CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Niet gesprongen explosieven.pdf

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 27 juni 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Oosteindedriehoek; bestemmingsplan, exploitatieplan, besluit Wet geluidhinder, beeldkwaliteitplan en vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit13.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 32 van 63 gelden onderstaande regels. Hierbij wordt opgemerkt dat voor het vaststellen van veiligheidsstralen er in dit stadium van de ‘worst case’ wordt uitgegaan. In de omgeving bevinden zich infrastructurele voorzieningen op en onder het huidige maaiveld. Daarnaast bevinden zich woningen/gebouwen in de nabijheid van het werkgebied. Uit het voornoemde mag en moet worden afgeleid dat zich op ieder moment van de dag personen in de buurt van het opsporingsgebied bevinden. De gevolgen van een ongecontroleerde explosie kunnen van zeer klein tot desastreus zijn. Mensen en levende have in de omgeving kunnen ernstig gewond raken of zelfs worden gedood. Door de explosie kan brand en kortsluiting ontstaan door hete scherven die worden rondgeslingerd. Wanneer een ongecontroleerde explosie zich voordoet dient derhalve rekening te worden gehouden met ernstige gevolgen. Het bepalen van veiligheidsafstanden geschiedt op basis van de vermoedelijke soort en diepteligging van mogelijk aanwezige Ontplofbare Oorlogsresten. Bepalend hierbij is het soort munitie in relatie tot de diepte ten opzichte van het maaiveld. Hoe groter het lichaam met explosieve stoffen, hoe groter het effect op de omgeving. Dit effect wordt mede bepaald door de netto inhoud van de explosieve stof. Dit wordt ook wel Netto Explosieve Massa (NEM) genoemd.

TNO heeft onderzoek gedaan naar de zone waarin scherfwerking zal/kan optreden bij een ongecontroleerde explosie, naar de NEM van het munitieartikel.18 Deze zone wordt ook wel schervengevarenzone genoemd. Bij het effect van een ongecontroleerde explosie wordt onderscheid gemaakt tussen ingedrongen en niet ingedrongen Ontplofbare Oorlogsrestanten. Onder ingedrongen OO verstaan we munitie met minimaal een bodemdekking van 15 maal de diameter van het lichaam. In onderstaande tabel (Tabel 8) staan de schervengevarenzones in relatie tot de explosieve inhoud (NEM). Netto Explosieve Massa Schervengevarenzone Schervengevarenzone overige (NEM)(kg)19: (m1): fragmenten (m1):

Schervengevarenzone met beschermingsconstructie (m1)20:

0 – 0.50

200

-

n.v.t.

0.50 – 1.00

250

-

n.v.t.

1.00 – 1.50

310

-

n.v.t.

1.50 – 2.00

360

-

n.v.t.

2.00 – 2.50

410

-

n.v.t.

2.50 – 3.00

460

-

n.v.t.

3.00 – 3.50

510

-

n.v.t.

3.50 – 4.00

560

-

n.v.t.

4.00 – 4.50

610

-

n.v.t.

4.50 – 5.00

670

1140

n.v.t.

5.00 – 10.00

700

1420

n.v.t.

10.00 – 15.00

800

1660

n.v.t.

15.00 – 20.00

860

1720

n.v.t.

TNO, beproevinsrapport 224097639, 16 februari 2005. NEM: Netto Explosieve Massa, ook wel aangeduid als Netto Explosief Gewicht (NEG). 20 Relevante afstanden met toepassing van beschermingsconstructies n.a.v. TNO-beproeving. 18 19

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 33 van 63 20.00 – 25.00

880

1780

n.v.t.

25.00 – 50.00

970

1940

250

50.00 – 75.00

1020

2040

250

75.00 – 125.00

1130

2260

250

125.00 – 250.00

1320

2630

500

250.00 – 500.00

1540

305021

-

500.00 – 750.00

1690

3050

-

NEM>75022

2000

350

-

Tabel 8: De schervengevarenzone in verhouding tot het NEM van OO. Project specifieke gevarenzone in rood weergeven.

