Kadernota 2025 gemeente Aalsmeer definitief
Tekst van het document
Gemeente Aalsmeer
Inhoudsopgave 1. Aanbiedingsbrief ....................................................................................................................................... 4 2. Speerpunten van beleid .......................................................................................................................... 10 3. Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 14 4. Financiële paragraaf ................................................................................................................................ 21 4.1 Van begroting 2024 naar Kadernota 2025 ......................................................................................... 21 4.2 Dekkingsvoorstellen ........................................................................................................................... 22 4.3 Overige ontwikkelingen ...................................................................................................................... 26 5. Programma ............................................................................................................................................... 28 5.1 Sociaal domein ...................................................................................................................................
28 5.1.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 28 5.1.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 28 5.2 Onderwijs en ontplooiing .................................................................................................................... 32 5.2.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 32 5.2.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 33 5.3 Economie en duurzaamheid............................................................................................................... 36 5.3.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 36 5.3.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 36 5.4 Openbare ruimte ................................................................................................................................
37 5.4.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 37 5.4.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 37 5.5 Ruimtelijke ontwikkeling ..................................................................................................................... 40 5.5.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 40 5.5.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 41 5.6 Bestuur, bevolking en veiligheid ......................................................................................................... 43 5.6.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 43 5.6.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 43 5.7 Overhead............................................................................................................................................
46 5.7.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 46 5.7.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 46 5.8 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................. 48 5.8.1 Overzicht mutaties ..................................................................................................................... 48 5.8.2 Toelichting mutaties ................................................................................................................... 49 6 Reserves .................................................................................................................................................... 56 7. Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................................................... 59 8 Investeringen 2025 - 2028 ........................................................................................................................ 60 8.1 Overzicht kredieten ............................................................................................................................ 60
Kadernota 2025
2
Gemeente Aalsmeer
8.2 Toelichting mutaties ...................................................................................................................... 60 9. Financiering ............................................................................................................................................. 63 10. Bijlagen ................................................................................................................................................... 65 10.1 Scenario’s meerjarenperspectief ...................................................................................................... 65 10.2 Dienstverleningsbijdrage en limitatieve lijst ...................................................................................... 68 10.3 Bijlage reserves ................................................................................................................................ 71
Kadernota 2025
3
Gemeente Aalsmeer
1. Aanbiedingsbrief Aalsmeer, 21 mei 2024 Geachte raadsleden, Voor u ligt de Kadernota 2025. In deze Kadernota verwoorden we per programma wat op hoofdlijnen de plannen en ontwikkelingen zijn die we verwachten in 2025 en verder. Zoals eerder met u afgesproken hebben wij onze ambities en andere beleidsontwikkelingen in beeld gebracht en financieel vertaald. Daarmee biedt deze Kadernota het door u gevraagde en door ons gewenste inzicht tot hoe ver onze financiële polsstok reikt en wat dat betekent voor de instandhouding van al het moois wat wij al in onze gemeente hebben, maar ook voor onze ambities om Aalsmeer in de toekomst nog mooier te maken dan het al is. Waar zetten we voor 2025 op in? In de aanbieding van de programmabegroting 2024 hebben wij gemeld een aantal onderzoeken te willen uitvoeren naar onder andere de benodigde investeringen en het onderhoud van de buitensportaccommodaties, het meerjaren onderhoud van de openbare buitenruimte, de toekomst van het zwembad, het integraal huisvestingsplan voor het onderwijs, alsmede de nieuwbouw van een kazerne door de Veiligheidsregio. Deze onderzoeken bevinden zich in verschillende stadia, maar de financiële impact hebben wij op hoofdlijnen in beeld.
Om een integrale afweging van de inzet van de beschikbare middelen mogelijk te maken brengen wij de financiële effecten daarvan en de impact op het financieel meerjarenperspectief in beeld. Definitieve besluitvorming hierover vindt nu (nog) niet plaats. Dat doet u op het moment dat de mogelijke scenario’s definitief in beeld zijn. Op zijn vroegst is dat bij de programmabegroting 2025. Voor een aantal van de in deze Kadernota opgenomen voorstellen leggen wij u op een later moment een apart raadsvoorstel voor zodra alle scenario’s in beeld zijn. De hiervoor opgenomen bedragen zijn nu ter beeldvorming van de impact op de gemeentefinanciën. Uiteraard mag u ook zelf om een raadsvoorstel vragen. In hoofdstuk 2 van deze Kadernota gaan we per programma op een aantal van deze speerpunten nader in. De lengte van onze financiële polsstok heeft ook als consequentie dat we bepaalde zaken nu niet in deze Kadernota kunnen opnemen. U moet daarbij denken aan investeringen ten behoeve van de verdere uitvoering van de centrumvisie Kudelstaart, het verder verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed, de investering in het buurthuis Hornmeer en een aantal grote projecten in de buitenruimte, zoals het Raadhuisplein en de van Cleefkade. Laatstgenoemde komen in afgeslankte vorm terug. De benodigde onderzoeken voeren wij deze raadsperiode wel uit.
Ook hebben we in deze Kadernota vanaf 2026 een stelpost voor nieuw beleid opgenomen, zodat ook na de afronding van het huidige college uitvoeringsprogramma mogelijk een aantal van deze projecten alsnog uitgewerkt en uitgevoerd kan worden. Hoe gaat het nu financieel? De voorliggende Kadernota 2025 brengt in beeld welke ontwikkelingen en voorstellen van invloed zijn op de nog op te stellen begroting 2025-2028. Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2025 is de jaarschijf 2025 uit de meerjarenbegroting 2024. Samengevat ziet het meerjarenperspectief er na alle voorstellen uit deze Kadernota als volgt uit:
Kadernota 2025
4
Gemeente Aalsmeer
Mutaties meerjarenraming 2025
2026
2027
2028
Primitieve begroting
0
-1.237
-2.571
-2.453
Raadsbesluiten huidig jaar
0
0
0
-136
Start Kadernota
0
-1.237
-2.571
-2.589
-1.416
-1.168
-1.668
-2.390
-458
1.356
137
1.337
Bestaand beleid
52
-161
-161
-137
Overige investeringen
-5
-225
-372
-1.323
Ombuigingsvoorstellen
-415
234
657
1.017
Overige dekkingsvoorstellen
2.435
2.012
2.045
1.049
Totaal Kadernota
193
2.048
639
-446
Totaal na Kadernota
193
811
-1.932
-3.035
Mutaties Kadernota Autonome ontwikkeling Intensivering bestaand-/ nieuw beleid
In lijn met het advies van de VNG en in overeenstemming met de kaderbrief Financieel toezicht 2025 van de Provincie Noord-Holland hebben wij ervoor gekozen om een meerjarenperspectief te presenteren waarin de gevolgen van de korting op het gemeentefonds vanaf 2026 inzichtelijk is gemaakt. In bijlage 10.1 hebben wij in lijn met dat advies verschillende scenario’s geschetst om u een beter inzicht te geven wat het betekent als het Rijk de eerder doorgevoerde korting op het gemeentefonds in tact houdt of in het kader van het sluitend krijgen van haar eigen Rijksbegroting daar nog een extra korting bovenop legt. Uit voorgaand overzicht blijkt dat we 2025 en 2026 sluitend aan u kunnen voorleggen, maar dat vanaf 2027 we voorzien dat we aanvullende maatregelen moeten treffen indien het Rijk blijft vasthouden aan de eerder ingeslagen koers. In dat geval zullen we u moeten voorstellen het besluit te nemen om zoals het niet meer uitvoeren van medebewindstaken, de belastingen extra te verhogen of andere minder populaire, maar wel mogelijk ingrijpende maatregelen door te voeren. Ons standpunt daarbij is dat we zoveel als mogelijk voor onze inwoners zullen blijven staan en zorg blijven aanbieden aan mensen die echt niet zonder kunnen en onze voorzieningen proberen in tact te houden.
