CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 4 april 2023, gemeente aalsmeer28.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Ne-42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor de organisatie van het waterbeheer bevat het Waterbesluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels over het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer. Ook regelt het Waterbesluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's. Voorts bevat het besluit bepalingen over de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan, waaronder de gevallen waarin een elektronische aanvraag wordt ingediend. De Waterregeling bevat regels over de organisatie van het waterbeheer, een aantal kaarten over de toedeling van beheer, de begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en de aanwijzing van de drogere oevergebieden, alsmede regels voor gegevensverstrekking aan het Rijk op grond van Europese verplichtingen. Verder regelt de Waterregeling een enkel inhoudelijk aspect van het regionaal waterplan en de beheerplannen. In de Waterwet is gekozen voor een systeem waarin iedere bestuurslaag haar beleid formuleert en dit vastlegt in plannen.

De plannen geven aan wat iedere bestuurslaag wil doen in een bepaalde planperiode om de doelstellingen van het waterbeheer te halen. Deze plannen zijn bindend voor de eigen bestuurslaag. De Waterwet sluit op dit punt zoveel mogelijk aan bij de sturingsvisie van de Wet ruimtelijke ordening. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; • beheersbaar programma voor de waterkeringen; • doelmatig beheer van de waterketen, • werkzaamheden slim combineren; • het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het versnelt en intensiveert de aanpak van 4 thema’s: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het is plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de 4 thema’s. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten “klimaatrobuust” te zijn, d.w.z.

alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd. Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting. De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. In Aalsmeer gebeurt dat met een actieplan klimaatadaptatie 2021-2026. Provinciale Watervisie 2016-2021 De Provinciale Watervisie is van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en de acties tot 2021. De volgende doelen worden nagestreefd:

• • • • • • •

waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen overstromingsrisico’s; zorgen voor schoon en voldoende drinkwater; kader stellen voor regionale waterkeringen; beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit; waterrobuust inrichten bevorderen; bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater; Zorgen voor schoon en voldoende grondwater.

Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het waterschap van Amstel, Gooi en Vecht. Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de beheerder van de regionale wateren in een gebied van 700 km2, grofweg tussen Amsterdam en Utrecht. Het waterschap is een overheidsorganisatie, die zorgt voor veiligheid achter de dijken en voor voldoende en schoon oppervlaktewater. Elke zes jaar maakt het waterschap een waterbeheerplan, tegelijkertijd met (en afgestemd op) het Nationale Waterplan van het Rijk en de provinciale waterplannen. In dit Waterbeheerplan beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016-2021 en een aanpak op hoofdlijnen.

Uitgangspunten • samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; • een klimaatbestendig en waterrobuust gebied; • steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; • een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; • water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; • gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; • gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; • vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit; • afstemming over alle watertaken per stroomgebied; • behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Watergebiedsplan Westeramstel Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft naast haar Waterbeheerplan voor verschillende gebieden aparte Watergebiedsplannen opgesteld met als doel gebiedsgerichte maatregelen te formuleren om het watersysteem te verbeteren. Daarvoor is zowel het grond- als oppervlaktewater kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht. Tevens is de ecologische toestand onderzocht met het oog op het behalen van de Kaderrichtlijn Water doelen. Het hoofddoel van het watergebiedsplan is het nemen van een peilbesluit voor de polders in het Westeramstelgebied.

Het watergebiedsplan focust op de volgende aandachtsgebieden: • een peilbesluit voor de vier polders in het Westeramstelgebied; • de kans op wateroverlastsituaties en eventuele maatregelen;

• • •

de waterkwaliteit in het hele gebied en maatregelen voor de korte en lange termijn om de KRW doelen te halen; actualiseren van de legger; gebiedsgerichte maatregelen van reguliere waterschapstaken.

Keur 2019 – Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Westeinderhage (Kudelstaart) valt binnen het hoogheemraadschap Amstel, Gooi, Vecht. Binnen dit hoogheemraadschap is de Keur 2019 van kracht, dit is de opvolger van de Keur 2017. De Keur is één van de instrumenten van beheer die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van waterbeheer te behalen. De drie hoofddoelstellingen die vanuit de Waterwet zijn aangegeven zijn: • voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; • beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; • vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen. De Keur is een verordening met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: • Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), • Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken), • Andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als AGV daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Watervergunning op grond van de Keur. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen.

De Keur is te vinden op de website: www.agv.nl. Gemeente De gemeente zelf stelt eisen over klimaatadaptatie, riolering (afvalwaterverwerking, hemelwaterverwerking) en grondwaterbeheer. Hieronder is dat per thema aangegeven. Klimaatadaptatie Eind 2020 is door de gemeente het Actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema’s die zijn benoemd in het Deltaplan Klimaatadaptatie en sluiten op hoofdlijnen aan bij de normen die zijn opgesteld van de metropoolregio Amsterdam (MRA). In het gemeentelijk actieplan Aalsmeer worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema’s waar het stedelijk gebied van Aalsmeer aan moet voldoen zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden B. Hitte: beperking van de impact; C. Droogte: vergroten sponswerking; D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking. In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in het Actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026.

A. Wateroverlast: inrichting voor extreme buien; Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomst) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie Vasthouden-BergenAfvoeren) Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. B. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen.

De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 m loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande Flora en Fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen Flora en Fauna. C. Droogte: vergroten sponswerking; Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. D.

Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking. Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Nieuwbouw:

Inpassing van waterkeringen en gevolgbeperking van overstromingen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting. De gemeente heeft ervoor gekozen om de uitwerking van klimaatadaptieve eisen met de programmering van reconstructies en herinrichtingen en de SO-projecten mee te nemen (“meekoppelkansen benutten”). Rioleringsbeheer Het Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026 (GRP) is ook eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Het borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw, als ook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe we in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaan. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing. Het rioleringsbeheer voor de periode 2021-2026 sluit direct aan op de eisen die gesteld zijn in het Actieplan Klimaatadaptatie. Beheer, onderhoud en nieuw aanleg van riolering en drainage moeten bijdragen aan de eisen uit het Actieplan Klimaatadaptatie. Achtergronden en nadere technische zijn eisen terug te vinden in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026.

