CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Structuurvisie Uiterweg 2015.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 31 augustus 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Uiterweg 116a- Marinapark, aanvullende welstandscriteria27.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

STRUCTUURVISIE VOOR HET GEBIED VAN DE UITERWEG

Titel:

Structuurvisie voor het gebied van de Uiterweg

Rapportnummer: 213x00381 Versie: 6.1 Status: Concept Datum: 10-03-2015 Opdrachtgever: Gemeente Aalsmeer Projectteam opdrachtgever:

Dhr. Joris Koch, Mevr. Esther van der Klis

Projectleider BRO:

Piet Zuidhof

Projectteam BRO:

Lara Brand / Susanne de Geus / Michel Nelissen / Dionne van Gendt

Gecontroleerd door:

Maaike Verstijnen

Bron foto kaft: BRO Beknopte inhoud:

BRO Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam I www.bro.nl E amsterdam@bro.nl T +31 (0)20 506 1999

Structuurvisie Uiterweg, uitwerking gebiedsvisie Aalsmeer 2020

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK I

Inleiding

HOOFDSTUK III Trends en ontwikkelingen

HOOFDSTUK V

Regie en sturing

1.1

Aanleiding

3.1

Inleiding

5.1

kwadrantenbenadering

1.2

Doelstelling

3.2

Algemene trends

5.2

Basisstrategie en topstrategie

1.3

Betekenis en werking structuurvisie

3.2.1

samenleving

5.2.1

kwadrant 1: private initiatieven

1.4

Ligging en afbakening

3.2.2

economie

5.2.2

kwadrant 2: doorontwikkelingen

1.5

Maatschappelijke betrokkenheid

3.2.3

duurzaamheid

5.2.3

kwadrant 3: transitie

1.6

Leeswijzer

5.2.4

kwadrant 4: topstrategie

3.3

Sectorale trends

3.3.1

de jachthavensector

HOOFDSTUK II Bouwstenen

3.3.2

de tuinbouwsector

2.1

2.2

Fysieke leefomgeving 2.1.1

ruimtelijke structuur

2.1.2

Toetsingscriteria 5.3.1

toetsing aan kwalitatieve doelstellingen

5.3.2

toetsing aan economische doelstellingen

HOOFDSTUK IV Visie en strategie

5.4

Nadere voorwaarden

HOOFDSTUK VI Inspraak en overleg

ruimtelijke kwaliteit

4.1

Optimaal evenwicht

Voorwaarden vanuit hogere overheden

4.2

Oriëntatie op het Uiterweggebied

2.2.1

ruimtelijk beleid van het rijk

4.3

Algemene principes

6.1

Participatie

2.2.2

ruimtelijk beleid van de provincie

4.4

Basis- en topstrategie

6.2

Inspraak

2.2.3

beleid van de waterbeheerder

4.5

Basisstrategie

6.3

Overleg

2.2.4

beperkingen vanuit het

4.5.1 basisstrategie voor ruimtelijke kwaliteit 4.5.2 basisstrategie voor economische perspectief

luchthavenindelingsbesluit 2.3

5.3

Voorwaarden van de gemeente

4.6

HOOFDSTUK VII Realisatieparagraaf

Topstrategie

2.3.1

gebiedsvisie Aalsmeer 2020

7.1

Financiële aspecten van uitvoering

2.3.2

sectoraal beleid

7.2

Financiële uitvoerbaarheid

2.3.3

Inbreng vanuit belanghebbenden

2.3.4

Nota van uitgangspunten voor de structuurvisie UIterweg

2.3.5

Visiekaart en gebiedspaspoorten

Bijlagen Gebiedspaspoorten en criteria Indicaties kostenverhaal Uiterweg

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding Sinds 2008 is, vrijwel direct na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan “Uiterweg-Plasoevers 2005”, de geschiktheid van dat bestemmingsplan als actueel kader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied rond de Uiterweg ter discussie gesteld. In de op 26 november 2009 vastgestelde Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 is de noodzaak van een toekomstplan voor het gebied onderstreept. De Bovenlanden zijn daarom in de Gebiedsvisie samen met de Westeinderplassen als ontwikkelgebied aangewezen.

Uitsnede Gebiedsvisie 2020, ontwikkelingsgebieden

De voorliggende structuurvisie Uiterweg is de uitwerking hiervan, althans voor wat betreft het gebied rond de Uiterweg. De oostelijke Bovenlanden (rond de Oosteinderweg) blijven in deze visie buiten beschouwing.

economische neergang van de van oudsher aanwezige trekheestercultuur de gemeente voor de uitdaging nieuwe bestemmingen te vinden voor voormalige agrarische gronden.

1.2 Doelstelling

Met deze structuurvisie stelt de gemeente zich ten doel om een toekomstbestendig ontwikkelperspectief te schetsen, waarbij ruimtelijke en duurzame kwaliteit en economisch welvaren hand in hand gaan en het gebied zich blijvend kan ontplooien als bloeiend en uniek waterrecreatiegebied.

Het Uiterweggebied kenschetst zich door een veelvoud van functies die zich van oudsher hebben ontplooid in een uniek slagenlandschap. Vanuit de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 is de opgave om vorm en inhoud te geven aan de ambitie Aalsmeer als aantrekkelijke waterrecreatiegemeente op de kaart te zetten. Het bloemenimago van Aalsmeer is als gevolg van de ontwikkelingen in deze sector in de richting van de toerist aan het verbleken. Met de Westeinderplassen heeft de gemeente echter een belangrijke troef in handen om het imago van Aalsmeer als levendig en toeristisch waterdorp te verbeteren en zo de lokale economie te versterken. De ambitie Aalsmeer Waterdorp staat echter onder druk. Economische zowel als demografische ontwikkelingen hebben er toe geleid dat de watersport allang geen groeisector meer is. Onder meer de vergrijzing van de watersport is een belangrijk punt van zorg. Dit stelt de gemeente voor de opgave de jachthavenbedrijven in het gebied te accommoderen bij het zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Daarnaast stelt de verdergaande

1.3 Betekenis en werking structuurvisie De structuurvisie geeft antwoord op de vraag waar een veelheid aan ruimtevragende functies een plaats krijgt. De structuurvisie heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een wettelijke status. Dit geeft het gemeentebestuur een belangrijk kader voor de afweging van ruimtelijke beslissingen. Deze structuurvisie biedt uitdrukkelijk geen blauwdruk voor de toekomst, maar zet een stip op de horizon. De visie maakt duidelijk waar we met het gebied naartoe willen en geeft daarvoor de randvoorwaarden en de spelregels. De uitdagingen voor het gebied zijn te groot en de samenleving te zeer in beweging, om tot in detail ontwikkelingen te kunnen voorspellen, uitwerken en

7

vastleggen. Bovendien is de gemeente afhankelijk van de grondeigenaren en initatiefnemers in het gebied om de ambitie voor de toekomst te verwezenlijken. Zij zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en met concrete plannen moeten komen voor de verdere ontwikkeling van hun bedrijf en de transformatie van gronden en gebouwen. Het is aan de gemeente om richting te geven en binnen de grenzen van het aanvaardbare, initiatieven te faciliteren. Deze structuurvisie is dan ook vooral een kompas. Het biedt duidelijkheid over de speelruimte voor ontwikkelingen. Het is een koers- en inspiratiedocument voor investeringen in het fysieke domein op het gebied van onder meer wonen, werken, natuur, sport en recreatie. Een document dat andere partijen uitdaagt om met initiatieven te komen en tot realisatie te brengen. We leggen niet aan de voorkant alles vast, maar bieden - binnen kaders - ruimte voor dynamiek en maatwerk. De structuurvisie is daarmee een leidraad voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en geeft sturing aan het bouwplanoverleg tussen gemeente en initiatiefnemers. De structuurvisie geeft vervolgens de basis om voor passende initiatieven af te wijken van het geldende bestemmingspan. Kortom: de structuurvisie heeft zowel een interne werking als externe werking.

