CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Achtergrondinformate planregels bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2005

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 10 juni 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Peilnota Uitgangspunten ontwikkeling Fort Kudelstaart17.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INHOUDSOPGAVE ALGEMENE BEPALINGEN

3

Begripsbepalingen Wijze van meten Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwbepalingen Verwijzing naar andere regelgeving Zonebesluit industrielawaai

3 11 12 12 13 13

HOOFDSTUK I Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

HOOFDSTUK II Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34

15

BESTEMMINGEN

Algemene beschrijving in hoofdlijnen Woondoeleinden, niet gestapeld Woondoeleinden, gestapeld Centrumdoeleinden Agrarische doeleinden Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein Jachthaven I Jachthaven II Scheepswerf Fort Bedrijfsdoeleinden Horeca Maatschappelijke doeleinden Recreatieve en culturele voorzieningen Recreatieve voorzieningen I Recreatieve voorzieningen II Stille opslag Baggerdepot Natuur Natuurontwikkeling Riet- en oeverlanden Begraafplaats Verkeersdoeleinden Groenvoorzieningen Water Water, tevens landschappelijk waardevol terrein Waterkering Zonering luchthaven schiphol

HOOFDSTUK III Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39

Pag.nr.

BIJZONDERE BEPALINGEN

Gebruiksbepaling Aanlegvergunningenstelsel Algemene vrijstellingsbevoegdheid Wijzigingsbevoegdheid Algemeen procedurevoorschrift

1

15 18 21 22 23 27 29 33 37 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 56 57 58 59 59 61 63 64 69

HOOFDSTUK IV OVERGANGS-, STRAF- EN SLOTBEPALINGEN

71

Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43

71 71 71 71

Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken Overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik Strafrechtelijke bepaling Titel

BIJLAGE 1:

STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN

2

HOOFDSTUK I Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsbepalingen

In deze voorschriften wordt verstaan onder: Algemene begrippen 1. bestemmingsplan of plan: het bestemmingsplan "Uiterweg - Plasoevers 2005”, van de gemeente Aalsmeer; 2.

plankaart: de als zodanig gewaarmerkte tekeningen van het bestemmingsplan, bestaande uit 9 bladen: blad A (1:5000) en de bladen B t/m J (1 : 2000);

3.

aanbouw: een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw(deel), dat naar constructie en inrichting dient voor uitbreiding van het hoofdgebouw;

4.

bebouwing: één of meer bouwwerken;

5.

bebouwingspercentage: een in de voorschriften aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel/ terrein, dat ten hoogste mag worden bebouwd;

6.

bestaand: bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de ter inzage legging van het bestemmingsplan als ontwerp; bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van de desbetreffende gebruiksbepaling;

7.

bestemmingsgrens: een op de kaart aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een bestemmingsvlak;

8.

bestemmingsvlak: een op de kaart door bestemmingsgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangegeven met éénzelfde bestemming;

9.

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een bouwwerk;

10.

bouwgrens / bebouwingsgrens: een op de kaart aangegeven lijn, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze voorschriften toegelaten afwijkingen;

11.

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

12.

bouwvlak: 3

een op de kaart door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegestaan; 13.

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

14.

bijgebouw: een bij een woonhuis behorend gebouw, dat zelf geen specifieke woonfunctie heeft en dat zich visueel onderscheidt van het woonhuis, niet zijnde een botenhuis;

15.

erf: onbebouwd gedeelte van een bouwperceel;

16.

gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

17.

hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn functie, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

18.

peil: -

19.

voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan een weg of langzaam verkeersroute: de hoogte van die weg, respectievelijk langzaam verkeersroute, ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; tenzij in de voorschriften anders is bepaald; uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

Begrippen verbonden met wonen 20. woning: een complex van ruimten, dat dient voor de huisvesting van één huishouden; 21.

woning in niet-gestapelde vorm: een woning, welke een zelfstandig gebouw vormt en direct toegankelijk is vanaf het aangrenzende maaiveld;

22.

woning in gestapelde vorm: een woning, deel uitmakend van een gebouw waarin meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel beneden en al dan niet tevens naast elkaar zijn gesitueerd en waarvan in ieder geval een gedeelte van de tot het gebouw behorende woningen niet direct toegankelijk is vanaf een weg of langzaam verkeersroute;

23.

woonschip voor permanente bewoning : 1. elk vaartuig of drijftuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot, dag- en/of nachtverblijf van één of meerdere personen; 4

2. 3. 4. 5.

een vaar- of drijftuig als bedoeld onder 1, maar in aanbouw; een casco, dat tot een vaar- of drijftuig als bedoeld onder 1 kan worden opgebouwd; elk vaar- of drijftuig, waarin of waarop bedrijfsmatige of soortgelijke activiteiten worden uitgeoefend of dat daartoe is ingericht; de overblijfselen van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder 1 tot en met 4;

Begrippen verbonden met water en waterkering 24. botenhuis: een gebouw met één bouwlaag, gebouwd over het water en bereikbaar vanaf te bevaren water, dat dient voor overdekt onderbrengen van één of meerdere vaartuigen; 25.

botenstalling/botenopslag: stalling en opslag van vaartuigen, in het algemeen buiten het gebruikelijke vaarseizoen, met de daartoe noodzakelijke gebouwen;

26.

keurgebied: gebied ter plaatse en aan weerszijden van waterkeringen en wateren waarbinnen de keurbepalingen (geboden en verboden) van toepassing zijn;

27.

ligplaats: een gedeelte van het water of het land, bestemd of geschikt om door een woonschip voor permanente bewoning of door een woonschip voor niet-permanente bewoning, of door een pleziervaartuig te worden ingenomen;

28.

steigers: constructie langs een oever die tot aanlegplaats dient voor vaartuigen;

29.

veiligheidszone: gronden aan weerszijden van de waterkering; de breedte van de veiligheidszone hangt samen met het type waterkering;

