Agendabundel
Tekst van het document
1
2. Adviezen Adviesraad De Adviesraad heeft opmerkingen en/of adviezen gegeven op de Wonenwelzijnzorgvisie. Hieronder hebben we naast de opmerkingen/adviezen onze reactie opgenomen. Blz. 10
Opmerking Op pagina 10 worden in één adem genoemd de mensen met een verstandelijke beperking en de mensen met GGZproblematiek. Ons advies is beide groepen apart te benoemen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben doorgaans geen GGZproblematiek en mensen met GGZ-problematiek zijn niet verstandelijk beperkt. Daarbij komt dat de verwijzing en behandeling van beide groepen niet vergelijkbaar zijn. Mensen met een verstandelijke beperking worden in Aalsmeer veelal opgevangen en begeleid door Ons Tweede Thuis, hetzij intramuraal hetzij extramuraal (met begeleiding vanuit OTT).
Advies Mensen met een verstandelijke beperking worden in één adem genoemd met de mensen met GGZproblematiek. Benoem de groepen afzonderlijk van elkaar.
Reactie College Overgenomen.
15
Mensen met een verstandelijke beperking worden in Aalsmeer veelal opgevangen en begeleid door Ons Tweede Thuis, hetzij intramuraal hetzij extramuraal (met begeleiding vanuit OTT). Voor deze groep mensen is het belangrijk dat zij onderdeel zijn van de maatschappij, oftewel de wijk. Onderdeel zijn van een zorgzame gemeenschap waar zorg, welzijn, werk en wonen bij elkaar komen en waar mensen met en zonder beperking met elkaar wonen en voor elkaar klaarstaan.
Voeg een 3e aandachtsstreepje toe: Integratie in de wijk te bevorderen voor mensen met een beperking door middel van passende huisvesting.
Overgenomen: geïntegreerd in tweede aandachtsstreepje.
2
7
Aalsmeer zoekt al actief naar mogelijkheden om eigen inwoners bij dreigende dakloosheid in Aalsmeer zelf op te vangen (denk aan Thijsselaan).
15
Besteed in de visie ook aandacht aan eigen inwoners die economisch dakloos worden.
6
Op pagina 6 benoemt u de groepen waar u in de WoonWelzijnZorgVisie aandacht aan wil besteden. Naast ouderen en mensen met een beperking noemt u als 5e groep “Mantelzorgers”. Echter deze groep komt verder niet terug in de volgende hoofdstukken en thema’s en acties.
Voeg toe: De gemeente is er voor iedere burger en we gunnen iedereen een passende woonplek. Het is een wettelijke taak van de gemeente om op te komen voor de zwakkeren in de samenleving. Indien inwoners van Aalsmeer door omstandigheden economisch dakloos worden is het wenselijk dat zij in de eigen gemeente opgevangen en begeleid worden. Aalsmeer dient in 2026 te beschikken over betaalbare, soms tijdelijke, (éénpersoons) woningen voor deze groep. Bij benadering zal het gaan om 6 éénheden. De gemeente spant zich al in om dit te realiseren. In 2025 zal dit tot resultaat moeten leiden. Voeg een actiepunt toe bij thema 1: De gemeente wil dat eigen inwoners die economisch dakloos worden, in de eigen gemeente kunnen worden opgevangen. Zij spant zich in om uiterlijk in 2026 een aantal (veelal tijdelijke) wooneenheden te hebben gerealiseerd. Besteed in verschillende paragraven, oa. op pagina 10, 17 en 18 aandacht aan mantelzorgers. Vertaal dit in concrete acties op pagina 18.
Opgenomen in andere tekstvorm. Het college heeft zich ook de afgelopen jaren ingespannen voor woningen voor economisch daklozen. Het college blijft zich inspannen voor passende woningen voor deze doelgroep, waarbij momenteel vooral woningen voor gezinnen van belang blijken.
Zie voorgaande punt.
Toelichting opgenomen in een voetnoot. (Mantelzorgbeleid is opgenomen in de strategienota sociaal domein. De gemeente voert een herijking van het mantelzorg-beleid uit (tevens doelmatigheidsonderzoek zoals verzocht door 3
10
15
20
20/21
Zorggroep Aelsmeer maakt zich zorgen over de toekomst van de verpleeghuiszorg bij eventuele nieuwbouw door Habion. In de visie is reeds een passage opgenomen dat de gemeente het van groot belang acht dat de intramurale verpleeghuisplekken binnen Aalsmeer gehandhaafd blijven ook bij eventuele nieuwbouwplannen. Dit wil zeggen dat ook in de prestatieafspraken van de gemeente met Habion deze plaatsen opgenomen moeten worden zodat bij vergunningverlening bij nieuwbouw hier ook naar verwezen kan worden.
