Bijlage 3 Achtergrondinformate planregels bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2005
Tekst van het document
a.
b.
er mogen geen nieuwe gebouwen en bouwwerken worden opgericht, uitsluitend de reeds aanwezige bebouwing en/of bouwwerken op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het bestemmingsplan is toegestaan; (ver)bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze gericht zijn op het behoud en herstel van de aanwezige bebouwing, waarbij de navolgende bouwvoorschriften in acht moeten worden genomen: 1.. de goothoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m, de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, 2. de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen; 3. de afstand tussen de gebouwen, niet zijnde een botenopslagloods, en de grens met de bestemmingen “water” en/of “water, tevens landschappelijk waardevol terrein” mag niet minder bedragen dan 2 m.
14.3.2 Ligplaatsen voor woonschepen
a.
b.
nieuwe ligplaatsen voor woonschepen mogen uitsluitend worden gerealiseerd, indien gelegen buiten de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” ; bijgebouwen ten behoeve van woonschepen dienen te voldoen aan de volgende bepalingen: 1. de afstand tot een schip dient minimaal 5 m te bedragen; 2. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 40 m²; 3. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m; 4. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30% worden bebouwd; 5 de gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.
14.3.3 Woningen
Voor de woningen, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één woning toegestaan; b. de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 450 m³; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 m en 7 m bedragen; d. de woningen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; e. bijgebouwen zijn toegestaan tot een maximum oppervlak van 40 m²; f. de goot- en nokhoogte voor bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m, respectievelijk 4,5 m.
34
14.3.4 Woningen, gestapeld
Voor de woningen, gestapeld, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding zijn maximaal 5 woningen in gestapelde vorm toegestaan; b. de bouwhoogte van de gestapelde woningen mag niet meer bedragen dan 9 m
14.3.5 Logiesgebouw
Voor het logiesgebouw, die als zodanig op de plankaart is aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding “Logiesgebouw is één logiesgebouw toegestaan; b. de bouwhoogte van het logiesgebouw mag niet meer bedragen dan 8 m;
14.3.6 Horecavoorzieningen
Per jachthaven is één horecavoorziening van maximaal 150 m² bvo toegestaan. Daar waar een horecavoorziening apart op de plankaart is aangeduid, is tevens een horecavestiging toegestaan waarbij de bestaande maten als maximum gelden.
14.3.7 Recreatiewoningen
Voor de recreatiewoningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.
14.3.8 Tenthuisjes
Voor tenthuisje, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. op het perceel zijn maximaal 15 tenthuisjes toegestaan; c. andere bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan voor zover zij ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 1,5 m.
14.3.9 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a.
b. c.
de hoogte van de op de plankaart aangegeven antennemast mag niet meer bedragen dan 45 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m, met uitzondering van erfafscheidingen; de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 3 m.
35
14.4 Parkeernorm Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen dient te worden uitgegaan van onderstaande normen: a. voor de eerste 200 ligplaatsen voor boten, inclusief woon- en/of recreatieve woonschepen, minimaal 1,5 parkeerplaats per ligplaats; b. voor de overige ligplaatsen minimaal 1,1 parkeerplaats per ligplaats. Deze parkeerplaatsen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
36
Artikel 15 Scheepswerf 15.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor "Scheepswerf” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een scheepsbouw- en reparatiebedrijf, met een maximale milieucategorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; b. open terreinen, waaronder opslag en laad- en losterreinen; c. steigers voor pleziervaartuigen; d. sanitaire voorzieningen; e. jachtmakelaardij; f. een kantoor, ter ondersteuning van de jachthavenactiviteiten; g. detailhandel in watersportartikelen, met een maximum oppervlak van 150 m² bvo; h. horeca; i. botenopslagloods; j. buitenopslag voor boten; k. water, behorende bij scheepswerf; l. ligplaatsen voor woonschepen ten behoeve van permanente bewoning en nietpermanente bewoning, met dien verstande dat het aantal woonschepen voor permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 204 en het aantal woonschepen voor niet-permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 167 en mits het aantal ligplaatsen binnen de bestemming “Zonering luchthaven en schiphol” niet toeneemt. Woonschepen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd; m. erven, toegangswegen, paden en parkeervoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 15.2.
Samenvallende bestemmingen Op de in lid 15.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 15.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 15.3.1 (Bedrijfs)gebouwen
a.
b. c. d.
de gebouwen dienen te worden gebouwd in zone A in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens, of achter de bestemming woondoeleinden; de afstand tussen de gebouwen, niet zijnde een botenloods, en de grens met de bestemmingen “water” en “water, tevens landschappelijk waardevol terrein” mag niet minder bedragen dan 2 m; de goothoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m, de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen.
37
15.3.2 Ligplaatsen voor woonschepen
Voor bijgebouwen ten behoeve van woonschepen gelden de navolgende bepalingen: a. de afstand van een bijgebouw tot het woonschip dient minimaal 5 m te bedragen; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40 m²; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m; d. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30% worden bebouwd; e. De gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.
15.3.3 Andere bouwwerken
a.
b.
de hoogte van andere bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 6 m; andere bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, welke niet vergunningvrij zijn op grond van artikel 2, lid e, van het “Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” zijn niet toegestaan.
15.3.4 Horecavoorzieningen
Per scheepswerf is één horecavoorziening van maximaal 150 m² bvo toegestaan.
