CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 15 februari 2022, gemeente aalsmeer36.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Redelijk gemakkelijk uitvoerbare uittreding (exit). Met een opzegtermijn van 5 jaar kan de afvalverwerking door Omrin worden gestaakt en is de gemeente geen desintegratievergoeding aan Afvalsturing verschuldigd.

c. De invulling van het aandeelhouderschap verschilt in beide organisaties Actief aandeelhouderschap is voorwaarde. Actief aandeelhouderschap beperkt noodzakelijk. Bijvoorbeeld ten behoeve van strategische keuzes en investeringen in de (bredere) energietransitie. d. Aandeelhouderschap Aandeelhouders van HVC kunnen publiekrechtelijke organisaties worden zoals gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Een (overheids)vennootschap is privaatrechtelijk en kan dus geen aandeelhouder worden.

Inbesteding nascheiding en verwerking restafval gemeente Aalsmeer 18 januari 2022

Publieke partijen kunnen aandeelhouder van Omrin c.q. Afvalsturing Friesland N.V. worden. Publieke partijen zijn bijvoorbeeld gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en overheid gedomineerde vennootschappen.

pagina 14 van 15

HVC e. Toetreding en verwerven van aandelen De gemeente (of gemeenschappelijke regeling) kan de aandelen verwerven tegen nominale waarde ( € 45,45 per aandeel). Er zijn momenteel circa 3.300 aandelen uitgegeven. Aan de hand van het volgende voorbeeld kunt u - naar rato – een indicatie voor uw eigen gemeente bepalen: een gemeente met 20.000 inwoners en gemiddeld 150 kg restafval per inwoner per jaar komt in aanmerking voor circa 23 aandelen A (ongeveer 0,7% van het totaal aan uitgegeven aandelen A). Er is geen inbreng van eigen vermogen vereist. De gemeente dient een garantstelling voor leningen van HVC af te geven. Ultimo 2020 is de totale garantstelling voor aandeelhouders A ongeveer 613 miljoen euro. Uitgaande van het fictieve voorbeeld (gemeente met 20.000 inwoners), bedraagt de garantstelling dan circa 4,1 miljoen euro.

Omrin De gemeente (of gemeenschappelijke regeling of overheidsvennootschap) kan letteraandelen-B in Afvalsturing Friesland N.V. verwerven. De waarde van een aandeel wordt bepaald door de nominale waarde van € 450,00 per stuk plus de aanwezige reserves. Het aantal aandelen wordt in overleg met de gemeente(n) bepaald. De gemeente kan daarbij het gewenst aantal aandelen aangeven. Met een beperkt aantal aandelen kan worden voldaan aan de vereisten voor inbesteding. Het maximaal aantal aandelen per gemeente bedraagt (en is in de praktijk) 360. Er hoeft geen garantstelling te worden afgegeven.

Gemeenten ontvangen jaarlijks een garantstellingsprovisie (1% van de garantstelling, omgerekend naar euro/ton restafval bedraagt dit circa 15 euro/ton). f. Vergelijking verwerkingskosten huishoudelijk restafval Het overzicht toont een vergelijking van de tarieven Verwerkingstarief restafval (per ton), zonder nascheiding voor aandeelhoudende gemeenten voor het Omrin Aandeelhouderstarief € 68 verwerken van huishoudelijk restafval. In het eerste Overslag en transport € 15 deel van dit overzicht wordt het tarief berekend voor Verbrandingsbelasting € 33 het verbranden van restafval in- en exclusief de Reductie afvalstoffenbelasting (bodemas HVC) garantstellingsprovisie (HVC) en te verwachten Garantstellingsprovisie dividend (Omrin). Dit restafval wordt niet Dividend Afvalsturing Friesland € -10 nagescheiden. Tarief excl. Gar.provisie / dividend Tarief incl. Gar.provisie / dividend Opgave door resp. Omrin en HVC

€ 116 € 106

HVC € 86 € 14 € 33 € -5 € -13

€ 133 € 115

Het aandeelhouderstarief zonder nascheiding en de overslag en transportkosten, zijn ook van toepassing Additionele reductie tarief bij nascheiding restafval* op restafval dat wel eerst nagescheiden moet worden Omrin HVC (op verzoek van de gemeente). Indien (een deel van Reductie afvalstoffenbelasting € -11 € -2,5 het) restafval moet worden nagescheiden, dan is een Tarief excl. Gar.provisie / dividend € 105 € 131 aanvullende tariefreductie (van de Tarief incl. Gar.provisie / dividend € 95 € 113 * Nascheiding restafval zonder bronscheiding PMD in gemeente of gebiedsdeel afvalstoffenbelasting) van kracht. HVC en Omrin scheiden alleen restafval na, uit gemeenten (of gebiedsdelen van een gemeente) zonder bronscheiding van PMD. Nb.1. De genoemde bedragen zijn indicatief en worden bij toetreding en contractvorming definitief vastgesteld. Nb. 2. De kosten voor overslag en transport betreft een verevend tarief.

Inbesteding nascheiding en verwerking restafval gemeente Aalsmeer 18 januari 2022

pagina 15 van 15

5.1 Aanpak dak- en thuisloosheid en doordecentralisatie Beschermd Wonen 1 Raadsvoorstel Dak- en thuisloosheid en beschermd wonen.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr

Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

11 januari 2022

Afdeling

wethouder drs. W.B. AlinkScheltema

J&S

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

I. Brugman 020-5404020 i.brugman@amstelveen.nl

Voor de vergadering van raad d.d.

10 maart 2022 Behandelen in de raadscommissie op

Maatschappij en Bestuur

17 februari 2022

Onderwerp

Aanpak dak- en thuisloosheid en doordecentralisatie Beschermd wonen Gevraagd besluit

1.

het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 Een nieuwe start - Samen op weg naar perspectief vast te stellen;

2.

het Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland vast te stellen, waarin onder meer is opgenomen dat: a. de gemeente Amsterdam de aankomende inkoopprocedure voor de Amstelland gemeenten op zich neemt; b. de financiële middelen die de gemeente Aalsmeer vanaf 2023 voor nieuwe cliënten voor Beschermd Wonen ontvangt, tot en met 2025 worden overgeheveld naar de gemeente Amsterdam; c. de Amstelland gemeenten solidair zijn en blijven als het gaat om realiseren van opvangplekken voor economisch daklozen en eventueel toekomstige lokale MOBW locaties in de gehele Amstelland regio. Iedere Amstelland gemeente neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en spant zich in om op hun grondgebied te zoeken naar geschikte locaties voor inwoners uit de Amstelland gemeenten.

