CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 14 maart 2024, gemeente aalsmeer28.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dus in die zin maakt dat natuurlijk onderdeel uit van de woonvisie, woonagenda, omdat ook daar een onderdeel is, het huisvesten van bijzondere doelgroepen. De voorzitter: Volgens mij hebben we zo heel wat … Een interruptie van de heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Voorzitter, even een vraag. Hoe groot is de opgave voor Aalsmeer? Is daar een getal aan te hangen, of niet? De voorzitter: De wethouder. De heer Kikkert: Ja. Kijk, als je op alle sites kijkt tegenwoordig, dan kun je naar je eigen gemeente inzoomen en dan zie je dat vluchtelingen, want we hebben de taakstelling statushouders, nou, die zijn voor ik meen circa 30 voor het eerste halfjaar van dit jaar. En als het gaat om vluchtelingen, is het exacte getal 211. De voorzitter: En dat is inclusief Oekraïense vluchtelingen dan. Even goed om toe te voegen. Toch? Ja, toch. Tot zover even de beantwoording in eerste termijn. Er was nog een technische vraag vanuit Absoluut Aalsmeer over de besluiten die voorlagen, hoe verhouden zich die tot

Pagina 13 van 24

elkaar? Ik denk dat het een beetje woordkeus is, de inhoud, want het gaat natuurlijk om procesnotitie. En er is voor gekozen om te benadrukken dat er in hoofdstuk twee en drie uitgangspunten staan. Om dat niet aan de aandacht te laten onttrekken, staat het er nog een keer nadrukkelijk in. Maar eigenlijk zou punt één afdoende geweest zijn om over te besluiten. Dus daarin heeft u gelijk. Dan gaan we naar de tweede termijn als daar behoefte is, aan de heer De Vries, naar de heer De Vries. De heer De Vries: Nog niet echt tweede termijn, het is meer dat ik zat te twijfelen, omdat we nu toch een beetje in die discussie over de Spreidingwet begonnen te raken. Als ik het goed begrepen heb, en corrigeer me als ik verkeerd ben, de Spreidingswet gaat over mensen, personen die asiel verleend is, maar nog niet weg kunnen uit het opvangcentrum in Ter Apel en overige locaties. Dat is een andere opgave dan de normale opgave die wij hebben als gemeente om asielzoekers daadwerkelijk permanent te behuizen. En als dat zo is, dan is inderdaad de vraag in hoeverre het college al in gesprek is met de beheerders, zal ik maar zeggen, van de arbeidsmigrantenhotels op dit moment, om inderdaad die tijdelijke vestiging bij hun te laten plaatsvinden.

De voorzitter: Om even weg te blijven uit de technische discussie rondom de Spreidingswet, want dat hebben we ons hier ook nog niet helemaal eigen gemaakt, we weten dat hij er al heel lang aankomt, in de eerste plaats even de opmerking, wij hebben onze zaakjes goed op orde in Aalsmeer, wij huisvesten eigenlijk meer vluchtelingen dan ons bij wet is verplicht. Overigens, van de Oekraïense vluchtelingen die we huisvesten, is echt meer dan 80 procent aan het werk. Dus die vragen van vandaag, van vanavond, zijn heel vitaal dat ze bij die notitie arbeidsmigranten ook betrokken moeten worden, want het zit ook in hetzelfde werk. Het grote vraagstuk met die Spreidingwet is eigenlijk de plus die erbij komt, met een reguliere arbeidsmigrant die de eerste paar jaar ook niet mág werken, hoe zich dat gaat verhouden. En zoals u weet hebben wij al een tijdelijke opvang gehad ook op de Legmeerdijk van een groep, dat waren er toen 35 uiteindelijk. En dat kan het COA niet accommoderen, omdat het een te kleine groep is. Dus even los van alle vragen die er zijn, is ook de vraag, die Spreidingswet, fijn dat hij er is, zullen we dan maar zeggen. We ontvangen dat, wij hebben onze zaakjes al op orde.

Maar is er ook wel ondersteuning van de aangewezen organen die dat moeten doen, of moeten we daar zelf nog iets in doen? En vandaar dat wethouder Kikkert ook zei, we proberen het vraagstuk in de regio aan te pakken, ook uit te kauwen wie welke verantwoordelijkheid neemt. Want je zou je natuurlijk ook kunnen inbeelden, als je ergens een wat grotere locatie hebt, als je kijkt naar onze aantallen, 30, 40 reguliere vluchtelingen, in de som van Amsterdam valt dat helemaal in het niet. Moet je dan de hele infrastructuur optuigen daarvoor? Of kun je slim handelen dat Oekraïense vluchtelingen hier zitten, en misschien daar meer van de andere vluchtelingen, vanuit efficiëntie, maar ook voor die mensen zelf in de ontsluiting van de infrastructuur? En daarbij hoort ook de discussie, wat verplicht nou die wet ons precies en waar mogen we afspraken over maken? Overigens gebeurt dat aan de provinciale regietafel, en daarover gaan de portefeuillehouders Huisvesting. Dus wij zitten intern in het college in de transitie, omdat het Rijk eerst de lijn via het Veiligheidsberaad had, waarin de burgemeesters aan zet waren. Een zeer niet legitieme weg, die gelukkig op deze wijze wordt gerepareerd. Daar ben ik zelf heel blij mee. Omdat je dan ook de lokale democratie aan zet kunt laten zijn, om daar wat te vinden, en dat bent u.

Dus ik kan me zo goed voorstellen, en daarvoor kijk ik de portefeuillehouder even aan, dat we hier nog een goed gesprek met elkaar over gaan voeren. En dan heb ik heel veel ontwijkende antwoorden gegeven om op uw vraag geen antwoord te geven, en ik hoop dat dat gelukt is. Tweede termijn … De heer De Vries: En toch ben ik tevreden met het antwoord. De voorzitter: Gelukkig. D66 aan het woord in de tweede termijn. De heer De Vries: Dank, voorzitter. Ik weet niet, ik denk dat de discussie die GroenLinks aanzwengelde inderdaad in het straatje lag wat wij ook al enigszins berijden, en waar we graag op door discussiëren. Want wat ik ook al aangaf, het ondersteunen van de huidige economie is één ding. Maar wat we met de toekomstige ontwikkelingen willen, ik denk dat wij daar als Pagina 14 van 24

gemeente toch een bepaald standpunt over willen inrichten. Ook al, omdat we natuurlijk in de commissievergadering hebben gezien dat, wanneer wij de behoefte aan arbeidsmigranten van de huidige economie optellen in Aalsmeer, en het aantal overnachtingsplaatsen optellen, dat we dan met een discrepantie zitten. En dat we dus nu al een groot tekort hebben aan overnachtingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten in deze gemeente. En dus is de vraag legitiem, willen wij nóg meer bedrijven gaan aantrekken, die een nog grotere vraag naar arbeidsmigranten opleveren? Nou, daar moeten we het over hebben. Dan ligt er ook nog het stukje natuurlijk, wat ook al een paar keer ter sprake kwam in de eerste termijn bij verschillende partijen, de 250 bedden als max. Ja, die 250, ik weet niet precies hoe die tot stand is gekomen, ik kan me nog wel de discussie erover herinneren. En inderdaad, dat het dorpse karakter als een soort van maatstaf werd gebruikt. In dat begrip dorps karakter ligt natuurlijk meer besloten. Dat is, het heeft te maken met aan de ene kant de ondersteuning, goed, zaken zoals infrastructuur. Het heeft te maken, denk ik ook in het kader van wat we net bespraken, in hoeverre heb je in de toekomst nog behoefte aan grootschalige opvang? Want je moet natuurlijk op dit soort zaken ook kijken naar twintig, dertig, veertig jaar.

