Agendabundel
Tekst van het document
Er is een richtafstand gehanteerd om na te gaan wat het invloedsgebied zou kunnen Nee zijn van de toe te voegen bestemming, te weten verblijfsgebied. Daarbij is aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, hoewel deze niet primair van toepassing is omdat er geen bedrijfsmatige activiteiten worden toegevoegd. Desalniettemin is aansluiting gezocht bij deze VNG-publicatie. Omdat alleen verblijf van mensen (recreanten) bij het water mogelijk wordt gemaakt, is voor de richtafstand aangesloten bij niet overdekte zwembaden. Omdat binnen de daarvoor geldende richtafstand woningen zijn gesitueerd, is kwantitatief onderzoek verricht conform de methodiek uit de VNG-publicatie. Afwijken van de richtafstand is, zo volgt uit het onderzoek, gemotiveerd.
Figuur 5.1 en de invulling met geluidbronnen zijn gebaseerd op het uitvoeringsontwerp. In figuur 3.1 uit bijlage 3 van het Peutz-rapport is de tekening van het uitvoeringsontwerp opgenomen. Deze tekening maakt derhalve deel uit van Op blz. 10, figuur 5.1, zijn de woningen in de toelichting op het bestemmingsplan. In onderstaande figuur is een uitsnede het plangebied met een gele stip aangeduid, geven van deze uitvoeringstekening nabij de Watertoren en de woning Tevens zijn de oppervlaktebronnen Kudelstaartseweg 14, alsmede van de ingevoerde geluidbronnen in dit gebied (zie (geluidsbronnen) met een oranje vlak figuur 1.1 uit bijlage 1 van het Peutz-rapport). aangeduid. Het gaat om stranden en ligweiden bedoeld. De omvang en situering van deze geluidsbronnen komt echter niet overeen met het nieuwe bestemmingsplan.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Het nieuwe bestemmingsplan maakt deze of soortgelijke geluidsbronnen ook dichter bij - en zelfs grenzend aan - de woning van cliënten mogelijk. Zoals gezegd zijn voor de rechtmatigheid van het bestemmingsplan bepalend de ontwikkelingen waarin het bestemmingsplan maximaal voorziet - en niet slechts de ontwikkelingen die men vooralsnog op het oog heeft. Omdat wensen, behoeften en inzichten in de loop der tijd kunnen veranderen, gaat het erom wat het bestemmingsplan wat en waar maximaal toestaat, en dat moet vervolgens eerst onderzocht worden. Dat is nu niet gebeurd. Het geluidsrapport is reeds hierom volstrekt ondeugdelijk voor de vaststelling van dit nieuwe bestemmingsplan. Ten onrechte is in het rapport aansluiting gezocht bij - alleen - een 'niet overdekt zwembad'. De ontwikkelingen waarin het nieuwe bestemmingsplan voorziet kunnen in redelijkheid niet op één lijn worden gesteld met een openluchtzwembad. Die vergelijking gaat wellicht nog op voor zover er overdag gezinnen met kinderen gebruik maken van een strand of ligweide. Maar voor het overige is de gelijkenis ver te zoeken. Een zwembad creëert weliswaar geluid, maar dat blijft beperkt tot het stemgeluid van voornamelijk kinderen en
Uitsnede uit uitvoeringstekening (boven) en ingevoerde geluidbronnen in het akoestisch rekenmodel (onder).
Daar waar volgens de uitvoeringstekening sprake is van gazon, waar dus mensen kunnen verblijven en waar stemgeluid wordt geëmitteerd, zijn geluidbronnen in het rekenmodel ingevoerd. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek (rapport als onderdeel van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan) volgt dat de geluidniveaus ruimschoots voldoen aan de richtwaarden voor geluid voor de gebiedstypering ‘rustige woonwijk’ uit de VNG-publicatie. Door op de gronden ten noorden van de woning ook geluidbronnen in te voeren die stemgeluid representeren, blijkt uit herberekening dat dan ook nog altijd ruimschoots voldaan blijft worden aan de richtwaarden. Ook dan is dus sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. Omdat alleen verblijf van mensen (recreanten) bij het water
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
tot reguliere openingstijden overdag. Een zwembad is echter geen openbaar verblijfsgebied, waarin het nieuwe bestemmingsplan voorziet, waar het een komen en gaan is van mensen (waarvan veel jongeren), met scooters en motorboten, met BBQ's, muziek en alcoholgebruik, groepsvorming, feestgedruis, en dat ook nog tot laat in de avond en zelfs ‘s nachts. Het stemgeluid van spelende kinderen in een zwembad, is van een heel andere orde dan het geluid dat dit nieuwe bestemmingsplan bij elkaar produceert. Anders dan in het geluidsrapport wordt gesteld, is niet alleen "het stemgeluid van de recreërende mensen bepalend voor de geluidsemissie naar de omgeving". Er is ook sprake van (voor direct omwonenden onaanvaardbaar) geluid vanwege muziek, scooters, motorboten, glasbakken e.d.
mogelijk wordt gemaakt, is voor de richtafstand aangesloten bij niet overdekte zwembaden, zie verder de reactie hiervoor. Het bestemmingsplan Waterfront voorziet in de actualisatie en digitalisatie van het vigerende plan uit 2005, inclusief de verleende omgevingsvergunning uit 2020 en een aantal nadien verleende (kruimel)vergunningen. Het bestemmingsplan is dus grotendeels conserverend van aard. Er worden in de directe nabijheid van de woning niet die luidruchtige activiteiten toegestaan zoals benoemd in de zienswijze, zie ook de beantwoording hiervoor. Het gebruik van de gronden leidt a priori niet tot het gebruik zoals in de zienswijze is aangegeven. Het bestemmingsplan geeft slechts de mogelijkheden om, binnen de aangegeven grenzen qua gebruik, verblijfsrecreatie te faciliteren, zoals ook grotendeels onder het vigerende bestemmingplan mogelijk is. Zoals ook hiervoor reeds is weergegeven, kan indien onverhoopt die activiteiten plaatsvinden die in de zienswijze worden weergegeven handhavend worden opgetreden door gemeente of politie. Overigens wordt die vrees voor overlast nergens geconcretiseerd.
