Programmabegroting 2023 Aalsmeer - versie 27.09.22 tbv RAAD.pdf
Tekst van het document
1.000.000
0,2258%
2.258
1,00% 1.010.000
0,2459%
226
2.484
226
Gebruiker niet-woning
1.000.000
0,1970%
1.970
1,00% 1.010.000
0,2146%
197
2.167
197
Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting Deze belasting is op grond van het gelijkheidsbeginsel ontstaan. Eigenaren en gebruikers van roerende ruimten hebben namelijk evenzeer belang bij de door de gemeente geboden collectieve voorzieningen. Op basis van de Gemeentewet moet voor de RZB hetzelfde tarief worden toegepast.
Afvalstoffenheffing Gemeentelijk beleid afvalstoffenheffing Het gemeentelijk beleid is een tarief dat maximaal 100% kostendekkend is. Op basis van het raadsbesluit "van afval naar grondstoffenbeleid", is vanaf 2022 de grondslag voor de tariefstelling gewijzigd van, inhoud van de rolemmer naar een tarief voor één- en meerpersoonshuishoudens. Op basis van het huidige tarief kan het tarief voor 2023 gelijk blijven In onderstaande tabel zijn de voorgestelde tarieven voor 2023 opgenomen.
Programmabegroting 2023
62
Gemeente Aalsmeer
Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2022
Voorstel 2023
2019
2020
2021
80 liter bak
237
237
243,52
nvt
120 liter bak
250
250
256,88
nvt
240 liter bak Eénpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
291
291
299
nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt
nvt nvt
nvt nvt
267,00 333,00
267,00 333,00
Tarieven afvalstoffenheffing 2022 omliggende gemeenten (bron: COELO-atlas) Amstelveen Uithoorn HaarlemmerOudermeer Amstel Eénpersoons 252 278 282 268 Meerpersoons 306 323 382 280
Ronde Venen 270 348
Bakinhoud
2023
Kostendekking afval Saldo taakveld
3.320
Mutatie voorziening
-138
Overige toe te rekenen kosten
Overheadtoerekening
150
Straatvegen
224
Compensabele BTW
795
Handhaving
60
Kwijtschelding
69
Totaal kostenbasis
4.480
Afvalstoffenheffing
4.119
Kostendekking
92%
Rioolheffing Gemeentelijk beleid rioolheffing Uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkendheid. De kosten van het beheer en het in stand houden van het gemeentelijk rioolstelsel zijn de basis voor de berekening van het tarief van de rioolheffing. De heffing wordt geheven in de vorm van een aansluitrecht waarbij de eigenaar de belastingplichtige is. Als meer dan 400 m3 water wordt afgenomen, wordt daarboven per 10 m 3 door de gebruiker een bedrag betaald. Uitgangspunt is dat met het vastgestelde tarief het rioolstelsel in meerjarenperspectief kostendekkend beheerd en in stand gehouden kan worden. De uitvoering hiervan is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026. Vooralsnog wordt er, buiten de indexatie van 2%, geen tariefswijziging verwacht.
Programmabegroting 2023
63
Gemeente Aalsmeer
Tariefontwikkeling rioolheffing
Rioolheffing
2019
2020
2021
2022
Voorstel 2023
173,62
173,62
173,62
177,09
180,63
OuderAmstel 262
Ronde Venen 210
2018 zonder korting van € 65,00
Tarieven rioolheffing 2022 omliggende gemeenten (bron: COELO-atlas) Amstelveen Uithoorn Haarlemmermeer 177 235 138 Rioolheffing x € 1.000
Kostendekking riool
2023
Saldo taakveld
1.808
Dotatie voorziening
538
Overige toe te rekenen kosten
Overheadtoerekening
233
Straatvegen / Baggeren
166
Compensabele BTW
362
Totaal kostenbasis
3.107
Rioolrecht
2.975
Kostendekking
96%
Hondenbelasting Gemeentelijk beleid hondenbelasting Op basis van de Gemeentewet mag er een Hondenbelasting worden geheven. Iedereen, die één of meer honden heeft, moet hondenbelasting betalen. Voor 2023 worden de tarieven verhoogd met het indexcijfer van 2%.
Tariefontwikkeling hondenbelasting 2019
2020
2021
2022
Voorstel 2023
77,74 93,95 308,83 1.490
79,68 96,30 316,55 1.400
81,87 98,95 325,26 1.350
83,51 100,93 331,77 1.350
85,18 102,95 338,41 1.320
OuderAmstel 77,39
Ronde Venen 65,00
Aantal honden 1 hond Tweede (en volgende) hond Kennel Totaal aantal honden
Tarieven hondenbelasting 2022 omliggende gemeenten (bron: COELO-atlas) Amstelveen Uithoorn Haarlemmermeer nvt nvt 85,56 1 hond
Programmabegroting 2023
64
Gemeente Aalsmeer
Leges Gemeentelijk beleid leges Leges worden geheven als vergoeding van kosten die de gemeente maakt voor de dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. Voorbeelden zijn het afgeven van reisdocumenten en rijbewijzen en het verstrekken van (bouw)vergunningen. De hoogte van de legestarieven wordt begrensd door 100% kostendekkendheid. Uitgangspunt is toetsing op verordeningensniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen leges. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt hierbij gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Dit principe wordt aangeduid als kruisfinanciering. De gemeente is hierbij vrij te bepalen hoe dit toe te passen binnen de verordening. Ondanks de mogelijkheid om afwijkingen in kostendekkendheid tussen de verschillende leges te vereffenen, worden voor het inzicht de kostendekkendheid van de bouwleges (omgevingsvergunningen) en de overige leges afzonderlijk in beeld gebracht. De hoogte van de tarieven van de overige leges zijn in de meeste gevallen van Rijkswege vastgelegd en zijn niet kostendekkend. Een eerste voorstel voor het tarief omgevingsvergunningen, met een onderbouwing van de kosten en opbrengsten voor 2023 op basis van een actuele prognose van de bouwvolumes, is in voorbereiding voor de raadsvergadering van december. 2023.
Hetgeen impact heeft op onderstaande kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen. De precieze financiële uitwerking van de toegekende kosten en opbrengsten voor de leges is sterk afhankelijk van de al diverse keren uitgestelde inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. De nu voorgenomen inwerkingtreding in 2023 heeft invloed op de hieraan gekoppelde bouwleges (omgevingsvergunningleges). Door de voorgenomen inwerkingtreding in 2023 en de onzekerheid over werking en uitvoering is het niet mogelijk om dat nu al goed financieel uit te werken. Indien over de uitwerking meer bekend is zal dit later aan de raad van december 2023 worden voorgelegd. x € 1.000
Kostendekking omgevingsvergunningen Saldo taakveld
2023 725
Overige toe te rekenen kosten:
Overheadtoerekening
501
Stadsontwikkeling / Welstand
66
BTW Totaal kostenbasis:
147 1.458
Omgevingsvergunningen
890
Kostendekking
61% x € 1.000
Kostendekking leges burgerzaken Saldo taakveld
2023 787
Overige toe te rekenen kosten
Overheadtoerekening+BTW
627
Totaal kostenbasis
1.414
Leges burgerzaken
346
Kostendekking
24%
Programmabegroting 2023
65
Gemeente Aalsmeer
Grafrechten Gemeentelijk beleid grafrechten Wettelijk is bepaald dat de baten van de grafrechten niet boven de geraamde lasten mogen uitgaan. Het beheer en onderhoud van de begraafplaats wordt gefinancierd uit de inkomsten van de grafrechten en onderverdeeld in lijkbezorgingsrechten en onderhoudsrechten begraafplaats. In beginsel zullen de tarieven worden verhoogd met de prijsinflatie van 2% voor zover dit mogelijk is. In het belastingvoorstel in december zal hierop nader worden ingegaan.
