CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 1 september 2022, gemeente aalsmeer12.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - 2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend van 1 september 2022

0.1

Afsprakenlijst beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 1 september 2022 AFSPRAKENLIJST Beeldvormende Commissie Maatschappij en Bestuur 01-09-2022.pdf

1 2

Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Vaststelling van de agenda Agenda Beeldvormende commissie M&B 01-09-2022.doc

3 4

Mededelingen van het college Vaststellen “Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” Portefeuillehouder: D. Kuin Doel van dit voorstel is om de gemeentelijke regelgeving over de inzameling van afval aan te laten sluiten bij het in 2021 vastgestelde beleid ‘Van afval naar grondstofbeleid 2022-2026’. De afvalstoffenverordening wordt tevens geactualiseerd naar het nieuwe VNG-model. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak 1e termijn: gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 2e termijn: gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder. 20220712 B&W besluit inzake vaststellen 'Afvalstoffenverordening Gemeente Aalsmeer 2022'.pdf Raadsvoorstel 'Vaststellen Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022'.docx Bijlage 1 - Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022.docx Bijlage 2 - Nota van Beantwoording Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer.docx Bijlage 3 - Uitvoeringsbesluit Inzameling huishoudelijke afvalstoffen.docx 20220829 Inspreekreactie inzake de afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022 def.pdf 20220830 Memo 35 Beantwoording technische vragen fracties AA-CDA inzake Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2022.pdf

5

Luchtvaartzaken Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Onderwerpen vooraf aanmelden bij de griffie 20220830 Memo 30 Beantwoording technische vraag fractie CDA inzake rapportage Sensornet.pdf 20220830 Memo 31 Beantwoording technische vraag fractie AA inzake Pfos.pdf

6 7

Regionale Samenwerking Sluiting

AFSPRAKENLIJST BEELDVORMENDE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 1 SEPTEMBER 2022 BEELDVORMENDE COMMISSIE M&B Aanwezig: Voorzitter: mevrouw G. Holtrop Griffier: de heer O. van Kolck Leden: AA : de dames C. van Hilst-Dekker, J. Keessen, D.M. Prent Bouten en L.J. Lucke en de heren D.J. Biesheuvel en W.T.J.M. Koster CDA : de dames T. van der Meer en A.M. Harte-Fokker en de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen en G.J.H. Winkels VVD : de dames M. Vleghaar, E.S.I. Mijwaart en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester en E.P. Abbenhuës D66 : mevrouw M.J. Geisler en de heren S.J.R. de Vries en J. van der Tol GroenLinks : mevrouw J.I. Koopmann en de heer R.P. Fransen PvdA : mevrouw L. Eveleens- van Andel en de heer F.A. Nisters Portefeuillehouders: D. Kuin, L.B. Kabout en W. Kikkert

Agenda punt 1. 2.

Onderwerp

Afspraak

Opening door de voorzitter, mevrouw G. Holtrop Griffier: O. van Kolck Vaststelling van de agenda

Conform vastgesteld

3.

Mededelingen van het college

Er zijn geen mededelingen van het college

4.

Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 Portefeuillehouder: D. Kuin

Het voorstel gaat door naar de oordeelsvormende commissie van 1509-2022

Toezeggingen: 1. Er komt een kleine tekstuele aanvulling in het uitvoeringsbesluit van B&W De volgende vragen worden schriftelijk beantwoord: 2. De vraag van de VVD fractie over de meerkosten voor grotere en meer afvalcontainers op het Praamplein;. 3. Op welke wijze inwoners hebben kunnen kiezen voor de grootte van de afvalcontainers die momenteel uitgeleverd worden en op welke wijze hier nog wijzigingen in aangebracht kan worden. 4. De beschikbare kengetallen over afvalscheiding die eventueel als nulmeting kunnen dienen 5.

Luchtvaartzaken Op verzoek van de CDA fractie is het onderwerp Sensornet besproken En op verzoek van de fractie van Absoluut Aalsmeer is het onderwerp PFOS verontreiniging besproken.

