Programmabegroting 2026 Aalsmeer college 23092025
Tekst van het document
•
Stedin Groep (Netwerkbedrijf).
Een nadere toelichting op de belangrijkste ontwikkelingen, financiële positie, risico’s en de financiële bijdrage 2026 van bovenstaande partijen is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen van deze begroting.
Programmabegroting 2026
85
Gemeente Aalsmeer
3. Paragrafen
Programmabegroting 2026
87
Gemeente Aalsmeer
3.1 Lokale heffingen
Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat een overzicht van de inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) een gemeente mag opleggen. De raad bepaalt de invoering, wijziging of intrekking van een gemeentelijke belastingverordening. Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Aalsmeer kent de volgende belastingen: • onroerende zaakbelastingen • roerende zaakbelasting • • •
forensenbelasting (water)verblijfsbelasting reclamebelasting; en
•
precariobelasting.
Bestemmingsheffingen en Retributies Retributies zijn heffingen waarbij een bepaalde vergoeding wordt betaald voor een specifieke dienst. De geraamde opbrengsten van een retributie mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten. Aalsmeer kent de volgende retributies: • afvalstoffenheffing • rioolheffing • • •
leges (algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning en dienstverlening vallend onder dienstverleningsrichtlijn) marktgeld; en grafrechten. De grafrechten zijn onderverdeeld in lijkbezorgingsrechten, zoals inkopen eigen graf, begraving, gebruik aula en dergelijke en onderhoudsrechten begraafplaats.
Voor Aalsmeer wordt de belastingheffing, met uitzondering van de leges en de marktgelden, uitgevoerd door de Gemeentebelastingen Amstelland. Deze gemeenschappelijke regeling voert de belastingheffing eveneens uit voor de gemeenten Amstelveen, Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel en De Ronde Venen. De paragraaf lokale heffingen bevat een overzicht van de geraamde inkomsten lokale heffingen 2026. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het beleid dat de gemeente hanteert voor de bepaling van de hoogte van de heffingen 2026, wordt een uiteenzetting per belasting en heffing gegeven en worden de belangrijkste gegevens vergeleken met die van omliggende gemeenten.
Programmabegroting 2026
88
Gemeente Aalsmeer
De verordeningen met daarin de tarieven voor de lokale heffingen 2026 worden door de raad vastgesteld in de vergadering van 11 december 2025.
Inkomsten lokale heffingen In de volgende tabel zijn de geraamde inkomsten voor de belastingen en retributies opgenomen uit de primitieve begroting 2026, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar (2025) na wijziging en het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar (2024) opgenomen. Bij het bepalen van de opbrengsten 2026 is rekening gehouden met de in deze paragraaf opgenomen uitgangspunten. bedrag x € 1.000
Werkelijk Begroting Begroting 2024 2025 na 2026 wijziging
Belastingen a. OZB-eigenaren woningen
6.360
6.669
6.875
b. OZB-eigenaren niet-woningen
4.450
5.757
6.771
c. OZB-gebruikers niet-woningen
3.310
2.918
2.355
d. Roerende zaak belasting
78
80
82
e. Forensenbelasting
93
94
97
f. Verblijfsbelasting
524
634
884
g. Waterverblijfsbelasting
139
415
427
h. Hondenbelasting
106
0
0
i. Reclamebelasting
110
115
118
j. Precariobelasting
23
21
21
k. Afvalstoffenheffing
4.738
5.263
4.875
l. Rioolheffing
3.017
3.283
3.349
m. Marktgeld
16
24
25
n. Lijkbezorgingsrechten
358
146
149
o. Onderhoudsrechten begraafplaats
232
119
121
p. Leges
5.066
3.411
2.055
Totaal belastingen en heffingen
28.619
28.949
28.203
Bestemmingsheffingen en retributies
De stijging van de belastingen in 2026 ten opzichte van 2025 is met name het gevolg van de extra inkomsten uit de verblijfsbelasting. In de Kadernota 2026 is voorgesteld om over te gaan tot een andere vorm van verblijfsbelasting en deze te verhogen naar een soortgelijk tarief in de regio. Hiermee zijn de opbrengsten met € 250.000 verhoogd. De uitwerking van dit voorstel vindt u terug in de uitwerking van de financiële kaders per belastingsoort, verderop in deze paragraaf. Programmabegroting 2026
89
Gemeente Aalsmeer
De daling van de bestemmingsheffingen en retributies is enerzijds het gevolg van een voorgestelde verlaging van de afvalstoffenheffing met 9% en anderzijds lagere legesinkomsten door lagere ramingen leges omgevingsvergunningen. Laatste is het gevolg van een kleinere portefeuille grote projecten. In Aalsmeer zijn diverse gebiedsontwikkelingen in uitvoering, waaronder Westeinderhage, Oosteinderdriehoek en Polderzoom. Op basis van de globale planningen van deze projecten wordt vooraf een inschatting gemaakt van het moment waarop de vergunningaanvragen worden ingediend en wanneer de bijbehorende legesopbrengsten kunnen worden verwacht. De ontwikkeling van deze ruimtelijke projecten verloopt echter gefaseerd. Dit betekent dat de legesopbrengsten niet in één jaar vallen, maar verspreid zijn over meerdere jaarschijven. Om die reden dient de sturing op kostendekkendheid eveneens over meerdere jaren plaats te vinden. Aanpassing van de legesverordening gebeurt op basis van deze meerjarige kostendekkendheid en de inzichten die voortkomen uit het gedane onderzoek. Grafiek 1: Inkomsten lokale heffingen uitgedrukt in percentages
De onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vormen samen 86% procent van de totale opbrengst lokale heffingen.