Tarieven grafrecht in omliggende gemeenten en Aalsmeer (2021) Uithoorn Haarlemmermeer Particulier graf Algemeen graf
2.085 1.043
1.134 1.134
Aalsmeer 1.150 1.150
x € 1.000
Kostendekking begraven Saldo taakveld Mutatie voorziening
2023 547 -1
Overige toe te rekenen kosten
Overheadtoerekening
159
Totaal kostenbasis
705
Begraafrechten
520
Kostendekking
74%
Precariobelasting Gemeentelijk beleid precariobelasting Precario wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het heffen van precariobelasting op kabels en leidingen van nutsvoorzieningen is ingaande 2022 van Rijkswege afgeschaft. Voor Aalsmeer betekent dit vanaf 2022 een inkomstenderving van € 1,5 miljoen.
(Water)toeristenbelasting Om duidelijker te maken dat het niet alleen om toeristen gaat worden deze belastingen verblijfsbelastingen genoemd. Deze worden geheven voor het betaald verblijf binnen de gemeente door personen die geen ingezetene zijn van Aalsmeer. De opbrengst van deze belastingen zijn een algemeen dekkingsmiddel.
Programmabegroting 2023
66
Gemeente Aalsmeer
Overzicht toeristenbelasting omliggende gemeenten Jaar Gemeente
2021
2021
2022
2022
Tarief per persoon per
% verblijfskosten
Tarief per persoon per
% verblijfskosten
nacht (bedrag x € 1) Amsterdam
nacht (bedrag x € 1) 7% + 3,00 p/p/p/n
Haarlemmermeer
7% + 3,00 p/p/p/n
6,05%
Utrecht
6,05%
6,00%
6,00%
Zaanstad
7,00
7,10
Haarlemmermeer
6,82
6,88
Den Haag
5,35
5,35
Ouder-Amstel
7,90
7,90
Oostzaan
4,50
4,50
Zandvoort
3,00
3,00
Amstelveen
3,00
3,00
Aalsmeer
3,50
3,50
Waterverblijfsbelasting Watertoeristenbelasting, genaamd waterverblijfsbelasting, is een belasting voor niet-inwoners van de gemeente voor het betaald gebruik van gemeentelijke voorzieningen en faciliteiten. Het gaat hierbij om iedereen die niet staat ingeschreven in de gemeente en betaalt voor een verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren van de gemeente. Het aanknopingspunt voor deze belasting is het betaald verblijven. Net zoals niet betalende fietsers en wandelaars etc. voor de landverblijfsbelasting kan ook geen watertoeristen belasting worden geheven van passerende bootjes en dagjes mensen die geen betaalde diensten afnemen.
Watertoeristenbelasting/waterverblijfsbelasting
2019
2020
2021
2022 Voorstel 2023
1,38
1,42
1,46
1,50
2,50
Reclamebelasting De reclamebelasting wordt geheven in twee winkelgebieden: winkelgebied Ophelialaan en het winkelgebied centrum Aalsmeer. De reclamebelasting wordt op verzoek van de ondernemers geheven om met de opbrengst activiteiten te realiseren voor de winkelgebieden. De belastingopbrengst wordt, na aftrek van de administratieve lasten, als subsidie uitgekeerd aan de door ondernemers opgerichte uitvoeringsorganisatie. De besteding van de gelden wordt door de ondernemers zelf bepaald. Door het organiseren van deze activiteiten zijn juist de kleinere ondernemers erbij gebaat, omdat de grotere winkelketens in de praktijk zelf al over voldoende middelen beschikken om dit soort zaken voor zichtzelf/landelijk te organiseren.
Programmabegroting 2023
67
Gemeente Aalsmeer
Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van personen die geen hoofdverblijf hebben in de gemeente Aalsmeer en voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woonruimte beschikbaar houden. De tarieven voor 2023 worden ten opzichte van 2022 verhoogd met de tariefindex van 2%.
Marktgeld Met het marktgeld worden de kosten gedekt die moeten worden gemaakt om de wekelijkse markt mogelijk te maken. Voor 2023 worden de tarieven, vooralsnog, niet verhoogd. De kostendekkendheid voor 2023 ligt op circa 78%.
Vermakelijkheidsretributie De motie RAP roept op tot het onderzoeken van de nieuwe belastingen/heffingen waarbij de gebruiker betaald. In eerste instantie werd de invoering van een vermakelijkheden retributie als zeer kansrijk beoordeeld. Uit het nu ingestelde nadere onderzoek komt nu naar voren dat het invoeren van een vermakelijkheidsretributie toch complexer lijkt dan in eerste instantie is aangenomen. Er wordt nu nader onderzocht in hoeverre deze belasting toch nog kan worden ingevoerd met ingang van 2023. De raad wordt van deze ontwikkelingen op de hoogte gehouden.
Kwijtscheldingsbeleid Gemeenten in Nederland mogen kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verlenen. Geheel of gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend indien een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is de belastingaanslag te betalen. Kwijtschelding wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en hondenbelasting (alleen voor de eerste hond). Bij de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm.
Programmabegroting 2023
68
Gemeente Aalsmeer
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf biedt op hoofdlijnen inzicht in het risicoprofiel van de gemeente en de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Het beleidskader is de nota Reserve- en risicobeleid Aalsmeer 2020, die vastgesteld is op 9 december 2019. Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente wordt de weerstandscapaciteit afgezet tegen de impact van de risico's. De weerstandsratio is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit / impact risico's. De provincie of het Rijk legt de gemeenten geen norm op hoe hoog de weerstandsratio zou moeten zijn. Hierin heeft elke gemeente keuzevrijheid. De gemeente Aalsmeer gebruikt hiervoor het kader, zoals beschreven in de nota Reserve- en risicobeleid. Hierin is de volgende schaalverdeling van de te hanteren ratio opgenomen: Ratio
Oordeel
> 2.0
Uitstekend
> 1.4 - < 2.0
Ruim voldoende
> 1.0 - < 1.4
Voldoende
> 0.8 - < 1.0
Matig
> 0.6 - < 0.8
Onvoldoende
< 0.6
Ruim onvoldoende
Als gemeenten hanteren wij zelf een norm voor de weerstandsratio en de minimale omvang van de algemene reserve. Deze norm noemen we de Aalsmeernorm. De Aalsmeernorm voor de weerstandscapaciteit is een streefwaarde gelijk aan 1,5. Voor de algemene reserve hanteren we als norm een bedrag per huishouden en de grootste risico's die we als Aalsmeer momenteel lopen. Voor 2023 komt de Aalsmeernorm voor de algemene reserve uit op 26 miljoen. Opgemerkt wordt dat er een onlosmakelijke samenhang is tussen risico's en beheermaatregelen. Met gedegen beheermaatregelen worden de mogelijke risico's aanmerkelijk ingeperkt. Risico's en beheermaatregelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Dit gebeurt in Aalsmeer met de volgende pijlers: 1. Een goed functionerende (meerjarige) planning en control-cyclus; 2. Een adequaat activabeleid met daarin duurzame instandhouding van gemeentelijke bezittingen; 3. Een betrouwbare bedrijfsvoering; 4. Een gedegen risicobeleid.
