CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording en Staat van Wijzigingen (anoniem).pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 9 februari 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020'20.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De overwegingen en voorschriften die aan deze vergunning zijn verbonden blijven onverminderd van kracht. Verruimen van de gebruiksmogelijkheden is vooralsnog niet aan de orde. Wij verwijzen hierbij naar de beantwoording onder b.

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 30

f.

Indiener heeft een verkavelingschets van zijn plannen laten opstellen zodat perceel 6064 (achter Oosteinderweg 237), dat in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ heeft, bestemd kan worden als ‘Horeca’ met functieaanduiding ‘horeca van categorie 5’. De wens is dat deze bestemming voorziet in gebruik als logies, bootverhuur, rondvaarttochten en parkeren als uitbreiding van het naastgelegen hotel.

Het perceel is niet in eigendom van de indiener. Indiener 19, de eigenaar van dit perceel, heeft zich aangesloten bij dit onderdeel. Wij verwijzen naar de beantwoording van dit onderdeel onder 19.

Nee

g.

Indiener heeft door DNS Planvorming BV een quickscan laten uitvoeren naar de haalbaarheid van de uitbreiding van het hotel. De quickscan in bijgevoegd. Hieruit blijken geen zwaarwegende beperkingen ten aanzien van de uitbreiding.

De quickscan heeft alleen betrekking op de uitbreiding van het hotel met 20 kamers op de percelen 5690, 5691, 4467 en 6758 ter plaatse van Oosteinderweg 243, 254 en 245a (zie ook 18 onder b en c). In de quickscan wordt beschreven welke vergunningprocedure doorlopen moet worden voor een dergelijke uitbreiding. Nu deze vraag niet voorligt, er ligt immers geen ontvankelijke vergunningaanvraag aan ten grondslag, zullen wij hierover geen standpunt innemen. De quickscan bevat een beschrijving van de milieu- en omgevingsfactoren die ter plaatse relevant zijn in relatie tot de beoogde ontwikkeling zonder de uitvoerbaarheid door middel van onderzoeken aan te tonen. Zoals de quickscan stelt staat het bouwplan voor de hoteluitbreiding nog niet vast. De quickscan is bruikbaar om met de gemeente de mogelijkheden te verkennen, maar nog niet om de ontwikkeling nu al in dit bestemmingsplan te bestemmen. De quickscan heeft uitdrukkelijk geen betrekking op de overige gewenste planaanpassingen.

Nee

h.

Indiener beschrijft hoe in de parkeerbehoefte van de door haar gewenste ontwikkelingen (onder c, d, e en f) wordt voorzien.

Het bestemmingsplan voorziet in een voorwaardelijke verplichting om voldoende parkeerruimte te realiseren. Vooraf moet wel aannemelijk worden gemaakt dat voor de

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 31

ontwikkelingen waarin het plan voorziet voldoende parkeerruimte op eigen terrein gerealiseerd kan worden, dit conform de Nota Parkeernormen Aalsmeer. Momenteel heeft u 42 parkeerplaatsen tot uw beschikking. Vóór het hotel 10 plaatsen en achter Oosteinderweg 223 32 plaatsen. Dit voorziet in de behoefte van de 41 hotelkamers èn het restaurant van 250 m2. Parkeerruimte kan niet dubbel worden toebedeeld. Er is bij het hotel geen ruimte voor 4 parkeerplaatsen voor de gewenste logiesvoorziening op Oosteinderweg 244 en op Oosteinderweg 223 geen ruimte voor parkeerruimte voor 20 extra hotelkamers. De gewenste ontwikkeling achter Oosteinderweg 237 is nog onvoldoende concreet om te beoordelen of de parkeeroplossingen afdoende zijn. 19.

Zienswijze 19 (ontvangen 27 december 2019) D19-338093 en D19-339792

a.

Indiener heeft een verkavelingschets van zijn plannen laten opstellen zodat perceel 6064 (achter Oosteinderweg, dat in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ heeft, bestemd kan worden als ‘Horeca’ met functieaanduiding ‘horeca van categorie 5’. De wens is dat deze bestemming voorziet in gebruik als logies, bootverhuur, rondvaarttochten en parkeren als uitbreiding van het naastgelegen hotel.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 16). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan.

Nee

Deze reactie is gerelateerd aan de zienswijze nr. 18 en hangt samen met de wens de bedrijfsactiviteiten van Hotel Chariot uit te breiden. Zolang hiervoor nog geen concreet en uitvoerbaar plan aan de orde is, is er ook geen aanleiding het onderhavige perceel al te bestemmen om een mogelijk noodzakelijke parkeervoorziening mogelijk te maken.

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 32

De ingediende verkavelingsschets geeft globaal inzicht in de gewenste toekomstige ontwikkeling op het perceel. Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Indien u uitvoering wenst te geven aan de mogelijkheden die deze visie biedt dient u hiervoor een concreet (en dus aan de randvoorwaarden van de structuurvisie toetsbaar) initiatief uit te werken. Hiervan is nu nog geen sprake. Tevens ontbreken de benodigde onderzoeken t.a.v. de (milieutechnisch)uitvoerbaarheid en een overeenkomst met de gemeente voor het in exploitatie brengen van de gronden. Dit bestemmingsplan zal op dit potentiele initiatief niet vooruit kunnen lopen. Op termijn zal er een bestemmingswijziging nodig zijn voor een dergelijk initiatief. De structuurvisie bevat randvoorwaarden voor ontwikkelingen binnen de zogenaamde ‘ontwikkelzone’ waar dit perceel deel van uit maakt. Het initiatief bevat interessante onderdelen die wellicht passend gemaakt kunnen worden aan deze randvoorwaarden. Ten aanzien van de intensiteit van bebouwing, (het aantal) recreatiewoningen en inpassing in het kenmerkende landschap hebben wij nog wel enige twijfels. Ook de provinciale regels (op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan vervat in de Omgevingsverordening) zijn op een dergelijk initiatief van toepassing.

Wij treden hierover op een later moment graag met u in overleg. 20.

Zienswijze 20 (ontvangen 24 december 2019) D19-338684 en D19338689

a.

Indiener 1 is eigenaar van het perceel Oosteinderweg 110 (B4898) dat wordt gehuurd door een garagebedrijf. Op dit

Wij onderschrijven uw constatering van de eigendomsituaties, het aanwezige gebruik, de geldende en toekomstige

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 33

perceel bevinden zich de bedrijfsgebouwen. Indiener 2 is eigenaar van het hierachter liggende perceel (B7685). Ook dit perceel wordt verhuurd aan het garagebedrijf en wordt gebruikt door het parkeren en opslaan van auto’s. Het perceel B7685 heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ (deels zone A). Nu het gebruik en inrichting van het achterterrein lange tijd ongewijzigd zijn, stellen de indieners dat dit onder het overgangsrecht zou vallen. Als inspraakreactie is verzocht het parkeerterrein positief te bestemmen. Indieners waren in de veronderstelling dat de huurder hiertoe ook een verzoek hebben ingediend. Indieners constateren dat in het ontwerpbestemmingsplan het achterterrein een bestemming ‘Natuur’ heeft in plaats van ‘Agrarische doeleinden’. Tevens worden passages aangehaald uit de Nota van Uitgangspunten van de Visie Bovenlanden Oosteinderweg. Hierin wordt gesteld dat de Oosteinderweg geen geschikte locatie is voor bedrijven (zoals garages) maar waar vanwege de zware milieubelasting andere transformatiemogelijkheden voorrang moeten krijgen omdat woningbouw niet gewenst is.

b.

