Agendabundel
Tekst van het document
Pagina
17 van 19
Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm. In het eerste lid zijn de definities opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of drukwerk van niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen. Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals bijvoorbeeld “aan de bewoners van dit pand of gebouw”. De gemeente kiest voor dit onderscheid omdat huis-aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie vervullen voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt. Daarbij hebben deze bladen een lage frequentie. In de definitie van huis-aan-huisblad is aangesloten bij de landelijke norm van de Stichting Reclamecode van 10% aan buurtgerichte redactionele inhoud. In het tweede lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden bij een perceel (een woning, bedrijf of woonschip), tenzij de ontvanger onmiskenbaar duidelijk heeft gemaakt deze bladen niet te willen ontvangen.
Met de komst van nee-nee-, ja-ja- en nee-ja-brievenbusstickers kunnen bewoners hun voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen kenbaar maken (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1528). Tabel 1: Overzicht wanneer bezorging gewenst is en dus mag geschieden Overzicht stickers
Ongeadresseerd reclamedrukwerk gewenst
Ongeadresseerde huis-aan-huisbladen gewenst
ja-ja sticker
Ja
Ja
geen sticker
Nee
Ja
Nee
Nee
of nee-ja sticker nee-nee sticker
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af. Dit is een toegestane aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Na inwerkingtreding van de Ow vervalt het Activiteitenbesluit Milieubeheer. De in het tweede lid van dit artikel geregelde materie is dan opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In artikel 22 is om die reden een wijziging van dit artikel opgenomen, die in werking treedt als de Ow in werking treedt.
Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg Het gaat in dit artikel met name over laden, lossen en vervoeren. Het artikel bevat een gebod om de veroorzaakte verontreiniging op te ruimen. Mocht aan dit gebod geen gehoor gegeven worden, dan is sprake van een overtreding die strafbaar is gesteld op grond van artikel 20. Daarnaast is er de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Dit kan inhouden dat de gemeente de verontreiniging zelf opruimt en de kosten daarvoor op de overtreder verhaalt.
Pagina
18 van 19
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken In dit artikel is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren Dit artikel betreft de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. Het eerste lid regelt wat onder gezelschapsdier moet worden verstaan. Tot de gezelschapsdieren worden gerekend onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is, zoals de (commerciële) productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Het artikel heeft geen betrekking op hobby- en landbouwhuisdieren zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg)geiten, hangbuikzwijnen, varkens en herten.
De gemeente draagt zorg voor de verwerking en verwijdering van kadavers van gezelschapsdieren. De kadavers zijn een bijzondere vorm van afvalstoffen, die op grond van de Wet dieren nadere regeling behoeven. De grondslag voor deze nadere regeling is deels gelegen in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer, en voor het overige in artikel 3.5 van de Wet dieren. De Wet dieren verplicht de gemeente diegene aan te wijzen die met de inzameling van kadavers is belast (tweede lid). Deze draagt dan zorg voor de overdracht van de kadavers van gezelschapsdieren aan Rendac Son B.V. Deze verwerker is door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wet dieren. In het vierde tot en met zesde lid zijn de verantwoordelijkheden en plichten van de houder van een kadaver van een gezelschapsdier opgenomen. De houder (meestal de eigenaar) is ervoor verantwoordelijk dat het kadaver wordt verwijderd. Op grond van de Wet dieren kan de houder het dier op eigen terrein begraven, of afgeven aan een van de erkende dierencrematoria of dierenbegraafplaatsen. In dat geval gelden de bepalingen in het vierde lid niet voor de houder op grond van het zesde lid. Als de houder van die mogelijkheid geen gebruik maakt, dan moet de houder het kadaver afgeven aan degene die de inzameling daarvan doet.
Deze afgifte vindt plaats uiterlijk op de eerste werkdag nadat de houder het overlijden heeft geconstateerd. Tot het moment van afgifte wordt het kadaver zodanig bewaard dat er geen vermenging met ander materiaal kan plaatsvinden (vijfde lid).
