CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 27 mei 2021, gemeente aalsmeer19.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

En alles bij elkaar ben ik dan ook iemand die nog wat probeert te sturen in ieder geval op de eindtijd die we met elkaar hebben, zodat we ook wat tijdig klaar zijn. Nou, dat is wat u aan mij heeft, hoop ik. Ik vind het een hele eer om mij te mogen kandideren en ik hoop op uw stem. De voorzitter: Mevrouw Hauet, hartelijk dank voor dit vlammende betoog. Het woord is aan de heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Als ik mevrouw Hauet zojuist gehoord hebt, dan valt er eigenlijk bijna niks meer aan toe te voegen, behalve dat ik bijzonder verheugd ben dat ik me kandidaat kon stellen hiervoor. Zoals u weet, doe ik dit al heel wat jaren, de commissie voorzitten, in een roulerend systeem. Ik heb daar veel plezier aan en ik vind dat leuk om te doen. Zoals u misschien wel zal weten, ligt mijn hart eigenlijk altijd nog steeds bij het plaatsvervangend voorzitterschap van de raad, maar dat is mij niet gegeven. Dit is op dit moment niet aan de orde. Ik zeg niet dat dit een mindere functie is die ik nu ga bekleden, maar in ieder geval wel een functie die ik heel graag zou willen doen. Ik denk dat ik dat ook wel met mijn ervaring kan. En ik hoop dat iedereen dat met mij eens is en iedereen daarom op mij zal Pagina 12 van 22

stemmen om voorzitter te worden van de commissie Maatschappij en Bestuur. Ik vind het wel heel mooi, we zijn natuurlijk altijd in het roulerend systeem voorzitter geweest van diverse commissies. Ik vind het in het systeem en daarom was ik ook voorstander van de huidige wijzigingen, dat een vaste commissie een vaste commissievoorzitter heeft en ik ben blij dat ik commissie Maatschappij en Bestuur mag doen. Ik vind het een bijzonder leuke commissie. Dus ik denk ook dat je daardoor meer verantwoordelijk wordt voor het deel wat daar onder valt en dat is… Ik denk dat ik die verantwoordelijkheid wel heel mooi vind om dat te dragen. Dus ik hoop dat de raad met mij eens is dat ik daar een voorzitter van kan zijn. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor die toelichting. Het is mooi om ook dit enthousiasme te zien, want het is nog altijd maar vrijwilligerswerk. Dan gaan we naar de heer Fransen voor plaatsvervangend voorzitter van de raad, als kandidaat. De heer Fransen: Dank u wel. Ik dacht even, er komt toch nog een tegenkandidaat voor deze functie. Maar goed. Nou, wat mooi om dit zo te doen. Ik vraag me af, hoe heb ik zonder dit profiel tot nu toe kunnen functioneren in deze functie? Maar dat blijkt toch ook te kunnen. Maar fijn dat dat er nu is. Ik heb aan het begin van deze periode ook al een heel betoog gehouden waarom ik denk dat ik geschikt ben voor deze functie.

Dat betoog zal ik niet herhalen, dat kunt u nalezen in de notulen, heb ik gezien. Of ik die functie tot nu toe goed vervuld heb of niet, laat ik graag aan u over om dat te beoordelen. Wel kan ik aangeven dat ik het heel erg leuk vind om te doen en dat ik het ook een eervolle functie vind. En dat verplicht je ook om je daarvoor in te zetten en dat doe ik graag. Zoals mevrouw Hauet ook zei van, als je kijkt naar hoe het in de Tweede Kamer gaat en hoe daar het zoeken is naar macht en tegenmacht, dan kunnen wij niet zeggen dat wij het perfect doen als Aalsmeer. Maar dan zijn we wel op de goede weg en dat vind ik mooi om dat te constateren. En daar draag je in deze rol toch ook een steentje aan bij. Argumenteren op basis van argumenten en niet op basis van getal. En uiteindelijk moet je wel een keer stemmen, dat blijft. Dus het is mij een eer om mij kandidaat te stellen voor deze functie. En ik hoop op uw stem, dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw toelichting. En met u drieën denk ik dat er een prachtige kandidatuur staat waar men over hun stem kan uitbrengen. En ik kom zo nog even terug op de stemming. We zijn nu aangekomen bij de eerste termijn waarop fracties vragen aan u zouden kunnen stellen. En de eerste in de spreekvolgorde is de fractie Absoluut Aalsmeer. De heer Kuin: Dank u, voorzitter.

Ik heb kennis genomen van de vlammende betogen van de voorzitters en beoogde voorzitters. Ik heb echter geen enkele vraag aan de kandidaten omdat ik ze in de afgelopen drie jaar redelijk heb kunnen meemaken in allerlei vergaderingen. Ik heb verder geen behoefte aan onderliggende informatie. De voorzitter: Het CDA. De heer Van Willegen: Voorzitter, dit is wel een bijzondere dat ik dus woordvoerder CDA ben op dit onderwerp en dat ik aan mezelf duidelijk geen vragen ga stellen. Dus ik zal nog wachten of dat er iemand van het CDA wel wil reageren, maar anders laat ik het hierbij. Dank u wel. De heer Winkels: Nou, namens het CDA wil ik dan toch nog wel… We hebben geen vragen, meneer de voorzitter. De voorzitter: Kijk, dat was goed te voorzien. De PvdA. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Namens de Partij van de Arbeid kan ik toch wel zeggen dat het CDA een fantastische voorzitter aangedragen heeft. En dat wou ik dan toch even gezegd hebben. De voorzitter: D66.

Pagina 13 van 22

De heer Kikkert: Voorzitter, de eerste opmerking die ik wil maken, refererend aan de Tweede Kamer. Wie is de macht en wie de tegenmacht? Volgens mij is de Tweede Kamer versus kabinet daar nog niet helemaal uit. Ik denk wel een raad-college in het vergelijk, dat we daar misschien ook wel een keer over moeten spreken. Ik heb wel een vraag aan alle drie. Wat valt op aan de vergadering die u tot nu toe heeft geleid en wat doet u met de verwonderingen die u heeft? Die vraag heb ik aan alle drie. En ik heb nog een vraag aan de heer Fransen, want hij heeft zich eerder gepresenteerd als kandidaat waarnemend voorzitter van de raad. Is de heer Fransen nu wel bereid om een stropdas te gaan dragen? De voorzitter: Zeer terechte vraag, heer Kikkert. Er zijn drie vragen gesteld. U krijgt straks na afloop van de eerste termijn de gelegenheid om weer allemaal separaat er even op in te gaan. En toen de heer Kikkert begon over macht en tegenmacht dacht ik even dat die ging beamen dat natuurlijk de voorzitter altijd de baas is tijdens de vergadering natuurlijk dan. Maar helaas kan dat niet. De VVD. De heer Van der Zwaag: Voorzitter, ik had echt een moment van vreugde bij de eerste zin van de heer Van Willegen, waarbij die… Ik citeer even vrij, “Hij niks toe wist te voegen aan wat mevrouw Hauet zei.” Daarmee impliceert die dat hij eigenlijk een kloon is van mevrouw Hauet.