3.

om voor de groep economisch dak- en thuislozen die wordt opgevangen vanaf 1 juli 2021 een uitzondering te maken op de regel dat de verblijfplaats van een persoon leidend is bij het verstrekken van voor-zieningen en uitkeringen in het Sociaal domein en dit te verwerken in de lokale beleidsregels.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

Ons gezamenlijke doel in de regio Amsterdam-Amstelland is het bieden van een beter perspectief bij (dreigende) dakloosheid. Met dit doel en de wijze waarop we (de doordecentralisatie van) Beschermd Wonen vormgeven streven wij, in lijn met de gedachte achter de Wmo, naar inclusieve buurten en wijken waarbij ook onze inwoners met een psychische kwetsbaarheid en inwoners die zich tijdelijk in een kwetsbare situatie bevinden, de mogelijkheid hebben om in deze wijken ondersteuning te krijgen en mee te kunnen doen. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

We blijven in de regio Amsterdam-Amstelland ook na de doordecentralisatie samenwerken op het gebied van maatschappelijke opvang en beschermd wonen (verder: MOBW). Bij de inrichting van de doordecentralisatie van MOBW binnen de regio Amsterdam-Amstelland is gekozen voor het leidende principe: lokaal wat kan, regionaal (Amsterdam-Amstelland) wat moet en subregionaal (Amstelland) waar nodig. Dit doen we stapsgewijs, zodat we in Amstelland expertise kunnen opbouwen en betere samenwerking kunnen organiseren met het lokale veld.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 7

In het Regioplan Amstelland Beschermd Wonen en dak- en thuisloosheid 2022-2025, Een nieuwe start in Amstelland (verder: het Regioplan) is opgenomen wat we de komende jaren gaan doen en uitwerken in Amstelland. We zetten in op preventie van dakloosheid bijvoorbeeld door de mogelijkheden in de Participatiewet te benutten (bijvoorbeeld door maatwerk te leveren als het gaat om toepassing van de kostendelersnorm) en door aan de slag te gaan met het maken van afspraken tussen zorg- en welzijnsaanbieders, woningbouwcorporatie en gemeente om uitstromers uit de MOBW-keten goed in een eigen woning te laten landen. We werken regionaal samen aan de opvang en begeleiding van mensen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid. Met de lessen die we leren uit de pilots die nu lopen (zoals Onder de Pannen en opvang in hotels) werken we het beleid rond de opvang en tijdelijke woonplekken verder uit. U bent over dit onderwerp eerder geïnformeerd, namelijk per raadsbrief van 29 juni 2021 en tijdens twee regionale raadsessies op 21 en 22 september 2021. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

1 Sociaal domein Aanleiding

Doordecentralisatie Beschermd Wonen Op dit moment krijgt gemeente Amsterdam als centrumgemeente rijksbudget voor Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW). Maatschappelijke opvang is een maatwerkregeling op basis van de Wmo voor iedere kwetsbare burger vanaf 18 jaar (met of zonder kinderen) die door een acute situatie (tijdelijk) geen woonruimte heeft. De MO biedt onderdak, zorg en begeleiding, maar geen behandeling bij een (psychiatrische) diagnose. Bewoners worden ondersteund in het traject naar weer zelfstandig wonen. BW is een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. Dit kan in een instelling zijn als er 24 uur toezicht nodig is, of het kan een vorm van zelfstandig wonen zijn als begeleiding op afstand of op afroep afdoende is. Vanaf 1 januari 2023 krijgen alle gemeenten budget voor de “nieuwe cliënten” BW; mensen die vanaf dan instromen in BW. Landelijk is bepaald dat de fasering van de doordecentralisatie BW is uitgespreid over 10 jaar, dus tot en met 2032. De centrumgemeenten blijven de middelen voor de bestaande cliënten krijgen. Deze middelen worden over een periode van 10 jaar afgebouwd. De beslissing van het Rijk over het doordecentraliseren van Maatschappelijke Opvang staat gepland voor 2026.

Een aantal bewegingen komt tegelijkertijd bij elkaar met de decentralisatie van MOBW. Het gaat zowel om het decentraliseren van budget (van centrumgemeente naar lokale gemeente), als het overgaan van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel, in de context van de transformatie (de beweging naar thuis in de wijk), de context van een overspannen woningmarkt en flinke wachtlijsten in de GGZ. Dit samen met andere onzekere factoren (zie toelichting onder beslispunt 2), heeft geleid tot de keuze om de taken daarom nog voorlopig bij Amsterdam te beleggen en niet direct zelf uitvoering te geven aan deze taken. Het beleggen van de inkoop en (voorlopig ook) de toegang van MOBW bij gemeente Amsterdam, heeft als gevolg dat de Amstelland gemeenten het beleid van Amsterdam hierin volgen. Opgave economisch dak- en thuislozen Een economisch dakloze is een inwoner zonder ernstige verslavings- of psychiatrische problematiek en met voornamelijk een huisvestingsvraag. Economische daklozen worden ook wel zelfredzame daklozen of nieuwe daklozen genoemd. Het gebrek aan (betaalbare) huisvesting wordt gezien als de

Pagina

3 van 7

grootste oorzaak van het toenemend aantal (economisch) daklozen. Dit zorgt ervoor dat mensen die met spoed een woning nodig hebben, deze steeds moeilijker kunnen vinden en steeds langer in een situatie van (dreigende) economische dakloosheid verkeren. Gevolg hiervan is dat problemen zich opstapelen en dit leidt tot kostbare zorg en grotere toestroom naar maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Amsterdam heeft met een aantal andere centrumgemeenten de noodklok geluid rondom de steeds groter wordende groep economisch daklozen en het ontbreken van middelen en voorzieningen om deze groep op te vangen. Dit heeft ertoe geleid dat in 2020 middelen door het Ministerie van VWS beschikbaar zijn gesteld aan Amsterdam in het kader van de Landelijke Aanpak Dak- en Thuisloosheid van staatssecretaris Blokhuis. Eén van de maatregelen betreft het realiseren van passantenplekken in Amstelland voor economisch daklozen en het organiseren van passende begeleiding. Voor de regio Amstelland gaat het om € 4 mln,-. In bestuurlijke overleggen in Amstelland verband in 2020 en 2021, is afgesproken om samen op te trekken rondom deze opgave. In juni 2021 heeft hierover besluitvorming in de vijf colleges plaatsgevonden.

De Amstelland gemeenten zijn en blijven solidair als het gaat om realiseren van opvangplekken voor economisch daklozen en eventueel toekomstige lokale MOBW locaties in de gehele Amstelland regio. Iedere Amstelland gemeente neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en spant zich in om op hun grondgebied te zoeken naar geschikte locaties voor inwoners uit de Amstelland gemeenten. Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Het Beleidsprogramma is in juni ’21 ter kennisname met de gemeenteraden van de Amstelland gemeenten gedeeld als bijlage bij een raadsbrief. In de raadsbrief is aangekondigd dat dit Beleidsprogramma tegelijkertijd met een regionale invulling van het Beleidsprogramma eind 2021/begin 2022 ter vaststelling zal worden aangeboden. Argumenten

Beslispunt 1: het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 Een nieuwe start - Samen op weg naar perspectief vast te stellen. 1. Het Beleidsprogramma vervangt het tot nu toe voor Amsterdam en Amstelland geldende Koersbesluit Thuis in de Wijk. De gemeenteraad van Amsterdam heeft het Beleidsprogramma in juli 2021 al vastgesteld. Het Beleidsprogramma richt zich voornamelijk op dak- en thuisloosheid en in mindere mate op beschermd wonen. De doordecentralisatie is niet omschreven in het Beleidsprogramma; hierover is afgesproken dat het een plaats krijgt in het Regioplan. In het Beleidsprogramma is een aparte leeswijzer voor Amstelland opgenomen (p.5) waarin staat dat de speerpunten en uitgangspunten voor de gehele regio AmsterdamAmstelland gelden, maar dat de uitwerking hiervan zal worden opgenomen in een regioplan. De speerpunten uit het Beleidsprogramma luiden als volgt: 1. Vroegsignalering en vroeginterventie 2. Vergroten aanbod woonoplossingen 3. Goede ondersteuning op maat 4. Duurzaam maatschappelijk herstel Beslispunt 2. het Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland vast te stellen 2. Het Regioplan bevat zowel de afspraken en een ontwikkelagenda voor de doordecentralisatie als een regionale invulling van het Beleidsprogramma.