Artikel 21. Toezichthouders Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht De inwerkingtreding van de Ow is voorzien op 1 januari 2022. Hierbij worden tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening. In artikel 14, tweede lid, onder d, van de verordening, zijn wetten opgenomen die voorrang hebben op het verbod, genoemd in het eerste lid van dat artikel. Op grond van hoofdstuk 3 van de
Pagina
19 van 19
Aanvullingswet bodem Omgevingswet blijft aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit enige werking toekomen. Voor de materie geregeld in artikel 16, tweede lid, geldt dat deze is opgenomen als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente (artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid kunnen om die reden vervallen. De verplichting om voor een afvalbak zorg te dragen, bedoeld in het eerste lid, blijft wel bestaan. Voor de artikelen 18 en 19 houdt de inwerkingtreding van de Ow in dat het begrip inrichting in de Wm vervalt. Dat vergt een beperkte aanpassing in deze verordening. Voor artikel 21 geldt dat toezichthouders aangewezen kunnen worden op grond van artikel 18.6 van de Ow. De Wabo vervalt weliswaar, maar op het moment van de inwerkingtreding van de Ow zijn niet meteen alle toezichthouders die op grond van die wet zijn aangewezen opnieuw aangewezen. De verwijzing naar de Wabo kan dus blijven staan.
Artikel 23. Verlening uitsluitend recht aan de AEB Exploitatie B.V. De raad heeft in haar vergadering van 25 april 2013 aan het college de bevoegdheid gegeven om een uitsluitend recht, te verlenen, als bedoeld in artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ter verwerking van al het door of vanwege de gemeente Aalsmeer ingezamelde huishoudelijk restafval met ingang van 1 april 2013 aan het Afval Energie Bedrijf. Het college heeft dit uitsluitend recht verleend. De samenwerking met het Afval Energie Bedrijf, is verlengd tot en met 31 december 2022, middels het sluiten van de "Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval" op 6 juni 2013.
1 Bijlage 2 - Nota van Beantwoording Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer.docx
Nota van Beantwoording Ontvangen zienswijzen en beantwoording ten aanzien van Ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 Aalsmeer, juni 2022
Inleiding De ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 heeft van 31 maart 2022 tot en met 12 mei 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Er is 1 zienswijze ingediend. De ingediende zienswijze is hieronder samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De reactie is in zijn geheel beoordeeld. Het college doet een voorstel aan de raad over de ingediende zienswijzen. In een openbare vergadering beslist de gemeenteraad over de ingediende zienswijzen en de vaststelling van de afvalstoffenverordening. De ingediende zienswijzen zijn volledig en geanonimiseerd weergegeven in de bijlage.
Pagina
2 van 3
Zienswijze Adressant 1 Appellant verzoekt de gemeente om de privacyverklaring als bijlage bij de Ontwerp Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022 toe te voegen. Daarbij wenst de appellant dat de privacyverklaring en de Ontwerp Afvalstoffenverordening tezamen opnieuw gepubliceerd worden, waarbij een nieuwe termijn van 6 weken voor het aanleveren van zienswijzen wordt aangehouden.
Reactie gemeente De gemeente is van mening dat de privacyverklaring niet bij het Ontwerp Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022 hoeft te worden toegevoegd. De privacyverklaring komt namelijk niet voor inspraak in aanmerking, omdat de privacyverklaring intern beleid betreft over hoe de gemeente met de privacygegevens van haar inwoners omgaat. Er kunnen daarom ook geen zienswijzen worden ingediend op de privacyverklaring. Om deze redenen bestaat er dus geen aanleiding om de zienswijzetermijn opnieuw in te laten gaan. De privacyverklaring is op de website geplaatst. Op deze manier is de privacyverklaring voor een ieder te raadplegen.
Pagina
3 van 3
Bijlage: Zienswijze ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022
1 Bijlage 3 - Uitvoeringsbesluit Inzameling huishoudelijke afvalstoffen.docx
B E SLU IT B en W
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer gelet op artikel 160, eerste lid, onder C van de Gemeentewet; gelet op de bepalingen van de Afvalstoffenverordening 2022 van de gemeente Aalsmeer; overwegende dat het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wenselijk is nadere regels te stellen omtrent de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de middels dit collegebesluit aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de Afvalstoffenverordening 2022 van de gemeente Aalsmeer;
vast te stellen het navolgende “Uitvoeringsbesluit inzameling huishoudelijke afvalstoffen”
besluiten
Artikel 1 In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan dan wel mede verstaan: a.
verordening: Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022;
b.
inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, mini- of rolcontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden;
c.
inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens.
