CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 5 juni 2025, gemeente aalsmeer14.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - 2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend van 5 juni 2025 0.1 1 2 3 4 5

6

7

8

Afsprakenlijst beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 5 juni 2025 AFSPRAKENLIJST Beeldvormende Commissie Maatschappij en Bestuur 05-06-2025 Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Vaststelling van de agenda Agenda Beeldvormende commissie M&B 05-06-2025 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Presentatie Vervoerregio Amsterdam (VRA) Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van de presentatie is het meenemen van de gemeenteraad over de impact en uitwerking van regionale deelmobiliteit op de gemeente Aalsmeer Vergaderorde: Presentatie 10 minuten Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.) Commissie gemeenteraad Aalsmeer 2025 241022-RapportageOptimalisatieHubsVervoerregioAmsterdam DEF Presentatie inzake Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp Portefeuillehouder: L.B. Kabout De presentatie vindt twee keer per jaar plaats op verzoek van de gemeenteraad. Er wordt teruggeblikt op 2024 en ingegaan op de cijfers en ontwikkelingen voor 2025.

Vergaderorde: Presentatie 10 minuten Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.) Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissies - Jeugdhulp 5jun25 20250526 Commissie M&B 5jun25 presentatie jeugd 20250526 Bestuurlijke rapportage Jeugd 2024 Aalsmeer 20250603 Memo 46 beantwoording technische vragen fracties GL-PvdA inzake presentatie Jeugdhulp Vaststellen van Evenementenvisie Aalsmeer 2025 ‘Evenementen maken we samen!’ Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte Het doel van de Evenementenvisie is om evenementen in Aalsmeer te laten bijdragen aan saamhorigheid, sociale samenhang en ontmoeting, terwijl het dorpse karakter behouden blijft en de gemeente organisatoren actief ondersteunt bij het verduurzamen, toegankelijk maken en uitbreiden van het evenementenaanbod. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v.

de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250523 Getekend raadsvoorstel Evenementenvisie Aalsmeer 2025 ‘Evenementen maken we samen!’ (2) Raadsbesluit vaststelling Evenementenvisie Aalsmeer 2025 ‘Evenementen maken we samen!’ Evenementenvisie Aalsmeer 2025 ‘Evenementen maken we samen!’ 20250523 B&W besluit inzake Evenementenvisie Aalsmeer 2025 'Evenementen maken we samen! en de Locatieprofielen Evenementenbeleid Aalsmeer 2025 Locatieprofielen Evenementenbeleid Aalsmeer – definitief vastgesteld op 1 april 2025 INSPREKEN Evenementenvisie 2025 v2 20250604_173342 20250604_203838 20250604_203856 20250604_204220 Jaarrekening 2024, 1ste begrotingswijziging 2025 en Meerjarenbegroting 2026-2029 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG)

9

10

11

Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de ODNZKG te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250506 Getekend raadsvoorstel Jaarrekening 2024 - 1e begrotingswijziging 2025 en Meerjarenbegroting 2026-2029 OD NZKG RAADSBESLUIT Jaarverslag en MJB OD NZKG 1. Begeleidende brief bij jaar- en begrotingsstukken Omgevingsdienst NZKG 2. Jaarrekening 2024 Omgevingsdienst NZKG 3. 1ste begrotingswijziging 2025 Omgevingsdienst NZKG 4. Meerjarenbegroting 2026-2029 Omgevingsdienst NZKG 5. Sociaal jaarverslag OD NZKG 2024 Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg (GR OGZ) Amstelland. Portefeuillehouder: S.J.R.

de Vries De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Actualisatie begroting 2025 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR OGZ te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250513 Getekend raadsvoorstel Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg (GR OGZ) Amstelland Raadsbesluit Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg (GR OGZ) Amstelland Bijlage 1 – Jaarstukken 2024 GR OGZ Amstel Bijlage 2 – Concept Begroting 2026 incl meerjarenbegroting 2026-2029 Bijlage 2a Productenboek GR OGZ 2025 Bijlage 2b - Basispakket JGZ-Amstelland Meerjarenbegroting 2026-2029 en actualisatie 2025 GR GGD Amsterdam-Amstelland Portefeuillehouder: L.B. Kabout De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht.

Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR GGD te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250513 Getekend raadsvoorstel meerjarenbegroting 2026-2029 Aalsmeer Raadsbesluit meerjarenbegroting 2026-2029 Aalsmeer Jaarverslag 2024 Gemeenschappelijke Regeling Amsterdam-Amstelland Meerjarenbegroting 2026-2029 en actualisatie 2025 GR GGD Amsterdam-Amstelland definitief Financiële stukken 2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA)

12

13

14 15

Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Jaarrekening 2024, het onttrekken van het voorlopig resultaat 2024 aan de algemene reserve van de VrAA, de begrotingswijzigingen 2025 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250513 Getekend raadsvoorstel Financiele Stukken VrAA OOV 20250507 RAADSBESLUIT Fin stukken 2025 VrAA OOV Aanbieding financiële stukken VrAA 24 april 2025 1_Jaarverslag en jaarrekening 2024 VrAA 2_Jaaroverzicht VrAA 2024 3_Begrotingswijzigingen 2025 incl. investeringen 4_Ontwerp-programmabegroting 2026-2029 VrAA Jaarstukken AM match Portefeuillehouder: S.A.S.

Spaargaren De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Programmaverantwoording 2024, de begrotingswijziging 2025-I, de Kadernota 2026 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR AM match te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250520 Getekend Raadsvoorstel Jaarstukken AM match Raadsbesluit Jaarstukken AM match Programmaverantwoording 2024 Begrotingswijziging 2025-1 Kadernota 2026 Primaire Begroting 2026 Accountantsverslag 2024 20250603 MEMO 47 Beantwoording Raadsvragen fracties GL-PvdA inzake AM match 20250603 Bijlage bij memo 47 Was-wordt lijst Re-integratieverordening Raadsvoorstel "Toestemming ondertekening wijzigingen Gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeentebelastingen Amstelland 2018." Portefeuillehouder: S.A.S.

Spaargaren De gemeenteraad heeft op 11 juli 2024 besloten geen zienswijze in te dienen voor de wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018. Het doel van dit voorstel is het verkrijgen van toestemming van de gemeenteraad voor de ondertekening van de gewijzigde GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20250401 Getekend raadsvoorstel Toestemming ondertekening wijziging Gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeentebelastingen Amstelland 2018 Raadsbesluit Toestemming ondertekening wijzigingen Gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeentebelastingen Amstelland 2018 Bijlage 1 Conceptbesluit wijzigingen GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018 met wijzigingen uitgeschreven Bijlage 2 Concept Geconsolideerde GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018 Regionale Samenwerking Sluiting

AFSPRAKENLIJST BEELDVORMENDE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 5 JUNI 2025 BEELDVORMENDE COMMISSIE M&B Aanwezig: Voorzitter: mevrouw G. Holtrop Griffier: mevrouw B. Kemp-de Jong Leden: CDA: VVD: Absoluut Aalsmeer: D66: PvdA: FlorAalsmeer:

de dames M. van Diemen en T. van der Meer en de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen en G.J.H. Winkels de dames E.S.I. Mijwaart en M. Vleghaar en de heren J.G.E. Bouwmeester en E.P. Abbenhuës de dames C. van Hilst-Dekker en D.M. Prent Bouten en de heer W.T.J.M. Koster mevrouw M.J. Geisler en de heer W. Kikkert de heer J.H. Buisma mevrouw J. Keessen en de heer D.J. Biesheuvel

Portefeuillehouders: de heren L.B. Kabout, S.A.S. Spaargaren en S.J.R. de Vries Agenda punt 1.