Tot slot, voor beoordeling van het geluid van bedrijfsmatige activiteiten, voor geluid van bouwactiviteiten, voor geluid van recreatieve inrichtingen, kortom voor alle vormen van geluidbelasting op de gevels van woningen en andere gevoelige gebouwen, vormen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus het beoordelingskader in besluiten onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer en Wet ruimtelijke ordening.
Verder valt op dat vooral gekeken is naar het 'langtijdgemiddelde geluidsniveau van stemgeluid', d.w.z. het stemgeluidsniveau gemiddeld over een gehele etmaalperiode (dag-, avond- of nacht). Daarbij is ervan uitgegaan dat de stranden en ligweiden druk (83%) worden bezocht in de dagperiode (07.00-19,00), minder druk (50%) in de avondperiode (19.00-23.00) en helemaal niet worden bezocht (0%) in de
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
nachtperiode (23.00-07.00). Het verrast niet dat het gemiddelde geluidsniveau op deze manier onder de 45dB wordt berekend. Maar dat zegt helemaal niets over de mate van overlast die omwonenden in werkelijkheid zullen ondervinden. In werkelijkheid zullen de bezoekers (vooral jongeren) zich helemaal niet volgens dit theoretische model gedragen. Niet valt in te zien waarom al deze mensen (vooral jongeren) plotsklaps om 23:00 zouden zijn verdwenen. Het is sowieso al onaanvaardbaar dat zich op dit late tijdstip (23:00 uur) nog grote groepen jongeren in de nabijheid van de woning van cliënten bevinden. Bovendien leidt het 'uitsmeren over een heel etmaal' van hard stemgeluid schreeuwen), harde muziek, starten van brandstofmotoren (scooters, motorboten) en dergelijke ertoe dat niemand daar ooit overlast van zou kunnen ondervinden, simpelweg omdat dergelijke excessen natuurlijk nooit aanhoudend 24/7 plaatsvinden. Om in je rust of slaap gestoord te worden, of om je als gezin met kinderen onveilig of geïntimideerd te voelen, is al voldoende dat er af en toe sprake is van een harde schreeuw, een bierfles die tegen een stoep kapot gegooid wordt, een scooter die met een knallende uitlaat wordt opgestart, een geluidsbox die vol open wordt gezet, etc. etc. Het piekgeluid dat daarmee gepaard gaat, is
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
van een heel andere orde dan de getallen die in het geluidsrapport worden gepresenteerd. Bij het type geluid waar het hier om gaat, kan dan ook in redelijkheid niet een 'langtijdgemiddeld geluidsniveau' als toetsingsnorm worden gehanteerd. Indiener is ook niet bekend met een wettelijke bepaling (in de Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet geluidhinder) waaruit volgt dat in een situatie als de onderhavige het 'langtijdgemiddeld geluidsniveau' bepalend zou zijn. Het valt op dat ook Peutz in zijn concept-rapport een dergelijke wettelijke bepaling niet weet te duiden. Peutz maakt gebruik van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' 2009, maar deze brochure is helemaal niet geschreven voor een situatie als de onderhavige. 6. Bestaand planologisch regime In de plantoelichting (zie o.a. par 4.1) wordt herhaaldelijk benadrukt dat de ontwikkelingen waarin het bestemmingsplan voorziet wel al zouden zijn toegestaan op grond van het thans geldende bestemmingsplan, ofwel al zouden zijn toegestaan op grond van de omgevingsvergunning (voor afwijking bestemmingsplan) die de gemeente aan zichzelf heeft verleend voor de ontwikkeling van het zogenoemde
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording hiervoor. Overigens heeft de Rechtbank Amsterdam bij uitspraak van 12 juli 2023 geoordeeld dat de ingekomen beroepen tegen de omgevingsvergunning voor het Waterfront ongegrond zijn.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Ja, toelichtin g, verbeeldi ng, regels
"Waterfront". Dit nieuwe bestemmingsplan zou volgens de toelichting dan ook geen nieuwe ruimtelijk relevante ontwikkelingen mogelijk maken. De gemeente gaat er echter ten onrechte aan voorbij dat de omgevingsvergunning recentelijk door de Voorzieningenrechter (voor wat betreft het gebied rondom de woning van cliënten) is geschorst, terwijl er ook nog beroep loopt bij de rechtbank tegen de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is dus nog lang niet onherroepelijk, maar wel al geschorst. Dat betekent dat de ruimtelijke onderbouwing van het nieuwe bestemmingsplan niet kan worden gestoeld op de verleende omgevingsvergunning voor het Waterfront. Dat het bestaande bestemmingsplan al het één en ander mogelijk zou maken, zoals in de plantoelichting wordt opgemerkt, doet daar niet aan af. Bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan dient immers opnieuw te worden onderzocht en afgewogen of de mogelijkheden uit het voorheen geldende plan ruimtelijk nog aanvaardbaar zijn. Overigens staat het thans geldende bestemmingsplan al deze nieuwe ontwikkelingen helemaal niet toe. Niet voor niets heeft de gemeente gebruik moeten maken van een omgevingsvergunning voor afwijking van
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
het bestemmingsplan. Alvorens zich op het standpunt te kunnen stellen dat het thans geldende bestemmingsplan ook al zou voorzien in allerlei ontwikkelingen, zal de gemeente dat eerst inzichtelijk moeten maken aan de hand van een tabel, waarin de verschillen tussen de beide regimes (geldend versus nieuw bestemmingsplan) nauwkeurig in kaart worden gebracht. Door - kort door de bocht - te stellen dat de bestaande gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan zijn overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan, geeft de gemeente er blijk van de verschillen tussen de beide planologische regimes niet op het netvlies te hebben. 7. Cultuurhistorische waarden Zoals gezegd is de watertoren (zowel van binnen als van buiten) een rijksmonument en is het plangebied aangewezen als Beschermd Dorpsgezicht en als Unescogebied. Dat betekent dat de monumentale en cultuurhistorische waarden van de watertoren en het plangebied een buitengewoon hoge mate van bescherming genieten. In de plantoelichting wordt niet of onvoldoende gemotiveerd waarom de ingrijpende ontwikkelingen waarin het bestemmingsplan voorziet, en waardoor het plangebied (inclusief de watertoren) een ware metamorfose zullen ondergaan, zich