Maar dat wel duidelijk moet zijn dat de maatregelen die we dan zullen voorleggen het gevolg zijn van de keuzes die op Rijksniveau zijn gemaakt. Het huidige perspectief benadrukt namelijk opnieuw dat Aalsmeer, net als veel andere Nederlandse gemeenten, behoefte heeft aan financiële duidelijkheid van het kabinet. Gelukkig kunnen wij op dit moment nog zeggen dat er sprake is van een gezonde financiële positie voor de eerstkomende paar jaar. Veel gemeenten stellen hun Kadernota met meer zorgen voor de toekomst samen. En hoewel het huidige Rijksbeleid nog steeds niet aanmoedigt om structureel aan de slag te gaan met onze maatschappelijke opgaven willen wij, net als afgelopen jaar, niet op “onze handen gaan zitten”. Daarmee zouden we onze inwoners, verenigingen en ondernemers immers tekort doen. Om die reden blijven wij vooralsnog doorpakken op datgene wat nodig is voor Aalsmeer. Nog steeds met het vertrouwen dat in Den Haag de signalen over de toekomstige gemeentefinanciën serieus worden opgepakt.
Kadernota 2025
5
Gemeente Aalsmeer
Want anders dan in de landelijke media geschetst is de impact van het afschaffen van de opschalingskorting door het Rijk in haar Voorjaarsnota minder groot dan gedacht. Dit komt omdat het Rijk enerzijds een uitname doet van € 675 miljoen in 2025 om haar eigen begroting sluitend te krijgen, wat een nadelig effect heeft op de begroting van de gemeenten in 2025. Anderzijds heeft het Rijk de systematiek van compensatie die in eerste instantie in 2027 in zou gaan vervroegd naar 2024. Hierdoor alsmede door een verlaging van de groei van het gemeentefonds ten opzichte van september verdampt het effect van het afschaffen van de opschalingskorting grotendeels. Op welke wijze de afspraken uit de Voorjaarsnota van het Rijk (€ 75 miljoen voor de Wmo in 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029) over objectieve indexering en fondsvorming om daarmee een rechtvaardige risicoverdeling van de zorgkosten (Wmo) vertaald worden is nog onbekend. Het gesprek over de gewenste omvang van het gemeentefonds vanaf 2026 moet met een nieuw kabinet worden gevoerd. Want weliswaar is het gat van € 3 miljard nu een klein stukje gedicht. De resterende € 2,3 miljard betekent nog steeds een forse korting op onze belangrijkste inkomstenbron, zonder dat hier concrete zaken staan die we niet meer of minder hoeven te doen. Afgezet tegen de totale omvang van het gemeentefonds is dit nog steeds een afname van 5%.
De VNG heeft op 24 mei een Algemene Ledenvergadering (ALV) uitgeroepen om over de actuele ontwikkelingen rondom de Voorjaarsnota en de kabinetsformatie te spreken. Tijdens deze ALV spreken wij over de resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’ waarin een herijking van de kaders van de VNG-inzet voor de kabinetsformatie naar aanleiding van de kabinetsbesluiten in de Voorjaarsnota is opgenomen. Door ook gebruik te maken van ons lidmaatschap van de M50 gemeenten proberen wij ons standpunt op diverse podia kenbaar te maken. De (incidentele) maatregelen die het Rijk tot nu toe heeft getroffen maken dat wij ons zorgen blijven maken op de ontwikkeling van de budgetten binnen het Sociaal Domein (jeugdhulp en WMO). Verderop in deze Kadernota lichten wij deze zorgen nader toe. Na de ALV en de publicatie van de meicirculaire 2024 door het Rijk informeren wij u uiteraard zo spoedig mogelijk over de uitkomsten ervan. Gelukkig kunnen wij ook melden dat wij naar de toekomst toe ook kansen zien om zelf onze inkomsten te vergroten. U moet hierbij denken aan de vergroting van het areaal van de belastingen door o.a. een verwachte groei van het aantal toeristen en onroerende zaakbelastingen door de bouw van woningen en bedrijven.
Omdat op dit moment nog onzeker is wanneer wij deze inkomsten kunnen realiseren houden wij daar nu in deze Kadernota nu nog geen rekening mee. Een toename van het aantal inwoners en woningen zorgt daarnaast ook voor een groei van het gemeentefonds. Uiteraard krijgen we deze middelen ook om de stijging van kosten door deze areaaltoename te kunnen opvangen. Daarnaast zijn we met Eigen Haard in gesprek over een aanpassing van de erfpachtvoorwaarden. Omdat we hierover nog geen overeenstemming hebben bereikt benoemen we dat hier als een kans met een mogelijk substantiële opbrengst zonder daarvoor nu al concreet bedragen te kunnen noemen. Ook is er nog sprake van ruimte in de stelposten behoedzaamheid en loon-prijs die in de programmabegroting zijn opgenomen. Om het Rijk niet te bevestigen in haar standpunt dat een niet-onderbouwde korting op het gemeentefonds probleemloos is door te voeren, mede gelet op de risico’s die de gemeenten nog lopen als het gaat om de uitvoering van de medebewindstaken is deze financiële ruimte niet zichtbaar gemaakt in het in de voorliggend meerjarenperspectief. Verder hebben wij in de paragraaf dekkingsvoorstellen van deze Kadernota nog een aantal andere mogelijke opties in beeld gebracht, zoals bijvoorbeeld het opleggen van een taakstelling aan onze gemeenschappelijke regelingen.
Omdat hiervoor een meerderheidsbesluit van de andere deelnemende gemeenten nodig is gaan we hiermee wel aan de slag, maar kunnen wij hieraan nu nog geen concrete bedragen koppelen. Verderop in deze Kadernota gaan we daar nader op in.
Kadernota 2025
6
Gemeente Aalsmeer
Ombuigingsvoorstellen oud-voor-nieuw Zoals bekend hebben wij de AA-organisatie gevraagd om met ombuigingsvoorstellen te komen ter grootte van minimaal € 2,5 miljoen. Dit verzoek was enerzijds gebaseerd op de reeds in de programmabegroting 2024 opgenomen AA-claims waarvoor de AA-organisatie op grond van de samenwerkingsovereenkomst met voorstellen voor oud-voor-nieuw diende te komen en anderzijds een buffer om onze eigen gemeentelijke ambities nader invulling te kunnen geven. In deze Kadernota is een aantal concrete voorstellen daartoe opgenomen waarover wij graag met u in overleg gaan. Vermogenspositie en financieringsbehoefte In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarstukken 2023 is ingegaan op de ontwikkeling van de weerstandsratio en de risico’s. Deze zien er op dit moment nog goed uit. Voorafgaand aan de programmabegroting 2025 brengen wij onze risico’s opnieuw in beeld. Onderdeel van deze Kadernota zijn ook de financieringslasten die voortkomen uit een (toekomstige) investeringsbehoefte.
In het kader van deze Kadernota is de liquiditeitsprognose geactualiseerd, waarbij rekening is gehouden met de zowel in de 1e bestuursrapportage 2024 als in deze Kadernota 2025 opgenomen investeringsvolumes (MIP), het meerjarenprogramma Buitenruimte (MPP), de te verwachten kasstroom uit de grondexploitaties na de actualisatie van de meerjarenprognose grondexploitaties en de aflossingsverplichting op de geldleningen. Hieruit volgt dat in de komende in de komende jaren (2024-2028) in totaal nog ca. € 90 miljoen gefinancierd moet worden met nieuwe langlopende leningen. Dit is een toename van € 60 miljoen dan in de programmabegroting 2024 is opgenomen. Dit resulteert in extra rentelasten die in deze Kadernota zijn opgenomen. De belangrijkste redenen van de verwachte toename van de schulden zijn het geactualiseerde MPP en MIP. In onderstaande grafiek is de geprognosticeerde meerjarige ontwikkeling van de schulden en de rentelasten opgenomen. Daarbij geldt dat dit op basis is van de uitgangspunten en aannames van investeren zoals deze nu in deze Kadernota zijn geschetst. De werkelijke ontwikkeling van de schuldpositie en de rentelasten is afhankelijk van het feitelijk moment van de besluitvorming over en vervolgens de uitvoering van de in deze Kadernota en het MPP opgenomen ambities.