Indiener is van mening dat het plan ten onrechte gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van gronden aan de Oosteinderweg 110 verder beperkt. Gezien de uitgangspunten van de structuurvisie valt niet in te zien welke ruimtelijke bezwaren er bestaan tegen de aanwezige verharding en parkeerplaatsen. Het terrein kan niet gezien worden als natuurgebied omdat het ingesloten ligt tussen bedrijvigheid.

bestemming en het uitgangspunten voor de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’. Aanvullend constateren wij dat een deel van perceel B7685 ook de bestemming ‘Water’ heeft. Van een verzoek van de huurder om het achterterrein als zodanig te gebruiken is geen sprake. Het gebruik past niet binnen de geldende bestemming ‘Agrarische doeleinden’ en ‘Water’. De wijzigingsbevoegdheid die geldt binnen zone A kan daarnaast alleen van toepassing zijn bij een functiewijziging naar veilinggebonden bedrijvigheid. Dat is hier niet aan de orde. Het strijdig gebruik is ontstaan onder het regime van het geldende bestemmingsplan. Voor het gebruik en de inrichting is ook geen vergunning verleend. Om die reden kan de functie nooit onder het overgangsrecht vallen. De zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 48 onder a.). Wij verwijzen verder dan ook naar de beantwoording daarvan. Ter plaatse heeft een controle plaatsgevonden. Hieruit en uit het telefonisch contact bleek dat ter plaatse nieuwe auto’s worden geleverd, gestald en van hieruit naar andere vestigingen werden gebracht. Daarover later meer. In navolging Nota van Uitgangspunten heeft de gemeenteraad op 3 december 2020 de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld.

Deze visie geeft aan welke ontwikkel- en transformatiemogelijkheden er passend zijn binnen verschillende zones en binnen welke randvoorwaarden deze kunnen plaatsvinden. De visie geldt als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodra deze zich concreet aandienen. Een bepaald type bedrijvigheid (niet zijnde tuinbouw- of watergerelateerd) is gezien de impact op de

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 34

leefbaarheid en verkeersaantrekkende werking niet passend langs de Oosteinderweg. Deze bedrijven horen thuis op een bedrijventerrein. Autogarages of grootschalige detailhandel zijn hier als voorbeeld aangehaald. Voor deze bedrijven is geen uitbreidingsruimte langs de Oosteinderweg. Wij respecteren in dit bestemmingsplan de bestaande bouw- en gebruiksrechten. We zullen wel inzetten op verplaatsen van dergelijke functies zodat bestaande nog resterende uitbreidingsmogelijkheden op termijn kunnen worden teruggenomen. Wij zien dat de bestemming ‘Natuur’ niet overeenkomstig het door u gewenste gebruik is en u mogelijk onnodig beperkt in de toekomstige realisatie van eventuele initiatieven die wel passend zijn binnen de structuurvisie. Echter, een strook van de bestemming ‘Agrarische doeleinden’, gelegen buiten zone A, heeft de aanduiding ‘zone voor natuurontwikkeling’. Hierbinnen is open teelt én natuurontwikkeling toegestaan. Deze bestemming maakt duidelijk dat aan het perceel een potentiele landschappelijke/natuurwaarde is toegekend ter vervolmaking van de provinciaal aangewezen natuurverbindingen. De strook van het perceel maakt deel uit van de provinciaal aangewezen natuurverbinding ANV1. Deze natuurverbinding beoogt de ‘stepping stones’ binnen het NNNgebied ‘Westeinderplassen, Oosteinderpoel, Schinkelbos’ ruimtelijk te verbinden.

De Wezenlijke kenmerken en Waarden (WKW) van deze natuurverbinding en het NNN-gebied staan beschreven in de plantoelichting paragraaf 5.1.3 en 7.8.2 en bijbehorende bijlage. De nieuwe bestemming zal de ontwikkeling van deze natuurverbinding niet mogen frustreren. Zodoende hebben we het bestemmingsplan gewijzigd t.o.v. het ontwerp en aan het perceel B7685 de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ gegeven. Binnen deze bestemming worden dezelfde mogelijkheden geboden als binnen de nu nog Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 35

geldende bestemming, namelijk de uitoefening van een tuinbouwbedrijf, met bouwvlak (voor zover gelegen in zone A) én de ontwikkeling van de natuurverbindingen. c.

Indieners geven aan dat het vanwege de verkeersveiligheid op de Oosteinderweg van belang is dat het garagebedrijf ruime mogelijkheden heeft om op eigen terrein te parkeren en te laden en lossen. Dit wordt ook als voorwaarde gesteld bij transformatie van percelen.

De activiteiten van het garagebedrijf kunnen enkel plaatsvinden binnen de geldende bestemming ‘Garagebedrijf’. Op grond van het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen analoog’ dient voldoende parkeergelegenheid beschikbaar te zijn op eigen terrein. Daarnaast dient deze parkeerruimte uiteraard ook te passen binnen de gebruiksregels van het bestemmingsplan. De bestemming ‘Garagebedrijf’ voorziet in de mogelijkheid voor deze parkeerruimte, dit in tegenstelling tot de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ van het achterterrein. Dit betekent dat het bedrijf inclusief het parkeren en laden en lossen zo groot kan zijn als de omvang van de bestemming ‘Garagebedrijf’. Daarbinnen moet dus ook parkeren ten behoeve van het garagebedrijf worden voorzien. Het achterterrein wordt nu gebruikt voor uitbreiding van de garage-activiteiten (distributie van nieuwe auto's naar andere vestigingen in de regio) en dus zeker niet voor parkeren ten behoeve van het garagebedrijf (voor werknemers en bezoekers) zoals dat wordt geëxploiteerd binnen de bestemming ‘Garagebedrijf’ en niet ten behoeve van laden en lossen. Daarnaast genereerd de functie op het achterterrein juist veel zwaar verkeer. Wij zien niet dat het gebruik van dit achterterrein bijdraagt aan de verkeersveiligheid op de Oosteinderweg.

Nee

d.

Op het buurperceel, kadastraal bekend onder B9891, reikt in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘bedrijf’ veel verder in zuidelijke richting. Indieners zijn van mening dat in het kader van het gelijkheidsbeginsel dit ook voor het perceel achter de Oosteinderweg 110 (kadastraal B7685) mogelijk

Van gelijke gevallen kan hier geen sprake zijn. Het bestemmingsvlak van het buurperceel is vastgelegd op basis van een verleende vergunning. In dit geval ging het om de herbouw van bedrijfsruimten met parkeren die, qua functie en omvang, reeds waren toegestaan op basis van het geldende

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 36

gemaakt zou moeten worden. Het gaat hier immers ook om afwijken van de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ ten behoeve van parkeerplaatsen.

plan. Deze verschuiving van het bedrijfsgebouw en parkeeroplossing iets verder van de woningen aan de Oosteinderweg, waardoor de strijdigheid met het bestemmingsplan, is weloverwogen en juist voor de belendende bewoning het minst belastend. Tegelijkertijd blijft tussen deze parkeerplaatsen en de Hoge Dijk nog voldoende ruimte over om de onder b. genoemde provinciaal aangewezen natuurverbindingen te realiseren. Niet onbelangrijk is ook dat de 18 parkeerplaatsen hier ten behoeve van de werknemers en bezoekers van de vergunde bedrijfsruimten zijn en niet, zoals het geval van het garagebedrijf, een uitbreiding van bedrijfsactiviteiten betreft. Het parkeren op perceel B7685 is niet ten behoeve van het bestaande en legale deel van het garagebedrijf. Het is een uitbreiding van bedrijfsactiviteiten/oppervlakte. Zonder deze parkeerplaatsen zou het legale deel van het bedrijf kunnen functioneren en met 42 parkeerplaatsen op perceel B4898 voldoende parkeerruimte hebben voor het bedrijf binnen de daarvoor bedoelde bestemming. Daarnaast voert de gemeente met de vaststelling van de structuurvisie een stringenter beleid ten aanzien van verkeersaantrekkende en niet tuinbouw- of watergerelateerde bedrijfsvestiging/uitbreiding. Het gaat in het geval van perceel B7685 dus niet enkel om het realiseren van parkeerplaatsen maar zeker ook om het uitbreiden van ongewenste bedrijfsactiviteiten.

e.