15.4 Parkeernorm Voor deze bestemming geldt als minimum parkeernorm: a. voor scheepswerfactiviteiten: 1 parkeerplaats per 2 arbeidsplaatsen; b. voor jachthavenactiviteiten: 1. voor de eerste 200 ligplaatsen voor boten, inclusief woonschepen voor zowel permanente als voor niet-permanente bewoning, minimaal 1,5 parkeerplaats per ligplaats; 2. voor de overige ligplaatsen minimaal 1,1 parkeerplaats per ligplaats; Deze parkeerplaatsen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
38
Artikel 16 Fort 16.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Fort” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een constructie en/of reparatiewerkplaats voor boten, met een maximale milieucategorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4 van het Inrichtingenen vergunningenbesluit milieubeheer; b. een kantoor, ter ondersteuning van de jachthavenactiviteiten; c. culturele en recreatieve voorzieningen; d. sanitaire voorzieningen; e. botenopslagloods; f. buitenopslag voor boten, met uitzondering van de gronden met de aanduiding “geen buitenopslag toegestaan”; g. steigers ten behoeve van aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen, met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegestaan op de gronden met de aanduiding “aanlegplaatsen ten behoeve van pleziervaartuigen toegestaan”; h. water, behorende bij het fort; i. erven, toegangswegen, paden en parkeervoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 16.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 16.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 16.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden is geen nieuwe bebouwing toegestaan; b.
(ver)bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze gericht zijn op het behoud en de restauratie van de aanwezige gebouwen in hun oorspronkelijke staat, dan wel betrekking hebben op het onderhoud van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder de oeververbinding.
39
Artikel 17 Bedrijfsdoeleinden 17.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Bedrijfsdoeleinden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten, welke zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; b. opslag-, los-, en laadterreinen; c. toegangswegen, parkeerterreinen en groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 17.2 Samenvallende bestemmingen 17.2.1 Op de in lid 17.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 17.2.2 Op de in lid 17.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 17.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 17.3.1 (Bedrijfs-)gebouwen
a.
b. c. d. e.
de gebouwen dienen te worden gebouwd in zone A in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens of achter de bestemming woondoeleinden; de goothoogte en nokhoogte van de bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan 6 resp. 9 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen; maximaal 60% van de gronden, gelegen binnen zone A, mag worden bebouwd; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 5 m bedragen.
17.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a.
b.
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m , met uitzondering van erfafscheidingen; de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 3 m.
17.4 Vrijstelling 17.4.1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in
lid 17.1 voor het toestaan van bedrijven die zijn genoemd in categorie 3 van de “Staat van bedrijfsactiviteiten”, mits deze bedrijven door hun bijzondere aard of hun geringe omvang, dan wel door het treffen van voorzieningen gelijk gesteld kunnen worden, qua hinder, aan categorie 1 of 2 bedrijven.
40
Artikel 18 Horeca 18.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Horeca” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijf; b. parkeervoorzieningen; c. toegangswegen, erven, groenvoorzieningen en water; met bijbehorende bouwwerken. 18.2 Samenvallende bestemmingen
18.2.1 Op de in lid 18.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Water-
kering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing.
18.2.2 Op de in lid 18.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering
luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing.
18.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 18.3.1 (Bedrijfs)gebouwen
a.
b. c. d. e.
de gebouwen dienen te worden gebouwd in zone A in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens of achter de bestemming woondoeleinden; de goothoogte en nokhoogte van de bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan 6 resp. 9 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen; maximaal 60% van de gronden, gelegen binnen zone A, mag worden bebouwd; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 5 m bedragen.
18.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
41
Artikel 19 Maatschappelijke doeleinden 19.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Maatschappelijke doeleinden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sociaal-culturele doeleinden; b. educatieve doeleinden; c. tuinbouwbedrijf; d. parkeervoorzieningen; e. toegangswegen, erven en groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: f. zone voor natuurontwikkeling; 19.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 19.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 19.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 19.3.1 (Bedrijfs)gebouwen
a.
b. c. d. e. f.
de gebouwen, waaronder kassen, dienen te worden gebouwd in zone A in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens of achter de bestemming woondoeleinden; de goothoogte en nokhoogte van de bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan 6 resp. 9 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen; maximaal 60% van de gronden, gelegen binnen zone A, mag worden bebouwd; de afstand tussen bedrijfsgebouwen – niet zijnde kassen – en de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m; kassen mogen tot inde zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
19.3.2 Zone voor natuurontwikkeling
Binnen de op de plankaart als zodanig aangegeven mede bestemming gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. langs de Ringvaart zijn maximaal 2 openbaar toegankelijke, kleinschalige dagvoorzieningen voor waterrecreatie toegestaan, waarvan per voorziening de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 0,25 hectare - en - tenminste 30% van de oppervlakte gereserveerd is voor landschappelijke inpassing door middel van bomen, bos/struweel, rietzones; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m.
19.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
Artikel 20 Recreatieve en culturele voorzieningen 42
20.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Recreatieve en culturele voorzieningen ” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca; b. culturele voorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. toegangswegen, erven en groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 20.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 20.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 20.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 20.3.1 Gebouwen
a.
b.
er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, uitsluitend de reeds aanwezige bebouwing op het moment van de ter inzage legging van het plan is toegestaan; (ver)bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze gericht zijn op het behoud en restauratie van de aanwezige gebouwen in hun oorspronkelijke staat.
