CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 5 september 2023, gemeente aalsmeer16.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - 1a.Commissie Ruimte Beeldvormend van 5 september 2023 0.1 1 2 3 4 5

6

7

8

Afsprakenlijst gecombineerde beeldvormende commissie Ruimte en Maatschappij en Bestuur van 5 september 2023 AFSPRAKENLIJST Beeldvormende Commissie Ruimte 05-09-2023 Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Vaststelling van de agenda Agenda gecomb. beeldvormende commissie R en M&B 05-09-2023_1 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Presentatie projecten De presentatie wordt eind augustus 2023 toegevoegd aan de vergaderstukken. Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert De actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten worden toegelicht. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. 10 minuten presentatie 3. 20 minuten voor vragen van de commissieleden Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie_MK 20230905_presentatie projecten aalsmeer raad_DEF Presentatie Woonagenda Portefeuillehouder: W. Kikkert De ontwikkelingen in het nationaal en provinciaal woonbeleid en de route naar een nieuwe woonagenda worden toegelicht. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. 10 minuten presentatie 3. 20 minuten voor vragen van de commissieleden Oplegnotitie Presentatie over de nieuwe woningwetten - Beeldvormende Commissie Presentatie Woonagenda Aalsmeer September 2023 Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Portefeuillehouder: W.

Kikkert Doel van dit voorstel is om richting en spelregels vast te stellen voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen aan alle initiatiefnemers met daarin veel handvatten voor vormgeving en inrichting van de participatie. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20230704 B&W besluit inzake participatiebeleid fysiek domein raadsvoorstel participatiebeleid fysieke leefomgeving 29062023 ALS_Samen participeren_fysieke_leefomgeving_2022_v7 ALS_Samen participeren_Samenvatting_2023 Inspraakreactie Participatiebeleid 20230831 inspraak participatie dhr Abbing 20230901 Vragen naar aanleiding van participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving 20230905 MEMO 39 beantwoording technische vragen fractie FlorAalsmeer inzake participatiebeleid fysieke leefomgeving def 20230905 Inspreekreactie dhr G Zelen Presentatie Westeinderscheg Portefeuillehouder: S.A.S Spaargaren Het belang van de Westeinderscheg en de gedane en toekomstige acties worden toegelicht.

Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak 10 minuten presentatie 20 minuten voor vragen van de commissieleden 20230721 Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie 5 sept 2023 20230829 Westeinderscheg raad 5 september 2023 definitief

10

11 12

Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Doel van dit voorstel is om kaders met betrekking tot waardering en afschrijving op één plek vast te leggen in plaats van deels in andere documenten. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20230612 B&W besluit inzake nota vaste activa 2023 gemeente Aalsmeer Raadsvoorstel Nota vaste activa 2023 gemeente Aalsmeer Nota activabeleid Aalsmeer 2023 v3105 Luchtvaartzaken Er zijn geen onderwerpen aangemeld voor dit agendapunt; het agendapunt komt derhalve te vervallen. Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Actuele onderwerpen ter bespreking 48 uur vooraf aanmelden bij de griffie. Reguliere voorstellen ter besluitvorming worden afzonderlijk via de agendacommissie geagendeerd. Regionale Samenwerking Sluiting

AFSPRAKENLIJST GECOMBINEERDE BEELDVORMENDE COMMISSIE RUIMTE EN MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 5 SEPTEMBER 2023 BEELDVORMENDE COMMISSIE R Aanwezig: Voorzitter: de heer D.G. van der Zwaag Griffier: de heer O. van Kolck Leden: CDA: VVD: Absoluut Aalsmeer: D66: GroenLinks: PvdA: FlorAalsmeer:

de dames T. van der Meer en A.M. Harte-Fokker en de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema de dames M. Vleghaar en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester en E.P. Abbenhuës de dames C. van Hilst-Dekker, G. Holtrop en D.M. Prent Bouten en de heer W.T.J.M. Koster mevrouw M.J. Geisler en de heren S.J.R. de Vries en J. van der Tol mevrouw P. Lakerveld de heren J.H. Buisma en F.A. Nisters mevrouw J. Keessen en de heer D.J. Biesheuvel

Portefeuillehouders: de heren L.B. Kabout, W. Kikkert en S.A.S. Spaargaren Agenda punt 1.

Onderwerp Opening door de voorzitter, de heer D.G. van der Zwaag

Afspraak

2.

Vaststelling van de agenda

Voor agendapunt 10, Luchtvaartzaken, zijn geen onderwerpen aangedragen. Dit agendapunt komt derhalve te vervallen. De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld.

3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie vanuit het college.

4.

Mededelingen vanuit de fracties

Er zijn geen mededelingen vanuit de fracties.

5.

Presentatie Projecten Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert

De commissie vindt het onderwerp afdoende besproken.

Toezegging: De volgende vragen worden nog beantwoord: - Is er bij met de realisatie van appartementen in Polderzoom fase 1 afgeweken van eerder besluitvorming? - Is de bedrijfsbebouwing die gerealiseerd is achter de appartementen in Parkmeer in lijn met het bestemmingsplan? - Wat is de onderbouwing waarom de al eerder toegezegde oplossing van de parkeerproblematiek bij het project Zuiderkerk nog niet is opgelost? 6.

Presentatie Woonagenda Portefeuillehouder: W. Kikkert

De commissie vindt het onderwerp afdoende besproken.

7.

Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Portefeuillehouder: W. Kikkert

Door naar de raadsvergadering van 0510-2023 als behandelstuk

De heer Zelen heeft ingesproken, zijn inspreekreactie is rondgedeeld en wordt aan de vergaderstukken toegevoegd. Daarnaast zijn er twee schriftelijke inspreekreacties ontvangen van de heren Abbing en Kesting. Toezegging: - Er worden nog een paar typfouten in de visie gecorrigeerd.

8.

Presentatie Westeinderscheg Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

De commissie vindt het onderwerp afdoende besproken.

Toezegging: Wethouder Spaargaren zegt toe tijdens het woordvoerdersoverleg verbonden partijen regelmatig een stand van zaken over de Westeinderscheg te geven zodat de raadsfracties op de hoogte blijven. 9.

Nota vaste activa 2023 gemeente Aalsmeer Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

De auditcommissie heeft over deze nota een positief advies aan de raad gegeven. Door naar de raadsvergadering van 0510-2023 als akkoordstuk.

10.

Luchtvaartzaken

Er zijn geen onderwerpen aangemeld ter bespreking bij dit onderwerp. Het agendapunt is vervallen.

11.

Regionale samenwerking

De heer Koster attendeert op een bijeenkomst door de MRA in het Cobra Museum in Amstelveen inzake verkenningen in de regio.

12.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 22.30 uur

AGENDA VOOR DE GECOMBINEERDE VERGADERING VAN DE COMMISSIE RUIMTE EN MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op dinsdag 5 SEPTEMBER 2023, 20.00 uur BEELDVORMEND Fracties kunnen hun vragen indienen tot 12 uur op de vrijdag voor de vergadering. Het college beantwoordt de vragen op de dinsdag daarna. Het doel van een beeldvormende vergadering is dat alle deelnemers dezelfde informatie hebben over een voorstel.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Griffier: O. van Kolck

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen vanuit de fracties

5.

Presentatie projecten Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert De actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten worden toegelicht.

20.05

Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. 10 minuten presentatie 3. 20 minuten voor vragen van de commissieleden 20.35

6.

