Agendabundel
Tekst van het document
Info@asd-aalsmeer.nl
Toelich�ng: Op pagina 6 benoemt u de groepen waar u in de Aalsmeerse WoonWelzijnZorgVisie aandacht aan wil besteden. Naast ouderen en mensen met een beperking noemt u als 5e groep “Mantelzorgers”. Echter deze groep komt verder niet terug in de volgende hoofdstukken en thema’s en ac�es. Wij adviseren u een paragraaf aan “Mantelzorg” te besteden. Advies 4: Invoegen op pagina 10 na “Dreigende economische dak- en thuislozen” Mantelzorg De vraag naar mantelzorg neemt tot 2040 alleen maar verder toe, onder andere door de vergrijzing, maar ook omdat Rijksoverheid de s�jging van zorgkosten wil beperken. Dat betekent dat mantelzorgers wellicht vaker dan nu intensief moeten helpen en dat werkenden en gepensioneerden vaker mantelzorg moeten gaan geven. Nu al combineren 2 miljoen Nederlanders werk en mantelzorg. Vanuit arbeidsmarktperspec�ef s�muleert de overheid dat meer mensen gaan werken c.q. meer uren gaan werken. Vanuit zorgperspec�ef hebben we echter ook mensen nodig die �jd maken voor mantelzorg; er wordt dus in toenemende mate van twee kanten aan ze getrokken. (zie: htps://www.scp.nl/publica�es/publica�es/2023/09/28/meer-integrale-visie-op-mantelzorg-nodig)
Invoegen op pagina 17 Thema 2 De opsomming aanvullen met: versterking van mantelzorgondersteuning Dit doen we door: • Gebruiksvriendelijke en toegankelijke openbare ruimte • Bereikbare voorzieningen in de buurt. • Gezamenlijke inzet op de sociale basis • Inzet op ontmoeten • Versterking van mantelzorgondersteuning Invoegen op pagina 18 vóór kopje “Inzet op ontmoeten” Versterking mantelzorgondersteuning “Mantelzorg overkomt je. Vrijwel iedereen krijgt er in de loop van het leven mee te maken”. Met naar verhouding steeds minder jongeren en steeds meer ouderen én krapte op de arbeidsmarkt, is duidelijk dat de formele (betaalde) zorg niet alle zorg kan leveren die in de toekomst nodig is. De samenleving zal een deel van deze taken voor zijn rekening moeten nemen. We zullen weer terug moeten transformeren van een individualis�sche samenleving naar een zorgzame samenleving, waar omzien naar elkaar en elkaar helpen weer gewoon wordt. Mantelzorgers vervullen daarin een centrale rol omdat zij het dichtst bij de zorgvragen staan. Gelet op de druk op de arbeidsmarkt en het gegeven dat kinderen en ouders tegenwoordig niet meer in hetzelfde dorp blijven wonen zal er ook een beroep op het
4
Info@asd-aalsmeer.nl
netwerk gedaan gaan worden, de informele zorg. We willen een zorgzame samenleving én een economie die blij� draaien. Mantelzorg vraagt dan ook flexibiliteit van de werkgever, maar ook ondersteuning van de gemeente. Ac�e: We herijken het mantelzorgbeleid zoals toegezegd in de Strategienota Sociaal Domein. Bij deze herijking houden we rekening met de demografische ontwikkelingen in de komende 10 jaar en willen we de totale groep mantelzorgers in beeld proberen te krijgen. We hebben dus, onder andere, aandacht voor jonge mantelzorgers, ouders met kinderen met een beperking, inwoners die voor hun nog jonge zieke partner zorgen, mantelzorgers van dementerenden en informele zorg door buren en vrienden. We zeten ons gezamenlijk in om het informele netwerk passend en duurzaam in hun kracht te zeten en begeleiden professionals hoe hiermee om te gaan. Ac�e: Sommige mantelzorgers dreigen overbelast te rake door de langdurige zorg voor hun naaste. Respijtzorg d.m.v. dagbesteding, door het �jdelijk overnemen van de zorgtaak of door een �jdelijke opname in een verpleeghuis kan de mantelzorger weer even lucht geven en de kans geven om op adem te komen waarna hij/zij de mantelzorgtaak weer op zich kan nemen. We onderzoeken de mogelijkheden naar uitbreiding van dagbesteding, naar prak�sche mantelzorgondersteuning en naar een structureel aanbod van respijtzorg. 5.
Intramurale verpleeghuiszorg en VPT Toelich�ng: Zorggroep Aelsmeer maakt zich zorgen over de toekomst van de verpleeghuiszorg bij eventuele nieuwbouw door Habion. In de visie is reeds een passage opgenomen dat de gemeente het van groot belang acht dat de intramurale verpleeghuisplekken binnen Aalsmeer gehandhaafd blijven ook bij eventuele nieuwbouwplannen. Dit wil zeggen dat ook in de presta�eafspraken van de gemeente met Habion deze plaatsen opgenomen moeten worden zodat bij vergunningverlening bij nieuwbouw hier ook naar verwezen kan worden. Op verzoek van Zorggroep Aelsmeer adviseren wij aan de bestaande tekst op pagina 15 nog een zin toe te voegen. Advies 5: Vervang laatste zin in het eerste blok bovenaan bladzijde 10 in: De gemeente Aalsmeer vindt het wenselijk deze uit te breiden, om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen realis�sch te houden. De gemeente he� regie op het aantal (geclusterde) woningen, het Zorgkantoor stuurt op zorg (intramuraal, VPT, etc.) Advies 6: Tekst op pagina 15 over “verpleeghuisplekken” aanvullen met: Ook wanneer nieuwbouw of verbouw gaat plaatsvinden op de loca�e van de huidige verpleeghuizen. 6. Inzet van technologie (pagina 20) Advies 6: Laatste ac�epunt over inzet Digitale Overheid aanvullen met:
5
Info@asd-aalsmeer.nl
(in de bibliotheek en, outreachend, op andere plekken waar senioren elkaar ontmoeten). 7. Arbeidsmarktproblema�ek (pagina 20/21) Advies 7: Voeg een ac�epunt toe over taallessen voor zij-instromers. Ac�epunt: We gaan taallessen organiseren voor anderstaligen zodat zij vervolgens deel kunnen nemen aan de opleiding voor zij-instromers. 8. Tekstuele aanpassingen In de tekst ziten nog de nodige taal, s�jl en typefouten. Deze nemen we niet mee in dit inhoudelijke advies, maar tre� u aan in de kantlijn van bijgaand document. Advies 8: Neem waar nodig de sugges�es over m.b.t. taal en s�jl. 9. Gezamenlijke monitoring en sturing Toelich�ng: Gemeenten zijn de regisseur in de brede maatschappelijke opgave om mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. De sleutel ligt in de samenwerking met verschillende publieke en private partners zoals woningcorpora�es, zorgkantoren, organisa�es voor zorg en welzijn en (sociale) projectontwikkelaars. Het bij elkaar brengen van de benodigde par�jen en kennis is een grote opgave. Par�jen willen wel samenwerken, maar die samenwerking komt niet vanzelf van de grond. Dat is de afgelopen �jd ook wel gebleken. Bij het ontwikkelen van de WoonWelzijnZorgVisie had de gemeente de regierol. Zij betrok de verschillende relevante organisa�es bij het opstellen van deze visie.
