bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV.pdf
Tekst van het document
bestaand:
gebruik of bebouwing dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan als zodanig rechtmatig aanwezig was; 1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of een ander bouwwerk, met een dak; 1.19
bijzondere bouwlaag:
kelder en souterrain; 1.20
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.22
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.23
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.25
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
5
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
1.26
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.27
boveninsteek watergang:
de snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang; 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor verbruik, gebruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en niet zijnde: groothandelscentrum; productiegebonden detailhandel; supermarkt; 1.29
drijvende woning:
een drijvend bouwwerk te water, dat niet is bestemd of ingericht om te varen, voorzien van een (betonnen) casco met daarop een opbouw die qua verschijningsvorm in grote mate overeenstemt met een 'traditionele woning' op de wal, dat wordt gebruikt als of is bestemd voor (al dan niet permanent) woonverblijf; 1.30
erf:
een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.31
erfafscheiding:
de scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn; 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33
geluidsgevoelig gebouw:
gebouw als bedoeld in artikel 1.1.1 onder b van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, zoals deze geldt ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.34
geluidsgevoelige objecten:
geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder, zoals deze geldt ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.35
gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak; 1.36
groenvoorzieningen:
groenschermen van opgaande beplanting, bermbeplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplantingen in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben; 1.37
groothandelscentrum:
een voorziening waar door één of meerdere groothandelsbedrijven hoofdzakelijk sierteeltproducten en/of aan sierteelt verwante producten worden verhandeld, niet zijnde detailhandel als bedoeld in artikel 1.28 van deze planregels;
6
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
1.38
hoofdgebouw:
een gebouw dat door aard, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk is aan te merken; 1.39
horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën van horeca worden onderscheiden: a. hotel: een horecabedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van nachtverblijf (boeking per nacht) waar maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en passanten; b. kamerverhuurbedrijf: een specifieke vorm van hotel, gericht op het verstrekken van nachtverblijf voor een verblijfsperiode van minimaal een week en maximaal zes maanden, aan personen die elders hun hoofdverblijf behouden; c. restaurant: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; d. dagzaak: een horecabedrijf, dat vergelijkbare openingstijden heeft als omliggende detailhandelvestigingen, althans geen latere sluitingstijd heeft dan 22.00 uur, zoals een dagcafé, lunchroom, koffieshop en ijssalon; e. cafetaria: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden, waarvan het sluitingsuur later dan 22.00 uur ligt; f.
cafés, bars, avond- en nachtgelegenheid: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en het gelegenheid bieden voor dansen en waarvan het sluitingsuur later dan 22.00 uur ligt, zoals een discotheek of nachtclub; g. zaalaccommodatie: een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en waar het verstrekken van voedsel en dranken en het (laten) organiseren van feesten en partijen (daaraan) ondergeschikt is; 1.40
kantoor:
een gebouw, of een deel daarvan, dat wordt gebruikt voor de bedrijfsmatige verlening van diensten op administratief, financieel, ontwerptechnisch, juridisch of andere daarmee gelijk te stellen gebied. Bij een bedrijfsgebonden kantoor staat de dienstverlening ten dienste van, en is verbonden aan, de uitoefening van bedrijfsactiviteiten (niet-zelfstandig kantoor). Bij een zelfstandig kantoor is dat niet het geval; 1.41
kelder:
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen; 1.42
kunstwerk:
een civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.43
kwetsbaar object:
object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals deze geldt ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.44
leisure en kennis:
voorzieningen die zijn gericht op vrijetijdsbesteding en/of kennis- en informatieoverdracht, waarbij de volgende functies worden onderscheiden: a. toeristisch-recreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 1.73 van deze planregels; b. horeca in de vorm van: 1. restaurants, niet zijnde een fastfood restaurant; 2. zaalaccommodatie voor congressen, evenementen en vergaderingen;
7
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV c. ondersteunende detailhandel als bedoeld in artikel 1.55 van deze planregels; met daaraan ondergeschikt: d. zakelijk gebruik in de vorm van kantoorfaciliteiten; 1.45
ligplaats:
de ruimte welke door een woonschip en/of bedrijfsvaartuig, al dan niet met tussentijdse onderbrekingen, kan worden ingenomen; 1.46
logistiek bedrijf:
een bedrijf waar de volgende activiteiten plaatsvinden: a. het distribueren van producten, niet zijnde sierteelproducten of aan sierteelt verwante producten; b. het transporteren van producten, niet zijnde sierteelproducten of aan sierteelt verwante producten ; 1.47
maatvoeringsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde maximum bouwhoogte en goothoogte en/of bebouwingspercentage; 1.48
mantelzorg (inwoning);
het verlenen van zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep, wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie; 1.49
mantelzorgwoning:
bewoning van een (deel van een) gebouw waarbij de bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; 1.50
marktplaats voor sierteelt:
de aan de Legmeerdijk te Aalsmeer gevestigde marktplaats voor sierteelt en aan sierteelt verwante producten; 1.51
marktplaatsgebonden bedrijf:
een bedrijf dat functioneel gezien aan de marktplaats voor sierteelt als bedoeld in artikel 1.50 van deze planregels is gerelateerd doordat er hoofdzakelijk sierteeltproducten en/of aan sierteelt verwante producten worden verwerkt, en/of diensten worden aangeboden, die rechtstreeks verband houden met activiteiten die hoofdzakelijk plaatsvinden op de marktplaats voor sierteelt, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het distribueren van hoofdzakelijk sierteeltproducten en/of aan sierteelt verwante producten; b. het verpakken en transporteren van hoofdzakelijk sierteeltproducten en/of aan sierteelt verwante producten; c. het bewerken en verwerken van hoofdzakelijk sierteeltproducten en/of aan sierteelt verwante producten; d. het exporteren van producten die hoofdzakelijk afkomstig zijn van de marktplaats voor sierteelt; e. adviserende dienstverlening ten aanzien van hoofdzakelijk sierteeltgerelateerde activiteiten, niet zijnde een sierteeltgerelateerd kantoor; 1.52
niet-zelfstandig kantoor:
een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft;
8
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
1.53
nutsvoorzieningen:
voorzieningen, al dan niet als bouwwerk of meerdere bij elkaar behorende bouwwerken, ten behoeve van data en telecommunicatie en de water-, gas- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in elk geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.54
ondergeschikte detailhandel:
detailhandel die ondergeschikt is aan de op de marktplaats voor sierteelt gevestigde marktplaatsgebonden bedrijven als bedoeld in artikel 1.51 van deze planregels en die aan de marktplaatsgebonden bedrijven en/of de marktplaats voor sierteelt als bedoeld in artikel 1.50 van deze planregels is gerelateerd; 1.55
ondersteunende detailhandel:
detailhandel die bedoeld is ter ondersteuning van de hoofdactiviteit, waarbij de detailhandel uitsluitend toegankelijk is via de hoofdactiviteit en waarvan de openingstijden van de detailhandel zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; 1.56
ondersteunende horeca
een horeca-activiteit die bedoeld is ter ondersteuning van de hoofdactiviteit, waarbij de horeca-activiteit uitsluitend toegankelijk is via de hoofdactiviteit, waarvan de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; 1.57
ondergronds bouwen
bouwen beneden peil; 1.58
ondergronds bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; 1.59
ondergrondse gebouwen of ruimten:
een (gedeelte van een) gebouw of ruimte, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil, verticaal gemeten strak langs de omtrek van het gebouw; 1.60
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.61
overkapping:
een bouwwerk dat geen gebouw is, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een gesloten wand; 1.62
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.63
passagiersvaartuig:
een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot het vervoer van personen dan wel om beschikbaar te worden gesteld aan een of meer personen ten behoeve van varende recreatie. 1.64
peil:
3,13 m - NAP;
9
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
1.65
perscontainer:
container waarin afval machinaal geperst wordt; 1.66
pleziervaartuig:
een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie; 1.67