Indieners merken op dat de gemeente in het geval van het buurperceel heeft overwogen dat binnen deze bestemming ‘Agrarische doeleinden’ de gronden gebruikt mogen worden voor parkeren van voertuigen gelinkt aan de agrarische

Wij achten het overigens niet aannemelijk dat een agrarisch perceel enkel en alleen vol gezet zal worden met agrarische bedrijfsvoertuigen, in de omvang zoals dat op het perceel B7685) gebeurt. Een dergelijk gebruik zal niet ten dienste

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 37

bestemming.

staan van het ter plaatse functionerende tuinbouwbedrijf en valt ook onder het strijdige gebruik van de bestemming. Een dergelijk gebruik scharen wij daarnaast onder het exploiteren van een loonbedrijf.

f.

Indieners verzoeken het eindadvies van vooroverleg (Z2014/039873) voorafgaand aan de verleende vergunning voor perceel B9891 te ontvangen van de gemeente. Indieners zijn van mening dat de vergunning een aantal motiveringsgebreken heeft en betwijfelt of dit besluit vanuit een goede ruimtelijke ordening als gewenste ontwikkeling moet worden aangemerkt.

Wij zullen u het eindadvies van het vooroverleg doen toekomen. Ons ontgaat echter de reden om deze verleende vergunning in twijfel te trekken. Deze vergunning is onherroepelijk van kracht, zonder dat u daartegen eerder in het verweer bent gekomen. De situaties zijn om bovengenoemde redenen daarnaast niet met elkaar vergelijkbaar.

Nee

f.

Indieners wensen, net als de eigenaar van perceel B9891, het achterliggende perceel exploitabel te maken en hier economisch voordeel uit te halen. Ook levert het garagebedrijf een bijdrage aan de werkgelegenheid ter plaatse. Indiener vraagt om een afspraak te maken met de gemeente, zodat een gewenste ontwikkeling, aanvaardbaar voor alle betrokkenen, gerealiseerd kan worden.

Het is inherent aan ontwikkelen om een economisch voordeel te halen. Dit belang van een aanvrager, net als het leveren van een bijdrage aan de werkgelegenheid, zal gewogen moeten tegen de ruimtelijke impact van de ontwikkeling op de leefomgeving. Dat zal net als bij de buren ook bij u het geval zijn. Deze belangen hebben zeker ook een rol gespeeld bij het vaststellen van de eerdergenoemde structuurvisie. Hierin is geconcludeerd dat bepaalde verkeersaantrekkende bedrijven een te grote impact hebben op de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse en niets bijdragen aan het recreatief potentieel dat dit visiegebied heeft door haar ligging aan het water en kenmerkende landschappelijke structuur. Juist die visie is opgesteld om perspectief te bieden aan grondeigenaren binnen de gestelde ruimtelijke ontwikkelingskaders. Het huidige gebruik, een distributielocatie voor nieuwe- en tweedehandsauto’s, is niet passend. Hiervoor is ruimte beschikbaar op de daarvoor aangewezen werklocaties in de gemeente. De werkgelegenheid is hier dus niet mee in het

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 38

geding. Graag gaan wij in het vervolg met u in gesprek over een passende exploitatie van het perceel binnen de kaders van de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’. 21.

Zienswijze 21 (ontvangen 24 december 2019) D19-338710

a.

b.

Indiener geeft aan dat het aanpaste bouwvlak voor agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse van Oosteinderweg 225ws in het ontwerpbestemmingsplan niet naar wens is. Het bouwvlak zou op 10 meter van de woning gelegd moeten worden, niet op 10 meter van de erfgrens zoals nu in het ontwerp staat. Indiener kan zich niet vinden in de beantwoording van haar inspraakreactie. Indiener wenst gebruik te maken van een bestaande fundering om hier in de toekomst een stalling voor bedrijfsmachines te realiseren. De locaties is gelegen aan het water zodat de spullen direct op een vlet kunnen worden geladen. Verzocht wordt om een maatwerkaanpassing.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 5 onder a.)

Indiener is huurder van een akker (kadastraal nummer G6062) van Stichting de Bovenlanden. Verzocht wordt de bestemmingswijziging naar ‘Natuur’ ongedaan te maken aangezien een aanzet tot dergelijke ontwikkeling pas in de toekomstvisie mogelijk gemaakt zou moeten kunnen worden. Indiener meldt dat de zienswijze van de Stichting De Bovenlanden niet namens hen is ingediend.

Stichting De Bovenlanden heeft een soortgelijke zienswijze ingediend, onder andere betrekking tot het kadastrale perceel G6062. Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 10 onder a. De bestemming van het perceel zal gewijzigd worden naar ‘Agrarisch – Tuinbouw’.

Ja

Anders dan we in de Nota van Inspraak veronderstelden, dient de richtafstand gemeten te worden vanaf de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat (Agrarisch – Tuinbouw) tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Doordat de woning Oosteinderweg 225 een diepe achtertuin heeft is deze 10 meter vanuit de oorspronkelijke achtergevel inclusief de 4 meter vergunningsvrije uitbouwmogelijkheid ruim aanwezig. Wij zullen het bouwvlak verruimen zodat de bestaande fundering hierbinnen komt te liggen.

Ja

Wij beschouwen de zienswijzen van de Stichting De Bovenlanden niet als ingediend namens u. Dit blijkt ook niet

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 39

uit de zienswijze. Wij benadrukken dat het ontwikkelen en beheren van natuur en landschap waarbij het agrarische gebruik (teelt) beëindigd wordt geen verplichting is, slecht een geboden mogelijkheid. c.

Indiener ziet voor wat betreft het gestelde onder b. een verschil tussen de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de afbeelding 15 uit de plantoelichting van dit bestemmingsplan.

22.

Zienswijze 22 (ontvangen 24 december 2019)

De afbeelding 15 uit de plantoelichting is een één op één weergave van het NNN en de natuurverbindingen zoals bepaald in de op dat moment geldende PRV. Deze afbeelding visualiseert waar op de planverbeelding in ieder geval de bestemming ‘Natuur’ voorkomt. Deze bestemming is gekozen om, zoals de PRV voorschrijft, een optimale bescherming, instandhouding en ontwikkeling van het NNN te garanderen. Daarnaast zijn er gronden die in het voorgaande bestemmingsplan al een bestemming ‘Natuur’ hebben.

Nee

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 26 onder a.). Argumenten dat het perceel ten onrechte de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ heeft worden niet gegeven. Ook wordt niet aangegeven welke bestemming dan wel het meest doelmatig zou zijn. Er van uitgaande dat de zienswijze dezelfde strekking heeft als de ingediende inspraakreactie, verwijzen wij dan ook naar de beantwoording daarvan.

Nee

D19-339368 a.

Indiener stelt dat het perceel aan de Oosteinderweg 72, kadastraal bekend onder sectie B nummer 6174, onterecht de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ heeft.