Presentatie Woonagenda Portefeuillehouder: W. Kikkert De ontwikkelingen in het nationaal en provinciaal woonbeleid en de route naar een nieuwe woonagenda worden toegelicht. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. 10 minuten presentatie 3. 20 minuten voor vragen van de commissieleden

21.05

7.

Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Portefeuillehouder: W. Kikkert Doel van dit voorstel is om richting en spelregels vast te stellen voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen aan alle initiatiefnemers met daarin veel handvatten voor vormgeving en inrichting van de participatie. Vergaderorde:

1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 21,45

8.

Presentatie Westeinderscheg Portefeuillehouder: S.A.S Spaargaren Het belang van de Westeinderscheg en de gedane en toekomstige acties worden toegelicht. Vergaderorde: 4. Gelegenheid voor inspraak 5. 10 minuten presentatie 6. 20 minuten voor vragen van de commissieleden

22.15

9.

Nota vaste activa 2023 gemeente Aalsmeer Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Doel van dit voorstel is om kaders met betrekking tot waardering en afschrijving op één plek vast te leggen in plaats van deels in andere documenten. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.45

10.

Luchtvaartzaken Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Actuele onderwerpen ter bespreking 48 uur vooraf aanmelden bij de griffie. Reguliere voorstellen ter besluitvorming worden afzonderlijk via de agendacommissie geagendeerd.

22.55

11.

Regionale samenwerking

23.00

12.

Sluiting

Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie Onderwerp

Presentatie ruimtelijke projecten

Portefeuillehouder

B. Kabout en W. Kikkert

Toelichting:

Graag nemen wij u mee in de actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten in Aalsmeer. We lichten de voortgang en eventuele wijzigingen toe naar aanleiding van het vorige gesprek over dit onderwerp met in januari 2023. Vanzelfsprekend kijken we ook vooruit naar zaken en besluiten die deze periode aan de orde zullen komen. Spreker: Marjan Klein (ambtelijk opdrachtgever ruimtelijke projecten) Bijlage: Projectenpresentatie (ppt bestand)

Ruimtelijke woningbouwprojecten

Stedelijke Ontwikkeling 5 september 2023

Inhoud • Stand van zaken woningbouw • Opgeleverde projecten • Projecten in uitvoering • Projecten in ontwikkeling • Woningbouwoverzicht

2

Opgeleverde projecten

3

Opgeleverde projecten 1/2 • Hornmeer/VVA/Eigen Haard/ Frans de Bieslaan • 56 starterswoningen sociale huur • Financiële afsluiting

• Zuiderkerk • 55 senioren/zorgappartementen, waarvan 14 sociale huur, 16 middelduur laag en 25 dure huur • Afronding woonrijpmaken Q3 2023 • Financiële afsluiting

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

4

Opgeleverde projecten 2/2 • De Tuinen van Aalsmeer/ deelplan Spoorlaan Laurierhof • 44 sociale huur appartementen

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

5

Projecten in uitvoering

6

Hornmeer - Meervalstraat Actieve grondexploitatie Programma • 80 woningen, waarvan 12 grondgebonden sociale koop en 1 app sociale huur, 30 middelduur koop en 37 dure koop Gereed • Bestemmingsplan (onherroepelijk) • Definitieve gunning aan Thunnissen Q3 2021 • Grondverkoop overeenkomst en levering grond • Omgevingsvergunning( voor zowel grondgebonden woningen als appartementen) onherroepelijk Nog te gaan • Q3 2023 bouwrijp maken • Q4 2023 start bouw Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 • Q1 2025 woonrijp maken

7

Hornmeer - Roerdomplaan Actieve grondexploitatie Programma 61 huurappartementen, waarvan 30 sociale, 18

middeldure (zorg )huurwoningen, 13 dure (zorg)huurwoningen met zorgplint, 1e lijnzorg.

Ontwikkelaar heeft inspanningsverplichting vullen zorgplint. Gereed • Bestemmingsplan (onherroepelijk) • Publicatie grondlevering (Didamarrest) Overeenkomst grondverkoop Q4 2021 • Omgevingsvergunning (onherroepelijk) Nog te gaan • Q2/3 2023 bouwrijp maken • Q4 2023 start bouw Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

8

Nieuw Calslagen Facilitair project In bijzonder (cultuur historisch) (kwetsbaar) gebied Programma • Totaal 15 dure koopwoningen Gereed • 11 woningen inmiddels gerealiseerd • Omgevingsvergunningen alle 15 woningen verleend Nog te gaan • Oplevering laatste 4 woningen medio 2023

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

9

Parkmeer Facilitair project Programma 8 zelfbouwkavels (dure koop), 17 middeldure koopappartementen(9 laag en 8 hoog) en 30.000 m2 bedrijventerrein Gereed • Bestemmingsplan onherroepelijk • Vergunning voor bedrijfsunits verleend • Start bouw bedrijfsunits • Zelfbouwkavels verkocht • Anterieure overeenkomst appartementen • Omgevingsvergunning appartementen • Bouw appartementen gestart • Oplevering bedrijfsunits gestart Nog te gaan • Oplevering appartementen eind 2023 • Realisatie laatste zelfbouwwoningen Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

10

Projecten in ontwikkeling

11

Bilderdammerweg 6-30 (Eigen Haard) Facilitair project (Eigen Haard) Grond eigendom van gemeente (erfpacht). Programma Sloop van 12 sociale huurwoningen en realiseren nieuw programma (sociaal en middelduur)

C

O

N

C

E

P

T

Nog te gaan • Uitwerken grondexploitatie (haalbaarheid) • Onderzoeken meekoppelkans ontsluiting achtergelegen perceel • Intentieovereenkomst Q4 2023 • Sloop woningen Q4 2023 • Gronduitgifteovereenkomst Q1 2024 • Planontwikkeling 2024

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

12

Green Park – deelgebied 2 woningbouw Actieve grondexploitatie Programma • 24 appartementen (middelduur) • 7 grond gebonden woningen (vrije sector) Gereed • Ontwerp bestemmingsplan, ter visie 3e kwartaal 2023 Nog te gaan • Bestemmingsplan deelgebied 2-Oost: 4e kwartaal 2023 • Start bouw appartementen 2024 • Start bouw woningen na 2026

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

13

Oosteindedriehoek Facilitair project met deels actieve strategie Programma Divers woonprogramma (1.600 woningen) in 4 fasen: • Startnotitie vastgesteld oktober 2021 • AOK op 21 december 2022 gesloten • Fase 1 (met consortium): 852 woningen, waarvan 214

•

• • •

sociaal, 257 midden en 381 dure woningen. Nu conform woonagenda 2020. Onderzoek naar optimalisatie/toevoegen goedkope woningen loopt. Notitie aan de raad Q2 2023. Vervolg herziening parkeernota (komend jaar). Grondstrategie: WVG (gevestigd in 2022) Aankoopbesluit i.k.v. WVG: besluit college voor 2 percelen Q2 2023. Nu in onderhandeling met grondeigenaren. Openen Grex: Q4 2023 Bestemmingsplan fase 1: in procedure. Vaststelling 13 juli 23, beroep ingediend bij RvS. Stedenbouwkundig plan fase 1 gereed. Raad geïnformeerd Q4 2022. Verkeer: Rotonde Legmeerdijk: afstemming met provincie Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022gestart 14