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, bewerkt en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.68
prostitutiebedrijf:
een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten vormt; 1.69
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval begrepen een prostitutiebedrijf, erotische massagesalon, seksbioscoop, -theater, -winkel, -automaat, -club of parenclub; 1.70
souterrain:
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 2,0 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen; 1.71
stationerend vaartuig:
a. een vaartuig, daaronder begrepen een object dat afgemeerd is te water en niet tot enig andere categorie behoort; b. een schip, vaartuig of casco in aanbouw tot woonschip, pleziervaartuig, bedrijfsvaartuig, passagiersvaartuig of stationerend vaartuig als onder a bedoeld; 1.72
supermarkt:
detailhandel, zijnde een zelfbedieningszaak in goederen met een grote verscheidenheid aan hoofdzakelijk levensmiddelen, met een bruto vloeroppervlak groter dan 500 m²; 1.73
toeristisch-recreatieve voorziening:
voorziening waar al dan niet tegen betaling een vrijetijdsbesteding voor bezoekers wordt geboden waarbij de vrijetijdsbesteding hoofdzakelijk betrekking heeft op sierteeltproducten, aan sierteelt verwante producten en/of voedsel; 1.74
voorgevel:
de naar de weg gekeerd zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel; 1.75
voorgevelrooilijn:
de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing; 1.76
woning:
een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht;
10
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
1.77
woonark:
een drijvend bouwwerk te water, dat in het algemeen niet is bestemd of ingericht om te varen. Een woonark is doorgaans voorzien van een betonnen (of metalen) casco, met een vierkante of rechthoekige opbouw. Het casco kan ook bestaan uit een van origine varend schip, waaronder begrepen een dekschuit of ponton, met daarop een gehele of gedeeltelijke opbouw, dat wordt gebruikt als of is bestemd voor (al dan niet permanent) woonverblijf. Een drijvende woning wordt eveneens aangemerkt als woonark; 1.78
woonboot:
een drijvend of varend bouwwerk te water, dat herkenbaar is als schip (bijvoorbeeld door de romp, de opbouw of de aanwezigheid van originele onderdelen als een stuurhut, roer of mast) dat wordt gebruikt als of is bestemd voor (al dan niet permanent) woonverblijf; 1.79
woonschip:
een woonboot, woonark en/of drijvende woning, hieronder begrepen een woonboot, woonark en/of drijvende woning in aanbouw, als ook overblijfselen van een woonboot, woonark en/of drijvende woning; 1.80
zijdelingse bouwperceelgrens:
de gezamenlijke bouwperceelgrens van twee of meer aan elkaar grenzende bouwpercelen.
11
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand:
Bij het meten worden afstanden gemeten daar waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bebouwingspercentage:
De som van de bebouwde oppervlakten binnen een bestemmingsvlak, of in voorkomende gevallen binnen een bouwvlak of een bouwperceel, gedeeld door éénhonderdste van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of in voorkomende gevallen binnen dat bouwvlak of dat bouwperceel. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
bruto vloeroppervlak:
De som van het product van de afstand tussen de gevelvlakken en de afstand hart op hart van de bouwmuren per bouwlaag, waarbij balkons, loggia's, erkers en galerijen niet worden meegeteld bij het bepalen van het bruto vloeroppervlak. 2.5
verwerkingsoppervlak
Het bruto vloeroppervlak minus: a. het grondoppervlak van de gevel/constructie; b. het oppervlak van de transportgang(en). 2.6
inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7
ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.8
oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
12
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein - Locatie Centrum
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bedrijfsmatig gebruik algemeen
De voor 'Bedrijventerrein - Locatie Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
de marktplaats voor sierteelt als bedoeld in artikel 1.50 van deze planregels; marktplaatsgebonden bedrijven als bedoeld in artikel 1.51 van deze planregels; gebouwen en andere bouwwerken die voor de bedrijfsuitoefening nodig zijn; de bedrijfsterreinen en opslag ten behoeve van de bedrijfsuitoefening; de daarbij behorende al dan niet gebouwde voorzieningen zoals toegangswegen voor de ontsluiting van de bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, hellingbanen en andere verhardingen ten behoeve van het bedrijventerrein; f. geluidwerende voorzieningen; g. groenvoorzieningen, waterlopen, waterbergingen en nutsvoorzieningen. 3.1.2
Bijzonder bedrijfsmatig gebruik
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 3.1.1 is voorts het volgende gebruik toegestaan: a. b. c. a.