Programmabegroting 2026
90
Gemeente Aalsmeer
Belastingdruk De ontwikkeling van de woonlasten 2025 ten opzichte van de omringende gemeenten is nader toegelicht in hoofdstuk 3 Uitgangspunten van de Kadernota 2026. Daarnaast is de ontwikkeling van de lokale lasten ten opzichte van een aantal referentiegemeenten onderdeel van de paragraaf lokale heffingen van de jaarstukken. Inzicht in de lokale lastendruk 2025 in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten is ook mogelijk via Bijlagen 2025 en databestanden – COELO In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het totaal van de woonlasten 2022- 2025 van een aantal regiogemeenten opgenomen. Woonlasten eigenaar woning
2022
2023
2024
2025
Aalsmeer
919
1.030
1.089
1.163
Amstelveen
881
900
974
1.005
Amsterdam
837
921
944
1.058
Diemen
942
970
1.070
1.123
Haarlemmermeer
851
860
993
1.067
Ouder-Amstel
976
999
1.038
1.111
Uithoorn
952
992
1.066
1.116
Kaag en Braassem
1.037
1.082
1.152
1.190
Nieuwkoop
1.051
1.086
1.149
1.195
Uit de COELO-atlas 2025 blijkt dat de woonlasten van Aalsmeer, in verhouding met de overige gemeenten in Nederland, gelijk is gebleven. Aalsmeer staat op plek 276 1) van de 342 gemeenten in de ranglijst van de COELO-atlas. In de ranglijst van de COELO-atlas (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) heeft nummer 1 de laagste woonlasten. Jaar
Plaats
Aantal gemeenten
2025
276
342
2024
269
342
2023
277
352
2022
190
349
(deelnemers COELO)
1) voor een woningeigenaar met een meerpersoonshuishouding. Voor een huurder met een meerpersoonshuishouden staat Aalsmeer op nr. 104 (van de 346).
Programmabegroting 2026
91
Gemeente Aalsmeer
De hoogte van de OZB (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk”. De lokale lastendruk wordt in Nederland door het COELO bijgehouden. In onderstaande tabel is opgenomen hoe de lokale lastendruk zich in de periode 2022 tot en met 2026 ontwikkelt voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde. De tariefontwikkeling 2026 is de nadere uitwerking van de voorstellen zoals deze verderop paragraaf onder uitwerking kaders per heffing nader is toegelicht. Soort lokale heffing
2022
2023
2024
2025
2026
OZB aanslag woning eigenaar
505
519
531
553
569
Rioolheffing eigenaar
177
181
188
196
200
Afvalstoffenheffing gebruiker
237
330
370
411
374
Woonlasten Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022 Woonlasten na belastingkorting
919
1.030
1.089
1.160
1.143
1.030
1.089
1.160
1.143
n.v.t.
5,7%
6,5%
-1,5%
-96 823
% toename t.o.v. vorig jaar
De lokale heffingen vormen een belangrijk bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarvan de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen en retributies). In de begroting wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengst aan belastingen en heffingen, die berekend is op basis van de kadernota 2026 (uitgangspunten voor de tariefontwikkeling) en de begroting 2025 (bedragen). De definitieve vaststelling van de tarieven gebeurt echter niet bij de begroting, maar separaat bij raadsbesluit eind 2025, waarmee de belastingverordeningen 2026 worden vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: • Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling, voor zover • •
wettelijk toegestaan; Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven; Terughoudendheid ten aanzien van verhoging lokale lastendruk.