Inspelen op herontwikkeling en nieuwbouw In Aalsmeer vinden in de komende periode ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij herontwikkeling en nieuwbouw bouwen we zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij. Tegelijkertijd brengen we vroegtijdig in beeld wat uitbreiding betekent voor ons stedelijk watersysteem en de bestaande structuur van het riool. We streven naar meer waterveiligheid door het versterken van de sponsfunctie van (nieuw én oud) stedelijk gebied en optimale grondwaterniveaus. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bestaande afvoerstructuur. Kosten voor extra maatregelen aan het bestaande stelsel als gevolg van belasting door stedelijke ontwikkelingen komen in principe voor rekening van ontwikkelaars. De gemeente stelt wanneer nodig een afvoerstructuur op. Hierin houden wij rekening met toekomstige ontwikkelingen, maar ook met het verwachte vervangingsregime en ontwikkelingen op het gebied van afvalwatertransport. Het afvoerstructuurplan kan gebruikt worden als onderlegger om ontwikkelaars op de hoogte te brengen van de gevolgen van uitbreidingen en daar gezamenlijk het gesprek over aan te gaan.

Grondwaterbeheer Grondwaterbeheer is een wettelijk verplichte taak voor gemeenten en is in Aalsmeer primair functiegericht grondwaterbeheer: het richt zich op de afstemming van het stedelijk grondwater op de grondgebruiksfuncties in de gemeente voor zover dit technisch mogelijk is en voor zover het andere doelen niet schaadt. Grondwaterbeheer is een complexe opgave waarvoor de gemeente een separaat Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2021-2026 heeft opgesteld, als bijlage bij het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026. In dit grondwaterzorgplan staan de eisen beschreven die de gebruiksfuncties stellen aan het stedelijk grondwater; en hoe deze eisen invulling gegeven kan worden. Onder meer is beschreven welke maximale en minimale grondwaterstanden voor gebruiksfuncties gelden.

Procesmatig Klimaatadaptieve eisen richten zich niet alleen op uit te voeren maatregelen, maar ook op de te behalen doelen volgens het Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026. Reconstructies en herinrichtingen door de gemeente De gemeente volgt een meerjarenprogrammering waarin reconstructies en herinrichtingen van de openbare ruimte in wijken gepland zijn die onderhoudsbehoeftig zijn en waarin nieuw beleid ingepast moet worden. Klimaatadaptieve eisen worden in de voorbereiding van projecten meegenomen. Met technisch onderzoek tijdens de ontwerpfase, met name in de schetsontwerpen en voorontwerpen, moet aangetoond worden welke ontwerpen leiden tot het voldoen aan de klimaatadaptieve eisen. Stedelijke ontwikkelingen (gemeente en ontwikkelende partijen) In nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden gebieden voorbereid op geheel of gedeeltelijk nieuwe inrichtingen en/of nieuwbouw. Nieuwe verkavelingen worden ontworpen in een nieuw vorm te geven openbare en particuliere ruimte. Klimaatadaptieve eisen worden meegenomen in de voorbereidingstrajecten (visievorming, startnotitie, ontwerptraject met gemeente, architecten, ontwerpers en ontwikkelaars). Met technisch onderzoek moet worden aangetoond in hoeverre de gebiedsontwerpen voldoen aan de klimaatadaptieve eisen.

Particuliere ruimte (bewoners en bedrijven) De gemeente heeft geen bevoegdheden in de particuliere ruimte, maar heeft deze ruimte wel nodig om klimaatadaptieve doelen te behalen. De gemeente heeft in het beleid gekozen voor een faciliterende rol, waarin stimuleren, aanjagen en ondersteunen kernbegrippen zijn. Voor de particuliere ruimte gelden dezelfde klimaatadaptieve eisen, maar deze kunnen niet afgedwongen worden. De gemeente staat het evenwel vrij om, indien nodig, bindende verordeningen op te stellen ten aanzien van particulier waterbeheer. Op dit moment zijn alleen regels gesteld voor hemelwaterverwerking door particulieren, die opgenomen zijn in de aansluitverordening. Relevantie plangebied Zuider Legmeerpolder Het plangebied Westeinderhage is gelegen in de Zuider Legmeerpolder. De Zuider Legmeerpolder is gelegen in het zuidwesten van het beheergebied Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Het noordelijk deel van de polder is gelegen op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer, het zuidelijk deel behoort tot de gemeente Uithoorn. De Zuider Legmeerpolder, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer, wordt begrensd door de Geniedijk, de HerenwegKudelstaartseweg en de Bilderdammerdijk. Deze begrenzingen zijn waterkeringen en tevens de scheidingen tussen de beheersgebieden van het hoogheemraadschap van Rijnland en AGV.

De Herenweg is de oude weg op een veenstrook die de Westeinderplassen van het Legmeer scheidde. Bij de drooglegging van de laaggelegen Legmeerpolders is een kleikade tegen de veenstrook aangelegd om kwel uit de Westeinder Plassen tegen te gaan. Tegenwoordig is in de polder veel verharding en zijn er veel kassen. De polder bestaat uit de woonkernen Kudelstaart en (een deel van) De Kwakel. Het is de diepste droogmakerij van Westeramstel met het grootste aandeel verhard gebied van Westeramstel. Er wordt veel water vanuit de Westeinderplassen ingelaten via een cascade systeem naar beneden, de polder in. Een deel van het water wordt bij droog weer gebruikt voor de Ringvaart van de Uithoornse polder om het peil daar te kunnen handhaven. In de Zuider Legmeerpolder zijn veel duikers en stuwen aanwezig. Het is dus een gesegmenteerd systeem, maar functioneert voldoende. Er zijn geen omvangrijke maatregelen aan technische systemen (gemalen, stuwen) noodzakelijk. In het plangebied Westeramstel zijn door het waterschap de afgelopen jaren een aantal maatregelen getroffen die het risico op wateroverlast in de polders aanzienlijk hebben

verkleind. De wateroverlaststudie (n.a.v. het Watergebiedsplan Westeramstel van Waternet) wijst uit het er geen noodzaak is om nu in de Zuider Legmeerpolder, opnieuw, grootschalige maatregelen op te nemen. Peilgebied De polder kent een variatie aan grondgebruik en maaiveldhoogtes. Het maaiveld loopt sterk af vanaf de Westeinderplassen naar het zuidoosten toe. De drooglegging varieert sterk. Het is een cascade systeem waar de maaiveldhoogte verloopt. In het gebied rond Kudelstaart heeft dit geleid tot meerdere kleine peilvakken met ieder een eigen peil.

