CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Uiterweg Plasoevers 2021.Pdf.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 16 november 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'36.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Op basis van de ruimte-voor-ruimte regeling kunnen leegstaande kassen worden verwijderd en in een verhouding van 1:25 worden vervangen door recreatieverblijven of andere rode functies die passen in de basisstrategie. De opschoning en ‘ontstening’ die hiermee samenhangt levert een belangrijke kwaliteitswinst op. Het vierde kwadrant wordt gevormd door initiatieven die zowel een kwalitatieve als economische meerwaarde voor het gebied opleveren. We hebben het dan over de zogenaamde topstrategie. Deze strategie richt zich op een onderscheidend plassengebied met een economisch verdienmodel dat voorsorteert op de toekomstige trends en ontwikkelingen in de (water)recreatie. Een duurzame transformatie naar nieuwe bedrijfsconcepten, welke zijn gericht op het aantrekken van nieuwe doelgroepen, langere verblijfstijden en meer bestedingen. De topstrategie faciliteert dus een vlucht naar voren waarbij duurzame transitie en economische transformatie hand in hand gaan. Naarmate een initiatief zich in de richting van de topstrategie, en dus het streefbeeld, beweegt worden de mogelijkheden voor projectrealisatie verruimd. Gebiedspaspoorten De structuurvisie Uiterweg is meer dan een globaal beleidsdocument en beoogt een helder afwegingskader te bieden voor ruimtelijke initiatieven die niet passen in het thans geldende bestemmingsplan.

Deze initiatieven worden beoordeeld vanuit het besef dat de Uiterweg en de omliggende eilanden geen homogeen gebied vormen. De visie onderscheidt dan ook een veertiental verschillende deelgebieden (gebiedspaspoorten). Elk deelgebied heeft zijn eigen specifieke kernkwaliteiten die het gebied een eigen karakter en identiteit geven. Nieuwe ontwikkelingen moeten zich verhouden tot deze kwaliteiten. 4.1.2.3 Werking van de structuurvisie De structuurvisie heeft als doel om het gebied van de Uiterweg geleidelijk te transformeren naar een hoogwaardig en duurzaam watersportrecreatiegebied. Het slagen van deze transformatie is geheel afhankelijk van het particulier initiatief en zal uitsluitend plaatsvinden door middel van perceelsgewijze ontwikkeling. Het is daarom niet mogelijk om het ontwikkelingsgerichte beleid van de structuurvisie vooruitlopend daarop te vertalen in de regels van het bestemmingsplan. Waar mogelijk is met het beleid wel rekening gehouden in de flexibiliteit van het bestemmingsplan. Ook dient de

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 52

structuurvisie als ruimtelijke onderbouwing van de nieuwe ontwikkelingen die met de vaststelling van dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. De structuurvisie Uiterweg blijft echter vooral een leidraad voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en voorziet in het afwegingskader om voor passende initiatieven af te wijken van het geldende bestemmingsplan. De visie heeft een bindende werking voor de gemeente en biedt een zekere mate van voorspelbaarheid voor initiatiefnemers. 4.1.2.4 Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018 De gemeenteraad heeft op 13 december 2018 de Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018 vastgesteld. De Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018 (hierna: Ligplaatsenverordening) bevat regels over het gebruik van het openbaar water in de gemeente Aalsmeer en is de actuele administratie voor zover het de aantallen ligplaatsen betreft. Dit laatste wordt gerealiseerd door de ligplaatsenkaarten die als bijlage bij de Ligplaatsenverordening zijn gevoegd en die met elke wijziging geactualiseerd worden. Om ervoor te zorgen dat de woonarken, zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente, in Aalsmeer goed gereguleerd worden en blijven, maakt de Ligplaatsenverordening deel uit van een breder juridisch planologisch pakket.

De Ligplaatsenverordening moet samen met de in de betreffende gebieden geldende bestemmingsplannen en het Beeldkwaliteitplan Woonarken duidelijkheid en rechtszekerheid bieden voor belanghebbenden, waaronder bewoners, eigenaren en verhuurders van (ligplaatsen van) woonarken. De Ligplaatsenverordening geeft verschillende regels om het gebruik van openbaar water door woonarken in goede banen te leiden. Deze regels hebben betrekking op de verplichting om voor het innemen van een ligplaats een omgevingsvergunning te hebben. De verordening sluit aan op dit bestemmingsplan en het Beeldkwaliteitplan Woonarken (dit beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van de gemeentelijke Welstandsnota). Uit het bestemmingsplan "Woonarken" en voor voorgaande Woonarkenverordening vloeide voort dat woonarken voor niet-permanente bewoning enkel gebruikt mogen worden voor recreatie in de periode 1 april t/m 15 oktober. In de winterperiode is recreatie derhalve niet toegestaan. Deze periode is bedoeld om permanente bewoning tegen te gaan. In de Structuurvisie Uiterweg is echter opgenomen dat de mogelijkheid tot jaarrond recreatie met betrekking tot arken bestemd voor niet-permanente bewoning door de gemeente in overweging zal worden genomen. Nadat een aantal jaren met succes een pilot is doorlopen, voorziet de Ligplaatsenverordening nu in de mogelijkheid van jaarrond recreeren.

Dit geldt onder voorwaarden alleen voor de woonarken voor recreatief gebruik binnen de jachthaven(bestemmingen) zoals deze gelden in het bestemmingsplan. Woonarken voor recreatief gebruik buiten jachthaven(bestemmingen) of waarbij de ligplaatslocatie in prive-eigendom (dus niet behoort tot een jachthavenexploitatie) kunnen niet aan deze voorwaarden voldoen. Hiervoor blijft gelden dat deze enkel gebruikt mogen worden voor recreatie in de periode 1 april t/m 15 oktober. 4.1.2.5 Toekomstperspectief Woonarken In het geldende bestemmingsplan 'Woonarken' zijn uit het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente voor woonarken een aantal principes gedestilleerd welke tesamen het ruimtelijk wensbeeld voor woonarken schetst. De geschetste beleidslijnen zijn vooral van belang om in nieuwe situaties, bijvoorbeeld bij de vernieuwing of vervanging van een woonark, bij verplaatsing of bij een wijziging van het gebruik, te kunnen sturen op

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 53

het ruimtelijke wensbeeld. In al die gevallen waarin wijzigingen worden aangevraagd ten opzichte van de bestaande situatie ontstaan er kansen om aan het beleid te voldoen en de situatie in overeenstemming te brengen met het ruimtelijke wensbeeld. Deze principes worden als beleid gehanteerd bij de vraag of een verplaatsing van een woonark van een locatie die in dit bestemmingsplan is bestemd én op de ligplaatsenkaart van de ligplaatsenverordening is aangeduid ruimtelijk aanvaardbaar is: <0000> het aantal woonarken wordt niet uitgebreid; <0000> het aantal woonarken voor permanente bewoning neemt niet toe; <0000> het aantal woonarken voor permanente bewoning binnen het beperkingengebied van het LIB neemt niet toe; <0000> woonarken bevinden zich bij voorkeur in het bestaand bebouwd gebied (zoals aangeduid in het Beeldkwaliteitplan Woonarken. De term 'bestaand bebouwd gebied' (BBG) bestaat formeel niet meer in de wet- en regelgeving. Nu wordt gesproken over 'bestaand stedelijk gebied' (BSG)en 'landelijk gebied'.