niet-zelfstandige kantoren als bedoeld in artikel 1.52 van deze planregels; productiegebonden detailhandel als bedoeld in artikel 1.67 van deze planregels; perscontainers als bedoeld in artikel 1.65 van deze planregels; opslag van fustage en containers ten behoeve van de marktplaats voor sierteelt als bedoeld in artikel 1.50.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de gronden als bedoeld in lid 3.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen en -bouwwerken; b. overige bouwwerken. 3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het bouwvlak mag conform het maximum bebouwingspercentage zoals aangeduid worden bebouwd; c. de maximum bouwhoogte zoals aangeduid mag niet worden overschreden. 3.2.3
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en overige hekwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 12 meter bedragen.
13
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
3.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. b. c. d. e. f.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de waterhuishouding; de brandveiligheid en rampenbestrijding; de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Maximum oppervlak
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 3.1.1 onder a en b is een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak van 760.000 m² toegestaan voor de in lid 3.1.1 onder a en b genoemde functies.
3.4.2
Parkeernormen
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 3.1.1 onder a en b zijn de volgende minimum parkeernormen van toepassing: a. autoparkeerplaats per 125 m² verwerkingsoppervlak, met dien verstande dat opslagkoelcellen, logistieke productstraten en interne parkeergarages in dit geval niet tot het verwerkingsoppervlak worden gerekend; b. vrachtwagenparkeerplaats per 1.000 m² verwerkingsoppervlak, met dien verstande dat: 1. bedrijfsruimtes die benut worden voor de ontvangst, opslag en distributie van sierteeltproducten alsmede kantoorruimtes in dit geval niet tot het verwerkingsoppervlak worden gerekend; 2. voorzieningen ten behoeve van laden en lossen voor 50% worden meegerekend als vrachtwagenparkeerplaats; c. bij de toepassing van de parkeernormen als bedoeld onder a t/m b mag gebruik worden gemaakt van de volgende aanwezigheidspercentages zodat toepassing kan worden gegeven aan dubbelgebruik: Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag Avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondagmidd ag
Bedrijfsruimte (auto)
100%
80%
5%
20%
0%
5%
3.4.3
Instandhouding geluidwerende voorziening
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - geluidwerende voorziening' dient een geluidwerende voorziening in stand te worden gehouden tussen 19.00 en 07.00 uur van doordeweekse dagen en tijdens weekenddagen, met uitzondering van calamiteiten.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Parkeernormen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.2 indien uit onderzoek blijkt dat op andere adequate wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
14
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Artikel 4
Bedrijventerrein - Locatie Oost
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bedrijfsmatig gebruik algemeen
De voor 'Bedrijventerrein - Locatie Oost' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
i. j.
marktplaatsgebonden bedrijven als bedoeld in artikel 1.51 van deze planregels; een groothandelscentrum als bedoeld in artikel 1.37 van deze planregels; leisure en kennis als bedoeld in artikel 1.44 van deze planregels; logistieke bedrijven als bedoeld in artikel 1.46 van deze planregels; ondergeschikte detailhandel als bedoeld in artikel 1.54 van deze planregels; gebouwen en andere bouwwerken die voor de bedrijfsuitoefening nodig zijn; de bedrijfsterreinen en opslag ten behoeve van de bedrijfsuitoefening; de daarbij behorende al dan niet gebouwde voorzieningen zoals toegangswegen voor de ontsluiting van de bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, hellingbanen en andere verhardingen ten behoeve van het bedrijventerrein, met inachtneming van het bepaalde in 4.5.3; geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen, waterlopen, waterbergingen en nutsvoorzieningen.