Ophelialaan 230/Thijselaan 2 (De Hoeksteen) Actieve grondexploitatie (eigen grond) Programma 22 woningen ggb koop, waarvan 7 sociaal (6 huur en 1 koop), 9 middelduur en 6 duur. Gereed • Startnotitie vastgesteld op 16 maart 2023. Ontwerp bestemmingsplan ter inzage tot 21 juli 2023 • Input omwonenden Nog te gaan • Vaststelling bestemmingsplan Q4 2023 • Gronduitgifte middels tender in 2024 (incl. 6 sociale huurwoningen) • Omgevingsvergunning in 2025 • Start bouw vanaf 2025

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

15

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom

en Parkmeer (groen)

• •

In 2010 (globaal) bestemmingsplan Stommeerkade-Oost voor hele plangebied vastgesteld Vervolgens deelgebieden Polderzoom 1, Polderzoom2 en Parkmeer uitgewerkt, startnoties vastgesteld en gedetailleerde bestemmingsplannen opgesteld 16

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom 1e fase Actieve grondexploitatie Programma 128 woningen, waarvan 51 app sociale huur, 37 grondgebonden sociale koop, 16 app middeldure huur en 24 grondgebonden middelduur koop Gereed • Zuid en Noord (We Build Homes) • Overeenkomst grondverkoop Q1 2023 Nog te gaan • Noordwest (16 middeldure koop appartementen) • Aanvraag omgevingsvergunning Q3 /Q4 2023 • Start bouw Q2 2024

17

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom 2e fase Facilitair en actief Programma Totaal 121 woningen, waarvan 55 middelduur en 66 duur. 89 grondgebonden woningen, 8 benedenboven woningen en 24 appartementen Gereed • Exploitatieplan en bestemmingsplan onherroepelijk (2019) • Facilitair (fase I en II): 79 van de 84 woningen gerealiseerd Nog te gaan • Facilitair nog 5 ggb dure woningen te realiseren (particulier grondeigendom -> zelfbouw) • Actief (fase III, 24 appartementen (middelduur laag koop) en 13 dure grondgebonden woningen) nog geen overeenkomst met medegrondeigenaar. Streven is om minnelijk te verwerven. • Actualisatie Exploitatieplan Q4 2023 Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

18

De Tuinen van Aalsmeer Zwarteweg Deels actieve grondexploitatie, deels facilitair Programma • 136 appartementen, waarvan 15 sociale koop, 30 middeldure koop, 56 middeldure huur, 19 app dure huur en 16 app dure koop • 20 laagbouwwoningen (2^1-kap) dure koop Gereed • Bodemsanering • Ontwerp bestemmingsplan • Ontwerp exploitatieplan Nog te gaan • Grondverkoop / ontwikkelovereenkomst • Vaststellen bestemmingsplan en exploitatieplan (Raad) eind 2023 / begin 2024

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

19

De Tuinen van Aalsmeer Ophelialaan Actieve grondexploitatie Programma 2 laagbouwwoningen (2^1-kap), dure koop Gereed • Participatie omwonenden n.a.v. raadsmotie -> aangepast programma (Raad geïnformeerd middels raadsbrief) Nog te gaan • Grondverkoop / ontwikkelovereenkomst • Planning iom ontwikkelaar

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

20

Westeinderhage Facilitair project Programma • 267 woningen, waarvan 66 sociale woningen (30 ggb en 36 app, verdeeld in 34 huur en 32 koop), 78 middeldure woningen (40 ggb en 38 app) en 123 ggb dure woningen (conform woonagenda 2020) Gereed • Q4 2019 Startnotitie vastgesteld door Raad • Q4 2021 Anterieure Overeenkomst getekend • Q4 2021 Ontwerp Bestemmingsplan ter visie • Q1 2023 Bestemmingsplan vastgesteld Nog te gaan • Behandelen beroep bestemmingsplan (ntb) • Aanvraag Omgevingsvergunning (ntb) Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 • Start bouw (ntb)

21

Woningbouwoverzicht en planning

Woningbouwoverzicht per 01/01/2023

Prijssegment *

(excl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Grondgebonden vs gestapeld *

(excl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Prijssegment *

(incl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 * Oosteindedriehoek fase 2&3 (in totaal 747 woningen) is een ‘hard’ plan, maar de verdeling in grondgebonden vs gestapeld en huur vs koop ligt nog niet vast.

23

Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie Onderwerp

De nieuwe woningwetten – recente ontwikkelingen in het woonbeleid

Portefeuillehouder

Willem Kikkert

Toelichting:

Aalsmeer gaat werken aan een nieuwe woonagenda. Het is daarom belangrijk om de raad informeren over het gereedschap dat er tot onze beschikking is om te sturen op de woningmarkt. Op deze manier kunnen ze de nieuwe woonagenda met een scherper oog bekijken, en goed geïnformeerd bijsturen als zij dat nodig vinden. De presentatie zal dus gaan over nieuwe ontwikkelingen in het nationaal en provinciaal woonbeleid. Het zal uitleg bevatten over zowel de wetten die al zijn aangenomen, als wetten die in voorbereiding waren en waarschijnlijk later dit jaar, met een nieuw kabinet, weer opgepakt gaan worden. Ook zal er kort ingegaan worden op het traject dat zal leiden tot een nieuwe woonagenda. Deze presentatie zal gegeven worden door Willem Pije, beleidsadviseur wonen van de gemeente Aalsmeer en Amstelveen. Er zal een PowerPoint aangeleverd worden voor de presentatie.

Op weg naar een nieuwe Woonagenda voor Aalsmeer 5 september 2023

Beleidscontext

Nationale Bouw- en Woonagenda

Op weg naar een nieuwe Woonagenda 5 september: meenemen raad in nationale beleidscontext

Oktober/november: ophalen uitgangspunten woonagenda bij raad

Januari 2024: eerste conceptversie woonagenda & consultatie raad, maatschappelijke partners en burgers

Maart 2024: raadsdebat & vaststelling nieuwe woonagenda

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

04 juli 2023

Afdeling

wethouder W. Kikkert

Communicatie

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen) Voor de vergadering van raad d.d.

5 oktober 2023

Sharon Snoek 06-49885899 s.snoek@amstelveen.nl

Ruimte 5 en 19 september 2023 en

Behandelen in de raadscommissie op

Onderwerp

Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Gevraagd besluit

1. 2.

Vaststellen van de nota ‘Samen participeren in de Fysieke leefomgeving”; Vaststellen van de in deze nota opgenomen ‘Lijst gevallen verplichte participatie’ in de bijlage.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

Met het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving willen we als gemeente richting en spelre gels meegeven voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen aan alle initiatiefnemers met daarin veel handvatten voor de vormgeving en inrichting van de participatie. Dit participatiebeleid gaat gelden voor alle nieuwe initiatieven na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

Vaststellen van participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

5.1 Ruimtelijke ontwikkeling, projecten en grondexploitaties Aanleiding

De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat voor de deur. Deze wet stelt participatie nadrukkelijk op de voorgrond. Met het aannemen van de motie Nooren worden gemeenten verplicht van tevoren na te denken over de wijze waarop zij participatie willen uitvoeren en dat in beleid vast te leggen en te publiceren. Dit participatiebeleid geeft richting aan de motivering van participatie bij alle kerninstrumenten van de Omgevingswet. Dit participatiebeleid is dus richtinggevend voor de invulling van de aan-vraagvereiste bij een omgevingsvergunning als ook de motiveringsplicht bij een omgevingsvisie, -plan of – programma. Argumenten

Het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving zal samen met de nog te ontwikkelen participatie nota en de nog aan te passen Algemene inspraak en participatieverordening één van de bouwstenen vormen voor de Aalsmeerse participatie. Participatie kan bijdragen aan de legitimiteit en representativiteit van de besluitvorming. Voor deelnemers geeft participatie invulling aan hun democratisch recht om mee te denken over