De heer Winkels (CDA) stelt voor de uitkomsten van de metingen van Sensornet een keer met elkaar te bespreken.

Toezeggingen: de onderzoeksresultaten van Rijnland naar de concentraties PFOS in het oppervlaktewater worden aan de raad gestuurd. Regionale samenwerking Sluiting

De voorzitter sluit om 21.00 uur de vergadering

2 Vaststelling van de agenda 1 Agenda Beeldvormende commissie M&B 01-09-2022.doc

AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op donderdag 1 september 2022, 20.00 uur BEELDVORMEND Fracties kunnen hun vragen indienen tot 12 uur op de vrijdag voor de vergadering. Het college beantwoordt de vragen op de dinsdag daarna. Het doel van een beeldvormende vergadering is dat alle deelnemers dezelfde informatie hebben over een voorstel.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Griffier: O. van Kolck

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Mededelingen van het college

4.

Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 Portefeuillehouder: D. Kuin Doel van dit voorstel is om de gemeentelijke regelgeving over de inzameling van afval aan te laten sluiten bij het in 2021 vastgestelde beleid ‘Van afval naar grondstofbeleid 2022-2026’. De afvalstoffenverordening wordt tevens geactualiseerd naar het nieuwe VNG-model.

20.05

Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak 1e termijn: gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 2e termijn: gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder. 20:25

5.

Luchtvaartzaken Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Onderwerpen vooraf aanmelden bij de griffie

20.45

6.

Regionale samenwerking

20.50

7.

Sluiting

4 Vaststellen “Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” 1 20220712 B&W besluit inzake vaststellen 'Afvalstoffenverordening Gemeente Aalsmeer 2022'.pdf

1 Raadsvoorstel 'Vaststellen Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022'.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr

Z22-009609

Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

14 juli 2022

Afdeling

wethouder mr. D. Kuin

Projecten en Advies

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

M. Philipoom 540 44 01 m.philipoom@amstelveen.nl

Voor de vergadering van raad d.d.

29 september 2022 Behandelen in de raadscommissie op

Ruimte

30 augustus 2022

Onderwerp

Vaststellen “Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” Gevraagd besluit

1. 2.

De Nota van beantwoording Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer vast te stellen; De "Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de huidige “Afvalstoffenverordening 2013 gemeente Aalsmeer”.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De huidige afvalstoffenverordening is niet meer actueel. Er is een nieuw VNG-model afvalstoffenverordening en de gemeente inzameling van huishoudelijk afval is gewijzigd met het vaststellen van het ‘Van afval naar grondstofbeleid 2022-2026’ door de raad in 2021. In dit advies wordt voorgesteld om een nieuwe afvalstoffenverordening vast te stellen. Bijgaand concept van de Afvalstoffenverordening is gebaseerd op het model van de VNG en is een actualisering en formalisering van de nieuwe inzamelpraktijk. De belangrijkste actualiseringen van de VNG modelverordening zijn: • Implementatie artikelen 2 en 3 van het Besluit GIHA (gescheiden afvalinzameling) • Vertaling artikel 3.5 van de Wet dieren (kadavers van gezelschapsdieren) • Anticipatie op de inwerkingtreding van de Omgevingswet Mede in verband met artikel 10.26 van de Wet milieubeheer wordt het wenselijk geacht dat belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om hun zienswijze op het ontwerp van de Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 kenbaar te maken. De Afvalstoffenverordening heeft daarom ter inzage gelegen van 31 maart 2022 tot en met 12 mei 2022. Er is 1 zienswijze ingediend. De beoordeling van de zienswijze heeft niet tot aanpassingen aan de Afvalstoffenverordening geleid. De volledige beoordeling staat in de Nota van beantwoording (bijlage 2). Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

De Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 vaststellen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