Ontwikkeling schuldpositie en rentelasten 120.000
3.500
100.000
3.000 2.500
80.000
2.000
60.000
1.500
40.000
schulden rentelasten
1.000
20.000
500
0
0 2024
2025
2026
2027
2028
Kadernota 2025
7
Gemeente Aalsmeer
Om een gedeelte van de stijging van de rentelasten af te toppen stellen wij u ook voor om uit de algemene reserve een bestemmingsreserve te vormen om hieruit gedurende langere tijd een deel van de rentelasten af te dekken door vrijval uit deze reserve. In respectievelijk de paragraaf investeringen, paragraaf financiering en paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gaan wij op bovenstaande nader in. Ontwikkeling lokale heffingen In de Kadernota nemen we de uitgangspunten op waarmee we onze uitgavebudgetten verhogen en onze inkomsten verhogen. De nadere uitwerking daarvan nemen we vervolgens mee in de tariefvoorstellen die we later dit jaar aan u voorleggen. In deze Kadernota doen wij u over de voorgestelde verhoging van de tarieven een aantal belangrijke voorstellen, die wij u op deze plek onder de aandacht willen brengen: - Wij stellen u voor om de systematiek waarmee wij onze belastingtarieven verhogen te wijzigen. De huidige systematiek voorziet in een jaarlijkse verhoging waarmee alleen het effect van de prijsinflatie wordt meegenomen in de tariefvoorstellen. Een belangrijk deel van onze begroting bestaat echter ook uit budgetten die gevoelig zijn voor de effecten van loonstijgingen. Om die reden willen wij het inflatiepercentage met ingang van 2025 voor 50% door de looninflatie en voor 50% door de prijsinflatie laten bepalen.
Door de grotere loongevoeligheid van onze budgetten die niet slechts afhankelijk zijn van de loonontwikkeling van de collectieve sector stijgen de prijzen meer dan voorheen. -
Wij stellen u voor om de verhoging van de waterverblijfsbelasting met ingang van 2025 in lijn met het eerder genomen besluit te verhogen. De redenen waarom we dat doen hebben we toegelicht in de paragraaf uitgangspunten.
-
Wij stellen u voor om de hondenbelasting af te schaffen en voor de gemiste inkomsten het OZB percentage evenredig te verhogen. In deze Kadernota is een aantal claims opgenomen die betrekking heeft op producten en diensten
-
waarvoor wij leges in rekening brengen. Aan de AA-organisatie hebben wij gevraagd om bij de tariefvoorstellen te duiden welk gedeelte van deze kosten wij via de tarieven kunnen doorbelasten aan de afnemers van die producten en diensten. -
En tot slot stellen wij u voor om de OZB- gebruikers niet woningen gefaseerd om te zetten naar één tarief voor OZB eigenaren niet woningen. Hiermee bewerkstellingen we enerzijds een stabiele stroom van inkomsten en anderzijds stimuleert het eigenaren van niet-woningen om deze niet (te) lang leeg te laten staan. Op termijn maken we met dit voorstel de eerder gemiste inkomsten van de vermakelijkheidsretributie goed.
Meicirculaire 2024 Op het moment van opstellen van de Kadernota is de meicirculaire van het Rijk nog niet ontvangen. Deze cijfers zijn dan ook niet in deze Kadernota verwerkt. Zodra de meicirculaire er is worden de financiële consequenties voor Aalsmeer uitgewerkt en in een apart raadsvoorstel aan u toegestuurd, zodat u de uitkomst van de meicirculaire bij de voorbereidingen over deze nota kunt betrekken. Vooruitlopend op de meicirculaire 2024 is in deze nota wel een voorschot op de uitkomst van de meicirculaire 2024 genomen. Dit voorschot hebben wij gebaseerd op de eerdergenoemde Voorjaarsnota 2024 van het Rijk en de uitkomsten van de september- en decembercirculaire 2023. Een nadere toelichting hierop vindt u verderop in deze nota.
Kadernota 2025
8
Gemeente Aalsmeer
Beslispunten Kadernota 2025 Uit deze Kadernota volgt een aantal beslispunten die hieronder zijn opgenomen: 1. In te stemmen met de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van deze Kadernota bij de verdere uitwerking van de programmabegroting 2025 en het meerjarenperspectief, inclusief. a. Wijziging van het inflatiepercentage belastingen van 100% obv IMOC naar 50% loon en 50% IMOC. b. Het afschaffen van de hondenbelasting en een evenredige verhoging van de OZB vanaf 2025. c. Het gefaseerd opnemen van de OZB niet-woningen gebruikers naar OZB niet-woningen eigenaren zodanig dat dit in overeenstemming is met een recente rechterlijke uitspraak en daarmee het voorkomen van leegstand en stabiliteit van de inkomsten OZB niet-woningen wordt bewerkstelligd. d. De verhoging van de tarieven waterverblijfsbelasting met ingang van 2025 door te voeren in lijn met het eerder genomen besluit van de raad in de programmabegroting 2023. e. Aan de AA-organisatie te verzoeken voor de programmabegroting 2025 in beeld te brengen welke aanvullende tariefsvoorstellen kunnen worden voorgelegd gelet op de kostendekkendheidspercentages uit voorgaande P&C documenten en de claims die in deze Kadernota zijn opgenomen. 2. In te stemmen met de financiële mutaties zoals opgenomen in hoofdstuk 5 (sub 5.1 tot en met sub 5.8) van deze Kadernota en de begroting 2025-2028 overeenkomstig te wijzigen.
3. Kennis te nemen van het verloop van de reserves zoals toegelicht in hoofdstuk 6 en bijlage 10.3 van de Kadernota 2025; en a. Tot het instellen van twee nieuwe bestemmingsreserves, te weten rentelasten externe financiering en aanpassingen gemeentehuis zoals nader toegelicht in hoofdstuk 6 van de Kadernota 2025. b. Tot het bijstellen van de kaders van de egalisatiereserve Sociaal Domein, zoals benoemd in hoofdstuk 6 van de Kadernota 2025 c. na besluitvorming over en gereedkomen van de nieuwbouw van de brandweerkazerne de resterende boekwaarde af te boeken en ten laste van de algemene reserve en de reserve kapitaallasten te brengen. d. na besluitvorming over en gereedkomen van de nieuwbouw van het zwembad de Waterlelie de resterende boekwaarde af te boeken en ten laste van de algemene reserve te brengen. 4. De investeringen 2025, zoals opgenomen in hoofdstuk 8 voor besluitvorming voor te leggen tegelijk met de besluitvorming over de programmabegroting 2025. De investeringen uit de jaarschijf 2026 en verder zijn ter kennisname. Na besluitvorming worden de in deze kadernota opgenomen voorstellen in de programmabegroting 2025 meenemen in de nog op te stellen programmabegroting 2025 die u vervolgens begin november vaststelt.
