CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij regels en toelichting (excl inbrengw.taxatie).pdf

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 13 september 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Documenten ter vaststellen exploitatieplan26.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.6.7 Bouw- en woonrijp maken Bij het bouw- en woonrijp maken, moeten de volgende eisen in acht worden genomen: 

Voordat op het terrein met bouwrijp maken wordt begonnen, worden de bodemsaneringswerken uitgevoerd, zoals staan vermeld in het door de omgevingsdienst goedgekeurde saneringsplan. Ter plaatse van uit te voeren ophogingswerken worden alle aanwezige gewas, beplanting, obstakels, puin, afval en andere verontreinigingen opgeruimd en afgevoerd, voordat met de ophogingswerken wordt begonnen. Voor zover gewas en beplanting wordt versnipperd met maximale afmetingen van 0,03 m mogen de vrijkomende snippers op daarvoor door de toezichthouder geschikt geachte plaatsen onder de ophoging worden verwerkt. De gedeelten van het bouwterrein, die aan de gemeente worden overgedragen, moeten integraal worden opgehoogd met zand tot het peil van de onderkant verharding, onderkant teelaardeafdekking of bovenkant maaiveld in kruipruimten. De ophogingen worden op zodanige wijze uitgevoerd dat, na aanleg van de definitieve verhardingen en van het riool, in de er op volgende 30 jaar geen restzettingen ontstaan die groter zijn dan 0,15 m. Voor ophoging ter plaatse van aan de gemeente over te dragen gebieden wordt gebruik gemaakt van zand dat voldoet aan de eisen die in de Standaard RAW Bepalingen worden gesteld aan zand voor zandbed. Bovendien mag het ontziltingsniveau niet uitkomen boven het door de waterkwaliteitsbeheerder aangegeven niveau.

3.7 Waterhuishouding 3.7.1 Algemeen Het oppervlaktewater wordt beheerd door waterschappen. De gemeente Amstelveen ligt in het beheergebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) met Waternet en het Hoogheemraadschap van Rijnland als uitvoeringsdiensten. De gemeente Aalsmeer ligt in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Deze instanties beheren waterkeringen, zorgen voor voldoende water (het juiste oppervlaktewaterpeil) en dragen zorg voor een goede kwaliteit van het oppervlaktewater. LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 17 van 69

Fysiek Domein Omdat oppervlaktewater in beheer is bij de waterschappen en/of de gemeente dient bij het inrichten van watergangen te worden voldaan aan de eisen van het waterschap en/of de gemeente. De zorg voor de inzameling en de afvoer van afvalwater, overtollig hemelwater en overtollig grondwater in de olpenbare ruimte is een taak van de gemeente. Private partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de afvoer van overtollig hemelwater en grondwater. Grondwaterbeheer (voorkomen van nadelige gevolgen van te veel of te weinig) is een taak van de gemeente. In het beheergebied van AGV is het uitgangspunt dat al het water in beheer wordt overgedragen aan het waterschap. In het Handboek Onderhoud Oppervlakte water, versie 5 maart 2018 zijn de uitgangspunten voor aanleg en onderhoud van het water vastgelegd. De gemeente hanteert de uitgangspunten uit het handboek voor haar taken ook voor beheergebied van Rijnland. In de planvorming dient de planadviseur van Waternet of Rijnland betrokken te worden bij de planvorming.

3.7.2 Watertoets Het waterschap dient gedurende het proces per fase te worden geïnformeerd. Het is de bedoeling dat hun inhoudelijke opmerkingen in de volgende fase worden verwerkt of dat gemotiveerd wordt afgeweken. Op deze wijze worden de waterbelangen van waterveiligheid, -kwaliteit en –kwantiteit het best bediend. Het waterschap toetst de plannen/ontwerpen aan zijn waterbeheerplannen, leggers en de Keur. Deze documenten zijn te vinden op de websites van het waterschap. Volgens de spelregels van de watertoets moet bij planvorming omtrent regionale waterkeringen rekening worden gehouden met de randvoorwaarden die vanuit de veiligheid worden gesteld. Afhankelijk van de aard en omvang van de werken kunnen de volgende procedures/regels van toepassing zijn:  Meldingen Besluit bodemkwaliteit (ter goedkeuring aan het waterschap).  Waterhuishoudplan (ter goedkeuring aan het waterschap).  Keurvergunning c.q. ontheffing (ter goedkeuring aan waterschap).  Riolering- en drainageplan (ter goedkeuring aan gemeente en het waterschap)  Waterwet (ter goedkeuring aan het waterschap).  Peilbesluit (door het waterschap te nemen).  Wet bodembescherming (voor landbodem (ter goedkeuring aan de provincie NoordHolland)).  Waterwet (voor waterbodem).

3.7.3 Waterkwantiteit en waterkwaliteit Het inrichtingsplan en uitvoeringscontract (bestek en tekeningen of UAV-gc contract) dienen in nauw overleg met de gemeente en het waterschap te worden gemaakt. Hierbij dient zoveel mogelijk te worden voldaan aan het waterbeheerplan en beleid van het waterschap. Hierin is het ambitieniveau voor het stedelijk gebied vastgesteld en dit dient in overleg uitgewerkt te worden. Aandachtspunten hierbij zijn: LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 18 van 69

Fysiek Domein Waterkwantiteit Voldoende (percentage) wateroppervlak ten opzichte van het verhard oppervlak in het plan. Voor de huidige eis van de waterschappen wordt verwezen naar het desbetreffende waterschap. De Landelijke trend is dat er een steeds hoger percentage wateroppervlak wordt verlangd. Een en ander houdt in dat het inrichtingsplan in een vroeg stadium qua wateroppervlak versus verharding voor akkoord aan het waterschap dient te worden voorgelegd. Het benodigde percentage water moet door middel van berekeningen worden aangetoond, hierbij rekening houdend met de uitgangspunten van het Waterbeleid 21e eeuw. Voor wat betreft het benodigde percentage wordt verwezen naar het beleid van AGV en Rijnland. In overleg met het waterschap en gemeente dient de vereiste breedte en diepte van de watergangen te worden vastgesteld. Knelpunten die door de ontwikkeling elders in het watersysteem worden veroorzaakt dienen op kosten van de Initiatiefnemer in overleg met het waterschap en gemeente te worden opgelost. Waterkwaliteit Voor waterkwaliteit gelden de volgende uitgangspunten: 

 

 

Richtlijnen afkoppeling verhard (weg en dak)oppervlak. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht hanteert “de beslisboom afkoppelen verhard oppervlak WRW”. De gemeente eist afkoppeling (volledig gescheiden rioolstelsel). Vasthouden van schoon water binnen het plangebied. Het aanleggen van natuur vriendelijke oevers wordt meegenomen in het stedebouwkundig ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte. De inrichting van de oevers is afhankelijk van de beschikbare ruimte, grondslag. Er bestaan twee basis varianten “natuur vriendelijke oevers”, zie paragraaf 5.5.2. In overleg met gemeente en waterbeheerder dient vastgesteld te worden welke variant wordt uitgevoerd. Aanleg van benodigde visplekken (verdiepte plekken in het water). Doorstroming van water garanderen.

3.7.4 Beheer en onderhoud watergangen In verband met het toekomstige beheer en onderhoud van watergangen dient rekening te worden gehouden met eisen van het betreffende waterschap en gemeente. Hierbij moet ten minste rekening worden gehouden met:    

Bij het inrichten van watergangen en onderhoudspaden voldoen aan de eisen van het waterschap en/of de gemeente. Geen opgaand groen langs oevers (geen bladafval). Afvoeren oevermaaisel. De aanlegdiepte ligt 0,20m onder de leggermaat van het waterschap.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 19 van 69

Fysiek Domein

3.7.5 Voorwaarden dempen/graven watergangen, sloten en greppels  

Voordat water wordt gedempt dient eerst het te dempen water te worden gecompenseerd conform de eisen van het waterschap. Voordat verhard oppervlak wordt aangelegd dient eerst de compensatie oppervlaktewater te worden gerealiseerd conform de eisen van het waterschap.

