Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - 2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend van 16 oktober 2025 1 2 3 4 5
6
7
8
9 10
Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, de heer D. van Willegen Vaststelling van de agenda Agenda Beeldvormende commissie M&B 16-10-2025 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Insprekers voor zowel geagendeerde als niet geagendeerde onderwerpen Vergaderorde: 1. 5 minuten per inspreker (maximaal 6) 2. 10 minuten voor vragen Presentatie inzake Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp Portefeuillehouder: L.B. Kabout De presentatie vindt twee keer per jaar plaats op verzoek van de gemeenteraad. Er wordt teruggeblikt op de eerste helft van 2025 en ingegaan op de cijfers en ontwikkelingen voor de tweede helft van 2025. Vergaderorde: Presentatie 10 minuten Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.) Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissies - Jeugdhulp 16okt25 Commissie M&B 16okt25 presentatie jeugdhulp Bestuurlijke rapportage Jeugd Aalsmeer 2025 10okt25 Vaststellen Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is het beschikken over een subsidieverordening die voldoet aan de nieuwste inzichten op het gebied van gemeentelijke subsidieverlening met aandacht voor lokaal maatwerk. Vergaderorde: Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v.
de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250923 Getekend raadsvoorstel-subsidieverordening-2026 Raadsbesluit-Subsidieverordening-2026 Bijlage 1 - Subsidieverordening Bijlage 2 - Was-Wordt-Waarom-ASV Bijlage 3 - Subsidieformulier Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries Het doel van dit voorstel is het bevorderen van een rechtvaardige, transparante en doelmatige verdeling van schaarse woonruimte in de gemeente Aalsmeer. Met deze Huisvestingsverordening wordt aangesloten bij de volgende doelen uit de Woonvisie 2024-2030: 1.Een passende verdeling van de nieuwbouwprogrammering; 2.Prijsgrenzen en indexering; 3.Meer koopwoningen voor Aalsmeerders en starters; 4.Sociale huurwoningen met voorrang toewijzen. Vergaderorde: Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250923 Getekend raadsvoorstel huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Raadsbesluit huisvestingsverordening Aalsmeer 2025 1.
Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 [inclusief wijzigingen] 1.Huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 schoon 2. Toelichting op de huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 3. Schaarsterapportage huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 4. Nota van beantwoording huisvestingsverordening gemeente Aalsmeer 2025 Regionale Samenwerking Sluiting
AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op donderdag 16 OKTOBER 2025, 20.00 uur BEELDVORMEND Fracties kunnen hun vragen indienen tot 12 uur op de vrijdag voor de vergadering. Het college beantwoordt de vragen op de dinsdag daarna. Het doel van een beeldvormende vergadering is dat alle deelnemers dezelfde informatie hebben over een voorstel.
Tijd 20.00
Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, de heer D. van Willegen Griffier: T. Tonnis
20.02
2.
Vaststelling van de agenda
3.
Actieve informatie uit het college
4.
Mededelingen vanuit de fracties
5.
Insprekers voor zowel geagendeerde als niet geagendeerde onderwerpen
20.05
Vergaderorde: 1. 30 minuten per inspreker (maximaal 6) 2. 10 minuten voor vragen 20.45
6.
Presentatie inzake Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp Portefeuillehouder: L.B. Kabout De presentatie vindt twee keer per jaar plaats op verzoek van de gemeenteraad. Er wordt teruggeblikt op de eerste helft van 2025 en ingegaan op de cijfers en ontwikkelingen voor de tweede helft van 2025. Vergaderorde: 1. Presentatie 10 minuten 2. Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.)
21.20
7.
Vaststellen Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is het beschikken over een subsidieverordening die voldoet aan de nieuwste inzichten op het gebied van gemeentelijke subsidieverlening met aandacht voor lokaal maatwerk. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder
2. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 3. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 21.50
8.
Vaststellen Huisvestingsverordening Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries Het doel van dit voorstel is het bevorderen van een rechtvaardige, transparante en doelmatige verdeling van schaarse woonruimte in de gemeente Aalsmeer. Met deze Huisvestingsverordening wordt aangesloten bij de volgende doelen uit de Woonvisie 2024-2030: 1.Een passende verdeling van de nieuwbouwprogrammering; 2.Prijsgrenzen en indexering; 3.Meer koopwoningen voor Aalsmeerders en starters; 4.Sociale huurwoningen met voorrang toewijzen. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 2. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 3. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel
22.20
9.
Regionale samenwerking
22.30
10.
Sluiting
Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie Om binnen de commissie beeldvorming Ruimte of Maatschappij & Bestuur een presentatie in te plannen, vragen we je een verzoek in te dienen bij de agendacommissie van de gemeenteraad. Gebruik daarvoor onderstaande vragenlijst/oplegnotitie en stuur deze aan griffie@aalsmeer.nl De griffie bereidt op basis van dit formulier een advies aan de agendacommissie voor. Eventueel vindt over dit advies nog afstemming plaats. In verband met de grote agendavoorraad kan het voorkomen dat de agendacommissie je verzoek niet honoreert of een alternatief voorstelt, bijvoorbeeld het opstellen van een raadsbrief. De aanleverdeadline voor verzoeken aan de agendacommissie vind je in bijgesloten planningsschema. Onderwerp Datum van indiening oplegnotitie Van
Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp 19 september 2025 (eerder besproken)
Portefeuillehouder
Bart Kabout
Toelichting:
In deze toelichting dienen de volgende items aan de orde komen:
Clement van der Klooster
1. Doel: de raad informeren over cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp over 2025. 2. Introductie: De presentatie vindt twee keer per jaar plaats op verzoek van de gemeenteraad. Er wordt teruggeblikt op de eerste helft van 2025 en ingegaan op de cijfers en ontwikkelingen voor de tweede helft van 2025. 3. Spreker(s): Clement van der Klooster (senior beleidsadviseur Jeugd) 4. Vervolg: twee keer per jaar wordt de raad via de beeldvormende commissie geïnformeerd over de cijfers en ontwikkelingen rondom de jeugdhulp (voorjaar, najaar). 5. Bijlage(n): de presentatie en rapportage worden vooraf met de Raad gedeeld.
De (eventuele) presentatie richten aan griffie@aalsmeer.nl 7 dagen voorafgaand aan de beeldvorming.
Akkoord portefeuillehouder: Ja.
Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend Jeugd Donderdag 16 oktober
Achtergrond De raad krijgt twee keer per jaar de bestuurlijke rapportage jeugd (kwartaal 2 en 4). Hierin staan gegevens op het gebied van financiën, inhoud (o.a. aantallen, verwijzers, wachtlijsten) en bedrijfsvoering ten aanzien van de jeugdhulp. De rapportage over kwartalen 1,2, (deels) 3 is bijgevoegd. Hiernaast worden een aantal onderwerpen kort uitgelicht: 1. Inhoudelijke ontwikkelingen 2. Financiële ontwikkelingen, (kostenbesparende) maatregelen, declaraties 3. Regionale inkoop 2
1. Inhoudelijke ontwikkelingen •
Aantal jeugdigen in jeugdhulp lager dan eerdere jaren (ca 40-50 tot nu) •
•
Inspectierapport Jeugdbescherming Regio Amsterdam • • • • •
•
Minder verwijzingen via huisartsen en gemeente Landelijk en regionaal aanhoudende zorgen personeelstekorten en gevolgen Aalsmeer: minder gezinnen jeugdbescherming afgelopen jaren (ca 25 per jaar) Nauw overleg ketenpartners en gemeente: gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, met team jeugdhulpverlening en Sociaal Team Start project doorontwikkeling Veiligheidsketen Q4 2025: lokale oplossingen voor regionale/landelijke uitdagingen Regiovisie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (2026)
Passende hulp voor klein aantal complexe zorgvragen blijft uitdaging •
Intensivering overleg met aanbieders hoogspecialistische hulp
3
2. Financiële ontwikkelingen, maatregelen, declaraties • •
Eindejaarsverwachting 2025 ligt nu onder de begroting (ca 0,25 miljoen) Acties grip op jeugdhulp leveren op, kostenbewustzijn gegroeid, aandacht blijft nodig –
• •
Zie achtergrondsheet voor overzicht acties en meerjarige ontwikkeling uitgaven
Voordeel uit eerdere jaren toegevoegd aan egalisatiereserve sociaal domein (0,4 miljoen) Eenmalige compensatie vanuit het Rijk
4
2. Financiële ontwikkelingen, maatregelen, declaraties N.a.v. toezegging aan de Raad • We werken zoveel mogelijk met de landelijke werkwijze/richtlijnen • Tijdigheid declaraties is nog nooit zo goed geweest (zie figuur 10 a,b,c bestuurlijke rapportage) • Veel aandacht voor tijdigheid vanuit gemeente •
•
Oorzaken te late declaraties divers • • •
•
Contractgesprekken, aanspreken individuele aanbieders, aanscherpen processen/richtlijnen Inhoudelijk (bijvoorbeeld bij de start van de zorg; plan moet worden afgestemd) Administratief/technisch probleem bij aanbieder (onvoldoende) aandacht van aanbieders
‘Voorspellen’ uitgaven blijft ingewikkeld door grote hoeveelheid jeugdigen en soms grote bedragen
5
3. Regionale inkoop jeugdhulp -
Mede n.a.v. ingetrokken motie jeugdhulp 02/10/2025
1. Planning regionale bestuurlijke afspraken en regiovisie 2. Tijdig declareren; verantwoorden (zie sheet 5) 3. Zicht op geleverde zorg en kwaliteit zorg 4. Onderzoeken A’damse werkwijze met huisartsenverwijzingen
6
3.1 Planning regionale bestuurlijke afspraken en regiovisie a) b) c) d) e)
f)
Wettelijk verplicht: regiovisie + gemeenschappelijke regeling (GR) Wat moet er in regiovisie en hoe tot stand komen? Wat moet de GR gaan doen? Bijzondere situatie A’dam-A’land: tegelijk voorbereiding inkoop Voorlopige regionale planning regiovisie en oprichting GR • tot mei 2026 > voorbereiding regiovisie en oprichting GR • mei – dec 2026 > besluitvorming colleges en raden • tot en met mrt 2027 > uitloop Oprichting GR altijd in twee stappen raad: zienswijze > besluit
7
3.3 Zicht op geleverde zorg en kwaliteit zorg •
Bestuurlijke rapportage 2x per jaar voor Raad (bijgevoegd) – – – –
•
Klachtenrapportage sociaal domein –
• • •
Soorten zorg/zorgvraag, resultaat zorg Ca 80% van de trajecten wordt succesvol afgesloten (zie o.a. figuur 6a en 6b rapportage) Voor lichtere hulp ca 85-90% succesvol Niet succesvol: een- of tweezijdig beëindigd aanbieder/gezin, verhuizing contact verwijzer Regulier met raad gedeeld (raadsgesprek september 2025 plus brief)
Aanbieders meten clientervaring en uitkomst, (regionale) ontsluiting is lastig Team jeugdhulpverlening Openbare rapporten inspecties (IGJ, IJV) 8
3.4 Onderzoeken Amsterdamse werkwijze huisartsenverwijzingen • • • •
Huisarts is wettelijk verwijzer, zelfstandig (Jeugdwet) Huidige samenwerking gemeente - huisartsen Aalsmeer Bestaande situatie en nieuwe werkwijze gemeente Amsterdam Amsterdamse en andere voorbeelden worden gebruikt bij vormen visie/beleid
9
Vragen?
10
Achtergrondsheet 1. Overzicht maatregelen Grip op jeugdhulp Extra acties om binnen begroting te blijven (inhoud/financiën gaan samen)
1. Huisartsen •
Maandelijkse monitoring; bijsturen met praktijkondersteuner huisarts jeugd GGZ (POH jeugd GGZ)
2. Gemeentelijke verwijzingen •
Maandelijkse monitoring, extra aandacht jeugdigen in kwetsbare positie, regie op zorgzwaarte- en lengte
3. Aanbieders: op casusniveau en overkoepelend • •
Aanbieders sturen extra op hoeveelheid zorg, snellere uitstroom, groeps- i.p.v. individueel aanbod Actieplannen ingediend, acties ingezet najaar 2025 en 2026
4. Complexe trajecten op casusniveau •
Versnelling/verbetering perspectief voor jeugdigen
Ook aandacht voor extra preventieve inzet, samenwerking met het (passend) onderwijs
11
Achtergrondsheet 2. Meerjarig financieel beeld uitgaven Jeugdhulp Naast inhoudelijke oorzaken komt een deel van de jaarlijkse stijging door indexatie 2019
2020
2021
2022
2023
2024
6
6,2
8
6,7
8,5
9,2
2025
x miljoen Realisatie Begroting
9,3
9,1 / 8,8
12
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Financieel - overzicht maatwerkdienstverlening 18- (jeugdhulp) Toelichting rapportage onderdeel Figuren (a en b) tonen de beschikbare middelen op basis van de begroting. Verder geeft figuur (a) de eindejaarsverwachting (EJV) weer voor het laatste jaar. Deze EJV is in figuur (c) uitgesplitst. De EJV is een optelsom van realisatie, verplichtingen en verwachte instroom op basis van rekenregels. Figuur (b) zet de EJV van het laatste jaar af tegen het voorgaande jaar en de begroting.
