Bestemmingsplan Ophelialaan - Jac. P. Thijsselaan
Tekst van het document
Bomen die niet behouden kunnen worden, dienen één op één of anders kwalitatief (waaronder leibomen) gecompenseerd te worden binnen het plangebied. In het plangebied moet zoveel als mogelijk nieuw groen gerealiseerd worden in het kader van klimaatadaptatie, ter bevordering van de leefomgevingskwaliteit van de natuur (foerageergebied van de vleermuizen), als afscherming ten aanzien van de bestaande (zij en) achtertuinen en voor de positieve invloed op de perceptie van geluid. De beoogde inrichting van het plangebied is in overeenstemming met de Groenvisie.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
26
HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSASPECTEN EN -KWALITEIT 6.1 Bodem Beleidskader en wettelijk kader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Aalsmeer bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door een nieuwe gebruiksfunctie alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast. Bij bestaand bodemgebruik worden momenten van grondverzet aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren.
In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet vermindert en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Aalsmeer is wel gebiedsspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2019), maar dat is niet van toepassing op deze locatie. Bodemkwaliteit plangebied In het verkennend (water)bodemonderzoek (projectnummer 22HB0299A1) op de locatie De Hoeksteen aan de Ophelialaan 228a230(a) te Aalsmeer wordt geconcludeerd dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling. Grond <0000> de onderzochte grond is licht verontreinigd met zware metalen en/of PAK; <0000> de kleihoudende bovengrond is conform het Provinciaal beleid van NoordHolland licht verontreinigd met PFOS en PFOA, waarbij geen sanerende handelingen noodzakelijk zijn; <0000> de grond wordt indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Grondwater <0000> het grondwater is licht verontreinigd met zink en vinylchloride. Waterbodem <0000> het slib is verspreidbaar in zoet oppervlaktewater en op aangrenzend perceel en valt in klasse A. Indien het wordt toegepast op de landbodem valt het slib in klasse industrie.
Veiligheid <0000> indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de grond en waterbodem is het regime Basishygiëne van toepassing.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
27
Opgemerkt wordt dat: <0000> de veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen; <0000> de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids en Gezondheidsplan (V&Gplan). Eindconclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling. Aanbevelingen Aanbevolen wordt: <0000> de voorliggende rapportage aan alle betrokken partijen te overleggen; <0000> indien ontgravingswerkzaamheden c.q. afvoer van grond plaatsvindt van meer dan 50 m³ nietsterk verontreinigde grond, minimaal 5 werkdagen van tevoren een 'Melding verplaatsing nieternstig verontreinigde grond' ingevolge de Wet Bodembescherming te overleggen aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; <0000> tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; <0000> bij de bouw en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit; <0000> de aangetroffen septictank voorafgaand aan de locatieontwikkeling te verwijderen. Conclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling.
6.2 Water Beleid Waterbeheerprogramma 6 (WBP6) Goed waterbeheer is van levensbelang om in Rijnland te kunnen wonen, werken en genieten. Hoe pakken we dat aan en wat zijn de plannen voor de komende 6 jaar? Op deze website presenteert Rijnland zijn waterbeheerprogramma (WBP6) voor 2022 2028. Zie: Over WBP6 | Waterbeheerprogramma 6 (wbp6rijnland.nl). Blauwe lens De gevolgen, kansen en oplossingen van klimaatverandering voor het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland zijn onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek is het Rapport Blauwe Lens (Rapport Blauwe Lens). De Blauwe Lens leert ons dat het gebied en het watersysteem veerkrachtiger en flexibeler moeten worden. Een belangrijk inzicht is dat we de problemen niet moeten afwentelen op onze omgeving, maar water juist moeten inzetten als ordenende kracht in ruimtelijke ontwikkeling. Met deze constatering bevestigt De Blauwe Lens de noodzaak om water leidend te maken. Keur van Rijnland 2020 Er zijn regels voor wat je als bewoner of bedrijf wel en niet mag doen in en bij water, dijken en gemalen. Zo houden we het watersysteem schoon en veilig. Voor water gerelateerde werkzaamheden zijn er regels vastgelegd in de Keur van Rijnland 2020 samen met bijbehorende uitvoeringsregels. De uitvoeringsregels kan een zorgplicht, een algemene regel en een beleidsregel/vergunningplicht bevatten.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
28
Rijnland is op dit moment bezig met het klimaatrobuuster maken van haar huidige regels. Op het moment van de vergunningaanvraag wordt getoetst aan de regels die op dat moment gelden. Waterparagraaf (project specifieke zaken) Regionale uitwerking Blauwe Lens Rijnland streeft naar een klimaatbestendige inrichting en leefomgeving met daarbij als aandachtspunten water robuustheid, verkoeling en aan behoud of ontwikkeling van natuurwaarden, landschap en cultuurhistorie. Rijnland is onderverdeeld in vier gebiedstypen. Per gebied is er een uitwerking met betrekking tot een waterrobuuste inrichting, een droogtebestendige inrichting en een natuurinclusieve inrichting. Het gebied waarin u te werk gaat heeft als ondergrond voornamelijk veen. Keur en beleidsregels Rijnland heeft belangen om watergangen en waterkeringen in stand te houden, kwel tegen te gaan en te snelle afwatering te voorkomen. Om deze belangen te beschermen zijn onze beleidsregels opgesteld in de Keur. Watergangen Watergangen zorgen ervoor dat we genoeg ruimte hebben om te veel regenwater te bergen, zorgen voor voldoende afvoer van water en voor voldoende aanvoer van water. Er zijn regels opgesteld om activiteiten die plaatsvinden in en rondom de watergangen goed de laten verlopen, zodat het belang van het watersystem blijft gewaarborgd.