3.8 Overdracht en nazorg 3.8.1 Algemeen De Initiatiefnemer draagt de openbare ruimte van het project na gereedkomen over aan de gemeente. De procedure van het overdragen van gereed werk is als volgt: Als eerste wordt het werk door de aannemer opgeleverd aan de Initiatiefnemer. Hiervoor worden twee controlemomenten ingesteld (de 1e opneming en de 2e opneming). Na de 1e opneming gaat de onderhoudstermijn in van de aannemer van de Initiatiefnemer. De onderhoudstermijn is minimaal drie maanden (voor asfalt is dit zes maanden). Binnen vier weken na de 1e opneming levert de Initiatiefnemer de revisiegegevens aan de gemeente aan van het opgeleverde werk. De gemeente zal binnen vier weken de revisie controleren. Eventuele aanpassingen moeten door de Initiatiefnemer, voor het aflopen van de onderhoudstermijn, uitgevoerd worden. De Initiatiefnemer dient uiterlijk één week voor het verlopen van de onderhoudstermijn de aangepaste revisiegegevens bij de gemeente in te dienen. Na goedkeuring van de revisie neemt de gemeente, na aflopen van de onderhoudstermijn, het beheer en onderhoud over. Het straatvegen en ophalen van het huisvuil zal door de gemeente worden verzorgd nadat de eerste woningen zijn opgeleverd. Er is geen sprake van deeloplevering, tenzij het een groot plangebied is met logische grenzen voor deelplannen. Dit dient vooraf met de gemeente afgestemd te worden.

In dat geval wordt het gebied, nadat alle (deel)opleveringen hebben plaatsgevonden, overgedragen aan de gemeente. Vanaf dat moment is de gemeente volledig verantwoordelijk. Nadat de wegen openbaar toegankelijk zijn is de gemeente als wegbeheerder verantwoordelijk. Klachten en meldingen over de openbare ruimte die nog niet is overgedragen, moeten dan ook door de Initiatiefnemer worden afgehandeld. Dit geldt ook voor gladheidsbestrijding.

3.8.2 WION De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION), ook wel de grondroerdersregeling genoemd, stelt dat de gemeente voor de kabels en leidingen van de openbare verlichting en de riolering bij inbedrijfstelling al juridisch verantwoordelijk is. Van alle ondergrondse infrastructuur die aan de gemeente wordt overgedragen, dient ,voordat deze wordt opgeleverd, de revisie te zijn goedgekeurd door de gemeente.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 20 van 69

Fysiek Domein

3.8.3 Ontwikkeling in bestaande openbare ruimte Indien een ontwikkeling plaatsvindt in bestaande openbare ruimte (bijvoorbeeld een rijbaan, trottoir of iets dergelijks) moet van die openbare ruimte het bestaande areaal inzichtelijk worden gemaakt met een vooropname. Er dient een overzichtstekening (1:200) te worden gemaakt met duidelijk de bestaande te handhaven openbare ruimte en de te ontwikkelen openbare ruimte. Deze tekening moet zowel analoog als digitaal (als pdf en DWG of DGN) worden ingediend bij de gemeente. Ook moet er een overzichtslijst in Excel worden bijgevoegd met de hoeveelheden per lijn/object.

3.8.4 Vooropname Bij de vooropname van het openbaar gebied is in ieder geval een vertegenwoordiging aanwezig van:     

De Initiatiefnemer. De projectdirectie. De aannemer. De gemeente. Bij een vooropname van waterpartijen, evt. voorzieningen (gemalen / stuwen) en oevers is ook een vertegenwoordiging van het waterschap vereist.

3.8.4.1 Verlichting De vooropname van de verlichtingsinstallatie vindt apart van de vooropname van de openbare ruimte plaats. 3.8.4.2 Kunstwerken Indien er nieuwe bruggen in het gebied moeten worden overgedragen aan de gemeente, zal dit via een aparte procedure worden gedaan. De oplevering van bruggen is situatie gebonden. Het kan zijn dat bruggen eerst van aannemer naar Initiatiefnemer worden opgeleverd waarna, nadat er geen sprake meer is van bouwverkeer, de brug opgeleverd wordt aan de gemeente en dus ook overgedragen. Als een brug aangelegd is dient er een nulinspectie te worden uitgevoerd. Eventuele gebreken dienen door de Initiatiefnemer, voor overdracht, te zijn hersteld. Deze inspectie wordt door de gemeente, op kosten van de Initiatiefnemer, uitgevoerd. Het tijdstip van vooropneming wordt conform het bepaalde in de UAV 2012 tijdig aan de partijen medegedeeld. Bij de vooropname wordt door de projectdirectie proces verbaal opgemaakt. Een kopie moet verzonden worden aan alle belanghebbenden. 3.8.4.3 Riolering De inspectie van rioleringen dient maximaal twee weken voor de oplevering van de totale werken te zijn uitgevoerd. De resultaten worden maximaal drie werkdagen voor de oplevering aan de gemeente ter controle aangeboden. Werkzaamheden die de aannemer na vooropname volgens het bestek nog dient te verrichten dienen maximaal 4 weken na de opname uitgevoerd te zijn.

Indien de werken bij de eerste oplevering voldoende goedgekeurd zijn, dan start de onderhoudstermijn van de werken. Voor alle werken geldt een onderhoudstermijn van 3 maanden. Voor groenvoorzieningen is dit maximaal 18 maanden afhankelijk van het moment van opleveren. Het onderhoud is in ieder geval één groeiseizoen.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 21 van 69

Fysiek Domein

3.8.5

(Deel)oplevering

Uitgangspunt voor de gemeente is dat er voor de nieuwe bewoners een logische situatie en communicatie ontstaat. Wanneer woningen zijn opgeleverd, wordt de gemeente verantwoordelijk voor het openbaar gebied en dient de gemeente ook de afvalinzameling, gladheidbestrijding e.d. uit te voeren. Voor onvolkomenheden aan de bestrating, groen, riolering, verlichting e.d. zal de bewoner de gemeente benaderen en de gemeente zal de klachten afhandelen. De volgende zaken kunnen in deeloplevering worden overgedragen van Initiatiefnemer naar gemeente. 3.8.5.1 Verharding en riolering De verharding en riolering kunnen worden opgeleverd en overgedragen als deeloplevering wanneer er geen bouwverkeer meer over heen gaat. Het openbaar gebied dient fysiek voor bouwverkeer te worden afgesloten in samenspraak tussen gemeente en Initiatiefnemer en in overleg met de bouwers. De projectdirectie ziet op het bouwverkeer toe en stelt bij schade ten gevolge van bouwverkeer de veroorzaker aansprakelijk. Vrij verval riolering kan worden overgedragen als duidelijk is dat er –onder andere naar aanleiding van video inspectie van de riolering- geen gebreken zijn geconstateerd. Persleidingen kunnen worden overgedragen als door middel van een afpersing aangetoond is dat er geen gebreken zijn.

Elektro/mechanische installaties kunnen worden overgedragen als door metingen en visuele inspecties gebreken uitgesloten zijn. De eerste oplevering vindt plaats in het bijzijn van de aannemer, de gemeente en Initiatiefnemer. Hierna gaat de onderhoudstermijn van de aannemer van drie maanden in, waarin de aannemer aan haar bestekverplichtingen moet voldoen en waarin gebreken, voortkomend uit de eerste oplevering, worden hersteld. Na de onderhoudstermijn vindt in dezelfde samenstelling een tweede oplevering plaats. Bij akkoord van de gemeente vindt dan de overdracht van de verharding en de riolering plaats. Opleveringen dienen te worden vastgelegd in een proces verbaal van oplevering en de overdracht vindt plaats zoals in het overdrachtsprotocol van de gemeente aangegeven, dit is inclusief revisie. 3.8.5.2 Groenvoorzieningen Het groen wordt, tenzij anders overeengekomen, gelijktijdig met de eerste oplevering van de verharding en riolering opgeleverd en kan zodoende als deeloplevering worden opgeleverd. Dit geldt in ieder geval voor de boomkransen, grondverbetering in de verharding en het aanbrengen bomengrond. Overdracht wordt volgens bovenstaande procedure geregeld. Bij het nog ontbreken van bomen en struiken in verband met het plantseizoen dienen nadere afspraken te worden gemaakt.