Peilgebieden rond Kudelstaart Wijziging Peilgebieden Westeinderhage In het plangebied Westeinderhage komt een aantal verschillende peilgebieden voor. De peilhoogtes van deze gebieden variëren van – 5,07 tot circa – 5,97 meter ten opzichte van NAP. De functieverandering van de huidige bestemming van agrarisch naar een woongebied biedt kansen om de instelling van de peilen hier te optimaliseren. Het wordt gunstig geacht om de verschillende kleine peilgebiedjes samen te voegen tot een groot peilgebied (NAP -5,2 m). Dat maakt het watersysteem van dit gebied en van de polder in zijn geheel robuuster en duurzamer. voor deze peilwijziging is in overleg met het Waterschap afgesproken dat een partiele herziening van het peilbesluit wordt gedaan. Eventuele grondwatereffecten voor de directe omgeving als gevolg van de voorgenomen peilwijziging worden in het peilbesluit onderzocht en beschreven. Indien nodig worden maatregelen getroffen om de grondwatereffecten te mitigeren. Op locaties waar grondwatereffecten worden verwacht zal de grondwaterstand worden gemonitord door de initiatiefnemer voorafgaand aan de realisatie tot een ruime periode na de realisatie. In het Wateradvies (bijlage XX) wordt hier verder op in gegaan. Waterkeringen

In het plangebied zijn geen waterkeringen gelegen. Ten noorden van het plangebied is een directe waterkering, De Herenweg-Kudelstaartseweg gelegen. De beschermingszone van deze secundaire kering is eveneens niet binnen het plangebied gelegen. In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de waterkeringen. Waterkwaliteit Uit analyses blijkt dat de huidige situatie van de waterkwaliteit en waternatuur in Westeramstel (Kudelstaart valt binnen dit gebied) slecht is en verder achteruit gaat. Om een halt toe te roepen aan de achteruitgang in Westeramstel en te komen tot een verbetering, zijn ingrijpende maatregelen op verschillende terreinen en door verschillende partijen nodig. De belangrijkste beperkende randvoorwaarden in het gebied zijn: te veel voedingsstoffen in het water, te ondiepe sloten en te veel bagger op de bodem. Daarnaast zijn slootkanten vaak te steil en is het onderhoud niet afgestemd op de natuur. Lokaal vormen troebel water, bodemwoelende vissen, woekerende waterplanten, lozing door glastuinbouw en toxiciteit een knelpunt. In het Waterbeheer Plan AGV 2016-2021 staat als algemeen doel voor 2030: een goede waterkwaliteit en volop mogelijkheden voor planten en dieren die in het water en langs de oevers thuis horen om zich daar te ontwikkelen, te schuilen, paaien, paren, broeden en van leefgebied naar leefgebied te trekken.

Dit is ook het doel voor 2030 voor de Kader Richtlijn Water (KRW). De KRW stelt dat de ecologische toestand van alle oppervlaktewateren niet (verder) achteruit mag gaan. Ook mag er geen afwenteling plaatsvinden van overig water naar waterlichaam en van waterlichaam naar waterlichaam. Om het doel van een goede waternatuur en –kwaliteit te kunnen bereiken, moeten bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn. Denk daarbij aan voldoende diepe sloten, op diepte houden van primaire en secundaire wateren, zorgdragen voor minder voedingsstoffen in de wateren, minder gebiedsvreemd water inlaten, verminderen emissies glastuinbouw, etc. In het watergebiedsplan Westeramstel is dit nader uitgewerkt. In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Watercompensatie Bij beoogde ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het beleid van het AGV. Een van de beleidsregels betreft het aanleggen van verhard oppervlak. Deze beleidsregels vormen het afwegingskader voor vergunningverlening: in dit geval voor Watervergunningen op het gebied van aanleggen van verhard oppervlak waardoor hemelwater niet in de bodem kan infiltreren. Deze beleidsregels gelden voor situaties met aanleg van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m2.

In de keur is bepaald, dat bij nieuwe bebouwing en aanleg van nieuwe verharding naast de bestaande wateroppervlakte extra open water zal worden toegevoegd ter grootte van 10% van die verharding. Dat houdt in dat bij iedere nieuwbouwontwikkeling voldoende oppervlaktewater gerealiseerd moet worden. Deze uitbreiding kan niet alleen in de openbare ruimte gezocht worden, maar zal bij voorkeur (in ieder geval gedeeltelijk) op eigen terrein opgelost moeten worden. Het bestemmingsplan maakt een nieuwe ontwikkeling mogelijk die een oppervlakte heeft van meer dan 1000 m². Dit betreft de aanleg van nieuwe woningen en openbaar gebied waarbij meer verhard wordt dan de grens van 1000 m². Binnen het plangebied wordt ca. 46.500 m2 verharding toegevoegd en er is ca. 2.400m2 bestaand water aanwezig. Het plan voorziet in ca. 8.200m2 open water, circa 10% van het totale plangebied. Dit betekent dat er ca. 12,5% van de toegevoegde verharding wordt gecompenseerd. De watercompensatie inclusief de watercompensatie voor de demping van enkele watergangen voldoet hiermee aan artikel 2.4 van de Keur. Wel is een watervergunning nodig om het verhard oppervlak met meer dan 1000 m² uit te breiden. In de watervergunning wordt beschreven hoeveel demping van bestaand oppervlaktewater wordt gedaan en hoeveel de verhardingstoename exact is ten

opzichte van de huidige situatie. De minimale omvang van de waterberging is 70 m3. Dit is de benodigde waterberging bij de aanleg van 1000 m² verharding. Grondwater Het samenvoegen van de verschillende kleine peilgebiedjes tot een groot peilgebied (NAP -5,2 m) heeft gevolgen voor de grondwaterstand. In overleg met het Waterschap is vastgesteld dat er een peilbesluit genomen moet worden. Eventuele grondwatereffecten voor de directe omgeving als gevolg van de voorgenomen peilwijziging worden in het peilbesluit onderzocht en beschreven. Indien nodig worden maatregelen getroffen om de grondwatereffecten te mitigeren. Op locaties waar grondwatereffecten worden verwacht zal de grondwaterstand worden gemonitord door de initiatiefnemer voorafgaand aan de realisatie tot een ruime periode na de realisatie. In het Wateradvies (bijlage XX) wordt hier verder op in gegaan. Watergangen In het plangebied zijn diverse watergangen gelegen. Sommige van deze watergangen dienen gedempt te worden om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. In overleg met het Waterschap is vastgesteld dat er een peilbesluit genomen moet worden. Eventuele grondwatereffecten voor de directe omgeving als gevolg van de voorgenomen peilwijziging worden in het peilbesluit onderzocht en beschreven. Indien nodig worden maatregelen getroffen om de grondwatereffecten te mitigeren.