Het door u beschreven gebruik is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Op 10 augustus 2017 is uw verzoek voor het legaliseren van het gebruik (huisvesting arbeidsmigranten) geweigerd. Zolang er geen besluit is het strijdige gebruik te legaliseren is er onder dezelfde overwegingen geen aanleiding Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 40

de bestemming van het perceel te wijzigen. Wij verwijzen ook naar ons schrijven van 16 oktober 2017 (Z-2017/028359) en de geweigerde omgevingsvergunning (Z-2017/028365). De opslagactiviteiten in het kassencomplex is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ons is niet bekend of voor dit gebruik vergunning is verleend. Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Bovenlanden Oosteinderweg vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat opslagactiviteiten niet bijdragen aan de vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied. Om die reden is een dergelijke alternatief gebruik, in primaire vorm, geen gewenste ontwikkeling. Wij willen u wijzen op de ontwikkel- en transformatiemogelijkheden die passend zijn. Zie ook verder de beantwoording van zienswijze 23. Ons is niet gebleken dat de geldende bestemming, welke is doorbestemd met de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ niet doelmatig zou zijn. 23.

Zienswijze 23 (ontvangen 27 december 2019) D19-340240

a.

Aanvullend op zienswijze 22 verzoekt indiener de gemeente om het perceel aan de Oosteinderweg 72, kadastraal bekend onder nummer 6174, uitdrukkelijk los van het aanwezige strijdige gebruik, naast de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ ook ten behoeve van recreatief gebruik te bestemmen.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 26 onder b.). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan.

Nee

Ons is niet duidelijk wel ontwikkeling u met uw verzoek beoogd. Recreatief gebruik kan zich op verschillende manieren manifesteren; van dagrecreatief gebruik met zeer beperkte bouwmogelijkheden (zogenaamde recreatiekavels) tot verblijfsrecreatie in recreatiewoningen, maar ook de verschillende activiteiten die onder een recreatiebedrijf vallen

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 41

of als nevenactiviteit van een agrarisch bedrijf kunnen worden gezien. Elke recreatieve functie heeft een verschillende impact op haar omgeving waarbij een zorgvuldige inpassing in het landschap centraal staat. Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Deze visie geeft aan welke ontwikkel- en transformatiemogelijkheden er passend zijn binnen verschillende zones en binnen welke randvoorwaarden deze kunnen plaatsvinden. De visie geldt als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodra deze zich concreet aandienen. Dit bestemmingsplan loopt hierop nog niet vooruit. U kunt binnen dat kader een voor het perceel passend plan uitwerken waarin u uitwerkt waar deze recreatieve transformatie op toeziet. Wij zullen geen medebestemming ‘Recreatie’ aan het perceel toekennen. 24.

Zienswijze 24 (ontvangen 24 december 2019) D19-339779

a.

Indiener stelt dat de goot- en bouwhoogte van de lintbebouwing aan de Oosteinderweg 21c t/m 31 inclusief achterliggende bebouwing in het ontwerp bestemmingsplan Oosteinderweg 2020 niet overeenkomt met de goot- en bouwhoogten uit het bestemmingsplan Oosteinderweg 2005. Het ontwerpbestemmingsplan geeft een goot- en bouwhoogte van 3 en 4,5 meter terwijl het geldende bestemmingsplan een bouwhoogte van 7 meter toestaat. Het verzoek is de maatvoering van het laatstgenoemde bestemmingsplan te hanteren.

Er zit inderdaad een verschil in de bouwhoogten tussen het ontwerpbestemmingsplan en het geldende bestemmingsplan. Het gaat hier echter niet om bij een woning behorende bouwwerken waarbij een beperkte goot- en bouwhoogte gebruikelijk is, maar om bedrijfsbebouwing behorende bij de scheepswerf. Gezien het feit dat de overige bebouwing van de werf aanzienlijk hoger is en daarnaast geen zadeldak heeft en de omstandigheid dat de aangrenzende woonbebouwing ten behoeve van de bedrijfsvoering is (bedrijfswoningen), is de goot- en bouwhoogte in het ontwerp onnodig beperkend. Wij concluderen van het vervangen van dit bedrijfsgebouw, die wens heeft u eerder geuit, dus past binnen de bouwregels van

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 42

het geldende bestemmingsplan. Wij zullen de bouwhoogte dan ook aanpassen naar 7 meter overeenkomstig dit geldende bestemmingsplan. b.

Indiener verzoekt om voor het gebouw aan de westzijde van de scheepswerf, conform aangrenzende gebouwen, een bouwhoogte van 20 meter te hanteren.

De bouwhoogte van hal 3 van 18 meter hebben we in het ontwerpbestemmingsplan conform de bestaande situatie bestemd. Deze bouwhoogte is door uzelf aangegeven in uw presentatie van de toekomstvisie van de scheepswerf (versie maart 2018). In deze presentatie maakt u ook de verhoging van deze hal tot 20 meter kenbaar. Wij volgen uw overwegingen voor het verhogen van deze hal vanuit de wens uw bedrijfsvoering te optimaliseren. Echter, deze verhoging is in strijd met de bouwregels van het geldende bestemmingsplan.

Ja

Uit uw toekomstvisie maken wij op dat de verhoging gewenst is om bouwhoogte winnen voor de schepen in aanbouw. Door het huidige puntdak hangen de bovenloop kranen nu op 14,5 meter hoogte, door het dak plat te maken kunnen de kranen naar 17 meter. Hierdoor is een betere lengte / hoogte verhouding van de projecten te realiseren. Op basis hiervan oordelen we dat de impact op de leefomgeving beperkt zal zijn, mede omdat de aangrenzende loodsen al deze hoogte hebben. Wij verwachten geen onevenredige schaduwwerking door de ligging ten opzichte van de aangrenzende woonarken (noordoost). Wij hebben ook geen reden om aan te nemen dat deze verandering en interne bedrijfsactiviteiten gevolgen heeft voor de geluiduitstraling van de inrichting dat reeds is vergund door de milieuvergunning. Wij zijn van mening dat uw bedrijfsbelang in deze verhoging zwaarder wegen dan de belangen van omwonenden. Wij zullen de bouwhoogte van deze loods aanpassen.

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 43

c.

Indiener verzoekt de gemeente om voor de gronden tussen de twee percelen van De Vries Scheepsbouw ook de aanduiding specifieke vorm van water – scheepswerf op te nemen ten behoeve van het drijvende vlotten en de aanleg van kleine bedrijfsvaart. Gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving van aangrenzende bewoners zijn uit te sluiten. Er is geen zicht op de smalle strook binnenwater en de bewoners van de westelijke woonarken hebben reeds zicht op de bedrijfsbebouwing. Bedrijfsmatig gebruik van water heeft geen ander effect op de leefomgeving dan privégebruik van water dat wel is toegestaan.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 19 onder j.). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan.

Ja

Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan conserverend van aard is en niet meer mogelijk maakt dan dat onder het voorgaande recht (geldend bestemmingsplan én de nadien verleende afwijkingen) is toegestaan. Deze gronden (onderhavig water) zijn in het geldende bestemmingsplan niet aangeduid als water behorende bij de scheepswerf. In beginsel is het niet gewenst dergelijk water te gebruiken ten dienste van de werf in die zin als ligplaatsen voor bedrijfsschepen, of zoals u nader aangeeft, drijvende vlotten. Onduidelijk is wat hiervan de gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving van de aangrenzende gebruikers (bewoners woonarken). Onduidelijk is ook of dit fysiek überhaupt mogelijk is. Welk ander gebruik u voor ogen heeft is ons niet bekend. Aanvullend; er is zeker een verschil van impact op de leefomgeving tussen bedrijfsmatig en privégebruik. Binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van water – scheepswerf’ is medegebruik van het aangrenzende scheepsbouw- en reparatiebedrijf toegestaan. Daar vallen ook hindergevende activiteiten onder, die met uw verzoek niet zijn uit te sluiten. Dit type scheepswerf heeft een milieucategorie 5.1 waarbij om de inrichting een geluidszone is vastgesteld. De geluiduitstraling, welke bij buitenactiviteiten aannemelijk zijn, moet getoetst zijn aan deze zonegrens.