30.

water: al het open water: meren, rivieren, sloten, kanalen;

31.

waterkering: grondlichamen (dijken) of constructies met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied;

Begrippen verbonden met recreatie 32. caravanstalling: opslagplaats voor caravans; 33.

collectieve recreatieve voorzieningen: voorzieningen ten behoeve van individuele verblijfsrecreatie, zoals toiletgebouwen en beheersgebouwen;

5

34.

kampeermiddelen: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een (sta)caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

35.

kamperen: 1. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een recreatiewoning; 2. het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;

36.

logiesgebouw: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse;

37.

woonschip, voor niet-permanente bewoning: 1. elk vaartuig of drijftuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als dagen/of nachtverblijf ten behoeve van recreatiedoeleinden; 2. een vaar- of drijftuig als bedoeld onder 1, maar in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaar- of drijftuig als bedoeld onder 1 kan worden opgebouwd; 4. de overblijfselen van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder 1 tot en met 3;

38.

recreatiekavel: individuele kavels ten behoeve van recreatie, met uitzondering van water;

39.

recreatiewoning: een gebouw dat dient als verblijfsrecreatie gedurende een deel van het jaar, uitsluitend voor diegenen die hun woonadres elders hebben;

40.

tenthuisje: elk kampeermiddel van lichte constructie geschikt om periodiek gedemonteerd te worden;

41.

trekkershut: een houten recreatief buitenverblijf met een zeer beperkte omvang, waarin ten hoogste drie nachten achtereen door eenzelfde persoon of personen na reservering wordt overnacht;

42.

verblijfsrecreatie: recreatief buitenverblijven, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, dan wel in bouwwerken die ter beschikking zijn gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een recreatiewoning;

Begrippen verbonden met bedrijvigheid, detailhandel en horeca 6

43.

aan huis gebonden beroep of bedrijf: een beroep of bedrijf dat in, aan of bij een woning wordt uitgeoefend door een (mede)bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de beroeps- of bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitwerking en uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

44.

ambachtelijk bedrijf: het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht;

45.

bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten;

46.

bedrijfsvloeroppervlak (bvo) de totale vloeroppervlakte van kantoren of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

47.

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Voor de toepassing van deze voorschriften wordt horeca niet onder detailhandel begrepen;

48.

groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

49.

horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren, bestemd en gereed voor direct gebruik ter plaatse, worden verstrekt;

50.

hotel: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of het verstrekken van alcoholische of nietalcoholische dranken voor consumptie ter plaatse;

51.

jachthaven: een haven waar bedrijfsmatig voor recreatievoertuigen ligging, berging en onderhoud wordt geboden;

52.

kantoor: een bedrijf waarvan de werkzaamheden uitsluitend of in hoofdzaak van administratieve of wetenschappelijke aard zijn;

53.

kantoor met baliefunctie: een kantoor met een publieksfunctie;

54.

overig dienstverlenend bedrijf/ voorziening: 7

een dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende voorziening, dat / die geen kantoor is; 55

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een andere tegen vergoeding;

56.

scheepswerf: ruimte en werkplaats waar schepen worden gebouwd, hersteld of uitgerust;

57.

seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. 1. onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksinrichting, waaronder begrepen een erotisch massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; 2. onder een seksinrichting wordt niet verstaan: e. een escortbedrijf; f. een sekswinkel;

58.

staat van bedrijfsactiviteiten: de Staat van bedrijfsactiviteiten die van deze voorschriften onderdeel uitmaakt;

59.

watersportbedrijf, niet zijnde een jachthaven: een hulp- en/of handelsbedrijf, ondersteunend aan de watersport, zoals bijvoorbeeld een zeilmakerij, een groothandel in (boot)onderdelen, of een kleinschalige detailhandel in watersportbenodigdheden;

Begrippen verbonden met agrarische bedrijvigheid 60. agrarische bedrijven: bedrijven gericht op ooft-, tuin- of akkerbouw, alsmede veehouderij- en weidebedrijven, mits de exploitatie van deze bedrijven grotendeels gebonden is aan ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden; 61.

kas: een gebouw van overwegend glas of ander lichtdoorlatend materiaal;

62.

schuilhut: een voor tijdelijk verblijf geschikt bouwwerk bestemd als schuilgelegenheid voor één of meer personen werkzaam op het betrokken tuinbouwbedrijf;

63.

tuinbouwbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen en/of het veredelen van gewassen, waarbij de productie geheel of gedeeltelijk in kassen plaatsvindt; waaronder begrepen productiegebonden detailhandel;

64.

veredelingsbedrijven:

8

pelsdierhouderijen, varkensfokkerijen en varkensmesterijen, kalverfokkerijen en kalvermesterijen en pluimveehouderijen, voor zover al deze bedrijven geheel of hoofdzakelijk niet afhankelijk zijn van de opbrengst van de bij het bedrijf behorende gronden; Overige begrippen 65. archeologisch monument een monument als bedoeld in artikel 1, onder c van de Monumentenwet 1988; 66.

bedrijfsgebouwen met een lage gebruiksintensiteit: bedrijfsgebouwen met een gemiddeld gebruiksintensiteit op jaarbasis van minder dan 0,1 persoonsdagen per 100 m² grondoppervlak;

67.

bovenlanden: gebied ten zuiden van de Ringvaart tot aan de Grote Poel, inclusief het eilandengebied rond de Westeinderdijksloot. In deze strook wordt ontwikkeling van een ecologische verbindingszone tussen het Amsterdamse bos en de Westeinderplassen voorgestaan;

68.

kop van een eiland of perceel de korte zijde van een eiland of perceel, welke grenst aan het water van de Ringvaart, Kleine Poel of Grote Poel;

69.

fort: een gesloten en naar alle zijden verdedigbaar vestingwerk;

70.

geluidsbelasting vanwege een industrieterrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder;