Een legger is een register waarin van alle wateren in het Rijnlandse beheergebied het volgende is weergegeven: de ligging en de vereiste afmetingen, wie verantwoordelijk is voor het onderhoud en wat dit onderhoud inhoudt, zie: Legger oppervlaktewateren (rijnland.net). Klimaatadaptatie Nationale maatlat klimaatadaptatie De ontwikkeling van de maatlat duurt een half jaar en gebeurt samen met de (bouw)sector. Naast de landelijke koepels van publieke en private sector worden decentrale overheden, bedrijven en experts betrokken via interviews en een klankbordgroep. Zij hebben namelijk al ervaring met ontwerpen, ontwikkelen, en bouwen van klimaatadaptieve gebieden en gebouwen. Zij brengen deze ervaringen in en denken mee over de invulling van de maatlat. De maatlat wordt binnenkort opgeleverd. Ontwikkeling van landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving gestart! Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl). NoordHolland en de Metropoolregio Amsterdam hebben een bouwopgave van zo’n 325.000 woningen tot 2050. De opgave is deze nieuwbouwlocaties zo te realiseren dat zij voorbereid zijn op de steeds extremere weersomstandigheden: het risico op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen ten gevolge van de wereldwijde klimaatverandering.
Om richting te geven aan deze opgave is een Basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld voor de Metropoolregio Amsterdam en de provincie NoordHolland. Het basisveiligheidsniveau bestaat uit uitgangspunten en doelvoorschriften voor nieuwbouw (gebiedsontwikkeling) op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuur inclusief bouwen. Het beschrijft een totaalpakket aan doelvoorschriften waar nieuwbouw binnen de Metropoolregio Amsterdam en provincie NoordHolland aan zou moeten voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie De basis van regelgeving voor klimaatadaptatie is het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
29
ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. De stresstesten, risicodialogen en de uitvoeringsagenda’s zijn hier onderdeel van. Waterbewustzijn Om te zorgen dat ons gebied beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering is het noodzakelijk om de (gebouwde) omgeving hier op aan te passen middels technologische en praktisch maatregelen. Het betrekken van de (toekomstige) bewoners is net zo noodzakelijk. Er zijn verschillende reden waarom het betrekken van (toekomstige) bewoners en/of gebruikers zo belangrijk en waardevol is. Ten eerste is het belangrijk dat zij zich er (meer) van bewust zijn dat ook zij in hun dagelijkse leven te maken kunnen krijgen met klimaatproblemen, zoals wateroverlast en droogte. Wanneer deze context wordt geschept, groeit het draagvlak en begrip voor deze maatregelen en zal ook de relevantie en noodzaak voor een klimaat adaptieve inrichting toenamen. Het waterbewustzijn neemt toe. (Toekomstige) Bewoners en/of gebruikers betrekken bij een project kan op verschillende manieren. Van belang is dat er altijd een informatieve basis verstrekt wordt waarop men het waterbewustzijn kan bouwen. De gemeente en/of projectontwikkelaar (in samenwerking met het waterschap) kan ook sturen op advisering van de (toekomstige) bewoners en/of gebruikers.
Bijvoorbeeld over nemen van waterbesparende maatregelen binnenshuis (of hergebruik van water) of hoe men de tuin zo kan inrichten dat deze aantrekkelijk is voor diverse dieren. Wanneer de planning dit toe laat is het ook mogelijk om (toekomstige) bewoners en/of gebruikers te betrekken bij het ontwerpproces. Dit kan leiden tot meer creatieve besluitvorming, meer draagvlak en het gevoel van eigenaarschap. Relevantie plangebied Bij ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd. Doel van de watertoets is om de relatie tussen planvorming en waterhuishouding te versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen daartoe te worden getoetst door de waterbeheerder. Bij een watertoets moeten de gevolgen voor de waterhuishouding in beeld worden gebracht. In het plangebied is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Keur. Bij (de uitvoering van) het onderhavige plan en de beoogde ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met het beleid en de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). Het onderhavige plangebied ligt niet binnen de beschermingszones van een waterkering. Aan de zuidrand, en door en langs de westzijde van het plangebied, bevindt zich een watergang met beschoeiingen. De watergang zal worden aangepast met de uitvoering van het plan.