Zoals hiervoor reeds is aangegeven kan het standpunt dat het plangebied c.q. het gebied rond de Watertoren een metamorfose ondergaat niet worden gevolgd. Daarbij voorziet het bestemmingsplan niet in ingrepen aan de Watertoren zelf. Het vigerende bestemmingsplan voor de Watertoren voorziet ook al in functies voor horeca en culturele voorzieningen, daar verandert dus niks aan. Pas op het moment dat er ingrepen in/ aan de Watertoren plaats vinden is een monumentenvergunning aan de orde. Ook niet commerciële horecafuncties/ functies voor culturele voorzieningen zijn denkbaar, dus op voorhand valt ook niet in te zien dat de doeleindenomschrijving voor zover hier van belang in strijd is met het besluit van de raad dat de Watertoren niet commercieel geëxploiteerd mag worden. Qua begrenzing van het Beschermd Dorpsgezicht wordt de bestaande begrenzing gevolgd. Door de uitbreiding van de oevers als gevolg van de realisatie van het project Waterfront hebben deze een iets ander verloop gekregen en is in het voorliggende bestemmingsplan de begrenzing van het Beschermde Dorpsgezicht
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Ja, regels en verbeeldi ng.
verhouden tot de aanwezige monumentale en cultuurhistorische waarden. De watertoren mag op grond van het nieuwe bestemmingsplan worden gebruikt voor horeca en (muziektheater (zie hiervoor). Niet valt in te zien hoe zich dat verhoudt tot het besluit van de gemeenteraad dat de watertoren niet commercieel geëxploiteerd mag worden (zie productie 3). Bovendien zijn functie en staat van een rijksmonument nauw met elkaar verweven. Een wijziging van deze twee-eenheid kan direct ingrijpen in de reden van de aanwijzing als beschermd monument. Het vestigen van een nieuwe functie, zoals een horecafunctie, in de watertoren, vereist dan ook een monumentenvergunning (art. 2.1, lid 1, sub f Wabo), Indien en voor zover sprake is van een 'nieuwe bestemming' van het rijksmonument als bedoeld in artikel 6.4, lid 1, sub a, onder 4° Bor, is een voorafgaand (positief) advies van de Minister van OCW vereist. In het kader van de uitvoerbaarheidstoets - een bestemmingsplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening indien de uitvoerbaarheid niet is verzekerd - dient op voorhand vast te staan dat de vereiste monumentenvergunning zal worden verleend. Deze zekerheid is er niet Er ontbreekt zelfs een advies van de Minister van OCW. Het bestemmingsplan is dan
iets aangepast/uitgebreid. Dat betekent niet dat de gronden ten zuiden van de Watertoren opgenomen moeten worden binnen het Beschermde Dorpsgezicht. Deze gronden maken daar thans immers ook geen onderdeel van uit. Zoals hiervoor is opgemerkt brengt het bestemmingsplan geen verandering in de functie van de Watertoren met zich. Er zijn geen nieuwe functies en bebouwing voorzien die de monumentale waarden of kernkwaliteiten aantasten. Een monumentenvergunning is dus niet aan de orde, net zomin als er sprake is van strijd met de wettelijke bepalingen inzake de Werelderfgoederen van Universele Waarde. De afweging daaromtrent heeft ook al plaatsgevonden in het kader van de verleende omgevingsvergunning, en e.e.a. is overeenkomstig verwoord in de toelichting. Er is geen aanleiding de toelichting op dit onderdeel aan te passen. Wel wordt er mede n.a.v. deze zienswijze een dubbelbestemming ‘Waarde – Stelling van Amsterdam’ toegevoegd. Het werkingsgebied hiervan is van toepassing op het gehele plangebied.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In de plantoelichting (par. 4.5) wordt overwogen dat de nieuwe inrichting (gebruik- en bebouwingsmogelijkheden) van de oevers als gevolg van het bestemmingsplan geen historisch waardevol onderdeel van het beschermde dorpsgezicht vormt. Dit standpunt wordt echter ten onrechte niet gemotiveerd. Voorts hebben de gronden ten zuiden van de watertoren-locatie ten onrechte niet de dubbelbestemming "'Waarde Cultuurhistorie Gemeente' gekregen, In de plantoelichting is ten onrechte niet gemotiveerd waarom deze gronden niet als zodanig zijn bestemd. Het plangebied valt deels binnen het UNESCO-werelderfgoed 'Stelling van Amsterdam", dat uitzonderlijke universele waarden vertegenwoordigt. Op grond van artikel 6.49, lid 2 van de Omgevingsverordening NH 2020 van de provincie Noord- Holland (POV) dient een bestemmingsplan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde regels te bevatten gericht op de instandhouding of versterking van de kern kwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
waarde. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet daar ten onrechte niet in. Op grond van artikel 6.49, lid 3 POV voorziet een bestemmingsplan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde voorziet uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. In de plantoelichting (par. 3.3.2) is ten onrechte niet gemotiveerd waarom aan deze provinciale bepaling wordt voldaan, anders dan dat er sprake zou zijn van een conserverend bestemmingsplan. Zoals gezegd is daarvan echter geen sprake. 8. Ecologische waarden Het plangebied valt gedeeltelijk binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op grond van artikel 6.43, lid 2 van de Omgevingsverordening NH 2020 van de provincie Noord- Holland (POV) strekt een bestemmingsplan ter plaatse van het werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland in ieder geval tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden, Ingevolge lid 3 stelt een bestemmingsplan in ieder geval regels in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. Het bestemmingsplan voorziet ten onrechte niet in dergelijke regels.
