Agendabundel
Tekst van het document
Op dit moment wordt er op lokaal niveau gewerkt met een aantal maatregelen om de doorstroming naar een passende woning te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn de regelingen ‘Van Groot Naar Beter’ (beschikbaar krijgen van grote woningen voor grote huishoudens) en ‘Van Hoog Naar Laag’ (ouderen passend laten wonen). Ook valt te denken aan het inzetten van verhuiscoaches. Deze regelingen blijven ook in de nieuwe woonruimteverdeling mogelijk en kunnen worden ingezet om de doorstroming te bevorderen.
Het inzetten van labels geeft de mogelijkheid om woningen te reserveren voor speciale doelgroepen. Het gaat om bijvoorbeeld rolstoelwoningen, maar ook om woningen voor jongeren en senioren. Ook houden gemeenten de mogelijkheid te sturen op lokale woningmarktomstandigheden door woningen aan te bieden met lokale voorrang. Het wettelijk kader voor het verlenen van lokale voorrang is vastgelegd in de Huisvestingswet. Maximaal 25% van de woningen kan met voorrang worden aangeboden aan inwoners van de gemeente, of met buurtbinding. Daarbinnen kan ook gedifferentieerd worden naar doelgroep. Bijvoorbeeld voorrang voor lokale jongeren. In de nieuwe situatie kunnen zowel woningen waarop situatiepunten gelden, als de woningen waarop alleen zoek- en wachtpunten gelden, gelabeld worden voor lokale voorrang. Intentie is dat in elke gemeente wel woningen met een ‘situatiepuntenlabel’ beschikbaar blijven voor huishoudens uit de regio. Gemeenten in de regio hebben met het Rijk en onderling afgesproken dat zij tijdelijk meer ruimte krijgen voor lokale voorrang. Gemiddeld wordt dit 30%.
4.4 Tijdelijke contracten Het werken met jongerencontracten wordt voorgezet. Daarnaast kunnen gemeenten hun experimentruimte in de Huisvestingsverordening inzetten om woningen met tijdelijke contracten voor spoedzoekers aan te bieden. Dit gebeurt in overleg met de corporaties en vice versa. De tijdelijke contracten die ingezet kunnen worden zijn het contract van twee jaar voor huishoudens met spoedsituaties en het contract van vijf jaar voor onzelfstandige woningen. Doel is huishoudens met een dringende verhuiswens tijdelijk onderdak te bieden om de zaken op orde te krijgen. Binnen de gestelde termijn moeten zij zelf op zoek naar geschikte huisvesting. Belangrijke voorwaarde bij verdere uitwerking is het inzetten van verhuisbegeleiding. In totaal kan maximaal 10% van het aanbod via experimenten als tijdelijke toegewezen worden. Na afloop van het experiment wordt in elk geval geëvalueerd of het voor de beoogde doelgroep daadwerkelijk mogelijk is om binnen de termijn een ‘echt’ woonalternatief te vinden en of met dit experiment de beoogde doelgroep geholpen wordt. De betreffende gemeente(n) en corporatie(s) beslissen in overleg met elkaar of zij een dergelijk experiment willen en hoe dat verder uitgewerkt wordt.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
27
4 Aanbod
4.5 Regionale uitwisseling urgenten In principe krijgen urgenten alleen voorrang op woningen in de eigen gemeente. Onder voorwaarde kan een urgent ook voorrang krijgen op woningen in een andere gemeente. Daar moet een formele aanvraag voor ingediend worden en om dat te toetsen zijn formele afwijzingsgronden opgesteld. Voor het huisvesting van elkaars stadsvernieuwingsurgenten hebben gemeenten quota afgesproken.
→ Een grote stadsvernieuwingsopgave waardoor een gemeente niet goed in staat is om de eigen urgenten te huisvesten. Dan kan een beroep worden gedaan op buurgemeenten. Deze lijst is niet limitatief. Het gaat er juist om dat gemeenten in voorkomende gevallen met elkaar in overleg treden.
Aanleiding voor aanpassing
De huidige afspraken over uitwisseling van regionale urgenten zijn te formeel en daardoor niet goed werkbaar. Voorgesteld wordt aanvragen voor regionale urgentie niet meer te toetsen op basis van deze afspraken, maar een principe-afspraak te maken dat gemeenten elkaar in redelijkheid helpen om elkaars urgenten te huisvesten, mits daar een goede aanleiding toe is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende gevallen: → Aanwezigheid van sociaal netwerk van de urgent in de andere gemeente. → Aanwezigheid van een zorginstelling/voorziening waar de urgent sterk afhankelijk van is. → Uitstroom uit maatschappelijke opvanginstellingen waarbij het wenselijk is dat de urgent terug verhuist naar de gemeente van herkomst. Hier zijn recent afspraken over gemaakt. Deze blijven van kracht.
28
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
29
5
Uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het de nieuwe woonruimteverdeling is het van belang dat gebruikers het begrijpen. Het is belangrijk dat gebruikers op een transparante manier inzicht hebben in het aantal punten dat zij hebben opgebouwd, op welke woningen zij kunnen reageren (en welke niet en waarom), hoeveel reacties er zijn binnengekomen op een woning en wat hun slaagkans is. Informatie over de herziening van het woonruimteverdeelsysteem moet niet alleen digitaal beschikbaar zijn, maar ook op papier aangezien er een groep (vooral oudere) gebruikers is die digitaal minder vaardig is.
5.1 Uitlegbaarheid en begeleiding De uitlegbaarheid van het systeem is een belangrijk aandachtspunt. Tijdens de informatiecampagne voorafgaand aan de invoering, maar ook op het moment dat het systeem daadwerkelijk ingevoerd is. De uitleg wordt eenvoudig en helder ingericht. Er wordt rekening gehouden met de volgende doelgroepen: → Minder digitaal vaardigen; → Laaggeletterden; → Mensen die de taal niet goed machtig zijn; → Mensen met een (licht verstandelijke) beperking.
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
31
5 Uitvoerbaarheid Het nieuwe systeem moet straks goed toegankelijk zijn op WoningNet en Woonmatch, ook voor deze doelgroepen. Er komt een duidelijke uitleg door middel van het gebruik van animaties, filmpjes, instructies en gebruik van pictogrammen. Ook staat duidelijk aangegeven waar instructies te vinden zijn en waar woningzoekenden fysiek, digitaal en telefonisch terecht kunnen voor vragen of begeleiding. Voor de minder digitaal vaardigen wordt ook een folder uitgegeven. Een informatiecampagne wordt ingezet om woningzoekenden op de hoogte te brengen van de wijzigingen Voor minder (digi)taalvaardigen is ook extra aandacht en persoonlijke begeleiding nodig. Bij gemeenten, corporaties en ondersteunde organisaties als sociale wijkteams en (in Amsterdam en Amstelveen) Stichting !WOON wordt extra begeleiding georganiseerd. Informatie wordt ook verspreid bij Stichting MEE, buurtorganisaties, bibliotheken en andere relevante locaties. Extra capaciteit voor telefonische hulp wordt ingeschakeld via de klantcontactcentra van WoningNet en Woonmatch. Aan de huurderskoepels wordt gevraagd of zij inzet willen leveren voor verspreiding onder bewonersverenigingen. Na vaststelling van het beleidsvoorstel worden nadere afspraken gemaakt over de wijze waarop deze extra capaciteit georganiseerd moet worden.
5.2 Monitoring en evaluatie De wijziging van de woonruimteverdeling heeft als doel dat er meer woningen terecht komen bij de huishoudens die deze het hardste nodig hebben: huishoudens met een dringende huisvestingsvraag en starters. Monitoring moet inzicht bieden of dit doel gehaald wordt. Daarnaast moet ook goed zicht komen wat de effecten zijn voor de overige woningzoekenden. Zo kan eventueel bijgestuurd worden op de effecten van het systeem. Een nieuwe manier van toewijzing kan ook leiden tot ander zoekgedrag. De effecten van de wijziging zijn echter niet meteen zichtbaar. Pas na twee en een half jaar (30 maanden) heeft een eerste actieve groep woningzoekenden het maximaal aantal zoekpunten kunnen opbouwen en zijn de effecten op zoekgedrag volledig zichtbaar. Dan is er nog een periode van één jaar nodig om de effecten op de slaagkans van verschillende groepen woningzoekenden te observeren. Tenslotte is circa één kwartaal nodig voor dataverzameling en de eerste analyse. Al met al kan dus pas na drie en een half jaar de eerste uitgebreide analyse plaatsvinden.