Op verzoek van Zorggroep Aelsmeer adviseren wij aan de bestaande tekst op pagina 10 nog een zin toe te voegen. “De gemeente Aalsmeer vindt het wenselijk deze uit te breiden, om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen realistisch te houden. De gemeente heeft regie op het aantal (geclusterde) woningen, het Zorgkantoor stuurt op zorg (intramuraal, VPT, etc.).” Op verzoek van Zorggroep Aelsmeer adviseren wij aan de bestaande tekst op pagina 15 nog een zin toe te voegen. ‘ook wanneer nieuwbouw of verbouw gaat plaatsvinden op de locatie van de huidige verpleeghuizen. Laatste actiepunt over inzet Digitale Overheid aanvullen met: (in de bibliotheek en, outreachend, op andere plekken waar senioren elkaar ontmoeten).
Voeg een actiepunt toe over taallessen voor anderstaligen zodat zij vervolgens kunnen deelnemen aan de opleiding voor zijinstromers.
gemeenteraad). Hierop vooruit lopen door concrete acties op te nemen is niet opportuun. Tekst aangepast; Het College heeft contact gehad met Zorggroep Aelsmeer en de betreffende tekst (pagina 11) aangepast. Ook pagina 15 is aangepast.
Niet overgenomen. Conform de bibliotheekvisie wordt in ieder geval binnen de bibliotheek Inzet Digitale Overheid vormgegeven, daarnaast gaan we bekijken of we dat kunnen verruimen. Niet overgenomen. Sympathiek idee, de gemeente biedt echter aan zowel inburgeringsplichtigen als aan inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn de mogelijkheid aan om Nederlandse taal lessen te volgen tot op B2 niveau. Als 4
zij zich melden bij het Taalhuis worden zij hiermee verder geholpen.
3. Afsluitende opmerking Adviesraad Voorstel ASD Gemeenten zijn de regisseur in de brede maatschappelijke opgave om mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. De sleutel ligt in de samenwerking met verschillende publieke en private partners zoals woningcorporaties, zorgkantoren, organisaties voor zorg en welzijn en (sociale) projectontwikkelaars. Het bij elkaar brengen van de benodigde partijen en kennis is een grote opgave. Partijen willen wel samenwerken, maar die samenwerking komt niet vanzelf van de grond. Dat is de afgelopen tijd ook wel gebleken. Bij het ontwikkelen van de WoonWelzijnZorgVisie had de gemeente de regierol. Zij betrok de verschillende relevante organisaties bij het opstellen van deze visie. Nu komen we in de fase van het maken van (prestatie)afspraken met elkaar. Samen met de samenwerkingspartners kan worden besloten tot ‘gezamenlijk’ eigenaarschap van de WoonWelzijnZorgVisie. Dit betekent dat partijen samen afspraken maken over ieders rol in het proces van de uitvoering. In hoeverre de Adviesraad daar nog een rol bij heeft willen we bekijken als in de eerste bijeenkomst van de Begeleidingsgroep over de randvoorwaarden en het mandaat afspraken worden gemaakt. We zien uw uitnodiging voor de Begeleidingsgroep dan ook met belangstelling tegemoet.
Reactie College Het College heeft er begrip voor dat de Adviesraad haar rol wil bezien naar aanleiding van de eerste bijeenkomst van de begeleidingsgroep en stelt het op prijs dat de Adviesraad hieraan wil deelnemen. We organiseren op de korte termijn een eerste bijeenkomst.
5
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl
{{signer1}} 28/01/2025 17:40:58 CET
ID: fba655a9-b8d4-45e9-93bf-f7e2360ed4fc Auth: Scribble
MEMO RAAD
{{signer2}} 28/01/2025 15:51:43 CET
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: fba655a9-b8d4-45e9-93bf-f7e2360ed4fc Auth: Scribble
{{signer3}} {{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan
Betreft
leden raad Burgemeester en wethouders 28 januari 2025 college, griffie, voorlichting
Beantwoording vragen uit de beeldvormende commissie van 16 januari jl. inzake het vaststellen Wonenwelzijnzorgvisie
1. Heeft het college plannen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen of is dat een aspect wat volledig aan de markt wordt overgelaten? In de Woonvisie 2024-2030 hebben we acties opgenomen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Voor bewoners die in een sociale huurwoning van Eigen Haard wonen, bestaat de Van Groot naar Beterregeling. Dit betekent dat je met voorrang in aanmerking komt voor een passende, levensloopbestendige woning. Voor bewoners in een particuliere huurwoning of met een koopwoning willen we dit jaar een pilot ‘Financieel verhuisadvies’ gaan uitrollen. We willen zo de doorstroom stimuleren door een deel van de kosten van een financieel advies in het geval van een verandering in woonsituatie (géén hypotheekadviseur) te subsidiëren. Daarnaast zetten we de komende jaren vol in op het bouwen van levensloopbestendige appartementen in Aalsmeer. Tenslotte zetten we vanuit het IZA regioplan in op het stimuleren van inwoners om tijdig na te denken over hoe zij in de toekomst willen wonen als zij meer zorg en ondersteuning nodig hebben en zich hierop tijdig voor te bereiden. 2. Kan de informatievoorziening, zoals ook bijvoorbeeld met van Groot naar Beter, met meer regelmaat plaatsvinden en onder de aandacht gebracht worden, zoals bijvoorbeeld in de Nieuwe Meerbode. We informeren op verschillende manieren.