BBG en BSG kunnen door de jurisprudentie door de jaren heen verschillend worden geintepreteerd; <0000> woonarken voor permanente bewoning bevinden zich bij voorkeur niet binnen jachthavens; <0000> woonarken voor recreatieve doeleinden (niet-permanente bewoning) bevinden zich bij voorkeur binnen de jachthavens; <0000> ligplaatsen voor woonarken worden niet gerealiseerd aan de koppen van eilanden of op locaties waarin zij bestaande doorzichten belemmeren of mogelijkheden om de relatie tussen land en water te herstellen en versterken beperken; <0000> ligplaatsen worden niet gerealiseerd op locaties waarin zij bestaande sloten of watergangen blokkeren en/of doorvaarten belemmeren; <0000> woonarken zijn landschappelijke ingepast volgens het principe dat zij opgaan in het landschap; <0000> woonarken zijn drijvende objecten en mogen, noch qua verschijningsvorm noch qua technische uitvoering, niet transformeren naar waterwoningen of woningen; <0000> de ligplaatsen worden zo ingericht dat de bestaande landschappelijke structuur intact blijft; <0000> woonarken bevinden zich tenminste met één zijde direct aan het water; <0000> woonarken, de bijbehorende voorzieningen en de bij de ark behorende oeverbebouwing vormen een ruimtelijke ensemble; <0000> de oeverbebouwing is landschappelijk ingepast.

Bij verplaatsing van woonarken worden de bestemming waarbinnen de ligplaats is gelegen ('Water - Permanent Wonen' danwel 'Water - Verblijfsrecreatie') als één gezien met de omliggende bijbehorende bestemming 'Tuin'. Op deze bestemming is het oevergebruik van de woonark geregeld met de tuin en de bij de woonark behorende bouwwerken. het geheel vorm een ensemble. Bij verplaatsing dienen beide bestemmingen te worden herzien zodat de rechten op deze oude locatie komen te vervallen. 4.1.3 Nieuwe wet- en regelgeving Per 1 november 2014 zijn de regels met betrekking tot vergunningsvrij bouwen gewijzigd in het Besluit omgevingsrecht. De nieuwe regeling staat niet langer geïsoleerd van de bebouwingregeling in het bestemmingsplan en is van invloed op de wijze van bestemmen en het toebedelen van erfbebouwing. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (2010) heeft gevolgen voor het realiseren van kwetsbare objecten in de nabijheid van de westelijk gelegen hoge druk gasleiding. Hiertoe is in het plan een veiligheidszone aangewezen.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 54

Gemeente Aalsmeer heeft een nieuwe erfgoedverordening vastgesteld. Deze heeft gevolgen voor de aanwijzing van dubbelbestemmingen waarin archeologische en cultuurhistorische waarden worden geborgd en beschermd. Deze vloeit voort uit de Erfgoedwet (2015). Verder is de meest recente versie van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, zoals vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland op 3 september 2019 verwerkt in de regels van het bestemmingsplan. Wijziging wetgeving woonarken Op 21 januari 2017 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel "Wet verduidelijking voorschriften woonboten" aangenomen waarmee provinciale of gemeentelijke vergunningen of ontheffingen voor woonarken, voor zover aanwezig op het moment van inwerkingtreding, gelijk worden gesteld met een omgevingsvergunning. Deze wijziging zorgt ervoor dat de technische voorschriften van het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing zijn op, op het moment van inwerkingtreding van deze wet bestaande woonarken of bestaande andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het verblijf van personen, ook niet als deze in de toekomst worden verbouwd. Voor deze bestaande woonarken gaat de zorgplicht van artikel 1a Woningwet als vangnet gelden. Nieuwe drijvende bouwwerken zullen wel moeten voldoen aan het Bouwbesluit.

Woonarken die na 1 januari 2018 zijn of worden gebouwd hoeven niet meer aan alle eisen te voldoen die voor gewone huizen gelden. Zo zijn er lagere plafonds en kleinere ruimtes mogelijk. Daarnaast gelden er afwijkende eisen met betrekking tot de constructie, brandveiligheid en het energieverbruik.

4.2 Specifieke visie naar functie De planvisie bevat de volgende uitgangspunten voor (groepen van) functies: 4.2.1 Agrarische bedrijvigheid Het bestemmingsplan is erop gericht de bestaande agrarische bedrijven te beschermen. Van oudsher is daarbij sprake van tuinbouw, al dan niet onder glas. Omdat veel agrarische bedrijven in het plangebied geen kansen zien voor schaalvergroting en moeite hebben om de bedrijfsopvolging te regelen, staat de continuïteit van deze bedrijven onder druk. Het ligt daarom in de verwachting dat het areaal aan kweekgronden in de komende planperiode verder zal afnemen. De structuurvisie Uiterweg anticipeert hierop en biedt door middel van een ruimte-voorruimte regeling nieuwe perspectieven voor gebiedstransformatie. Op basis van deze regeling kunnen kweekgronden in een verhouding van 1:25 worden heringericht voor vervolgfuncties die passen in het streven naar een hoogwaardig waterrecreatiegebied. De resterende gronden krijgen daarbij een overwegend groene invulling. Omdat deze transformatie perceelsgewijs zal plaatsvinden en de verscheidenheid aan mogelijke vervolgfuncties groot is, zijn de mogelijkheden voor het bestemmingsplan om uitvoering te geven aan het beleid van de structuurvisie beperkt. 4.2.2 Andere bedrijvigheid Het bestemmingsplan is erop gericht de bestaande bedrijven in het plangebied conserverend door te bestemmen.

Het ruimtelijk beleid voor het plangebied voorziet niet in de vestiging van nieuwe bedrijven, anders dan (recreatie- of andere) bedrijven die een bijdrage kunnen leveren aan de doelstelling van de structuurvisie om het

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 55

Uiterweggebied te transformeren naar een toekomstbestending waterrecreatiegebied. Voor deze gevallen blijft de structuurvisie Uiterweg het toetsingskader om eventueel af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. 4.2.3 Recreatie 4.2.3.1 Jachthavens De vele jachthavens in het plangebied vervullen een belangrijke functie voor de dagrecreatie en in het verlengde daarvan voor de natuur- en waterbeleving. Het bestemmingsplan heeft als doel de bestaande jachthavens te beschermen. Als gevolg van trends en ontwikkelingen in de jachthavensector komen de bezettingsgraden steeds verder onder druk te staan. Deze problematiek is in de structuurvisie Uiterweg uitvoerig beschreven en onderkend. Als antwoord daarop worden jachthavens onder bepaalde voorwaarden in de gelegenheid gesteld om de bedrijfsuitoefening te specialiseren, of juist te verbreden, met als doel om een toekomstbestendige verdienmodellen en nieuwe produkt-markt-combinaties te ontwikkelen. Het door de structuurvisie geboden ontwikkelingsperspectief kan door het bestemmingsplan niet rechtstreeks worden overgenomen als nieuwe planflexibliteit. De gewenste doorontwikkeling van jachthavens is immers volledig afhankelijk van het private initiatief. Op voorhand is niet duidelijk welke initiatieven zich eventueel zullen aandienen en op welke wijze deze zich zullen verhouden tot de naaste omgeving.

