CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 5 september 2023, gemeente aalsmeer16.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoe is participatie verlopen?  Effect inbreng  Tevredenheid  Representativiteit

1: Verantwoordelijkheid

2: Analyse

7: Evaluatie

3: Doelen

Participatie

 Termijn  Aard  Gevolgen voor fysieke- of maatschappelijke leeftomgeving  Reikwijdte  Mate van maatschappelijke/politieke aandacht

Wat is het doel van participatie?  Bewustwording  Verbinden  Kwaliteit  Betrokkenheid

Waaier Participatiestappenplan per fase

 Opstellen participatieplan  Deel participatieplan met de gemeente  Voer participatietraject uit  Maak een participatieverslag

6: Participatiestappenplan

4: Randvoorwaarden

5: In kaart brengen

Wat zijn de randvoorwaarden van participatie  Budget  Aanpassingsruimte  Doorlooptijd  Capaciteit

Wat zijn de projectfasen en wie zijn de belanghebbenden?  Fase project of beleidsontwikkeling  Doelgroepen  Voorkeuren

De participatiewaaier kent zeven stappen om tot een succesvol participatieproces te komen. In onderstaande paragrafen lichten wij deze stappen uitgebreider toe.

14

Stap 1: Verantwoordelijkheid

een initiatief of beleidsontwikkeling, en het bepalen van de juiste schaal waarop participatie moet plaats­ vinden. Dat gebeurt door het uitvoeren van een participatie-quickscan:

De eerste stap bij participatie is het bepalen wie de verantwoordelijke partij is om een participatietraject vorm te geven. Hierbij zijn drie verschillende mogelijkheden:  Inwoners en ondernemers • Wanneer een inwoner of een ondernemer een initiatief indient, wordt van inwoner/ondernemer verwacht dat hij/zij zelf participatie organiseert. Dit zal meestal gaan om een aanvraag voor een omgevingsvergunning.  Gemeente Aalsmeer • Indien de gemeente een omgevingsvergunning aanvraagt, is de gemeente, net als inwoners en ondernemers, verantwoordelijk voor het opzetten van een participatieproces. • Dit geldt ook indien de gemeente een omgevingsvisie, -plan, -programma, of projectnota ontwikkelt, of wijzigt. Ook in die gevallen is de gemeente verantwoordelijk voor het organiseren van een participatieproces.  Andere Overheid/ketenpartner • Net als de gemeente Aalsmeer zijn ook andere bevoegd gezagen verantwoordelijk om een participatieproces te organiseren rond de verschillende kerninstrumenten van de omgevingsvisie. Zo is de provincie Noord-Holland verantwoordelijk voor het organiseren van participatie met betrekking tot de provinciale Omgevingsverordening.

In de participatie-quickscan van het initiatief of beleidsontwikkeling dienen de volgende factoren te worden geanalyseerd bij het maken van de inschatting:  Termijn: Is het een initiatief of beleidsontwikkeling die gedurende korte of lange termijn invloed heeft op de omgeving?  Aard: Is er sprake van een concrete of meer algemene/abstracte verandering in de fysieke leefomgeving?  Gevolgen voor Fysieke- of maatschappelijke leefomgeving: Wat is de schaal, hinder en impact op leefbaarheid van het initiatief of de beleids­ ontwikkeling?  Reikwijdte: Wie worden beïnvloed door het project? De buurt/ wijk /gemeente /regionaal?  Mate van maatschappelijke/politieke aandacht: Is het project maatschappelijk en/of politiek gevoelig? Kan er vergrote aandacht ontstaan bij de uitvoering van het participatietraject of het initiatief en/of beleidsontwikkeling. Hieronder geven wij de verdere handvatten voor het uitvoeren en beantwoorden van de vragen in deze Participatie-quickscan:

Stap 2: Analyse Stap 2 van de participatiewaaier richt zich op het bepalen van de aard van het initiatief of de beleids­ ontwikkeling (bijvoorbeeld een omgevingsvisie, -plan of -programma).

Impactbarometer Impact is een veelzijdig begrip. Bij het inschatten van de impact van een initiatief of beleidsontwikkeling worden een vijftal impactfactoren meegewogen. In tabel 1 worden deze impactfactoren in de impactbarometer weergeven:

Participatie-quickscan Deze stap helpt bij het inschatten van de impact van

Geen

Weinig

Redelijk

Groot

Algemeen Belang: Heeft het een invloed op de samenleving als geheel?

0

1

2

3

Maatschappelijke aandacht: Verwacht je aandacht in politiek, pers of sociale media?

0

1

2

3

Hinder initiatief: Geeft de beleidsontwikkeling/initiatief hinder voor de omgeving, na realisatie?

0

1

2

3

Veiligheid: Heeft het een effect op de veiligheid van de omgeving?

0

1

2

3

Belang input omgeving: Is de input (van kennis) vanuit de omgeving belangrijk voor de realisatie van het initiatief/ de beleidsontwikkeling?

0

1

2

3

15

Door de verschillende meters in de impactbarometer in vullen, ontstaat er een algemeen beeld van de aard en omvang van het initiatief of de beleidsontwikkeling. De wijze om tot dit beeld te komen is als volgt: 1. Vul voor elke factor een cijfer voor het initiatief/beleidsontwikkeling dat van toepassing is. 2. Tel de gegeven cijfers bij elkaar op 3. Deel het geheel door 5. 4. De uitkomst geeft een indicatie van de impact Vaststellen participatieschaal Op basis van de impactbarometer kan een indicatie worden gemaakt in welk impactniveau een initiatief of beleidsontwikkeling valt en wat voor participatie hierbij hoort (zie tabel 2). Hierbij refereert de uiterst linker kolommen de score die voortkomt uit de impactbarometer (zie tabel 1). Tabel 2: Participatieschaal 2.1 – 3

Niveau 3 – Grote impact op de omgeving

Intensieve participatie

1.1 – 2

Niveau 2 – Gemiddelde impact op de omgeving

Gemiddelde participatie

0,1 – 1

Niveau 1 –Beperkte impact op de omgeving

Beperkte participatie

0

Niveau 0 – Geen impact op de omgeving

Geen participatie

Bovenstaande tabel maakt duidelijk dat de impact op de omgeving een belangrijke factor is om de participatieschaal te bepalen. In Tabel 3 hieronder wordt een uitgebreide lijst met kenmerken en voorbeelden getoond van deze niveaus van impact. Mocht de impactbarometer (tabel 1) moeilijk in te vullen zijn, dan kan tabel 3 initiatiefnemers en de gemeente aanvullend helpen bij het bepalen van het gewenste participatieniveau. Niveau 0 wordt na tabel 3 toegelicht.