In principe kunnen er op het water geen activiteiten plaatsvinden die leiden tot een overschrijding van de grenswaarde op de zonegrens of bij woningen. Het water waar u op doelt is voor het overgrote deel gelegen aan de randen van de scheepswerflocatie en buiten de grens van de inrichting. De impact op de

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 44

aangrenzende percelen en woonarken is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Juist deze randzones zouden als buffer moeten dienen. Bij de smalle stroken binnenwater (welke aan weerzijde worden begrensd door ‘Bedrijf – Scheepswerf 2’ ligt dit anders. Dit water zullen we aanduiden als ‘specifieke vorm van water – scheepswerf’. d.

Indiener vraagt nogmaals percelen 5610 en 5611, ingericht als parkeerterrein en de bijbehorende bouwwerk, geen gebouwen zijnde, als dusdanig te bestemmen. Dit aangezien de omgevingsvergunning bekend onder kenmerk HZ_WABO-20191843 voor vaststelling van het bestemmingsplan zal worden afgegeven.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 19 onder d.). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan.

Nee

Het parkeren vindt plaats in strijd met het bestemmingsplan. Er is geen afwijkingsbesluit genomen om een dergelijk gebruik toe te staan. Met u zijn afspraken gemaakt over het al dan niet tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan. Mocht daartoe worden besloten, dan nog betekent een tijdelijke afwijking niet dat het gebruik permanent in een bestemmingsplan bestemd zal worden. U heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het permanent in standhouden van dit parkeerterrein. Deze aanvraag, bekend onder kenmerk HZ_WABO-2019-1843, wordt beoordeeld. Het akoestisch onderzoek bij deze aanvraag is nog voldoende om een besluit te nemen over deze aanvraag. Daarnaast zal het opnemen van dit parkeerterrein in dit bestemmingsplan als ‘Bedrijf – Scheepswerf 2’ tot gevolg hebben dat dit terrein deel zone-plichtig wordt en deel uit moet gaan maken van het gezoneerd industrieterrein. De geluidszone moet dan ook worden aangepast. Het parkeerterrein zal niet in het bestemmingsplan worden opgenomen. Wel hebben wij in de toelichting kort aandacht gegeven aan de potentiele toekomstige ontwikkeling in

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 45

paragraaf 2.3.2. 25.

Zienswijze 25 (ontvangen 27 december 2019) D19-339782

a.

Indiener is eigenaar van een woning gelegen aan de Oosteinderweg 70 en stelt dat het perceel aan de Oosteinderweg 66, gelegen op slechts 8,50 meter van de woning, ten onrechte de bestemming ‘MaatschappelijkDierenopvang’ heeft gekregen in het ontwerp bestemmingsplan Oosteinderweg .

Het perceel van het buurperceel heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met specifieke aanduiding ‘dierenverzorging’. Deze bestemming is destijds aan het perceel toegekend op basis van in het verleden verleende bouwvergunningen voor een hondenkennel en een trimsalon. In het ontwerpbestemmingsplan respecteren wij dit toegestane gebruik voor middel van een bestemming ‘Maatschappelijk – Dierenopvang’.

Ja

In de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” wordt voor een dierenopvang (dierenpension) in een rustig buitengebied een richtafstand van 100 meter voor geluid aanbevolen. De Oosteinderweg kan gezien worden als gemengd gebied waardoor er een trede kleinere richtafstand van 50 meter aangehouden kan worden. De locatie van de kennel is gelegen achter op het perceel nr. 66 op ruim 160 meter van het woonhuis. De trimsalon, welke dichterbij is gelegen, is geheel inpandig waardoor van geluidsoverlast nauwelijks sprake zal zijn. Voor deze bedrijfsactiviteit is afwijken van de richtafstanden daarom gerechtvaardigd. Ook van belang is dat de bestemde bedrijfsvoering momenteel niet meer in bedrijf is. Feitelijk vindt er geen activiteiten meer plaats. Een trimsalon of bedrijfsmatig geëxploiteerde hondenkennel valt als inrichting onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zodra er weer activiteiten worden gestart dienen deze te voldoen aan de milieuregels uit dit besluit. Het perceel Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 46

heeft een dermate grote omvang dat de meest hindergevende activiteiten van de bedrijfsvoering (de kennel en het eventueel buiten loslopen) op ruime afstand van de woning kunnen worden geprojecteerd. Naar aanleiding van zienswijze 17 hebben we dit bestaande planologische recht voor zover deze betrekking heeft op de kennel in het vast te stellen plan aangepast. De bebouwingsoppervlakte is beperkt tot de grootte van de aanwezige kennel. 26.

Zienswijze 26 (ontvangen 27 december 2019) D19-339432 en D19-340935

a.

Indiener is eigenaar van Ringvaart-Aalsmeerderdijk 500-ws en bezit ook het (water)perceel waar deze woonark ligt. Indiener is tevens eigenaar van een kajuitboot. Het ontwerpbestemmingplan staat binnen ‘Water’ aanlegplaatsen toe. Artikel 22.4 (lid d.) stelt dat, overeenkomstig aan de APV, kajuitboten alleen in de periode 1 april – 1 oktober een ligplaats mogen innemen. Buiten deze periode kan dat voor maximaal 48 uur. Verzocht wordt deze kajuitboot permanent ter plaatse af te meren. Met dat doel is het perceel aangeschaft en zo worden de gronden al jaren gebruikt. Daarnaast geeft het geldende bestemmingsplan geen beperkingen. Indiener ziet niet waarom voor een kajuitboot andere regels gelden dan voor pleziervaartuigen. De kajuitboot veroorzaakt geen overlast, er is voldoende doorvaart en op de kajuitboot zal niet worden gewoond.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 50 onder a.). Wij verwijzen dan ook mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

Wij bestrijden uw stelling dat het geldende bestemmingsplan geen beperkingen stelt ten aanzien van het innemen van een ligplaats voor de kajuitboot. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland heeft in 2008 delen van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’ van goedkeuring onthouden. Dit had onder andere betrekking op verschillende artikelen waar woonarken (permanent en niet-permanent bewoond) in strijd met het Luchthavenindelingbesluit werden toegestaan. De gebruiksbepalingen in artikel 42 van dat plan zijn grotendeels in stand gebleven, wat logisch is aangezien dit om strijdig gebruik gaat. Artikel 42.2 stelt dan ook dat onder strijdig gebruik wordt verstaan het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen welke niet permanent bewoond worden. Uit de begripsbepaling van dit plan blijkt dat een kajuitboot wordt aangemerkt als een woonschip.

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 47

Het permanent afmeren van een kajuitboot op deze locatie is hierdoor dus ook in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Uit artikel 5:26a lid 3 volgt dat het aanmeren van een kajuitboot alleen toegestaan binnen het recreatieseizoen én aan een eigen en als zodanig bestemt recreatiekavel en indien het bestemmingsplan het innemen van een ligplaats niet verbiedt. Dat is in uw geval niet aan de orde aangezien het perceel een bestemming ‘Natuurontwikkeling’ heeft in het geldende bestemmingsplan. Hierbinnen zijn geen recreatiekavels toegestaan. Zoals eerder geconcludeerd voorziet het bestemmingsplan in een expliciet verbod op het innemen van een ligplaats voor de kajuitboot. De systematiek uit de APV is in dit bestemmingsplan overgenomen. Overigens krijgt het perceel in dit ontwerp de bestemming ‘Tuin’ en ‘Water – Permanente bewoning’ wegens de aanwezigheid van een woonark voor permanente bewoning. Hier is alleen het aanleggen van een pleziervaartuig, niet zijnde een kajuitboot toegestaan. Over de intentie van het geldende bestemmingsplan mag overigens geen onduidelijkheid bestaan. Zo worden er überhaupt geen aanlegplaatsen aan koppen van recreatiepercelen of eilanden toegestaan. Voor kajuitboten gelden strengere regels dan voor pleziervaartuigen omdat kajuitboten vanwege hun omvang en hoogte een grotere impact hebben op het landschap.