Dus ik zou hem toch willen vragen om toch nog even wat te specificeren waar hij zich mogelijk onderscheidt ten opzichte van mevrouw Hauet. Dank u wel. De voorzitter: En tot slot, fractie Judith Keessen. Nee, hierover geen inbreng. Dan gaan we eerst voor de beantwoording van de vragen naar mevrouw Hauet. Dan gaan we eerst voor de beantwoording van de vragen naar mevrouw Hauet. Mevrouw Lakerveld: Voorzitter, ik denk dat ik overgeslagen ben vanuit GroenLinks. De voorzitter: O, excuses. Nee, u heeft helemaal gelijk. GroenLinks. Mijn excuses. Mevrouw Lakerveld: Geen probleem. Ik heb geen vragen vanuit GroenLinks, dank u wel. De voorzitter: Goed dat u dat even toevoegt. We gaan naar de beantwoording in eerste termijn. Mevrouw Hauet. Mevrouw Hauet: Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ben blij dat meneer Kikkert niet aan mij vroeg of ik een stropdas ga dragen, want dat was ik toch eigenlijk niet van plan, meneer Kikkert. Verwondering? Ja, dat heb ik weleens. Ik verwonder mij regelmatig over de grote hoeveelheid technische vragen in vergaderingen. En dat weet u best al van mij, denk ik, dat ik me daarover verwonder. Want dat vertel ik u dan ook. En dan probeer ik u ertoe te krijgen om dat te minderen, zodat we die mooie tijd kunnen gebruiken voor het echte inhoudelijke debat. Dus ik blijf daarop sturen en hameren.

En dan kan ik er toch ook niet onderuit… Dat was weliswaar geen vraag van meneer Van der Zwaag aan mij. Over de opmerking van meneer Van der Zwaag, over het klonen. Ik weet het niet, maar ik denk dat een mevrouw Hauet wel genoeg is in deze raad. Dank u wel. De voorzitter: En natuurlijk denken wij niet met elkaar, dat vinden wij natuurlijk ook. Maar we kunnen ons volledig aansluiten bij het feit dat die technische vragen een welkome, striktere reactie is op hoe de vragen soms gesteld worden. De heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Dat woord klonen, daar had ik helemaal nog niet eens op gekomen, dat is wel een bijzondere eigenlijk. Het ging mij meer om inhoudelijk wat mevrouw Hauet zei, dat ze streng was maar rechtvaardig in het voorzitterschap naar de commissie toe en dat ze inderdaad de technische vragen het liefst mogelijk wil beperken. Kijk, de praktische dingen, zaken, in commissie, die zijn voor beide voorzitters, mag ik aannemen hetzelfde. Het zou toch vreemd wezen als we in twee verschillende commissies twee voorzitters hebben die hele andere regels aan houden, dat zou voor de raad denk ik niet goed zijn. Ik denk dat ik… Waar ik me weleens over verwonder, is dat er eigenlijk toch… Ook al probeer je dat wel Pagina 14 van 22

voor elkaar te krijgen en de discussie, het debat altijd nog wel een moeilijke is. En ik hoop eigenlijk dat in deze periode die nog rest tot de verkiezingen, dat ik daar toch iets meer… Als je een eigen commissie hebt, dan voel je je ook beter in die commissie. En ik hoop dat ik daardoor toch nog wel de raadsleden kan uitdagen om daar wat meer mee te kunnen gaan doen. Dat is eigenlijk mijn verwondering, na zoveel jaar dat ik in de politiek zit, dat het debat eigenlijk altijd een moeilijk ding is in Aalsmeer. Dus ik hoop daar toch eigenlijk nog in de komende negen maanden, ik denk dat het tot de verkiezingen is, daar nog wel proberen iets meer aandacht aan te geven. Dus een kloon voel ik mezelf niet, ik vind mezelf zoals ik ben. Ik ben misschien nog iets strenger in het voorzitterschap als mevrouw Hauet, maar ik denk dat we daar ook met elkaar wel uit komen de komende tijd. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel. De vraag over verwondering. Ik verwonder me hoe, als je je instelt op het technisch voorzitten van een vergadering, hoe je dan los kunt komen van de inhoud. En daarmee bedoel ik dat alle inhoud dan even waardevol is, ten opzichte van je eigen standpunt. Daar moet je een zekere strengheid naar jezelf hebben, maar het verwondert mij dat dat gewoon lukt. En dat zie ik ook bij de andere voorzitters, trouwens.

Dus dat vind ik wel een professionaliseringsslag die heel goed is. Maar het verwondert me wel dat dat gewoon kan. En dat kan bij de anderen ook. De vraag van de stropdas, laat ik het als volgt zeggen. Ik zal de geschiedenis van de stropdas even vertellen. De geschiedenis van de stropdas is toen de Noormannen het vaste land van Europa bezet hadden, werden alle notabelen verplicht om met een strop om hun nek te lopen. En waarom was dat? Dat als die iets deden wat de Noormannen niet welgevallig was, dan konden ze direct worden opgehangen. Dus vanaf dat moment zijn zogenaamde notabelen een stropdas blijven dragen en daar wil ik mij niet toe rekenen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is wel een prachtig antwoord, moet ik zeggen. Ik moet er toch wat aan toevoegen ook. Niet over de das, maar in diezelfde geschiedkunde, daar komt ook deze hamer vandaan. Destijds was het een bel en als niet naar welbevinden in de vergadering werd gehandeld naar de voorzitter, dan werd er een stuk van u afgehakt. En dat begon bij de mantel en dat kon oplopen tot lichaamsdelen. Tegenwoordig is het met fatsoen gewoon een hamer, dus die is nog wel gebleven. De heer Fransen: In die tijd deed ik aan de vergadering al mee en het is mij een keer gebeurd, dus wees maar voorzichtig. De voorzitter: Goed. De heer Kikkert, we komen zo even bij de tweede termijn aan.

Even kijken, laten we even terug gaan naar de vergadering. Ik denk dat het hele mooie antwoorden waren op de gestelde vragen. Ik kijk even of er een behoefte is aan de tweede termijn. Ik zag in ieder geval bij de heer Kikkert een handje hebben. Hebben anderen nog behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Hauet: Zou ik ook nog iets mogen zeggen, meneer de voorzitter? De voorzitter: Nou, vooruit, voor deze keer. Mevrouw Hauet. Mevrouw Hauet: Dank u wel. Want ik vind het wel belangrijk om voorzitter te zijn van de complete commissie. En ik begrijp in dit geval dat mevrouw Keessen zegt nou, ik ben principieel even niet mee aan het doen. En dat snap ik, dat is ook het goed recht van ieder raadslid. Maar ik zou wel een oproep willen doen aan mevrouw Keessen om de voorzitters die vandaag zich kandideren om die ook de gelegenheid te geven om die rol te vervullen en om die ook gewoon te steunen. En wij zijn er voor iedereen, dus ook voor mevrouw Keessen. De voorzitter: Een warme oproep. Ik kijk nog even naar de heer Kikkert, wilde u nog iets in tweede termijn als reactie geven?