En als je daar nu een geweldig groot gebouw gaat neerzetten, en dat over tien jaar niet meer nodig is, dan zit je met zo'n groot gebouw in je maag, en dan moet je daar weer wat mee. Dus er is wel degelijk een reden om dit op kleinere schaal toe te staan, maar juist niet naar een grotere schaal te willen gaan. Is 250 dan de maatstaf? Ja, dat is de maatstaf die we destijds besloten. Zou dat 300 kunnen zijn, kan dat 200 zijn? Ja, dat zou ook kunnen. Maar de beperking zit wel degelijk in het feit dat wij aan faciliteiten die we nodig hebben voor zo’n opvang, de locatie die we nodig hebben voor zo’n opvang, de infrastructuur die ervoor nodig is, en allerlei aanverwante zaken van leefbaarheid, ook voor arbeidsmigranten, dat heel veel meer dan 250 niet in de lijn der verwachting zou liggen, wat ons betreft. Dus dat is een beetje de bijdrage vanuit onze hoek op die discussie, denk ik. Dan laat ik het hier even bij. De voorzitter: Dan gaan we naar het CDA. Nee, een interruptie van mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Nou, het is geen interruptie, ik wilde gewoon reageren op wat er in de eerste termijnen is gezegd. Kan dat, of? De voorzitter: Nee, we zijn nu officieel begonnen aan de tweede termijn. Maar wees gerust, in de tweede termijn kunt u alles weer aanhalen wat in de eerste termijn ook is gezegd. Dus u kunt de gelegenheid nemen.

Mevrouw Keessen: Dus ik mag nu? De voorzitter: Nee, als u aan de beurt bent. Mevrouw Keessen: Dank u wel. De voorzitter: We vervolgen via D66 naar u. Het CDA. De heer Van Willegen: We werken met een spreekvolgorde hier, dat is misschien nieuw voor u, maar dat doen we zo. Dank u wel, voorzitter. Het CDA heeft niet zoveel toe te voegen. Alleen, ik vind het wel bijzonder dat GroenLinks, en de Partij van de Arbeid ook wel een beetje, over de arbeidsmigranten praten en dan zeggen, economisch, misschien hebben we zo meteen arbeidsmigranten nodig, de Filipijnse verpleegkundigen. Die hebben we zeker nodig, want we vergrijzen met z’n allen. Maar we moeten ook wel voor ogen houden dat je van de verzorging en van de verpleging, daar zit geen economische groei in. En als wij als Nederland al die dingen willen betalen in de toekomst van de vergrijzing, dan zullen we ook een economie moeten hebben. En een economie is nou eenmaal iets met handel, iets met verkopen, en dat is niet in de verpleging. Dus ik snap dat je graag hoogopgeleiden wil hebben die goede dingen doen, en daar is het CDA ook voor, maar laten we ook wel de economie gewoon zien als een verdienmodel voor Nederland. De voorzitter: De heer Fransen. Pagina 15 van 24

De heer Fransen: Dank u wel. Daar wil ik graag wel tegenin. Natuurlijk is dat waar, als economie alleen maar zou zijn het verdienen van geld, dan is dat waar wat het CDA zegt. Maar naar ons idee is de economie, is meer het vraagstuk, hoe richten wij onze maatschappij in? En daar hoort gezondheidszorg wel degelijk bij. En je kunt natuurlijk betogen, ik heb daar, ik kan het niet onderbouwen, maar ik heb wel een gevoel bij, op het moment dat je gezondheidszorg niet meer functioneert, kost dat zeker ook geld. Dus is dat ook wat nodig om daar wat geld in te investeren. En het gaat mij er niet om, om te ontkennen dat er geld verdiend wordt aan bloemen verzamelen en assembleren, en weer doorsturen, want dat is wat we doen uiteindelijk. Maar het gaat mij er wel om, dat als je dat gaat accommoderen, die vraag alleen maar toe zal nemen. En zijn we daar als maatschappij mee gediend? Nou, die discussie. Dus het is niet het ontkennen van de noodzaak van een verdienvermogen, maar het is wel, denk ook na over wat het kost als je sommige essentiële onderdelen niet meer voor elkaar hebt. De voorzitter: De heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de heer Fransen niet heel goed geluisterd heeft wat ik gezegd heb. Ik heb alleen gezegd dat je de gezondheidszorg ook moet betalen met geld dat er is.

En dat moet juist, heb ik net gezegd, dat het CDA vindt, dat we een goede gezondheidzorg, omdat we vergrijzen. Maar we zullen het met z’n allen moeten betalen. En daar zal je toch een economie voor moet hebben, waar het om geld gaat. Het is heel vervelend, we kunnen niet allemaal van de staat leven. De voorzitter: Dat was ook het einde van uw tweede termijn? De heer Van Willegen: Zeker. De voorzitter: Dan gaan we daar Absoluut Aalsmeer. De heer Koster: Dank u, voorzitter. De laatste discussie laat ik even voor wat het is. Het punt wat daarvoor besproken werd, was toch het maximeren van het aantal plekken, als je het over de huisvesting hebt. Eerder is ook al aangegeven dat er misschien mogelijk mogelijkheden zijn om een integrale aanpak voor die huisvestingsproblematiek te bedenken met elkaar. Dan kom je al gauw terecht in discussies over het omgevingsplan en allerlei andere plannen die er gemaakt worden, en dat je daar ook huisvesting voor jongeren, voor mensen die uit de woon-, welzijn-, zorgtrajecten naar voren komen. Dus daar kun je best een combinatie in bedenken. En dan kan ik me nog steeds voorstellen dat we locaties hebben binnen de gemeentegrenzen, of tegen de rand van de gemeentegrenzen, waar je over locaties van meer dan 250 plekken kunt nadenken.

En als dat dan ook nog, zoals D66 in een vorige commissievergadering attendeert, voorzieningen gaat treffen, zoiets van gemeenschappelijke ruimtes, of een winkel of iets dergelijks, dan kun je best nadenken, naar mijn idee, over een grootschaliger project. Het lastige van de discussies die tot nu toe gevoerd zijn is dat het heel veel andere discussies raakt, de huisvesting, het omgevingsplan, de bestemmingsplannen, alle veranderingen die plaatsvinden. En ik denk dat we met elkaar dan een hele moeilijke opgave hebben om deze hele nuttige opmerkingen die gemaakt zijn, om die terug te laten komen in de juiste discussies naar aanleiding van onderwerpen die op de agenda staan. En ik hoop dat we in staat zijn met z’n allen om die punten te onthouden en dan ook op dat moment naar voren te brengen. Nu komen ze allemaal naar voren naar aanleiding van een procesnotitie waar we het feitelijk hier over hebben, en over moeten stemmen. Maar er zijn veel zinnige dingen gezegd en veel suggesties gedaan, die we ook in de toekomst moeten vasthouden. Dus ik hoop dat dat plaats gaat vinden. Dank u. De voorzitter: De VVD. Mevrouw Vleghaar: Wij hoeven niet zoveel meer toe te voegen. We zien wel wanneer mijnheer Fransen met een stuk komt, wat hij heel graag met ons wil bediscussiëren. Verder hebben wij niks.