Indexering De uitgangspunten, zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van de Kadernota 2026, zijn opgenomen in onderstaande tabel. Indexatie (in percentage)
2026
2027
2028
2029
Heffingen (80% loon/ 20% prijs)
2,39
4,38
3,80
4,03
Belastingen
2,84
3,90
3,45
3,65
Besluitvorming over bovenstaande uitgangspunten heeft plaatsgevonden in de raadsvergadering van 3 juli 2025. Voor de retributies zoals bouwleges, grafrechten, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt uitgegaan van kostendekkendheid. Om de begrote opbrengsten te realiseren kunnen als
Programmabegroting 2026
92
Gemeente Aalsmeer
gevolg van nadere preciseringen/ontwikkelingen nog kleine afwijkingen ontstaan in de nu vermelde tarieven. Kostendekkende tarieven retributies Uitgangspunt bij de retributies is maximaal 100% kostendekkendheid. Daarbij geldt dat we voor alle kosten die we kunnen toerekenen dat ook doen. Toerekening van kosten straatvegen en baggeren Voor wat betreft de kosten van straatvegen en baggeren is een matrix opgesteld ter onderbouwing van het deel van de toe te rekenen kosten aan de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Deze matrix is een handreiking van de VNG waarbij een beredeneerde inschatting is gemaakt van de toe te rekenen kosten in de Aalsmeerse situatie. Naar aanleiding van een extern onderzoek in 2021 naar de kostendekkendheid van tarieven (voortvloeiend uit de motie RAPraad) is de matrix geactualiseerd en verder verfijnd. Straatvegen Activiteiten/Doelen
Schone Stad
Verkeersveiligheid
Meer huishoudelijk afval
Minder verstopping riolering
Totaal
10%
100%
zwerfvuil op verharding en in het groen
50%
40%
beheer afvalbakken
25%
75%
mechanisch vegen (blad en zand)
10%
10%
onkruidbestrijding verharding
50%
50%
meerkosten milieuvriendelijke onkruidbestrijding
100%
hondenpoep Dekking
100% 80%
100% 100% 100%
100%
100%
Algemene middelen
Algemene middelen
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Bevaarbaarheid
Milieu cq waterkwaliteit
Betere doorstroming oppervlaktewater
Effect op overstort, hemelwatertaak
Totaal
Baggerverwerking
10%
20%
30%
40%
100%
Sloot- en drijfvuil
20%
40%
40%
100%
Schouwwerk watergangen
20%
40%
40%
100%
Krooswerk
20%
40%
40%
Dekking
Algemene middelen
Algemene middelen
Rioolheffing
Baggeren Activiteiten/Doelen
100% Rioolheffing
Overhead Voor het bepalen van kostendekkendheid van lokale heffingen moet extracomptabel overhead worden toegerekend. Conform de financiële verordening vindt toerekening van overhead plaats op basis van directe ambtelijke capaciteitsinzet. In programma 7 Overhead is de berekening van het overheadpercentage (2026: 58%) opgenomen. Dit overheadpercentage wordt in alle kostenopstellingen voor tariefberekeningen gehanteerd.
Programmabegroting 2026
93
Gemeente Aalsmeer
Uitwerking financiële kaders per belasting/heffing Per belasting of heffing worden de volgende onderwerpen toegelicht: -
het gemeentelijk beleid voor de heffing; een tarievenvoorstel voor 2026;
-
een overzicht tariefontwikkeling van de laatste jaren (indien relevant); een vergelijking van tarieven in de regio (indien relevant); de mate van kostendekkendheid (indien van toepassing).
Onroerende zaakbelasting (OZB) De onroerende zaakbelastingen betreft een drietal belastingen, te weten; • een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van woningen; • •
een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van niet-woningen; een onroerende zaakbelasting voor gebruikers van niet-woningen.