De visie heeft een zelfbindende werking voor de gemeente en verleidt andere partijen om samen vorm te geven aan de ruimtelijke transformatie.

8

Inleiding

1.4 Ligging en afbakening De structuurvisie heeft betrekking op het gehele Uiterweggebied inclusief de eilanden langs de Westeinderdijksloot. In het noorden en oosten wordt het gebied begrensd door de Haarlemmerringvaart, aan de zuidzijde door de Westeinderplas en aan de oostzijde door de bebouwde kom van Aalsmeer-centrum. In voorgaand gevisualiseerd.

figuur

is

de

gebiedsafbakening

Het plangebied is in ruimtelijke en functionele zin onder te verdelen in een aantal grotere deelgebieden. Van noord naar zuid zijn dit: 1. het gebied ten noorden van de lintbebouwing aan de Uiterweg, tot aan de Ringvaart; 2. het lint van de Uiterweg; 3. het gebied ten zuiden van de lintbebouwing aan de Uiterweg, tot aan de Kleine Poel(open); 4. de eilanden langs de Westeinderdijksloot. De opgave voor transformatie en de mogelijkheden voor ontwikkeling zijn per deelgebied verschillend.

1.5 Maatschappelijke betrokkenheid De Structuurvisie Uiterweg is in nauwe samenwerking met belanghouders in het gebied tot stand gekomen.

Hiertoe is in de vorm van een klankbordgroep structureel overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de belanghouders in het gebied (thans verenigd binnen de STUW, de Stichting Transformatie Uiterweg Westeinderplassengebied). Het uiteindelijke resultaat is in het kader van het vaststellingsproces ter visie gelegd met de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen. De visie is daarbij ook voorgelegd aan diverse, relevante maatschappelijke en institutionele organisaties. In dit verband is uiteraard ook de Provincie Noord-Holland over de visie geraadpleegd. Het verslag van de inspraak en het bestuurlijke overleg is in een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen.

1.6 Leeswijzer De visie is als volgt opgebouwd. Na deze inleiding beschrijft hoofdstuk 2 de bouwstenen die de basis vormen voor de ruimtelijke structuurvisie Uiterweg. Hoofdstuk 3 gaat in op de relevante - ruimtelijke - trends en ontwikkelingen. Samen met de bouwstenen vormen deze de ingrediënten voor de visie. De hoofdlijnen van de visie, principes en strategie zijn beschreven in hoofdstuk 4. De strategie betreft een basis- en een topstrategie. De basis- en topstrategie worden in hoofdstuk 5 in programmatische zin beschreven. Hoofdstuk 6 bevat het verslag van de inspraak en het bestuurlijke overleg. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de relatie met de financiële aspecten van deze structuurvisie.

2. BOUWSTENEN

In dit hoofdstuk beschrijven we de ´bouwstenen´ die hebben geleid tot deze structuurvisie. De typerende eigenschappen van de bestaande fysieke omgeving zijn de eerste bouwsteen. De feitelijke situatie vormt als het ware het tastbare basismateriaal voor deze visie en is bepalend voor de mogelijkheden voor ontwikkeling en de aard en omvang van de transformatie. Een tweede, niet onbelangrijke bouwsteen wordt gevormd door de randvoorwaarden van andere, hogere overheden. Het beleid van andere overheden bepaalt immers de speelruimte voor het lokale bestuur. De derde en laatste bouwsteen, tenslotte, bestaat uit eerdere, gemeentelijke besluitvorming over ruimtelijke beleidsdocumenten, voor de gemeente als geheel en voor dit gebied in het bijzonder. De doelstellingen en uitgangspunten die reeds in een eerder stadium zijn uitgesproken geven immers richting aan de verder uit te werken koers.

2.1 Fysieke leefomgeving Bij de beschrijving van de fysieke leefomgeving kunnen we onderscheid maken tussen structuur en kwaliteit. Bij structuur gaat het om de ruimtelijke opbouw van het gebied. Bij kwaliteit gaat het om de waarden die in het gebied aanwezig zijn of verondersteld worden aanwezig te zijn.

2.1.1

Ruimtelijke structuur

De ruimtelijke structuur kenmerkt zich altijd door een zekere gelaagdheid. De verschillende lagen of structuren zijn in hun onderlinge samenhang bepalend voor het menselijk handelen. Voor het gebied van de Westeinderplassen geldt dat de ruimtelijke structuur voor een groot deel historisch bepaald is. Historische gelaagdheid De Westeinderplassen zijn ontstaan door vervening, waarbij door de geringe zorg van de verveners, de legakkers en petgaten grotendeels zijn verdwenen en een vrijwel aaneengesloten watervlakte ontstond. Alleen in het westen van de plas is een moeras gebleven, overwegend bestaande uit rietland. In het noorden van de plas ligt een eilandenrijk, dat ten dele is begroeid met houtwas en ten dele in cultuur (seringenteelt) is gebracht. Deze eilanden scheiden de Grote Poel van de Kleine Poel. De Bovenlanden zijn te onderscheiden van de droogmakerijen en betreffen de veengronden aan de noordwestzijde van Aalsmeer. Deze werden opgehoogd met een mengsel van slootbagger, stalmest en afval, zgn. toemaak, waardoor ze een vruchtbare bovenlaag hebben gekregen. De gronden zijn daardoor geschikt voor teelt van bomen en heesters (met name seringen) en kleinschalige tuinbouw. In de veengronden aan de westzijde van de Westeinderplassen hebben zich nauwelijks bodemvormende processen onder invloed

van ontwatering voorgedaan, waardoor de bovengrond slap is (ongerijpte gronden). Stedenbouwkundige structuur Voor de stedenbouwkundige structuur van het gebied is het historische lint van de Uiterweg vooral bepalend. De Uiterweg is een doodlopende weg met oorspronkelijk aan beiden zijden een sloot en aan beide zijden bebouwing. De sloot aan de noordzijde is in 1949 gedempt. De kavelsloten liggen haaks op de weg. De Uiterweg wordt gekenmerkt door een diversiteit aan architectuur. De woningbebouwing kenmerkt zich door hoofdzakelijk vrijstaande woningen afgewisseld door voormalige boerderijen. De bedrijfsbebouwing achter de woonbebouwing bestaat voornamelijk uit kassen en loodsen. Verspreid door het gebied bevinden zich een groot aantal woonarken, die deels voor permanente bewoning worden gebruikt en deels als recreatieverblijf. De ruimtelijke opbouw kenmerkt zich door een geleidelijke overgang, gezien vanaf het lint, van intensief naar extensief gebruik. Deze opbouw is het meest herkenbaar aan de zuidzijde van de Uiterweg. De eilanden langs de Westeinderdijksloot zijn hoofdzakelijk onbebouwd. Groen- en waterstructuur De Bovenlanden zijn reeds in een vroeg stadium verkaveld. De ontginningen hebben plaatsgevonden vanaf opgehoogde kaden, waarlangs ook de woningen zijn gesitueerd. Loodrecht op de parallel aan de vroegere

9

oever van de Haarlemmermeer lopende kaden liggen smalle, langgerekte kavels, met daartussen sloten voor de ontwatering. Door het baggeren van de sloten en afkalving van de randen, zijn relatief brede sloten ontstaan. De vele kopsloten tussen Ringvaart en Uiterweg enerzijds en tussen de poelen en de Uiterweg anderzijds vormen een kenmerkende landjesstructuur. Binnen de ‘kamstructuur’ van water en land zijn er enkele doorgaande waterverbindingen aanwezig tussen de poelen en Ringvaart. De ringvaart verbindt het gebied over water met andere regionale wateren. De ringvaart is een vaarroute voor de beroepsvaart en maakt deel uit van de recreatieve ‘staande mast’ route. Verkeersstructuur De Uiterweg ontsluit alle woningen en bedrijven en bedrijfspercelen binnen het gebied en is daarmee een belangrijke gebiedsontsluitingsweg. De Uiterweg is echter een doodlopende weg en komt aan de westkant uit op de Ringvaart. Voor voetgangers en fietsers bestaat (in het zo-merseizoen) de mogelijkheid om per voetveer naar de overzijde te worden gezet. Het overige verkeer moet ergens op de weg omkeren en via het dorpscentrum het gebied weer verlaten. De Uiterweg heeft een verhardingsbreedte van gemiddeld 5,50 meter, met uitzondering van de smallere weggedeeltes ter hoogte van bruggen. De rijbaan is voorzien van een trottoir/loopstrook die varieert van 1,35 meter tot 2,00 meter.