Aangezien de zwaarst aan te treffen OO in het werkgebied 1000 lbs vliegtuigbommen zijn, moet de schervengevarenzone toegespitst zijn op deze munitiesoort. Deze specifieke vliegtuigbom heeft een NEM tussen de 230 en 250 kilogram. Dit houdt in dat een schervengevarenzone van max. 1540 m¹ vanaf de ligging van een niet inwerking getreden 1000 lbs vliegtuigbom aangehouden moet worden.23 Conclusies | Op basis van de vastgestelde naoorlogse grondroerende werkzaamheden, de locatie-specifieke omstandigheden en de toekomstige functie van het werkgebied moet in een Risicoanalyse een beargumenteerde conclusie getrokken worden. Uit het contra-indicatie onderzoek blijkt dat er genkele kleinschalige naoorlogse grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden. De Risicoanalyse kan uitgaan van verschillende conclusies:

✓ Conclusie I: Er wordt vanwege de rondroerende activiteit in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik geen uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen; ✓ Conclusie II: Er wordt vanwege de handelingen/activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, de uitwerkingsfactoren vormen geen gevaar voor mens en dier. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen; ✓ Conclusie III: Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar. In het geval van conclusie III wordt de opdrachtgever dringend aanbevolen om eerst contact te leggen met de gemeente als bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid, waar de uitwerkingsfactoren betrekking op hebben. Opgemerkt wordt, dat de bepaling van de invloedsfactoren, gevaarsfactoren en uitwerkingsfactoren gebaseerd is op de geplande werkzaamheden/het toekomstige gebruik zoals omschreven in Hoofdstuk 3, de informatie met betrekking tot de mogelijk aanwezige Ontplofbare Oorlogsresten zoals vermeld in het Vooronderzoek waar in Hoofdstuk 4 naar verwezen wordt en de naoorlogse werkzaamheden zoals in Hoofdstuk 5 is samengevat.

Wijziging van één of meer van deze factoren kan dus ook leiden tot andere conclusies en aanbeveling van onderhavige Risicoanalyses.

Maximaal gemeten afstand tijdens proef door EOD. Voor explosieven met een totaalgewicht boven 2000 kg of meer dan 750 kg NEM wordt de veiligheidsafstand door de EOD-ruimploeg per geval ingeschat. Het definitieve advies wordt gegeven door de commandant van de EOD-eenheid waartoe de ruimploeg behoort. 23 In overleg met de Senior Deskundige OOO is een inschatting gemaakt van de mogelijke hoeveelheid explosieve stoffen, welke in het granaatlichaam aanwezig kunnen zijn. In de literaire munitiegegevens staat geen informatie over de hoeveelheid van brisantiestoffen in een 1000 lbs vliegtuigbom. 21 22

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 34 van 63 Conclusie I | Ter plaatse van de niet verdachte gebieden kunnen werkzaamheden regulier worden uitgevoerd. Werkzaamheden waarbij niet dieper wordt gegraven dan de naoorlogs geroerde grond kunnen regulier worden uitgevoerd, aangezien hierbij geen verdachte grond wordt geroerd. [uitleggen welke werkzaamheden regulier uitgevoerd kunnen worden, gekeken naar het project. Conclusie II | De identificatie en uitwerking van de invloeds-, gevaars-, uitwerkingsfactoren zijn niet beheersbaar voor mens en dier. Derhalve komt deze conclusie te vervallen. Conclusie III | Aangezien het gebied verdacht is verklaard op afwerpmunitie zijn de uitwerkingsfactoren niet aanvaardbaar. Daarnaast kunnen aanvullende maatregelen er niet voor zorgen dat de uitwerkingsfactoren beheersbaar worden. Wanneer bij toekomstige werkzaamheden grond wordt geroerd die in de naoorlogse periode niet is aangetast dan dient ter plaatse reguliere oppervlaktedetectie uitgevoerd te worden en dienen gemeten verstoringen te worden geanalyseerd en te worden benaderd. Dit betreft de locaties waar dieper wordt gegraven dan de naoorlogs geroerde of ongeroerde bodems. Daar waar graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de contouren van reeds naoorlogs vergraven tracés kan redelijkerwijs worden aangenomen dat OO reeds destijds zijn opgemerkt en weggenomen. Deze aanname is echter geen wetmatigheid.