Naast het plan om jaarlijks een informatiemarkt te organiseren, is er aandacht voor het onderwerp binnen de Campagne Sociaal Domein. Ook wordt er, zoals onder vraag 1 al benoemd, vanuit het sociaal domein aandacht besteed aan tijdig nadenken over later en de mogelijkheden op het gebied van doorstroming en toekomst bestendig wonen. De exacte plannen daarvoor in het kader van het IZA regioplan zijn momenteel in de maak. Tot slot neemt Participe dit onderwerp ook mee in de gesprekken die zij met ouderen voeren. 3. In juni 2024 is er een schouw geweest in Kudelstaart en de Stommeer. In het SPUK plan van 18 oktober 2023 werd aangegeven dat in dorp de meeste ouderen wonen. Wanneer wordt er in het dorp geschouwd? Vanuit de werkgroep inclusief en toegankelijk Aalsmeer wordt geschouwd op basis van behoefte. Dat betekent dat we schouwen als er over een specifieke plek in de openbare ruimte een melding binnenkomt op het meldpunt Toegankelijk
[.docx]
Pagina
2 van 2
Aalsmeer. Bij het Meldpunt Toegankelijk Aalsmeer (toegankelijk@aalsmeer.nl) zijn op dit moment geen meldingen bekend van belemmeringen in het dorp. Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
{{signer1}} 04/12/2024 19:41:32 CET
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: d7665b20-c80c-4a82-b523-d883de9ddac8
RAADSVOORSTEL
Auth: Scribble
{{signer2}} 04/12/2024 14:52:32 CET
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: d7665b20-c80c-4a82-b523-d883de9ddac8 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z24-112581
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Irene Karssen 020-5404209 i.karssen@amstelveen.nl Sociale Voorzieningen
19 november 2024 wethouder W. Kikkert
Onderwerp
Wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
Het wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 vast te stellen. Samenvatting Doel
De Wmo-verordening is duidelijk voor inwoners en in lijn met uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Prestatie
De Wmo-verordening wordt aangepast door het vaststellen van het wijzigingsbesluit. Voorgeschiedenis en context
De huidige Wmo-verordening is opgesteld in 2016. Op onderdelen is deze aangepast, bijvoorbeeld bij het instellen van het abonnementstarief of de wijze waarop de hoogte van een PGB wordt vastgesteld. Op een aantal andere onderdelen is de verordening echter verouderd en onvolledig waardoor er een risico is op verschillen bij het indiceren en op vertraging bij de afhandeling. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een aantal uitspraken gedaan die van invloed zijn op de verordening. Ook wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele tekstuele aanpassingen te doen. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
1.1 de termen ‘Algemeen gebruikelijke voorziening’ en ‘gebruikelijke hulp’ zijn geconcretiseerd In de Wmo 2015 staat dat het college een maatwerkvoorziening kan toekennen voor zover de beperking niet met een algemeen gebruikelijke voorziening of gebruikelijke hulp kan worden verminderd of weggenomen. Dit zijn ruime begrippen die kunnen zorgen voor verschillende interpretaties bij het stellen van de indicatie. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep inmiddels een aantal uitspraken heeft gedaan om een algemeen gebruikelijke voorziening te concretiseren. Deze inzichten en uitspraken zijn verwerkt in de begripsomschrijving en verdere teksten. 1.2 De CRvB heeft een stappenplan opgesteld voor het stellen van een indicatie. De CRvB heeft een stappenplan opgesteld dat gevolgd moet worden bij het stellen van de indicatie. Deze stappen werden altijd al door de indicatieadviseurs gezet, soms in wisselende volgorde, maar deze stappen stonden niet voldoende in de verordening benoemd. Door de stappen expliciet te benoemen in de verordening ontstaat meer duidelijkheid voor de inwoners.