Pagina

4 van 7

De VNG en VWS hebben afgesproken dat op 1 januari 2022 regionale samenwerkingsafspraken moeten zijn gemaakt over de doordecentralisatie Beschermd wonen. Met het vaststellen van dit plan voldoen we ook aan de Norm voor opdrachtgeverschap. Het regioplan Amstelland beschrijft onze gezamenlijke uitgangspunten en op hoofdlijnen hoe we de doordecentralisatie maatschappelijke opvang en beschermd wonen en de regionale aanpak economisch daklozen de komende tijd willen gaan vorm geven. Ontwikkelagenda De doordecentralisatie doen we stapsgewijs, zodat we in Amstelland expertise kunnen opbouwen en betere samenwerking kunnen organiseren met het lokale veld. Dit maakt het mogelijk om te anticiperen op de beslissingen van het Rijk die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarvan de uitwerking nog niet duidelijk is, zoals de definitieve vaststelling van het verdeelmodel van de middelen voor BW en de invoering van het woonplaatsbeginsel. Ook hebben we nog onvoldoende zicht en grip op de lokale aantallen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ten aanzien van MOBW hebben we afgesproken met Amsterdam om de monitoring beter op orde te krijgen. ▪ De Amstelland-gemeenten blijven daarom het budget tot en met 2025 sowieso ‘teruggeven’ aan Amsterdam en Amsterdam regelt de inkoop.

Daarnaast worden nadere afspraken gemaakt over verrekening, de uitvoeringskosten en een transformatiebudget voor de groeiende rol in de toegang. ▪ Verder is nog niet duidelijk of de incidentele middelen (Blokhuismiddelen) voor de tijdelijke huisvesting van economisch daklozen verlengd, dan wel gestructureerd worden door het Rijk. ▪ Halverwege 2022 evalueren we inhoudelijk de pilots die we zijn gestart voor economisch daklozen. We zijn nog te kort bezig om deze nu te evalueren. Wel merken we in de praktijk dat er behoefte is aan meer concrete gezamenlijke definities en kaders aangaande economisch daklozen. Er is veel complexe casuïstiek waarbij het lastig af te wegen is wanneer iemand wel/niet kan worden opgevangen en met welke afspraken. ▪

Beslispunt 3. Instemmen om voor economisch dak- en thuislozen die worden opgevangen of tijdelijk gehuisvest in een andere gemeente, vanaf 1 juli 2021 een uitzondering te maken op de regel dat de verblijfplaats van een persoon leidend is bij het verstrekken van voorzieningen en uitkeringen in het Sociaal domein, en dit te verwerken in de lokale beleidsregels. De regionale samenwerking voor economisch daklozen vraagt, naast inzet van alle gemeenten voor het creëren van tijdelijke woonplekken, ook inzet van een andere aard. Zo moet het mogelijk gemaakt worden om gemeentelijke voorzieningen zoals een PW-uitkering of Wmo-ondersteuning te verkrijgen vanuit de gemeente van herkomst. Daardoor kan de inwoner de ondersteuning die hij/zij krijgt blijven ontvangen in de gemeente waar de inwoner tijdelijk wordt ondergebracht en wordt de ontvangende gemeente niet belast met de kosten. Ook worden administratieve lasten voor zowel inwoners als gemeenten voorkomen. Economisch dak- en thuislozen die worden opgevangen of tijdelijk gehuisvest in een andere gemeente beschouwen we dus eigenlijk als inwoners van de gemeente van herkomst. De gemeenteraad dient goed te keuren dat deze uitzondering wordt gemaakt. Het gaat hier om buitenwettelijk begunstigend beleid. Het is toegestaan, mits de gemeenteraad hier ook goedkeuring aan verleent. Kanttekeningen

De gevolgen van de wooncrisis worden bij steeds meer groepen in onze samenleving voelbaar en zichtbaar. Met deze aanpak proberen we dakloosheid te voorkomen en de groep die toch dakloos wordt zo goed mogelijk op te vangen en te begeleiden naar een meer duurzame plek. Belangrijk om op te merken is dat niet alle inwoners na het jaar tijdelijke opvang en begeleiding de gewenste duurzame plek zullen hebben gevonden. De krapte op de woningmarkt lossen we met deze aanpak niet op. We zullen dan ook met elkaar moeilijke keuzes moeten blijven maken.

Pagina

5 van 7

Financiën

In 2022 ontvangt de gemeente Amsterdam de middelen voor beschermd wonen (en maatschappelijke opvang) voor de hele regio. In de onderstaande tabel zijn de bedragen voor Beschermd wonen vanaf 2022 weergegeven die in de septembercirculaire van 2021 zijn opgenomen. Verdeelmodel o.b.v. een fasering van tien jaar voor de gemeente Aalsmeer:

Dit budget is bepaald op basis van het zogenaamde “objectief verdeelmodel”. Het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt parallel met de herijking van het gemeentefonds vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. De volgende financiële risico’s zijn te benoemen: • Het budget is mogelijk niet toereikend om kosten te dekken voor een individuele gemeente (vanaf het begin). Objectief verdeelmodel past niet bij de uitvoering in de praktijk • Reguliere fluctuaties in gebruik. Er komt een gemiddeld aantal cliënten per jaar naar MOBW, in de praktijk zit er fluctuatie in deze instroom. Het ene jaar hoger, het andere jaar lager • Mismatch in tijd tussen beschikbaar budget en uitgaven, bijvoorbeeld door snellere instroom van nieuwe cliënten dan opbouw beschikbaar budget objectief verdeelmodel of andere verdeling over regio dan gedacht. Belangrijk om te vermelden is dat deze cijfers nog niet definitief zijn. Het nieuwe kabinet moet nog een besluit nemen over de definitieve bedragen en het verdeelmodel. Verwachting is dat dit in de meicirculaire 2022 bekend wordt gemaakt. Daarnaast gaat een groot deel van de cliënten sinds dit jaar over naar de Wet langdurige zorg. De impact van die ontwikkeling is ook een onzekerheid de komende jaren.

Budget in ieder geval van 2023 tot en met 2025 naar Amsterdam Omdat er nog te veel onbekend is willen we de komende jaren met elkaar blijven samenwerken zoals we in de afgelopen jaren hebben gedaan. Dat wil zeggen dat de Amstelland-gemeenten het budget 2023 tot en met 2025 sowieso ‘teruggeven’ aan Amsterdam. Met de gemeente Amsterdam is afgesproken dat een bedrag vanuit Amsterdam beschikbaar wordt gesteld aan de regiogemeenten voor uitvoerings- en beleidskosten, contractmanagement en de groeiende rol in de toegang. Het uitgangspunt hierbij is dat deze middelen voldoende zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken. De gemeente Amsterdam zorgt op basis van het gehele budget nog steeds voor inkoop van MOBWplekken voor de regio Amsterdam-Amstelland. Omdat er niet meer MOBW-plekken ingekocht dan waarvoor budget is, is er geen financieel risico voor de Amstelland gemeenten op overschrijding