In het kader van de verleende omgevingsvergunning is in het verleden ook getoetst aan de bepalingen van het NNN. Hieruit bleek dat het NNN de verlening van de omgevingsvergunning niet in de weg stond. Het bestemmingsplan voorziet verder niet in nieuwe ingrepen die gevolgen kunnen hebben voor het NNN. Ten behoeve van de borging van het NNN is in artikel 8.1 onder b thans de volgende bepaling opgenomen: ‘het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en landschappelijke waarden’. Op grond van artikel 1.53 geldt voor natuurwaarde de volgende definitie: ‘de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’. Daarmee voorziet het bestemmingsplan dus wel in een regeling, maar het wordt wenselijk geacht redactioneel aansluiting te zoeken bij de tekst van de Omgevingsverordening. Deze bepaling zal worden gewijzigd en als volgt worden aangepast: ‘bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden’. In artikel 8.4.2. onder f wordt toegevoegd: activiteiten die de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden aantasten.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Ja, regels.
Ingevolge lid 4 maakt een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de Natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. In de plantoelichting (par 3.3.2) is ten onrechte niet gemotiveerd waarom aan deze provinciale bepaling wordt voldaan, anders dan dat er sprake zou zijn van een conserverend bestemmingsplan. Zoals gezegd is daarvan echter geen sprake. 9. Zoals gezegd is de watertoren al jarenlang de vaste verblijfsplaats van een koppel slechtvalken. Het bestemmingsplan voorziet in een metamorfose van de 'watertorenlocatie' tot een drukbezochte 'hotspot' met intensieve vormen van verblijfsrecreatie en horeca, niet alleen op het land, maar ook op het water. De planologische uitstraling en overlast die daar mee gemoeid zal zijn, is van een geheel andere orde dan de bestaande situatie. In de plantoelichting (par. 4.11) wordt slechts opgemerkt: "In voorliggend bestemmingsplan zijn geen ontwikkelingen opgenomen die een wezenlijk effect zullen hebben op de aanwezige flora en fauna. Een ecologisch onderzoek kan derhalve achterweg blijven." Zoals gezegd is het bestemmingsplan echter geenszins
In artikel 1 wordt toegevoegd de volgende definitie: ‘wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden’: De wezenlijke kenmerken en waarden als bedoeld in artikel 6.43 lid 1 van de Omgevingsverordening NH 2020 en diens rechtsopvolgers.
In het kader van de verleende omgevingsvergunning is deskundigenonderzoek verricht, dat op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen met een begrijpelijke redenering en daarop aansluitende conclusies. Op basis van het gedane onderzoek wordt geconcludeerd dat geen negatieve worden verwacht voor de slechtvalk. Niet valt in te zien dat in het kader van de vergunningverlening niet mocht worden uitgegaan van de conclusies van dit onderzoek, te meer er door indiener zienswijze geen tegenonderzoek is ingediend met andersluidende conclusies.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Nee
conserverend van aard, zodat ten onrechte en ecologisch onderzoek naar de gevolgen voor de aanwezige flora en fauna ontbreekt. 10. Verkeer Ten onrechte ontbreekt een verkeersonderzoek. Dit terwijl de bestemming 'Verkeer', maar ook de andere voornoemde bestemmingen, tal van verkeersaantrekkende functies toestaat in de directe nabijheid van de woning van cliënten. Cliënten hebben er groot belang bij dat hun woning goed en veilig bereikbaar blijft, Een onderzoek naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor het verkeer had dan ook niet mogen ontbreken. 11. Bestemminqsregelinq van de percelen van cliënten Ten slotte maken cliënten bezwaar tegen het nieuwe bestemmingsplan, voor zover daarin de bestaande situatie van bebouwing en gebruik op de percelen van cliënten niet positief is bestemd en voor zover het nieuwe bestemmingsplan de bestaande gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van het thans geldende bestemmingsplan "Uiterweg- Plasoevers 2005" op deze percelen beperkt.
In het kader van de verleende omgevingsvergunning, die in dit bestemmingsplan is verwerkt, is verkeeronderzoek verricht. De conclusie daaruit is dat er een zeer beperkte verkeerstoename is te verwachten als gevolg van de realisatie van het Waterfront, die zonder probleem kunnen worden afgewikkeld op het bestaande wegennet. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe verkeersaantrekkende functies mogelijk.
• •
•
De (begrenzing van de) bestemming Groen uit het ontwerpbestemmingsplan Waterfront is overeenkomstig de bestemming Groenvoorzieningen uit het vigerende bestemmingsplan Uiterweg – Plasoevers 2005 De (begrenzing van de) bestemming voor Wonen uit het ontwerpbestemmingsplan Waterfront is overeenkomstig de bestemming Woondoeleinden uit het vigerende bestemmingsplan Uiterweg -Plasoevers 2005 De (begrenzing van de) bestemming Cultuur en Ontspanning uit het ontwerpbestemmingsplan Waterfront is overeenkomstig de bestemming Recreatieve en Culturele voorzieningen uit het vigerende bestemmingsplan Uiterweg -Plasoevers 2005.