De onderhoudsperiode voor groenvoorzieningen bedraagt in ieder geval één groeiseizoen tot maximaal 18 maanden na eerste oplevering. De kosten van inboet zijn voor rekening van Initiatiefnemer. 3.8.5.3 Openbare verlichting Voor de verlichting geldt dat er sprake is van één installatie voor het gehele (deel)plan of meerdere deelplannen. Overdracht van de installatie aan de gemeente vindt plaats na het gereedkomen van de installatie waarbij de correcte werking van de installatie is aangetoond en revisietekeningen en meetrapporten aan de wegbeheerder zijn overhandigd. De overdracht vindt bij de tweede oplevering plaats en wordt vastgelegd in een proces verbaal. LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 22 van 69

Fysiek Domein Na deeloplevering van een deelplan zal de gemeente de klachten aan de verlichting behandelen. Klachten als kapotte lampen worden door en op kosten van de gemeente afgedaan. Het eerste jaar is de garantietermijn van de installateur/aannemer van toepassing. Storingen aan de infrastructuur worden gedurende dat jaar door de gemeente opgenomen en doorgegeven aan de aannemer c.q. installateur en Initiatiefnemer. De gemeente is veiligheidsverantwoordelijke voor de infrastructuur, ook voordat de overdracht heeft plaatsgevonden en zal aan de aannemer c.q. installateur opdracht geven de storingen te verhelpen. Deze kosten komen niet voor rekening van de gemeente maar worden verhaald op de veroorzaker. De revisie van de verlichting dient maximaal twee weken na aanleg ingediend te worden. 3.8.5.4 Bruggen en waterpartijen Bij bruggen geldt geen deeloplevering maar wordt in een keer opgeleverd. Over de oplevering en overdracht van waterpartijen en bijbehorende watervoorzieningen als duikers, stuwen e.d. dienen afspraken te zijn gemaakt met het waterschap, Initiatiefnemer en gemeente.

3.8.6 Overdracht De Initiatiefnemer dient, indien van toepassing, een overdrachtstekening, in kleur, te maken van het openbaar gebied (digitaal in dwg of dgn-formaat) dit ter goedkeuring van de gemeente. Deze tekening moet tevens als pdf worden ingediend. Aan het einde van de onderhoudstermijn worden de werken opnieuw opgeleverd en uiteindelijk overgedragen in aanwezigheid van de bovengenoemde partijen, niet eerder dan dat de revisiegegevens zijn verstrekt. De overdracht wordt vastgelegd in een ‘proces verbaal van overdracht’. De Initiatiefnemer dient 3 weken na eerste oplevering de verwerkte hoeveelheden voor het proces verbaal van overdracht aan te leveren bij de gemeente. De gedetailleerde manier van aanlevering van de hoeveelheden is aangegeven in de ‘opzet areaal uitbreiding’ (op te vragen bij de gemeente). Overdracht van de verlichtingsinstallatie aan de gemeente vindt plaats na het gereedkomen van de installatie waarbij de correcte werking van de installatie is aangetoond en revisietekeningen en meetrapporten aan de wegbeheerder zijn overhandigd en goedgekeurd. De overdracht zal bestaan uit een eerste en tweede oplevering. Van de overdracht wordt door de Initiatiefnemer een proces-verbaal opgemaakt. Tot het moment van overdracht blijft de Initiatiefnemer verantwoordelijk voor het correct functioneren en veiligheid van de installatie.

De openbare ruimte en de infrastructurele werken worden, met uitzondering van de terreinen van nutsvoorzieningen, aan de gemeente in onderhoud overgedragen nadat alle werkzaamheden inclusief onderhoudsperiode zijn verricht. De gemeente is vanaf dat moment verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij de overdracht kan er sprake zijn van watergangen die in beheer en onderhoud of in eigendom van het waterschap komen. Hierop dient te worden geanticipeerd.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 23 van 69

Fysiek Domein

3.8.7 Revisie 3.8.7.1 Algemeen Voor een revisietekening gelden de volgende vereisten:         

Aanlevering digitaal en in drievoud op papier. Het te gebruiken digitale formaat voor tekeningen is DWG of DGN. De digitale tekeningen moeten opgezet zijn conform de NLCS en in Rijks Driehoek coördinaat staan. De locatie van de objecten moet op basis van een nameting verwerkt worden (afwijking max. 10 cm.). Van alle toegepaste objecten (van alle vakgebieden) moeten gespecificeerde lijsten met materiaal en hoeveelheden geleverd worden. Digitaal in een Excel bestand. Er dienen straatnamen met huisnummers, een legenda, situatie, noordpijl en een bladindeling op de tekeningen te staan. Tekeningen in de volgende schalen: 1:100, 1:200 en 1:500. Details en profielen in de volgende schalen: 1:10, 1:20 en 1:50 Situatietekening in 1:1000 of 1:2000 Alle tekeningen staan in één modelspace met verschillende lay-outs. De namen van de lay-outs komen overeen met de tekeningnummers. De bestaande omgeving moet in één laag (B-Topo) als XREF in de tekening verwerkt zijn. Naast de revisietekeningen dienen ook de productcertificaten/bewijs van oorsprong van aangebrachte materialen overhandigd te worden.

Hiernaast moeten revisietekeningen per discipline aan de volgende aanvullende eisen voldoen. 3.8.7.2 Verharding De verharding en fundering dienen te worden aangegeven (oppervlakte, materiaal en dikte) in wegvakken. Deze wegvakken dienen als gesloten vlakken te worden getekend. De wegvakken dienen vooraf door de gemeente te worden vastgesteld op basis van de bestekstekening. Wijzigingen op het bestek dienen te worden verwerkt in de revisie. Ten behoeve van de fundering dienen er voldoende dwarsprofielen aanwezig te zijn. 3.8.7.3 Wegbebakening Een revisietekening moet de volgende gegevens bevatten:  Plaats en soort van de wegbebakening.  Technische gegevens.  Leveranciers en type(n). 3.8.7.4 Groenvoorzieningen Bij de overdracht van de gegevens voor groen dient een kaart met groenvakken te worden aangeleverd. De groenvakken dienen als gesloten vakken te worden getekend. Op tekening dient het planttype en eventuele bodemverbetering te worden aangegeven (soort en afmeting). De plantvakken dienen vooraf door de gemeente te worden vastgesteld op basis van de bestekstekening. Wijzigingen op het bestek dienen te worden verwerkt in de revisie.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 24 van 69

Fysiek Domein Tevens dient een Excel bestand te worden aangeleverd met daarin het plantvak, plantcategorie (volgens de lijst van de gemeente), plantsoort en afmeting, stuks en m2 en hellingspercentage van de ondergrond (talud). 3.8.7.5 Openbare verlichting De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  Duidelijke maatvoering met betrekking tot ligging van kabels en kabelmoffen, veiligheidsaardingen, plaats kasten en masten en overzicht toegepaste materialen.  Kasttekening en installatieschema, belasting afgaande kabels.  Meetrapporten moeten alle relevante gegevens met betrekking tot de in de installatie aangebrachte veiligheidsaardingen, isolatieweerstanden en stromen bevatten. De veiligheidsaardingen dienen een uniek nummer te hebben dat verwijst naar het bijbehorende meetrapport. Tevens kan aanvullend een lichtmeting met bijbehorend rapport worden gevraagd.  Overdracht van installatie aan de gemeente vindt plaats na het gereedkomen van de installatie waarbij de correcte werking van de installatie is aangetoond en revisietekeningen en meetrapporten en overige bescheiden aan de wegbeheerder (de gemeente en ingeval provincie via de gemeente) zijn overhandigd. De overdracht zal bestaan uit een eerste en tweede oplevering.  Van de overdracht wordt een proces-verbaal opgemaakt.