Wanneer bijsturen?
Monitoring en evaluatie moet duidelijk maken of het nieuwe systeem de verwachte resultaten oplevert. Wanneer dat niet het geval is, moet worden bezien of bijsturing nodig is. Redenen om dit te overwegen kunnen zijn: → Als de kans van woningzoekenden met zoek- en situatiepunten niet voldoende wordt verhoogd ten opzichte van de huidige situatie; → Als de situatie van starters niet voldoende bevorderd wordt; → Wanneer bepaalde categorieën woningzoekenden problematisch weinig kans krijgen, of andere ongewenste neveneffecten optreden (een belangrijk voorbeeld is als de doorstroming problematisch zou afnemen); → Wanneer zich lokaal ongewenste effecten voordoen.
Er wordt wel vanaf de start een jaarlijkse rapportage gemaakt om bij te houden welke effecten wel snel zichtbaar worden. Daarnaast wordt voorgesteld een periodiek bestuurlijk overleg in te stellen tussen gemeenten en corporaties. In dit overleg worden de resultaten van de monitoring besproken, maar ook om experimenten van gemeenten of corporaties en eventuele aanpassingen binnen lokaal beleid te bespreken. De frequentie van dit overleg is in eerste instantie halfjaarlijks. Wanneer de uitgebreide effectenrapportage beschikbaar komt in 2025 vindt een evaluatie plaats van het systeem.
32
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling | socialehuurwoningzoeken.nl
33
Een sociale huurwoning zoeken verandert
Voorstel nieuwe woonruimteverdeling Vormgeving: DSGN.FRM
1 Bijlage 2, Nota van beantwoording, versie Aalsmeer.pdf
Een sociale huurwoning zoeken verandert
Nota van beantwoording
Inhoud Samenvatting6 I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp
8
Inleiding8 Beeld op hoofdlijnen reacties en gemeentelijke verschillen
8
Opbouw Nota van beantwoording
9
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel
10
1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Positief over het puntensysteem Vragen en opmerkingen – algemeen Vragen en opmerkingen – positief Positief: bepaalde groepen krijgen meer kans Vragen/opmerkingen over werking puntensysteem
10 10 11 11 12
2. 2.1 2.2 2.3 2.4
Negatief over het puntensysteem Negatief- algemeen Negatief: het voorstel maakt het ingewikkelder/ complexer Minder kansen voor groepen woningzoekenden Negatief - doorstroming
12 12 13 14 15
3. Wachttijd/inschrijftijd moet leidend blijven 3.1 Niet minder kansen van huishoudens die selectief zoeken 3.2 Negatief- positie van huishoudens met een lange inschrijfduur gaat achteruit 3.3 Vragen over het systeem in relatie tot wachttijd
15 15 16 16
4. Geldigheid overgangsregeling omzetten woonduur naar inschrijfduur in nieuw systeem 16
2
5. Zoekpunten 5.1 Waarom actief zoeken belonen? 5.2 Het aantal punten: hoeveel is redelijk? 5.3 Snelheid van opbouwen zoekpunten 5.4 Waarom reageren als middel en niet inloggen? 5.5 Zoekpunten opbouwen: is het een spel? 5.6 Waarom vier keer reageren en niet maar één keer? 5.7 Maandelijks puntenverlies is niet eerlijk en ontmoedigend 5.8 Zoekpunten opbouwen is moeilijk voor hulpbehoevenden en levert stress op 5.9 Zoekpunten- negatief voor selectieve zoekers/zoekers met specifieke behoeften 5.10 Zoekpunten- vragen over zichtbaarheid van het woningaanbod
17 17 17 18 18 18 19 19 19 20 21
6. Situatiepunten 6.1 Positieve reacties op het verlenen van situatiepunten en voorstel voor uitbreiding 6.2 Situatiepunten voor ‘relatiebreuk met kinderen’ 6.3 Extra groepen die in aanmerking moeten komen voor situatiepunten/steun in de rug 6.4 Vragen m.b.t. werking situatiepunten 6.5 Negatieve reacties op het verlenen van situatiepunten- algemeen 6.6 Negatieve reacties situatiepunten relatiebreuk met kinderen 6.7 Negatief situatiepunten inwonende gezinnen
21 21 22 22 23 23 24 25
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
6.8
Negatief situatiepunten problematisch thuiswonenden jongeren
25
7. 7.1 7.2 7.3 7.4
Sancties op weigeren en no-show Positieve reacties op het beleid ten aanzien van weigeren Negatieve reacties op beleid ten aanzien van weigeren Sancties op no-show Uitnodigingsbeleid
25 25 26 27 27
8. 8.1 8.2
Doe meer voor jongeren Jongeren/ starters algemeen Studenten
28 28 28
9.
Doe meer voor gezinnen
29
10.
Doe meer voor doorstromers
30
11.
Voorrang voor eigen inwoners
30
12.
Uitstroom tijdelijke contracten/ jongerencontracten
31
13.
Loten voor jongerencontracten
32
14. Transparantie van het nieuwe systeem 14.1 Opmerkingen transparantie 14.2 Vragen en opmerkingen begeleiding
32 32 33
15.
Uitlegbaarheid
33
16.
Voorstellen voor een alternatief systeem
33
17. Planning en proces 17.1 Reacties-positief: voer het voorstel zo snel mogelijk in 17.2 Negatief- niet voldoende tijd om in te spreken
35 35 35
18.
36
Monitoring
III. Inspraak op aanpalend beleid, niet op het voorstel 19. Vergroot het aanbod, ook in het middensegment 19.1 Vergroot het aanbod 19.2 Betaalbaarheid van het wonen
IV. Vragen over het huidige systeem van woonruimteverdeling
3
36 36 36 38
40
21.
Aanbod en overige algemene vragen
40
22.
Huidige urgentiesystematiek
41
23.
Verblijfsgerechtigde statushouders
41
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
V. Overige vragen/ opmerkingen beleid 24.
Gemeentelijk/ regionaal beleid algemeen
43
25.
Vrije sector huur
44
26.
Airbnb
44
27.
Landelijk beleid
44
VI. Reacties huurdersverenigingen
4
43
45
1.
Stichting !Woon
45
2.
Cliëntbelang
47
3.
Kansplus (organisatie voor mensen met een beperking)
48
4.
Jeugdplatform Amsterdam
49
5.
Jeugdhulpaanbieder Level Amstelveen
50
6. Werkgroep Jongeren Plus (mede namens Volksbond Streetcornerwork)
51
7.
HVO Querido
51
8.
WAUW Netwerk maatschappijkritische 50+ vrouwen
52
9.
Wooncafé Amsterdam
53
10.
FAH
55
11.
HBO Argus
57
12.
HVA Arcade
58
13.
HNA
61
14.
Platform Y
63
15.
HAK Huurdervereniging Aalsmeer Kudelstraat
64
16.
HPD (Diemen)
65
17.
HVO Huurdersvereniging Oostzaan
67
18.
Zienswijze huurdersvereniging Uithoorn en de Kwakel
69
19.
Huurdervereniging Huurders voor huurders Wormerland
70
20. Huurdersvereniging Zaanstad (HoZ)
71
21.
73
IBN (Initiatief Betaalbaar Wonen Noord)
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
VII. Wijzigingen en toezeggingen
5
74
1.
Zoekpunten
74
2.
Situatiepunten: problematisch thuiswonende jongeren
74
3.
Sancties op weigeren en no-show
75
4.
Uitstroom uit jongerencontracten
76
5.