Binnen de huidige vormgeving

10

Bouwstenen

van de Uiterweg kunnen twee personenauto’s elkaar passeren, waarbij de fietssuggestiestroken worden gebruikt om uit te wijken. Op een gemiddelde werkdag is de gemeten verkeersintensiteit 3.856 motorvoertuigen per etmaal. De verdeling van de verkeersintensiteiten over de uren van het etmaal is passend bij de mix van functies (wonen, werken en recreatie) die door de Uiterweg worden ontsloten. Het aandeel middelzwaar en zwaar verkeer is 1,7% en 0,9%. In samenhang met het zware verkeer en het draaien daarvan op de Uiterweg, is de wenselijkheid van een keerlus terugkerend onderwerp van discussie. Om de verkeersbelasting te verminderen is in 2010 een inrijdverbod voor vrachtwagens ingesteld met een lengte 12 meter of meer. De verkeersmaatregel voorziet in de mogelijkheid van een ontheffing indien op het terrein van de eindbestemming kan worden gekeerd. De ontwikkelingen in de tuinbouwsector zullen leiden tot een verdere afname van het zware verkeer, zodat de noodzaak van een keerlus om tot een goede verkeersafwikkeling te komen steeds minder aan de orde is. Een keerlus heeft bovendien als nadeel dat deze mogelijk juist zwaar verkeer zal aantrekken. De noodzaak (en voorwaarde) om op eigen terrein te keren zal worden weggenomen. Bovendien zal een keerlus het zware verkeer uitnodigen om de gehele weg af te rijden.

Dit leidt mogelijk tot een grotere verkeersbelasting, met name aan het einde van de Uiterweg. Uit de analyse van vorm, functie en gebruik van de

Structurerende elementen: • landjesstructuur met fijnmazig waternetwek • lintbebouwing • één, doodlopende ontsluitingsweg • verkavelingsrichting haaks op de weg • seringenteelt en jachthavens • bevolkingsopbouw uit drie ‘bloedgroepen’

Uiterweg is gebleken dat de huidige intensiteit op de Uiterweg ruimte geeft voor groei zonder direct tot onaanvaardbare intensiteiten te leiden. De Oosteinderweg heeft een vergelijkbaar wegprofiel en verwerkt thans zo’n 7.200 motorvoertuigen per etmaal. Het is dan ook redelijk om te veronderstellen dat de bestaande capaciteit van de Uiterweg voldoende ruimte biedt aan de gewenste transformatie en de bijbehorende effecten op de verkeersintensiteit, ook rekening houdende met de autonome verkeersgroei van 2%. In de beleving is de verkeerscapaciteit van de Uiterweg misschien wat minder groot dan de cijfers uitwijzen. De fysieke onderhoudsstaat van de weg vertoont op verschillende punten gebreken, zoals verzakkingen en kapotgereden bermen. In dit verband is het relevant te vermelden dat de Uiterweg voor het jaar 2016 in de planning staat voor een gehele renovatie. Mogelijk zullen daarbij aanpassingen worden gedaan aan het wegprofiel, zoals het aanbrengen van passeerstroken.

Economische infrastructuur Het Uiterweggebied is gaandeweg door vervening en ophoging van de rest-veengebieden verworden tot een agrarisch (tuinbouw)gebied. De heestercultuur en oude kassencomplexen zijn daarvan de zichtbare componenten. Door economische omstandigheden zijn in het verleden agrarische gronden getransformeerd tot jachthavencomplexen, bedoeld voor het recreatief watertoerisme in dit waterrijke gebied. Van oudsher zijn de woningen aan de Uiterweg bedrijfswoningen. Bedrijfsbeëindigingen leiden ertoe dat er steeds minder vaak een koppeling is tussen de woning in het lint en de bedrijfsuitoefening op de achtergelegen percelen. Sociaal-geografische structuur In het geval van de Uiterweg kan in structurele termen gesproken worden over drie specifieke groepen die een duidelijke invloed hebben op de vormgeving van het gebied in de huidige tijd: de kwekers/telers/agrariërs in het gebied, de jachthavenondernemers en de bewoners van de Uiterweg. Van oudsher overlappen de groep elkaar gedeeltelijk. De trens is dat het aantal bewoners zonder zakelijke belangen in het gebied toeneemt. Een veirde groep die kan worden onderscheiden en die ook een eigen stempel op het gebied drukt wordt gevormd door de recreanten die in het gebied een recratiekavel of recreatieverblijf, meestal een ark, hebben. Daarnaast is een belangrijke actor in het gebied de Stichting de Bovenlanden.

De stichting zet zich in voor het behoud

11

van het unieke landschap van de Bovenlanden en doet dat door gronden te verwerven en in beheer te nemen of uit te geven voor de trekheestercultuur.

2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van een gebied wordt bepaald door de waarden die in het gebied zijn aangetroffen of verondersteld worden aanwezig te zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan flora en fauna of cultuurhistorie en archeologie. Daarnaast heeft de ruimtelijke kwaliteit van een gebied ook betrekking op omstandigheden in het gebied die het leefmilieu rechtstreeks beïnvloeden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aanwezigheid van

hinderbronnen die van invloed zijn op de akoestische situatie of de luchtkwaliteit in een gebied. Kwaliteiten verdienen bescherming en beperken daardoor soms de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Omgekeerd kunnen ook omstandigheden die de kwaliteit van het leefmilieu negatief beïnvloeden een bepalende factor zijn, omdat zij voor bepaalde ontwikkelingen onoverkomelijke belemmeringen vormen. Het is daarom van belang vooraf ook inzicht te hebben in de ruimtelijke kwaliteit. Gebiedsgerichte waarden Het gebied heeft een bijzondere landschappelijke waarde. De landschappelijke waarde van het gebied hangt samen Groene zoom Tussengebied Lint Tussengebied Groene zoom

12

Bouwstenen

Bijzondere waarden • landschap en natuur • flora en fauna • cultuurhistorie Omgevingsaspecten • luchtvaartverkeerlawaai

met het uitgebreide net van watergangen en de zo typerende landjesstructuur. Met name ook de eilanden langs de Westeinderdijksloot en die de Grote Poel van de Kleine Poel scheiden, vormen een aantrekkelijk landschapsbeeld. Ook in ecologische zin is het gebied waardevol. Door de vele waterkanten en besloten percelen is het gebied uitermate geschikt voor amfibieën, watervogels en (vanwege de heestercultuur) vlinders. Ook in het water is sprake van een rijke flora en fauna. De natuurwaarde van het gebied manifesteert behalve in en rond het water ook in onder meer aaneengesloten bospercelen, groene weides op kleinere percelen, houtwallen en solitaire bomen. Het landschapsbeeld is eveneens in cultuurhistorische zin van waarde. Het gebied van de niet-verveende en hogere landen (Bovenlanden) rond de oude ontginningslinten van de Uiterweg en de (verdwenen) Westeinderdijk, tussen de kleine en de grote poel, zijn onderscheidende deelgebieden met een hoge cultuurhistorische waarde. Naast deze gebieden is sprake van een aantal objecten en panden met een grote cultuurhistorische waarde. De cultuurhistorische waarden van deze objecten en panden houdt verband met het agrarische verleden van het gebied. Het lint van de Uiterweg is het enige lint waar de zogenaamde langhuisboerderijen voorkomen. Daarnaast zijn ketelhuizen met bijbehorende schoorstenen waardevolle objecten.