Tot slot Tegelijkertijd met deze Kadernota wordt u de jaarstukken 2023, Meerjarenprognose grondexploitaties 2024, 1e bestuursrapportage 2024 en het Meerjarenplan Buitenruimte 2024-2027 ter besluitvorming voorgelegd. Al deze documenten tezamen zorgen voor een compleet beeld over datgene wat we al gedaan hebben, aan het doen zijn en gaan doen. Wij realiseren ons dat wij u nu een omvangrijk en impactvol document ter beraadslaging voorleggen, maar vertrouwen erop dat u daarin de juiste keuzes weet te maken met een blik op de toekomst van Aalsmeer.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Aalsmeer
Kadernota 2025
9
Gemeente Aalsmeer
2. Speerpunten van beleid Programma 1 Sociaal Domein
Aalsmeer wil een samenleving waarin inwoners zich gezien voelen, naar elkaar omkijken, zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en zorg en hulp krijgen als dit nodig is. Zo kunnen ze naar vermogen mee doen aan onze samenleving. Om dit doel te bereiken heeft Aalsmeer in de Strategienota Sociaal Domein drie kernopgaven geformuleerd, (1) gezond en gelukkig leven makkelijker maken, (2) kansengelijkheid vergroten en (3) bestaanszekerheid bevorderen. Deze zijn uitgewerkt in tien ambities met diverse onderliggende acties. Een deel van deze acties omvat het opstellen van praktische uitvoeringsplannen en het uitvoeren hiervan in 2024 en 2025.De acties uit het CUP hebben we opgenomen in de Strategienota Sociaal domein. Eind 2025 evalueren we de nota, zodat we onze ervaringen kunnen meegeven voor een nieuwe bestuursperiode. In de College Agenda ‘Samen werken aan Aalsmeer 2022-2026’, is ook budget vrijgemaakt voor het opzetten en uitvoeren van een programma arbeidsmigranten. Dit programma is breder dan alleen het sociaal domein en kijkt naar informatievoorziening, zorg, ondersteuning en goed werkgeverschap en andere aspecten waar arbeidsmigranten in Aalsmeer mee te maken hebben. Ook in 2025 geven we uitvoering aan dit programma. De programmalijnen waarlangs we dit oppakken zijn vastgelegd in de procesnotitie arbeidsmigranten.
Daarnaast richten we ons in 2025 op de verdere uitvoering van de participatievisie die recent door u is vastgesteld en de woon-welzijn-zorgvisie die we in 2024 nog opstellen, waarbij we uiteraard de eerste leerervaringen betrekken.
Programma 2 Onderwijs en ontplooiing
Wij vinden het belangrijk dat elk kind zich moet kunnen ontplooien, gezond en veilig moet kunnen opgroeien en recht heeft op goed onderwijs. Dit vraagt om kwalitatief goede gebouwen, passend onderwijs voor ieder kind en goede aansluiting tussen het onderwijs, (preventieve) jeugdhulp en basisvoorzieningen op het gebied van kunst, cultuur, sport en welzijn. In 2024 heeft de gemeenteraad het integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2039 vastgesteld. In deze Kadernota vragen wij voor het onderzoek naar een robuuste school in Kudelstaart en het locatieonderzoek voor de huisvesting van Taalsmeer in totaal € 320.000 aan. Wij streven naar een passend en toereikend aanbod van sport- en beweegvoorzieningen. Uit het recent opgestelde meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van de buitensportaccommodaties is gebleken dat de komende jaren een aantal sportaccommodaties moet worden vervangen. In lijn met ons vigerend beleid doen we dat als uitstel niet langer verantwoord is. In deze Kadernota houden we er financieel wel rekening mee dat vervanging van een groot gedeelte van de basisinfrastructuur buitensport op korte termijn (1 tot 4 jaar) aan de orde is. Een ander onderwerp dat speelt is de situatie rondom de eigendomsrechten van de sportverenigingen in de buitensport. De komende periode volgt over dit onderwerp een onderzoek in opdracht van de gemeente.
Kadernota 2025
10
Gemeente Aalsmeer
Hetzelfde geldt voor het zwembad. In de presentatie in de commissie van afgelopen maart hebben wij u meegenomen in de eerste onderzoeksresultaten. Uitkomst is dat renovatie van het huidige zwembad niet meer aan de orde is. Voor het behouden van een zwemvoorziening voor Aalsmeer is nieuwbouw het enige alternatief. In de loop van 2024 werken we dit verder uit met de intentie om eind 2024 een raadsbesluit te kunnen voorleggen. De nieuwbouw van een zwembad is een traject van meerdere jaren. In de loop van 2024 leggen we uw raad ook de nieuwe bibliotheekvisie voor ter besluitvorming. Hierin zijn de nieuwe wettelijke eisen verwerkt, die per 1 januari 2025 aan bibliotheken worden gesteld. Deze visie voeren we in 2025 uit.
Programma 3 Economie en duurzaamheid
Het versterken van de economische en toeristisch-recreatieve structuur in Aalsmeer is in de Agenda Economie, Recreatie en Toerisme als hoofddoel voor de lange termijn neergelegd. De gebiedsvisie van Schinkelpolder zal in 2024 richting moeten geven voor de ontwikkeling van dit bedrijfsterrein. Ook bedrijfsterrein Hornmeer zal worden aangepakt. Een van de zaken waarvoor we ons ook in 2025 inzetten en waarvoor middelen zijn opgenomen in ons college uitvoeringsprogramma is de ontwikkeling van de Westeinderscheg. In 2025 wordt deze ruimtelijke drager verder benut om de omgeving van Aalsmeer een kwalitatieve impuls te geven. Het verbeteren van de verblijfskwaliteit in voormalige teeltgebieden, een verdere vergroening en verbinding met de bestaande groenstructuren zijn thema’s die in projectvorm zullen worden opgepakt. In het college uitvoeringsprogramma is hiervoor cofinancieringsbudget opgenomen. Ook streven we naar een gezonde en duurzame leefomgeving. Duurzaamheid is een thema dat in alle plannen en werkwijzen moet worden opgenomen. In 2024 is gestart met het opstellen van een duurzaamheidsagenda. Met de door het Rijk beschikbaar gestelde CDOKE middelen (tijdelijke regeling voor uitvoering van klimaat en energiebeleid) geven we invulling aan het bereiken van de doelen uit de Klimaatwet.
In de (hernieuwde) begrotingsparagraaf duurzaamheid en klimaat komen we terug op datgene wat we in 2025 willen bereiken. In het 3e kwartaal ontvangt de raad het masterplan energie en in het 4e kwartaal het duurzaamheidsagenda ter besluitvorming.
Programma 4 Openbare ruimte
Ook in 2025 wordt ingezet op een buitenruimte waarvan het kwalitatieve beheer op orde is. In 2024 vindt een evaluatie plaats van het onderhoud van de openbare buitenruimte. In 2025 loopt het contract met de Meerlanden af en deze dient Europees te worden aanbesteed. Onderdeel van het programma openbare ruimte is ook de uitvoering van het Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte. Tegelijk met deze Kadernota stelt u het voorstel daartoe vast. De zogenaamde “knip” in de Burgemeester Kasteleinweg en het opknappen van het Raadhuisplein, van Cleefkade en de Uiterweg zijn hierin meegenomen.
Kadernota 2025
11
Gemeente Aalsmeer
In 2024 worden naar verwachting het Verkeerscirculatieplan en de parkeernota vastgesteld. Hieruit komen in 2025 werkzaamheden op het gebied van gebiedsontwikkeling, mobiliteit en parkeren voort.
Programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling
Op het gebied van wonen en het beschikbaar houden van de woningvoorraad voor Aalsmeerders zijn de afgelopen jaren al diverse maatregelen genomen zoals de introductie van de opkoopbescherming. Met de uitvoering daarvan gaan we verder. Daarnaast is de verwachting dat de invoering van de Omgevingswet ook nog wel een aantal jaren onze aandacht zal blijven vragen. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat de invoering van deze wet, in tegenstelling tot datgene wat het Rijk heeft gesteld, niet budgetneutraal kan plaatsvinden. Door een langere invoeringsperiode (waarvoor het Rijk incidenteel middelen beschikbaar heeft gesteld) verwachten wij dat het enkele tientallen jaren kan duren voordat er sprake zal zijn van een terugverdienmoment. Wij willen de regeldruk verminderen door onder andere meer gebruik te maken van meldingen en het verruimen van vergunningvrije bouwwerken. Het verminderen van regeldruk willen we door laten klinken in de actualisering van de omgevingsplannen. Eind 2023 is gestart met de participatie voor de gebiedsvisie Kudelstaart. In 2024 wordt deze visie voor besluitvorming aangeboden. In de daaropvolgende jaren kan stapsgewijs invulling worden gegeven aan de uitvoering van deze visie. In 2024 is ook gestart met het opstellen van de Omgevingsvisie. Met deze visie wordt de beoogde toekomst van Aalsmeer beschreven.
De visie zal na besluitvorming leidend zijn in de ontwikkeling van Aalsmeer. 2025 is ook het jaar waarin we aan de slag gaan met ons maatschappelijk vastgoed. Naast de renovatie van het dak van Bloemenlust treffen we ook maatregelen om in geval van calamiteiten vanuit ons raadhuis te kunnen blijven functioneren. Samen met de Veiligheidsregio komen we tot een scenario om ook de brandweerkazerne weer op een niveau te krijgen waarmee we ook naar de toekomst toe aan de wettelijke eisen inzake de brandweerzorg kan blijven worden voldaan. Het verminderen van de overlast (gezondheid en geluid) van Schiphol vraagt in deze Kadernota niet om een intensivering van budget, maar heeft vanzelfsprekend onze continue aandacht. Ook richten wij ons op de ontwikkeling van woningbouw in o.a. De Tuinen van Aalsmeer, Westeinderhage,, Oosteinderdriehoek en de Hornmeer en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Greenpark.
Programma 6 Bestuur, bevolking en veiligheid
In de tweede helft van 2025 evalueren we samen met het college van Amstelveen gezamenlijk het verloop van de samenwerkingsafspraken. Voor 1 januari 2026 maken wij afspraken voor de periode 2027-2030 zodat deze vastliggen voordat in het voorjaar van 2026 verkiezingen plaatsvinden. Eventuele kosten die wij in het kader van deze evaluatie moeten maken dekken wij uit het door de raad eind 2021 beschikbaar gestelde transitiebudget. Hiervoor is onder programma 5 al ingezoomd op de ontwikkelingen rondom de brandweerkazerne.
Kadernota 2025
12
Gemeente Aalsmeer
De lokale thema’s ondermijning, arbeidsmigranten, waterveiligheid en jeugdaanpak hebben ook in 2025 onze aandacht naast de speerpunten uit het regionaal veiligheidsplan dat loopt tot en met 2026. In 2025 verwachten we een grote sprong in het aantal af te geven reisdocumenten. Dit is het gevolg van de wetswijziging in 2014 toen de geldigheidsduur van de documenten werd aangepast van 5 naar 10 jaar waardoor er tussen 2019 en 2024 relatief weinig nieuwe documenten werden aangevraagd.
Programma 8. Algemene dekkingsmiddelen
Het programma 8 Algemene dekkingsmiddelen bestaat uit de inkomsten die de gemeente ontvangt uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de onroerende zaakbelastingen, overige belastingen (zoals forensenbelasting en hondenbelasting) en de lasten en baten uit hoofde van de gemeentelijke financieringsfunctie. In de aanbiedingsbrief is ingegaan op de consequenties van het inmiddels algemeen bekende ravijnjaar en, in relatie daarmee en de AA-claims, de in deze Kadernota opgenomen voorstellen voor ombuigingen die in 2025 hun beslag krijgen. De gemeentelijke belastingen worden jaarlijks verhoogd met de indexatiepercentages. Het voorstel daarvoor vindt u in hoofdstuk 3 Uitgangspunten van deze Kadernota. Op de website ‘waar staat je gemeente’ kunt u voor diverse thema’s waaronder de gemeentefinanciën Aalsmeer vergelijken met iedere andere Nederlandse gemeente. Zie voor meer informatie: Dashboard Gemeentefinanciën - Aalsmeer (waarstaatjegemeente.nl).
Kadernota 2025
13
Gemeente Aalsmeer
3. Uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026 - 2028 worden financiële uitgangspunten gehanteerd. De gevolgen van deze uitgangspunten zijn onderdeel van de mutaties in deze Kadernota. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten opgenomen voor de indexatie van de lonen, prijzen, subsidies en bijdrage van gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast zijn de uitgangspunten voor het tarievenbeleid opgenomen. Indexatie De conform bestaand beleid gehanteerde systematiek voor de compensatie houdt het volgende in: 1. Voor een duurzaam reëel begrotingsbeeld is het van belang dat zowel de uitgavenbudgetten als de inkomstenbudgetten worden aangepast voor nominale ontwikkelingen (inflatie, c.q. loon- en prijsontwikkelingen). 2. Uitgangspunt is een onderscheid tussen loongevoelige en prijsgevoelige budgetten in de begroting. De loonontwikkeling wordt verwerkt conform de CAO-maatregelen en de mutatie van de sociale lasten. De prijsontwikkeling wordt verwerkt op basis van de door het CPB periodiek gepubliceerde prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC), een hiervoor gangbare index. 3. De (output)subsidies vallen onder loon- en prijsgevoelige budgetten. 4. Er vindt geen nacalculatie plaats over het achterliggende jaar.
Bijstelling van een budget die het gevolg is van een te hoge of lage indexatie vindt plaats als autonome ontwikkeling in een eerstvolgend P&C document (bestuursrapportages lopende boekjaar, Kadernota meerjarige ontwikkeling). 5. Aan de inkomstenkant geldt dat een bijstelling van tarieven plaatsvindt. Het uitgangspunt bij de heffingen en retributies is dat deze maximaal kostendekkend zijn. Voor de belastingen volgen we de inflatie. Een beperkt aantal begrotingsonderdelen kent een eigen, afwijkend regime. Dit betreft met name de verhuur van gebouwen/accommodaties door de gemeente. Dit is een eigenstandige, bedrijfsmatige activiteit. De jaarlijkse huuraanpassing is, conform de bepalingen in de huurcontracten, gekoppeld aan de ontwikkeling van het C.B.S.-prijsindexcijfer uit het voorafgaande jaar. Lonen Uitgangspunt is dat de lonen worden geraamd op basis van de geldende CAO verhoogd met een opslag voor sociale verzekeringen. Indien er geen CAO is gaan we uit van de indexatiecijfers lonen zoals deze door het Centraal Economisch Planbureau (CEP) (meerjarig) zijn afgegeven. De looptijd van de huidige CAO is tot en met 31 maart 2025. Om die reden is in de samenvattende tabel de meerjarige prognose zoals afgegeven voor door het CEP, februari 2024 opgenomen, gecorrigeerd voor het overloopeffect vanuit 2024. Daarnaast nemen we een trendmatige stijging op voor sociale lasten van 0,5%.
