CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 16 oktober 2025, gemeente aalsmeer32.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Artikel 3 Subsidiebevoegdheid en nadere subsidieregels 1. Het college kan subsidies als bedoeld in artikel 4:21 van de wet verstrekken met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en – indien de begroting nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd – onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2. Het college kan nadere beleidsregels vaststellen die bepalingen bevatten met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten, de personen of instellingen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen, het subsidieplafond en de wijze waarop de beschikbare gelden worden verdeeld.

Waarom De definities zijn geactualiseerd op basis van de gebruikte termen in de verordening.

2.1: De uitzondering komt te vervallen. 2.2: ‘Nadere regels’ is vervangen door ‘nadere beleidsregels’ omdat ‘beleidsregels’ het instrument is waarmee bestuursorganen hun bevoegdheden nader kunnen invullen. Daarnaast zijn de artikelnummers aangepast op basis van de geactualiseerde verordening. 2.3: Tekstuele wijziging.

3.2: Tekstuele wijziging

3. Nadere regels kunnen bepalen dat de subsidie kan worden vastgesteld zonder voorafgaande verleningsbeschikking, alsmede dat afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing is.

Nieuw artikel

3. Nadere beleidsregels kunnen bepalen dat de subsidie kan worden vastgesteld zonder voorafgaande verleningsbeschikking, alsmede dat afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing is. 4. Het college draagt zorg voor interne toetsing van subsidieaanvragen en de tussentijdse monitoring op gesubsidieerde instelling.

Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

3.3: Tekstuele wijziging

Nieuw lid, 3.4: De verantwoordelijkheid van het college om zorg te dragen voor de interne toetsing en tussentijdse monitoring is vastgelegd in de verordening. Toevoeging artikel 4 op basis van het VNGmodel. Door de toevoeging van dit artikel verspringen alle artikelnummers.

Artikel 4. Subsidieplafonds en begrotingsvoorbehoud 1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen binnen de financiële kaders van de raad. In dat geval bepaalt zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan deze alleen worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking zullen worden gesteld.

Artikel 5. Tijdvak van subsidies 1. Het tijdvak waarvoor een subsidie wordt verleend is maximaal vier jaar.

Artikel 5. Subsidieplafonds 1. De raad stelt jaarlijks de financiële kaders voor subsidiëring vast in de programmabegroting. 2. Het college kan subsidieplafonds vaststellen binnen de financiële kaders van de raad. In dat geval bepaalt zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 Tijdvak van subsidies 1. Het tijdvak waarvoor een subsidie wordt verleend is maximaal vier jaar.

Nieuw lid, 5.1: In artikel 5.1 wordt vastgelegd waar en hoe de raad de financiële kaders voor subsidie vaststelt. 5.2: Tekstuele wijziging

Geen wijzigingen

2. Een meerjarige subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat de raad jaarlijks voldoende financiële middelen in de gemeentebegroting ter beschikking stelt. Artikel 6. Aanvraag 1. De aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier en vermeldt in elk geval: a. een beschrijving van activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd; b. de doelen of resultaten die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten daaraan kunnen bijdragen en in welke mate deze zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan met de verwachte inkomsten; d. als ook andere subsidies worden gevraagd, een overzicht daarvan; e. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve en/of de bestemmingsreserve op het moment van de aanvraag; f. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse

2. Een meerjarige subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat de raad jaarlijks voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld. Artikel 7 Aanvraag 1. Het college schrijft het gebruik van een aanvraagformulier voor. 2. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. de doelen of resultaten die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten daaraan kunnen bijdragen en in welke mate deze zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan; d. voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die aanvraag; e. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve en/of de bestemmingsreserve(s) op het moment van de aanvraag; f. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf € 100.000 de meest recente jaarrekening als bedoeld in artikel 2:361 Burgerlijk Wetboek en artikel 4:76 van de wet. Indien een jaarrekening ontbreekt een

7.1: Tekstuele wijziging

subsidie vanaf € 100.000,00 een gewaarmerkte begroting van de subsidieaanvrager van het jaar waarop de aanvraag voor een subsidie betrekking heeft; g. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf € 100.000,00 een overzicht van de bezoldiging van de directie en bestuurders naar functie; h. als de aanvrager een ondernemer is en indien relevant: • een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen, in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; • een volledig ingevulde en ondertekende deminimisverklaring. 2. Een rechtspersoon die de eerst keer subsidie vraagt, voegt een scan of screenshot van het meest recente digitale bankafschrift toe waaruit het IBAN rekeningnummer blijkt. Artikel 7. Aanvraag- en beschikkingstermijnen 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 oktober in het jaar

verslag inzake de financiële positie gewaarmerkt door het bestuur; g. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf € 100.000 een overzicht van de bezoldiging van de directie en bestuurders naar functie; h. als de subsidieaanvrager een onderneming is: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen, in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; 1. een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring. 2. Subsidieaanvragers kunnen de subsidieaanvraag schriftelijk wijzigen of intrekken voordat de verlening plaatsvindt. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 8 Aanvraag- en beslistermijnen 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie, wordt uiterlijk 1 oktober voor het begin van het betrokken jaar ingediend. Het college beschikt