Pagina 16 van 24

De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. In overleg met mijn collega wil ik eigenlijk ook reageren op hetgeen gezegd is. Er is onder andere gezegd dat, door de heer Fransen, dat hij twijfelt, of betwijfelt of bedrijven wel de processen kunnen laten vervangen door robots, dat dat wel zou kunnen. Ik zou erg graag van hem willen weten waar hij dat op baseert. Maar interessante discussie die er is geweest, de procesnotitie is volgens ons heel erg duidelijk. Er is alleen wel heel veel bijgehaald. Ik denk dat we niet moeten vergeten dat Aalsmeer van oudsher een bloemendorp is, en dat we bloemenexporteurs hebben. En dat daar gewoon heel veel arbeidsplaatsen zijn, die niet worden ingevuld door Nederlanders, omdat die inderdaad niet vroeg hun bed uit willen. Maar die mensen worden gewoon goed betaald conform cao. Dus dat er nu een procesnotitie ligt om omstandigheden te verbeteren, het is niet zo dat ze allemaal slecht behandeld worden of slecht betaald worden. Ik vind dat een beetje kort door de bocht. En ik vind het ook heel makkelijk om te bepalen voor een bedrijf of ze dan maar moeten automatiseren, want je ontneemt deze mensen dan ook werk wat ze elders niet kunnen krijgen. Dus er zit meer aan vast dan alleen maar dit benoemen. Maar nogmaals, ik zou wel graag een uitleg van de heer Fransen willen, waar hij dat nu op baseert. Dank u wel.

De voorzitter: De heer Fransen laat zich verleiden voor een reactie, of wilt u overgaan naar uw tweede termijn? De heer Fransen. De heer Fransen: Why not? Nou, waar baseer ik dat op? Dat baseer ik op mijn geloof in de mogelijkheden die er zijn met robotisering, en dat ik ook geloof in wat inmiddels in de tuinbouwsector al gebeurd is aan robotisering en automatisering. Maar ik snap ook elk bedrijf die op een gegeven moment een keus gaat maken, waar investeer ik in? In meer mensen, of in robotisering? Ik snap dat, dat je als bedrijfseconomisch gezien jezelf dat afvraagt. En op het moment dat investeren in mensen goedkoper is dan investeren in robotisering, dan doe je dát natuurlijk. Ik snap dat wel. En vandaar dat ik zeg, moeten wij als overheid dat wel accommoderen, die verdere groei? Ik spreek daarmee geen enkel oordeel uit dat er onderbetaald zou worden of wat dan ook, daar heb ik het helemaal niet over gehad. Ik heb het er alleen over gehad, wat is onze rol en hoe vullen wij die in, hoe kijken wij daarnaar, hoe gaan wij daarin sturen? Dus dat als reactie daarop. De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Dan raden wij toch de fractie GroenLinks aan om eens een keer een werkbezoek naar een dergelijk bedrijf te brengen, om te zien hoe een proces daar werkt.

Dat een klant een doos bestelt waar 100 bossen ingaan, waarvan 25 in een ander papiertje moeten worden gerold, dan 30 en de rest, dat is handwerk. Dus ik raad u echt aan om eens een keer naar zo'n bedrijf te gaan, om eens te kijken hoe het daar werkt, zodat u ook weet waar u over oordeelt. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee komt er een einde aan uw tweede termijn, denk ik. En als, de heer Fransen kan natuurlijk nog zeker reageren, maar ik zou zeggen, pakt u ook uw tweede termijn op. De heer Fransen: Oké. Zonder mezelf iets aan te meten denk ik dat ik die sector vrij goed ken, en ook andere voorbeelden ken, waar dat wel gebeurt. En het zit ook in je bedrijfsmodel of jij de keuze maakt om elk bosje zo in te pakken als de klant dat wil, of dat je zegt, sorry, maar wij doen dat op deze manier. Dat is ook een bedrijfsmatige keus die je maakt. En er zijn bedrijven die maken die keuze om dat niet te doen. Die zeggen, we leggen het klantenorderontkoppelpunt op een andere plek, waardoor we juist wel kunnen automatiseren. Dus dat is een keus die het bedrijf maakt. Dan de overstap naar de tweede termijn. Ik was heel blij met wat er gewisseld is, ik denk dat het goed is om het daar met elkaar over te hebben. Ik ben ook blij met de toezegging van het college om naar de geïntegreerde aanpak te kijken. Ik zie daar best wel een aantal beren op de weg, maar ik zie ook kansen.

Dus ik denk dat het heel goed is om daarmee, om daar op basis van waar het college mee komt, over te gaan denken. Ik Pagina 17 van 24

interpreteer dat uitgangspunt, dat punt één, als zo ruim mogelijk. En dan kunnen wij uiteindelijk akkoord gaan met het voorstel zoals het er ligt. De voorzitter: Tot slot, de heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. En ik zou de discussie toch nog wat verder willen vernauwen. Ik ben ook overigens heel blij dat dit geen hamerstuk geworden is, want daar was natuurlijk even sprake van, maar dat we dit gewoon in de openbaarheid bespreken en dit met elkaar delen. Maar als we de discussie vernauwen naar wat AA inbrengt over, wat is nou de grootte van panden, met hoeveel plekken kunnen we werken? Is die 250 nou het minimum, of moeten we wat groter? Juist als we discussie gaan voeren, wat valt hier nou onder? Vallen onze jongerenhuisvesting hieronder, valt de verpleging hieronder, vallen de migranten uit andere plekken hieronder? Dat we dan juist in de discussie de grenzen wat op moeten zoeken. Want ja, die schaarste is beperkt, we hebben niet heel veel ruimte. En wat we dan in kunnen vullen, en hoeveel meer plekken we kunnen creëren, nou ja, daar zullen we dan met elkaar het gesprek over moeten voeren, wat willen we faciliteren? Want de oproep van het CDA is helder, als het het economisch belang dient van de bloemensector, dan zijn we er voor.

Nou, zouden we dat dan iets kunnen verbreden naar een maatschappelijke discussie, dat daar dan ook jongeren en ouderen onder kunnen vallen? Dat zouden wij als iets positiefs ervaren. De voorzitter: De heer De Vries, een interruptie. De heer De Vries: Ik heb daar wel een vraag over, namelijk, want ik hoor het natuurlijk nu al een paar keer voorbijkomen, die integrale oplossing, dat soort zaken. Maar, zoals de heer Fransen ook al aangeeft, er zijn nogal wat beren op de weg. En dat is natuurlijk ten eerste al het onderscheid, ook in regelgeving geloof ik, hoe tijdelijke voorzieningen worden beoordeeld ten opzichte van permanent bewoonde instellingen. Als we het dan hebben over de getalsmatige toename van boven de 250, om dan wel permanente bewoning daarbij toe te staan, zit je qua locatie misschien wel met grenzen. En daarbij is een mix van permanente bewoning en tijdelijke bewoners ook een hele moeilijke denk ik, te realiseren. Dus is het niet zo dat daar toch wel heel veel bezwaren voor zijn? En ik zou willen suggereren, laten we dus nu niet grote hotels van 600, 800 bedden gaan neerzetten, voordat we zekerheid hebben dat dit soort combinaties uit te voeren zijn. Bent u dat met me eens, of denkt u dat daar minder beren op de weg te vinden zijn, zoals de heer Fransen zei? De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de vraag.