In totaal is de loonstijging voor 2025 daarmee 4,9%. Voor 2026 en verder volgen we het CEP + 0,5% sociale lasten. Prijzen De meerjarenraming is gebaseerd op lopende prijzen. Dit betekent dat de relevante uitgavenbudgetten meerjarig worden verhoogd met het verwachte inflatie percentage. Aalsmeer hanteert voor de inflatieverwachting de prijsindex materiële overheidsconsumptie (IMOC). We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het CEP per februari van het huidig jaar. Deze raming is meerjarig en wordt derhalve ook meerjarig toegepast in de begroting. OVA gevoelig Vanuit de Jeugdwet en de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor het betalen van reële tarieven aan zorgaanbieders. De kosten hiervoor worden elk jaar geïndexeerd. Er bestaan verschillende regimes van
Kadernota 2025
14
Gemeente Aalsmeer
indexatie in het sociaal domein. De VNG adviseert gemeenten de OVA-percentages toe te passen. Het Rijk gebruikt het OVA-percentage om de tarieven in de Zvw en de Wlz te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg in meerdere zorgdomeinen leveren, is het voor hen van belang dat de tarieven in de verschillende zorgdomeinen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden geïndexeerd. In lijn met de hierover opgenomen bepaling in de op 2 december 2022 door de ALV-VNG algemeen verbindend verklaarde Contractstandaarden Jeugd (voor Wmo zijn deze in ontwikkeling) adviseert de VNG de gemeenten daarom de navolgende indexatie aan te houden: 90% Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling (OVA) en 10% Prijs particuliere consumptie (PCC). Is deze indexatie in voorgaand jaar lager gecalculeerd dan vindt nacalculatie plaats. Het OVA-percentage voor 2025 en verder is in de samenvattende tabel apart opgenomen. Indexatie deelnemersbijdrage gemeenschappelijke regelingen Basis voor de raming is de door het Algemeen Bestuur vastgestelde bijdrage voor Aalsmeer die is opgenomen in programmabegroting van de gemeenschappelijke regeling (GR). Ook eventuele meerjarige verwachtingen van de GR nemen we over. Ontbreken die gegevens dan indexeren we de aangegeven kosten meerjarig een gewogen gemiddelde van de loon (80%)- en prijsindex (20%).
Gelet op het ravijnjaar 2026 onderzoeken wij de mogelijkheden om samen met de andere gemeenten ook aan onze gemeenschappelijke regelingen een taakstelling op te leggen. Subsidies Basis voor de indexatie van de subsidies zijn de op hele getallen afgeronde percentages die van toepassing zijn op de heffingen en de deelnemersbijdrage gemeenschappelijke regelingen. Indexatie 2025 dienstverleningsbijdrage Amstelveen De indexering voor de dienstverleningsbijdrage Amstelveen bedraagt voor 2025 4,25%, incl. nacalculatie 2024 (betreft nacalculatie 2024 -/- 0,82%, index 2025 5,11%). In de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken hoe de indexering wordt vastgesteld.
Rente omslagpercentage In afwijking van voorgaande jaren geldt, als gevolg van de notitie rente 2023 van de commissie BBV, voor de toerekening van rente aan grondexploitaties als aan vaste activa een zelfde systematiek: het rente omslagpercentage. Dit percentage wordt bepaald door de rentelasten en rentebaten over de externe financiering door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa en de voorraad grondexploitaties. De rente voor projectfinanciering wordt niet meegenomen in de omslagrente. Aalsmeer kent een integrale financiering. Hierbij bestaat er geen direct verband tussen een bepaalde investering en het aantrekken van financieringsmiddelen (zoals bij projectfinanciering). Door de lage gemiddelde rente op de opgenomen geldleningen is het rente omslagpercentage vooralsnog bepaald op 0,1%.
Tarievenbeleid Belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: • • •
Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling, indien wettelijk toegestaan; Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven; Terughoudendheid ten aanzien van verhoging lokale lastendruk.
Kadernota 2025
15
Gemeente Aalsmeer
Belastingen Woonlasten 2024 Eind maart is de jaarlijkse COELO-Atlas voor de lokale lasten verschenen. Belangrijkste referentie is het woonlastenbedrag voor een meerpersoonshuishouden in een koopwoning met de gemiddelde gemeentelijke WOZ-waarde. In Aalsmeer stijgt dit woonlastenbedrag in 2024 met 4,7%. Dat is lager dan het landelijk beeld: een stijging van 6,1%. Landelijk stijgt de OZB met 5,9% (Aalsmeer 3,9%) , de afvalstoffenheffing met 6,1% (Aalsmeer 11%) en de rioolheffing met 5,6% (Aalsmeer 4%). Landelijk gezien staat Aalsmeer daarmee op de 269e plaats van de 342 gemeenten (2023: 277e plaats). De gemeente op nummer 1 is de gemeente met het laagste gemiddelde woonlastenbedrag. Landelijk is het gemiddelde woonlastenbedrag in 2024 € 994, in Aalsmeer is dat € 1.089. De ontwikkeling van de woonlasten in vergelijking met de omringende gemeenten in 2024 is als volgt: Woonlasten eigenaar woning Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Haarlemmermeer Ouder-Amstel Uithoorn Kaag en Braassem Nieuwkoop
2019 830 720 645 783 836 823 819 884 915
2020 880 756 656 815 759 844 841 891 952
2021 891 784 761 834 809 887 858 954 966
2022 920 881 837 942 851 976 952 1.037 1.051
2023 1.040 900 921 970 860 999 992 1.082 1.086
2024 1.089 974 944 1.070 993 1.038 1.066 1.152 1.149
Bovenstaande gaat over het “bruto-woonlastenverhaal”: Wat betaalt de burger in onze gemeente? Een andere uitkomst is het “netto-woonlastenverhaal”: Wat houdt de gemeente hieraan over? De uitkomsten tussen deze twee verschillen van elkaar, omdat in de verdeling van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met een verevening van de eigen belastingcapaciteit: gemeenten met hoge WOZwaarden worden geacht via hogere ozb-inkomsten zelf meer te kunnen bijdragen aan de bekostiging van het gemeentelijke voorzieningenniveau dan gemeenten met lage WOZ-waarden. Zij ontvangen een lagere algemene uitkering. Van de € 1.089 bruto woonlasten (die de gemiddelde burger betaalt) houdt Aalsmeer er na verevening via het gemeentefonds € 1.027 over. Aalsmeer kent een gemiddeld hogere WOZ-waarde en de verevening betekent een herverdeling vanuit Aalsmeer naar andere gemeenten met een lagere WOZ-waarde. De jaarlijkse hertaxatie WOZ is dus van belang voor de berekening van de OZB-tarieven en voor de hoogte van de algemene uitkering. De doorwerking van de gemiddelde landelijke WOZ-ontwikkeling in de algemene uitkering maakt onderdeel uit van de meicirculaire gemeentefonds. In de paragraaf lokale heffingen van de jaarstukken 2023 hebben we het aandeel van de OZB dat de gemeente zelf houdt over meerdere jaren in beeld gebracht.
Ontwikkelingen per belasting Onroerende zaakbelastingen OZB woningen De OZB opbrengsten (exclusief areaal uitbreiding) worden meerjarig verhoogd met materiële overheidsconsumptie (IMOC). We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) per februari van het huidig jaar. Om deze extra opbrengst te realiseren dient het tarief jaarlijks te worden aangepast aan de waardeontwikkeling van het onroerend goed in Aalsmeer. Het Kadernota 2025
16
Gemeente Aalsmeer
indexeren van de OZB-opbrengst betekent dat het gemiddelde aanslagbedrag voor de burger stijgt met een inflatiecorrectie. Een sterkere stijging van de WOZ-waarden leidt niet tot een hogere aanslag voor de burger en evenmin tot extra inkomsten voor gemeente. De afgelopen jaren was het uitgangspunt dat de onroerende zaakbelastingen alleen met het prijsinflatiecijfer werden gecorrigeerd. Consequentie hiervan is dat de gemeente minder vergoeding voor de stijging van de gemeentelijke kosten uit de OZB eigenaren woningen ontvangt dan haar kosten stijgen. Onderdeel van de gemeentelijke kosten zijn namelijk ook de correctie van de lonen. Behalve dat we het effect daarvan terugzien op de eigen apparaatskosten heeft dat ook impact op de tarieven/ bijdragen die van gemeenschappelijke regelingen en zorgaanbieders doorbelast krijgen. Ca. 50% van de gemeentelijke begroting bestaat uit kosten die loonkostengevoelig zijn. Het voorstel is daarom om met ingang van 2025 voor de indexatie van de belastingen het uitgangspunt te hanteren 50% loon en 50% prijs (IMOC). Het tarief in 2025 stijgt voor inflatie in plaats van met 2,2% dan met 3,5%. In de samenvattende tabel onderaan deze paragraaf is dat (gewijzigde) uitgangspunt opgenomen.