71.

geluidscontour: grens waarbinnen een bepaalde geluidsbelasting aanwezig is;

72.

gemeentelijk monument: een monument als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de “Monumentenverordening Aalsmeer 2005”;

73.

gevoelige objecten: woningen, scholen, gezondheidszorggebouwen, bedrijfsgebouwen, woonwagens en woonboten;

74.

landschappelijke inpassing: landschappelijke afscherming met gebiedseigen beplanting;

75.

landschapswaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur;

76.

lib-contour: contour uit het lib, waarbinnen de realisatie van gevoelige objecten niet is toegestaan; 9

77.

luchthavenindelingbesluit (lib): uitvoeringsbesluit op basis van de Wet luchtvaart waarin de ruimtelijke gevolgen van het gebruik van de luchthaven zijn vastgelegd;

78.

natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

79.

provinciaal monument: bouwwerk dat is opgenomen in de verordening tot behoud van Monumenten en stads- en dorpsgezichten;

80.

rijksmonument: een monument als bedoeld in artikel 1, onder d van de Monumentenwet 1988;

81.

zonering: indeling in gebieden;

82.

zone A: een op de plankaart aangegeven gebied waar gebouwen zijn toegestaan;

83.

zone B: een op de plankaart aangegeven gebied waar uitsluitend kassen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan.

10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: a.

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

b.

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

c.

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk; geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals antennes, schoorstenen, liftschachten en andere ondergeschikte dakopbouwen ten behoeve van technische installaties tot een maximum van 15% van het dakoppervlak;

d.

de oppervlakte van een gebouw: tussen de (buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren;

e.

de inhoud van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidsmuren en de buitenwerkse dakvlakken, zulks met inbegrip van erkers en dakkapellen en bovenkant van begane grondvloeren;

f.

de breedte van een gebouw/woning: tussen de buitenwerkse eindgevelvlakken en de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren;

g.

vloeroppervlak: op de vloer, tussen de binnenzijden van de gevelmuren en/of gemeenschappelijke scheidsmuren;

h.

bedrijfsvloeroppervlak: binnenwerks, op de vloer van de ruimtes die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten;

i.

afstand tot zijdelingse perceelsgrens: de afstand van enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens;

j.

oppervlakte recreatiekavel: tussen de individuele perceelsgrenzen en/of de grens tussen land en water, het water is geen onderdeel van een recreatiekavel.

11

Artikel 3

Anti-dubbeltelbepaling

Grond, die in aanmerking is en moest worden genomen, bij verlening van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft, behoudens intrekking van de vergunning en/of sloop van het op grond van de vergunning gebouwde, bij beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 4

Algemene bouwbepalingen

4.1

Maximum bouwprofiel Waar in dit plan voor gebouwen een maximum goothoogte en een maximum dakhelling is voorgeschreven mag, met uitzondering van de op de plankaart door middel van een aanduiding aangegeven rijksmonumenten, respectievelijk gemeentelijk monument, het hieruit voortvloeiende maximum bouwprofiel worden overschreden door: a. antennes, schoorstenen en ondergeschikte dakopbouwen ten behoeve van technische installaties; b. dakkapellen: voor zover niet vergunningvrij op grond van art.2, lid d, van het “Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” onder de volgende voorwaarden: voor zover gelegen op het achterdakvlak over maximaal 2/3 van de breedte van het dakvlak van de woning; voor zover gelegen op het voordakvlak over maximaal 1/2 van de breedte van het dakvlak van de woning; indien de nokrichting van de woning haaks staat op de voorgevelrooilijn, mag de breedte niet meer dan de helft van de breedte van het dakvlak van de woning beslaan; de bovenzijde van de dakkapel dient tenminste 0,5 m onder de noklijn te liggen; de onderzijde van de dakkapel dient in het dakvlak geplaatst te worden; meerdere dakkapellen per dakvlak zijn alleen toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde verdieping worden geplaatst en tezamen voldoen aan de maximaal toegestane breedte;

4.2

Overschrijding bouw- en/of bestemmingsgrenzen De bouwgrenzen en/of bestemmingsgrenzen mogen, in afwijking van het op de plankaart en/of in hoofdstuk II bepaalde, uitsluitend worden overschreden door: a. erkers en/of toegangsportalen: de bebouwingsgrens mag met maximaal 1,5 m overschreden worden ten behoeve van de bouw van een erker en/of toegangsportaal, mits naar de zijde van de weg een onbebouwd erf resteert met een diepte van tenminste 1,5 m; b. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, veranda’s, en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen als goot- en kroonlijsten, gevellijsten, pilasters, plinten, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, kozijnen, dorpels en afvoerpijpen voor hemelwater, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

12

4.3

Uitvoering a. Gebouwen die als rijksmonument zijn aangewezen op grond van de Monumentenwet, zullen op basis van deze wet worden beschermd. b. Gebouwen en/of bouwwerken die zijn aangewezen als provinciaal monument zullen op basis van de verordening tot behoud van Monumenten en stads- en dorpsgezichten worden beschermd; c. Het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing vormt een belangrijk beleidsuitgangspunt voor de gemeente. Gebouwen die als gemeentelijk monument zijn aangewezen op grond van de “Monumentenverordening Aalsmeer 2005”, zullen op basis van deze verordening worden beschermd

Artikel 5

Verwijzing naar andere regelgeving

Indien in deze voorschriften wordt verwezen naar wetten of andere regelgeving, wordt daarbij uitgegaan van de tekst, zoals deze luidt op het tijdstip waarop het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd.

