweggebied een centraal gelegen waterrecreatiegebied binnen de noordvleugel van de Randstad. In vorm en gebruik uniek in kleinschaligheid, gemoedelijkheid en dorpse uitstraling. De Uiterweg in de gemeente Het Uiterweggebied is voor de gemeente Aalsmeer de peiler van de ‘natte economie’. De natte economie beperkt zich niet tot het recreatieve deel van de watersportsector waar de ‘waterbeleving’ voorop staat, maar zeker ook de achterkant van de sector, waar boten gebouwd, onderhouden, gerestyled, verbeterd en gestald worden. Anderzijds is de gemeente Aalsmeer meer dan uitsluitend het plassengebied. Het is ook de bloemenveiling, de cultuurhistorie van het fort Kudelstaart, de studio’s, The Beach en het eventcenter. Dit grotere geheel is een totaalproduct dat interessant is voor de verre bezoeker, maar vooral ook voor de lokale Amsterdammer die onder de rook van de stad een breed aanbod van (dag) recreatieve functies aantreft.

44

Visie en strategie

4.3 Algemene principes Hoe denkt de gemeente de beoogde ontwikkelingen voor elkaar te krijgen? Wat hebben we te doen en waar moeten we ons op richten? Op basis van de bouwstenen (hoofdstuk 2) en de trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 3) zijn een aantal leidende principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van het Uiterweggebied te benoemen; deze staan centraal in de door de gemeente vastgestelde Nota van Uitgangspunten Structuurvisie Uiterweg. Zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid Veel ondernemers snakken naar meer ruimte voor eigen inbreng en creativiteit. Dat kwam onder meer naar voren tijdens het participatietraject van deze structuurvisie. Mensen willen hun eigen keuzes maken, hun omgeving inrichten en nieuwe activiteiten ontplooien. De gemeente wil dit tot volle wasdom laten komen. De ondernemers die initiatief tonen en risico nemen, verwachten van de gemeente bestuurlijke en planologische medewerking en een zekere mate van flexibiliteit. De gemeente stelt een aantal duidelijke randvoorwaarden. Daarbovenop stapelen we geen ambities en zijn we terughoudend met het stellen van nadere eisen. De initiatiefnemer blijft wel altijd financieel verantwoordelijk voor de kosten van de door de gemeente uit te voeren realisatie. Voorkomen van verlies aan differentiatie en diversiteit Een functioneel en ruimtelijk aantrekkelijk, bij de

karakteristiek van het gebied Uiterweg passende mix van functies en verschijningsvormen is wat de gemeente voorstaat. Dit betekent niet dat bij voorbaat dat grotere complexen c.q. ontwikkelingen worden uitgesloten. Het betekent wel dat een kleinere korrelgrootte van bebouwing en mix van diverse functies wordt voorgestaan, passend binnen een waterrijk gebied en ondersteunend aan de economische ambities van de gemeente. Aandacht voor leefbaarheid Iedere nieuwe activiteit is van invloed op het woon- en leefmilieu van in de directe omgeving gelegen woningen. De mate waarin de met de gewenste ontwikkeling samenhangende verkeersbewegingen van invloed zijn op de verkeersbelasting van de Uiterweg zijn daarin maatgevend. Maar ook de milieuhinder die een ontwikkeling veroorzaakt c.q. de eventuele ontstane parkeerdruk zijn zaken die het woon- en leefmilieu beïnvloeden.

4.4 Basis- en topstrategie In hoofdstuk 3 zagen we dat ontwikkelrichtingen niet altijd eenduidig in hun beweging zijn. Het Uiterweggebied staat voor de opgave om de openbare ruimte op orde te houden en de directe economische uitdagingen het hoofd te bieden. We moeten er tegelijkertijd voor zorgen dat het gebied zich transformeert naar een toekomstbestendig waterrecreatiegebied. Daarom schakelen we in deze