Begroting en eindejaarsverwachting (EJV) Onderdeel
Realisatie ten opzichte van begroting cumulatief begroot-2025
Bedrag
realisatie-2024
realisatie-2025
€ 10
€ 8.772.600
Eindejaarverwachting
€ 8.517.702
€8 €6
(x miljoen)
Aangepaste begroting
€4 €2 €0 € 2-
jan feb mr
figuur 1a
i l r c t p ap me jun ju aug se ok nov de
figuur 1b
Financien - uitsplitsing *
Duiding gegevens Begroot
EJV
% Afwijking EJV tov begroot
* bedragen x1000
Ambulante hulp
t
€ 5.414
€ 5.229
3%
Verblijf (excl. behandeling)
€ 936
€ 886
5%
Landelijk arrangement
€ 521
€ 508
3%
Verblijf (incl. behandeling)
€ 469
€ 873
-86%
Betaalovereenkomst
€ 431
€ 425
1%
PGB
€ 326
€ 260
20%
Crisis
€ 191
€ 187
2%
Dyslexie
€ 163
€ 148
9%
Werkwijze en Projecten
€ 100
€ 100
0%
Jeugd Onderwijs divers
€ 94
€ 135
-43%
Bedrijfsvoering en Overig
€ 82
€ 82
0%
Vervoer
€ 46
€ 42
9%
Totaal
€ 8.773
€ 8.518
3%
figuur 1c
1 van 10
De eindejaarsverwachting voor de drie taakvelden van de jeugdhulp komt voor 2025 0,25 miljoen lager uit dan de begroting. Dit is naast een voordeel dat over eerdere jaren is gerealiseerd, met name vanwege de overheveling van een client met een complexe zorgvraag naar een andere gemeente (0,4 miljoen). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve sociaal domein. Dit voordeel is niet zichtbaar in de cijfers in deze rapportage. De lagere eindejaarsverwachting heeft te maken met minder jeugdigen in ambulante zorg (ca 40-50 op een totaal van ca 600 jeugdigen met een lopende indicatie en ingezette zorg). Dit is o.a. terug te zien in de grootste categorie ambulante hulp. Er is wel een flinke stijging te zien bij verblijf inclusief behandeling (enkele jeugdigen extra met een verblijfsplek). Er wordt ook meer hulp ingezet in het speciaal onderwijs (categorie jeugd en onderwijs divers). We zien dat de extra inspanningen voor inhoudelijke en financiele Grip op jeugdhulp effect beginnen te sorteren. Tegelijk blijft de aandacht voor de financien noodzakelijk. Omdat de eindejaarsverwachting gebaseerd is op aannames en het soms om grote bedragen gaat wordt de begroting voor nu niet aangepast.
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Financieel - ontwikkeling kosten maatwerkdienstverlening 18- (jeugdhulp) Toelichting rapportage onderdeel Deze pagina toont de ontwikkeling van de totale kosten per verwijzertype (a) met daarnaast de ontwikkeling van de gemiddelde kosten per cliënt (b), steeds voor drie kalenderjaren. In figuur (c) staan de aantallen jeugdigen per zorgcategorie. De kosten van alle verwijzingen worden door de gemeente betaald (ongeacht de verwijzer).Figuur (d) toont de kosten per zorg-categorie per cliënt. Bij het laatste jaar is gerekend met de realisatie en verplichtingen (cijfers zijn daarmee indicatief).
Verwijzertype - ontwikkeling totale kosten (huidig jaar = o.b.v. realisatie t/m peildatum 31-12 plus verplichtingen)
Verwijzertype - ontwikkeling gemiddelde kosten per cliënt (huidig jaar = o.b.v. realisatie t/m peildatum 31-12 plus verplichtingen) gemiddelde per client
2023
2024
2025
Gemeente
3.389.915
3.716.707
3.638.495
Gemeente
10.694
11.161
11.195
Huisarts
2.239.810
2.455.837
1.727.222
Huisarts
3.739
4.227
3.387
Gecertificeerde instelling
1.192.718
1.083.957
924.373
Gecertificeerde instelling
28.398
31.881
38.516
Medisch specialist
229.898
833.764
552.318
Medisch specialist
5.747
16.675
10.830
Jeugdarts
325.370
373.922
265.505
Jeugdarts
11.220
8.696
6.322
2023
2024
2025
figuur 3a
figuur 3b
Verwijzertype - ontwikkeling aantal cliënten
Zorgcategorie - ontwikkeling gemiddelde kosten per cliënt per jaar per zorgcategorie (huidig jaar = o.b.v. realisatie t/m peildatum 31-12 plus verplichtingen)
aantal clienten
2023
2024
2023
2025
2024
2025
Gemeente
317
333
325
Ambulante hulp
6.070
6.588
5.190
Huisarts
599
581
510
Verblijf (excl. behandeling)
39.850
36.170
34.189
Gecertificeerde instelling
42
34
24
Verblijf (incl. behandeling)
85.039
80.310
97.076
Medisch specialist
40
50
51
Betaalovereenkomst
20.967
23.315
29.488
Jeugdarts
29
43
42
Landelijk arrangement
4.858
17.407
17.371
PGB
11.685
12.540
16.350
Dyslexie
2.208
2.615
2.256
Crisis
4.520
5.706
10.948
Jeugd onderwijs divers
4.345
5.027
6.760
Vervoer
2.894
2.264
2.972
figuur 3c
Duiding gegevens
figuur 3d (voorheen 2a)
Het verwachte voordeel ten opzichte van de totale begroting is ook terug te zien in de lagere totale kosten per verwijzer, gemiddelde kosten per client, aantal verwijzingen en de gemiddelde kosten per zorgcategorie. Bovenstaande cijfers zijn nog indicatief omdat we aannames moeten doen voor de instroom en nog te verwachten declaraties. De uitgebreide analyse wordt bij de jaarrekening weergegeven in de rapportage voor de raad. Met name bij de huisartsen is een daling van de verwachte kosten en het aantal jeugdigen te zien. Dit komt door extra inspanningen en acties van de huisartsen/praktijkondersteuner GGZ jeugd en de gemeente. De gemeente neemt ook verwijzingen van de huisartsen over na twee jaar; doet hier extra check op nut en noodzaak van de ingezette hulp. Het aantal gezinen en jeugdigen dat onder regie staat van de jeugdbescherming is de afgelopen jaren gedaald. Dat is positief nieuws. Wel zijn er aanhoudende zorgen voor de gezinnen die wel onder regie staan van de jeugdbescherming en het personeel vanwege de personeelstekoten bij de jeugdbescherming.