Onderwerp

2.

Vaststelling van de agenda

Afspraak

Opening door de voorzitter, mevrouw G. Holtrop Griffier: B. Kemp-de Jong Conform vastgesteld

3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie uit het college.

4.

Mededelingen vanuit de fracties

Er zijn geen mededelingen vanuit de fracties.

5.

Presentatie Vervoerregio Amsterdam (VRA) Portefeuillehouder: L.B. Kabout

De commissie is van mening voldoende geïnformeerd te zijn

De presentatie wordt gegeven door de heer Bram Nieuwstraten en de dames Dayna Blokhuis en Sarah Yawat (VRA) Toezeggingen: De heer Nieuwstraten heeft toegezegd de onderzoeksresultaten en vraagstelling van TNO met het bijbehorende model, via de griffie, aan de gemeenteraad te doen toekomen. 6.

Presentatie inzake Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp Portefeuillehouder:L.B. Kabout Toezeggingen: -

De commissie is van mening voldoende geïnformeerd te zijn

7.

Vaststellen Evenementenvisie Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de oordeelsvormende commissie van 12-06-2025

Er is ingesproken door de heer G. Zelen, voorzitter wijkraad Hornmeer. Toezeggingen: 1.Uitgangspunten door de heer Zelen m.b.t. parkeren in de wijk n.a.v. afspraken Waterfront zijn nog steeds geldend. Er zal bekeken worden of dit nog in de locatieprofielen kan worden verduidelijkt. 8.

Financiële stukken Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries

Door naar de raadsvergadering van 2606-2025 als akkoordstuk

Toezeggingen: Wethouder De Vries zal het versturen van een mogelijke schriftelijke reactie mee terug nemen naar de organisatie(s) en komt hierop schriftelijk terug. 9.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Openbare Gezondheidszorg (OGZ) Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries

Door naar de raadsvergadering van 2606-2025 als akkoordstuk

10.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 2606-2025 als akkoordstuk

11.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 2606-2025 als akkoordstuk

12.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) AM match Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

Door naar de oordeelsvormende commissie van 12-06-2025 op verzoek PvdA

13.

Toestemming ondertekening wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling (GR) Gemeentebelastingen Amstelland 2018 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

Door naar de raadsvergadering van 2606-2025 als akkoordstuk

14.

Regionale samenwerking

Er zijn geen mededelingen inzake de regionale samenwerking

15.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 22.00 uur.

AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op donderdag 5 juni 2025, 20.00 uur BEELDVORMEND Fracties kunnen hun vragen indienen tot 12 uur op de vrijdag voor de vergadering. Het college beantwoordt de vragen op de dinsdag daarna. Het doel van een beeldvormende vergadering is dat alle deelnemers dezelfde informatie hebben over een voorstel.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Griffier: B. Kemp-de Jong

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen vanuit de fracties

5.

Presentatie Vervoerregio Amsterdam (VRA) Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van de presentatie is het meenemen van de gemeenteraad over de impact en uitwerking van regionale deelmobiliteit op de gemeente Aalsmeer

20.05

Vergaderorde: 1. Presentatie 10 minuten 2. Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.) 20.35

6.

Presentatie inzake Cijfers en ontwikkelingen jeugdhulp Portefeuillehouder: L.B. Kabout De presentatie vindt twee keer per jaar plaats op verzoek van de gemeenteraad. Er wordt teruggeblikt op 2024 en ingegaan op de cijfers en ontwikkelingen voor 2025. Vergaderorde: 1. Presentatie 10 minuten 2. Gelegenheid voor het stellen van vragen (20 min.)

21.05

7.

Vaststellen Evenementenvisie Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte Het doel van de Evenementenvisie is om evenementen in Aalsmeer te laten bijdragen aan saamhorigheid, sociale samenhang en ontmoeting, terwijl het dorpse karakter behouden blijft en de gemeente organisatoren actief ondersteunt bij het verduurzamen, toegankelijk maken en uitbreiden van het evenementenaanbod.

Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 21.35

8.

Financiële stukken Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de ODNZKG te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

21.50

9.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Openbare Gezondheidszorg (OGZ) Portefeuillehouder: S.J.R. de Vries De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Actualisatie begroting 2025 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR OGZ te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.05

10.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Portefeuillehouder: L.B. Kabout De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR GGD te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.20

11.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de

Jaarrekening 2024, het onttrekken van het voorlopig resultaat 2024 aan de algemene reserve van de VrAA, de begrotingswijzigingen 2025 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 22.35

12.

Financiële stukken Gemeenschappelijke Regeling (GR) AM match Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren De raad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen omtrent de Programmaverantwoording 2024, de begrotingswijziging 2025-I, de Kadernota 2026 en de Meerjarenbegroting 2026-2029 mocht dit noodzakelijk worden geacht. Het college adviseert geen zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt aan de raad voorgesteld het budget voor de GR AM match te verwerken conform het raadsvoorstel. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.50

13.

Toestemming ondertekening wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling (GR) Gemeentebelastingen Amstelland 2018 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren De gemeenteraad heeft op 11 juli 2024 besloten geen zienswijze in te dienen voor de wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018. Het doel van dit voorstel is het verkrijgen van toestemming van de gemeenteraad voor de ondertekening van de gewijzigde GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.55

14.

Regionale samenwerking

23.05

15.

Sluiting

Regionale aanpak deelmobiliteit Raadsgesprek Aalsmeer 5 juni 2025

Bram Nieuwstraten | Adviseur Publieke Mobiliteit VRA Dayna Blokhuis | Assistent projectleider VRA Mirjam de Keizer | Projectleider VRA

1

Introductie filmpje • Deelmobiliteit

3 juni 2025

2

Het proces g

25 re 0 2 e rd e v

15 mei 2024

5 juni 2025

eerste technische sessie

3 juni 2025

in k r we t i u

tweede technische sessie

3

Vervolg d

a a r te en

rt a t es

nd a v e n 6 Z g e 2 Sv id ak 0 ing e 2 d r e anp 1 vorm aa b r r Q rd o o le a 5 egi e t / i o e 2 0 nr 6 lijk v ona 5 eslu lis 2 2 2 a i ere 0 te egi 0 eb re n 2 2 e 7 b k u g 4 elij 2 od J orm m de r 0 Q A f g 2 n in nb a Mo va A me

3 juni 2025

4

Technische raadssesie 2025 • Terugblik technische raadssessie 2024 • We nemen u mee in de uitwerking tot nu toe. • We halen punten op die we meenemen in de verdere uitwerking dit jaar.