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 2
1.3 Aspecten van eigen kracht die beoordeeld worden door het college zijn toegevoegd aan de verordening Recente jurisprudentie in de Jeugdwet zegt dat de aspecten van eigen kracht die beoordeeld moeten worden een raadsaangelegenheid zijn. Naar verwachting gaat dit ook voor de Wmo gelden. We anticiperen hierop door deze aspecten alvast in de verordening te verwerken. In de werkwijze van de indicatieadviseurs wordt altijd de gehele situatie van de client beoordeeld, deze werkwijze verandert niet. Keuzemogelijkheden/alternatieven
Veruit de meeste wijzigingen zijn een gevolg van recente jurisprudentie. Als deze wijzigingen niet worden doorgevoerd, ontstaat ruimte voor discussie met mogelijk rechtszaken tot gevolg. Participatie
De wijzigingen zijn technisch van aard of het gevolg van jurisprudentie. De uitvoeringspraktijk wijzigt niet. Daarom is geen participatietraject gevolgd. Kanttekeningen en risico’s
n.v.t. Financiën
De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de financiën. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
Na besluitvorming door de raad wordt de verordening gepubliceerd. Het wijzigen van de verordening heeft ook gevolgen voor de beleidsregels. Deze worden na besluitvorming door de raad aan het college aangeboden. Evaluatie
n.v.t. Duurzaamheidsaspecten
n.v.t. Bijlagen
1. Wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 2. Was-wordt overzicht
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Aalsmeer;
gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 25 november 2024, zaaknummer Z24-112581; gelet op artikel 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a van de Wet; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Besluit
het wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 februari 2025. De griffier,
De voorzitter,
Mw. H.R.E. Hofland
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
[.docx] 101/F105/ICT
Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot wijziging van het Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017
Zaaknummer: Z24-112581
De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024; gelet op artikel 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gezien het advies van Sociale voorzieningen; besluit: Artikel I Het Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. onderdeel b wordt vervangen door: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau; 2. Onderdeel s wordt toegevoegd: Professionele zorgverlener: Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb. 3. Onderdeel t wordt toegevoegd: Hulp uit sociaal netwerk: De hulp die geboden wordt door iemand die hier niet voor opgeleid is en/of hoort tot het sociale netwerk (familie, vrienden, buren enz.) 4.
Onderdeel u wordt toegevoegd: Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Dit betreft de 'normale', dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Uitgangspunt is dat de huisgenoten samen verantwoordelijk zijn voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over die de aanvrager van een Wmovoorziening zelf niet (meer) kan uitvoeren. Wanneer het overnemen van alle huishoudelijke taken niet haalbaar is, wordt alleen gecompenseerd voor de huishoudelijke taken die een huisgenoot niet over kan nemen. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend, maar heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als van jongere huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het bieden van gebruikelijke hulp. De gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening. In de beoordeling van de noodzaak tot ondersteuning wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van gebruikelijke hulp.
Pagina
2 van 5
B. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Lid 1 wordt vervangen door: 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk na de melding en voor zover nodig: a) De hulpvraag van de cliënt b) De behoeften, beperkingen, zelfredzaamheid, participatie, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; c) Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; d) De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijk maatschappelijke ondersteuning e) De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; f) De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g) De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; h) De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; i) De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorziening in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; j) de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; k) welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4. van de wet naar schatting verschuldigd zal zijn; l) of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de mogelijkheden en voorwaarden van het Pgb. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid naar het vierde en vijfde lid, wordt een tweede en derde lid toegevoegd: 2. Na het onderzoek als bedoeld in het eerste lid, concludeert het college welke compensatie nodig is in de vorm van een maatwerkvoorziening. 3. Indien het onderzoek door het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de in te zetten maatwerkvoorzieningen, kan het college specifieke deskundigheid inzetten om tot een conclusie te komen. C.
Onder vernummering van artikel 6 en verder naar 7 en verder, wordt een nieuw artikel 6 toegevoegd: Beoordeling eigen kracht Het college beoordeelt de eigen kracht aan de hand van de volgende elementen: a) Het hebben van huisgenoten; b) In hoeverre mantelzorg de nodige hulp en ondersteuning kan bieden;
Pagina
c) d) e) f) g) h) i) j)
3 van 5
Het hebben van een sociaal netwerk en de bereidheid van dit netwerk om te helpen; Of sprake is van (boven)gebruikelijke hulp en hoe dit wordt vastgesteld; Vaardigheden en mogelijkheden om de hulp te bieden; Beschikbaarheid om de hulp te bieden; Mate van planbaarheid van de benodigde zorg; Het ontstaan van overbelasting; Het relevante normenkader; en Overige individuele omstandigheden die worden ingebracht.