Programma 2.4: Openbare ruimte

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

Aanleiding

Op grond van artikel 10.23 Wet Milieubeheer zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu. De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op 27 mei 2021 is besloten om het PMD bij het restafval in te zamelen door het vaststellen van het ‘Grondstoffenplan 2021-2025’ door de raad. Door deze nieuwe inzamelwijze is het noodzakelijk om de bestaande Afvalstoffenverordening 2013 te actualiseren. Artikel 7 van de verordening is aangepast op de nieuwe (gewijzigde) inzamelwijze van het PMD bij het huishoudelijk restafval. Nadere regels over inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, zoals de dagen, tijden, plaatsen en de wijze waarop, zijn door het college van B&W in het Uitvoeringsbesluit geregeld. Argumenten

In de vergadering van 27 mei 2021 heeft de gemeenteraad het ‘Van afval- naar grondstofbeleid 2021-2025’ vastgesteld. De gewijzigde inzameling van PMD bij het huishoudelijk restafval en de frequentie van het inzamelen van het GFT in de zomermaanden maken onderdeel uit van het ‘Van afval- naar grondstofbeleid 20212025’. De wijzigingen zijn verwerkt in de nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022. Door vaststelling van de nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 wordt het materiële besluit ten aanzien van de nieuwe gewijzigde inzameling van PMD bij het huishoudelijk restafval en het wekelijks inzamelen van GFT in de zomermaanden nu ook formeel geborgd. De Afvalstoffenverordening, die nu ter besluitvorming voorligt, is opgesteld conform het nieuwste model van de VNG (maart 2021). Kanttekeningen

Gemeenten moeten van de Rijksoverheid een afvalstoffenverordening vaststellen. Hierin staan de wettelijke regels rond de inzameling van huishoudelijk afval van een gemeente. Door de vaststelling van de Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 worden de maatregelen uit het ‘Van afval naar grondstofbeleid 2021-2025’ formeel geborgd. Bij het niet vaststellen van de gewijzigde afvalstoffenverordening is het beleid niet wettelijk vastgelegd. Financiën

Niet van toepassing. De financiële consequenties van het gewijzigde afvalbeleid zijn reeds vastgesteld bij de vaststelling van het ‘Van afval naar grondstofbeleid’ op 27 mei 2021. Communicatie

De ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 heeft gedurende zes weken van 31 maart 2022 tot en met 12 mei 2022 voor een ieder ter inzage gelegen bij de receptie van het gemeentehuis van de gemeente Aalsmeer. In verband met corona is inwoners gevraagd om dit ontwerp zoveel mogelijk digitaal in te zien. De verordening staat op de website van www.officielebekendmakingen.nl. Op de ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 is 1 zienswijze ingediend. Procedure

Nu de inspraakprocedure is afgerond wordt hierbij de definitieve ontwerp verordening ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. De ingediende zienswijze is beoordeeld en heeft niet tot aanpassing van de Afvalstoffenverordening geleid. Hoewel het Uitvoerings besluit een collegebevoegdheid is, is het vanwege het complete beeld wenselijk dat deze ter kennisname meegestuurd wordt als de gemeenteraad de verordening vaststelt. De “Af

Pagina

3 van 3

valstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” en het “Uitvoeringsbesluit inzameling huishoudelijke afvalstoffen” worden volgens de Awb voorgeschreven wijze bekend ge maakt. Bijlagen

1. 2. 3.

Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022 Nota van beantwoording Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer Uitvoeringsbesluit inzameling huishoudelijke afvalstoffen

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

1. 2.