 Indien er voor de aanleg van de installatie door derden vergunningen zijn afgegeven aan de aannemer dienen deze bij de overdracht overhandigd te worden. 3.8.7.6 Riolering De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  Locatiegegevens van inspectie-, pomp- en drainageputten, inlaten, ontstoppingsstukken, kolken en huisaansluitingen.  Hoogtegegevens van putbodems, binnenkant onderkant buis en putdeksels.  Materiaal en inwendige afmetingen van inspectieputten.  Materiaal en diameter van riolering en drainage, incl. stroomrichting.  Ligging uitleggers van inlaten en inspectieputten naar drainageputten, kolken en huisaansluitingen.  IT drainstelsel op basis van rioolgegevens.  Drempelbreedte en hoogte van overstortputten (t.o.v. NAP).  Video-inspectie, inclusief reiniging van het stelsel en straat- en trottoirkolken, volgens NEN 3399, waarbij alle buizen met een diameter groter of gelijk aan 250mm zijn geïnspecteerd. Het inspectierapport bestaat uit: een rapportagemap, videobanden, digitale foto’s en een digitaal bestand in SUF-RIB formaat (Standaard Uitwisseling Formaat Riool Inspectie Bestanden). Deze gegevens mogen maximaal drie maanden voor datum van de overdracht gemaakt zijn.  Ingevulde tabel met gegevens van de putten. De putnummers dienen vooraf door de gemeente te worden vastgesteld op basis van de bestekstekening.

Wijzigingen op het bestek dienen te worden aangegeven bij de gemeente.  Ingevulde tabel met gegevens van de strengen.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 25 van 69

Fysiek Domein 3.8.7.7 Gemalen De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  Tekening met situering van de regelkast(en), kabels en leidingen.  E-schema’s.  Bouwkundige tekeningen.  Werktuigbouwkundige tekeningen.  Onderdeellijsten.  Overige technische gegevens.  Hydraulische berekeningen, incl. debiet opvoerhoogte-kromme.  Tekeningen en bedrijfsvoorschriften.  Keur merk op NEN 3140.  Garantieverklaringen van pompen, installaties en bekledingen. 3.8.7.8 Fonteinen De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  Tekening met situering van de regelkast(en), kabels en leidingen.  E-schema’s.  Bouwkundige tekeningen.  Werktuigbouwkundige tekeningen.  Onderdeellijsten.  Overige technische gegevens.  Hydraulische berekeningen, incl. debiet opvoerhoogte-kromme.  Tekeningen en bedrijfsvoorschriften.  Keur merk op NEN 3140.  Garantieverklaringen van pompen, installaties en bekledingen. 3.8.7.9 Speeltoestellen De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  De plaats van de speeltoestellen en valdempende ondergrond.  Technische gegevens.  Leveranciers en type(n).

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 26 van 69

Fysiek Domein 3.8.7.10 Straatmeubilair en ondergrondse afvalcontainers De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  De plaats van het straatmeubilair.  Technische gegevens.  Leveranciers en type(n). 3.8.7.11 Civiele kunstwerken De revisie dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:  De plaats van de civiele kunstwerken.  Er moet een duidelijk onderscheid in documenten zijn tussen vaste, beweegbare kunstwerken (lees bruggen) en overige kunstwerken zoals geluidsschermen, tunnels, duikers, beschoeiingen en damwanden.  Grondonderzoek- en sonderingresultaten.  Garantieverklaringen en certificaten conform RAW bepalingen en het Besluit Bodemkwaliteit.  Constructietekeningen, buigstaten en berekeningen.  Toelichtingen t.b.v. onderhoud zowel voor het constructieve als voor het elektrotechnische deel. 3.8.7.12 Bodem De Initiatiefnemer dient er voor zorg te dragen dat alle informatie betreffende de bodem, de bodemkwaliteit en eventuele ondergrondse voorzieningen, bij voorkeur digitaal, voorafgaand aan de overdracht van de openbare ruimte, aan de gemeente wordt overgedragen. 3.8.7.13 Water Voor de overdracht van waterpartijen wordt verwezen naar de eisen van het desbetreffende waterschap (AGV of Rijnland).

3.8.8 Kwaliteit c.q. keuringsplan Tot de verplichtingen van de Initiatiefnemer behoort het opstellen van een kwaliteit- c.q. keuringsplan. De volgens dit plan verzamelde gegevens over de werken worden, na het overdragen van de werken aan de gemeente, aan de gemeente ter beschikking gesteld. In het plan staan onder meer vermeld de leveranciers van materialen, bewijzen van oorsprong, attesten en certificaten van materialen, samenstellingsanalyses en uitloogonderzoeken enz.

3.8.9 Garantie/afkoop onderhoud elementenverharding eerste 5 jaar Voor het eind van de onderhoudstermijn koopt de Initiatiefnemer het onderhoud van de openbare verharding na de onderhoudstermijn af voor een bedrag incl. BTW. waarmee herbestraat kan worden. In het geval van draagkrachtige ondergrond (polderland) bedraagt het percentage 50 % van het areaal. Voor het bovenland dient een percentage van 100% te worden aangehouden. Dit bedrag wordt door de gemeente besteed aan het herbestraten van de elementenverharding van de eerste 5 jaar na overdracht. Dit geldt ook voor deelopleveringen. Gestelde zekerheden (bankgarantie e.d.) zullen na het verstrijken van de onderhoudstermijn worden geretourneerd.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 27 van 69

Fysiek Domein

4 Overige zaken

Initiatiefnemer heeft naast randvoorwaarden voor de inrichting van de openbare ruimte tevens te maken met een aantal andere zaken. Hieronder een opsomming van de zaken waar initiatiefnemer verantwoordelijk voor is bij het werken in de openbare ruimte.

4.1 Vergunningen 4.1.1 Algemeen In onderstaande paragrafen is een opsomming gegeven van de meest voorkomende vergunningen. De Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de volledigheid van de aan te vragen vergunningen.

4.1.2 Vergunningen (meldingen/besluiten/toetsingen) die door de gemeente worden afgegeven of bij de gemeente moeten worden ingediend 

Omgevingsvergunning, met één of meerdere onderliggende activiteiten: o Sloop. o Aanleg. o Bouw. o Inrit/Uitweg. o Object. o Milieu. o Kap.  Vergunning werkterrein; Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente.  (Basis)rioleringsplan (ter goedkeuring aan gemeente en waterschap).  Meldingen Besluit bodemkwaliteit.  Verkeersbesluiten voor tijdelijke verkeerssituaties op openbare wegen die niet in beheer zijn bij Rijk, provincie of waterschap. Rijk, provincie en waterschap nemen verkeersbesluiten voor wegen die bij hen in beheer zijn.  Wet bodembescherming beschikking saneringsplan of Melding Besluit Uniforme Sanering (BUS) (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied / zie ook provincie).  Toetsing saneringsplannen (provincie of gemeente afhankelijk van de omvang en hoedanigheid /Zie ook provincie).  Vergunning of melding Wet Milieubeheer (gemeente of provincie). Meer informatie over gemeentelijke vergunningen kan worden verkregen door een vooroverleg te arrangeren met het team Omgevingsvergunningen van de afdeling Stedelijke Ontwikkeling. Dit kan voor beide gemeenten via het digitaal loket op de website van de gemeente.

4.1.3 Vergunningen (of meldingen) die door de provincie Noord-Holland worden afgegeven of bij de provincie moeten worden ingediend    

Ontgrondingenvergunning (provincie Noord-Holland). Melding of beschikking Wet bodembescherming (provincie Noord-Holland). Vergunning of melding Wet Milieubeheer (gemeente of provincie Noord-Holland). Verkeersbesluiten voor verkeersmaatregelen op wegen in beheer bij de provincie.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 28 van 69

Fysiek Domein

4.1.4 Vergunningen (of meldingen) die door het waterschap worden afgegeven of bij het waterschap moeten worden ingediend       

Waterhuishoudingplan (ter goedkeuring aan het waterschap). Keurvergunning c.q. -ontheffing (ter goedkeuring aan het waterschap). (Basis)rioleringsplan (ter goedkeuring aan gemeente en waterschap). WVO vergunning/melding (ter goedkeuring aan het waterschap). Verkeersbesluiten voor verkeersmaatregelen op wegen in beheer bij het waterschap. Meldingen Besluit bodemkwaliteit (dempen in oppervlaktewater of waterbodem; aanvraag bij waterschap). Watervergunning (aanvraag bij waterschap).