Met andere woorden, de bestemming voor de betreffende gronden is – in materiele Zo hebben de percelen, kadastraal bekend zin – niet gewijzigd. Zoals hiervoor is opgemerkt brengt het bestemmingsplan geen Aalsmeer, sectie H, nummers 4371 en verandering in de functie van de Watertoren c.q. de betreffende gronden met zich. 4382, ten onrechte de bestemming "Cultuur Er zijn geen nieuwe functies en bebouwing voorzien.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Nee
Nee
en ontspanning" gekregen. Beide (oever)percelen behoren tot de tuin - en dus van het woonperceel - van cliënten. Bovendien zijn cliënten eigenaar van beide percelen. De beide percelen dienen dus te worden bestemd voor "Wonen", te meer nu niet duidelijk is wat de gemeente met de bestemming "Cultuur en ontspanning" ter plaatse precies voor ogen staat en hoe de gemeente deze bestemming zonder medewerking van cliënten binnen de planperiode van tien jaar meent te kunnen verwezenlijken.
De regeling omtrent aan- en uitbouwen is overeenkomstig die van andere woonbestemmingen aan de Westeinderplassen, zoals opgenomen in het recent vastgestelde bestemmingsplan Uiterweg – Plasoevers 2021. Alleen bijbehorende bouwwerken die vergunningvrij zijn, zijn in beginsel toegestaan ter voorkoming van het dichtbouwen van erven langs de oever. Artikel 14 voorziet in een regeling voor legaal gebouwde bestaande bouwwerken, die qua maatvoering afwijken. Het bestemmingsplan staat ten behoeve van de woonbestemming bijbehorende bouwwerken toe.
Ook lijkt de bestemmingsregeling in het nieuwe bestemmingsplan voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen aanzienlijk te zijn beperkt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Onduidelijk is waarom dat is gebeurd. Cliënten kunnen zich daar dan ook niet in vinden. Verder is het onduidelijk of de bestemmingsregeling in het nieuwe bestemmingsplan (art. 9) nog wel een steiger of vlonder toestaat aan de oever van de tuin. Mogelijk vallen deze onder 'bijbehorende bouwwerken', als bedoeld in art. 9.1, onder c. Maar helemaal duidelijk is dat niet. De bestemmingsregeling onder het geldende bestemmingsplan staat binnen de woon bestemming wel een steiger en vlonder toe aan de oever, omdat dit bij
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
tuinen en water behorende bouwwerken zijn (art. 8.1, onder c en d). Al sinds de jaren '80 bevindt zich aan de oever in de tuin van cliënten een kleine jollensteiger, zodat de kinderen vanuit de tuin eenvoudig en veilig met een bootje te water kunnen gaan. Voor zover het nieuwe bestemmingsplan deze steiger ter plaatse niet zou toestaan maken cliënten daartegen bezwaar. 12. Conclusie Gelet op het vorenstaande is het bestreden besluit in strijd met de wet (en het daarin vervatte criterium van een goede ruimtelijke ordening) en de provinciale verordening alsmede in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Namens cliënten verzoek ik u dan ook de zienswijzen gegrond te verklaren en af te zien van vaststelling van het bestemmingsplan. Ingediende reactie Zienswijze 3 1. Indiener wijst op de lopende procedures inzake het ontwerpbestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2005 en zijn eerder daartegen geuite bezwaren (welke als
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijzen hiervoor.
Beantwoording reacties per punt
Zie voorgaan de zienswijz en.
Planaanpassing
Omdat het gedeelte waar het Waterfront op ziet op enig moment uit Nee bestemmingsplan voor Uiterweg- Plasoevers 2021 is gehaald, worden de in dat kader ingediende zienswijzen hieronder beantwoord.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
bijlage zijn opgenomen), welke hij onverminderd van toepassing acht op het ontwerpbestemmingsplan Waterfront. 2. Indiener woont aan de overzijde van de Stommeerweg (nr.113) en heeft vrij zicht over de Westeinderplas. Het bestemmingsplan wordt omschreven als conserverend bestemmingsplan. Paragraaf 4.4.4. van de plantoelichting geeft inzicht in de herinrichting van het Waterfront met de aanleg van een promenade, een strand door de oeverzone te verbreden en het verlengen van de pier en het strand op het Surfeiland. De inrichting en verbreding van de oeverzone en het ophogen van de boulevard beperkt de privacy en het uitzicht van de indiener. Indiener verwacht ook allerlei overlast als gevolg van zwerfafval, geschreeuw, muziek, stank, etensresten en fietsen tegen de heg. Het bestemmingsplan betekent een onevenredige inbreuk op de leefomgeving en het woongenot. 3. Indiener verwacht een extra parkeerdruk als gevolg van de herinrichting van het Waterfront ondanks de 60 extra parkeerplaatsen langs de Bachlaan.
Ter hoogte van de woning van indiener zienswijze is het (intussen grotendeels gerealiseerde) project Waterfront in overeenstemming met het (destijds) vigerende bestemmingsplan Waterfront. Met andere woorden: de gerealiseerde voorzieningen waren al mogelijk op basis van dat bestemmingsplan. Die onderdelen die met een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd hebben in geringe mate gevolgen voor het woon- en leefklimaat van indiener zienswijze. Het met behulp van die omgevingsvergunning realiseren van steigers, vlonders en parkeervoorzieningen en de uitbreiding van het Surfeiland vinden immers op enige afstand van de woning van indiener zienswijze plaats. De door indiener zienswijze gevreesde overlast, die nergens wordt geconcretiseerd is een kwestie van handhaving en kan in deze procedure niet aan de orde komen. Daarnaast heeft de gemeente voldoende maatregelen genomen op het gebied van toezicht en handhaving om een goed woon- en leefklimaat te borgen.
Nee
Ten behoeve van de realisatie van het Waterfront is parkeeronderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt kort gezegd dat de realisatie van het project voorziet in een passende parkeersoplossing. Niet valt in te zien dat in het kader van de vergunningverlening niet mocht worden uitgegaan van de conclusies van dit onderzoek, te meer er door indiener zienswijze geen tegenonderzoek is ingediend met andersluidende conclusies.