OZB niet woningen In de begroting 2022 is op basis van de motie RAP voor het tarief van de OZB Niet-woningen nader uitgewerkt om in drie jaar tot een regionaal gemiddelde te komen. Voor belastingjaar 2025 betekent dit dat de opbrengst naast de inflatiecorrectie aanvullend wordt verhoogd op basis van dit besluit, waarbij rekening wordt gehouden met de stijging van de WOZ-waarde. Bij het tariefvoorstel 2025 komt dit terug. OZB gebruiker niet-woningen In Nederland zijn er inmiddels 10 gemeenten die het tarief OZB gebruiker niet-woningen hebben afgeschaft en de hierdoor gemiste opbrengsten hebben gecompenseerd door het tarief OZB eigenaren niet-woningen overeenkomstig te verhogen. Het voorstel is om ook in Aalsmeer de OZB gebruikers niet-woningen gefaseerd om te zetten naar de OZB eigenaren niet woningen om hiermee verhuurders te stimuleren panden minder lang leeg te laten staan en een stabiele stroom aan gemeentelijke belastinginkomsten te genereren. Het heffen bij uitsluitend de eigenaren van niet-woningen is op grond van artikel 220 Gemeentewet toegestaan. Ook is deze maatregel een stimulans voor huurders in het midden en kleinbedrijf, omdat zij niet meer (rechtstreeks) worden aangeslagen. Met het omzetten van de OZB gebruikers niet woningen naar eigenaren niet-woningen is de systematiek van belasten van bezit verder gelijk aan die van de OZB woningen.
In lijn met een recente rechterlijke uitspraak mag omzetting echter niet in één jaar plaatsvinden. Het voorstel is om dit in vier jaar uit te voeren (start in 2025). Hondenbelasting Aalsmeer is één van de 120 gemeenten die in 2024 nog hondenbelasting int (één van de 13 in Noord Holland). Een landelijke motie tot het afschaffen ervan heeft het eerder niet gehaald. Wel blijft dit onderwerp met enige regelmaat op de politieke agenda terugkomen. In Aalsmeer is hondenbelasting geen doelbelasting, dat wil zeggen dat er niet op jaarbasis wordt bepaald welke kosten maken als gevolg van hondenbezit. Daarnaast is er in het buitengebied relatief weinig sprake van hondenoverlast omdat deze zich vooral op het eigen erf bewegen. Maatschappelijk wordt hondenbelasting als vervelend beschouwd. Aalsmeer int aan hondenbelasting jaarlijks € 108.000. Dat is 1,75% van de OZB woningen of 0,85% van de totale OZB opbrengsten (woningen en niet-woningen). De inkomsten nemen de laatste jaren af. Het voorstel is om de hondenbelasting af te schaffen en de onroerende zaakbelastingen met een evenredig percentage te verhogen.
Kadernota 2025
17
Gemeente Aalsmeer
Toeristenbelasting In 2024 bedraagt het tarief voor de toeristenbelasting € 3,65 per overnachting (€ 1,80 voor mobiel kampeeronderkomen). Dit tarief ligt iets boven het Noord-Hollands gemiddelde van € 3,29 maar iets onder het landelijk gemiddelde van € 3.73 per nacht. Hiermee is Aalsmeer nog steeds een aantrekkelijke gemeente voor toeristen die niet persé in Amsterdam, Haarlemmermeer of Zaanstad willen overnachten. De tarieven in de referentiegemeenten bedragen: Tarieven verblijfskosten in omliggende gemeenten Amsterdam HaarlemUtrecht mermeer Prijs per 12,5% van persoon overnachtingsprijs per nacht
6,29%
7%
Zaanstad Den Haag € 7,54
€ 6,00
OuderAmstel
Oostzaan
Zandvoort
Amstelveen
€ 9,50
€ 4,65
€ 3,30
€ 4,45
Conform het hiervoor onder OZB woningen voorgestelde aangepaste beleid wordt het tarief in de programmabegroting 2025 met 3,5% verhoogd. Watertoeristenbelasting (waterverblijfsbelasting) Op 21 december 2023 is de uitvoering van een eerder door de raad genomen besluit om de watertoeristenbelasting te verhogen van € 1,53 naar € 2,85 met een amendement verworpen en is het tarief gesteld op € 1,61. Daarbij is door een indienende raadsfractie aangegeven bij de Kadernota 2025 verdere afwegingen te willen maken ten aanzien van dit tarief. Als gevolg van dit amendement mist de gemeente in 2024 € 258.800 aan inkomsten. Een nadere analyse van de tarieven waterverblijfsbelasting in Nederland levert het volgende beeld (bij het bepalen van de gemeenten is gekeken naar gemeenten die groot water binnen gemeentegrenzen hebben liggen): Tarieven verblijfskosten in omliggende gemeenten Aalsmeer Edam- Haarlemmermeer Volendam
Alkmaar
Kaag en Braassem
Ronde Enkhuizen Medemblik Venen
Bergen (L)
Watertoerist
€ 1,61
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
va 2025
€ 1,70
€ 2,70
€ 1,97
€ 1,35
Toerist (camping)
€ 1,80
€ 1,45
6,29%
€ 1,36
va 2025
€ 1,70
€ 2,70
€ 1,97
€ 1,35
Toerist
€ 3,65
€ 3,40
6,29%
€ 2,73
va 2025
€ 3,10
€ 2,70
€ 1,97
€ 1,35
Opvallend is dat veel gemeenten deze belasting (nog) niet hebben ingevoerd, maar dat degenen die dat wel hebben de tarieven gelijk hebben getrokken. Ook zijn er gemeenten die de watertoeristenbelasting wel al hebben ingevoerd, maar daarvoor andere maatstaven hanteren zoals de lengte van de boot. Voorbeeld hiervan is de gemeente Loosdrecht NB. Daar waar verschillen bestaan tussen de toeristenbelasting tussen “camping” en “hotel” heeft dit geen relatie met het feit dat al dan niet een eigen slaapplaats wordt meegebracht (immers er wordt gebruik gemaakt van dezelfde voorzieningen), maar dit verschil in tarief is gebaseerd op de proportionaliteitsgedachte, waardoor ook degenen met een minder ruim inkomen toch elders kunnen verblijven. De toeristenbelasting en de waterverblijfsbelasting zijn wettelijk qua aard gelijk (artikel 224 Gemeentewet). Argumenten voor de verhoging van de waterverblijfsbelasting: - Verhoging is in lijn met eerdere besluit van de raad bij motie RAP-raad en programmabegroting 2023.
Kadernota 2025
18
Gemeente Aalsmeer
-
-
De kosten die hiermee worden gedekt worden nu betaald door ingezetenen van Aalsmeer, terwijl doel van deze belasting is om gebruikers van buiten de gemeente te laten bijdragen aan het gebruik ervan. Er bestaat een onevenwichtig verschil in tarief tussen toeristenbelasting en waterverblijfsbelasting, terwijl beide groepen van de Aalsmeerse voorzieningen gebruik maken. Een verschil in tarieven tussen de toeristenbelasting (regulier) en de watertoeristenbelasting is op basis van het gelijkheidsbeginsel niet te verantwoorden.