4.1.2
Bijzonder bedrijfsmatig gebruik
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 4.1.1 is voorts het volgende gebruik toegestaan: a. b. c. d.
niet-zelfstandige kantoren als bedoeld in artikel 1.52 van deze planregels; productiegebonden detailhandel als bedoeld in artikel 1.67 van deze planregels; perscontainers als bedoeld in artikel 1.65van deze planregels; opslag van fustage en containers ten behoeve van de marktplaats voor sierteelt als bedoeld in artikel 1.50, met inachtneming van het bepaalde in 4.5.3.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de gronden als bedoeld in lid 4.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen en -bouwwerken; b. overige bouwwerken. 4.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met inachtneming van het bepaalde onder e en f; b. in het geval een bouwgrens tevens is aangeduid als een figuur 'gevellijn' is het bouwen van gebouwen aan die zijde van het bouwvlak uitsluitend toegestaan indien de gevel van het betreffende gebouw in de aangegeven verplichte gevellijn wordt gerealiseerd, met uitzondering van: 1. laad- en losvoorzieningen; 2. entreevoorzieningen, met een maximale diepte van 3 meter en een maximale breedte van 11 meter per entreevoorziening; c. het bouwvlak mag conform het maximum bebouwingspercentage zoals aangeduid worden bebouwd, mits kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in lid 4.5.2 van dit artikel (dan wel dat toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid in lid 4.6.2); d. de maximum bouwhoogte zoals aangeduid mag niet worden overschreden, met inachtneming van het bepaalde onder e;
15
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV e. in afwijking van het bepaalde onder a en d mogen er buiten het bouwvlak ondergeschikte gebouwen worden gerealiseerd, zoals een portierslounge, nutsvoorzieningen en fietsenstallingen, met dien verstande dat: 1. het maximum bebouwingspercentage voor de gebouwen buiten het bouwvlak 20% bedraagt van het buiten het bouwvlak gelegen terrein binnen de bestemming 'Bedrijventerrein - Locatie Oost'; 2. voor een portierslounge buiten het bouwvlak de volgende gezamenlijke maxima gelden: maximum aantal portierslounges: 1; maximum grondoppervlak: 50 m ²; maximum bouwhoogte: 6 meter; 3. voor nutsvoorzieningen buiten het bouwvlak de volgende maxima gelden: maximum aantal nutsvoorzieningen: 3; maximum bruto vloeroppervlak per nutsvoorziening: 200 m²; maximum bouwhoogte (exclusief schoorsteen): 6 meter; maximum bouwhoogte (inclusief schoorsteen): 14 meter; 4. voor fietsenstallingen en overige gebouwen buiten het bouwvlak de volgende gezamenlijke maxima gelden: totaal maximum bruto vloeroppervlak: 1.000 m²; maximum bruto vloeroppervlak per gebouw: 250 m²; f. in afwijking van het bepaalde onder a en d mogen er buiten het bouwvlak bovengrondse ongelijkvloerse transportverbindingen met bijbehorende ondersteuningsconstructie worden gebouwd, met dien verstande dat: 1.
de transportverbindingen uitsluitend buiten het bouwvlak zijn toegestaan ter plaatse van de bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - transportverbinding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - transportverbinding - 2'; 2. het buiten het bouwvlak gelegen deel van de transportverbinding ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - transportverbinding - 1' een maximum bouwhoogte van 15 meter mag hebben; 3. het buiten het bouwvlak gelegen deel van de transportverbinding ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - transportverbinding - 2' een maximum bouwhoogte van 19 meter mag hebben. 4.2.3
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en overige hekwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 12 meter bedragen. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder d door ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - afwijkingsgebied' een bouwhoogte van maximaal 40 meter toe te staan, waarbij vast dient te staan dat: a. daardoor omliggende bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden aangetast; b. ook anderszins geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de hogere bouwhoogte niet leidt tot een overschrijding van de maximum oppervlaktes als bedoeld in lid 4.5.1. 4.4
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van:
16
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV a. b. c. d. e. f.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de waterhuishouding; de brandveiligheid en rampenbestrijding; de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Maximum oppervlak