Nee
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
4. Indiener merkt op dat de Westeinderplassen onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De herinrichting voldoet niet aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening omdat NNN-gebied verloren gaat. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1.2. van de plantoelichting waarin de kenmerkende kwaliteiten van dit NNN-gebied staan beschreven. Daarnaast heeft het college van B&W op 27 november 2012 de natuurwaardenkaart Aalsmeer vastgesteld. Ook de ruimtelijke onderbouwing Waterfront Aalsmeer beschrijft de natuurwaarden ter plaatse. Desondanks gaat de Westeinderplas de spil vormen van het toeristisch recreatief profiel en wordt een combinatie van natuur en recreatie nagestreefd. Dit is alleen mogelijk als de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied niet worden geschaad. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet welke compenserende maatregelen en mitigerende maatregelen worden genomen om negatieve effecten, op bijvoorbeeld de rivierdonderpad, te voorkomen. 5. Indiener meent dat er sprake is van een onzorgvuldige procedure. Dit zou
Uit de NNN-toets die destijds t.b.v. de verleende omgevingsvergunning is uitgevoerd blijkt dat de Rivierdonderpad veelvuldig aanwezig is in het plangebied. Het plangebied is door de stortstenen oevers bij uitstek geschikt voor deze soort. Er zijn compenserende en mitigerende maatregelen voorgesteld om negatieve effecten op de instandhouding van de Rivierdonderpad te voorkomen. Deze maatregelen zijn uitgevoerd.
Nee
Dit standpunt wordt niet onderschreven. Het gaat hier om een conserverend Nee bestemmingsplan, waarin bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
een conserverend bestemmingsplan betreffen, maar de herinrichting van het Waterfront volgens het Droommodel gaat veel verder dan alleen een kleinschalig plan op en rond het Surfeiland. De ruimtelijke onderbouwing gaat in op de verbreding van oevers, bouwen van een vlonder bij de watertoren en het verlengen van de pier en het strand. Dit is in strijd met het bestemmingsplan ‘UiterwegPlasoevers 2005’, dus er is geen sprake van een conserverend bestemmingsplan. Communicatie rond de deelname aan de besluitvorming (in de vorm van een flyer en via de gemeentelijke website) heeft de indiener nooit ontvangen. Uit lokale berichtgeving zou blijken dat de ingrepen vooral betrekking hadden op het Surfeiland en uit de stukken die op het gemeentehuis ter inzage lagen bleek ook niets van aanpassingen aan de Stommeerweg. Dit blijkt ook nog niet uit de ruimtelijke onderbouwing. Het ontbreekt hierin ook aan inzicht in de ruimtelijke ingrepen ten aanzien van onder andere het ophogen ter plaatse van Stommeerweg 113
overgenomen en de in het verleden verleende omgevingsvergunning is ingepast. De herontwikkeling van het Waterfront paste voor een belangrijk deel binnen de kaders van het ter plaatste geldende planologisch regime. Slechts voor enkele onderdelen van het project gold dat niet, zodat een afwijking van het planologisch regime noodzakelijk was om het project in zijn geheel te kunnen voltooien. Het ging daarbij om de volgende drie punten: • Aan de kade en wandelpromenade: verbreding van oevers op gronden met de bestemming 'Water - tevens landschappelijk waardevol terrein’ en wijzigen van de structuur van de waterkering; • Aan het strand: het verlengen van de pier en het strand op gronden met de bestemming ‘Water - tevens landschappelijk waardevol terrein’; • Bij de watertoren: het bouwen van een bouwwerk - een vlonder op gronden met de bestemming ‘recreatieve en culturele \voorzieningen. Het college heeft echter vastgesteld dat de realisering van een steiger/vlonder. mogelijk een negatief effect heeft op de bouwkundige staat van deze toren. Om die reden is besloten dat de steiger/vlonder niet wordt gerealiseerd, en dit deel van de verleende vergunning is ingetrokken. Planologisch gezien wordt de situatie dus (nagenoeg) niet gewijzigd ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan Uiterweg- Plasoevers 2005.
Er is enkel sprake van een gewijzigde inrichting van het openbaar gebied, die voor een groot deel al mogelijk was op basis van het vigerende bestemmingsplan en die voor enkele onderdelen mogelijk is geworden door het verlenen van een omgevingsvergunning, waar de raad unaniem een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Ter hoogte van de woning van indiener zienswijze zijn ten behoeve van het project Waterfront oevers verbreed voor het aanleggen van de kade en wandelpromenade, waarop een recreatieplek met vast zitgedeelte (tafel met twee banken) en trap naar het water is gerealiseerd. Tussen het project en
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
de woning van indiener zienswijze loopt in twee richtingen een doorgaande weg, met aan weerszijden ook een voet- en fietspad. De recreatieplek bevindt zich op ongeveer 35 meter van zijn woning. De invulling met recreatieve voorzieningen was die al mogelijk op basis van de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. De realisatie van steigers, vlonders, parkeervoorzieningen en het uitbreiden van het surfeiland waarvoor van het geldende bestemmingsplan met een omgevingsvergunning is afgeweken, vindt niet plaats ter hoogte van de woning van indiener zienswijze
6. Indiener wijst op alternatieve mogelijkheden voor het Waterfront door het plan terug te brengen naar de oorspronkelijke proporties, te weten een wandelpromenade zonder extra’s. Hetgeen nu voor Stommeerweg 113 is geprojecteerd kan verplaatst worden richting de 1ste J.C. Mensinglaan zoals stond in het Plusmodel.
De verleende omgevingsvergunning ging overigens uit van de Voorkeursvariant, waarover uitvoerige communicatie heeft plaatsgevonden. Deze voorkeursvariant voorziet in de verbreding van de oevers ter plaatse van de woning van indiener zienswijze. Gekozen is voor een voorkeursvariant, waar de gemeenteraad unaniem een verklaring van geen bedenkingen voor heeft verleend. Het voorgestelde alternatief leidt niet tot hetzelfde gewenste vergelijkbare resultaat voor de gewenste herinrichting met aanzienlijk minder bezwaren.