Het deel van de watergang dat onder een pleindeel en bebouwing doorloopt wordt gedempt en verplaatst. De bestaande watergang aan de zuidrand blijft bestaan, maar zal planinwaarts worden verbreed en worden voorzien van een talud/oever. Aan de zuidwestrand/westzijde wordt een nieuwe watergang gerealiseerd met een natuurvriendelijke oever (flauw talud). Per saldo blijft het wateroppervlak gelijk. Elke demping van water dient voor 100% te worden gecompenseerd binnen het peilgebied. Bij een toename van verharding met meer dan 500 m2 dient binnen het betreffende peilgebied 15% van het extra verhard oppervlak als open water te worden gecompenseerd. In het onderhavige plangebied wordt, in het kader van de voorgestane ontwikkeling, 110 m2 water gedempt (van de 372 m2 water in het plangebied) en 200 m2 nieuw water gerealiseerd (totaal 462 m2 water in het plangebied). Een toename van 90 m2. toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
30
Bovendien wordt het water in het nieuwe bestemmingsplan expliciet bestemd, niet het geval bij het nu geldende bestemmingsplan. In het plangebied wordt 812 m2 bebouwing gesloopt en er komt 451 m2 aan nieuwe bebouwing terug. Er is daarmee geen sprake van een toename van verhard oppervlak met de realisatie van de bouwplannen, maar een afname van het verhard oppervlak van 361 m2. Grondwater Het maaiveld wordt niet verlaagd, en het grondwaterpeil ligt doorgaans 1 meter onder maaiveld. Aangezien er bij de nieuwbouw tevens geen (semi)verdiepte delen worden gerealiseerd die nabij de grondwaterstand zitten, is het grondwater geen aandachtspunt of belemmering voor het onderhavige plan. Vooroverleg HvR Het onderhavige (bouw)plan is voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). HvR heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan. Conclusie Met het onderhavige plan is er geen sprake van functies en activiteiten die, per saldo, leiden tot een aantasting van de waterhuishouding. Het verhard oppervlak neemt af met het project. De, met de aanpassing van de watergang gepaarde, demping van water, wordt gecompenseerd met een nieuwe watergang met een natuurvriendelijke oever. Het aspect water is geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
6.3 Verkeer en Parkeren Als een project of ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer en parkeersituatie te worden beoordeeld. Allereerst wordt inzicht gegeven in de parkeervraag. Parkeren Het onderhavige plan met 22 woningen op de locatie 'Ophelialaan 230 Jac. P. Thijsselaan 2' leidt tot een nieuwe parkeervraag. In het kader van de voorgestane 22 woningen is de parkeervraag, ofwel de behoefte aan parkeerplaatsen, bepaald. De parkeervraag wordt berekend op basis van de bij de woningen behorende parkeernorm. De bepaling van de parkeervraag met betrekking tot het onderhavige plan is hierna gegeven. De gemeente Aalsmeer heeft in de Nota Parkeernormen 2016 de parkeernormen vastgelegd. Uitgangspunt is dat het parkeren binnen het plangebied wordt opgelost. Gezien de ligging van de woning, is het uitgangspunt voor de Jac. P. Thijsselaan 2 om het parkeren op eigen terrein (perceel) op te lossen. Daarin geldt een norm van 1,5 plekken voor woningen kleiner dan 100m2 en 1,9 plekken per woning met een grootte tussen de 100m2 en 140m2. Een woning groter dan 140m2 kent een parkeernorm van 2,2. In het plan zijn 16 (16 x 1,5) kleine woningen en 6 (6 x 1,9) middelgrote woningen voorzien. De totale parkeernorm komt afgerond naar boven uit op 36.
De parkeerplekken in het openbaar gebied ten behoeve van de huidige school mogen gebruikt worden in de parkeerbalans van het plangebied, mits er in de huidige situatie aantoonbaar geen knelpunt ontstaat als gevolg van een verandering in het dubbelgebruik. Het gebruik van de parkeerplaatsen ten behoeve van de school vindt namelijk op andere momenten plaats, dan het parkeren voor bewoners. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages, genoemd in de Nota parkeernormen 2016. De langsparkeerplaatsen aan de Ophelialaan en Jac. P. Thijsselaan blijven toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
31
gehandhaafd en uit parkeeronderzoek blijkt dat deze parkeerplaatsen grotendeels niet gebruikt worden. Aan de achter/zuidzijde van het schoolgebouw worden op het eigen terrein 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd bij de 2 woningen aan de Jac. P. Thijsselaan. De overige 4 benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gevonden in de bestaande beschikbare parkeerplaatsen in de Jac. P. Thijsselaan. Binnen en bij het plangebied is gezien het bovenstaande voldoende ruimte en parkeergelegenheid om de 36 benodigde parkeerplaatsen te realiseren en beschikbaar te hebben voor de beoogde woningen. Verkeersgeneratie Van een verkeersaantrekkende werking is bij het onderhavige plan in beperkte mate sprake. Aangezien de planlocatie in de huidige situatie niet meer wordt gebruikt, zal er sprake zijn van een verkeerstoename. Per grondgebonden woning wordt uitgegaan van 7 motvoertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van 22 grondgebonden woningen wordt een toename verwacht van 154 mvt/etmaal. Er zijn in het voorjaar van 2022 tellingen gehouden op de Ophelialaan. Tussen de Aalsmeerderweg en de Parklaan zijn ca. 3300 mvt/etmaal geteld. Aangezien de toename van de verkeersintensiteit op de Ophelialaan, Jac. P. Thijsselaan, Zwartweg en Nwegen vanwege de onderhavige woningen beperkt is, zal de verkeersgroei naar verwachting niet tot verkeersproblemen leiden.
Voor de bereikbaarheid van de nood en hulpdiensten dient in het plangebied een keermogelijkheid te worden gerealiseerd bij doodlopende wegen. Bij de afwikkeling van verkeer tijdens de bouw dient afgestemd te worden met bereikbaarheidsregie Aalsmeer om zodoende de aan en afvoer goed vast te leggen. Vooralsnog gaat de voorkeur uit naar dat het bouwverkeer dan via de Ophelialaan, Aalsmeerderweg, Middenweg en uiteindelijk via de N201 aan en af komt rijden. Conclusie Bij het project worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De verkeerstoename vanwege het onderhavige plan is beperkt. De aspecten verkeer en parkeren zijn geen belemmering voor het onderhavige plan voor de 22 woningen op de locatie 'Ophelialaan 230 Jac. P. Thijsselaan 2'.
6.4 Geluid Beleidskader In het algemeen maakt een bestemmingsplan de aanwezigheid van geluidproducerende bronnen, zoals industrie en wegverkeer, ruimtelijk mogelijk. Ook worden bestemmingen mogelijk gemaakt die een zekere mate van rust behoeven, zoals woningen en ziekenhuizen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag voor spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen in de Wet geluidhinder en voor vliegverkeerlawaai in de Wet luchtvaart en het bijbehorende Luchthavenindelingbesluit. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon en leefklimaat. In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden vastgesteld. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
32
waarden vast te stellen. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie. Industrie algemeen Voor de kleinere bedrijfsterreinen waarvoor zonering niet verplicht is geven de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (VROM 1998) en de VNGuitgave 'Bedrijven en milieuzonering', richtlijnen over de wijze waarop met het aspect geluid in bestemmingsplannen moet worden omgegaan. De Handreiking geeft onder meer, ter voorkoming van geluidshinder bij geluidsgevoelige bestemmingen, streefwaarden. Voor de grote industrieterreinen, spoor en verkeerswegen is in de Wet geluidhinder (Wgh) een wettelijk kader ontwikkeld voor geluidzonering gekoppeld aan een systeem van grenswaarden. Wegverkeer Tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan moet inzicht worden gegeven in de geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die gesitueerd worden binnen de zone van een weg.