structuurvisie over op twee onderscheidende, maar onderling samenhangende schaalniveaus. Als vertrekpunt voor deze structuurvisie kiezen we voor een benadering met een basisstrategie en een topstrategie. De basisstrategie is gericht op een vitaal plassengebied met een ruimtelijke basiskwaliteit. De strategie geeft een antwoord op een aantal acute problemen en ruimtelijke knelpunten. Deze punten weerspiegelen de belangrijkste opgaven voor het plangebied. Zo zien we een toenemend aantal bedrijfsbeëindigingen, vooral in de (glas)tuinbouw. De vrijkomende agrarische gronden vragen om een nieuwe invulling. Ook veel jachthavenbedrijven staan onder druk. Veel bedrijfsgebouwen en glasopstanden komen leeg te staan en verloederen. De basisstrategie is erop gericht om het gebied op te schonen en verdergaande verrommeling te voorkomen. Ook geven we meer ruimte bieden aan bedrijven die zich willen transformeren en doorontwikkelen. We denken daarbij niet zozeer aan ruimere bebouwingsmogelijkheden, maar eerder in een verbreding van de toegestane bedrijfsvoering. Het is niet in het belang van het gebied om een (gerichte) doorontwikkeling van bedrijven in de weg te staan. Anders gezegd: de basisstrategie kiest voor ruimtelijke kwaliteit en daarmee ook voor meer economisch perspectief.

45

zon

De topstrategie gaat voorbij aan het ‘laaghangend fruit’ en richt zich op een onderscheidend plassengebied met een economisch verdienmodel dat is afgestemd op de trends en ontwikkelingen in de (water)recreatie. De topstrategie profiteert van de resultaten die de basisstrategie voor ogen heeft. Daarmee leggen we het fundament om een hoger ambitieniveau na te streven en het gebied te transformeren naar een toekomstbestendig waterrecreatiegebied. Beide strategieën gaan dus hand in hand.

oom

eZ

oen

r eG

art

gva

Rin

s, ger , en tei n v. s ninge j i b ie, - wo t a e , ecr rken eca r er a zon reatie es, ho j c re land i -e

e) wen rot u e (g ebo zon rijfsg d be

o

ew

zon

e

4.5.1

basisstrategie voor ruimtelijke kwaliteit

De ruimtelijke kwaliteit gaat over de beleving van de buitenruimte en manifesteert zich op verschillende manieren. Als eerste geven wij onze visie op de inrichting en de bebouwing van het gebied en de voorgestane beeldkwaliteit. Ook het ruimtegebruik is van invloed op de ruimtelijke kwaliteit: de dynamiek en de aantrekkelijkheid van het gebied is gebaat bij voldoende afwisseling en een verscheidenheid van (passende) functies.

46

Visie en strategie

n n

tui

oor

ev

zon

De volgende paragrafen beschrijven de basisvisie voor het gebied en de strategie die wij voor ogen hebben om de ruimtelijke kwaliteit en de economische structuur te verbeteren.

uin

&t

tui

oor

ev

zon

4.5 Basisstrategie

g nin

zon

ing

n wo

uin

&t

e) wen rot u e (g ebo zon rijfsg d e b

rs, en ige ste gen, . v n j ni bi ie, - wo eat , ecr rken eca r r e a zon reatie es, ho rec landj i e -

e

zon

ne

e gro

m

zoo

f d o er t lan l ei et wa a h sm of: ok in eel / en stro perc t rie r het voo

Inrichting en bebouwing Vanwege de slagenstructuur van het gebied gaat de aandacht met name uit naar de koppen van de slagen aan de Uiterweg en de Ringvaart en naar de inrichting van de voorzijde van de slagen aan de weg, het lint. Hierbij heeft de lintzijde met name een woonfunctie en het andere uiteinde van de slagen een groen- of natuurfunctie. Daartussen liggen de enclaves, het zogenaamde ‘tussengebied’, waar een veel grotere functie- en vormvrijheid is. Verder geldt vanaf de weg een zeker gradiënt van rood naar groen, waarbij het lint het ‘roodst’ is en de kop aan het water het ‘groenst’. Achter het lint (voortuin, woning, achtertuin) ligt een zone waar nu, en waarschijnlijk ook in de toekomst de grotere bedrijfsgebouwen gevestigd zijn. (plaatje/ schema invoegen) In z’n algemeenheid is het Uiterweggebied gediend bij een extensieve bebouwing. Het uitgangspunt is om maximaal gebruik te maken van minimale faciliteiten. Waar mogelijk wordt een wezenlijke ‘ontstening’ als voorwaarde gesteld voor het honoreren van een bouwinitiatief. Vanuit de basisstrategie is voor de volgende thema’s een specifieke visie ontwikkeld: •