Pagina

6 van 7

van budgetten. Wel kunnen wachtlijsten ontstaan als het aantal plekken onvoldoende is. Blokhuismiddelen De gemeente Amsterdam heeft middelen (€ 4mln) ontvangen voor het opvangen en begeleiden van 150 economisch daklozen per jaar gedurende twee jaar in de regio Amstelland. Met de gemeente Amsterdam is afgesproken is dat deze middelen via de begroting van de gemeente Amstelveen lopen. Amstelveen legt (regionaal in Amstelland afgestemde) verantwoording af over deze middelen. Deze middelen zijn incidenteel voor 2020 en 2021. Amsterdam heeft medegedeeld dat het resterende budget is overgeheveld naar 2022 en vooralsnog mag worden uitgegeven tot ongeveer medio 2022. Daarnaast zijn zij, samen met andere gemeenten, met het Rijk in gesprek over verlenging van deze periode en een structureel karakter van middelen voor de opvang van economisch daklozen. Communicatie

Betrokken partijen worden op de hoogte gebracht van de besluitvorming. Procedure

In alle vijf de Amstelland gemeenten heeft de besluitvorming door de colleges plaatsgevonden. In Aalsmeer liggen de stukken op 10 maart bij de gemeenteraad ter besluitvorming voor. In Amstelveen is dit op 16 februari 2022, in Diemen en Ouder-Amstel beslist de raad op 17 februari en in Uithoorn op 3 maart. Bijlagen

1. Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 Een nieuwe start - Samen op weg naar perspectief. 2. Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland 3. Adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein 4. Reactie op de adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

Aanvaarde amendementen / moties

Pagina

7 van 7

RAADSBESLUIT Besluit

1.

het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 Een nieuwe start - Samen op weg naar perspectief vast te stellen;

2.

het Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland vast te stellen, waarin onder meer is opgenomen dat: a. de gemeente Amsterdam de aankomende inkoopprocedure voor de Amstelland gemeenten op zich neemt; b. de financiële middelen die de gemeente Aalsmeer vanaf 2023 voor nieuwe cliënten voor Beschermd Wonen ontvangt, tot en met 2025 worden overgeheveld naar de gemeente Amsterdam; c. de Amstelland gemeenten solidair zijn en blijven als het gaat om realiseren van opvangplekken voor economisch daklozen en eventueel toekomstige lokale MOBW lo-caties in de gehele Amstelland regio. Iedere Amstelland gemeente neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en spant zich in om op hun grondgebied te zoeken naar ge-schikte locaties voor inwoners uit de Amstelland gemeenten.

3. om voor de groep economisch dak- en thuislozen die wordt opgevangen vanaf 1 juli 2021 een uitzondering te maken op de regel dat de verblijfplaats van een persoon leidend is bij het verstrekken van voorzieningen en uitkeringen in het Sociaal domein en dit te verwerken in de lokale beleidsregels. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 maart 2022. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

1 1. Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025 Een nieuwe start - samen op weg naar perspectief.pdf

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

Voorwoord Het aantal dak- en thuislozen in Nederland liep de afgelopen jaren op tot 39.000 in 2018. Alhoewel de cijfers lijken te stagneren, telt Nederland volgens het CBS op 1 januari 2020 nog steeds 36.000 dak- en thuislozen. In AmsterdamAmstelland hebben wij in 2020 ongeveer 4.700 mensen met een maatwerk­voorziening binnen Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en dit is nog lang niet voldoende, want er staan daarnaast nog eens ongeveer 2.000 mensen op een wachtlijst. Dit zijn er te veel. Het gaat om volwassenen, jong­volwassenen en gezinnen met kinderen die om verschillende redenen geen dak boven het hoofd hebben. Niet alleen de meest kwetsbare groep – waarbij verslaving, schulden, licht verstandelijke beperking, psychiatrische ziektebeelden of psychische stoornissen een rol speelt – neemt toe, ook het aantal economisch daklozen groeide vanwege de economische crisis. Dit is een groep daklozen die geen (zware) zorgvraag heeft, maar bijvoorbeeld door echtscheiding of verlies van inkomen hun woning verliest en niet in staat is weer eigen woonruimte te vinden. De groei van deze groep zien we ook terug in de regio Amsterdam-Amstelland. De schattingen lopen uiteen van 1.100 tot 2.500 mensen die jaarlijks economisch dakloos raken. De situatie op de woningmarkt in onze regio draagt hier ook aan bij.

Er is immers sprake van een groot tekort aan sociale huurwoningen en fors gestegen prijzen van koopwoningen en huren van huurwoningen in de particuliere sector.

Ook is het zeker dat de huidige pandemie grote impact heeft op de Nederlandse samenleving. Zo zijn er veel bedrijven die hun omzet terug zien lopen, met als gevolg noodgedwongen ontslagen. Het is nog te vroeg om de effecten van de pandemie op dak- en thuisloosheid in zijn geheel te overzien, maar we zien nu in AmsterdamAmstelland al een toename van aanvragen voor onder­steuning en meer economisch daklozen vanwege COVID-19. Dakloosheid kan ons allemaal overkomen. Landelijke regelgeving, zoals de kostendelersnorm, kan ook tot dakloosheid leiden. Door de huidige kostendelersnorm kunnen mensen in de bijstand moeilijker hun woning delen met anderen. Zeker in het geval van jongvolwassenen leidt de kostendelersnorm soms tot schrijnende situaties. Zo komt het voor dat jongeren na hun 18e verjaardag op straat terechtkomen omdat de bijstand van de ouder anders verlaagd wordt. Jongeren hebben vaak niet voldoende inkomen om een betaalbare woonruimte te vinden en de kans dat zij via ‘bankhoppen’ in onveilige en uitzichtloze situaties terechtkomen neemt toe. Ondertussen zien we in Amsterdam-Amstelland ook dat de druk op de opvang oploopt. In voorgaande jaren is de opvang dan wel uitgebreid, toch zijn de wachtlijsten helaas niet korter geworden. De grenzen van uitbreiding zijn bereikt: daarvoor zijn geen middelen meer beschik­ baar.

De vraag blijft echter groeien en de uitstroom uit de opvang stagneert vanwege het gebrek aan betaalbare woningen. Ook is er een blijvend hoge vraag naar 24-uursopvang door ambulantisering van de GGZ en forensische zorg. Omdat de trajecten in de specialistische GGZ en forensische zorg korter duren Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

2

bieden op een nieuwe start en daarmee op maatschap al voor in, daar gaan we mee door en daar zetten we n gemeente meer integraal te werken. Dakloosheid is im ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden zoals het nog winst te behalen. komen mensen met zwaardere problematiek binnen bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zij hebben vaker dan voorheen intensievere onder­ steuning nodig. Dak- en thuisloosheid is schadelijk voor hen die het overkomt en voor de maatschappij. Het is onze maat­ schappelijke opdracht om inwoners die dak- en/of thuisloos (dreigen te) worden perspectief te bieden op een nieuwe start en daarmee op maatschappelijk en economisch herstel. Daar zetten we ons al voor in, daar gaan we mee door en daar zetten we nu weer nieuwe stappen in. Bijvoorbeeld door als gemeente meer integraal te werken. Dakloosheid is immers niet alleen een zorgprobleem, maar ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden zoals het verliezen van een inkomen of een huis. Hier valt nog winst te behalen. Vroegsignalering en vroeginterventie is van groot belang. Om dakloosheid te voorkomen moeten we snel kunnen handelen als iemand zich meldt met een vraag naar ondersteuning. En als mensen toch dakloos worden willen we een springplank bieden naar maatschappelijk herstel en een zelfstandig bestaan.