Een opvallend en bijzonder element wordt gevormd door de bebouwing van het tuinbouwmuseum de Historische Tuin Aalsmeer, met

13

onder meer het oude veilinggebouw en aangrenzende tuinbouwkassen. In archeologische zin is vooral het lint van de Uiterweg van waarde. Sporen vanaf de tijd dat hier bewoning heeft plaatsgevonden (late Middeleeuwen) zijn waarschijnlijk en zijn ook dicht aan het oppervlak te verwachten. Voor het overige gebied geldt dat het een relatief jong benut en bebouwd gebied is. Archeologische vindplaatsen zijn verder niet waarschijnlijk en de archeologische verwachtingswaarde daarom gemiddeld tot laag. Omgevingsaspecten Het Uiterweggebied grenst aan de drukke Mainport Schiphol, met diverse transportassen in de directe nabijheid en de Aalsmeerse veiling op enige afstand. Het luchtvaartverkeer van en naar de luchthaven bepaalt in hoge mate het akoestische leefmilieu in het gebied. Voor het overige is er nauwelijks sprake van milieu-aantastende activiteiten in het Ebeid of in de nabije omgeving die een grote uitslag hebben op het verblijfsklimaat in het gebied als geheel. In zijn algemeenheid kan worden worden gesproken over een relatief rustig gebied met een aangename omgevingskwaliteit.

2.2 Voorwaarden vanuit hogere overheden Naast de typerende eigenschappen van het gebied, zijn de doelstellingen van het ruimtelijke beleid van het rijk, de provincie of de regio een belangrijk gegeven. Hieruit

14

Bouwstenen

volgen immers de ruimtelijke randvoorwaarden voor het beleid van de gemeente en de speelruimte die de gemeente heeft om richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen.

2.2.1

Ruimtelijk beleid van het Rijk

Het actuele ruimtelijke beleid van het rijk is neergelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De SIVR is op vastgesteld. Het bij de structuurvisie behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) was al op 30 december 2011 in werking getreden. In de structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. De nieuwe structuurvisie vervangt verschillende beleidsnota’s, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de structuurvisie zijn drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028. Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. De nationale belangen uit de structuurvisie zijn juridisch geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Amvb Ruimte. Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Rijksbelangen Een aantal van deze rijksbelangen hebben ook betrekking op het gebied van de Uiterweg. Het betreft de belangen 10 en 11. In de structuurvisie dient rekening gehouden te worden met de doelstellingen die vanuit deze belangen worden nagestreefd:

•

Het plangebied is gelegen binnen de herijkte nationale ecologische hoofdstructuur (EHS). De naam EHS is sinds kort gewijzigd in Nationaal natuurnetwerk. Het nationaal belang van de EHS is het creëren van ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. De natuur in de EHS blijft goed

beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Bij de realisatie van de EHS zal aandacht zijn voor de toegankelijkheid, de recreatieve waarde en de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Ook wordt aansluiting gezocht bij de realisatie van andere maatschappelijke opgaven zoals waterberging. Ook is het plangebied gelegen in de nationale landschappen Groene Hart en Stelling van Amsterdam. Het nationaal belang van de nationale landschappen is dat er ruimte is voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.

Ruimtelijk Beleid van de provincie

is dit uitgewerkt in concrete activiteiten om de visie te realiseren. Via de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. De actuele provinciale verordening is op 3 februari 2014 door Provinciale Staten vastgesteld en op 9 mei 2014 gepubliceerd. Het uitgangspunt voor gebieden buiten bestaand bebouwd gebied is de mogelijkheden voor nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen te beperken ten behoeve van een zorgvuldig ruimtegebruik en, in het geval deze ontwikkelingen niet binnen bestaand bebouwd gebied kunnen worden gerealiseerd, te verbinden aan voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit. De doelstelling daarbij is om de kernkwaliteiten van landschap en dorpsstructuren (waardevolle dorpsranden, kenmerkende bebouwingskarakteristieken, verkavelingen en lintstructuren) te behouden of te versterken. Wat onder kernkwaliteiten moet worden verstaan is vastgelegd in de Beleidsnota Landschap en Cultuurhistorie.

Het actuele ruimtelijke beleid van de provincie is neergelegd in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 ‘Kwaliteit door veelzijdigheid’. De Provinciale Staten van Noord-Holland hebben deze structuurvisie op 21 juni 2010 vastgesteld. In de structuurvisie geeft de provincie aan welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Daarmee is het een leidraad voor de manier waarop de ruimte in NoordHolland de komende dertig jaar zou moeten worden ontwikkeld. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma

Bestaand Bebouwd Gebied Het ruimtelijke beleid van de provincie maakt onderscheid tussen bestaand bebouwd gebied (BBG) enerzijds en gebieden buiten bestaand bebouwd gebied (BBBG) anderzijds. Het gebied van de Uiterweg is dee;s aangewezen als stedelijk gebied, te weten “Metropolitaan stedelijk gebied en regionale kernen Bestaand bebouwd Gebied”. Ten zuiden van de Uiterweg valt het plangebied buiten het Bestaan Bebouwd Gebied. Uitgangspunt voor de provincie bij het bepalen van het

•

2.2.2

Uitsnede structuurvisie Noord-Holland - Bestaand Bebouwd Gebied

15

Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) is om zoveel mogelijk recht te doen aan de geldende streekplannen en de overige besluiten van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten om bestaande –juridisch relevante– rechten gestand te doen. Daarnaast beoogt de provincie recht te doen aan de lopende planvorming bij gemeenten voor zover deze bij de provincie bekend is en zij zich daarover in positieve zin heeft uitgelaten. Uitgangspunt is om nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk te realiseren binnen het Bestaand Bebouwd Gebied zodat stedelijke verdichting optreedt en het gebruik van

16

Bouwstenen

het Bestaand Stedelijk Gebied geoptimaliseerd wordt. In Bestaand Bebouwd Gebied wordt menging van stedelijke functies als kantoren, wonen, recreëren, winkelen en cultuur belangrijk gevonden. Het gebied van de Uiterweg is deels aangewezen als stedelijk gebied, te weten “Metropolitaan stedelijk gebied en regionale kernen Bestaand Bebouwd Gebied” en deels als landelijk gebied. Globaal gezien valt het gebied van de Bovenlanden in Bestaand Bebouwd Gebied en moet het gebied ten zuiden van de Uiterweg tot het landelijke gebied gerekend worden. Binnen het stedelijke gebied nemen agrarische gronden een bijzondere positie in. Of deze gronden tot Bestaand Bebouwd Gebied gerekend mogen worden is afhankelijk van de planologische gebruiksmogelijkheden. Het bestemmingsplan is derhalve maatgevend voor de vraag of agrarische percelen, ongeacht hun ligging in stedelijk gebied, ook zelf tot het Bestaand Bebouwd Gebied gerekend mogen worden. In dit verband is van belang dat in het vigerende bestemmingsplan “UiterwegPlasoevers 2005 e.o.” reeds wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen om de agrarische bestemming te wijzigen in “watersportbedrijven, niet zijnde jachthavens” en “jachthavens”, indien de gronden de aanduiding zone A hebben. De aanduiding zone A in dit bestemmingsplan is opgenomen voor gronden die zich binnen de toenmalige rode contour van het streekplan bevonden.

