Agendabundel
Tekst van het document
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
13
Actie 1.1: Expertise en ondersteuningsaanbod: nabij en toegankelijk Een sterke sociale basis in buurten en wijken is cruciaal voor vroegsignalering en vroeginterventie van dreigende dakloosheid. En dit is precies de beweging die Amsterdam op dit moment maakt door de sociale basis te versterken de buurtteams te introduceren. Op dit moment kunnen dak- en thuislozen terecht bij de screeningsbalie op de Jan van Galenstraat. Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook (dreigend) dak- en thuislozen, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Als een buurtteam niet goed weet om te gaan met de hulpvragen van een cliënt, dan kunnen zij expertise inschakelen vanuit Amsterdam Extra (het netwerk van MOBW aanbieders), de Centrale Toegang of onafhankelijke cliëntondersteuning. De buurt teams worden geleidelijk uitgerold, waardoor de Centrale Toegang ieder geval nog in 2021 in de huidige vorm blijft bestaan. Uiteindelijk wordt de Centrale Toegang een tweedelijns toegang. Voor de regio betekent dit dat ook (dreigend) dakloze inwoners zich moeten kunnen melden bij de eigen gemeente, en waar mogelijk geholpen worden.
Bij de introductie van deze nieuwe werkwijze houden we rekening met het feit dat buurtteams een groeimodel hebben: in volume en in expertise. Zo blijft de Centrale Toegang voor MO/BW in 2021 direct toegankelijk voor
cliënten. We verwachten dat steeds meer Amsterdammers de weg naar een buurtteam vinden, waar zij eerder, beter en laagdrempeliger ondersteund worden. Bij de ontwikkeling van deze klantroute is de aandacht voor het eerste gouden gesprek van belang. Door ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliënt ondersteuters in te zetten worden cliënten gehoord, gezien en erkend. De lijnen tussen de buurtteams, ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliëntonder steuners zijn kort.
onderling expertise uit te wisselen en elkaar te betrekken bij het vinden van passende ondersteuning. Aanvullend blijven onafhankelijke cliëntondersteuners ook outreachend werken en bieden zij onafhankelijke ondersteuning wanneer cliënten vastlopen in het systeem. De cliënt voert zelf de regie en er is speciale aandacht voor zijn of haar unieke behoefte en kracht. De capaciteitsbehoefte van cliëntondersteuning zal vanaf 2022 gemonitord worden en is afhankelijk van de ontwikkelende rol van Buurtteams Amsterdam.
Binnen dit buurtteam starten alle klantroutes, ongeacht de mate van zelfredzaamheid. Ook voor EU-burgers of andere niet rechthebbenden. Met (dreigend) dak- en thuislozen beoordelen we samen welke mix van onder steuning en instrumenten passend is voor de snelste weg naar maatschappelijk herstel.
Om de vroegsignalering verder te verbeteren onder zoeken we hoe de eerste signalen bij vindplaatsen (huisartsen, leerplichtambtenaren, aanvraag brief adressen, jongerenpunten, schuldhulp meldpunt ZWO en corporaties) kunnen leiden tot vroeginterventies. De vindplaatsen worden ook geïnformeerd over de nu nog stedelijke startpunten van de klantroutes. Daarnaast onderzoekt de Chief Technology Officer in 2022 hoe Artificial Intelligence kan worden toegepast om dreigende dak- en thuisloosheid eerder te kunnen signaleren.
Naast buurtteams zullen er ook onafhankelijke cliënt ondersteuners beschikbaar zijn voor laagdrempelige ondersteuning en snelle vraagverheldering. Dit doen zij door nauwe relaties te onderhouden met de buurtteams,
“Ik neem alleen wat van anderen aan als ze zelf iets hebben meegemaakt, als ze mijn wereld begrijpen. Zoals de persoon die op onze school kwam om over drugs te vertellen. Diegene had zelf gebruikt en was in de problemen geraakt, naar zo iemand luister ik, daar heb ik wat aan.” Over het belang van ervaringsdeskundigheid - Lina
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
14
Tot slot ondersteunen we in 2021/2022 de oprichting van een Daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid zelf aan hun herstel te werken door gebruik te maken van faciliteiten, zoals computers en printers. Daarnaast ontvangen ze laagdrempelige ondersteuning van cliëntondersteuners en ervaringsdeskundigen. Door deze laagdrempelige ondersteuning kunnen cliënten (zelf) werken aan oplossingen en kan voorkomen worden dat ze verder afglijden in dak- en thuisloosheids problematiek. Het Daklozenkantoor is er niet alleen bij het begin van dakloosheid, maar is er ook voor clienten die al gebruik maken van de opvang of zelfstandig wonen met ondersteuning. Het Daklozenkantoor en de diensten die daar door de Straatalliantie geboden worden zijn altijd toegankelijk voor wie dat wil. Allereerst starten we dit Daklozenkantoor voor een periode van twee jaar, zodat we na deze periode kunnen kijken hoe het gehele sociale stelsel (en dus ook de buurtteams) werkt en eventueel kunnen bijsturen waar nodig.
Actie 1.2: Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen Om dakloosheid te voorkomen is maatwerk het uitgangspunt. De problematiek van de groep dreigend daklozen is immers zeer divers. Amsterdammers met geldproblemen willen we vroeg in beeld krijgen. Op die manier willen we voorkomen dat betalingsachterstanden escaleren, problematische schulden ontstaan en er huisuitzetting en afsluitingen dreigen. Het college heeft daarom op 30 juni 2020 besloten om de aanpak ‘Vroegsignalering’ per direct te intensiveren. Deze is er op gericht om betalingsproblemen rond de meest essentiële vaste lasten – waaronder huur – in beeld te krijgen. Door op tijd betalingsregelingen te treffen kan huisuitzetting en daardoor dakloosheid worden voorkomen. De maatschappelijk dienstverlening gaat nu eerder op meldingen van vaste lastenpartners af en blijft langer proberen om in contact te komen met Amsterdammers. Schuldeisers passen maatwerk en coulance toe. Deze actie wordt gefinancierd vanuit het herstelplan ‘Samen uit de crisis’. Ons streven is dat niemand dakloos wordt door toedoen van de kostendelersnorm. De kostendelersnorm heeft tot negatief gevolg dat jongeren – soms zelf, soms door hun ouders – uit huis gaan en uitgeschreven worden op het adres, omdat anders de bijstand van de ouders verlaagd wordt.
Hierdoor komen ze op straat terecht, met grote nadelige gevolgen voor de jongeren. Daarom wordt (waar mogelijk) maatwerk toegepast door in sommige individuele gevallen tijdelijk de kostendelers norm niet toe te passen.
Onder andere hierom voert Amsterdam samen met andere steden een landelijke lobby om de leeftijdsgrens van de kostendelersnorm te verhogen naar 28 jaar. De Tweede Kamer heeft hier in februari 2021 een motie over aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht een voorstel te doen om daklozen, mantelzorgers en kwetsbare jongeren tot en met 27 jaar uit te zonderen van de kostendelersnorm. Wij vinden dat de kosten delersnorm of de jongerennorm nooit een reden mag zijn voor iemand onder de 28 jaar om niet te kunnen samenwonen. Daarom passen we waar dat kan maatwerk toe en monitoren we of en wanneer de uitzonderings positie wordt toegepast. In het kader van het actieprogramma ‘Dak- en thuisloze jongeren 2019-2021’ hebben staatssecretarissen Blokhuis en Van Ark aan Divosa gevraagd om gemeenten te ondersteunen bij het terugdringen van de dakloosheid onder jongvolwassenen, door de mogelijkheden voor de toepassing van maatwerk binnen de Participatiewet te beschrijven. Het gaat hierbij specifiek om het bieden van maatwerk dat binnen de wet is toegestaan, met betrekking tot: • de kostendelersnorm; • de lagere norm voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar; • de zoekperiode van 4 weken voor jongeren tot 27 jaar. De zeven Jongerenpunten in Amsterdam zijn geïnformeerd en passen dit maatwerk zoveel mogelijk toe.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
15
Actie 1.3: Project briefadressen Iedere economisch dakloze of dreigend dakloze heeft (indien nodig) recht op een briefadres en krijgt begeleiding voor een op persoon gemaakt perspectief plan. Ook als je geen uitkering hebt kun je begeleiding krijgen met een perspectiefplan. Het plan is erop gericht dakloosheid te voorkomen door de persoon te helpen bij zijn of haar specifieke problemen. Dat kan schulden problematiek zijn, maar moeite bij het zoeken naar een betaalbare woning. Het is ook belangrijk dat formele en informele netwerken tijdig worden betrokken. Dit doen we onder andere via resourcegroepen. De begeleiding kan op verschillende manieren gebeuren. Een onderdeel van dit aanbod is bijvoorbeeld project VIND en pilot ‘bankslapersregeling’ die in 2021 start.