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

veranderingen in hun eigen leefomgeving. Het betrekt hen vroegtijdig bij de ontwikkelingen in hun leefomgeving en geeft ze de mogelijkheid om zich actief in te zetten voor persoonlijke belangen. Hoewel participatie onder de Omgevingswet in het algemeen vormvrij is voor bedrijven, instellingen en inwoners, is het gemeentelijke participatiebeleid wél bindend voor het handelen van het vaststellend bestuursorgaan, de eigen gemeente. Wij zullen als gemeente daarom na vaststelling van het beleid intensief inzetten op opleiding en training waarbij met name er veel actieve werkvormen zullen worden toegepast. Verloop

Om het beleid vorm te geven zijn in 2021 en 2022 verschillende groepen betrokken bij de totstandkoming van dit beleid: bestuurders en medewerkers van de gemeente, raadsleden, bewoners, ontwikkelaars, participatiegroepen en woningcorporaties. In mei 2021 is er een ontwerpgroep gevormd van betrokken medewerkers van de AAorganisatie en extern bureau NCOD dat is gespecialiseerd in de Omgevingswet. Net voor de zomer van 2021 interviewde de projectgroep de wethouders Participatie en Ruimtelijke Ordening in Aalsmeer over hun visie, ervaringen en opvattingen rondom participatie in het ruimtelijke domein. Daarna sprak ze verschillende medewerkers binnen de gemeente die werken rondom ruimtelijke projecten. In oktober 2021 was een sessie met de gemeenteraad van Aalsmeer. Aan de hand van stellingen konden raadsleden hun visie over participatie delen. Aan de hand van alle input uit de interviews en de sessie met raadsleden stelde de ontwerpgroep concrete uitgangspunten, procedures en processtappen op en schreef een concept beleid. Deze ontwerpgroep diende daarnaast als vast aanspreekpunt tijdens het gehele ontwikkeltraject. Het conceptbeleid werd vervolgens door middel van een werksessie met een participatie case besproken met externen op 21 februari 2023.

Tot slot is heeft ook een zelfde werksessie plaatsgevonden met raadsleden op 6 juni 2023, waarna het beleid werd aangepast aan de hand de feedback die in deze sessies is gegeven. Kanttekeningen

•

• •

Participatie is bij elk project anders. Dit maakt dat er telkens een op-maat participatie traject zal moeten worden ontwikkeld. Door middel van “best practices” wordt geleerd en gedeeld wat in vergelijkbare trajecten goed werkt en wat niet. Een jaar na de ingangsdatum van de Omgevingswet zal evaluatie plaatsvinden over het participatiebeleid. Participatie leidt tot grotere betrokkenheid van inwoners, bedrijven en instellingen bij initiatieven. Deze betrokkenheid kan leiden tot draagvlak voor diezelfde initiatieven, maar dat hoeft niet. Draagvlak is geen doelstelling van participatie. De grondhouding van participatie is wel dat de initiatiefnemer probeert de inbreng zoveel mogelijk mee te nemen. Participatie neemt weerstand echter niet altijd weg. Het is daarom belangrijk om van te voren aan te geven wat er met de inbreng van deelnemers wordt gedaan en te vertellen wat deelnemers kunnen verwachten. Zo kan teleurstelling worden voorkomen. Een kwalitatief participatietraject draagt hier aan bij en zo loopt een initiatiefnemer ook minder risico op vertraging van de aanvraag door bijvoorbeeld zienswijzen of bezwaren vanuit belanghebbenden.

Financiën

N.v.t. Communicatie

Extern: Op de website zal het beleid te vinden zijn en op termijn ook de ‘best practices’.

Pagina

3 van 3

Naar aanleiding van inbreng tijdens de participatiewerkplaats met diverse stakeholders is een samenvatting geschreven van het participatiebeleid dat voor een iedere geïnteresseerde een beknopt overzicht geeft en ook na vaststelling van het beleid op de website gepubliceerd zal worden. Intern: Op Atlas zullen wij na vaststelling van het beleid collega’s informeren over het nieuwe beleid en de opleiding en training die dan te volgen zijn. Procedure

Na vaststelling van het beleid zal het worden bekend gemaakt op de wettelijk voorgeschreven wijze. Het treedt in werking op het moment dat ook de Omgevingswet in werking treedt. Bijlagen

o o

Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving Samenvatting participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

1. 2.

Vaststellen van de nota ‘Samen participeren in de Fysieke leefomgeving”; Vaststellen van de in deze nota opgenomen ‘Lijst gevallen verplichte participatie’ in de bijlage.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 oktober 2023. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

SAMEN PARTICIPEREN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Participatiebeleid Aalsmeer

Inhoudsopgave 1

Voorwoord

3

2

Hoe kwam het participatiebeleid tot stand?

4

3

Aanleiding 3.1 Participeren in de fysieke leefomgeving 3.2 Participatie onder de Omgevingswet 3.2.1 Wettelijke verankering participatie 3.3 Doel van het vaststellen van participatiebeleid

5 5 5 7 8

4

Participatiebeginselen in Aalsmeer 4.1 Beginselen van participatie 4.2 Waarde van participatie 4.3 Participatie in relatie tot een evenwichtige belangenafweging 4.4 Gevallen waarin participatie verplicht is 4.4.1 Omgevingsvisie, -plan, -programma 4.4.2 Omgevingsvergunning 4.4.3 Werkwijze voor activiteiten met verplichte participatie 4.5 Participatietoets

9 9 9 10 10 10 11 12 12

5

Participatieplan 5.1 Participatiewaaier als basis voor het participatieplan Stap 1: Verantwoordelijkheid Stap 2: Analyse Stap 3: Doelen Stap 4: Randvoorwaarden Stap 5: In kaart brengen Stap 6: Participatiestappenplan Stap 7: Evaluatie

14 14 15 15 19 19 19 20 22

6

Bijlagen 6.1 Lijst gevallen verplichte participatie 6.2 Participatiemethoden 6.3 Format stakeholderanalyse 6.4 Format Impactanalyse 6.5 Format gespreksverslag 6.6 Format participatieverslag 6.7 Participatie en de omgevingstafel 6.8 Checklist participatie voorstellen ruimtelijke projecten

23 23 24 25 26 27 28 29 29

2

Voorwoord Voor u ligt het participatiebeleid voor de Gemeente Aalsmeer. In dit beleid staan spelregels en handvatten voor participatie. Het beleid is bedoeld voor alle initiatiefnemers die een plan hebben voor de fysieke leefomgeving. Dat kunnen inwoners of ontwikkelaars zijn, maar ook de gemeente zelf. Aalsmeerders tonen zich altijd al betrokken bij hun leefomgeving en willen dat er eerder naar hen wordt geluisterd. En dat zij in de gelegenheid worden gesteld om zorgen, wensen of ideeën te uiten. Die ontwikkeling vraagt om een dienstverlening en bestuursstijl waarbij we als gemeente meer in verbinding staan met inwoners. We geven de gemeente een gezicht en streven naar participatie op maat, waarbij we inwoners zo vroeg mogelijk een stem geven en naar hen luisteren. Daarnaast hebben we aandacht voor de ‘stille’ meerderheid. Wij vinden het als gemeente belangrijk om de omgeving zo vroeg mogelijk te betrekken bij ontwikkelingen en vragen dat ook van andere initiatiefnemers. Zo kunnen we ervaringen, ideeën en belangen van verschillende belanghebbenden eerder in beeld brengen. Daarmee worden plannen verrijkt en komen we samen tot een betere besluitvorming. Een participatiebeleid met spelregels en handvatten voor alle initiatiefnemers helpt daarbij. Willem Kikkert