16

Tabel 3: Kenmerken initiatieven Niveau 1: (Verbouw)plannen met een beperkte impact op de omgeving

Niveau 2: (Verbouw)plannen en ruimtelijke initiatieven met gemiddelde impact op de omgeving

Niveau 3: Ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten met een grote impact op de omgeving

 Bouwwerken, bouwaanpassingen of veranderingen van zeer beperkte omvang  Het initiatief past binnen het bestaande ruimtelijke beleid en plannen van de gemeente  Minder dan 5 directe omwonenden, zoals naaste buren, krijgen te maken met het plan  Degene met het plan is meestal een particulier

 Bouwwerken, bouwaanpassingen of veranderingen van beperkte omvang  Het (ver)bouwplan past niet binnen het bestaande ruimtelijke beleid en plannen van de gemeente. Er is een vergunning of beslissing van het bestuur nodig  Een beperkt aantal mensen in de straat of wijk krijgt te maken met het plan, vaak direct omwonenden, en de gevolgen voor die mensen zijn meestal beperkt  De mate van politieke of maatschappelijke aandacht is beperkt  Degene met het plan is vaak een particulier die zich soms laat begeleiden door een bouwadviesbureau

 Ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten met ingrijpende gevolgen voor de leefomgeving of een wijziging van gemeentelijk ruimtelijke beleid  Er zijn veel belanghebbenden met verschillende belangen  Er is veel maatschappelijke of politieke aandacht  Het plan of initiatief past niet binnen het bestaande ruimtelijke beleid en plannen van de gemeente. De gemeente moet in de besluitvorming nadrukkelijk een belangenafweging maken  De initiatiefnemer is vaak een professionele partij, zoals een projectontwikkelaar, een architectenbureau, een woningbouwcorporatie, de gemeente of een andere overheid

Voorbeeld initiatief: plaatsen van een oprit

Voorbeeld initiatief: Bouwen van een huis

Voorbeeld initiatief: bouwen van een school

Voorbeeld beleidsontwikkeling: (Technische) kleine aanpassingen omgevingsplan

Voorbeeld beleidsontwikkeling: Meerdere simultane aanpassingen omgevingsplan

Voorbeeld beleidsontwikkeling: Opstellen van een omgevingsvisie, opstellen van een omgevings­ programma

17

Niveau 0: Geen impact Zoals tabel 2 laat zien is het ook mogelijk dat een initiatief geen impact heeft op de leefomgeving. In deze gevallen is het dus zo dat een project zich niet leent voor participatie. Participatie is namelijk geen zaak van ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Als het niet juist wordt toegepast, is participatie niet zinvol. Het nalaten van participatie gaat op bij initiatieven of beleid waarbij de bestaande situatie in de fysieke leefomgeving gelijk blijft. Zo kan voor het slopen van een binnenmuur van een monument participatie bijvoorbeeld overbodig zijn. In een dergelijk geval ondervindt de omgeving immers geen impact van het initiatief.

Belanghebbenden Om op basis van de impactbarometer inzicht te verkrijgen in de reikwijdte van het initiatief, en de belanghebbenden daarbij, kan een cirkeltool ingezet worden. De cirkeltool helpt bij het analyseren van de straal waarbinnen belanghebbenden geraakt worden door het initiatief of beleidsontwikkeling. Concreet kan dit door het tekenen van een cirkel/gebied op een kaart voor elk van de impactfactoren. Waarbij de regel geldt: hoe grotere de impact, hoe groter de cirkel. Zo heeft het bouwen van een dakkapel of schuur aan een woning wellicht alleen gevolgen voor naaste buren. Het bouwen van een appartementencomplex op een braakliggend terrein of de aanleg van een zonnepark of kinderboerderij heeft vaak een grotere impact op de wijdere omgeving.

Daarnaast kan een conserverende planwijziging ook geen impact hebben op de fysiek leefomgeving, waardoor (intensieve) participatie overbodig is. Bij een dergelijk omgevingsplan worden bestaande activiteiten expliciet toegelaten en wordt bij het opstellen van regels uitgegaan van het vastleggen van bestaande gebruiksfuncties. Wanneer er bij een conserveerde planwijziging in een eerder stadium geparticipeerd is, kan dit als afdoende worden beschouwd (zie paragraaf 4.4.1). Wanneer dit niet het geval is, kan bijvoorbeeld participatie niveau 1 voldoen. Zodoende wordt er wel invulling gegeven aan de participatieplicht die de Omgevingswet oplegt aan het (opnieuw) vaststellen van kerninstrumenten.

Ook kan gebruik worden gemaakt van criteria die in de rechtspraak zijn ontwikkeld omtrent het belanghebbende-begrip (zoals het zichtcriterium etc.). Het is van belang om flexibel te blijven in het selecteren van belanghebbenden. Zo kunnen sommige partijen kunnen zich betrokken voelen, zonder dat ze in eerste instantie belanghebbende lijken te zijn. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat bij twijfel een bredere groep belanghebbenden betrokken wordt om zo te voorkomen dat bepaalde belanghebbenden gemist worden.

Kortom, wanneer een initiatief of planwijziging geen directe impact heeft op de fysieke leefomgeving, is (aanvullende) participatie niet nodig. Dit betekent concreet dat er geen participatie hoeft plaats te vinden en dat de overige stappen van het participatieplan niet doorlopen dienen te worden.

Het is hierbij goed om te noemen dat de gemeente bij het organiseren van participatie bij haar kerninstrumenten goed kijkt wat het plangebied is. In een specifiek plangebied waarvoor bijvoorbeeld het omgevingsplan wordt gewijzigd worden eigenaren, bewoners, bedrijven, provincie en waterschap betrokken in het participatie traject. Bij sommige ontwikkelingen kan er echter wel impact zijn op bijvoorbeeld verkeer in het aangrenzende plangebied. Een tweede impact cirkel tekenen is dan aan te raden om ook belanghebbenden waarop het plan minder impact heeft inzichtelijk te maken.

Ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten met een grote impact op de omgeving Mocht uit de indicatie van de impact op de fysieke leefomgeving blijken dat een initiatief binnen het derde niveau past, en dus (mogelijk) grote impact op de omgeving, wordt er van de initiatiefnemer verwacht om in contact te treden met de gemeente om het initiatief te bespreken. Hieruit volgt vanuit de gemeente een eerste ambtelijke inhoudelijke beoordeling. De initiatiefnemer krijgt daar een brief over. In die brief staat beschreven hoe ambtelijk gedacht wordt over haalbaarheid en noodzaak van het initiatief.

18

Stap 3: Doelen

 Betrokkenheid: samen met een bepaald doel bezig zijn en verantwoordelijkheid te voelen voor dit doel.

Op basis van de impact- en belanghebbendenanalyse kan het doel van het participatieproces bepaald worden. Stap 3 van de participatiewaaier heeft daarom betrekking op het doel dat met participatie bereikt dient te worden. Het is van belang dat een initiatiefnemer vooraf bedenkt wat er met de participatie bereikt moet worden. Het kan ook zo zijn dat een participatietraject meerdere doelen dient.

Bijvoorbeeld een gezamenlijke moestuin onderhouden op gemeentegrond.

Stap 4: Randvoorwaarden Om tot een wenselijk en passende participatieproces te komen is het belangrijk te definiëren wat de randvoorwaarden omtrent participatie zijn. Bij het organiseren van participatie kunnen praktische mogelijkheden namelijk beperkend werken op het opstellen van een participatieaanpak. Het is daarom belangrijk om randvoorwaarden vast te stellen alvorens (een fase van) de participatieaanpak concreet wordt uitgewerkt. Bepalende randvoorwaarden zijn:

Daarnaast is het belangrijk te benoemen dat deze, en ook andere stappen, elkaar soms kunnen aanvullen/ aanpassen. Eventueel kan op basis van de doelbepaling het niveau van participatie worden aangepast, om zo de doelstellingen haalbaar te maken. Mogelijke doelen zijn:

 Eventueel budget participatie  Kwaliteit van het initiatief verbeteren: gebruik maken van kennis en expertise van belanghebbenden kan tot een beter inhoudelijk plan leiden.

Indien er sprake is van gemiddelde/intensieve participatie zal dit zeker bepaalde kosten met zich meebrengen. Denk hier daarom van tevoren over na.

Omwonenden kennen hun eigen buurt het beste en zij kunnen een waardevolle inbreng geven over bijvoorbeeld (on)veilige verkeersituaties bij de ontwikkeling van een initiatief of het missen van bepaalde (groen)voorzieningen.

 Aanpassingsruimte initiatief/beleidsontwikkeling Als een initiatief al grotendeels is uitgewerkt dan betekent dit dat er eigenlijk geen ruimte meer is voor inbreng van belanghebbenden. Zorg daarom dat er een bepaalde mate van aanpassingsruimte is.