Het is derhalve raadzaam voor aanvang van de voorgenomen werkzaamheden een protocol op te stellen met betrekking tot de handelwijze bij het incidenteel aantreffen van munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Bodac B.V. heeft reeds een Protocol Toevalstreffer voor u opgezet (te vinden in Bijlage 7). Voor een schematisch en visueel overzicht van de uit dit hoofdstuk vastgestelde conclusies wordt verwezen naar Hoofdstuk 7 Conclusie en advies.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 35 van 63

7 Conclusie en advies In de toekomst worden een aantal grondroerende werkzaamheden uitgevoerd ter plaatse van de Oosteindedriehoek te Aalsmeer. Het doel van deze werkzaamheden is het ontwikkelen van het werkgebied voor stedenbouwkundige doeleinden.

7.1

Conclusies gekoppeld aan uit te voeren werkzaamheden

Gekeken naar de uit te voeren werkzaamheden kan per uitvoering het volgende geconcludeerd worden: Werkzaamheden:

Diepte van werkzaamheden:

Ontwikkelen werkgebied n.n.b.

Naoorlogse bodemroering:

Noodzakelijkheid detectie:

Conclusie:

Detectievorm24:

Deels, op sommige plaatsen is sprake van ondergrondse infrastructuur of (voormalige) bebouwing. De diepte van de naoorlogse bodemroering is niet bekend.

Ja. Hoewel OO mogelijk bij de ontwikkeling van voormalige kasbouw of bebouwing (o.a. straten en verhardingen) zijn opgevallen en weggenomen is het gebied tot diepere lagen verdacht. In het gehele op afwerpmunitie verdachte gebied kunnen nog mogelijk OO aanwezig zijn en is detectie noodzakelijk.

Conclusie III

Geen uitspraak mogelijk. Afhankelijk van de toekomstige werkdiepte.

Tabel 9: Relevante invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren voor het werkgebied.

In Bijlage 2 (kaartmateriaal 210802_H1037_CON_01_01 en 210802_H1037_CON_02_01) zijn de gebieden waar naoorlogse grondroeringen hebben plaatsgevonden in beeld gebracht en gekoppeld aan de dieptes binnen het onderzoeksgebied waar detectie noodzakelijk is, indien daar werkzaamheden uitgevoerd gaan worden.

In Bijlage 4. Opsporingsmethoden zijn verschillende detectietechnieken, detectiemethoden en detectievormen uitgelegd. Allen geven inzicht in hoe en op welke manieren in het gebied opsporing kan worden toegepast. 24

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 36 van 63

7.2

Advies vervolgstappen

Over tijd en planning van de vervolgstappen valt in eerste instantie niets te zeggen. Zodra een projectplan met de precieze uit te voeren werkzaamheden is opgesteld, kan hierover duidelijkheid geschept worden. Op voorhand kan Bodac B.V. wel enkele adviezen geven over welke detectietechnieken en -methoden zich lenen voor het werkgebied. Aangezien het verdachte gebied tot een grote diepte verdacht is het raadzaam om dieptedetectie uit te voeren. Alleen op die manier kunnen verstoringen tot de maximale diepteligging van 12.50 m¹ minus maaiveld worden opgespoord en weggenomen. Mochten de werkzaamheden niet reiken tot deze diepte dan is het raadzaam om oppervlaktedetectie uit te voeren. Op de plekken waar zich geen ondergrondse infrastructuur bevindt biedt non-realtime oppervlaktedetectie soelaas. Op deze manier kan snel een groot terrein worden ‘ingereden’, waaruit een detectierapportage volgt. Verstorende objecten tot 4.50 m¹ minus maaiveld worden waargenomen en geïnterpreteerd door een Senior Deskundige OOO. Objecten die overeenkomen met de verwachte OO worden vervolgens benaderd en weggenomen. Andere verstorende objecten worden buiten beschouwing gelaten. Wanneer er dicht bij kabels en leidingen gedetecteerd dient te worden, zal de detectietechniek van actieve detectie toegepast worden.