3

Hoe kwam het participatiebeleid tot stand? Om het beleid vorm te geven zijn in 2021 en 2022 verschillende groepen betrokken bij de totstandkoming van dit beleid: bestuurders en medewerkers van de gemeente, raadsleden, bewoners, ontwikkelaars, participatiegroepen en woningcorporaties. In mei 2021 is er een ontwerpgroep in gevormd van betrokken medewerkers van de gemeente Aalsmeer en extern bureau NCOD dat is gespecialiseerd in de Omgevingswet. Net voor de zomer van 2021 interviewde de projectgroep de wethouders Participatie en Ruimtelijke Ordening in Aalsmeer over hun visie, ervaringen en opvattingen rondom participatie in het ruimtelijke domein. Daarna sprak ze verschillende medewerkers binnen de gemeente die werken rondom ruimtelijke projecten. In oktober 2021 was een sessie met de gemeenteraad van Aalsmeer. Aan de hand van stellingen konden raadsleden hun visie over participatie delen.

Aan de hand van alle input uit de interviews en de sessie met raadsleden stelde de ontwerpgroep concrete uitgangspunten, procedures en processtappen op en schreef een concept beleid. Deze ontwerpgroep diende daarnaast als vast aanspreekpunt tijdens het gehele ontwikkeltraject. Het conceptbeleid werd voorgelegd aan een bredere selectie medewerkers binnen de gemeente, externe stakeholders en raadsleden, waarna het beleid werd aangepast aan de hand van hun feedback.

4

3

Aanleiding

3.1 Participeren in de fysieke leefomgeving De verhouding tussen overheid en samenleving verandert. Inwoners, ondernemers en organisaties worden mondiger en willen invloed hebben op en een bijdrage leveren aan de kwaliteit van hun fysieke of sociale leefomgeving. Daarnaast verandert ook onze leefomgeving, bijvoorbeeld door de bouw van duurzame woningen, de komst van integrale woonzorgcentra of door de inrichting van een stuk land als speeltuin. Of het nu gaat om nieuwe plannen van de overheid, een ondernemer of van inwoners: het wordt steeds belangrijker om vroeg met elkaar in gesprek te gaan. Zowel voor de gemeente als de samenleving heeft participatie een toegevoegde waarde. Voor de overheid draagt participatie onder andere bij aan de legitimiteit en representativiteit van de besluitvorming. Maar ook aan de verkleining van de kloof tussen politiek en inwoners. Voor deelnemers geeft participatie invulling aan hun democratisch recht om mee te denken over veranderingen in hun eigen leefomgeving. Het betrekt hen vroegtijdig bij de ontwikkelingen in hun leefomgeving en geeft ze de mogelijkheid om zich actief in te zetten voor persoonlijk belangen.

3.2 Participatie onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. De wet heeft ten doel de ordening van de gemeenschappelijke leefomgeving op een nieuwe wijze vorm te geven. Dit participatiebeleid geldt voor nieuwe initiatieven onder de Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024). De Omgevingswet is gestoeld op vier verbeterdoelen1:

1 Bron: https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-Omgevingswet/uitgangspunten-doelen-Omgevingswet/

5

Verbeterdoelen van de Omgevingswet 1. Inzichtelijk omgevingsrecht: Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Hierdoor kan de wetgever de regels duidelijker en overzichtelijker opschrijven, en later ook verder versimpelen.

innovatief en vertrouwen zijn daarbij de kernwoorden. Voor vergunningen gaat vaker dan voorheen de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken, waardoor initiatiefnemers sneller weten waar ze aan toe zijn.

2. Leefomgeving centraal: De samenhang van de fysieke leefomgeving staat centraal in het beleid. De Omgevingswet zet in op een evenwichtige toebedeling van functies voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het samenspel tussen bebouwing, infrastructuur, milieu, natuur en erfgoed.

De integrale, domein overstijgende benadering uit de Omgevingswet gaat hand in hand met de grotere rol van participatie binnen de Omgevingswet. De Omgevingswet verstaat onder participatie: ‘Het in een vroegtijdig stadium betrekken van bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’.

3. Ruimte voor lokaal maatwerk: De Omgevingswet biedt lokale overheden meer afwegingsruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De Wet beoogt een versterking van de positie van decentrale overheden, volgens het principe: ‘Decentraal, tenzij’. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om zelf regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is.

Het adequaat vormgeven van participatie is een essentieel onderdeel van de Omgevingswet. Het is belangrijk voor de inwoners en initiatiefnemers om inzicht te hebben in de eisen die door lokale overheden worden gesteld aan participatie. Daartoe is ook de motie Nooren aangenomen2 . Deze motie verzoekt overheden een participatiebeleid op stellen waarin vorm wordt gegeven aan participatie en de lokale eisen met betrekking tot participatie die daarbij gelden.

4. Snellere en meer integrale besluitvorming: Besluit­ Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en meer integraal. Dat vergt een samenhangende werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, flexibel, uitnodigend,

2 Motie Nooren, zie https://www.eerstekamer.nl/motiedossier/34986_aa_was_letter_x_gewijzigde

6

3.2.1 Wettelijke verankering participatie De Omgevingswet legt vast wanneer participatie moet plaatsvinden, maar de initiatiefnemer3 mag zelf bepalen hoe hij/zij participatie organiseert. De Omgevingswet stelt voor de volgende instrumenten eisen aan participatie: 1. omgevingsvergunning 2. omgevingsvisie en omgevingsprogramma 3. omgevingsplan Deze eisen bestaan mogelijkerwijs uit een motiveringsplicht, een kennisgevingsplicht en/of een aanvraagvereiste. Onderstaande tabel licht toe welke eisen voor welk instrument gelden:

Type vereiste Omgevingswet

Wat moet er (wettelijk) gebeuren?

Type instrument

Verantwoordelijke?

Participatie verplicht?

Motiveringsplicht participatie

De gemeente beschrijft hoe belanghebbenden zijn betrokken bij de voorbereiding van het besluit. De gemeente beschrijft wat de resultaten daarvan zijn.

Omgevingsvisie Omgevingsprogramma Omgevingsplan

Gemeente

Ja

Kennisgeving participatie

De gemeente beschrijft wie worden betrokken, waarover en wanneer. De gemeente beschrijft haar eigen rol en die van de initiatiefnemer. De gemeente beschrijft waar meer informatie beschikbaar komt.

Omgevingsplan

Gemeente

Ja

Aanvraagvereiste bij een omgevingsvergunning in gevallen waarin participatie niet verplicht is gesteld

De initiatiefnemer geeft aan of er belanghebbenden zijn geïnformeerd of betrokken. Bij een instemmend antwoord, beschrijft de aanvrager hoe dit is gedaan en wat er met het resultaat is gedaan.

Omgevingsvergunning voor binnenplanse of buitenplanse omgevings­ planactiviteit

Initiatiefnemer

Aanvraagvereiste bij een omgevingsvergunning in gevallen waarin participatie verplicht is gesteld

De initiatiefnemer doorloopt een verplicht, maar zelf ontworpen participatieproces. De aanvrager beschrijft hoe belanghebbenden zijn betrokken en wat met de resultaten is gedaan.

Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor de raad heeft bepaald dat partici­ patie verplicht is.