Artikel 6

Beperkingen

6.1

Industrielawaai Op de plankaart zijn de zones vastgelegd, zoals vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidbelasting vanwege het te zoneren terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

6.2

Bouwhoogte Naast het bepaalde in de voorschriften voor wat betreft de voorgeschreven maximale bouw- en/of goothoogte is tevens de hoogtebeperking van het Luchthavenindelingbesluit van toepassing, zoals nader op de plankaarten is aangegeven. De hoogtebeperking van het Luchthavenindelingbesluit is eveneens van toepassing op bouwwerken, geen gebouwen zijnde en op tijdelijke bouwwerken. De op de plankaart aangegeven hoogten gelden vanaf het peil van de luchthaven Schiphol (- 4 m NAP)

13

14

HOOFDSTUK II Artikel 7

BESTEMMINGSBEPALINGEN

Algemene beschrijving in hoofdlijnen

De aan de gronden toegekende doeleinden zullen met het plan worden nagestreefd op de wijze, zoals hierna in hoofdlijnen is beschreven. 7.1

Kader en doel van het plan a. Het bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de Bovenlanden, met name voor het Uiterweggebied, de Westeinderplassen en het gebied rond de Grote en Kleine Poel. Daarbij dient het ruimtelijk beleid afgestemd te worden op behoud en versterking van de bijzondere eigenschappen en potenties van het plangebied. b. De Bovenlanden vertonen, met name voor wat betreft de zones langs de Ringvaart en de Grote en Kleine Poel, een geleidelijke overgang van intensief naar extensief grondgebruik. Deze karakteristieke functionele opbouw is zeer kenmerkend en waardevol. Doelstelling is deze opbouw te behouden en te versterken. c. Daarnaast wordt er gestreefd naar de totstandkoming van een ecologische verbindingszone tussen het Amsterdamse Bos en de Westeinderplassen en naar een harmonische overgang tussen de Ringvaart en de Uiterweg. Bovengenoemde doelstellingen hebben in het bestemmingsplan de grondslag gevormd voor de ruimtelijke hoofdstructuur, die in hoofdlijnen gebaseerd is op verdeling van het gebied rondom de Uiterweg in een viertal zones. Deze zonering is richtinggevend voor het behoud en de ontwikkeling van een duurzame structuur.

7.2

Ruimtelijke hoofdstructuur Voor de ruimtelijke opbouw van het plan is gebruik gemaakt van de aanwezige basisstructuur die in hoge mate de ruimtelijke identiteit van Aalsmeer bepaalt: de oude ontginningsstructuur, de differentiatie in bodemopbouw en grondgebruik, de markante watergangen, de oude woonkern, de linten en de hoofdontsluiting. De Ringvaart, de begrenzing van de Westeinderplassen en de begrenzingen van de polder Stommeer zijn eveneens structuurbepalende elementen. Het uitgangspunt - behoud en versterking van deze karakteristieken - heeft geresulteerd in een principezonering voor het gebied rondom de Uiterweg, die de basis vormt voor de functionele hoofdindeling van het plangebied. Grondslag voor de zonering vormen zowel de feitelijke als de gewenste situatie. De nadere uitwerking van deze zonering zal, afhankelijk van de gebiedskenmerken en het huidige gebruik, per deelgebied verschillen. Hierbij zal ook de ligging van de rode contour, zoals opgenomen in het streekplan Noord-Holland Zuid, worden betrokken.

7.3

Functies

7.3.1 Tuinbouw

Binnen dit bestemmingsplan wordt prioriteit gegeven aan de tuinbouw, waaronder de trekheestercultuur. Deze cultuur heeft mede de karakteristieke opbouw en geleding van het landschap bepaald en is van bijzonder belang voor de economie, de werkgelegenheid, de ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Gestreefd wordt naar een ruimtelijke (re-)organisatie die ertoe bijdraagt dat tuinbouwactiviteiten worden gecontinueerd en worden uitgebreid. Het beschikbaar maken van 15

grotere clusters grond zal kunnen bijdragen aan verbetering van de bedrijfsstructuur. Dit mag echter niet leiden tot aantasting van het karakteristieke fijnmazige stelsel van watergangen. Indien sprake is van bedrijfsbeëindiging en overname van het agrarische perceel door een andere agrariër niet mogelijk is, zal gepoogd worden op vrijkomende onbebouwde agrarische percelen natuurontwikkeling te laten plaatsvinden. Op vrijkomende bebouwde agrarische percelen zal het in beginsel mogelijk moeten zijn om bestaande opstallen/gronden te gebruiken voor niet-agrarische doeleinden. 7.3.2 Natuur

Aanwezige natuurgebieden dienen zoveel mogelijk beschermd te worden. Daarnaast zal ruimte gereserveerd worden voor de ontwikkeling van nieuw natuurgebied, met name in de zone langs de Ringvaart waar, langs een ecologische infrastructuur, een verbinding dient te ontstaan tussen het Amsterdamse Bos en de natuurgebieden van de Westeinderplassen. Om deze afstand te overbruggen zullen zogenaamde stepping stones gerealiseerd worden, die een doorgaande ecologische verbinding creëren. Langs de Ringvaart is hiertoe een zone opgenomen voor natuurontwikkeling. Alhoewel ook open tuinbouw en plaatselijk recreatief medegebruik mogelijk zijn, zullen nieuwe ontwikkelingen, waar mogelijk, gericht dienen te zijn op een versterking van de natuur.

7.3.3 Toerisme en recreatie

Vanwege de bijzondere landschappelijke en natuurlijke waarden en de strategische ligging is het plangebied regionaal van betekenis voor (water)recreatie en toerisme. Ter bescherming van de natuur zullen watersport en ligplaatsen voor boten geconcentreerd blijven langs de Kleine Poel. Bij uitbreiding van voorzieningen ten behoeve van recreatie en toerisme zal bijzondere aandacht worden besteed aan de landschappelijke inpassing. In geen geval mag uitbreiding leiden tot bebouwing van zones die bestemd zijn voor onbebouwde functies. Slechts voor kleinschalige ontwikkeling van recreatie en toerisme zal ruimte worden geboden. Ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op het landschap, zoals illegaal grondgebruik, zullen zoveel mogelijk voorkomen worden. Uitgangspunt is dat het aantal recreatieve woonschepen en recreatiewoningen niet mogen toenemen.