Actie 1.4: Innovatieve begeleiding door Team economisch daklozen van de Regenbooggroep Team economisch daklozen van de Regenboog Groep biedt kortdurend en intensieve begeleiding aan economisch daklozen. Daarnaast ontwikkelen ze nieuwe woonoplossingen, zowel buiten de regio als in de stad. Tevens zorgen zij voor kennisoverdracht aan de buurt teams en MaDi’s over de mogelijkheden voor economisch daklozen. Met deze kennis en dit aanbod kunnen we in een vroegtijdig stadium ingrijpen én erger voorkomen.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
16
H4
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen Resultaten die we willen behalen: • We hebben één integrale aanpak ontwikkeld om het huisvestingsvraagstuk voor alle kwetsbare groepen in Amsterdam aan te pakken vanuit een totaalopgave: sociaal en fysiek. Hiermee hebben we de beschikbare capaciteit aan woningen/ woonoplossingen met reguliere en onorthodoxe methodes vergroot. • De gemiddelde wachttijd voor de zogenaamde spoedzoeker is omlaag gebracht.
4.1 Vergroten aanbod structurele woonoplossingen ’’Herstel begint met een huis”, stelt RVS in haar gelijk namige advies over stijgende dakloosheid in Nederland. Dat is net zo waar als dat het een complexe opgave is. Met name in een volle regio met een overspannen woningmarkt. In 2017 was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,8 en 20,3 jaar. Gemiddeld moest je vijftien jaar wachten op een sociale huurwoning. In 2019 – het jaar waarvan de meest recente cijfers beschikbaar zijn – was dit gedaald tot 13,2 jaar. In dat jaar was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,6 en 17,7 jaar. Hieronder schetsen we een aantal maatregelen waarmee we de schaarste willen verkleinen. We willen voor de kwetsbare groepen een nieuw aanbod van woonoplossingen creëren. De oplossingen willen we langs verschillende lijnen realiseren: • Vergroten van woonoplossingen voor kwetsbare groepen onderzoeken (onderdeel van een integrale aanpak). • Nieuwe locaties onderzoeken voor (tijdelijke) woningbouw. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
17
• Onderzoeken of gemeentelijk vastgoed ingezet kan worden voor tijdelijke huisvesting. • Nieuwe locaties ontwikkelen (bijvoorbeeld hotels). • Projecten uitvoeren, gefinancierd door extra middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak Dakloosheid.
Actie 2.1: Nieuwbouwopgave sociale huurwoningen Meer betaalbare woningen is de meest noodzakelijke en toekomstbestendige oplossing voor dakloosheid. In 2020 zijn 5.932 woningen in aanbouw genomen, waarvan 2.812 sociale huurwoningen. Van deze sociale huur woningen worden er 2.270 door woningcorporaties gebouwd en de rest door overige partijen. De gemeente en corporaties streven ernaar om gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen per jaar in aanbouw te nemen.
Actie 2.2: Omslagwoningen We willen dat er voor alle kwetsbare groepen een passend woningaanbod is. Dit betekent dat er ook voor clienten vanuit MO/BW meer aanbod nodig is. Er is momenteel een een achterstand van 600 woningen die geleverd hadden moeten worden aan mensen die moeten doorstromen. Daarnaast zijn er jaarlijks 800 woningen noodzakelijk voor reguliere doorstroming. We willen een ruimer aanbod van omslagwoningen voor directe instroom van de MO/BW-doelgroepen. Bepalend voor het aanbod in 2021 zijn de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen met corporaties en huurderskoepels over het vergroten van het aantal van 1800 sociale huurwoningen van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG).
Actie 2.3: Regionale herziening woonruimte verdeelsysteem Door de verdeelsystematiek te herzien moeten sociale huurwoningen in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland vanaf medio 2022 meer terechtkomen bij de groepen die ze het hardst nodig hebben. Het nieuwe systeem werkt met punten. Iedereen die ingeschreven staat op WoningNet of Woonmatch bouwt punten op met inschrijftijd, zoekduur en speciale omstandigheden; de zogenaamde situatie punten. Deze worden toegekend aan bepaalde groepen die in een problematische situatie verkeren. Denk aan relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en bepaalde categorieën van problematisch thuiswonende jongeren. Dit zijn groepen met een verhoogde kans om dakloos te worden en aan te kloppen bij de Centrale Toegang MO, Noodopvang Gezinnen of bij het loket voor woonurgentie. Door situatiepunten toe te kennen worden de kansen van deze groepen op een sociale huurwoning vergroot. De gemeenteraden van vijftien gemeenten die betrokken zijn bij de nieuwe woonruimteverdeling zijn in het voorjaar van 2021 akkoord gegaan en moeten dit beleid verwerken in hun huisvestingsverordening. Dat gebeurt in de tweede helft van 2021. Dit jaar starten ook de voorbereidingen voor het invoeren van het nieuwe systeem. Het nieuwe woonruimtesysteem voor sociale huurwoningen begint medio 2022.
De effecten van de herziening woonruimteverdeling worden pas later zichtbaar voor woningzoekenden.
4.2 Verbeteren tijdelijke opvang- en woonmogelijkheden Daarnaast is het cruciaal dat het Rijk reële en betaalbare doelen stelt voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Statushouders, daklozen en mensen in onhoudbare woonsituaties zijn hier anders de dupe van. Deze keuzes moeten niet afgewenteld worden op gemeenten. De gemeente en corporaties kunnen namelijk in de huidige woningmarkt en vanwege de financiële en juridische kaderstelling van het Rijk niet alle kwetsbare groepen huisvesten. Hierdoor ontstaat een ongewenst verdringings effect. Wij willen een integrale reële taakstelling met bijbehorende financiering. Dit is één van de belangrijke lobbypunten die de komende jaren op de agenda staat.
Actie 2.4: Tijdelijke woonlocaties door transformatie en nieuwbouw We zijn ambitieus in het ontwikkelen van alle reguliere en onorthodoxe mogelijkheden om het aanbod van woonruimte te vergroten, zodat er een buffer ontstaat om de komende jaren op te kunnen vangen. Denk aan nieuwe tijdelijke woonlocaties voor kwetsbare groepen, statushouders en economisch daklozen, uitstroom bij de maatschappelijke opvang, al of niet in combinatie met huisvesting voor jongeren en studenten. Er zijn geen makkelijk te ontwikkelen locaties. Momenteel zijn er drie lijnen uitgezet om huisvesting los te trekken in de vorm van tijdelijke woningen of tijdelijke opvang:
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
18
1. Locaties die in onderzoek of ontwikkeling zijn. Het betreft nieuwe te ontwikkelen locaties die tijdelijk gebruikt kunnen worden als woning. Daarnaast worden locaties die al in portefeuille bij de gemeente of zorgaanbieders zijn gefinancierd met incidentele BZK-middelen. 2. Huisvesting in hotels. Op dit moment is er al sprake van opvang in hotels en dit neemt nog toe. Door middel van gerichte acties wordt er geprobeerd dit uit te breiden. Daarnaast wordt onderzocht of er ook mogelijkheden zijn voor wonen. Onderdeel hiervan is een marktuitvraag bij hotels voor het hele spectrum van onderdak: van opvang tot wonen. Zie ook de actie onder benutten van tijdelijke woonmogelijkheden. 3. Gemeentelijke panden inzetten. Op dit moment vindt ook een inventarisatie plaats binnen het gemeentelijke vastgoed om gemeentelijke panden in te zetten voor tijdelijke huisvesting. Bijvoorbeeld door middel van tijdelijke woonunits.