Initiatiefnemer

Nee

Ja

Belangrijk om te benoemen is het feit dat participatie onder de Omgevingswet geen vervanging van de huidige rechtsbescherming is. Dit betekent concreet dat naast het spoor van participatie ook de nu al bekende wettelijke sporen van zienswijzen, bezwaar en beroep blijven gelden. Door middel van deze formele procedures blijft ook onder de Omgevingswet rechtsbescherming gewaarborgd. Participatie kent voornamelijk in het voortraject een belangrijke rol.

3 Een inwoner, bedrijf of (overheids)instelling

7

3.3 Doel van het vaststellen van participatiebeleid

Hoewel participatie onder de Omgevingswet in het algemeen vormvrij is voor bedrijven, instellingen en inwoners, is het gemeentelijke participatiebeleid wél bindend voor het handelen van het vaststellend bestuursorgaan, de eigen gemeente.

De Omgevingswet biedt de gemeenten ruimte voor een eigen invulling van participatie. In dit participatiebeleid worden de richtinggevende kaders van participatie voor alle initiatiefnemers; inwoners, bedrijven, instellingen en de eigen gemeente, en alle instrumenten; omgevingsvisie, -plan, -programma, -vergunning, vastgesteld. De kaders in dit beleid zijn telkens op dezelfde uitgangspunten gebaseerd, maar afhankelijk van de impact en grootte van het project kunnen de kaders andere vormen van participatie vragen. Dit participatiebeleid beschrijft daarom de verschillende vormen van participatie die passen bij zowel kleine, zoals een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een oprit, én grote projecten, zoals het voor het eerst vaststellen van de omgevingsvisie.

De aangenomen motie Nooren stelt gemeenten verplicht van tevoren na te denken over de wijze waarop zij participatie willen uitvoeren en dit in beleid vast te leggen en te publiceren. Dit participatiebeleid vormt daarmee het kader voor de motivering van participatie bij alle hier­ boven genoemde kerninstrumenten van de Omgevingswet. Dit participatiebeleid is dus zowel een kaderstellend beleid voor de invulling van de aanvraagvereiste bij een omgevingsvergunning als ook de motiveringsplicht bij een omgevingsvisie, -plan of -programma. Met dit beleid zal dan ook de huidige participatie – en inspraak verordening vernieuwd moeten worden.

8

4

Participatiebeginselen in Aalsmeer

4.1 Beginselen van participatie

4.2 Waarde van participatie

Er bestaat geen kant-en-klaar recept voor participatie, omdat de keuzes bij het inrichten van participatie afhangen van een complexe samenhang van factoren, zoals onder andere de inhoud van het project, de fase waarin het verkeert, de (hoeveelheid) betrokken inwoners, bedrijven en instellingen, maar ook de mate van politieke en maatschappelijke aandacht. Deze factoren moeten per project worden afgewogen.

Bovenstaande uitgangspunten bieden zowel de gemeente als ook particuliere initiatiefnemers handvatten en kaders om participatie vorm te geven. Tegelijkertijd moet participatie geen doel op zich worden. Participatie is een middel om te komen tot betere initiatieven en zorgvuldige besluitvormingsprocessen. Het organiseren van participatie kost tijd en energie, maar indien er wordt gewerkt vanuit de hierboven vastgestelde beginselen kan het ook veel opleveren. Het organiseren van participatie heeft drie belangrijke (meer)waarden:  Een plan of initiatief sluit beter aan op de fysieke (en sociale) leefomgeving: • Door de inzet van participatie worden de diverse (lokale) belangen, wensen en ideeën inzichtelijk. De resultaten uit een participatietraject kunnen daarmee een initiatief of ontwikkeling verbeteren en zodoende beter laten aansluiten bij de gewenste leefomgeving.

In de onderstaande participatiebeginselen zijn de belangrijkste factoren en randvoorwaarden die bijdragen aan goede participatie samengebracht. Deze negen beginselen geven gezamenlijk richting en handvatten voor de uitvoering van participatie in onze gemeente: 1. Participatie is maatwerk; 2. Participatie vindt plaats in een zo vroeg mogelijk stadium; 3. De kaders, en ruimte voor participatie zijn voor­ afgaand aan een participatietraject helder voor alle betrokkenen; Dit betekent dat van te voren is afgebakend over welk onderwerp participatie mogelijk is. Gaat het bijvoorbeeld over het wel of niet bestemmen van een speeltuin of over de inrichting van een speeltuin op een aangewezen plek of over de grootte van de zandbak in de speeltuin; 4. Een participatietraject wordt breed en representatief opgezet, waar nodig worden specifieke doelgroepen actief uitgenodigd; 5. De vorm(en) van participatie sluit(en) aan bij de doelgroep(en); 6. De informatievoorziening omtrent participatietrajecten is voor alle betrokkenen goed toegankelijk; 7. Participatietrajecten kunnen uit meerdere fases bestaan, die elk een eigen doelstelling en vorm­ geving hebben; 8. Resultaten van een participatietraject worden altijd met de deelnemers gedeeld, inclusief de reactie daarop van initiatiefnemer en/of gemeente; 9. Evaluatie is een continue factor bij de uitvoering van participatie.

Tijdens en na een participatie­ traject leren wij van de aanpak, resultaten en ervaringen van een participatietraject.

 Snellere en betere besluitvorming: • Door belangen, standpunten en gemeenschappelijke waarden vroegtijdig in kaart te brengen wordt de kans vergroot dat een omgevingsvisie, -programma, -plan of -vergunning meer gedragen en wel­overwogen tot besluitvorming komt. Dit verkleint de kans op zienswijzen, klachten, WOO-verzoeken en bezwaar- of beroepsprocedures bij omgevingsvergunningen. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit geen doel op zich is. Sommige belangentegenstellingen blijven nu eenmaal bestaan, ook met een zorgvuldig participatietraject.  Betere verstandhouding tussen overheid en burger: • Door goede participatie, waarbij de belangen en meningen van burgers goed worden meegewogen en daarover open wordt gecommuniceerd, kan de relatie tussen overheid en burger worden versterkt, met onderling meer begrip en vertrouwen. Dat helpt bij toekomstige initiatieven en participatie-trajecten.

9

4.3 Participatie in relatie tot een evenwichtige belangenafweging

De omgevingsvisie is een samenhangend, strategisch plan over de fysieke leefomgeving van een gebied. In de om­gevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Deze keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. Het omgevings-programma bevat maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen.

De Omgevingswet biedt ruime kaders voor zowel gemeenten als initiatiefnemers om tot passende participatie te komen. Daarbij blijft de centrale doelstelling: voor een evenwichtigere verdeling van functies in de fysieke leefomgeving. Participatie maakt om die reden een onderdeel uit van het gehele kader van afwegingen die de gemeente laat meewegen.

Voor sommige initiatieven is een omgevingsvergunning nodig om het initiatief uit te mogen voeren. Deze initiatieven kunnen namelijk gevolgen hebben voor de leefomgeving4.

Participatie kan veel soorten belangen en/of inzichten toevoegen aan het besluitvormingsproces. Uiteindelijk vormt echter het gehele belangenkader de doorslag­ gevende factor. Het is belangrijk dat dit uitgangspunt duidelijk is voor alle deelnemers van het participatie­traject. Participatie kan leiden tot een grotere betrokkenheid van inwoners, bedrijven en instellingen bij initiatieven. Deze betrokkenheid kan ook leiden tot draagvlak voor diezelfde initiatieven, maar dat hoeft niet. Draagvlak is dan ook geen doelstelling van participatie. De grond­ houding van participatie is wel dat de initiatiefnemer probeert de inbreng zoveel mogelijk mee te nemen.