D. 1. Artikel 8, eerste lid wordt vervangen door: 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid van artikel 7, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd: 2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de wet kan niet eerder worden gedaan dan nadat het onderzoek door het college (na ontvangst van de melding/het verzoek om Wmo-ondersteuning) is uitgevoerd, tenzij het onderzoek van het college niet is uitgevoerd binnen de wettelijke 6 weken termijn E.
Artikel 9 wordt vervangen door: Criteria voor maatwerkvoorzieningen 1. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het onderzoek als bedoeld in artikel 7 als uitgangspunt. 2. Alle mogelijkheden van de cliënt om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek eerst beoordeeld. 3. Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op de voorgaande leden en met inachtneming van het beleidsplan op grond van artikel 2.1.2. van de wet in elk geval de volgende criteria: a. Een aanspraak op een adequate andere voorziening op grond van een andere regeling is voorliggen op een aanspraak op een maatwerkvoorziening. b. Er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang; c. er is geen sprake van normale maatschappelijke kosten of van een algemeen gebruikelijke voorziening; d.
Het college kan besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een voorziening als het college van oordeel is dat de inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van de voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. e. het college kent in beginsel de goedkoopst adequate voorziening toe; f. Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. 4. De gemeente kan een voorziening in een algemene ruimte weigeren als de (brand)veiligheid in gevaar komt. 5. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen en de toegang en toelatingseisen tot een maatwerkvoorziening.
F.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
Pagina
4 van 5
a.
Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb: i. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte maatwerkvoorziening noodzakelijk was; ii. het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. b. In het derde lid, sub a en b, eerste zin, wordt het eerste woord ‘van’, vervangen door ‘-‘ c. Aan het derde lid wordt, onder vernummering van onderdeel c naar onderdeel d en nieuw onderdeel c toegevoegd: een hoog uurtarief - 85% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura - voor een Pgb voor een dienst wanneer de budgethouder voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maakt van een professionele zorgverlener; d. Lid 5 wordt toegevoegd: Het college kent, in aanvulling op het eerste lid, een persoonsgebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat: a) cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk, danwel zijn pgb vertegenwoordigers, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zaken dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
b) is gemotiveerd dat een cliënt een persoonsgebonden budget wenst; c) is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden passend, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. d) het vaststellen van bovenstaande voorwaarden gebeurt aan de hand van een pgb-plan dat bij de eerste aanvraag ingediend moet worden en door onderzoek van het college. 3. Lid zes wordt toegevoegd: a) Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het inkopen van zorg of ondersteuning en mag niet aangewend worden voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, feestdagenuitkering, reiskosten, bemiddelings- en coördinatietaken alsmede ondersteunings- of administratiekosten in verband met het Pgb. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. b) De zorgverlener mag niet tegelijkertijd pgb-vertegenwoordiger zijn, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. G. Aan artikel 13, eerste lid, sub a wordt toegevoegd na ‘voorzieningen’: , voor een rolstoelvoorziening en voor de maatwerkvoorziening Begeleid Thuis. H. In artikel 23 komt ‘2017’ te vervallen.
Artikel II Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2025.
Pagina
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 februari 2025. De griffier,
De voorzitter,
H.R.E. Hofland
mr. G.E. Oude Kotte
5 van 5
Onderwerp
Algemeen gebruikelijk
Was
Wordt
Art. 1 onderdel b: Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal Art. 1, onderdeel b: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;
Aanpassing in de toelichting
Uitleg tbv gemeenteraad
Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met het aanschaffen van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Dit betekent dat iedereen deze voorziening zelf moet bekostigen én dat een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. Het verstrekken van dergelijke voorzieningen op grond van de Wmo is dan niet redelijk en strookt niet met de doelstelling van de wet. Wat algemeen gebruikelijk is wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen. Deze zijn aan verandering onderhevig. In de tijd kan een voorziening die eerst niet als algemeen gebruikelijk werd gezien wel algemeen gebruikelijk worden. Het aanbod en de prijzen van voorzieningen in gewone winkels speelt hierbij een rol, maar ook jurisprudentie (uitspraken van rechters).
De CRvB heeft in een uitspraak meer invulling gegeven aan het begrip Algemeen gebruikelijke voorziening: Dit is een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is Voorbeelden van een algemeen gebruikelijke voorziening zijn een tandem, openbaar vervoer, thermostatische kranen en het lid zijn van een en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op vereniging of club. minimumniveau. Indien een algemeen gebruikelijke voorziening met aanpassingen een adequate oplossing biedt voor een probleem komen, in overeenstemming met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, alleen de aanpassingen in aanmerking voor vergoeding.