In geval sprake is van aanleg van een nieuwe weg zal ook de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer op de nieuwe weg op de bestaande geluidgevoelige bestemmingen in beeld moeten worden gebracht. Luchtverkeer Bij de ingebruikname van de vijfde baan van Schiphol (Polderbaan) op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit (Lib) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. Naast het luchthavengebied is een beperkingengebied aangegeven. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt. Planspecifiek Er is een geluidsonderzoek (kenmerk M+P.GWA.22.02.1) uitgevoerd. De nieuwe woningen in het plan de Hoeksteen te Aalsmeer ondervinden een verhoogde geluidsbelasting ten gevolge van het vliegverkeer op Schiphol en bij twee woningen is sprake van een verhoogde geluidsbelasting vanwege wegverkeer over de 30 km/u wegen. Dit heeft geen consequentie voor het vast te stellen bestemmingsplan. Wel stelt het Bouwbesluit 2012 [3] eisen aan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie voor deze woningen vanwege het vliegverkeer.
Voor nieuwbouwwoningen dient de geluidswering van de gevels en het dak minimaal gelijk te zijn aan de geluidsbelasting vanwege luchtvaart van 59 dB – een maximale binnenwaarde van 33 dB = 26 dB. Echter: omdat de geluidspieken van individuele vliegtuigpassages slaapverstoringen kunnen veroorzaken en slaapverstoringen een negatief effect op de gezondheid hebben, wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening geadviseerd om aan de woningen een geluidwering aan te brengen van minimaal 32 dB. Op deze manier ontstaat er een aanvaardbaar woon en leefklimaat. Voor de te transformeren woningen geldt dat moet worden uitgegaan van een rechtens verkregen niveau. Dit is gelijk aan het niveau dat op enig moment door technische voorschriften is verkregen en niet lager is dan de eisen voor een bestaand bouwwerk. Het is daarbij mogelijk dat voor de te transformeren woningen geen wettelijke eisen voor de geluidswering bestaan ook gezien het bouwjaar 1932 van de voormalige school.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
33
Het Bouwbesluit 2012 [3] geeft als eis voor het binnenniveau voor nieuwbouwwoningen een maximale waarde van 33 dB. Ten opzichte van de heersende geluidsbelasting voor het luchtvaartlawaai van 59 dB ter plaatse levert dit een karakteristieke geluidwering op van minimaal 26 dB. Met de wettelijke eisen voor de geluidwering vanwege het luchtvaartlawaai zal ook de geluidswering voldoende zijn voor het wegverkeerslawaai. Om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van een acceptabel woon en leefklimaat en de ontwikkellocatie een verhoogde geluidbelasting ten gevolge van vliegtuiggeluid ondervindt, wordt geadviseerd ook aan de woningen in het te transformeren bestaande schoolgebouw een geluidwering conform nieuwbouweisen aan te brengen. In dit geval betekent dat een geluidwering van de gevels en het dak van minimaal 26 dB. Ook hier geldt echter dat geluidspieken van individuele vliegtuigpassages slaapverstoringen kunnen veroorzaken en slaapverstoringen hebben een negatief effect op de gezondheid. Daarom wordt ook bij het te transformeren schoolgebouw geadviseerd om een geluidwering aan te brengen van minimaal 32 dB. Op deze manier ontstaat er een aanvaardbaar woon en leefklimaat.
6.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader, en beleid Het belangrijkste wettelijke kader is de Wet luchtkwaliteit die is opgenomen in de Wet milieubeheer. Daarnaast zijn enkele Algemene Maatregelen van Bestuur van belang, namelijk het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Als nationaal beleid is enkele jaren geleden het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet en vastgelegd. Een project of plan zal moeten voldoen aan één of meerdere van de andere luchtkwaliteitseisen die zijn vastgesteld bij de invoering van het NSL en in de Wet luchtkwaliteit (wijziging van de Wet milieubeheer) zijn opgenomen. De luchtkwaliteitseisen staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Eén luchtkwaliteitseis is het voldoen aan grenswaarden uit bijlage 2 Wet milieubeheer. Met de Wet luchtkwaliteit (Wlk) is gestreefd naar meer flexibiliteit als het gaat om de koppeling van luchtkwaliteitseisen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze flexibiliteit is met name terug te vinden in een verdeling in projecten die in betekende mate (IBM) of niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. NIBMprojecten hoeven niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden.
Besluit niet in betekenende mate [NIBM] bijdragen, en Regeling NIBM bijdragen In het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de daarop gebaseerde “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden. Projecten, die maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit, vallen onder de definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wm. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarbij een besluit, aangaande een project, in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt. In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” zijn categorieën projecten opgenomen die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. In de ‘Regeling NIBM bijdragen’ is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
34
woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Luchtkwaliteitssituatie plan(gebied) Het onderhavige plan omvat 22 woningen. Met dit aantal woningen zal het plan en project Herontwikkeling De Hoeksteen niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Dit kan worden geconstateerd op grond van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Verder blijkt uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (cimlk.nl) dat de concentraties aan de luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het onderhavige plangebied ruim onder de grenswaarden (voor jaargemiddelde concentraties) liggen, in zowel 2018, 2020 als 2030. Dit volgt uit het toets/rekenpunt van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (cimlk.nl) liggend vlakbij het plangebied (langs de Molenvlietweg). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse van de onderhavige locatie is ruim voldoende zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Er is ten aanzien van het onderhavige plan sprake van 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van de Wet milieubeheer.