Dit betekent dat per geval zal moeten worden bezien of het initiatief geen onevenredige milieubelasting op de omgeving zal veroorzaken en of ook anderzins zal worden voldaan aan het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Bij een positieve beoordeling kan eventueel met een planologisch besluit worden afgeweken van het bestemmingsplan. Wel wordt voor het water behorend bij de jachthavens, voor zover dat is gelegen buiten het landelijk gebied zoals aangegeven in het bestemmingsplan 'Woonarken', de mogelijkheid geboden woonarken voor verblijfsrecreatie aan te leggen. Hierop kan op grond van de Ligplaatsenverordening jaarrond worden gerecreeerd. 4.2.3.2 Dagrecreatie Naast jachthavens bevinden zich in het plangebied ook andere vormen van dagrecreatie. Het betreft dan voornamelijk de recreatiekavels die in het verleden zijn gecreëerd op agrarische bedrijfsgronden. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel deze recreatiekavels te beschermen. Het realiseren van nieuwe recreatiekavels sluit echter niet aan bij de beleidsmatige doelstelling van de structuurvisie Uiterweg om het plassengebied geleidelijk te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig waterrecreatiegebied. Het bestemmingsplan voorziet daarom niet langer in de mogelijkheid om agrarische gronden om te zetten in particuliere recreatiekavels.

4.2.3.3 Verblijfsrecreatie Naast dagrecreatie bevinden zich in het plangebied ook enkele functies van verblijfsrecreatie. Het betreft in de eerste plaats de verspreidliggende recreatiewoningen die van oudsher in het gebied aanwezig zijn. Het bestemmingsplan heeft als doel deze functies van verblijfsrecreatie te beschermen. Meer recentelijk heeft het glastuinbouwbedrijf "Royal Terra Nova" aan de Uiterweg 222 plaatsgemaakt voor de ontwikkeling van vijftien nieuwe, hoogwaardige recreatiewoningen. Het bestemmingsplan dat voor deze ontwikkeling is vastgesteld valt buiten deze actualisatie. Nieuwe vormen van verblijfsrecreatie zijn denkbaar in het kader van de ruimte-voorruimte regeling voor agrarische bedrijven, zoals hiervoor genoemd in paragraaf 4.2.1, en de doorontwikkeling van jachthavens, zoals beschreven in paragraaf 4.2.3.1 Om voor- noemde redenen, blijft de structuurvisie Uiterweg in beide gevallen het toetsingskader om voor nieuwe initiatieven al dan niet af te wijken van het vigerende bestemmingsplan.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 56

4.2.4 Wonen Het bestemmingsplan is erop gericht de bestaande woonfuncties in het plangebied te beschermen. Voor het bouwen van nieuwe woningen in de woonlint worden de regels gevolgd van het gemeentelijke lintenbeleid. Daarbij wordt onder andere een minimale kavelbreedte als voorwaarde wordt gesteld. De woonlinten binnen het plangebied zijn echter nagenoeg volgebouwd, waardoor er weinig ruimte resteert voor nieuwe woningen. 4.2.5 Woon- en recreatiearken Het bestemmingsplan heeft als doel bescherming te bieden aan de thans aanwezige woon- en recreatiearken in het plangebied. Het ruimtelijk beleid voorziet niet in een wijziging van de planologische mogelijkheden voor woon- en recreatiearken. Wel dient de planologische regeling in overeenstemming te worden gebracht met de gewijzigde regelgeving als gevolg van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten', zoals beschreven in paragraaf 4.1.3 van deze toelichting. Dit betekent dat het bestemmingsplan uitvoerbaar dient te zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning, ten behoeve van de 'bouw' van een woon- of recreatieark. Daarnaast biedt de Ligplaatsverordening recreatiearken binnen jachthavens.

ruimte

voor

jaarrond

recreeren

op

4.3 Specifieke visie naar gebiedsdeel De planvisie bevat de volgende uitgangspunten voor de zes verschillende gebiedsdelen, zoals deze zijn onderscheiden in paragraaf 2.1.1 van deze toelichting. 4.3.1 De Uiterweg Het bestemmingsplan is erop gericht om de Uiterweg te beschermen als een woonlint met hoofdzakelijk vrijstaande of twee-onder-één-kap woningen. Veel van deze woningen zijn oorspronkelijk gebouwd als agrarische bedrijfswoningen. Als gevolg van bedrijfsbeëindigingen is de functionele samenhang tussen de woningen in het lint en de bedrijfsuitoefening op de achtergelegen percelen in veel gevallen verdwenen. Het planologisch ontvlechten van woon- en bedrijfsfuncties, zoals voorgestaan door de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020, is echter niet aan de orde. In het voorheen geldende bestemmingsplan zijn de bestaande en voormalige bedrijfswoningen immers reeds als burgerwoning bestemd. 4.3.2 De gronden aan weerszijden van de Uiterweg

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 57

De gronden aan weerszijden van de Uiterweg zijn hoofdzakelijk in gebruik voor agrarische doeleinden alsmede voor jachthavens en andere voorkomende functies. De specifieke visie op dit gebied komt daarom grotendeels overeen met de visie op de hier aanwezige functies, zoals beschreven in paragraaf 4.2 van deze toelichting. De visie heeft daarentegen wel een andere kijk op de toegestane bouwmogelijkheden in bepaalde zones aan weerszijden van de Uiterweg. Zo bestaat de wens om een 30 meter brede zone langs de Ringvaart vrij te houden van nieuwe bebouwing. De bestaande bebouwing, voor zover rechtmatig aanwezig, wordt gerespecteerd. De visie volgt hiermee het beleid dat ten grondslag lag aan het voorheen geldende bestemmingsplan. Voor de gronden aan de zuidzijde van de Uiterweg, langs het water van de Kleine Poel, geldt een soortgelijke visie: het conserveren van de bestaande onbebouwde zone waarvan de grens overeenkomt met de oorspronkelijke rode contour van het provinciale streekplan. Later werd deze rode contour aangehouden als de grens van het Bestaande Bebouwde Gebied (BBG) langs de Uiterweg. De onbebouwde zones langs de Ringvaart en de Kleine Poel zijn op de onderstaande kaart aangegeven als 'groene zoom'.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 58