4.4.1 Omgevingsvisie, -plan, -programma In het geval van het omgevingsplan, -visie, -programma, waarvoor meestal de gemeente initiatiefnemer is, geldt dat een participatietraject moet worden vormgegeven op basis van de kaders uit dit participatiebeleid. Deze verplichting komt voort uit de motiveringsplicht die geldt voor het bevoegd gezag, de eigen gemeente. Deze motiveringsplicht houdt in dat de gemeente haar werkwijze en aanpak moet verantwoorden bij de vaststellen van de visie, het plan of het programma. Daarbij moet zij zich verantwoorden ten opzichte van de kaders en werkwijze zoals vastgesteld in dit participatiebeleid. Hierbij wordt ten minste vermeld: 1. Hoe partijen zijn benaderd; 2. Wie betrokken waren; 3. Hoe partijen hun inbreng hebben gegeven; 4. En wat met de inbreng is gedaan.

Participatie neemt weerstand echter niet altijd weg. Het is daarom belangrijk om van te voren aan te geven wat er met de inbreng van deelnemers wordt gedaan en te vertellen wat deelnemers kunnen verwachten. Zo kan teleurstelling worden voorkomen. Door een kwalitatief participatietraject op te zetten, loopt een initiatiefnemer wel minder risico op vertraging van de aanvraag door bijvoorbeeld zienswijzen of bezwaren vanuit belang­ hebbenden.

Zo zorgt deze motiveringsplicht voor een transparant en gelijkwaardig participatietraject voor alle partijen.

Als uit participatie bij een initiatief blijkt dat er weerstand jegens of onvoldoende draagvlak tegenover een initiatief bestaat, dan kan de gemeente wel in gesprek met de initiatiefnemer om hem/haar te stimuleren om een passende oplossing te zoeken.

Bij het omgevingsplan is naast een motiveringsplicht ook een kennisgevingsplicht van toepassing. Dit betekent dat de gemeente uiterlijk bij aanvang van de verkenning van het omgevingsplan burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen moet meedelen hoe zij worden betrokken binnen het participatietraject. In deze kennis­ geving dient de gemeente in ieder geval in te gaan op:

4.4 Gevallen waarin participatie verplicht is Zoals eerder benoemd, stelt de Omgevingswet in bepaalde gevallen participatie verplicht. Daarbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen de verschillende kerninstrumenten van de Omgevingswet. Enerzijds de omgevingsvisie, het omgevingsplan en -programma, en anderzijds de omgevingsvergunning. Hieronder wordt de participatieverplichting voor deze twee categorieën toegelicht.

1. 2. 3. 4.

Wie worden betrokken; Waarover zij worden betrokken; Wanneer zij worden betrokken; Wat de rol is van het bevoegd gezag (en een eventueel andere de initiatiefnemer) bij het betrekken van deze partijen; 5. Waar aanvullende informatie beschikbaar is.

4 Bron: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan-hoofdlijnen/omgevingsplan-hoofdlijnen/

10

Participatie in een vroeger stadium De Omgevingswet stelt gemeenten verplicht om te participeren bij het (opnieuw) vaststellen van verschillende kerninstrumenten. Echter, er kunnen gevallen zijn waar er bij het wijzigen van een omgevingsplan al in een eerder stadium geparticipeerd is, bijvoorbeeld ter voorbereiding van een start-/projectnotitie. Indien een omgevingsplanplanwijziging direct voortvloeit uit een dergelijke notitie heeft aanvullende participatie bij de planwijziging geen toegevoegde waarde. De resultaten van de eerder gevoerde participatie kunnen zodoende worden meegenomen in de motivatieplicht en de kennisgeving. Hiermee vervalt dan de participatievereiste uit dit beleid.

In Aalsmeer is er voor gekozen om de situaties van buitenplanse activiteiten waarvoor participatie verplicht is, gelijk te stellen aan de situaties waarin door het college verplicht advies aan de gemeenteraad moet worden gevraagd, alvorens de omgevingsvergunning te verlenen. Dit laatste is vastgelegd in de Beleidsregel van de gemeenteraad houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, vastgesteld op 28 oktober 2021 (hierna: besluit adviesrecht). Hoewel het vast­stellen van een omgevingsplan een bevoegdheid van de gemeenteraad is, is het college bevoegd te besluiten op omgevingsvergunningaanvragen, ook als deze in afwijking zijn van de kaders die het omgevingsplan stelt. Dit betekent dus dat het college na inwerkingt­reding van de Omgevingswet zonder tussenkomst van de gemeenteraad besluiten kan nemen om af te wijken van het omgevingsplan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De raad kan echter vooraf situaties aanwijzen waarbij een bindend advies wordt uitgebracht aan het college bij een buitenplanse omgevings­planactiviteit. In die gevallen mag het college niet zonder tussenkomst van de raad besluiten. Deze gevallen zijn opgenomen in het besluit adviesrecht5.

Het is hierbij nog wel goed te noemen dat het betrekken van eerdere participatieresultaten niet inhoudt dat er geen vervolgparticipatie meer nodig is. Zoals in de beginselen benoemd (zie paragraaf 2.1) kan participatie uit meerdere fasen bestaan en kan daarom aanvullende participatie nodig zijn. Denk hierbij aan het betrekken van een grotere of andere doelgroep, of het partici­ peren over een verdere en/of concrete uitwerking van de omgevingsplanwijziging. Het is daarom goed om altijd na te gaan of eerdere participatietrajecten de volledige scope van de omgevingsplanwijziging dekken.

De lijst met situaties waarin participatie verplicht is, is gelijk aan de lijst met situaties waarin verplicht advies door de gemeenteraad van toepassing is. In deze gevallen wordt een initiatiefnemer verplicht een participatieproces in te richten en aan te geven wat met de resultaten is gedaan.

4.4.2 Omgevingsvergunning In principe is participatie door een initiatiefnemer niet verplicht als het gaat om een aanvraag voor een omgevingsvergunning (de initiatief nemer hoeft enkel aan te geven of er geparticipeerd is), tenzij de raad expliciet situaties heeft aangewezen waarin participatie wel verplicht wordt gesteld. Deze mogelijkheid bestaat voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Als een initiatiefnemer bij dergelijke activiteiten niet aan participatie heeft gedaan, wordt een aanvraag buiten behandeling gesteld.

Koppeling van beide lijsten heeft de volgende voordelen: 1.

Bij activiteiten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld, blijft de wijze van participatie overigens vormvrij. De initiatiefnemer blijft dus zelf verantwoordelijk voor het participatietraject, op basis van de gestelde partici­ patiebeginselen en kaders in dit participatiebeleid.

Activiteiten waarbij het adviesrecht geldt, zijn activiteiten met een relatief grote impact op de (direct) betrokkenen, de maatschappelijke en politieke discussie en daarmee op de fysieke leefomgeving. Door in deze gevallen participatie te verplichten, wordt bijgedragen aan een representatieve en brede belangenafweging tussen alle betrokken doelgroepen.