2/3 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Inhoud - aantal jeugdigen in zorg, instroom en uitstroom Toelichting rapportage onderdeel Deze pagina toont het aantal jeugdigen (a,b) en gezinnen (b) dat zorg heeft ontvangen in het betreffende jaar. Figuur (b) toont tevens het aantal jeugdigen dat zorg ontving als percentage van het totaal aantal jeugdige inwoners (0-18 jaar). Figuur (c) geeft de in- en uitstroom weer voor drie jaren, ofwel het aantal jeugdigen voor wie de hulp startte versus het aantal voor wie de hulp eindigde. In figuur (d) staat de ontwikkeling van het aantal jeugdigen per zorgcategorie in de drie jaren. De aantallen zijn ingedeeld op basis van de nieuwe zorgcategorien per 2022.
Aantal jeugdigen in zorg cumulatief 2025
2024
Totaal aantal jeugdigen in zorg per jaar
2023
1.000
Jeugdigen in zorg
800
% groei jeugdigen in zorg
600 400 200 0 jan feb mrt apr mei jun
jul aug sep okt nov dec
2021
2022
2023
2024
2025
908
909
996
992
859
0,11%
9,57%
-0,40%
-13,41%
% in zorg t.o.v. inwoners 18-
13,59%
13,57%
14,91%
15,01%
13,11%
Gezinnen met jeugdigen in zorg
772
777
855
854
756
figuur 4a
figuur 4b
Aantal jeugdigen instroom en uitstroom per maand
Totaal aantal jeugdigen in zorg uitgesplitst per zorgcategorie
Instroom
Uitstroom
2023
400 300 200 100 0 w1 w3 w1 w3 w1 w2 w4 w2 w4 w2 3/k 23/k 23/k 23/k 24/k 24/k 24/k 24/k 25/k 25/k 2 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
figuur 4c
2024
2025
Ambulante hulp
897
893
772
Dyslexie
78
78
68
Landelijk arrangement
21
32
23
Crisis
20
16
9
Vervoer
22
23
17
PGB
25
22
18
Verblijf (excl. behandeling)
23
25
25
Jeugd onderwijs divers
12
15
13
Betaalovereenkomst
12
12
12
Verblijf (incl. behandeling)
5
6
8
figuur 4d
Duiding gegevens Het aantal jeugdigen verwezen via de huisarts en gemeente ligt tot nu ca 40-50 jeugdigen lager dan in 2024. De cijfers zijn representatief t/m medio Q3. Bij de jaarrekening en verantwoording hebben we het definitieve beeld. De daling is mede het resultaat van de extra ingezette acties en aandacht vanuit de gemeente voor de instroom, hoeveelheid van ingezette zorg en de uitstroom. De acties zijn samen ingezet met o.a. huisartsen, aanbieders en jeugdbescherming.
4 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Inhoud - verdeling naar leeftijd, verwijzertype en zorgduur Toelichting rapportage onderdeel In figuur (a) staat de leeftijdsverdeling van jeugdigen ingedeeld in vijf categorieën over de afgelopen drie jaar en per leeftijdsjaar (c). Figuur (b) toont het percentage gestarte jeugdigen per verwijzertype en de ontwikkeling over twee jaar. In figuur (d) staat de gemiddelde zorgduur in dagen van alle duurzame en niet duurzame cliënten.
Leeftijdsverdeling van jeugdigen met indicaties gestart Verdeling percentage jeugdigen per verwijzertype met in een jaar indicaties gestart in een kwartaal 0-3
4-8
9-12
13-17
18+
100%
2%
1%
1%
80%
37%
38%
40%
Overig Gecertificeerde i...
60% 40%
Huisarts
Gemeente
100%
4%
3%
3%
3%
3%
2%
2%
80%
30%
30%
31%
31%
33%
33%
32%
53%
54%
53%
52%
50%
50%
50%
13%
13%
13%
14%
14%
14%
15%
60% 35%
34%
40%
32%
20% 20% 0%
23%
24%
22%
3%
3%
5%
2023
2024
0%
w1
4/k
2 20
2025
figuur 5a
4 3 3 1 2 w2 /kw /kw /kw /kw /kw 4/k 24 25 24 25 25 0 0 0 0 0 2 2 2 2 2
2 20
figuur 5b
Leeftijdsverdeling van jeugdigen met indicaties gestart Gemiddelde zorgduur (dagen) van uitgestroomde in 2025 cliënten per kwartaal zorgduur in dagen*
0 2
800
4 6
600
8 10
400
12 14
200
16 18
0
20 0
10
20
30
40
50
60
w1 w3 w1 w3 w1 w2 w4 w2 w4 w2 3/k 23/k 23/k 23/k 24/k 24/k 24/k 24/k 25/k 25/k 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 2 2 2 2 2 2 2 2
2 20
* data, voor zover beschikbaar, meegenomen vanaf 2015 figuur 5c
figuur 5d
Duiding gegevens 5a,b,c. Er zijn geen grote verschuivingen zichtbaar in de leeftijdscategorien, het percentage per type verwijzer en de leeftijdsverdeling. 5d. Er lijkt sprake van een daling van de gemiddelde zorgduur. Hier wordt actief op gestuurd; zowel op clientniveau tussen verwijzer en aanbieder als overkoepeldend in overleg met de (grotere) aanbieders. Of en hoeveel lager deze wordt, wordt geanalyseerd bij de jaarrekening/jaarverantwoording. Er is ook sprake van trends per kwartaal. Kwartaal 2 lag bijvoorbeeld in 2024 ook lager, dan bijvoorbeeld kwartaal 3 en 4. Het kan zijn dat de zorgduur in het najaar nog stijgt.
5 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Inhoud - resultaat jeugdhulp Toelichting rapportage onderdeel Figuur (a) toont voor drie jaren de resultaten van afgesloten indicaties zoals gerapporteerd door de aanbieder: volgens plan beëindigd (succesvol), voortijdig beëindigd door de jeugdige/ouders/voogd en of aan-bieder of anders (w.o. verhuizing). Reden onbekend heeft vaak te maken met een administratieve overzetting. Figuur (b) splitst die resultaten voor het laatste jaar uit per zorgcategorie. Figuur (c) toont de 5 aanbieders met de meeste succesvol afgesloten indicaties (met een minimale omvang van 25 indicaties) en figuur (d) de 5 aanbieders met de meeste voortijdig afgesloten trajecten.