7.3.4 Wonen

Aansluitend op de historische situatie zal de woonfunctie geconcentreerd worden langs de bestaande linten. Uitbreiding van het aantal woningen buiten de linten zal niet worden voorgestaan. In aansluiting op de indeling van het gebied in zones, zal als uitgangspunt gelden dat het wonen slechts is toegestaan in de daarvoor bestemde linten. Nieuwbouw is alleen mogelijk, via een wijzigingsbevoegdheid, in het gebied “Vrouwentroost” en langs de Kudelstaartseweg Ter behoud en verbetering van de bestaande karakteristieke doorkijken zal worden nagestreefd dat eventuele uitbreiding van bestaande woningen niet in de breedte, doch, in de diepte van de kavel plaatsvindt. Ter voorkoming van aantasting van het landschap zal een restrictief beleid worden gevoerd ten aanzien van het aantal woonschepen. Een woonschepenverordening zal voor wat betreft de bestaande (woon-)schepen, op basis van een inventarisatie en afhankelijk van de ligging, binnen bepaalde kaders bepalen of sprake zal zijn van inpassing, verplaatsing of een andere bestemming.

7.3.5 Overige functies

16

-

-

-

Kantoren/detailhandel/horeca: in het bestemmingsplan worden de reeds bestaande kantoren, detailhandel en horecavestigingen bij jachthavens als zodanig bestemd. Nieuwe vestigingen worden in beginsel niet toegestaan, behalve een nieuwe horecavestiging aan de noordoever van de Grote plas en bij herontwikkeling rond Vrouwentroost. Bedrijven: een aantal bedrijven die van oudsher aanwezig zijn in het plangebied krijgen in het bestemmingsplan een maatbestemming. Andere nietagrarische, gebiedsvreemde bedrijven zullen zoveel mogelijk geweerd worden. Gronden waarop kleinschalige en lichthinderlijke bedrijvigheid (categorie 1 en 2) voorkomen zullen als zodanig worden bestemd. Watertoren, deze heeft als zodanig geen functie meer voor de watervoorziening. Hiervoor wordt een bestemming in de recreatieve en/of culturele voorzieningen nagestreefd.

7.4

Cultuurhistorische elementen In het plan staat behoud van cultuurhistorische elementen, zoals o.a. de watertoren aan de Stommeerweg, de begraafplaats Calslagen aan de Herenweg, de Historische Tuin aan de Uiterweg en het Fort-eiland en diverse woningen welke als rijksmonument of als gemeentelijk monument zijn aangewezen, voorop. De ontvangkom van de inlaatsluis en de inlaatsluis zelf, nabij het Fort-eiland, zijn aangewezen als provinciaal monument.

7.5

Ligplaatsen voor woonschepen Met betrekking tot het aantal ligplaatsen voor woonschepen in het plangebied (permanent en/of niet-permanent bewoond), dient rekening te worden gehouden met het volgende: • ligplaatsen voor woonschepen welke permanent worden bewoond, zijn uitsluitend toegestaan in de bestemming jachthaven I, in de bestemming jachthaven II, in de bestemming scheepswerf, in de bestemming agrarische doeleinden en in de bestemming water; • ligplaatsen voor woonschepen welke niet-permanent worden bewoond, zijn uitsluitend toegestaan in de bestemming jachthaven I, in de bestemming jachthaven II en inde bestemming scheepswerf; • woonschepen mogen niet aan de koppen van de betreffende eilanden of percelen worden gesitueerd; • het totaal aantal ligplaatsen voor woonschepen welke permanent worden bewoond mag, binnen de gemeente Aalsmeer, niet meer bedragen dan 204; • het totaal aantal ligplaatsen voor woonschepen, welke niet-permanent worden bewoond mag, binnen de gemeente Aalsmeer, niet meer bedragen dan 167; • binnen de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” mag het aantal ligplaatsen voor woonschepen niet toenemen.

17

Artikel 8 8.1

Woondoeleinden, niet gestapeld

Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Woondoeleinden, niet gestapeld ” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen in niet-gestapelde vorm; b. aan huis gebonden beroep of bedrijf; c. tuinen, erven, parkeerplaatsen en paden; d. water; met bijbehorende bouwwerken. Ter plaatse waar dit op de plankaart als zodanig is aangegeven, zijn de gronden mede bestemd voor: e. detailhandel, kantoor met baliefunctie en/of horeca, uitsluitend op de begane grond; f. pension; g. recreatiewoning.

8.2

Toetsingscriteria Als aan huis gebonden beroep of bedrijf, als genoemd in lid 8.1, onder b, zijn toegestaan: dienstverlenende beroepen; zakelijke en persoonlijke dienstverlening; ambachtelijke bedrijven; bedrijfsactiviteiten, welke zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende staat van bedrijfsactiviteiten.

8.3.

Samenvallende bestemmingen

8.3.1 Op de in lid 8.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterke-

ring” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing.

8.3.2 Op de in lid 8.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering

luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing.

8.4

Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften.

8.4.1 Algemeen

a.

b. c.

behoudens het bepaalde onder 8.4.3 dienen de gebouwen te worden gebouwd binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlakken; uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan, tenzij anders op de plankaart is aangegeven; voor bestaande gebouwen of gebouwen die reeds vergund zijn en die afwijken van hetgeen is bepaald in de bebouwingsvoorschriften gelden de afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan als maximum.