De Buurtteams Amsterdam en de lokale teams in Amstelland hebben hier samen met de specialistische partners vanuit Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MOBW) en de diensten vanuit Werk, Participatie en Inkomen

(WPI) een belangrijke rol in. Niet alleen ondersteuning, maar vooral een woning en een eigen plek dragen bij aan herstel en participatie. Creativiteit is noodzakelijk om elke kans in de regio te benutten om structurele, maar ook tijdelijke woonmogelijkheden te realiseren. Alleen zo kunnen we de opvangketen beschikbaar en betaalbaar houden voor acute nood in plaats van voor langdurige opvang. Een goede samenwerking binnen de regio Amsterdam-Amstelland is van groot belang om de ondersteuning bij dreigende dakloosheid snel en dichtbij te organiseren. De visie en uitgangspunten zijn in dit beleidsprogramma gedetailleerd uitgewerkt voor Amsterdam als centrumgemeente, maar de uitgangs­ punten zijn in nauwe samenwerking met de regio­ gemeenten opgesteld. In een apart regioplan zullen de uitgangspunten en de decentralisatie van MOBW naar Diemen, Uithoorn, Ouder- Amstel, Aalsmeer en Amstelveen worden uitgewerkt. Mede ondertekend namens Laurens Ivens (wethouder Wonen), Rutger Groot Wassink (wethouder Sociale Zaken en Diversiteit) en Marjolein Moorman (wethouder Onderwijs en Armoede). Alsmede door de wethouders zorg van de regio Amstelland: Wilma Alink-Scheltema (Aalsmeer), Marijn van Ballegooijen (Amstelveen), Jeroen Klaasse (Diemen), Rineke Korrel (Ouder-Amstel) en José de Robles (Uithoorn).

Vroegsignalering en vroeginterventie is van groot bela snel kunnen handelen als iemand zich meldt met een v dakloos worden willen we een springplank bieden naar bestaan. De Buurtteams Amsterdam hebben hier sam Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MOBW) Inkomen (WPI) een belangrijke rol in. Niet alleen onde plek dragen bij aan herstel en participatie. Creativiteit benutten om structurele, maar ook tijdelijke woonmog opvangketen beschikbaar en betaalbaar houden voor a

Mede ondertekend namens Laurens Ivens (wethouder Sociale Zaken en Diversiteit) en Marjolein Moorman (w

Simone Kukenheim Wethouder Jeugd en Zorg

Simone Kukenheim Wethouder Onderwijs Jeugd en Zorg

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

3

Inhoudsopgave Voorwoord

2

1 Samenvatting

5

2 Focus 2021-2025

8

2.1 Ambitie en Speerpunten 2.2 Uitgangspunten 2.3 Dilemma’s 2.4 Doelgroep

8 10 11 12

3 Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie

13

4 Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen

17

4.1 Vergroten aanbod structurele woonoplossingen 4.2 Verbeteren tijdelijke opvang- en woonmogelijkheden

17 18

5 Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat

21

6 Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel

26

7 Financiën

30

8 Monitoren en sturen

32

Bijlage 1: Totstandkoming van het beleidsprogramma Bijlage 2: Trends & ontwikkelingen Bijlage 3: Evaluatie Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020 Bijlage 4: Begrippen- en afkortingenlijst

34 35 40 43

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

4

H1

Samenvatting Het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid ‘Een nieuwe start’ is de opvolger van het Koers­ besluit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2016-2020 ‘Thuis in de Wijk’. De evaluatie van ‘Thuis in de Wijk’ is opgenomen in bijlage 2. Met ‘Thuis in de Wijk’ is al een beweging van vermaatschappelijking en inclusie in gang gezet. Het huidige, vernieuwde beleidsprogramma zet daar de komende vier jaar vervolgstappen in. ’Een nieuwe start’ schetst de kaders voor ondersteuning van kwetsbare inwoners uit de

Leeswijzer Amstelland De speerpunten en uitgangspunten in dit beleids­ programma gelden voor Amsterdam-Amstelland; de uitwerking ervan en de bijhorende resultaten en acties, zijn in dit beleidsprogramma voornamelijk beschreven voor Amsterdam. De regiogemeenten Ouder-Amstel, Uithoorn, Diemen, Aalsmeer en Amstelveen stellen, in samenwerking met de gemeente Amsterdam, in 2021 een regioplan op in aanvulling op dit beleidsprogramma waarin de vertaalslag naar de lokale situatie goed gemaakt kan worden. De regiogemeenten zullen als gevolg van de toekomstige doordecentralisatie een groeiend aandeel leveren in de preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen. Hierbij gaat het om het doordecentraliseren

regio Amsterdam-Amstelland. Hierbij gaat het om inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, maar ook om inwoners die vanuit beschermd wonen een vorm van opvang of ondersteuning nodig hebben. Het programma loopt van 2021 tot en met 2025. De ambitie van dit beleidsprogramma is: iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden ontvangt herstelondersteunende begeleiding. Op deze manier kunnen zij makkelijker aan maatschappelijk en economisch herstel werken.

van verantwoordelijkheden en financiën van de centrumgemeente. Het regioplan geeft richting aan de opbouw en ontwikkeling van preventie, de lokale expertise, de toegang, uitstroom naar de regio­ gemeenten en de financiële afspraken onder de doordecentralisatie. Bij de inrichting van de doordecentralisatie binnen de regio AmsterdamAmstelland is gekozen voor het leidend principe: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Dit betekent dat verschillende interventies anders vormgegeven kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is dat verblijfsvoorzieningen voor MOBW regionaal worden georganiseerd, maar dat preventie passend bij de eigen gemeente lokaal ingericht kan worden. De opvang van economsich daklozen zal subregionaal georganiseerd worden.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

5

Uitgangspunten Aankomende jaren zijn er acht algemene uitgangspunten die het beleidsprogramma inkleuren. 1. Wijkgericht en dichtbij: elke inwoner kan in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden. 2. Focus op tijdelijkheid en Housing first: de meeste mensen die blijvend 24-uurszorg nodig hebben vallen sinds 2021 niet meer onder de Wmo, maar onder de Wlz. Hierdoor is het tijdelijk karakter bij de herstel-ondersteunende begeleiding in de MO/BW-keten leidend. 3. Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden: naast de bouw van nieuwe woningen versterken we de beweging naar nieuwe woonmogelijkheden. 4. Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen. Er is een groeiende groep economisch daklozen die een andere ondersteuningsvraag heeft dan de oorspronkelijke MO/BW-doelgroep. Ook moeten jong­volwassenen die aan het begin van hun leven staan alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en participeren. Tot slot verdienen gezinnen met kinderen speciale aandacht omdat de kinderen vaker in onveilige situaties opgroeien en dit zeer onwenselijk is. Bij al deze groepen is het van groot belang om snel de juiste hulp te kunnen bieden om daarmee erger te voorkomen. 5. Zelfregie als uitgangspunt: het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject. 6.

Inzet van ervaringsdeskundigheid: het structureel inzetten van ervaringsdeskundigheid draagt bij aan

het bieden van de ondersteuning die het beste aansluit bij de behoefte van een cliënt. 7. Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen: hierdoor zijn interventies beter op elkaar afgestemd. Dakloosheid is niet alleen een zorgprobleem maar ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden, zoals het verliezen van een inkomen of een huis. 8. Samenwerking in de regio: regiogemeenten leveren een groeiend aandeel in preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen.