Gelet op de strekking van deze wijzigingsbevoegdheden kunnen de agrarische gronden in de Bovenlanden veelal tot

Bestaand Bebouwd Gebied gerekend worden, waarvoor ontwikkelingen met stedelijke functies mogelijk zijn. Buiten Bestaand Bebouwd Gebied Voor nieuwe ontwikkelingen buiten Bestaand Bebouwd Gebied is een ontheffing nodig. Met de verlening van de ontheffing voor bouwen buiten Bestaand Bebouwd Gebied wordt ook de weergave van het (nieuw) Bestaand Bebouwd Gebied op kaart vastgesteld. De provincie beoordeelt dergelijke ontwikkelingen op grond van het aantonen van nut en noodzaak, de mogelijkheden of onmogelijkheden voor verdichting of transformatie (SERladder) en de provinciale eisen aan ruimtelijke kwaliteit (onder andere de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, klimaatbestendigheid en bereikbaarheid), en op de (on) mogelijkheden van het faciliteren van de ontwikkeling vanuit het watersysteem. De “Adviescommissie voor Ruimtelijke Ontwikkelingen” (ARO) adviseert Gedeputeerde Staten over ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand bebouwd gebied. De ARO heeft als doel te adviseren over de kwaliteit van beoogde uitbreiding en kwaliteit van de landschappelijke inpassing. De provincie signaleert, dat er behoefte is aan ruimte voor groei van toeristische en recreatieve voorzieningen en dat deze ontwikkelingen zich vrijwel altijd buiten Bestaand Bebouwd Gebied zullen voordoen.

Bij de beoordeling van deze plannen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • nut en noodzaak waaronder de behoefte aan

geschikte ruimte voor de recreatietoeristische sector; • zo veel mogelijk het oplossen van samenhangende opgaven (bijvoorbeeld bereikbaarheid, leefbaarheid en milieu); • en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. De provincie ondersteunt gemeenten door de inzet van de Taskforce Ruimtewinst, Ruimte voor Ruimte regeling, Herstructurering en Intelligent Ruimtegebruik Bedrijventerreinen (HIRB) en Culturele Planologie die zowel binnen als buiten Bestaand Bebouwd Gebied kunnen worden toegepast. Natuur Het plangebied maakt onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Recentelijk is de naam EHS gewijzigd in Nationaal natuurnetwerk. Een ecologische verbindingszone die het Amsterdamse Bos verbindt met de Westeinderplasssen loopt over de Haarlemmerringvaart. De provincie dient er voor zorg te dragen dat in de EHS geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn die strijdig zijn met de bijzondere kenmerken en waarden van het natuurgebied. In de Verordening is daarom opgenomen dat in een bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen en regels worden opgenomen die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur significant aantasten. Hiervan kan worden afgeweken indien: • er sprake is van een groot openbaar belang; • er geen reële andere mogelijkheden zijn en;

17

•

de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. De begrenzing van de EHS en de ligging van ecologische verbindingszones worden jaarlijks in het natuurbeheerplan vastgelegd. De “Groene As” is de provinciale verbindingszone aan de zuid- en westkant van Amsterdam. In Aalsmeer loopt de Groene As van de Schinkelpolder, de Oosteinderpoel via de Ringvaart langs de Bovenlanden en over de eilanden langs de Westeinderdijksloot naar de Westeinderplassen. Het project is gericht op het tegengaan van versnippering van natuurrijke deelgebieden. De Groene As bestaat uit verschillende deelprojecten die gezamenlijk een verbindende schakel vormen, in landschappelijk, ecologisch, en recreatief opzicht. Op 11 februari 2014 heeft het college van Gedeputeerde

18

Bouwstenen

Staten het programma “Groen 2014-2018” vastgesteld. In dit programma is de co-financiering van een aantal Aalsmeerse projecten geregeld. Aan de Stichting de Bovenlanden is hierbij een belangrijke rol toegekend. In het programma is een bedrag van 2,5 miljoen euro gereserveerd, dat de Stichting in mag zetten om in de Bovenlanden gronden te verwerven ten behoeve van de verwezenlijking van de Groene As. De Stichting heeft in de afgelopen jaren al voor een bedrag van 1,5 miljoen euro natuur en cultuurgrond en water aangekocht. Bij elkaar gaat het om meer dan 35 hectare, waarvan 9 hectare cultuurakkers en 26 hectare natuur en water. Nationale Landschappen Het plangebied maakt tevens onderdeel uit van de Nationale Landschappen Het Groene Hart en de Stelling van Amsterdam. Deze landschappen zijn om hun grote

natuur- en cultuurwaarden beschermd en vallen daarom ook onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie. De provincie dient ervoor te zorgen dat hier extensieve vormen van recreatie worden ontwikkeld, waarbij de bijzondere waarden van deze landschappen voorop staan. Sinds de vaststelling van de Provinciale Ruimtelijke Verordening op 3 februari 2014 zijn de nationale landschappen onder het regime van de bufferzones gebracht. De Stelling van Amsterdam is als Unesco Werelderfgoed in de verordening opgenomen. Voor de bufferzones geldt in beginsel dat verstedelijking buiten bestaand bebouwd Gebied in beginsel niet is toegestaan. Een bestemmingsplan mag op grond van de provinciale ruimtelijke verordening uitsluitend voorzien in nieuwe functies en uitbreiding van de bebouwing van bestaande functies binnen de gebieden voor zover deze de kernkwaliteiten en/of Uitzonderlijke Universele

Waarden zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie behouden of versterken. Het bestemmingsplan mag echter geen bestemmingen en regels bevatten die voorzien in een grootschalige stadsof dorpsontwikkelingslocatie of glastuinbouwlocatie. De Stelling van Amsterdam is in de ruimtelijke hoofdstructuur van Noord-Holland Zuid een verbindingsen overgangszone tussen het stedelijk kerngebied en de grootschalige landschapen. Als Unesco-erfgoed staat het behoud van de waarden van de Stelling voorop. Bij het Fort Kudelstaart is het beleid gericht op het versterken van de hoofdverdedigingslijn. Het fort valt echter buiten het plangebied van deze structuurvisie. Het Groene Hart kenmerkt zich door diversiteit en openheid, door een veenweidekarakter en de rust en stilte die er heerst. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het Groene Hart als geheel is de invulling en uitwerking van een kwaliteitszonering. Bij de Westeinderplassen wordt in dit kader een groen/blauwe ontwikkeling voorgestaan. Verdere verstedelijking in de vorm van nieuwe bebouwing buiten Bestaand Bebouwd Gebied (voor wonen, detailhandel, grootschalige recreatiecomplexen en grootschalige hotels, bezoekersintensieve overdekte dagrecreatie en bezoekersintensieve openluchtrecreatie) wordt tegengegaan.

Bebouwing voor restaurant, café, kleinschalig hotel of kampeerbedrijf of zorgboerderij wordt niet onder verstedelijking verstaan.

bestemmingsplan voorzien in woningbouw ter compensatie van storende bebouwing of functies in het landelijke gebied, indien er een ruimte voor ruimte regeling is. De Ruimte-voor-ruimte regeling moet voorzien in een per saldo vermindering van de bebouwing en zekerstelling van de herstructurering en sanering. Compenserende bebouwing dient bij voorkeur in of tegen Bestaand Bebouwd Gebied aan te worden geprojecteerd. Voor gebieden die zijn gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur, Unesco erfgoederen en bufferzones geldt dat bestemmingsplannen verplicht in

een Ruimte-voor-ruimte regeling voorzien.