Op locaties waar grondwatereffecten worden verwacht zal de grondwaterstand worden gemonitord door de initiatiefnemer voorafgaand aan de realisatie tot een ruime periode na de realisatie. Ter compensatie worden nieuwe watergangen gerealiseerd en enkele bestaande watergangen verbreed. Het realiseren van nieuwe watergangen leidt potentieel tot een opbarstrisico. Voor het graven van de watergangen wordt een watervergunning aangevraagd waarin de effecten in beeld gebracht worden op opbarsting. Het nieuwe watersysteem binnen het plangebied wordt uitgevoerd conform de ontwerp- en onderhoudseisen van waterschap AGV. Het verlies aan open-waterberging en het effect op de water aan- en afvoer van de demping dient volledig gecompenseerd te worden, waarbij de omvang van de compensatie ten minste gelijk is aan het verlies aan berging door de demping.

Bij het bepalen van de omvang van de compensatie blijven duikers buiten beschouwing; en wordt voldaan aan de onderstaande regels: • de uitvoerbaarheid van de compensatie is gewaarborgd (technisch, juridisch en financieel); • de compensatie vindt overeenkomstig beleidsregel 11.1 of, ingeval van primair water, de beleidsregels van hoofdstuk 12 plaats; • de demping leidt niet tot geïsoleerde oppervlaktewaterlichamen of doodlopende oppervlaktewaterlichamen; • de schade aan de ecologische waarde door de demping in een groene oeverzone wordt volledig gecompenseerd waarbij; • de verminderde oeverlengte wordt hersteld tot de oorspronkelijke oeverlengte; • de vorm van de nieuw aan te leggen oever is minimaal gelijk aan de oorspronkelijke oever; • de compensatie vindt plaats in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam; • de demping veroorzaakt geen grondwater- en oppervlaktewateroverlast bij nabijgelegen percelen; • de demping leidt niet tot verkleining van het doorvaartprofiel of als er geen doorvaartprofiel is vastgesteld, tot belemmeringen voor de doorvaart in de middenstrook (2,5 m aan weerszijden van de as van de watergang). • compenseren binnen het watersysteem dat belast wordt. Voor het dempen en (ver)graven van watergangen is op basis van de Keur een watervergunning benodigd. AGV als waterbeheerder ziet toe op de waterkwaliteit en waterkwantiteit van het oppervlaktewater.

Voor het onderhoud van primaire watergangen is AGV verantwoordelijk. Deze onderhoudsplicht geldt niet voor secundaire wateren en voor het water in geïsoleerde stadsparken.

Figuur XX: Oppervlaktewatersysteem in de toekomstige situatie Afvalwater In Kudelstaart zijn verschillende rioolstelsels. Bij de lintwegen is voornamelijk een gescheiden rioolstelsel aanwezig terwijl de kern Kudelstaart is voorzien van een gemengd rioolstelsel. De kernuitbreidingen vanaf 1990 beschikken zowel over een verbeterd gescheiden als een gescheiden rioolstelsel. Voor de woningbouwontwikkeling zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd. Klimaatadaptatie De afgelopen jaren is het klimaat aan het veranderen en ontstaan er vaker extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte, neerslag en een hoger zeespiegel. Tijdens de ontwikkeling in Westeinderhage zal er rekening worden gehouden met de effecten van klimaatverandering. Onderstaande maatregelen zullen worden toegepast zodat de gevolgen van extreme weersomstandigheden niet zorgen voor schade aan de nieuwe- en omliggende gebouwen en woningen. -

Het realiseren van voldoende oppervlakte water. Het wegprofiel zal waar mogelijk op ‘een oor’ worden gerealiseerd en zonder hoge ‘banden’ zodat het water de watergangen in stroomt. Zo worden rioolsystemen ontlast tijdens zware buien. Realiseren van groene en-of waterdoorlatende parkeerplaatsen. Aanvullende waterberging in open groen en speelplaatsen doormiddel van wadi’s. Het realiseren van voldoende bomen en beplanting. Groene natuurvriendelijke oevers. Het realiseren van een hoge drooglegging. Kelder (ondergronds bouwen) is uitgesloten in de planregels.

Het aspect water staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

1 bijlage Nota van Beantwoording Memo Goudappel (012082.20220407.N1.04).pdf

Opdrachtgever

Gemeente Aalsmeer

Datum

21 april 2022

Auteur

Tim Bunschoten en Babette Limburg

Kenmerk

012082.20220331.N1.04

Status

Definitief

Pagina

1/5

Reactie op zienswijzen Westeinderhage, Kudelstaart Voor de ontwikkeling van Westeinderhage in Kudelstaart is een bestemmingsplan procedure in gang gezet. De bestemmingsplanwijziging is op basis van verschillende onderzoeken onderbouwd. Op dit plan zijn verschillende zienswijzen binnen gekomen. Deze memo geeft een reactie over de zienswijzen die betrekking hebben tot verkeer. Daarin zijn de vragen op thema gebundeld en is reactie gegeven op de volgende onderwerpen: 1.

Ontsluiting nieuwe wijk op Kruispunt Geerland/Bilderdammerweg

2.

Inrichting Bilderdammerweg

3.

Vrijliggende fietsinfrastructuur Bilderdammerweg en aansluiting op netwerk

4.

Ontsluiting Westeinderhage aan de zuidkant

5.

Verkeerscirculatieplan Kudelstaart

6.

Verkeersintensiteiten Bilderdammerweg

In deze nota van beantwoording is per onderwerp een reactie gegeven. 1.

Ontsluiting nieuwe wijk op kruispunt Geerland/Bilderdammerweg.

In het verkeersonderzoek is uitgegaan van een apart nieuw kruispunt op de Bilderdammerweg voor de ontsluiting van het plangebied. In de definitieve plannen is de ontsluiting van het plangebied gesitueerd bij het bestaande kruispunt GeerlandBilderdammerweg. Deze keuze is gemaakt omdat het in het kader van de verkeersveiligheid niet wenselijk is om twee T-kruispunten kort achter elkaar te hebben. Als dit het geval is, bestaat de mogelijkheid dat de weggebruikers, bij het eerste kruispunt goed oplet, maar het kort daaropvolgende kruispunt niet verwacht of over het hoofd ziet. Ook kunnen 2 kruispunten dicht op elkaar ervoor zorgen dat het kruisingsvlak van het andere kruispunt geblokkeerd wordt, wat niet wenselijk is voor de verkeerveiligheid. Daarom is gekozen om een volledig kruispunt te maken. Dit kruispunt zal net als de andere kruispunten op het noordelijke deel van de

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland

Snipperlingsdijk 4

Fout! De documentvariabele ontbreekt. 161

+31(0) 570 666 222

Fout! De documentvariabele ontbreekt.

NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

Fout! De documentvariabele

ontbreekt.

3801 7479

Fout! De documentvariabele ontbreekt.

info@goudappel.nl

Fout! De documentvariabele ontbreekt.

Bilderdammerweg als gelijkwaardig kruispunt (verkeer van rechts heeft voorrang) worden vormgegeven. Het doortrekken van de Gravin Aleidstraat is in de startnotitie van de Gemeente als optie genoemd. Uit het verkeersonderzoek is naar voren gekomen dat één directe ontsluiting voor Westeinderhage op de Bilderdammerweg voldoende en verkeersveiliger is. Het verplaatsen van het kruispunt naar de Gravin Aleidstraat is niet inpasbaar, omdat je door de groenstructuur heen gaat en door bebouwing heen zou moeten om het kruispunt te realiseren. Daarbij is het ook rustiger voor het verkeersbeeld om de ontsluiting niet te dicht op de aansluiting in het centrum te maken. Er zal naar verwachting minder verkeer door het centrum rijden. Het is daarom wenselijk om het kruispunt te combineren met de ontsluiting van Geerland.

2.

Inrichting Bilderdammerweg

Over de inrichting van de Bilderdammerweg zijn verschillende vragen gesteld die in deze paragraaf zijn beantwoord. a.

Snelheidsbeperkende maatregelen. Waaronder een verkeersplateau op kruising Geerland, met fysieke drempels.

Verkeersveiligheid is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Het voornemen is om verkeersplateaus aan te leggen op de Bilderdammerweg-noord om de snelheid te verlagen. De minder veilige versmallingen zullen in dat geval worden verwijderd. Met die twee maatregelen verbetert de verkeersveiligheid, in combinatie met het wegnemen van de kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers). b.

Snelheid 30 km/u behorende bij een ETW binnen bebouwde kom, ondanks dat de inrichting met een vrij liggend fietspad de uitstraling van een GOW heeft.

Het snelheidsregime van 30 km/uur (vanaf de Spiegelstraat Kudelstaart in) zal niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie. Wel worden snelheidsbeperkende maatregelen genomen om te zorgen dat de werkelijk gereden snelheid op de Bilderdammerweg lager wordt. In het kader van het Nieuwe 30 is de overheid bezig met het uitwerken van profielen die verkeer tot ongeveer 10.000 mvt per etmaal op een veilige manier met 30 km/u kunnen afwikkelen. Deze profielen willen meer een mix zijn van een ETW binnen bebouwde kom en een GOW. c.

Geen maatregelen voorzien voor Bilderdammerweg-noord. Een goede structurele oplossing voor de verkeerskundige situatie van de Bilderdammerweg-noord waarbij de overlast die omwonenden ervaren wordt opgelost én met een veilige inrichting voor het fiets- en autoverkeer (denk aan verkeersluw maken)

2

Het vrijliggende fietspad wordt aangelegd om de verkeerssituatie te verbeteren. Op deze manier hebben fietsers een veilige plek om langs de Bilderdammerweg te fietsen en zijn de verkeersintensiteiten in de toekomstige situatie op een veilige manier af te wikkelen. Daarnaast wordt in dit plan gekeken naar verkeersremmende maatregelen op de Bilderdammerweg, genoemd onder a. Het verkeersluw maken van de Bilderdammerweg is niet aan de orde, omdat uit de analyse blijkt dat het verkeer vanuit Kudelstaart een voornamelijk oriëntatie naar het noorden heeft. De Bilderdammerweg heeft hier een belangrijke functie in. Het afsluiten of verkeersluw maken zorgt voor extra verkeer op andere wegen zoals de Herenweg of door de woonwijk Geerland. Beide is niet gewenst, daarom zijn maatregelen op de Bilderdammerweg genomen om een verkeersveilige situatie te komen.

3.

Vrijliggend fietspad sluit niet aan op de bestaande fietsinfrastructuur

Met de oversteek van het fietspad ter hoogte van het Stichtse Pad verplaatst u de onveilige fietsoversteek (u benoemd deze oversteek zelf als een complexe situatie met een verhoogde ongevalkans) van de Spiegelstraat naar het Stichtse Pad. Het heeft onze voorkeur het fietspad door te trekken langs het Robend en Einsteinstraat naar de Mijnsherenweg. Oorspronkelijk was een vrijliggend fietspad tot aan het centrum van Kudelstaart voorzien. Op 27 mei 2021 is in de raad een motie aangenomen genaamd ‘Onderzoek varianten Fietspad Bilderdammerweg’. Daarin zijn vier varianten opnieuw beoordeeld en is uitvoerig met verschillende afwegingen aangeduid waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Dit is bij de Dorpsraad bekend. In de variantenstudie is variant 4 (fietspad Stichtse Pad – versoberd) als voorkeursvariant bestemd. In deze voorkeursvariant zijn fietsers nagenoeg overal in de voorrang en komt een snelheid remmende verkeersplateau ter hoogte van Stichtse Pad, ten behoeve van het verbeteren van de verkeersveiligheid. Via de Graaf Willemlaan komt een aansluiting op het fietspad richting het Ad Verschuerenplein. Deze voorkeursvariant is op de informatieavond op 25 oktober 2021 gepresenteerd. Tijdens deze informatieavond was de dorpsraad goed vertegenwoordigd. Het college heeft de voorkeursvariant eind 2021 definitief gemaakt.

3

4.

Een passende gebiedsontsluitingsweg via plangebied in zuidelijke richting

De Bilderdammerweg is een passende gebiedsontsluitingsweg naar het zuiden toe (gaat over in een 50 km/uur weg, die aansluit op de Ambachtsheerweg. Een extra ontsluiting naar het zuiden zal geen alternatief bieden voor het verkeer wat naar het noorden moet. Een ontsluiting van Westeinderhage aan de zuidkant of via de Herenweg is niet gewenst. Gelet op de aard/karakter en het profiel van de Herenweg is het niet wenselijk hier grote hoeveelheden verkeer over te leiden. Daarnaast is het een toeristische fietsroute en dient de groene buffer tussen de Mastweg en Herenweg gerespecteerd te worden.

5.

Verkeerscirculatieplan; we wensen een integrale oplossing van de verkeerscirculatie in Kudelstaart, incl. de aansluiting op N231 in plaats van gefragmenteerde deeloplossingen.