Resultaat per afgesloten indicatie 100%
6%
11%
Procentuele verdeling afgesloten indicaties Anders
8%
80%
Vervoer
60%
Verblijf (incl. behandeling) 88%
82%
79%
40%
20%
0%
figuur 6a
Anders Volgens plan Voortijdig afgeslot...
20%
Volgens plan 60%
Voortijdig afgesloten 20%
100%
Verblijf (excl. behandeling)
20%
70%
10%
Landelijk arrangement
6%
83%
11% 20%
5%
7%
13%
Jeugd onderwijs divers
80%
2023
2024
2025
Dyslexie
100%
Crisis
11%
89%
Betaalovereenkomst
50%
50%
Ambulante hulp
15%
76%
8%
figuur 6b
Duiding gegevens De resultaten van de trajecten verschillen weinig met de laatste rapportage. Overall wordt ca 80%-90% van de hulptrajecten succesvol afgerond. Voor de lichtere hulpvragen ligt het percentage succesvol rond de 90%. Als een traject niet succesvol wordt afgerond kan het gezin afstemmen met de aanbieder en verwijzer over de overgebleven hulpvraag.
Bij de meeste zorgcategorien gaat het om minder dan 25 jeugdigen die zorg ontvangen in een jaar. Het aantal afgesloten trajecten is vaak nog lager. Het aantal niet succesvolle trajecten is dus absoluut vaak een klein getal. Het percentage is soms wel hoger daardoor. 6 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Inhoud - wachttijd Toelichting rapportage onderdeel Figuur (a) toont de wachttijd van gestarte indicaties per zorgcategorie. Figuur (b) toont de wachttijd in weken in vier categorieën per verwijzertype. Figuur (c) toont de 5 aanbieders met het hoogste percentage indicaties buiten de (landelijke) norm van 10 weken.
Percentage gestarte indicaties per wachttijdcategorie 0-4 weken
5-8 weken
9-10 weken
> 10 weken
Ambulante hulp
81%
6%
2%
10%
Betaalovereenkomst
75%
Crisis
100%
Dyslexie
54%
20%
Jeugd onderwijs divers
87%
7%
Landelijk arrangement
100%
n.v.t.
100%
Verblijf (excl. behandeling)
89%
Verblijf (incl. behandeling)
100%
Vervoer
66%
25%
4%
22% 7%
11%
3%
31%
figuur 7a
Percentage gestarte indicaties per wachttijd per verwijzer 0-4 weken > 10 weken Huisarts
5-8 weken
9-10 weken
88%
4%1%6%
Gemeente
71%
Overig
77%
9% 2% 12%
Gecertificee...
82%
5%13%
0%
20%
40%
9% 3% 17%
60%
80%
100%
figuur 7b
Duiding gegevens De wachttijden in bovenstaande cijfers zijn grotendeels gelijk aan 2024. Wachttijd is hierbij gedefinieerd als de tijd tussen het afgeven van een verwijzing door een verwijzer en feitelijke start van de zorg. De wachttijden zijn indicatief en de beleving hiervan is ook afhankelijk van de situatie van de jeugdigen en ouders. De doorlooptijd bij een verwijzer is niet meegenomen in bovenstaande cijfers. Als er sprake is van een problematische wachttijd wordt met de (beoogde) aanbieder en verwijzer gekeken naar of ander aanbod sneller beschikbaar is. Of en hoe de wachttijd overbrugd kan worden. Soms is al diagnostiek mogelijk, zijn er handvatten te geven of is er al digitaal of groepsaanbod beschikbaar. Het al starten van een deel van de hulp kan wel het beeld van de wachttijden vertroebelen. Ook zien we dat verwijzers soms nog niet verwijzen als er een lange wachttijd is (en verder zoeken naar beschikbare hulp). In bovenstaande cijfers is er dan nog geen sprake van wachttijd. De wachttijden bij dyslexie en vervoer (naar jeugdhulp; geen leerlingenvervoer) lijken een administratieve reden te hebben. Sinds het najaar van 2023 is via de website https://beschikbaarheidswijzer.nl/ het preventief en specialistisch jeugdhulpaanbod inzichtelijk (Kies: jeugdhulp, Aalsmeer/Amstelveen). De website is openbaar toegankelijk, maar nu nog wel primair voor verwijzers.
Er kan onder andere op leeftijdsdoelgroep en expertise van de aanbieder worden gezocht. De globale wachttijden per aanbieder zijn daar ook inzichtelijk.
7 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Inhoud - zorgaanbieders Toelichting rapportage onderdeel Figuur (a) toont het cumulatief aantal aanbieders per jaar verdeeld over het jaar. Figuur (b) toont het aantal aanbieders betrokken bij een jeugdige in zorg over drie jaren. Omdat onderaannemers hierin niet altijd meetellen, is in werkelijkheid het aantal aanbieders per kind hoger.
Aantal zorgaanbieders dat zorg heeft geleverd in een jaar 2025
2024
Aantal betrokken aanbieders bij een jeugdige in een jaar *
2023
120 100 80 60
2023
2024
2025
1 zorgaanbieder
63%
62%
60%
2 zorgaanbieders
24%
24%
25%
3 zorgaanbieders
8%
9%
9%
4 zorgaanbieders
4%
3%
4%
5 zorgaanbieders
1%
1%
1%
100%
100%
100%
40 20
Totaal
0 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec figuur 8a
* exclusief eventuele onderaannemers figuur 8b
Duiding gegevens Het aantal zorgaanbieders dat zorg levert is gestegen ten opzichte van vorig jaar. Met de huidige inkoop kunnen aanbieders toetreden als ze voldoen aan de inkoopvoorwaarden. Dat is regelmatig ook noodzakelijk vanwege de wettelijke plicht voor gemeenten om een dekkend zorglandschap te hebben. Bij de nieuwe inkoop wordt gekeken hoe we omgaan met de hoeveelheid aanbieders. Het is wel zo dat de grootste hoeveelheid jeugdigen bij een veel beperkter aantal aanbieders zit. Het contact van de gemeente daarmee is veel intensiever; zowel op uitvoerend niveau als op beleids- en contractmanagementniveau. Zo zijn er bijvoorbeeld elk kwartaal gesprekken over de inhoudelijke, financiele en administratieve indicatoren.