2.2.3

Beleid van de waterbeheerder

De waterbeheertaken in het gebied worden uitgevoerd door het hoogheemraaschap van Rijnland. Het beleid van de waterbeheerder en e bijbehorende ambities worden neergelegd in de zogenaamde waterbeheerplannen. Voor de periode 2010-2015 wordt het accent meer dan voorheen op uitvoering gelegd. In het Waterplan van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn voor het gebied de navolgende relevante ambities opgenomen:

Ruimte-voor-ruimte regeling Op grond van de provinciale verordening kan een

19

• •

• • • • •

Het

natuurvriendelijke oevers; de waterberging in open oppervlaktewater in de polders is berekend op de neerslagtoename van de toekomst (2050); de zwemplaatsen langs de Westeinderplassen zijn verbeterd; de recreatievaart in het gebied neemt beperkt toe. Er zijn meer en betere aanlegvoorzieningen; de hoofdvaarwegen zijn op diepte; het water in de woonwijken is zodanig ingericht dat het een meerwaarde vormt voor de bewoners; er zijn genoeg zitgelegenheden en visplekken langs het water. belangrijkste

instrument

om

de

taken

als

waterbeheerder uit te voeren is de zogenaamde keur. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels over waterkeringen, watergangen en andere waterstaatswerken. In de Keur Rijnland 2009 zijn de regels opgenomen die voor de waterstaatswerken gelden die op de legger zijn opgenomen. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft de Westeinderplassen op de legger staan als (primair en overig) oppervlaktewater dat wordt beschermd door een beschermingszone, soms met keurzone. In het Keur Rijnland 2009 zijn de regels opgenomen die voor de waterstaatswerken gelden die op de legger zijn opgenomen. Dit brengt met zich mee dat al vrij snel een watervergunning noodzakelijk is bij nieuwe ontwikkelingen.

2.2.4

Beperkingen vanuit het Luchthavenindelingbesluit

Het plangebied van de structuurvisie ligt binnen het beperkingengebied van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). Het LIB legt beperkingen op aan ruimtelijke ontwikkelingen die in het gebeid van de Uiterweg mogelijk zijn. Het gaat om beperkingen ten aanzien van bouwhoogtes en ten aanzien van soorten functies. Voor de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het gebied van de Uiterweg hebben de beperkingen ten aanzien van de soorten functies de grootste betekenis. Uitsnede LIB – Beperking bebouwing (LIB4-zone)

20

Bouwstenen

Geluidgevoelige functies In het LIB zijn (mede) in verband met vliegtuiglawaai (bouw)beperkingen opgenomen ten aanzien van geluidsgevoelige functies. Een groot deel van het plangebied is gelegen binnen de zone waar in beginsel geen nieuwe geluidsgevoelige functies zijn toegestaan. Het gaat hierbij om de gronden bedoeld in artikel 2.2.1 van het LIB , aangewezen met nummer 4. Binnen deze zone zijn geen woningen (waaronder ook begrepen woonarken), woonwagens, gebouwen met een onderwijsfunctie of gebouwen met een gezondheidszorgfunctie toegestaan, behoudens bestaand gebruik. Bestaande, legaal aanwezige woningen zijn wel toegestaan. Nieuwe geluidsgevoelige functies zijn alleen toegestaan na afgifte van een verklaring van geen bezwaar ex artikel 8.9 van de Wet Luchtvaart van de minister van Infrastructuur en Milieu. Voor de afgifte van een verklaring van geen bezwaar gelden specifieke beleidslijnen. Het moet gaan om woningen die open gaten opvullen binnen aaneengesloten bebouwing, functiewijziging, herbouw van woningen op een minder milieubelaste plaats of bouw van bedrijfswoningen. Daarbij worden de volgende beleidslijnen gehanteerd: • bij herbouw van woningen wordt uitgegaan van een vervanging van 1 op 1, dus geen uitbreiding van de woningvoorraad. De vervanging moet elders in het beperkingengebied kunnen worden gerealiseerd op een minder milieubelastende plaats. De te vervangen

woning moet aan de voorraad worden onttrokken en ter plaatse mag geen andere kwetsbare bestemming worden gerealiseerd. • voor een bedrijfswoning moet de noodzaak worden aangetoond. • bij de opvulling van open gaten wordt een onderscheid gemaakt tussen open gaten in lintbebouwing en open gaten in stedelijk of dorpsgebied. Wat betreft lintbebouwing wordt een maximum gehanteerd van 3 woningen en bij bestaand stedelijk gebied of dorpskommen een maximum van 25 woningen. • bij functiewijzigingen waarbij een in het artikel bedoeld of genoemd gebouw gewijzigd wordt in een ander type bedoeld of genoemd gebouw (bijvoorbeeld de omzetting van een school in appartementen) moet de wenselijkheid worden aangetoond. Deze wenselijkheid kan er bijvoorbeeld in bestaan dat het bestaande gebouw om architectonische of cultuurhistorische redenen behouden moet blijven. Er geldt dan een maximum van 25 woningen of appartementen. Wordt het gebouw gesloopt dan is het gestelde over open gaten van kracht. • bij grootschalige herstructurering van stedelijk gebied binnen het beperkingengebied geldt als uitgangspunt dat een verklaring van geen bezwaar kan worden verleend als de herstructurering niet leidt tot een vergroting van de woningvoorraad. Verzoeken om een verklaring van geen bezwaar die vallen

binnen de bovengestelde grenzen, kunnen in beginsel door de inspectie IL&T namens de betrokken ministers worden afgehandeld. In andere gevallen is het verlenen van een verklaring van geen bezwaar niet uitgesloten, maar is nadere besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Milieu vereist. Vogelaantrekkende functies Om de kans op vogelaanvaring zoveel mogelijk te beperken mogen op grond van het LIB in het plangebeid geen vogelaantrekkende functies worden toegelaten. Dit geldt voor vestigingen van Industriële bedrijven in de voedingssector met extramurale opslag of overslag, viskwekerijen met extramurale bassin, opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking, de aanleg van natuurreservaten en de aanleg van moerasgebieden en oppervlaktewater groter dan 3 hectare.

Actualisering LIB Een actualisering van het Luchthavenindeling besluit is in voorbereiding. Het Luchthavenindelingbesluit wordt daarbij gekipt in een vliegveiligheid deel en in een geluid en externe veiligheid deel. Het deel vliegveiligheid treedt naar verwachting in 2015 in werking. Voor het gebied van de Uiterweg heeft dit nauwelijks consequenties. De planning van het deel geluid en externe veiligheid is nog ongewis. De verwachting is

Hoogtebeperkingen Als gevolg van veiligheidsnormen in verband met het gevaar op doorschieten en te vroeg landen van vliegtuigen, gelden in het plangebied beperkingen ten aanzien van de maximaal toegestane hoogtes van gebouwen. De hoogtes gelden vanaf het peil van Schiphol (4 m – NAP). Dat betekent dat alle in het LIB genoemde hoogtematen worden gerelateerd aan de referentiehoogte van de luchthaven Schiphol. 20 Ke-contour

21

dat de regelgeving inzake het beperkingengebied niet ingrijpend zal worden aangepast, maar dat de begrenzing van het beperkingengebied zal worden gewijzigd. Mogelijk houdt dit voor het dorpscentrum van Aalsmeer en voor het Uiterweggebied in dat het beperkingengebied wordt teruggebracht. Daar staat tegenover dat in het LIB II ook de 20Kecontour, zoals die op grond van de Nota Ruimte gold, zal worden geborgd. Het gebied van de Uiterweg is deels ook binnen deze contour gelegen. Op grond van de Nota Ruimte mochten binnen de 20 Ke-contour geen nieuwe uitleglocaties ten behoeve van woningbouw worden ontwikkeld. Herstructurering en intensivering in bestaand gebouwd gebied waren op grond van de Nota Ruimte binnen de 20 Ke-contour nu en in de toekomst wel mogelijk. Of dit uitgangspunt zal worden aangescherpt is nog onduidelijk. Hoe dan ook is het realistisch te verwachten dat woningbouw ook voor de toekomst niet of op zeer beperkte schaal mogelijk zal zijn. Kansrijke locaties om eventueel nog geluidgevoelige functies toe te kunnen voegen zijn direct grenzend aan het dorpscentrum en aan het einde van de Uiterweg. Naar verwachting zal in LIB II ook de veiligheidscontour 10-7 worden opgenomen met de verplichting voor gemeentes bij ontwikkelingen in deze gebieden het groepsrisico te verantwoorden.