Actie 2.5: Benutten tijdelijke woon-/ opvangmogelijkheden We zetten op verschillende manieren in op het vergroten van de tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en de regio. • Tijdelijk huisvesten van economisch daklozen in hotels gedurende coronacrisis De leegstand van hotelkamers biedt in ieder geval voor de duur van de effecten van de coronacrisis de mogelijk heid deze in te zetten voor de groeiende groep economisch daklozen. Veel mensen weten zelf al hun weg te vinden naar dit aanbod. Anderen worden na bemiddeling door WPI, een MaDi en De Regenboog Groep ondersteund bij deze matching. Inmiddels hebben circa 200 mensen op deze manier onderdak gevonden. We gaan in gesprek met geïnteresseerde hoteliers over uitbreiding, ook voor andere kwetsbare
groepen binnen het PHKG. De beschikbaarheid van deze oplossing is echter beperkt tot de tijd van de crisis. Opvolging voor deze groep vraagt aandacht op het moment dat de hotelbranche weer aantrekt. • Project ‘Tijdelijk Onder Dak’ Woningcorporaties, de Regenboog Groep en de gemeente werken sinds 2020, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, samen aan het project ‘Tijdelijk Onder Dak’. Het doel van dit project is om economisch daklozen aan een tijdelijke woning te helpen en ze zo een ‘adempauze’ te geven. De woningcorporaties verwachten jaarlijks circa 200 woningen beschikbaar te stellen, waarbij het gaat om woningen die op de nominatie staan voor renovatie of sloop. Op elke woning kunnen steeds twee mensen maximaal een jaar wonen. Gedurende deze periode moeten zij zelf blijven zoeken naar een meer structurele woonplek (ook buiten Amsterdam) en eventueel naar betaald werk. Daarbij krijgen ze begeleiding.
Nathalja is, na scheiding, al een tijd dakloos. Ze heeft in een periode van 16 maanden bij kennissen, in onderverhuur, in hotels en ook even in de winteropvang overnacht. Nathalja heeft verschillende gezondheidsproblemen en ontvangt een bijstandsuitkering. Vanwege de onrust die ze heeft door haar woonvraagstuk komt er niets terecht van de verkennende gesprekken met betrekking tot activering. Sinds november kan ze een woning huren via Tijdelijk Onderdak. Er komt veel op haar af maar ze geniet van haar eigen plek. Ze haalt veel energie uit de cursus ‘Werken aan je toekomst’. Ze is begonnen met een baan en haar gezondheidsklachten zijn veel minder. Elk weekend komt een vrijwilligster langs die met haar alle woningnetten en websites afstruint op zoek naar een vervolgplek en met wie ze praat over haar week. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
19
• Project Onder de Pannen ‘Onder de Pannen’ is een project waarbij daklozen (die niet verslaafd zijn of psychiatrische aandoeningen hebben) tijdelijk onderdak krijgen bij mensen die een kamer beschikbaar hebben en bereid zijn een stadgenoot hulp te bieden. Degene die het onderdak ontvangt, betaalt hiervoor huur en een onkostenvergoeding. Het is tot dusver een goedlopend project. Zo waren er in 2019 al 55 succesvolle matches, en liep dit aantal in 2020 op tot 86 succesvolle matches. Daarbij was het uitstroompercentage naar eigen woonplekken 49%. Schaarste op de woningmarkt leidt echter tot terug houdendheid bij woningdelen. Vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak streven we ernaar het project uit te breiden naar 150 matches in 2022. Hierbij kijken we ook naar extra plekken voor jongvolwassenen. Daarbij hebben we ook rekening gehouden met (extra) kwetsbare jongvolwassenen, zoals biculturele dakloze jongvolwassenen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jongvolwassen vrouwen. Deze woonvorm is uitermate geschikt voor deze groep jongvolwassenen. We willen het project ook bij woning eigenaren onder de aandacht brengen. Daarnaast wordt er in de regio onderzocht of en hoe Onder de Pannen kan worden ingezet.
• Uitbreiden van passantenpensions De afgelopen 4 jaar is de capaciteit van passanten pensions uitgebreid. Passantenpensions bieden opvang aan economisch daklozen, waar mensen maximaal een half jaar mogen verblijven. Tijdens dit half jaar kunnen zij in alle rust aan een oplossing voor hun problemen werken. Wij zien momenteel nog steeds een groeiende populatie en een lange wachtlijst voor deze opvang. Dit betekent dat economisch daklozen nog altijd (te) lang moeten wachten op een plek in een passanten pension. Daarom zetten we vanuit het Landelijke Plan van Aanpak in op het uitbreiden van passantenpensions in de regio. Zo wordt er in Amstelveen momenteel gewerkt aan de inzet van passantenpensions, waarvoor tijdelijke middelen vanuit het Landelijk plan van Aanpak worden ingezet.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
20
H5
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat Resultaten die we willen behalen: 1. Vanaf 2022 zijn er structureel 10 bedden beschikbaar voor nachtopvang. 2. De instroom van mensen met een beter perspectief en/of binding elders wordt beperkt. 3. Het is onwenselijk dat kapitaal vernietigd wordt op het moment dat er lange wachtlijsten ontstaan bij instroom vanuit voorliggende domeinen. Vooral voor de cliënt, maar ook voor de hulpverlening en de financiële middelen. Er wordt een proces ingericht waarbij onder zocht wordt of en hoe bij aanmelding voor MO/BW vanuit een voorliggend domein (Jeugd, GGZ, Forensische en LVB-zorg) de wachttijd in 2025 kan worden beperkt tot maximaal drie maanden voor toeleiding naar passende onder steuning op alle leefgebieden. 4. De aanmelding voor MO/BW vanuit voorliggende domeinen is in 2025 met 20% afgebogen naar ambulante ondersteuning. 5. Alle mensen die in aanmerking komen voor MO/BW kunnen vanaf 2025 binnen drie maanden na screening gebruikmaken van een integraal aanbod gericht op participatie.
6. Met alle cliënten die in 2025 instromen vanuit een voorliggend domein starten we voorafgaand aan de instroom met een herstelondersteunend traject (zoals resourcegroepen methodiek). 7. Geen uitval van jongvolwassenen in 2025 bij de overgang jeugdwet-Wmo. 8. In 2025 ontvangen alle dak- en thuislozen zo snel mogelijk passende ondersteuning om verergering van hun problematiek te voorkomen. 9. In 2025 hebben cliënten die instromen in MO/BW binnen één maand werk of zinvolle dagbesteding. 10. In 2025 hebben alle cliënten die uitstromen uit MO/BW werk of zinvolle dagbesteding. 11. Alle mensen die zich melden met dakloosheid problematiek krijgen een maatwerk aangeboden op het gebied van inkomen, werk en schuldhulpverlening. 12. In alle gezinsopvang voorzieningen is een eenduidige basis aan opvoed- en opgroeihulp en ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen georganiseerd.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
21
Op het moment dat een Amsterdammer zich meldt, wordt er samen met de betrokkene naar opvang of onderdak gezocht. Daarnaast start ook de ondersteuning op andere leefgebieden. Vanaf het allereerste moment wordt er gestart met ondersteuning met de focus op herstel, uiteraard passend bij het perspectief van de Amsterdammer. Ook is het belangrijk dat er zo snel mogelijk op een goede manier met de betrokkene wordt gesproken over de problematiek die speelt én wat er nodig is om weer deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Dit is de basis voor een goede probleem analyse, waarna een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen. Op dit moment staan mensen anderhalf à twee jaar op de wachtlijst voor een MO/BW-traject. Dit is onacceptabel lang. Met verschillende acties proberen we de instroom te beperken. Zo passen we een strengere selectie toe bij de toegang tot de MO/BW-keten, waardoor mensen toegang krijgen die dat het hardst nodig hebben. Maar we zetten ook in op maatwerk van interventies op het gebied van werk, wonen, inkomen en schulden voor het ombuigen van (dreigende) dakloosheid naar bijvoorbeeld eigen woonoplossingen met inkomensondersteuning.