4.2 Verkeersmaatregelen Voor bijkomende werkzaamheden, ook buiten het plangebied, aan bestaande openbare wegen, dienen bij het werk bebording en bebakening te worden aangebracht, conform Standaard bepalingen/publicaties uitgegeven door het C.R.O.W (96b). Toestemming voor wegwerkzaamheden op openbare wegen dient minimaal 4 weken van tevoren te worden aangevraagd bij de gemeente waarbij tevens op een overzichtstekening een omleidingsroute met bijbehorende bebording wordt ingediend. De werkzaamheden mogen pas starten na schriftelijke goedkeuring van de gemeente. De aanvraag en schriftelijke goedkeuring dient op het werk aanwezig te zijn. Bij werkzaamheden waarbij de provincie of Rijk direct of indirect betrokken zijn, dient rekening te worden gehouden met de hiervoor gebruikelijke aanvragen en termijnen. Het bouwverkeer dient zo min mogelijk hinder te veroorzaken voor omwonenden. De route voor het bouwverkeer dient in overleg met gemeente en –via de gemeente- met de politie te worden aangegeven en vastgesteld. De leveranciers dienen vooraf op de hoogte te worden gebracht van de route voor het bouwverkeer. Bij nalatigheid zal de gemeente op kosten van de aannemer maatregelen treffen. De bereikbaarheid van het werk voor hulpdiensten moet zijn gewaarborgd.

4.3 Nood- en hulpdiensten Bij brand of andere calamiteiten dient de bereikbaarheid geborgd te zijn, dit gebeurt -via de gemeente- in overleg met brandweer, politie en ambulancedienst.

4.4 Politie Keurmerk Veilig Wonen De buitenruimte met daarbij behorende voorzieningen moet voldoen aan het ‘Politie Keurmerk Veilig wonen’. Het keurmerk stelt veiligheidseisen, op planologisch en stedenbouwkundig niveau, aan de openbare ruimte, kavels, complex en aan de woning zelf. Denk aan eisen rond verlichting in een wijk of eisen aan de groenvoorziening en parkeerplaatsen. Maar ook goede sloten op de deuren en ramen van gebouwen vallen onder dit keurmerk. Het hele pakket aan maatregelen zorgt uiteindelijk voor een veilige buurt, een veilig complex en goed beveiligde individuele woningen. Daarbij zijn organisatorische maatregelen erg belangrijk, zoals het onderhoud van en het juist omgaan met de aangebrachte voorzieningen. Voor deze leidraad is vooral de detaillering van de woonomgeving aan de orde.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 29 van 69

Fysiek Domein Het ontwerp dient als concept inrichtingsplan in een vroeg stadium (bij initiatieffase) te worden voorgelegd aan een certificeringinstelling zoals er zijn:  Centrum voor Beveiliging en Veiligheid (CB&V).  SKW Certificatie BV.  LPCB Nederland.  NCP Certification.

4.5 Brandkranen, bluswater Binnen de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer zijn de drinkwaterbedrijven PWN en Waternet actief. PWN gaat over op een zelfreinigend drinkwatersysteem. Zij is verantwoordelijk voor het drinkwater en niet meer voor het bluswater. Dit kan betekenen dat het PWN leidingnet niet voldoende water levert om te kunnen blussen. In een vroeg stadium, conceptinrichtingsplan, dient –via de gemeenteoverleg te worden gevoerd met PWN, brandweer en gemeente om eventuele knelpunten op te lossen. Een en ander kan tot gevolg hebben dat het waterleidingnet dient te worden aangepast of dat speciale blusvoorzieningen dienen te worden aangebracht. De kosten van deze voorzieningen komen voor rekening van de Initiatiefnemer. In de plannen dient rekening te worden gehouden met de aanleg van brandkranen die in principe worden gevoed vanuit het aan te leggen waterleidingnetwerk (PWN). De onderlinge afstand tussen de brandkranen is maximaal 80 m. De maximale afstand van een woning tot een brandkraan is 40 m. Een tekening met de exacte locaties van de brandkranen dient via de gemeente ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de commandant van de Brandweer Amsterdam-Amstelland.

Procedure vergunningaanvraag waterleidingen en blusvoorzieningen De vergunningaanvraag waterleiding en blusvoorzieningen wordt in eerste instantie bekeken door de gemeente die ook de communicatie met de Initiatiefnemer onderhoudt. Hierna gaat de aanvraag naar de Brandweer die vervolgens overlegt met de gemeente. Na een officieel akkoord van de Brandweer gaat de aanvraag terug naar de gemeente voor verdere afhandeling.

4.6 Arbeidsomstandighedenwet Bij het werken in en met (verontreinigde) bodem is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan de veiligheids- en gezondheidsaspecten. De kennis is gebundeld in de CROW publicatie 400 'Werken in en met verontreinigde bodem'. Verder dient er altijd een V&G-plan aanwezig te zijn waarbij een project specifiek beschrijving essentieel is.

4.7 Bouw- en slooplawaai Het vigerende bouwbesluit is hiervoor van toepassing.

4.8 Trillingshinder De trillingshinder ten gevolge van in te zetten materieel voor de uitvoering van werken dient dermate beperkt te worden dat het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden minimaal is. Voor alle betrokken partijen dient een verzekering te worden afgesloten in de vorm van een Constructie All Risk (CAR verzekering). De bestaande toestand van de goederen van derden wordt middels een vooropname door een onafhankelijke derde op schrift en zo nodig met beelden vastgelegd.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 30 van 69

Fysiek Domein

5 Technische eisen en richtlijnen 5.1 Algemeen 5.1.1 Levensduureisen De volgende levensduureisen zijn voor de onderstaande materialen van toepassing: Asfaltverharding 30 jaar Elementenverhardingen beton 30 jaar Elementenverhardingen straatbakstenen 70 jaar Verlichtingsarmaturen Lichtmasten Verdeelkasten Kabelnet

20 jaar 40 jaar 20 jaar 60 jaar

Straatmeubilair: Beton Metaal Hout en kunststof

15 jaar 15 jaar 15 jaar

Beschoeiing

30 jaar

Kunstwerken Beton Hout Composiet

70 jaar 25 jaar 60 jaar

Riolering: Vrij verval riolering en persleidingen Bouwkundige constructies t.b.v. riolering Elektro/mechanische installaties

60 jaar 40 jaar 15 jaar

Speeltoestellen: Alle typen en materialen

15 jaar

5.1.2 Van toepassing zijnde richtlijnen Bij de uitwerking en detaillering van de plannen zijn naast de eisen en richtlijnen in deze LIOR in ieder geval de volgende documenten van toepassing:  De beleidsdocumenten zoals benoemd in paragraaf 2.1.  De CROW richtlijnen zoals digitaal beschikbaar via CROW Online Kennisbank. Onderdelen hiervan zijn o.a. de ASVV-richtlijnen en de Standaard RAW bepalingen.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 31 van 69

Fysiek Domein

5.2 Riolering en drainage 5.2.1 Riolering Algemeen  Nieuwbouwwijken worden aangelegd als gescheiden stelsel. Regenwater van daken en wegen worden schoon genoeg geacht om direct op het oppervlaktewater te lozen.  De eisen voor gemengde rioolstelsel in dit document zijn enkel van toepassing voor bestaande gemengde rioolstelsels die om praktische redenen niet omgezet kunnen worden tot gescheiden stelsels. Bij nieuwbouwwijken en reconstructies zijn gemengde stelsels uitgesloten.  Regenwater dat op private percelen valt dient op de private percelen verwerkt te worden. Dit kan door directe lozing naar aanliggend oppervlaktewater, of door infiltratie in de bodem.  Niet automatisch hemelwaterafvoer aanleggen. Initiatiefnemer moet eerst kolkenloze alternatief zoeken (bijvoorbeeld afvoer op maaiveldniveau).  De toepassing van rioolpompen en/of bergbezinkbassins is in de regel niet toegestaan. Om aan te sluiten op de (gemeentelijke) hoofdriolering dient de riolering zodanig op hoogte gelegd te worden dat aansluiting door middel van vrij verval riolering kan geschieden. Wanneer dit conflicteert met overige eisen in deze LIOR, dient contact opgenomen te worden met de gemeente voor afstemming. Specificaties van rioolgemalen zijn bij de gemeente op te vragen.  De openbare ruimte dient zodanig ingericht te zijn dat de hoeveelheid kolken beperkt wordt.