5 Het adviesrecht komt in de plaats van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ door de gemeenteraad (hierna: vvgb). Een vvgb kon immers worden gezien als een instemming van de raad voor het afgeven van een omgevingsvergunning door het college. Omdat de procedure voor het aanvragen/afgeven van een vvgb (mede gelet op het vergaderschema van de raad en de aanlevertermijnen) veel tijd kostte en instemming van de raad voor bepaalde kleinere initiatieven niet altijd nodig werd geacht, was een lijst met categorieën van gevallen vastgesteld, waarvoor een vvgb niet noodzakelijk was. Het besluit adviesrecht is als het ware een omgekeerde versie hiervan.

11

2. Door de participatieverplichting te koppelen aan de lijst adviesrecht blijft de dienstverlening richting initiatiefnemer helder en begrijpelijk. Een van de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet is een inzichtelijker omgevingsrecht. Door de lijsten van verplichte participatie en adviesrecht aan elkaar te koppelen ontstaat er meer eenvoud in de procedure van omgevingsvergunningen, en wordt voorkomen dat initiatiefnemers worden geconfronteerd met verschillende lijsten en vereisten.

kan daarbij voorkomen dat een participatietraject uit meerdere fasen bestaat, en daardoor vaker ter toetsing bij de gemeente wordt voorgelegd.

3. Participatie verplichten bij gevallen waarin ook het adviesrecht geldt, voorkomt ook een overmatige hoeveelheid werklast voor een initiatiefnemer van een (relatief) kleine afwijking van het omgevingsplan. Voor dergelijke activiteiten kan een participatietraject alsnog wenselijk zijn, maar dit kan altijd alsnog worden geadviseerd door de gemeente. Een generieke verplichting voor alle buitenplanse activiteiten zou een onnodige bureaucratie opleveren die geen grote bijdrage levert aan goede besluitvormingsprocessen.

4.5 Participatietoets

Naast de vroegtijdige toets op het plan van aanpak levert de initiatiefnemer ook het participatieverslag aan bij het indienen van de formele aanvraag. Ook dit verslag, en de resultaten die hierin staan, worden getoetst aan de beginselen en kaders van dit beleid. Lees meer hierover in onderstaande paragraaf.

Bij participatietrajecten voor omgevingsplannen en -programma’s worden op twee momenten de wijze van participatie aan dit participatiebeleid getoetst: 1. Voorafgaand aan de uitvoering van het participatietraject: • Initiatiefnemer (dit kan de gemeente zelf zijn) legt een plan van aanpak voor aan een participatieadviseur die het plan van aanpak beoordeelt op basis van de kaders zoals gesteld in dit beleid. Dit gebeurt in de vorm van een participatie­ advies. Dit participatieadvies is bindend in het geval van een verplichting tot participatie (zie paragraaf 4.4), en adviserend in de overige gevallen. Een plan van aanpak wordt getoetst op basis van de volgende punten: 1. Past het participatieplan bij de impact van het initiatief? 2. Worden de juiste belanghebbenden benaderd? 3. Passen de participatiemiddelen bij de fasering en de verschillende belanghebbenden?

De lijst buitenplanse activiteiten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld, is opgenomen in bijlage 6.1.

4.4.3 Werkwijze voor activiteiten met verplichte participatie Hierboven is benoemd dat de raad bij bepaalde gevallen van buitenplanse initiatieven participatie verplicht stelt. Als bij de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat de initiatiefnemer bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet het college de initiatiefnemer de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht).

2. Na de uitvoering van (een fase van) het participatietraject: • In het geval van een omgevingsvergunning stuurt de initiatiefnemer bij het indienen van de aanvraag een participatieverslag toe (bijvoorbeeld gebaseerd op het format uit bijlage 6.6). Een dergelijk verslag heeft ten doel een goed beeld te vormen van de uitgevoerde participatiemethoden en de verschillende ideeën/bezwaren/vragen van belanghebbenden die hieruit voort zijn gekomen. In een participatieverslag houdt een initiatiefnemer bij hoe participatie is verlopen, zodat bij de formele aanvraag het participatieproces van het initiatief kan worden meegewogen in de besluitvorming. In bijlage 6.8 kan een checklist worden teruggevonden op basis waarvan een toetser een participatieverslag controleert. Een participatieverslag gaat in op de volgende

De Omgevingswet heeft niet exact bepaald wanneer er sprake is van voldoende participatie. Dit wordt mede veroorzaakt doordat voor elke activiteit een eigen specifiek participatietraject van toepassing kan zijn. Om tot overeenstemming te komen over wat voldoende participatie is, is in dit beleid een stappenplan opgenomen waarin een feedbackmoment is verwerkt. Dit houdt concreet in dat de gemeente en initiatiefnemer het plan van aanpak voor het participatietraject met elkaar doornemen. Daarbij toetst de gemeente aan de beginselen en kaders zoals gesteld in dit beleid. Het

12

vragen: 1. Wie zijn er betrokken bij het participatieproces? Wat zijn hun belangen en wat vinden zij van het plan? Zijn er doelgroepen gemist? 2. Waarover werden zij betrokken? Over welke onderdelen mochten belanghebbenden meedenken en welke randvoorwaarden zijn vooraf meegegeven? 3. Wanneer en hoe vaak zijn zij betrokken? 4. Hoe zijn zij betrokken? Welke activiteiten en participatiemiddelen zijn toegepast? 5. Zijn de belangen en meningen van belanghebbenden voldoende in kaart gebracht? 6. Wat is er met de resultaten van de participatie gedaan? (Hierbij dient onderbouwt te worden welke resultaten we en vooral ook niet worden meegenomen in het plan). • In het geval van een omgevingsvisie, -plan of -programma stelt het bevoegd gezag een motivering op, zoals beschreven in paragraaf 4.4.1

13

5

Participatieplan

Op basis van de geformuleerde participatiebeginselen en de zojuist benoemde kaders is een lokale participatie­ aanpak geformuleerd. Hieronder wordt deze aanpak uitgewerkt in een participatieplan dat gebruikt kan worden bij zowel gemeentelijke als particuliere participatie. Dit participatieplan is van toepassing op de participatie­ trajecten van zowel initiatieven (omgevingsvergunningen) als ook beleidsontwikkelingen (omgevingsvisie, -plan, -programma) binnen het fysieke domein.

5.1 Participatiewaaier als basis voor het participatieplan

Het participatiestappenplan is gebaseerd op de participatiewaaier. De participatiewaaier kan worden gezien als een routeplanner voor participatie. Het volgen van deze routeplanner zorgt ervoor dat de initiatiefnemer alle benodigde informatie verzamelt. De waaier is daarmee geen keurslijf, maar richt zich op het stellen van de juiste vragen om de benodigde informatie voor het participatieplan te vergaren. Het is voor gevallen waarbij participatie niet verplicht is uiteraard niet noodzakelijk om onderstaande waaier door te lopen. Deze waaier biedt echter wel de houvast om de verschillende facetten die meegenomen dienen te worden bij participatie stapsgewijs te doorlopen.

Essentieel onderdeel van het participatietraject is het hebben van een plan van aanpak voor participatie. Om voor iedereen helder te maken hoe participatie tot stand komt, is een standaardproces nodig. De aard van ruimtelijke projecten is tegelijkertijd zeer verschillend. Het is daardoor onmogelijk om één aanpak te kiezen die altijd werkt. Wel kan het participatieproces worden gestroomlijnd, door een aantal vaste stappen toe te passen om daarmee een inhoudelijk passend participatieplan uit te werken.

Figuur 1: Participatiewaaier Wat is de impact? Wie is verantwoordlijk voor participatie?  Inwoners/ondernemers  Gemeente  Andere overheid/ketenpartner

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=e06e96a0-6ded-4a7d-a075-a4092e04c586