20.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
43
Artikel 21 Recreatieve voorzieningen I 21.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Recreatieve voorzieningen I” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een recreatiestrand; b. een kiosk met terras; c. een horecavestiging met terras; d. verenigingsgebouwen; e. sanitaire voorzieningen; f. steigers voor aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen; g. toegangswegen, paden, parkeervoorzieningen, water en groen; met bijbehorende bouwwerken. 21.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 21.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 21.3 Beschrijving in hoofdlijnen a. deze bestemming voorziet in de aanleg van een recreatiesteunpunt voor dagrecreatie met bijbehorende voorzieningen; b. alvorens tot realisatie wordt overgegaan dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen. 21.4 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 21.4.1 (Bedrijfs-)gebouwen
a.
b. c. d. e. f.
de gebouwen dienen te worden gebouwd binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak ; maximaal 60% van de gronden, gelegen binnen het bouwvlak, mag worden bebouwd; maximaal 100 m² van het bouwvlak mag gebruikt worden ten behoeve van een kiosk met terras. Hiervan mag maximaal 60% worden bebouwd; maximaal 1.000 m² mag gebruikt worden ten behoeve van een horecavestiging met terras. Hiervan mag maximaal 60% worden bebouwd; de goothoogte en nokhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 respectievelijk 8 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen.
21.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
44
Artikel 22 Recreatieve voorzieningen II 22.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Recreatieve voorzieningen II” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een horecavestiging met terras; b. voetpaden; c. groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 22.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 21.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 22.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 22.3.1 Gebouwen
a.
b. c d.
maximaal 500 m² van het bestemmingsvlak mag gebruikt worden ten behoeve van een horecavestiging met terras. Hiervan mag maximaal 60% worden bebouwd; de goothoogte en nokhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan 4,5 respectievelijk 7 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens c.q. waterlijn mag niet minder bedragen dan 5 m.
22.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
45
Artikel 23 Stille opslag 23.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Stille opslag” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. inpandige opslag, in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; b. parkeervoorzieningen; c. toegangswegen, erven en groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 23.2. Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 23.2.1 Gebouwen
a.
b.
er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, uitsluitend de reeds aanwezige bebouwing op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het bestemmingsplan is toegestaan; (ver)bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze gericht zijn op het behoud en herstel van de aanwezige gebouwen.
23.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
46
Artikel 24 Baggerdepot 24.1 Bestemmingsomschrijving De op de kaart voor “Baggerdepot” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de opslag van bagger afkomstig van het onderhoud en beheer van sloten; b. open terreinen. met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 24.2. Bouwvoorschriften Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van terreinafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 1,5 m mag bedragen. 24.3 Vrijstellingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 24.2, voor het bouwen van één schuilhut per depot, met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 6 m²; b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m; c. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast.
47
Artikel 25 Natuur 25.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Natuur” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur en landschap, zijnde het behoud, herstel en ontwikkeling van de natuuren landschapswaarde van het gebied; met daaraan ondergeschikt: b. extensieve natuurgerichte recreatie, met daarbij behorende voorzieningen zoals wandelpaden, observatiepunten en informatieborden; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: c. recreatiewoning. Toepassing van artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is uitgesloten. 25.2. Samenvallende bestemmingen Op de in lid 25.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 25.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen, behoudens het bepaalde in lid 25.3.1, geen gebouwen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m. 25.3.1 Recreatiewoningen
Voor de recreatiewoningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding op de plankaart is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.
48
Artikel 26 Natuurontwikkeling 26.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Natuurontwikkeling” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuurontwikkeling; b. tuinbouwbedrijven, uitsluitend t.b.v. open grond teelt; c. riet en oeverlanden; d. water; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Toepassing van artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is uitgesloten. 26.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 26.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 26.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m.
49
Artikel 27 Riet- en oeverlanden 27.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Riet- en oeverlanden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud en/of het herstel en ontwikkeling van riet- en oeverlanden; b. water, tevens landschappelijk waardevol terrein; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Toepassing van artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is uitgesloten. 27.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 27.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 27.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van één gebouw van maximaal 10 m² en met een goot- en nokhoogte van maximaal 3 respectievelijk 4,5 m voor de uitoefening van een rietsnijdersbedrijf; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover zij ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 1,5 m.
50
Artikel 28 Begraafplaats 28.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Begraafplaats” aangewezen gronden zijn bestemd voor de instandhouding van de bestaande begraafplaats, inclusief parkeren en groenvoorzieningen, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 28.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 28.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 28.3. Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover zij ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 1,5 m.
51
Artikel 29 Verkeersdoeleinden 29.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Verkeersdoeleinden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met maximaal 2 rijstroken voor het gemotoriseerd verkeer; b. haltevoorzieningen voor het openbaar vervoer; c. voet- en fietspaden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen en water; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: f. een kiosk inclusief terras, met een maximale oppervlakte van 24 m². 29.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 29.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 29.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van abri’s en de op de plankaart aangeduide kiosk; b. de bouwhoogte van de kiosk mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en bruggen, mag niet meer bedragen dan 3 m.
52
Artikel 30 Groenvoorzieningen 30.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Groenvoorzieningen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bermen en groenstroken; b voetpaden en speelterreinen; c. water; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: d. een laad- en loswal. 30.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 30.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 30.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en bruggen, mag niet meer bedragen dan 3 m.