Het is juist wenselijk verrommeling van het aanzicht vanaf de Ringvaart tegen te gaan. Daarnaast hebben kajuitboten een verhoogde risico op strijdig gebruik voor permanente bewoning of verblijf (bijvoorbeeld vergelijkbaar met een woonark). Een pleziervaartuig, die door de lagere hoogte doorgaans geen echte binnenruimte heeft, vormt een veel kleiner risico. Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 48

b.

Indiener wenst de kajuitboot te blijven gebruiken als Bed&Breakfast. De gemeente heeft verwachtingen gewekt dat dit gebruik zou zijn toegestaan. In het verleden is telefonisch bevestigd dat dit mocht en er wordt toeristenbelasting afgedragen. Het gebruik als B&B is in lijn met het gemeentelijk (horeca)beleid dat inzet op de toevoeging van verblijfsrecreatie. Deze B&B onderscheidt zich van een reguliere B&B in een woning.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 50 onder b.). Wij verwijzen dan ook mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

Onduidelijk is wie en wanneer telefonisch heeft bevestigd dat een boot als B&B gebruikt mag worden. Bij het ontbreken van bewijs van een eventuele bevestiging kan deze niet worden gekwalificeerd als toezegging. U kunt geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel. Het afdragen van toeristenbelasting betekent niet automatisch dat het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Voor het toestaan van een Bed&Breakfast heeft de gemeente beleid vastgesteld (Beleidsregels planologische afwijkingen 2015). In beginsel worden Bed&Breakfast-activiteiten toegestaan in het hoofdgebouw binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Jachthaven’ in woonlinten. Een kajuitboot bij een woonark voldoet niet aan deze voorwaarden. Het is niet wenselijk van deze bepalingen af te wijken. De handhaafbaarheid van dergelijke objecten zou hierdoor onder druk komen te staan. De permanente aanwezigheid van een kajuitboot welke gebruikt wordt als Bed&Breakfast zou een vergelijkbare impact hebben als een woonark ten behoeve van niet-permanente bewoning. Dit terwijl de gemeente Aalsmeer juist het aantal woonarken in Aalsmeer juist opnieuw heeft bevroren (in het bestemmingsplan Woonarken en de Ligplaatsenverordening). De mogelijkheid om drijvende verblijfsrecreatie aan te bieden is binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’ voorzien.

Het faciliteren van mogelijkheden voor verblijfsrecreatie is een speerpunt van het gemeentelijk horecabeleid. Dat geldt in beperkte mate ook in het gebied van de Bovenlanden

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 49

Oosteinderweg. De gemeenteraad heeft dit ook als transformatiemogelijkheid beschreven de recent vastgestelde structuurvisie voor dit gebied. Mede vanwege de verblijfkwaliteit in relatie tot de geluidsoverlast van Schiphol zijn de mogelijkheden voor dit gebied beperkt. In de zone langs de Ringvaart is er incidenteel ruimte voor een recreatieve voorziening, maar dit moet altijd gepaard gaan met transformatie van bestaande bebouwing en een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Dat is hier niet aan de orde. Wij zien ook niet het onderscheidend karakter van een dergelijke B&B ten opzichte van een woonark voor recreatief gebruik. Hierbij is overigens het beleid dat drijvende verblijfsrecreatie zich concentreert en verplaatst binnen de jachthavens. Wij zullen het gebruik als bed&breakfast niet in dit bestemmingsplan faciliteren.

27.

Zienswijze 27 (ontvangen 27 december 2019) D19-340936

a.

Indiener verzoekt de gemeente om het perceel achter het kerkgebouw aan de Oosteinderweg 269/271, kadastraal bekend onder G5556 in het ontwerpbestemmingsplan ‘Agrarisch – Tuinbouw’, te voorzien van de functieaanduiding ‘stille opslag’. Het perceel ligt al jaren braak en is niet meer geschikt voor agrarische doelen. Het nog aanwezige ketelhuis/verwerkingsruimte van deze kwekerij wordt al voor opslag gebruikt. In artikel 3.1 lid h. is de functieaanduiding ‘laagdynamische opslag’ toegestaan.

Voor veel agrarische bedrijfsgebouwen in het plangebied is de wens het agrarische gebruik te beëindigen en te zoeken naar een vervangende functie. Opslag (laagdynamisch) lijkt hiervoor de meest voor de hand liggende herbestemming, echter dit gebruik voegt vooralsnog weinig toe aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit waar binnen de Oosteinderweg naar gestreefd wordt. Hergebruik van dergelijke agrarische bedrijfsbebouwing zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Nu de gemeenteraad de Structuurvisie Bovenlanden Oosteinderweg heeft vastgesteld is overwogen dat, naast het in stand houden van de aanwezige sierteelt, het gebruik van voormalige bedrijfspanden/kassen voor opslag niet tot de gewenste

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 50

transformatie behoord. Voor de ‘Ontwikkelingszone’ zijn onder voorwaarden transformaties naar onder andere recreatieve functies of kleinschalige of bij het gebied passende bedrijvigheid of omzetting naar natuur mogelijk. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat een agrarisch gebruik op het onderhavige perceeldeel nu niet realiseerbaar zou zijn. Het is niet aangetoond dat bijvoorbeeld aangrenzende kwekerijen een dergelijk perceel niet bij hun bedrijfsvoering kunnen betrekken. Het bepaalde in artikel 3.1 onder h. is voorbehouden aan percelen die in het geldende bestemmingsplan al de bestemming ‘Stille Opslag’ hebben of nadien als zodanig zijn vergund. Dat is in uw geval niet aan orde. Wij zullen geen aanvullende mogelijkheden tot opslag opnemen. In het ontwerpbestemmingsplan is het perceel conserverend bestemd als ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met een functieaanduiding ‘recreatie’. Deze functieaanduiding, waarbinnen recreatiekavels mogelijk zijn, is ten onrechte aan het perceel gegeven. Dit is immers niet in het geldende plan het geval en het komt niet overeen met het feitelijk gebruik. Tegelijkertijd ontbreekt op de bestemming een bouwvlak voor agrarische bedrijfsbebouwing, waardoor u in uw bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt beperkt ten opzichte van het geldende plan. Wij zullen de functieaanduiding ‘recreatie’ verwijderen en in plaats daarvan een bouwvlak aan het perceel toekennen.

28.

Zienswijze 28 (ontvangen 27 december 2019) D19-340946

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 51

a.

Indiener verzoekt de afwijzing (in de Nota van inspraak) om ‘stille opslag’ mogelijk te maken op het perceel achter de Oosteinderweg 265, kadastraal bekend onder 5924, te heroverwegen in verband met bedrijfsbeëindiging. Het gaat hier uitsluitend om de kas op het voorste deel van het perceel. Het achterste deel blijft voorlopig agrarisch gebruikt. Overige akkers gaan naar andere kwekers of worden overgenomen door Stichting De Bovenlanden ten behoeve van de instandhouding van het landschap.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 9). Wij verwijzen dan ook mede naar de beantwoording daarvan.