Er is bij het plan en project Herontwikkeling De Hoeksteen geen relevant effect op de luchtkwaliteit. Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied ruim voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
6.6 Externe veiligheid Beleidskader en wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risicoopleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de (hoofd)wegen, spoorwegen en waterwegen en door buisleidingen. De veiligheidskaders en normen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart (NoordHolland) geeft inzicht in de risico's in de woon en werkomgeving. Op de risicokaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk. Planspecifiek Het plangebied ligt niet binnen het invloedgebied van de dichtstbijzijnde hogedruk aardgasleiding. Er is geen LPGtankstation, Beviinrichting of route gevaarlijke stoffen in de buurt waarmee rekening moet worden gehouden. Wel ligt het plangebied binnen de LIB5 zone (zie paragraaf 6.10). Externe veiligheid is dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt met dit bestemmingsplan.
6.7 Natuur en Ecologie Wettelijk kader
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
35
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen voor de andere soorten. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Plangebied Soortenbescherming Op basis van eerder uitgevoerde quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming (RPS advies en ingenieursbureau bv, referentie NL202003918R20219 d.d.
17 maart 2020) is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is ten aanzien van vleermuizen, huismus en gierzwaluw voor de gebouwen aan de Ophelialaan 230 en onderzoek naar vleermuizen voor het woonhuis aan de Jac. P. Thijsselaan. In 2020 is het aanvullend soortgericht onderzoek (RPS advies en ingenieursbureau bv, referentie NL202003918R20942 d.d. 23 november 2020) naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd voor de Ophelialaan 230 en de Jac. P. Thijsselaan. Tijdens het vleermuizenonderzoek is een voortplantingsplaats van ransuil aangetroffen in een boom op het terrein van Ophelialaan 230. Daarom is ook een aanvullend onderzoek naar ransuil uitgevoerd. Andere beschermde natuurwaarden waarvoor aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag nodig zijn, anders dan vleermuizen, huismus, gierzwaluw en ransuil, zijn niet in het geding. Wel dienen de opgenomen voorzorgsmaatregelen opgevolgd te worden uit de quickscan rapportages. In onderhavig rapport worden de resultaten van het aanvullend onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en ransuil behandeld met de effectanalyse. Ten behoeve van het verkrijgen van een ontheffing is het activiteitenplan opgesteld. Gebiedsbescherming Het meest dichtbij gelegen Natura 2000gebied is Botshol. Botshol ligt op circa 9,5 kilometer afstand.
De Nieuwkoopse Plassen & De Haeck liggen op 11,5 kilometer en KennermerlandZuid op 13,5 kilometer afstand. De verspreiding van emissies en de bijdrage aan de stikstofdepositie ten gevolge van het project De Hoeksteen is op 14 maart 2023 berekend met het rekenprogramma AERIUS Calculator (zie bijlage 4). Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase en bouwfase blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt; de uitvoerfiles (GML) zijn bijgevoegd. Het onderhavige plan zal afzonderlijk of in combinatie met andere plannen geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000gebieden. Conclusie Soortenbescherming Naar aanleiding van de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten, de negatieve effecten op deze soorten en de daaraan gekoppelde voorzorgs en mitigerende maatregelen kan de volgende conclusie getrokken worden ten aanzien van de toetsing aan de Wet natuurbescherming: toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
36
<0000>
<0000>
Negatieve effecten op gewone dwergvleermuis zijn aan de orde doordat de uitvoering van de werkzaamheden leiden tot het verdwijnen van één zomer, paar en winterverblijfplaats. Dit leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Hiervoor zijn voorzorgs en mitigerende maatregelen opgenomen en er is een ontheffing aangevraagd. De ontheffing is verleend op 8 maart 2023 (zie bijlage 6). Negatieve effecten op ransuil zijn niet aan de orde omdat de enige nestplaats behouden blijft. Zowel de nestboom als de omringende (hogere) bomen worden behouden. Zo blijft er genoeg beschutting voor de ransuil. Tevens worden de werkzaamheden buiten de broedperiode, namelijk in de periode 1 september tot 15 februari, van de ransuil gepland. Het behoud van de boom wordt gewaarborgd doordat het de bestemming 'groen' krijgt en in eigendom van de gemeente blijft. Daarnaast wordt er voorzien in twee alternatieve nestplaatsen, zoals weergegeven in bijlage 3A van de ontheffing. Op deze manier is er voldoende aangetoond dat de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de ransuil. Dit betekent dat het verbod van artikel 3.1 lid 4 van de Wnb niet wordt overtreden.
Gebiedsbescherming Uit het stifstokstof depositieonderzoek blijkt dat de ontwikkeling 'De Hoeksteen' afzonderlijk of in combinatie met andere plannen geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000gebieden.
6.8 Cultuurhistorie en Archeologie In de beleidsnota Archeologie wordt aangegeven wat de archeologische verwachtingswaarde binnen de gemeente is en wanneer bij ruimtelijke ingrepen nader archeologisch onderzoek vereist is. Het plangebied is in de nota en de bijbehorende kaart gekwalificeerd als “archeologie vrij”, zodat bij nieuwe ontwikkelingen geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn de cultuurhistorische waarden in het gebied in beeld gebracht. Het plangebied ligt in een beschermd Dorpsgezicht Berkenlaan, Jac. P. Thijsselaan en Kastanjelaan. Hiervoor is in de planregels dubbelbestemming opgenomen. Nader onderzoek naar cultuurhistorische waarden is niet noodzakelijk.