Doelstelling Bijdrage aan de voorzieningen van de gemeente. Grondslag Promillage van de WOZ-waarde. Voorstel tarieven 2026 In de Kadernota 2026 is besloten de OZB-opbrengst 2025 met 2,84% te verhogen ten opzichte van de opbrengst 2025 om de opbrengsten daarmee bij te stellen voor het effect van de inflatie. De OZB wordt berekend als percentage van de waarde die voor de Wet Waardering onroerende zaakbelastingen (WOZ) is vastgesteld voor dat jaar. De WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld op basis van transacties rond de waardepeildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het betreffende belastingjaar. De taxaties voor belastingjaar 2025 zijn nog in volle gang. Uit de eerste geprognosticeerde taxaties van de woningen en niet-woningen, bedrijven, lijkt het erop dat de gemiddelde waardestijging in Aalsmeer vergelijkbaar is aan de landelijke waardestijging waarmee in de meicirculaire 2025 rekening is gehouden (10,5% voor woningen en 2,0% voor niet-woningen). De werkelijke waardestijging 2025/2026 is in december bij het vaststellen van de OZB-tarieven 2026 bekend. Voor de bepaling van het OZB-tarief 2026 wordt dan rekening gehouden met de laatste gegevens. De vastgestelde WOZ-waarde is voor de opbrengst 2026 niet meer dan een verdeelmaatstaf om tot de geraamde OZB-opbrengst te komen.
Door de herrekening van het tarief op het laatste moment wordt zo dicht mogelijk aangesloten op de vastgestelde opbrengst in de begroting 2026.
Programmabegroting 2026
94
Gemeente Aalsmeer
In de Kadernota 2025 is voorgesteld om de OZB gebruikers niet-woningen gefaseerd om te zetten naar de OZB eigenaren niet-woningen om hiermee verhuurders te stimuleren panden minder lang leeg te laten staan en een stabiele stroom aan gemeentelijke belastinginkomsten te genereren. Het heffen bij uitsluitend de eigenaren van niet-woningen is op grond van artikel 220 Gemeentewet toegestaan. Met het omzetten van de OZB gebruikers niet-woningen naar eigenaren niet-woningen is de systematiek van belasten van bezit verder gelijk aan die van de OZB woningen. In lijn met een recente rechterlijke uitspraak mag omzetting echter niet in één jaar plaatsvinden. In de Kadernota 2025 is voorgesteld om deze omzetting in vier jaar uit te voeren, voor het eerst in 2025. In 2026 volgt de 2e tranche.
Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (RZB) is een gemeentelijke belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. Voorbeelden hiervan zijn woonschepen. De roerende zaakbelasting bestaat uit twee soorten belasting: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. Het tarief is gelijk aan de onroerende zaakbelasting.
Afvalstoffenheffing De gemeente heeft de verplichting huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Om de kosten voor de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen te dekken wordt afvalstoffenheffing geheven. Het gemeentelijk beleid is een tarief dat maximaal 100% kostendekkend is. De grondslag voor de tariefstelling afvalstoffenheffing is vastgelegd in de beleidsnota "Van afval naar grondstoffenbeleid 2021-2025" (raad 27 mei 2021). In 2026 vindt actualisatie van deze beleidsnota plaats. De (geactualiseerde) kostenopbouw, gekoppeld aan maximaal 100% kostendekkendheid resulteert in een tariefverlaging van 9%. Het tarief voor de afvalstoffenheffing 2026 voor een meerpersoonshuishouden bedraagt daarmee € 373,74. Een verdere bijstelling van het tarief vinden wij op dit moment niet verantwoord gelet op een tweetal ontwikkelingen die effect gaan hebben op het tarief. Dat zijn: - de door het Rijk aangekondigde belastingverhoging op de afvalverwerking (zie ook programma 4 van deze programmabegroting) - op 26 mei heeft het college ingestemd met de uniforme tarieven reiniging. Bijbehorende tariefsverhoging wordt in drie jaar doorgevoerd en heeft impact op de kosten van straatvegen die deels worden doorbelast via de afvalstoffenheffing (zie hiervoor onder inkomsten lokale heffingen).
Met de voorgestelde tariefsverlaging stijgt de voorziening afvalstoffenheffing niet verder door en kan deze worden ingezet om de kosten van voornoemde ontwikkelingen geleidelijk in het tarief door te voeren.