Transparantie en begeleiding
77
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Samenvatting Woonruimteverdeling is een onderwerp dat leeft. Sociale huurwoningen in de regio Amsterdam zijn erg schaars. Een nieuwe manier voorstellen om deze woningen te verdelen raakt veel mensen daarom direct. Dat blijkt ook uit de vele inspraakreacties op dit voorstel. In dit voorstel worden sociale huurwoningen niet alleen toegewezen op basis van inschrijfduur. Zoeken en specifieke situaties gaan ook een rol spelen. Daarmee doen we recht aan woningzoekenden die dringend op zoek zijn naar een woning. De reacties op dit voorstel laten een divers beeld zien. Er zijn ongeveer evenveel positieve als negatieve reacties. Insprekers vinden het positief dat zoeken een rol gaat spelen en dat er meer ruimte komt voor woningzoekenden die dat het hardste nodig hebben. Zorgen zijn er vooral over wat de nieuwe regels betekenen voor mensen met veel inschrijfduur en of mensen zonder situatiepunten straks nog wel in aanmerking komen voor een woning. Daarnaast zijn er vragen over de uitlegbaarheid en wordt er aandacht gevraagd voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. In de nota wordt op deze verschillende reacties ingegaan. Ook zijn een deel van de reacties reden geweest om zaken te wijzigingen in het beleidsvoorstel. Gezien het grote aantal reacties is ervoor gekozen de inhoudelijke vragen en opmerkingen uit deze reacties te rubriceren.
Per rubriek wordt steeds een inhoudelijke reactie gegeven en waar nodig een wijzigingsvoorstel of toelichting hoe hiermee wordt omgegaan. Alle regionale reacties zijn meegenomen. Vragen die lokaal van aard zijn, worden door de betreffende gemeente opgenomen in de lokale nota van beantwoording.
De volgende vijf onderwerpen komen vaak terug in de reacties: Invoeren puntensysteem Veel mensen zijn positief over het invoeren van een puntensysteem. Doordat naast inschrijfduur ook zoeken en specifieke situaties gaan meetellen, zijn er meer kansen voor woningzoekenden die voorheen niet in aanmerking kwamen voor een sociale huurwoning. Vooral jongeren en starters hopen met het puntensysteem meer kans te maken op een woning. Ook zijn veel mensen positief over het werken met situatiepunten. Zij ervaren dit als een steun voor hun benarde situatie, of kennen iemand die in zo’n situatie zit. Zij vinden het rechtvaardig dat deze mensen voorrang krijgen. Tegelijkertijd zijn er ook veel zorgen over het puntensysteem. Genoemd wordt dat de complexiteit toeneemt, waardoor ouderen en minder digitaal vaardigen minder kans maken. Ander belangrijk punt is de positie van gewone woningzoekenden. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn erg lang. Vrees is dat het voor woningzoekenden die straks geen situatiepunten krijgen nog moeilijker wordt een woning te bemachtigen. Reactie hierop is dat één van de doelen van dit puntensysteem is de positie van starters en jongeren te bevorderen. De situaties waarvoor punten worden toegekend zijn gebaseerd op een breed participatietraject.
Veel draagvlak bleek voor het toekennen van punten voor mensen in de situaties relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en problematisch thuiswonende jongeren. Om te zorgen dat ook gewone woningzoekenden nog aan bod komen, kunnen situatiepunten ingezet worden bij 50% van het aanbod via de media. Bij de invoering van het nieuwe systeem wordt veel aandacht besteed aan de uitlegbaarheid. Uitgangspunt is dat de uitlegbaarheid niet mag afnemen ten opzichte van het huidige systeem. Zoekpunten De reacties ten aanzien van zoekpunten zijn divers. Een deel van de mensen is positief over het invoeren van zoekpunten, maar er zijn ook zorgen over hoe dit gaat werken. Mensen die positief reageren, vinden het fijn dat activiteit beloond wordt en dat inschrijfduur niet meer het enige doorslaggevende criterium is. Zorgen gaan vooral over het laten opbouwen en afbouwen van zoekpunten per maand. Indruk is dat
6
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
mensen altijd moeten blijven zoeken, alleen om punten op te bouwen en mee te kunnen doen. Ook zijn er zorgen of er wel voldoende aanbod is en of zoekpunten niet te fraudegevoelig zijn. Op basis van deze reacties is het beleidsvoorstel aangepast. Zoekpunten worden opgebouwd door vier keer per maand te reageren, maar afbouw vindt minder snel plaats. Alleen als geen enkele reactie wordt geplaatst in een maand, wordt één zoekpunt in mindering gebracht. Het is niet nodig om altijd/ continu te zoeken. Alleen als je echt op zoek bent naar een woning, loont het om actief te reageren. Binnen 2,5 jaar kan het maximaal aantal zoekpunten opgebouwd worden. Je zoekpuntensaldo wordt bovendien nooit lager dan nul. Als je niet actief op zoek bent, hoef je dus niet te reageren. Reageren is niet vrijblijvend. Als iemand na reactie geen interesse blijkt te hebben, vervalt het zoekpunt weer. Ook zijn de sancties tegen het licht gehouden: men kan zich nu afmelden voor een bezichtiging en men kan na bezichtiging afzien van een woning. Dit heeft een lichte sanctie tot gevolg; de afname van één zoekpunt. Tot slot worden in het systeem waarborgen ingebouwd om fraude tegen te gaan. Situatiepunten De reacties op situatiepunten zijn overwegend positief, alhoewel ook hier wel wat kanttekeningen geplaatst worden.
Veel insprekers vinden het eerlijk dat mensen in één van de genoemde situaties een voordeel krijgen. Voor veel insprekers zijn de situaties dan ook herkenbaar. Of zij verkeren in deze situatie, hebben hier in het verleden mee te maken gehad, of kennen iemand die in een van deze situaties zit. Daarnaast zijn er veel voorstellen om het aantal categorieën uit te breiden, of om mensen een andere vorm van voorrang of urgentie te geven. Negatieve reacties gaan vooral over de toegenomen complexiteit en transparantie bij toetsing en toewijzing van de situatiepunten. Daarnaast vindt een deel van de insprekers het oneerlijk dat deze categorieën voorrang krijgen. Dit speelt vooral bij gescheiden mensen en bij problematisch thuiswonende jongeren. Reactie is dat het draagvlak voor deze situaties getoetst is via het participatietraject. Bij de uitwerking is met veel aandacht gekeken naar de mogelijkheden om de criteria zo transparant en eenvoudig mogelijk weer te geven. Bij de situatie problematisch thuiswonende jongeren heeft dit ertoe geleid dat een aantal categorieën geschrapt is. Deze categorieën waren moeilijk toetsbaar. Kwaliteit van de informatie in relatie tot het weigeringsbeleid Veel insprekers vinden dat als er sancties op weigeren ingevoerd worden, betere informatievoorziening op WoningNet/Woonmatch nodig is.
Men vindt de voorwaarden die aan de advertenties gesteld worden in het beleidsvoorstel niet voldoende. Daarnaast willen veel insprekers een klantgerichter uitnodigingsbeleid. Zij vragen uitnodigingen voor bezichtiging tijdig te versturen en de termijn voor afmelding van een bezichtiging te verlengen. Veel insprekers vinden het niet eerlijk, wanneer een woning geweigerd wordt, meteen puntenaftrek plaatsvindt. Een bezichtiging is nodig om te kunnen beoordelen of een woning geschikt is. Op basis van deze reacties is het beleid met betrekking tot weigeren van een woning aangepast. De kwaliteitseisen voor de advertenties op WoningNet/Woonmatch worden aangescherpt. Corporaties versturen minimaal 72 uur voor bezichtiging een uitnodiging en woningzoekenden en krijgen de mogelijkheid zich tot het moment van bezichtiging af te melden. Op het moment dat een woningzoekende, na reactie op een woning, de belangstelling intrekt, vindt aftrek van één zoekpunt plaats. Het is niet de bedoeling dat mensen alleen maar reageren op woningen om zoekpunten op te bouwen, terwijl er geen echte belangstelling is. Het toepassen van een sanctie, waarbij alle zoek- en situatiepunten vervallen, vindt plaats in twee situaties:
7
1
Als een woningzoekende zonder bericht niet komt opdagen bij bezichtiging;
2
Bij de tweede keer dat een woningzoekende na bezichtiging de woning heeft geaccepteerd, maar alsnog weigert het huurcontract te ondertekenen;
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Voorrang voor eigen inwoners Veel mensen vinden dat inwoners uit de eigen gemeente voor moeten gaan ten opzichte van buitenstaanders of nieuwkomers. Zij hebben het gevoel dat zij, en hun kinderen die willen starten, verdrongen worden van de woningmarkt. Reactie is dat de huisvestingswet de kaders geeft voor het toepassen van lokale voorrang. Jaarlijks kan maximaal 25% van de woningen worden toegewezen met voorrang aan inwoners van de eigen gemeente. Het beleidsvoorstel voorziet in regionale afspraken over de woonruimteverdeling op hoofdlijnen. Gemeenten gaan zelf over het toepassen van lokale voorrang. Naast de inhoudelijke reacties die gaan over het beleidsvoorstel zijn er ook veel reacties die buiten de scope van het beleidsvoorstel vallen, bijvoorbeeld omdat ze gaan over de noodzaak meer woningen te bouwen. De enige manier om de schaarste op te lossen is inderdaad het bouwen van meer woningen. Gemeenten zetten hier via diverse nieuwbouwprogramma’s op in. Toch zal zelfs als alle ambities gerealiseerd worden, de schaarste de komende jaren niet worden opgelost. De huisvestingswet biedt gemeenten het kader om juist in zo’n periode van schaarste te sturen op toewijzing van sociale huurwoningen.