Nu komen we in de fase van het maken van (presta�e)afspraken met elkaar. Samen met de samenwerkingspartners kan worden besloten tot ‘gezamenlijk’ eigenaarschap van de WoonWelzijnZorgVisie. Dit betekent dat par�jen samen afspraken maken over ieders rol in het proces van de uitvoering. In hoeverre de Adviesraad daar nog een rol bij hee� willen we bekijken als in de eerste bijeenkomst van de Begeleidingsgroep over de randvoorwaarden en het mandaat afspraken worden gemaakt. We zien uw uitnodiging voor de Begeleidingsgroep dan ook met belangstelling tegemoet.
6
Reactie op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein op: Wonenwelzijnzorgvisie Aalsmeer 2025-2028, met actiepunten Datum: 3 december 2024 Zaaknummer: Z24-123661 1. Algemene opmerking vooraf De Adviesraad doet naast de inhoudelijke adviezen, een aantal voorstellen. Hieronder hebben we naast deze voorstellen onze reactie opgenomen. Voorstel ASD Uitdagingen zoals de dubbele vergrijzing waar deze visie o.a. het hoofd aan moet bieden zullen de komende 10 tot 15 jaar op ons af komen. Geef de visie een looptijd tot medio 2040.
Reactie College Het college heeft in deze Wonenwelzijnzorgvisie zowel een visie als concrete acties willen opnemen. Waar het visie-gedeelte makkelijk een langere tijdsspanne mee zou kunnen gaan, is het opportuun om met concrete acties niet te ver vooruit te kijken. Daarom heeft het college gekozen voor een tijdsspanne van 2025-2028, hoewel wij het met de Adviesraad eens zijn dat het aannemelijk is dat voor Aalsmeer na 2028 eenzelfde visie op Wonen, welzijn en zorg aan de orde is. Daarmee zou in 2028 mogelijk alleen een update van concrete acties belang zijn.
1
2. Adviezen Adviesraad De Adviesraad heeft opmerkingen en/of adviezen gegeven op de Wonenwelzijnzorgvisie. Hieronder hebben we naast de opmerkingen/adviezen onze reactie opgenomen. Blz. 10
Opmerking Op pagina 10 worden in één adem genoemd de mensen met een verstandelijke beperking en de mensen met GGZproblematiek. Ons advies is beide groepen apart te benoemen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben doorgaans geen GGZproblematiek en mensen met GGZ-problematiek zijn niet verstandelijk beperkt. Daarbij komt dat de verwijzing en behandeling van beide groepen niet vergelijkbaar zijn. Mensen met een verstandelijke beperking worden in Aalsmeer veelal opgevangen en begeleid door Ons Tweede Thuis, hetzij intramuraal hetzij extramuraal (met begeleiding vanuit OTT).
Advies Mensen met een verstandelijke beperking worden in één adem genoemd met de mensen met GGZproblematiek. Benoem de groepen afzonderlijk van elkaar.
Reactie College Overgenomen.
15
Mensen met een verstandelijke beperking worden in Aalsmeer veelal opgevangen en begeleid door Ons Tweede Thuis, hetzij intramuraal hetzij extramuraal (met begeleiding vanuit OTT). Voor deze groep mensen is het belangrijk dat zij onderdeel zijn van de maatschappij, oftewel de wijk. Onderdeel zijn van een zorgzame gemeenschap waar zorg, welzijn, werk en wonen bij elkaar komen en waar mensen met en zonder beperking met elkaar wonen en voor elkaar klaarstaan.
Voeg een 3e aandachtsstreepje toe: Integratie in de wijk te bevorderen voor mensen met een beperking door middel van passende huisvesting.
Overgenomen: geïntegreerd in tweede aandachtsstreepje.
2
7
Aalsmeer zoekt al actief naar mogelijkheden om eigen inwoners bij dreigende dakloosheid in Aalsmeer zelf op te vangen (denk aan Thijsselaan).
15
Besteed in de visie ook aandacht aan eigen inwoners die economisch dakloos worden.
6
Op pagina 6 benoemt u de groepen waar u in de WoonWelzijnZorgVisie aandacht aan wil besteden. Naast ouderen en mensen met een beperking noemt u als 5e groep “Mantelzorgers”. Echter deze groep komt verder niet terug in de volgende hoofdstukken en thema’s en acties.
Voeg toe: De gemeente is er voor iedere burger en we gunnen iedereen een passende woonplek. Het is een wettelijke taak van de gemeente om op te komen voor de zwakkeren in de samenleving. Indien inwoners van Aalsmeer door omstandigheden economisch dakloos worden is het wenselijk dat zij in de eigen gemeente opgevangen en begeleid worden. Aalsmeer dient in 2026 te beschikken over betaalbare, soms tijdelijke, (éénpersoons) woningen voor deze groep. Bij benadering zal het gaan om 6 éénheden. De gemeente spant zich al in om dit te realiseren. In 2025 zal dit tot resultaat moeten leiden. Voeg een actiepunt toe bij thema 1: De gemeente wil dat eigen inwoners die economisch dakloos worden, in de eigen gemeente kunnen worden opgevangen. Zij spant zich in om uiterlijk in 2026 een aantal (veelal tijdelijke) wooneenheden te hebben gerealiseerd. Besteed in verschillende paragraven, oa. op pagina 10, 17 en 18 aandacht aan mantelzorgers. Vertaal dit in concrete acties op pagina 18.