53
Artikel 31 Water 31.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. verkeer te water; c. bruggen; d. ecologische oevers; e. steigers: mits de bestemming grenst aan “Woondoeleinden, niet gestapeld”, “Woondoeleinden, gestapeld ” of “Horeca” ten behoeve van één aanlegplaats bij recreatiekavel, of tuinbouwbedrijf; ten behoeve van één aanlegplaats waar de mede bestemming “woning of “recreatiewoning is aangegeven; mits er een vrije vaarbreedte van minimaal 4,5 m gewaarborgd is; f. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning, met dien verstande dat: het totaal aantal woonschepen voor permanente bewoning niet meer mag bedragen dan 204; het aantal ligplaatsen binnen de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” niet mag toenemen; de bestemming “Water” dient te grenzen aan de bestemming “Agrarische doeleinden”, met dien verstande dat binnen de op de plankaart aangegeven mede bestemming “Zone voor natuurontwikkeling”, geen ligplaatsen voor woonschepen zijn toegestaan; het op de gronden met de aanduiding “geen ligplaatsen toegestaan” geen ligplaatsen voor woonschepen zijn toegestaan; langs de Uiterweg geen ligplaatsen voor woonschepen zijn toegestaan; er een vrije vaarbreedte van minimaal 4,5 m gewaarborgd is; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Ter plaatse waar dit als zodanig op de plankaart is aangegeven, zijn de gronden mede bestemd voor: g. zone voor natuurontwikkeling. 31.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 31.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 31.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. nieuwe ligplaatsen voor woonschepen mogen uitsluitend worden gerealiseerd, indien gelegen buiten de bestemming “Zonering luchthaven schiphol”; c. indien steigers worden aangelegd grenzend aan de bestemming “Woondoeleinden, niet gestapeld” en “Woondoeleinden, gestapeld” dient te worden voldaan aan de volgende bepalingen: er mag per perceel maximaal 1 steiger worden gebouwd; de diepte van de steiger mag maximaal 15 m bedragen, de breedte maximaal 1 m; de steiger mag (haaks hierop) worden voorzien van een vlonder/steiger met een lengte van maximaal 15 m en een breedte van maximaal 1 m; er een vrije vaarbreedte van minimaal 4,5 m gewaarborgd is; 54
d.
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
31.4 Zone voor natuurontwikkeling
Binnen de op de plankaart als zodanig aangegeven mede bestemming gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning zijn niet toegestaan; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m.
55
Artikel 32 Water, tevens landschappelijk waardevol terrein 32.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Water, tevens landschappelijk waardevol terrein” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. verkeer te water; c. bruggen; d. ontwikkeling ecologische verbindingszone, daar waar aangegeven op de plankaart; e. natuurontwikkeling; f. steigers: mits grenzend aan de bestemming “Recreatieve voorzieningen I” mits grenzend aan de bestemming “Recreatieve voorzieningen II”, uitsluitend ter plaatse waar op de plankaart de aanduiding “aanlegplaatsen ten behoeve van pleziervaartuigen toegestaan” is aangegeven; ten behoeve van één aanlegplaats bij recreatiekavel, of tuinbouwbedrijf; ten behoeve van één aanlegplaats waar de mede bestemming “woning of “recreatiewoning” is aangegeven; ter plaatse waar op de plankaart de aanduiding “aanlegplaatsen ten behoeve van pleziervaartuigen toegestaan” is aangegeven; mits er een vrije vaarbreedte van minimaal 4,5 m gewaarborgd is; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Toepassing van artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is uitgesloten. 32.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 32.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 32.3 Bouwvoorschriften a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b.
de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
56
Artikel 33 Waterkering 33.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Waterkering” aangewezen gronden zijn primair bestemd voor: a. waterkering; b. waterhuishouding; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De op de plankaart voor “Waterkering” aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de op de plankaart weergeven bestemmingen. 33.2 Bouwvoorschriften 33.2.1 Op de in lid 33.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de waterkering worden gebouwd, met dien verstande dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, slechts zijn toegestaan indien de belangen van de waterkering zich hiertegen niet verzetten, en vooraf advies is ingewonnen bij de betrokken beheerder. 33.2.2 In afwijking van het bepaalde in lid 33.2.1 mogen bouwwerken met bijbehorende
voorzieningen worden opgericht ten dienste van de secundaire bestemmingen, met dien verstande dat: a. het bepaalde in het desbetreffende artikel van toepassing is; b. het oprichten van bouwwerken slechts is toegestaan indien de belangen van de waterkering zich hiertegen niet verzetten en vooraf advies is ingewonnen bij de betrokken beheerder.
57
Artikel 34 Zonering luchthaven schiphol 34.1 Bestemmingsomschrijving a. Binnen het op de plankaart voor “Zonering luchthaven schiphol” aangewezen gebied zijn geen nieuwe gevoelige objecten toegestaan; b. In afwijking van het bepaalde onder a, zijn gevoelige objecten, toegestaan voor zover aangegeven in lid 34.2. 34.2 Zone 4 In deze op de plankaart als zodanig aangegeven zone 4 van het luchthavenindelingbesluit zijn uitsluitend de navolgende gevoelige objecten toegestaan: a. woningen en aan- uit- en bijgebouwen welke ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezig zijn en rechtmatig worden bewoond; b. overige gevoelige objecten welke ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan rechtmatig aanwezig zijn; c. bedrijfsbebouwing.