7.3: Aanpassing vanuit het VNG-model om fraude tegen te gaan.

voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Het college beschikt hierop uiterlijk 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. 2. Eenmalige aanvragen voor subsidie worden vóór het begin van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Het college besluit binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. 3. Het college kan de subsidieaanvrager op diens schriftelijke gemotiveerde verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 8. Algemene weigeringsgronden 1. Een subsidie wordt in elk geval geweigerd voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag. 2. Een subsidie kan in elk geval worden geweigerd: a. voor zover de te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met een wettelijke regeling; b. als ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld

hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk vóór het begin van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 3. Het college kan de subsidieaanvrager op diens schriftelijke gemotiveerd verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag. 4. Het college kan een beschikking op een aanvraag voor de duur van maximaal dertien weken verdagen. 5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 9 Weigeringsgronden 1. Een subsidie wordt in elk geval geweigerd voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of;

Nieuw lid, 8.4: 8.4 Hiermee wordt de maximale behandeltermijn (met verlenging) beperkt.

9.2 : Toevoeging vanuit het VNG-model.

waardeerbare voordelen te benutten, of om strafbare feiten te plegen, een en ander als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; c. voor zover activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijk beleid; d. voor zover activiteiten zich niet in hoofdzaak richten op de gemeente of haar inwoners, tenzij de subsidie wordt gedekt door een specifieke uitkering van het Rijk die mede is bestemd voor andere gemeenten; e. voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke, godsdienstige of politieke overtuigingen; f. voor zover bepaalde groepen van deelname worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van het college niet een nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie; g. voor zover activiteiten primair zijn gericht op het maken van winst; h. als de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde verplichting niet

b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Een subsidie kan in elk geval worden geweigerd: a. voor zover de subsidieontvanger op enigerlei wijze handelt in strijd met de fundamentele rechtsbeginselen; b. voor zover de te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met een wettelijke regeling; c. voor zover activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijk beleid dan wel het college de belangenafweging maakt dat de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben; d. voor zover activiteiten zich niet in hoofdzaak richten op de gemeente of haar inwoners, tenzij de subsidie wordt gedekt door een specifieke uitkering van het Rijk die mede is bestemd voor andere gemeenten; e. voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen; f. voor zover bepaalde groepen van deelname worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van het college geen nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie; g. als de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde verplichting niet nakomt of als hij niet voldoet aan een daar gestelde voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen; h. indien het subsidieplafond is bereikt; i. de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen

Nieuw lid, 9.3h: Het bereiken van een subsidieplafond kon eerder niet als weigeringsgrond worden gebruikt, tenzij

nakomt of als hij niet voldoet aan een daar gestelde voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen; i. de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten; j. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; k. de aanvrager voor dezelfde activiteiten subsidie ontvangt van een ander bestuursorgaan; l. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet, tenzij de aanvrager bij de indiening van de aanvraag aannemelijk maakt dat de subsidie niet wordt besteed aan die bezoldiging;

doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten; j. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; k. de aanvrager voor dezelfde activiteiten subsidie ontvangt van een ander bestuursorgaan; l. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

dit in een van de nadere beleidsregels stond vermeld.

m. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. Artikel 9. Verplichtingen subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college. 2. Bij subsidies van meer dan € 50.000,00 informeert de subsidieontvanger het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. wijzigingen van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 10 Verplichtingen subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 2. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 50.000 informeert de subsidieontvanger het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. wijzigingen van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

3. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 100.000,00 behoeft de subsidieontvanger toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb. 4. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 100.000,00 maakt de subsidieontvanger op zijn website een overzicht openbaar van de bezoldiging van de directie en de bestuurders naar functies en de laatst vastgestelde jaarrekening. 5. De subsidieontvanger verstrekt het college op verzoek die informatie, die zij voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de subsidie noodzakelijk achten. 6. De subsidieontvanger verleent op verzoek alle medewerking aan de rekenkamer(functie) bij elk onderzoek dat door dit orgaan wordt uitgevoerd en geeft een volledig inzicht in alle gevraagde informatie en documenten. 7. Het college kan aan de subsidieverlening de verplichting verbinden dat de subsidieontvanger in publicaties, persberichten en presentaties aangeeft dat de activiteiten mede tot stand zijn gekomen dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Aalsmeer. 8. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling in binnen in artikel 13 gestelde termijnen. 9. Het college kan aan een subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb opleggen als ze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

d. de laatst vastgestelde jaarrekening en een overzicht van de bezoldiging van de directie en de bestuurders. 3. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 50.000 behoeft de subsidieontvanger toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. 4. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan €50.000 stelt de subsidieontvanger in overleg met de gemeente doelstellingen op die bij aanvraag en vaststelling van de subsidie worden meegenomen in het activiteitenplan en het inhoudelijke verslag. 5. De subsidieontvanger verstrekt het college op verzoek die inlichtingen, die zij voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de subsidie noodzakelijk achten. 6. De subsidieontvanger verleent op verzoek medewerking aan de rekenkamer (functie) bij elk onderzoek dat door dit orgaan wordt uitgevoerd en geeft een volledig inzicht in alle gevraagde informatie en documenten. 7. Het college kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting verbinden dat de subsidieontvanger in publicaties, persberichten en presentaties aangeeft dat de activiteiten mede tot stand zijn gekomen dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Aalsmeer. 8. Het college kan aan een beschikking tot subsidieverlening ook andere verplichtingen verbinden dan genoemd in artikel 4:37, eerste