Nee’

Voor veel agrarische bedrijfsgebouwen in het plangebied is de wens het agrarische gebruik te beëindigen en te zoeken naar een vervangende functie. Opslag (laagdynamisch) lijkt hiervoor de meest voor de hand liggende herbestemming, echter dit gebruik voegt vooralsnog weinig toe aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit waar binnen de Oosteinderweg naar gestreefd wordt. Hergebruik van dergelijke agrarische bedrijfsbebouwing zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Nu de gemeenteraad de Structuurvisie Bovenlanden Oosteinderweg heeft vastgesteld is overwogen dat, naast het in stand houden van de aanwezige sierteelt, het gebruik van voormalige bedrijfspanden/kassen voor opslag niet tot de gewenste transformatie behoord. Voor de ‘Ontwikkelingszone’ zijn onder voorwaarden transformaties naar onder andere recreatieve functies of kleinschalige of bij het gebied passende bedrijvigheid of omzetting naar natuur mogelijk. Wij zullen geen aanvullende mogelijkheden tot opslag opnemen. Het in gebruik geven van de andere percelen aan andere kwekers of over doen aan de Stichting ten behoeve van het in standhouden van natuur en landschap past binnen de doelstellingen van de visie.

29.

Zienswijze 29 (ontvangen 24 december 2019) D19-339378

a.

Indiener verzoekt de gemeente om de percelen G5083, G5684 en G5688 (Oosteinderweg 291A), welke percelen nu de

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 22 onder a). Wij hebben nogmaals

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 52

bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ hebben gekregen, een functieaanduiding ‘opslag’ te geven, ten behoeve van laag dynamische opslag. Naast de erkende vergunning uit 2007 (20070221) verwijst de indiener naar vergunningen 20080078 en 20090039.

uw bouw en gebruiksrechten uit het geldende bestemminsplan en nadien verleende vergunningen, mede aan de hand van hetgeen bij de zienswijze is bijgevoegd, nageslagen. Wij constateren dat het geldende bestemmingsplan voor de percelen (G5083, G5684 en G5688) geen bestemming ‘Stille opslag’ aangeeft. Deze bestemming is weliswaar door de Provincie van goedkeuring onthouden. Reden hiervoor was het ontbreken van een beperking voor het opslaan van gevaarlijke stoffen. De bestemmingsplanregeling is echter nooit gerepareerd terwijl er geen aanleiding was dit niet te doen. De gevallen die hierdoor dus niet zijn bestemd zijn in dit bestemmingsplan alsnog voorzien van een functieaanduiding 'opslag' met daarbij het verbod op de opslag van brand- en exposiefgevaarlijke stoffen zoals vuurwerk, gasflessen en verf. De door u genoemde percelen hebben de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Alleen op perceel 5083 staat een opslagruimte. Hiervoor is op 13 november 2007 vergunning verleend (20070221) als agrarische opslagruimte. Uit het door u bijgevoegde ontwerpbesluit voor loods 1 en 2 (dd. 2 juni 2009) blijkt het voornemen deze loodsen te gebruiken als opslagruimte. Ook de bijgevoegde mailwisseling bevestigd ons voornemen om het gebruik van de aanwezige loodsen (1, 2 en 3) te wijzigen naar opslag. De stukken geven onvoldoende aanleiding te stellen dat dit ook voor loods 4 geldt.

Deze loods is tot op heden ook niet gebouwd. Ondanks dat u geen vergunning voor gewijzigd (opslag)gebruik kunt overleggen en wij een dergelijke vergunning ook niet in ons bouwarchief kunnen vinden, zullen wij gelezen de aanvullende informatie de aanwezige loods 3 wel voorzien van een functieaanduiding ‘opslag’. Doorslaggevend is dat wij op 18 maart 2010 wel een vergunning voor het vervangen van een kas in afwijking van

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 53

het bestemmingsplan hebben gepubliceerd. b.

Indiener geeft aan dat binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ nu de opslag van boten tot strijdig gebruik is benoemd (art. 3.4.3). Verzocht wordt dit mogelijk te maken.

Het bepaalde in art. 3.4.3. onder f. blijft strijdig gebruik binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’. Een uitzondering geldt voor de gebouwen die zijn aangeduid met een functieaanduiding ‘opslag’. Dit zal worden aangepast.

Ja

c.

Indiener verzoekt de gemeente om jachthavenactiviteiten, als aanvulling op de agrarische bestemming van Oosteinderweg 291a, toe te staan. Firma Leliveld, van Oosteinderweg 287, heeft dit immers ook.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 22 onder b). Wij verwijzen mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Deze visie geeft aan welke ontwikkel- en transformatiemogelijkheden er passend zijn binnen verschillende zones en binnen welke randvoorwaarden deze kunnen plaatsvinden. De visie geldt als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodra deze zich concreet aandienen. Dit bestemmingsplan loopt hierop nog niet vooruit. De percelen liggen voor een groot deel binnen de Ontwikkelzone. Hierbinnen zijn watergebonden bedrijven onder voorwaarden passend. Op dit moment is van een concreet en uitvoerbaar plan nog geen sprake. Wij zullen dit verzoek in deze fase nog niet bestemmen. Een vergelijk met het naastgelegen perceel gaat hier niet op. In het verleden zijn voor deze locatie vergunningen verleend, welke nu in het bestemmingsplan voorziet zijn van een passende bestemming. 30.

Zienswijze 30 (ontvangen 24 december 2019) D19-339398

a.

Indiener geeft aan dat destijds een inspraakreactie is

De inspraakreactie is bij ons bekend en beantwoord onder

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 54

b.

ingediend, maar hierop nooit een reactie is ontvangen.

nummer 29 van de Nota van inspraak en Vooroverleg. Deze nota is verzonden naar het huisadres van de appellant.

Indiener geeft aan dat zijn perceel Oosteinderweg 151A in het ontwerpbestemmingsplan een bestemming ‘Recreatie’ heeft gekregen. Het perceel G5539, dat daarnaast ligt, heeft de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’. Op deze percelen wordt in combinatie met de recreatieve functie reeds jarenlang onderhoud en stalling van boten verricht. Verzocht wordt aanvullend aan ‘Agrarisch – Tuinbouw’ de functieaanduiding ‘opslag’ toe te kennen.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 29 onder a). Wij verwijzen mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

Dergelijk opslagactiviteiten zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ook is voor dit gebruik, voor zover wij kunnen nagaan, geen vergunning verleend. U heeft in dit kader ook niets kunnen overleggen. Wij hebben overwogen of een dergelijk gebruik passend is op deze locatie. Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Deze visie geeft aan welke ontwikkel- en transformatiemogelijkheden er passend zijn binnen verschillende zones en binnen welke randvoorwaarden deze kunnen plaatsvinden. De visie geldt als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodra deze zich concreet aandienen. Dit bestemmingsplan loopt hierop nog niet vooruit. De percelen liggen binnen de Groenzone. Binnen deze Groenzone zijn geen bedrijfsfuncties voorzien. De belangrijkste reden hiervoor is de ligging van het perceel binnen de zwaarste beperkingenzone van het Luchthavenindelingbesluit (LIB-zone 1). Het LIB is sinds 20 februari 2003 van kracht. Binnen LIB-zone 1 zijn geen gebouwen toegestaan, behoudens bestaand gebruik van gebouwen met een kantoorfunctie of van bedrijven. Na een aantal herzieningen van deze wet schrijft het wetsartikel (2.2.1) op dit moment voor dat binnen zone-1 met het oog op externe veiligheid geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan zijn, behoudens bestaand gebruik van objecten niet zijnde woningen.