Programmabegroting 2023
69
Gemeente Aalsmeer
Risicobeleid De risico’s van de gemeente Aalsmeer zijn onderverdeeld in: 1. Bedrijfsvoeringsrisico's; 2. Bouw- / project gerelateerde risico’s; 3. Overige geïnventariseerde risico's. De risico’s genoemd onder 2 en 3 zijn gekwantificeerd en gewaardeerd. Het criterium voor de waardering is het product van kans en gevolg. Daar waar wordt afgeweken van deze methode wordt dit beargumenteerd. De waardering van de kans is bepaald aan de hand van de verwachte frequentie dat het risico zich voordoet. In de onderstaande tabel is de kansverdeling vermeld. Verwachte frequentie dat het risico zich voordoet:
Kans
- Risico doet zich minder dan 1 maal per 10 jaar voor - Risico doet zich 1 maal per 5-10 jaar voor - Risico doet zich 1 maal per 2-5 jaar voor - Risico doet zich 1 maal per 1-2 jaar voor - Risico doet zich 1 maal per jaar voor
1 2 3 4 5
Als een risico zich voordoet, dan heeft dat ook financiële gevolgen. De hoogte van het financiële gevolg is niet altijd vooraf te bepalen. Wel is er per risico een inschatting gemaakt van het maximale financiële gevolg. Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is rekening gehouden met dit maximum. Per risico is het verwachte bedrag op de volgende wijze ingedeeld in gevolgklassen. Van €
Tot €
Gevolgklasse
0
99.999
1
100.000 250.000 500.000 1.500.000
249.999 499.999 1.499.999 99.999.999
2 3 4 5
Bedrijfsvoeringsrisico's Met het gemeentelijke takenpakket is een begroting gemoeid met een uitgavenniveau primitieve begroting 2023 van € 97,8 miljoen op begrotingsbasis. Dit takenpakket is zeer divers en de mate van beïnvloedbaarheid c.q. de inhoudelijke en financiële beleidsruimte voor het gemeentebestuur verschilt per onderdeel. Uiteraard zijn aan de uitvoering van dit takenpakket risico’s verbonden, maar in samenhang met de andere genoemde pijlers van duurzaam financieel beleid zijn deze risico’s voor het bestaande takenpakket beheersbaar en goed te managen. Hierna volgt een opsomming van de bedrijfsvoeringsrisico’s:
Programmabegroting 2023
70
Gemeente Aalsmeer
Aantrekken van externe financiering De gemeente Aalsmeer is een liquide gemeente. De externe financiering die de gemeente heeft is relatief beperkt. In de aankomende jaren staan echter majeure investeringen in o.a. de buitenruimte gepland. De verwachting is dat hiervoor externe financiering aangetrokken moet worden. De eventuele rentekosten op deze externe financiering zijn niet verwerkt in de huidige meerjarenbegroting. Een rentestijging heeft dan ook direct effect op de meerjarenbegroting. Om dit risico te beheersen wordt in 2023 een rentevisie opgesteld. Garantstellingen De gemeente Aalsmeer staat bij een aantal financiële instellingen garant voor hypothecaire leningen van woningbouwverenigingen, welke met ingang van het jaar 2021 onder het garantiestelsel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vallen. Het direct financiële risico is beperkt, omdat het 'WSW-garantiestelsel' een zekere mate van solidariteit kent. Indien een woningcorporatie in betalingsproblemen komt en de buffer van het WSW en corporaties onvoldoende toereikend is, dan dienen deelnemende gemeenten in het 'WSW-garantiestelsel' gezamenlijk 25% van het benodigde bedrag in de vorm van een renteloze lening beschikbaar te stellen. De kans dat dit risico zich voordoet is gering. In 2021 zijn twee nieuwe garantstellingen verleend voor GPA.
In totaal staat de gemeente Aalsmeer voor GPA garant tot een bedrag van maximaal € 43,95 miljoen. Voor Woningstichting Eigen Haard staat de gemeente Aalsmeer garant tot een bedrag van € 14,6 miljoen. Voor overige geldnemers staat de gemeente garant tot een bedrag van ca. € 1,1 miljoen. In totaal staat de gemeente Aalsmeer garant voor € 59,7 miljoen. Het risico dat de geldnemers niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, zodat de gemeente Aalsmeer garant moet staan, is relatief klein. De financiële gevolgen kunnen echter wel omvangrijk zijn. Bouwleges De inkomsten uit bouwleges worden bepaald door de bouwactiviteiten binnen de gemeente. De geraamde inkomsten voor bouwleges zijn gebaseerd op de meerjarige planning van bouwactiviteiten. De realisatie kan van de planning afwijken, waardoor de inkomsten in een jaar afwijken van de begrote inkomsten, zowel in positieve als negatieve zin. Bestemmingsplan- en handhavingsprocedures De kans is altijd aanwezig dat de gemeente aangesproken wordt in het kader van bestemmingsplan- en handhavingsprocedures en dergelijke. De gemeente kan in dat geval te maken krijgen met bezwaren, rechtsprocedures en aansprakelijkstelling voor schade.
Economische ontwikkeling De uitkering uit het gemeentefonds, belastinginkomsten van bedrijven, inkomsten bouwleges, nettoinkomsten of verliezen uit bouwgrondexploitaties en dividendinkomsten werken door op de hoogte van de begroting van Aalsmeer. Gezien de huidige economische ontwikkelingen, waarbij bedrijven en ondernemers te maken hebben met onder meer stijgende energieprijzen, personeelstekorten en de dreigende stagnatie van consumentenbestedingen, komen de inkomsten voor de gemeente, zoals de toeristenbelasting, onder druk te staan. Daarnaast staan er tegenover uitgaven zoals de TOZO en de BUIG echter ook weer (aparte) inkomsten vanuit het rijk. Meer uitgaven hoeft dan ook niet te betekenen dat het de gemeente ook meer gaat kosten.
Programmabegroting 2023
71
Gemeente Aalsmeer
Open-einde-regelingen Onder de gemeentelijke taken valt een aantal regelingen met een open einde. Dat betekent dat de gemeente verplicht is om in middelen te voorzien als mensen hier wettelijk recht op hebben, ook al staan hier beperkte inkomsten tegenover. De gemeente is verantwoordelijk voor diverse taken op de terreinen van Zorg, Werk en Jeugd. Deze drie terreinen komen afzonderlijk aan de orde in Programma 1 Sociaal Domein. Met name op de het terrein van Jeugd kampen veel gemeenten met grote tekorten. Aalsmeer behoort hier tot de grote tekortgemeenten. In de aankomende jaren is de verwachting dat met name de WMO kosten fors zullen stijgen door onder anderen de vergrijzing, of hiertoe een passende rijksvergoeding tegenover staat is afwachten. Jeugdhulp Landelijke middelen Intensief overleg tussen Rijk en VNG heeft vooralsnog niet geresulteerd in structurele oplossingen voor de financiële tekorten. De landelijke tekorten op Jeugd liggen in de orde van € 1,7 miljard (rapport AEF dec20). Vastgelopen onderhandelingen tussen Rijk en VNG begin 2021 zijn aanleiding geweest om een arbitragecommissie in te stellen. Uitkomst is dat het Rijk landelijk totaal € 1,3 miljard moet toevoegen in 2022. Voor 2022 is een ‘normatieve’ (lees: taakstellende) besparing ingeboekt van macro € 214 miljoen.