Programmabegroting 2026
95
Gemeente Aalsmeer
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de tarieven vanaf 2022 en zijn de voorgestelde tarieven voor 2026 opgenomen. Afvalstoffenheffing 2022
2023
2024
2025
2026
Eén persoonshuishouden
267
267
296
329
299
Meerpersoons huishouden
333
333
370
411
374
De mate waarin de afvalstoffenheffing kostendekkendheid is, is opgenomen in onderstaande tabel Kostendekking afval (x € 1.000)
2026
Saldo taakveld
3.675
Mutatie voorziening
0
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
137
Straatvegen
300
Compensabele BTW
857
Handhaving
70
Kwijtschelding
106
Totaal kostenbasis
5.145
Afvalstoffenheffing
-4.875
Kostendekking
94,7%
Rioolheffing De kosten van het beheer en het in stand houden van het gemeentelijk rioolstelsel zijn de basis voor de berekening van het tarief van de rioolheffing. De heffing wordt geheven in de vorm van een aansluitrecht waarbij de eigenaar van de onroerende zaak de belastingplichtige is. Als meer dan 400 m3 water wordt afgenomen, wordt daarboven per 10 m3 door de gebruiker een bedrag betaald. Uitgangspunt is dat met het vastgestelde tarief het rioolstelsel in meerjarenperspectief kostendekkend beheerd en in stand gehouden kan worden. De uitvoering hiervan is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026. Het tarief wordt in 2026 met 2% geïndexeerd. Deze indexatie volgt uit het GRP 2021-2026. Na dit voorstel bedraagt het tarief 2026 € 199,84. Na dit voorstel is het kostendekkingspercentage 2026 94,5%. Het verschil tussen de kosten en de opbrengsten van de riolering wordt onttrokken aan egalisatievoorziening riolering. Op 1 januari 2026 bedraagt deze naar verwachting 25% van de geraamde jaarlijkse opbrengsten. Tegelijk met de actualisatie van het GRP in 2026 beoordelen wij de omvang van de voorziening in relatie tot de ontwikkeling van de kosten en het tarief.
Programmabegroting 2026
96
Gemeente Aalsmeer
In onderstaande tabel is het verloop van de tarieven 2022 tot en met 2026 opgenomen. Rioolheffing Tarief Mutatie tarief
2022
2023
2024
2025
2026
177,09
180,63
187,93
195,92
199,84
2,00%
4,04%
4,25%
2,00%
Uit de evaluatie van het GRP in 2024 is gebleken dat er goede resultaten zijn behaald op onder meer de onderdelen actualisatie gegevensbeheer, kosteneffectieve inzet van middelen (assetmanagement) en monitoring van het grondwaternetwerk. De egalisatiereserve (verder) afbouwen door middel van een herziene meerjarenprogrammering is daarin genoemd als verbeterpunt. De mate waarin de rioolheffing kostendekkendheid is, is opgenomen in onderstaande tabel. Kostendekking riool (x € 1.000)
2026
Saldo taakveld
1.920
Dotatie voorziening
721
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
241
Straatvegen / Baggeren
205
Compensabele BTW
459
Totaal kostenbasis
3.546
Rioolrecht
-3.349
Kostendekking
94,5%
Leges Leges wordt geheven op basis van de legesverordening en worden geheven als vergoeding van de kosten die een gemeente maakt voor dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. De verordening bestaat uit drie onderdelen: • Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Dit betreft vooral de leges die wordt geheven voor de burgerlijke stand, reisdocumenten en identiteitskaarten en rijbewijzen. Voor een aantal van de producten stelt het Rijk jaarlijks het maximum tarief vast. • Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Dit betreft de leges die wordt geheven voor onder andere bouwvergunningen. •
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. De hoogte van de legestarieven wordt begrensd door 100% kostendekkendheid. Uitgangspunt is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen leges. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt hierbij gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Dit principe wordt aangeduid als kruissubsidiëring.
Programmabegroting 2026
97
Gemeente Aalsmeer
De gemeente is hierbij vrij te bepalen hoe dit toe te passen binnen de verordening. In de onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de leges opgenomen op basis van de uitgangspunten voor de indexatie van de lonen, prijzen en tarieven heffingen die in de Kadernota 2026 zijn opgenomen. Kostendekking omgevingsvergunningen (x € 1.000)
2026
Capaciteit omgevingsvergunningen
963
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
558
Welstand / software
111
BTW
276
Totaal kostenbasis
1.909
Bouwleges
913
Saldo
996
Kostendekking
48%
Kostendekking leges burgerzaken (x € 1.000)
2026
Saldo taakveld
1.001
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening+BTW
523
Totaal kostenbasis
1.524
Leges burgerzaken
840
Kostendekking
55%
APV (x € 1.000) Saldo taakveld
2026 335
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening BTW
178 70
Overige toe te rekenen kosten Totaal kostenbasis Opbrengst APV
583
Kostendekking
2,8%
16
Grafrechten Het beheer en onderhoud van de begraafplaats wordt gefinancierd uit de inkomsten van de grafrechten en onderverdeeld in lijkbezorgingsrechten en onderhoudsrechten begraafplaats. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingsrechten. Deze stijgen conform de uitgangspunten in 2026 met 2,39%.