Actie 3.1: Strengere selectie bij toegang MO/BW-keten We gaan meer mensen met een beter perspectief op maatschappelijk herstel en binding elders, naar de gemeente leiden waar zij daadwerkelijk meer kans hebben op herstel. Dit doen we met behulp van een bindingsfunctionaris. Mensen die zich melden voor opvang hebben namelijk in sommige gevallen meer kans een bestaan op te bouwen in andere regio’s dan Amsterdam-Amstelland. Na melding wordt gekeken naar onder andere het woonverleden, sociaal netwerk en hulpverleningskader in de stad om te beoordelen of deze persoon hier of elders het meeste kans maakt op een succesvol traject en doorstroming naar huisvesting. Eventueel wordt na een korte periode in de nachtopvang, de persoon overdragen naar de regio waar de persoon in kwestie beter geholpen kan worden. Deze overdracht zal vanuit de gemeente begeleidt worden. Daarnaast testen we vanaf 2021 de aanpak ‘Wonen buiten Amsterdam’. Deze aanpak richt zich op Amsterdamse gezinnen en alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden, die gemotiveerd zijn om zelfstandig buiten Amsterdam te gaan wonen omdat ze daar meer perspectief hebben. Wij ondersteunen de zoektocht met tips, baanadviezen, zoekhulp en het ‘meeverhuizen’ van enkele voorzieningen, zoals bijzondere bijstand en SHV-trajecten.
We verwachten dat onze aanpak de kansen vergroot op het vinden van woonruimte en indien gewenst een betaalde baan buiten Amsterdam.
Actie 3.2: Nachtopvang en noodopvang gezinnen De nachtopvang is een noodzakelijke eerste kortdurende landingsplek van rust. Tevens is het een startpunt op weg naar maatschappelijk herstel. Een te grote instroom en te trage uitstroom ondermijnen deze functie. Hierdoor komt het voor dat mensen alsnog op straat blijven, terwijl zij nachtopvang nodig hebben. In januari 2021 is een motie aangenomen en uitgevoerd die voorkomt dat daklozen op straat worden beboet voor het buiten slapen. Door vroegtijdige interventies vanuit de buurtteams wordt verwacht dat de instroom in de nacht- en noodopvang wordt beperkt. Wanneer het om noodopvang gezinnen gaat zal er ook een strengere selectie worden gehanteerd op vier jaar rechtmatig verblijf in Nederland. Daarnaast zal er aan de voorkant van de opvang beter gekeken worden naar binding van de vrager. Dit is in lijn met de nieuwe huisvestingsverordening en in lijn met het convenant landelijke toegankelijkheid, bij een mogelijke toelating tot maatwerkvoorzieningen in de Wmo. Wanneer iemand terecht komt in de nachtopvang of noodopvang gezinnen wordt er gelijk met de betrokkenen actief ingezet op maatschappelijk herstel op alle bestaans zekerheden. Om dit te realiseren moeten professionals hier voor worden ingeschakeld, waar sturing op zal plaatsvinden.
Met deze verschillende interventies worden er tien lege plekken gerealiseerd zodat er altijd capaciteit beschikbaar is. Naast deze plekken is het ook altijd mogelijk om mensen die in acute precaire situaties belanden op te nemen. De GGD heeft regie over deze crisisplekken. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
22
Actie 3.3: Resourcegroepen-methodiek Het is belangrijk om in een vroeg stadium het eigen netwerk te betrekken bij de triage en samen met een regieondersteuner een resourcegroep samen te stellen. Dit leidt in de praktijk tot meer maatwerk en zelfregie. Bovendien verbetert dit de samenwerking tussen formele en informele ondersteuning. In de Amsterdamse pilots leidde dit in 80% van de cases tot een actiever sociaal netwerk. De professionals in de pilots verwachten op termijn ook een afname van professionele inzet. In een pilot bij de Centrale Toegang leidde de resourcemethodiek bij 20% van de cases tot een eigen
woonoplossing, waarmee instroom in de keten kon worden voorkomen. De methodiek vraagt een forse tijdsinvestering bij de voorbereiding (opleiden van regieondersteuners) en aanvang van het traject (gemiddeld 15 uur per casus). Toch lijkt het op den duur zowel qua uitkomsten als kosten succesvol te zijn. Uitvoerende partijen bepalen normaal gesproken zelf binnen hun eigen budgetten welke methodiek wanneer wordt ingezet. Maar gezien de resultaten en de kosten van de resource methodiek willen we, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, de inzet hiervan bevorderen. De methodiek kan ook in ‘light vorm’ worden ingezet bij enkelvoudige interventies onder vroegsignalering en vroeginterventie.
Na opname in een kliniek wilde Simon graag op zichzelf wonen. Dit kon alleen met financiële ondersteuning van zijn ouders die liever zagen dat Simon begeleid ging wonen. De regieondersteuner is het gesprek in de steungroep aangegaan en kon als ervaringsdeskundige de nodige ervaring mee brengen. Hierdoor begrepen de ouders waarom zelfstandig wonen een betere keuze zou zijn. Ze hebben samen een zelfstandige woning gevonden. Simon: “Door juist de steungroep is mijn moeder meegegaan in het idee dat ik hier kon wonen. Dit is nu mijn huis. Anders was ik dakloos geworden”.
Actie 3.4: Aanbod voor economisch daklozen De MO/BW-keten ontwikkelde de afgelopen jaren specialistische kennis over GGZ, verslaving en sociale problematiek. Deze specialistische kennis was echter niet toegankelijk voor economisch daklozen, omdat zij niet in aanmerking komen voor MO/BW. Daarnaast was er specifieke kennis op het gebied van dakloosheid bij de Regenboog Groep, zoals: hoe kom je aan een nieuw huis en wat moet je daarvoor regelen? Na de uitvoering van de pilot ‘Huizen van de Wijk’, waarbij kennis op het gebied van dakloosheid ingezet werd bij deze doelgroep door de Regenboog Groep, bleek dat de doelgroep wel degelijk baat had bij bepaalde ondersteuning. Daarom wordt specifieke kennis op het gebied van dakloosheid de komende jaren wel toegankelijk binnen de wijk in Amsterdam en de regiogemeenten, met behulp van Buurtteams Amsterdam. Het beschikbaar stellen van deze kennis vergroot de mogelijkheden voor passende ondersteuning.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
23
Actie 3.5: Herstel ondersteunende begeleiding start niet pas in de Wmo De overgang van cliënten die al ondersteuning krijgen vanuit voorliggende domeinen (zoals GGZ, jeugdhulp, forensische zorg, licht verstandelijke beperking of detentie) naar de MO/BW-keten wordt verbeterd. Dit gebeurt met name door eerder in het traject te werken aan herstel door middel van herstelondersteunende begeleiding. Concreet betekent dit dat tijdens de voorbereiding de resourcegroep methodiek wordt toegepast op een eigen plek in de wijk. Of in het geval van de Jeugdzorg met JIM en de Big Five wordt gewerkt. Professionals vanuit het gemeentelijke sociaal domein sluiten hier tijdig bij aan, zodat de overgang tussen bijvoorbeeld een GGZopname en ambulant begeleid wonen soepel verloopt. Door het vroegtijdig opzetten van een resourcegroep verwachten we twee uitkomsten. Enerzijds verwachten we dat meer mensen vanuit de voorliggende domeinen instromen in ambulante vormen van MO/BW, anderzijds kan het zelfs zijn dat dit niet meer nodig is wanneer ondersteuning vanuit de buurtteams voldoende is.