Dit bedrag is gebaseerd op een maatregelenpakket in het rapport van de arbitrage-commissie ‘waarover overeenstemming bestaat tussen Rijk en VNG’. In het rapport loopt dit bedrag meerjarig op tot afgerond € 1 miljard per 2026. De beoogde terugdringing van kosten zou moeten worden gerealiseerd via de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. Deze wordt opgesteld door het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de VNG. De Hervormingsagenda Jeugd moet leiden tot verbetering van de hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel. De Hervormingsagenda is tijdelijk opgeschort in de eerste helft van 2022 omdat in het nieuwe Regeerakkoord eenzijdig € 500 miljoen extra bezuiniging op Jeugd is ingeboekt bovenop de hiervoor genoemde, reeds ingeboekte € 1 miljard. Het kabinet heeft na druk van de gemeenten en VNG besloten het risico te dragen voor deze € 500 miljoen extra bezuiniging (in plaats van dit risico bij gemeenten te leggen). Het is aan het Rijk om invulling te geven aan deze extra bezuiniging van € 500 miljoen met extra (wettelijke) maatregelen. Doordat het Rijk dit risico voor haar rekening neemt wordt een doorstart gemaakt met de Hervormingsagenda. De gemeente houdt de ontwikkelingen nauw in de gaten en waar mogelijk zijn en worden maatregelen al lokaal geïmplementeerd (zoals de POH GGZ jeugd).
Lokaal beeld, invloed Corona, maatregelen De afgelopen jaren zijn de jeugdhulpkosten flink gestegen. In 2018 was een grote stijging te zien van de jeugdhulpkosten. In 2019 en 2020 was deze stijging ook aanwezig maar relatief beperkter. In 2021 is het tekort ten opzichte van de begroting weer fors gestegen. Terwijl hier geen structurele dekking tegenover staat. De trend van de meerjarenbegroting is dalend. De financiële tekorten worden veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder: een stijging van het aantal cliënten, de lengte van trajecten en de zwaarte van trajecten. Corona heeft alle drie deze ontwikkelingen flink versterkt. De onderliggende maatschappelijke oorzaken zijn divers. Ook de (loon)indexatie van de tarieven is een jaarlijks terugkerend issue omdat deze vaak hoger is dan de compensatie vanuit het Rijk. De lokale/regionale maatregelen vanaf 2018 hebben nog niet geleid tot het keren van de opwaartse trend. Het project ‘zicht en grip op jeugdhulp’ heeft zich in 2021 en begin 2022 gericht op het voorbereiden en implementeren van de nieuwe inkoop, het beter inzichtelijk maken van data en de beheersbaarheid van de kosten.
Programmabegroting 2023
72
Gemeente Aalsmeer
Nieuwe inkoop per 2022 Per 2022 zijn nieuwe contracten jeugdhulp gesloten. De jeugdhulp wordt niet langer op de huidige (boven)regionale schaal ingekocht, maar gezamenlijk met Amstelveen. De huidige resultaatgerichte bekostigingsvariant is vervangen door de inspanningsgerichte variant (‘P x Q’). Daarnaast is er naar verwachting, door verkleining van de schaalgrootte, meer lokale sturing mogelijk. In de nieuwe contractperiode zal nog meer aandacht worden besteed aan de sturing op trajecten (doorstroom, uitstroom). Zo zal onder meer gebruik worden gemaakt van tussentijdse zorgevaluaties. Het zicht en zeker de grip op kosten en kwaliteit is een continu proces dat ook de komende jaren veel tijd en aandacht zal blijven vergen. Met het project ‘zicht en grip op jeugdhulp’ is hiervoor een stevige basis gelegd voor de komende jaren. Hoe de kosten zich in de nieuwe contractperiode zullen ontwikkelen is nu nog moeilijk in te schatten. Het afremmen en tegengaan van de opwaartse druk is de eerste stap in de beheersing van de kosten. Voor 2023 en verder is het hierin ook van belang of de stijging mede als gevolg van Corona deels incidenteel was of dat het kostenniveau structureel hoger is geworden en mogelijk dus blijft stijgen.
Verandering landelijk Woonplaatsbeginsel Per 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel verandert dat van invloed is op welke gemeente de jeugdhulp bekostigt (verblijf en ambulant). Deze opdracht is inmiddels succesvol afgerond voor onze gemeente. Alle jeugdigen die aan andere gemeenten zijn overgedragen én alle cliënten die aan onze gemeente zijn overgedragen hebben een geldige beschikking. Vooralsnog is de balans voor onze gemeente financieel positief. Er zijn meer cliënten overgedragen dan teruggekomen. Per 1 juli 2022 verloopt de compensatieplicht met terugwerkende kracht. Ondanks deze regeling kan het zijn dat onze gemeente nog cliënten ontvangt van andere gemeenten in het najaar van 2022. Dat is een risico. Omdat het om verblijfscliënten gaat kan het wel om grote bedragen gaan. Het is wel de verwachting dat de omvang hiervan beperkt is omdat de meeste (regio)gemeenten bijna klaar zijn met de overdracht. Gemeentefonds Met een omvang van afgerond € 41 miljoen is de algemene uitkering gemeentefonds verreweg het belangrijkste structurele algemene dekkingsmiddel van de gemeente. De hoogte en ontwikkeling van de uitkering gemeentefonds wordt bepaald via de ontwikkelingen van de Rijksbegroting (samen trap op, trap af) en is door gemeenten niet beïnvloedbaar. In de bestaande meerjarenramingen van het Rijk is een oplopende "opschalingskorting" tot en met 2025 opgenomen.
Dit is een efficiency korting die op voorhand het gemeentefonds kort, uitgaande van voordelen die gemeenten door schaalvergroting zouden kunnen verkrijgen. Dividenden Er worden diverse dividenduitkeringen ontvangen. Het merendeel is afkomstig van Stedin. Meer informatie over de uitkeringen staat opgenomen in de paragraaf Verbonden Partijen. De definitieve dividenduitkering is altijd afhankelijk van de ontwikkelingen binnen het bedrijf zelf. Leges reisdocumenten en rijbewijzen Met ingang van 9 maart 2014 is de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten verhoogd van 5 naar 10 jaar. Dit betekent een dip in de afgifte van reisdocumenten in de periode van 2019 tot 2024. Hierdoor is sprake van een tijdelijke teruggang in werkzaamheden voor het cluster Documenten en in de legesinkomsten op het product reisdocumenten. Vanwege de dip in reisdocumentenaanvragen is de formatie Burgerzaken vanaf 2019 afgeroomd met 1,6 vte. Vanaf 2024 is voor een periode van vijf jaar sprake van toename van het aantal aanvragen voor reisdocumenten. De formatieve gevolgen hiervan zijn
Programmabegroting 2023
73
Gemeente Aalsmeer
doorberekend. Per 1 januari 2024 is 1,7 vte extra formatie Burgerzaken nodig om de reisdocumentenpiek te kunnen opvangen. De kosten hiervan zijn niet afgedekt in de begroting. Informatieveiligheid en Privacy Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening is per 25 mei 2018 in werking getreden. Vanaf dat moment zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens. Ook de meldplicht datalekken vormt een onderdeel van de AVG. Bedrijven en overheden zijn hierdoor verplicht om een datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. Ook is het uitvoeren van privacyrisicoinventarisaties, zogenaamde DPIA’s, op sommige processen verplicht. De AA organisatie heeft processen ingericht om de AVG wetgeving te borgen binnen de organisatie en voert DPIA’s uit waar nodig en waar verplicht. Persoonsgegevens worden binnen de gehele organisatie verwerkt. Doordat de AVG zich niet beperkt tot de inrichting van formele processen en DPIA toetsen, maar zich uitstrekt tot alle handelingen van medewerkers en verwerkingen in systemen, blijft de naleving van de AVG veel aandacht vragen.