58
HOOFDSTUK III
BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 35 Gebruiksbepaling
35.1 Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de ter plaatse aangegeven bestemmingen. 35.2 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden ten behoeve van kamperen, met uitzondering van kamperen in verenigingsverband (scouting); d. het gebruik van gronden als ligplaats voor woonschepen welke permanent worden bewoond, met uitzondering van gronden met de bestemming “Jachthaven I”, “Jachthaven II” “Agrarische doeleinden” (m.u.v. de gronden welke gelegen zijn binnen de medebestemming “Zone voor natuurontwikkeling”) en “Water”; e. het gebruik van gronden als ligplaats voor woonschepen welke niet-permanent worden bewoond, met uitzondering van gronden met de bestemming “Jachthaven I”, “jachthaven II” en “scheepswerf”; f. het gebruik van tenthuisjes, woonschepen voor niet-permanente bewoning, recreatiewoningen en trekkershutten, voor bewoning buiten de toegestane recreatieve verblijfsperiode. De toegestane recreatieve verblijfsperiode loopt van 15 maart t/m 1 november en in de door het ministerie van onderwijs aangegeven adviesdata voor kerstvakanties; g.
het gebruik voor het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; h. het gebruik van gronden en/of bouwwerken, met de bestemming "Agrarische doeleinden" en “Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein” als bedoeld in artikel 11 en 12, voor: het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken tuinbouwbedrijf; het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken tuinbouwbedrijf; het gebruik van gebouwen voor veredelingsbedrijven; i.
het gebruik van gronden en/of bouwwerken, met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden", als bedoeld in artikel 16, voor het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, met uitzondering van: goederen die ter plaatse worden vervaardigd of bewerkt; goederen, waarvan de verkoop deel uitmaakt van de normale dienstverlening van een herstellings- of installatiebedrijf, dan wel goederen, die worden verkocht in een kantine aan eigen werknemer; goederen door middel van postorderbedrijven; grondstoffen en halffabrikaten ten behoeve van industrie en nijverheid; goederen ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf, veeteeltbedrijf en/of tuinbouwbedrijf; j. het gebruik van gronden en/of bouwwerken, met de bestemming "Stille opslag", als bedoeld in artikel 23 voor: 59
-
k.
het opslaan van goederen anders dan in gebouwen; het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van de opgeslagen goederen; het gebruik van gronden en/of bouwwerken, met de bestemming "Natuur", “Natuurontwikkeling” en “Riet- en oeverlanden”, als bedoeld in artikel 25 26 en 27 voor: het gebruik voor militaire oefeningen; het gebruik als sport-, wedstrijd- of speelterreinen, parkeerterreinen, dagcampings, lig- en speelstranden, lig- en speelweiden, zwemgelegenheden of kwekerijen en het gebruik ten behoeve van kamperen, tenzij deze activiteiten in de voorschriften van het bestemmingsplan als zodanig zijn toegestaan; het gebruik voor het beproeven van voertuigen voor het beoefenen van de auto- en motorsport en modelvliegtuigsport en voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen.
35.3 Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
60
Artikel 36 Aanlegvergunningenstelsel 36.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 36.1.1 in het hele plangebied:
a. b.
c. d. e.
dempen, graven, vergroten of herprofileren van watergangen en waterpartijen; aanleg van dammen, dijken of andere taluds, of het vergraven, of ontgraven van bestaande dammen, dijken of taluds; ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het vellen of rooien van houtgewas en/of rietgewas; het creëren van aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen, daaronder begrepen het voor dat doel aanbrengen van oeverbeschoeiingen, met uitzondering van: 1. maximaal één aanlegplaats per tuinbouwbedrijf; 2. maximaal één aanlegplaats per recreatiekavel; 3. maximaal één aanlegplaats bij de mede bestemmingen “woning” en “recreatiewoning”; 4. ter plaatse waar op de plankaart de mede bestemming “aanlegplaatsen ten behoeve van pleziervaartuigen toegestaan” is aangegeven.
36.1.2 Op gronden met de bestemming “Natuur” en “Natuurontwikkeling”:
a. b.
het scheuren van grasland anders dan voor graslandverbetering; het aanleggen of verharden van wegen, wandel- en fietspaden of andere oppervlakteverhardingen.
36.2. Het in het eerste lid van dit artikel vervatte verbod is niet van toepassing op werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 36.3 Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 36.1, wordt verleend indien – mede gelet op een door de aanvrager op te stellen (inrichtingsplan)- kan worden aangetoond dat de betrokken waarden niet onevenredig worden geschaad, gelet op: a. het belang dat met de ingreep is gediend; b. de belangen van het landschap, natuur en cultuurhistorie, zoals deze voor het betrokken gebied gelden; c. het waterhuishoudkundig belang (kwantitatief en kwalitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen van het betrokken gebied; d. de waterbeheerder(s) schriftelijk advies hebben uitgebracht betreffende de voorgenomen werkzaamheden. waarbij de in de onderstaande tabel opgenomen milieuthema’s en aandachtpunten bij de beoordeling worden betrokken.