Actieve detectie is zowel geschikt voor de opsporing van zowel ferro-metalen als non-ferro metalen. De detector wekt zelf een magnetisch veld op en de responsen of verstoringen van andere metalen objecten worden gemeten. Hiermee kan als het ware bijna tot aan de verstorende obstakels gedetecteerd worden. (Voor extra informatie omtrent uitvoeringsmethoden, detectietechnieken of methoden wordt verwezen naar Bijlage 3. Opsporingsmethoden.) Bodac B.V. kan deze werkzaamheden voor u uitvoeren.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 37 van 63

8

Leemten in kennis

Het is altijd mogelijk dat de conclusie van een Risicoanalyse meer gespecificeerd kan worden met aanvullende gegevens. Voor deze bureaustudie waren de volgende leemten in kennis van belang:

✓ Het hoogtebestand van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kon niet exact bepaald worden;

✓ Historische Vooronderzoeken, die als basis dienen van deze Risicoanalyse, schetsen vanwege het missen van al het raadpleegbare bronnenmateriaal in sommige gevallen essentiële informatie. Als gevolg daarvan bestaat de mogelijkheid dat er geschikte bronnen aanwezig zijn (geweest), waar onderzoekers geen gebruik van hebben gemaakt, maar waardoor een nauwgezettere horizontale en verticale gemaakt zou kunnen worden; ✓ Het is bij Bodac B.V. niet bekend of de bodem binnen het werkgebied naoorlogs is opgehoogd of verlaagd. Daarnaast zijn er geen (diepte)gegevens gevonden over de reeds uitgevoerde naoorlogse grondroerende werkzaamheden; ✓ Er werden geen relevante archiefstukken aangetroffen bij een inventarisatie van het Noord-Hollands archief en het Nationaal Archief.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 38 van 63

Bijlage 1.

OO-Bodembelastingkaart

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

11 6100

11 6050

11 6000

11 5950

11 5900

11 5850

11 5800

11 5750

11 5700

11 5650

11 5600

11 5550

11 5500

11 5450

11 5400

11 5350

11 5300 47 7600

47 7600

47 7550

Esri Nederland, Community Maps Contributors 47 7550

47 7500

47 7500

47 7450

47 7450

47 7400

47 7400

47 7350

47 7350

47 7300

47 7300

47 7250

47 7250

47 7200

47 7200

47 7150

47 7150

Verklaring Werkgebied Afgeworpen (1000 lbs GP) Onverdacht Versiebeheer

47 7100

Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

28-07-2021 210728_H1037_BBK_01

Actueel

47 7100

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

47 7050

20

40

Opdrachtgever: Kragten

Schaal: 1:1.500

Project: H1037

7050 Coördinatenstelsel: RD 47

Tekening: OO-Bodembelastingkaart

Tek.: L. van Rooi

Tekeningnaam: 210728_H1037_BBK_01

Acc.: R. Maas

11 6100

11 6050

11 6000

11 5950

11 5900

11 5850

11 5800

11 5750

11 5700

11 5650

11 5600

11 5550

11 5500

11 5450

11 5400

11 5350

Esri Nederland, Community Map Contributors 11 5300

´

Meters Formaat: A2 60

Pagina 40 van 63

Bijlage 2.

Conclusie Risicoanalyse

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

11 6200

11 6100

11 6000

11 5900

11 5800

11 5700

11 5600

11 5500

11 5400

11 5200

11 5300

47 7600

47 7600

Esri Nederland, Community Maps Contributors

47 7500

47 7500

47 7400

47 7400

47 7300

47 7300

Verklaring Werkgebied Conclusie I: Geen vervolgstappen noodzakelijk 47 7200

Conclusie III: vanaf de naoorlogs geroerde grond tot 12.50 m1 minus maaiveld (situationeel te bepalen)

47 7200

Conclusie III: vanaf het huidige maaiveld tot 12.50 m1 minus maaiveld Versiebeheer