Pagina 15 van 22

De heer Kikkert: Ja, dat wilde ik zeker. Ik ben tevreden met de antwoorden. Ik denk dat we goede voorzitters en vicevoorzitter gaan benoemen, dus ik spreek misschien een beetje voor mijn beurt met betrekking tot de stemming. Ik vroeg me overigens wel af hoe die symboliek digitaal gerealiseerd kan worden met de hamer en de bijl. De voorzitter: Daar gaan we over nadenken. Dat is een terechte vraag. Goed. Nou, ik denk dat we hiermee aan het einde gekomen zijn van onze inhoudelijke rondes en de toelichting van de kandidaten. Het is belangrijk nu om even toe te lichten, we gaan nu niet stemmen in deze vergadering. Want een stemming over personen gebeurt schriftelijk. En daartoe is een stembriefje naar u per post verzonden. Hou de post dus vandaag en morgen even goed in de gaten. Mocht daar uiterlijk zaterdag nog geen briefje verschenen zijn, dan is het belangrijk dat u even contact opneemt met de griffier. En voorts is het belangrijk dat u dit briefje inlevert uiterlijk donderdag 15 april om twaalf uur bij de griffie. De griffier en ik zullen daar bij de bus wachten en klokslag ten twaalfde uren ook de telling doen en u kenbaar maken wat de uitslag daarvan is. Het is ook goed om te weten dat op dat moment, als de telling bekend is, er eervol ontslag wordt verleend aan de voorzitters die er nu zijn en ook de plaatsen van de voorzitters.

En toch even genoemd hebbend, die dag zal dan ook een bloemetje volgen als bedankje voor de inzet die u gepleegd heeft. Want ook de plaatsvervangend voorzitters, u bent toch altijd maar gehouden om op de vergaderingen van de agendacommissie te verschijnen. En u heeft zich ontzettend collegiaal gedragen, in ieder geval in de periode dat ik dat kon zien als voorzitter van de raad. En u heeft mekaar ook regelmatig vervangen als de ander niet kon. U bent daar uiterst professioneel en goed inhoudelijk mee omgegaan. En daarmee zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 5. En als u mij toestaat, zou ik daar toch nog een paar complimenten over willen maken. Want u heeft los van wat u hier natuurlijk vindt over het momentum van in werking treden een inhoudelijk zeer grote slag geslagen ter professionalisering van vergaderingen in commissie en de raad. En het is zeer waardevol om per commissie een volwaardige voorzitter te hebben die zich ook in die zin met termijnplanningen kan bezighouden en inhoudelijk er goed bij betrokken is. Ik denk dat we daar een hele mooie stap met elkaar gaan maken, dus ik gun u ook veel stemmen van eenieder. Rb-6

Motie Vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 6, motie Vreemd aan de orde van de dag met als titel, Red de bomen. Ik zou GroenLinks willen vragen om deze motie in te dienen en daarbij ook de oproep om niet al te breed uit te wijden maar het wel kort en bondig proberen te doen. Op het laatste moment is er volgens mij nog wel een wijziging aangebracht in de motie. Dus mocht u vanmiddag uw app geopend hebben, dan doet u er goed aan om uw app nog even te verversen. Want in het bestand staat een nummer twee, dat is de laatste versie. Het woord is denk ik aan de heer Fransen. De heer Fransen: Ja, dank u wel, voorzitter. De motie, die hebben we naar aanleiding van de uitwisseling die we de vorige keer over de klimaatadaptatieplan hadden. Voor ons is het wat onduidelijk wanneer nu precies het bomenplan komt. Tijdens die vergadering gaf het college aan dat het bomenplan in april naar de raad komt. U heeft toen als voorzitter heel slim gezegd van, een eerste lezing zal naar de raad toekomen. Op 17 april, zeg ik dat goed? Komt het in ieder geval in een woordvoerdersoverleg, maar daar komen de eerste contouren en dan gaan we het er eens over hebben, dat is nog zeker geen eerste versie van een bomenplan. Dat is het ene deel. Het tweede deel is dat er inmiddels een bewonersinitiatief is om duizend bomen te gaan planten.

De club Nieuw Aalsmeer, die doet dat. Daarom roepen wij het college op om totdat er een bomenplan is, geen bomen meer te kappen. Dat is het ene deel en het tweede deel is om voor iedere boom die dat bewonersinitiatief Nieuw Aalsmeer plant, als gemeente ook een boom te planten, dat is de toelichting op de motie. Dank u wel. De voorzitter: Ik inventariseer even of in dit stadium fracties al willen reageren op de motie of vragen hebben. Zo niet, dan geef ik het woord… De fractie Judith Keessen.

Pagina 16 van 22

Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil heel even reageren op de motie van de heer Fransen. Ik juich hem toe. Ik wil ook even verwijzen naar de vragen die ik vanmorgen heb ingestuurd over het platform Nieuw Aalsmeer, juist over het aanplanten van die duizend bomen. Ik denk dat dat dan inderdaad een aanvulling is. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: En dan heeft ook de heer Kuin namens Absoluut Aalsmeer zijn hand opgestoken, aan u het woord. De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. Ik was aangenaam verrast met de komst van deze motie. Zoals sommigen weten, hadden wij ook het idee om bij deze raadsvergadering een motie Vreemd aan de orde in te dienen. Die heb ik weer even teruggetrokken omdat deze motie nu op tafel ligt. En de andere motie die wij van plan waren in te dienen, die komt op een later moment. Dank u. De voorzitter: De heer Winkels, CDA. De heer Winkels: Meneer de voorzitter, wij hebben deze motie vanmiddag ontvangen en deze avond met elkaar besproken. Het is ook een reden dat die zo laat binnen is gekomen, dat wij ook eigenlijk deze motie niet zien zitten. Ook de inhoud. Toch nog even een paar woorden. Alhoewel bomen planten gigantisch belangrijk is voor de toekomst, hittestress en dergelijke, ongelooflijk belangrijk.

Maar vinden we het wel van belang dat, alhoewel het plan wat later komt als bedoeld, dat het plan eerst goed door ons wordt besproken door ons als gemeenteraad en als gevolg daarvan kunnen we altijd nog besluiten nemen tot bijplanten of wat dan ook. Maar aan deze motie hebben we op dit ogenblik geen behoefte. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Vleghaar, VVD. Mevrouw Vleghaar: Daar kunnen wij achter scharen eigenlijk. Deze motie klinkt heel sympathiek, maar geen bomen kappen die op omvallen staan, dat vinden wij niet een juiste keuze om die op dit moment te behouden. En ik vind ook dat eerst het bomen planten besproken moet worden, wat… Dat is veel belangrijker dat we dat even met elkaar doen voordat je met zo’n motie aan komt. En van de heer Kuin zou ook al met een motie komen en we zijn al blij dat hij deze al heeft vastgehouden tot de volgende keer. Dus wij kunnen ook niet met deze motie meegaan. De voorzitter: De heer Buisma, PvdA. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ik zou GroenLinks toch een medevraag willen stellen. We zitten nu middenin het broedsysteem, dus er gebeurt nu momenteel qua bomenkap niet zo heel veel. Vogeltjes zijn bezig met hun voortplantingsdrift. En om dan nu vijf voor twaalf zo’n motie in te dienen. Ik weet niet of het handig is.