6.9 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle plannen en projecten waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Via een m.e.r.beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.beoordeling te worden gedaan.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
37
Relevantie onderhavige plan Het onderhavige plan betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject of een andere activiteit opgenomen in het (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage. Daarom hoeft voor het onderhavige plan geen m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen. Er hoeft in beginsel niet te worden beoordeeld of voor het onderhavige plan dan wel planologisch besluit een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Wel dient te worden beoordeeld of vanwege het plan 'belangrijke nadelige milieugevolgen' zijn te verwachten. Er zijn geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen' vanwege het onderhavige plan te verwachten, zoals blijkt uit alle beschreven relevante milieuaspecten in hoofdstuk 6. Derhalve hoeft er geen milieueffectrapport te worden gemaakt voor het onderhavige bestemmingsplan. Het merbeoordelingsbesluit hierover is genomen op 22 maart 2023 (zie bijlage 5).
6.10 Luchthaven Schiphol 6.10.1 Wettelijk kader - Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden (zie Staatsblad met nr. 389). Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.
De procedures in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> bebouwing die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 (van de kaart van bijlage 3 LIB) blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Kecontour gelden nu en ook onder toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
38
het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zijn volgens het LIB nieuwe woningbouwlocaties niet toegestaan. 6.10.2 Situatie plan(gebied) en relevantie onderhavige plan Het onderhavige plangebied ligt binnen het beperkingengebied geluidsgevoelige gebouwen, betreffende nummer 4 van bijlage 3 van het LIB Schiphol. Voor dit 'zone 4' gebied geldt als beperking dat maximaal 25 woningen per bouwplan is toegestaan binnen bestaand stedelijk gebied. Het onderhavige plan omvat maximaal 22 woningen, en voldoet daarmee aan artikel 2.2.1c van het LIB. Het onderhavige plangebied valt binnen het beperkingengebied voor hoogtes van het LIB. De algemene bouwhoogtebeperking voor de planlocatie betreft 26 meter ten opzichte van NAP. De bouwhoogtebeperking in verband met radar voor de planlocatie betreft 40 tot 41 meter ten opzichte van NAP. De onderhavige bouwplannen en bebouwing kennen een maximale bouwhoogte van 9 meter ten opzichte van het peil en circa 6 meter ten opzichte van het NAP. De onderhavige bouwwerken kennen een bouwhoogte die voldoet aan de toegestane bouwhoogtes van het LIB. Alle bebouwing van het plan voldoet aan de toegestane bouwhoogtes van het LIB. Het onderhavige plan betreft geen bebouwing en functie die een vogelaantrekkende werking heeft.
Rekenschap geven: externe veiligheid Het onderhavige plangebied ligt binnen het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid ofwel binnen de 20 Kecontour, betreffende nummer 5 van bijlage 3 van het LIB Schiphol. De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is zeer klein te noemen. Deze is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de LIB 3 zone. Een dergelijke kans wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) als zo gering gezien dat het risico aanvaardbaar wordt geacht. Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten verlopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen gelden voor vliegtuigen (technische veiligheid) maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van een luchthaven werken en voor reizigers. De rijksoverheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen. De gemeente kan geen maatregelen treffen om ongelukken met vliegverkeer te voorkomen (bronmaatregelen). Beschrijving maatregelen 1. De noord en hulpdiensten treden in het geval van een vliegtuigongeval volgens het hiervoor geldende protocol op. De kwaliteit van de nood en hulpdiensten wordt door intensieve monitoring steeds verbeterd.
Sinds de Bijlmerramp zijn de lokale rampenplannen verbeterd. Lokale bestuurders zijn en worden getraind in het leiding geven tijdens crisissituaties. 2. Voor een snelle en adequate hulpverlening in geval van een ramp is het van belang dat de locatie voor hulpdiensten goed bereikbaar is en dat mensen de mogelijkheid hebben om te vluchten. Het plangebied is voor hulpdiensten goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Daar komt bij dat de uitrijpost van brandweer en ambulance hemelsbreed op nog geen kilometer afstand van de locatie ligt. Hulpdiensten kunnen daardoor zeer snel ter plaatse zijn. 3. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door veel openheid. Het Seringenpark, de begraafplaats en het sportpark zijn open gebieden waar inwoners in geval van een ramp naartoe kunnen vluchten dan wel opgevangen worden. Bijkomend voordeel is dat zowel in het park als aan de rand van de begraafplaats zich oppervlaktewater bevindt. In geval van een ramp kan dit gebruikt worden als bluswater. toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
39
4. Door de type bebouwing in de Ophelialaan en de Jac. P. Thijsselaan en de aanwezigheid van de onbebouwde gebieden wordt de omgeving van het plangebied gekenmerkt door een lage bebouwingsdichtheid. Ook het bouwplan zelf is bescheiden van aard. Het gaat om 22 woningen. Daardoor zijn er in het gebied relatief weinig mensen woonachtig. Ook dit verkleint de kans op dodelijke slachtoffers op de grond in geval van een vliegtuigongeluk. Gelet op de ligging van de woningen nabij de uitrijpost van hulpdiensten, (blus)water en groen, het lage woningaantal in combinatie met de zeer lage kans op een groen, het lage woningaantal in combinatie met de zeer lage kans op een vliegtuigongeval, wordt deze ontwikkeling aanvaardbaar geacht. Belangenafweging geluidbelasting vs. noodzaak tot woningbouw In juli 2016 is er tussen regio, Rijk en luchtvaartsector een akkoord bereikt binnen het onderdeel “wonen en vliegen” van het SMASHtraject. Met dit akkoord is met het oog op de leefbaarheid en vitaliteit en in verband met de woningbouwopgave in de metropoolregio meer afwegingsruimte voor woningbouw overeengekomen voor het lokaal bestuur. Per 1 januari 2018 is conform deze afspraken het Luchthaven indelingbesluit gewijzigd. Tevens is het beleid voor het gebied binnen de 20 Kecontour in het Lib verankerd.