8
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp Inleiding Dit regionale format voor de Nota van beantwoording is opgesteld naar aanleiding van alle ingekomen reacties op het beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling: “Een sociale huurwoning zoeken verandert”. Dit voorstel heeft in de periode 2 juni 2020 tot en met 28 juli 2020 in de inspraak gelegen in de 15 gemeenten in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. In totaal kwamen er 951 reacties binnen, 930 van inwoners en 21 reacties van belangenbehartigers en platforms. Het grootste aantal inspraakreacties is binnen gekomen in de gemeente Amsterdam, in totaal 657. Het aantal reacties in overige gemeenten varieert van 4 tot 83 per gemeente. In Amsterdam beperkten zich 64 reacties tot een vraag of opmerking. In de regio bleken in verhouding meer vragen over lokale voorrang en lokale situaties te gaan. Van de 289 inspraakreacties buiten Amsterdam zijn 71 inspraakreacties waarbij nog een extra lokale aanvulling nodig is. Veel van deze vragen gingen over de zoektocht naar een woning. Soms was de vraag algemeen van aard: “Kunt u mij helpen aan een woning?” Soms werden specifieke vragen gesteld. Bijvoorbeeld over rolstoelwoningen, woningen voor SV-urgenten of ging het om een meer persoonlijke hulpvraag.
Deze insprekers hebben een persoonlijke mail ontvangen met een verwijzing naar de juiste informatie. De zienswijzen zijn verder ingedeeld in 27 categorieën die in deze Nota van beantwoording worden beantwoord. Binnen elke categorie zijn vragen gebundeld en voorzien van een antwoord. In dit regionaal format voor de Nota van beantwoording zijn alle reacties die in de 15 gemeenten zijn binnengekomen behandeld. Gemeenten kunnen van deze beantwoording gebruik maken voor hun eigen lokale nota van beantwoording. Op een deel van de vragen over lokaal gemeentelijk beleid nog een antwoord komen van de betreffende gemeente. Het is mogelijk dat het beeld niet in alle gemeenten helemaal overeenkomt qua verhouding positieve en negatieve reacties ten aanzien van de verschillende punten. Bij de uitleg van het uiteindelijk beleidsvoorstel en de wijzigingsvoorstellen kan daarom worden verwezen naar dit regionale traject en totaalbeeld op basis van alle ingekomen reacties.
Beeld op hoofdlijnen reacties en gemeentelijke verschillen Van de insprekers die duidelijk te kennen geven voorstander of tegenstander te zijn van de wijzigingen, is ongeveer de helft positief. De andere helft ziet het systeem liever niet ingevoerd worden. Een groot deel van hen is voorstander van de huidige wijze van verdelen. Uit de participatie in alle gemeenten in de regio in het voorjaar van 2019 bleek echter ook een groot draagvlak voor aanpassing van het huidige systeem naar een puntensysteem. In de enquête van 2019 bleek dat deze manier van verdelen op het meeste draagvlak kon rekenen. 33% van de respondenten ondersteunde dit, tegenover 29% voor inschrijfduur en 21 % alleen op basis van zoekpunten. De inspraakreacties binnen en buiten de gemeente Amsterdam verschillen enigszins. Deze verschillen zijn niet groot, in grote lijnen komen de reacties overeen als het gaat om de verdeling over de categorieën. Zowel in Amsterdam als de regio gaan veel inspraakreacties over zoekpunten en uitlegbaarheid. In de kleinere kernen zoals bijvoorbeeld Landsmeer is meer behoefte aan lokale voorrang voor jongeren. Ook wordt in de regio net als in Amsterdam vaak om een vergroting van het aanbod gevraagd, in de regio wordt daarbij ook vaak om meer aanbod van seniorenwoningen gevraagd.
Verder is men bijvoorbeeld in Haarlemmermeer wat positiever over de situatiepunten voor gescheiden met kinderen dan in andere
9
gemeenten. Verder valt op dat men in de regio meer vragen over de regionale werking van het systeem heeft en meer kritiek lijkt te hebben op het landelijke beleid van passend toewijzen.
Opbouw Nota van beantwoording In de hoofdstukken II tot en met V wordt ingegaan op de ingekomen gecategoriseerde reacties, onderverdeeld in de verschillende hoofdpunten. → Hoofdstuk II (punt 1-18): reacties ten aanzien van het beleidsvoorstel. → Hoofdstuk III (punt 19-20): reacties naar aanleiding van het beleidsvoorstel, maar die betrekking hebben op aanpalend beleid en niet direct over woonruimteverdeling. → Hoofdstuk IV (punt 21-23): huidige toewijzing. → Hoofdstuk V (punt 24-25): beleid van gemeente en rijk opgenomen. → Per hoofdpunt worden de inspraakreacties verder uitgesplitst. De inspraak is cursief en vervolgens staat er een reactie op de genoemde inspraak. Hoofdstuk VI gaat in op de inspraakreacties van de huurdersverenigingen. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk VII gaat in op de wijzigingen en toezeggingen naar aanleiding van de inspraak.
10
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel 1.
Positief over het puntensysteem
1.1
Vragen en opmerkingen – algemeen
Veel zienswijzen zijn positief over het nieuwe toewijzingssysteem. Mensen vinden het eerlijker en goed dat woningzoekenden met dringende omstandigheden een extra steun in de rug krijgen. Er worden ook veel categorieën voor situatiepunten toegevoegd, zie hiervoor paragraaf 6, over de situatiepunten. Naast een aantal algemene vragen wordt de verwachting uitgesproken dat woningzoekenden meer kans maken om sneller een woning te vinden.
Maximeer de wachttijd voor woningzoekenden. Woningzoekenden bouwen in het huidige systeem inschrijftijd op. Die inschrijftijd wordt straks omgezet naar wachtpunten. Wachttijd of wachtpunten zijn de basis van het woonruimteverdeelsysteem. Ze blijven een belangrijk onderdeel van de verdeling van huurwoningen. Daarom worden ze niet gemaximeerd. Iedereen die ingeschreven staat op WoningNet en/of Woonmatch bouwt wachtpunten op en deze blijven altijd behouden tot het moment dat een nieuwe huurwoning gevonden is. Ten aanzien van de maximale wachttijd van woningzoekenden geldt dat daar geen uitspraken over te doen zijn. Dat hangt af van de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en het aantal woningzoekenden op dat moment. Wordt de positie van gewone woningzoekenden ten opzichte van urgenten beter? Nee, mensen met een urgentieverklaring hebben altijd voorrang. Daar zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. In het nieuwe systeem wordt de huidige urgentieregeling voortgezet. De positie van een woningzoekende die urgent is, is niet te vergelijken met een gewone woningzoekende. Die kan nu alleen op basis van inschrijftijd een woning krijgen. In het nieuwe systeem kan de gewone woningzoekende zijn kansen vergroten door actief te zoeken in het woningaanbod.