Resumerend leiden de ingekomen zienswijzen tot de volgende aanpassingen:
Toelichting Waar
Wat
Reden
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Nee
Diverse paragrafen
Aanpassingen diverse doeleindenomschrijvingen, met name in paragraaf 5.2
De bestemmingsomschrijving van een aantal bestemmingen is aangepast, tekstpassages in de toelichting zijn overeenkomstig aangepast.
Was
Wordt
Regels Artikel (in ontwerp bestemmingsplan) 1.76
-
de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemen- of plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; -
Reden
-
Op grond van dit bestemmingsplan wordt alleen het in artikel 2.18 van bijlage ll Besluit omgevingsrecht toegestane straatmeubilair wenselijk geacht.
Toegevoegd de volgende definitie:
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
De bestemming Water maakt onderdeel uit
3.1
De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. culturele voorzieningen; b. horeca 1 als bedoeld in artikel 1.39 van deze regels; c. parkeren van fietsen, scooters en daarmee vergelijkbare vervoermiddelen; d. langzaamverkeer; e. verblijfsgebied, verblijfsvoorzieningen en straatmeubilair; f. groen en groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. erf- en terreinafscheidingen. met de daarbij behorende: i. bouwwerken; j. verhardingen.
4.1
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen en groenvoorzieningen; b. verblijfsgebied en verblijfsvoorzieningen en straatmeubilair; c. speel- en sportvoorzieningen; d. vlonders en steigers;
Wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden: de wezenlijke kenmerken en waarden als bedoeld in artikel 6.43 lid 1 van de Omgevingsverordening NH 2020 en diens rechtsopvolgers.
van het NNN-gebied. Ter borging hiervan is o.a. deze definitie toegevoegd, alsmede een nadere regeling in artikel 8.
De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. culturele voorzieningen; b. horeca 1 als bedoeld in artikel 1.39 van deze regels; c. parkeren van fietsen, scooters en daarmee vergelijkbare vervoermiddelen; d. langzaamverkeer; e. verblijfsgebied, verblijfsvoorzieningen; f. groen en groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. erf- en terreinafscheidingen.
Zie hiervoor. Alleen het reeds vergunningvrije straatmeubilair wordt wenselijk geacht in het plangebied.
met de daarbij behorende: i. bouwwerken; j. verhardingen. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen en groenvoorzieningen; b. verblijfsgebied en verblijfsvoorzieningen; c. speel- en sportvoorzieningen; d. vlonders en steigers;
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Een aantal niet noodzakelijke doeleinden wordt verwijderd.
e.
parkeren van fietsen, scooters en daarmee vergelijkbare vervoermiddelen; f. invalidenparkeren; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. kunstobjecten; met de daarbij behorende: j. bouwwerken; k. verhardingen.
e. f. g. h.
invalidenparkeren; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; kunstobjecten; met de daarbij behorende i. bouwwerken; j. verhardingen.
4.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. het bouwen van vlonders en steigers is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water steiger-1' met dien verstande dat het bouwen op een vlonder of steiger niet is toegestaan, met uitzondering van straatmeubilair; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 6 meter; d. de bouwhoogte van palen en (licht)masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. het bouwen van vlonders en steigers is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water steiger-1' met dien verstande dat het bouwen op een vlonder of steiger niet is toegestaan, met uitzondering van straatmeubilair; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
De bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt overgenomen overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan.
6.1
-
Verwijderd: straatmeubilair.
Alleen het reeds vergunningvrije straatmeubilair wordt
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
8 8.1
8.2.2.
wenselijk geacht in het plangebied. Water 1 Water Redactionele aanpassing De voor 'Water 1' aangewezen gronden zijn De voor 'Water' aangewezen gronden zijn Een aantal niet bestemd voor: bestemd voor: noodzakelijke doeleinden wordt a. water en waterhuishoudkundige a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen; verwijderd. b. het behoud, het herstel en/of de b. bescherming, instandhouding en ontwikkeling van natuurwaarden en ontwikkeling van de wezenlijke landschappelijke waarden; kenmerken en waarden van de gebieden; c. groen en groenvoorzieningen; c. groen en groenvoorzieningen; d. openbare dagrecreatie; d. watersport en -recreatie; e. recreatieve voorzieningen; e. vlonders en steigers; f. verblijf en verblijfsvoorzieningen en met de daarbij behorende: f. bouwwerken; straatmeubilair; g. watersport en -recreatie; g. verhardingen. h. vlonders en steigers; met de daarbij behorende: i. bouwwerken; j. verhardingen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. het bouwen van vlonders en steigers is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van water steiger-1' en 'specifieke vorm van water steiger-3'' met dien verstande dat het bouwen op een vlonder of steiger niet is toegestaan, met uitzondering van straatmeubilair;
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. het bouwen van vlonders en steigers is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van water - steiger-1' en 'specifieke vorm van water - steiger-3'' met dien verstande dat het bouwen op een vlonder of steiger niet is toegestaan.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Straatmeubilair is vergunningvrij. De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is aanpast naar 2 m overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan. Palen, lichtmasten etc. worden niet voorzien
8.4.2 onder f
12
b.
het bouwen ten behoeve van watersport en -recreatie is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sport'; c. de bouwhoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. bootoverkappingen zijn niet toegestaan.
b.
het bouwen ten behoeve van watersport en -recreatie is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sport'; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 meter bedragen; d. bootoverkappingen zijn niet toegestaan.
in de bestemming Water.
-
Toegevoegd: activiteiten die de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden aantasten.