Actie 3.6: Wachtlijstbegeleiding Wanneer cliënten in aanmerking komen voor een MO/BW-traject wordt er direct begeleiding ingezet. Hiermee voorkomen we een passieve wachtlijst met de kans dat cliënten verslechteren. Daarnaast kan de cliënt met ondersteuning direct aan zijn of haar hersteldoelen werken. Daarom start vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak op 1 januari 2021 een project met als doel de toegang tot MOBW-trajecten te vernieuwen. Naast begeleiding in de zoektocht naar een
woning worden hier ook nog andere ondersteunings vormen breder ingezet. Cliënten worden vanuit een visie van herstelondersteuning geholpen bij het nemen van regie en het zoeken naar mogelijkheden in hun eigen netwerk. Aan de hand van ervaringen van dit project bouwen we voort. Dit gebeurt na het opstarten van Buurtteams Amsterdam, waarbij Amsterdam Extra – het samenwerkingsverband van MO/BW-aanbieders dat ambulante ondersteuning biedt – deze wachtlijstonder steuning verder vormgeeft.
Actie 3.7: Toeleiding naar werk en onderwijs voor jongvolwassenen De jongerenpunten werken momenteel aan de aanpak ‘Meer Kans Op Werk Jongeren’ (MKOWJ). Het doel hiervan is om jongeren naar passend werk en/of school te begeleiden, door flexibeler in te spelen op hun begeleidingsbehoeften. De jongerenpunten richten zich op verschillende doelgroepen jongeren, waaronder dak- en thuisloze jongeren. Hierbij ligt de focus primair op het wegnemen van belemmeringen, zoals schulden of psychische problemen. Hierdoor kunnen zij bemiddeld worden in de zoektocht naar werk, school of in sommige gevallen dagbesteding. Samenwerkingen met netwerk partners en interventies op maat maken dit mogelijk.
Actie 3.8: Schuldhulpverlening aan economisch daklozen Financiële Dienstverlening en Budgetbeheer (FiBu) ondersteunt kwetsbare Amsterdammers met een bijstands uitkering in het omgaan met geld. Op die manier zorgen ze ervoor dat mensen niet opnieuw in de problemen en schulden komen. Dat gebeurt onder andere door de vaste lasten te betalen en geld te reserveren voor te verwachten kosten en schuldhulpverlening. Vanaf 2021 wordt deze dienstverlening, van de tijdelijke middelen van het Herstelplan ‘Samen uit de Crisis’, ook aangeboden aan economisch daklozen. Zij hebben met name advies en ondersteuning nodig om zelfstandig weer financieel stabiel te worden. We zorgen dat ons aanbod en de dienstverlening tussen gemeente en onze subsidie partners (de MaDi’s) beter op elkaar aansluiten. Door een sluitende aanpak omtrent schuldhulpverlening te realiseren hoeft geen enkele burger met schulden tussen wal en schip te belanden. Binnen het traject Briefadressen zijn naar schatting 1.420 economisch daklozen in beeld. Dit zijn Amsterdammers die naast een bijstandsuitkering van WPI ook een briefadres van WPI hebben gekregen. Vermoed wordt dat er bij ongeveer 600 cliënten sprake is van financiële problemen en/of schulden. Dit wordt aankomend jaar aangepakt.
Momenteel worden er gemiddeld 100 cliënten per jaar begeleid door dedicated klantmanagers schuld hulpverlening en een schuldhulpverlener. In 2021 krijgen alle 600 cliënten met financiële problemen en/of schulden een aanbod voor schuldhulpverlening. Gezamenlijk monitoren de dedicated klantmanager en de schuld hulpverlener de cliënt om hen te helpen met het oplossen van schulden en uitval van de interventies te voorkomen. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
24
Actie 3.9: Pilot Maatwerk dak- en thuislozen uitkering Met de pilot ‘Maatwerk dak- en thuislozenuitkering’ onderzoekt Wpi komend half jaar wat de gevolgen zijn voor economisch daklozen met het op maat aanbieden van een hogere uitkering, begeleiding of opvang. Deze pilot is aangepast naar aanleiding van een motie die 1 juni 2020 is ingediend om deze pilot uit te breiden. Hierin brengt Onderzoek Informatie en Statistiek in beeld waar bepaalde economisch daklozen het meest mee geholpen zijn. In eerder onderzoek (Muzus) gaven economisch daklozen aan dat extra geld welkom is, maar dat dit hun problemen niet structureel oplost.
Actie 3.10: Eigen regie over budget krijgen Deelnemers aan de FiBu kunnen begeleiding krijgen waarbij ze leren weer zelf de regie te krijgen over hun budget. Dit gaat via het Krefia-portaal, waardoor cliënten zelf hun spaargeld kunnen opnemen. Ook wordt zaakwaarneming als instrument verkend, wat betekent dat alle post voor bepaalde FiBu cliënten rechtstreeks bij FiBu binnenkomt. De komende jaren valt nog meer winst te behalen op het gebied van digitalisering van de dienstverlening.
Actie 3.11: Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw Aangezien de meeste cliënten die langdurige aanspraak maken op beschermd wonen tegenwoordig onder de Wlz financiering vallen, kan de ambulantisering binnen het segment van de Wmo worden geïntensiveerd. Vanaf 2022 wordt zowel voor Begeleid Thuis1 als voor Beschermd Verblijf (MO/BW) een realisatieafspraak van de cliënt populatie vastgelegd. Hierbij zullen ook afspraken worden gemaakt omtrent uitstroompercentages. Deze realisatieafspraak en uitstroompercentages zijn onderdeel van het contract en hier zal vanuit contract management op worden gestuurd. Daarnaast worden beschikkingen in principe voor maximaal een jaar afgegeven, met daarbij de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Het uitgangspunt bij afgifte is in principe kortdurend en niet onbeperkt te verlengen, waarbij er altijd gekeken zal worden naar dat wat past bij de ondersteuningsbehoefte van de client. Uitzonderingen worden gewogen in de Centrale Toegang. Deze werkwijze heeft binnen Beschermd Wonen voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking al tot een hogere doorstroom geleid dan bij regulier Beschermd Wonen met indicaties met lange looptijden. Voor de inhoudelijke realisatie van deze focus op maatschappelijk herstel binnen Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf worden sturing op de uitvoering en toerusten van professionals verder ontwikkeld.
Actie 3.12: Zelfregie versterken middels ondersteuningsplan Het ondersteuningsplan, dat al langer gemeengoed is binnen MO/BW, wordt samen met de cliënt opgesteld. Ook de ondersteuning vanuit de buurtteams wordt middels het ondersteuningsplan in samenspraak met de cliënt opgesteld. Bij het opstellen van dit ondersteunings plan is het centraal stellen van de cliënt belangrijk voor het aansluiten bij de leefwereld van de cliënt en het ervaren en versterken van zelfregie. De cliënt is mede verantwoordelijk voor de realisatie van het onder steuningsplan. Eigen inzet aan maatschappelijk herstel wordt hierin dan ook vastgelegd. Door de cliënt meer eigenaarschap te geven, verwachten we dat de cliënt op een duurzame wijze kan uitstromen, waardoor de kans op terugval in dakloosheid verkleint.