De N231 is een belangrijk element van de verkeercirculatie in Kudelstaart. Zoals uit het onderzoek voor Westeinderhage naar voren komt, is het verkeer voornamelijk op het noorden georiënteerd. Met Provincie Noord-Holland wordt gesproken over optimalisaties in het groot onderhoud wat gepland staat voor de N231-zuid, om verkeer op de kruispunten beter te kunnen afwikkelen en doorstroming te bevorderen. Vanuit de verkeersmaatregelen benoemd in het verkeersonderzoek Kudelstaart uit 2018 is besloten dat er een vrijliggend fietspad wordt aangelegd langs de Bilderdammerweg en dat er daarnaast onderzoek gedaan zal worden naar het doortrekken van het Robend en het verkeersveilig inrichten van de Kudelstaartseweg (tussen het Robend en Madame Curiestraat).

6.

Intensiteit op de Bilderdammerweg met en zonder ontwikkeling Westeinderhage

•

In 2017 heeft Goudappel vastgesteld dat de intensiteit toen 4.526 mvt/etm was. Na 4 jaar is dat aantal hoger komen te liggen. Volgens de Raad van State is een verkeersintensiteit van 2.500 mvt/etm passend. Dus een overschrijding van meer dan 2.000 mvt/etm

•

De Bilderdammerweg-Noord is een erftoegangsweg 30 km/u met een buitenissig hoge verkeersdruk. In de nieuwe situatie zal de verkeerssituatie toenemen naar ca. 7.900 mvt/etm. Derhalve uitgaande van de 2.500 mvt/etm in het advies van de Raad van State 5.400 mvt/etm hoger, derhalve 216% hoger dan het advies.

Uit de tellingen die in 2017 zijn gedaan op het noordelijke deel van de Bilderdammerweg komt inderdaad naar voren dat de intensiteit op deze weg 4.526 mvt/etmaal is. Mogelijk is

4

deze intensiteit de afgelopen jaren iets toegenomen, maar door COVID is ook de mogelijkheid dat de intensiteit is afgenomen of stabiel is gebleven. Uit het verkeersmodel van de gemeente (NHZ 3.0) blijkt dat de intensiteit in het basisjaar (2018) vergelijkbaar is met de intensiteit uit de telling. De intensiteit die op een wegvak op een veilige manier kan worden afgewikkeld hangt samen met de functie en de inrichting van de weg. De uitspraak vanuit Raad van State gaat vermoedelijke om een andere weg met een andere inrichting, het is namelijk niet standaard dat een weg een gewenste capaciteit van 2.500 heeft. De gewenste capaciteit hangt namelijk samen met veel verschillende elementen, zoals breedte, aanwezigheid fietsvoorzieningen, parkeren, etc. Door langs de Bilderdammerweg een vrijliggend fietspad te realiseren is het mogelijk om hogere verkeersintensiteiten op een veilige manier af te wikkelen. In het kader van het “Nieuwe 30 km/u”, wat in de landelijke politiek speelt, wordt gekeken welke inrichting veilig kan zijn bij de nieuwe categorie 30 km/u wegen. Daarbij wordt zelfs gekeken naar wegen met een intensiteit van ongeveer 10.000 mvt/etmaal. Hierbij zullen wel fietsvoorzieningen noodzakelijk zijn.

5

1 Staat van Wijzigingen t.o.v. ontwerpbestemmingsplan Westeinderhage .pdf

Staat van Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Kudelstaart - Westeinderhage Aanpassingen in het ontwerp of onduidelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan welke ambtshalve gedurende de bestemmingsplanprocedure worden geconstateerd kunnen in de vaststellingsfase nog worden hersteld of aangepast. In dit wijzigingsoverzicht is hieronder een overzicht opgenomen van deze door het college aan de raad voorgestelde ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Onderstaand zijn de voorgestelde ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangegeven. Opgemerkt wordt dat ondergeschikte tekstuele wijzigingen, zoals verbeteringen in spelling, interpunctie, woordvolgorde enzovoorts niet separaat worden benoemd, aangezien deze niet leiden tot inhoudelijke wijzigingen van de in het bestemmingsplan opgenomen regelingen.

Toelichting Waar Paragraaf 7.1

Bijlage 3, akoestisch onderzoek Goudappel Coffeng, kenmerk: 007491.20200901.R1. 02, 28 januari 2021.

Bijlage 9 , Notitie Stikstofdepositieonder

Wat De tekstpassage in de 2e alinea die ziet op het exploitatieplan is verwijderd. De 2e alinea komt als volgt te luiden: ‘Het kostenverhaal op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro is verzekerd. Met alle eigenaren in het gebied is een anterieure overeenkomst gesloten’. Dit akoestische onderzoek is mede n.a.v. het advies van de Omgevingsdienst geactualiseerd. Dit onderzoek van Goudappel, d.d. 4 april 2022 Kenmerk 007491.20200901.R1.03 vervangt bijlage 3 en wordt bij de toelichting opgenomen en tevens wordt er in paragraaf 6.2 een verwijzing naar dit geactualiseerde onderzoek opgenomen.

Reden Omdat met alle eigenaren in het gebied een anterieure overeenkomst is gesloten is vaststelling van het exploitatieplan niet meer nodig.

Dit stikstofonderzoek is n.a.v. de inwerkingtreding van de nieuwe

Op grond van de Regeling natuurbescherming is het wettelijk verplicht te rekenen met de meest recente AERIUS- calculator. De conclusies blijven onveranderd.

Mede n.a.v. een beoordeling door de Omgevingsdienst (zie hieronder bijlage 17) is het akoestische onderzoek geactualiseerd. De conclusies blijven onveranderd. Hoewel er wordt voldaan aan de Wet geluidhinder ondervinden volgens dit onderzoek enkele nieuwe woningen een (relevante) geluidbelasting. Ter borging van een goed woon- en leefklimaat voor het onderdeel akoestiek, wordt in de regels een nadere voorwaarde opgenomen zodat gevels van de woningen een bepaald geluidsisolerend vermogen hebben. Zie verder onder regels, artikel 14.2 onder 3.

zoek Westeinderhage d.d. 9 december 2020

Bijlage 13, Onderzoek naar het geluid in de omgeving ten gevolge van Lammers Autoschade B.V. te Kudelstaart, Rapportnummer F 22108-2-RA-003 d.d. 7 oktober 2021. Bijlage 14, Geluidbelasting Lammers Autoschade B.V. te Kudelstaart na realisatie van een geluidscherm, d.d. 7 oktober 2021, referentie:22108-6NO-002, Peutz, Bijlage 16