8 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Control - tijdigheid berichten verzoek om toewijzing, start en stop zorg Toelichting rapportage onderdeel Figuur (a) toont voor drie jaren het aantal indicaties per zorgcategorie met meer dan twee maanden vertraging tussen verzoek om toewijzing (VOT) door de aanbieder en start zorg. (c) toont voor de afgelopen periode het aantal ontijdige start resp. stop zorg berichten.
Percentage indicaties met meer dan twee maanden vertraging VOT na start zorg
2023
2024
2025
Ambulante hulp
4%
7%
2%
Landelijk arrangement
8%
17%
18%
Crisis
5%
17%
0%
Verblijf (excl. behandeling)
25%
33%
0%
Vervoer
14%
0%
0%
Verblijf (incl. behandeling)
50%
0%
50%
Jeugd onderwijs divers figuur 9a
0%
Percentage start en stop zorg berichten met vertraging meer dan 2 maanden start zorg
stop zorg
40% 30% 20% 10%
2024-jan 2024-feb 2024-mrt 2024-apr 2024-mei 2024-jun 2024-jul 2024-aug 2024-sep 2024-okt 2024-nov 2024-dec 2025-jan 2025-feb 2025-mrt 2025-apr 2025-mei 2025-jun 2025-jul 2025-aug 2025-sep
0%
figuur 9c
Duiding gegevens 9a. Voor de grootste zorgcategorie ambulante jeugdhulp is het percentage startzorgberichten dat administratief te laat is ten opzichte van het verzoek om toewijzing van de aanbieder gedaalt. 9c. Ten opzichte van de geldigheid van de indicatie is een percentage van ca 20/30 procent te laat. Dat is niet wenselijk, maar wel verklaarbaar. Bij de startzorgberichten komt dit o.a. doordat aanbieders een plan moeten maken voordat ze de hoeveelheid zorg kunnen aanvragen. Bij de stop zorg komt dit o.a. doordat aanbieders een indicatie nog niet afsluiten omdat er een kans is dat het gezin nog hulp nodig heeft nadat de zorg is afgesloten. Regelmatig zijn er ook uitdagingen bij aanbieders in de IT. Ook bij de gemeente was het afgelopen jaar sprake van een vertraging bij de verwerking van de administratie/inhoudelijke beoordelingen. 9 van 10
10-okt-2025
v1.06
Bestuurlijk Verantwoordingsrapportage Jeugd - gemeente Aalsmeer - 2025 Control - tijdigheid declaraties Toelichting rapportage onderdeel Figuur (a) toont voor de afgelopen periode per maand het percentage te laat ingediende, maar uiteindelijk wel goedgekeurde declaraties. Figuur (b) toont voor dezelfde periode per maand te laat gedeclareerde cumulatieve bedrag. Figuur (c) toont het aantal per maand te laat ingediende, maar uiteindelijk wel goedgekeurde declaraties per categorie “te laat” in maanden. Figuur (d) toont welke vijf aanbieders het grootste bedrag te laat declareerden in dit jaar. Om inzicht te krijgen in reeds gemaakte kosten is het essentieel dat aanbieders bij zijn met hun administraties tijdig de declaraties indienen over zorg die reeds heeft plaatsgevonden.
Percentage declaraties te laat aangeleverd per maand Declaratiebedrag te laat aangeleverde declaraties per (meer dan 120 dagen) maand (meer dan 120 dagen) 40%
€ 150.000
30%
€ 100.000
20% € 50.000
10%
figuur 10a
2025-sep
2025-jan 2025-mrt 2025-mei 2025-jul
2023-sep 2023-nov 2024-jan 2024-mrt 2024-mei 2024-jul 2024-sep 2024-nov
2023-jan 2023-mrt 2023-mei 2023-jul
2025-jul
2025-sep
2025-mei
2025-jan
2025-mrt
2024-nov
2024-jul
2024-sep
2024-mei
2024-jan
2024-mrt
2023-nov
2023-jul
2023-sep
2023-mei
2023-mrt
€0 2023-jan
0%
figuur 10b
Aantal declaraties aangeleverd per categorie "te laat" in maanden Per jaar, zelfde aantal maanden 2023
2024
2025
4-6
478
330
262
7-12
566
277
139
13-18
95
47
16
>18
6
5
figuur 10c
Duiding gegevens Het percentage declaraties dat op tijd is aangeleverd is nog nooit zo hoog geweest. Dit geldt ook voor het bedrag dat op tijd was. Dit is ook het gevolg van verbeteringen door de gemeente in het administratief proces. Hoe minder sprake er is van te laat gestuurde beschikkingen en declaraties, hoe beter en tijdiger we zicht hebben op de kosten. Ook op deze administratie wordt gestuurd in de contractgesprekken met onze partners. In het najaar van 2025 wordt de werkwijze rond de tijdigheid van de administratie aangescherpt. Bij het inschatten van de verwachte kosten (het ramen) worden aannames gedaan over o.a. het aantal jeugdigen per zorgcategorie en het gemiddelde bedrag per jeugdige per zorgcategorie. Het blijft daarmee een verwachting.
10 van 10
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 24/09/2025 09:20:19 CEST ID: bfbb4575-6989-4d87-861c-e2ffac327234 Auth: Scribble
RAADSVOORSTEL
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) 23/09/2025 21:25:26 CEST ID: bfbb4575-6989-4d87-861c-e2ffac327234 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z25-081788
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
L.E. van der Pal 06-39802648 lisanne.van.der.pal@aalsmeer.nl Kernorganisatie Aalsmeer
23 september 2025 wethouder mr. L.B. Kabout
Onderwerp
Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
1. 2.
De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 vast te stellen; De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2018 in te trekken.