1 In de loop van 2022 worden de nieuwe producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf geïntroduceerd. Deze vervangen de huidige MO/BW-producten. Begeleid Thuis richt zich op ondersteuning van de eigen woning of op een nog te verkrijgen woonplek. Beschermd Verblijf richt zich op verblijf en ondersteuning in een 24-uursvoorziening. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
25
H6
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel Inzetten op duurzame uitstroom Resultaten die we willen behalen: 1. In 2025 zijn de heraanmeldingen na uitstroom uit de MO/BW-keten nihil. 2. Alle daklozen die zich vrijwillig aanmelden worden begeleid naar financiële zelfredzaamheid. Daarbij kunnen diverse trajecten worden ingezet, waaronder financieel budgetbeheer (FiBu). 3. Daklozen die financieel zelfredzaam zijn krijgen trajecten naar werk aangeboden.
Het bepalen van het moment waarop iemand de stap uit de schuldhulp maakt, of wanneer een ex-dakloze klaar is om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe woonplek is maatwerk. Zowel te vroeg als te laat afschalen vormt een risico op terugval. Daarbij speelt ook het tekort aan betaalbare woningen in de regio Amsterdam. Hierdoor kan iemand niet altijd uitstromen op het moment dat hij of zij daar zelf wel klaar voor is. Hiervoor zijn voldoende betaalbare woonmogelijkheden voorwaardelijk. Een ex-dakloze die verhuist naar een nieuwe woonplek of iemand die net uit de schuldhulp komt, is vaak nog steeds kwetsbaar. Daarom is het belangrijk dat ook in deze fase samen met de betrokkenen de borging van het maatschappelijk herstel goed wordt georganiseerd om zo nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen.
Actie 4.1: Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel Het is belangrijk dat de Amsterdammer tijdens zijn gehele traject – zeker wanneer veranderingen plaatsvinden en bestaansonzekerheden mogelijk risicovol worden – toegang blijft houden tot het brede aanbod van (vroeg) interventies, zoals omschreven bij eerdere speerpunten.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
26
Dit kan bijvoorbeeld zijn: ondersteuning gericht op toeleiding naar werk en schuldhulpverlening (pagina 25) of ondersteuning op gebied van zorg vanuit de buurtteams (pagina 15). Binnen het PHKG zijn de 10 werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ ontwikkeld, met als doel kwetsbare groepen zelfstandig te kunnen huisvesten. Uit ervaring blijkt dat deze werkafspraken een verbindende rol spelen tussen corporaties, cliënten, zorgaanbieders en de omgeving. In 2020 zijn deze werkafspraken herzien, waarbij onder andere de Nieuwe Kansregeling is toegevoegd. Hierbij wordt in samenwerking met de verhuurder gekeken of er naar aanleiding van overlast een nieuwe kans mogelijk is. Ook zijn er afspraken over woningruil toegevoegd. Dit houdt in dat als een woning niet passend blijkt, er zo snel mogelijk wordt geruild met een andere woning. De combinatie van de op maat gemaakte werk afspraken (in samenwerking met de Amsterdammer), een operationele resourcegroep en terugvalafspraken bieden een stabiele basis en borging voor verder maatschappelijk herstel. Aanbieders in de keten (Buurtteams Amsterdam, Ambulante Ondersteuning, MO/BW-aanbieders) verankeren deze werkwijze in de uitvoering.
De Amsterdammer heeft via de buurtteams ook toegang tot ondersteuning op het gebied van werk, inkomen en schulden en kan voor onafhankelijke cliënt ondersteuning onder andere bij het daklozenkantoor terecht waar de Straatalliantie deze ondersteuning biedt.
De tien werkafspraken 1. Afgestemd aanbod van wonen en zorg 2. Zorgbegeleiding op maat 3. Passend wonen met intermediaire verhuur 4. Wonen en goed huurderschap 5. Vroegsignalering en preventie 6. Voorkomen van en omgaan met overlast 7. Ondersteuning bij financieel beheer 8. Omklappen naar ‘contract op eigen naam’ 9. Zorg en ondersteuning na omklap 10. Respect voor privacy cliënt
Naast het beschikbaar houden van het aanbod worden bij en het liefst vóór uitstroom naar zelfstandige huisvesting duidelijke afspraken gemaakt met de Amsterdammer. Deze afspraken gaan over welke stappen de cliënt zelf moet zetten voor verder maatschappelijk herstel en welke ondersteuning of scholing daarbij helpt. Herstelondersteunende begeleiding helpt hen om weer écht mee te kunnen doen, maar ook om een negatief zelfstigma te voorkomen. Ook komt de focus meer te liggen op werk of zinvolle dagbesteding. Wanneer iemand geen werk of zinvolle dagbesteding heeft, is de kans namelijk groot dat iemand terugvalt in oude gewoontes. Denk specifiek bij jongvolwassenen aan (vak)onderwijs. Werk of zinvolle dagbesteding zijn niet alleen stimulerend, maar helpen ook bij het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk. Sociaal isolement vormt immers een belangrijke risicofactor wanneer je de stap
maakt (opnieuw) zelfstandig te gaan wonen. Aandacht voor de ontwikkeling van een sociaal netwerk en een sociale agenda helpen hierbij. Het opbouwen of versterken van een (nieuw) sociaal netwerk kan namelijk ook belangrijk zijn bij het weerhouden van een oud negatief (crimineel) netwerk. Voor mensen met psychische kwetsbaarheden is duurzaam herstel afhankelijk van de capaciteit van ambulante GGZ. Die verantwoordelijkheid vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gaat samen met de afbouw van klinische capaciteit die wordt gerealiseerd.
Actie 4.2: Begeleiding bij financiële zelfredzaamheid en werk Uiteindelijk is werk en een (financieel) stabiele toekomst natuurlijk het doel. Maar voor veel dak- en thuislozen is dit nog een stap te ver. Daarom biedt WPI trajecten financiële zelfredzaamheid (waaronder financieel budget beheer, oftewel FiBu) aan. Deze trajecten zorgen voor stabilisering van de leefsituatie van de cliënt en helpen weer financieel zelfredzaam te worden. Belangrijkste stappen in de weg naar werk zijn onder andere het activeren van de cliënt, maar ook het wegnemen van obstakels die de weg naar werk bemoeilijken. Zodra een cliënt in staat is om zich te richten op het vinden van werk, wordt hij/zij overgedragen naar trajecten gericht op woon-werkbegeleiding door jobcoaches. Begeleiding richting werk is de meest duurzame oplossing. Met een eigen inkomen kan iemand weer op eigen benen staan en een toekomst opbouwen. Ook is de kans op terugval naar oude problemen dan minder groot.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
27
Frans: “Ik was dertien toen ik het huis uitgezet werd. Ik heb een hele lange tijd buiten geleefd: 38 jaar. Veel meegemaakt. Op het laatst was het zo erg dat ik 50 kilo woog. Ik was verslaafd aan heroïne en cocaïne. Daarna zat ik in begeleid wonen, met 13 mensen in een huis met interne begeleiding.” Hiermee had Frans onderdak maar veranderde er nog weinig aan zijn leefstijl. Toen twee begeleiders van Housing First over zelfstandig wonen kwamen praten, leek hem dat eerst niet haalbaar: “je gelooft het niet meer”. Toch kreeg hij na een paar maanden de sleutel van zijn woning. “Ik heb de woning drie keer bijna teruggegeven. Ik kon het niet aan, had nog geen sociaal netwerk, geen dag besteding. Hier mag ik fouten maken, leren.’’ De eerste twee jaar maakte hij terugvallen mee, maar inmiddels is hij drie jaar verder. Frans weegt 86 kilo, is clean en trots op zijn part-time job bij een bierbrouwerij. Actie 4.3: “Housing first, work second” Waar mogelijk worden cliënten begeleid naar werk. Want werk, een eigen inkomen en een zinvolle dag besteding leiden tot zelfstandigheid en voorkomt terugval. WPI heeft een breed scala aan re-integratie trajecten. Ook voor de doelgroep (dreigend) dak- en thuislozen. Een cruciale voorwaarde voor het behouden van werk is het hebben van een (zelfstandige) woonplek. Vandaar dat in Amsterdam ‘Housing First’ als uitgangs punt wordt gehanteerd.