 Bewustwording: de initiatiefnemer draagt zorg voor bewustwording door het ophalen van zorgen en wensen van belanghebbenden. Dit kan voor iedereen tot nieuwe inzichten leiden.

 De doorlooptijd voor participatie Zoals eerder benoemd kost participatie tijd. Plan daarom tijd voor zowel de voorbereiding, uitvoering als analyse/verslaglegging. Bij gemiddelde en intensieve participatietraject kan de tijd oplopen omdat er verschillende momenten nodig zijn en meerdere doelgroepen benaderd worden.

Een voorbeeld is schaduwvorming; omwonenden willen geen schaduw in hun tuin; De initiatiefnemer toont aan dat schaduw bij het plan beperkt voorkomt in de ochtend. Bij ruimtelijke initiatieven met een sociaal maatschappelijk element kan ook worden gedacht aan:

 Capaciteit om een participatietraject op te zetten en te begeleiden.

 Verbinden: het samenbrengen van inwoners of het verbinden van inwoners aan een plek.

Voor het opzetten en begeleiden van participatie is vaak kennis en expertise nodig van zowel inhoudelijke experts als participatie professionals. Stel een team samen dat het volledige traject van a tot z kan uitvoeren.

Een voorbeeld is een gezamenlijke ontmoetingsplaats in een appartementencomplex voor ouderen.

19

initiatiefnemer. Het participatiestappenplan is als volgt:

Stap 5: In kaart brengen Op basis van voorgaande stappen heeft de initiatiefnemer een beeld van de vormgeving van het participatieproces. De volgende stap is het in kaart brengen van de uitwerking per projectfase van het initiatief en per belanghebbende(groep).

1: Opstellen participatieplan Aan de hand van de Impact- en belanghebbenden­ analyse wordt duidelijk welke belanghebbenden benaderd dienen te worden en wat het bijpassende participatieniveau is. Een participatieplan in de context van de fysieke leefomgeving dient ten minste te bestaan uit de volgende onderdelen:

Hoe participatie is ingericht is afhankelijk van de fase waar een initiatief of beleidsontwikkeling in zit. Iedere projectfase vraagt om haar eigen inrichting van het participatietraject. Hierbij is het advies dat de eerste fase van participatie in zo’n vroeg mogelijk stadium van het project plaatsvindt. Bovengenoemde afhankelijkheid geldt ook voor de verschillende belanghebbenden; doelgroepen van participatie. De achtergrond van belanghebbenden kunnen verschillen, onder belanghebbenden vallen bijvoorbeeld: huidige bewoners, toekomstige bewoners, omwonenden, ondernemers, leerlingen, sporters, de projectontwikkelaar, actiegroepen/ stichtingen, maatschappelijke organisaties, adviesraden en dorpsraden. Denk hierbij ook aan doelgroepen met beperkingen. Een dergelijke groep kan vragen om bijvoorbeeld rekening te houden met toegankelijkheid. Door het in kaart brengen van de verschillende doelgroepen kan participatie zodanig worden ingericht dat het ook aansluit bij de behoeften van die groep.

1. Doelgroepen en communicatieplan Een doelgroepen- en communicatieplan maakt duidelijk welke en hoe doelgroepen benaderd worden en wat het doel van participatie is. Hierbij dient rekening te worden gehouden met: • Eventuele bijzondere aandacht voor de groepen die weinig of nooit participeren, bijvoorbeeld vanwege een ander opleidingsniveau of door lage geletterdheid. Het uitgangspunt is een gelijke informatiepositie voor alle belanghebbenden. • Bepaalde karakteristieken en ontwikkelingen in de wijk. Zo zouden er eventueel wijk-/ burgerorganisaties actief kunnen zijn. Zij kunnen dan betrokken worden. 2. Kalender Een kalender stelt de momenten van participatie vast. Op basis van de eerder opgestelde projectfasering kan er onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende fasen van een project. • o Bij het maken van een kalender is het belangrijk dat participatie plaatsvindt op momenten waarop ruimte is voor de inbreng die participanten leveren.

Fysieke bijeenkomsten worden bijvoorbeeld vaak bezocht door een vaste groep mensen. Laagdrempelige participatievormen, die tijd- en plaats onafhankelijk zijn (bijvoorbeeld een digitale enquête) kunnen eventueel de representativiteit van het participatieproces vergroten. Bij deze analyse is het tevens handig om rekening te houden met bepaalde karakteristieken in een straat, wijk, of gebied. Zo zouden er bijvoorbeeld wijk- /burgerorganisaties actief kunnen zijn die betrokken dienen te worden bij participatie. Breng deze in kaart.

Stap 6: Participatiestappenplan De eerste vijf stappen van de participatiewaaier verschaffen de initiatiefnemer inzicht in de indicatoren voor een succesvol participatieproces. In stap 6 staat de concrete uitwerking van deze factoren centraal. Het is uiteraard goed mogelijk dat een dergelijke concretisering leidt tot nieuwe inzichten betreffend de kaders van het initiatief. In dat geval wordt het stappenplan aangepast. Dit vraagt om een flexibele houding van de

20

3. Participatie middelen:  Bepaal aan de hand van het participatieniveau en de belanghebbenden die je wilt bereiken welk participatiemiddel(en) worden ingezet. Onderstaande tabel (tabel 4) maakt duidelijk hoe bij verschillende participatieniveaus participatie ingericht kan worden. In de bijlage (bijlage 6.2) kan een uitgebreidere lijst van participatiemethoden worden teruggevonden. Bij het bepalen van een participatiemethode dient rekening te worden gehouden met de volgende aspecten: • Het is belangrijk om een inschatting te maken welke informatiebehoeften er leven bij belang-

•

•

hebbenden. Het is goed om te beseffen dat iedere vorm van participatie mogelijk participanten uitsluit. Dat geldt zowel offline als online vormen van participatie. Om die reden is het vaak wenselijk verschillende participatiemiddelen toe te passen. Tijdens het bepalen van de participatiemiddelen is het goed om verwachtingsmanagement in het oog te houden. Het dient voor deelnemers van het participatieproces duidelijk te zijn op welke schaal participatie plaatsvindt en in welke mate er dus ruimte is voor invloed. Deze openheid dient in het hele proces toegepast te worden.

Tabel 4: Participatieniveaus Beperkte participatie

Gemiddelde participatie

Intensieve participatie

Participatieadvies

Informeren & raadplegen: Direct betrokkenen informeren, de mogelijk­ heid geven om te reageren en vragen naar wensen en zorgen

Raadplegen & adviseren: Belanghebbenden laten meedenken en belanghebbenden laten adviseren

Adviseren, coprodu­ ceren & meebeslissen: Belanghebbenden laten meedenken, meewerken en mee­beslissen over (een deel van) het plan en breed informeren

Voorbeelden (zie bijlage 4.2 voor meer voorbeelden)

Keukentafelgesprek, informatieavond, e-mail of brief met mogelijkheid te reageren

Opiniepeiling, (online) dialoog, themasessies

Discussiegroepen, Brainstormsessie

21

2: Deel participatieplan met de participatietoetser en/of -adviseur van de gemeente Bij complexere initiatieven en plannen is het wenselijk om voorafgaand aan de uitvoering van het participatieplan dit met de gemeente te bespreken. Dit geldt met name voor initiatiefnemers van buitenplanse om­ gevingsplanactiviteiten, waarbij het participatieproces ook verplicht is gesteld. Dit geeft de initiatiefnemer de kans het participatieplan verder te verbeteren, omdat de gemeente initiatiefnemers vanuit ervaringen kan adviseren. Hierbij wordt vooral gelet op:  Past het participatieplan bij de impact van het initiatief;  Worden de juiste belanghebbenden benaderd;  Passen de participatiemiddelen bij de fasering en doelgroepen?