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 4.1.1 onder a t/m e is een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak van 73.550 m² toegestaan voor de in lid 4.1.1 onder a t/m e genoemde functies met dien verstande dat: a. een maximum bruto vloeroppervlak van 40.800 m² geldt voor marktplaatsgebonden bedrijven; b. een maximum bruto vloeroppervlak van 23.250 m² geldt voor een groothandelscentrum; c. een maximum bruto vloeroppervlak van 8.000 m² geldt voor leisure en kennis, met dien verstande dat: 1. voor horeca en ondergeschikt zakelijk gebruik een maximum bruto vloeroppervlak van 2.500 m² geldt; 2. voor ondersteunende detailhandel een maximum bruto vloeroppervlak van 1.500 m² geldt, met inachtneming van sub e; d. een maximum bruto vloeroppervlak van 0 m² geldt voor logistieke bedrijven; e. een maximum bruto vloeroppervlak van 1.500 m² geldt voor ondergeschikte detailhandel, met in achtneming van sub e; f. het gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak aan ondersteunende detailhandel en ondergeschikte detailhandel niet meer dan 1.500 m² bedraagt. 4.5.2
Parkeernormen
Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 4.1.1 onder a t/m d zijn de volgende minimum parkeernormen van toepassing: a. marktplaatsgebonden bedrijven en groothandelscentrum: 1. 1 autoparkeerplaats per 125 m² verwerkingsoppervlak, met dien verstande dat opslagkoelcellen, logistieke productstraten, interne parkeergarages en het oppervlak van algemene ruimtes in een groothandelscentrum (entree) in dit geval niet tot het verwerkingsoppervlak worden gerekend; 2. 1 vrachtwagenparkeerplaats per 1.000 m² verwerkingsoppervlak, met dien verstande dat: bedrijfsruimtes die onderdeel zijn van het groothandelscentrum alsmede logistieke productstraten, alsmede kantoorruimtes in dit geval niet tot het verwerkingsoppervlak worden gerekend; voorzieningen ten behoeve van laden en lossen voor 50% worden meegerekend als vrachtwagenparkeerplaats; b. logistieke bedrijven: 1 autoparkeerplaats per 100 m² bruto vloeroppervlak; c. leisure en kennis: 1. 1 parkeerplaats per 7 m² bruto vloeroppervlak horeca, met dien verstande dat er geen parkeernorm van toepassing is indien de betreffende horeca is aan te merken als ondersteunende horeca als bedoeld in artikel 1.56 van deze planregels; 2. 1 parkeerplaats per 42 m² bruto vloeroppervlak ondersteunende detailhandel; 3. 1 autoparkeerplaats per 31 m² bruto vloeroppervlak voor de overige functies binnen leisure en kennis; d.
bij de toepassing van de parkeernormen als bedoeld onder a t/m c mag gebruik worden gemaakt van de volgende aanwezigheidspercentages zodat toepassing kan worden gegeven aan dubbelgebruik:
17
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag Avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondagmidd ag
Bedrijfsruimte (auto)
100%
100%
5%
20%
0%
5%
Horeca
30%
40%
90%
70%
100%
40%
Experience overig
100%
100%
0%
100%
0%
100%
4.5.3
Uitzondering fustageopslag en laad- en losvoorzieningen
a. In afwijking van het bepaalde in lid 4.1 zijn laad- en losvoorzieningen en opslag van fustage en containers niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein uitgesloten - fustage en laden&lossen'; b. In afwijking van het bepaalde in lid 4.1.2 onder d is opslag van fustage en containers niet toegestaan voor de gronden die zijn gelegen tussen de figuur 'gevellijn' en de bestemming 'Gemengd'. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Marktplaatsgebonden bedrijven en logistieke bedrijven
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.5.1 door meer marktplaatsgebonden bedrijven als bedoeld in artikel 1.51 van deze planregels en/of logistieke bedrijven als bedoeld in artikel 1.46 van deze planregels toe te staan, met dien verstande dat: a. de maximum bruto vloeroppervlaktes marktplaatsgebonden bedrijven en logistieke bedrijven als bedoeld in lid 4.5.1 mogen worden uitgebreid met: 1. maximaal 190.000 m², waarvan maximaal 75.000 m² marktplaatsgebonden bedrijven en maximaal 115.000 m² logistieke bedrijven, of; 2. maximaal 135.000 m² marktplaatsgebonden bedrijven; b. toepassing van de afwijkingsbevoegdheid uitsluitend is toegestaan indien: 1. voldoende zeker is gesteld dat de verkeersverbinding ter plaatse van de bestemming 'Verkeer 2' wordt gerealiseerd en in gebruik zal worden genomen, of; 2. zolang nog niet is zeker gesteld dat de verkeersverbinding ter plaatse van de bestemming 'Verkeer - 2' wordt gerealiseerd en in gebruik zal worden genomen, ten hoogste 50% van de maximum bruto vloeroppervlaktes marktplaatsgebonden bedrijven en logistieke bedrijven wordt gerealiseerd en uit verkeersonderzoek blijkt dat de betreffende toename niet tot een onaanvaardbare verkeersafwikkeling leidt. 4.6.2
Parkeernormen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.5.2 indien uit onderzoek blijkt dat op andere adequate wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1
Fustageopslag en laad- en losvoorzieningen
Het bevoegd gezag mag het bestemmingsplan wijzigen door de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein uitgesloten - fustageopslag en laad- en losvoorzieningen' als bedoeld in artikel 4.5.3, sub a te wijzigen of te schrappen, met dien verstande dat: a. door middel van akoestisch onderzoek aangetoond wordt dat het toestaan van fustageopslag en laad- en losvoorzieningen op de betreffende gronden de omgevingskwaliteit van de omliggende woningen niet onevenredig aantast; b. ook anderszins geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van
18
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV aangrenzende gronden en bouwwerken.