Informatieveiligheid Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Per 1 januari 2019 is de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) van kracht. Door de breedte en complexiteit van deze nieuwe regelgeving pakt de gemeente informatieveiligheid planmatig op. Jaarlijks wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd, een actieplan informatieveiligheid en privacy vastgesteld en het informatieveiligheidsbeleid getoetst. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven. Ook worden er technische maatregelen ingezet, zoals antivirus software, logging en een firewall. Desalniettemin vraagt het veilig houden van het netwerk en de ICT systemen, vanwege de grote afhankelijkheid van digitale informatie in combinatie met de huidige dreigingen (bijvoorbeeld cyberaanvallen), de continue aandacht van de organisatie. BTW De Oude Veiling De gemeente heeft met ESA 3 huurcontracten lopen. Eén voor Ons Tweede huis, één voor zaalverhuur (losse zalen dus) en één voor Cultuur (Bibliotheek, Cultuurpunt en Horeca). De inspecteur is van mening dat er feitelijk sprake is van 1 huurcontract omdat er één verhuurder is en één huurder.
De gemeente meent dat geen sprake is geweest van vervaardiging waardoor er een nieuwe zaak zou zijn ontstaan, terwijl de inspecteur die conclusie niet direct onderschrijft (geen direct risico). ESA verhuurt deze ruimten weer door (onderverhuur) aan verschillende gebruikers. Als dat laatste terecht met BTW plaatsvindt, kan er worden geopteerd tussen gemeente en ESA. Vraag is nu of de verschillende ruimten voldoende zelfstandig zijn om apart te kunnen worden verhuurd. Dat geldt niet voor de ruimte voor Ons Tweede Huis. De inspecteur twijfelt nog of de bibliotheek voldoet aan het zogenoemde 90% criterium (zo niet dan is belaste verhuur niet mogelijk). Dat laatste geldt zeker voor het Cultuurpunt. Voor de losse verhuur van zalen dient dit wat hem betreft per situatie te worden beoordeeld. Indien voldoende aanvullend dienstbetoon door ESA aan gebruiker dan is belast gebruik mogelijk (en dus ook belaste verhuur door gemeente aan ESA). Belaste verhuur van de Theaterzaal is geen issue. De belastbaarheid van de subsidie wordt nog nader onderzocht. Daarvoor diende aanvullende gegevens te worden aangeleverd. Kortom, er is veel nog niet duidelijk. Wel is zeker dat de gepleegde aftrek van BTW naar verwachting naar beneden dient te worden bijgesteld. Welk bedrag dit is, valt dus nog niet te zeggen, derhalve is dit risico als p.m. meegenomen in ons risicoregister. Programmabegroting 2023
74
Gemeente Aalsmeer
Aanbestedingsrisico’s Onderhoud gemeentelijke gebouwen Bij het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen (o.a. renovatie-/nieuwbouwprojecten) wordt gebruik gemaakt van de markt. Door de aantrekkende bouw, het gebrek aan vakmensen bij de aannemers, de schaarste van grondstoffen, de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021 en de stijging van de energieprijzen zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen. Dit heeft tot gevolg dat de kosten van het onderhoud en nieuwbouw van de gemeentelijke gebouwen hoger zullen worden. Met hoeveel de kosten zullen toenemen is momenteel nog niet in te schatten en kan per project verschillen. Sociaal domein De uitgaven voor Wmo maatwerkvoorzieningen zijn gestegen, terwijl de inkomsten hiervoor niet in gelijke mate meegroeien. Dit komt met name door het abonnementstarief. Dit wordt urgenter omdat in de komende jaren meer inwoners vanwege een toenemende leeftijd een beroep zullen doen op de Wmo. Daarnaast wonen steeds meer mensen met een psychische of verstandelijke beperking zelfstandig in de wijk, veelal met Wmo ondersteuning. Het aantal complexe zorgvragen stijgt. Door deze ontwikkelingen zal bij ongewijzigd beleid het beroep op de Wmo en daarmee de uitgaven blijven toenemen. Ten slotte zorgt de vastgelopen woningmarkt er voor dat er meer dure woningaanpassingen noodzakelijk zullen zijn.
Minimabeleid Op dit moment is het nog te vroeg om middelen te claimen. Met het oog op de huidige onzekere (economische) tijden en de mede daaruit voortvloeiende stijging van de kosten van grondstoffen en energie is bewust gekozen voor een risicomelding. Dit laatste vloeit mede voort uit het feit dat op dit moment nog niet duidelijk is hoe de compenserende maatregelen van het Rijk worden ingevuld. Doordat er door de energietoeslag een nieuwe doelgroep wordt bereikt bestaat de verwachting dat dit zal leiden tot een groter gebruik van de bestaande minimaregelingen. Energielasten Eind 2022 lopen de huidige contracten voor energieleverantie (gas en elektra) af. In de huidige markt is het onvermijdelijk dat de tarieven gaan stijgen, het is echter nog onduidelijk wat die stijging exact gaat worden. Vanuit de markt wordt echter aangegeven dat we rekening moeten houden met een stijging van ongeveer 50%. Dit heeft aanzienlijke gevolgen op diverse begrotingsposten zoals Openbare Verlichting, Verkeersregelinstallaties en riolering maar ook op de diverse huisvestingsbudgetten. Nieuwe samenwerking met de AA-organisatie en oprichting kernorganisatie De hernieuwde samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amstelveen en de oprichting van de kernorganisatie brengen risico's met zich mee. Met name het risico ten aanzien van de going concern is hierbij van belang.
Om deze risico's te mitigeren wordt gewerkt met een projectorganisatie waarbij de kritische functies als eerste ingericht worden. Op dit moment schatten we de risico acceptabel laag in derhalve hebben we deze risico's niet verdere financieel vertaald en is het risico als p.m. meegenomen in het risicoregister. Benodigde risicobuffer bedrijfsvoering risico’s Er is geen objectieve maatstaf voor het bepalen van de omvang van een incidentele buffer voor de structurele bedrijfsrisico's (m.n. gemeentefonds, beheer en onderhoud van de openbare ruimte en decentralisaties). Conform bestaand beleid wordt bij de berekening van de weerstandsratio voor normale
Programmabegroting 2023
75
Gemeente Aalsmeer
bedrijfsvoeringsrisico's rekening gehouden met een bedrag corresponderend met 5% van het uitgaventotaal (€ 95,2 miljoen) van de gemeente, dus € 4,8 miljoen.
Bouw- / projectgerelateerde risico's Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen soms niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren. Ook komt het voor dat de vooraf ingeschatte kosten voor dergelijke projecten te laag blijken te zijn en dat kostenstijgingen op bepaalde projecten ertoe leiden dat er meerjarig minder budget overblijft voor andere of nieuwe projecten. Enkele voorbeelden van onzekere factoren zijn: afhankelijkheid van de bereidheid en capaciteit van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen; het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen); inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden; beschikbaarheid van aannemers; levertijden en prijzen van materialen en energie; het moeilijk kunnen inschakelen van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie; het moeilijk kunnen aantrekken of inhuren van gekwalificeerd personeel om projecten te kunnen voorbereiden; de rente op de kapitaalmarkt; het op onverwachte plaatsen aantreffen van vervuilde grond waar in een project geen rekening mee gehouden is en waardoor sanering nodig is. De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om dit binnen een krediet op te vangen verschillen van project tot project.