 Wie waren er betrokken bij het participatieproces?  Hoe is het participatieproces verlopen? Welke activiteiten en/of middelen zijn toegepast?  Wat is er met de resultaten van de participatie gedaan? Ook dient door de initiatiefnemer te worden gemotiveerd aan welke adviezen en keuzes uit het participatietraject wel en niet zijn overgenomen bij de uitwerking van het initiatief en/of beleid. In het verslag staan ook de minderheidsstandpunten, zodat deze voor latere fasen in de uitvoering of besluitvorming niet verloren gaan. In het geval dat er geparticipeerd is ter voorbereiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning dient het participatieverslag te worden meegestuurd bij de vergunningsaanvraag. Een dergelijk verslag wordt dan meegenomen in het formele besluitvormingstraject.

Een participatieadvies vanuit de gemeente is bindend in het geval van een verplichting tot participatie (zie paragraaf 4.4), en adviserend bij de overige gevallen.

Stap 7: Evaluatie Wanneer het in de voorgaande stappen opgezette participatie traject is opgezet en uitgevoerd is het belangrijk om terug te kijken. Evaluatie maakt het namelijk mogelijk om de participatie continu te verbeteren. Onderdelen die in de evaluatie terug kunnen komen:  Wat is het effect van de inbreng van belanghebbenden?  Heeft de inbreng tot verdieping geleid?  Zijn de deelnemers aan het participatieproces tevreden?  Is de inbreng van de deelnemers representatief?  Wat kunnen we leren van het participatieproces?

3: Voer participatietraject uit Op basis van de eerste stappen wordt het participatie­ traject uitgevoerd. Hierbij is het wenselijk ruimte te laten voor bijstelling van de participatieaanpak. Bijvoorbeeld bij de opkomst van een nieuwe groep belanghebbenden of een verandering die van invloed is op de impact van het initiatief of plan. Om onder de Omgevingswet binnen de verkorte termijnen tijdig een vergunningsaanvraag te behandelen, kan de gemeente een omgevingstafel faciliteren. Net als bij participatie, helpt de omgevingstafel in de voorbereiding van een aanvraag meer inzicht te krijgen in de kaders en wenselijkheden omtrent een initiatief. De omgevingstafel staat op zichzelf los van participatie, maar door participatie en de omgevingstafel elkaar te laten ondersteunen kunnen deze twee processen elkaar versterken. In de bijlage kan er een verdere toelichting over de wisselwerking tussen de omgevingstafel en participatie worden teruggevonden (zie bijlage 6.7).

Vervolgens is het ook na een participatiecontact is het goed om in contact te blijven- met participanten. Is je aanpak goed aangeslagen? Hoe kijken de betrokkenen er bijvoorbeeld na een jaar op terug? Is er nog iets wat je als gemeente of particuliere initiatiefnemer voor belanghebbenden kunt doen? Dergelijke reflectie biedt een kans om participatie op de lange termijn te verbeteren.

4: Maak een participatieverslag Na het uitvoeren van het participatietraject is het belangrijk om de resultaten van participatie vast te leggen in een participatieverslag (zie bijlage 6.6 voor het format). Het bevoegd gezag let bij het verslag op de drie zaken:

22

6

Bijlagen

6.1 Lijst gevallen verplichte participatie Gebiedsaanduiding Waar in deze bijlage verwezen wordt naar gebied I wordt bedoeld het als gebied I aangeduide gebied op de kaart zoals hieronder opgenomen. Waar in deze bijlage verwezen wordt naar gebied II wordt bedoeld het als gebied II aangeduide gebied op de kaart zoals hieronder opgenomen.

Figuur 2 Gebiedenkaart Aalsmeer

23

Specifiek voor gebied I Onder de aangewezen categorieën van gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, lid b. onder 1 Omgevingswet, specifiek voor gebied I, worden verstaan: a. woningbouw in afwijking van ander gemeentelijk beleid; b. het oprichten en/of gebruiken van een of meerdere hoofdgebouwen en eventuele bijbehorende bouwwerken (anders dan wonen) op één locatie, met een maximale bruto-vloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) van meer dan 2500 m²; c. het uitbreiden van een bestaand gebouw (niet zijnde woning), waarbij de functie niet wijzigt en de bestaande bruto-vloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) met minimaal 50% wordt uitgebreid; d. het oprichten of uitbreiden en/ of gebruiken van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 15 meter.

Gevallen waarin geen verplichte participatie noodzakelijk is Participatie is niet verplicht wanneer de genoemde activiteiten passen binnen kaderstellend beleid waarover reeds door de gemeenteraad is besloten.

Specifiek voor gebied II Onder de aangewezen categorieën van gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, lid b. onder 1, specifiek voor gebied II Omgevingswet, worden verstaan: a. woningbouw in afwijking van ander gemeentelijk beleid; b. het oprichten en/of gebruiken van een of meerdere hoofdgebouwen en eventuele bijbehorende bouwwerken (anders dan wonen) op één locatie; c. het uitbreiden van een bestaand gebouw (niet zijnde woning), waarbij de bestemming niet wijzigt en de bestaande oppervlakte met minimaal 150 m² wordt uitgebreid; d. het oprichten of uitbreiden en/ of gebruiken van bouwwerken, geen gebouw zijnde, hoger dan 6 meter of met een oppervlakte groter dan 50 m², met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer of de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en kunstwerken; e. het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, anders dan ten behoeve van het bouwen, indien dit niet past binnen ander gemeentelijk beleid.

Het vroegtijdig informeren van belanghebbenden en op de hoogte blijven houden zijn vereisten. Belanghebbenden alleen informeren is nog niet voldoende. Voorbeelden van informeren zijn: verspreid een informatiebrief huisaan-huis, deel het plan op sociale media of organiseer rondleiding door de omgeving waarin u het plan toelicht.

6.2 Participatiemethoden In de volgende lijst staan verschillende participatievormen. Deze participatievormen staan onderverdeeld onder de verschillende doelen die participatie kan hebben. Dit betekent echter niet dat deze methoden enkel te gebruiken zijn ten behoeve van het doel waaronder ze gegroepeerd staan. Door middel van het vermeerderen/verminderen van de invloed van belanghebbenden kunnen deze methodes voor verschillende participatieniveaus gebruikt worden. Het is natuurlijk ook een optie om verschillende methoden te combineren binnen één participatietraject. Daarnaast kunnen deze methoden worden gezien als inspiratie, het kiezen van andere, meer passende methoden is dus zeker mogelijk.

 Raadplegen: Belanghebbenden worden betrokken bij het proces. Zij krijgen de ruimte om te delen wat ze belangrijk vinden. De opgehaalde belangen worden afgewogen en waar mogelijk meegenomen in de verdere planvorming. • Voorbeelden: organiseer een (online) informatiemarkt en laat met tekeningen of foto’s zien wat u van plan bent. Vraag belanghebbenden wat zij van de plannen vinden. Hou een online of offline opiniepeiling of ga bij de belanghebbenden die de meeste impact ervaren op de koffie.  Adviseren: Belanghebbenden worden betrokken bij het proces. Zij mogen advies geven. De opgehaalde adviezen worden afgewogen en waar mogelijk meegenomen in de verdere planvorming. • Voorbeelden: organiseer een (online) dialoog of stel een adviescommissie op.