In samenhang met de vergroting van de lokale afwegingsruimte dienen gemeenten de afspraken na te komen die zijn gemaakt om te voorkomen dat de luchtvaartsector voor extra kosten komt te staan door nieuwe woningbouwontwikkelingen. Kern van deze afspraken is het rekenschap geven van vliegtuiggeluid in ruimtelijke plannen, mede met het oog op objectieve en vroegtijdige informatievoorziening van (toekomstige) bewoners. In samenspraak met de gemeenten in de regio is een handreiking opgesteld hoe op transparante wijze de afspraak over rekenschap geven in te vullen. Deze handreiking is in een provinciale beleidsregel vertaald. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zal de provincie aan deze regel toetsen. Conform deze regel dient in ruimtelijke plannen een aantal stappen te worden doorlopen om te kunnen concluderen dat aan de afspraak over rekenschap geven is voldaan: a. een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingengebied; b. een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie; c. een beschrijving van verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie; d.
een beschrijving van de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid gelet op de leefbaarheid en de lokale vitaliteit, de kwaliteit van de locatie en/of de regionale woningbouwmarkt en woningbouwopgave; e. een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in a., b., c. en d. Ad a: De ligging in het beperkingengebied De planlocatie is gelegen binnen de 20 Ke contour. Ad b: de huidige geluidssituatie Gegevens over de actuele geluidbelasting vanwege vliegtuigverkeer kunnen worden ontleend aan de geluidbelastingkaarten die elke vijf jaar volgens de Europese richtlijn omgevingslawaai worden opgesteld en de informatie op de website van het Bewonersaanspreekpunt Schiphol. In het kader van de Europese richtlijn omgevingslawaai karteren gemeenten de geluidsbelasting van een luchthaven als die groter of gelijk is aan 55 dB Lden of 50 dB Lnight. De huidige geluidbelastingkaarten dateren van juni 2017. Volgens deze kaarten ondervindt de planlocatie een geluidbelasting van meer dan 55 dB Lden en 50 dB Lnight. Conform het Bouwbesluit 2012 bedraagt de minimale karakteristieke geluidwering van de gevel 20 dB bij een binnenniveau van 33 dB in de woningen. Voor de bepaling van de karakteristieke geluidwering van de gevels dient uitgegaan te worden van de toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
40
gecumuleerde geluidbelasting op de gevels. Ad c: toekomstige ontwikkeling De huidige operatie op Schiphol benaderde (voor de corona pandemie) het maximale scenario van 500.000 vluchten. De beschreven actuele geluidbelasting benadert daarmee de geluidbelasting die op basis van het maximale aantal van 500.000 vluchten gerealiseerd zal worden. Afhankelijk van de specifieke weersomstandigheden zal dan de geluidbelasting per jaar enigszins kunnen verschillen. Gezondheidsrisico’s van geluidoverlast worden vooral in verband gebracht met slaapverstoring. Van belang in dit verband is dat de Aalsmeerderbaan in beginsel ’s nachts is gesloten. De nacht duurt van 23.00 uur tot 06.00 uur. De sluiting van de Aalsmeerderbaan in de nacht staat voor zover nu bekend ook in de toekomst niet onder druk. ad d: het belang van woningbouw Het gaat in dit geval om een vrijgekomen locatie waarvoor een passende invulling moet worden gevonden. Daarnaast voorziet woningbouw op deze locatie in een actuele behoefte, (zie paragraaf 5.2.4). Daarin wordt geconcludeerd dat deze behoefte voor deze woningbouwregio in ruime mate aanwezig is. Sterker nog, er dreigt een tekort aan locaties waarbinnen de grote behoefte kan worden ingelost. Dit vertaald zich o.a. in het door het Rijk uitgedragen beleid dat woningbouw binnen de 20 Kecontour, mits binnen BSG, hier een bijdrage aan kan leveren.
Een zoektocht naar een geschikte locatie buiten de 20 Kecontour is dus nu niet aan de orde omdat voor deze specifieke locatie een herstructureringsopgave ligt die vanuit het oogpunt van leefbaarheid dient te worden opgepakt. Transformatie naar een andere kostendrager dan wonen is niet passend in het karakter van de directe omgeving, namelijk woningbouw. Ad e: slotconclusie Het wijzigen van de maatschappelijke bestemming (voormalige school) in het gebied en een herinvulling met woningbouw levert een kwaliteitsverbetering op. Wonen is, gezien het karakter van de omgeving, de enige voor de hand liggende bestemming. Hiertegen bestaan vanuit de afweging van de geluidbelasting vanwege vliegtuiggeluid geen zwaarwegende bezwaren. Geconcludeerd kan worden dat er groot belang aan het realiseren van de woningbouw wordt gehecht en dat daarbij de aanwezige geluidshinder zorgvuldig en transparant is meegewogen. De woningen dienen conform het Bouwbesluit te worden gebouwd zodat het geluidsniveau in de woning niet hoger zal zijn dan 33 dB. Afhankelijk van persoonlijke omstandigheden kan vliegtuiglawaai voor hinder zorgen. Om deze reden is het van belang open en transparant te informeren over de mogelijkheid van vliegtuiglawaai. Door vroegtijdig te informeren over geluidhinder van vliegtuigen kan hinderbeleving worden voorkomen.