61
Werken/werkzaamheden Lid 36.1.1 a en b
Relevante milieuthema’s Verstoring Verspreiding Verdroging
Aandachtspunten Natuurwaarden (flora en fauna) Kweldruk Ontwatering Bodemkundige gesteldheid (vooral bij venige en moerige bodems) Water- en onderwaterbodemvervuiling Landschappelijk patroon Specifieke aardkundige en/of cultuurhistorische waarden
Lid 36.1.1, c
Verstoring
Lid 36.1.1, d
Verstoring
Lid 36.1.1, e
Verstoring
Lid 36.1.2, a
Vermesting Verspreiding Verstoring
Lid 36.1.2, b
Verstoring Verdroging
Landschapselementen Ontwatering Geomorfologisch patroon Bodemgesteldheid (vooral bij venige en moerige bodems) Natuurwaarden (flora en fauna) Specifieke aardkundige en/of cultuurhistorische waarden Natuurwaarden (flora en fauna) Openheid Specifieke cultuurhistorische waarden Bodemkundige ingrepen Bodemkundige gesteldheid (vooral bij venige en moerige bodems) Natuurwaarden (flora en fauna) Waterkwaliteit en waterkwantiteit Landschappelijke waarden (kwetsbaarheid oever) Natuurwaarden (flora en fauna) Water- of onderwaterbodembodemvervuiling Bodemkundige ingrepen Natuurwaarden (flora en fauna) Ontwatering Bodemkundige gesteldheid Specifieke aardkundige en/of cultuurhistorische waarden
62
Artikel 37 Algemene vrijstellingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van de desbetreffende bepalingen van het plan, ten behoeve van: 37.1 Het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals telefooncellen, transformatorstations, gasdrukregel- en meetstations en gemalen, met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van enig gebouw mag niet meer dan 25 m² bedragen; b. de hoogte van enig gebouw mag niet meer dan 3,5 m bedragen; c. deze vrijstelling is niet van toepassing op gronden met de bestemmingen “Natuur”, “Natuurontwikkeling”, “Riet- en oeverlanden” en “Water, tevens landschappelijk waardevol terrein”. 37.2 Het afwijken van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentage, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10%. 37.3 Een afwijking op ondergeschikte punten van de begrenzing van de bestemmingen, indien zulks in het belang is van het verkeer of noodzakelijk is voor een behoorlijke inrichting van het terrein, dan wel de noodzaak daartoe blijkt bij uitzetting van het plan in het terrein, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 5 m.
37.4 Het realiseren van een nieuwe loswal, binnen de bestemming “Riet- en oeverlanden”, “Verkeersdoeleinden” of “Groenvoorzieningen”, met dien verstande dat: de loswal geen grotere lengte mag hebben dan 25 m; de loswal grenst aan de bestemming “Water” of aan de bestemming “Water, tevens landschappelijk waardevol terrein”. 37.5 Het realiseren van een nieuwe trailerhelling, binnen de bestemming “Riet- en oeverlanden” en/of “Verkeersdoeleinden” en/of “Groenvoorzieningen”, voor het te water laten van pleziervaartuigen.
63
Artikel 38 Wijzigingsbevoegdheid 38.1 Van “Agrarische doeleinden” naar “Watersportbedrijven, niet zijnde jachthavens” Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de bestemming “Agrarische doeleinden” te wijzigen in de bestemming “Watersportbedrijven, niet zijnde jachthavens”, waaronder begrepen ondergeschikte vormen van detailhandel. Van deze wijzigingsbevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als aan onderstaande randvoorwaarden is voldaan: a. de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast in zone A; b. er dient te worden aangetoond dat een gezonde agrarische bedrijfsvoering niet meer tot de mogelijkheden behoort; c. verkeersaantrekkende watersportbedrijven zijn niet toegestaan; d. per bedrijf niet meer dan 100 m² bvo voor detailhandel wordt gebruikt. e. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen. 38.2 Van “Agrarische doeleinden” naar “Natuurontwikkeling” Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de bestemming “Agrarische doeleinden” te wijzigen in de bestemming “Natuurontwikkeling” Van deze wijzigingsbevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als aan onderstaande randvoorwaarden is voldaan: a.
burgemeester en wethouders kunnen slechts gebruik maken van hun bevoegdheid om de bestemming van deze gronden te wijzigen in de bestemming “natuurontwikkeling”, nadat is komen vast te staan dat het verwerkelijken van de wijziging van de bestemming financieel haalbaar is, omdat hiervoor overheidssubsidie beschikbaar wordt gesteld; b. voor het overige is het bepaalde in artikel 26 (natuurontwikkeling) op de gewijzigde bestemming van overeenkomstige toepassing. 38.3 Van “Agrarische doeleinden” naar “Stille opslag” Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de bestemming “Agrarische doeleinden” te wijzigen in de bestemming “Stille opslag”, waarmee vrijkomende bestaande agrarische bebouwing kunnen worden gebruikt voor bedrijfsmatige opslag en stalling van o.a. boten en caravans. Van deze wijzigingsbevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als aan onderstaande randvoorwaarden is voldaan: a. de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast in zone A; b. er dient te worden aangetoond dat een gezonde agrarische bedrijfsvoering niet meer tot de mogelijkheden behoort; c. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast; d. voor het overige is het bepaalde in artikel 23 (stille opslag) op de gewijzigde bestemming van overeenkomstige toepassing.