Opgenomen in andere tekstvorm. Het college heeft zich ook de afgelopen jaren ingespannen voor woningen voor economisch daklozen. Het college blijft zich inspannen voor passende woningen voor deze doelgroep, waarbij momenteel vooral woningen voor gezinnen van belang blijken.
Zie voorgaande punt.
Toelichting opgenomen in een voetnoot. (Mantelzorgbeleid is opgenomen in de strategienota sociaal domein. De gemeente voert een herijking van het mantelzorg-beleid uit (tevens doelmatigheidsonderzoek zoals verzocht door 3
10
15
20
20/21
Zorggroep Aelsmeer maakt zich zorgen over de toekomst van de verpleeghuiszorg bij eventuele nieuwbouw door Habion. In de visie is reeds een passage opgenomen dat de gemeente het van groot belang acht dat de intramurale verpleeghuisplekken binnen Aalsmeer gehandhaafd blijven ook bij eventuele nieuwbouwplannen. Dit wil zeggen dat ook in de prestatieafspraken van de gemeente met Habion deze plaatsen opgenomen moeten worden zodat bij vergunningverlening bij nieuwbouw hier ook naar verwezen kan worden.
Op verzoek van Zorggroep Aelsmeer adviseren wij aan de bestaande tekst op pagina 10 nog een zin toe te voegen. “De gemeente Aalsmeer vindt het wenselijk deze uit te breiden, om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen realistisch te houden. De gemeente heeft regie op het aantal (geclusterde) woningen, het Zorgkantoor stuurt op zorg (intramuraal, VPT, etc.).” Op verzoek van Zorggroep Aelsmeer adviseren wij aan de bestaande tekst op pagina 15 nog een zin toe te voegen. ‘ook wanneer nieuwbouw of verbouw gaat plaatsvinden op de locatie van de huidige verpleeghuizen. Laatste actiepunt over inzet Digitale Overheid aanvullen met: (in de bibliotheek en, outreachend, op andere plekken waar senioren elkaar ontmoeten).
Voeg een actiepunt toe over taallessen voor anderstaligen zodat zij vervolgens kunnen deelnemen aan de opleiding voor zijinstromers.
gemeenteraad). Hierop vooruit lopen door concrete acties op te nemen is niet opportuun. Tekst aangepast; Het College heeft contact gehad met Zorggroep Aelsmeer en de betreffende tekst (pagina 11) aangepast. Ook pagina 15 is aangepast.
Niet overgenomen. Conform de bibliotheekvisie wordt in ieder geval binnen de bibliotheek Inzet Digitale Overheid vormgegeven, daarnaast gaan we bekijken of we dat kunnen verruimen. Niet overgenomen. Sympathiek idee, de gemeente biedt echter aan zowel inburgeringsplichtigen als aan inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn de mogelijkheid aan om Nederlandse taal lessen te volgen tot op B2 niveau. Als 4
zij zich melden bij het Taalhuis worden zij hiermee verder geholpen.
3. Afsluitende opmerking Adviesraad Voorstel ASD Gemeenten zijn de regisseur in de brede maatschappelijke opgave om mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. De sleutel ligt in de samenwerking met verschillende publieke en private partners zoals woningcorporaties, zorgkantoren, organisaties voor zorg en welzijn en (sociale) projectontwikkelaars. Het bij elkaar brengen van de benodigde partijen en kennis is een grote opgave. Partijen willen wel samenwerken, maar die samenwerking komt niet vanzelf van de grond. Dat is de afgelopen tijd ook wel gebleken. Bij het ontwikkelen van de WoonWelzijnZorgVisie had de gemeente de regierol. Zij betrok de verschillende relevante organisaties bij het opstellen van deze visie. Nu komen we in de fase van het maken van (prestatie)afspraken met elkaar. Samen met de samenwerkingspartners kan worden besloten tot ‘gezamenlijk’ eigenaarschap van de WoonWelzijnZorgVisie. Dit betekent dat partijen samen afspraken maken over ieders rol in het proces van de uitvoering. In hoeverre de Adviesraad daar nog een rol bij heeft willen we bekijken als in de eerste bijeenkomst van de Begeleidingsgroep over de randvoorwaarden en het mandaat afspraken worden gemaakt. We zien uw uitnodiging voor de Begeleidingsgroep dan ook met belangstelling tegemoet.
Reactie College Het College heeft er begrip voor dat de Adviesraad haar rol wil bezien naar aanleiding van de eerste bijeenkomst van de begeleidingsgroep en stelt het op prijs dat de Adviesraad hieraan wil deelnemen. We organiseren op de korte termijn een eerste bijeenkomst.
5
{{signer1}} 14/01/2025 14:59:06 CET
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: ee965dcf-8e40-413e-83b8-58896d6e75d9 Auth: Scribble
MEMO RAAD
{{signer2}} 14/01/2025 12:33:41 CET
Signed By: Simonse, P. (Petra) <petra.simonse@aalsmeer.nl> ID: ee965dcf-8e40-413e-83b8-58896d6e75d9 Auth: Scribble
{{signer3}}
{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan
Betreft
leden raad Burgemeester en wethouders 14 januari 2025 college, griffie, voorlichting
Beantwoording technische vragen PvdA inzake de Wonenwelzijnzorgvisie 1. Levensloopbestendige woningen – Wat houdt dit concept precies in? Wat zijn de technische en praktische vereisten voor deze woningen? P15 In de praktijk is een dergelijke woning in potentie bruikbaar voor een volledige levensloop, al dan niet met enkele kleine aanpassingen op maat, zoals een beugel aan de muur van het toilet. Deze woningen zijn toegankelijk en bruikbaar voor een bewoner met een rollator. Dit betekent dat in nieuwe woningen alle essentiële voorzieningen (keuken, wc, badkamer, woonkamer en één slaapkamer) zich op één etage bevinden, drempelloos zijn, bereikbaar per lift of grondgebonden zijn. 2. Digitale hulpmiddelen – Welke specifieke digitale hulpmiddelen worden bedoeld? Betreft het hier technologieën zoals apps, sensoren, of digitale assistentie onder beheer van de gebruiker? P22 Bij digitale zorg gaat het om 'slimme' zorgtechnologie, die verbonden is met internet en werkt met een app of andere software. Voorbeelden zijn een tablet voor beeldbellen met het wijkteam of een medicijndispencer met check op afstand. 3. Domotica – Wat wordt er precies bedoeld met domotica in deze context? Welke technologieën of systemen vallen hieronder en onder wie valt het beheer? P22 De term (zorg)domotica wordt gebruikt om woninggebonden en gebouwgebonden zorgtechnologie aan te duiden.