Bouwen in het lint: de Uiterweg vormt de ruggengraat voor het gebied. Het beeld wordt hier vooral bepaald door de aanwezigheid van woningen aan weerszijden van de weg. De woningen liggen vaak te midden van een particuliere (voor)tuin

•

waarvan de diepte varieert. Ook het woningtype en de bouwstijl zijn redelijk variabel, hoewel hier wel een bepaald patroon in te herkennen is. Voor deze ‘woonzone’ zijn generieke criteria opgesteld in de vorm van een bepaalde toe te passen of juist uit te sluiten woningtypes (zie Bijlage). Zo wordt het begin van de Uiterweg gekarakteriseerd door de aanwezigheid van veel historische, gebiedseigen en vaak ook statige gebouwen. Het andere uiteinde wordt juist gekenmerkt door de afwezigheid van dergelijke bebouwing en de grote mate van variatie in woningtypes. De criteria in de structuurvisie zijn erop gericht om deze karakteristiek te handhaven wat zoveel betekent als dat vervangende nieuwbouw bij de entree van het gebied een historiserend karakter dient te hebben, terwijl verder richting het zuidwesten een breder scala aan architectuur mogelijk is. Voor alle woningen geldt een maximum voor de frontbreedte ten opzichte van het perceel en de voorwaarde van maximaal één bouwlaag met een kap. Dit om te voorkomen dat het beeld aan het lint te sterk verdicht. In de Bijlage zijn de verschillende criteria opgenomen die gelden voor (nieuwe) bebouwing in het lint. Deze stedenbouwkundige criteria gelden aanvullend op het gemeentelijke lintenbeleid, zoals vastgelegd in de notitie ‘Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van de gemeente Aalsmeer’.

Bouwen achter het lint: tussen het woonlint en de groene zomen respectievelijk aan de Ringvaart

en de Plasoever ligt het ‘tussengebied’ (ook wel de enclaves genoemd). Omdat met name het aanzicht van het lint en de zomen het beeld naar buiten toe bepalen hebben initiatiefnemers binnen dit gebied een grotere vrijheid bij het vorm en invulling geven van hun percelen. De criteria zijn er met name op gericht om de slagenstructuur en de bijbehorende doorzichten te behouden. Daarnaast is het doel om een bepaalde spatiëring of luchtigheid te behouden en te voorkomen dat een overmaat van aaneengesloten ‘rood’ in de vorm van bebouwing, verharding of drijvende objecten ontstaat. Bepalend bij de inrichting van het tussengebied is de breedtemaat van de betreffende ‘slag’. Om de toegankelijkheid van het gebied voor hulpdiensten en brandveiligheid te garanderen en om te kunnen voldoen aan de onderhoudseisen van het waterschap is de ruimte die beschikbaar is voor andere ontwikkelingen vaak relatief smal, zeker als we daarbij andere eisen zoals parkeren op eigen terrein in ogenschouw nemen. Vanuit een kwaliteitsoogpunt is het niet wenselijk om aan weerszijden van een watergang te verkavelen met bijvoorbeeld recreatie-eenheden. Omdat de sloten vaak vijf meter of zelfs smaller zijn komen de eenheden dan te dicht op elkaar te liggen. Daardoor ontstaat een stenig beeld wat niet passend is voor een gebied buiten de bebouwde kom zoals de Uiterweg. De regel is dat een recreatieperceel

47

Opbouw van bestaande enclaves.

Maatvoering en opbouw van de enclave achter het getransformeerde lint. De bouwhoogte is ondergeschikt aan de hoogte van de bebouwing aan het lint. De korrel van de bebouwing neemt af richting het landschap en eindigt in een groene rand.

Visualisatie van de regels voor invulling van 'enclaves'.

48

Visie en strategie

•

altijd geflankeerd wordt door een groene zoom, zijnde natuurlijk groen of groen behorende bij de ontsluiting van de naastgelegen slag. In de Bijlage zijn deze principes verbeeld.

eigenaren rechten om te ontwikkelen. Hoe meer gronden worden ingezet voor transformatie, hoe groter de enclave kan worden, maar ook hoe meer natuur eromheen moet worden gerealiseerd.