3 juni 2025

5

Raadsgesprek 15 mei 2024 • • • •

Wie doet wat? Kunnen we alleen een deelfietscontract doen? Is het systeem straks flexibel en zo ja, hoe? Komt er overal in de regio deelmobiliteit?

o Hoe gaan we onbereikbaarheid in de regio tegen?

• Verrommeling en overlast moet echt voorkomen worden. o Herverdeling van vloot en hoe pak je dit aan?

• Welke doelgroepen willen jullie bedienen? o Toeristen? o Jongeren?

• Wat is de impact van deelmobiliteit op ov?

3 juni 2025

6

Wat is er nu in Aalsmeer? • Er is nu geen deelmobiliteit

3 juni 2025

7

De regionale aanpak

3 juni 2025

8

Waarom een regionaal contract deelfiets en deelscooter? • Financiële bijdrage • Meer sturing o Voorkomen verrommeling op straat o Prestatie afspraken kunnen maken o Ook mobiliteit in gebieden die minder interessant zijn voor de markt maar wel interessant voor maatschappelijk belang

• Vervoerregio ontzorgt gemeenten deels door beheren en verlenen van het contract

3 juni 2025

9

Waarom autodelen o.b.v. gemeentelijke vergunningen? • Minder sturing nodig • Geen financiële bijdrage nodig • Wél uniformiteit in vergunningen aanbrengen

3 juni 2025

10

Wat betekent het voor gemeente Aalsmeer?

3 juni 2025

11

Wat betekent de stimuleringsregeling buurtautodelen voor de gemeente Aalsmeer? Gemeente Aalsmeer Aanbod Juridisch

•

APV aanpassen om autodelen mogelijk te maken

Financieel Organisatorisch

• •

3 juni 2025

Communicatie capaciteit voor promoten van initiatieven Beleidsmatige capaciteit voor afstemming met regionale aanpak

VRA

•

Advies over potentie voor buurtinitiatieven

•

Opstellen stimuleringsregeling

•

Financiële bijdrage aan initiatieven

•

Uitvoeren stimuleringregeling

12

Wat betekent de regionale aanpak voor commercieel autodelen voor de gemeente Aalsmeer? Gemeente Aalsmeer

VRA

Aanbod

•

Bepalen locaties voor deelauto’s

•

Advies over het aanbod in aantallen gebaseerd op de regionale ambitie

Juridisch

•

APV aanpassen om autodelen mogelijk te maken Vergunning opstellen en verlenen

•

Meewerken aan uniformiteit in vergunningen Advies bij het juridisch mogelijk maken van de gemeentelijk vergunning

• Financieel Organisatorisch

• •

3 juni 2025

Beleidsmatige capaciteit voor werkend krijgen van de vergunning Beleidsmatige capaciteit voor afstemming met regionale aanpak

• •

Geen financiële bijdrage, tenzij

•

Advies en hulp aan gemeenten bij het regelen van een gemeentelijke vergunning

13

Wat betekent het regionale contract deelfietsen scooter voor gemeente Aalsmeer? Gemeente Aalsmeer

VRA

Aanbod

•

Gezamelijk locaties bepalen voor deelfietsen en deelscooters

•

Bepalen van benodigd aanbod in aantallen in de regio

Juridisch

•

Raadsbesluit om mandaat aan VRA te verlenen APV aanpassen om contract deelfiets/scooter mogelijk te maken

• • •

Contracteigenaar Verlenen contract Beheren contract

• •

Jaarlijkse financiële bijdrage Financiële bijdrage realisatie hubs

• •

Verlenen contract Beheren contract

• Financieel Organisatorisch

• • •

3 juni 2025

Beleidsmatige capaciteit in de voorbereidende fase Beleidsmatige capaciteit gedurende het contract Handhaving op straat

14

Wat wilt u ons meegeven?

Waar wordt u blij van?

3 juni 2025

Waar maakt u zich zorgen over?

Wat wilt u zeker niet?

15

Wat mogen we niet vergeten?

Vervolg d

a a r te en

rt a t es

nd a v e n 6 Z g e 2 Sv id ak 0 ing e 2 d r e anp 1 vorm aa b r r Q rd o o le a 5 egi e t / i o e 2 0 nr 6 lijk v ona 5 eslu lis 2 2 2 a i ere 0 te egi 0 eb re n 2 2 e 7 b k u g 4 elij 2 od J orm m de r 0 Q A f g 2 n in nb a Mo va A me

3 juni 2025

16

Optimalisatie van hublocaties in de Vervoerregio Amsterdam

TNO Publiek TNO 2024 R11810 10 oktober 2024

TNO Publiek

Mobility & Built Environment www.tno.nl +31 88 866 00 00 info@tno.nl

TNO 2024 R11810 10 oktober 2024

Optimalisatie van hublocaties in de Vervoerregio Amsterdam

Rubricering rapport

M.S. (Marieke) van der Tuin, C.T. (Canmanie) Ponnambalam, M. (Maaike) Snelder TNO Publiek

Titel

TNO Publiek

Rapporttekst

TNO Publiek

Bijlagen

TNO Publiek

Aantal pagina's

73 (excl. voor- en achterblad)

Aantal bijlagen

3

Auteurs

TNO Publiek

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TNO.

© 2024 TNO

TNO Publiek

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Samenvatting Door toenemende druk op het mobiliteitsysteem en tegelijkertijd een tekort aan ruimte binnen stedelijk gebied is er behoefte aan slimme oplossingen. Eén van deze oplossingen is het aanbieden van deelmobiliteit, waarbij voertuigen worden gedeeld en zo enerzijds minder ruimte in beslag nemen dan voertuigen in eigen bezit, en anderzijds de bereikbaarheid van de stad vergroten door nieuwe opties van vervoerwijzekeuze te bieden. Een manier om deelmobiliteit te realiseren is door middel van hubs. Op een hub worden de deelvoertuigen geparkeerd, waarna deze gehuurd kunnen worden en vervolgens weer ingeleverd op een andere hub. Binnen de vervoerregio Amsterdam wordt er momenteel gekeken naar de effecten van een dergelijk hubsysteem op het gebruik van deelmobiliteit en de effecten hiervan binnen de regio. Daarom worden in deze studie de optimale locaties van hubs in de vervoerregio Amsterdam bepaald en vervolgens berekend hoeveel mensen van deelmobiliteit gebruik zullen maken bij deze plaatsing van hubs. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat deelmobiliteit (deelauto, deelfiets, deelscooter) gebruikt wordt tussen twee hubs: ophalen bij een hub in de buurt van de start van de reis, en vervolgens weer inleveren bij de hub in de buurt van het eindpunt van de reis.