Voorbeelden als beweegsensoren en camera’s zijn in principe min of meer woninggebonden. Deze moeten worden bevestigd in een woning, aan de muur of aan het plafond. Andere voorbeelden zijn slimme verlichting of gordijnen die je op afstand kan openen. 4. Community building, ook wel bekend als samenlevingsopbouw, – Welke specifieke modellen of initiatieven worden hiermee bedoeld? Hoe ziet de professionele ondersteuning eruit in de praktijk? Gemeenschappen zijn de basis van sterke en leefbare buurten. In Aalsmeer is er van oudsher een sterke gemeenschapszin. De gemeente kan een rol spelen bij het versterken van die gemeenschapszin door bijvoorbeeld de inzet van het maatschappelijk- en welzijnswerk, het faciliteren van ontmoetingsmogelijkheden en het stimuleren van vernieuwende woonzorgconcepten voor kwetsbare groepen. Dit kunnen wij alleen samen met lokaal actieve organisaties op het vlak van zorg, welzijn en wonen. 5. Begeleidingsgroep – Wie maakt deel uit van de begeleidingsgroep? Wat zijn hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden? Hoe wordt de voortgang gemeten? P28
[.docx]
Pagina
2 van 2
Voor de begeleidingsgroep zijn de volgende partijen uitgenodigd: Adviesraad Sociaal Domein, Amstelring, Ons Tweede Thuis, Eigen Haard, Habion, GGZ Ingeest, Huurdersvereniging Aalsmeer Kudelstaart, Mantelzorg En Meer, Zorg en Zekerheid, HAGRO, Participe, Vrijwilligerscentrale Amstelland, Zorggroep Aelsmeer, Zorgcentra Meerlanden, Amstelland Zorg. Wij zijn dankbaar voor de betrokkenheid van onze partners en het feit dat de opgaven waar we voor staan wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Met de vaststelling van de visie door de gemeenteraad komt de focus nu nog meer dan al het geval is, te liggen op de implementatie van beleid en vertaling naar concrete projecten en inzet. De begeleidingsgroep ziet toe op de uitvoering en zorgt voor blijvende betrokkenheid en samenwerking. De directe betrokkenheid van inwoners krijgt de komende periode extra aandacht. De gemeenteraad wordt jaarlijks via een raadsbrief geïnformeerd over de stand van zaken. 6. Woningen voor zorgpersoneel – Wat wordt bedoeld met de "zusterflats" als woningen voor zorgpersoneel? Wat is het concrete doel en hoe wordt dit gefinancierd? P28 Arbeidstekorten in de zorg zorgen nu al voor een aanzienlijke uitdaging die naar verwachting de komende jaren alleen maar zal toenemen.
Een lokaal goed opleidingsaanbod voor zorgpersoneel in combinatie met een passende en betaalbare woning kan een onderdeel zijn van de aanpak en ervoor zorgen dat zorgmedewerkers zich voor de lange termijn aan Aalsmeer binden. 7. Financiële stimulansen – Wat voor financiële stimulansen worden geboden aan ouderen die willen doorstromen naar een andere woning? Zijn er subsidies of regelingen? P20 Voor bewoners die in een sociale huurwoning van Eigen Haard wonen, bestaat de Van Groot naar Beterregeling. Dit betekent dat je met voorrang in aanmerking komt voor een passende, levensloopbestendige woning. Voor bewoners in een particuliere huurwoning of met een koopwoning willen we dit jaar een pilot ‘Financieel verhuisadvies’ gaan uitrollen. We willen zo de doorstroom stimuleren door een deel van de kosten van een financieel advies in het geval van een verandering in woonsituatie (géén hypotheekadviseur) te subsidiëren. Daarnaast zetten we de komende jaren vol in op het bouwen van levensloopbestendige appartementen in Aalsmeer. 8. Transparantie naar de gemeenteraad – Hoe wordt transparantie gegarandeerd? Wat is de frequentie van rapportages en welke informatie wordt precies gedeeld? Jaarlijks in het najaar sturen wij een raadsbrief, waarin wij de voortgang rapporteren van de uitvoering van de acties uit de Wonenwelzijnzorgvisie.
Voor elke actie zullen wij beschrijven hoe ver wij zijn gevorderd. Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga mr. G.E. Oude Kotte Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
INSPRAAKREACTIE OP DE WONENWELZIJNZORGVISIE DOOR JAAP OVERBEEK NAMENS DE ADVIESRAAD SOCIAAL DOMEIN DD. 16 JANUARI 2025. Goedenavond, Ik mag vanavond inspreken namens de Adviesraad Sociaal Domein, waarvan ik de afgelopen 8 jaar voorzitter ben geweest en waarvan ik deze week de voorzittershamer heb overgedragen aan Jan Dreschler. Ik ben blij dat op de valreep van mijn voorzitterschap deze WonenWelzijnZorgvisie vastgesteld gaat worden. Vier jaar geleden waren wij op een congres waarin de demografische ontwikkeling van Nederland werd belicht. De minister van VWS opende daar zijn speech met de stelling: “In 2040 treft u achter elke 5e voordeur straks een 75 plusser aan.” Betekent dit dat de vergrijzing een probleem van de toekomst is? Geenzins reeds nu lopen we tegen de grenzen van de zorg aan, met wachtlijsten voor de verpleeghuizen, personeelstekorten in de zorg etc. Als gevolg van de naoorlogse geboortegolf zal de samenleving de komende decennia alleen maar verder vergrijzen. Eerst na 2040 zal deze vergrijzing stabiliseren. Het aantal 65-plussers zal oplopen van 3,1 miljoen naar 4,8 miljoen. Het aantal mensen met de diagnose dementie zal verdubbelen van 154.000 naar 330.000. Geldt deze landelijke trend ook voor Aalsmeer? Ja, Aalsmeer verschilt niet zoveel van het Nederlandse gemiddelde al zullen de verschillen per wijk anders zijn.
