CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 11 december 2025, gemeente aalsmeer51.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Artikel 6 Waardepeildatum 1. De waarde van een roerende woon- of bedrijfsruimte wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin die ruimte op die datum verkeert. 2. De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald. Voor belastingjaar 2026 is de waardepeildatum 01 januari 2023. 3. De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte op de waardepeildatum verkeert. 4. Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het kalenderjaar: a. opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of b. wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, of c. een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar. Artikel 7 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,12454 %; b. de eigenarenbelasting: • voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,08632 %; • voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning 0,37279 %. 2. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.

3. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen roerende zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 8 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.

Pagina

4 van 4

Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder is dan € 10.000 en zolang het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in 9 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten eigenaren wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025" van 12 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Aalsmeer 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025.

De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Signed By: Hofland, Heleen 2025-12-12T10:28:43+01:00 ID: 063aee8c-0218-4831-abe6-b51b562ebcff Auth: Scribble

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2025-12-12T08:11:49+01:00 ID: 063aee8c-0218-4831-abe6-b51b562ebcff Auth: Scribble

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de verordening verblijfsbelasting Aalsmeer 2026

Zaaknummer: Z25-121455 De raad van de gemeente Aalsmeer; gelet op artikel 216 en 224 Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening verblijfsbelasting Aalsmeer 2026 Artikel 1 Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: a. vakantieonderkomens: woningen, stacaravans en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen; c. al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of hotels waarin verblijf wordt geboden tegen betaling in welke vorm dan ook: d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat is bestemd voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; e. hotel: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend, doch niet uitsluitend, een- en tweepersoonskamers tegen betaalde boeking per nacht of nachten, en waaronder mede worden begrepen pensions, hostels en appartementen met hoteldienstverlening; f.

camping: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, waarin beroepsmatig, volgtijdelijk tegen vergoeding verblijf wordt mogelijk gemaakt en waar iemand tegen betaling kan overnachten in mobiele kampeeronderkomens. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbare feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen vergoeding, in welke vorm dan ook, in hotels, campings, appartementen, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten, alsmede hiermee op één lijn te stellen ruimten en watervlakten en op vaste standplaatsen, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam verblijfsbelasting een directe belasting geheven.

Pagina

2 van 6

Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt berekend over de vergoeding die ter zake van het verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de verblijfbelastingbelasting daaronder niet begrepen, onder welk bedrag mede worden begrepen vergoedingen van bijkomende dienstverlening die geacht moeten worden deel uit te maken van de overnachtingsprijs, maar die wellicht afzonderlijk in rekening worden gebracht. 2. Als vergoeding wordt aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen, onder welk bedrag mede worden begrepen vergoedingen van bijkomende dienstverlening die geacht moeten worden deel uit te maken van de overnachtingsprijs, maar die wellicht afzonderlijk in rekening worden gebracht. Artikel 5 Belastingtarief De belasting bedraagt per overnachting 6 procent van de vergoeding bedoeld in artikel 4 van deze Verordening. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Vrijstellingen 1. De belasting wordt niet geheven voor het verblijf van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. 2. De belasting wordt niet geheven ter zake van door of met medewerking van de gemeente gecontracteerde opvang van vluchtelingen (asielzoekers, ontheemden en statushouders) en dak- en thuislozen. 3. De belasting wordt niet geheven waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van een waterverblijfsbelasting. 4. De belasting wordt niet geheven indien en voor zover met toepassing van artikel 64 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van het houden van verblijf met overnachten als bedoeld in deze Verordening, een bedrag wordt gevorderd. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar kan degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig is uitnodigen tot het doen van aangifte, door het toezenden van een daartoe strekkend aangifteformulier. 3. De aangifte moet worden gedaan uiterlijk een maand nadat belastingplichtige daartoe is uitgenodigd. 4.

Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via een daartoe door de gemeente opengestelde digitale voorziening. Artikel 9 Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=2b9279e7-7562-4258-9ea5-ac4a373e3842