Kijk, we hebben vorige vergadering natuurlijk al wat vragen gesteld over de ontwikkeling van Uilenstede, waar tijdelijke studentenwoningen toegestaan worden in LIB-4 gebied. En die combinatie zoeken wij graag op. Dus kijk, dat de regelgeving in de weg ligt, zeker. Maar dat er oplossingen zijn, die zien wij ook. En wij hopen dat dat elkaar versterkt. En soms zal het ook niet altijd lukken, daar moet je ook heel eerlijk in zijn. Maar wel dat we als raad daar een richting in geven, wat wij willen en wat we als toekomst voor Aalsmeer zien. En daar zit volgens mij wel de discussie die we met elkaar moeten voeren. En ik heb het idee dat we daar een behoorlijke eerste stap in gemaakt hebben vandaag. De voorzitter: Volgens mij afdoende beantwoord. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn. Er zijn geen vragen meer aan het college gesteld. We hebben een goed gesprek met elkaar gehad naar aanleiding van dit onderwerp, en ik stel voor dat we overgaan naar stemming. Dat brengt mij bij de vraag, wie is er voor dit voorstel? Dat is eenieder, en daarmee unaniem aangenomen. 4

Instellen Commissie Luchtvaartzaken Aalsmeer 2024 De voorzitter: Agendapunt 4, het instellen van de commissie Luchtvaartzaken voor onze gemeente. Die wens is hier meerdere malen geuit, daarvoor ligt nu een verordening voor. En Pagina 18 van 24

het doel is om op die manier een mooie basis te geven om in het gesprek met de inwoners en partijen een goede balans te vinden voor de toekomst, hoe wij aankijken tegen Schiphol. Aangezien ik portefeuillehouder van het onderwerp ben, zou het moeten zijn dat ik wissel met de heer Van Willegen. Maar het is een commissie van de raad, en ik denk dat ik er als portefeuillehouder niet bij betrokken hoeft te zijn in het gesprek. Dus als u me toestaat om voorzitter te blijven, dan gaan we dat op deze wijze accommoderen. Fijn. Ik stel voor dat we naar de eerste termijn gaan, en de spreekvolgorde brengt ons bij het CDA, verrassend genoeg, de heer Winkels. De heer Winkels: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij met dit agendapunt. De commissie Schiphol zal z’n weg zeker vinden hier in Aalsmeer. We hebben hiervoor een klankbordgroep gehad, wat ook zijn nut heeft gehad. Nu gaan we het wat meer in de openbaarheid doen. Prima. Wij juichen dit alleen maar toe, en zo snel mogelijk. Maar ik heb de agenda al gezien, er wordt al volgende week actie ondernomen dus … De voorzitter: Klopt. De heer Winkels refereert eraan dat 15 februari de kick-off is voor de commissie, dus bij deze heb ik die mededeling meteen gedaan. Hartelijk dank, hartelijk dank. Absoluut Aalsmeer. Er wordt hier al gegrapt, de take-off van de commissie, om in vliegtermen te blijven zitten. Absoluut Aalsmeer.

Mevrouw Holtrop: Hij was heel leuk hoor, ja, hij wordt gesnapt. Dank u wel, voorzitter. Wij zijn natuurlijk heel blij dat deze commissie er inderdaad komt, ook eens met de opmerkingen van de heer Winkels van het CDA. Het is wel een adviescommissie, dat willen we nog wel graag even benadrukken als Absoluut Aalsmeer. En dat we wel ons realiseren dat besluitvorming te allen tijde in de raad zal plaatsvinden. Dank u wel. De voorzitter: De VVD. De heer De Vries: Dank u, voorzitter. Het is een mooi initiatief. We gaan er vol gas voor en we vliegen eruit. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoorde u zeggen, opstijgen, maar ik zag het u denken. FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. We hebben er eigenlijk niet zoveel over te zeggen, behalve dat we heel blij zijn dat deze commissie wordt ingesteld. Dank u wel. De voorzitter: GroenLinks. De heer Fransen: Dank u wel. Wij zijn, de griffie bedankt voor het opstellen van de concept reglement voor die commissie. We zijn blij dat er een commissie komt die in het openbaar over luchthavenzaken gaat praten. We hebben in de voorgesprekken ook geconstateerd dat we, ik geloof dat er staat dat we minimaal vier keer bij elkaar komen. Maar de actualiteit van de gang van zaken rondom de luchthaven kan met zich meebrengen dat je op korte termijn bij elkaar moet komen over iets. Dus dat zit heel mooi in dit reglement, dat we dat gaan doen.

En dat we zeker ook met de inwoners en organisaties rondom dit onderwerp in gesprek willen zijn. Dus dat dat ook een doelstelling van deze commissie is. Dus heel mooi; van harte. De voorzitter: De PvdA. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Nou, ook de Partij van de Arbeid is zeer blij met het instellen van een openbare commissie. Want dat geeft gewoon iets meer lucht en ook iets meer belang, hoe wij als raad hiernaar kijken. Ik had nog wel een klein vraagje aan de voorzitter. Want de leden worden benoemd, begrijp ik. En als het volgende week bij elkaar komt, is het dan handig, op welk moment moeten wij dat dan aanmelden bij de voorzitter? Pagina 19 van 24

De voorzitter: Die vraag moet u nog even herhalen. De heer Buisma: De leden van de commissie dienen zich aan te melden bij de voorzitter. En de vraag is, op welk moment dat dan, dat moet gebeuren, als de commissie volgende week bij elkaar komt? Doen we dat in de openbaarheid, dat benoemen, of juist niet? De voorzitter: Ik denk dat het goed is om even door te geven aan de griffie, wie van u afgevaardigd wordt naar de commissie, dat lijkt me belangrijk. En bij de eerste setting zal de commissie uit haar midden een voorzitter aanstellen. En dan hebben we orde in de chaos, en dan krijgt het een vervolg; daartoe dienen voorzitters natuurlijk. Tot slot, D66. De heer De Vries: Dank, voorzitter. De meeste punten zijn eigenlijk al behandeld, dus wij hopen dat de commissie-opzet meer gelegenheid gaat bieden voor diepgang, en daarbij een secretariële functie kan vervullen, waarbij al het relevante materiaal gedeeld kan worden. We hebben natuurlijk in een commissie-opzet, en eerder, de voorgaande periode, een opzet gezien waarbij je met name heel veel met elkaar zit te vergaderen. Maar ik denk dat het ook belangrijk is om een soort van secretariële hubfunctie te creëren, om maar in de terminologie te blijven, waarbij we de documenten goed kunnen beschikbaar stellen voor iedereen, en ook naar buiten toe makkelijker met buitenstaanders kunnen praten binnen dit verband. Dus helemaal voor.

De voorzitter: Volgens mij kunnen we overgaan tot stemming voor het instellen van deze commissie. Ik denk dat het nog goed is om te benadrukken dat je op deze wijze als raad goed de regie pakt met de stappen die je namens de gemeenschap wil zetten, dus het is een mooie stap voorwaarts. Wie is er voor het instellen van deze commissie? Dat is eenieder, daarmee unaniem aangenomen.

5

Motie Vreemd aan de orde van de dag  De voorzitter: En dat brengt ons bij de motie vreemd aan de orde van de dag. Ik zou graag aan de PvdA willen vragen om het in te dienen. Mijnheer Buisma, aan u het woord. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ik sla even alle plichtplegingen, zoals het begin van de motie, over, en eigenlijk heel in het kort wat de overweging geweest is om hem in te dienen. Maar de primaire overweging is dat er gewoon nog steeds een behoefte is aan watertappunten. Dat Aalsmeer één van de weinige gemeenten in de omgeving is die níet een watertappunt heeft. De kosten en zo worden benoemd in de motie. En wij verzoeken het college daarom dan ook te bepalen op welke locaties, qua financiën en qua technische uitvoerbaarheid, het meest gunstig zijn om watertappunten aan te leggen, bij voorkeur op vijf van de onderstaande locaties. En er zijn een aantal punten die aangegeven worden, het Surfeiland, het Recreatiepunt in Kudelstaart, dat is bij de Loswal, Hornmeerpark, Seringenpark, einde Uiterweg, nou, Praamplein zou er één zijn. Een andere oplossing, om het CDA nog even mee te krijgen, is bij de babbelbankjes van het CDA, een watertappuntje.