NieuwOosteinde is gemiddeld jonger dan Aalsmeer-Centrum. Het aantal 65-plussers in Aalsmeer zal stijgen van 4950 naar 7930 in 2040 (waarvan 2000 met een mobiliteitsbeperking). Het aantal 85-plussers zal verdubbelen naar 1180 in 2040. Het aantal mensen met dementie stijgt van 600 naar 1300. Het beroep op de WMO-zorg, hulp bij het huishouden, begeleiding en dagbesteding zal navenant toenemen met de groei van de vergrijzing. Het standpunt van de portefeuillehouder Financiën verwoord in de Kadernota, dat de bezuinigingstaakstelling primair gevonden moet worden in de gemandateerde taken (lees WMO en Jeugdzorg) staat haaks op deze ontwikkeling en leidt dan ook tot extra alertheid bij de Adviesraad. De vergrijzing heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt. Het aantal niet-werkenden ten opzichte van het aantal werkenden zal teruglopen van 1 op de 3 naar 1 op 2. Dat dit gevolgen heeft voor de werkenden in de zorg behoeft geen betoog. Het benodigde aantal werkenden in de zorg ten opzichte van het aantal werkenden neemt toe van 1 op 7 naar 1 op 4. Dat gaat de arbeidsmarkt niet trekken. Het Ministerie heeft bepaald dat het aantal verpleeghuisplekken niet zal toenemen de komende jaren. Voor Aalsmeer blijft deze op het aantal van 200 plekken.
Deze verpleeghuisplekken zullen ten minste behouden moeten blijven om te voorkomen dat Aalsmeerse senioren hun laatste levensfase buiten Aalsmeer zullen moeten doorbrengen. Dat het aantal verpleeghuisplekken niet toe zal nemen betekent dat inwoners die zorg nodig hebben deze dus veelal thuis zullen ontvangen (Volledig pakket Thuis). Kunnen deze mensen ook allemaal zelfstandig thuis blijven wonen in de woning waar zij nu wonen of zal er anders gebouwd moeten worden? Heeft de vergrijzing alleen gevolgen voor het sociaal domein? Nee, ook het fysieke domein zal mee moeten bewegen. Zorg dat ontwikkelaars seniorenwoningen opnemen in hun bouwprogramma’s. Eén op de drie nieuwbouwwoningen moet speciaal geschikt zijn voor senioren.
In de Taskforce Wonen en Zorg en later de Koplopersgroep WWZ hebben partijen uit de zorg, welzijn en woningcorporaties nagedacht over deze ontwikkelingen en met elkaar onder leiding van Companen de WonenWelzijnZorgvisie opgesteld. Er zal de komende jaren anders gebouwd moeten worden, meer woningen dicht bij voorzieningen (op rollatorafstand). De samenleving zal moeten veranderen van de individualistisch ingestelde samenleving naar een zorgzame samenleving waarin men als buren naar elkaar omziet en elkaar helpt. De gemeente Amstelveen heeft recent beleid op het gebied van dementie, Aalsmeer moet het doen met een visie uit 2015. Actualisatie van de visie samen met Ellen Carels van de Ontmoetingsgroep Irene is hard nodig. Mantelzorg, informele zorg en Welzijnswerk, als lief-en-leedstraten, ontmoeting en activiteiten, zullen belangrijk worden “welzijn voorkomt zorg”. Het vermeende “recht op zorg” zal moeten veranderen in “een morele plicht tot ondersteuning”. Is het alleen maar kommer en kwel? Nee, de vergrijzing biedt ook kansen. Veel mensen bereiken in een goede conditie hun pensioengerechtigde leeftijd. De toename van het aantal senioren vergroot ook het potentieel vrijwilligers en mantelzorgers in deze doelgroep.
Dat gaat niet vanzelf, de gemeente zal dit moeten faciliteren met goede mantelzorgondersteuning en het organiseren van informele zorg zoals voorzorgcirkels en andere vormen van omzien naar elkaar. In deze WonenWelzijnZorgvisie worden de eerste lijnen uitgezet. Het geeft nog niet de oplossing voor alle problemen, maar wel een aanzet om als gemeente samen met de partijen uit het veld een weg in te slaan waarin ieder op zijn vakgebied een bijdrage gaat leveren om de samenleving zo goed mogelijk te bedienen bij deze zorgvraag. De Adviesraad staat dan ook achter de voorliggende WonenWelzijnZorgvisie.
Inspreken WoonWelzijnZorgvisie dd 16 januari 2025 Dank dat ik kan inspreken op de WoonWelzijnZorgvisie. Ik spreek hier namens de Klankbordgroep Belangenbehartiging Senioren Aalsmeer / Kudelstaart. Dat is een groep ouderen die zich al ruim 15 jaar maandelijks inzet voor onderwerpen als wonen, zorg en welzijn Dat is heel breed, van ervaringen met het WMO-loket, problemen met wonen, informatie vinden over zorgaanbod of gemeentelijke regelingen, toegankelijkheid openbare ruimte of moeilijkheden met het openbaar vervoer. Ook persoonlijke zaken als omgaan met ziekte en palliatieve zorg komen aan de orde. Gesignaleerde problemen worden onder de aandacht gebracht van Participe, gemeentelijke beleidmakers of de HAK, Huurdersvereniging Aalsmeer Kudelstaart van Eigen Haard. Ook zijn er korte lijntjes met de Advies Raad Sociaal Domein of Zorggroep Aelsmeer. De onderwerpen die beschreven worden in de WoonWelzijnZorgvisie zijn gesneden koek voor deze betrokken personen. Uiteraard hebben we in maart 2023 enthousiast deelgenomen aan de Conferentie Sociaal Domein en we onderschreven de algemene conclusies van de conferentie die verwoord zijn in de StrategieNota Sociaal Domein van december 2023. Waarvan voor ons de belangrijkste conclusies waren: de noodzaak van een duidelijke regierol voor de gemeente en het realiseren van kleinschalige ontmoetingsplekken in alle wijken Nu ligt er het vervolg.