2.3

22

Voorwaarden van de gemeente

Bouwstenen

In de voorgaande paragraaf hebben we de speelruimte beschreven voor lokale afwegingen. Deels is aan de ambitie voor het gebied reeds vorm en inhoud gegeven in eerder vastgestelde beleidsdocumenten. De doelstellingen van het beleid die op grond van deze documenten gelden, zijn dan ook richtinggevend voor het in deze structuurvisie verder uit te werken toekomstperspectief en vormen in die zin belangrijke, zo niet de belangrijkste bouwstenen voor deze visie. Voor de uitwerking van de visie op het gewenste toekomstperspectief voor het Uiterweggebied grijpen we immers voor een groot deel terug op reeds eerder aangegeven uitgangspunten en doelstellingen. De randvoorwaarden vanuit het gemeentelijke beleid beschrijven we in deze paragraaf.

2.3.1

bloemenveiling, Green Park Aalsmeer en de watersport. Met de Westeinderplassen heeft de gemeente een belangrijke troef in handen om het imago van Aalsmeer als aantrekkelijk waterdorp uit te dragen. De in dit gebied aanwezige potenties voor watersport en waterrecreatie moeten worden uitgebouwd tot een hoogwaardig produkt voor de waterrecreant. De randvoorwaarde hierbij is dat de dorpse identiteit van Aalsmeer niet in het geding komt. Dit betekent concreet dat er bij de invulling van dit streven nadrukkelijk aandacht dient te zijn voor: • het behoud van rust en openheid en zichtlijnen in combinatie met dorpse silhouet;

Gebiedsvisie Aalsmeer 2020

Het actuele, integrale ruimtelijke beleid voor de gemeente is neergelegd in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020. De gebiedsvisie 2020 is op 26 november 2009 door de raad van de gemeente vastgesteld. Aalsmeer Waterdorp Vanuit strategisch perspectief is de belangrijkste boodschap van de Gebiedsvisie dat het sterke imago van Aalsmeer als bloemendorp als gevolg van de steeds snellere ontwikkelingen in de sector aan aantrekkingskracht inboet. De gemeente ziet voor de toekomst vooral grote kansen als het imago van Aalsmeer wordt gekoppeld aan de verschillende economische dragers in Aalsmeer: de

Uitsnede Gebiedsvisie 2020, ontwikkelingsgebieden

• • • •

het voorkomen van bebouwing op of direct langs het water; het waarborgen openbare toegankelijkheid van oevers (voor zover nog mogelijk); het nastreven van toerisme en recreatie met een hoge kwaliteit; het streven naar een verbindende schakel tussen dorp en water. De aard en de invulling hiervan is passend en in samenhang met de dorpse identiteit. Speerpunt is om het gezicht van Aalsmeer naar het water te keren en een aantrekkelijk waterfront aan te leggen.

In de Gebiedsvisie worden een vijftal gebieden onderscheiden waar een groot deel van de visie ruimtelijk gestalte kan krijgen. Drie van deze ontwikkelingsgebieden zijn van belang om verder invulling te geven aan het imago van Aalsmeer als aantrekkelijk waterdorp. Om de ambities van Aalsmeer Waterdorp waar te maken is een sleutelpositie weggelegd voor (1) het gebied van het dorpscentrum (Levendig Waterdorp), (2) het gebied tussen het dorpscentrum en het Fort Kudelstaart (Het Waterfront) en (3) voor het gebied van De Bovenlanden en de Westeinderplassen (De Bovenlanden). Voor deze gebieden geeft de gebiedsvisie een aantal inrichtingsprincipes die in deelvisies nader moeten worden uitgewerkt.

23

Levendig Waterdorp De ambitie voor het dorpscentrum is vooral om de verbinding van het dorp met het water ook in fysieke zin te versterken en van de ligging aan het water het nieuwe visitekaartje te maken. Voor het ontwikkelingsgebied Levendig Waterdorp wordt uitgegaan van: • een modern en levendig verblijfsgebied door de Van Cleeffkade - Stationsweg in te richten als verblijfsgebied, doorgaand verkeer in dit gebied te weren en parkeren ondergronds te brengen. • het verbreden en optimaliseren van de historische tuin door een herschikking en uitbreiding van het aantal percelen, het gebied toegankelijk maken voor boten vanaf de Ringvaart en het realiseren van extra aanleggelegenheid in de directe omgeving van het Praamplein met bijbehorende havenwand. Het Waterfront Het gebied tussen Aalsmeer Dorp en het Fort Kudelstaart is uniek, omdat dit één van de weniige openbaar toegankelijke plekken aan de Westeinderplassen is. Het gebied moet een aantrekkelijke verbinding vormen tussen dorpscentrum en het recreatiegebied bij Vrouwentroost. Voor het Waterfront wordt uitgegaan van: • de ontwikkeling van een herkenbare en aantrekkelijke wandelpromenade; • de herontwikkeling van de N201-zone/Ophelialaan ten behoeve van woningbouw en een vrije busbaan

24

Bouwstenen

en daarnaast het verbinden van de winkelstraat met de omringende structuur. Westeinderplassen en Bovenlanden Met de Westeinderplassen en de Bovenlanden heeft de gemeente de sleutel in handen om Aalsmeer daadwerkelijk als waterdorp op de kaart te zetten. Dit gebied is uiteindelijk de motor van de lokale economie als het om waterrecreatie gaat. De grote attractieve waarde van het gebied hangt direct samen met de vaarroute over de ringvaart en het uitgebreide netwerk van watergangen en het oude cultuurlandschap met de oorspronkelijke trekheestercultuur. Het aantrekkelijke landschapsbeeld is het visitekaartje van de gemeente als toeristische trekpleister. Het is zaak de economische infrastructuur van (water-)recreatie en toerisme te versterken zonder het unieke karakter van het gebied aan te tasten. Voor de inrichting van het gebied wordt uitgegaan van de volgende denkrichtingen: • in het lint is er hoofdzakelijk sprake van een woonfunctie in combinatie met kleinschalige bedrijvigheid hierachter; • het tegengaan van grootschalige, complexmatige bebouwing en het volledig volbouwen van percelen. De zone langs de ringvaart fungeert als de groene schakel tussen de Westeinderplassen en het Amsterdamse bos met bijzondere aandacht voor het behoud van de bestaande natuurgebieden; • de landschappelijke structuur van het gebied moet

•

•

in tact worden gehouden, hetgeen bijvoorbeeld betekent dat het samenvoegen van meerdere eilanden tot één eiland in principe niet mogelijk is; het streven naar clustering van het aantal jachthavens (met behoud van het aantal ligplaatsen). Vanuit economisch en ruimtelijk oogpunt is het gewenst en acceptabel om in het gebied een aantal grotere jachthavens te accommoderen, zodat daarmee enerzijds een bijdrage wordt geleverd aan het verbeteren van de kwaliteit van de watersportfaciliteiten en anderzijds aan meer ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit. Belangrijk is om de ligging van de rode contour hierbij te betrekken en te onderzoeken en af te wegen in hoeverre een (gedeeltelijke) wijziging van deze contour noodzakelijk is om daadwerkelijk ruimtelijke kwaliteit te bereiken. In eerste instantie wordt uitgegaan van een clustering van bestaande jachthavens. Als verplaatsing van jachthavens noodzakelijk blijkt, komt een nieuwe locatie in het aangegeven zoekgebied in aanmerking. Ook wordt gedacht aan een passantenhaven bij de Beach; voorbeelden van alternatief gebruik van percelen: vormen van dagrecreatie, gecombineerd met kleinschalige bedrijvigheid en/of voorzieningen. Het is van belang dat toerisme en recreatie als een belangrijke aanvulling op economische activiteiten verder wordt ontwikkeld. Het beleefbaar maken van het gebied per fiets, kano of te voet maken het

gebied meer gewaardeerd. Het voorstel is een aantal plekken aan te wijzen die voor een verblijf van korte of lange duur kunnen dienen. Andere ideeën zijn het realiseren van kleinschalige voorzieningen, zoals bed en breakfast maar ook culturele en maatschappelijke voorzieningen zoals dagbesteding, zorg- en educatieprojecten. De koers van de gemeente voor 2020 is dus sterk gericht op de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische mogelijkheden en voorzieningen in de gemeente. Het gebeid van de Uiterweg neemt hierbij een sleutelpositie in. De kern van deze structuurvisie is daarmee de ontwikkeling van het recreatieve produkt in samenhang en symbiose met landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit.