Het aanwezige gebouw in

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 55

combinatie met het gebruik is een beperkt kwetsbaar object en is zodoende niet toegestaan binnen LIB-zone 1. Blijkens historische luchtfoto’s en het ontbreken van een vergunning voor het gebruik was de functie nog niet aanwezig bij inwerkingtreding van het LIB in 2003. Zodoende valt het gebruik niet onder de uitzondering ‘bestaand gebruik’. Het gebruik is in strijd met het LIB en zal dan ook niet in dit bestemmingsplan opgenomen kunnen worden. c.

Indiener wenst aanvullend aan onderdeel b. de bestemming ‘Recreatie’ op perceel Oosteinderweg 151A (zoals aangegeven op bijgevoegde kadastrale kaart G5600) te wijzigen in ‘Recreatie – Jachthaven’.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 29 onder b). Wij verwijzen mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

Ook hier gelden de overwegingen met betrekking tot de structuurvisie en het LIB zoals beschreven onder b. Dit verzoek hangt ook samen met het verzoek onder b. Enkel het perceel G5600 bestemmen als jachthaven treft geen doel nu deze gevraagde bestemming voornamelijk als ontsluiting en parkeerruimte voor perceel G5539 dient. Het perceel houdt de bestemming ‘Recreatie’ wat betekent dat het ook gebruikt kan worden als ontsluiting en parkeerterrein voor de achtergelegen, en overeenkomstig bestemde recreatiekavels. 31.

Zienswijze 31 (ontvangen 24 december 2019) D19-339407

a.

Indiener stelt dat ondanks een eerdere inspraakreactie het perceel Oosteinderweg 216-218 (kadastraal bekend B1736 en B9027) in het ontwerpbestemmingsplan nog steeds een bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ heeft. Volgens de gebruiksvoorschriften dient in hoofdzaak sprake te zijn van grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Daar is op dit perceel geen sprake van. Op dit perceel worden elders

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 27 onder a) en tot doel het huidige gebruik op een juiste manier te bestemmen.

Ja

De huidige door u omschreven activiteiten op het perceel vallen onder de categorie tuinbouwbedrijf. De gekozen bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ maakt dit gebruik

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 56

b.

gekweekte planten verwerkt en verkocht.

mogelijk. In de gebruiksbepalingen is dit echter nader gespecificeerd als ‘… met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering’. Deze inperking doet het type tuinbouwbedrijf dat binnen dit plangebied voorkomt geen recht aan. Het dient in algemeenheid te gaan om een agrarische bedrijfsvoering die zowel als open teelt, als in kassen of andere gebouwen met klimaatbeheersing plaatsvindt. Wij zullen deze passage dan ook schrappen uit artikel 3.1 onder a.

Indiener wenst het huidige gebruik bestemd te zien worden als ‘Bedrijf’. Negatieve ontwikkelingen in de vorm van extra verkeersbewegingen of geluid zijn niet aan de orde. Achter Oosteinderweg 106 zijn immers ook extra bedrijfsruimten gerealiseerd.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 27 onder a). Wij verwijzen mede naar de beantwoording daarvan.

Nee

De huidige bestemming ‘Bedrijf’ maakt een potentieel intensiever gebruik met een grotere impact op de leefomgeving mogelijk dan dat nu het geval is. Op 3 december 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Het is beleidsmatig niet gewenst bedrijvigheid welke als gebiedsvreemd wordt aangemerkt (gebiedseigen zijn tuinbouw- en watergerelateerde bedrijvigheid) toe te laten nemen. Waar mogelijk moeten deze mogelijkheden worden teruggedrongen. Dit beleid volgt reeds uit het geldende bestemmingsplan en de Gebiedsvisie Aalsmeer. Op het perceel is het niet aannemelijke dat hier zich andersoortige bedrijvigheid zal vestigen. Daarnaast is hiervan de afgelopen planperiode ook geen blijk gegeven. Wij zijn van mening dat de gekozen bestemming, met aanpassing van het onder a. gestelde, het meest doelmatig is. Een vergelijk met de bedrijfsruimten achter Oosteinderweg 106 gaat niet op. Het ging in dit geval om in 2015 vergunde herbouw van bedrijfsruimten op basis van een concreet bouwplan welke voor wat betreft functie en omvang passend waren in het bestemmingsplan.

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 57

c.

Indiener is positief dat de gemeente erkent dat de bouwvergunning voor een woning die op 12 september 1989 is verleend nog van kracht is. Het bevreemd hem dan ook dat voor het perceel B1736 de agrarische bestemming niet is gewijzigd naar een woonbestemming.

Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 27 onder b.). Wij verwijzen naar de beantwoording daarvan.

Ja

De bouwvergunning voor het vervangen van de woning (uit 1989) heeft de gemeente nooit ingetrokken. Dat wil overigens niet zeggen dat u gebruik kunt maken van deze vergunning. Dertig jaar na dato zijn de bouw- en milieutechnische eisen op basis waarvan destijds de bouwvergunning is afgegeven aanzienlijk aangescherpt. Er is dus opnieuw een omgevingsvergunning nodig voor nieuwbouw. Voor wat betreft de bestemming van het perceel is het Luchthaveningsbesluit (LIB) zoals deze per 1 januari 2018 van kracht is geworden relevant. Het perceel is gelegen binnen beperkingenzone 4 en 5. Hierbinnen zijn in beginsel geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan, behoudens bestaand gebruik. Dit bestaand gebruik is beschreven in art. 2.2.1e onder 1 en 2. Uw situatie wordt niet als bestaand gebruik gezien. Uw wens om op dit perceel een woning te realiseren, moeten wij dan ook beschouwen als ware het een nieuwe situatie. Voor dit gebied hebben wij de structuurvisie Bovenlanden vastgesteld. Hierin zijn verschillende zones opgenomen met verschillende ontwikkelingsmogelijkheden. De Oosteinderweg beschouwen wij als een zogenaamd ‘vitaal lint’ waarbij het accent ligt op de woonfunctie. In dat opzicht is de woonfunctie beleidsmatig gezien verdedigbaar. Wat het eerdergenoemde Luchthavenindelingbesluit betreft valt de locatie zowel binnen zone 4 als zone 5.

Binnen zone 4 valt het opvullen van lintbebouwing met maximaal 3 woningen binnen de beslissingsbevoegdheid van ons college. In zone 5 zijn wij

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 58

verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan rekenschap te geven van het feit dat binnen een door de luchtvaart beperkt gebied woningen worden gerealiseerd (zie hiervoor paragraaf 6.2.2 en 6.3.2 van de plantoelichting). Gelet op de lage bebouwingsdichtheid in het gebied, het feit dat het om slechts één woning gaat en daarmee het beperkt aantal bewoners dat zich hier zal vestigen, de bereikbaarheid via de Oosteinderweg en het feit dat bluswater ruimschoots aanwezig is, maakt dat wij de woonfunctie op deze locatie wat dit aspect betreft in beginsel aanvaardbaar vinden. Los hiervan merken wij nog wel het volgende op. De locatie ligt in geluidsbelast gebied. Niet alleen is sprake van vliegtuiglawaai, de locatie bevindt zich ook binnen de ‘Geluidzone – Industrie 50 dB(A)’. Een geluidgevoelige functie (wonen) kan worden toegestaan indien de geluidsbelasting op de gevels niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde. In combinatie met het luchtvaartlawaai kan hier sprake zijn van cumulatie van geluid waarbij in dat geval beoordeeld zal moeten worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook isolatie van gevels speelt dan bijvoorbeeld een rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=e0ced1a7-f3a2-40db-913e-0e42570d5b64