De Nota van beantwoording Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer vast te stellen; De "Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022” vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de huidige “Afvalstoffenverordening 2013 gemeente Aalsmeer”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 september 2022. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

1 Bijlage 1 - Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022.docx

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022

Zaaknummer: Z22-009609

De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 juli 2022; gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen; gezien het advies van 12 juli 2022; besluit vast te stellen de: Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022

§ 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - wet: Wet milieubeheer;

-

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;

-

inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;

-

ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;

-

inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;

-

inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;

-

inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;

-

inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

-

andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;

-

perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Pagina

-

2 van 19

gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;

-

straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;

-

motorvoertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. § 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. Het college wijst de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door het college; b. bij nadere regels van het college van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet. 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Het college draagt zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

Pagina

3 van 19

b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1. Het college stelt regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:

-

groente-, fruit- en tuinafval (GFT of bioafval); papier en karton; metaal; glas; textiel; klein chemisch afval; elektrische en elektronische apparatuur; bouw- en sloopafval; (verduurzaamd) hout; vlakglas banden grof tuinafval; asbest en asbesthoudend afval; grof huishoudelijk afval; fijn huishoudelijk afval; matrassen.

3. Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons worden ingezameld bij het restafval.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7 anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, derde lid. 3. Het college kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het college daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Pagina

4 van 19

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Het college kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling verschuldigde heffing is voldaan.

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 4. Zwerfafval en overige

Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Pagina

5 van 19

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden [zwerfafval te veroorzaken door] ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a.

een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad, ongeadresseerd reclamedrukwerk, drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld als in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op te slaan of opgeslagen te hebben,

Pagina

6 van 19

anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken. § 4a. Kadavers van gezelschapsdieren Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Het college kan een ondernemer aanwijzen die [tevens] belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij de aangewezen ondernemer. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan de aangewezen ondernemer in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats OF aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6.

Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.] § 5. Handhaving en toezicht

Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a van deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit ” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”;

Pagina

7 van 19

d. in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”; e. in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”. Artikel 23 Verlening uitsluitend recht aan de AEB Exploitatie B.V. 1. Het college kan beslissen een uitsluitend recht als bedoeld in artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten te verlenen aan AEB Exploitatie B.V. ten behoeve van al het door of vanwege de gemeente Aalsmeer ingezamelde huishoudelijk restafval. 2. Het college kan de werkzaamheden nader bepalen en nadere randvoorwaarden stellen. Artikel 24. Intrekking oude verordening 1. De ‘Afvalstoffenverordening Aalsmeer 2013’ wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 29 september 2022 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Aalsmeer 2022

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 september 2022. De griffier,

O. van Kolck De voorzitter,

mr. G.E. Oude Kotte

Pagina

8 van 19

Bijlage 1 Nota van toelichting op de verordening Algemeen

1. Inleiding De Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk Afval om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.

Grondslagen De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waaraan de Afvalstoffenverordening moet voldoen. De opname van paragraaf 4a inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren. Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van bioafval of kunststoffen, metaal en glas. Deze grondslag is gebruikt voor artikel 7, derde lid. In tegenstelling tot het Besluit GIHA, wijkt gemeente Aalsmeer af van het gescheiden inzamelen van PMD. Het gewenste effect wordt in de gemeente bereikt door middel van nascheiding.

2. Hoofdlijnen van de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor-, winkel- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte en kadavers van gezelschapsdieren.

Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het

Pagina

9 van 19

huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA de norm:

a. bioafval; b. papier; c. metaal; d. kunststof; e. glas; f. textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. In de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor bioafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt. Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening, dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Met ingang van 1 januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking. Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld. De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit GIHA niet aangepast te worden.

Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels voor de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte.

Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door dieren. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het

Pagina

10 van 19

publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Kadavers van gezelschapsdieren De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a).

3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen: De gebruiker van een perceel:

De inzameldienst of inzamelaar:

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats

Inzamelplaats

De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip weg in artikel 17.

4. Verhouding met ander hoger recht

Pagina

11 van 19

Verwerking van persoonsgegevens De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming (2016/679/EU). De gemeente heeft een privacyverklaring opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de inzameling en verwerking van afval. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22).

5. Nadere regels Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college):

•

Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, derde lid).

•

Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid).

•

Nadere regels over de manier waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden achtergelaten op de aangewezen inzamelplaats(en) (artikel 5).

•

Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7).

•

Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.

•

Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid).