24

 Co-creëren of coproduceren: Belanghebbenden mogen samen met de initiatiefnemer invulling geven aan het plan of de uitvoering. • Voorbeelden: Organiseer een design-workshop en ontwerp samen met de buurt hoe een gebouw er uit kan komen te zien of organiseer een thematische discussiegroep en bespreek met elkaar hoe het groen rondom een gebouw wordt vormgegeven. De initiatiefnemer kiest welk ontwerp dat in co-creatie is gemaakt wordt voorgelegd aan het college van B&W en gaat na akkoord door naar de raad voor besluitvorming.

 Meebeslissen: Belanghebbenden beslissen mee over (een deel van) het project. • Voorbeelden: zet een referendum op of laat de belanghebbenden kiezen welke maquette of schets wordt uitgewerkt. Bij co-creëren ontwerp je de schetsen samen. Bij meebeslissen beslis je (ook) samen welk ontwerp gekozen en verder uitgewerkt wordt.

6.3 Format stakeholderanalyse STAKEHOLDERSANALYSE Naam initiatiefnemer: Aannemer x (voorbeeld) Naam initiatief: Wegreconstructie x (voorbeeld) Datum: 15 oktober 2021 (voorbeeld) Naam stakeholder

Type/ rol (belang­hebbende, belangrijke speler, beïnvloeder, toeschouwer)

Wanneer informeren/ laten participeren

Welke wijze/ inzet middelen

Voorbeeld: Buren in straat van de werkzaamheden

Voorbeeld: Belanghebbenden

Voorbeeld: Tijdens voorbereiding informeren en vragen om wensen, zorgen en belangen. Tijdens uitvoering informeren en contact houden

Voorbeeld: Inloopavond tijdens voorbereiding, i.c.m. brief en bouwapp/ digitale nieuwsbrief

25

6.4 Format Impactanalyse IMPACTANALYSE Naam initiatiefnemer: Aannemer x (voorbeeld) Naam initiatief: Wegreconstructie x (voorbeeld) Datum: 15 oktober 2021 (voorbeeld) Onderdeel Voorbeeld: Schaal/ omvang ingreep

Gevolg/ korte omschrijving ingreep

Impact (hoog, matig laag)

Voorbeeld: Dorpsstraat wordt geheel vernieuwd waardoor deze 9 maanden slecht bereikbaar is

Ingreep is structureel (bv. bedrijf vestigen) of incidenteel (bv. wegreconstructie) Kenmerken locatie (ligging, inbreiding, uitbreiding, ondergrond, etc.) Eigendom Gebruikers Veiligheid Milieuschade Afval Geluid Verkeer en parkeren Bereikbaarheid Planning (duur)

26

Voorbeeld: Overlast en klachten omgeving, matig

Beheersmaatregel (incl. wie) Voorbeeld: Omleidingen, goede communicatie en informatievoorziening, aannemer

6.5 Format gespreksverslag

Gespreksverslag initiatief:

Naam belanghebbende(n):

Adres:

E-mail:

Wat vindt de belanghebbende van uw initiatief?

Welke belangen en bezwaren heeft de belanghebbende bij uw initiatief?

Welke ideeën heeft de belanghebbende over uw initiatief?

Op welke belangen/bezwaren/ideeën kunt u de belanghebbende tegemoet komen en hoe gaat u dit doen?

Op welke belangen/bezwaren/ideeën kunt u de belanghebbende niet tegemoet komen en waarom niet?

Welke overige afspraken heeft u met de belanghebbende gemaakt?

Schriftelijke reactie van de belanghebbende op uw verslag:

27

6.6 Format participatieverslag Participatieverslag (Voorbeeld) Naam initiatiefnemer: … Initiatief: Plaatsen speeltoestel Participatievorm: Plenaire discussie (voorbeeld)

Datum: 10 april Locatie: Woning initiatiefnemer Belanghebbenden/rol (+aantal): Directe omwonenden (aantal: 10), belanghebbenden Fase initiatief: voorbereidingsfase Resultaten participatie: Project toegelicht aan buren, vragen over inrichting en gevolgen werkzaamheden beantwoord, wensen en zorgen van omwonenden opgehaald en plan aangepast. Blijf in contact met de buren om ze op hoogte te houden van ontwikkelingen. Vragen/kanttekeningen participanten: Meneer …. Heeft een bedenking bij de veiligheid. Vervolgacties participatie: Nieuwsbrief over initiatief maandelijks verspreiden op sociale media buurt. Aparte afspraak maken met meneer … over veiligheid initiatief. Aanvullende informatie: Sociale mediapagina project

Participatievorm: Digitale brief (informeren)

Datum: 17 april Locatie: Woning initiatiefnemer Belanghebbenden (+aantal): Buurtgenoten (100) Fase initiatief: voorbereidingsfase Resultaten participatie: ….. Vragen/kanttekeningen participanten: ….. Vervolgacties participatie: ….. Aanvullende informatie: …

28

6.7 Participatie en de omgevingstafel

in de verkennende fase hun wensen en zorgen kenbaar maken. Dergelijke zorgen kunnen vervolgens worden mee­genomen in het ontwerp van de initiatiefnemer.

Onder de Omgevingswet vormt de omgevingstafel een instrument die kan worden toegepast op complexe aanvragen, die een relatief grote impact op de fysieke leefomgeving hebben. Bij complexere ontwikkelingen staat een goede voorbereiding op het indienen van een vergunningaanvraag centraal. Voor dergelijke initiatieven kan de gemeente de initiatiefnemer daarbij faciliteren door een zogenaamde omgevingstafel te organiseren. De omgevingstafel is een informeel overleg, waar de initiatiefnemer vrijwillig aan deelneemt. De omgevingstafel biedt een initiatiefnemer dus de kans om in de voor­ bereiding op de vergunningsaanvraag een idee of plan inpasbaar te maken aan het lokale beleid.

De omgevingstafel staat op zichzelf los van participatie, een initiatiefnemer voldoet niet aan participatie door iemand uit de wijk uit te nodigen aan de omgevingstafel. Een participatietraject en een omgevingstafel kunnen elkaar daarentegen wel ondersteunen. Zowel tijdens een de omgevingstafel als een participatietraject haalt een initiatiefnemer input op om zijn plan bij te schaven. Door nieuwe inzichten vanuit de omgevingstafel mee te nemen bij participatie en vice versa wordt de kwaliteit van het plan versterkt. Een goede wisselwerking tussen participatie door de initiatiefnemer en de omgevingstafel voorkomt namelijk dat de initiatiefnemer laat in het proces wordt geconfronteerd met onverwachte bezwaren. Bovendien kan een initiatiefnemer op deze manier beschrijven hoe hij de input van de belanghebbenden stapsgewijs heeft verwerkt. Als belanghebbenden participeren in het traject van de initiatiefnemer hebben ze invloed en werken ze mee aan een voor iedereen zo goed mogelijk gedragen en passend plan.

Aan de omgevingstafel kan (in verschillende fasen) een plan worden besproken door ambtenaren die vanuit verschillende hoeken naar het plan kijken. De ambtenaren geven aan wat wel en niet kan, hoe het plan beter kan worden en welke onderzoeken de initiatiefnemer nog uit moet laten voeren. Belanghebbenden van een initiatief kunnen door de initiatiefnemer aan tafel worden uitgenodigd. Belanghebbenden kunnen zodoende al

6.8 Checklist participatie voorstellen ruimtelijke projecten

3 Zijn alle belangen juist in beeld gebracht? a. Waarover werden belanghebbenden betrokken? b. Wat zijn de belangen van verschillende groepen belanghebbenden en om hoeveel mensen gaat het daarbij. c. Wat vinden zij van het plan?

Checklist voor beoordelen van het participatieverslag ingediend door een initiatiefnemer. 1. Zijn de juiste doelgroepen betrokken? a. Wie zijn er betrokken bij het participatieproces? b. Hoeveel belanghebbenden zijn betrokken? c. Zijn er doelgroepen gemist en zo ja, waarom?