18

8.4.2 Hoofdgebouwen

a. b.

c. d.

e. f. g. h.

de goothoogte mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de aangegeven goothoogte vermeerderd met 4 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder dan 30°en niet meer dan 50° mag bedragen de afstand van het hoofdgebouw van vrijstaande woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient minimaal te bedragen: bij een perceelsbreedte van 25 m of meer: 5 m; bij een perceelsbreedte tussen 20 en 25 m: 4 m; bij een perceelsbreedte van 20 m of minder: 3 m; twee-aaneen gebouwde woningen mogen aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, de andere zijde dient te voldoen aan hetgeen is bepaald onder d; tussenwoningen mogen aan beide zijden tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. Voor hoekwoningen geldt dat voldaan dient te worden aan hetgeen is bepaald onder d; de breedte van een vrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 12 m de breedte van een twee-aaneen gebouwde of tussenwoning mag niet meer bedragen dan 10 m; de afstand tussen niet aangebouwde woningen dient minimaal 6 m te bedragen.

8.4.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen

Aan- uit- en bijgebouwen zijn buiten het bouwvlak toegestaan, zulks met inachtneming van de onderstaande bepalingen: a. aan- en uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter de achtergevel van het hoofdgebouw gebouwd worden indien de bouwdiepte van het hoofdgebouw 18 m of minder bedraagt. Indien het bestaande hoofdgebouw dieper is dan 18 m mag de totale bouwdiepte van het hoofdgebouw en de aanbouw tezamen maximaal 21 m bedragen; b. bijgebouwen mogen tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; c. bijgebouwen dienen minimaal 3 m terug te liggen ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw; d. de maximale goot- en nokhoogte voor aan- uit- en bijgebouwen is 3 m respectievelijk 4,5 m; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot het hoofdgebouw dient minimaal 5 m te bedragen; f. de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan: bij een perceel tot 300 m²: 40 m²; bij een perceel van 300 tot 400 m²: 50 m²; bij een perceel van 400 m² of meer: 60 m²; met dien verstande dat het perceel voor niet meer dan 30% mag worden bebouwd; g. bij elke woning mag een botenhuis worden gebouwd, met een maximum oppervlakte van 60 m².

19

8.4.4 Recreatiewoningen

Voor de recreatiewoningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding op de plankaart is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

8.4.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

b.

de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met uitzondering van erfafscheidingen; bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, welke niet vergunningvrij zijn op grond van artikel 2, lid e, van het “Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” zijn niet toegestaan.

20

Artikel 9

Woondoeleinden, gestapeld

9.1.

Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Woondoeleinden, gestapeld ” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen in gestapelde vorm; b. aan huis gebonden beroep; c. (gebouwde) parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven en paden; e. water; met bijbehorende bouwwerken.

9.2

Toetsingscriteria Als aan huis gebonden beroep, als genoemd in lid 9.1, onder b, zijn toegestaan: dienstverlenende beroepen; zakelijke en persoonlijke dienstverlening.

9.3

Samenvallende bestemmingen Op de in lid 9.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing.

9.4.

Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften.

9.4.1 Gebouwen

a.

b. c.

de gebouwen dienen te worden gebouwd binnen de op de plankaarten aangegeven bouwvlakken; de goothoogte mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan.

9.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

b.

de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met uitzondering van erfafscheidingen; bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, welke niet vergunningvrij zijn op grond van artikel 2, lid e, van het “Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” zijn niet toegestaan.

21

Artikel 10 Centrumdoeleinden 10.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Centrumdoeleinden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in gestapelde vorm; b. kantoren; c. kantoren met baliefunctie; d. detailhandel; e. dienstverlening; f. (gebouwde) parkeervoorzieningen; g. toegangswegen, tuinen, erven, paden, groenvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken. 10.2 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 10.2.1 Gebouwen

a.

b. c. d. e.

de gebouwen dienen te worden gebouwd binnen de op de plankaarten aangegeven bouwvlakken; de goothoogte mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; de bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen; vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

b.

de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met uitzondering van erfafscheidingen; bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, welke niet bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” zijn niet toegestaan.

22

Artikel 11 Agrarische doeleinden 11.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Agrarische doeleinden” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinbouwbedrijven; b. recreatiekavels; c. erven, toegangswegen, paden, parkeervoorzieningen, water en groen; d. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning, met dien verstande dat het totaal aantal woonschepen voor permanente bewoning in de gemeente Aalsmeer niet meer mag bedragen dan 204 en mits het aantal ligplaatsen binnen de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” niet toeneemt. Woonschepen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd; met bijbehorende bouwwerken. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: e. zone voor natuurontwikkeling; f. woning; g. recreatiewoning; h. atelier; i. scouting. 11.2 Samenvallende bestemmingen 11.2.1 Op de in lid 11.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 11.2.2 Op de in lid 11.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 11.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 11.3.1 (Bedrijfs-)gebouwen

a.

b. c. d. e. f.

de gebouwen, waaronder kassen, dienen te worden gebouwd in zone A, in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens of achter de bestemming woondoeleinden; in zone B zijn uitsluitend kassen toegestaan. de goothoogte en nokhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m respectievelijk 9 m; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen; de afstand tussen bedrijfsgebouwen - niet zijnde kassen - en de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m; kassen mogen tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.

23

11.3.2 Recreatiekavels

a.

b. c. d.

e. f.

per recreatiekavel, met een oppervlakte, van tenminste 1000 m² en in het kadaster als kadastraal perceel is ingeschreven, mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 6 m² respectievelijk 3 m mogen bedragen. Bij het bepalen van de oppervlakte van de recreatiekavel dient het wateroppervlak buiten beschouwing te blijven; per recreatiekavel, met een oppervlak van tenminste 100 m², mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 2 m² respectievelijk 1 m mogen bedragen; de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast; per recreatiekavel is maximaal één ligplaats voor pleziervaartuigen toegestaan, met een maximum lengte van 10 m, gemeten evenwijdig aan de perceelgrens. Ligplaatsen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd; binnen de medebestemming “Zone voor natuurontwikkeling” zijn geen recreatiekavels toegestaan, behoudens de op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan reeds aanwezige recreatiekavels. uitsluitend voor zover het perceel Uiterweg 214 betreft, mogen trekkershutten worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. er ten hoogste 4 trekkershutten mogen worden gebouwd; 2. de oppervlak per trekkershut mag niet meer bedragen dan 12,5 m²; 3.

de goothoogte en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m respectievelijk 3,5 m; 4. de afstand van een trekkershut tot aan de as van de Uiterweg mag niet meer dan 175 m bedragen.