2.3.2

Sectoraal beleid

De ambities van het imago van Aalsmeer als aantrekkelijk waterdorp is in verschillende sectorale beleidsnota’s ondersteund en geborgd. • Economie: in 2008 heeft de Kamer van Koophandel Amsterdam op verzoek van de Ondernemersvereniging Aalsmeer de Handreiking Economische Visie Aalsmeer opgesteld. De Handreiking is de inhoudelijke onderbouwing van het economische beleid van de gemeente. In de Handreiking is het dorpscentrum aangemerkt als een hoofdwinkelcentrum met voornamelijk een lokaal verzorgende functie, aangevuld met voldoende interessante winkels voor de recreatieve consument. Als sterke punten worden genoemd: het redelijk complete aanbod van dagelijkse en frequent benodigde artikelen, het kleinschalig dorps

karakter, het gratis parkeren, de ontwikkeling van Praamplein met de komst van supermarkt en nieuwe winkels en de weekmarkt. Zwakke punten volgens de handreiking zijn: de excentrische ligging van het centrum in het dorp, de langgerekte structuur van de Zijdstraat, de matige uitstraling van de openbare ruimte en de winkelstraten, de verschillende openingstijden van de winkels. In de Handreiking zijn een aantal uitgangspunten voor de versterking van het dorpscentrum als hoofdwinkelcentrum opgenomen. Deze hebben betrekking op het borgen en verder uitbouwen van de lokaal verzorgende functie met aandacht voor de recreatieve consument. Het streefbeeld is een compacte structuur met het Praamplein en het gebied rond de molen als het hart van het winkelgebied. Onder meer door voldoende parkeergelegenheid en bereikbaarheid

25

26

kan een aantrekkelijk winkelklimaat gewaarborgd worden. Wenselijk is ook de toevoeging van horeca en bijzondere elementen om met name ook met het oog opde recreant de verblijfskwaliteit te verbeteren.

eisen voor de afzonderlijke linten afhankelijk van de specifieke cultuurhistorische context. Voor de Uiterweg is een belangrijke bijzondere eis dat de visuele relatie met de plas gehandhaafd dan wel versterkt dient te worden.

• Lintenbeleid: in de nota “Ruimtelijke beoordeling bouwen in de linten van de gemeente Aalsmeer (vastgesteld op 22 december 2011 en herzien op 31 oktober 2013) is het uitgangspunt van de Gebiedsvisie 2020 nader uitgewerkt, dat nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de cultuurhistorische context van het lint. Het lintenbeleid kent een algemeen toetsingskader en een specifiek toetsingskader. Het algemene toetsingskader bevat de stedenbouwkundige criteria die voor alle linten gelden. Het specifieke toetsingskader geeft aanvullende

• Cultuurhistorie: in de cultuurhistorische nota “Gebroken landen, geheelde gronden, Globale Cultuurhistorische analyse Gemeente Aalsmeer”, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 29 maart 2012, is het gebied van De Bovenlanden, waarbinnen de Uiterweg zich bevindt, als apart deelgebied onderscheiden. Het perceel maakt onderdeel uit van wat in de Nota de “echte Bovenlanden” wordt genoemd: de nog bestaande bebouwingslinten met aan weerszijden huizen en soms ook (oude) boerderijen, later aangevuld

Bouwstenen

met kassen, loodsen, jachthavens, etcetera, en aan de straatkant één of enkele woningen en per kavel diverse “gebroken” landen. Uitgaande van de karakteristieke kenmerken van het gebied is voor De Bovenlanden een aantal aanbevelingen geformuleerd. Deze houden in dat de karakteristieke bebouwingslinten met het bijbehorende verkavelingspatroon dienen te worden behouden en versterkt, het profiel van de oude linten dient te worden behouden, inclusief de nog aanwezige wegsloten. • Groenvisie: op 2 oktober 2014 heeft de gemeenteraad een visie op groen, natuur en

openluchtrecreatie vastgesteld. Deze Groenvisie bestendigt voor het gebied van de Uiterweg het ontwikkelperspectief van landschappelijk aantrekkelijk recreatiegebied. Speerpunten zijn versterking van zichtbaarheid en toegankelijkheid van de plas, het behoud van de eilandenstructuur en verbetering van het recreatieve produkt. Kansen voor de versterking van natuur en recreatie doen zich vooral voor bij de ontwikkeling van de Groene As. In de beleidsdoelstellingen wordt onderscheid gemaakt tussen de eilanden langs de Westeinderdijksloot en de Westeinderplassen enerzijds en de Bovenlanden anderzijds. Voor de eilanden zet de Groenvisie in op behoud van de eilandenstructuur, behoud en ontwikkeling van natuur en versterking van het extensieve recreatieve gebruik van de eilanden. Voor de Bovenlanden richt het beleid zich op behoud en versterking van het halfopen landschap, behoud en versterking van natuurwaarden en verbetering van recreatiemogelijkheden, met een accent op waterrecreatie en onder gelijktijdige verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat recreatieve ontwikkelingen landschappelijk worden ingepast. • Beeldkwaliteitplan Woonarken: op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad een bestemmingsplan vastgesteld om de vele woonarken in het gebied planologisch te regelen.

In samenhang hiermee is tevens een beeldkwaliteitplan vastgesteld en in de Welstandnota opgenomen. Het beeldkwaliteitplan

geeft eisen voor de verschijningsvorm van woonarken, vanuit het uitgangspunt dat woonarken te gast zijn in het landschap. Uit het beeldkwaliteitplan spreekt dan ook een duidelijke visie op de landschappelijke inpassing van arken. Voor arken in Bestaand Bebouwd Gebied zijn daarbij meer vrijheden toegestaan dan voor arken in het gebied daarbuiten.

2.3.3

Inbreng vanuit belanghouders

Na de vaststelling van de Gebiedsvisie 2020 zijn een aantal stappen gezet om de uitwerking van een toekomstbestendige visie voor het gebied van de Uiterweg voor te bereiden. De gemeente en belanghouders in het gebied hebben daartoe eerst aarzelend, maar later steeds nauwer contact met elkaar gezocht en onderhouden. Dit heeft geresulteerd in een aantal studies en analyses die eveneens belangrijke bouwstenen vormen voor deze structuurvisie, zowel inhoudelijk als in de zin dat zij een bijdrage hebben geleverd om tot consensus te komen over de opgave voor het gebied en de oplossingsrichting. Toekomstplan Watersport Uiterweg Mede naar aanleiding van het uitgangspunt in de Gebiedsvisie 2020 dat gestreefd moet worden naar een clustering van jachthavens, is in 2011 onder regie van de gemeente door onderzoeksbureau De Vries van der Reest onderzoek gedaan naar de toekomst van de jachthavens. Hierbij is nauw samengewerkt met de Kamer van Koophandel en de Stichting Aalsmeer Westeinder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=7e005cdf-d013-4cfa-8168-33c1d15bc2f4