De WoonWelzijn Zorgvisie. Er staat veel in. Veel bekende zaken, veel goede voornemens. Erg veel over wonen. Logisch, want dat is de eerste voorwaarde voor Welzijn. En alom bekend: Welzijn voorkomt zorg Maar vervolgens zijn wij heel teleurgesteld over de welzijns-uitwerking. Terecht wordt opgemerkt dat er veel gebeurt. Onze gemeente beschikt over een goed georganiseerde gemeenschap met een hoge organisatiegraad. Maar wel ieder op diens eigen eilandje. Samenwerken zou nog veel meer kunnen opleveren. Als actiepunt wordt bij het hoofdstuk Vitale wijken aangegeven dat er geinvesteerd blijft worden in lokale initiatieven gericht op gemeenschapszin. Immers, lees ik , de basis voor vitale wijken is de mogelijkheid voor inwoners om elkaar te ontmoeten en kontakt te leggen, ongeacht of ze een ondersteuningsvraag hebben of niet Essentieel daarvoor is een vaste, fysieke ontmoetingsplek in de wijk waar bewoners altijd terecht kunnen voor een kopje koffie, een gesprek, informatie zoeken of deelnemen aan activiteiten. Zo’n vaste plek is onontbeerlijk wil je écht het ontmoeten in onze wijken vormgeven. En dan bedoelen we jong en oud. We kunnen dat een buurthuis noemen, of een Huis-vande-buurt, of een buurthuiskamer. Daar kunnen alle generaties en buurtbewoners ongeacht afkomst, opleiding , sexe elkaar ontmoeten en actief worden.
In alle rapporten over toekomstbestendige buurten worden deze fysieke plekken genoemd. Deze Buurthuizen noem ik ze maar. Dan is het treurig om als actiepunt na de prachtige theoretische inleiding te lezen ( ik citeer, blz 19) Enkele betrokken partijen nemen het initiatief om gezamenlijk te verkennen in hoeverre er mogelijkheden zijn voor het realiseren van nieuwe kleinschalige ontmoetingsplekken in Aalsmeer en Kudelstaart, zonder dat dit in eerste instantie om een extra financiële bijdrage vraagt van de gemeente
Nou, dat schiet niet echt op!!! Waar blijft de regierol van de gemeente? Waar blijven de buurthuizen, de fysieke ontmoetingscentra in de wijken? Dit is achteroverleunen en wachten tot anderen het oppakken zonder een duidelijke beleidsvisie op zorgzame buurten en wijken, essentieel om onze samenleving toekomstbestendig te maken. Ik zou de fracties willen vragen: staan jullie achter dit uitgangspunt? Vinden jullie dit voldoende ambitieus? Ik kan u melden dat de Klankbordgroep deze visie teleurstellend vindt. Wij roepen u op om werk te maken van kleinschalige ontmoetingsplekken in alle wijken. De gemeenteraad is hier aan zet. Zorg voor beleid, neem de regie en maak onze wijken toekomstbestendig." Dank u wel ---------------------------------------------------Janny Oosterloo Klankbordgroep Belangenbehartiging Senioren Aalsmeer / Kudelstaart -----------------------------------------------------
{{signer1}} 04/12/2024 19:41:32 CET
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: d7665b20-c80c-4a82-b523-d883de9ddac8
RAADSVOORSTEL
Auth: Scribble
{{signer2}} 04/12/2024 14:52:32 CET
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: d7665b20-c80c-4a82-b523-d883de9ddac8 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z24-112581
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Irene Karssen 020-5404209 i.karssen@amstelveen.nl Sociale Voorzieningen
19 november 2024 wethouder W. Kikkert
Onderwerp
Wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
Het wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 vast te stellen. Samenvatting Doel
De Wmo-verordening is duidelijk voor inwoners en in lijn met uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Prestatie
De Wmo-verordening wordt aangepast door het vaststellen van het wijzigingsbesluit. Voorgeschiedenis en context
De huidige Wmo-verordening is opgesteld in 2016. Op onderdelen is deze aangepast, bijvoorbeeld bij het instellen van het abonnementstarief of de wijze waarop de hoogte van een PGB wordt vastgesteld. Op een aantal andere onderdelen is de verordening echter verouderd en onvolledig waardoor er een risico is op verschillen bij het indiceren en op vertraging bij de afhandeling. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een aantal uitspraken gedaan die van invloed zijn op de verordening. Ook wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele tekstuele aanpassingen te doen. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
1.1 de termen ‘Algemeen gebruikelijke voorziening’ en ‘gebruikelijke hulp’ zijn geconcretiseerd In de Wmo 2015 staat dat het college een maatwerkvoorziening kan toekennen voor zover de beperking niet met een algemeen gebruikelijke voorziening of gebruikelijke hulp kan worden verminderd of weggenomen. Dit zijn ruime begrippen die kunnen zorgen voor verschillende interpretaties bij het stellen van de indicatie. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep inmiddels een aantal uitspraken heeft gedaan om een algemeen gebruikelijke voorziening te concretiseren. Deze inzichten en uitspraken zijn verwerkt in de begripsomschrijving en verdere teksten. 1.2 De CRvB heeft een stappenplan opgesteld voor het stellen van een indicatie. De CRvB heeft een stappenplan opgesteld dat gevolgd moet worden bij het stellen van de indicatie. Deze stappen werden altijd al door de indicatieadviseurs gezet, soms in wisselende volgorde, maar deze stappen stonden niet voldoende in de verordening benoemd. Door de stappen expliciet te benoemen in de verordening ontstaat meer duidelijkheid voor de inwoners.
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 2
1.3 Aspecten van eigen kracht die beoordeeld worden door het college zijn toegevoegd aan de verordening Recente jurisprudentie in de Jeugdwet zegt dat de aspecten van eigen kracht die beoordeeld moeten worden een raadsaangelegenheid zijn. Naar verwachting gaat dit ook voor de Wmo gelden. We anticiperen hierop door deze aspecten alvast in de verordening te verwerken. In de werkwijze van de indicatieadviseurs wordt altijd de gehele situatie van de client beoordeeld, deze werkwijze verandert niet. Keuzemogelijkheden/alternatieven
Veruit de meeste wijzigingen zijn een gevolg van recente jurisprudentie. Als deze wijzigingen niet worden doorgevoerd, ontstaat ruimte voor discussie met mogelijk rechtszaken tot gevolg. Participatie
De wijzigingen zijn technisch van aard of het gevolg van jurisprudentie. De uitvoeringspraktijk wijzigt niet. Daarom is geen participatietraject gevolgd. Kanttekeningen en risico’s
n.v.t. Financiën
De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de financiën. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
Na besluitvorming door de raad wordt de verordening gepubliceerd. Het wijzigen van de verordening heeft ook gevolgen voor de beleidsregels. Deze worden na besluitvorming door de raad aan het college aangeboden. Evaluatie
n.v.t. Duurzaamheidsaspecten
n.v.t. Bijlagen
1. Wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 2. Was-wordt overzicht
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Aalsmeer;
gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 25 november 2024, zaaknummer Z24-112581; gelet op artikel 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a van de Wet; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Besluit
het wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 februari 2025. De griffier,
De voorzitter,
Mw. H.R.E. Hofland
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
[.docx] 101/F105/ICT
Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot wijziging van het Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017
Zaaknummer: Z24-112581
De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024; gelet op artikel 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gezien het advies van Sociale voorzieningen; besluit: Artikel I Het Verordening maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2017 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. onderdeel b wordt vervangen door: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau; 2. Onderdeel s wordt toegevoegd: Professionele zorgverlener: Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb. 3. Onderdeel t wordt toegevoegd: Hulp uit sociaal netwerk: De hulp die geboden wordt door iemand die hier niet voor opgeleid is en/of hoort tot het sociale netwerk (familie, vrienden, buren enz.) 4.