19
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Artikel 5 5.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
groenvoorzieningen; wegverkeer als bedoeld in lid 5.4.1; nutsvoorzieningen; waterberging en waterhuishouding; bovengrondse ongelijkvloerse transportverbindingen met bijbehorende ondersteuningsconstructie ten behoeve van de marktplaats voor sierteelt, alsmede voetgangersverbindingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - transportverbinding - 3'; f. tuinen en erven ten dienste van het wonen op de aangrenzende percelen aan de Hornweg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuin'; g. geluidwerende voorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor de wegenstructuur en de geleiding van het wegverkeer nodig zijn. 5.2
Bouwregels
Op de gronden als bedoeld in lid 5.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een oppervlakte van maximaal 30 m² en een bouwhoogte van maximaal 5 meter; b. bestaande bovengrondse ongelijkvloerse transportverbindingen met bijbehorende ondersteuningsconstructie ten behoeve van de marktplaats voor sierteelt; c. bestaande gebouwen ten behoeve van tuinen; d. overige bouwwerken met een hoogte van maximaal 10 meter. 5.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. b. c. d. e.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de waterhuishouding; de brandveiligheid en rampenbestrijding; de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Wegverkeer
Op de gronden als bedoeld in lid 5.1 onder b is ten behoeve van wegverkeer het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. b. c. d. e.
het gemotoriseerde verkeer, fietsverkeer, en voetgangersverkeer; verkeerswegen en parkeerplaatsen voor autoverkeer; in- en uitritten; fietspaden, voetpaden en ruiterpaden; voorzieningen voor algemeen nut;
20
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV f. kunstwerken; g. bouwwerken die geen gebouwen zijn en die voor de wegenstructuur en de geleiding van het wegverkeer nodig zijn, zoals bruggen, dammen, duikers, verkeersborden en straatverlichting; h. groenvoorzieningen voor de begrenzing van de wegen en de parkeerplaatsen, zoals bermen en taluds; i. ondergrondse en bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen. 5.4.2
Water
Op de gronden als bedoeld in lid 5.1 onder d is ten behoeve van waterberging en waterhuishouding het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. b. c. d.
waterlopen en waterplassen; waterberging, wateraanvoer en waterafvoer als netwerk voor de waterhuishouding; oevers en groenvoorzieningen langs het water; de bij waterlopen en waterplassen behorende bouwwerken waaronder keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en aanlegsteigers; e. infiltratievoorzieningen; f. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersvoorzieningen.
21
Royal FloraHolland Centrum, Oost en OLV
Artikel 6 6.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. 6.2
groenvoorzieningen als bedoeld in artikel 1.36; voet- en fietspaden; nutsvoorzieningen; waterberging en waterhuishouding; geluidwerende voorzieningen. Bouwregels
Op en onder de gronden als bedoeld in lid 6.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. kleinschalige dagrecreatieve en/of speelvoorzieningen met een maximale hoogte van 3 meter; b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; c. erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter; d. overige bouwwerken met een hoogte van maximaal 10 meter. 6.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. b. c. d. e.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de waterhuishouding; de brandveiligheid en rampenbestrijding; de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen.
22