Vanwege de ligging in NNN-gebied is deze bepaling opgenomen, die activiteiten die het NNN-gebied aantasten als strijdig gebruik aanmerken. Toegevoegd is een dubbelbestemming, ter borging van de kernkwaliteiten van universele waarde i.v.m. het Werelderfgoed Stelling van Amsterdam
-
Toegevoegd is een artikel 12 Waarde – Stelling van Amsterdam 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Stelling van Amsterdam' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming Waarde- Stelling van Amsterdam. . 12.2 Bouwregels
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 12.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten, niet worden aangetast. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Stelling van Amsterdam zonder of in afwijking van een
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd. 12.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 12.3.1. is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 12.2 in acht is genomen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 12.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 12.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
19.2.2. (wordt vernummerd naar 20.2.2.)
werkzaamheden aan de hand van nader onderzoek kan aantonen dat de betrokken kernkwaliteiten door de activiteiten niet worden aangetast. Indien noodzakelijk kunnen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen worden verbonden, gericht op het instandhouden of versterken van de kernkwaliteiten. Hiertoe wordt advies ingewonnen bij de provincie. Voor zover dubbelbestemmingen geheel of Voor zover dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: gedeeltelijk samenvallen, gelden: a. in de eerste plaats de regels van Artikel 13 a. in de eerste plaats de regels van Waterstaat - Waterkering; Artikel 13 Waterstaat - Waterkering; b. in de derde plaats de regels van Artikel 10 b. in de tweede plaats de regels van Waarde - Archeologie 2 en 4; Artikel 12 Waarde- Stelling van Amsterdam; c. in de vierde plaats de regels van Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente. c. in de derde plaats de regels van Artikel 10 Waarde - Archeologie 2 en 4; d. in de vierde plaats de regels van Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente.
Als gevolg van het toevoegen van de dubbelbestemming Waarde – Stelling van Amsterdam is het noodzakelijk de rangordebepaling aan te passen.
Verbeelding -
Over het gehele plangebied komt een dubbelbestemming Waarde – Stelling van Amsterdam te liggen.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Als gevolg van het toevoegen van de dubbelbestemming Waarde – Stelling van
Voor de bouwhoogte van de Watertoren was een hoogte van 55 meter opgenomen op de verbeelding
Voor de bouwhoogte van de Watertoren wordt een hoogte van 51 meter opgenomen op de verbeelding.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Waterfront
datum: december 2023
Amsterdam is het noodzakelijk de verbeelding aan te passen. De Watertoren is max. 51 meter hoog.
Staat van Wijzigingen bestemmingsplan Waterfront In dit wijzigingsoverzicht is hieronder een overzicht opgenomen van door het college aan de raad voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage is gelegd. Opgemerkt wordt dat ondergeschikte tekstuele wijzigingen, zoals verbeteringen in spelling, interpunctie, woordvolgorde enzovoorts niet separaat worden benoemd, aangezien deze niet leiden tot inhoudelijke wijzigingen van de in het bestemmingsplan opgenomen regelingen. Overigens leiden de voorgestelde aanpassingen op onderdelen in een gewijzigde nummering in de regels van het vast te stellen bestemmingsplan.
Regels Artikel (in ontwerp Was Wordt Reden bestemmingsplan) Onderstaande begrippen en bepalingen hebben geen betekenis voor dit bestemmingsplan en worden voor de leesbaarheid geschrapt 1.41 Jachthavenbedrijf 1.64 Praktijkruimte 1.70 Recreatiekavel 1.78 Tenthuisje 1.80 Toeristisch bedrijf 1.82 Verdieping 1.85 Vrijstaande woning 1.86 Waterberging 2.8 De oppervlakte van een recreatiekavel I.v.m. schrappen artikel 1.70
:
REGELS Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Cultuur en ontspanning Artikel 4 Groen Artikel 5 Natuur Artikel 6 Recreatie Artikel 7 Verkeer Artikel 8 Water 1 Artikel 9 Wonen Artikel 10 Waarde - Archeologie 2 en 4 Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente Artikel 12 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Artikel 14 Algemene bouwregels Artikel 15 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 Artikel 16 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a Artikel 17 Luchtvaartverkeerszone LIB artikel 2.2.3 Artikel 18 Algemene afwijkingsregels Artikel 19 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 20 Overgangsrecht Artikel 21 Slotregel
2 3 12 13 14 16 18 21 25 27 29 32 35 37 38 39 40 42 43 44 45 46 47 48 49
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1
begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan Waterfront van de gemeente Aalsmeer met identificatienummer NL.IMRO.0358.09AP-OW01; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.19B-OW01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Detailhandel, met uitzondering van een internetwinkel zonder fysieke bezoekmogelijkheid, wordt niet gerekend tot een aan-huis-gebonden-bedrijf; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.7 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.10 beschermd dorpsgezicht: aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht zoals bedoeld in de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening van de gemeente Aalsmeer
1.11 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel een bouwwerk welke mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van het hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, gebouw, of een ander bouwwerk met een dak; 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak,
waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.22 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.23 culturele voorzieningen: musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
1.24 dagrecreatie: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, al dan niet doorgebracht in onderkomens, die na afloop van het verblijf tezamen met de andere meegebrachte voorwerpen, worden verwijderd, waarbij in het algemeen gebruik wordt gemaakt van een min of meer geconcentreerd voorzieningenpakket en waar het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid relatief groot kan zijn; 1.25 dagrecreatie extensief: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, dat in hoofdzaak gericht is op natuur- en landschapsbeleving (voor derden), zoals wandelen, fietsen en paardrijden, waarbij in het algemeen het verlangen naar rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is; 1.26 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.27 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.28 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.29 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.30 dienstverlening: het
bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 1.31 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.32 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.33 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.34 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.36 groenvoorzieningen:
groenschermen van opgaande beplanting, bermbeplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplantingen in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben; 1.37 hoofdgebouw (oorspronkelijk): gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is (zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd); 1.38 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccomodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 1.39 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.40 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.
Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.41 jachthavenbedrijf een haven met de daarbij behorende gronden, waarbij sprake is van bedrijfsmatig aangeboden voorzieningen voor het aanleggen, afmeren, afgemeerd houden of stallen van pleziervaartuigen alsmede voor kleinschalig onderhoud en ondergeschikte reparatiewerkzaamheden; 1.42 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, c. één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.43 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b.