•

Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).

Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het college die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudt maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kan worden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze besluitvorming gaat over:

•

De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3).

•

De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).

•

De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).

De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in het uitvoeringsbesluit.

Pagina

12 van 19

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal wordt de inzamelplaats gemeentelijke afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd. Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot. Uit artikel 10 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel. Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”.

Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).

Artikel 2. Doelstelling In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als: “inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars”.

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst In het eerste lid geeft de raad aan het college de opdracht om de gemeentelijke inzameldienst aan te wijzen, die met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de raad en het college. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Pagina

13 van 19

Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid, dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kan het college bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst.

Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten.

Artikel 6. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 4 en 5 zijn aangewezen. Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte gebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld. In Aalsmeer is dit verder vastgelegd met een Uitvoeringsbesluit. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente.

Pagina

14 van 19

Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze verordening vult de verplichting tot gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke bestanddelen gescheiden worden ingezameld. Deze verordening maakt een fijnmaziger onderscheid dan artikel 1 van het Besluit GIHA, dat voorschrijft dat ‘ten minste’ bepaalde bestanddelen gescheiden worden ingezameld. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen. Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de raad in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de Afvalstoffenverordening afwijken: a.

van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel);

b. van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening);

c.

van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld);

Artikel 2, eerste lid, van het Besluit GIHA bepaalt verder dat onder voorwaarden voor de volgende bestanddelen afgezien kan worden van de gescheiden inzameling voor: d. bioafval (wanneer gescheiden inzameling technisch niet mogelijk is of buitensporig duur);

e. metaal, kunststof of glas (als de kwaliteit voor hergebruik of recycling gelijk blijft). De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaatsvindt is minstens eenmaal per week. Een Afvalstoffenverordening die een van deze mogelijkheden benut, dient te worden voorbereid met toepassing van de Inspraakverordening die op grond van artikel 150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5.

Het regelen van de frequentie en locatie van de inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester en wethouders. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden. Volgens het derde lid wordt in de gemeente PMD niet gescheiden ingezameld, omdat voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen: “a. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om overeenkomstig artikel 4 voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt.” Het gewenste effect wordt in de gemeente bereikt door middel van nascheiding.

Pagina

15 van 19

Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Voor de bestanddelen die niet gescheiden worden ingezameld, geldt dat het tweede lid regelt dat niet-afzonderlijke aanbieding is toegestaan. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het college in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (‘welles/nieteslijst’). Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt. Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GIHA.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door het college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. De regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zijn in beginsel algemeen verbindende voorschriften. Het college kan in deze regels ook concreet locaties aanwijzen voor de inzamelvoorzieningen. Een dergelijk onderdeel van de regels is geen algemeen verbindend voorschrift dus daartegen staat bezwaar en beroep open. Het tweede lid bevat een verbod om de inzamelmiddelen buiten het perceel te laten staan na afloop de bepaalde dag en tijden. Gebruikers van een perceel zijn gehouden de inzamelmiddelen binnen het perceel te bewaren. Het verbod geldt ook voor afval dat op de ophaaldag is buitengezet, maar om wat voor reden dan ook, niet is opgehaald. Het derde lid bevat een grondslag voor nadere regels over de wijze van gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen voor categorieën van percelen.

Te denken valt aan een onderscheid dat gemaakt kan worden tussen hoogbouw en laagbouw. De regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste lid of het verbod in het tweede lid inhouden. Deze vrijstelling blijkt dan uit de nadere regels van het college.

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval).

Pagina

16 van 19

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.”(Kamerstukken 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels gelden voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.

Artikel 14. Dumpingsverbod Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. Artikel 10.25, onder a, van de Wm is de grondslag voor het opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in de Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht. Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2. In het derde lid behoeft het begrip zwerfafval zelf geen verdere definitie. Uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, enz. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren of stadsjutters, niet onder het verbod valt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=609f9dd9-ffc6-4852-8aa5-c651637f89fb