Naast lopen van en naar de hubs is ook de optie meegenomen om deelmobiliteit te gebruiken als onderdeel van een ov-reis, waarbij het voor- of natransport bestaat uit deelfiets of deelscooter. Voor het bepalen van de optimale hublocaties is er gekeken naar de verkeerssituatie in 2030. Hiervoor is gebruikgemaakt van het verkeersmodel van de Vervoerregio, het VENOM. In dit verkeersmodel wordt voorspeld hoeveel mensen er op een gemiddelde werkdag een reis maken, en met welke vervoerswijze zij dit doen: per auto, fiets of openbaar vervoer. In deze studie wordt daarbij een vierde optie toegevoegd: per deelmobiliteit tussen twee hubs. Het bepalen van optimale hublocaties is gedaan door een genetisch algoritme, waarbij in elke iteratie een andere plaatsing van hubs is onderzocht totdat er geen betere oplossingen meer gevonden werden. De beste oplossing is hierbij een plaatsing van hubs waarbij het ervaren nut (reiskosten, reistijd) van alle reizigers zo goed mogelijk is, waarbij zowel is gekeken naar reizigers die gebruikmaken van deelmobiliteit, als de reizigers die nog steeds een traditionele vervoerwijze (auto, fiets, openbaar vervoer) gebruiken. Voor het bepalen van wie er gebruikmaakt van deelmobiliteit is een vervoerwijzekeuzemodel ingezet.

Met het optimalisatie-algoritme zijn in totaal vijf waarbij het aantal hubs, de omvang van de hubs, de gegeven subsidie op tarieven en de overstappenalty voor het gebruiken van hubs is gevarieerd. In het basisscenario is gekeken naar de situatie waarbij 150 hubs worden gerealiseerd in de vervoerregio Amsterdam. Op elke hub worden maximaal De minimale afstand die afgelegd moet worden met een deelfiets of deelscooter is 1 km en voor een deelauto 5 km. De maximale reistijd in minuten is 45 minuten voor een deelfiets en 36 minuten voor een deelscooter. Het optimalisatie-algoritme in combinatie met het verkeersmodel heeft vervolgens de spreiding van de 150 hubs door de regio bepaald. Hierbij wordt uiteindelijk 40% binnen de gemeente Amsterdam en 60% daarbuiten gerealiseerd. De meeste hubs liggen in stedelijk

TNO Publiek

3/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

gebied (naast Amsterdam bijvoorbeeld ook Purmerend, Zaandam, Hoofddorp, Amstelveen), maar er worden ook een aantal hublocaties gesitueerd in minder stedelijk gebied, zoals Waterland en het Westelijk Havengebied. Bij deze minder stedelijke hubs zien we vooral een grote wens voor gebruik van de met de gekozen invoerwaardes en kosten voor een grotere verbetering van de totale mobiliteit van inwoners dan deelscooters en deelfietsen, waardoor autovrije hubs (in bijvoorbeeld het centrum van Amsterdam) minder aantrekkelijk zijn om te realiseren. In totaal is de voorspelling dat er met de gekozen spreiding van hubs door de regio 1300 ritten met deelmobiliteit in de ochtendspits van een gemiddelde werkdag worden gerealiseerd. Omgerekend naar een totale werkdag zou dit om ongeveer 9500 ritten gaan, waarvan 25% met de deelauto, 40% met de deelfiets en 35% met de deelscooter. In totaal is 40% van de ritten met deelmobiliteit een combinatie met het openbaar vervoer, waarbij de deelfiets of deelscooter gebruikt worden om van het ov-station naar een hub vlakbij de bestemming te reizen. Er is echter ook een keerzijde: er is bijna de helft meer vraag van reizigers dan ritten die gemaakt kunnen worden met het gerealiseerde aanbod van deelmobiliteit. De helft van de reizigers grijpt dus mis: er is geen deelvoertuig voor hen beschikbaar op de gewenste plek.

Dit misgrijpen vindt met name plaats rondom de grote ov-stations, zoals Amsterdam Centraal, Amsterdam Sloterdijk, metrostation Noord, Diemen-Zuid, Hoofddorp. Ook in de nog te realiseren wijk Strandeiland is meer vraag naar deelscooters dan de hub (met 10 deelscooters) kan bieden. Het is daarmee aan te bevelen te kijken naar een differentiatie van het aantal deelvoertuigen per hub. Er dient echter wel gerealiseerd te worden dat de OV-fiets in het model niet is meegenomen. Bij treinstations is het waarschijnlijk dat de OV-fiets vaker gebruikt zal blijven worden dan eventuele nieuwe regionale deelfietsen. Dit maakt de hoeveelheid misgrijpen in de praktijk kleiner dan het model voorspelt. Naast het basisscenario zijn er ook verschillende variaties onderzocht zoals weergegeven in Tabel 1.1. Zo laat het scenario waarbij de ritprijzen van deelfiets en deelscooter worden gesubsidieerd een behoorlijke toename in deelfiets en deelscooter ritten zien, tot een aandeel van 0,63% deelmobiliteit in de totale regio, oftewel drie keer zoveel als in het basisscenario. Een buurthubscenario met een groter aantal kleinere hubs laat zien dat er in de , maar kleinere hubs in de stadscentra minder goed werken als gevolg van (nog) meer vraag dan aanbod.

In een extreem scenario waarin alle hubs worden geactiveerd is goed inzicht te krijgen in het maximum aandeel van deelmobiliteit in de regio: 6.350 ritten in de ochtendspits van een gemiddelde werkdag. Daarnaast is te zien dat het totale aandeel openbaarvervoerritten (inclusief de ritten die gebruikmaken van deelmobiliteit als voor- of natransport) in elk scenario (marginaal) hoger is dan het aandeel van openbaar vervoer in het studiegebied zonder deelmobiliteit: dit is 21,40%.

TNO Publiek

4/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Tabel 1.1:

elangrijkste resultaten Basis

Scenariodefinitie

Subsidie

Buurthubs

Alle hubs

Basis zonder overstappenalty

Subsidie op kosten gebruik deelfiets en deelscooter

Meer hubs, maar minder voertuigen per hub

Alle hubs geactiveerd

Zoals basis, maar zonder overstapweerstand op de hub

Aantal hubs

150

150

250

466

150

Aantal ritten met deelmobiliteit in ochtendspits

1.306

4.567

2.013

6.354

1.468

Aantal ritten waarvoor geen deelmobiliteit beschikbaar was

1.146

2.867

1.948

3.412

1.503

Aandeel deelmobiliteit in modal split

0,18%

0,63%

0,28%

0,87%

0,20%

Totaal aandeel ov

21,45%

21,56%

21,44%

21,51%

21,45%

9.500

33.200

14.600

46.200

10.700

(21,4% in situatie zonder hubs) Geëxtrapoleerd aantal ritten met deelmobiliteit voor volledige werkdag

De gepresenteerde modelresultaten zijn indicatief, maar kunnen worden gebruikt om de daadwerkelijke locaties van toekomstige hubs te bepalen, en daarbij ook de afweging te maken in hoeverre het nuttig is subsidie toe te passen op deelmobiliteit. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat er in deze studie is gekeken naar een specifiek deelmobiliteitsysteem waarbij deelvoertuigen in principe altijd op hubs worden geparkeerd (zowel aan de herkomst- als de bestemmingszijde). Een systeem zoals de OV-fiets (huren en willekeurige plek binnen een bepaald gebied) kan daarbij anders functioneren en andere reizigers aantrekken, waar in deze studie niet naar is gekeken. Verder is het van belang om goed te kijken naar de ritten waar wel vraag voor deelmobiliteit is, maar het aanbod niet uiteindelijk minder zullen gebruiken. In elk geval kan er worden geconcludeerd dat er volgens het gebruikte vervoerwijzekeuzemodel voldoende vraag voor deelmobiliteit in de regio aanwezig is, waarbij dit juist ook buiten de gemeente Amsterdam van toegevoegde waarde kan zijn voor het vergroten van de bereikbaarheid van de regio. Bij het realiseren van alle hubs leidt dit tot een totaal aandeel van 0,87% in de modal split. Daarbij neemt het aantal ov-ritten ook nog toe, als gevolg van de geboden combinatie met deelfiets en deelscooter als voor- of natransport van het openbaar vervoer.