Onderdeel u wordt toegevoegd: Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Dit betreft de 'normale', dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Uitgangspunt is dat de huisgenoten samen verantwoordelijk zijn voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over die de aanvrager van een Wmovoorziening zelf niet (meer) kan uitvoeren. Wanneer het overnemen van alle huishoudelijke taken niet haalbaar is, wordt alleen gecompenseerd voor de huishoudelijke taken die een huisgenoot niet over kan nemen. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend, maar heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als van jongere huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het bieden van gebruikelijke hulp. De gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening. In de beoordeling van de noodzaak tot ondersteuning wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van gebruikelijke hulp.
Pagina
2 van 5
B. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Lid 1 wordt vervangen door: 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk na de melding en voor zover nodig: a) De hulpvraag van de cliënt b) De behoeften, beperkingen, zelfredzaamheid, participatie, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; c) Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; d) De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijk maatschappelijke ondersteuning e) De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; f) De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g) De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; h) De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; i) De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorziening in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; j) de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; k) welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4. van de wet naar schatting verschuldigd zal zijn; l) of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de mogelijkheden en voorwaarden van het Pgb. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid naar het vierde en vijfde lid, wordt een tweede en derde lid toegevoegd: 2. Na het onderzoek als bedoeld in het eerste lid, concludeert het college welke compensatie nodig is in de vorm van een maatwerkvoorziening. 3. Indien het onderzoek door het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de in te zetten maatwerkvoorzieningen, kan het college specifieke deskundigheid inzetten om tot een conclusie te komen. C.
Onder vernummering van artikel 6 en verder naar 7 en verder, wordt een nieuw artikel 6 toegevoegd: Beoordeling eigen kracht Het college beoordeelt de eigen kracht aan de hand van de volgende elementen: a) Het hebben van huisgenoten; b) In hoeverre mantelzorg de nodige hulp en ondersteuning kan bieden;
Pagina
c) d) e) f) g) h) i) j)
3 van 5
Het hebben van een sociaal netwerk en de bereidheid van dit netwerk om te helpen; Of sprake is van (boven)gebruikelijke hulp en hoe dit wordt vastgesteld; Vaardigheden en mogelijkheden om de hulp te bieden; Beschikbaarheid om de hulp te bieden; Mate van planbaarheid van de benodigde zorg; Het ontstaan van overbelasting; Het relevante normenkader; en Overige individuele omstandigheden die worden ingebracht.
D. 1. Artikel 8, eerste lid wordt vervangen door: 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid van artikel 7, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd: 2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de wet kan niet eerder worden gedaan dan nadat het onderzoek door het college (na ontvangst van de melding/het verzoek om Wmo-ondersteuning) is uitgevoerd, tenzij het onderzoek van het college niet is uitgevoerd binnen de wettelijke 6 weken termijn E.
Artikel 9 wordt vervangen door: Criteria voor maatwerkvoorzieningen 1. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het onderzoek als bedoeld in artikel 7 als uitgangspunt. 2. Alle mogelijkheden van de cliënt om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek eerst beoordeeld. 3. Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op de voorgaande leden en met inachtneming van het beleidsplan op grond van artikel 2.1.2. van de wet in elk geval de volgende criteria: a. Een aanspraak op een adequate andere voorziening op grond van een andere regeling is voorliggen op een aanspraak op een maatwerkvoorziening. b. Er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang; c. er is geen sprake van normale maatschappelijke kosten of van een algemeen gebruikelijke voorziening; d.
Het college kan besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een voorziening als het college van oordeel is dat de inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van de voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. e. het college kent in beginsel de goedkoopst adequate voorziening toe; f. Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. 4. De gemeente kan een voorziening in een algemene ruimte weigeren als de (brand)veiligheid in gevaar komt. 5. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen en de toegang en toelatingseisen tot een maatwerkvoorziening.
F.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
Pagina
4 van 5
a.
Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb: i. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte maatwerkvoorziening noodzakelijk was; ii. het persoonsgebonden budget bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. b. In het derde lid, sub a en b, eerste zin, wordt het eerste woord ‘van’, vervangen door ‘-‘ c. Aan het derde lid wordt, onder vernummering van onderdeel c naar onderdeel d en nieuw onderdeel c toegevoegd: een hoog uurtarief - 85% van het gemiddelde tarief van de voorziening in natura - voor een Pgb voor een dienst wanneer de budgethouder voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maakt van een professionele zorgverlener; d. Lid 5 wordt toegevoegd: Het college kent, in aanvulling op het eerste lid, een persoonsgebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat: a) cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk, danwel zijn pgb vertegenwoordigers, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zaken dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
b) is gemotiveerd dat een cliënt een persoonsgebonden budget wenst; c) is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden passend, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. d) het vaststellen van bovenstaande voorwaarden gebeurt aan de hand van een pgb-plan dat bij de eerste aanvraag ingediend moet worden en door onderzoek van het college. 3. Lid zes wordt toegevoegd: a) Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan het inkopen van zorg of ondersteuning en mag niet aangewend worden voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, feestdagenuitkering, reiskosten, bemiddelings- en coördinatietaken alsmede ondersteunings- of administratiekosten in verband met het Pgb. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. b) De zorgverlener mag niet tegelijkertijd pgb-vertegenwoordiger zijn, tenzij het college hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. G. Aan artikel 13, eerste lid, sub a wordt toegevoegd na ‘voorzieningen’: , voor een rolstoelvoorziening en voor de maatwerkvoorziening Begeleid Thuis. H. In artikel 23 komt ‘2017’ te vervallen.