Het instandhouden van deze onbebouwde zone is een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen realiseren van de ecologische verbindingszone die is geprojecteerd op het water van de Kleine Poel en de - in het verlengde daarvan gelegen - gronden. De bouwrestrictie die geldt in de zone langs de Ringvaart heeft met name betrekking op agrarische gronden. De bouwrestrictie in de zone langs de Kleine Poel heeft zowel betrekking op agrarische gronden als jachthavens. 4.3.3 De waterplassen Het bestemmingsplan is gericht op het behoud en bescherming van het water van de Westeinderplassen met inbegrip van de zich daarin bevindende flora en fauna. Evengoed beoogt het plan de functie van het water te beschermen voor de natuur- en landschaps- beleving en de waterrecreatie. Voorts adopteert het bestemmingsplan het beleid van de provincie Noord-Holland, zoals neergelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, waarin het water van de plassen is aangewezen als NNN en het water van de Kleine Poel en de Ringvaart is aangemerkt als natuurverbindingen. De visie op de plassen vraagt om terughoudendheid met bouwmogelijkheden voor nieuwe steigers. Het onbegrensd realiseren van nieuwe steigers en aanlegplaatsen sluit immers niet aan bij de doelstelling van de structuurvisie Uiterweg om het plassengebied door te ontwikkelen als een kwalitatief hoogwaardig waterrecreatiegebied.

In voorkomende gevallen kan op grond van het gemeentelijke kruimelgevallenbeleid eenvoudig worden afgeweken van het bestemmingsplan. Op die manier kan beter recht worden gedaan aan het belang van voldoende doorvaart in de steeds drukker bevaren watergangen. 4.3.4 Het eilandenrijk De eilanden zijn, gezien de specifieke bodemopbouw, van oudsher in gebruik als kweekgronden ten behoeve van de seringenteelt. De teelt vindt plaats in de open grond, waarna de planten in kassen verder in bloei worden getrokken. Deze kassen bevinden zich niet op de eilanden, maar veelal in de tuinbouwgebieden langs de Uiterweg. Het is de trekheestercultuur van de seringenteelt die de karakteristieke opbouw van het landschap draagt en daarmee vorm heeft gegeven aan de aanwezige verkavelings- en waterstructuur. Het bestemmingsplan is er daarom niet alleen op gericht om de open teelt op de eilanden te beschermen, maar ook om de landschappelijke en cultuurhistorische waarden te waarborgen die in belangrijke mate verband houden met de trekheestercultuur. Dit betekent onder meer dat het aanleggen (graven en dempen), waarvoor ene omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden benodigd is, aan regels gebonden zal moeten zijn.

Door het afkalven van de overbeschoeiingen langs de eilanden en de hoge kosten die met de herstelwerkzaamheden samenhangen, is de teelt van seringen steeds minder rendabel. Het tuinbouwareaal op de eilanden neemt daardoor af, hetgeen kansen biedt voor natuurontwikkeling. Met het oog daarop worden vrijkomende tuinbouwgronden regelmatig aangekocht door Landschap Noord-Holland of stichting De Bovenlanden. In voorkomende gevallen kan het wenselijk zijn de agrarische bestemming te wijzigen in een natuurbestemming. Behoudens enkele kleine bouwwerken op de kweekgronden en de recreatiekavels, zijn de eilanden nagenoeg onbebouwd gebleven. Vanuit de visie op het eilandenrijk zullen

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 59

de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan niet worden verruimd. Dat geldt ook voor de enkele aanwezige jachthavens in het gebied. Dit betekent dat nieuwbouw ter plaatse van deze jachthavens, in tegenstelling tot elders in het plangebied, in beginsel niet mogelijk is. 4.3.5 De Rijsen Het bestemmingsplan is gericht op de bescherming van De Rijsen als een gebied met belangrijke natuurlijke en aardkundige waarden. Vanuit de visie op het gebied dienen deze waarden te worden behouden en waar mogelijk worden versterkt. 4.3.6 De plasoevers Het bestemmingsplan is erop gericht om de plasoevers te behouden als een gebied met een grote diversiteit in belevingswaarde (open waterfront, watertoren, surfeiland, fort Kudelstaart, kerk). Het bestemmingsplan beschermt de oevers als een gebied met een afwisseling van intensief en minder intensief bebouwde zones, met belangrijke en waardevolle doorzichten naar het water van de Westeinderplassen. Het gebied van het Waterfront ligt echter buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. De woonlinten langs de plasoevers verdienen bescherming als historische linten, waarbij veelal sprake is van riante woningen op ruime kavels met een afwisselende architectuur.

4.4 Toekomstige planontwikkeling Naar aanleiding van de vastgestelde structuurvisie Uiterweg waarin is beschreven binnen welke randvoorwaarden een gewenste doorontwikkeling van de aanwezige jachthavens plaats kan vinden is door een aantal partijen het initiatief genomen om hun plannen te ontvouwen. Deze plannen zijn op het moment van het starten van deze bestemmingsplanactualisatie nog onvoldoende concreet of onderbouwd om deze hierin te bestemmen. Het bestemmingsplan loopt niet vooruit op deze ontwikkelingen en andere ontwikkelingen die zich nu of in de toekomst mogelijk aandienen. Een aantal ontwikkelingen is nog niet voldoende uitgewerkt of wacht op een beoordeling op ruimtelijke aanvaardbaarheid. In het kader van voorzienbaarheid verdient het de aanbeveling hier in deze toelichting melding van te doen. Een aantal ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben aangediend en mogelijk de komende jaren tot uitvoering kunnen worden gebracht zijn: 4.4.1 Het Bree Voor de gronden aan de Uiterweg 59-63 is de wens het gebruik van de gronden veranderen. De gronden zijn thans in gebruik en bestemd als jachthaven. De jachthaven zal zich doorontwikkelen in de richting van watergerelateerde verblijfsrecreatie. Het plan voorziet in de sloop van diverse bedrijfsgebouwen en een bestaande recreatiewoning.

In de plaats daarvan worden vier nieuwe recreatiewoningen gerealiseerd voor bedrijfsmatige exploitatie. 4.4.2 De Blauwe Beugel De planontwikkeling van jachthaven De Blauwe Beugel aan de Uiterweg 419 heeft betrekking op vervangende nieuwbouw en een gewijzigde inrichting van het terrein.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 60

Het gebruik van het eiland als jachthaven, met onder meer een horecavoorziening, zal niet veranderen. De plannen zijn ingegeven door de ambitie om de jachthaven te moderniseren en te upgraden. Tevens verkent de initiatiefnemer de mogelijkheden om het naastgelegen (oostelijk) kavel bij de ontwikkeling te betrekken. 4.4.3 De Groene As Het project De Groene As, zoals beschreven in paragraaf 2.3.1.4 van deze toelichting, wordt gedeeltelijk ontwikkeld op gronden die in het voorheen geldende bestemmingsplan al een natuurbestemming hadden. De grootste bijdrage aan de Groene AS wordt echter geleverd door de omzetting van voormalige kweekgronden naar natuur. In dat verband is het belangrijk dat de beoogde natuurtypen passen bij het gebied en daarmee bijdragen aan het verbeteren van het leefmilieu voor de doelsoorten van de Groene As, zoals de ringslang en noordse woelmuis. De Stichting de Bovenlanden speelt hierin een belangrijke rol. Voor de toekomstige en perceelsgewijze natuurontwikkeling is flexibiliteit nodig in het bestemmingsplan.