38.4 Uitbreiding jachthavens 64
Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd gronden met de bestemming “Agrarische doeleinden” en “Water”, voor zover grenzend aan de bestemming jachthaven I, te wijzigen in de bestemming “Jachthaven I”, ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand aangrenzende jachthaven, zulks met inachtneming van de onderstaande bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op gronden gelegen in zone A. In zone B mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Indien geen zonegrens aanwezig dient een nieuwe zonegrens te worden vastgesteld die aansluit op de bestaande zonegrens; b. de hoeveelheid open water dient minimaal gelijk te blijven; c. indien de jachthaven komt te grenzen aan de Ringvaart, dient een strook van minimaal 30 m, gemeten uit de Ringvaart, te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting; d. indien de jachthaven komt te grenzen aan de Kleine Poel dient een strook met een diepte van tenminste 20 m te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting (rietzuddes); e. voor het overige is het bepaalde in artikel 13 (jachthaven I) op de gewijzigde bestemming van toepassing. f. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen.
38.5 Nieuwe jachthaven Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de gronden met de bestemming “Agrarische doeleinden” en “Water” te wijzigen in de bestemming “Jachthaven I”, ten behoeve van een nieuwe vestiging, zulks met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op gronden gelegen in zone A. In zone B mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Indien geen zonegrens aanwezig dient een nieuwe zonegrens te worden vastgesteld die aansluit op de bestaande zonegrens; b. in een nieuwe jachthaven dienen minimaal 30 ligplaatsen gerealiseerd te worden; c. de hoeveelheid open water dient minimaal gelijk te blijven; d. minimaal 30 m, gemeten uit de Ringvaart, te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting; e. indien de jachthaven komt te grenzen aan de Kleine Poel dient een strook met een diepte van tenminste 20 m te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting (rietzuddes); f. voor het overige is het bepaalde in artikel 13 (jachthaven I) op de gewijzigde bestemming van toepassing. g. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen.
65
38.6 Woonschepenlocatie Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de gronden met de bestemming “Agrarische doeleinden” en “Water” te wijzigen in de bestemming “Woonschepenlocatie”, ten behoeve van verplaatsing van woonschepen uit het plangebied zulks met inachtneming van de navolgende bepalingen: a. in de bestemming woonschepenlocatie zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van het bepaalde onder c; b. nieuwe ligplaatsen voor woonschepen mogen uitsluitend worden gerealiseerd mits gelegen buiten de bestemming “Zonering luchthaven schiphol”; c. bijgebouwen ten behoeve van woonschepen dienen te voldoen aan de navolgende bepalingen: 1. de afstand van een bijgebouw tot woonschip dient minimaal 5 m te bedragen; 2. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40 m²; 3. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m; 4. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30 % worden bebouwd; 5. de gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast; d. de hoeveelheid open water dient minimaal gelijk te blijven; e. de woonschepenlocatie dient te worden aangesloten op de riolering; f. er dient rekening te worden gehouden met een parkeernorm van minimaal 1,5 parkeerplaats per woonschip; g.
indien de woonschepenlocatie komt te grenzen aan de Ringvaart, dient een strook van minimaal 30 m, gemeten uit de Ringvaart, te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting; h. indien de woonschepenlocatie komt te grenzen aan de Kleine Poel dient een strook met een diepte van tenminste 20 m te worden aangelegd ten behoeve van natuurinrichting (rietzuddes). i. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen. 38.7 Van “Baggerdepot” naar “Agrarische doeleinden”, respectievelijk naar “Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein”. Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de bestemming “Baggerdepot” te wijzigen in de bestemming “Agrarische doeleinden”, respectievelijk in de bestemming “Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein”. Op de gewijzigde bestemming is het bepaalde in artikel 11 (Agrarische doeleinden) respectievelijk artikel 12 (Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein) van overeenkomstige toepassing.
66
38.8 Wijzigingsbevoegdheid I Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de gronden met de aanduiding “Wijzigingsbevoegdheid I” te wijzigen in de bestemming “Woondoeleinden, niet gestapeld”, “Woondoeleinden gestapeld”, “Verkeersdoeleinden”, “Groenvoorzieningen” en “Water” en deze nader uit te werken, met inachtneming van de navolgende bepalingen: a. op het te wijzigen gebied zijn maximaal 50 woningen, al dan niet gestapeld, toegestaan; b. de goot- en nokhoogte mag niet meer dan 6 respectievelijk 9 m bedragen; c. nabij de kruising van de Kudelstaartseweg met de Bachlaan is aan de westzijde van de Kudelstaartseweg een hoogteaccent toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 18 m; d. de bebouwing dient minimaal 30 m uit de plasoever, gezien vanuit de lengterichting van de kavel, gesitueerd te worden; e. de ontsluiting van de woningen dient te worden gerealiseerd door middel van een openbare weg binnen het te wijzigen gebied; f. binnen het te wijzigen gebied dient voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd. Er geldt een parkeernorm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning; g. de bebouwingsgrens dient minimaal 5 meter uit de bestemming verkeersdoeleinden te worden gesitueerd; h. maximaal 1.000 m² mag gebruikt worden ten behoeve van horeca, inclusief parkeren; i. maximaal 1.500 m² mag gebruikt worden voor het botenhuis ten behoeve van de zeilschool; j.