De raad hier zo spoedig mogelijk over te informeren, bij voorkeur voor de zomervakantie 2024, te streven naar een zo spoedig mogelijke aanleg van watertappunten, en de aanschaf, inclusief de jaarlijkse onderhoudskosten, te financieren uit het budget openbaar groen en openluchtrecreatie. Nou, dat is eigenlijk de indiening. En dan geef ik graag even het woord aan de mede-indieners, dat zijn D66, FlorAalsmeer, Absoluut Aalsmeer en GroenLinks. En met uw welbevinden, de eerstvolgende op de lijst is D66. De voorzitter: Ik beschouw dat meteen even als reactie op de motie vanuit de fracties, hebben we meteen daar invulling aan gegeven. Even zien, als ik uw volgorde hanteer, brengt ons dat eerst bij D66.

Pagina 20 van 24

Mevrouw Geisler: Dank u wel, voorzitter. D66 is blij met de motie watertappunten, en wel om drie dingen. Om te beginnen draagt deze bij aan het ondersteunen van een gezondere leefwijze, hij draagt bij aan een gezonder milieu met minder plastic afval, en hij draagt bij aan Aalsmeer als gastvrije gemeente. Water is een gezonder alternatief dan frisdrank met suiker of zoetstof. En als je onderweg, of 's zomers recreëert en dorst hebt, en naar de winkel moet om drinken te halen, dan wint de suiker het. Laagdrempelig aanbieden van gewoon gezond water is naar onze mening stukken beter. Landelijk is gelukkig al breed ingezet op het gebruik van herbruikbare drinkflesjes, waardoor het plastic gebruik effectief teruggedrongen wordt. Maar ja, dan moet er wel wat zijn om in die flesjes te doen, en dan is het fijn als er watertappunten zijn. Aalsmeer heeft een reputatie gastvrij te zijn, bezoekers en toeristen komen hier graag om te verblijven en te recreëren. En zoiets als watertappunten ondersteunen deze functie. Kortom, D66 steunt deze motie en hoopt dat de watertappunten er volgende zomer komen. Dank u wel. De voorzitter: GroenLinks. Mevrouw Lakerveld: Dank u wel, voorzitter. We hebben samen met andere partijen ook de watertappunt motie ingediend. Voor ons zijn een aantal zaken belangrijk. Is natuurlijk gezondheid die voor alle bewoners van onze gemeente belangrijk is.

Op het moment dat ze water moeten, dat ze ook water drinken, stukje meer bewustzijn. En openbare ruimte aangenaam maken voor leefomgeving, en ook kostenbesparing. Wij zullen ook eigenlijk willen weten of uiteindelijk bepaalde kosten hiermee bespaard kunnen worden, ook voor de gemeenschap. En dat ze geen water bij de supermarkt halen, maar uit de kraan gratis kunnen drinken. Dat bedoel ik. En ook een stukje toegankelijkheid en drinkwater dat goed is voor, waar winkels zijn en waar mensen ook tot elkaar kunnen komen, natuurlijk ook bij die babbelbanken van mijn collega’s van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. De heer Koster: Dank u, voorzitter. Ik dacht even dat er een andere volgorde werd aangehouden, maar helemaal goed. In eerste instantie zijn we heel blij dat deze motie nu de raad heeft gehaald. Het is een heel oud initiatief heb ik begrepen van Absoluut Aalsmeer. Nu het in deze vorm voorligt, zo breed gedeeld door deze partijen, dat is een pluim waard voor de fractie. Ik hoor mooie argumenten voorbij komen. Ik denk dat het puur vanuit de gastvrijheid in Aalsmeer gewoon ontzettend belangrijk is om een aantal van die watertappunten te hebben. En voor alle mensen die hier langs fietsen, komen wandelen, of met het bootje naar Aalsmeer komen, zou het echt een aanrader zijn om die watertappunten hier beschikbaar te hebben.

Eén puntje wat gezondheidszorg betreft, is voor mij persoonlijk wel heel belangrijk, we geven heel veel geld uit aan allerlei vormen in de gezondheidszorg. In alle rapporten staat altijd iets dat je veel meer moet doen aan preventie. Nou, als je nou het gebruik van frisdrank en allerlei andere drankjes een beetje wil tegengaan, is het heel verstandig om gewoon gratis water aan te bieden, dat is toch een hele mooie vorm van preventie. Dank u wel. De voorzitter: Dan, het laatste woord is aan mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Niet alleen de koudste hoek, maar ook de meest onzichtbare hoek geloof ik in deze kring. Los van het feit dat deze motie al een paar keer is langsgekomen, hebben met name mevrouw Geisler en mevrouw Lakerveld verwoord wat wij hadden willen inbrengen, dus dat gaan wij niet herhalen. Wij vinden het een mooie motie. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk nog even of het CDA en VVD een reactie wil geven, of dat we eerst het woord geven aan de portefeuillehouder. Mevrouw Vleghaar, VVD.

Pagina 21 van 24

Mevrouw Vleghaar: Wij willen wel een reactie geven hoor. Wij gaan niet akkoord met deze motie. Wij kunnen, in heel veel punten kunnen wij ons vinden. Maar een paar punten, zoals de kosten voor het watertappunt, het reinigen, dat dat tien jaar moet worden afgenomen, vinden wij toch een hele lange tijd, zeker als die locatie misschien niet gebruikt gaat worden. En het tweede is, de gemeente één van de weinige gemeenten is die het watertappunt niet heeft, dat is, op dit moment draaien heel veel gemeenten ze terug wegens de hygiëne die ze niet kunnen waarborgen. Dus dat is voor ons ook nog een puntje. En het derde puntje is het aantal locaties. Was er misschien begonnen met twee, of één, om te kijken hoe het gaat lopen, dan hadden wij ons er misschien meer in kunnen vinden. Maar meteen stellen met vijf, dat is voor ons even te veel. De voorzitter: De heer Buisma, interruptie. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Toch een korte vraag aan de VVD, welke gemeentes hebben het teruggedraaid? Want ik heb wel, ik heb namelijk naar uw opmerking van vorige keer daar even op gegoogeld. En wat er gebeurt is dat ze in de winter afgesloten worden vanwege bevriezingsgevaar, en dat is het afsluiten van het watertappuntje. Maar ik heb het terugdraaien van de watertappunten nog niet kunnen vinden. Dus graag enige hulp welke gemeenten ze teruggedraaid hebben. De voorzitter: Mevrouw Vleghaar.

Mevrouw Vleghaar: We kunnen ze nu even op dit moment niet één, twee, drie opnoemen, maar ik heb het zelf wel gelezen. En ik heb het ook, bij één gemeente hebben we, in het oosten van het land heb ik het nagevraagd, en dat was echt uit het hygiëne-oogpunt. Daar hadden hun … Er was iets waarschijnlijk ook misschien met het doorspoelen of het onderhoud, of weet ik wat, dat kan ik nu niet beamen verder hoe dat precies zit. Maar ze hebben het echt uit de handel gehaald. Ze zitten nu wel met de kosten, want ze moesten ook voor tien jaar afnemen, en dat draait gewoon door. Ze krijgen het niet goed schoon. Dat was het. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dan toch, want uiteraard in de winter worden ze afgesloten, omdat ze anders de leidingen kapotvriezen. Dat is wat anders als het terugdraaien. Mevrouw Vleghaar: Dat zeg ik toch ook niet. Het is in de zomer … De voorzitter: Mevrouw Vleghaar, mevrouw Vleghaar, natuurlijk via de voorzitter. Mevrouw Vleghaar: Sorry, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Vleghaar. Mevrouw Vleghaar: Het is in de zomer gebeurd dat het afgesloten is. De voorzitter: Goed. We hebben er een goede exercitie even over gehad met elkaar nu. Ik ben even kwijt waar we gebleven waren. De VVD had reactie gegeven, een vraag van de PvdA en we gaan even naar de heer Van den Nouland voor een reactie of een antwoord; CDA.