Hoeveel punten heb je nodig om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging? Neemt de wachttijd af? Dat hangt af van op welke woning je reageert. Op WoningNet/Woonmatch wordt een indicatie gegeven van je voorlopige positie bij woningtoewijzing. Punten worden in het nieuwe systeem niet meer alleen bepaald door inschrijftijd, maar ook op basis van zoeken en situatie. Voor sommige woningzoekenden zal de wachttijd afnemen, voor anderen niet. Op basis van inschrijftijd, zoekduur en omstandigheden wordt een puntenaantal opgebouwd. Dit puntenaantal is bepalend voor de woningtoewijzing. De woningzoekende met het hoogste aantal punten krijgt de woning. De opbouw van punten werkt als volgt: 1
Wachtpunten (inschrijfduur): per jaar wordt één wachtpunt opgebouwd. Er is geen maximum;
2
Zoekpunten: per maand kan één punt worden opgebouwd met een maximum tot dertig punten;
3
Situatiepunten: per maand kan één punt worden opgebouwd. Drie groepen komen hiervoor in aanmerking: 0uders die uit elkaar gaan en samen de zorg voor de kinderen hebben, inwonende gezinnen en problematisch thuiswonende jongeren.
4 Jongeren die uitstromen uit een jongerencontract kunnen in sommige gemeenten bij wijze van een experiment onder voorwaarden in aanmerking komen voor tien startpunten.
11
Vanaf de start van het nieuwe systeem wordt gemonitord hoeveel punten gemiddeld nodig zijn om in aanmerking te komen voor een woning. Komen spoedzoekers zonder (vaste) baan of contract ook in aanmerking? Voor de toewijzing van een sociale huurwoning maakt het niet uit welke vorm van inkomen een huurder heeft, of dit wel of niet voortkomt uit een vast contract. Belangrijk is wel dat het inkomen voldoende is om de huur te kunnen betalen, dat een woningzoekende in een financieel ‘passende’ woning komt te wonen. Zo kunnen woningzoekenden met een laag inkomen niet reageren op relatief dure sociale huurwoningen. Sommige corporaties hanteren een tweehurenbeleid, waarbij de keuze voor de hoge of lage huurprijs afhankelijk is van de hoogte van het inkomen van degene aan wie de woning is toegewezen. Ook voor de aanvraag voor situatiepunten is het niet relevant of iemand wel/geen vast contract of vaste baan heeft. Wat is de rechtsgeldigheid van het systeem? Het nieuwe woonruimteverdeelsysteem is nu een beleidsvoorstel van vijftien gemeenten. Dit beleidsvoorstel wordt samen met de Nota van beantwoording ter besluitvorming voorgelegd aan alle raden van de deelnemende gemeenten. Als alle gemeenten positief besluiten wordt het beleid in de gemeentelijke huisvestingsverordeningen neergelegd. Na vaststelling van die aangepaste verordeningen treedt het nieuwe systeem in werking.
1.2
Vragen en opmerkingen – positief
Het is positief dat niet meer alleen toegewezen wordt op basis van inschrijfduur. Dit is eerlijker. Er wordt niet alleen voorrang gegeven op basis van wachten. Zo maakt iedereen kans. Het huidige systeem op basis van inschrijfduur is frustrerend, dit moet veranderen. Mensen hopen met dit voorstel sneller een woning, of een meer passende woning te vinden en dat hiermee de wachttijd verkort wordt. Ook wordt genoemd dat iedereen hierdoor een woning kan krijgen. Al langere tijd zijn er signalen dat de huidige regels voor woonruimteverdeling niet meer voldoen. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn de afgelopen jaren opgelopen naar ruim tien jaar voor starters. Het uitgangspunt van het huidige systeem van woonruimteverdeling is dat de woningzoekende die het langst wacht, als eerste aan de beurt komt. Dat wordt door veel mensen als frustrerend ervaren. Het doet ook geen recht aan de vraag van woningzoekenden die vanwege een dringend huisvestingprobleem hard op zoek zijn naar een woning. Uit een regionale enquête en het regionale participatietraject, in het voorjaar van 2019, bleek veel draagvlak voor het bieden van meer ruimte aan woningzoekenden die dat hard nodig hebben. Vanwege de schaarste en omdat groepen woningzoekenden in de knel komen, hebben vijftien gemeenten en veertien corporaties in de regio de woonruimteverdeling tegen het licht gehouden.
In het nieuwe systeem wordt niet alleen toegewezen op basis van inschrijftijd. Ook intensief zoeken en bepaalde omstandigheden gaan een rol spelen. Daarmee vergroten woningzoekenden hun kansen om eerdere een woning te krijgen.
1.3
Positief: bepaalde groepen krijgen meer kans
Het voorstel helpt mensen die het het hardste nodig hebben. Goed dat gezinnen een extra steun krijgen. Goed dat ook sociale factoren/situatie meegewogen wordt. Starters, nieuwkomers en spoedgevallen krijgen nu meer kans op woonruimte in Amsterdam. Het nieuwe systeem biedt meer kansen voor jongeren. Thuiswonenden jongeren (en hun ouders) en thuiswonenden jonge stellen ervaren meer kansen. Het beleidsvoorstel biedt mensen die hard op zoek zijn naar een woning meer mogelijkheden. Dat kan door naast het opbouwen van wachtpunten ook te werken met met zoekpunten en eventueel situatiepunten. De bedoeling van zoekpunten is mensen die actief zoeken meer kans te geven. Daarmee hebben ze zelf meer invloed op het verkrijgen van een woning. Veel jongeren en starters zoeken op dit moment intensiever dan huishoudens die al wonen. Daarom wordt verwacht dat dit systeem meer kansen geeft aan jongeren en starters.
12
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Situatiepunten bouwt een woningzoekende alleen op als diegene specifieke dringende omstandigheden heeft. Inwoners zijn in de voorbereiding van het beleidsvoorstel uitgebreid betrokken via een regionale enquête, lokale discussieavonden en focusbijeenkomsten. 23.000 mensen hebben de enquête ingevuld. Bewoners is onder meer gevraagd welke woningzoekenden voorrang moeten krijgen. De drie meest genoemde omstandigheden zijn één op één overgenomen in het voorstel. De drie situaties zijn: relatiebreuk met kinderen, inwonende gezinnen en problematisch thuiswonende jongeren.
1.4
Vragen/opmerkingen over werking puntensysteem
Zet voorrangsregels en urgentie ook om in punten. Er is voor gekozen om ook in het nieuwe beleidsvoorstel te werken met een urgentiesystematiek. Urgentie wordt toegekend aan huishoudens die in een directe noodsituatie verkeren. Zij kunnen het zich niet permitteren om op een woning te wachten. Daarom krijgen zij urgentie. Uitgangspunt bij deze urgentie is dat woningzoekenden binnen zes maanden een woning kunnen vinden. Dit uitgangspunt maakt ook dat ervoor gekozen is om niet met punten te werken voor urgenten. Om de termijn van zes maanden te realiseren moeten urgenten altijd voorgaan op andere woningzoekenden. Dan heeft het geen meerwaarde om de urgentie om te zetten in punten. Er moet een garantie zijn dat de woningzoekende met urgentie ook binnen de gestelde termijn slaagt. Kunnen punten met terugwerkende kracht worden opgebouwd? Punten worden niet met terugwerkende kracht opgebouwd. Op het moment dat de nieuwe woonruimteverdeling van start gaat wordt de inschrijftijd van alle woningzoekenden omgezet naar wachtpunten en kunnen zoekpunten worden opgebouwd en situatiepunten worden aangevraagd. Positief dat het systeem regionaal wordt bekeken en dat je regionaal kunt reageren. Regionale afspraken tussen gemeenten en corporaties bieden het voordeel dat woningzoekenden een ruimer gebied hebben om te zoeken naar een woning.
Door dit beleidsvoorstel worden door alle deelnemende partijen dezelfde regels gehanteerd. Zo ontstaat een eenduidig beleid.
2.
Negatief over het puntensysteem
Bij de negatieve reacties wordt de schaarste aan woningen veel genoemd. Dit voorstel lost de schaarste immers niet op. Ook wordt vaak genoemd dat de gewone woningzoekende steeds minder kans maakt en dat het voorstel niet goed is voor de doorstroming. Dat wordt als oneerlijk ervaren.