Bebouwing achter het lint is ondergeschikt in massa, schaal en bouwhoogte ten opzichte van de bebouwing aan het lint. De nok- en goothoogte van bebouwing achter het lint is altijd lager dan die van het lint. De massa achter het lint bestaat daarom uit maximaal 1 bouwlaag met eventueel een kap. De nok van de massa achter het lint is maximaal 7 meter hoog, de goot van de bebouwing maximaal 3,50 meter. Bebouwing achter het lint mag worden uitgevoerd met een plat dak of met flauwe kap. De aaneengesloten of geschakelde bouwvolumes van de enclave liggen het dichtst bij de het lint. De vrijstaande volumes liggen verder van het lint af.

Algemene vuistregels voor de enclaves: 1. een enclave is alleen mogelijk op een plek die voldoende maat heeft; 2. een enclave bestaat uit één weg die haaks aan het lint is gekoppeld; 3. iedere enclave heeft een eenduidige beeldkwaliteit en een bij elkaar passende architectuur. Onderling kunnen enclaves verschillen in architectuur, evenwel passend binnen redelijke vormeisen van het ‘Aalsmeers bouwen’; 4. het zwaartepunt van de bouwmassa van een enclave ligt bij voorkeur zo veel mogelijk direct achter of zelfs aan het lint. De korrel neemt richting het landschap bij voorkeur af; 5. enclaves worden gevormd binnen de huidige waterstructuren, bestaand water mag voor dat doel niet worden overkluisd dan wel gedempt; 6. enclaves zijn via het lint aan elkaar gekoppeld. Enclaves worden niet via wegen evenwijdig aan het lint met elkaar verbonden; 7. een uitzondering hierop is mogelijk wanneer twee naast elkaar gelegen enclaves tezamen een economische eenheid vormen en een verbinding noodzakelijk is met het oog op een doelmatige

Inrichting van enclaves: de afstand tussen enclaves is afhankelijke van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. Elke ontwikkeling vraagt om een zorgvuldige inpassing van de enclave op het schaalniveau van het gehele lint. De percelen met functionele enclaves van kassen en schuren zijn het meest aannemelijk om te transformeren tot nieuwe enclaves. De maatvoering van de enclaves is afhankelijk van de hoeveelheid gronden die worden getransformeerd. Op basis hiervan krijgen

en efficiënte bedrijfsvoering. De verbinding dient in dat geval tot stand te komen door middel van een ‘bolle’ brug die het doorgaande vaarverkeer niet mag belemmeren. De afstand van de brug tot de Uiterweg bedraagt ten minste 100 meter. De incidentele verbindingen beperken zich tot het koppelen van maximaal twee enclaves. •

Inrichting van de deelgebieden: het Uiterweggebied kunnen we qua beeld, functionaliteit en ruimtelijke vormgeving onderscheiden in verschillende gebiedspaspoorten. Het gehele gebied is daarvoor nader geïnventariseerd op landschappelijke alsmede bebouwde kwaliteiten. Deze kwaliteiten liggen ten grondslag aan de ontwikkelcriteria die voor de verschillende gebiedspaspoorten verder zijn uitgewerkt (zie Bijlage). Enkele gebieden onderscheiden zich door hun groene profiel, andere weer door de hoge dichtheid van bebouwing. Binnen het totaal zijn enkele gebieden aangewezen die een hoog transformatiepotentieel hebben: daar zijn meer aanpassingen in de structuur wenselijk dan elders. Deze gebiedsgerichte benadering maakt het mogelijk om voor elk gebied gedifferentieerde randvoorwaarden en uitgangspunten vast te leggen Kortheidshalve verwijzen wij hiervoor naar de Bijlage.

49

Huidige situatie jachthaven, rode contour ligt direct om bebouwing.

50

Visie en strategie

Mogelijk: Hoogwaardige nieuwbouw met groene plint.

Mogelijk: Landmark aan het water.

Mogelijk: Contrast tussen groen en rood op de koppen.