Maar na het vinden van een woonplek is het belangrijk vroegtijdig in te zetten op het vinden en behouden van een (betaalde) baan.
Oftewel: ‘work second’. Het hebben van werk biedt meer kans op een (hoger) inkomen, invulling en structuur aan de dag. Daarnaast zorgt het voor sociale contacten. Kortom: werk verhoogt de kans op succes volle uitstroom en maatschappelijk herstel. Vanuit WPI is een breed aanbod voor re-integratie beschikbaar. Daarnaast is er veel begeleiding mogelijk om uit te stromen naar werk, ook als daar (duurzaam) extra steun bij nodig is. Dit kan met inzet van de instrumenten van de Participatiewet zoals jobcoaching, werken naar loonwaarde en beschut werk. Op dit moment begeleidt Werk en Re-integratie jaarlijks 250 Amsterdammers uit de doelgroep ex-dak- en thuislozen. Daarvan zetten er normaal gesproken jaarlijks rond de 100 kandidaten de stap naar betaald werk. Aankomende jaren willen we, als het wonen is geregeld, direct aansluitend de invulling van de dag regelen. Dit kan via re-integratie naar werk, via het nieuwe WMO-product MeeDoen Werkt of door middel van dagbesteding.
Actie 4.4: Respijtvoorzieningen Op dit moment zijn er twee respijtvoorzieningen in de stad. Daarnaast is er in 2020 een pilot gestart, genaamd Het Lichthuis. Respijtvoorzieningen zijn kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn, wanneer dit in de eigen woning even niet lukt. Het doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren, zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. Er wordt gekeken of uitbreiding mogelijk is.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
28
Actie 4.5: Wooncirkels en andere tussenvormen De stap van een intramurale voorziening naar een eigen woonplek kan groot zijn. Daarom kan het voor de betrokken inwoner, maar ook voor zijn naasten, de professional, de nieuwe buren en de verhuurder helpen als de verkregen woning op gepaste afstand van een inloopvoorziening is. Zo zijn er altijd bekende peers en professionals nabij, voor zomaar een praatje of een uitgestoken hand als de herstart op de woonplek even tegenzit. Dit concept van de Wooncirkel met inloopplek en 24-uurs nabijheid van professionals als steun voor omwonenden met ambulante ondersteuning, maakt uitstroom en maatschappelijk herstel voor meer mensen mogelijk. Op verschillende plekken in de stad wordt dit concept rondom bestaande infrastructuur uitgewerkt, in samenwerking tussen corporaties en aanbieders. Ook andere vormen van gemengd en gespikkeld wonen of zelfbeheerconstructies kunnen naast wooncirkels worden ontwikkeld. In gebieden met te ontwikkelen nieuwbouw kunnen dergelijke concepten al vanaf de tekentafel worden ondersteund.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
29
H7
Financiën Het beleidsprogramma en de bijbehorende maatregelen worden gefinancierd vanuit de reguliere budgetten van de directies OJZ, WPI en Wonen en daarmee grotendeels gedekt vanuit de begroting. Naast de reguliere budgetten zijn er extra middelen beschikbaar gesteld vanuit het Rijk met het Landelijke Plan van Aanpak en de middelen behorende bij het Herstelplan ‘Uit de crisis’. Het gaat wat betreft de maatregelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen niet structureel gemaakt worden betekent dit dat deze maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma. Voor de directie Onderwijs Jeugd en Zorg, afdeling Zorg, is het budget voor Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen geoormerkt en is duidelijk wat het beschikbare budget is en welke maatregelen daarmee worden gefinancierd. Voor de directies Wonen en WPI worden maatregelen meestal voor een grotere groep Amsterdammers ingezet waar dak- en thuislozen een onderdeel van uitmaken. Daarmee is het niet goed weer te geven wat het totale budget is behorende bij dit beleidsprogramma. Hieronder is een overzicht van de incidentele middelen per speerpunt. In de rechterkolom van deze pagina is een overzicht opgenomen van de incidentele middelen per speerpunt.
Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie • €590.000 voor 2021 gedekt vanuit het Herstelplan ‘Uit de crisis’ voor de maatregel ‘Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen’. Dit komt na 2021 te vervallen. • Vooralsnog heeft dit geen consequenties voor de beoogde doelstellingen. Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen • €640.000 incidenteel gedekt voor 2022, jaren 2023 en verder is nog niet gedekt. – De uitwerking en dekking voor deze extra middelen worden meegenomen in de uitwerking van de begroting 2022. Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat • €11.252.000 incidenteel tot en met 2022 gedekt vanuit het Landelijke Plan van Aanpak. – Consequenties bij het niet structureel maken van deze middelen vanuit het Rijk betekent dat de volgende maatregelen eind 2021 vervallen: uitbreiding passanten pensions, wachtlijstbegeleiding en de resourcegroepen. Het project Onder de Pannen vervalt vanaf 2023 bij het niet structureel maken van de middelen. • €1.069.000 incidenteel gedekt voor 2021 uit het Herstelplan ‘Uit de crisis’. De maatregel ‘Schuld hulpverlening aan economisch daklozen’ komt na 2021 te vervallen. Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel • Hier worden geen incidentele middelen ingezet.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
30
Doordecentralisatie Beschermd Wonen Vanaf 1 januari 2023 zullen volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel de middelen voor Beschermd Wonen van de centrumgemeenten overgeheveld worden naar de individuele gemeenten. De fasering van de doordecentralisatie is 10 jaar. Besluitvorming over de besteding van deze middelen en governance wordt in het regioplan vastgelegd.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
31
H8
Monitoren en sturen Doel van monitoring Het beleidsprogramma zal integraal gemonitord worden. Dit is nodig om verschillende redenen: vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep, de mogelijke verandering van type problematiek door onder andere de coronapandemie én de betrokkenheid van verschillende gemeentelijke directies bij dit beleidsprogramma. De noodzaak hiervan wordt verder onderstreept door de ontwikkelingen in het veld. Met onder andere een nieuw sociaal stelsel vanwege Buurtteams Amsterdam, de openstelling van de WlZ, de beweging naar een sterkere sociale basis en inzet op verdere ambulantisering van onder andere de GGZ. Hierbij vormen de cliëntervaring en ontwikkeling van de doelgroep de kern, waardoor cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen een centrale rol gaan spelen bij deze monitor. Zowel in de ontwikkeling van de monitor als in de uitvoering daarvan. Daarnaast wordt, net als dit beleidskader, de monitor integraal uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, de GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regiogemeentes, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld. Bovendien wordt er met deze directies een stuurgroep gevormd om integraal te sturen op de voortgang van, en in te spelen op de uitkomsten van, de monitor.
Daarom starten we de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma, samen met vertegenwoordigers van de diverse partners. Deze werkgroep vormt een centraal punt dat enerzijds over de ontwikkelingen rondom Dakloosheid en het Beleidsprogramma in Amsterdam rapporteert en anderzijds ook zorgt voor doorontwikkeling van de monitor zelf. Zo worden de vertegenwoordigers
van de verschillende partijen vroegtijdig betrokken bij de (door)ontwikkeling van de monitor, kunnen ze invloeden uit de praktijk doorvertalen naar aanpassingen van de monitor én vormen ze het aanspreekpunt voor verdiepende onderzoeken. Vragen die tot verdiepende onderzoeken kunnen leiden, kunnen vanuit de gemeenten, zorgaanbieders, belangenbehartigers, de werkgroep zelf of andere partijen komen. Door te kiezen voor deze constructie met een werkgroep kan de monitor doorlopend worden doorontwikkeld. Ook kan de monitorkwaliteit worden verhoogd en kan er beter en centraler data-gestuurd worden gewerkt. Tot slot kan er ook sneller worden ingespeeld op de actualiteit. Door GGD Amsterdam de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma te laten leiden, worden uitkomsten geduid en kunnen vragen gelijk worden omgezet naar onderzoeken in samenwerking met de partners van de werkgroep. De betrokken gemeentelijke directies zullen daarbij de personele inzet beschikbaar stellen en zorg dragen voor het aanleveren van de benodigde en beschikbare data.