De heer Van den Nouland: Dank u wel, voorzitter. Ik heb, wij hebben vele argumenten gehoord, voor en tegen. Ik kan u melden dat het CDA in dit dossier verdeeld gaat stemmen. De fractiediscipline wordt in dit geval even losgelaten, want er zijn een aantal mensen die zijn er gewoon faliekant tegen, en er zijn erbij die willen het zeker een kans geven. Dus dat is in goed

Pagina 22 van 24

overleg, dat wil ik er wel gelijk bij zeggen, in goed overleg gaan we verdeeld stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Prima. De heer Buisma heeft een vraag aan het CDA. De heer Buisma: Nou, meer een, hoe ontzettend blij ik daarmee ben. Dit is voor het … Want ik kan mij eerlijk gezegd niet heugen dat ik ooit het CDA verdeeld heb zien stemmen. Mevrouw Van der Meer: Als ik daarop mag reageren? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. De heer Van den Nouland: (buiten de microfoon) Heb ik het gedaan; dan moet ik antwoorden, toch? Mevrouw Van der Meer: Sorry. De voorzitter: Orde, orde, ik roep u tot de orde. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Buisma zeggen dat hij het CDA nog nooit verdeeld heeft zien stemmen, of tenminste niet bij zijn weten; hij kan zich niet heugen, ook goed. Ik wil de heer Buisma er dan toch even aan herinneren dat dit niet de eerste keer is dat dit gebeurt. En het is sindsdien ongetwijfeld vaker gebeurd, maar ik weet ook dat het CDA verdeeld gestemd heeft over een motie van, ik zou willen zeggen GroenLinks, over het ophangen van reglementen in woningen van arbeidsmigranten, waar u overigens óók tegen heeft gestemd. Tot zover. De voorzitter: Met het risico dat we oude discussies oprakelen, gaan we snel door naar het college. De portefeuillehouder, aan u het woord.

De heer Spaargaren: Voorzitter, dank u wel, dank voor de orde. De motie watertappunten, is deze uitvoerbaar? Nou, we hebben gekeken naar de dekking, die heeft u keurig aangegeven, programma 5.7, openbaar groen en openluchtrecreatie. Dus daarbinnen kan het gefinancierd worden als u als raad in meerderheid hier voor bent. Maar u vraagt met name om het te onderzoeken of die genoemde locaties, of het daar eventueel zou kunnen en eventueel tegen welke kosten, en dat liefst voor de zomer. In die zin is deze motie uitvoerbaar, wij kunnen dat onderzoek voor u doen, en we komen dan terug met onze bevindingen. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de indieners of er behoefte is aan een tweede termijn, of dat we tot stemming overgaan van deze motie. Ik zou zeggen, drie keer is scheepsrecht, want het is de derde keer dat de motie de vergadering erbij, in ieder geval nú aandient, dus laten we er niet te veel woorden meer aan besteden. Wie is er voor deze motie? Dit was ook een uitdaging voor de voorzitter om ineens even goed te gaan kijken wat hier gebeurt. In ieder geval de fracties van Absoluut Aalsmeer, FlorAalsmeer, GroenLinks, PvdA, D66 en de heer Van den Nouland en mevrouw Van der Meer van het CDA; en daarmee is deze motie aangenomen.

Pagina 23 van 24

6

Vragenkwartier 

Er zijn geen vragen voor het vragenkwartier ingediend. 7

Sluiting  De voorzitter: En dan ook een spectaculair einde van deze vergadering. We hebben halftien aangeraakt, dat betekent dat er ook nog wat voor de maag zo meteen geserveerd wordt, maar dat zal beneden in de kelder zijn. Dus nee, dat beantwoord ik u na deze vergadering, mijnheer Winkels. Wij sluiten deze vergadering. Ik wens u nog een hele prettige avond en tot de volgende keer.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 maart 2024,

, voorzitter

, griffier

Pagina 24 van 24

{{signer1}} 16/01/2024 20:38:41 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 5d4aa04f-a0df-410d-bc96-d5d7f8c0578a

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 16/01/2024 15:24:26 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 5d4aa04f-a0df-410d-bc96-d5d7f8c0578a Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z23-066823

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Angelien W.T.M. Brus 5404215 a.w.t.m.brus@amstelveen.nl directie

9 januari 2024 Burgemeester mr. G.E. Oude Kotte

Onderwerp

Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg (GR AM overleg) Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

Toestemming te verlenen voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling AmstellandMeerlanden Overleg met als ingangsdatum 1 juli 2024. Samenvatting

Op 1 juli 2022 is de Wet op gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Gemeenschappelijke regelingen hebben tot 1 juli 2024 de tijd om hun huidige regeling aan te passen aan de gewijzigde wet. Dit moment is door de Regiegroep Amsteland-Meerlanden Overleg aangegrepen om de huidige gemeenschappelijke regeling Amstelland Meerlanden Overleg (GR AM) uit 2015 aan te passen en te vervangen door een “regeling zonder meer “ waardoor de regeling beter past bij de aard en doelstelling van de samenwerking in Amstelland-Meerlanden. Een concept voorstel voor de “regeling zonder meer” is voor zienswijzen aan de raden van de deelnemers gezonden. Hierop zijn geen zienswijzen ontvangen. Conform artikel 1 lid 4 Wgr zendt het college vervolgens het voorstel voor toestemming naar de raden neemt het college een besluit over het treffen van de regeling (artikel 1 lid 1 Wgr). Doel

Toestemming van de raad verkrijgen voor het treffen van een GR AM overleg (regeling zonder meer). Prestatie

Een GR AM overleg die past bij de aard en doelstelling van de samenwerking in AmstellandMeerlanden en voldoet aan de eisen van de gewijzigde Wgr. Voorgeschiedenis en context

De gemeenschappelijke regeling “regeling zonder meer” is aan uw raad voorgelegd voor zienswijze op 16 november 2023. Uw raad en de andere raden in Amstelland Meerlanden hebben geen zienswijzen ingediend. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Er zijn geen zienswijzen ontvangen op het voorstel voor een gewijzigde GR AM overleg. Om de gewijzigde conceptregeling vervolgens vast te kunnen stellen is toestemming van de raden nodig.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 2

Keuzemogelijkheden/alternatieven

Raden hebben maximaal 13 weken de tijd om te besluiten over de regeling. Er zijn twee mogelijkheden: toestemming of onthouding. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Het voorstel is om toestemming te verlenen. Participatie

Niet van toepassing Kantekeningen en risico’s

Geen Financiën

De wijziging heeft geen financiële gevolgen Vervolgstappen

De regeling is gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer. Artikel 10 GR AM overleg Bekendmaking 1. 2. 3.

Het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Ieder van de deelnemende gemeenten draagt op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling. Het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging draagt zorg voor vermelding van deze GR in het GR-register.

Evaluatie

Artikel 7 in de voorgestelde regeling gaat in op de looptijd en evaluatie van de regeling: 1. 2.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Indien gewenst, kan de regiegroep besluiten om de regeling te evalueren.