Dus zou GroenLinks er een paar woorden aan willen wijten waarom het nu van eminent belang is of is het misschien een idee om dit even door te schuiven naar de volgende raad. Dan heeft het college tijd om te reageren met een bomenplan, kunnen ze dat zelfs nog in april doen als iemand zich een beetje kwaad maakt. Maar dit is toch een soort paniekvoetbal. En ik heb de heer Fransen van GroenLinks hoog zitten, dus ik verwacht dat die daar ook over nagedacht heeft. De voorzitter: De heer Kikkert, D66. De heer Kikkert: Ik verleid me bijna om op te merken, had de heer Fransen nu maar een stropdas om, maar dat ga ik niet zeggen. Nee, wij vinden deze motie ook te vroeg komen. En te vroeg, wij hebben volgende week een IO over het bomenplan, over kaders die daarbij gelden. Overigens vraag ik me wel af of dat dan in een IO moet, ik zou ervoor pleiten om het in de volgende commissie te behandelen, want ik denk dat een commissie het openbare platform is waar we het debat met elkaar voeren. En dan ook kaders kunnen meegeven. Dus in die zin komt die wat mij betreft te vroeg, hoewel er sympathieke elementen in zitten. Sterker nog, er zitten elementen in die heel goed als kader zouden kunnen dienen voor het nieuwe bomenplan. Pagina 17 van 22

Bijvoorbeeld het bewonersinitiatief Nieuw Aalsmeer. Bijvoorbeeld, elke boom die gekapt wordt, daar komen er vijf voor terug. Ik geef maar een voorbeeld. Dat zijn sowieso denk ik elementen die wij in ieder geval mee zouden willen geven als kader bij het nieuwe bomenplan. De voorzitter: Dan is een vraag gesteld vanuit de PvdA. Daar krijgt u zo de gelegenheid toe om op te reageren, de heer Fransen. Het woord is eerst even aan het college, aan de portefeuillehouder, wethouder Alink. Mevrouw Alink-Scheltema: Dank u wel, voorzitter. Toen ik vanmiddag deze motie las, dacht ik ook wel, dat is best wel sympathiek. En waarom vond ik hem sympathiek? Omdat het aangeeft hoe bevlogen en betrokken de indiener van deze motie is over de bomenstand in Aalsmeer. En dat is dit college ook. En daarom wil ik u ook na de zomer een eerste bomenplan van Aalsmeer aanbieden. Wij hebben tot op heden nog nooit een bomenplan gehad, dit wordt het eerste bomenplan. En dan ben ik ook verheugd om u daarbij te betrekken. En dat zal plaatsvinden in een IO en of dat nou in een IO is of in een commissievergadering, dat is geheel aan u. Dat maakt mij niet uit. Maar hij staat in ieder geval gepland voor 15 april, dat is volgende week. Waarin ook u wordt meegenomen in de eerste analyse van de huidige stand van de bomen in Aalsmeer.

En hoe gaat het nou met de bomen in Aalsmeer? Toch ontraadt dit college deze motie, om drie redenen eigenlijk. De motie komt te snel, met name dan vanwege het procesgang waar we in zitten. 15 april wordt die meegenomen en mag u meepraten over de kaders en kan ook gesproken worden over het platform van Aalsmeer. Ik heb ook met het platform in Haarlemmermeer met Frank van der Laan die het overkoepelende orgaan is, heb ik veel contact. Die wil ook graag met u in contact daarover komen en met u daarover praten. Hij komt dus te snel. Het tweede is dat de lijst van 95 te kappen bomen omdat ze dood zijn of onveilig voor de samenleving, dat is een wettelijke lijst, daar hebben we aan te voldoen. Wettelijk vanuit het Rijk gezien. Maar de laatste en dat is eigenlijk de meest belangrijke, voorzitter. Is dat wanneer het verzoek van deze motie wordt aangenomen, er een groot aantal projecten in gevaar komt. Want daar worden op dit moment de bomen gekapt. Niet in de lanen en de straten en de plantsoenen, maar bij de projecten. Zo gauw er geen boom gekapt mag worden, betekent dat de projecten geen voortgang kunnen vinden. En ik vraag mij af of dit wenselijk is voor de inwoners van Aalsmeer. Tot zover. Dank u. De voorzitter: Ik kijk de heer Kuin, heeft u een vraag aan de wethouder in deze? Een interruptie? De heer Kuin: Jawel.

De voorzitter: Want u heeft uw hand opgestoken op dit punt of een vraag aan de indiener? De heer Kuin: Nee, in het antwoord van de wethouder hoor ik dat er op dit moment bomen worden gekapt. En ik dacht dat wij nu in de periode zitten tot 15 juni of juli, dat weet ik niet helemaal precies, dat er geen enkele boom gekapt mag worden. Kan de wethouder daar nog even uitsluitsel over geven? Mevrouw Alink-Scheltema: Ja, dat kan ik, voorzitter. In het kader van het broedseizoen mogen er in principe geen bomen gekapt worden, behalve wanneer ze een gevaar voor de samenleving opleveren. Op het moment dat een boom gaat omvallen en het is een dreigend gevaar, zal die toch echt gekapt moeten worden. Het is geen verbod, maar het is een overweging om zo goed mogelijk alle bomen te inspecteren op gevaar. Dus ja, ze mogen gekapt worden in uitzonderlijke gevallen. De voorzitter: Een tweede interruptie van de heer Kuin. De heer Kuin: Voorzitter, ik heb de wethouder toch echt horen zeggen dat bij projecten er bomen gekapt worden. En omdat het anders het project gevaar loopt. En ik kan me niet voorstellen dat in het broedseizoen volgens… Sorry. Volgens de Flora- en Faunawet mag er

Pagina 18 van 22

gewoon niet gekapt worden, behalve wanneer het een zieke boom is die op omvallen staat. Daar heeft de wethouder gelijk in. Maar voor de rest, voor projecten, geen bomenkap. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Alink-Scheltema: Volgens mij heb ik geen datum genoemd, voorzitter, aan de heer Kuin dat er nu op dit moment bomen gekapt worden. Ik heb alleen maar gezegd wanneer dit de plaats is dat het zou kunnen zijn dat de projecten in gevaar komen. De voorzitter: De laatste maal de heer Kuin. De heer Kuin: Dank u, voorzitter. Ik denk dat de wethouder de notulen terug moet lezen straks. Ze heeft wel degelijk gezegd dat er op dit moment bomen gekapt kunnen worden, omdat anders projecten gevaar lopen. Verder ga ik er niet op in. De voorzitter: En de wethouder was duidelijk met haar reactie. Of heeft de wethouder nog behoefte aan een korte… Mevrouw Alink-Scheltema: Nou, laten we het niet op het welles-nietes houden. Ik denk dat meneer Kuin zoekt naar kroos op laag water. Wat ik bedoel te zeggen, is, dat broedseizoen is in juni afgelopen. Er is in het najaar pas een bomenplan. Dus ook de periode van juni tot en met het najaar, zouden bomen gekapt kunnen worden. De voorzitter: Goed, dan gaat het woord nu naar de heer Fransen. Een vraag nog van de heer Buisma en inmiddels reactie van het college. Aan u het woord. De heer Fransen: Dank u wel.

En bedankt ook voor ieders inbreng naar aanleiding van deze motie. Ik besef dat het een slechte zaak is dat deze motie vanmiddag pas ingediend is, dus mijn excuus daarvoor. Dat moet gewoon anders en dat erken ik ook. Met betrekking tot de reactie van het college. Ik heb ook gehoord wat de heer Kuin zegt gehoord te hebben. En op het moment dat het college een beetje voortmaakt met het bomenplan naar de raad brengen, is dat probleem er helemaal niet. Het gaat mij erom dat er gewoon snel een bomenplan komt. En ik vind dit niet iets waar we met elkaar uitgebreid over moeten onderhandelen, want bomen kunnen daar zelf niet aan meedoen, dat moeten wij voor ze doen. Dus dat moeten we snel regelen, wat ons betreft. Het argument van de heer Buisma om dit vast te houden en ook wat ik bij meerdere anderen hoorde om dit te zien als input voor het bomenplan, daar wil ik heel even over nadenken. Die snap ik. En ik ben ook blij met de reactie van sommigen van, dat het als input gezien kan worden voor het bomenplan. Ik zoek nog wel een beetje naar… Elke keer weer als er bomen gekapt worden en het gebeurt nog al eens, dan staat de bevolking op zijn achterste benen en daar zijn wij voor. En ik sta ook op mijn achterste benen. Ik denk, wat is dit nou toch weer? Waar was dit nou toch weer voor nodig? En dat wil ik gewoon zo snel mogelijk voorkomen.