4. Z  ijn er voldoende en geschikte participatiemogelijkheden geweest? a. Wanneer en hoe vaak zijn belanghebbenden betrokken geweest? b. Welke activiteiten en participatiemiddelen zijn toegepast? c. Welke invloed kregen belanghebbenden? (raadplegen, adviseren, co-creëren en/of meebeslissen).

2. Is het participatie onderwerp voldoende helder afgebakend? a. Is helder omschreven waarover het participatietraject gaat? b. Over welke onderdelen mochten belanghebbenden meedenken? c. Welke randvoorwaarden zijn vooraf meegegeven? d. Is het voor deelnemers duidelijk wat zij kunnen verwachten met betrekking tot hun inbreng?

5. I s onderbouwd welke participatieresultaten wel en niet worden meegenomen in het plan?

29

SAMEN PARTICIPEREN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Samenvatting participatiebeleid Gemeente Aalsmeer Dit is een samenvatting van het participatiebeleid voor de Gemeente Aalsmeer. In dit beleid staan spelregels en handvatten voor participatie. Het beleid is bedoeld voor alle initiatiefnemers die een plan hebben voor de fysieke leefomgeving. Dat kunnen inwoners of ontwikkelaars zijn, maar ook de gemeente zelf. Aalsmeerders tonen zich altijd al betrokken bij hun leefomgeving en willen dat er eerder naar hen wordt geluisterd. En dat zij in de gelegenheid worden gesteld om zorgen, wensen of ideeën te uiten. Die ontwikkeling vraagt om een dienstverlening en bestuursstijl waarbij we als gemeente meer in verbinding staan met inwoners. We geven de gemeente een gezicht en streven naar participatie op maat, waarbij we inwoners zo vroeg mogelijk een stem geven en naar hen luisteren. Daarnaast hebben we aandacht voor de ‘stille’ meerderheid. Wij vinden het als gemeente belangrijk om de omgeving zo vroeg mogelijk te betrekken bij ontwikkelingen en vragen dat ook van andere initiatiefnemers. Zo kunnen we ervaringen, ideeën en belangen van verschillende belanghebbenden eerder in beeld brengen. Daarmee worden plannen verrijkt en komen we samen tot een betere besluitvorming. Een participatiebeleid met spelregels en handvatten voor alle initiatiefnemers helpt daarbij. Willem Kikkert

(Ver)bouwen, plannen bedenken, een initiatief hebben voor een bouwproject of nieuw beleid opstellen. Dat kan invloed hebben op mensen en organisaties in de omgeving. Daarom is het belangrijk om de omgeving vroegtijdig te betrekken. Dat heet participatie. De gemeente heeft hiervoor participatiebeleid gemaakt. Het participatiebeleid geeft tips voor participatie en is bedoeld voor initiatiefnemers die een plan hebben voor de fysieke leefomgeving. Denk aan gebouwen, wegen of parken. Inwoners of ontwikkelaars kunnen initiatiefnemer zijn, maar ook de gemeente zelf. Ook gaat naar verwachting op 1 januari 2023 de Omgevingswet in. Deze wet stimuleert vroegtijdige participatie bij ruimtelijke initiatieven en biedt gemeenten zelf de mogelijkheid om participatie verplicht te stellen. Amstelveen gaat dit doen bij onder andere ontwikkelingen die niet in het omgevingsplan passen.

Uitgangspunten

Niveaus van participatie

1. Participatie is maatwerk; 2. Participatie doe je in een zo vroeg mogelijk stadium; 3. De kaders en participatieruimte zijn voor de start van een participatietraject helder voor alle betrokkenen. Dit betekent dat van te voren is afge­bakend over welk onderwerp participatie mogelijk is; 4. Een participatietraject is breed en representatief. Specifieke doelgroepen worden actief betrokken; 5. De manier waarop we participeren sluit aan bij de doelgroep; 6. De informatievoorziening over participatietrajecten is voor alle betrokkenen goed vindbaar; 7. Een participatietrajecten kan uit meer dan één fase bestaan en kan in elke fase anders zijn; 8. Resultaten van het participatietraject deel je actief met deelnemers, inclusief de reactie daarop van initiatiefnemer en/of gemeente; 9. Evaluatie is belangrijk tijdens en na de uitvoering van participatie.

Participatie kan op verschillende niveaus plaatsvinden. De gemeente Amstelveen werkt met vier niveaus. Bij elke fase van een initiatief kan een ander participatieniveau passen. Het informeren van belanghebbenden is altijd de eerste stap.  Raadplegen: Belanghebbenden krijgen de ruimte om te delen wat ze belangrijk vinden. De opgehaalde belangen worden gewogen en waar mogelijk meegenomen in de verdere planvorming.  Adviseren: Belanghebbenden mogen advies geven. De adviezen worden gewogen en waar mogelijk meegenomen in de verdere planvorming.  Co-creëren of coproduceren: Belanghebbenden geven samen met de initiatiefnemer invulling aan het plan of de uitvoering.  Meebeslissen: Belanghebbenden beslissen mee over (een deel van) het project.

Belangrijke voordelen participatie 1.

Een plan of initiatief sluit beter aan op de leefomgeving. 2. Er is tijdig nagedacht over voor- en nadelen samen met belanghebbenden. Participatie leidt tot grotere betrokkenheid van inwoners en organisaties bij initiatieven. De betrokkenheid kan leiden tot draagvlak voor het initiatief, maar dat hoeft niet. Het gaat om het maken van een goede afweging van alle ideeën, belangen en bezwaren.

2

Stappenplan participatie bij ruimtelijke projecten met impact op de omgeving De belangrijkste vraag voor een initiatiefnemer is natuurlijk wanneer moet ik participeren voor mijn initiatief? En voor de omgeving: wat kan ik verwachten van een initiatiefnemer? In het stappenplan participatie worden bij stap 2 een aantal vragen gesteld die helpen te bepalen welk niveau van participatie nodig is. Hieronder staan een aantal voorbeeld initiatieven genoemd die in de verschillende niveaus zitten. Dakkapel

Aanleg van een oprit

Bouwen van een huis

Bouwen van een school

Niveau 0: (Verbouw)plannen zonder impact op de omgeving

Niveau 1: (Verbouw)plannen met een beperkte impact op de omgeving

Niveau 2: (Verbouw)plannen en ruimtelijke initiatieven met gemiddelde impact op de omgeving

Niveau 3: Ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten met een grote impact op de omgeving

Geen participatie

Beperkte participatie

Gemiddelde participatie

Intensieve participatie

Informeren van directe buren is voldoende.

Vraag uw buren op de koffie om te kijken naar het ontwerp en vraag of ze nog zorgen hebben.

Direct omwonenden vanaf het begin betrekken bij het plan, bedenk waar zij last van krijgen tijdens en na de bouw en sta open voor suggesties om aanpassingen te verwerken. Geef aan wat wordt aangepast.

Meerdere groepen belanghebbenden betrekken bij ontwerpfase, zorgen en ideeën ontvangen en verwerken in verschillende versies van het plan, alle belangen afwegen, duidelijke kaders voor de groepen over wat mogelijk is om te wijzigen en wat niet en met welke redenen.

Initiatiefnemers die een plan hebben met impact niveau 2 of 3 kunnen het stappenplan volledig doorlopen om zo tot een participatieplan te komen. Stap 1: Bepaal wie verantwoordelijk is voor het participatietraject De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het traject. Dat kan een inwoner of ondernemer zijn, maar ook de gemeente of een andere overheidsorganisatie.