Regenwater afvoer op maaiveldniveau (open goten) wordt aangemoedigd. Het gebruik van lijngoten in de openbare ruimte is niet toegestaan. Let hierbij op dat de inrichting van de openbare ruimte functioneel is in combinatie met klimaatadaptatie; zie volgende punt.  In het kader van klimaatadaptatie dient de openbare ruimte in staat te zijn om neerslag te bufferen op maaiveld niveau, zonder dat dit overstroomt naar private percelen.  Tenzij anders aangegeven in vastgesteld gemeentelijk beleid, is in openbaar gebied op maaiveldniveau, de benodigde buffer in nieuwbouwgebieden 90 mm. In bestaand gebied dient bij reconstructies minimaal 60 mm regenwater berging op maaiveldniveau gerealiseerd te worden. In beide gevallen zijn oplossingsrichtingen mede afhankelijk van de inrichting en het straatbeeld  Ten behoeve van de waterkwaliteit dient het rioleringsplan ter goedkeuring aan het bevoegde waterschap te worden voorgelegd.  Bij laagbouw moet bij elke woning de eigen huisaansluiting zoveel mogelijk over eigen terrein, inclusief ontstoppingsmogelijkheid op erfgrens in de DWA streng.  Voor principe rioolaansluiting t.o.v. de kabels en leidingen zie standaarddetail bijlage B. Berekeningen  Ten aanzien van de berekeningen wordt gebruik gemaakt van het inloopmodel conform de Leidraad riolering, module C2100.

 Voor dimensionering van het HWA-stelsel wordt gerekend met bui 08 met een herhalingstijd van 2 jaar (T=2) conform de Leidraad Riolering, module C2100. Bij deze bui mag geen water op straat voorkomen.  Door middel van een gevoeligheidsanalyse moet inzichtelijk worden gemaakt of er met bui 10 knelpunten in het te ontwerpen HWA-stelsel voorkomen.  Minimale waking (verschil tussen maaiveldhoogte en maximale waterstand) HWA-stelsel bedraagt 0,20 m bij de gehanteerde neerslaggebeurtenis (bui 08). LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 32 van 69

Fysiek Domein

Ontwerpen  De minimale tussenafstand tussen het DWA- en het HWA-riool is 0,50 m.  De minimale dekking is 1,00 m. voor HWA en DWA.  De sleuf waar de riolering in wordt gelegd dient aangevuld te worden met zand.  Ter voorkoming van zettingen dient het zand waarmee de rioolsleuf gevuld wordt, in lagen van 30 cm. verdicht te worden.  Bij het maken van het ontwerp dient actief nagedacht te worden over de zettingsgevoeligheid van de locatie en de optie van fundering onder het aan te leggen rioolstelsel.  Riolering welke in gemeentelijk beheer is of moet komen, dient op openbaar terrein aangelegd te zijn en onderhouden te kunnen worden.  Hoofdleidingen (DWA, HWA, GMS) in het hart van de rijbaan, tenzij anders overeengekomen met de gemeente.  Minimale afstand (buitenkant buis) tussen vuilwater verzamelleiding en regenwater verzamelleiding: 0,50 m.  Ruimte tussen kruisende verzamelleidingen: minimaal 0,20 m.  Kruisingen watergangen onder vrij verval conform de voorschriften van de keur waterschap AGV. Droogweerafvoer (DWA)  Minimale diameter leidingen: ø250 mm.  Minimaal verhang bovenstrooms (eindstrengen): 1:250;  De volgende 150 m 1:333.  Minimaal verhang benedenstrooms (verzamelstrengen): 1:500.  Maximale strenglengte: 50 m.  Nooduitlaat naar oppervlaktewater.

 Uitgangspunt voor ontwerp is maximale DWA van 12 liter/uur per inwoner gedurende 10 uur per dag, met een gemiddelde van 2,5 inwoner per woning. Hemelwaterafvoer (HWA)  Minimale diameter leidingen ø250 mm.  Maximale strenglengte: 60 m.  HWA dient vrij uit te stromen naar het oppervlakte water.  De uitvoering van de uitstroomvoorziening dient in afstemming te zijn met de beschoeiing. De uitstroomvoorziening dient bestand te zijn tegen het onderhoudsregime van de watergang en waterkant. Gemengd stelsel (GMS)  Minimale diameter leidingen ø250mm.  Minimaal verhang bovenstrooms (eindstrengen): 1:250.  Minimaal verhang benedenstrooms (verzamelstrengen): 1:400.  Maximale strenglengte: 60m.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 33 van 69

Fysiek Domein Huisaansluitingen  Huisaansluitingen in relatie tot kabels en leidingen worden conform het standaard profiel kabels en leidingen gelegd (zie bijlage B).  Leidingen dienen zo kort mogelijk van lengte te zijn.  Geen leidingen leggen, voordat de sleuf van het rioolgedeelte waarop wordt aangesloten is aangevuld en verdicht tot de bovenkant van de te leggen aansluiting.  Leidingen vanaf het riool spanningsloos leggen.  afschot huisaansluitingen is minimaal 1:100 en de dekking minimaal 0,65 m.  In DWA huisaansluiting op openbaar terrein een ontstoppingsstuk zo dicht mogelijk tegen de erfafscheiding, waarvan de bovenzijde op 0,30 m onder het maaiveld. Kolk(aansluitingen)  Bij nieuwbouwwijken wordt gestreefd naar kolkenarme of kolkenloze wijken.  Bij bestaande wijkontsluitingswegen is de hart op hart (h.o.h.) afstand tussen kolken maximaal 20 meter.  In bestaande woonstraten, fietspaden en voetgangerspaden is de h.o.h afstand tussen kolken maximaal 15 meter, afhankelijk van afwaterend oppervlak. Leidingen dienen zo kort mogelijk van lengte te zijn.  Maximaal 4 kolken aansluiten op een verzamelleiding ø125 mm. Bij meer dan 4 kolken dient de verzamelleiding over te gaan naar een ø160 mm.  Geen leidingen leggen, voordat de sleuf van het rioolgedeelte waarop wordt aangesloten is aangevuld en verdicht tot de bovenkant van de te leggen aansluiting.

 Leidingen vanaf het riool spanningsloos leggen.  Klik aan de kolken mag niet meer dan 30 mm bedragen. Overstortputten  Toepassing van overstortputten dient afgestemd te zijn met het waterschap.  Bestaande of nieuwe overstorten mogen niet naar/in peilvakken buiten het plangebied worden verplaatst/geplaatst. Ontvangstput drukriolering  De overgang van drukriolering naar vrij verval riolering dient plaats te vinden middels een ontvangstput waarbij de persleiding onder het waterniveau uitmondt.  De ontvangstput en de opvolgende leiding en inspectieput dienen bestand te zijn tegen aantasting door H2S gassen. Putnummering  Voor de putnummering dient het bemalingsgebiedcode (op te vragen bij de gemeente) gebruikt te worden, plus een viercijferig vrij opvolgend laatste nummercode. Materialisatie verzamelleidingen  Diameter ø250 mm tot en met ø500 mm: dubbelwandig lichtgewicht PVC - buizen voorzien van een kern van recyclingmateriaal, klasse CEN SN 8.  PVC - hulpstukken zijn voorzien van gefixeerde rubberen manchetten en zijn klasse CEN SN 8 voor zover deze in genoemde klasse worden vervaardigd.  De DWA - leidingen uitvoeren in bruine kleur (RAL 8023) en HWA – leidingen uitvoeren in grijze kleur (RAL 7037). LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 34 van 69

Fysiek Domein  

Diameter groter dan ø500mm: gewapende mof – spie betonbuis, met S.B.R. ring, kwaliteitseisen volgens NEN 7126. Afhankelijk van specifieke lokale omstandigheden, is afwijking van materialisatie toegestaan, mits na overleg en met goedkeuring van de gemeente.