Begripsomschrijving: professionele zorgverlener en hulp uit sociaal netwerk
Art. 1, onderdeel s: Professionele zorgverlener: Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb.
Er is een nadere uitleg gegeven van deze begrippen zodat dit voor de inwoner duidelijk is.
Art. 1, onderdeel t: Hulp uit sociaal netwerk: De hulp die geboden wordt door iemand die hier niet voor opgeleid is en/of hoort tot het sociale netwerk (familie, vrienden, buren enz.)
Begripsomschrijving: gebruikelijke hulp
Stappenplan
Art. 1, onderdeel u: Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Dit betreft de 'normale', dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Uitgangspunt is dat de huisgenoten samen verantwoordelijk zijn voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over die de aanvrager van een Wmo-voorziening zelf niet (meer) kan uitvoeren. Wanneer het overnemen van alle huishoudelijke taken niet haalbaar is, wordt alleen gecompenseerd voor de huishoudelijke taken die een huisgenoot niet over kan nemen. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend, maar heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als van jongere huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het bieden van gebruikelijke hulp. De gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening. In de beoordeling van de noodzaak tot ondersteuning wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van gebruikelijke hulp.
Artikel 5. Gesprek Artikel 5. Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk na de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover melding en voor zover nodig: nodig: a. De hulpvraag van de client a. De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; b. De behoeften, beperkingen, zelfredzaamheid, participatie, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; b. Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene d. De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijk maatschappelijke ondersteuning voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te e.
De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; d. De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal f. De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g. De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; e. De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; h. De mogelijkeden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel f.
De mogelijkeden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn i. De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet zorgverzekeraars en zorgaanbieders als participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, g. De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet wonen, werk en inkomen, te voorzienin in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere j. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk k. welke bijdragen in de kosten de client met toepassing van het bepaalde bij of krachtiens artikel 2.1.4.
van de wet naar schatting en inkomen, te voorzienin in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; verschuldigd zal zijn; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; l. of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de client in begrijpelijke bewoordingen wordt i. welke bijdragen in de kosten de client met toepassing van het bepaalde bij of krachtiens ingelicht over de mogelijkehden en voorwaarden van het Pgb. artikel 2.1.4. van de wet naar schatting verschuldigd zal zijn; j. of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de client in 2. Na het onderzoek als bedoeld in het eerste lid, concludeert het college welke compensatie nodig is in de vorm van een begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de mogelijkehden en voorwaarden van het maatwerkvoorziening. Pgb. 3. Indien het onderzoek door het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de in te zetten maatwerkvoorzieningen, kan het college specifieke deskundigheid inzetten om tot een conclusie te komen.
Begrip is verduidelijkt voor inwoners en om te voldoen aan recente jurisprudentie.
De CRvB heeft een stappenplan opgesteld dat gevolgd moet worden bij het stellen van de indicatie. Deze stappen werden altijd al door de indicatieadviseurs gezet, soms in wisselende volgorde, maar deze stappen stonden niet voldoende in de verordening benoemd. Door de stappen expliciet te benoemen en in de juiste volgorde ontstaat meer duidelijkheid voor de inwoners.
1. Voorzienbaarheid van situaties 2. Brandveiligheid
Eigen kracht
Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt. Dit voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet Artikel 9: 1. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het onderzoek als met eigen mogelijkheden, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere bedoeld in artikel 6 als uitgangspunt. personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen 2. Alle mogelijkheden van de client om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het verbeteren of te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek eerst beoordeeld. realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of 3.
Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op de voorgaande leden en met inachtneming van het participatie en zo lang mogelijk zelfstandig in de thuissituatie kan blijven, en beleidsplan op grond van artikel 2.1.2. van de wet in elk geval de volgende criteria: b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de a. Een aanspraak op een adequate andere voorziening op grond van een andere regeling is voorliggen op een aanspraak op een cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft maatwerkvoorziening. verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk b. Er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd geweld. Dit voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op wonen of opvang; eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit c. er is geen sprake van normale maatschappelijke kosten of van een algemeen gebruikelijke voorziening; zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan d. Het college kan besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een voorziening als het college van oordeel is dat de verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van de voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het e. het college kent in beginsel de goedkoopst adequate voorziening toe; voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het f. Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder verogede of verstrekte realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de client zijn toe te rekenen. 3. Een cliënt komt alleen voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen en de zelfredzaamheid en participatie in aanmerking als: toegang als bedoeld in dit hoofdstuk a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar, en 5. De gemeente kan een voorziening in een algemene ruimte weigeren als de (brand-)veiligheid in gevaar komt b.