niet-woonfuncties dienen landschappelijk te worden ingepast; k. nieuwbouw van woningen mag uitsluitend plaatsvinden indien akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat de maximaal toegestane geluidsbelasting van de weg op de gevel van de woning niet wordt overschreden, dan wel indien er een hogere grenswaarde is verkregen; l. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen. m. voordat herontwikkeling plaatsvindt dient archeologisch onderzoek en bodemonderzoek te hebben plaatsgevonden. n. voor het overige is het bepaalde in de artikelen 8, 9, 29, 30 en 31 van toepassing. 38.9 Wijzigingsbevoegdheid II Burgemeester en wethouders zijn, op grond van artikel 11 WRO, bevoegd de gronden met de aanduiding “Wijzigingsbevoegdheid II” te wijzigen in de bestemming “Woondoeleinden, niet gestapeld”, “Verkeersdoeleinden”, “Groenvoorzieningen” en “Water” en deze nader uit te werken, met inachtneming van de navolgende bepalingen: a. op het te wijzigen gebied zijn maximaal 5 woningen toegestaan; b. uitsluitend langs de Kudelstaartseweg zijn twee woningen aaneen toegestaan, de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient minimaal 3 m te bedragen; c.
aan de zijde van de Kudelstaartseweg dient aansluiting gezocht te worden bij de bestaande voorgevelrooilijnen; d. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan; e. bij elke woning mag een botenhuis worden gebouwd met een maximum oppervlakte van 60 m²; f. de goot- en nokhoogte mag niet meer dan 6 respectievelijk 9 m bedragen; 67
g. h. i. j. k. l. m.
n. o. p.
de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 50º mag bedragen de bebouwing dient minimaal 5 m uit de plasoever, gezien vanuit de lengterichting van de kavel, gesitueerd te worden; de ontsluiting van de woningen dient te worden gerealiseerd door middel van een openbare weg binnen het te wijzigen gebied; binnen het te wijzigen gebied dient voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd. Er geldt een parkeernorm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning; een deel van de oever moet bereikbaar en toegankelijk blijven voor publiek; er mag geen water worden gedempt; nieuwbouw van woningen mag uitsluitend plaatsvinden indien akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat de maximaal toegestane geluidsbelasting van de weg op de gevel van de woning niet wordt overschreden, dan wel indien er een hogere grenswaarde is verkregen; voordat herontwikkeling plaatsvindt dient een onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna te zijn uitgevoerd. Eventuele maatregelen om de gevolgen tot een minimum te beperken dienen in de planvorming te worden opgenomen voordat herontwikkeling plaatsvindt dient archeologisch onderzoek en bodemonderzoek te hebben plaatsgevonden; voor het overige is het bepaalde in de artikelen 8, 29, 30 en 31 van toepassing.
38.10 Bijzondere bepalingen Zolang en voorzover een in de leden 38.8 en 38.9 bedoelde uitwerking niet onherroepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, mits: a. het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan; b. van Gedeputeerde Staten vooraf een verklaring van geen bezwaar ter zake is ontvangen, tenzij: c. Gedeputeerde Staten hebben verklaard dat de uitwerking geen goedkeuring behoeft en gedurende de termijn van ter inzage legging geen bedenkingen tegen het ontwerp-uitwerkingsplan zijn ingebracht.
68
Artikel 39 Algemeen procedurevoorschrift 39.1 Op de voorbereiding van een besluit tot uitwerking of wijziging van het bestemmingsplan, op grond van de artikelen 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, is de procedure zoals geregeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 39.2 Op de voorbereiding van een besluit tot vrijstelling van het bestemmingsplan op grond van artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is de navolgende procedure van toepassing: a. het ontwerp-besluit tot het verlenen van een vrijstelling ligt tenminste gedurende 14 dagen ter gemeentesecretarie ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de ter inzage legging tevoren in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze bekend; c. de onder 39.2 onder b genoemde bekendmaking c.q. kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen gedurende de periode van de ter inzage legging.
69
70
HOOFDSTUK IV
OVERGANGS-, STRAF- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 40 Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken 40.1 Bouwwerken, welke ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan bestaan, dan wel nadien worden gebouwd of kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, en die in enigerlei opzicht van het plan afwijken, mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. met ten hoogste 15% van de bestaande oppervlakte worden vergroot, mits daardoor de naar de weg gekeerde bouwgrenzen niet worden overschreden; c. geheel worden vernieuwd, zo nodig met overschrijding van de bouwgrenzen, na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, mits de bouwaanvraag geschiedt binnen 2 jaar na het tenietgaan een en ander behoudens onteigening overeenkomstig de wet. Indien binnen 6 maanden na het indienen van een bouwaanvraag geen onteigeningsbesluit is vastgesteld, vervalt het voorbehoud, verband houdende met de onteigening overeenkomstig de wet. 40.2 Het bepaalde in lid 40.1 van dit artikel is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Artikel 41 Overgangsbepalingen ten aanzien van het gebruik 41.1 Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond ten tijde van het van kracht worden van het verbod tot gebruik in strijd met de aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming, en dat in enigerlei opzicht afwijkt van het plan, mag worden voortgezet of gewijzigd, zolang en voor zover de strijdigheid van dat gebruik ten opzichte van het gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar de aard en omvang niet wordt vergroot. 41.2 Het bepaalde in lid 41.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 42 Strafrechtelijke bepaling Overtreding van het bepaalde in, artikel 35 (gebruiksbepaling) en artikel 36 (aanlegvergunningenstelsel), van deze voorschriften, is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1 a, e onder 2 , van de Wet op de Economische Delicten.
Artikel 43 Titel Deze voorschriften kunnen worden aangehaald als “Voorschriften bestemmingsplan Uiterweg – Plasoevers 2005”.
71