Werkgroep Monitoring Beleidsprogramma GGD Amsterdam stelt een werkgroep samen en wordt de trekker van deze monitor. Deze werkgroep zal tenminste bestaan uit onderzoekers van de GGD, beleidsmede werkers en data-deskundigen van diverse gemeentelijke directies (Zorg, Wonen, WPI, regiogemeenten en de stadsdelen), vertegenwoordigers van ervarings deskundigen en onafhankelijke cliëntondersteuning en vertegenwoordigers van (zorg)aanbieders.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
32
De werkgroep zal zorg dragen voor de voortgangs rapportage en input geven voor de doorontwikkeling. De frequentie van de werkgroep wordt bij de start vastgesteld en bevindingen zullen tenminste jaarlijks worden opgeleverd in een voortgangsrapportage.
Integrale Monitoring Beleidsprogramma De werkgroep zal de eerste zes maanden gebruiken om de indicatoren van de monitor vast te stellen en een nulmeting uit te voeren. Naast de vaststelling van de indicatoren die de voortgang van de maatregelen in kaart brengen, zal deze groep ook de indicatoren bepalen die meerjarig de ontwikkeling van de doelgroep en het effect van het beleidsprogramma kunnen aantonen. Tot slot wordt bepaald welke aanvullende verdiepende cijfers van de gemeentelijke directies nodig zijn om bevindingen in de context te plaatsen en een overzicht te maken van lopende monitors, onderzoeken en rapportages die benut kunnen worden. Om deze integrale en brede monitor op een heldere wijze te organiseren, deelt de werkgroep de monitor op in drie taken: • Actieve kwantitatieve monitoring, waarbij de werk groep actief cijfers verzamelt over de verschillende maatregelen, ketens en doelgroep. • Actieve kwalitatieve monitoring, waarbij de werk groep actief kwalitatief onderzoek doet naar de cliënt-ervaring. • Passieve dataverzameling, waarbij de werkgroep in de gaten houdt welke data vanuit Amsterdamse, G4- of landelijke bronnen (monitors, onderzoeken, rapportages) beschikbaar is en daar gebruik van maakt in de rapportage.
De actieve kwantitatieve monitoring bestaat uit een basisset van cijfermatige prestatie indicatoren voor Beleidsprogramma-maatregelen. Op die manier kan de voortgang van deze maatregelen in kaart worden gebracht. Deze cijfers worden aangevuld met verdiepende cijfers van de betrokken directies, zoals cijfers over: • de in-, door- en uitstroom van de MO/BW-, MOJ- en MOG-ketens; • het aantal buitenslapers in Amsterdam; • de kortdurende (nood)opvang; • de Centrale Toegang; • veldwerk; • overgang jeugdwet-WMO; • uitschrijvingen GBA jongvolwassenen; • kostendelersnorm; • schuldhulpverlening; • briefadressen; • bijstand; • meldpunt zorg en woonoverlast; • huisuitzettingen. Aanvullend worden per speerpunt indicatoren bepaald die het effect van het beleidsprogramma en de ontwikkeling van de doelgroep kwantificeren. De verwachting is dat deze set doorontwikkeld en aangevuld zal worden.
Amsterdam, de ervaring van economisch daklozen, jongvolwassenen, gezinnen met kinderen en de ervaring van hulpverleners. Ook worden er verschillende onder werpen in kaart gebracht om te kunnen onderzoeken of de Amsterdammer adequaat en naar behoefte geholpen wordt om dakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen’. Belangrijke thema’s hierbij zijn; de toegankelijkheid van informatievoorziening en aanbod, ondersteuning bij vraagverheldering, mate van zelfregie, benutten van de kwaliteiten en krachten van een cliënt en diens sociale omgeving, inclusiviteit van aanbod en bejegening. Tot slot zal er een passieve dataverzameling plaatsvinden. Hiermee wordt beoogd gebruik te maken van lopende monitors, onderzoeken en beschikbare rapportages. Door deze te laten bundelen en verbinden door de werkgroep kan integraal duiding worden gegeven aan de bevindingen vanuit verschillende hoeken of gemeentelijke directies. Bovendien kunnen nieuwe inzichten uit andere rapportages, zoals over Buurtteams Amsterdam of capaciteitsmanagement-rapportages, gebruikt worden om de monitor te blijven ontwikkelen en zo de meest relevante data te verzamelen. Door niet alleen naar Amsterdam, regio Amsterdam-Amstelland, maar ook op G4- of landelijk niveau data te verzamelen, kunnen we ontwikkelingen nog beter in context plaatsen en belangrijke ontwikkelingen meenemen.
De actieve kwalitatieve monitoring bestaat uit een eigen onderzoek om cliëntervaring inzichtelijk te maken. Ervaringsdeskundigen vullen hierbij de sleutelrol in, bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van dit onderzoek én het ontwikkelen van de benodigde kennis infrastructuur rondom ervaringsonderzoek. Binnen dit onderzoek – dat jaarlijks uitgevoerd wordt – is er speciale aandacht voor de ontwikkelingen van Buurtteams Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
33
B1
Bijlage 1: Totstandkoming van het beleidsprogramma Dit beleidsprogramma is opgesteld in samen werking met de afdelingen (Jeugd)Zorg, Wonen, Werk, Participatie en Inkomen (WPI), stadsdelen, zorgaanbieders MOBW, clientvertegenwoordiging en het Groot MO/GGZ. Van juni 2020 tot en met maart 2021 heeft veelvuldig contact plaats gevonden met interne en externe partners om input op te halen voor het plan. Dit beleidsprogramma is geen blauwdruk, maar wel richtinggevend voor de inzet van alle partijen, in de komende vijf jaar: de gemeente Amsterdam, de regiogemeenten Amstelveen, Uithoorn, Aalsmeer, Ouder-Amstel en Diemen, cliëntvertegenwoordigers, aanbieders Wmo, MO/BW, Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), Licht Verstandelijke Beperking zorg (LVB), woning corporaties en zorgverzekeraars. Bij de verdere uitwerking wordt een beroep gedaan op het eigenaarschap van alle partijen.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
34
B2
Bijlage 2: Trends & ontwikkelingen We zien een aantal ontwikkelingen die de komende jaren belangrijk zijn voor de wijze van ondersteuning aan dak- en thuislozen in Amsterdam-Amstelland. Deze ontwikkelingen worden hieronder toegelicht.
Regionale Ontwikelingen Aantal dak- en thuislozen Er is sprake van een toenemend aantal daklozen in de regio Amsterdam-Amstelland, net als in de andere steden van de G4. Dit concludeert een onderzoek naar ontwikkelingen binnen de groep van daklozen in de periode 2016 – 2018. Anno 2020 zijn deze conclusies nog steeds actueel. De stijging van het aantal dak- en thuislozen is opvallend omdat in alle steden het aantal huisuitzettingen gedaald is, ook in Amsterdam. Zo waren dat er circa 1.000 vóór 2010, en daalde dit in 2019 tot 84 huisuitzettingen. De stijging van het aantal dak- en thuislozen is onder andere terug te zien in het aantal briefadressen en het aantal mensen dat zich aan de balie van de Centrale Toegang meldt. Belangrijke oorzaak van de stijging is – naast het feit dat er meer mensen dak- of thuisloos worden en de vermaatschappelijking van de GGZ – vooral het gebrek aan betaalbare woonruimte. Hierdoor blijven mensen langer in de situatie van dak- en thuis loosheid en loopt het aantal op.