TNO Publiek

5/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................................... 3 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 8

2

............................................................................................................ 9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Optimalisatiemodel.................................................................................................................................................... 9 Aantal ritten ............................................................................................................................................................... 10 Vervoerswijzen ..........................................................................................................................................................11 Hubs .............................................................................................................................................................................13 ....................................................................................................................................................................15 Toegepaste filtering .................................................................................................................................................17

3

Resultaten ......................................................................................................................................18

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5

Hubs .............................................................................................................................................................................19 Geactiveerde hubs ....................................................................................................................................................19 Servicegebied .............................................................................................................................................................22 Gebruik van hubs ......................................................................................................................................................22 Kosten .........................................................................................................................................................................28 Gebruik deelmobiliteit..............................................................................................................................................29 Ritaantallen ................................................................................................................................................................

29 Afgelegde afstanden ...............................................................................................................................................31 Herkomsten en bestemmingen van deelmobiliteit ..........................................................................................32 Impact op totale modal split .................................................................................................................................34 Opbrengsten uit gemaakte ritten .........................................................................................................................35

4

Conclusie ........................................................................................................................................36

Referenties ..................................................................................................................................................38

Bijlagen Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C:

TNO Publiek

Gebruik van hubs Gebruik deelmobiliteit in relatie tot auto, fiets en ov Modal split per regio

38 69 71

6/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

TNO Publiek

7/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

1

Inleiding Door verdere bevolkingsgroei en verstedelijking neemt de druk op het mobiliteitssysteem toe. Zeker voor een druk gebied zoals de vervoerregio Amsterdam leven er toenemende zorgen hoe de steden bereikbaar kunnen blijven voor iedereen en luchtverontreiniging binnen de perken gehouden kan worden ondanks het chronische tekort aan ruimte dat zowel voor parkeerplaatsen als woningbouw en recreatie gebruikt zou kunnen worden. Deelmobiliteit is een van de oplossingen die bij kan dragen aan het oplossen van deze uitdagingen: niet alleen binnen de stadsgrenzen, maar ook daarbuiten in de agglomeratie. Deelmobiliteit kan worden aangeboden via een systeem van hubs. Op deze hubs worden de deelvoertuigen (deelauto's, deelscooters, deelfietsen) geparkeerd, waarna deze door reizigers meegenomen kunnen worden naar een hub in de buurt van hun bestemming waar het voertuig weer geparkeerd kan worden - en opnieuw door een volgende gebruiker gehuurd op weg naar een andere plek. Een succesvolle implementatie van deelmobiliteit kan zorgen voor een afname in benodigde ruimte voor parkeerplaatsen, en tegelijkertijd zorgen voor minder autoverkeer door het bieden van aantrekkelijke alternatieven, al dan niet in combinatie met het bestaande openbaar vervoersysteem.

Zo kan het pakken van een deelfiets of deelscooter vanaf een trein- of metrostation zorgen voor een goede verbinding, waar het huidige ov-netwerk tekortschiet (met als gevolg de keuze voor een autorit van deur-tot-deur in plaats van een gedeeltelijke ov-reis). Alhoewel deelmobiliteit grootse verwachtingen heeft, vergt het ook een grote investering om een dergelijk systeem op te tuigen. Bij een tekort aan beschikbare deelmobiliteit of onvoldoende dekking kan het leiden tot deelvoertuigen die niet worden gebruikt omdat ze op de verkeerde plek staan waar onvoldoende vraag is, of juist niet meer worden gebruikt omdat mensen steeds "misgrijpen": telkens als ze een deelvoertuig wilden huren is deze niet meer beschikbaar. Het is daarom een goed idee om vooraf te bedenken wat de beste plekken voor hubs met deelmobiliteit zouden zijn. In deze studie wordt dit gedaan met behulp van een vervoerwijzekeuzemodel dat voorspelt wie gebruik zou willen maken van deelmobiliteit, in combinatie met een optimalisatiemodel dat berekent wat de juiste locaties zijn voor het bouwen van hubs. De resultaten van het toepassen van die optimalisatiemodel voor de Vervoerregio Amsterdam zijn beschreven in dit rapport.

een scenario waarbij er extra subsidie wordt gegeven op deelmobiliteitgebruik, een buurthubscenario met focus op een groter aantal kleinere hubs, en een topscenario waarbij alle mogelijke hubs in de regio gebruikte kosten) worden verder toegelicht in Hoofdstuk 2. Vervolgens zijn de resultaten van 3 vermeldt. Hierbij wordt niet alleen stilgestaan bij de locatie van hubs, maar ook bij het effect hiervan op de totale regio: hoeveel ritten vinden er in dit toekomstscenario plaats met deelmobiliteit? Ten slotte sluit dit rapport af met de conclusies. Deze studie is door TNO uitgevoerd in opdracht van de Vervoerregio Amsterdam en heeft een indicatief karakter. De resultaten zijn richtinggevend en kunnen gebruikt worden in het besluitvormingsproces, maar zijn uiteraard niet bindend.

TNO Publiek

8/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

2

Model, input e Binnen deze studie voor de Vervoerregio Amsterdam is gekeken naar deelvervoer tussen hubs. Reizigers kunnen gebruikmaken van een deelfiets, deelscooter of deelauto om van hub naar hub te reizen. Tussen de hubs en herkomst en bestemming wordt gelopen of gebruikgemaakt van het openbaar vervoer. Op die manier is het mogelijk om ritten te modelleren waarbij bijvoorbeeld een reiziger een deelauto pakt om naar een hub vlakbij zijn bestemming te reizen, of bijvoorbeeld een rit waarbij iemand met de deelscooter naar de hub naast het treinstation reist, om vervolgens met de trein naar de andere kant van het land te reizen. In dit hoofdstuk wordt de modelaanpak beschreven, gevolgd door de voor deze studie gekozen inputwaarden, mogelijke hub

2.1

Optimalisatiemodel Het doel van het gebruikte huboptimalisatiemodel is het bepalen van optimale hublocaties, waarbij het door reizigers ervaren nut wordt gemaximaliseerd. Het nut van de reizigers wordt bepaald door voor elke rit in het bestaande verkeersmodel (zie paragraaf 2.2) te berekenen of het aantrekkelijker is om deze rit (gedeeltelijk) met behulp van een deelvoertuig tussen twee hubs te vervullen. Indien de vraag groter is dan het aanbod aan deelvoertuigen, zullen deze ritten alsnog gebruikmaken van traditionele vervoerswijzen (auto, fiets, openbaar vervoer). Er wordt niet gekeken naar eventueel beschikbare andere deelvoertuigen (zoals een deelfiets indien de reis niet per deelscooter gemaakt kan worden). Bij het misgrijpen wordt voor deze reis wel een fictieve extra reistijd toegevoegd van 40%. Als gevolg van deze extra reistijd leert het optimalisatie-algoritme dat het zoveel mogelijk mensen die van deelmobiliteit gebruik zouden willen maken, daarin gefaciliteerd moeten worden. Zonder deze penalty zou anders het gevolg zijn dat het (in de ogen van het algoritme) beter is om geen deelmobiliteit beschikbaar te stellen en iedereen die met deelmobiliteit wil reizen te laten reizen met traditionele vervoerswijzen. Immers, de traditionele vervoerswijzen hebben over het algemeen een kortere reistijd dan de reistijd gebruikmakend van deelmobiliteit.