Dilemma’s Alhoewel alles op alles gezet wordt om de beoogde ambitie te behalen is het belangrijk om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken: • In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, vooral voor kwetsbare doelgroepen. Met de inzet op het vergroten van het aanbod van woonoplossingen wordt er resultaat geboekt, maar het is goed te realiseren dat ondanks die stappen het tekort aan betaalbare woningen de komende jaren niet wordt opgelost. • In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid in Amsterdam-Amstelland structureel op te lossen. • Bij het niet structureel maken van de middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak worden een aantal maatregelen in het beleidsprogramma na 2021 of 2022 afgebouwd.

Speerpunten Bij de ambitie van dit beleidsprogramma horen vier speerpunten. Voor elk speerpunt zijn resultaten en acties benoemd. Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie We willen voorkomen dat mensen dakloos raken. De toegespitste expertise op gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ is laagdrempelig en toegankelijk. Daarbij worden signalen van dreigende dakloosheid eerder opgepakt. Buurtteams Amsterdam speelt hierbij een belangrijke rol aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings­ vraag. Daarnaast ondersteunen we de oprichting van een daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid om te werken aan hun maatschappelijk herstel en kan men gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Straatalliantie. Economisch of dreigend daklozen hebben via het project ‘Briefadressen’ recht op een briefadres. Ze krijgen daarbij begeleiding met een op persoon gemaakt perspectiefplan. Tot slot biedt het team ‘economisch daklozen’ van De Regenboog Groep kort­durende en intensieve begeleiding aan economisch daklozen.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

6

Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen Het behoud én vermeerdering van betaalbare woningen is één van de sleutels bij het oplossen en voorkomen van dakloosheid. Aankomende jaren worden er in Amsterdam veel nieuwe woningen gebouwd en wordt de bestaande voorraad beschermd. We willen een groter aanbod van omslagwoningen om zo de directe instroom van de MO/BW-doelgroepen te bevorderen. Daarnaast komt er met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem. Hierdoor krijgen mensen in kwetsbare positie meer kans op een sociale huurwoning. Dit is echter nog niet genoeg. Daarom wordt er geïnvesteerd in tijdelijke bouw en transformatie van panden. Bij tijdelijke bouw zetten we in op huurcontracten die op maat zijn gesneden waar­ door een huurder voor een langere periode kan huren. Daarnaast worden tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en regio vergroot, zoals opvang in hotels en het project ‘Onder de Pannen’.

Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel We willen voorkomen dat mensen die uit de schuldhulp­ verlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning terugvallen. Het is belangrijk dat de inwoner tijdens het gehele traject toegang blijft houden tot het brede aanbod van interventies, zoals bij andere speer­ punten omschreven. Het snel kunnen op- en afschalen van ondersteuning draagt bij aan een duurzaam herstel.

Monitoring Dit beleidsprogramma heeft grote ambities die worden nagestreefd door verschillende wethouders. Om te zorgen dat we deze ambities kunnen waarmaken én tijdig kunnen bijsturen is monitoring van essentieel belang. Niet alleen om te zien of we de resultaten behalen, maar ook vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep en de gevolgen van de coronapandemie. Daarom wordt er een integrale monitor opgezet en uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regio­ gemeenten, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld.

Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij het doel maatschappelijk en economisch herstel is. Uiteraard passend bij het perspectief van de inwoner. Momenteel staan mensen te lang op de wachtlijst voor een MOBWtraject. We proberen met verschillende maatregelen de instroom in de MOBW-keten te verkleinen en trajecten te verkorten. We zetten direct begeleiding in wanneer iemand in aanmerking komt voor een MOBW-traject en we vergroten de succesvolle resourcegroepen methodiek. Ook zetten we in op maatwerk van interventies op gebied van werk, wonen, inkomen en schulden. Op die manier is de ondersteuning passend bij de ondersteuningsvraag en staan er geen bureaucratische belemmeringen in de weg. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

7

H2

Focus 2021-2025 In dit hoofdstuk leest u onze ambities en bijbehorende speerpunten. De maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn opgenomen in bijlage 2.

2.1 Ambitie en Speerpunten Ambitie: een beter perspectief bij (dreigende) dakloosheid Huisvesting is een mensenrecht en herstel begint met een huis, zoals ook het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna RVS) stelt. Het is de ambitie van dit beleidsprogramma om met iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden samen aan een nieuwe start en daarmee maatschappelijk en economisch herstel te werken. Bij deze ambitie horen vier speerpunten. Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie Dakloosheid voorkomen is beter dan dakloosheid oplossen. Kwetsbare inwoners die dakloos dreigen te worden hebben we daarom eerder in beeld. Woonproblemen of andere bestaansonzekerheden die kunnen leiden tot dakloosheid – zoals schulden of eenzaamheid – worden snel en vroegtijdig gesignaleerd. Samen met de kwetsbare inwoner wordt via vroeginterventie getracht om dakloosheid te voorkomen. Tevens wordt dakloosheid sneller omgebogen naar maatschappelijk herstel. Vroegsignalering en vroeg­ interventie worden dus ingezet op alle leefgebieden.

Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen De meest voor de hand liggende en noodzakelijke oplossing voor dakloosheid is meer betaalbare woningen. Daarom gaan we in Amsterdam de komende jaren veel nieuwe woningen bouwen en moeten we de bestaande voorraad blijven beschermen. Ook zullen we met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem invoeren, waarin mensen die in een kwetsbare positie zitten meer kans krijgen. Dit is echter niet genoeg om de woonvraag van met name lage inkomensgroepen op te lossen. Daarom investeren we in tijdelijke bouw en transformatie van bestaande panden. Bij tijdelijke bouw zetten we in op tijdelijke huur­ contracten die op maat zijn gesneden. Het is hierdoor mogelijk dat een huurder voor een langere periode kan huren dan de gebruikelijke drie jaar. Voor de corporaties verlaagt dit de drempel om deze woningen voor een langere periode aan dezelfde persoon te verhuren, zonder het risico dat de persoon de woning niet meer verlaat zodra het tijdelijke complex ophoudt te bestaan. Niettemin moet het doel blijven dat de huurder terecht­ komt in een permanente woning met een huurcontract voor onbepaalde tijd. Kanttekening bij alle te nemen acties is dat ook met deze aanvullende maatregelen er niet voldoende woonruimte zal zijn voor alle daklozen in Amsterdam.

Landelijke inzet voor extra woningen en beter spreiden van de opvang en huisvesting van statushouders is noodzakelijk. Daarom lobbyen we bij het Rijk ook voor een brede en integrale afweging van de diverse doel­ groepen die opvang en huisvesting nodig hebben in een gemeente.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

8

Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij maatschappelijk en economisch herstel het doel zijn. Hierbij gaat het om maatwerk van ondersteuning door hulpverleners, maar ook eigen inzet op de leefgebieden wonen, werk, inkomen, onderwijs en veiligheid is van belang. Het doel is dat mensen gegeven hun perspectief zo snel mogelijk, in een veilige omgeving, weer kunnen participeren. Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel We willen voorkomen dat mensen terugvallen die uit de schuldhulpverlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning. Om dit te realiseren is het van belang dat er sprake is van duurzaam maatschappelijk herstel om zodoende nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen. Dit plan omschrijft niet het volledige aanbod waar dakof thuisloze inwoners van Amsterdam-Amstelland gebruik van kunnen maken. Dit beleidsprogramma legt de nadruk op nieuwe Amsterdamse maatregelen of daar waar een intensivering plaatsvindt. De beschrijving van de maatregelen in dit beleidsprogramma zijn dus niet alomvattend. We doen nog zoveel meer dan beschreven.