2.1
Negatief- algemeen
Slecht plan, oneerlijk systeem. Iedereen moet op zijn beurt wachten. Sociale huurwoningen zijn schaars. Daarom moeten huishoudens lang wachten op een woning. Veel woningzoekenden hebben niet alle tijd. Ze hebben een situatie die vraagt om een snelle oplossing, maar komen niet in aanmerking voor een urgentie. Veel mensen zoeken jarenlang hard naar een woning, maar vissen keer op keer achter het net. Dat moet anders: meer dan nu moet de woning in het nieuwe systeem terecht komen bij de huishoudens die de woning het hardst nodig hebben. Dit is via een participatietraject getoetst bij de inwoners van de 15 deelnemende gemeenten. Uit dit participatietraject bleek brede steun voor deze doelen. Waarom is deze wijziging noodzakelijk? Waarom is het systeem niet meer van deze tijd? Tellen alle punten gelijk mee? Voor een woningtoewijzing tellen alle punten gelijk mee, het totaal aantal wacht, zoek- en situatiepunten bepalen of een woning toegewezen wordt. Het nieuwe systeem voor de woonruimteverdeling biedt woningzoekenden met dringende omstandigheden die hard op zoek zijn naar een woning meer mogelijkheden. Uit de participatie in het voorjaar van 2019 blijkt ook dat hier draagvlak voor is. Deze woningzoekenden hebben nu veel
13
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
minder kans omdat het systeem nu alleen is gebaseerd op inschrijftijd. Als mensen zich niet meteen op hun 18e hebben ingeschreven of de kans niet hebben gehad om voldoende inschrijftijd op te bouwen, moeten ze heel lang wachten op een woning. Als zich dan een dringende verhuiswens voordoet, kan de woningzoekende het zich vaak niet permitteren ruim tien jaar te wachten. Het kan mensen niet kwalijk genomen worden dat ze ingeschreven staan. Dit is aangemoedigd en hier is voor betaald. Woningzoekenden worden aangemoedigd zich in te schrijven op WoningNet of Woonmatch als zij in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoningen in de regio Amstelland-Meerlanden, Amsterdam of Zaanstreek-Waterland. Dat blijft zo. Door de schaarste is er echter behoefte ontstaan extra ruimte te creëren voor woningzoekenden die nog niet veel inschrijftijd hebben kunnen opbouwen, maar toch dringend op zoek zijn naar een woning. Bij de toewijzing blijft inschrijftijd, omgezet naar wachtpunten, echter nog steeds een belangrijke rol spelen. De woonruimteverdeling wordt te vaak aangepast. In 2015 is een grote aanpassing geweest in het woonruimteverdeelsysteem. Toen is de woonduur afgeschaft en omgezet naar inschrijfduur. Verder zijn er geen grote systeemwijzigingen geweest. Wel worden op lokaal niveau regelingen aangepast, zoals bijvoorbeeld in de lokale voorrang. Dit zijn echter kleinere wijzigingen.
Het voorstel houdt geen rekening met mensen in tijdelijke contracten. De huur is niet zomaar opzegbaar, dus zij kunnen niet reageren. Het is aan woningzoekenden om te beoordelen wanneer zij actief op zoek gaan naar een sociale huurwoning. Het is begrijpelijk dat dubbele lasten zo veel mogelijk beperkt worden, maar dit zal nooit helemaal aansluiten. Het moment van actief zoeken blijft een individuele keuze.
2.2
Negatief: het voorstel maakt het ingewikkelder/ complexer
Het voorstel lost niets op en is nodeloos ingewikkeld en kostbaar. Het systeem is minder objectief (situatiepunten) en dus onrechtvaardiger. Wat dringend voor de een is, is dat niet voor de ander. Urgentie moet volstaan voor mensen met een dringende verhuiswens. Er worden teveel urgenties afgegeven. Voer de situatiepunten niet in, dit gaat ten koste van mensen met inschrijfduur. Het huidige systeem is in de basis eenvoudig en duidelijk. De woningzoekende die het langst heeft gewacht, is als eerste aan de beurt. Hierdoor werkt het wel als een spaarsysteem: veel mensen die nu geen sociale huurwoning nodig hebben, schrijven zich voor de zekerheid in. Doordat veel mensen zich inschrijven, loopt de wachttijd op en maken woningzoekenden pas na ruim 10 jaar kans op een woning. Niet iedereen schrijft zich echter meteen in, of heeft de kans gehad voldoende inschrijfduur op te bouwen. Als zich dan een dringende verhuiswens voordoet, kan de woningzoekende het zich vaak niet permitteren ruim tien jaar te wachten. Veel van deze woningzoekenden komen niet in aanmerking voor urgentie. Om hen toch perspectief te bieden, wordt in een aantal omstandigheden situatiepunten toegekend. Deze omstandigheden zijn gebaseerd op de resultaten van een omvangrijk participatietraject.
Eerder was beloofd dat het voorstel voor de woonruimteverdeling een combinatie zou worden van punten inschrijfduur/woonduur en zoekpunten. Dat is nu niet zo. Het nieuwe voorstel is een combinatie van wachtpunten, zoekpunten en situatiepunten. De wachtpunten zijn gebaseerd op de huidige inschrijfduur en naar inschrijfduur omgezette woonduur van woningzoekenden. Dit voorstel is tot stand gekomen op basis van een uitgebreid participatietraject, waarbij onderzocht is welke manier van toewijzen het meeste steun heeft. In december 2019 is een beleidsvoorstel op hoofdlijnen vastgelegd. Dit beleidsvoorstel is daar een uitwerking van. Er is geen sprake van wijzigingen ten opzichte van eerdere voorstellen.
14
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
2.3
Minder kansen voor groepen woningzoekenden
Schaarste wordt anders verdeeld, er komen niet meer woningen. Het doel van dit beleidsvoorstel is de sociale huurwoningen anders te verdelen. Het lost inderdaad de schaarste aan sociale huurwoningen niet op. Er is wel een fors bouwprogramma voor de nieuwbouw van sociale huurwoningen. Zo is in de Woondeal tussen de Metropoolregio Amsterdam en het Rijk afgesproken dat er tot en met 2025 100.000 woningen gebouwd worden, waarvan een substantieel deel sociale huur. Een groot deel van deze woningen wordt gebouwd in Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. Ondanks deze inspanningen is de verwachting dat de schaarste voorlopig niet afneemt. De bevolking blijft groeien en er komen steeds meer eenpersoonshuishoudens. Bovendien zijn er steeds minder betaalbare alternatieven buiten de sociale huursector van corporaties, waardoor meer woningzoekenden hierop aangewezen zijn. Gewone woningzoekenden hebben straks nog minder kans. Het is nu al moeilijk om aan een sociale huurwoning te komen. Zonder voorrang kom je niet meer aan de beurt. De veranderingen zijn ingrijpend voor mensen/ouderen die lang ingeschreven staan. Om ervoor te zorgen dat gewone woningzoekenden straks ook kans maken, tellen op 50% van de aangeboden woningen de situatiepunten niet mee. Door meer te zoeken, kunnen woningzoekenden zelf actief hun kansen vergroten.
Inschrijfduur speelt daarbij nog steeds een grote rol in de toewijzing. Starters maken minder kans. Mensen in categorie 40-65 jaar maken minder kans. Doel van het systeem is juist meer kansen aan starters te geven. Als zij actiever zoeken, komen ze eerder aan bod. Daarnaast blijven de huidige mogelijkheden voor jongeren, zoals het reageren op gelabelde jongerenwoningen gewoon bestaan. Ook voor woningzoekenden in de categorie 40 tot 65 jaar bestaat de mogelijkheid om actief te zoeken en zo zoekpunten op te bouwen. Zoekpunten zijn voor iedereen beschikbaar die dringend op zoek is naar een woning. Zij komen dan nog steeds in aanmerking voor een woning. Geldt dit voorstel ook voor 65+? Maak een uitzondering voor deze groep/categorie. Dit beleidsvoorstel geldt voor alle mensen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, dus ook voor senioren van 65+. Voor senioren wordt in het huidige systeem al voorrang toegepast. Denk bijvoorbeeld aan woningen op de begane grond waarbij senioren voorrang krijgen op overige woningzoekenden of regelingen als Van hoog naar laag en Van groot naar beter. Over het algemeen is de positie van senioren beter dan die van andere woningzoekenden. Aandachtspunt is dat een deel van de senioren meer afhankelijk is van het sociale netwerk in de buurt.