Duurzaamheidsaspecten

Niet van toepassing Bijlagen

Concept Gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 14/03/2024 22:51:39 CET

Signed By: Matheijsen, O.F. (Onno) <onno.matheijsen@aalsmeer. ID: 1b267a87-ab86-4b17-94b6-dda031e57260 Auth: Scribble

{{signer2}} 14/03/2024 21:48:54 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 1b267a87-ab86-4b17-94b6-dda031e57260 Auth: Scribble

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 18 december 2023, zaaknummer Z; gelet op artikel 1 lid 1 en 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen

Besluit

toestemming te verlenen voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg, met als ingangsdatum 1 juli 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 maart 2024. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Gemeenschappelijke Regeling Amstelland-Meerlanden overleg De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de gemeente Amstelveen, de gemeente De Ronde Venen, de gemeente Diemen, de gemeente Haarlemmermeer, de gemeente Ouder-Amstel en de gemeente Uithoorn, samen te noemen “deelnemende gemeenten”,

Overwegende dat:  

De deelnemende gemeenten voordelen zien om voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied gezamenlijk overleg te organiseren ter behartiging van de gezamenlijke belangen; De samenwerking wordt aangegaan op basis van artikel 1 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, namelijk een gemeenschappelijke regeling ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van deelnemende gemeenten.

Besluiten De volgende gemeenschappelijke regeling vast te stellen:

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AMSTELLAND-MEERLANDENOVERLEG Artikel 1 Reikwijdte/doelstelling samenwerking 1. De deelnemende gemeenten hebben zich ten doel gesteld de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten, waarbij eenheid van beleid met het oog op een evenwichtige ontwikkeling in het gebied nodig is. 2. De in lid 1 genoemde samenwerking omvat: a. Het voeren van bestuurlijk overleg over vraagstukken die direct of indirect van belang (kunnen) zijn voor de deelnemende gemeenten; b. Het waar mogelijk op elkaar afstemmen van het in elk van de deelnemende gemeenten te voeren beleid met betrekking tot grensoverschrijdende vraagstukken; c. Het streven naar het innemen van gemeenschappelijke standpunten en waar mogelijk en wenselijk het naar buiten brengen ervan, bijvoorbeeld in situaties waarin bestuurders namens de regio in een ander (regionaal) verband participeren; d. Het stimuleren en intensiveren van contacten met andere gemeenten en regioverbanden. 3. Gemeenten voeren de in lid 1 genoemde samenwerking uit door over de daarvoor in aanmerking komende belangen te beraadslagen en de besluitvorming door de deelnemende gemeenten afzonderlijk voor te bereiden. 4. Gemeenten bevorderen dat ten aanzien van voor de deelnemende gemeenten van belang zijnde onderwerpen, waarover een gemeenschappelijk standpunt is ingenomen en die tot de

competentie van de raden behoren, door de colleges van burgemeester en wethouders aan de raden voorstellen van gelijke strekking worden voorgelegd. Artikel 2 Overlegstructuur en samenstelling De regeling kent de volgende overleggen: 1. Plenair overleg Jaarlijks overleg dat bestaat uit alle leden van de colleges van burgemeester en wethouders. 2. Regiegroep De regiegroep bestaat uit de volgende leden; a. De voorzitter; b. De plaatsvervangend voorzitter; c. Eén lid van elke deelnemende gemeente, voor zover zij niet reeds een functie als bedoeld onder a en b van dit artikellid uitoefenen. De regiegroep kan worden aangevuld met een of meerdere portefeuillehouders vanuit elk portefeuillehoudersoverleg. De gemeentesecretaris, afkomstig uit de gemeente van de voorzitter, woont de vergaderingen van de Regiegroep als toehoorder bij. De voorzitter, alsmede een plaatsvervangend voorzitter, worden door het plenair overleg uit zijn midden benoemd. De voorzitter is zowel de voorzitter van het plenair overleg als van de regiegroep en is belast met de leiding van de vergadering van deze overleggen. 3. Portefeuillehoudersoverleggen Een portefeuillehoudersoverleg bestaat uit de volgende leden; a. De voorzitter; b. Eén lid van elke deelnemende gemeente, voor zover zij niet reeds de functie van voorzitter uitoefent. De voorzitter wordt door het portefeuillehoudersoverleg uit zijn midden benoemd.

Wethouders van de deelnemende gemeenten kunnen, over onderwerpen die zij van belang achten, een portefeuillehoudersoverleg initiëren. 4. Raadsledenplatform De regeling kent een Raadsledenplatform dat bestaat uit twee tot drie vertegenwoordigers per raad. Het raadsledenplatform heeft als voornaamste taak de positie van de gemeenteraden binnen de regionale samenwerking te versterken. Artikel 3 De werkwijze van de overleggen (P.M) • •

De werkwijze van het plenair overleg De werkwijze van de regiegroep

•

De werkwijze van de portefeuillehoudersoverleggen

Artikel 4 Ondersteuning: regiosecretarissen en griffie 1. De algemeen regiosecretaris ondersteunt de regiegroep en het plenair overleg in alles wat hen aangaat. Het college van de plaats van vestiging stelt hiervoor een ambtenaar beschikbaar. 2. De portefeuillehoudersoverleggen worden ondersteund door een regiosecretaris voor het betreffende onderwerp van het overleg. Voor elk portefeuillehoudersoverleg stelt een van de deelnemende gemeenten een ambtenaar beschikbaar. 3. Naast de secretarisfunctie, vervullen de regiosecretarissen een inhoudelijke strategische adviesfunctie ten behoeve van de regio. De mate waarin invulling gegeven wordt aan deze adviesrol is afhankelijk van de wens van de bestuurders. De inhoudelijke strategische advisering ten behoeve van de eigen gemeente komt vanuit de betreffende gemeente. 4. Op de (algemeen) regiosecretaris is de rechtspositie van de plaats van de deelnemende gemeente die deze ter beschikking stelt, van toepassing. 5. Bij afwezigheid, ziekte en dergelijke wordt de regiosecretaris vervangen door een ambtenaar van de gemeente die de regiosecretaris ter beschikking stelt. 6. Het Raadsledenplatform wordt ondersteund door de griffie van de gemeente van vestiging.

Artikel 5 Financiële afspraken 1. De samenwerking heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, bestuur en begroting en jaarrekening en valt als zodanig dus ook niet onder de verslaggevingsvoorschriften die in BBV zijn vastgelegd. 2. Eenmaal per jaar maakt de gemeente van vestiging een voorcalculatie van de kosten waarop de bijdrage van de deelnemende gemeente wordt gebaseerd. De gemeente van vestiging deelt deze met alle deelnemende gemeenten zodat de kosten meegenomen kunnen worden in de begrotingscyclus van alle deelnemers. 3. Eenmaal per jaar stelt de gemeente van vestiging een nacalculatie op en worden de werkelijke kosten en de voorschotten op basis van de voorcalculatie met elkaar verrekend. De gemeente van de plaats van vestiging brengt de bedragen conform de afspraken in beeld. De deelnemende gemeenten verstrekken hiertoe de benodigde gegevens. 4. De verdeling van de kosten vindt plaats naar rato van het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het aantal inwoners wordt gebruik gemaakt van de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5. Iedere deelnemende gemeente voldoet de werkgeverslasten van zijn eigen medewerkers die de rol van regiosecretaris vervullen. 6. Reiskosten en opleidingskosten worden door de gemeente vergoed waar deze medewerker in dienst is.