Programmabegroting 2026
98
Gemeente Aalsmeer
In de volgende tabel is de ontwikkeling van het grafrecht 2022-2026 opgenomen. Daaronder vindt u de tabel waarmee inzicht wordt gegeven in de kostendekkendheid van het product begraven. Grafrechten
2022
2023
2024
2025
Algemeen
974
995
1.034
1.078
Kostendekking begraven (x € 1.000)
2026
Saldo taakveld
760
Mutatie voorziening
19
2026
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
224
Totaal kostenbasis
1.003
Begraafrechten
579
Kostendekking
58%
Precariobelasting Precario wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De tarieven voor precariobelasting zijn conform de uitgangspunten verhoogd met 2,84%.
(Water)verblijfsbelasting De verblijfsbelasting betreft de watertoeristen- en de toeristenbelasting. De belastingen worden geheven voor het betaald verblijf binnen de gemeente door personen die geen ingezetene zijn van Aalsmeer. Het gaat daarbij dus niet alleen om toeristen. De opbrengst hiervan komt ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Verblijfsbelasting/Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven bij overnachtingen binnen de Aalsmeer door personen die niet in de basisadministratie van de gemeente staan ingeschreven. Omdat het voor deze belastingen niet alleen om toeristen gaat wordt deze heffing in Aalsmeer in de verordening aangeduid als verblijfsbelasting. Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer de Kadernota 2026 vastgesteld. In dat document is een voorstel opgenomen om te komen tot een andere uitwerking van de verblijfsbelasting in de gemeente Aalsmeer. Tevens is, samenhangend met dit voorstel, een verhoging van de verblijfsbelasting opgenomen van € 250.000 vanaf 2026. De raad heeft met dit voorstel ingestemd. Het voorstel is om met ingang van 2026 de verblijfsbelasting te bepalen op 6% van de kamerprijs exclusief BTW. Om te komen tot een andere uitwerking van de verblijfsbelasting is een drietal scenario's uitgewerkt, waarbij het tarief op basis van de vergoeding voor het verblijf de meest haalbare is gebleken.
Programmabegroting 2026
99
Gemeente Aalsmeer
In gemeenten waarbij de toeristenbelasting substantieel hoger is dan gemiddeld, Amsterdam, Haarlemmermeer en Utrecht, wordt de verblijfsbelasting niet meer per persoon per overnachting geheven, maar op basis van de vergoeding voor het verblijf onafhankelijk van het aantal personen dat verblijft. Een toeristenbelasting gebaseerd op de verblijfsprijs (in plaats van een vast bedrag per persoon per nacht of per type accommodatie) wordt maatschappelijk gezien als eerlijker en rechtvaardiger. - Een vast bedrag per nacht is relatief zwaarder voor goedkope accommodaties dan voor -
dure. Een percentage over de verblijfsprijs voorkomt dit. Met name kleinere, veelal lokale aanbieders worden doordat deze vaak goedkopere kamers verhuren zwaarder belast met een tarief per overnachting dan bij een percentage
-
van de overnachtingsprijs. Voorkomt marktverstoring, een vast bedrag per nacht benadeelt budgetaccommodaties ten opzichte van duurdere, wat tot verstoring in het aanbod kan leiden.
-
Eenvoudiger en toekomstbestendiger, Geen ingewikkelde categorie-indelingen nodig naar type verblijf, luxe, sterrencategorie of bedrijfsmatigheid. Daarnaast wordt rekening gehouden met de vaak seizoensgebonden hoogte van de prijzen.
-
Een percentage van de verblijfkosten is transparanter voor toeristen, duidelijker zichtbaar op de factuur, vooral bij online boekingen. Stabielere inflatie bestendigde opbrengst, de opbrengst groeit mee met inflatie en
-
prijsontwikkeling in de sector. Lagere administratieve lasten voor de ondernemers.
Uitgaande van een gemiddelde bezetting van 1,3 persoon per verblijf is het effect als volgt:
Ter vergelijking 2025: - Amsterdam 12,5% - Haarlemmermeer 6,29%, in februari jl. is aangekondigd dat dit tarief in 2026 wordt -
verhoogd naar 8,18% Utrecht 8,5% Rotterdam 6,5% Programmabegroting 2026
100