Het voorstel is om de verhoging van de watertoeristenbelasting in lijn met het eerdere besluit van de raad vanaf 2025 te effecturen. Conform het hiervoor onder OZB woningen voorgestelde aangepaste beleid wordt daarnaast het tarief in de programmabegroting 2025 met 3,5% verhoogd. Kostendekkende tarieven Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn. Afvalstoffenheffing Bij het opstellen van de tariefvoorstellen 2024 is geconstateerd dat om, de volledige stijging van de tarieven Meerlanden volledig te compenseren een tariefstijging noodzakelijk zou zijn van 22%. Het college heeft de raad voorgesteld om 50% van deze extra kostenstijging door te berekenen (11%) en het restant te onttrekken aan de voorziening. De egalisatievoorziening afvalstoffenheffing ultimo 2023 bedraagt € 763.000. Dat is € 200.000 dan bij het opstellen van de programmabegroting 2024 werd geprognosticeerd. Voor 2024 is een onttrekking geraamd van € 423.000. Bij het opstellen van de tariefvoorstellen 2025 wordt op basis van de ontwikkeling van de lasten en de omvang van de voorziening beoordeeld in hoeverre een verhoging van de afvalstoffenheffing met meer dan de prijsinflatie noodzakelijk is. De ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing 2024 in vergelijking met de omringende gemeenten is Afvalstoffenheffing
Aalsmeer Amstelveen
Uithoorn Haarlemmermeer Ouder-Amstel Ronde Venen
Eén persoons
296,37
268,10
323,06
Meerpersoons
369,63
325,84
368,20
305,16
294,50 1)
Diemen
278,40
375,45
378,40
473,40
1) Diftar
Rioolheffing Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is het beleidsmatig kader met naar de toekomst extra opgaven in het kader van klimaatadaptie en grondwaterzorg. Actualisering van de meerjarige exploitatie riolering, waarbinnen de herberekening van het verloop van de kapitaallasten een zwaarwegende factor is, verwerkt de effecten van faseringen in de feitelijke voortgang van de werkzaamheden (doorwerking jaarrekening en nieuw Meerjarenprojectenplan Buitenruimte). Het benutten van de spaarvoorziening riolering draagt samen met de egalisatievoorziening riolering bij aan een gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk en een optimale inzet van de beschikbare middelen. Met inachtneming van deze aspecten wordt bij de begrotingsbehandeling een tariefvoorstel voorgelegd. Volgens het GRP worden de tarieven in 2025 verhoogd met 2% tot € 191,69. In welke mate dit uitgangspunt nog klopt hangt af van de gedetailleerde uitwerking van de lasten bij de programmabegroting 2025.
Kadernota 2025
19
Gemeente Aalsmeer
De ontwikkeling van de tarieven rioolheffing 2024 in vergelijking met de omringende gemeenten is Aalsmeer Amstelveen Uithoorn Haarlemmermeer Ouder-Amstel Ronde Venen Diemen Rioolheffing
187,86
207,60
265,00
156,36
177,17
235,20
236,00
Leges en overige retributies Voor de overige leges geldt is het voorstel de tarieven te indexeren met hetzelfde percentage als de indexatie van de dienstverleningsbijdrage. Dit omdat de kosten voor het verstrekken van producten uit de legesvergunningen vooral bestaan uit capaciteitskosten en in mindere mate uit overige kosten en deze dienstverlening door de AA-organisatie wordt uitgevoerd. Dat betekent dat de legestarieven in 2025 stijgen met 4,25%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven waarvoor door het Rijk een wettelijk maximum wordt vastgesteld. Hier volgen we de door het Rijk gemaximeerde tarieven en de leges Burgerzaken. Vanaf 2024 neemt het aantal te verstrekken reisdocumenten toe. Dit wordt veroorzaakt doordat de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten met ingang van 2014 van vijf naar tien jaar is gegaan. Hierdoor was in de periode van 2019 t/m 2023 sprake van de zogenoemde ‘reisdocumentendip’. Vanaf 2024 wordt er weer een toename van het aantal te verstrekken reisdocumenten verwacht. Uit de jaarstukken 2023 blijkt dat niet al onze tarieven kostendekkend zijn. De leges APV/overig zijn van geringe omvang maar verre van kostendekkend. Daarnaast zijn in deze Kadernota formatieve claims opgenomen bij de afdeling Burgerzaken.
In het kader van de opdracht oud voor nieuw is aan de AA-organisatie gevraagd om vooruitlopend op de tariefvoorstellen 2025 met een nadere analyse te komen en de mogelijkheden om meer kostendekkende tarieven in de legesverordening 2025 te kunnen opnemen. Samengevat zijn de uitgangspunten voor de programmabegroting 2025 opgenomen in onderstaande tabel: Indexatie (in percentage)
2025
2026
2027
2028
Lonen
4,9
4,3
5,3
4,5
IMOC (overheid materieel)
2,2
2,2
2,2
2,2
Subsidies
4,0
4,0
5,0
4,0
Deelnemersbijdrage GR (80% loon-20% prijs) 1)
4,36
3,88
4,68
4,04
OVA gevoelig
4,36
3,88
4,68
4,04
Inkomsten (belastingen)
3,5
3,25
3,75
3,35
Heffingen (80% loon/ 20% prijs) 2)
4,25
3,88
4,68
4,04
1) als deelnemersbijdrage niet op begroting 2025 is gebaseerd 2)
Incl. 0,94% effect CAO gemeenteambtenaren en nacalculatie 2024
Toegerekende rente
2025
2026
2027
2028
Rente grondexploitaties
0,10%
0,10%
0,10%
0,10%
Omslagrente
0,10%
0,10%
0,10%
0,10%
Kadernota 2025
20
Gemeente Aalsmeer
4. Financiële paragraaf 4.1 Van begroting 2024 naar Kadernota 2025 Vertrekpunt voor de structurele meerjarige begrotingspositie in deze Kadernota is de besluitvorming in de begrotingsraad van 9 november 2023 over de programmabegroting 2024. Het begrotingssaldo 2025 sluit op nul na inzet van het resterende begrotingssaldo (zie pagina 5 van de programmabegroting 2024). Na de begrotingsraad van 9 november heeft de raad het besluit genomen om het eerder genomen besluit over de verhoging van de watertoeristenbelasting terug te draaien en de verlaging van de inkomsten te dekken uit de stelpost behoedzaamheid. Dit amendement is, conform het besluit, voor één jaar verwerkt. Tegelijk met deze Kadernota ontvangt u de voorstellen over de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2023 en het Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte 2024 – 2027. Besluitvorming over de wijziging van de begroting overeenkomstig deze voorstellen vindt in dezelfde vergadering als over deze Kadernota plaats. Uit het raadsvoorstel over de Meerjarenprognose Grondexploitaties volgt dat de exploitatie met twee jaar wordt verlengd en daardoor ook in 2028 een dotatie aan de voorziening noodzakelijk is (nadelig effect € 136.000). In onderstaand financieel overzicht ziet u dat terug in raadsbesluiten met een effect op het begrotingssaldo.
Voor de Kadernota 2025 zijn financiële mutaties aangedragen in de volgende categorieën: • Autonome ontwikkelingen. Dit zijn onvermijdelijke ontwikkelingen bij ongewijzigd beleid. Een voorbeeld hiervan is een wijziging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds op basis van de circulaires van het Rijk. Hieronder vallen ook technische aanpassingen van budgetten, welke vooral voortvloeien uit de jaarrekening 2023. Daar bleek dat een aantal budgetten niet, te laag of te hoog te zijn geraamd. Deze tekorten en overschotten worden nu gecorrigeerd. • • •