10.2.d. Voor sommige organisaties ligt het op de website openbaar maken van deze gegevens gevoelig. Hierdoor is besloten dit niet openbaar te publiceren, maar alleen met de gemeente te delen. Artikel 9.4 komt te vervallen. Nieuw lid, 10.4: Uit de aanbevelingen van de rekenkamer kwam naar voren dat de doelmatigheid van de subsidies beter in beeld moet worden gebracht. Als uitwerking hiervan is dit lid in de verordening opgenomen.

Artikel 10. Vermogensvorming 1. Een subsidieontvanger mag een bestemmingsreserve vormen na schriftelijke toestemming van het college. Daarbij geeft subsidieontvanger in ieder geval aan: het doel van de bestemmingsreserve en het benodigde maximum. Hierbij geldt dat: • het college de maximale hoogte van de bestemmingsreserve bepaalt, alsmede de maximale jaarlijkse toevoeging aan deze reserve; • de bestemmingsreserve alleen mag worden aangewend voor het vastgestelde doel waarvoor deze is gevormd. Bij het vervallen of aanwenden van de bestemmingsreserve wordt het (resterende) bedrag terugbetaald aan de gemeente. • Een subsidieontvanger mag een egalisatiereserve vormen na schriftelijke toestemming van het college. Het college kan nadere regels stellen inzake de

lid, van de wet, als ze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 9. Het college kan bij nadere beleidsregels verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Artikel 11 Egalisatiereserve en bestemmingsreserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderjaar of boekjaar verstrekte subsidie van meer dan € 50.000 een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de wet vormt. 2. Is een jaarlijkse subsidie verleend voor een in de loop van een kalenderjaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet de gehele subsidie nodig was, dan kan de aanvrager het college verzoeken een egalisatiereserve of bestemmingsreserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

11.1: Het vormen van een egalisatiereserve is alleen mogelijk voor subsidieontvangers die een jaarlijkse subsidie ontvangen vanaf €50.000.

maximale hoogte van de egalisatiereserve. Artikel 11. Voorschotten 1. Op een verleende subsidie kunnen voorschotten worden verleend voordat ze is vastgesteld. 2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. Artikel 12. Wijzigen en intrekken van de subsidie 1. Als na de verlening blijkt dat subsidiëring een steunmaatregel vormt die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag, wordt de subsidie gewijzigd of ingetrokken. 2. Een subsidie kan worden gewijzigd of ingetrokken als na de verlening alsnog blijkt dat ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of om strafbare feiten te plegen, een en ander als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 3. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel 13. Aanvraag tot vaststelling

Artikel 12 Voorschotten 1. Op een verleende subsidie kunnen voorschotten worden verleend voordat ze is vastgesteld. 2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in de verleningsbeschikking de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. Artikel 13 Wijzigen en intrekken van de subsidie 1. Als na de verlening blijkt dat de subsidieverstrekking een steunmaatregel vormt die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt de subsidie gewijzigd of ingetrokken.

Geen wijzigingen

Artikel 12.2 en 12.3 komen te vervallen.

Artikel 14 Aanvraag tot vaststelling 1. Een aanvraag om vaststelling van een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar wordt

Artikel 14: Tekstuele wijziging.

1. De aanvraag voor een subsidievaststelling wordt ingediend met behulp van een door het college vastgesteld formulier. 2. Een aanvraag om vaststelling van een jaarlijkse subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt wordt uiterlijk 1 juni na het betrokken jaar ingediend. Het college beschikt hierop binnen dertien weken. In bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. 3. Een aanvraag om vaststelling van een eenmalige subsidie of een jaarlijkse subsidie die niet per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk dertien weken nadat de laatste gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden. Het college beschikt hierop binnen dertien weken. In bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. 4. Het college kan de subsidieaanvrager op diens schriftelijke gemotiveerde verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling. 5. Is een aanvraag om vaststelling niet tijdig ingediend, dan kan het college een nieuwe termijn stellen. Is de aanvraag niet binnen die termijn ingediend, dan kan het college de subsidie ambtshalve vaststellen.

uiterlijk op 1 juni na het betrokken jaar ingediend. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Een aanvraag om vaststelling van een projectsubsidie of een jaarlijkse subsidie per boekjaar dat afwijkt van een kalenderjaar wordt ingediend uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Het college kan de aanvrager op diens schriftelijke verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling voor de duur van maximaal vier weken. 3. Het college kan een beschikking op een aanvraag voor de duur van maximaal vier weken verdagen. 4. Bij nadere beleidsregels kunnen andere termijnen worden vastgelegd.