Speerpunt 1:

Vroegsignalering en vroeginterventie Speerpunt 2:

Vergroten aanbod woonoplossingen Speerpunt 3:

Goede ondersteuning op maat Speerpunt 4:

Duurzaam maatschappelijk herstel

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

9

2.2

Uitgangspunten

Naast de ambitie en speerpunten die wij de komende jaren nastreven is er een aantal algemene uitgangs­ punten dat dit beleidsprogramma inkleurt.

Wijkgericht en dichtbij Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer – ook daken thuislozen – terecht bij een buurtteam in een wijk naar keuze voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Brede vraagverheldering betekent dat er op alle leef­ gebieden wordt gekeken welke ondersteuning een Amsterdammer nodig heeft. Er wordt niet gefocussed op één bepaald leefgebied. Omdat de toegang tot ondersteuning via het buurtteam verloopt kan iemand in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden.

Focus op tijdelijkheid en Housing First Sinds 1 januari 2021 vallen de meeste mensen die blijvend 24-uurs zorg nodig hebben niet meer onder de Wmo, maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarmee wordt het tijdelijke karakter en dus de gerichtheid op maatschappelijk herstel leidend in de ontwikkeling van de ondersteuning in de stedelijke en regionale Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (hierna MO/BW-keten). Uit onderzoek blijkt herstel in de eigen woonomgeving tot 70% beter en sneller te verlopen.

Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden De druk op de Amsterdamse en regionale woningmarkt is groot. Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Als gevolg hiervan maken we naast de bouw van nieuwe woningen ook een beweging naar nieuwe woonmogelijk­ heden, door onder andere de inzet van hotels of sloop­ woningen. Met het voorlopig achterblijvende aanbod in de sociale huursector zullen we lokaal moeten blijven monitoren waar de kansen op transformatie (vastgoed, hotels, etc.) of (tijdelijke) nieuwbouw zich aandienen. Alternatieve en/of zelfgekozen woonoplossingen kunnen we daarnaast ook bevorderen en ondersteunen. Huisvestingsvragen van mensen die kunnen door­ stromen uit opvang en verblijfsvoorzieningen zijn dan ook niet langer alleen afhankelijk van vrijkomende sociale huur. Ook voor hen geldt dat, indien passend bij hun perspectief, een eigen huis ook in een studio, een verbouwd hostel of een tijdelijke woning kan worden gevonden.

Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen Er is een aantal groepen dat specifieke aandacht nodig heeft: • Economisch daklozen: deze groep is de laatste jaren erg gegroeid en heeft een andere behoefte aan ondersteuning dan de doelgroep die van oorsprong in aanmerking komt voor MO/BW. Onder economisch daklozen vallen ook daklozen uit andere EU-landen. • Dakloze jongvolwassenen: jongvolwassenen vragen om extra aandacht omdat hun situatie zich onder­ scheidt van die van volwassenen. Ze staan aan het begin van hun leven en moeten alle kansen krijgen

om zich te ontwikkelen en te participeren. Aandacht is er ook voor biculturele dakloze jong­ volwassen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jong­volwassen vrouwen. • Gezinnen met kinderen: omdat kinderen in deze gezinnen vaker in onveilige situaties opgroeien, hebben extra aandacht en het snel kunnen inzetten van de juiste hulp prioriteit, zodat deze kwetsbare kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Een ontwikkeling die positief kan uitwerken voor de hierboven genoemde groepen is het nieuwe punten­ systeem van woonruimteverdeling, dat medio 2022 zal ingaan. In actie 3 onder speerpunt 2 lichten we dit systeem verder toe.

Zelfregie als uitgangspunt Het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject. Het ervaren van zelfregie draagt bij aan herstel en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de dienstverlening die geboden wordt binnen MO/BW. Uiteindelijk is het de cliënt die de ondersteuning ontvangt en in samenspraak met de begeleider zijn traject bepaalt. De dienstverlening binnen MO/BW is gericht op blijvende stimulering van zelfredzaamheid, passend bij de cliënt. Hiertoe zijn de volgende leidende principes opgesteld: 1. Focus op een duurzame relatie met een cliënt, in plaats van op gestandaardiseerde processen; 2. Focus op doen en ontwikkelen, in plaats van op praten en denken; 3. Meer focus op een ondersteunend sociaal netwerk, in plaats van op praktische woonvaardigheden.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

10

Vanuit een gelijkwaardig perspectief kijken we samen met mensen naar de passende stappen voor herstel. Daarom is het van belang dat bij (dreigende) dakloosheid zo snel mogelijk een goede probleemanalyse wordt gemaakt, zodat een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen.

Inzet van ervaringsdeskundigheid Het uitbreiden en structureel inzetten van ervarings­ deskundigen draagt bij aan de ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod. Op die manier vind je de beste aansluiting op de behoefte van een cliënt. Daarbij sturen we enerzijds op de inzet van professionele of vrijwillige ervaringsdeskundigen die direct bijdraagt aan het herstel van anderen. Anderzijds betrekken we doorlopend ervaringsdeskundigen bij het (door)ontwikkelen en monitoren van het aanbod.

Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen (WPI) We constateren dat dakloosheid toeneemt in de maatschappij. Hierbij blijkt steeds vaker dat dakloosheid niet alleen een zorgprobleem is, maar ook ontstaat vanuit andere leefgebieden. Denk aan het verliezen van een inkomen of een woning. Daarom is het belangrijk dat we het vraagstuk van dakloosheid niet alleen vanuit zorg aanvliegen, maar dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid bestaat vanuit de verschillende directies Zorg, GGD, Wonen en WPI. Oftewel: een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de voorkoming van dakloosheid. Hier is integrale sturing en verantwoording voor nodig. Daarnaast werken r­ egio­gemeenten aan de

transformatie van het sociaal domein om tot een integrale aanpak te komen die ook op dakloosheid van toepassing is.

Samenwerking in de regio De gemeente Amsterdam ontvangt als centrumgemeente de middelen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor de regio Amsterdam-Amstelland. De regio­ gemeenten mandateren Amsterdam om uitvoering te geven aan deze beleidsterreinen. Deze mandatering en de bijhorende dienstverleningsovereenkomst lopen tot eind 2021. Per 1 januari 2022 start de inhoudelijke doordecentralisatie van Beschermd Wonen plaats. Per 1 januari 2023 volgt de financiele doordecentralisatie. Naar verwachting zullen eind 2021 de defintieve financiele effecten van het nieuwe verdeelmodel bekend worden. Dit vraagt om hernieuwde (financiële) samen­ werkingsafspraken. Deze zullen hun beslag krijgen in het eerder genoemde regioplan waar naast de financiën ook afspraken over preventie, toegang en uitstroom uit MOBW worden vastgelegd. Het uitgangspunt in de regionale samenwerking is: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Deze richting doet het meeste recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van de taken en de beste begeleiding voor de kwetsbare inwoners. Het beleids­ programma zal samen met het regioplan in het najaar van 2021 aan de gemeenteraden van de Amstelland gemeenten worden voorgelegd.