Artikel 2. Aanwijzing inzamelende instanties 1. Als inzameldienst op grond van artikel 3, lid 1, van de verordening wordt aangewezen De Meerlanden Holding NV gevestigd te Rijsenhout. 2. Als inzamelaar op grond van artikel 4, lid 1a, van de verordening worden aangewezen:
a. kerken, scholen en/of verenigingen voor de inzameling van oud papier en karton dat afkomstig is uit huishoudens, mits zij zich bij de gemeente hebben aangemeld en voldoen aan de vastgestelde beleidsregels; b. detaillisten, kerken, scholen en/of verenigingen voor de inzameling van textiel dat afkomstig is uit huishoudens, mits zij zich bij de gemeente hebben aangemeld en voldoen aan de vastgestelde beleidsregels; c. organisaties voor de huis-aan-huis inzameling van textiel dat afkomstig is van huishoudens, mits zij zich bij de gemeente hebben aangemeld en voldoen aan de vastgestelde beleidsregels; d. Sympany is als textielinzamelaar voor wijkcontainers aangewezen. e. de supportersvereniging Kudelstaart voor de huis-aan-huis inzameling van oud papier in Kudelstaart; f. detaillisten voor de inzameling van kca dat afkomstig is van huishoudens, mits zij zich bij de gemeente hebben aangemeld en voldoen aan de vastgestelde beleidsregels. [.docx] F010a/ICT
Pagina
2 van 6
Artikel 3. Afzonderlijke inzameling De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 7, tweede lid, van de verordening vastgesteld: 1.
groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;
2.
klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van I&W;
3.
glas: op kleur (wit en bont) gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken;
4.
oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier;
5.
textiel: alle textiel, zoals kledingstukken, hand- en theedoeken, tafelkleden en dekbedhoezen, lakens, dekens, tassen, knuffelbeesten, overig huishoudtextiel en schoenen die schoon en droog zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets-of verflappen;
6.
elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
7.
bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen;
8.
verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout;
9.
metalen: producten met als belangrijkste bestanddeel ferro en non-ferro;
10. banden: schone banden van motoren, personenauto's, autobusjes; 11. grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout etcetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen; 12. asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt; 13. grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden; 14. huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd in artikel 3 van de verordening. 15. Matrassen: mits deze schoon en droog zijn.
Pagina
3 van 6
Artikel 4. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen Op grond van artikel 3, derde lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: a.
voor restafval van huishoudens: een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter) voor de gebruiker van een perceel, en een verzamelcontainer (inpandig, uitpandig bovenof ondergronds) voor de gebruikers van een aantal percelen;
b.
voor groente-, fruit- en tuinafval van huishoudens: een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter) voor de gebruiker van een perceel, en een verzamelcontainer (bovenof ondergronds) voor de gebruikers van een aantal percelen;
c.
voor oud papier en karton van huishoudens: een mini- of rolcontainer (140 of 240 liter) op vrijwillige basis voor de gebruiker van een perceel, en (zo mogelijk) een verzamelcontainer voor de gebruikers van een aantal percelen;
d.
voor glas: de verzamelcontainers op wijkniveau;
e.
voor textiel: de verzamelcontainers op wijkniveau;
f.
voor plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken: inzameling bij het restafval.
g.
voor (gescheiden) grof huishoudelijk afval en KCA: de milieustraat (brengdepot) van De Meerlanden Holding NV aan de Aarbergerweg in Rijsenhout.
Artikel 5. Frequentie van inzamelen Op grond van artikel 7, eerste lid, van de verordening wordt voor de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen de frequentie van inzameling bij elk perceel vastgesteld: a.
Oud papier en karton wordt ten minste een maal per maand bij elk perceel ingezameld;
b.