Artikel II Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2025.
Pagina
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 februari 2025. De griffier,
De voorzitter,
H.R.E. Hofland
mr. G.E. Oude Kotte
5 van 5
Onderwerp
Algemeen gebruikelijk
Was
Wordt
Art. 1 onderdel b: Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal Art. 1, onderdeel b: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;
Aanpassing in de toelichting
Uitleg tbv gemeenteraad
Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met het aanschaffen van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Dit betekent dat iedereen deze voorziening zelf moet bekostigen én dat een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. Het verstrekken van dergelijke voorzieningen op grond van de Wmo is dan niet redelijk en strookt niet met de doelstelling van de wet. Wat algemeen gebruikelijk is wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen. Deze zijn aan verandering onderhevig. In de tijd kan een voorziening die eerst niet als algemeen gebruikelijk werd gezien wel algemeen gebruikelijk worden. Het aanbod en de prijzen van voorzieningen in gewone winkels speelt hierbij een rol, maar ook jurisprudentie (uitspraken van rechters).
De CRvB heeft in een uitspraak meer invulling gegeven aan het begrip Algemeen gebruikelijke voorziening: Dit is een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is Voorbeelden van een algemeen gebruikelijke voorziening zijn een tandem, openbaar vervoer, thermostatische kranen en het lid zijn van een en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op vereniging of club. minimumniveau. Indien een algemeen gebruikelijke voorziening met aanpassingen een adequate oplossing biedt voor een probleem komen, in overeenstemming met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, alleen de aanpassingen in aanmerking voor vergoeding.
Begripsomschrijving: professionele zorgverlener en hulp uit sociaal netwerk
Art. 1, onderdeel s: Professionele zorgverlener: Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb.
Er is een nadere uitleg gegeven van deze begrippen zodat dit voor de inwoner duidelijk is.
Art. 1, onderdeel t: Hulp uit sociaal netwerk: De hulp die geboden wordt door iemand die hier niet voor opgeleid is en/of hoort tot het sociale netwerk (familie, vrienden, buren enz.)
Begripsomschrijving: gebruikelijke hulp
Stappenplan
Art. 1, onderdeel u: Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Dit betreft de 'normale', dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Uitgangspunt is dat de huisgenoten samen verantwoordelijk zijn voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over die de aanvrager van een Wmo-voorziening zelf niet (meer) kan uitvoeren. Wanneer het overnemen van alle huishoudelijke taken niet haalbaar is, wordt alleen gecompenseerd voor de huishoudelijke taken die een huisgenoot niet over kan nemen. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend, maar heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als van jongere huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het bieden van gebruikelijke hulp. De gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening. In de beoordeling van de noodzaak tot ondersteuning wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van gebruikelijke hulp.
Artikel 5. Gesprek Artikel 5. Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk na de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover melding en voor zover nodig: nodig: a. De hulpvraag van de client a. De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; b. De behoeften, beperkingen, zelfredzaamheid, participatie, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; b. Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene d. De aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijk maatschappelijke ondersteuning voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te e.
De mogelijkheden om met eigen mogelijkheden of met gebruikelijke hulp of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; d. De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal f. De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g. De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; e. De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de client; h. De mogelijkeden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel f.
De mogelijkeden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn i. De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet zorgverzekeraars en zorgaanbieders als participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, g. De mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen meet wonen, werk en inkomen, te voorzienin in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere j. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk k. welke bijdragen in de kosten de client met toepassing van het bepaalde bij of krachtiens artikel 2.1.4.
van de wet naar schatting en inkomen, te voorzienin in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; verschuldigd zal zijn; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; l. of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de client in begrijpelijke bewoordingen wordt i. welke bijdragen in de kosten de client met toepassing van het bepaalde bij of krachtiens ingelicht over de mogelijkehden en voorwaarden van het Pgb. artikel 2.1.4. van de wet naar schatting verschuldigd zal zijn; j. of de verstrekking van een pgb al dan niet een passende oplossing is, waarbij de client in 2. Na het onderzoek als bedoeld in het eerste lid, concludeert het college welke compensatie nodig is in de vorm van een begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de mogelijkehden en voorwaarden van het maatwerkvoorziening. Pgb. 3. Indien het onderzoek door het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de in te zetten maatwerkvoorzieningen, kan het college specifieke deskundigheid inzetten om tot een conclusie te komen.
Begrip is verduidelijkt voor inwoners en om te voldoen aan recente jurisprudentie.
De CRvB heeft een stappenplan opgesteld dat gevolgd moet worden bij het stellen van de indicatie. Deze stappen werden altijd al door de indicatieadviseurs gezet, soms in wisselende volgorde, maar deze stappen stonden niet voldoende in de verordening benoemd. Door de stappen expliciet te benoemen en in de juiste volgorde ontstaat meer duidelijkheid voor de inwoners.
1. Voorzienbaarheid van situaties 2. Brandveiligheid
Eigen kracht
Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt. Dit voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet Artikel 9: 1. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het onderzoek als met eigen mogelijkheden, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere bedoeld in artikel 6 als uitgangspunt. personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen 2. Alle mogelijkheden van de client om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het verbeteren of te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek eerst beoordeeld. realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of 3.
Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op de voorgaande leden en met inachtneming van het participatie en zo lang mogelijk zelfstandig in de thuissituatie kan blijven, en beleidsplan op grond van artikel 2.1.2. van de wet in elk geval de volgende criteria: b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de a. Een aanspraak op een adequate andere voorziening op grond van een andere regeling is voorliggen op een aanspraak op een cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft maatwerkvoorziening. verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk b. Er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd geweld. Dit voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op wonen of opvang; eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit c. er is geen sprake van normale maatschappelijke kosten of van een algemeen gebruikelijke voorziening; zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan d. Het college kan besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een voorziening als het college van oordeel is dat de verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van de voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het e. het college kent in beginsel de goedkoopst adequate voorziening toe; voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het f. Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder verogede of verstrekte realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de client zijn toe te rekenen. 3. Een cliënt komt alleen voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen en de zelfredzaamheid en participatie in aanmerking als: toegang als bedoeld in dit hoofdstuk a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar, en 5. De gemeente kan een voorziening in een algemene ruimte weigeren als de (brand-)veiligheid in gevaar komt b.