Artikel 14. Rekening en verantwoording 1. Een subsidie van niet meer dan € 10.000,00 wordt direct vastgesteld, tenzij het college anders besluit. In dat geval geeft het college aan op welke wijze de subsidieontvanger de verantwoordingsaanvraag moet indienen.

Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 10.000 1. Een subsidie van niet meer dan € 10.000 kan bij verlening direct ambtshalve worden vastgesteld. 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van het college aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht, hoe deze

15.1: Een subsidie tot €10.000 kan direct worden vastgesteld, maar dit hoeft niet. Dit om per subsidie deze afweging te kunnen maken.

2. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 10.000,00 doch ten hoogste € 100.000,00 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; en b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. c. de jaarrekening (als een subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). 3. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 100.000,00 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten; c. de jaarrekening (als een subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in

hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden. 3. Het college behoudt de bevoegdheid om achteraf te controleren en om verantwoording te vragen. Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot € 100.000 1. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 10.000 doch ten hoogste € 100.000 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en hoe de activiteiten hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen; en b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. Bij nadere beleidsregels kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 100.000 1. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 100.000 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en hoe de activiteiten

15.2: Toevoeging op basis van de aanbevelingen van de Rekenkamer betreffende de doelmatigheid van de subsidies.

16.1.a: Toevoeging op basis van de aanbevelingen van de Rekenkamer betreffende de doelmatigheid van de subsidies.

artikel 361 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek); en d. een gewaarmerkte controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant.

Artikel 15. Betaling en verrekening 1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling, waarin de betalingstermijn staat opgenomen, na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht. 2. Het college kan aan de gemeente verschuldigde bedragen terzake van huur of andere verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, verrekenen met de te betalen subsidiebedragen. Artikel 16. Overige bepalingen 1. Bij het hanteren van een prijsindexcijfer wordt uitgegaan van een prijsindexcijfer zoals vastgelegd in de programmabegroting.

hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen; b. financieel verslag; c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak en een toelichting daarop; en d. een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant; e. als een subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, legt hij deze jaarrekening tevens over. 2. Bij nadere beleidsregels kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel 18 Betaling en verrekening 1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht. 2. Het college kan aan de gemeente verschuldigde bedragen terzake van huur of andere verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, verrekenen met de te betalen subsidiebedragen.

Vervalt

17.1.a: Toevoeging op basis van de aanbevelingen van de Rekenkamer betreffende de doelmatigheid van de subsidies.

18.1: Tekstuele wijziging.

2. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijk steunkader. Artikel 17. Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 2 en 3 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18. Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en is van toepassing op subsidieaanvragen ingediend na de publicatiedatum. 2. Op de subsidiëring van voordien uit te voeren activiteiten blijft de Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2013 zijn werking behouden. Deze vervalt zodra ze is uitgewerkt. Nieuw artikel

Nieuw artikel

Artikel 19 Hardheidsclausule 1. Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2 en 3, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de aanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding met de betrokken bepalingen dient te doelen. 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit.

Vervalt

Artikel 20 Intrekking De Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2018 wordt ingetrokken. Artikel 21 Overgangsrecht Voor subsidieaanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2018 zijn werking behouden.

19.1: Tekstuele wijziging

Nieuw lid, 19.2: Toepassing van de hardheidsclausule wordt gemotiveerd in het besluit. Wordt in de artikelen 20, 21 en 22 benoemd.

Artikel 19. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2013.

Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Artikel 23 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2026.

Subsidieformulier

Uw gegevens U kunt hieronder uw persoonlijke gegevens invullen. Deze gegevens zullen uitsluitend worden gebruikt om u op de hoogte te houden omtrent de afhandeling van deze aanvraag voor subsidieverlening. Aanhef O Dhr.

O Mevr.

O n.v.t.

Voorletters

Voorvoegsel

Email

Achternaam

Telefoon

Correspondentieadres Straatnaam

Postcode

Huisnummer

Huisletter

Toevoeging

Plaats

Namens organisatie Ik doe de aanvraag namens een instelling of organisatie. O Ja O Nee Organisatie Naam organisatie

KVK-nummer

Als organisatie voegt u toe: a. Een opgave van subsidie, vergoedingen of tegemoetkomingen, in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd b. Een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring (zie rijksoverheid.nl voor de richtlijnen) a. Voeg hier opgave van subsidie, vergoedingen of tegemoetkomingen toe

b. Voeg hier uw de-minimisverklaring toe Werkt u bij een (landelijke) organisatie waarvan een onderdeel mogelijk Europese steun ontvangt? Gelieve dan onderstaande verklaring in te vullen. In alle overige gevallen hoeft dat niet. Overleg eventueel met de betrokken beleidsmedewerker van de gemeente of dit op u van toepassing is. Rekeningnummer Vul hier het IBAN-nummer in waarop u de subsidie wilt ontvangen: Let op: het IBAN-nummer moet van u of de organisatie zijn waarvoor u de aanvraag doet. Op welke naam staat het IBAN-nummer waarop u de subsidie wilt ontvangen? Soort subsidie Jaarlijks of eenmalig O Jaarlijks O Eenmalig

Selecteer de subsidie die u aanvraagt

Toelichting

Het gevraagde subsidiebedrag is

Uw aanvraag Naam activiteit

Bij eenmalige activiteit: Startdatum activiteit

Einddatum activiteit

Bij jaarlijkse activiteit: U vraagt subsidie aan voor dit jaar

Activiteit(en) Geef een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd

Welke doelen of resultaten worden met deze activiteit(en) nagestreefd?