Bijlage 17

AERIUS-calculator op 26 januari 2023 geactualiseerd. Notitie Stikstofonderzoek d.d. 16 februari 2023 vervangt bijlage 9 en tevens wordt er in paragraaf 6.6 een verwijzing naar dit geactualiseerde onderzoek opgenomen. Dit akoestische onderzoek is mede n.a.v. het advies van de Omgevingsdienst geactualiseerd. Dit onderzoek van Peutz, d.d. 28 maart 2022 kenmerk F 22108-2-RA-004 vervangt bijlage 13 en wordt bij de toelichting opgenomen en tevens wordt er in paragraaf 6.9 een verwijzing naar dit geactualiseerde onderzoek opgenomen. Dit akoestische onderzoek is mede n.a.v. het advies van de Omgevingsdienst geactualiseerd. Dit onderzoek van Peutz, d.d.1 april 2022 kenmerk 22108-6-NO-003 vervangt bijlage 14 en wordt bij de toelichting opgenomen en tevens wordt er in paragraaf 6.9 een verwijzing naar dit geactualiseerde onderzoek opgenomen. Het concept beeldkwaliteitplan is vervangen door het definitieve beeldkwaliteitplan Toegevoegd wordt het (hiervoor vermelde) advies van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, d.d. 9 maart 2022. Tevens wordt in paragraaf 7.2.2. opgenomen dat “tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan de Omgevingsdienst’ op het verrichte

Mede n.a.v. een beoordeling door de Omgevingsdienst (zie hieronder bijlage 17) is het akoestische onderzoek m.b.t. Lammers Autoschade B.V. geactualiseerd. De conclusies blijven onveranderd.

Mede n.a.v. een beoordeling door de Omgevingsdienst (zie hieronder bijlage 17) is het akoestische onderzoek m.b.t. de geluidbelasting van Lammers Autoschade B.V. te Kudelstaart na realisatie van een geluidscherm geactualiseerd. De conclusies blijven onveranderd.

Op verzoek van de gemeente heeft de Omgevingsdienst de t.b.v. het bestemmingsplan verrichte akoestische en geuronderzoeken beoordeeld. Mede n.a.v. is een advies verstrekt, dat heeft geleid tot een actualisering van de onderzoeken zoals hiervoor vermeld in bijlagen 3, 13 en 14. De conclusies blijven t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan onveranderd.

Bijlage 18

akoestische en geuronderzoek heeft gereageerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 17 van de toelichting. Toegevoegd wordt het geactualiseerde verkeersonderzoek (Goudappel, 20 februari 2023, 014115.20230214.N2.03)

Ten behoeve van de planontwikkeling en naar aanleiding van een second opinion is een aanvullend, actualiserend onderzoek verricht. In dit onderzoek (is in detail ingegaan op de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling Westeinderhage op de Bilderdammerweg. Daarbij is uitgegaan van de laatste inzichten qua ontwikkeling en inrichting van de Bilderdammerweg. Ook uit de nieuwe berekeningen blijkt dat er geen problematiek wordt verwacht bij de verkeersafwikkeling als gevolg van de planontwikkeling Westeinderhage en wordt bevestigd dat het bestemmingsplan op dit onderdeel uitvoerbaar is.

Regels Artikel (in ontwerp bestemmingsplan) 1.1

Was

Wordt

Reden

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden;

een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat maximaal mag worden gebouwd.

5.1 onder e.

-

Toegevoegd: ‘ Bruggen en landhoofden’

5.2.2. onder f

een erker wordt niet toegestaan als door de erker er geen mogelijkheid meer is om een parkeerplaats in stand te houden.

-

In dit bestemmingsplan is het bebouwingspercentage aan het bouwperceel gekoppeld. De opgenomen bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd. Binnen de bestemming Tuin- Parkeertuin is de mogelijkheid opgenomen voor bruggen en landhoofden, t.b.v., de ontsluiting van de woonpercelen. Niet nodig. In de bestemming Tuin – Parkeertuin zijn ongebouwde parkeervoorzieningen toegestaan, maar niet

6.1 onder i.

-

Toegevoegd: ‘ Bruggen en landhoofden’

8.1 onder a

-

Toegevoegd: het bouwvlak mag volledig worden bebouwd

8.2.2.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan

9.1 onder a

9.2.1. onder b

Toegevoegd: het bouwvlak mag volledig worden bebouwd

-

Toegevoegd: woningen

verplicht om te realiseren. Binnen de bestemming Verkeer- verblijfsgebied is de mogelijkheid opgenomen voor bruggen en landhoofden, t.b.v., de overbrugging van een watergang. Ter verduidelijking van de bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak (waar dit binnen de W-1 bestemming is opgenomen) Verheldering dat buiten het bouwvlak alleen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 2 bijlage ll Bor zijn toegestaan.

Ter verduidelijking van de bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak Redactionele aanpassing, woord was weggevallen in ontwerpbp.

9.2.2.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels.

10.1 onder a

10.2.2.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels.

11.1 onder a

11.2.2.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan

Verheldering dat buiten het bouwvlak alleen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 2 bijlage ll Bor zijn toegestaan.

Toegevoegd: het bouwvlak mag volledig worden bebouwd

Ter verduidelijking van de bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak Verheldering dat buiten het bouwvlak alleen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 2 bijlage ll Bor zijn toegestaan.

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan

Toegevoegd: het bouwvlak mag volledig worden bebouwd

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken conform

voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan

Ter verduidelijking van de bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak Verheldering dat buiten het bouwvlak alleen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken zoals

Artikel 14.2 onder 3

de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels. -

bedoeld in artikel 2 bijlage ll Bor zijn toegestaan.

Toegevoegd: het in gebruik nemen van een woning is uitsluitend toegestaan indien akoestische maatregelen aan de gevel worden getroffen waarbij de karakteristieke geluidwering uitgaande van de gecumuleerde geluidbelasting van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner is dan het verschil tussen de in bijlage 3 van de toelichting opgenomen akoestische rapport berekende gecumuleerde geluidsbelasting op de gevels en 33 dB.

Ter borging van een goed woon- en leefklimaat voor het onderdeel akoestiek, wordt in de regels een nadere voorwaarde opgenomen zodat gevels van de woningen een bepaald geluidsisolerend vermogen hebben.

Voorgestelde aanpassingen op de verbeelding Ten opzichte van de verbeelding behorende bij ontwerpbestemmingsplan zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: •

Als gevolg van aanpassingen in het stedenbouwkundige plan, zijn op enkele locaties de bouw- en of bestemmingsvlakken verschoven. Deze verschuivingen zijn inzichtelijk gemaakt op bijlage 1 behorende bij de Staat van Wijzigingen, waarbij: - Het rode gedeelte t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan is verwijderd; - Het witte gedeelte ongewijzigd is gebleven; - Het groene gedeelte t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd.