•

Inrichting van de zone langs de Ringvaart en de Kleine Poel: doorslaggevend voor het groene karakter en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied is de aanwezigheid van afdoende groene structuren. Door het realiseren van een niet-bebouwde, groene zoom langs de ringvaart en de plasoevers ontstaat een robuust groen beeld waarachter andere functies zich kunnen (door)ontwikkelen. Daarnaast hebben deze gebieden een belangrijke functie voor de (natte) natuur, veelal in de vorm van groene oevers. Vanwege de nabijheid van Schiphol is het niet wenselijk om grote oppervlaktes gemaaid riet of bloemrijk grasland aan te leggen. Dergelijke ‘open’ landschappen bieden vogels en ganzen een fourageer- en nestgelegenheid, hetgeen een gevaar vormt voor de luchtvaart. Aan de ringvaart bestaat de twintig meter brede zoom uit inheemse bomen passend bij het laagveenbos wat hier van origine voorkwam. Op de koppen van de slagen richting de Kleine Poel dient ook een groene beëindiging te komen, zoals hierboven beschreven. Dit kan in de vorm zoals we die aan de ringvaart voor ogen hebben, maar dit is wellicht niet altijd haalbaar of wenselijk. Een goed alternatief zou de aanleg van smalle nieuwe eilandjes kunnen zijn die de slagenstructuur voortzetten en tegelijkertijd als wind- en golfbreker kunnen dienen. Het is denkbaar dat incidenteel een bebouwd element (tegen een groen decor)

wordt toegevoegd aan het groene panorama vanaf de ringvaart of de plas. Een dergelijk element zal rekening moeten houden met de twintig meter brede bebouwingsvrije zone langs de poelkant en dient een uitzonderlijk hoge beeldkwaliteit te hebben. Het bouwwerk zal immers functioneren als landmark en visitekaartje van het gebied Bijzonder ruimtegebruik • Ligplaatsen en woonschepen: van oudsher zijn in het Uiterweggebied een groot aantal woonarken gelegen. Aanvankelijk werden zij veelal gebruikt om het probleem van de woningnood, waaronder het huisvesten van agrarische arbeiders in het gebied, het hoofd te bieden. Geleidelijk hebben de woonarken een andere functie gekregen en worden zij bewoond door particulieren of zijn ze in gebruik als recreatieverblijf. Verspreid in het gebied zijn zo hele enclaves ontstaan waar onbedoeld de woonfunctie de overhand heeft gekregen, of waar de verhuur van ligplaatsen voor woonarken aan particulieren de belangrijkste inkomstenbron voor jachthavens vormen. Onlangs zijn de meeste woonarken in het gebied planologisch geregeld. Dit betekent dat zij een bestaande, legale functie in het gebied zijn geworden. In totaal zijn er nu 192 ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning en 182 ligplaatsen voor woonarken voor niet-permanente bewoning. Omdat woonarken zonder een duidelijk

plan vooraf min of meer toevallig op hun huidige plaats in het gebied terecht zijn gekomen, zijn de woonarken in de ogen van de gemeente te gast in het landschap en dienen zij zich daartoe ook als zodanig te gedragen. Dat wil zeggen dat zij zich niet prominent mogen manifesteren, maar zoveel mogelijk moeten opgaan in het landschappelijke decor. Het beeldkwaliteitplan dat voor de woonarken is opgesteld en aan de Welstandsnota van de gemeente is toegevoegd geeft uitdrukking aan deze opvatting. De huidige woonarken zijn een goed voorbeeld van de ongewenste privatisering die zich in het gebied heeft voorgedaan en zich nog steeds voordoet. De arken zijn veelal in particulier bezit en de handel in ligplaatsvergunningen heeft geleid tot een in beginsel ongewenste versnippering en verrommeling. Nieuwe ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning zijn in het gebied ongewenst, in elk geval binnen de jachthavens, maar ook daarbuiten. Zeker als het om particuliere kavels gaat op willekeurige locaties in het landschap. Het toevoegen van woonfuncties in het gebeid kan desalniettemin een optie zijn, indien deze onderdeel uitmaken van een integraal plan dat past binnen de topstrategie voor het gebied. We hebben het dan echter niet meer over de gebruikelijke ligplaatsen voor woonarken, maar over hoogwaardige woningbouw in het hele specifieke segment van waterwoningen. Locaties

51

die hiervoor op termijn in aanmerking kunnen komen, een en ander uiteraard zeer afhankelijk van de mogelijkheden die het geactualiseerde Lib biedt, zijn het gebied aan het begin van de Uiterweg, rond de Historische Tuin en het gebied dat is gelegen aan het uiteinde van de Uiterweg. Als begin- en eindpunt van het lint van de Uiterweg is woningbouw op deze locaties een ontwikkelstrategie die potentieel een meerwaarde kan hebben. Zeker bij de entree naar het Uiterweggebied aan de kant van het dorpscentrum liggen kansen. Onder meer door