Dus op het moment dat we met zijn allen volgende week daar onze inzet op richten, op een verstandige manier om dat vast te leggen, ben ik bereid om deze motie nu even niet in stemming te brengen. Maar de inzet is wel duidelijk. Er moet snel een bomenplan komen wat de bomen beschermd en er moet gewoon meer gepland worden. Dus ik denk dat ik het daar voor dit moment even bij laat. De voorzitter: Dan is er nog een mogelijkheid tot een tweede termijn. En ik zie dat de heer Kuin daartoe zijn hand al heeft opgestoken. Mochten er nog anderen zijn, dan zie ik graag een hand verschijnen. Het woord is nu aan de heer Kuin. De heer Kuin: Voorzitter, ik wil toch even terugkomen op het antwoord van de wethouder. Zij doet voorkomen alsof ik de grootste onzin praat. Maar ik zou haar toch willen wijzen en dat wil ik via u bij de wethouder op tafel leggen. Kijk straks even naar de notulen. Meneer Fransen heeft hetzelfde gehoord als wat ik gehoord heb. En daar wou ik het bij laten. De voorzitter: Dan is het woord aan mevrouw Keessen. Pagina 19 van 22

Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat er niet genoeg steun is voor deze motie. Vind ik ergens wel jammer, want ik zou hem wel steunen. We wachten al zo lang op dit bomenplan, dat ik deze motie gewoon wel heel welkom vond. Dus ik hoop dan inderdaad dat er heel snel een bomenplan gaat komen. Want anders denk ik dat die motie evengoed nog in stemming wordt gebracht. Dank u wel. De voorzitter: Verder vanuit de raad geen vragen in de tweede termijn. Dan is het woord nog even aan de wethouder. Mevrouw Alink-Scheltema: Voorzitter, ik heb geen behoefte om hier nog op te reageren. Alles is denk ik gezegd. De voorzitter: En dan zijn we daarmee ook aan het einde gekomen aan dit agendapunt volgens mij. Want ik heb de heer Fransen horen zeggen dat die hem dan niet indient, klopt dat? De heer Fransen: Dat klopt. De voorzitter: Of zoals we dat zeggen, hij blijft boven de markt hangen. Rb-7

Vragenkwartier De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 7, het vragenkwartier. Daartoe zijn vragen ingediend door de fracties Absoluut Aalsmeer en de fractie Judith Keessen. En ik heb begrepen dat de heer Kuin de vragen zal stellen. En daartoe geef ik dan u nu de gelegenheid. De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. De vragen zijn inderdaad ingediend. Het zal niet een verrassing zijn, door de fractie van Absoluut Aalsmeer en Judith Keessen. En die hebben allen betrekking op de ontwikkelingen bij het Waterfront. De vragen zijn als volgt. Kan de portefeuillehouder aangeven waarom tot deze verandering is besloten? En dan is het de verandering naar aanleiding van de ontwikkelingen ten aanzien van de werkzaamheden en dat er ineens… In eerste instantie zou er een brug komen, daarna een duiker en nu komt er helemaal niets en dat verbaasde ons ten zeerste.

De tweede vraag, kan de portefeuillehouder verder aangeven waarom de eerder geplande waterdoorgang niet wordt gemaakt? En kan de portefeuillehouder het rapport met de achterliggende motivatie om tot deze verandering over te gaan, aan de raad doen toekomen? En kan de portefeuillehouder uitleggen waarom de mening van een beroepsvisser tot deze wijziging heeft kunnen leiden? En had de portefeuillehouder niet in een commissie als wijzigingsvoorstel aan de raad moeten voorleggen? En dan als laatste vraag, is er in het onderzoeksrapport opgenomen wat de effecten van deze wijziging is op het fenomeen blauwalg met betrekking tot de recreatiemogelijkheden? Was getekend fracties Judith Keessen en Absoluut Aalsmeer. De voorzitter: Dan is het woord aan de portefeuillehouder. Daarvoor is wethouder Kabout aangeschoven en aan u het woord. De heer Kabout: Dank u, voorzitter. De vragen over het Waterfront, in dit geval dus over de duiker. Nou, vorig jaar bij de behandeling in de raad was aanvankelijk nog sprake van een brug. Dus waar de pier begint, zou er een onderbreking worden gemaakt en dan zou er een brug worden gemaakt. Daarvan is toen vanuit de raad aangegeven dat daar zorgen over zijn of over veiligheid, met name voor kinderen. Onder andere de heer Buskermolen van het CDA noemde dat, maar ook de heer Martijn onder andere.

En uiteindelijk heeft uw raad toen besloten om daar een amendement op in te dienen. Maar de beweegredenen daar waren dus vooral de veiligheid, met name voor kinderen van die brug en toen is gezegd nou, dan vervangen we die door een duiker. Dus dat even voor de achtergrond hoe het van de brug naar de duiker vorig jaar is gegaan. Daarna is bij de uitvoering gebleken, door de aannemer en de projectleider van de gemeente, kwamen tot de conclusie van nou, dat bij nader inzien die duiker toch niet nodig is. Daar is toen ook een externe deskundige op geraadpleegd en daar volgde dat ook uit. Dus dat die duiker met het oog op blauwalg niet nodig is. Vervolgens heb ik dat u ook medegedeeld in Pagina 20 van 22

de openbare raadsvergadering van 4 maart. Dan heb ik denk ik vragen één en twee gehad. Dan vraag drie, of dat rapport aan u kan worden toegezonden. Ja, zeker, dat zullen wij doen, dus dat is een toezegging bij deze. Dan vier, dat is wel wonderlijk, want dan wordt… Eerst werd gevraagd wat de reden is voor de wijziging en daarna staat in vraag vier dat het door de mening van een beroepsvisser komt. Maar het is… Ik kan u wel vertellen, dat ook de beroepsvisser is geraadpleegd vanuit gewoon zijn kennis van het gebied, is voor dat… er is besloten om de duiker te vervangen, is ook dat nog aan de beroepsvisser voorgelegd. Dus dat is meer als extra ook gedaan en die kon zich daar ook in vinden. Dan vraag nummer vijf. Waarom is het niet in een collegevoorstel aan de raad voorgelegd? Nou, omdat het, wat het college betreft, een uitvoeringskwestie betreft en omwille van de transparantie is er wel voor gekozen om dat in een openbare raadsvergadering wel aan u mede te delen, de vorige keer, vorige maand. Dan de laatste vraag, of het rapport van de deskundigen ingaat op blauwalgen? Ja, de naam van het rapport is, Waterfront Aalsmeer dubbele punt, beschouwing blauwalgen. Maar zoals gezegd, zal dat rapport naar u worden toegezonden. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Ik kijk even naar de indieners of er een behoefte is tot nadere vragen.