47 7100

Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

02-08-2021 210802_H1037_CON_01_01

Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

60

Meters 90

Formaat: A3

Opdrachtgever: Kragten

Schaal: 1:2.500

Project: H1037

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Conclusie 1

Tek.: L. van Rooi 47 7000

11 6200

Esri Nederland, Community Map Contributors 11 6100

11 6000

11 5900

11 5800

11 5700

11 5600

11 5500

11 5400

Tekeningnaam: 210802_H1037_CON_01_01 Acc.: R. Maas 11 5300

11 5200

47 7000

30

´

47 7100

11 5560

11 5540

11 5520

11 5500

11 5480

11 5460

11 5440

11 5420

11 5400

11 5380

11 5360

11 5340

11 5320

11 5300

11 5280 47 7440

47 7440

47 7420

Esri Nederland, Community47Maps 7420 Contributors

47 7400

47 7400

47 7380

47 7380

47 7360

47 7360

47 7340

47 7340

Verklaring Werkgebied Conclusie I: Geen vervolgstappen noodzakelijk

47 7320

47 7320

Conclusie III: vanaf de naoorlogs geroerde grond tot 12.50 m1 minus maaiveld (situationeel te bepalen) Conclusie III: vanaf het huidige maaiveld tot 12.50 m1 minus maaiveld

47 7300

47 7300

Versiebeheer

Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

02-08-2021 210802_H1037_CON_02_01

Actueel

2.

47 7280

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

47 7260

10

20

Meters 30

Formaat: A3

Opdrachtgever: Kragten

Schaal: 1:750

Project: H1037

Coördinatenstelsel: RD 47 7260

Tekening: Conclusie 2

Tek.: L. van Rooi

11 5560

Esri Nederland, Community Map Contributors 11 5540

11 5520

11 5500

11 5480

11 5460

11 5440

11 5420

11 5400

11 5380

11 5360

11 5340

11 5320

11 5300

Tekeningnaam: 210802_H1037_CON_02_01 Acc.: R. Maas 11 5280

´

47 7280

3.

Pagina 43 van 63

Bijlage 3.

Opsporingsmethoden

Bijlage 3.1 Verschillende detectietechnieken Passieve detectiemethode | Het uitvoeren van passieve detectie is een vorm van magnetometrie waarbij lokale verstoringen in het aardmagnetisch vlak als gevolg van (ferro houdende) objecten in de bodem worden gedetecteerd. De magnetometer registreert het aardmagneetveld aan het maaiveld. De laterale variaties in het aardmagneetveld worden veroorzaakt door lokale veranderingen in de magnetische eigenschappen van de bodem of objecten daarin. De passieve detectie wordt het meeste toegepast omdat deze methode economisch gezien het meest interessant, betrouwbaar en effectief is en groot detectiebereik

(verticaal) biedt. Actieve detectie | Actieve detectie is geschikt voor opsporing van zowel ferro-metalen als non-ferro metalen. Bij actieve detectie wordt door de detector zelf een magnetisch veld opgewekt en worden de responsen of verstoringen van metalen objecten hierin gemeten. Het voordeel is dat actieve detectie minder last heeft van de invloedsfeer van verstoringen zoals puin, stuwen en damwanden. We kunnen hiermee als het ware bijna tot aan de verstorende obstakels detecteren.

Detectiebereik van passieve detectie

Aardmagnetische veldlijnen passieve detectie

Magnetische veldlijnen actieve detectie

Detectiebereik van actieve detectie

3D grondradar | Met behulp van de 3D radar is het mogelijk om de bodem driedimensionaal te scannen en kan een volledig vlak-dekkend 3D beeld van de bodem worden verkregen. Op die manier is het mogelijk om vormen in de bodem te herkennen waardoor met name grotere OO herkenbaar worden ten opzichte van andere vormen van objecten in de bodem. Het voordeel is dat de 3D grondradar geen last heeft van de invloedsfeer van verstoringen zoals puin, kabels en leidingen, stuwen en damwanden. De benodigde apparatuur voor deze detectietechniek heeft Bodac B.V. niet zelf in huis. Deze wordt afgehuurd van een vaste partner (ATKB).