Binnen het totale buitenruimteprogramma worden fluctuaties in budgetten zo goed mogelijk opgevangen. Naarmate de bovenstaande risico's zich vaker voordoen, zal bijstelling van de budgettaire ruimte voor onderhoud en kapitaallasten vaker nodig worden. Door de huidige financieringswijze van de buitenruimte zal het effect vooral structureel van aard zijn. Het risico dat het structurele budget opgehoogd moet worden doet zich gemiddeld eens in de 2-5 jaar voor (kans 3) met gevolgklasse 3 à 4 (ca. € 1 miljoen). Grote projecten en grondexploitaties Voor de dekking van de bekende tekorten in lopende gemeentelijke exploitaties is een voorziening opgenomen. Ook voor projecten faciliterend grondbeleid is een voorziening aanwezig. Zie voor nadere toelichting de paragraaf grondbeleid. De hoogte en de beheersing van risico’s is een belangrijk speerpunt. Door middel van risicoanalyse met behulp van de Monte Carlo methode wordt de benodigde weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Mede op basis hiervan kan besluitvorming plaatsvinden over de te nemen beheermaatregelen en wanneer deze genomen kunnen worden. Hierna worden de meest omvangrijke grondexploitaties van de gemeente apart toegelicht. Green Park Aalsmeer (bedrijventerrein) Project Bedrijventerrein Green Park Aalsmeer omvat de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein langs de provinciale weg N201.
Voor deze gebiedsontwikkeling is een samenwerkingsverband afgesproken met de gemeente Uithoorn, waarbij beide partijen voor 50% risico dragen. Voor de uitvoering van de realisatie van het bedrijventerrein is GPAG BV opgericht, waarvan beide gemeenten de aandeelhouders zijn.
Programmabegroting 2023
76
Gemeente Aalsmeer
Eind 2020 was de financiële positie € 2 miljoen negatief. Hiervoor was bij de gemeente Aalsmeer een voorziening van € 1 miljoen (50%) aangehouden. In 2021 is de financiële positie verbeterd naar € 100.000 negatief. Door deze verbetering is de huidige stand van de voorziening € 50.000. Op basis van de nog aanwezige risico’s dient er wel rekening te worden gehouden met voldoende weerstandscapaciteit. Deze is bepaald op € 0,8 miljoen. De Tuinen van Aalsmeer (woningbouw) In januari 2022 is de grondexploitatie herzien. Dit betreft zowel de ontwikkelingen op basis van actief als facilitair grondbeleid. Het resultaat van de grondexploitatie (totaal, actief en facilitair samen) is bepaald op negatief € 7,4 miljoen (op netto contante waarde per 1 januari 2022) en vertegenwoordigt de totale huidige omvang van de verliesvoorziening voor het project. Bij de grondexploitatie De Tuinen van Aalsmeer is een risicoanalyse op basis van de "Monte Carlo" methode gemaakt. Hieruit blijkt een benodigde weerstandscapaciteit van € 1,7 miljoen (NCW). De belangrijkste risico’s bevinden zich in de deelgebieden Polderzoom fase 2 en de Zwarteweg. Dit omdat er enerzijds nog veel kosten gemaakt moeten worden betreffende de civiele werken en er anderzijds complexe afspraken zijn gemaakt of nog gemaakt moeten worden met de ontwikkelende partijen.
Daarnaast is vertraging en de daarbij behorende extra kosten een belangrijk risico waarmee rekening gehouden. Overige ruimtelijke projecten Naast bovengenoemde projecten zijn er ook de middelgrote en kleine ruimtelijke projecten. Ook voor deze projecten zijn de risico’s in beeld gebracht middels Monte Carlo simulatie. Hieruit blijkt een benodigde weerstandscapaciteit van € 1,3 miljoen (NCW). Stikstofdepositie Bouwprojecten mogen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Bij ontwikkelingen dient dit middels een stikstofberekening (met het rekenprogramma AERIUS Calculator) aangetoond te worden. Wanneer de stikstofbijdrage van een plan op een Natura 2000-gebied hoger is dan 0,00 mol/ha/j dan kan het plan niet zondermeer doorgang krijgen. Het verkrijgen van een toestemming van de provincie is door de druk op Natura 2000-gebieden erg lastig. Voor de kleinere projecten kunnen de AERIUS-berekeningen door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden.
Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. Op 9 juli 2021 is bekend geworden dat voor het berekenen van stikstofneerslag een vaste afstandsgrens van 25 kilometer gaat gelden. Voor emissies door wegverkeer wordt rekening gehouden met stikstofdepositie tot 5 kilometer van de weg. AERIUS Calculator is op 13 januari 2022 aangepast om ervoor te zorgen dat de stikstofneerslag van een bron tot maximaal 25 kilometer wordt berekend. Deze aanpassing kan leiden tot andere (depositie) uitkomsten en kan eventuele consequenties hebben voor een project. Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet / nieuwe rekenmethodiek In 2020 heeft het Ministerie van BZK de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet ter inzage gelegd. Op basis van deze regeling zou door een nieuwe rekenmethodiek voor cumulatie van geluid, waarbij Programmabegroting 2023
77
Gemeente Aalsmeer
luchtvaartlawaai strenger wordt gerekend dan op basis van bestaande regels, het akoestisch leefklimaat in grote delen van Aalsmeer aangemerkt worden als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’. Vanuit de Bestuurlijke Regie Schiphol is het ministerie gewezen op de mogelijke consequenties van deze regeling: locaties in de MRAregio, waar een zeer grote woningbouwopgave ligt, zouden op slot of in ieder geval onder druk worden gezet doordat in planologische procedures niet te onderbouwen is dat er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In ieder geval zien decentrale overheden het risico van verzwaring van de motivering met de daarmee gepaard gaande risico’s en kosten. In mei 2022 heeft de BRS bij de ministeries van BZK en I&W er nogmaals op gewezen dat door de verzwaring van de cumulatieformule de daadwerkelijke geluidsbelasting niet verandert maar dat alleen extra belemmeringen worden opgeworpen voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de woningbouwopgave in de Randstad. De BRS heeft verzocht om de rekenregel in te trekken en pleit voor bescherming van inwoners op basis van een adequaat instrumentarium. Waterfront plan- en uitvoeringsfase Voor de WindSurfClub Aalsmeer is na en in onderling overleg in september 2022 een ballenlijn aangelegd tussen het zuidelijk zitelement en het strand. Dit om surfers, die dreigen te stranden bij de stortsteen, daar vandaan te houden.
De kosten hiervan bedragen € 9.850,--. Overige risico's Algemene economische ontwikkelingen De huidige economische tijd is een tijd die gekenmerkt wordt door onzekerheid. Onder andere de oorlog in de Oekraïne, de fors stijgende energieprijzen en de inflatie zorgen voor veel onzekerheid. De morgelijke impact van dit risico voor de gemeente Aalsmeer is nog onbekend en niet nader financieel te bepalen. Derhalve is dit risico als PM in het risicoregister opgenomen. Lokale effecten van de corona-uitbraak Algemeen De corona-uitbraak en de contact-beperkende rijksmaatregelen hebben ingrijpende gevolgen voor de lokale samenleving, maatschappelijk en economisch. De herstelfase moet veelal regionaal en lokaal vorm krijgen. De structurele effecten van een mogelijke recessie op de gemeentebegroting, die voortkomen uit de corona-uitbraak, zullen pas in de loop de aankomende jaren duidelijker worden. Dit risico is heel moeilijk te kwantificeren. Cultureel veld De effecten van de coronacrisis op de culturele organisaties zijn groot. De tijdelijke sluiting(en), afstandsmaatregel en het maximumaantal bezoekers hebben ertoe geleid dat organisaties minder bezoekers ontvingen en voorstellingen, cursussen en tentoonstellingen minder of niet rendabel waren. De (soms aanzienlijke) inkomsten uit verhuur en verkoop vielen weg.