Hoe kunnen de activiteit(en) hieraan bijdragen en in welke mate zijn deze gericht op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen?

Voeg hier uw activiteitenplan toe

U dient een begroting bij te voegen. In de begroting dienen de volgende zaken vermeld te zijn: a. Een begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan; b. voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die aanvraag; c. Indien van toepassing de stand van de egalisatiereserve en/of de bestemmingsreserve op het moment van de aanvraag. a.

Voeg hier de begroting toe

b.

Indien van toepassing, voeg hier de resultaten van een aanvraag voor bijdrage/subsidie bij andere bestuursorganen toe

c.

Indien van toepassing, voeg hier de bijlage m.b.t. de reserves toe

Ondertekening Uw persoonsgegevens worden op een zorgvuldige en veilige manier verwerkt. Kijk voor meer informatie op de pagina Privacy en Informatiebeveiliging. Plaats

Datum

O Ik heb alle gegevens correct en volledig ingevuld en begrijp dat deze ondertekening dezelfde juridische status heeft als een geschreven geldige handtekening. Toestemming digitale communicatie Geeft u toestemming dat wij correspondentie (brieven en beschikking) m.b.t. uw aanvraag per email aan u toezenden? O Ja

O Nee

{{signer1}} 24/09/2025 09:20:30 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) ID: e4921dd5-ad4b-4b86-82a4-1d4c1a3c3074 Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

{{signer2}} 23/09/2025 21:25:13 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) ID: e4921dd5-ad4b-4b86-82a4-1d4c1a3c3074 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z25-052181

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Willem Pije 0634559817 w.pije@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling

23 september 2025 wethouder S.J.R. de Vries

Onderwerp

Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. 2.

De Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 vast te stellen. De Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2023 in te trekken.

Samenvatting

Op basis van de Huisvestingswet 2014 mogen gemeenten, voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte, een eigen huisvestingsverordening opstellen. Hierin kunnen, onder andere, regels worden opgenomen over de toewijzing van huurwoningen en betaalbare koopwoningen, en over de opkoopbescherming. In de Woonvisie 2024-2030 staan enkele ambities die alleen door een aanpassing van deze verordening gerealiseerd kunnen worden. Daarom passen we onze huidige verordening aan. Doel

Het bevorderen van een rechtvaardige, transparante en doelmatige verdeling van schaarse woonruimte in de gemeente Aalsmeer. De huisvestingsverordening sluit aan bij de volgende doelen uit de Woonvisie 2024-2030: • • • •

Een passende verdeling van de nieuwbouwprogrammering Prijsgrenzen en indexering Meer koopwoningen voor Aalsmeerders en starters Sociale huurwoningen met voorrang toewijzen

Prestatie

Het vaststellen van een aangepaste huisvestingsverordening voor Aalsmeer. Voorgeschiedenis en context

Aalsmeer kent al jaren een huisvestingsverordening. De laatste wijziging dateert van 1 juli 2023. Met deze wijziging hebben we, onder andere, de opkoopbescherming ingevoerd. Via deze verordening was het al mogelijk om mensen met lokale binding of een vitaal beroep voorrang te geven bij een sociale huurwoning. In Aalsmeer was alleen de voorrang voor lokale binding ingevoerd. Door een wijziging van de Huisvestingswet 2014 is het sinds 1 januari 2024 mogelijk om deze groepen ook voorrang te geven bij een middeldure huurwoning en een betaalbare koopwoning. De Woonvisie 2024-2030 stelt dit als doel. De aanpassing van de verordening is een belangrijke stap om deze ambitie te verwezenlijken. We voeren ook enkele technische wijzigingen door. [.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 4

Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Alle wijzigingen in de nieuwe versie van Huisvestingsverordening zijn zichtbaar in de bijlage ‘Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025’. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen en overwegingen vatten we hieronder per kopje samen. Het leeuwendeel van de vernieuwde huisvestingsverordening blijft hetzelfde als de oude, omdat deze onderdelen goed functioneren en soms in samenwerking met de regio zijn opgesteld. Hieronder staat toegelicht welke wijzigingen er worden voorgesteld in de nieuwe verordening. Schaarsteonderbouwing Een huisvestingsverordening mag alleen worden ingevoerd als er sprake is van schaarste aan woningen in een gemeente. In Aalsmeer bedraagt het tekort op dit moment circa 511 woningen op een woningvoorraad van 13.460 woningen. Twee derde van dit tekort betreft sociale en middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen. De rest van het tekort zit in het vrije huur- en koopsegment. Tot en met 2031 zijn er circa 1.857 woningen nodig om het tekort weg te werken en de groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen. Er kan dus veilig worden gesteld dat er schaarste aan woningen in Aalsmeer is en daarmee is er voldoende juridische basis om een verordening op te stellen. Huisvestingvergunning Om de middeldure huur en betaalbare koopwoningen met voorrang toe te wijzen aan Aalsmeerders en vitale beroepen, moeten we een huisvestingsvergunning invoeren.