De heer Kuin. De heer Kuin: Dank u, voorzitter. Ik zal even mijn handje weer weghalen dan. Dank, de portefeuillehouder, voor de antwoorden. Wij zijn zeer benieuwd naar het rapport, want ik ga ervanuit dat dat rapport duidelijk aan gaat geven waarom tot deze oplossing is gekomen. Wat ik overigens onbegrijpelijk vind, is dat er in een eerder rapport waarschijnlijk gestaan heeft dat er een brug moet komen, nu ineens niet meer. Ik snap hem niet, maar misschien gaat dat rapport daar heel duidelijk antwoord op geven. Bijkomende vraag voorzitter, is, we hebben het in een discussie, als ik het me goed herinner, in de raad zelfs, over dit Waterfront, gehad over de Rivierdonderpad. En dat de doorsteek… Of het nou een brug of een duiker zou zijn, dat dat voor de Rivierdonderpad een makkelijker manier was om zijn natuurlijk habitat die nu inmiddels wel verwoest is denk ik, door de enorme zand die daar gestort is, dat die de weg zou kunnen vinden via die duiker. Kan de portefeuillehouder daar nog even een antwoord op geven? En als laatste, een bijkomende vraag, of de portefeuillehouder kan aangeven of de waterbeheerder en dat is Rijnland in dit geval, op de hoogte is van al deze zaken? De voorzitter: Tot slot de portefeuillehouder.

De heer Kabout: Dat punt wat er gevraagd werd over de Rivierdonderpad, dat heb ik zo niet paraat, dus dat is een toezegging dat ik dat nog zal nazenden, het antwoord op die vraag. Punt over Rijnland, ja, ik heb van de projectleider begrepen dat dat met Rijnland… Dat die ook daarmee bekend is. Dat er ook contact mee is geweest erover. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan hebben wij… De heer Kuin: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kuin, nog even tot slot. U kunt nog een korte interruptie plegen dan op de portefeuillehouder, want volgens het reglement hebben wij de vragenexercitie zo gehad en is het nu aan de andere raadsleden om eventueel nog vragen te stellen. Maar ik sta nog een interruptie toe op de wethouder. Aan u het woord. De heer Kuin: Dank u wel. Dan zou ik graag de correspondentie zien tussen de gemeente of de projectleider van Rijnland. Dank u. De voorzitter: Even kijken. Andere raadsleden die behoefte hebben tot het stellen van vragen hierover? Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag aan de portefeuillehouder is eigenlijk, betekent dit dat met dit besluit er vanuit wordt gegaan dat er geen risico is op blauwalg?

Pagina 21 van 22

De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Kabout: Ja, zoals al zojuist gezegd, is uiteindelijk geconstateerd dat de duiker niet nodig is voor het blauwalgrisico. En dat staat verder ook uitgelegd in het rapport wat ik zojuist heb toegezegd om naar u te sturen. Dus het lijkt me efficiënter dat u dat leest. En als u daar aanvullende vragen over heeft, dat u ze dan stelt. De voorzitter: Vraag voldoende beantwoord. Geen nadere vragen? Dan zijn wij hiermee aan het einde gekomen van het Vragenkwartiertje. Rb-8

Sluiting De voorzitter: En daarmee ook aan het einde van deze hopelijk laatste digitale raadsvergadering. Voor de kijkers thuis, fijn dat u hierbij aanwezig was. En aan alle raadsleden nog een hele fijne avond en tot de eerstvolgende keer. Deze vergadering is gesloten.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 mei 2021. , voorzitter , griffier

Pagina 22 van 22

1.4 Vaststelling van de Lijst Ingekomen Stukken 1 20210527 Vastgestelde Lijst Ingekomen Stukken periode 07-04-2021 tm 25-05-2021.pdf

1.5.1 Raadsvoorstel nummer Z21-015887 1 20210527 Getekend rbsl oplegging geheimhouding bijlagen 6 en 7 bij B&W besluit Reconstructie Machineweg van 13-04-2021.pdf

1.5.2 Raadsvoorstel nummer Z21-039042 1 20210527 Getekend rbsl bekrachtigen geheimhouding van aan de raad overlegde stukken door de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening.pdf

2 Van afval naar grondstoffenbeleid 1 Dossier 218 voorblad.pdf

3.Raad (besluitvormend) Dossiernummer

218

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

27 mei 2021

Agendapunt

2

Omschrijving

Van afval naar grondstoffenbeleid

Geagendeerd

Vergaderdatum

3.Raad (besluitvormend)

27 mei 2021

1 20210527 Getekend geamendeerd rbsl inzake vaststellen beleidsnota Van Afval naar grondstoffenbeleid.pdf

1 Bijlage 1 rappportage Van afval naar grondstofbeleid 2021-2025.pdf

Van afval- naar grondstofbeleid 2021-2025 Versie 2.6 31 juli 2020

2

Inhoudsopgave Inleiding

3

Samenvatting

4

1

Landelijk beleid en gemeentelijke doelstellingen

5

2

Gemeenten op weg naar de LAP-doelen

8

3

Verkenning drie inzamelmodellen

11

4

Voorkeursvariant

12

5

Besluitvorming en vervolg

13

6

Privacy en containermanagement

14

Bijlage 1 Voortraject ‘Van afval- naar grondstofbeleid 2020-2024’

Afkortingen:

GFT: groente-, fruit- en tuinafval PMD: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drinkpakken OPK: oud papier en karton CMS: containermanagement systeem

3

Inleiding In het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP) is voor het streefjaar 2020 de gemeentelijke doelstelling opgenomen dat het aandeel afvalscheiding van huishoudelijk afval wordt verhoogd naar minimaal 75% en de hoeveelheid huishoudelijk restafval maximaal 100 kilo per inwoner per jaar bedraagt; in 2025 moet de hoeveelheid restafval verder zijn teruggebracht naar maximaal 30 kilo per inwoner per jaar. In het collegeprogramma Aalsmeer 2018-2022 “Vol vertrouwen vooruit” is de doelstelling van 75% afvalscheiding overgenomen. Bij de behandeling van de kaders voor de inwonersparticipatie in september 2019 heeft de raad unaniem een motie aangenomen om de beleidsnota over het afvalbeleid de naam “Van afval- naar grondstofbeleid” te geven. Het plan is op basis van participatie met de inwoners en diverse sessies met de raad tot stand gekomen. Een grote meerderheid van de inwoners, die deel hebben genomen aan het participatieproces, vindt het halen van de landelijke doelen voor afvalscheiding belangrijk. In de bijlage treft u een samenvatting van het voortraject met raad en bewoners aan. In deze nota “Van afval- naar grondstofbeleid 2020-2024” zijn, vanuit de huidige inzamelwijze en prestaties, de meest voor de hand liggende inzamelmodellen voor de gemeente Aalsmeer op een rijtje gezet.

Daarbij is gekeken naar succesvolle voorbeelden in het land op het gebied van bron- en nascheiding. Tevens zijn de uitkomsten van het participatietraject met inwoners meegenomen.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 schetst het landelijk kader en de gemeentelijke doelstellingen voor de afvalscheiding van huishoudelijk afval. Hoofdstuk 2 gaat in op ontwikkelingen en succesfactoren voor het halen van de LAP-doelen. In hoofdstuk 3 zijn op basis van praktijkvoorbeelden voor bron- en nascheiding van PMD en de bewonersparticipatie drie inzamelmodellen uitgewerkt. In hoofdstuk 4 presenteren wij onze voorkeursvariant. Hoofdstuk 5 sluit af met een doorkijkje naar het vervolg, na besluitvorming door de gemeenteraad. In hoofdstuk 6 geven we informatie over privacy en het containermanagementsysteem.