In de praktijk zijn er naast reistijd ook andere factoren die er voor zorgen dat mensen toch gebruik willen maken van deelmobiliteit. Bij het optimaliseren van de hublocaties wordt verder uitgegaan van een maximaal budget om hubs te realiseren en van deelvoertuigen te voorzien. Ook wordt gewerkt met een lijst van mogelijke hublocaties. Uit deze mogelijke hublocaties wordt door het algoritme een selectie gemaakt, zodanig dat het nut wordt gemaximaliseerd en het budget om hubs te bouwen niet wordt overschreden. Het toegepaste algoritme is een genetisch algoritme, welke steeds een andere selectie van geactiveerde hubs kiest en beoordeelt op kwaliteit van de oplossing. De volgende stappen worden daarbij iteratief doorlopen: • Kies een selectie van geactiveerde hubs • Bepaal de vraag naar deelmobiliteit aan de hand van deze hublocaties

TNO Publiek

9/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

• Optimaliseer het behaalde nut voor alle ritten binnen de regio, bestaande uit ritten per deelmobiliteit, ritten met traditionele vervoerswijzen, en ritten met traditionele vervoerswijzen door mensen die eigenlijk gebruik hadden willen maken van deelmobiliteit (maar waarvoor geen voertuig beschikbaar was). Hierbij wordt rekening gehouden met: Het maximale budget voor het bouwen van de hubs en realiseren van voertuigen. Het minimum en maximumaantal voertuigen per hub. Het eventuele mogelijke hergebruik van deelvoertuigen (welke zijn teruggebracht en direct weer gebruikt kunnen worden). • Bereken de totale score van deze set aan geactiveerde hubs. • Herhaal met een andere (slimme) selectie van geactiveerde hubs, net zolang tot er geen betere oplossing meer gevonden kan worden. De eerste versie van het volledige algoritme is ontwikkeld door een afstudeerstudent van TNO (Xanthopoulos, et al., 2024), en binnen deze studie voor de Vervoerregio aangepast en toepasbaar gemaakt. De beschrijving van het volledige optimalisatiemodel en achterliggende literatuur is in de thesis en bijbehorend paper terug te vinden (Xanthopoulos, et al., 2024).

2.2

Aantal ritten Voor het bepalen van hoe vaak hubs en deelmobiliteit gebruikt worden, wordt gekeken naar alle ritten die gemodelleerd worden in het verkeersmodel van de Vervoerregio Amsterdam, het VENOM. Voor specifiek deze studie is gebruikgemaakt van het VENOM2023, modeljaar 2030-Hoog. Dit verkeersmodel bevat alle ritten van geheel Nederland, met een focus op het studiegebied van de Metropoolregio Amsterdam. Alle ritten vertrekken en arriveren daarbij in zones: een kunstmatig cluster van adressen. Het totale VENOM bevat 3960 zones, waarvan 1948 in het studiegebied (zie Figuur 2.1). Merk op dat het studiegebied groter is dan de vervoerregio Amsterdam waar bijvoorbeeld Flevoland geen deel uitmaakt. Het VENOM voorspelt vervolgens het totaal aantal ritten tussen deze zones op een gemiddelde werkdag. Daarnaast bevat het VENOM model netwerken voor auto, fiets en openbaar vervoer. Samen met de voorspelde hoeveelheid ritten wordt berekend wat de resulterende reistijden per vervoerswijze tussen elk van de zones in het model zijn.

Figuur 2.1: Studiegebied VENOM.

Binnen deze studie wordt enkel gewerkt met het aantal ritten in de ochtendspits op een gemiddelde werkdag, ofwel de periode tussen 7:00 en 9:00 uur. Binnen VENOM is dit één tijdsperiode waarbinnen geen onderscheid wordt gemaakt tussen het precieze tijdstip van vertrek (bijvoorbeeld of dit 7:15 of 8:50 is). Om de dynamiek van

TNO Publiek

10/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

deelmobiliteitbeschikbaarheid goed te kunnen modelleren is een gedetailleerder tijdsprofiel echter wel wenselijk. Zo kan het zo zijn dat om 7:15 geen deelvoertuigen meer beschikbaar zijn, maar dat een uur later alweer voertuigen ingeleverd zijn, die vervolgens binnen dezelfde tijdsperiode opnieuw gehuurd kunnen worden. Hiervoor zijn de ritten van de ochtendspits uit het VENOM2023 omgezet in een tien minuten interval. Daarvoor is gebruikgemaakt van het ODiN 2023, het langlopende reizigersonderzoek in Nederland. Alhoewel in het ODiN de vertrektijdstippen van de ritten nauwkeurig worden genoteerd binnen het onderzoek, is daarin een sterke bias te zien naar ritten die op de hele of halve uren vertrekken. Om dit gelijk te trekken, is er door de Vervoerregio Amsterdam een trendlijn door de data getrokken, waaruit het gebruikte tijdsprofiel is afgeleid. Hierbij is enkel gekeken naar ritten met een vertrekpunt binnen de vervoerregio (opgesplitst tussen Amsterdam en de noordelijke/zuidelijke regio). Zie Figuur 2.2 voor het resultaat.

Figuur 2.2: Tijdsprofiel van verplaatsingen op werkdagen in de vervoerregio Amsterdam.

2.3

Vervoerswijzen In deze studie is onderscheid gemaakt tussen de traditionele vervoerswijzen zoals in het VENOM-verkeersmodel aanwezig (auto, fiets, en openbaar vervoer), en de toegevoegde gedeelde vervoersmiddelen (deelfiets, deelscooter en deelauto). De traditionele vervoerswijzen worden gebruikt als directe verbinding tussen de herkomst en bestemming van een rit. De opties hiervoor zijn auto, fiets en openbaar vervoer. Openbaar vervoer bestaat hierbij uit alle typen van openbaar vervoer (trein, bus, tram, metro) inclusief eventuele overstappen en het voor- en natransport naar de halte of het station. Een typische rit met het openbaar vervoer kan daarbij bestaan uit fietsen van de herkomst naar een bushalte, vervolgens een busverbinding naar het treinstation, en vanaf daar per trein verder naar een station op loopafstand van de uiteindelijke bestemming. De gedeelde vervoersmiddelen deelfiets, deelscooter en deelauto kunnen enkel worden gebruikt tussen twee hubs. Als gevolg hiervan ontstaan ketens van vervoerswijzen, waarbij eerst van de herkomst naar de hub wordt gereisd, vervolgens tussen de hubs met deelvervoer, en ten slotte van de hub naar de bestemming met een andere vervoerswijze. Tussen de herkomst of bestemming en hubs is het mogelijk om te lopen ofwel het openbaar vervoer te gebruiken, waarbij altijd één van beide ritten lopend wordt afgelegd.