B. BESTEMMINGEN EN AANDUIDINGEN Bij de waardering van de functies (bestemmingslegging) wordt voor de indeling van de bestaande functies, en de gebiedsgerichte waarden en beperkingen aangesloten bij de indeling van deel A en B van hoofdstuk 2 (Inventarisatie en Onderzoek).

4.5 Bestaande functies In deze paragraaf worden de functies gewaardeerd die in het plangebied zijn geïnventariseerd en die als zodanig in het bestemmingsplan worden bestemd (doorlopende positieve bestemming). 4.5.1 Agrarisch - Tuinbouw De bestaande (glas)tuinbouwbedrijven die zijn gelegen in het gebied van de Uiterweg, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch - Tuinbouw'. Bij de begrenzing van de bouwvlakken is rekening gehouden met het beleidsmatige uitgangspunt om een bebouwingsvrije zone aan te houden langs de Ringvaart en het water van de Kleine Poel, overeenkomstig paragraaf 4.3.2 van deze toelichting. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

recreatie recreatiewoning atelier scouting opslag hovenier

(r); (rw); (atl); (sct); (op); (hv).

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. 4.5.2 Agrarisch met waarden

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 61

De bestaande tuinbouwbedrijven die zijn gelegen in op de eilanden, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

recreatie recreatiewoning baggerspeciedepot scouting

(r); (rw); (bsd); (sct).

Voorts is ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - tenthuis', bebouwing in de vorm van tenthuisjes toegestaan. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke waarden is in de regeling wederom een aanlegstelsel opgenomen. 4.5.3 Bedrijf De bestaande bedrijven, met uitzondering van de scheepswerf aan de Uiterweg 97, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn in het bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voor het toelaten van milieubelastende activiteiten is in de regeling gebruik gemaakt van de methodiek van bedrijfscategorieën, zoals beschreven in paragraaf 2.10 van deze toelichting. 4.5.4 Bedrijf - Nutsvoorziening De bestaande nutsvoorziening aan de Uiterweg 73, zoals deze bij de inventarisatie is beschreven, is in het bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf - Nutsvoorziening'. 4.5.5 Bedrijf - Scheepswerf De bestaande scheepswerf aan de Uiterweg 97 is in het bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf -Scheepswerf'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen.

Voor het toelaten van milieubelastende activiteiten is in de regeling gebruik gemaakt van de methodiek van bedrijfscategorieën, zoals beschreven in paragraaf 2.10 van deze toelichting. 4.5.6 Detailhandel De detailhandelsactiviteiten die onderdeel uitmaken van een jachthavenbedrijf, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn ondergebracht binnen de bestemming 'Recreatie - Jachthaven 1' of 'Recreatie - Jachthaven 2'. De detailhandelsfuncties die zich in een woongebouw bevinden, zijn ondergebracht binnen de bestemming 'Wonen' of 'Wonen - Lintbebouwing' door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - detailhandel begane grond' (sw-dhbg).

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 62

4.5.7 Groen De groenvoorzieningen binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Binnen de bestemming is de volgende specifieke functieaanduiding opgenomen: -

laad- en losplaats

(ll).

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. 4.5.8 Horeca De zelfstandige horecafuncties binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Horeca', met de maximaal toegelaten horecacategorie overeenkomstig de daarvoor gegeven definitie in artikel 1 van de planregels. Binnen de bestemming is de volgende specifieke functieaanduiding opgenomen: -

wonen

(w).

De horecafuncties die onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering van een jachthavenbedrijf zijn ondergebracht binnen de bestemming 'Recreatie - Jachthaven 1 (of 2)'. Voor zover een dergelijke horecafunctie betrekking heeft op een vloeroppervlak van meer dan 150 m2, is de horecafunctie binnen de betreffende jachthavenbestemming voorzien van de aanduiding 'horeca van categorie 1', dan wel 'horeca tot en met categorie 2'. Voor wat betreft de keuze om (niet-zelfstandige) horecafuncties met een oppervlakte van meer dan 150 m2 specifiek te bestemmen, is aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. De horeca-activiteiten die onderdeel uitmaken van de maatschappelijke functie aan de Uiterweg 32 zijn door middel van een daartoe gerichte functieaanduiding ondergebracht binnen de bestemming Maatschappelijk. 4.5.9 Maatschappelijk De maatschappelijke functie aan de Uiterweg 32 (Historische Tuin) is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Binnen de bestemming is de volgende specifieke functieaanduiding opgenomen: -

horeca van categorie 1

(h=1).

4.5.10 Recreatie De dagrecreatieve functies van het Starteiland, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn voorzien van de bestemming 'Recreatie'. Rekening houdend met de bestaande bebouwing en de voorheen geldende bestemmingsbepalingen is een bouwvlak en een bebouwingspercentage opgenomen. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

horeca tot en met categorie 2

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

(h>2);

pagina 63

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. De recreatiekavels binnen het plangebied zijn ondergebracht binnen de betreffende enkelbestemming door middel van de specifieke aanduiding 'recreatie' (r). Ook voor de regeling van de recreatiekavels is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. 4.5.11 Recreatie - Jachthaven 1 De jachthavenbedrijven binnen het plangebied, zoals deze bij de inventarisatie zijn beschreven, zijn voorzien van de bestemming 'Recreatie - Jachthaven 1'. Rekening houdend met de bestaande bebouwing en de voorheen geldende bestemmings- bepalingen is een bouwvlak en een bebouwingspercentage opgenomen. Bij de begrenzing van de bouwvlakken is rekening gehouden met het beleidsmatige uitgangspunt om een bebouwingsvrije zone aan te houden langs de Ringvaart en het water van de Kleine Poel of Westeinderplas, overeenkomstig paragraaf 4.3.2 van deze toelichting. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

bedrijfswoning recreatiewoning recreatie sport kampeerterrein camperterrein trekkershutten

(bw); (rw); (r); (sp); (kt); (ct); (th).