Daarnaast is het ook geen gegeven dat het publiek weer volledig zal terugkeren. Het publieksengagement zal opnieuw moeten worden opgebouwd. De angst bestaat dat de financiële klap niet nu, maar later volgt. De reserves van organisaties zijn eindig. Tot nu toe is extra gemeentelijke steun nodig geweest voor continuïteit van de Oude Veiling, de Historische Tuin, het Flower Art museum en Cultureel Jongerencentrum N201. De culturele organisaties nemen maatregelen om hun lasten te beperken en maken gebruik van de steunmaatregelen van rijk, provincie, gemeente en private fondsen. Onduidelijk is echter hoe groot de schade zal zijn en in hoeverre dit door de verschillende overheden wordt gecompenseerd. Wanneer er signalen komen van instellingen dat ze in de gevarenzone zitten, wordt dit gemonitord. Programmabegroting 2023
78
Gemeente Aalsmeer
Dit risico doet zich voorlopig nog elk jaar voor (kansklasse 5), de mogelijke schade zal ergens tussen € 100.000 en € 250.000 liggen (gevolgklasse 2). Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 1 januari 2023 treedt naar de huidige verwachtingen de Omgevingswet in werking. De invoering en de implementatie van deze wet betreft een omvangrijk en complex proces waar veel tijd mee gemoeid is / zal zijn. De wet vervangt circa 26 sectorale wetten en ongeveer 120 algemene maatregelen van bestuur die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (waaronder wonen en bouwen). Het Transitieteam Omgevingswet is binnen de organisatie bezig om de implementatie van de wet in goede banen te leiden. Tegelijkertijd met de Omgevingswet treedt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor gevolgklasse 1 in werking. Voor een groot deel van de relatief kleinere omgevingsvergunningaanvragen komt de Bouwbesluittoets en het toezicht daarop te vervallen. De verantwoordelijkheid hiervoor komt te liggen bij een private kwaliteitsborger. Er vindt derhalve een verschuiving plaats van uitvoering naar regie bij vergunningverlening. Taken die vervallen bij toezicht verschuiven voor een deel naar handhaving.
Beide omwentelingen gaan financiële consequenties hebben (vervallen van leges, kosten die gemoeid zijn met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de aanschaf van software, opleiding van medewerkers etc.). Komende periode wordt dit in beeld gebracht. Tevens dient er een nieuw evenwicht gevonden te worden tussen kosten en opbrengsten in de kostendekkende legesexploitatie. Het risico op financiële effecten als gevolg van deze veranderingsoperatie doet zich éénmalig voor (kansklasse 1). De financiële effecten zullen voornamelijk structureel zijn en kunnen op dit moment nog niet gekwantificeerd worden. In de loop van 2022 zal hierover meer duidelijkheid ontstaan. Eneco Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 verkocht is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De verkoop van de aandelen Eneco is in 2020 afgerond. De claim bedraagt nu ongeveer € 300 miljoen inclusief rente.
Rekening houdend met een totale opbrengst Eneco van € 4,1 miljard betekent toekenning van de claim voor Aalsmeer een terugbetaling van de opbrengst van ca. € 2,0 miljoen. Op 8 december 2020 hebben de oud-aandeelhouders de rechtszaak verloren en hebben ze besloten om in cassatie bij de Hoge Raad te gaan. De procedure loopt nog steeds. Vermakelijkheidsretributie Voor de invoering van de vermakelijksheidsretributie lopen diverse onderzoeken. Landelijk komt er steeds meer juridische jurisprudentie over de vermakelijksheidsretributie. Dit zorgt ervoor dat de invoering steviger onderbouwd moeten worden. Als structurele opbrengst van de vermakelijkheidsretributie is € 400.000 begroot. Of deze opbrengsten daadwerkelijk realiseert worden is afhankelijk van een aantal factoren zoals bezoekersaantallen en kostentoerekeningen. Dit is een risico voor de meerjarenbegroting.
Programmabegroting 2023
79
Gemeente Aalsmeer
Vervallen risico's t.o.v. de jaarrekening 2021 De volgende risico's zijn ten opzichte van de paragraaf weerstandsvermogen in de jaarrekening 2021 (dit is de laatst opgestelde paragraaf weerstandsvermogen) komen te vervallen: Risico
Reden
Instandhouding en areaaluitbreiding buitenruimte
Als gevolg van de wijziging in de financieringssystematiek van de buitenruimte zijn de risico's die hiermee samenhangen opnieuw beoordeeld en omgevormd tot een generiek risico, namelijk: 'Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte'.
Bovenwijkse voorzieningen N231-zuid Burgemeester Hoffscholteweg en Spoorlijnpad
Resumé risicoprofiel Het risicoprofiel voor de incidentele risico’s van de gemeente Aalsmeer is inzichtelijk gemaakt met behulp van een risicokaart. In deze risicokaart staat het aantal incidentele risico’s vermeld per kans/gevolg-klasse. Basis hiervoor is de risico’s die hiervoor zijn genoemd. De structurele risico’s zijn niet opgenomen in de risicokaart.
Deze indeling betekent dat we daar waar een inschatting gegeven is bij de bouw/projectgerelateerde risico's en overige risico's de ingeschatte bedragen meenemen voor het bepalen van ons weerstandsvermogen. In geld ziet het risicoprofiel er in zijn totaliteit als volgt uit:
Bedragen x € 1.000
Risicoprofiel
Bedrijfsvoeringsrisico's
3.800
Bouw- / project gerelateerde risico's
3.450
Overige geïnventariseerde risico's
980
Totaal
8.230
Programmabegroting 2023
80
Gemeente Aalsmeer
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van de gemeente omvat de structurele en incidentele mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. De incidentele weerstandscapaciteit voor eenmalige tegenvallers of om faseringen in uitgaven aan te brengen bestaat uit:
De algemene reserve; Resultaat boekjaar.
De structurele weerstandscapaciteit voor structurele tegenvallers bestaat uit:
Bezuiniging/ombuigingsmaatregelen en structurele ruimte begroting; Onbenutte belastingcapaciteit.
In het BBV is niet voorgeschreven welke bestanddelen behoren tot de weerstandscapaciteit. De mogelijkheid bestaat om nog andere componenten aan de beschikbare weerstandscapaciteit toe te voegen, zoals bestemmingsreserves, stille reserves en de post onvoorzien. Aangezien deze componenten niet op korte termijn vrij aanwendbaar of liquide zijn, nemen we deze niet mee bij de bepaling van het beschikbare weerstandsvermogen. Mocht het weerstandsvermogen onder druk komen te staan, dan kunnen keuzes gemaakt worden om deze componenten wel te benutten om de beschikbare weerstandscapaciteit te versterken. Dit kan bijvoorbeeld door de bestemming op bestemmingsreserves door middel van een raadsbesluit te wijzigen. Hierna wordt eerst de incidentele weerstandscapaciteit behandeld en vervolgens de structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit Tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend de algemene reserve en het resultaat boekjaar. De toereikendheid van de algemene reserve wordt beoordeeld op basis van de meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio in combinatie met de beoordeling van de meerjarige ontwikkeling van de financiële kengetallen (zie: hoofdstuk 6). Dit vindt voornamelijk plaats bij de kadernota en de begroting. Bestemmingsreserves zijn reserves die met een raadsbesluit een specifieke aanwending/bestemming hebben gekregen.