52

Visie en strategie

het toevoegen van woonfuncties in combinatie met andere, publiekstoegankelijke, centrumfuncties kan aan de gewenste verbinding van het dorpscentrum met het Uiterweggebied invulling worden gegeven. Verblijfsrecreatie past binnen de basisstrategie voor het gebied. Arken kunnen als unieke verblijfsvormen met een knipoog naar het verleden prima ingezet worden om het imago van Aalsmeer te positioneren en bieden zeker ook kansen om daarbij de verbinding te leggen met het mondiale bekende imago van bloemendorp. Uitbreiding van het aantal recreatieve arken is op zichzelf niet ongewenst, mits deze daadwerkelijk passen binnen een overtuigend bedrijfsconcept en een wezenlijke bijdrage leveren aan het toeristisch-recreatief profiel. In feite is de visie op arken niet anders dan die op andere vormen van onderkomens voor verblijfsrecreatie. Arken, waterwoningen, recreatiewoningen, trekhutten: in beginsel zijn deze - en andere - vormen van verblijfsobjecten uitwisselbaar, zolang zij onderdeel uitmaken van een sterk bedrijfsprofiel en er geen sprake is van privatisering. Vanzelfsprekend dient tevens een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit te worden geleverd. •

Ander ruimtegebruik op het water: bij het verkavelen met drijvende (verblijfs)units, die vanwege de slechte draagkracht van de bodem en de hoge grondwaterstand een goed alternatief vormen

voor meer reguliere bouwvormen, dient altijd de buitengrens van de slag visueel herkenbaar de blijven. Het zichtbaar onderbreken van de waterlijn doet immers afbreuk aan de slagenstructuur en de doorzichten over het water die karakteristiek zijn voor het gebied. Goede andere opties zijn het creëren van insteekhavens waardoor de originele waterlijn intact blijft. Andere functies die drijvend kunnen worden ontwikkeld zijn onder meer partyeilanden/-boten, horecaboten, drijvende terrassen, etc. Hiervoor geldt wederom dat de slagenstructuur niet mag worden aangetast en dat vooral het zicht richting het open water niet teveel wordt belemmerd. Een verdere verdichting op het water moet worden voorkomen. Beeldkwaliteit Ongeacht de aard en de locatie van een nieuwe ontwikkeling moet deze altijd voldoen aan de randvoorwaarden die de gemeente stelt met het oog op de gewenste beeldkwaliteit. Deze criteria zijn in de Bijlage opgenomen als beeldkwaliteitskenmerken en ruimtelijke inrichtingsprincipes. Daarbij is op verschillende schaalniveaus vorm en inhoud gegeven aan een passende ontwikkeling, in de vorm van een dwarsdoorsnede over de Uiterweg en de daaraan gekoppelde gebiedsindeling. Op kleiner schaalniveau worden ook inrichtingsuitgangspunten gegeven voor ontwikkelingen op de legakkers. Daarbij zijn principes van ordening en ontsluiting beschreven, waarbij het

water(sport)gerelateerd ontwikkelen en het behoud van de waterstructuur voorop staan. We zijn vooralsnog uitgegaan van ontwikkeling van recreatie-units als functioneel programma, maar de uitgangspunten kunnen evengoed en naar analogie betrekking hebben op (bebouwing ten behoeve van) dienstverlening, jachthavens, bedrijvigheid, etc.

4.5.2 basisstrategie voor economisch perspectief Voor de uitoefening van de bestaande bedrijven in het Uiterweggebied ziet de gemeente binnen de basisstrategie volop mogelijkheden. Dit geldt bovenal voor de traditionele bedrijven in met name de jachthavensector. Deze kunnen zich eenvoudiger ontwikkelen tot moderne (watersport)bedrijven. De basisstrategie die is gericht op het economische perspectief valt globaal uiteen in de volgende thema’s: Perspectief voor jachthavens Binnen de jachthavenbedrijven zijn er in de visie van de gemeente mogelijkheden om te verbreden dan wel te specialiseren. De verbreding dienen we te plaatsen in het licht van extra verblijfs- en dagrecreatieve voorzieningen, aanvullend aan de maritieme functies van het jachthavenbedrijf. Te denken valt aan bijvoorbeeld horecagelegenheden, verblijfsrecreatieve units en recreatieve/leisure ondernemingen. Specialisering dienen we evenzeer te bezien binnen de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=7e005cdf-d013-4cfa-8168-33c1d15bc2f4