Grof huishoudelijk afval wordt op afroep ten minste een maal per drie maanden bij elk perceel ingezameld.
c.
GFT wordt ten minste een keer per twee weken bij elk perceel ingezameld.
d.
Restafval wordt ten minste een keer per twee weken bij elk perceel ingezameld.
e.
Takken worden ten minste twee keer per jaar ingezameld.
f.
Kerstbomen worden ten minste een keer per jaar ingezameld.
Artikel 6. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Pagina
4 van 6
1. Krachtens artikel 7, eerste lid, van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen: a.
het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de inzameldienst;
b.
de inzameldienst is bevoegd om de container te voorzien van een sticker waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het volume van de container, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam of een huisnummer.
c.
de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;
d.
de gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de gemeente te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel;
e.
de inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;
f.
de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;
g.
de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;
h.
de verstrekte inzamelmiddelen voor rest- en gft-afval mogen alleen worden gereinigd met water;
i.
ter voorkoming van maden dienen in een warme periode vlees- en visresten te worden gedeponeerd in de rest- of GFT-container die het eerst voor lediging in aanmerking komt.
2. Krachtens artikel 7, eerste lid, van de verordening stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden: a.
het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;
b.
inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden. Het afval moet zodanig in de container zitten dat het vanzelf in het voertuig valt bij lediging;
c.
uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;
Pagina
5 van 6
d.
afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;
e.
het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden mini- of rolcontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 60 kilogram;
f.
het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval mag per keer niet zwaarder zijn dan 50 kilogram;
g.
klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij het afvalbrengpunt;
h.
de afvalbrengpunten van de inzameldienst worden aangewezen als brengdepot waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening kunnen worden achter gelaten;
i.
bij de afgifte van afvalstoffen op een afvalbrengpunt zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing;
j.
de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij of op een afvalbrengpunt kunnen legitimeren en dient aantoonbaar woonachtig te zijn in de gemeente Aalsmeer;
k.
de inzameling van grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten vindt op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst;
l.
het grof afval dient op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats en op de openbare weg bij de woning klaar te staan;
m. grof huishoudelijk afval of grof tuinafval mag bij het overdragen of het aanbieden geen groter volume hebben dan 1,5; n.
kleinere stukken grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en -gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram.
3. Op grond van artikel 5 van de verordening kunnen grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten zonder inzamelmiddel maar wel gescheiden ter inzameling worden aangeboden.
Artikel 7. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Het college stelt de volgende regels op grond van artikel 9 van de verordening: a.
inzameldagen worden jaarlijks vastgelegd in de afvalkalender;
b.
inzamelmiddelen moeten worden aangeboden op de vastgestelde inzameldag, zoals aangegeven in de afvalkalender, tussen 5.30 en 7.30 uur;
Pagina
6 van 6
c.
de inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk aan het einde van de vastgestelde inzameldag, van de weg zijn verwijderd;
d.
grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparatuur worden op afroep ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op de dag en het tijdstip dat is afgesproken;
e.
in verband met geluidhinder mogen glasbakken alleen tussen 8.00 en 20.00 uur worden gebruikt.
Artikel 8. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst Het college stelt op grond van artikel 13, tweede lid, van de verordening de volgende regels: a.
de inzamelmiddelen mogen niet op of aan de openbare weg geplaatst worden anders dan voor onmiddellijke overdracht aan de inzamelaar;
b.
de gebruikte inzamelmiddelen dienen na lediging onmiddellijk te worden teruggeplaatst in of op het perceel van de gebruiker overeenkomstig de daarvoor geldende regels.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van DATUM. De secretaris,
De burgemeester,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
1 20220829 Inspreekreactie inzake de afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022 def.pdf
1 20220830 Memo 35 Beantwoording technische vragen fracties AA-CDA inzake Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022.pdf
5 Luchtvaartzaken 1 20220830 Memo 30 Beantwoording technische vraag fractie CDA inzake rapportage Sensornet.pdf
1 20220830 Memo 31 Beantwoording technische vraag fractie AA inzake Pfos.pdf