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 44 van 63

De 3D grondradar achter een quad

Grondradar

Bijlage 3.2 Uitvoeringsmethoden van detectiemethodes NON realtime detectie | NON realtime detectie wil zeggen dat een projectgebied digitaal wordt ingemeten en dat de detectiedata niet direct wordt uitgelezen maar digitaal wordt opgeslagen en later door een Senior Deskundige OOO wordt geïnterpreteerd. Middels detectieplaatjes wordt de detectiedata visueel zichtbaar gemaakt en wordt het gebied verdeeld in A, B, C en D gebieden. NON realtime detectie kan zowel passief als actief worden uitgevoerd en kan zowel voor oppervlaktedetectie als dieptedetectie worden uitgevoerd. Het voordeel hiervan is dat de opdrachtgever de data inzichtelijk heeft.

Actieve NON realtime oppervlaktedetectie

A gebied. Indeling A, B, C en D gebieden

B gebied.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Passieve NON realtime oppervlaktedetectie

C gebied.

D gebied.

Pagina 45 van 63 Realtime detectie | Realtime detectie betreft handmatige detectie waarbij m.b.v. een sonde of metaaldetector een projectgebied handmatig wordt gedetecteerd waarbij, anders dan NON realtime, de detectiedata direct wordt geïnterpreteerd door de Senior Deskundige OOO. De significante verstoringen worden direct in het veld benaderd/ verwijderd.

Passieve realtime oppervlaktedetectie

Actieve realtime oppervlaktedetectie

Bijlage 3.3 Verschillende vormen van detectie Oppervlaktedetectie | Oppervlaktedetectie wil zeggen dat detectie op de landbodem wordt uitgevoerd tot en maximale diepte van 4.50 m1 – maaiveld. Wanneer OO niet dieper dan 4.50 m1 – maaiveld gelegen kan zijn is dit voldoende. Oppervlaktedetectie kan zowel passieve als actieve detectie zijn en kan zowel realtime als NON realtime worden uitgevoerd. Dieptedetectie | Dieptedetectie wil zeggen dat detectie op de landbodem (of waterbodem) wordt uitgevoerd vanaf een diepte van 4.50 m1 en dieper. Hierbij wordt de meetsonde niet over het land getrokken/ gelopen maar wordt de meetsonde de grond ingedrukt. De eerste prik van de meetsonde is altijd blind. Afhankelijk van de te verwachte OO kan met een bepaalde straal om de meetsonde OO worden gedetecteerd. Dieptedetectie kan zowel passieve als actieve detectie zijn en kan zowel realtime als NON realtime worden uitgevoerd. Dieptedetectie kan zowel op de land- als de waterbodem worden uitgevoerd.

Uitvoeren dieptedetectie t.p.v. de landbodem

Uitvoeren dieptedetectie t.p.v. de waterbodem

Waterbodemdetectie | Waterbodemdetectie wil zeggen dat niet de land- maar de waterbodem wordt gedetecteerd en dat dit onder de waterspiegel uitgevoerd wordt. Waterbodemdetectie kan zowel passieve als actieve detectie zijn en kan zowel realtime als NON realtime uitgevoerd worden. Bij realtime waterbodemdetectie wordt er door een OO duikploeg een spuitlans gebruikt om zo de waterbodem rondom het object weg te spuiten. NON realtime detectie gebeurt door de inzet van een detectieboot.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 46 van 63

Uitvoeren passieve NON realtime waterbodemdetectie m.b.v. detectieboot.

Uitvoeren actieve realtime en/of passieve realtime waterbodemdetectie d.m.v. duikploeg

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 47 van 63

Bijlage 4.

Certificering

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 48 van 63

Bijlage 5.

Uitgangspunten afbakening

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 49 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 50 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 51 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 52 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 53 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 54 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 55 van 63

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 56 van 63

Bijlage 6.

Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal

Literatuur Auteur:

Titel:

Plaats en datum:

Deltares

Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. Documentnummer: 1210497-000

Delft, 2015

Tabel 10: Literatuurlijst met relevante en standaardboeken.

Website: www.ahn.nl www.bulletpicker.net www.dinoloket.nl www.dotkadata.nl www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ www.topotijdreis.nl Tabel 11: Overzicht met geraadpleegde websites.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 57 van 63 Selectie luchtfoto’s25 Datum:

Sortie nr.:

Schaal (1:x):

Foto nr.:

Kwaliteit:

Motivatie:

Archief:

Aantal:

26-02-1945

106G-4546

1:15.000

3012

Goed

Opname uit de oorlogsperiode

Kadaster

1

1967

Kaartblad 52

Onbekend

286

Redelijk

Multitemporele afdekking

Kadaster

1

1999

Kaartblad 52

Onbekend

810

Redelijk

Multitemporele afdekking

Kadaster

1

Totaal: Tabel 12: Overzicht van de gehanteerde luchtopnamen bij de luchtfotoanalyse.