Een manier om de impact te berekenen is door onderstaand schema in te vullen. 1. Vul voor elke factor een cijfer in 2. Tel de gegeven cijfers bij elkaar op. 3. Deel het geheel door 5. 4. De uitkomst geeft een indicatie van de impact.

Stap 2: Schat in wat de impact van het initiatief op de omgeving is Hoe groter de impact op de omgeving, hoe meer belanghebbenden betrokken mogen worden en is ook het aantal contact momenten groter. Geen

Weinig

Redelijk

Groot

Algemeen belang: Heeft het invloed op de samenleving als geheel?

0

1

2

3

Maatschappelijke aandacht: Verwacht je aandacht in politiek, pers of sociale media?

0

1

2

3

Hinder initiatief: Geeft de beleidsontwikkeling/het initiatief hinder voor de omgeving, na realisatie?

0

1

2

3

Veiligheid: Heeft het een effect op de veiligheid van de omgeving?

0

1

2

3

Belang input omgeving: Is de input (van kennis) vanuit de omgeving belangrijk voor de realisatie van het initiatief/ de beleidsontwikkeling?

0

1

2

3

3

2.1 -3

Niveau 3: Grote impact op de omgeving

Intensieve participatie

1.1 - 2

Niveau 2: Gemiddelde impact op de omgeving

Gemiddelde participatie

0.1 - 1

Niveau 1: Beperkte impact op de omgeving

Beperkte participatie

0

Niveau 0: Geen impact op de omgeving

Geen participatie

Stap 3: Bepaal de doelen van het participatietraject Wat zijn de doelen van het participatietraject? Bijvoorbeeld de kwaliteit van het plan verbeteren en betrokkenheid creëren.

In het geval van intensieve participatie adviseren we het participatieplan te delen met uw contactpersoon van de gemeente en voer vervolgens het participatietraject uit. Maak ten slotte een participatieverslag om te delen met alle betrokkenen en de gemeente. De gemeente let bij het verslag op de drie zaken: 1. Wie waren er betrokken bij het participatieproces? 2. Hoe is het participatieproces verlopen? Welke activiteiten en/of middelen zijn toegepast? 3. Wat is er met de resultaten van de participatie gedaan? En welke adviezen van belanghebbenden zijn wel en niet overgenomen bij de uitwerking van het initiatief? Motiveer waarom.

Stap 4: Wees bewust van tijd en geld Om een participatietraject te starten en uit te voeren is er geld en tijd nodig. Ook zijn er mensen nodig die het traject kunnen opzetten, uitvoeren en begeleiden. Daarnaast is het belangrijk dat het plan nog aangepast kan worden. Stap 5: Breng de verschillende belanghebbenden in kaart Door alle belanghebbenden in kaart te brengen kan participatie aansluiten bij de behoeften van elke groep. Per fase van een initiatief kunnen de belanghebbenden verschillen. Daarbij is het advies dat participatie in zo’n vroeg mogelijk stadium van het project plaatsvindt.

Stap 7: Evalueer het participatietraject Evalueer het participatietraject na de uitvoering. Wat ging goed en wat zou een volgende keer anders kunnen? Dat kan natuurlijk ook tijdens het proces, om op tijd bij te kunnen sturen.

Stap 6: Het opstellen en uitvoeren van het participatieplan Als alle belanghebbenden in kaart zijn gebracht, stel je het participatieplan op. Geef hierin aan welke belanghebbenden je benadert, met welk doel, over welk afgebakend onderwerp en hoe je communiceert .

Onderstaande vragen kunnen helpen bij de evaluatie:  Wat is het effect van de inbreng van belanghebbenden?  Heeft de inbreng tot verdieping geleid?  Zijn de deelnemers aan het participatieproces tevreden?  Is de inbreng van de deelnemers representatief?  Wat kunnen we leren van het participatieproces?

Disclaimer: dit is een samenvatting van het participatiebeleid van Gemeente Aalsmeer. De volledige versie is op de website te vinden.

4

Betreft: Inspraakreactie Dhr. J.W Kesting bij beeldvormende vergadering van de commissies Ruimte en Maatschappij en Bestuur op 5 september 2023, agendapunt 7 Participatiebeleid fysieke leefomgeving Ik geef de wethouders steun voor een participatie beleid. Doel van dit voorstel is om richting en spelregels vast te stellen voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aan alle initiatiefnemers met daarin veel handvatten voor vormgeving en inrichting van de participatie. Burgerparticipatie beweegt steeds meer naar community vorm. Burgerparticipatie draaide lang om tijdelijke betrokkenheid van inwoners gemeente Aalsmeer. Maar de schreeuw om langdurige betrokkenheid wordt steeds luider !!! PARTICIPATIE: Betrek burgers zo vroeg mogelijk in het proces. Participeren en in vloed hebben dan zal je merken dat ze echt meedenken. Formuleer een helder doel en schets concreet de kaders. Als boodschap , wat is de vraag aan de burger?niet helder is komen ze niet in beweging. Maak het traject niet te lang . De aandacht verslapt snel en je moet ze keer op keer activeren ! Accepteer dat het niet van zelf gaat en leer van de eerste projecten. Gemeente /Overheidsinstantie s. Een geheel nieuwe manier (BELEID MAKEN) Maak een mix tussen online en offline. Maak gebruik van de maatschappelijke acceptatie van de sociale media.

Geef ruim publiciteit aan het bestaan van het project en het digitale platform. Bestuurders en politici moeten mee ook meedoen. Wethouders/Raadsleden/Fractie/ het verhoogd in sterke mate de participatie graad. Wees transparant over de discussie, de uitkomsten en de resultaten. Hoop dat ik er iets in kan bijdragen . Met vriendelijke groet. Jacques Kesting

Inspreeknotitie bij Agendapunt 7, participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Commissie Ruimte Beeldvormend, 5 september 2023

Geachte Commissieleden en alle inwoners van Aalsmeer en Kudelstaart,

Bewoners hebben het beste voor met hun leefomgeving. Als er samen met direct omwonenden planvorming wordt gemaakt, in plaats van achteraf meningen verzamelen of informeren, worden plannen beter en is de kans op succes vele malen groter. Ook zal het rechtszaken van bewoners tegen de gemeente voorkomen, en zal het vertrouwen in de gemeente hersteld kunnen worden. Deze punten staan uiteengezet in paragraaf 4.2 van het document “Samen Participeren in de fysieke leefomgeving”, onderdeel van dit agendapunt. En dit zijn precies de zaken die faliekant mis zijn gegaan in het traject voor Fort Kudelstaart. Participatie bestond slechts uit minimale informatie achteraf, NA het maken van plannen. Van enige invloed of samenwerking was geen sprake. Op 3 juni 2020 hebben omwonenden van het fort nog geprobeerd om de participatie vlot te trekken middels een burgerinitiatief, om zo mee te mogen werken aan de vormgeving van het nieuwe bestemmingsplan. Maar daar mocht volgens de toenmalig wethouder absoluut geen sprake van zijn. De toenmalig D66 fractievoorzitter was toen wel van dit initiatief gecharmeerd. Het is dus goed nieuws dat het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving opnieuw wordt vorm gegeven. Maar laat het niet slechts bij een stuk papier blijven: Wat ook nodig is, is een andere mindset.

Te vaak wordt er gekeken wat het minimale niveau van participatie is om aan de regels te voldoen. Zo wordt de participatie “afgevinkt”. Het is beter, doeltreffender en menselijker om juist in te zetten op het maximaal haalbare niveau van participatie, in een zo vroeg mogelijk stadium. Dan worden de belangen van de inwoners gediend. En precies daarvoor bent u ooit de politiek in gegaan, en bent u door de inwoners gekozen. Ik hoop dat gemeentebestuur, gemeenteraad en ambtelijke ondersteuning vanaf nu meer op de inwoners durven te vertrouwen. Bewoners hebben namelijk het beste voor met hun leefomgeving. Gezien de jarenlange procedures met het Fort Kudelstaart zou het verstandig zijn ook hier alsnog het nieuwe participatiebeleid op toe te passen. Iedereen is tenslotte gebaat bij een succesvolle en passende invulling. Dank voor uw aandacht.