NB: aanvullen per gemeente
Kritiek op het regionale systeem. Verdringing door Amsterdammers en/of grotestedenproblematiek. De kracht van een regionale systeem is dat woningzoekenden in alle tot de regio behorende gemeenten naar een huurwoning kunnen zoeken. Daarmee worden de mogelijkheden voor woningzoekenden ruimer dan wanneer ze alleen lokaal naar een woning kunnen zoeken. Zo is de kans groter dat zij een passende woning kunnen vinden op het moment dat zij daadwerkelijk op zoek gaan. Dat is dan wel afhankelijk van
15
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
de wachttijd. Dat er regionaal gezocht wordt blijkt ook uit de resultaten van het systeem. Amsterdammers verhuizen naar de regio en vice versa. Toch zoekt en vindt het grootste gedeelte van de woningzoekenden een woning binnen hun eigen gemeenten. Als het gemeentebestuur van mening is dat er verdringing ontstaat, kan bij 25% van de toewijzing voorrang worden gegeven aan de lokaal ingezetenen.
2.4
Negatief - doorstroming
Voorstel niet goed voor de doorstroming. Met meer doorstroming help je meer mensen, minder doorstroming zorgt voor minder aanbod. Doorstroming valt weg door nieuwkomers met urgentie. Door de introductie van punten voor zoeken en omstandigheden is toewijzing niet alleen meer gebaseerd op inschrijftijd. Woningzoekenden die actief zoeken hebben zelf invloed op hun slaagkans door actief te zoeken en eventueel door situatiepunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om hun positie op de ranglijst te verbeteren. Aandachtspunt daarbij is dat de doorstroming afneemt. Dat komt omdat het aantal toewijzingen aan starters en actieve zoekers toeneemt. Met de wijziging wil het college juist meer kansen bieden aan de woningzoekenden die nu geen (eigen) woning hebben. Dat betekent dat anderen langer moeten wachten. Als zij echter actief zoeken, maken zij nog steeds veel kans in het nieuwe systeem. Voor de kwaliteitszoeker die selectief reageert, is minder ruimte.
3.
Wachttijd/inschrijftijd moet leidend blijven
In het voorstel voor de nieuwe woonruimteverdeling blijft inschrijfduur bestaan. De opgebouwde inschrijfduur wordt één op één omgezet naar wachtpunten in het nieuwe systeem. In het nieuwe systeem kunnen woningzoekenden ook punten krijgen indien ze actief zoeken of wanneer ze dringende omstandigheden hebben. Dat neemt niet weg dat wachtpunten de basis van het systeem blijven. Als er twee woningzoekenden zijn met evenveel zoek- en situatiepunten, dan krijgt de woningzoekende met de meeste wachtpunten de woning als eerste aangeboden. Aan de andere kant is het inderdaad zo dat woningzoekenden zonder zoek- en situatiepunten straks minder kans hebben op een woning dan nu. De nieuwe woonruimteverdeling is namelijk zo ingericht dat huishoudens die veel zoeken en die dringende omstandigheden hebben meer kans maken. Meer kans voor deze groepen, betekent minder kans voor de andere groepen.
3.1
Niet minder kansen van huishoudens die selectief zoeken
Selectief zijn in het zoekgedrag mag niet leiden tot minder kansen. Woningzoekenden die specifiek een woonwens hebben en daardoor selectief zoeken verwachten dat het niet mogelijk is om elke maand op vier woningen te reageren. Zij bouwen dan geen zoekpunten op. Uit een analyse blijkt dat op het niveau van de deelregio voldoende aanbod is om vier keer te reageren. Ook als gekeken wordt naar verschillende woningtypes. Een andere mogelijkheid is dat het zoekprofiel van een woningzoekende te specifiek is. Daardoor wordt niet al het aanbod zichtbaar, waar een woningzoekende op kan reageren. Dit wordt aangepast bij de invoering van het nieuwe systeem. Bedoeling van het systeem is echter de kansen van woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben te bevorderen. Zij zullen minder selectief zijn in hun zoekgedrag en dus meer zoekpunten opbouwen. Omdat ook wachtpunten onderdeel blijven uitmaken van het puntentotaal, hebben selectieve zoekers wel nog steeds een kans.
3.2 Negatief- positie van huishoudens met een lange inschrijfduur gaat achteruit Het is eerlijk dat een woningzoekende meer kans maakt door langer te wachten. Starters worden te veel bevoordeeld. Het is oneerlijk dat iemand met veel wachttijd straks twee jaar moet zoeken om weer gelijke kansen te hebben.
16
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Insprekers wijzen er op dat het in het huidige systeem mogelijk is om zoveel inschrijfduur op te bouwen dat wanneer een huishouden wil doorstromen dat dit in een korte periode mogelijk is. In het nieuwe systeem moeten eerst zoekpunten opgebouwd worden alvorens de woningzoekende kans heeft. Als het maximaal aantal punten nodig is, dan is tweeëneenhalf jaar zoeken noodzakelijk. Het college wijst erop dat het voor een zeer selectieve groep nu inderdaad mogelijk is om zonder wachttijd een woning te vinden. Voor de meeste mensen geldt dit niet. Met dit beleidsvoorstel wil het college prioriteit geven aan woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben. Oneerlijk: mensen die jarenlang inschrijfgeld betaald hebben kunnen worden voorbijgestreefd door mensen die nog veel minder betaald hebben. Er wordt gevraagd om restitutie van het betaalde inschrijfgeld. Insprekers wijzen er op dat ze jarenlang geld hebben betaald aan WoningNet en Woonmatch voor hun inschrijving. In het nieuwe systeem kunnen woningzoekenden met een kortere inschrijfduur voor gaan. Zij hebben dan minder betaald. Dat wordt als oneerlijk gezien. Inschrijven op WoningNet/Woonmatch kost € 50,-. De jaarlijkse verlenging kost € 8,-. Voor de doelgroep van de sociale huur zijn dit behoorlijke bedragen. Inschrijftijd blijft echter een belangrijke rol spelen in de toewijzing, via wachtpunten.
Zonder inschrijfgeld is het ook niet mogelijk om op woningen te reageren. Ook is het niet zo dat de woningzoekende die het meeste heeft betaald aan WoningNet/Woonmatch het meeste recht op een woning heeft. De inschrijfkosten zijn bedoeld als bijdrage aan het zoeksysteem. Er wordt op gewezen dat niet iedereen in staat is zoekpunten op te bouwen (bijvoorbeeld chronisch zieken). Er is geen wezenlijk verschil met het huidig systeem, behalve dat over een periode van 2,5 jaar elke maand twee keer twee reacties geplaatst moeten worden, om maximale zoekpunten op te bouwen. Daarom wordt verwacht dat er ten opzichte van het huidige systeem geen verslechtering optreedt. In zeer schrijnende situaties kan urgentie aangevraagd worden.
3.3
Vragen over het systeem in relatie tot wachttijd
Insprekers zijn bang de voorrang voor speciale (WMO geschikte) woning te verliezen. Dit is niet het geval. WMO geschikte woningen blijven gereserveerd voor deze doelgroep. WMO-indicaties die voorrang verlenen voor woningen blijven van kracht. Hoe wordt onderscheid gemaakt tussen iemand met 15 jaar en 10 maanden wachtpunten en iemand met 15 jaar en 9 maanden wachtpunten? Elk vol jaar inschrijfduur wordt omgezet in 1 wachtpunt. Elke dag wordt omgezet in 0,003 wachtpunt. Zo gaat er geen inschrijfduur verloren en wordt er onderscheid gemaakt tussen de inschrijfduur tot op de dag nauwkeurig.