Dit betekent dat nieuwe opgeleverde middeldure huurwoningen (tot €1.184 per maand, prijspeil 2025) en betaalbare koopwoningen (tot €405.000 v.o.n., prijspeil 2025) met voorrang kunnen worden toegewezen aan huishoudens met lokale binding of aan mensen met een vitaal beroep. Maximaal 50% van de nieuw opgeleverde woningen kunnen zo worden toegewezen. Dit betekent niet dat de rest van de woningen niet door Aalsmeerders kunnen worden gekocht, slechts niet via dit vergunningensysteem. Naar schatting worden er in Aalsmeer van 2026 tot en met 2030 1.400 woningen opgeleverd. Dit komt neer op 280 woningen per jaar. Voor bijna alle sociale huurwoningen neemt de woningcorporatie deze taak op zich, slechts 30% valt in de categorieën waar wij een vergunning voor moeten afgeven. Dit betekent dat we per jaar zo’n 80 vergunningen moeten inregelen. Het gaat om een relatief ‘lichte’ vergunning, die in de buurt komt van een verklaring van geen bezwaar. Een mogelijke koper/huurder wordt getoetst aan een paar simpele voorwaarden zoals het ingezetenencriterium en/of aanstelling binnen een bepaalde sector in Aalsmeer. Het college krijgt per project de mogelijkheid om expliciete voorrangsregels vast te stellen, passend bij de woningen en beoogde doelgroep. Er wordt vervolgens getoetst of de woningen volgens deze voorrangsregels zijn verdeeld.

Administratieve wijzigingen Daarnaast voeren we een aantal administratieve wijzigingen uit. Deze zijn vooral gericht op het verbeteren van het toewijzingsproces van de woningcorporatie Eigen Haard. Zo zijn er een aantal technische wijzigingen in het kader van de nieuwe woonruimteverdeling en voegen we regels omtrent urgentie bij uitstroom uit een instelling toe, zodat ze aansluiten bij regionale afspraken. Daarnaast hebben wij de passendheidscriteria voor sociale huurwoningen iets aangepast. In overleg met de woningcorporatie Eigen Haard hebben wij een tabel toegevoegd met daarin het minimum en maximaal aantal kamers dat past bij een bepaalde huishoudgrootte. Keuzemogelijkheden/alternatieven

De huisvestingsverordening moet minimaal één keer per vier jaar worden vastgesteld. De huidige verordening stamt uit 1 juli 2023 en kan in principe nog anderhalf jaar mee. Dit betekent dat ervoor kan worden gekozen om nog even door te gaan met de huidige verordening. Gezien de

Pagina

3 van 4

maatschappelijke ontwikkelingen is dit niet wenselijk, aangezien het dan langer duurt voordat we middeldure huur en betaalbare koop met voorrang aan Aalsmeerders kunnen toewijzen. Een nieuwe verordening voorziet in deze behoeften, zoals ook weergegeven bij de overwegingen en in de samenvatting. Participatie

Zowel extern als intern heeft er afstemming plaatsgevonden over de inhoud van de huisvestingsverordening. De concept-huisvestingsverordening heeft voor een periode van ruim 9 weken ter inzage gelegen (19 juni tot en met 24 augustus). Hierop hebben drie partijen gereageerd. De Nota van beantwoording is als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Kanttekeningen en risico’s

De huisvestingsverordening is het belangrijkste instrument voor gemeenten om de schaarse woningen zo eerlijk mogelijk te verdelen. Met de nieuwe verordening krijgt Aalsmeer meer mogelijkheden om woningen toe te wijzen aan Aalsmeerders. Dit kan wel leiden tot weerstand bij personen die van buiten Aalsmeer een woning in de gemeente Aalsmeer willen kopen of huren. Definitie betaalbare koop De Rijksdefinitie van een betaalbare koopwoning kent een prijsgrens van €405.000 (prijspeil 2025). In Aalsmeer loopt de middeldure koopcategorie tot €432.000 (prijspeil 2025). Dit betekent dat een deel van de woningen die de komende jaren in het middeldure segment in Aalsmeer gerealiseerd worden, niet onder deze definitie vallen en niet via een huisvestingsvergunning met voorrang toegewezen kunnen worden. Inkomenseis betaalbare koop Voor middeldure huur geldt standaard een inkomensgrens. Dit betekent dat alleen eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot € 67.366, en meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot € 89.821 in aanmerking komen voor een middeldure huurwoning. Deze inkomenseis geldt niet voor betaalbare koopwoningen. Dit betekent dat bij de toets voor een huisvestingsvergunning voor deze categorie woning, alleen de lokale binding of een vitaal beroep meetellen. Financiën