25

De luchtfoto-opnamen van 2006 en 2021 zijn online raadpleegbaar via de catalogus van Esri, aanbieder van de ArcGIS Pro-software.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

3

Pagina 58 van 63

Bijlage 7.

Protocol Toevalstreffer OO

Een toeval vondst houdt in dat er een OO (Ontplofbaar oorlogsrest) wordt aangetroffen op een locatie en/of tijdstip dat niet in de risicobeoordeling is voorzien. Een toeval vondst kan plaatsvinden in gebieden die als “onverdacht op OO” zijn aangemerkt, maar ook binnen gebieden die als “verdacht op OO” zijn aangemerkt maar waar op dat moment geen geplande grondroerende en/of opsporingswerkzaamheden plaatsvinden of wanneer alleen in reeds aantoonbaar geroerde grond gewerkt zal gaan worden. Stappenplan bij aantreffen “vermoedelijk” OO ✓ Het mogelijk OO nooit beroeren, verplaatsen, weggooien, schoonkloppen of schoonvegen; ✓ Zet de vindplaats/ locatie af en markeer deze. Informeer de omgeving/derden; ✓ Ter plaatse de werkzaamheden staken en de projectleiding informeren; ✓ Informeer de politie (evt. via projectleiding) via 0900 8844; ✓ De politie stuurt waarschijnlijk een explosievenverkenner om de situatie en het mogelijke OO te beoordelen; ✓ De politie geeft de melding door aan de EODD en zal de urgentie voor eventuele ruiming van de aangetroffen OO bepalen; ✓ De ruimploeg van de EODD komt ter plaatse om het OO onschadelijk te maken / te vernietigen; ✓ Indien dit noodzakelijk wordt geacht zal het gebied afgebakend worden als zijnde “verdacht” gebied. Wanneer het geen OO betreft kunnen de werkzaamheden regulier worden hervat.

Wanneer een OO onschadelijk moet worden gemaakt waarbij er een risico voor de openbare orde en veiligheid kan ontstaan, informeert de politie de burgemeester en Ambtenaar openbare Orde en Veiligheid. Indien voor de ruiming van het OO een (woon)gebied moet worden ontruimd, dan zal de burgemeester in combinatie met de veiligheidsregio en de EODD de benodigde maatregelen treffen. Enkele voorbeelden van OO welke veelvuldig in de Nederlandse bodem worden aangetroffen:

Klein kaliber munitie (KKM)

Mortiergranaat (5 cm Duits)

Artilleriegranaat (25 lbs. UK)

Geweergranaat (Sprenggranate 30 Duits)

Anti-tankmijnen (Tellermine 42 Duits)

Vliegtuigbom (500 lbs. UK)

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 59 van 63

Bijlage 8.

Hoofdgroepen van Ontplofbare Oorlogsresten

In totaal worden er zestien hoofdgroepen OO onderscheiden. Hieronder zijn de meest voorkomende soorten benoemd welke regelmatig voorkomen tijdens een Historisch vooronderzoek OO. Klein kaliber munitie (KKM) | Klein Kaliber munitie is een verzamelnaam voor alle munitie van handvuurwapens zoals revolvers, pistolen, geweren, hulzen en slaghoedjes. Het kaliber moet kleiner zijn dan twintig millimeter.

Klein Kaliber Munitie (KKM), kaliber .303

Een Luger P08 met een kaliber van 9 millimeter

Geschutmunitie | Munitie voor zogenoemde vuurmonden, ook wel schietbuis, met een kaliber van twintig millimeter of groter. Geschutmunitie is een verzamelnaam voor brisantgranaten, mortiergranaten, terugstootloze vuurmonden en kanonnen of houwitsers.