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voor zover de activiteiten van de jachthavenbedrijven zich uitstrekken over het water zijn deze ondergebracht binnen de bestemming 'Water - 2' door middel van de specifieke aanduiding 'jachthaven' (jh). Het gebruik van jachthavenwater als ligplaats voor woonarken ten behoeve van de verblijfsrecreatie is binnen de bestemming 'Water - 2' mogelijk gemaakt door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan' (swa-jhrw). Het gaat hier om water met de bestemming 'Recreatie Jachthaven' uit het voorgaande bestemmingsplan 'Woonarken'. Ook water in eigendom van een jachthaven, dat is gelegen binnen de bestemming 'Jachthaven I' uit het voorgaande bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2005' krijgt deze aanduiding. Afhankelijk van de specifieke situatie binnen een jachthaventerrein is dit uitgezonderd het water binnen de gebiedsaanduiding 'landelijk gebied' uit het voorgaande bestemminsplan 'Woonarken'. Indien binnen 'landelijk gebied' een ligplaatslocatie ligt die in gebruik wordt genomen door een woonark voor verblijfsrecreatie heeft deze specifieke locatie ook de aanduiding (swa-jhrw) zodat deze gebruikt kan worden voor jaarrond recreeren (zie paragraaf 4.1.2.4).

4.5.12 Recreatie - Jachthaven 2 De jachthavens binnen het plangebied, waar op grond van de voorheen geldende bestemmingsbepalingen uitsluitend de bestaande bebouwing is toegestaan, zijn voorzien van de bestemming 'Recreatie - Jachthaven 2'.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 64

Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

bedrijfswoning (bw); recreatiewoning (rw); specifieke vorm van recreatie-logiesgebouw (sr-lg).

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voor zover de activiteiten van de jachthavenbedrijven zich uitstrekken over het water zijn deze ondergebracht binnen de bestemming 'Water - 2' door middel van de specifieke aanduiding 'jachthaven' (jh). Het gebruik van jachthavenwater als ligplaats voor woonarken ten behoeve van de verblijfsrecreatie is binnen de bestemming 'Water - 2' mogelijk gemaakt door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan' (swa-jhrw). Het gaat hier om water met de bestemming 'Recreatie Jachthaven' uit het voorgaande bestemmingsplan 'Woonarken'. Indien binnen de gebiedsaanduiding 'landelijk gebied' uit het voorgaande bestemmingsplan 'Woonarken' een ligplaatslocatie ligt die in gebruik wordt genomen door een woonark voor verblijfsrecreatie heeft deze specifieke locatie ook de aanduiding (swa-jhrw) zodat deze gebruikt kan worden voor jaarrond recreeren (zie paragraaf 4.1.2.4). 4.5.13 Tuin De oevers en erven behorende bij de woon- en recreatiearken in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Tuin'. Deze bestemming voorziet in het oevergebruik van de arken die in het bestemmingsplan zijn bestemd als 'Water - Permanent Wonen' en 'Water - Verblijfsrecreatie'.

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het voorheen geldende bestemmingsplan "Woonarken". -

specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken (st-bgw) specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken (st-bg1w) specifieke vorm van tuin - bijgebouw verblijfsrecreatie (st-bgv)

De als Tuin bestemde gronden dienen onbebouwd te blijven, behoudens ter plaatse van de aanduidingen (st-bgw) en (st-bgv), alsmede voor locaties in het landelijk gebied, de aanduidingen (st-bg1w). Rekening houdend met de ligging in het plangebied en de aangrenzende bestemming voor een woon- of recreatieark, is een bepaald oppervlak aan bijgebouwen toegestaan. 4.5.14 Verblijfsrecreatie De recreatiewoningen binnen het plangebied zijn ondergebracht binnen de betreffende enkelbestemming door middel van de specifieke aanduiding 'recreatiewoning' (rw). Ook voor de regeling van de recreatiewoningen is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Het logiesgebouw op het terrein van jachthaven "Dragt" aan de Stommeerweg 72 is ondergebracht binnen de bestemming 'Recreatie - Jachthaven 2' door middel van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van recreatie-logiesgebouw' (sr-lg).

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 65

4.5.15 Verkeer De verkeerswegen binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. 4.5.16 Verkeer - Verblijfsgebied De verblijfsgebieden binnen het plangebied, welke zijn gelegen in de omgeving van Vrouwentroost en Kudelstaartseweg zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. 4.5.17 Water 1 Het bestaande water in het plangebied, voor zover dit het grote oppervlaktewater van de Kleine- en Grote Poel en het water tussen de eilanden betreft, is voorzien van de bestemming 'Water 1'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voorts is rekening gehouden met het beleidsmatige uitgangspunt, zoals beschreven in paragraaf 4.3.3 van deze toelichting, om de bouwmogelijkheden voor nieuwe steigers beperkt te houden. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

steiger

(ste).

Volgens de bestemmingsregels is de bouw van nieuwe steigers uitsluitend toegestaan voorzover de gronden grenzen aan bestemmingen 'Recreatie', 'Tuin', 'Wonen' en 'Wonen - Lintbebouwing' of de aanduiding 'recreatie'. Daarnaast zijn er regels opgenomen die betrekking hebben op het aanleggen van vaartuigen. 4.5.18 Water 2 Het bestaande water in het plangebied dat is gelegen in de strook langs de plasoevers van de Stommeerweg, de Kudelstaartseweg (ten zuiden van het Surfeiland), de Herenweg en de kavelsloten aan weerszijde van de Uiterweg is voorzien van de bestemming 'Water 2'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. De beleidsmatige uitgangspunten voor de bouw van nieuwe steigers, zoals beschreven in paragraaf 4.3.3 van deze toelichting, zijn voor de bestemming 'Water 2' niet van toepassing. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

jachthaven sport kantoor

(jh); (s); (k);

Voorts zijn de volgende aanduidingen opgenomen als "specifieke vorm van water -"; -

boothuis

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

(swa-bh);

pagina 66

-

jachthaven recreatieve woonarken toegestaan

(swa-jhrw).

De aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan' geeft het gebied aan waar woonarken voor verblijfsrecreatie die door de jachthaven bedrijfsmatig worden aangeboden toegestaan zijn. De aanduiding geeft niet de exacte plaatsbepaling van de ligplaats weer. Deze plaatsbepaling volgt uit de omgevingsvergunning voor de bouw van de woonark én de ligplaatsenkaart behorende bij de ligplaatsenverordening. Volgens de bestemmingsregels is de bouw van nieuwe steigers uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen "(jh)" en "(swa-jhrw)". Voorts is de bouw van nieuwe steigers ook toegestaan langs de gronden met de bestemming 'Wonen' en 'Wonen-Lintbebouwing'. Het gebruik van water als ligplaats is overal toegestaan mits een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter gegarandeerd kan worden. 4.5.19 Water - Permanent wonen De ligplaatslocaties voor woonarken binnen het plangebied die in gebruik zijn als (volwaardig) woonverblijf zijn bestemd als 'Water - Permanent Wonen'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het voorheen geldende bestemmingsplan 'Woonarken'.

Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden met de gewijzigde regelgeving voor woonarken, zoals beschreven in paragraaf 4.1.3 van deze toelichting, zodat de bestemmingsregeling uitvoerbaar is voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Woonarken voor permanent wonen mogen in beginsel een bepaalde omvang hebben naar gelang ze liggen binnen of buiten landelijk gebied liggen (de zogenaamde beleidsmaat). Woonarken binnen landelijk gebied zijn te herkennen doordat deze grenzen aan 'Tuin' met een kleinere toegestane oppervlakte aan bijgebouwen (aanduiding 'bijgebouwen 1 woonarken). Situaties die van de beleidsmaat afwijken staan vermeld in bijlage 2 bij de regels. Deze bestaande afmetingen mogen worden aangehouden totdat de woonark wordt vervangen of verplaatst. Bij vervanging of verplaatsing dient de woonark te voldoen aan de beleidsmaat. 4.5.20 Water - Verblijfsrecreatie De ligplaatslocaties voor woonarken binnen het plangebied die in gebruik zijn als recreatieverblijf en zijn gelegen buiten de jachthaven zijn voorzien van de bestemming 'Water - Verblijfsrecreatie'. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het voorheen geldende bestemmingsplan "Woonarken".

Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden met de gewijzigde regelgeving voor woonarken, zoals beschreven in paragraaf 4.1.3 van deze toelichting, zodat de bestemmingsregeling uitvoerbaar is voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Woonarken voor verblijfsrecreatie mogen in beginsel een bepaalde omvang hebben (de zogenaamde beleidsmaat). Situaties die van de beleidsmaat afwijken staan vermeld in bijlage 3 bij de regels. Deze bestaande afmetingen mogen worden aangehouden totdat de woonark wordt vervangen of verplaatst. Bij vervanging of verplaatsing dient de woonark te voldoen aan de beleidsmaat. 4.5.21 Wonen - Lintbebouwing

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 67

De woningen die behoren tot de woonlinten binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing'. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

recreatiewoning (rw); praktijkruimte (pr); horeca tot en met categorie 2 (h>2); jachthaven (jh); pension (pen); specifieke vorm van wonen -detailhandel begane grond (sw-dhbg); specifieke vorm van wonen - parkeren uitgesloten (sw-pu);

Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voorts heeft afstemming plaatsgevonden met de Nota Lintenbeleid, zoals beschreven in paragraaf 3.3.3 van deze toelichting en de regels voor vergunningvrij bouwen. 4.5.22 Wonen De solitair gelegen woningen die geen onderdeel uitmaken van de lintbebouwing in het plangebied, zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

specifieke vorm van wonen - bijgebouw (bg); recreatiewoning (rw); horeca tot en met categorie 2 (h>2); specifieke vorm van wonen -detailhandel begane grond (sw-dhbg).

Binnen deze bestemming zijn ook de regels opgenomen voor het toevoegen van woningen ter plaatse van Kudelstaartseweg 92 en 150 waarvoor een wijzigingsplan geldt. Voor de bestemmingsregeling van deze bestemming is zoveel mogelijk aangesloten bij de voorheen geldende bestemmingsbepalingen. Voorts heeft afstemming plaatsgevonden met de regels voor vergunningvrij bouwen.

4.6 Gebiedsgerichte waarden en beperkingen In deze paragraaf worden de gebiedsgerichte waarden en beperkingen gewaardeerd en eventueel ook als zodanig bestemd. 4.6.1 Natuur De natuurlijke en landschappelijke waarden in het plangebied die bescherming behoeven zijn voorzien van de bestemming 'Natuur' (N). Deze bestemming voorziet zowel in het behoud, het herstel als de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden, zoals deze zijn beschreven in paragraaf 2.3.1 van deze toelichting. Met het oog op deze doeleinden is het uitvoeren van werken en werkzaamheden verbonden aan een omgevingsvergunning. Binnen de bestemming zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: -

recreatie recreatiewoning

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

(r); (rw); pagina 68

-

baggerspeciedepot

(bsd).

De natuurlijke en landschappelijke waarden van de agrarische gronden in het plangebied zijn beschermd met de bestemming 'Agrarisch met waarden'. 4.6.2 Waarde - Aardkundige waarden De aardkundige waarden in het plangebied die bescherming behoeven, zijn voorzien van de bestemming 'Waarde - Aardkundige waarden' (WR-AW). Met het oog op deze doeleinden is het uitvoeren van werken en werkzaamheden verbonden aan een omgevingsvergunning. 4.6.3 Waarde - Archeologie 1, 2, 3 en 4 De gronden met archeologische verwachtingswaarden zijn beschermd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3 en 4' (WRA1-2-3-4). De gronden waar op basis van verkennend onderzoek een grote kans aanwezig is dat zich daarin archeologisch waardevolle voorwerpen of bouwwerken bevinden, zijn voorzien van de aanduiding 'waarde archeologie 1'. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek is vereist bij alle bodemingrepen. De gronden waar op basis van verkennend onderzoek een redelijke kans aanwezig is dat zich daarin archeologisch waardevolle voorwerpen of bouwwerken bevinden, zijn voorzien van de aanduiding 'waarde archeologie 2'. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek is vereist bij plannen groter dan 50 m² en dieper dan 40 cm.

De gronden waar op basis van verkennend onderzoek een geringe kans aanwezig is dat zich daarin archeologisch waardevolle voorwerpen of bouwwerken bevinden, zijn voorzien van de aanduiding 'waarde archeologie 3'. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek is vereist bij plannen groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm. De gronden waar op basis van verkennend onderzoek een zeer geringe kans aanwezig is dat zich daarin archeologisch waardevolle voorwerpen of bouwwerken bevinden, zijn voorzien van de aanduiding 'waarde archeologie 4'. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek is vereist bij plannen groter dan 10000 m² en dieper dan 40 cm. 4.6.4 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente De gronden binnen de beschermde dorpsgezichten zoals deze zijn beschreven in paragraaf 2.3.3.3 van deze toelichting zijn beschermd met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Gemeente'. Met het oog op deze doeleinden is het uitvoeren van werken en werkzaamheden verbonden aan een omgevingsvergunning. 4.6.5 Waarde - Waterkering De gronden waarop de Keur van het Hoogheemraadschap van toepassing is, zijn beschermd met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' (WS-WK). Deze dubbelbestemming borgt de belangen van een goed functionerende waterkering. Omdat het op grond van de Keur al verboden is om ter plaatse van de kern- en

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 69

beschermingszone bepaalde werkzaamheden uit te voeren, is hiervoor in het bestemmingsplan geen nadere beschermende regeling opgenomen. Indien in deze zones werken/ontwikkelingen worden gerealiseerd, is een watervergunning dus noodzakelijk. 4.6.6 Gebiedsaanduiding - Zonebesluit Voor de gronden binnen de invloed van het gezoneerde bedrijventerrein Haarlemmermeer zoals beschreven in paragraaf 2.7 gelden beperkingen op basis van de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - Industrie 50dB'. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan tenzij de geluidsbelasting voldoen aan een geldende of verkregen hogere grenswaarde. 4.6.7 Gebiedsaanduiding - Niet gesprongen munitie Op en rond de locatie van Fort Kudelstaart is een verdenking van de aanwezigheid van niet gesprongen munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Deze gronden zijn aangeduid met een 'Gebiedsaanduiding - Niet gesprongen munitie'. De planregel geeft voorwaarden waaronder grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd. 4.6.8 Gebiedsaanduiding - Luchtvaartverkeerszone De hoogtebeperkingen die voortvloeien uit het LIB zijn meegenomen in de bouwregels van de verschillende bestemmingen. Daarnaast is voor het plangebied de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerszone - LIB art. 223' opgenomen om met het oog op de beperkingen die gelden voor het aantrekken van vogels.