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van Invoegen na artikel 5: Artikel 6 Beoordeling eigen kracht Het college beoordeelt de eigen kracht aan de hand van de volgende elementen: •Het hebben van huisgenoten •In hoeverre mantelzorg de nodige hulp en ondersteuning kan bieden •Het hebben van een sociaal netwerk en de bereidheid van dit netwerk om te helpen •Of sprake is van (boven)gebruikelijke hulp en hoe dit wordt vastgesteld n.v.t. •Vaardigheden en mogelijkheden om de hulp te bieden •Beschikbaarheid om de hulp te bieden •Mate van planbaarheid van de benodigde zorg •Het ontstaan van overbelasting •Het relevante normenkader •Overige individuele omstandigheden die worden ingebracht
Bij een concreet en duidelijk probleem dat is ontstaan door een bepaalde keuze die iemand maakt en die vermijdbaar was, gaat de gemeente ervan uit dat je hierop anticipeert. Bijvoorbeeld verhuizen naar een woning waarvan de inwoner van tevoren als wist of had kunnen weten dat deze woning niet geschikt was, bijvoorbeeld vanwege zijn/haar beperkingen. Zoals bijvoorbeeld iemand die is aangewezen op een rolstoel en een huis koopt waarin veel dure aanpassingen moeten worden aangebracht, had het in de rede gelegen dat de aanvrager in een al aangepast huis zou zijn gaan wonen.
De CRvB heeft in een jeugdwet zaak aangegeven dat in de verordening moet staan aan de hand van welke elementen de eigen kracht wordt beoordeeld. De verwachting is dat dit ook voor Wmo-zaken gaat gelden. We anticiperen hierop door de richtlijn in de verordening vast te leggen.
Dit betreft een technische wijziging.
Artikel 8. Aanvraag 1.Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de wet (Wmo) kan niet eerder worden gedaan dan nadat het onderzoek door het college (na ontvangst van de melding/het verzoek om Wmo-ondrsteuning) is uitgevoerd, tenzij het onderzoek van het college niet is uitgevoerd binnen de wettelijke 6 weken termijn
Aanvraag
1. Dit artikel is herschreven, maar niet inhoudelijk gewijzigd. De toelichting geeft meer duidelijkheid dat in sommige situaties die de inwoner kon voorzien, geen voorziening hoeft te worden verstrekt. In schrijnende situaties kan het college hier, uiteraard, van afwijken en alsnog een voorziening toekennen. 2. Sommige scootmobielen staan in algemene ruimtes. Omdat een scootmobiel accu-dragend is, kan hierdoor brandgevaar ontstaan. Er wordt altijd gekeken naar wat wel mogelijk is omtrent de stalling echter, als de brandveiligheid ernstig in het geding komt, kan het college de voorziening weigeren.
Artikel 11. Regels voor pgb 1.Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de Artikel 12 (was 11) indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte Toegevoegd aan eerste lid (opdelen in subs): maatwerkvoorziening noodzakelijk was. b) het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming 2.De hoogte van een Pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is voor heeft gegeven. toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Eventuele meerkosten komen voor rekening lid 3, onderdelen a en b: eerste zin, eerste woord 'van' wordt vervangen door '-'
Pgb - in staat zijn pgb te beheren Pgb - kwaliteit Pgb - aanleveren pgb-plan bij eerste aanvraag
van de cliënt. 3.De hoogte van het Pgb bij diensten, met uitzondering van vervoer van en naar de dagbesteding, wordt als volgt bepaald: a. een laag uurtarief voor Hulp bij het huishouden van 75% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura, met een minimum van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; b. een laag uurtarief voor Begeleiding van 75% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura, met een minimum van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en tegenwaarde van verlofuren; c. een hoog uurtarief - 85% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura - voor een Pgb voor een dienst wanneer de budgethouder voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maakt van een professionele zorgverlener; d. Het vaststellen van de hoogte van het Pgb bij diensten gebeurt op basis van het aantal geïndiceerde uren vermenigvuldigd met het uurtarief. 4.Indien vervoer van en naar een dagbesteding is geïndiceerd wordt het Pgb afgeleid van de voorziening in natura voor vervoer per dag van en naar de dagactiviteit, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie.