•

Het blauw gearceerde gedeelte op bijlage 1 behorende bij de Staat van Wijzigingen is toegevoegd aan het plangebied. Het gaat om een wijziging in de begrenzing van het plangebied. Gemeentelijke gronden die nodig zijn voor de realisatie van het bestemmingsplan gaan over naar de ontwikkelaar Kostenverhaal vindt plaats via gronduitgifte/ de anterieure overeenkomst. Zie onderstaande afbeeldingen.

Situatie ontwerpbestemmingsplan •

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

Als gevolg van aanpassingen in het stedenbouwkundige plan zijn op enkele plaatsen de bouwhoogten aangepast. Het gaat om de omcirkelde percelen op bijlage 2 behorende bij de Staat van Wijzigingen. Samengevat gaat het om: - Het verhogen van de bouwhoogte voor enkele W-2 percelen van 11 m naar 11,5 m (waarbij de toegestane goothoogte ongewijzigd is gebleven); - Het aanpassen van de bouwhoogte van de appartementgebouwen (bestemming W4) van 16 naar 19 m en van 19 m naar 22 m (22,5 m t.b.v. een liftschacht). - Voor enkele W-3 bestemmingen zijn aan weerszijden erkers toegestaan. Hiervoor geldt een maximale goothoogte van 3 m en een maximale nokhoogte van 6 m; - Enkele W-3 bestemmingen mogen plat worden afgedekt. Voor deze percelen is een maximale bouwhoogte van 11 m opgenomen. De reden hiervoor is dat de beëindiging van de rijen met een hoekwoning met een plat dak een fraaiere stedenbouwkundige beëindiging is dan de woning met een kap doorzetten. De rijen worden op deze wijze opgesloten door twee boekensteunen. Waarbij de appartementen grote boekensteunen zijn. Dit principe komt ook voor bij de rijwoningen in het midden van het plan. Zie onderstaande afbeelding, dat een concept van het beoogde ontwerp weergeeft.

•

De bestemmingen Groen en Verkeer in het westelijk deel van het plangebied zijn enigszins aangepast. De in het ontwerp ingetekende parkeerhavens zijn nog niet definitief qua ontwerp. Om meer flexibiliteit te bieden in de uitwerking en om te voorkomen dat het bestemmingsplan na vaststelling moet worden aangepast is de bestemming Verkeer- Verblijfsgebied op de bedoelde locatie iets verruimd ten koste van de bestemming Groen, zoals onderstaande afbeeldingen laten zien. Binnen de bestemming Verkeer- Verblijfsgebied bestaat naast de mogelijkheid van parkeren ook de mogelijkheid om groenvoorzieningen te realiseren. Binnen de bestemming Groen is parkeren niet mogelijk. Zie onderstaande afbeeldingen.

Situatie ontwerpbestemmingsplan

•

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

De bestemming Water is voor een sloot nabij de Spiegelstraat verlegd om een aansluiting op een bestaande sloot te borgen. Overigens bestaat er een uitwisselbaarheid tussen de bestemmingen Water en Groen. In de bestemming Water zijn Groenvoorzieningen mogelijk, in de bestemming Groen is water toegestaan. Zie onderstaande afbeeldingen.

Situatie ontwerpbestemmingsplan

•

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

Het fietspad in het noordoostelijk deel van het plangebied is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan verwijderd. Voor dit fietspad was een concrete bestemming Verkeer- Verblijfsgebied opgenomen. Om de gevraagde flexibiliteit bij de uitwerking te bieden, is voor het gebied de bestemming Groen opgenomen. Binnen de bestemming Groen zijn voet- en fietspaden planologisch mogelijk. Zie onderstaande afbeeldingen.

Situatie ontwerpbestemmingsplan

•

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

Voor een aantal velden in het westen van het plangebied zijn als gevolg van aanpassingen in bouwvlakken ook de bestemmingsvlakken enigszins verschoven. Ook de tussenliggende sloten met de bestemming Water schuiven mee. Het gaat om summiere verschuivingen. Zie onderstaande afbeeldingen.

Situatie ontwerpbestemmingsplan

•

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

Het nieuw te realiseren fietspad (de zogeheten voorkeursvariant 4) voor zover liggend in het plangebied Westeinderhage is positief bestemd door de bestemming ‘Verkeer- Verblijfsgebied’ ter hoogte van de ontsluiting op de Bilderdammerweg op de verbeelding aan te passen. Als gevolg daarvan wijzigt de positie van de 2 woningen die bij dit fietspad gelegen zijn ook iets, in die zin dat de bouwvlakken daarvan op iets meer afstand worden geplaatst.

Situatie ontwerpbestemmingsplan

Situatie vast te stellen bestemmingsplan

1 bijlage 1 behorende bij Staat van Wijzigingen.pdf

W-1

A-T

W-1

6

W-2 W-2

11

3

G

8 6

W-1 W-1

11

1

W-1 W-1

6

T

T

G

6

11 W-2

W-2

T-P

6

W-3

G

11

W-3

11.5

G

6

T

6 T-P

11

11.5

G

T

G

T

G

6

T

6

11

6

W-3

11.5

11

W-3

11

W-1 W-1

G G

G G

6

W-2 W-2

4

3

W-3

T

11.5

T T

8

W-3

T

6

11

11 6

11

W-3

W-3

11.5

6 11 T

6 W-2

T

11.5

T

6

G G

11 11

6

T-P

11.5 T-P

3 6

WA

T

W

6

G

A

G

6

W-3 W-3

WA WA

11

11.5

W-2

6 W-3

W-2

G

11

W-3

16

T

G

T

G

6 6

11.5

T

19

T

11

6 6

3

11.5

6

T

T

11

G

T

22.5

W-4

W-4

22

W-4

T-P

T

W-3

6

6

11.5

11.5

T G

14

W-4

W-3 T

3

T

T

3

6

6

T

6

11

W-4

G

W-2 W-2

G

W-2

W-4

14

6

6

G G

11.5

6

11.5

11

W-2

W-3 W-3

6

3

3

6

T-P

6

11

6

6

11

11

T

11

W-3

6

WA

T

WA

T-P

6

T-P

T

3

11

T

G

G

G

W-1

6

6

11

6

11

11.5

W-1

T

T

T

6

6

11

G

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c2d99f00-03ed-45de-93f8-e6a58f9f32d5