Materialisatie huisaansluitingen  Diameter minimaal ø125mm van dubbelwandig lichtgewicht PVC - buizen voorzien van een kern van recyclingmateriaal, klasse CEN SN 8.  PVC - hulpstukken zijn voorzien van gefixeerde rubberen manchetten en zijn klasse CEN SN 8 voor zover deze in genoemde klasse worden vervaardigd.  De DWA - leidingen uitvoeren in bruine kleur (RAL 8023) en HWA – leidingen uitvoeren in grijze kleur (RAL 7037).  Ontstoppingsstuk met klemdeksel van gelijke diameter als de aansluitende leidingen.  Huisaansluitingen aansluiten op verzamelleiding middels een klikinlaat waarop een standpijp met een flexibel T-stuk en een ingebouwde zettingsmof wordt geplaatst:

Materialisatie inspectieputten/overstortputten  Kunststof putten zijn van/of gelijkwaardig aan: Tegra inspectieputten, diameter 800mm, materiaal PP voorzien van een op hoogte verstelbare telescoopstuk, draaibare mofaansluiting tot maximaal 7,5˚ en een put met vlakke bodem voorzien van stroomprofiel en banket.  Betonputten: Uitvoeren in ongewapend beton, de betonputten voldoen aan verkeersklasse 60 volgens de V.B.B. 1995, minimaal 800x800 mm inwendig;  Overstortputten: minimaal 1500 x 1500 mm inwendig. De rioleringszijde van de overstortmuur dient menstoegankelijk te zijn. Opening overstortmuur minimaal 400 mm hoog. Verticale overstortbuizen zijn niet toegestaan.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 35 van 69

Fysiek Domein  Indien de putten worden vervaardigd uit meerdere onderdelen de naden dichten middels rubberenringen.  Putten voor DWA en GWA stelsels dienen voorzien te zijn van een stroomprofiel.  Putten voor HWA dienen voorzien te zijn van een zandvang van minimaal 100 mm.  Gietijzeren putranden en deksels zijn van/of gelijkwaardig aan: TBS type RB 3223 VR VEPRO, putrandhoogte 240 mm . Putrand op hoogte stellen d.m.v. prefab stelringen in de dikte 50, 80 of 100 mm Putrand voorzien van de tekst ‘VW’ voor putten in het vuilwaterstelsel en ‘RW’ voor putten in het regenwaterstelsel. Ter plaatse van asfaltverhardingen dienen selflevel putranden toegepast te worden. Materialisatie kolken  Straatkolk/Trottoirkolk van kunststof-gietijzer combinatie (tweedelig).- SAVE straatkolk GS, type 3001./ SAVE trottoirkolk GT, type 3001.  Gietijzeren straatkolkkop 370 x 370 mm.  Kolkhoogte 730 mm.  Kunststof (PP) onderbak, vierkant, circa 352 x 352 mm aan de rand.  Met zandvang 45 liter en stankafsluiting.  Rooster vergrendeling met extra vuilvangrooster.  Aansluiting PVC 125 mm.  De kolkleidingen uitvoeren in grijze kleur (RAL 7037). Diameter kolkleidingen minimaal 125mm van dubbelwandig lichtgewicht PVC - buizen voorzien van een kern van recyclingmateriaal, klasse SN 8, standleidingen zijn minimaal 0,40 m.

PVC - hulpstukken zijn voorzien van gefixeerde rubberen manchetten zijn SN 4, voor zover deze in genoemde klasse worden vervaardigd. Aansluiten op de hoofdleiding conform detail zoals weergegeven bij materialisatie huisaansluitingen. Uitvoering  De leidingen voldoen aan de klasse van de toestandsaspecten, volgens NEN 3399 (zie maatstaven), leidingen die niet voldoen aan de genoemde criteria dienen opnieuw te worden aangebracht.  Het afschot in de leiding is op geen enkel punt tegengesteld aan het voorgeschreven afschot.  Pasbuizen korter dan 0,75 m mogen niet worden gebruikt.  Aanleg van de leidingen uitvoeren volgens NPR 3218, Nederlandse Praktijkrichtlijn voor de aanleg van buitenriolering vrijverval.  De toegestane afwijking in het op hoogte brengen van putstellen door stelringen ten opzichte van de voorgeschreven maten bedraagt 30mm. De putranden over de gehele omtrek dragend opstellen 5 tot 10mm beneden de toekomstige verharding op ten minste 2 en ten hoogste 4 stelringen van beton. Beproeving  Maximaal twee weken voor de oplevering van het hoofdriool in de bouwrijp gemaakte gebieden dient een kwaliteitscontrole te zijn verricht door middel van een panoramoinspectie. Ten behoeve van deze inspectie het betreffende riool tijdig reinigen en droogzetten. Voor de woonrijp gemaakte gebieden dient wederom op dezelfde manier een inspectie plaats te vinden.

 Voor oplevering reinigen van kolken en kolkleidingen. LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 36 van 69

Fysiek Domein

Maatstaven op te leveren riolering  Aangebrachte putten dienen conform de NEN 3399 toestandsaspecten te voldoen aan de volgende classificaties: DAB is 1, DAC is 1, DAD is 1, DAF is 1, DBF is 1.  De maatstaven waaraan het aangebrachte riool moeten voldoen zijn:

5.2.2 Drainage Algemeen  Er worden verschillende soorten drainage onderscheiden: o Drainage kruipruimte. o Cunetdrainage (zie paragraaf5.4.4). o Drainage groen/terreinen ter voorkoming van plasvorming.(zie paragraaf 5.9.3).  Door de Initiatiefnemer dient, indien van toepassing, een drainageplan te worden opgesteld t.b.v. het drooghouden van de kruipruimte. Dit plan dient ter toetsing aan de gemeente en waterbeheerder te worden voorgelegd. Het plan wordt onder andere getoetst op effectiviteit, verwachte levensduur en onderhoudbaarheid.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 37 van 69

Fysiek Domein Drainage kruipruimte  Door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is in de Integrale keur AGV een richtlijn opgenomen dat er geen drainage mag worden toegepast om de bouwblokken droog te houden. Dit betekent dat voorzieningen dienen te worden getroffen om de woningen droog te houden zoals waterdichte vloeren etc. Het waterschap heeft richtlijnen omtrent de maximale opbolling van het grondwater met en zonder kruipruimte. Zie hiervoor de nota richtlijnen ter voorkoming van grondwateroverlast in nieuw bebouwd gebied. E.e.a. in overleg met gemeente en waterschap te bepalen.

5.3 Verkeersontwerp Wegcategorisering  De gemeenten Amstelveen en Aalsmeer kennen een wegencategoriseringsplan, gebaseerd op het landelijke convenant “Duurzaam Veilig”. In het wegencategoriseringsplan wordt onderscheid gemaakt in twee typen wegen: o Gebiedsontsluitingswegen: Op gebiedsontsluitingswegen geldt een maximale snelheid van 50 of 70 km per uur binnen de bebouwde kom en 80 km per uur buiten de bebouwde kom. Fietsers worden gescheiden van gemotoriseerd verkeer door middel van vrij liggende fietspaden (of eventueel fietsstroken, bij bestaande wegen binnen de kom). Bromfietsers rijden binnen de kom met het autoverkeer mee op de rijbaan, buiten de kom op (brom)fietspaden. De verharding van gebiedsontsluitingswegen is asfalt. o Erftoegangswegen: erftoegangswegen zijn gelegen in verblijfsgebieden. In verblijfsgebieden is het verkeer ondergeschikt. Op erftoegangswegen geldt een maximumsnelheid van 30 km per uur binnen de bebouwde kom en 60 km per uur buiten de bebouwde kom. De diverse verkeerssoorten zijn gemengd. Op 60 km/uur-wegen zijn fietsstroken mogelijk. Kruisingen tussen erftoegangswegen zijn gelijkwaardig, aansluitingen op ontsluitingswegen worden waar mogelijk vormgegeven door middel van uitritconstructies.