4

Samenvatting De afvalscheiding van huishoudelijk afval is in Aalsmeer al jaren op een stabiel niveau rond 60-64% en de hoeveelheid restafval bedraagt 171 kg per inwoner per jaar. De gemeente wil enerzijds een stap zetten richting de LAP-doelen van 75% afvalscheiding en maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar en anderzijds de mogelijkheid houden om binnen afzienbare termijn over te kunnen stappen op nascheiding van huishoudelijk restafval, indien de technieken hiervoor verbeteren. Op basis van de volgende overwegingen stellen wij inzamelmodel 1a als voorkeursvariant voor. Dit houdt in dat er tweewekelijkse inzameling van plastic verpakkingen, metalen (blik) en drinkpakken (PMD) met zakken, wekelijkse inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT) in de zomermaanden en vier wekelijkse inzameling van restafval plaatsvindt.

Deze variant heeft de volgende voordelen: LAP-doelstellingen 2020 komen direct binnen bereik Dit model biedt inwoners hoge service op zowel grondstoffen als restafval Lage investeringen (omgekeerd inzamelen heeft de hoogste investeringen met het plaatsen van ca 100 ondergrondse containers voor restafval in de wijken) Is in lijn met resultaten bewonersparticipatie (PMD aan huis, maximaal drie rolemmers, wekelijkse inzameling GFT in zomermaanden) Staat een eventuele toekomstige overstap naar nascheiding van huishoudelijk restafval niet in de weg Is de goedkoopste variant voor het afvalstoffenheffing tarief; deze variant kan in principe kostenneutraal worden ingevoerd, daar waar andere varianten leiden tot stijging van de afvalstoffenheffing Een gedifferentieerd tarief op het aanbieden van restafval is nu niet aan de orde. De focus ligt eerst op het bieden van service voor grondstoffen De maatregelen van de voorkeursvariant houden in dat PMD eens in de twee weken met doorzichtige zakken aan huis wordt opgehaald en dat de inzameling van restafval eens in de vier weken plaats vindt met een rolemmer van 140 liter. De huidige tweewekelijkse inzameling van GFT wordt geïntensiveerd en vindt in de zomermaanden wekelijks plaats. In aanvulling op de huidige inzameling aan huis van OPK, komen er brengvoorzieningen op centrale plekken in de woonkernen.

De huidige rolemmers voor restafval, GFT en OPK worden vervangen door nieuwe circulaire, van gerecycled plastic gemaakte, rolemmers met een uniform uiterlijk. Om illegale aanbiedingen van restafval te voorkomen wordt er containermanagement toegepast op de inzameling van restafval met een rolemmer. Dit houdt in dat de rolemmers voor restafval van een chip worden voorzien, zodat alleen huishoudens die afvalstoffenheffing betalen het restafval kunnen aanbieden. Laagbouw (ca 80%) Hoogbouw (ca 20%) Nieuwe circulaire rolemmer Ongewijzigd met 140 liter, 13x per jaar aanbieden, verzamelcontainers containermanagement. GFT (groente-, fruitNieuwe circulaire rolemmer, Ongewijzigd met en tuinafval wekelijkse inzameling in verzamelcontainers zomermaanden. PMD (plastic verpakkingen, metalen PMD aan huis ophalen met zakken, 26x per jaar. Ondergrondse (blik) en drinkpakken) verzamelcontainers op centrale punten handhaven. OPK (oud papier en Voortzetting inzameling aan huis met nieuwe circulaire minicontainer, karton 13x per jaar. Aanvullende inzameling met ondergrondse containers op centrale punten. Voortzetten van papierinzameling door scholen, kerken en verenigingen.

Glas Ongewijzigd met containers in de wijk Na besluitvorming wordt flankerend beleid opgesteld met maatregelen en Overig interventies die het grondstofbeleid, een betere afvalscheiding en meer circulariteit van grondstoffen ondersteunen. Hierbij kan worden gedacht aan handhaving, het verduurzamen van de textielinzameling en maatwerk voor kwetsbare groepen en huishoudens met (onvermijdbaar) veel afval, zoals gezinnen met kinderen in de luiers. Restafval

5

1

Landelijk beleid en gemeentelijke doelstellingen

1.1 Landelijk beleid Het nationale beleid voor afvalbeheer en afvalpreventie is opgenomen in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP). Daarin zijn gemeentelijke doelstellingen voor de scheiding en recycling van huishoudelijk afval opgenomen. De opeenvolgende landelijke afvalbeheerplannen laten een toenemende gemeentelijke taakstelling voor de scheiding en recycling van huishoudelijk afval zien: Landelijk afvalbeheerplan LAP 1 LAP 2 LAP 3

Looptijd

Doelstelling afvalscheiding

Doelstelling restafval (kilo/inwoner/jaar)

Streefjaar

2003-2009 2009-2017 2017-2029

niet gespecificeerd 60%-65% 75% (ca 90%)

100 kg 30 kg

2015 2020 2025

De doelstellingen uit LAP3 zijn eveneens opgenomen in het Rijksbreed programma circulaire economie ‘Nederland circulair in 2050’ uit 2016. Dit programma richt zich op de ontwikkeling naar een voor 2050 te realiseren circulaire economie. Concreet betekent dit dat grondstoffen efficiënt zullen worden ingezet en optimaal hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. De ambitie is om in 2030 een (tussen) doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). De inzameling van huishoudelijk afval biedt kansen voor de transitie naar een circulaire economie met als uitgangspunt hergebruik van producten en grondstoffen.

1.2 Gemeentelijke doelstellingen en prestaties Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de totstandkoming van een circulaire economie. De afvalscheiding in Aalsmeer is al jaren op een stabiel niveau. De inwoners van Aalsmeer scheiden gemiddeld 60% van het huishoudelijk afval aan de bron en inclusief de nascheiding van grofvuil en PMD bedraagt de totale afvalscheiding 64%; de hoeveelheid restafval bedraagt 171 kg per inwoner per jaar. Vanuit het collegeprogramma 2018-2022 en de programmabegroting 2020 richt gemeente Aalsmeer zich op de landelijke doelen voor huishoudelijk afval: 75% afvalscheiding en maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar maximaal 30 kg restafval in 2025 De afvaldriehoek Binnen de landelijke kaders hebben gemeenten in Nederland een grote mate van vrijheid om te bepalen op welke wijze zij het huishoudelijk afval inzamelen. Het gemeentelijk beleid kan worden bezien vanuit drie gezichtspunten die nauw met elkaar samenhangen, de zogeheten afvaldriehoek: milieurendement, service en kosten.

Milieurendement Dit betreft de mate van afvalscheiding en hergebruik van waardevolle grondstoffen uit het huishoudelijk afval. De landelijke doelstelling is er op gericht dat zo veel mogelijk herbruikbare grondstoffen worden gescheiden en hergebruikt. Daarmee wordt tevens bereikt dat de hoeveelheid restafval, dat de

6

verbranding ingaat, minimaal is. Grondstoffen worden schaars en in het huishoudelijk afval blijken nog veel herbruikbare grondstoffen te zitten. Service/dienstverlening Het serviceniveau gaat over het gemak waarmee inwoners hun afval c.q. herbruikbare grondstoffen gescheiden kunnen aanleveren. De mate van afvalscheiding is afhankelijk van gedrag, gemak en kosten. De inwoners moeten het doen (gedrag) en door het hen makkelijk te maken wordt het afval beter gescheiden (gemak). In het streven naar een betere afvalscheiding en minder restafval is de landelijke tendens om inwoners meer service te bieden op herbruikbare grondstoffen. Kosten De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden bekostigd uit de afvalstoffenheffing. De afvalbeheerkosten zijn het saldo van de kosten en baten van de afvalinzameling. Aan de inzameling van de huishoudelijke stromen en de verwerking van restafval en gft zijn kosten verbonden. Een aantal herbruikbare grondstoffen heeft een positieve marktwaarde, zoals papier en karton, glas en textiel. Daarnaast ontvangen gemeenten, in het kader van producentenverantwoordelijkheid, vergoedingen voor verpakkingen (PMD, glas, papier/karton) en afgedankte elektrische apparaten. Een betere afvalscheiding leidt tot lagere verwerkingskosten.