Samenvatting
In de programmabegroting van 2025 heeft het college de ambitie om in 2025 de Algemene Subsidieverordening (ASV) te vernieuwen, vastgesteld. De huidige ASV stamt uit 2018 en dient geactualiseerd te worden. Doel
Het beschikken over een subsidieverordening die voldoet aan de nieuwste inzichten op het gebied van gemeentelijke subsidieverlening, met aandacht voor lokaal maatwerk. Prestatie
De definitieve versie van de Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 vast te stellen en de Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2018 in te trekken. Voorgeschiedenis en context
In de programmabegroting van 2025 heeft het college de ambitie vastgesteld om in 2025 de Algemene Subsidieverordening (ASV) te vernieuwen. De huidige ASV stamt uit 2018 en dient geactualiseerd te worden. Daarnaast heeft de Rekenkamer in 2025 een onderzoeksrapport naar subsidies gepubliceerd waarin als aanbeveling is opgenomen om de ASV te herzien. Op basis van de aanbevelingen van de Rekenkamer, het VNG-model, gesprekken met verschillende organisaties en de Adviesraad Sociaal Domein is een nieuwe ASV opgesteld. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
Aalsmeer wil beschikken over een verordening die aansluit bij de nieuwste inzichten op het gebied van gemeentelijke subsidieverlening, waaronder bijvoorbeeld het voorkomen van fraude en het kunnen inzetten van een subsidieplafond als algemene weigeringsgrond. Daarbij heeft de Aalsmeerse Rekenkamer advies uitgebracht over het vaststellen van een nieuwe verordening. NB: Alle wijzigingen in de nieuwe ASV met nadere toelichting op de veranderingen, zijn zichtbaar in bijlage 2 bij dit besluit
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 3
Keuzemogelijkheden/alternatieven
Er kan voor worden gekozen om de ASV niet te actualiseren. Dit is echter in strijd met de ambities van het college en de aanbevelingen van de Rekenkamer. Ook sluit Aalsmeer dan niet aan bij de nieuwe VNG-model voor de subsidieverordening, waarin de nieuwste inzichten over het verlenen van subsidies door gemeenten zijn verwerkt. Participatie
De wijzigingen die zijn opgenomen in de ASV zijn tot stand gekomen door veranderingen in de modelverordening vanuit de VNG, de aanbevelingen vanuit de Rekenkamer en de uitkomsten van de participatie. Hierbij blijft altijd een risico dat het VNG de modelverordening opnieuw aanpast of dat de gewenste wijzigingen vanuit de Rekenkamer of de participatie niet in de praktijk niet geheel uitpakken zoals bedoeld. De inschatting is echter dat dit laatste niet het geval is en Aalsmeer met deze nieuwe verordening voldoet aan de nieuwste inzichten vanuit de VNG. De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 heeft van 10 juli 2025 tot en met 14 september 2025 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Kantekeningen en risico’s
De wijzigingen die zijn opgenomen in de ASV zijn tot stand gekomen door veranderingen in de modelverordening vanuit de VNG, de aanbevelingen vanuit de Rekenkamer en de uitkomsten van de participatie. Hierbij blijft altijd het risico dat het VNG de modelverordening aanpast of dat de gewenste wijzigingen vanuit de Rekenkamer of de participatie niet uitpakken zoals bedoeld. Financiën
Het vaststellen van de Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 heeft geen financiële conse quenties. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 zal in de volgende vergaderingen worden besproken: - 16 oktober 2025 – Beeldvormende commissie - 30 oktober 2025 – Oordeelsvormende commissie - 13 november – Besluitvormende raad Na besluitvorming wordt de verordening op de hiervoor bestemde en wettelijk vastgestelde plaatsen gepubliceerd. Evaluatie
Vanaf 2027 zal tweejaarlijks worden gekeken of de ASV nog actueel is of dat deze aanpassingen vereist. Duurzaamheidsaspecten
Niet van toepassing. Bijlagen
Bijlage 1 – Subsidieverordening Bijlage 2 – Was-wordt-lijst Bijlage 3 - Subsidieformulier
De secretaris,
De voorzitter,
Pagina
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
3 van 3
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Aalsmeer;
gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 23 september 2025, zaaknummer Z25-081788;
Besluit
1. 2.
De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2026 vast te stellen; De Algemene Subsidieverordening Aalsmeer 2018 in te trekken.
Aldus besloten in de openbare vergadering van. De griffier,
De voorzitter,
H.R.E. Hofland
mr. G.E. Oude Kotte
[.docx] 101/F105/ICT
Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: •
bestemmingsreserve: reserve van de subsidieontvanger waaraan een concrete bestemming is verbonden;
•
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;
•
de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);
•
egalisatiereserve: algemene reserve, reserve van de subsidieontvanger waaraan als bestemming het dekken van exploitatierisico’s is verbonden;
•
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatsteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de
bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); •
jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of per boekjaar of voor een bepaald aantal kalenderjaren of boekjaren ten behoeve van voortdurende activiteiten aan een subsidieontvanger worden verstrekt;
•
jaarrekening: jaarrekening bestaande uit de balans, de exploitatierekening en de toelichtingen op de balans en de exploitatierekening;
•
onderneming: eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
•
projectsubsidie: eenmalige subsidie, subsidie ten behoeve van incidentele projecten of activiteiten van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van te voren bepaalde tijd subsidie verstrekt;
•
raad: gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer;
•
Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
•
wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 2 Toepasselijkheid van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college. 2. Bij nadere beleidsregels kan van deze verordening worden afgeweken, maar niet van de artikelen 3, 9 en 13. 3. Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd kan het college afwijken van de bepalingen van deze verordening. Artikel 3 Subsidiebevoegdheid en nadere subsidieregels
1. Het college kan subsidies als bedoeld in artikel 4:21 van de wet verstrekken met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en – indien de begroting nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd – onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2. Het college kan nadere beleidsregels vaststellen die bepalingen bevatten met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten, de personen of instellingen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen, het subsidieplafond en de wijze waarop de beschikbare gelden worden verdeeld. 3. Nadere beleidsregels kunnen bepalen dat de subsidie kan worden vastgesteld zonder voorafgaande verleningsbeschikking, alsmede dat afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing is. 4. Het college draagt zorg voor interne toetsing van subsidieaanvragen en de tussentijdse monitoring op gesubsidieerde instelling. Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3.
Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Artikel 5. Subsidieplafonds 1. De raad stelt jaarlijks de financiële kaders voor subsidiëring vast in de programmabegroting.
2. Het college kan subsidieplafonds vaststellen binnen de financiële kaders van de raad. In dat geval bepaalt zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 Tijdvak van subsidies 1. Het tijdvak waarvoor een subsidie wordt verleend is maximaal vier jaar. 2. Een meerjarige subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat de raad jaarlijks voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld. Artikel 7 Aanvraag 1. Het college schrijft het gebruik van een aanvraagformulier voor. 2. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. de doelen of resultaten die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten daaraan kunnen bijdragen en in welke mate deze zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan; d. voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die aanvraag;
e. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve en/of de bestemmingsreserve(s) op het moment van de aanvraag; f. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf € 100.000 de meest recente jaarrekening als bedoeld in artikel 2:361 Burgerlijk Wetboek en artikel 4:76 van de wet. Indien een jaarrekening ontbreekt een verslag inzake de financiële positie gewaarmerkt door het bestuur; g. voor zover het gaat om een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf € 100.000 een overzicht van de bezoldiging van de directie en bestuurders naar functie; h. als de subsidieaanvrager een onderneming is: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen, in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; 1. een volledig ingevulde en ondertekende de-minimis-verklaring. 2. Subsidieaanvragers kunnen de subsidieaanvraag schriftelijk wijzigen of intrekken voordat de verlening plaatsvindt. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Artikel 8 Aanvraag- en beslistermijnen 1.
Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie, wordt uiterlijk 1 oktober voor het begin van het betrokken jaar ingediend. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk vóór het begin van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 3. Het college kan de subsidieaanvrager op diens schriftelijke gemotiveerd verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag. 4. Het college kan een beschikking op een aanvraag voor de duur van maximaal dertien weken verdagen.
5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 9 Weigeringsgronden 1. Een subsidie wordt in elk geval geweigerd voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of; b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Een subsidie kan in elk geval worden geweigerd: a. voor zover de subsidieontvanger op enigerlei wijze handelt in strijd met de fundamentele rechtsbeginselen; b. voor zover de te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met een wettelijke regeling; c. voor zover activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijk beleid dan wel het college de belangenafweging maakt dat de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben; d.
voor zover activiteiten zich niet in hoofdzaak richten op de gemeente of haar inwoners, tenzij de subsidie wordt gedekt door een specifieke uitkering van het Rijk die mede is bestemd voor andere gemeenten; e. voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen; f. voor zover bepaalde groepen van deelname worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van het college geen nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie; g. als de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde verplichting niet nakomt of als hij niet voldoet aan een daar gestelde voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen; h. indien het subsidieplafond is bereikt;
i. de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten; j. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; k. de aanvrager voor dezelfde activiteiten subsidie ontvangt van een ander bestuursorgaan; l. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; Artikel 10 Verplichtingen subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 2. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 50.000 informeert de subsidieontvanger het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c.
wijzigingen van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. d. de laatst vastgestelde jaarrekening en een overzicht van de bezoldiging van de directie en de bestuurders. 3. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan € 50.000 behoeft de subsidieontvanger toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. 4. Bij een jaarlijkse subsidie van meer dan €50.000 stelt de subsidieontvanger in overleg met de gemeente doelstellingen op die bij aanvraag en vaststelling van de subsidie worden meegenomen in het activiteitenplan en het inhoudelijke verslag.
5. De subsidieontvanger verstrekt het college op verzoek die inlichtingen, die zij voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de subsidie noodzakelijk achten. 6. De subsidieontvanger verleent op verzoek medewerking aan de rekenkamer (functie) bij elk onderzoek dat door dit orgaan wordt uitgevoerd en geeft een volledig inzicht in alle gevraagde informatie en documenten. 7. Het college kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting verbinden dat de subsidieontvanger in publicaties, persberichten en presentaties aangeeft dat de activiteiten mede tot stand zijn gekomen dankzij een financiële bijdrage van de gemeente Aalsmeer. 8. Het college kan aan een beschikking tot subsidieverlening ook andere verplichtingen verbinden dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet, als ze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 9. Het college kan bij nadere beleidsregels verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Artikel 11 Egalisatiereserve en bestemmingsreserve 1.
Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderjaar of boekjaar verstrekte subsidie van meer dan € 50.000 een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de wet vormt. 2. Is een jaarlijkse subsidie verleend voor een in de loop van een kalenderjaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet de gehele subsidie nodig was, dan kan de aanvrager het college verzoeken een egalisatiereserve of bestemmingsreserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Artikel 12 Voorschotten 1. Op een verleende subsidie kunnen voorschotten worden verleend voordat ze is vastgesteld. 2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in de verleningsbeschikking de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
Artikel 13 Wijzigen en intrekken van de subsidie 1. Als na de verlening blijkt dat de subsidieverstrekking een steunmaatregel vormt die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt de subsidie gewijzigd of ingetrokken.
Artikel 14 Aanvraag tot vaststelling 1. Een aanvraag om vaststelling van een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar wordt uiterlijk op 1 juni na het betrokken jaar ingediend. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Een aanvraag om vaststelling van een projectsubsidie of een jaarlijkse subsidie per boekjaar dat afwijkt van een kalenderjaar wordt ingediend uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Het college beschikt hierop uiterlijk dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Het college kan de aanvrager op diens schriftelijke verzoek uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling voor de duur van maximaal vier weken. 3. Het college kan een beschikking op een aanvraag voor de duur van maximaal vier weken verdagen. 4. Bij nadere beleidsregels kunnen andere termijnen worden vastgelegd.
Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 10.000 1. Een subsidie van niet meer dan € 10.000 kan bij verlening direct ambtshalve worden vastgesteld. 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van het college aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht, hoe deze hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden. 3. Het college behoudt de bevoegdheid om achteraf te controleren en om verantwoording te vragen. Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot € 100.000
1. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 10.000 doch ten hoogste € 100.000 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en hoe de activiteiten hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen; en b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. Bij nadere beleidsregels kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 100.000 1. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 100.000 gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en hoe de activiteiten hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen; b. financieel verslag; c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak en een toelichting daarop; en d. een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant; e. als een subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, legt hij deze jaarrekening tevens over. 2. Bij nadere beleidsregels kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel 18 Betaling en verrekening 1.
Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht. 2. Het college kan aan de gemeente verschuldigde bedragen terzake van huur of andere verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, verrekenen met de te betalen subsidiebedragen. Artikel 19 Hardheidsclausule 1. Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2 en 3, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die
bepalingen voor de aanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding met de betrokken bepalingen dient te doelen. 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel 20 Intrekking De Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2018 wordt ingetrokken. Artikel 21 Overgangsrecht Voor subsidieaanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2018 zijn werking behouden. Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Artikel 23 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Aalsmeer 2026.
Algemene Subsidieverordening 2026
Was Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Wordt Artikel 1. Definities
Artikel 2. Toepasselijkheid van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen. 2. Bij nadere regels kan van deze verordening worden afgeweken, maar niet van de artikelen 3, 8 en 12. 3. Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten, die mede door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college afwijken van deze verordening.
Artikel 2 Toepasselijkheid van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college. 2. Bij nadere beleidsregels kan van deze verordening worden afgeweken, maar niet van de artikelen 3, 9 en 13. 3. Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd kan het college afwijken van de bepalingen van deze verordening.
Artikel 3. Subsidiebevoegdheid en nadere regels 1. Het college kan subsidies als bedoeld in artikel 4.21 van de Awb verstrekken met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2. Het college kan nadere regels vaststellen die bepalingen bevatten met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten, de personen of instellingen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen, het subsidieplafond en de wijze waarop de beschikbare gelden worden verdeeld.