4. Geldigheid overgangsregeling omzetten woonduur naar inschrijfduur in nieuw systeem Naar inschrijfduur omgezette woonduur blijft geldig tot 1 januari 2030, voor degenen die zich voor de overgangsregeling woonduur hebben ingeschreven. Dit kon tot 1 juli 2019. Deze overgangsregeling wordt niet opnieuw opgesteld of teruggedraaid: woonduur komt niet meer terug. Woonduur maakt het namelijk nog lastiger voor starters om een sociale huurwoning te bemachtigen. De nieuwe woonruimteverdeling wil juist starters meer kans bieden. Er zijn zorgen dat de in 2015 naar woonduur omgezette inschrijfduur niet meer geldt in het nieuwe systeem. In dat geval worden de opgebouwde rechten aangetast. De omgezette woonduur vervalt in 2030. Dit is destijds niet goed gecommuniceerd. Met de overgang naar dit nieuwe systeem blijft de naar inschrijfduur omgezette woonduur geldig. De inschrijfduur die u nu heeft (inschrijfduur + naar inschrijfduur omgezette woonduur), wordt omgezet in wachtpunten en is inzetbaar in het nieuwe systeem. De naar woonduur opgebouwde inschrijfduur vervalt inderdaad per 1 juli 2030. Gedachte hierachter
17
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
is dat woningzoekenden in deze periode (15 jaar na het laten vervallen van woonduur) in principe voldoende wachttijd hebben opgebouwd om in aanmerking komen voor een woning. Deze bepaling is bij besluitvorming al opgenomen in de regelgeving en ook met inwoners gecommuniceerd. Omzetten woonduur naar inschrijfduur is een ongunstige maatregel geweest. Bij het afschaffen van woonduur is een overgangsregeling gemaakt. Reden daarvoor is dat bestaande rechten van mensen vervielen. Dat kan niet zonder een goede overgangsregeling. Daarbij is ervoor gekozen om een periode van 15 jaar te kiezen om deze overgangsregeling van kracht te laten zijn. In deze periode kunnen mensen die op dat moment voldoende woonduur hadden om in aanmerking te komen voor een woning, voldoende inschrijfduur opbouwen om ook daarmee een woning te kunnen bemachtigen.
5.
Zoekpunten
Veel zienswijzen zijn positief over het zoekpunten systeem. Het actieve zoeken dat ze al doen wordt met de beleidswijziging beloond. In hun beleving is dat eerlijker.
5.1
Waarom actief zoeken belonen?
Het is positief dat actief zoeken beloond wordt en dat actieve zoekers meer kans maken. Het is eerlijk dat niet actieve zoekers nu minder kans maken. Zij wonen al en doen er niet zo veel voor. Actief zoeken belonen is eerlijk. In de publieksenquête onder 29.000 mensen in de regio is gebleken dat (uitsluitend) inschrijftijd door 29% van de respondenten de meest eerlijke manier werd gevonden om woningen toe te wijzen. 33% vonden dat punten die bepalen hoe hard iemand een woning nodig heeft de beste manier was. 20 % vond dat uitsluitend zoekduur doorslaggevend moest zijn. Dit systeem combineert alle drie de voorkeuren op een evenwichtige manier. Iedereen die actief zoekt naar een woning heeft net zoveel kans om zoekpunten op te bouwen. Iemand die al wachtpunten heeft en actief begint te zoeken, heeft daarmee een betere uitgangssituatie dan iemand zonder wachtpunten. Mensen die in een bepaald aantal situaties verkeren en dringend een woning nodig hebben, krijgen nog een steuntje in de rug met situatiepunten. Maar zelfs zonder situatiepunten krijgen starters, waaronder veel jongeren, meer kansen om een woning te vinden.
5.2
Het aantal punten: hoeveel is redelijk?
Zoekpunten maximeren op 12. Puntensysteem is ongebalanceerd. In verhouding veel te veel zoekpunten. Aantal zoekpunten maximeren op 30 is unfair, dan liever geen zoekpunten. Bij het maken van dit beleid heeft onderzoeksbureau RIGO een simulatie uitgevoerd waarbij de effecten van varianten met meer of minder zoekpunten met elkaar werden vergeleken. Bijvoorbeeld slechts 12 punten of een onbeperkt aantal punten. De conclusie hiervan is dat een systeem met 30 zoekpunten het meeste evenwichtige beeld gaf waarbij mensen die tussen de 2 en 5 jaar actief zoeken een grotere kans maken om een woning te vinden, zonder de groepen met een langere inschrijfduur teveel te verdringen.
5.3
Snelheid van opbouwen zoekpunten
Voorstel om zoekpunten sneller te laten opbouwen. Het nieuwe systeem geeft geen kans om snel te reageren op plotselinge omstandigheden, want opbouwen punten duurt lang. Als je in het huidige systeem niet actief zoekt, verdring je ook niemand. De nieuwe zoekpunten zijn daarom niet nodig. Het maximaal aantal zoekpunten wordt opgebouwd in 30 maanden, oftewel in 2,5 jaar. Een woningzoekende moet aantoonbaar lang en intensief gezocht hebben om in aanmerking te komen voor een woning. Verwacht wordt dat vooral starters en woningzoekenden met situatiepunten hiermee een
18
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
grotere kans maken om een woning te vinden, zij zoeken vaak actiever dan huishoudens die al wonen. Als de zoektijd korter is, zal een grotere groep woningzoekenden deze punten snel opbouwen en gaat daarmee het onderscheid tussen de echt actieve zoekers en mensen die nog niet zo lang gezocht hebben verloren. 2,5 jaar is daarom een redelijke tijd en is in de huidige woningmarkt geen ongebruikelijke zoektijd, zelfs voor mensen met voldoende inschrijfduur. Wanneer de situatie dermate schrijnend is dat er geen tijd is om volle zoekpunten op te bouwen, is dit systeem inderdaad geen oplossing. Maar daarvoor zijn de gemeentelijke urgentieregelingen bedoeld.
5.4
Waarom reageren als middel en niet inloggen?
Breng zoekpunten terug tot één keer reageren per maand en neem in aanmerking hoe vaak men inlogt. Zoekpunten zijn fraudegevoelig: hoe kan worden bijgehouden hoe vaak iemand reageert? Voor het opbouwen van zoekpunten zijn er verschillende manier onderzocht om aan te tonen dat iemand actief zoekt. Er is voor gekozen om daarvoor reacties op woningen te tellen omdat deze handeling een automatisch onderdeel is van het zoekproces dat wel vraagt om bewuste handelingen. Inloggen is ook onderzocht als alternatief. Daar is uiteindelijk van afgezien om verschillende redenen. De belangrijkste is dat inloggen een zeer laagdrempelige handeling is, die makkelijk te automatiseren is (bijvoorbeeld door een “bot”). Een andere reden is dat het Woonmatch- en WoningNetsysteem gebruikt maakt van een mobiele applicatie, die in principe altijd ingelogd is. Reacties op woningen worden in het systeem al automatisch geregistreerd en kunnen makkelijk aan het eind van de maand automatisch bij elkaar worden opgeteld ten behoeve van de berekening.
5.5
Zoekpunten opbouwen: is het een spel?
Je moet vaak reageren, want je wilt je positie niet verliezen. Dus je gaat ook op niet passend aanbod reageren, dat je bovendien niet wilt, waarvan je weet dat je er weinig kans op maakt. Er gaan nog meer mensen per woning reageren, waardoor mensen juist eerder ontmoedigd raken. En het levert veel gedoe op voor woningzoekenden. Je moet gaan reageren op woningen waar je toch geen kans op maakt. Dringend woningzoekenden maken hierdoor niet meer kans. Vaak zoeken betekent niet automatisch hoge nood. Noem het reactiepunten, want reageren op WoningNet is niet hetzelfde als zoeken. Systeem straft mensen omdat ze afhankelijk zijn van sociale huur: door het belonen van zoekpunten moet je ook op minderwaardig aanbod reageren. Een huis is een gevoelskwestie. Dit systeem dwingt tot reageren en accepteren. Voorstel levert stress op. Wonen is essentieel voor welzijn. Het klopt dat woningzoekenden in de beginperiode, voordat ze voldoende zoekpunten hebben opgebouwd, zullen moeten reageren op woningen waarop ze waarschijnlijk geen grote kans maken. Dit is onlosmakelijk verbonden aan de keuze om het aantal reacties als graadmeter te gebruiken voor actief zoeken. Er zijn meerdere alternatieven bedacht om de beginperiode te overbruggen, maar deze zouden het systeem erg gecompliceerd maken en minder transparant.