Om deze reserves daadwerkelijk in te kunnen zetten om tegenvallers/calamiteiten op te vangen, is een raadsbesluit nodig om de bestemming te wijzigen. De mate van “hardheid” (ingezet beleid, aangegane verplichtingen) kan ook per reserve verschillen. Om deze reden worden bestemmingsreserves niet gerekend tot de weerstandscapaciteit. Structurele weerstandscapaciteit Door de wettelijke verplichting om een sluitende meerjarenbegroting te hebben kunnen alleen bezuinigingen en de inzet van de onbenutte belastingcapaciteit als de twee mogelijkheden van de structurele weerstandscapaciteit worden gezien. Bezuinigingen laten zich niet eenduidig kwantificeren. Er is sprake van meer en minder beïnvloedbare uitgaven in de structurele begroting. In theorie kan er weerstandscapaciteit zijn als er binnen de begroting vrije ruimte beschikbaar is. Financiële ruimte kan gevonden worden door ombuigingen (het schrappen van taken, versobering, efficiënter werken).
Programmabegroting 2023
81
Gemeente Aalsmeer
De onbenutte belastingcapaciteit kan worden gedefinieerd als het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval zich tegenvallers voordoen. Het rijksbeleid voor leges is dat de tarieven niet meer mogen bedragen dan maximaal 100% van de kosten per titel. De legesverordening is opgebouwd uit meerdere titels. Het gemeentelijk beleid voor leges is dat, gelijk aan het rijksbeleid, deze 100% kostendekkend dient te zijn. De leges leveren dus geen (structurele) weerstandscapaciteit op. Aan andere belastingen en heffingen zijn in principe geen maxima gesteld. Dit betekent niet dat deze onbeperkt verhoogd kunnen worden. De structurele weerstandscapaciteit zal niet substantieel toenemen als er nieuwe belastingen worden ingevoerd. Voor de vaststelling van de weerstandscapaciteit wordt geen rekening gehouden met nieuwe belastingen en heffingen. In de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en de jaarrekening wordt het beleid over de tarieven onderbouwd.
Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de mate aan waarin Aalsmeer in staat is tegenvallers op te vangen. Dit komt neer op een confrontatie van risicoprofiel met beschikbare weerstandscapaciteit. Voor beoordeling van het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente wordt de incidentele weerstandscapaciteit afgezet tegen de impact van de risico's. De weerstandsratio in de begroting 2023 kan als volgt worden gepresenteerd:
Bedrag x € 1.000
Overzicht Weerstandscapaciteit Algemene reserves Structurele weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit
26.513 467 26.980
Benodigde weerstandscapaciteit incidenteel (80% zekerheid)
4.430
Benodigde weerstandscapaciteit structureel (80% zekerheid)
3.800
Benodigde weerstandscapaciteit
8.230
Weerstandsratio
3,3
De weerstandsratio en de minimale omvang van de algemene reserve voldoen aan de Aalsmeernorm.
Kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) stelt verplicht dat kengetallen opgenomen worden voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun gemeente.
Programmabegroting 2023
82
Gemeente Aalsmeer
De berekeningswijze hoeft niet te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. In de Staatscourant staat een gedetailleerde berekening van de kengetallen weergegeven voor zowel de begroting als de rekening. Tevens staat in de bijlage een voorgeschreven format voor het weergeven van deze kengetallen in de begroting en rekening. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De wijze van berekening is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen.
Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Aalsmeer in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen: het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Grondexploitatie Het financiële kengetal “grondexploitatie” geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Een norm bepalen voor dit kengetal is lastig. De boekwaarde zegt namelijk niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Het is van wezenlijk belang wat de verwachte vraag is. Dit vergt meer onderzoek dan naar voren komt uit dit kengetal. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer of een gemeente veel middelen heeft gestopt in haar grondexploitaties. Dit geld dient namelijk nog terugverdiend te worden. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Belastingcapaciteit (lokale lasten) Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.
Het COELO publiceert jaarlijks de totale woonlasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente.
Programmabegroting 2023
83
Gemeente Aalsmeer
Dit levert voor Aalsmeer de volgende waarden op: Rekening Begroting 2021 2022
Kengetallen in percentages
Begroting 2023
Referentie voldoende
Netto schuldquote
28
51
56
<90%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
27
49
54
<90%
Solvabiliteitsrisico
54
45
44
20-50%
Structurele exploitatieruimte
3
1,8
0,2
>0,0%
Grondexploitatie
15
19
0
<20%
Belastingcapaciteit
115
114
104
Programmabegroting 2023
84
Gemeente Aalsmeer
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Met investeringen in de openbare buitenruimte wordt een optimale leefomgeving ingericht met als doel de basisfuncties wonen, werken, verkeer en recreatie te waarborgen voor nu en in de toekomst. Van belang is daarbij dat beschikbare middelen optimaal worden ingezet voor de duurzame instandhouding (onderhoud en vervanging) van deze kapitaalgoederen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het veranderen van functies in de openbare buitenruimte en de veranderende eisen die aan de openbare buitenruimte worden gesteld. Het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte wordt elk jaar geactualiseerd en voor vier jaar vastgesteld. Het plan bevat het integraal afgestemde planmatig onderhoud voor wegen, verkeer, riolering, groen, water, spelen en verlichting, in relatie tot de beschikbare middelen en prioriteiten. Het MPP vormt een belangrijk kader voor uitvoering en financiën. De vakdisciplines stellen ieder voor zich prioriteiten aan noodzakelijke (renovatie)werken en stemmen dit onderling op elkaar af zodat evenwichtig wordt omgegaan met de beschikbare middelen. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt van de belangrijkste duurzame kapitaalgoederen een beschrijving gegeven en wordt het beleidskader aangegeven, voorafgegaan door een totaaloverzicht van de hiervoor beschikbare middelen.
Beleidskader en kwaliteit Het dagelijks onderhoud in de openbare buitenruimte en de daarbij behorende middelen zijn afgestemd op een beheerniveau B van de CROW-werkwijze. Een uitzondering is gemaakt voor de parken, recreatiegebieden en winkelcentra. Deze worden op A-niveau onderhouden. Dit is benoemd in het ‘Beeldkwaliteitsplan Beheer en Onderhoud gemeente Aalsmeer’ (2015) en de bijbehorende beeldcatalogus. De catalogus bevat foto’s van diverse objecten en die maken daarmee inzichtelijk welke kwaliteit op welke locatie wordt nagestreefd. Dit beeld laat zich als volgt samenvatten: Scenario 2: 'Ambitie' Winkelcentrum
Woonwijk
Hoofdinfrastructuur
Park
Recreatiegebied
Bedrijventerrein
Buitengebied
Groen
A
B
B
A
A
B
B
Verharding
A
B
B
A
A
B
B
Reiniging
A
B
B
A
A
B
B
Meubilair
A
B
B
A
A
B
B
Civiele kunstwerken