De beperkingen die gelden voor het bouwen in zone 4 van het Luchthavenindelingsbesluit zijn geregeld middels de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerszone - LIB art. 221 nr. 4'.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 70

HOOFDSTUK 5 OVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

Voordat het bestemmingsplan was vastgesteld door de raad van de gemeente, is het concept daarvan voorgelegd aan de mede betrokken overheden en aan de burgers en de maatschappelijke organisaties met het oog op het maatschappelijk draagvlak. Met dit hoofdstuk wordt direct gevolg gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid onder c. en e., van het Besluit ruimtelijke ordening.

5.1 Bestuurlijk overleg In de periode van 8 maart tot 18 april 2019 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: 1. Provincie Noord-Holland; 2. gemeente Haarlemmermeer; 3. gemeente Kaag en Braassem; 4. gemeente Amstelveen; 5. Hoogheemraadschap van Rijnland; 6. Ministerie/Inspectie van EL&I; 7. Steunpunt Monumenten en Archeologie (MOOI Noord-Holland); 8. Kamer van Koophandel voor Amsterdam e.o; 9. Gasunie; 10.Liander; 11.PWN Noord-Holland; 12.Luchthaven Schiphol Group; 13.Stichting De Bovenlanden; 14.Landschap Noord-Holland; 15.Ondernemend Aalsmeer; 16.Land- en tuinbouworganisatie Noord; 17.Vrijwillige Adviescommissie; 18.Brandweer Amstelland; 19.Wijkraad De Dorper; 20.Dorpsraad Kudelstaart; 21.Wijkraad Stommeer; 22.Wijkraad Hornmeer; 23.Buurtvereniging 'Ons aller Belang'. De instanties welke staan vermeld onder de 1, 9, 13 en 20 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. De overige instanties hebben niet gereageerd, zodat van deze mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. In bijlage 1 volgt een samenvatting van de reacties en het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders.

5.2 Inspraak Met ingang van 8 maart tot 18 april 2019 heeft het voorontwerp van dit bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter visie gelegen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 71

Tijdens deze termijn zijn, naast ingediend.

de 4 vooroverlegreacties, 54 inspraakreacties

Voor de beantwoording van de inspraakreacties wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.

5.3 Zienwijzen van burgers en bedrijven Met ingang van 16 oktober tot en met 26 november 2020 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Tijdens deze termijn zijn 24 zienswijzen ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording welke behoort bij het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan. In de daaropvolgende Staat van Wijzigingen is aangeven op welke punten het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld.

5.4 Zienswijzen van overheidspartijen Gedurende de periode van tervisielegging als genoemd in 5.3 hebben gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland en de Inspectie Leefomgeving en Transport geen zienswijzen ingediend. Wel heeft het Waterschap van Amstel, Gooi en Vecht een zienswijze ingediend. Deze heeft tot gevolg gehad dat de plantoelichting is aangevuld. Voor de beantwoording van deze zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording welke behoort bij het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan.

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 72

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID

Met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt bedoeld de economische, de technische en de juridische uitvoerbaarheid van de bestemde ontwikkelingen in het plangebied zoals die zich hebben voorgedaan na het van kracht worden van het voorheen geldende planregime en voor zover in dat planregime niet reeds de uitvoerbaarheid van die ontwikkelingen voldoende was aangetoond. Voorts is bedoeld de uitvoerbaarheid van nieuwe ontwikkelingen die zich nog niet hebben voorgedaan maar die wel reeds zijn voorzien in dit bestemmingsplan aan te tonen. Met dit hoofdstuk wordt uitvoering gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid onder f., van het Besluit ruimtelijke ordening.

A. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de toelichting van een bestemmingsplan vergezeld te gaan van een beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, in het bijzonder die van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van het voorheen geldende planregime.

6.1 Actuele regionale behoefte In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Binnen het bestemmingsplan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt die van dien aard is dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt. De actuele regionale behoefte van dit bestemmingsplan hoeft dus niet te worden aangetoond.

6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.2.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid Onderhavig bestemmingsplan heeft voornamelijk een conserverend karakter. In het plangebied zijn geen openbare voorzieningen opgenomen waarvan de uitvoerbaarheid inzichtelijk moet worden gemaakt. Er treden enkel kosten op die verband houden met het opstellen van het bestemmingsplan. Hiervoor staan dekkende fondsen uit de algemene middelen van de gemeente ter beschikking. Aangezien het een conserverend bestemmingsplan betreft ligt het niet in de lijn der verwachting dat er onvoorziene hoge

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 73

kosten te verwachten zijn en de gemeente geen hoge financiële risico's draagt. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar. 6.2.2 Verhaal van kosten Om gemaakte kosten te verhalen dient de gemeenteraad ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen (artikel 6.2.1. Bro). Voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen, maar betreft een conserverend bestemmingsplan. Op basis van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe bouwplannen ontwikkeld als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

B. TECHNISCHE UITVOERBAARHEID Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de toelichting van een bestemmingsplan vergezeld te gaan van een beoordeling van de milieutechnische en ander technische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, in het bijzonder die van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van het voorheen geldende planregime.

6.3 M.e.r.- beoordeling Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Voorliggend bestemmingsplan is op hoofdlijnen conserverend van aard waarin tevens een juridisch-planologisch kader is opgenomen voor reeds verleende vergunningen. In het bestemmingsplan worden geen stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor een m.e.r.(beoordelings)plicht geldt.

6.4 Bodem 6.4.1 Beleid en regelgeving Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen

Vastgesteld Toelichting Uiterweg Plasoevers 2021

pagina 74

verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico's optreden, is in Aalsmeer bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Ook het Besluit bodemkwaliteit is hier onderdeel van. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro) dat tot doel heeft te komen tot een ‘goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door nieuwe gebruiksfuncties (bv. wonen) alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijke momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast. In gebieden met intensief bodemgebruik en veel grondverzet is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=35e7c4d2-2722-45bc-93e6-4dc022f0f7de