11.3.3 Ligplaatsen voor woonschepen

Voor bijgebouwen ten behoeve van woonschepen gelden de navolgende bepalingen: a. de afstand van een bijgebouw tot het woonschip dient minimaal 5 m te bedragen; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40 m²; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m; d. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30% worden bebouwd; e. De gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.

11.3.4 Zone voor natuurontwikkeling

Binnen de op de plankaart als zodanig aangegeven medebestemming gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. langs de Ringvaart zijn maximaal 2 openbaar toegankelijke, kleinschalige dagvoorzieningen voor waterrecreatie toegestaan, waarvan per voorziening de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 0,25 hectare - en - tenminste 30% van de oppervlakte gereserveerd is voor landschappelijke inpassing door middel van bomen, bos/struweel, rietzones; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m.

11.3.5 Woningen

Voor woningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één woning toegestaan; b. de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 450 m³; 24

c. d. e. f.

de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 m en 7 m; de woningen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; bijgebouwen zijn toegestaan tot een maximum oppervlak van 40 m²; de goot- en nokhoogte voor bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m, respectievelijk 4,5 m.

11.3.6 Recreatiewoningen

Voor recreatiewoningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

11.3.7 Atelier

Voor ateliers die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één atelier toegestaan; b. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan; c. de oppervlakte van een atelier mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 300 m²; d. de goothoogte van een atelier mag niet meer bedragen dan 6 m; e. de dakhelling van een atelier mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

11.3.8 Scouting

Voor een verenigingsgebouw ten behoeve van de scouting, die als zodanig op de plankaart is aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één gebouw toegestaan; b. de oppervlakte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 100 m²; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m; d. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

11.3.9 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

b. c.

de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m, met uitzondering van schoorstenen en erfafscheidingen; schoorstenen zijn alleen toegestaan in zone A; bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, welke niet vergunningvrij zijn op grond van artikel 2, lid e, van het “Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken” zijn niet toegestaan.

11.4 Vrijstellingen 11.4.1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen ten behoeve van

het realiseren van collectieve recreatieve voorzieningen, met dien verstande dat: a. per 5.000 m² aaneengesloten terreinoppervlak met recreatiekavels, exclusief water, mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²;

25

c. d. e.

de goothoogte en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m respectievelijk 5 m; de gebouwen mogen uitsluiten worden gerealiseerd in zone A; de gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.

26

Artikel 12 Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein 12.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinbouwbedrijven; b. recreatiekavels; c. steigers ten behoeve van aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen, met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegestaan op de gronden met de aanduiding “aanlegplaatsen ten behoeve van pleziervaartuigen toegestaan”; d. doeleinden van natuur en landschap, zijnde het herstel en de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarde van het gebied; met bijbehorende bouwwerken. Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: e. recreatiewoning; f. tenthuisjes. Toepassing van artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is uitgesloten. 12.2 Samenvallende bestemmingen Op de in lid 12.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing. 12.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 12.3.1 Tuinbouwbedrijven

a.

b.

c.

per tuinbouwbedrijf of akker mag één schuilhut worden gebouwd, met inachtneming van de navolgende bepalingen: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 6 m²; 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m; 3. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast. per tuinbouwbedrijf of akker mag één bergkist worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2 m²; 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 1 m. 3. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover zij ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 1,5 m.

27

12.3.2 Recreatiekavels

a.

b c. d.

e.

per recreatiekavel, met een oppervlakte, van tenminste 1000 m² en in het kadaster als kadastraal perceel is ingeschreven, mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 6 m² respectievelijk 3 m mogen bedragen. Bij het bepalen van de oppervlakte van de recreatiekavel dient het wateroppervlak buiten beschouwing te blijven; per recreatiekavel, met een oppervlak van tenminste 100 m², mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 2 m² respectievelijk 1 m mogen bedragen; recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd; per recreatiekavel is maximaal één ligplaats voor een pleziervaartuig toegestaan, met een maximum lengte van 10 m, gemeten evenwijdig aan de perceelgrens. Ligplaatsen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd; de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast.

12.3.3 Recreatiewoningen

voor recreatiewoningen, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding op de plankaart is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

12.3.4 Tenthuisjes

Voor tenthuisjes, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. op het perceel zijn maximaal 15 tenthuisjes toegestaan; c. andere bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan voor zover zij ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 1,5 m.

28

Artikel 13 Jachthaven I 13.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Jachthaven I” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. steigers voor pleziervaartuigen; b. sanitaire voorzieningen; c. een constructie en/of reparatiewerkplaats voor boten, met een maximale milieucategorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4. van het Inrichtingen-en vergunningenbesluit milieubeheer; d. jachtmakelaardij; e. een kantoor, ter ondersteuning van de jachthavenactiviteiten; f. detailhandel in watersportartikelen, met een maximum oppervlak van 150 m² bvo per jachthaven; g. horeca; h. botenopslagloods; i. buitenopslag voor boten; j. water, behorende bij jachthaven; k. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning en niet- permanente bewoning, met dien verstande dat het aantal woonschepen voor permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 204 en het aantal woonschepen voor niet-permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 167 en mits het aantal ligplaatsen binnen de bestemming “Zonering luchthaven en schiphol” niet toeneemt. Woonschepen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd ; l. erven, toegangswegen, paden en parkeervoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken.

Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: m. zone voor natuurontwikkeling n. woning; o. horecavoorziening; p recreatiewoning; q. recreatiekavels; r. zeilschool; 13.2. Samenvallende bestemmingen 13.2.1 Op de in lid 13.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 13.2.2 Op de in lid 13.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing.

29

13.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 13.3.1 (Bedrijfs-)gebouwen

a.

b. c. d. e.

de gebouwen dienen te worden gebouwd in zone A in of achter de op de plankaart aangegeven bouwgrens of achter de bestemming woondoeleinden; de goothoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m, de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m; ; de gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 50º mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen; maximaal 60% van de gronden, gelegen binnen zone A, mag worden bebouwd; de afstand tussen de gebouwen, niet zijnde een botenopslagloods, en de grens met de bestemmingen “water” en/of “water, tevens landschappelijk waardevol terrein” mag niet minder bedragen dan 2 m.

13.3.2 Ligplaatsen voor woonschepen

a.

b.

nieuwe ligplaatsen voor woonschepen mogen uitsluitend worden gerealiseerd, indien gelegen buiten de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” ; bijgebouwen ten behoeve van woonschepen dienen te voldoen aan de navolgende bepalingen: 1. de afstand tot een schip dient minimaal 5 m te bedragen; 2. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 40 m²; 3. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m; 4. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30% worden bebouwd; 5 de gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.

13.3.3 Zone voor natuurontwikkeling

Binnen de op de plankaart als zodanig aangegeven mede bestemming gelden de navolgende bepalingen: a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. langs de Ringvaart zijn maximaal 2 openbaar toegankelijke, kleinschalige dagvoorzieningen voor waterrecreatie toegestaan, waarvan per voorziening de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 0,25 hectare - en - tenminste 30% van de oppervlakte gereserveerd is voor landschappelijke inpassing door middel van bomen, bos/struweel, rietzones; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan voor zover deze ten dienste staan van de bestemming en met een maximum hoogte van 3 m.

30

13.3.4 Woningen

Voor de woningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één woning toegestaan; b. de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 450 m³; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 m en 7 m bedragen; d. de woningen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhel ling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; e. bijgebouwen zijn toegestaan tot een maximum oppervlak van 40 m²; f. de goot- en nokhoogte voor bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m, respectievelijk 4,5 m.

13.3.5 Horecavoorzieningen

Per jachthaven is één horecavoorziening van maximaal 150 m² toegestaan. Daar waar een horecavoorziening apart op de plankaart is aangeduid, is tevens een horecavestiging toegestaan waarbij de bestaande maten als maximum gelden.

13.3.6 Recreatiewoningen

Voor de recreatiewoningen die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per aanduiding is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 30 m²; d. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 2,5 m; e. de dakhelling van de recreatiewoningen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen.

13.3.7 Recreatiekavels

Voor recreatiekavels, die als zodanig op de plankaart zijn aangeduid, gelden de navolgende bepalingen: a. per recreatiekavel, met een oppervlakte, van tenminste 100 m² mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 6 m² respectievelijk 3 m mogen bedragen. b per recreatiekavel, met een oppervlak van tenminste 100 m², mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 2 m² respectievelijk 1 m mogen bedragen; c. maximaal een gebouw voor sanitaire voorzieningen is toegestaan, met dien verstand dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m², de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m d. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast.

13.3.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

b.

de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m, met uitzondering van erfafscheidingen; de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 3 m.

31

13.4 Parkeernorm Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen dient te worden uitgegaan van onderstaande normen: a. voor de eerste 200 ligplaatsen voor boten, inclusief woon- en/of recreatieve woonschepen, minimaal 1,5 parkeerplaats per ligplaats; b. voor de overige ligplaatsen minimaal 1,1 parkeerplaats per ligplaats. Deze parkeerplaatsen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. 13.5 Vrijstellingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 13.3.7, ten behoeve van het realiseren van collectieve voorzieningen, met inachtneming van de navolgende bepalingen: a. per 5.000 m² aaneengesloten terreinoppervlak met recreatiekavels, mag ten hoogste één gebouw worden gebouwd; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 200 m² c. de goothoogte en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m respectievelijk 5 m; d. de gebouwen mogen uitsluitend worden gerealiseerd in zone A; e. de bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast.

32

Artikel 14 Jachthaven II 14.1 Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor “Jachthaven II” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. steigers voor pleziervaartuigen; b. sanitaire voorzieningen; c. een constructie en/of reparatiewerkplaats voor boten, met een maximale milieucategorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4. van het Inrichtingen-en vergunningenbesluit milieubeheer; d. jachtmakelaardij; e. een kantoor, ter ondersteuning van de jachthavenactiviteiten; f. detailhandel in watersportartikelen, met een maximum oppervlak van 150 m² bvo per jachthaven; g. horeca; h. botenopslagloods; i. buitenopslag voor boten; j. water, behorende bij jachthaven; k. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning en niet- permanente bewoning, met dien verstande dat het aantal woonschepen voor permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 204 en het aantal woonschepen voor niet-permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 167 en mits het aantal ligplaatsen binnen de bestemming “Zonering luchthaven en schiphol” niet toeneemt. Woonschepen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd ; l. erven, toegangswegen, paden en parkeervoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken.

Ter plaatse waar dit op de kaart als zodanig is aangegeven zijn de gronden mede bestemd voor: m. woning; n. woningen, gestapeld; o. horecavoorziening; p recreatiewoning; q. tenthuisjes; r. logiesgebouw; s. antennemast. 14.2. Samenvallende bestemmingen 14.2.1 Op de in lid 14.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Waterkering” is het bepaalde in artikel 33 van toepassing. 14.2.2 Op de in lid 14.1 bedoelde gronden welke samenvallen met de bestemming “Zonering luchthaven schiphol” is het bepaalde in artikel 34 van toepassing.

33

14.3 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 14.3.1 Gebouwen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=276ea261-a4e6-4183-ac39-f3e040ace1ed