2.3

Dilemma’s

In de voorgaande hoofdstukken lichtten we de ambitie, het viertal speerpunten en de uitgangspunten van het beleidsprogramma toe. Dit laat de focus voor de komende jaren zien. Alhoewel we alles op alles zetten om de beoogde ambitie te behalen is het tegelijkertijd goed om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet structureel kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken: • In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, met name voor kwetsbare doelgroepen. Door in te zetten op het vergroten van het woning­ aanbod wordt er zeker resultaat geboekt, maar ondanks dat blijft er een groot tekort aan betaalbare woningen. Het probleem wordt hiermee de komende jaren dus nog niet opgelost. • In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid structureel op te lossen. In het kader van het Landelijk Plan van Aanpak Dakloosheid is richting het Rijk aangegeven dat de extra incidentele middelen veel mogelijkheden bieden, maar dat een structurele oplossing vraagt om structureel extra middelen. Dit betekent dat er binnen het budget keuzes gemaakt moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan een strengere selectie bij de toegang tot de MOBW-keten.

• Een aantal maatregelen in het beleidsprogramma worden gefinancierd vanuit de incidentele middelen van het Landelijke Plan van Aanpak. Het gaat om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

11

niet structureel gemaakt worden betekent dit dat een aantal maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma.

2.4

Doelgroep

Het beleidsprogramma ‘Een nieuwe start’ richt zich op een diverse groep kwetsbare burgers. Hierbij gaat het om verschillende groepen daklozen, maar ook burgers die ondersteuning vanuit beschermd wonen nodig hebben. Al deze groepen zijn enorm divers. Denk hierbij aan verschillende leeftijden, maar ook verschil in cultureleen seksuele identiteit. We benoemen de verschillende doelgroepen hieronder:

Doelgroepen onderdeel van dit beleidsplan: Kwetsbare daklozen: hiermee doelen we op de groep die in aanmerking komt voor ondersteuning thuis, of met verblijf binnen de MO/BW-keten. Mensen met een achtergrond van dak- of thuisloosheid komen hiervoor in aanmerking vanwege een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of lichtverstandelijke beperking (LVB) en andere complexe ondersteuningsvragen. Ook na een afgerond verblijf in voorliggende domeinen zoals Jeugdzorg, de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), LVB-zorg en forensische zorg kunnen mensen in deze groep instromen. Economisch daklozen: hier gaat het om mensen met een huisvestingsprobleem waarbij ook problemen op diverse andere leefgebieden spelen. Het lukt hen niet

zelfstandig of met naasten de problematiek op te lossen. Deze doelgroep krijgt verschillende benamingen (zoals nieuwe daklozen, recent daklozen, zelfredzame daklozen). In dit beleidsprogramma hanteren we de term economisch daklozen. Deze groep neemt de laatste jaren al toe, maar het is voorstelbaar dat deze groep de komende jaren nóg verder toeneemt als gevolg van COVID-19. Jongvolwassen daklozen: dit zijn mensen in de leeftijds­categorie 18-23 jaar die onder de doelgroep van de Maatschappelijke Opvang Jongvolwassenen (MOJ) vallen. Deze groep bestaat uit alleenstaande jongvolwassenen, maar ook jongvolwassenen met een of meer kinderen. Onder de 18 jaar vallen deze jongvolwassenen niet onder de Wet maatschappelijke opvang (Wmo), maar onder de Jeugdwet. Iedereen boven de 23 jaar valt onder de volwassenketens van MO/BW. Met deze leeftijdsgrenzen wordt overigens flexibel omgegaan. Er wordt per persoon gekeken met welk ondersteuningsaanbod de jongere het beste geholpen is. Dakloze gezinnen: een of twee ouders met een of meer kinderen die dakloos zijn, en die geen verblijfsalternatief hebben (in hun netwerk, of anderszins). Daklozen uit andere EU-landen: in de EU is er vrij verkeer van personen tussen de landen die onderdeel vormen van de EU. De afgelopen jaren is vooral de instroom van personen uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) naar Nederland groot.

Een aanzienlijk deel van deze immigranten is tijdelijk in Nederland om te werken. Helaas zijn er ook velen die dit (tijdelijk) niet redden, dakloos worden, op straat slapen of een beroep

moeten doen op de voorzieningen. Binnen deze groep is ook een deel dat problemen heeft of ontwikkelt op het gebied van middelenmisbruik of psychiatrie. De toegang tot de opvang voor deze groep is beperkt en onder andere afhankelijk van de duur van het (werkzame) verblijf in Nederland. In het algemeen komen zij hierdoor niet in aanmerking voor een traject in de maatschappelijke opvang. Wel zijn er in de verschillende steden organisaties die helpen bij repatriëring en overdracht naar hulp­ verlening in het eigen land. Kwetsbare mensen met psychiatrische problematiek: dit zijn mensen vanaf 18 jaar en ouder die te maken hebben met psychiatrische problematiek, of waarbij sprake is van een licht verstandelijke beperking. Hierdoor kunnen ze mogelijk (nog) niet zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving.

Doelgroepen die geen onderdeel van dit beleidsplan zijn: Het programma richt zich niet op de groep ongedocumenteerden. Ter verduidelijking is hieronder de omschrijving van deze groep opgenomen. Ongedocumenteerden: de meest recente schatting van het aantal ongedocumenteerde vreemdelingen in Nederland is 35.530. In 2013 verbleef ruim een derde van hen in één van de vier grootste steden. De grootste groep vindt onderdak bij familie of vrienden, maar een deel van hen kan niet op het sociale netwerk bouwen en kan geen aanspraak maken op reguliere sociale voorzieningen. Hierdoor belanden ze op straat. Voor deze groep zijn 24-uursvoorzieningen ingericht.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

12

H3

Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie Voorkomen dak- en/of thuisloosheid Resultaten die we willen behalen: 1. Vanaf 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook een dak- of thuisloze, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. 2. In 2025 zijn cliënten die zich met (dreigende) dakloosheid melden bij een buurtteam of onafhankelijke cliëntonder­ steuning tevreden over: • toegankelijkheid van informatievoorziening over het ondersteuningsaanbod; • vraagverheldering (snelheid, passend); • mate van zelfregie; • bejegening. 3. Mensen met schulden die dakloos dreigen te raken, worden zodanig geholpen op het gebied van werk, inkomen en schulden dat zij hun woning kunnen behouden. 4. Buurtteams, Veldwerk Amsterdam, Jongerenwerk en Meidenwerk en onderwijs werken nauw samen om jongvolwassenen met (dreigende) dak- en thuisloosheid te bereiken.

Omdat voorkomen beter is dan genezen willen we daken/of thuisloosheid voorkomen. Daar is vroegtijdige signalering van dreigende dakloosheid voor nodig. Enerzijds betekent dit dat op dakloosheid toegespitste expertise op het gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ laagdrempelig moet zijn. Anderzijds betekent dit ook dat signalen van dakloosheid actief moeten worden opgehaald. Het buurtteam heeft hierin een belangrijke rol, aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings­ vraag. De samenwerking tussen Buurtteam Amsterdam en andere partijen zoals stichting Woon!, Amsterdam Extra en onafhankelijke cliëntondersteuning voor daken thuislozen is hierbij van groot belang. Naast vroeg­ tijdig signaleren, moeten we de problemen die tot dreigend woningverlies leiden ook oplossen. Op die manier zorg je ervoor dat iemand in zijn of haar eigen woning kan blijven. Hierbij is het belangrijk dat er zo snel mogelijk een goed (eerste) gesprek wordt gevoerd met dreigend dak-en thuislozen. Aan de hand daarvan kan er beoordeeld worden welk ondersteuningstraject het best past. Hierbij moet aandacht zijn voor cultuuren gendersensitiviteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=605fea95-900a-4de7-85be-aa032dd2e475