7. De voorschriften omtrent de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van de gemeente van vestiging zijn van toepassing. 8. Voor eventuele indexatie van de kosten wordt de lijn gevolgd van de gemeente van vestiging. Artikel 6 Wijzigingen in de samenwerking; toetreding, uittreding en opheffing 1. Een wijziging van deze regeling wordt schriftelijk overeengekomen. 2. Voor wijziging van deze regeling is een goedkeurend besluit van alle deelnemende gemeenten noodzakelijk en toestemming van alle gemeenteraden. 3. Een deelnemende gemeente kan besluiten de samenwerking te beëindigen. Hiertoe is een besluit van haar college en toestemming nodig van haar gemeenteraad. 4. Het beëindigen van de samenwerking kan niet eerder plaatsvinden dan één jaar volgend op de datum van bekendmaking van het in het vijfde lid bedoelde uittredingsbesluit. 5. Bij beëindiging van de samenwerking van een of meer van de gemeenten worden de consequenties van de gedurende de samenwerking gedane substantiële personele beslissingen en financiële consequenties door de gemeenten gezamenlijk in beeld gebracht. Op basis hiervan vindt overleg plaats en worden nadere afspraken gemaakt over de gevolgen van de uittreding. Artikel 7 Looptijd en evaluatie 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2.

Indien gewenst, kan de regiegroep besluiten om de regeling te evalueren. Artikel 8 Geschillen Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wet gemeenschappelijke regelingen, verplichten de deelnemende gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten. Artikel 9 Plaats van vestiging De regeling is gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer. Artikel 10 Bekendmaking 1. Het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. 2. Ieder van de deelnemende gemeenten draagt op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling. 3. Het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging draagt zorg voor vermelding van deze GR in het GR-register. Artikel 11

Slotbepaling In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de deelnemende gemeenten met elkaar in overleg. Artikel 12 Citeertitel Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling AmstellandMeerlandenoverleg.

Aldus toestemming verleend door de gemeenteraden van Gemeente Aalsmeer d.d.………, besluitnummer …… Gemeente Amstelveen d.d. ………, besluitnummer…… Gemeente Diemen d.d. ………, besluitnummer …. Gemeente De Ronde Venen d.d. ………, besluitnummer …… Gemeente Haarlemmermeer d.d. ………, besluitnummer …… Gemeente Uithoorn d.d. ………, besluitnummer …… Gemeente Ouder-Amstel d.d. ………, besluitnummer ……

Aldus vastgesteld door: Het college van de gemeente Aalsmeer, In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester, Het college van de gemeente Amstelveen, In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester, Het college van de gemeente De Ronde Venen, In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester, Het college van de gemeente Diemen, In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester Het college van de gemeente Haarlemmermeer

In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester, Het college van de gemeente Uithoorn In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester, Het college van de gemeente Ouder-Amstel In de vergadering van …. De secretaris, De burgemeester,

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl 24/01/2024 11:26:59 CET ID: d3e2250e-7d65-4b40-b26a-28bf6beb189f Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> 24/01/2024 09:47:56 CET ID: d3e2250e-7d65-4b40-b26a-28bf6beb189f Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z23-093765

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

E. van der Klis 06-3906235 e.van.der.klis@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling

23 januari 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

bestemmingsplan 'Hoofdweg 192' Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

De raad voor te stellen om gelet op artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet omgevingswet en artikel 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening: 1. het bestemmingsplan ‘Hoofdweg 192’ met planidentificatie NL.IMRO.0538.20C-VG01 ongewijzigd vast te stellen; 2. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografie BGT met datum 2 maart 2023; 3. af te zien van het vaststellen van een exploitatieplan. Samenvatting

De agrarische ondernemer aan de Hoofdweg 192 wil op het eigen perceel in de opslagbehoefte van zijn akkerbouwbedrijf voorzien. Tevens wil hij een winkelruimte realiseren om produkten van het land rechtstreeks aan de consument aan te bieden. De nieuw te realiseren opslagloods kan niet geheel binnen het geldende bouwvlak worden gerealiseerd. Tevens is binnen de bestemming een detailhandelsfunctie niet toegestaan. Om de ondernemer te faciliteren dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Doel

Het doel is een nieuw juridisch planologisch kader te scheppen voor het perceel aan de Hoofdweg 192, zodat omgevingsvergunning verleend kan worden voor een nieuwe opslagloods en winkelruimte. Prestatie

Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken moet voor het perceel aan de Hoofdweg 192 een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voorgeschiedenis en context

Burgemeester en wethouders hebben een ontwerpbestemmingsplan met ingang van 17 november 2023 tot en met 28 december 2023 ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor een ieder een zienswijze in te dienen. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

De gewenste loods en winkelruimte passen binnen de gemeentelijke beleidskaders en die van Rijk en provincie. Vanuit de verschillende relevante omgevingsaspecten bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Van vooroverlegpartners provincie en waterschap Amstel, Gooi en Vecht is een positieve reactie op het plan ontvangen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ontvangen. [.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

Keuzemogelijkheden/alternatieven

Door de positionering van de bestaande bebouwing in het bouwvlak kan de gewenste loods niet geheel binnen het geldende bouwvlak worden gerealiseerd. Het alternatief is het bouwvlak niet te wijzigen. Hierdoor komt de continuïteit van het bedrijf in gevaar, omdat er in de nabije omgeving geen geschikte opslagcapaciteit beschikbaar is. Voor wat betreft de verkoopruimte is overwogen dat het niet de bedoeling is een reguliere detailhandelsfunctie te laten ontstaan. Daarom is er voor gekozen voor het toegestane gebruik aan te sluiten bij het begrip 'plattelandswinkel' en is in de begripsbepalingen een definitie hiervan opgenomen. Gelet op het feit dat er geen zienswijzen zijn ontvangen en er ook ambtshalve geen gebreken in het ontwerpplan zijn geconstateerd is er geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerp vast te stellen. Participatie

Vanwege de geringe impact van het initiatief op de omgeving is afgezien van inspraak over een voorontwerp van het bestemmingsplan. Gedurende de termijn van ter inzagelegging kon een ieder een zienswijze indienen. Het is verder aan de initiatiefnemer de omgeving bij zijn plannen te betrekken. Kantekeningen en risico’s

Per 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. Omdat het ontwerp van het bestemmingsplan voor die datum ter inzage is gelegd, is op grond van artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wro) van toepassing. Het vastgestelde plan maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Financiën

De raad kan afzien van het vaststellen van een exploitatieplan. Het gemeentelijk kostenverhaal is anderszins verzekerd door middel van leges. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Het vastgestelde bestemmingsplan wordt geurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen het vastgestelde plan staat rechtstreeks beroep open bij de Raad van State. Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kan de gevraagde omgevingsvergunning worden verleend.

Evaluatie

Niet van toepassing

Duurzaamheidsaspecten

Het bestemmingsplan levert niet rechtstreeks een bijdrage aan duurzaamheid. De mogelijkheid van nieuwbouw van een opslagloods stelt ondernemer in staat zijn bedrijf (verder) te verduurzamen door de toepassing van moderne technieken voor opslag en zonneenergie op het dak. Bijlagen

1. Raadsbesluit 2. Bestemmingsplan 'Hoofdweg 192' (Toelichting met bijlagen, Regels, Planverbeelding)

Pagina

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

3 van 3

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Signed By: Matheijsen, O.F. (Onno) <onno.matheijsen@aalsmeer. 14/03/2024 22:51:31 CET ID: 324ef431-558a-4a02-b782-8c207b1b2e74 Auth: Scribble

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl 14/03/2024 21:49:09 CET ID: 324ef431-558a-4a02-b782-8c207b1b2e74 Auth: Scribble

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 22 januari 2024, zaaknummer Z23-093765; gelet op artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet en artikel 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=4c07c885-2ac6-42f1-b257-4139e355a4c7