Huidige afvalinzameling en -scheiding De huidige inzameling van huishoudelijk afval vindt als volgt plaats: Huidige inzameling Restafval

Groente-, fruit- en tuinafval (GFT) Oud papier en karton (OPK) Plastic, metalen (blik) en drinkpakken (PMD) Glas

Laagbouw (ca 80%) Rolemmer met inhoud 80, 140 of 240 liter, 26x per jaar aanbieden Rolemmer 26x per jaar

Hoogbouw (ca 20%) Verzamelcontainers: in- en uitpandig (boven- en ondergronds)

Verzamelvoorzieningen voor aanbieden van GFT Aan huis ophalen met rolemmer, 13x per jaar. Papierinzameling door scholen, kerken en verenigingen. Wegbrengen naar boven- en ondergrondse containers Wegbrengen naar ondergrondse containers

Met dit serviceniveau is de afvalscheiding al een aantal jaar op een stabiel niveau. Inwoners bieden 60% van het huishoudelijk afval gescheiden aan, de hoeveelheid restafval bedraagt 171 kg per inwoner per jaar. Inclusief de aanvullende nascheiding van grofvuil en PMD uit het huishoudelijk restafval bedraagt de totale afvalscheiding 64%. Uit sorteeranalyses van het restafval blijkt dat er met name veel GFT (gewicht) en PMD (volume) in het restafval aanwezig is en in mindere mate oud papier en karton (OPK). Deze drie stromen maken meer dan 65% van het gewicht en 80% van het volume van het restafval uit. Circa 15% (gewicht) van het huishoudelijk restafval is niet recyclebaar.

Samenstelling restafval 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

31%

18%

10% 11%

OPK

17% 60%

PMD GFT

41% 11% gewicht

Overig

volume

7

Voornaamste knelpunt in de huidige inzameling is de inzamelcapaciteit van de wijkcontainers voor PMD. De hoeveelheden ingezameld PMD laten de afgelopen jaren een stijgende lijn zien (inwoners scheiden hun afval beter en bieden steeds meer PMD aan) en sinds eind 2019 zijn drinkpakken en metalen verpakkingen (blik) aan de gescheiden inzameling van plastic verpakkingen toegevoegd. De inzamelcapaciteit is tijdelijk vergroot met het plaatsen van extra bovengrondse containers op plekken met veel aanbod.

8

2

Gemeenten op weg naar de LAP-doelen

Sinds de bekendmaking van de LAP-doelen zijn vrijwel alle gemeenten aan de slag gegaan om de afvalscheiding te verbeteren en de hoeveelheid restafval te verminderen. Meer dan 70 gemeenten (peiljaar 2018) halen de doelstelling. Maatregelen en keuzes voor een betere afvalscheiding en minder restafval Communicatie over het belang van afvalscheiding is en blijft belangrijk. Maar met alleen communicatie worden de LAP-doelen niet gehaald. Op weg naar een betere afvalscheiding baseren gemeenten hun nieuwe beleid aan de hand van een aantal maatregelen en keuzes: -

Serviceverhoging grondstoffen (GFT, PMD en OPK); Aanpassing service voor restafval aan het werkelijke aanbod niet-recyclebare materialen; Financiële prikkel: wel of geen tarief op aanbieden restafval (diftar); Keuze voor bron- of nascheiding PMD; Containermanagementsysteem (CMS).

Serviceverhoging grondstoffen Gemeenten zetten in het streven naar een betere afvalscheiding met name in op de drie stromen GFT, PMD en OPK. De serviceverhoging houdt in dat deze stromen (vaker) aan huis worden opgehaald. Dit geeft landelijk de beste inzamelresultaten. Ervaringen bij meerdere gemeenten laten zien dat alleen serviceverhoging op de grondstoffen niet voldoende is om de LAP-doelen te halen, maar wel effectief is in combinatie met vermindering van de inzamelcapaciteit van ongescheiden restafval. Groente-, fruit- en tuinafval (GFT) In Aalsmeer bestaat circa 40% van het gewicht van het restafval uit GFT, met name snij- en etensresten. De gescheiden inzameling aan huis levert jaarlijks een hoeveelheid van ruim 90 kg GFT per inwoner per jaar en er zit nog gemiddeld rond de 70 kg GFT per inwoner in het restafval. De gescheiden inzameling kan worden verbeterd met gerichte communicatie en het aanbieden van hulpmiddelen voor in de keuken (bijv. keukenemmertjes voor snij- en etensresten). Daarnaast hebben veel bewoners bij de participatie aangegeven dat wekelijkse inzameling van GFT in de zomermaanden op prijs wordt gesteld. Plastic verpakkingen, metalen (blik) en drinkpakken (PMD) Meer dan de helft van het volume van het restafval bestaat uit PMD. Inwoners van Aalsmeer brengen het PMD weg naar containers die in de wijk en bij winkelgebieden staan.

Daarmee wordt ruim 10 kg PMD per inwoner per jaar gescheiden opgehaald. Er zit jaarlijks nog gemiddeld tussen 25 en 30 kg PMD per inwoner in het restafval. Zoals ook in de bewonersparticipatie naar voren is gekomen, kan de gescheiden inzameling worden verbeterd door PMD aan huis op te halen. Dat gebeurt in andere gemeenten met rolemmers en plastic zakken1. Voordeel van inzameling met rolemmers is dat het aansluit op de huidige inzamelwijze in Aalsmeer. Nadeel zijn de kosten om de containers aan te schaffen en het (extra) ruimtebeslag van een extra rolemmer bij of rond het huis; in de bewonersparticipatie heeft een minderheid van circa 30% van de aansluitingen aangegeven een vierde rolemmer aan huis te willen. Aandachtspunt bij de inzameling met zakken is dat deze ook gevuld licht van gewicht zijn en kunnen wegwaaien. Dit kan worden voorkomen door de zakken aan hekken of lantaarnpalen te hangen (met speciale kroonringen). Voordeel van de zakkeninzameling is dat het een lage investering voor inzamelmiddelen vergt en dat uit onderzoek is gebleken dat de fractie zuiverder is en minder verontreinigingen bevat dan bij inzameling met rolemmers het geval is. Oud papier en karton (OPK) OPK beslaat zowel in gewicht als volume rond 10% van het restafval.

Deze fractie wordt in Aalsmeer al langere tijd aan huis opgehaald; voorheen gebundeld aan de weg en sinds tien jaar met rolemmers (de zogeheten ‘blauwe bak’). Daarnaast zijn er in Aalsmeer scholen, kerken en verenigingen actief met de inzameling van OPK. Het landelijk beeld laat zien dat de hoeveelheid OPK de laatste jaren in

1

In onze regio halen de gemeenten Bloemendaal en Hillegom PMD met zakken op, gemeente Lisse met rolemmers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=9ef5cb0d-604b-4a0d-9d6f-92ebc727ff83