TNO Publiek

11/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Figuur 2.3: Schematische weergave route via hubs.

De totale lijst van mogelijke combinaties van herkomst naar bestemming is daarmee als volgt: • Auto • Fiets • Openbaar vervoer Lopen ov lopen Lopen ov fiets Fiets ov lopen Fiets ov fiets • Ketenverplaatsingen via hubs met deelmobiliteit: Lopen deelfiets lopen Lopen deelscooter lopen Lopen deelauto lopen Lopen deelfiets ov Lopen deelscooter ov Lopen deelauto ov OV deelfiets lopen OV deelscooter lopen OV deelauto lopen Voor de 7 verschillende vervoerswijzen (auto, fiets, lopen, ov, deelfiets, deelscooter, deelauto) zijn de gebruikerskosten, reistijdwaardering (Value of Time) en reistijden meegenomen zoals aangegeven in Tabel 2.1. Deze waarden zijn voor de traditionele vervoerswijzen overgenomen uit het VENOM2023, modeljaar 2030-Hoog. Voor de reistijden is gebruikgemaakt van de ochtendspits tijdsperiode (7:00-9:00 uur). Voor de deelmobiliteitopties zijn deze aangeleverd door de Vervoerregio Amsterdam of afgeleid uit de voorafgaande studie (Xanthopoulos, et al., 2024). Tabel 2.1: Kosten, reistijden en reisafstanden. Starttarief

Prijs/km

Value of Time

Reistijd & afstand

Auto

Uit VENOM

Fiets

Uit VENOM

Lopen

Reisafstand: gelijk aan fiets Reistijd: berekend aan de hand van de afstand en snelheid van 5km/h.

Openbaar vervoer

Uit VENOM

Deelfiets

Gelijk aan fiets

Deelscooter

Reisafstand gelijk aan fiets Reistijd: factor 1,25 sneller dan fiets.

Deelauto

Gelijk aan auto

TNO Publiek

12/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Om uit de verschillende kosten en reistijden te berekenen wat de uiteindelijke modal split is, wordt gebruikgemaakt van nutsfuncties (utility functions). De standaard gebruikte nutsfunctie is als volgt: 𝑈 = 𝑆𝑡𝑎𝑟𝑡𝑡𝑎𝑟𝑖𝑒𝑓 + 𝑃𝑟𝑖𝑗𝑠𝑝𝑘𝑚 ∗ [𝑎𝑓𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑] + 𝑉𝑎𝑙𝑢𝑒𝑂𝑓𝑇𝑖𝑚𝑒 ∗ [𝑟𝑒𝑖𝑠𝑡𝑖𝑗𝑑] + 𝑐𝑜𝑛𝑠𝑡𝑎𝑛𝑡𝑒 Bij reizen met deelmobiliteit via hubs wordt de nutsfunctie als volgt: 𝑈𝑡𝑜𝑡𝑎𝑎𝑙 = 𝑈ℎ𝑒𝑟𝑘𝑜𝑚𝑠𝑡−ℎ𝑢𝑏1 + 𝑈ℎ𝑢𝑏1−ℎ𝑢𝑏2 + 𝑈ℎ𝑢𝑏2−𝑏𝑒𝑠𝑡𝑒𝑚𝑚𝑖𝑛𝑔 + 𝑈𝑜𝑣𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑝_𝑝𝑒𝑛𝑎𝑙𝑡𝑦 In deze nutsfunctie is ook een overstappenalty toegevoegd. Binnen deze studie wordt uitgegaan van een overstappenalty van 3 minuten per hub, in totaal 6 minuten voor een reis van hub naar hub gebruikmakend van deelmobiliteit. Deze penalty reflecteert de weerstand voor het gebruik van deelmobiliteit alsook de benodigde tijd om een voertuig te reserveren, ontgrendelen en parkeren. Bij reizen tussen hubs wordt enkel de vervoerswijzespecifieke constante van de hoofdvervoerswijze meegenomen. Dit is ofwel het gebruikte deelvervoer, ofwel het openbaar vervoer, afhankelijk van de langste reistijd van deze 2 onderdelen van de totale rit. Vervolgens wordt de modal split berekend met behulp van de standaard multinomial logitfunctie: 𝑒 𝜆∗𝑈𝑖 𝑃𝑖 = ∑𝑗∈𝑉 𝑒 𝜆∗𝑈𝑗 Met V de set aan mogelijke vervoerswijzeketens en

2.4

Hubs Het optimalisatiemodel bepaalt de beste locaties van hubs aan de hand van een lijst met mogelijke hubs in de regio. Hiervoor is door de Vervoerregio Amsterdam een voorselectie gemaakt van zoals weergegeven in Figuur 2.4. Hiervoor is naar beste inzichten van de Vervoerregio een inschatting gemaakt van goede hublocaties, op basis van de populatiedichtheid en lokale kennis van de gebieden binnen de regio. Bij de voorselectie zijn in totaal 466 mogelijke hublocaties geïdentificeerd, waarvan 65 aangemerkt als autovrij. Op deze hubs is het niet mogelijk om een deelauto te huren of te stallen. Naast hubs binnen de vervoerregio Amsterdam, zijn er ook mogelijke hublocaties toegevoegd aan de randen van het studiegebied, namelijk in de gemeenten Haarlem, Heemstede, Zandvoort, Velsen, Beverwijk, Hoorn, Gooise Meren en De Ronde Venen.

TNO Publiek

13/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Figuur 2.4: verkeersmodel.

TNO Publiek

14/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Voor elke (geactiveerde) hub is een minimum en maximumaantal voertuigen bepaald zoals weergegeven in Tabel 2.2. Uiteraard zijn op de autovrije hubs (rode stippen op de kaart) geen Tabel 2.2: Minimaal en maximaal aantal voertuigen per hub. Deelauto

Deelfiets

Deelscooter

Minimumaantal voertuigen per hub

1

3

2

Maximumaantal voertuigen per hub

4

15

10

Het algoritme bepaalt vervolgens welk van deze hubs daadwerkelijk worden geactiveerd en hoeveel voertuigen er komen te staan, op basis van de maximalisatie van het nut en het beschikbare budget om hubs en deelvoertuigen te realiseren. Binnen deze studie is aangenomen dat er 5,5 miljoen euro per jaar beschikbaar is om aan het realiseren van de hubs en deelvoertuigen te besteden. Dit geld wordt vervolgens uitgegeven volgens de kosten gespecificeerd in Tabel 2.3. Deze kosten zijn deels aangeleverd door de Vervoerregio, en deels gebaseerd op het eerdere werk (inclusief inflatiecorrectie). Tabel 2.3: Meegenomen kosten voor realisatie van hub en deelvoertuigen. Deelauto Bouwkosten hub Realiseren parkeerplaats voor één voertuig

Deelfiets

Deelscooter

8.000 .000

In tegenstelling tot de eerdere studie (Xanthopoulos, et al., 2024) is relocatie van voertuigen tijdens de gemodelleerde tijdsperiode niet toegestaan, dus het verplaatsen van de voertuigen door de deelmobiliteitaanbieder zelf. Ook worden aanschafkosten en gebruikskosten van de voertuigen niet door de Vervoerregio betaald, maar door de deelvervoer-aanbieder. Deze kosten worden niet meegenomen, in tegenstelling tot de eerdere studie.