Onderdeel c toegevoegd: een hoog uurtarief - 85% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura - voor een Pgb voor een dienst wanneer de budgethouder voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maakt van een professionele zorgverlener; Lid toevoegen aan art. 12: lid 5 * Het college kent, in aanvulling op het eerste lid, een persoongebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat: a) client, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk, danwel zijn pgb vertegenwoordigers, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zaken dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. b) is gemotiveerd dat een client een persoonsgebonden budget wenst; c) is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden passend, veilig, doeltreffend en clientgericht zijn. d) het vaststellen van bovenstaande voorwaarden gebeurt aan de hand van een pgb-plan dat bij de eerste aanvraag ingediend moet worden en door onderzoek van het college. Dit eruit halen: Gemeenten hebben ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb.
Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning, voor verschillende typen hulpverleners en het sociale netwerk. Toevoegen: Een pgb voor een dienst of voorziening mag niet worden besteed aan administratieuren, reiskosten of telefoonkosten
Het onderdeel c, over pgb-tarieven, is per abuis in een eerdere versie vervallen en dient opnieuw te worden toegevoegd
Toevoegen aan artikel 12: lid 6: a) Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het inkopen van zorg of ondersteuning en mag niet aangewend worden voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, feestdagenuitkering, reiskosten, bemiddelings- en coördinatietaken alsmede ondersteunings- of administratiekosten in verband met het Pgb. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag.
Pgb - vrije ruimte Pgb - geen zorgverlener en budgethouder in 1
b) De zorgverlener mag niet tegelijkertijd pgb-vertegenwoordiger zijn, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.
Artikel 13, toevoegen aan eerste lid, sub a: , voor een rolstoelvoorziening; voor de maatwerkvoorziening Begeleid Thuis.
Geen eigen bijdrage voor rolstoelen en Begeleid Thuis
Citeertitel duidelijker
Om de kwaliteit van de zorg die via een pgb wordt ingekocht beter de waarborgen is dit artikel verduidelijkt.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2017
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer
Om de kwaliteit van de zorg die via een pgb wordt ingekocht beter de waarborgen is dit artikel verduidelijkt. De eigen bijdrage geldt niet voor rolstoelen. Deze is nooit geind, echter stond dit niet duidelijk in de verordening. Momenteel wordt gewerkt aan de transitie van Begeleid Wonen naar Begeleid Thuis. Vooralsnog zetten we het huidige beleid van Amsterdam voort en brengen geen eigen bijdrage in rekening voor deze doelgroep.
{{signer1}} 28/01/2025 17:40:50 CET
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 48d96a62-3d6b-4152-bb8d-56125e0f23df Auth: Scribble
MEMO RAAD
{{signer2}} 28/01/2025 15:51:56 CET
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 48d96a62-3d6b-4152-bb8d-56125e0f23df Auth: Scribble
{{signer3}}
{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan
Betreft
leden raad Burgemeester en wethouders 28 januari 2025 college, griffie, voorlichting
Afhandeling toezegging uit de beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 16 januari 2025 inzake het wijzigingsbesluit Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Aalsmeer 2017 Op 16 januari jl. heeft wethouder Kikkert de volgende toezegging gedaan: Wijzigingsbesluit Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Aalsmeer 2017 Er zal nagegaan worden waarom op een aantal locaties in Kudelstaart en Aalsmeer de scootmobielen buiten staan en niet onder een overkapping/ruimte met voorzieningen om op te laden. Dit wordt ook meegegeven aan de vergunningverleners waarbij eventueel te denken valt aan scootmobielgarages.
Uit navraag is gebleken dat als de vervoersbeperking kan worden opgelost met een scootmobiel altijd wordt gekeken naar de stallingsmogelijkheden. Bij voorkeur staat deze binnen in een brandveilige ruimte. In gevallen waarin dit niet mogelijk is, kan de scootmobiel met een hoes buiten worden gestald. In incidentele gevallen wordt een scootsafe, een buitenstalling geplaatst. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk om de scootmobiel te stallen op de daarvoor aangewezen plek.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
[.docx]
Müller, Carin Van: Onderwerp:
Carin.Muller@aalsmeer.nl FW: Vraag voor het vragenkwartier
-----Oorspronkelijk bericht----Van: Erik Abbenhues <eabbenhues@outlook.com> Verzonden: maandag 27 januari 2025 17:20 Aan: Griffie Aalsmeer <griffie@aalsmeer.nl> Onderwerp: Vraag voor het vragenkwartier Het liefst voor komende dinsdag, maar als dat te kort dag is, dan voor donderdag de 30e. Er is ons ter oren gekomen dat het ondertekenen van het convenant tussen de bewoners van de Sportlaan en omgeving enerzijds en de tennisclub en horeca anderzijds moeizaam verloopt. Kan de wethouder ons bijpraten over de status van dit convenant? En de voortgang van de werkzaamheden? Vriendelijke groeten, namens de VVD fractie, Erik Abbenhues Verstuurd vanaf mijn iPhone
1