Emile Abbing

Vragen naar aanleiding van participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving. 1. Wanneer is participatie bindend in het traject? 2. Hoe worden de resultaten van een participatietraject gedeeld? 3. Hoe wordt de raad ingelicht?

FlorAalsmeer Dirk Biesheuvel.

{{signer1}} 05/09/2023 16:33:41 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 386a0233-a3b2-4021-a52e-a3d690d180c5 Auth: Scribble

MEMO RAAD

{{signer2}} 05/09/2023 14:55:36 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 386a0233-a3b2-4021-a52e-a3d690d180c5 Auth: Scribble

{{signer3}}

{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan

Betreft

leden raad Burgemeester en wethouders 5 september 2023 college, griffie, voorlichting

Beantwoording technische vragen inzake participatiebeleid fysieke leefomgeving Op 1 september 2023 heeft de fractie FlorAalsmeer technische vragen ingediend inzake het participatiebeleid Fysieke Leefomgeving. Onderstaand treft u de vragen aan met de beantwoording daaronder. 1. Wanneer is participatie bindend in het traject? Participatie is verplicht als dat is voorgeschreven in de wet en regelgeving. Vooral bij een bijzondere vergunningprocedure zal de initiatiefnemer zijn omgeving moeten consulteren en de lijst verplichte gevallen zoals in de bijlage is opgenomen. De uitkomsten van participatie zijn alleen bindend als het besluitvormend orgaan dat bepaalt. Het is immers een belangenafweging. Als het gaat om de opbrengsten van participatie worden deze door de initiatiefnemer meegenomen bij de ontwikkeling van het initiatief. Afhankelijk van het participatiedoel en de participatieruimte zullen de opbrengsten van participatie uiteindelijk in meer of mindere mate gerealiseerd kunnen worden. Het is een onderdeel van de gehele belangenafweging. 2. Hoe worden de resultaten van een participatietraject gedeeld? In het geval dat de gemeente initiatiefnemer is kunnen de participatieresultaten worden gedeeld aan de deelnemers door middel van de gemeentelijke website, het online participatieplatform, via mail of nieuwsbericht.

In het geval dat er sprake is van verplichte participatie voor een externe initiatiefnemer dan is deze volgens het beleid verplicht om hier een participatieverslag van te overleggen aan de gemeente. In geval van een vergunningtraject zal dat verslag onderdeel vormen van de besluitvorming van het college. 3. Hoe wordt de raad ingelicht? In het geval dat de gemeente initiatiefnemer is en de raad het besluitvormend orgaan is, worden de participatieresultaten meegenomen in de stukken die voor besluitvorming naar de raad gaan. Als er sprake is van een externe initiatiefnemer en het college het besluitvormend orgaan is, worden de participatieresultaten meegenomen in de besluitstukken voor het college. Indien de raad het besluitvormende orgaan is dan worden de participatieresultaten meegenomen in de besluitstukken voor de raad.

[.docx]

Pagina

2 van 2

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga mr. G.E. Oude Kotte Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie Onderwerp Westeinderscheg Portefeuillehouder Sven Spaargaren Toelichting:

1. Doel: Doel van het overleg is raadsleden te informeren over de stand van zaken Westeinderscheg 2. Introductie: In februari van dit jaar heeft de stuurgroep Westeinderscheg het werkdocument Westeinderscheg vastgesteld. Op basis van dit werkdocument wordt nu toegewerkt naar een uitvoeringsprogramma. Hier heeft de raad onlangs geld voor vrijgemaakt. In de presentatie wordt aan gegeven: - Het belang van de Westeinderscheg - Wat hebben we gedaan - Wat gaan we doen ? Naar verwachting zal in oktober van dit jaar de stuurgroep Westeinderscheg weer bij elkaar komen. 3. Spreker(s): Titia Witte, beleidsadviseur ruimte 4. Bijlage(n): -

Presentatie Westeinderscheg Werkprogramma Westeinderscheg

Let op: een presentatie in de commissie bestaat uit maximaal 10 minuten presentatietijd. Daarna is er 20 minuten gelegenheid om vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Westeinderscheg 5 sept 2023

Inleiding • Wat is de Westeinderscheg ? • Wat zijn de kansen voor Aalsmeer ? • Wat hebben we gedaan ? • Wat gaan we nader onderzoeken ? • Vragen

Wat is de Westeinderscheg ? Een samenwerking van Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Uithoorn, Haarlemmermeer, Rijnland en Provincie Noord-Holland in het gebied tussen IJ en Westeinderplassen om (in) dit gebied:

• Leefbaar en beleefbaar te maken • (Verbindings) groen en recreatief landschap te realiseren • Recreatieve voorzieningen en verbindingen te realiseren • Recreatieve bereikbaarheid vergroten

Wat is de aanleiding ? • verstedelijking

• toenemende recreatieve druk • versnipperd landschap • opgaven in landelijk gebied: transformatie tuinbouw, klimaatadaptatie, biodiversiteit

Wat zijn de kansen voor Aalsmeer ?

• realiseren groen /recreatieve verbindingen

• realiseren groen/recreatieve transformaties oude glastuinbouw

Wat zijn de kansen voor Aalsmeer ? Uitvoering geven aan: • Structuurvisie Uiterweg • Centrumvisie Aalsmeer • Visie Bovenlanden Oosteinderweg • Visie Tussen de Linten • Agenda economie, recreatie en toerisme • Plan Villagedressing • Straks: visie Schinkelpolder

Wat hebben we gedaan ? Dec 2021 Mei-sept 2022 Febr 2023

convenant en handelingsperspectief gebiedstafels werkprogramma vastgesteld door stuurgroep en convenantsperiode verlengd tot medio 2024

Wat hebben we gedaan ? Subsidieregeling Westeinderscheg (laaghangend fruit) Eerste ronde: 3 Aalsmeerse projecten gehonoreerd (trailerhelling, project Bovenlanden en natuurvriendelijke oever bij Fort) Tweede ronde: 6 aangevraagd door Stichting Bovenlanden (natuurprojecten en natuur/recreatieve projecten) 1 door Aalsmeer en Haarlemmermeer (pontverbinding ) 2 door SAWP (bebording en boodschappensteiger Rijssenhout)

Wat gaan we nader onderzoeken ? • voor de prioritaire acties uit het Werkprogramma eind dit jaar/medio 2024 de globale investeringen in beeld brengen • die we vanaf medio 2024 op verschillende lobbymomenten kunnen benutten

Wat gaan we nader onderzoeken ? • Pontverbindingen (w.o. Pontweg) • in beeld brengen transformatiemogelijkheden tuinbouw en benodigde gelden voor natuurontwikkeling en beheer • kwaliteitsslag buitenruimte Oosteinderweg • kwaliteitsslag Stommeer: vergroening en geluidsisolatie

Wat gaan we nader onderzoeken? • kwaliteitsslag buitenruimte centrum Aalsmeer: Raadhuisplein en Praamplein • Drechtdoorsteek • herontwikkeling Blauwe Beugel en verbindingen Rijsenhout-Park 21 • groen/blauwe structuur Schinkelpolder

Proces

• September/oktober 2023 • Medio 2024

Stuurgroep Westeinderscheg Uitvoeringsovereenkomst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=e06e96a0-6ded-4a7d-a075-a4092e04c586