Informatievoorziening over vliegtuiggeluid valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. In het kader van het bouwproject wordt op een deugdelijke informatievoorziening van de toekomstige bewoners ingezet. 6.10.3 Conclusie Het beperkingengebied van Schiphol vormt geen belemmering voor het onderhavige plan. Er wordt tevens afdoende rekening gehouden met het geluid vanwege het vliegverkeer van Schiphol.
6.11 Bezonningsstudie
In het kader van deze ontwikkeling is er een bezonningsstudie uitgevoerd (zie bijlage 8). Er is getoetst aan de lichte TNOnorm. De lichte TNOnorm is een gebruikelijke methode om de bezonning van woningen in een stedelijk gebied te beoordelen. In een stedelijke omgeving kunnen minder hoge eisen aan de bezonning worden gesteld en moet er mee toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
41
rekening worden gehouden dat bebouwing van invloed kan zijn op de bezonning. Om die reden is de lichte TNOnorm toegepast in plaats van de ‘strengere’ zware TNOnorm. Er wordt voldaan aan de lichte TNOnorm als de zon minimaal 2 uur per dag op het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer valt, gedurende de periode 19 februari t/m 21 oktober. Uit deze bezonningsstudie blijkt dat de bezonning voor de omliggende gebouwen, waarbij rekening is gehouden met hetgeen wat het nieuwe bestemmingsplan planologisch maximaal mogelijk maakt, voldoet aan de lichte TNOnorm.
toelichting bestemmingsplan Ophelialaan Jac. P. Thijsselaan
42
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 quickscan Wnb Bijlage 2 aanvullend onderzoek Wnb Bijlage 3 verkennend (water)bodemonderzoek Bijlage 4 Rapport stikstofdepositie De Hoeksteen Bijlage 5 mer beoordelingsbesluit Bijlage 6 ontheffing Wnb Bijlage 7 beeldkwaliteitsplan de Hoeksteen Bijlage 8 bezonningsstudie Bijlage 9 akoestisch onderzoek Bijlage 10 nota van beantwoording
Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17 4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Extra gebouwen Ophelialaan 230 Aalsmeer
Ref.: NL202003918-R20-219 17 maart 2020
Gemeente Amstelveen - Aalsmeer
RPS advies- en ingenieursbureau bv
Contactpersoon
de heer J. Koch
Auteur
Dhr. J. Willemsen
Adres
Laan Nieuwer-Amstel 1
Projectleider
Dhr. T. Denayère
1182 JR AMSTELVEEN
Gecontroleerd door
Mw. S. Tummers
Projectreferentie Versie
NL202003918-R20-219 Concept
Totaal aantal pagina’s
28
Handtekening
Handtekening
Akkoord Tom Denayère Projectleider
Akkoord Sanne Tummers Adviseur Ecologie
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl Ref.: NL202003918-R20-219 | 17 maart 2020 Pagina 2 van 28
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING ................................................................................................................................... 5 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 Doel van het onderzoek ............................................................................................................... 5 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 6 Leeswijzer .................................................................................................................................... 6
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2
PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................ 7 Projectgebied ............................................................................................................................... 7 Werkzaamheden en planning ...................................................................................................... 8 Werkzaamheden .......................................................................................................................... 8 Planning ....................................................................................................................................... 9
3 3.1 3.2 3.3 3.4
WERKWIJZE QUICKSCAN ...................................................................................................... 10 Bureaustudie .............................................................................................................................. 10 Veldbezoek ................................................................................................................................. 10 Effectanalyse voorgenomen ingreep.......................................................................................... 11 Maatregelen ............................................................................................................................... 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.6 4.7 4.8 4.9
AANWEZIGE EN TE VERWACHTEN SOORTEN .................................................................... 12 Vaatplanten ................................................................................................................................ 12 Mossen en korstmossen ............................................................................................................ 12 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 13 Vleermuizen ............................................................................................................................... 14 Vogels ........................................................................................................................................ 16 Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats .................................. 16 Broedvogels ............................................................................................................................... 18 Reptielen .................................................................................................................................... 18 Amfibieën ...................................................................................................................................
19 Vissen ......................................................................................................................................... 20 Ongewervelde diersoorten ......................................................................................................... 20
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
EFFECTANALYSE .................................................................................................................... 22 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 22 Vleermuizen ............................................................................................................................... 22 Vogels ........................................................................................................................................ 23 Amfibieën ................................................................................................................................... 23 Conclusie effectanalyse ............................................................................................................. 24
6 6.1 6.2 6.3
VOORZORGSMAATREGELEN ................................................................................................ 25 Zorgplicht .................................................................................................................................... 25 Broedvogels ............................................................................................................................... 25 Rugstreeppad ............................................................................................................................. 25
7 7.1 7.2
CONCLUSIES EN VERVOLONDERZOEK ............................................................................... 27 Conclusies .................................................................................................................................. 27 Vervolgonderzoek ...................................................................................................................... 27
8
BRONNEN ................................................................................................................................. 28
rps.nl Ref.: NL202003918-R20-219 | 17 maart 2020 Pagina 3 van 28
BIJLAGEN 1. 2.
Natuurwetgeving Foto’s projectgebied
rps.nl Ref.: NL202003918-R20-219 | 17 maart 2020 Pagina 4 van 28
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De gemeente Aalsmeer is voornemens om meerdere gebouwen te herontwikkelen op het schoolplein van voormalige basisschool De Hoeksteen, Ophelialaan 230 in Aalsmeer. Het voormalige schoolgebouw zal gerenoveerd en aangepast worden en meerdere bijgebouwen worden gesloopt voor de ontwikkeling van nieuwbouw. Verschillende groenstroken worden verwijderd en een woonhuis langs de Jac. P. Thijsselaan zal ook gesloopt worden. Zie figuur 1.1 voor de locatie van de Ophelialaan in Aalsmeer.