In 30 km/uur-gebieden wordt elementenverharding toegepast, tenzij sprake is van een hoofdfietsroute; dan is ook het realiseren van een fietsstraat in rood asfalt een optie; in overleg met de gemeente. Ontsluiting plangebied  De locatie van de aansluiting: het plangebied mag niet te dicht op een kruispunt worden aangesloten. Dit geldt met name bij kruispunten met verkeerslichten en opstelstroken. In dergelijke situaties is altijd overleg met de afdeling verkeer van de gemeente nodig.  De wijze van aansluiting: afhankelijk van het bouwplan door middel van een uitritconstructie, een voorrangskruising of op een nog grootschaligere manier.  Toegankelijkheid brandweer: bij grotere plangebieden waar met één ontsluiting moet worden volstaan, dient deze ontsluiting minimaal 5,5 meter breed te zijn. Indien er twee of meer ontsluitingen zijn, dan kunnen deze per stuk 3,5 meter breed zijn. Bij hinder op de ene ingang dient de brandweer dan het gehele gebied via de andere ingang te kunnen bereiken.  Zicht: bij het in- en uitrijden van het te ontwikkelen plangebied dient er voldoende zicht op het overige verkeer (voetgangers, (brom)fietsers, auto’s, etc.) te zijn en dienen fiets/voetpad niet geblokkeerd te worden. LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 38 van 69

Fysiek Domein 

Bovengenoemde kan onder andere betekenen dat: o bij het uitrijden de bebouwing niet tot bovenop de aansluiting gesitueerd wordt. o geparkeerde auto’s op de openbare weg of andere obstakels het zicht op het verkeer niet belemmeren. o de wachtruimte tussen bijvoorbeeld fietspad/trottoir en de weg minimaal 5 meter is, zodat hierop een auto kan staan. Hierbij is ook van belang dat tijdens het wachten het voetgangersverkeer over het trottoir niet gehinderd wordt. o het horizontale vlak na een hellingbaan bij het uitrijden van een parkeerkelder of dek minimaal 5 meter lang dient te zijn voordat men het trottoir/fietspad/rijbaan bereikt, zodat een auto horizontaal kan wachten zonder het verkeer te hinderen.

Circulatie in het plangebied  Indien in een plangebied meerdere straten worden aangelegd, dienen de volgende richtlijnen als uitgangspunt voor de verkeerscirculatie: o Minimaal aantal harde conflicten tussen gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer. o Geen hoofdroute en busroute direct langs gevoelige voorzieningen, zoals basisscholen en kinderdagverblijven. o Busroutes worden niet door 30 km/uur-gebieden geleid; bushaltes dienen te worden ingericht volgens de eisen van de Vervoerregio Amsterdam; o Ontsluitingswegen dienen te worden voorzien van vrijliggende geasfalteerde fietspaden. o Extra brede langsparkeerstroken of ruime en diepe haakse vakken langs de hoofdroutes en busroutes. o In beginsel worden geen éénrichtingwegen toegepast. o Bochtstralen moeten geschikt zijn voor vuilniswagens en brandweerauto's.  Erftoegangswegen binnen de bebouwde kom dienen dusdanig ingericht te worden dat er redelijkerwijs niet harder dan 30 km/u gereden kan worden. De gemeente hanteert hierbij de stelregel dat om de 75 tot 100 meter een snelheidsremmende maatregel wordt toegepast. Dit kan een haakse bocht zijn, en verkeersplateau of een drempel. Drempels en verkeersplateaus dienen te voldoen aan de richtlijnen van het CROW. Wegversmallingen worden in principe nooit toegepast.

 Ontsluitingswegen kennen in principe geen snelheidsremmende maatregelen, om nooden hulpdiensten zo min mogelijk te hinderen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van een school, kan hiervan afgeweken worden. Parkeren: parkeernorm  De parkeerbehoefte van bouwplannen wordt berekend aan de hand van de door gemeente vastgestelde parkeernormen. Uitgangspunt vormt dat parkeren opgelost wordt op eigen terrein. Indien niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein of binnen het plangebied kunnen worden aangelegd, kunnen extra parkeerplaatsen in de directe openbare omgeving aangelegd worden, mits deze voldoen aan de maatvoerings- en bereikbaarheidseisen uit de ASVV en niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten.  De specifieke parkeernormen inclusief uitgangspunten, toepassingsregels en juridisch kader, zijn te vinden in de Nota Parkeernormen van de gemeente.

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 39 van 69

Fysiek Domein Parkeren: maatvoering  Voor straatparkeren gelden de normen uit de ASVV. Voor parkeren in garages gelden de normen uit de NEN 2443 en de Ontwerpwijzer Gebouwde Parkeervoorzieningen uitgegeven door het C.R.O.W.  De gemeente hanteert de volgende standaardmaten: o haaks / schuin parkeren: 2,50 bij 5,00 meter, parkeerwegbreedte 6,00 meter o langsparkeren:  2,00 meter bij 6,00 meter (voor vakken aan het uiteinde van een strook).  2,00 meter bij 5,50 meter (voor tussenvakken).  Langsparkeerplaatsen met een wand of kolom aan de bestuurderszijde zijn minimaal 2,50 meter breed zijn.  Parkeerstroken langs groenstroken moeten minimaal 2,50 meter breed zijn. Indien dit niet mogelijk is, dient een uitstapstrook van twee tegels breed worden aangebracht. Parkeren: doelgroepen  Er dienen voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen te worden aangelegd. Richtlijn is 1 op de 50 parkeerplaatsen bij openbare voorzieningen, zoals bibliotheken, musea, winkels, bioscoop etc.  Normen en richtlijnen voor parkeerplaatsen voor gehandicapten zijn terug te vinden in de ASVV en de NEN 2443. Parkeren: fietsparkeren  In de Nota Parkeernormen Amstelveen zijn normen opgenomen ten behoeve van fietsparkeren.  Fietsenrekken dienen te voldoen aan de eisen uit Fietsparkeur.

 Alle fietsenrekken die openbaar zijn en in beheer van de gemeente zijn standaard fietsenrekken van het type Tulip met een hart-op-hartafstand van minimaal 37,5 cm. Fietspaden  Nieuwe éénrichtingsfietspaden zijn minimaal 2,25 meter breed (exclusief opsluitingen). Tweerichtingsfietspaden zijn minimaal 3,50 meter en bij drukke fietspaden bij voorkeur 4,00 meter breed. Tweerichtings(brom)fietspaden zijn minimaal 4 meter breed. Daar waar naast de rijbaan wordt langs geparkeerd en daarnaast een fietspad is gesitueerd, dient tussen de parkeerstrook en het fietspad een uitstapstrook/schrikstrook te worden aangehouden van minimaal 70 centimeter.  Alle fietspaden worden uitgevoerd in rood asfalt (rode steenslag, blanke bitumen en rood pigment). Fietspaden gelegen langs voorrangswegen maken deel uit van die voorrangsweg en liggen derhalve eveneens geheel in de voorrang ten opzichte van zijwegen en/of aansluitende fietspaden. Uitgangspunt is dat de hoofdfietsroutes ook voorrang krijgen ten opzichte van zijwegen/fietspaden. In de overige gevallen dienen kruisingen van fietspaden met zijwegen of andere fietspaden zoveel mogelijk volgens het principe van gelijkwaardige kruisingen (voorrang van rechts) te worden vormgegeven, tenzij vanuit verkeersveiligheidsoogpunt anders is gewenst.

 Daar waar fietspaden zijwegen kruisen en fietsers voorrang hebben ten opzichte van de kruisende weg, dient over de gehele lengte van de oversteek rood asfalt en blokmarkering te worden toegepast. Indien het een tweerichtingsfietspad is, dient ook asmarkering te worden aangebracht volgens het zelfde stramien als de blokmarkering (50-50).

LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019

Pagina 40 van 69

Fysiek Domein  

Fietsroutes zijn zo direct mogelijk met zo min mogelijk scherpe bochten en zo veel mogelijk rechte oversteken bij kruisingen. Onder fietspaden mogen geen kabels en leidingen worden gesitueerd. De ligging van nieuwe fietspaden dient op bestaande kabels en leidingen te worden afgestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=a6dfb855-34d4-4331-94c7-7456b304c0ec