De nieuwe Huisvestingsverordening zorgt ervoor dat werkwijzen wat veranderen. We schatten het aantal huisvestingsvergunningen in op gemiddeld 80 per jaar. In de praktijk zal dit echter sterk fluctueren, omdat het afhankelijk is van hoeveel middeldure huur- en koopwoningen er in een specifiek jaar worden opgeleverd. Daarnaast gaan er invoeringskosten worden gemaakt om het systeem en werkproces voor huisvestingsvergunningen op te zetten en in te regelen. Voor 2027 en verder wordt in de Kadernota een voorstel aan uw raad gedaan om de langjarige financiering hiervoor te regelen. Op basis van de eerste ervaringen in 2026 kan er dan ook een concreter beeld worden geschetst van de verwachte financiële gevolgen op de langere termijn. De kosten voor 2026, het eerste van jaar van uitvoering, wordt meegenomen in het lopende budget van Wonen. Voor de overige wijzigingen in de verordening is de verwachting dat er geen extra financiële middelen nodig zijn. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Grote delen van de verordening zijn al in werking en verder verandert er niet veel. De grootste verandering betreft het doorvoeren van de huisvestingsvergunning voor middeldure huur en koopwoningen. De uitvoering hiervan gaat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk begin 2026 van start. Evaluatie

Bij de evaluatie van de Woonvisie 2024-2030 zal ook de huisvestingsverordening worden betrokken.

Pagina

4 van 4

Duurzaamheidsaspecten

n.v.t. Bijlagen

1. 2. 3. 4. 5.

Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 [inclusief wijzigingen] Toelichting op de huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Schaarsterapportage huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Nota van beantwoording huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Raadsbesluit huisvestingsverordening Aalsmeer 2025

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}}

{{signer2}}

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 23 september 2025, zaaknummer Z25-052181; gelet op artikel 4 van de Wet; Huisvestingswet 2014;

Besluit

1. 2.

De huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 vast te stellen. De huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2023 in te trekken.

Aldus besloten in de openbare vergadering van. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 20253

Z253-052181005740 De raad van de gemeente Aalsmeer, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 april 2023<<>> gelet op artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 20253. De Huisvestingsverordening Aalsmeer 20231 wordt ingetrokken per de datum waarop de Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 20253 in werking treedt.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aanbodinstrument: een aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.4.4,, eerste lid, waarop door corporaties woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1 te huur wordt aangeboden; b. Aangepaste woning of een woning bijzonder geschikt voor de huisvesting van personen met medische beperkingen: een woning bestemd voor huishoudens in het bezit van een indicatie waaruit blijkt dat de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de medische beperkingen (zowel fysiek als psychisch) van één of meerdere leden van het huishouden. Hieronder kunnen vallen aanleunwoningen, zorgwoningen, rolstoelwoningen, woningen voor mensen met een geringe ergonomische beperking. c. Basisadministratie: de basisadministratie bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; c.d. Betaalbare koopwoning: een voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Huisvestingswet met een koopprijsgrens van maximaal €405.000,- (prijspeil 2025). d.e. Bezettingsnormen: de in artikel 2.7.1 vastgestelde voorrangsregels; e.f. Beschermde woonruimte: 3.9.1, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; f.g.

Bindingscriterium: bindingscriterium op grond van artikel 2.7.2 gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning; g.h. Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer; h.i. Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die door burgemeester en wethouders is aangewezen; i.j. COA-voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 3 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers; j.k. Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer gemeenten van de woningmarktregio; k.l. DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; l.m. Datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar;

Pagina

m.n.

2 van 31

Directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het aanbodinstrument te huur is aangeboden; n.o. Eigenaar: eigenaar in de zin van artikel 1 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek. Hieronder valt mede de gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van boek 5 of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woning is verleend. o.p. Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; p.q. Gebruiksoppervlak: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; q.r. Gemengd wooncomplex: een gebouw dat door burgemeester en wethouders na overleg met de eigenaar is erkend als gemengd wooncomplex en bestaat uit meerdere woonruimten welke gedeeltelijk bestemd zijn voor personen uit een door burgemeester en wethouders aangewezen doelgroep en deels voor personen die de bewoners uit die doelgroep willen ondersteunen; r.s. Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; s.t. Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; t.u.

Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen, uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het Woning Waardering Stelsel behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte; u.v. Indicatie: een beoordeling van de medische beperkingen van een woningzoekende, afgegeven door burgemeester en wethouders of een door hen aan te wijzen adviseur en overeenkomstig eventueel door hen vast te stellen wijze, ter voorbereiding van een door hen te nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning; v.w. Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i van de Wet op de huurtoeslag; w.x. Inschrijving: het ingeschreven staan als woningzoekende; x.y. Instelling voor maatschappelijke opvang: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; y.z. Jongere: een volwassene tot een leeftijd van 28 jaar; z.aa. Liberalisatiegrens: het huurbedrag gelijk aan 186 punten volgens het Woningwaarderingsstelsel (WWS);het huurbedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag bb. Loting: het gebruikmaken van een toevalsgenerator om de rangorde bij woningtoewijzing te bepalen. aa.cc.

Mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel b van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; bb.dd. Middeldure huurnhuurwoning: een zelfstandige woning met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens. cc.ee. Onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid onder a van de wet; dd.ff. Ontvangende regiogemeente: de regiogemeente waarnaar een houder van een urgentieverklaring wil verhuizen, als bedoeld in artikel 2.9.4, derde lid; ee.gg. Onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningenwoonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. ff.hh. Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het in artikel 2.9.3, eerste lid, bedoelde zoekprofiel;

Pagina

3 van 31

gg.ii. Passendheidscriterium: passendheidscriterium op grond van artikel 2.7.1 gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning; hh.jj. Peildatum: de door burgemeester en wethouders vast te stellen datum, bedoeld in artikel 2.9.8, tweede lid; ii.kk. Rangordecriterium: een rangordecriterium als bedoeld in artikel 2.7.3; jj.ll. Regiogemeenten: de gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio; kk.mm. Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag; nn. Rolstoelwoning: een woning bestemd en geschikt voor zelfstandig rolstoelgebruik; ll.oo. Sociale huurgrens: het huurbedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag; mm.pp. Sociale huurwoning: woonruimte met een aanvangshuurprijs tot en met de sociale huurgrens Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet; nn.qq. Standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; oo.rr.

Student: studenten als bedoeld in artikel 7:274d lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bij hogescholen of universiteiten gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio alsmede voltijdspromovendi bij binnen het gebied van de woningmarktregio gevestigde universiteiten; pp.ss. Studentenwoning: woonruimte krachtens de daarop betrekking hebbende huurovereenkomst bestemd voor studenten indien: qq.tt. in de huurovereenkomst is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student zal worden verhuurd; en, rr.uu. die woonruimte door het college van burgemeester en wethouders in de regiogemeente waarin de woonruimte is gelegen na overleg met de eigenaar is erkend als studentenwoning; ss.vv. SV-urgentieverklaring: een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in de in artikel 2.9.8, eerste lid aanhef en onder c bedoelde urgentiecategorie; Traditionele doelgroep: woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur tt.ww. Tweede woning: de zelfstandige woonruimte die feitelijk en uitsluitend door de eigenaar of huurder als verblijf wordt gebruikt, naast zijn hoofdverblijf; uu.xx.

Urgentieverklaring: de beschikking, verleend door burgemeester en wethouders van een tot de woningmarktregio behorende gemeente, waarmee een woningzoekenden in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet wordt ingedeeld; vv.yy. Vakantieverhuur: het tijdens afwezigheid van de hoofdbewoner hotelmatig in gebruik geven van een woonruimte; ww.zz. Vergunninghouders: de vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet; Verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoel in artikel 41, eerste lid, van de wet; aaa. Voorliggende voorziening: een voorziening die gelet op haar aard en doel, wordt geacht voor het oplossen van het huisvestingsprobleem van belanghebbende toereikend en passend te zijn; xx.bbb. Vruchteloze aanbieding: de situatie waarbij de woning zonder resultaat gedurende minstens drie maanden maandelijks op een regionaal of lokaal advertentiemedium en tegen een redelijke huurprijs volgens artikel 17 eerste lid van de Wet, is aangeboden aan woningzoekenden. yy.ccc. Wet: de Huisvestingswet 2014; zz.ddd. Wonen: het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door een huishouden;

Pagina

4 van 31

aaa.eee. Woningmarktregio: het gebied waarbinnen de gemeente Aalsmeer een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet, in 2021 bestaande uit de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Edam-Volendam, Diemen, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. bbb.fff. Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk vestigen in elkaars woning; ccc.ggg. Woningtype: de ingevolge het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid, in het zoekprofiel van een urgentieverklaring op te nemen categorie woonruimte; ddd.hhh. Woningwaarderingsstelsel: het in artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte genoemde stelsel op grond waarvan aan de hand van een puntenstelsel de maximale huurprijsgrens voor een woonruimte kan worden vastgesteld; eee.iii. Woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans bestaande uit een onderschip of betonbak met een vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning, zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning zoals beschreven in de Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018; fff.jjj. Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit drie of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; ggg.kkk.

Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte; hhh.lll. Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; iii.mmm. Woonpunten: het totaal van punten dat door een woningzoekende wordt opgebouwd, bestaande uit maximaal drie soorten punten: wachtpunten, zoekpunten en situatiepunten; jjj.nnn. Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; kkk.ooo. Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; lll.ppp. Zelfstandige huurwoning: zelfstandige woonruimte, welke verhuurd wordt; mmm.qqq. Zelfredzaamheid: het naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfstandig redzaam zijn om zelfstandig te kunnen wonen; nnn.rrr. Zoekgebied: het zoekgebied als bedoeld in artikel 2.93, derde lid en artikel 2.9.4; ooo.sss. Zoekprofiel: het zoekprofiel als bedoeld in artikel 2.9.3, eerste lid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=7505dffd-147c-4527-8768-02bb43aa8eec