Duitse brisantgranaat van 10,5 cm

Geallieerde mortiergranaat van 3 inch

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 60 van 63 Handgranaten | Een lichaam al of niet voorzien van springstof en voorzien van een ontsteker bedoeld om met de hand te werpen. Een handgranaat bestaat bijvoorbeeld uit een lichaam, meestal vuistgrootte, vaak voorzien van een beugel en veiligheidspin, dat al of niet is gevuld met een spring-, chemische-, pyrotechnische- of kruitlading. Een handgranaat is voorzien van een ontsteker met het doel te detoneren, brand te stichten of een rookgordijn te leggen. De uitkomst is afhankelijk van de soort handgranaat en haar vulling.

Britse Mills No. 36 handgranaat

Amerikaanse MKII handgranaat

Duitse Stielhandgranate 24

Geweergranaten | Dit zijn granaten welke bedoeld zijn om met behulp van een geweer te verschieten. Vaak zijn deze geweergranaten betrekkelijk klein en voorzien van een staartstuk. De opbouw en gevechtslading van zo een geweergranaat is in het algemeen te vergelijken met de opbouw van die van handgranaten, echter is het bereik groter.

Duitse geweergranaten

Het verschieten van een geweergranaat

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 61 van 63

Munitie voor granaatwerpers | Dit soort munitie wordt middels een speciaal wapensysteem verschoten, gelanceerd of weggeslingerd. In tegenstelling tot geweergranaten, heeft dit soort munitie het bovengenoemde wapensysteem nodig om verschoten of gelanceerd te worden. Daarnaast is de desbetreffende munitie groter dan voorgaande hoofdsoorten.

Britse PIAT

Duitse Panzerfaust

Raketten (munitie voor raketwerpers) | Deze munitieartikelen worden na afvuring tijdens de vlucht voortgestuwd door een raketmotor. Raketten zijn te herkennen aan een gelijknamige motor met daarin een venturi (uitstroomopening). Na de lancering was dit soort munitie niet langer bestuurbaar.

Amerikaanse bazooka

Duitse Panzerschreck

Afwerpmunitie | Dit soort munitieartikelen zijn bedoelt om van een vliegtuig te worden losgelaten, uitgestoten of geworpen. Afwerpmunitie komen voor in allerlei vormen maten. De meeste bommen hebben een cilindrisch of sigaarvormig lichaam, waarbij brisantbommen een springstoflading bevatten en fosforbommen juist een chemische of pyrotechnische lading bevatten. Daarnaast kon de afgeworpen munitie op verschillende momenten tot uitwerking komen, namelijk in de lucht, bij inslag (direct of na vooringestelde tijd) of na het indringen van de (water)bodem. Met behulp van een verscheidenheid aan ontstekingsmechanismen kon een beoogde uitwerking verkregen worden. De meest voorkomende zijn de direct werkende of de (lange) vertraging ontstekers.

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Pagina 62 van 63

Opslag 500lbs bommen

In de grond aangetroffen 500lbs bom in Cadzand

Onderwatermunitie | Ontplofbare Oorlogsresten bedoeld om onder water te gebruiken. Hieronder vallen onder andere drijvende mijnen, grondmijnen, torpedo’s, dieptebommen en invloedsmijnen.

Een Duitse U-Boot Abwehrmine

Mijnen(velden) | Een mijn is een hoeveelheid springstof, al dan niet in een omhulsel, voorzien van een ontsteker, in of op een terrein of gebied aangebracht om te hinderen, schade toe te brengen of buiten gevecht te stellen en dat door het te treffen doel wordt geactiveerd. Er zijn vaak twee soort landmijnen te onderscheiden, een antipersoneel (AP) mijn en een antitank (AT) mijn. AP mijnen konden zo groot zijn als een schoenpoetsdoosje, terwijl AT mijnen zo groot konden zijn als een wiel. Mijnen uit de Tweede Wereldoorlog waren vaak voorzien van een drukontsteker.

Duitse anti-tank mijnen: Tellermine 42

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

Duitse anti-tank mijn: Riegelmine 43

Pagina 63 van 63 Your safety is our concern

www.bodac.nl Risicoanalyse OO - Aalsmeer Oosteindedriehoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=8b69d7fb-b189-4603-a854-ec116c668534