2.5 Binnen deze studie is gekeken naar vijf Basisscenario Het basisscenario is de situatie waarbij de kosten en inputwaarden worden meegenomen zoals hiervoor beschreven. Er worden 150 hubs gerealiseerd. Scenario 1: subsidie op gebruik In dit scenario wordt het gebruik van deelmobiliteit gesubsidieerd. De nieuwe bedragen (en toegepast kortingstarief) zijn weergegeven in Tabel 2.4. Er worden 150 hubs gerealiseerd. Tabel 2.4: Deelmobiliteit gebruikerskosten bij subsidiescenario. Starttarief

Prijs/km

Deelfiets Deelscooter Deelauto

TNO Publiek

korting) 6 (0% korting)

15/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Scenario 2: kleine (buurt)hubs In dit scenario wordt gefocust op het realiseren van veel hubs met weinig voertuigen. Hiermee wordt beoogd dat de hubs een groter bereik krijgen. Hiervoor is het minimum en maximumaantal voertuigen aangepast zoals weergegeven in Tabel 2.5. Daarnaast zijn de hubs aangepast naar 250 (in plaats van 150). Tabel 2.5: Minimaal en maximaal aantal voertuigen per hub voor het buurthubsscenario. Deelauto

Deelfiets

Deelscooter

Minimumaantal voertuigen per hub

1

1 (was 3)

1 (was 2)

Maximumaantal voertuigen per hub

3 (was 4)

10 (was 15)

5 (was 10)

Scenario 3: maximale hoeveelheid hubs In dit scenario is het totale budget van 5,5 miljoen euro losgelaten. Alle 466 hubs worden vervolgens geactiveerd, behalve de hubs waar onvoldoende ritten plaatsvinden om het minimumaantal voertuigen te behalen. De achterliggende vraag is hier vooral wat het maximale gebruik van deelvoertuigen en hubs is, en hoeveel dit zal kosten. Scenario 4: geen overstappenalty ofwel 6 minuten in totaal voor een reis van hub naar hub met deelmobiliteit. In scenario 4 wordt deze overstappenalty weggelaten om te zien wat de impact hiervan is.

TNO Publiek

16/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

2.6

Toegepaste filtering Om de optimalisatie berekenbaar te houden zijn diverse filters toegepast in zowel de hub-hub combinatie als de totale lijst aan herkomst-bestemmingsparen die worden bekeken. Deze filters zijn als volgt: • Herkomst en bestemming moeten beide in het invloedsgebied van VENOM liggen. • Herkomst of bestemming moet in de vervoerregio Amsterdam liggen.

Figuur 2.5: Invloedsgebied (rood) en gebied van de vervoerregio Amsterdam (groen). Zowel herkomst als bestemming dienen zich binnen het invloedsgebied bevinden. Daarnaast dient de herkomst en/of bestemming in het gebied van de vervoerregio Amsterdam te zijn.

• De reistijd tussen 2 hubs is maximaal 45 minuten per deelfiets. • De reistijd tussen 2 hubs is maximaal 36 minuten per deelscooter. • De looptijd van en naar een hub is minder dan de totale looptijd van herkomst naar bestemming. • De totale reistijd van herkomst naar bestemming per openbaar vervoer is minder dan de reistijd als je deze afstand lopend zou afleggen. • De reistijd per openbaar vervoer van of naar een hub is minder dan de totale reistijd van herkomst naar bestemming. • De minimale afgelegde afstand met deelfiets of deelscooter is 1km. • De minimale afgelegde afstand met deelauto is 5km.

TNO Publiek

17/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

3

Resultaten Het optimalisatiemodel heeft bepaald wat de beste locaties zijn om hubs te realiseren, gegeven de aannames en kosten die zijn toegelicht in Hoofdstuk 2. In dit hoofdstuk worden de resultaten besproken. Hierbij wordt in Sectie 3.1 eerst toegelicht welke hubs worden geactiveerd, hoe vaak deze worden gebruikt en wat de resulterende kosten zijn voor het realiseren van de hubs. Vervolgens wordt in Sectie 3.2 inzicht gegeven in het resulterende gebruik van deelmobiliteit in de regio, zowel op basis van ritaantallen, afgelegde afstand, herkomsten en bestemmingen, en de impact op de totale modal split. Er worden in dit hoofdstuk diverse kaarten weergegeven, welke ook in het groot zijn afgebeeld in Bijlage A. Daarnaast is extra informatie over het aantal ritten van de traditionele vervoerswijzen (auto, fiets, openbaar vervoer) opgenomen in Bijlage B.

TNO Publiek

18/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

3.1

Hubs

3.1.1 Geactiveerde hubs Op basis van de voorselectie (zie Figuur 2.4) heeft het algoritme bepaald waar het beste hubs gerealiseerd kunnen worden. Voor het basisscenario zijn deze weergegeven in Figuur 3.1. Hierin is te zien dat er zowel binnen als buiten de regio (bijvoorbeeld Beverwijk, Bussum, Heemstede) hubs worden gerealiseerd. Deze zijn met name te vinden in stedelijk gebied, maar ook op een aantal plaatsen daarbuiten zoals het Westelijk Havengebied en Waterland. Van de 150 hubs worden er 60 geplaatst binnen de gemeente Amsterdam, oftewel 40%. Daarnaast is het opvallend dat er slechts 8 zogenoemde autovrije hubs worden gerealiseerd.

Figuur 3.1: Geactiveerde hubs in basisscenario.

TNO Publiek

19/73

TNO Publiek TNO 2024 R11810

Het totaaloverzicht van geactiveerde hubs per scenario is weergegeven in Figuur 3.2. Het scenario Alle hubs is daarbij niet weergegeven, gezien hier immers alle hubs worden geactiveerd. Bij het basisscenario, subsidiescenario en basisscenario zonder overstappenalty is over het algemeen een vrij gelijke spreiding te zien van hubs, met kleine veranderingen. In het buurthubscenario waarin 250 hubs in plaats van 150 hubs worden gerealiseerd worden de hubs met name geplaatst in de buitengebieden.

a) Basisscenario

b) Subsidie scenario

c) Buurthubscenario (250 hubs)

d) Basisscenario zonder overstappenalty

Figuur 3.2:

.

Een overzicht van het aantal autovrije hubs is te zien in Tabel 3.1. Hierin is te zien dat het aantal autovrije hubs over het algemeen vrij beperkt is, gegeven dat er in totaal 65 locaties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=eeedf383-f4c5-440d-88e2-ed7228d307cf